16. Bijlage 1 Concept begroting 2026 VRZL
Tekst van het document
Naast lopende zaken zal 2026 op basis van het Meerjarenbeleidsplan en Meerjareninvesteringsplan onder andere in het teken staan van het voltooien van de afstemming van de meldkamerprocedures van VRLN en VRZL, de doorontwikkeling van een systeem met betrekking tot monoevaluaties, voorbereiding voor de implementatie van de zogenaamde TS Flex, verdere inbedding van het systeem van Gebiedsgericht opkomsttijden, actualisatie van de operationele procedures, en deelname aan (aanbesteding- en investerings-) projecten. Ook zal duidelijk zijn of de blusrobot tot het standaard materieel binnen VRZL zal behoren. De volgende thema’s komen daarbij aan bod: Thema: lerende organisatie: Ingezet wordt op de implementatie van mono-evaluaties en de daarbij behorende kennisregie, een management of change procedure binnen VRZL en de actualisatie van operationele- en bedrijfsvoering technische (dat wil zeggen aan de service centra gelieerde) procedures. Thema: werken op basis van data: Ingezet wordt op “data gedreven” werken. Daarmee wordt enerzijds bedoeld het vergaren van data voor beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie (kengetallen, trend ontwikkeling, prestatieverantwoording) en anderzijds operationele data vergaring zoals realtime dekkingsplan, telemetrie data digitale verkenning en open source intelligence (OSINT) ter ondersteuning van de operaties op straat.
In 2026 dienen de systemen ter ondersteuning van “data gedreven” werken geïmplementeerd te zijn. Thema: verbinding in- en extern: Wil Kaderstelling in haar kracht staan dan is het van belang dat Kaderstelling binnen VRZL weet wat er speelt zowel formeel als informeel in de organisatie. Daarom zijn medewerkers van Kaderstelling regelmatig aanwezig op de kazernes en bij andere teams binnen VRZL. Gezien de vele landelijke ontwikkelingen is het verder belangrijk dat Kaderstelling vertegenwoordigd is in landelijke netwerken van Brandweer Nederland. Net zo belangrijk is echter dat Kaderstelling de samenwerking opzoekt met andere veiligheidsregio’s, private partijen, andere netwerkpartners en de brandweerorganisaties in België en Duitsland. Thema: robuust en duurzaam: Kijkend naar alle ontwikkelingen wordt de komende periode bij alles wat we doen ingezet op een duurzame en robuuste organisatie van de brandweerzorg.
Pagina 22 van 59
Alleen zo draagt Kaderstelling bij aan een professionele, wendbare en vitale organisatie. Meer concreet wordt ons alarmerings- en inzetsysteem meer in landelijke lijn en meer robuust ingericht. Ook wordt verder verkend hoe we vrijwilligers verbonden houden aan VRZL. Behoud van vrijwilligheid is immers één van onze speerpunten. Thema: (on)voorzienbare projecten: Voorzienbare projecten waar kaderstelling de kar trekt dan wel een rol in speelt in de periode 2025 zijn onder andere het onderzoek naar de mogelijkheden voor repressieve werkzaamheden (blussing maar ook verkenning) door een blusrobot en het project toekomstige piketten. Medewerkers van Kaderstelling kunnen binnen projecten verschillende rollen vervullen (onder andere projectleider, deelnemer, of procesbegeleider). Maar er zullen onvermijdelijk nog meer ontwikkelingen en daarmee projecten op ons afkomen, die we nu nog niet kunnen voorzien. Ook deze worden uiteraard opgepakt. Persoonlijk leiderschap binnen het programma Brandweerzorg Alle ontwikkelingen om de ambities Brandweerzorg te realiseren maken dat qua veranderbereidheid en onzekerheid, veel van alle medewerkers en leidinggevenden binnen VRZL wordt gevraagd. Vooral van de leidinggevenden wordt daarbij een voorbeeldrol gevraagd om vernieuwend en persoonlijk leiderschap te tonen.
Dit type leiderschap is gebaseerd op meer gedeelde verantwoordelijkheid, eigenaarschap en vertrouwen waarbij besluitvorming lager in de organisatie wordt belegd. Medewerkers krijgen meer ruimte om zelf proactief oplossingen aan te dragen. Leidinggevenden faciliteren hun teams, tonen waar nodig leiderschap, dragen de organisatie brede missie, visie en de afdelingsambitie van IB uit en coachen collega’s ten behoeve van hun ontwikkeling en daarmee die van de organisatie. Alleen zo kunnen we als professionele, vitale en wendbare organisatie de ontwikkelingen die op ons af komen, het hoofd bieden.
Pagina 23 van 59
1.3.4 Wat gaat het kosten?
Pagina 24 van 59
2
PARAGRAFEN
2.1 ALGEMEEN De paragrafen handelen vooral over een aantal belangrijke beheersmatige onderwerpen en omvatten de navolgende verplichte paragrafen: • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen De paragrafen grondbeleid en lokale heffingen zijn op de Veiligheidsregio Zuid-Limburg niet van toepassing.
2.2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen van VRZL om incidenteel en structureel niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder verstoring van de continuïteit in de uitvoering van de reguliere taken van de veiligheidsregio. Het weerstandsvermogen bestaat enerzijds uit de weerstandscapaciteit in beschikbare middelen en mogelijkheden en anderzijds de risico’s waarvoor geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het beoordelen van de financiële positie van de Veiligheidsregio. De financiële eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van VRZL wordt door de deelnemende gemeenten gedragen, conform de Gemeenschappelijke Regeling. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft VRZL als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om voldoende weerstandsvermogen te vormen. Het weerstandsvermogen kan als volgt in een formule worden weergegeven.
Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen
= Risico’s
2.2.1 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare eigen vermogen (algemene reserve) en de ruimte in de exploitatiebegroting. In oktober 2022 heeft het algemeen bestuur middels de nota reserves en voorzieningen ermee ingestemd de omvang van de algemene reserve van de Veiligheidsregio Zuid Limburg als onderdeel van de weerstandscapaciteit, te maximeren op 4% van de begrotingsomvang (exclusief mutaties in de reserves). 2.2.2 Autonome ontwikkelingen Vanuit de risicoanalyse die door VRZL gemaakt is komen onderstaande autonome ontwikkelingen naar voren die een forse financiële impact kennen op VRZL. Deze autonome ontwikkelingen zijn: • CAO lonen 2025 • PTSS • PFAS • Bezuiniging BDuR gelden 10% (met ingang van 2026) • VRZL als onderdeel van de vitale infrastructuur
Pagina 25 van 59
Primair doen wij er alles aan om deze forse financiële impact vanuit de bestaande kaders en begroting te mitigeren. Daar waar dit niet lukt zullen wij dit bestuurlijk bespreken om te komen tot een oplossing. Het heeft de voorkeur dit gebundeld te laten terugkomen nadat de loon- en prijsindexcijfers zijn gepubliceerd in de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september 2025. 2.2.3 Inventarisatie risico’s Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt, met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. De omvang van een risico kan worden geschat door de kans dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet te vermenigvuldigen met het gevolg (€) van deze gebeurtenis. De methodiek die wordt toegepast is op basis van een kwantitatieve analyse. De kwantitatieve analyse zorgt er voor dat de risico’s concreter worden omschreven. Daarnaast wordt duidelijker hoe de risico’s zich ten opzichte van elkaar verhouden en wat het aandeel is in de totale risico-impact. De kwantitatieve analyse vereist ook meer specialistische kennis en is mede daardoor tijdrovender aangezien de risico’s niet alleen in woorden maar ook in termen van impact en kans worden beschreven.
•
CAO ontwikkelingen 2025: Risico's 1. CAO ontwikkelingen 2025
Impact PM
Kans
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering
Conform besluit Algemeen Bestuur wordt de gemeente bijdrage (regulier) jaarlijks geïndexeerd op basis van de indexcijfers van de CPB Kerngegevenstabel MEV met peildatum september van het lopende jaar. Van de indexpercentages voor loon en materieel wordt een gemiddelde index berekend op basis waarvan de gemeentelijke bijdrage zal worden geïndexeerd. Dit gemiddelde wordt berekend op basis van de volgende verhouding tussen de loonkosten en de materiële kosten: 2/3 loonkosten – 1/3 prijzen. Het AB heeft in haar vergadering van 3 december 2022 uitgesproken dat VRZL voor de indexering dient toe te passen zoals die vermeldt staat in de CPB kerngegevenstabel MEV met peildatum september voor het jaar. Hierdoor ontstaat duidelijkheid voor de te verwachten indexering bij de deelnemende gemeenten VRZL. Toepassing van de indexcijfers betekent een loonindex van 4,8% (2/3 deel) en een prijsindex van 2,7% (1/3 deel). De huidige Cao loopt tot 1 augustus 2025. Vervolgens dient een nieuwe Cao afgesloten te worden waarbij op dit moment onzeker is welke loonstijging hiermee gepaard gaat. Het risico blijft bestaan dat deze loonstijging niet volledig gedekt zal worden door de indexeringssystematiek die met het AB is afgesproken,
Pagina 26 van 59
zoals we dat ook in 2024 hebben ervaren. VRZL zal dit monitoren op basis van de CPB Kerngegevenstabel MEV met peildatum september 2025 en dit vervolgens bespreken met het bestuur. •
Technologische ontwikkelingen: Risico's 2. Technologische ontwikkelingen
€
Impact 500.000
Kans 50%
€
VRZL Brandweerzorg 250.000
C&R
Bedrijfsvoering
De snelheid van technologische ontwikkelingen hebben steeds invloed op VRZL. Indien deze technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en daarmee leiden tot een implementatierisico kan dat een operationeel risico met zich meebrengen. Denk hierbij aan artificial intelligence en ontwikkelingen bij brandbestrijdingen zoals digitale verkenning en drones. Ten aanzien van 2024 is de kans dat dit zich voordoet in 2025 gelijk gebleven, aangezien wij hier als VRZL wel enige mate van invloed op hebben in de zin met welke snelheid wij deze technologische ontwikkelingen willen volgen. •
Milieu eisen: Risico's 3. Milieu eisen
€
Impact 500.000
Kans 75%
€
VRZL Brandweerzorg 375.000
C&R
Bedrijfsvoering
Verduurzaming en milieu eisen worden regelmatig aangescherpt en deels ad hoc ingevoerd. Dit brengt het risico met zich mee dat er meer kosten gemaakt dienen te worden voor de kazernes die VRZL in eigendom heeft en het mogelijkerwijs buiten werking stellen van materieel. Ten opzichte van 2024 is dit risico in 2025 gelijk gebleven. •
Datalekken / informatiebeveiliging: Risico's 4. Datalekken / Informatiebeveiliging
Impact € 1.000.000
Kans 50%
VRZL
Brandweerzorg C&R Bedrijfsvoering € 166.667 € 166.667 € 166.666
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is een Europese verordening die de regels voor verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsorganisaties in de hele Europese Unie standaardiseert en worden gemonitord door de Autoriteit Persoonsgegevens. Datalekken die ontstaan kunnen leiden tot het opleggen van een boete. Daarnaast is het van groot belang dat de informatiebeveiliging op orde is om zo beter bestand te zijn tegen cyberaanvallen door kwaadwillenden. Dit risico is ten opzichte van 2024 verhoogd en is gebaseerd op cyberhacks bij andere veiligheidsregio’s, en de kans dat dit risico zich voordoet is gelijk gebleven. •
Krapte arbeidsmarkt: Risico's 5. Krapte arbeidsmarkt
€
Impact 300.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg C&R Bedrijfsvoering € 75.000 € 75.000 € 75.000
Door de huidige krapte op de arbeidsmarkt koste het VRZL meer moeite om kwalitatief goede medewerkers aan te trekken binnen de programmalijnen en kan dit leiden tot meer salariskosten. In 2024 is het gelukt om meerdere cruciale posities in te vullen waardoor het risico opzichte van 2024 fors is gedaald waarbij de kans dat dit zich voordoet gelijk is gebleven.
•
Omgevingswet: Risico's 6. Omgevingswet
€
Impact 100.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg € 75.000
C&R
Bedrijfsvoering
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht geworden. De start van een periode van jaren waarin ook risicobeheersing gaat leren en ervaren wat exact de betekenis en impact van de nieuwe wet is. Denk aan de uitwerking van gewijzigde wettelijke taken en de uitwerking van processen en werkafspraken, die zijn opgesteld en afgestemd met ketenpartners, gemeenten en provincie. Ook moeten we ons vormen naar andere manieren van adviseren, bijvoorbeeld meer integraal en tijdens omgevingstafels. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet verandert het
Pagina 27 van 59
stelsel van regelgeving voor de fysieke en gezonde leefomgeving. Deze wetgevingsoperatie heeft gevolgen voor overheden waaronder de veiligheidsregio's en de brandweer. Ten opzichte van 2024 is in samenwerking met de teamleider Risicobeheersing gekeken naar dit risico en is besloten de impact in 2025 te verlagen aangezien de impact kleiner is dan verwacht waarbij de kans dat dit risico zich voordoet gelijk is gebleven. De Omgevingswet zal tot structurele meerkosten gaan leiden. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het rijk, deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds. •
Wet open overheid (Woo): Risico's 7. Wet open overheid (Woo)
€
Impact 200.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering € 150.000
De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 (deels) in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden en semi-overheden transparanter te maken om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen. De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Naast de Woo is er sprake van ‘aanpalende’ informatiewetgeving, reeds geldend of in behandeling, zoals de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Archiefwet. De Woo (en andere i-wetten) brengt voor de veiligheidsregio een aantal verplichtingen met zich mee die zowel een juridische en technische opgave zijn, maar ook nopen tot een cultuurverandering. Met de implementatie van deze wetgeving hangen een aantal andere discussies/opgaven samen zoals het invoeren van elektronische handtekeningen, anonimiseren in openbaar te maken documenten en digitaal toegankelijk maken van documenten. De Wet Openbare Overheid zal tot structurele meerkosten gaan leiden. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het rijk, deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds.
Het Rijk heeft financiële middelen ter beschikking gesteld aan gemeenten conform de meicirculaire gemeenten 2021 (zie paragraaf 2.2. punt 18). Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Ten opzichte van 2024 is de impact en de kans dat dit risico zich voordoet in 2025 gelijk gebleven. •
Huisvestingsbeleid bestuurlijke dialoog: Risico's 8. Huisvestingbeleid Bestuurlijke dialoog
Impact PM
Kans
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering
Afgelopen jaar is samen met het algemeen bestuur intensief gesproken over een aantal thema’s uit de bestuurlijke dialoog verantwoorde brandweerzorg 2024-2030. Benadrukt is het belang van de vrijwilligheid; vanuit het oogpunt van betaalbaarheid maar zeker ook vanuit inwoner-betrokkenheid. Daarbij heeft het algemeen bestuur aangegeven dat zij binnen de huidige financiële kaders wensen te blijven. Ten aanzien van het mogelijk veranderd beleid inzake huisvesting, zullen de financiële effecten en risico’s apart worden beschouwd. •
Verlofsparen / overmatige verlofsaldi: Risico's 9. Verlofsparen / Overmatige verlofsaldi
€
Impact 800.000
Kans 75%
€
VRZL Brandweerzorg 600.000
C&R
Bedrijfsvoering
Pagina 28 van 59
Verlofsparen: Het BBV geeft aan dat er een voorziening moet worden opgenomen voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. Bij alle uren die conform de CAO als bron kunnen dienen voor het verlofsparen is sprake van een niet gelijke omvang van de opbouw en afbouw (dit is feitelijk de omvang van het bovenwettelijke verlof per balansdatum). Hierdoor is de jaarlijkse omvang van deze arbeidskosten gerelateerde verplichting niet gelijk. Voor deze verlofuren moet dan ook een voorziening op de balans worden opgenomen. Deze verplichting tot het vormen van een voorziening geldt vanaf 2022. Het risico bestaat echter dat indien meer medewerkers binnen VRZL hiervan gebruik gaan maken met als doel verlofuren te sparen over een langere periode, dit niet vanuit de eigen begroting kan worden gefinancierd. Jaarlijks zal er per de datum 31 december een inventarisatie plaats vinden van medewerkers die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tot verlofsparen, om zo het saldo te bepalen van het aantal verlofuren dat is overgeheveld of opgenomen vanuit het verlofsparen. Deze uren worden vervolgens financieel gemaakt conform de afgesproken systematiek met de accountant.
Overmatige verlofsaldi: Bij alle bovenwettelijke uren waarop een werknemer recht heeft conform de CAO Veiligheidsregio, is sprake van een niet gemiddeld gelijkblijvende omvang van de opbouw en afbouw (dit is feitelijk de omvang van het bovenwettelijke verlof per balansdatum). Hierdoor is de jaarlijkse omvang van deze arbeidskosten gerelateerde verplichting niet gelijk. Voor deze verlofuren moet dan ook een voorziening op de balans worden opgenomen. Dit zullen we bij het opstellen van de jaarrekening meenemen waarbij de peildatum 31 december 2024 wordt genomen om inzichtelijk te maken welke omvang hiermee gepaard gaat. Voor het bepalen in hoeverre sprake is van overmatige verlofsaldi (“stuwmeren”) bij het bovenwettelijke verlof waarvoor een voorziening moet worden getroffen, ligt het voor de hand aan te sluiten bij het beleid rondom verlof-verjaring en het maximale verlof dat aan het einde van een kalenderjaar mag worden meegenomen naar een volgend jaar (jaargrens-overgangen). Voor het bovenwettelijke verlof dat geen gemiddeld gelijkblijvende omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi moet een voorziening worden opgenomen. We zijn tot onderstaande werkwijze en systematiek gekomen. Deze werkwijze en systematiek hebben wij met onze accountant afgestemd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft een analyse uitgevoerd op de overmatige verlofsaldi en getoetst of er sprake is van een gemiddeld gelijkblijvende omvang van deze verlofsaldi. Bij de bovenwettelijke verlofuren binnen de Veiligheidsregio Zuid Limburg is sprake van een arbeid gerelateerde verplichting met een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw. De bovenwettelijke verlofuren die binnen 5 jaren worden opgebouwd (en ook binnen vijf jaren moeten worden afgebouwd) kennen deels een overmatig verlofsaldo. De risicoanalyse die Veiligheidsregio Zuid Limburg heeft uitgevoerd van de bovenwettelijke uren betreft de uren zoals deze in de afgelopen 5 jaren zijn opgebouwd. Op basis van deze risicoanalyse is de inschatting gemaakt, dat de oudste drie jaren van de opbouw over een periode van vijf jaar als overmatig zijn te kenmerken. De verlofsaldi zoals deze nog openstaan zijn als overmatig te classificeren omdat die onmogelijk nog binnen 1 of twee jaren opgenomen kunnen worden zonder dat de roosters en minimale bezetting in het gedrang komen. Daarnaast bestaat het risico dat deze bovenwettelijke uren omgezet worden naar het verlofsparen. De oudste jaren worden bij het opnemen van het verlof als eerste afgeboekt.
Dat heeft tot gevolg dat er niet enkele in de oudste drie jaren verlofsaldi openstaan, maar ook in de meest recente jaren, hetgeen onderbouwd dat de betreffende medewerker zijn verlofsaldi op basis van historische ontwikkelingen niet op krijgt gemaakt (dus niet gemiddeld gelijkblijvende verplichting).
Pagina 29 van 59
Dit betekent dat wij voor de bovenwettelijke verlofuren van de oudste drie jaren een voorziening overmatige verlofsaldi verlofuren dienen te vormen. De bovenwettelijke uren maken we financieel met het gemiddeld uurtarief van een medewerker, e.e.a. conform de voorgeschreven systematiek vanuit het BBV. In 2025 zullen wij op basis van ervaringscijfers wederom een risicoanalyse uitvoeren om vast te stellen of de voorziening op basis van de eerste drie jaar nog toereikend is of dat de voorziening uitgebreid dient te worden. Omdat de laatste 2 jaar van het overmatige verlofsaldi niet worden meegenomen ontstaat een aanvullend risico waardoor dit risico ten opzichte van 2024 in omvang is toegenomen en de kans op dit risico in 2025 gelijk is gebleven. •
Posttraumatische stressstoornis (PTSS): Risico's 10. PTSS
€
Impact 600.000
Kans 75%
VRZL
Brandweerzorg € 450.000
C&R
Bedrijfsvoering
Brandweermensen- beroepskrachten en vrijwilligers – zetten zich vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week met hart en ziel in voor de samenleving. Bij deze hulpverlening krijgen zij, net als crisisfunctionarissen en/of ondersteunend personeel, te maken met ingrijpende gebeurtenissen en dat maakt het werk belastend. Het gaat de veiligheidsregio aan het hart dat sommige van onze medewerkers vanwege de werkzaamheden mentale klachten ontwikkelen en dat vraagt om extra alertheid. In de uitvoering van het werk bij de veiligheidsregio’s kunnen zich heftige confrontaties voordoen, die kunnen leiden tot PTSS en onder bepaalde voorwaarden kunnen worden gekwalificeerd als een beroepsziekte. De financiële gevolgen van een landelijke modelregeling kunnen fors zijn en daartoe zullen wij bij de risicoparagraaf van de jaarrekening 2024 dit opnemen. •
Wet digitale toegankelijkheid: Risico's 11. Wet digitale toegankelijkheid
€
Impact 200.000
Kans 75%
€
VRZL Brandweerzorg 150.000
C&R
Bedrijfsvoering
Digitale toegankelijkheid is wettelijk verplicht voor Nederlandse overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) en instellingen uit de (semi-)publieke sector. Het is verplicht om te voldoen aan de eisen van WCAG 2.1, niveau A en AA. Overheidsinstanties horen toegankelijk te zijn. Je voldoet aan de verplichting door: Het toepassen van de toegankelijkheidseisen van WCAG 2.1 op niveau A en AA; Het publiceren van een toegankelijkheidsverklaring op de website. Het blijven verbeteren van de toegankelijkheid van websites, clouds, intranet en mobiele applicaties en het bijhouden van de voortgang in de toegankelijkheidsverklaringen. De verplichting geldt voor websites, apps, en intranetten en extranetten die live gaan of ingrijpend worden aangepast. Uiteindelijk moet elke website en app status A krijgen. Maar dat hoeft niet in één keer. Je kunt dus met een lagere status beginnen, zoals B, C of D. Met status B of C voldoe je al aan de wet, met status D nog niet. Maar let op: na een tijd moet de status wel beter worden. Anders voldoe je niet meer aan de wet. C moet dus B of A worden en B moet A worden. Indien wordt voldaan aan alle 50 eisen op niveau A en AA van de norm WCAG 2.1 wordt de status A verkregen. Dit vergt voor VRZL een behoorlijke investering en is een autonome ontwikkeling waarvoor binnen de begroting vooralsnog geen middelen zijn. •
PFAS: Risico's 12. PFAS
€
Impact 750.000
Kans 50%
€
VRZL Brandweerzorg 375.000
C&R
Bedrijfsvoering
PFAS is een verzamelnaam en staat voor per- en polyfluoralkylstoffen. Deze groep chemische stoffen is door mensen gemaakt en komt van nature niet voor in het milieu. PFAS kunnen een negatief effect hebben op milieu en gezondheid. In de buurt van plekken waar met blusschuim is geoefend kunnen PFAS (Peren polyfluoralkylstoffen) tot boven de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging PFAS (INEV’s) in grond en grondwater worden aangetroffen. Uit een risicobeoordeling moet dan blijken of er onaanvaardbare risico’s zijn. Meestal leiden dit soort lokale verontreinigingen met PFAS niet tot
Pagina 30 van 59
gezondheidsrisico’s. Op een oefenplaats van de brandweer worden namelijk geen gewassen verbouwd. Als er op zo’n plek huizen worden gebouwd, kan het wel nodig zijn eerst de bodem te saneren. Op de lange termijn kan het zijn dat verontreinigingen met PFAS leiden tot aantasting van het drinkwater. In de risicobeoordeling moet daarom ook worden bekeken waar de verontreiniging zich naartoe zal verplaatsen en of zich kwetsbare objecten zoals drinkwaterwinningen in de omgeving bevinden. De provincies hebben opdracht om te onderzoeken op welke locaties een eventuele PFAS verontreiniging aan de orde kan zijn. Dit kan dan een mogelijk risico vormen voor VRZL. Landelijk is het risico geclassificeerd qua kans en impact en dat leidt tot de opname van dit risico in de jaarrekening. •
BDuR korting 10% (2026): Risico's 13. BDuR korting 10% (2026)
Impact PM
Kans
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering
Op grond van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking in het regeerprogramma wordt de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (de Rijksbijdrage aan de veiligheidsregio's) vanaf 2026 met 10% (= € 27,7 miljoen) gekort en overgeheveld naar het Gemeentefonds. Inmiddels heeft het kabinet besloten dat de BDuR blijft bestaan als specifieke uitkering en daarmee niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds. Wat betreft de korting is de inzet om in de voorjaarsnota komende zomer duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Voor nu staat de korting verwerkt vanaf 2026 in de JenV-begroting. Welke gevolgen dit gaat hebben voor VRZL in 2026 is op dit moment niet duidelijk. Wordt de taakstelling van 10% echter toch gehandhaafd, zal dit risico financieel gemaakt worden in de bijgestelde risicoanalyse behorende bij de jaarrekening 2025. •
VRZL als onderdeel van de vitale infrastructuur (Q2 2025): Risico's 14. VRZL als vitale organisatie (Q2 2025)
Impact PM
Kans
VRZL
Brandweerzorg
C&R
Bedrijfsvoering
Er wordt al langere tijd over gesproken dat het ministerie van Justitie en Veiligheid de veiligheidsregio’s in Nederland aan gaat merken als onderdeel van de vitale infrastructuur. Op dit moment is de verwachting dat dit mogelijkerwijs geëffectueerd wordt in Q2 2025. Wat dat voor VRZL gaat betekenen is vooralsnog ongewis, waarbij het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dit na een eventuele aanwijzing verder te gaan onderzoeken. Welke aanvullende taken dit met zich mee gaat brengen voor VRZL en hoe mogelijke financiering van die aanvullende taken plaats zal vinden maakt dat we dit risico nu niet financieel kunnen maken en als PM hebben aangemerkt. Zodra hier meer duidelijkheid over ontstaat zullen wij dit met ons Bestuur bespreken.
In het jaar 2024 is het risico van de CAO ontwikkelingen 2023 zoals benoemd in de jaarrekening 2023 gemitigeerd.
Dit risico is gemitigeerd door het besluit van het AB in haar vergadering van 5 juli 2024 om deze structurele bijdrage door deelnemende gemeenten vanaf 2024 vast te stellen conform het gedane voorstel.
2.2.4 Beleid weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen wordt, zoals hierboven is omschreven, bepaald als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Er wordt naar gestreefd dat de weerstandscapaciteit groter is dan de financiële omvang van de risico’s. Cijfermatig betekent dit een weerstandsvermogen dat groter is dan 1. In de volgende tabel is hieraan nadere invulling gegeven. VRZL heeft een kwantitatieve analyse gemaakt die meer inzicht in de risico’s geeft. De kwantitatieve analyse zorgt er voor dat de risico’s concreter worden omschreven. Daarnaast wordt duidelijker hoe de risico’s zich ten opzichte van elkaar verhouden en wat het aandeel is in de totale risico-impact. De kwantitatieve analyse vereist ook meer specialistische kennis en is mede daardoor tijdrovender aangezien de risico’s niet alleen in woorden maar ook in termen van impact en kans worden beschreven.
Pagina 31 van 59
Weerstandsvermogen
Betekenis
> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
2.2.5 Bepaling weerstandsvermogen Op 31 december 2024 is de weerstandcapaciteit als volgt (bedragen x € 1.000): Omschrijving Algemene reserve C&R en Brandweerzorg Algemene reserve GHOR Totale weerstandscapaciteit Omschrijving Weerstandsvermogen
31-dec-24 2.131 103 2.234 31-dec-24 0,71
Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat het geraamde weerstandsvermogen voor de veiligheidsregio als geheel onvoldoende is.
Pagina 32 van 59
2.2.6 Financiële kengetallen Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000.
Toelichting financiële kengetallen: De kengetallen zijn voor VRZL minder van belang dan voor een gemeente. Dit heeft te maken met het feit dat de VRZL zelf niet de hoogte van haar eigen vermogen kan bepalen. Door het AB is op basis van de nota reserves en voorzieningen d.d. 14 oktober 2022 het besluit genomen dat de omvang van de algemene reserve van de Veiligheidsregio Zuid Limburg als onderdeel van de weerstandscapaciteit, te maximeren op 4% van de begrotingsomvang (exclusief mutaties in de reserves). Daardoor zijn de kengetallen zoals solvabiliteit en netto schuldquote nauwelijks door VRZL te beïnvloeden. Deze kengetallen zullen door het grote aandeel van het vreemd vermogen in het balanstotaal nooit een positief beeld geven. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. In 2020 zijn in het kader van de liquiditeitspositie van VRZL en voor de financiering van de investeringen langlopende leningen afgesloten. Aangezien voor het jaar 2027 nieuwbouw gepland staat van bestaande kazernes zullen we tijdig nieuwe langlopende leningen dienen af te sluiten.
Pagina 33 van 59
Na een stijging in 2020 als gevolg hiervan nemen vervolgens de vaste schulden als gevolg van aflossingen af en zijn er geen nieuwe langlopende leningen gepland. De netto schuldquote zien we dan ook procentueel vanaf 2022 dalen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio voor de komende jaren is dalende mede als gevolg van het afnemen van de reserves en voorzieningen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. In de begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen. Dit om te voorkomen dat hierdoor structurele problemen ontstaan.
2.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij tevens om het gewenste onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid ter zake. De kapitaalgoederen van VRZL concentreren zich binnen het programma Brandweerzorg. De kapitaalgoederen betreffen voertuigen, materieel en kazernes. Vervanging van kapitaalgoederen vindt plaats op basis van het meerjarige investeringsplan, op basis van wettelijke eisen of indien kwaliteitsverbetering daartoe aanleiding geeft. Een onderhoudsplan indiceert jaarlijks de kosten. Beleidskader, uitvoering en financiële consequenties In de financiële verordening is bepaald dat periodiek een actualisatie plaatsvindt van het meerjarig onderhoudsplan. Het onderhoudsplan voor de panden is in 2024 geactualiseerd. Op basis van dit onderhoudsplan is een voorziening groot onderhoud gevormd en worden de panden onderhouden. Er is een meerjarig investeringsplan opgesteld ten aanzien van de kapitaalgoederen. Op basis van het meerjarig investeringsplan zullen er vervangingsinvesteringen plaats vinden. Op basis van het geactualiseerd onderhoudsplan zijn de panden onderhouden.
De dotatie aan de voorziening groot onderhoud heeft plaatsgevonden op basis van het onderhoudsplan, de gerealiseerde onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening. In 2025 en 2026 zullen wij de uitkomsten van de bestuurlijke dialoog huisvesting verder uitwerken en zullen we ook de meerjarenonderhoudsplanningen (MJOP) van de kazernes actualiseren.
Pagina 34 van 59
2.4 FINANCIERING De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht geven in het Treasury beleid en de beheersing van de financiële risico’s. Het Treasury beleid van VRZL is gericht op het zo optimaal mogelijk financieren van de publieke taak, waarbij beperking van de financiële risico’s centraal staat. Deze financieringsparagraaf en het Treasurystatuut zijn belangrijke instrumenten voor transparantie in de financieringsfunctie. Ingevolge de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) moet de Veiligheidsregio beschikken over een Treasurystatuut. Op 27 maart 2014 is het Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg vastgesteld. Voor een actueel overzicht van de aangegane langlopende leningen verwijzen we naar het overzicht van de langlopende geldleningen. De bestuurlijke dialoog huisvesting kan met zich meebrengen dat we in de jaren 2024 en 2025 langlopende leningen gaan aantrekken, vooruitlopend op de invulling van het huisvestingsbeleid en de op dit moment geldende lage rentestand voor het aantrekken van leningen om zo de rentelast zo goed als mogelijk in te perken. Aangezien voor het jaar 2027 nieuwbouw gepland staat van bestaande kazernes zullen we tijdig nieuwe langlopende leningen afsluiten. 2.4.1 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer.
Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald door een ministerieel vastgesteld percentage (8,2%) van de totale omvang van de begroting (lasten). Hiermee wordt de maximale hoogte aangegeven van de kort aan te trekken middelen. VRZL kent geen overschrijding van de kasgeldlimiet.
2.4.2 Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt verspreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering.
Pagina 35 van 59
De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal komt daarbij in de plaats van de totale vaste schuld. De renterisiconorm heeft betrekking op uitsluitend het begrotingsjaar. VRZL kent geen overschrijding van de risiconorm waardoor renteschokken weinig tot geen effect hebben op de begroting en jaarrekening. Hieronder wordt de renterisiconorm (modelstaat B) weergegeven.
2.4.3 Renteschema
Pagina 36 van 59
Liquiditeitenbeheer In 2024 waren er bij VRZL voldoende liquiditeiten. De verwachting is dat dit ook voor 2025 en 2026 zo zal zijn. Vaste geldleningen Ultimo 2024 had VRZL negen langlopende geldleningen met een totale waarde van € 25,4 miljoen. Voor een uitgebreide toelichting op deze leningen, wordt verwezen naar het bijgevoegd overzicht van langlopende geldleningen. Schatkistbankieren Aangezien de VRZL geen contracten en/of beleggingen heeft die na 4 juni 2012 zijn aangegaan, heeft de VRZL geen nadelige consequenties hiervan ondervonden. Op grond van de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden zijn openbare lichamen verplicht om hun overtollige liquiditeit aan te houden in de schatkist bij het rijk. Deze regeling is ingesteld met als doel dat de totale gerapporteerde EMU-schuld van Nederland lager is. Vorenstaande is van belang in relatie tot de door de Europese Unie gestelde maximum EMU-schuld van 60% van het BBP. Voor de omvang van de op bankrekeningen van VRZL aan te houden liquide middelen geldt het drempelbedrag uit de hiervoor genoemde regeling. Elk kwartaal dient het gemiddelde saldo van de bankrekeningen van de organisatie te worden berekend. Indien dit saldo het drempelbedrag overschrijdt, moet het meerdere gestort worden in de schatkist bij het rijk.
Het drempelbedrag bedraagt bij een begrotingstotaal tot € 500 miljoen, hetgeen voor VRZL van toepassing is, 0,75% van het begrotingstotaal. Uit een evaluatie van de regeling is gebleken dat het huidige drempelbedrag te krap is. Voor decentrale overheden met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren derhalve per 1 juli 2021 verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een absoluut minimum van € 1 miljoen.
Pagina 37 van 59
EMU-saldo Om deel te kunnen nemen aan de Economische Monetaire Unie (EMU) moeten aangesloten landen onder meer voldoen aan het criterium dat de overheidsschuld (EMU-schuld) lager moet zijn dan 60% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Tevens moet het begrotingstekort (EMU-saldo) lager zijn dan 3% van het BBP. Het EMU-saldo wordt berekend op kasbasis, terwijl VRZL zelf met het stelsel van baten en lasten werkt en op basis daarvan ook haar saldo bepaalt. Deze saldi kunnen dan ook sterk uiteenlopen. Dat VRZL toch het EMUsaldo moet presenteren heeft te maken met de afspraken in Europa over de maximaal toegestane tekorten in de collectieve sector in de landen van de euro. Ook de EMU-saldi van de decentrale overheden tellen daarbij mee. Het EMU- saldo wordt nu nog centraal doorgegeven aan het CBS en telt nog niet mee bij de afzonderlijke gemeenten.
Pagina 38 van 59
2.5 BEDRIJFSVOERING In deze paragraaf worden de beleidsvoornemens betreffende de volgende onderwerpen behandeld: • Investeringsbeleid • Organisatiestructuur • Financiële rechtmatigheidsverantwoording • Informatisering en automatisering 2.5.1 Wie zijn wij? Waar de programma’s brandweerzorg en C&R invulling geven aan de primaire processen, geeft bedrijfsvoering invulling aan de ondersteunende processen. Bedrijfsvoering is een belangrijke partner van de programma’s en draagt bij aan de professionaliteit van de organisatie. Bedrijfsvoering staat ten dienste van de primaire processen met betrekking tot brandweerzorg en C&R en levert gevraagd en ongevraagd advies om deze processen te bevorderen en te verbeteren. Daarnaast heeft bedrijfsvoering (eigen) expertise die van belang is bij het uitzetten van de koers voor de lange(re) termijn. Denk hierbij onder andere aan het vormen van beleid en het aanleveren van relevante en betrouwbare managementinformatie aan de hand waarvan de organisatie (bij)gestuurd kan worden. Binnen bedrijfsvoering kennen wij de onderstaande teams: • Personeel en Organisatieontwikkeling (P & O) • ICT • Facilities • Bestuurs- en Directieondersteuning (BDO) • Financiën en Inkoop (F & I) Concern-control heeft een brede scope en is primair op directie en bestuur gericht. Concern control is onder directe aansturing van de directeur van VRZL geplaatst.
De concern controller heeft een onafhankelijke positie die hem in staat stelt direct aan het dagelijks bestuur te rapporteren. Investeringsbeleid Voor 2026 en volgende jaren staan investeringen gepland conform het Meerjareninvesteringsplan dat onderdeel is van de begroting. Organisatiestructuur De volgende onderdelen worden benoemd: • Bestuur: Conform de wettelijke bepaling in de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat de bestuursstructuur uit een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft middels een bestuursovereenkomst de uitvoering van de taken overgedragen aan de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Het Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg blijft eindverantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de taken. • Directie: De directie bestaat in 2025 uit twee leden en is gezamenlijk verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en het beheer van de organisatie en legt hiervoor verantwoording af aan het dagelijks bestuur. Daarbij heeft de directeur de eindverantwoordelijkheid • Programmalijnen: Onder de directie vallen drie programmalijnen, namelijk het programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding, het programma Brandweerzorg en het programma Bedrijfsvoering.
Pagina 39 van 59
Financiële rechtmatigheidsverantwoording Het interne controleplan zal er ook in 2026 er op gericht zijn dat er een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven kan worden Informatisering en automatisering In verband met de implementatie van de BIO-norm inzake informatiebeveiliging zien wij een sterke stijging van de structurele kosten op ons af komen. Veel is echter ook nog onzeker. Het benodigde niveau van informatiebeveiliging is nog onderwerp van landelijke discussie, evenals in welke mate we dit samen met andere veiligheidsregio’s kunnen organiseren. Tot slot is nog niet bekend of we vanuit het Rijk een extra bijdrage gaan ontvangen voor dit onderwerp. 2.5.2 Wat willen we bereiken? Bedrijfsvoering wil vanuit vakmanschap en betrokkenheid de verbindende partner zijn in het voeren van het bedrijf. Wij leveren proactief de juiste producten en diensten gericht op permanente verbetering.
We doen dat gestructureerd als één programma en op basis van drie pijlers: • Ontwikkeling: beleid, projecten en advies • Regievoering: Planning & Control en besluitvormingsproces • Dienstverlening: zowel aan leidinggevenden alsook aan gebruikers We helpen, ondersteunen en adviseren de primaire programma’s om het geheel van personele, financiële en materiële middelen duurzaam efficiënt en effectief in te zetten om de rol en positie van maatschappelijk verbonden partner in het veiligheidsveld te kunnen blijven invullen. Daarnaast hebben we eigen taken en verantwoordelijkheden. De benoemde drie pijlers zullen gedurende de komende jaren verder doorontwikkeld worden. Kwaliteitszorg Waar Kwaliteitszorg tot en met 2023 alleen bij het programma C&R een expliciet onderdeel is geweest, is vanaf 2024 ingezet om Kwaliteitszorg een organisatie breed onderdeel te maken. Dit wordt gecontinueerd in 2026. 2.5.3 Wat gaan we daarvoor doen? VRZL heeft de afgelopen jaren grote ontwikkelingen doorgemaakt op het gebied van organisatievorm en de omvang van het takenpakket. De beheersing daarvan en daarmee van het behoud van de samenhang op organisatieniveau vraagt om voortdurende aandacht. Dat is geen ongewone opgave.
Net als alle overheidsorganisaties in Nederland richten ook wij ons de komende periode op bedrijfsvoeringsprocessen zoals kostenbeheersing, informatiemanagement, informatieveiligheid, relatiemanagement en innovatiekracht. Hieronder belichten we een aantal specifieke thema’s. Bedrijfsvoering algemeen Bedrijfsvoering kent één bedrijfsvoeringsfilosofie. Deze filosofie geeft antwoord op de vraag: Hoe willen we de dienstverlening met en naar de andere programma’s efficiënter vormgeven? In samenspraak met de programma’s Brandweerzorg en C&R is deze filosofie opgesteld die de komende jaren in- en uitgevoerd wordt. Bij de doorontwikkeling van de bedrijfsvoeringsfilosofie is de samenwerking met de primaire programma’s van belang. De behoeftestelling vanuit die primaire programma’s in combinatie met de expertise binnen de bedrijfsvoering teams maakt dat de organisatie in de gewenste richting kan door ontwikkelen. Een richting waarbij we in gezamenlijkheid invulling geven aan de (be)sturende en ondersteunende processen.
Pagina 40 van 59
Team Personeel en Organisatie (P & O) Mentale Veerkracht In 2025 wordt nadrukkelijk ingezet op het thema: Mentale Veerkracht. In 2025 wordt de gehele organisatie een training aangeboden aangaande dit onderwerp. In 2026 vindt herhaling en monitoring hierop plaats. Dit in het teken van een wendbare, vitale en veerkrachtige organisatie, waarin medewerkers in hun kracht staan en bestand zijn tegen benodigde inzet bij langdurige crisis. Strategische personeelsplanning In 2023 is strategische personeelsplanning nieuw leven ingeblazen. SPP kent een cyclus van 3 jaar. Dat wil zeggen dat eens in de 3 jaar een analyse wordt gedaan van het gewenste personeelsbestand (bepaald door in- en externe ontwikkelingen die de organisatie gaan raken) t.o.v. het zittende personeelsbestand en het bepalen van speerpunten om deze GAP te beperken. De in 2023 benoemde speerpunten zijn in een periode van 3 jaar (2024/2025/2026) opgepakt en behandeld. Zo borgt VRZL dat de ambities van de organisatie met de uitdagingen die op ons afkomen verbonden worden. In 2026 zullen de voorbereidingen worden getroffen voor een nieuwe cyclus van 3 jaar. Organisatie ontwikkeling VRZL kent een aantal organisatie ontwikkelingen (waar onder team overstijgende werkzaamheden, ICT ontwikkelingen). Deze ontwikkelingen vragen om een herijking van de organisatie en organisatie documenten.
Dit is van belang om een toekomstbestendige organisatie te kunnen blijven. Bedrijfsvoering pakket Het nieuwe bedrijfsvoering pakket is een integraal ERP pakket ter vervanging van het bestaande HRM pakket. Naast de processen van Financiën en Inkoop zijn per 2025 ook de P&O processen ingeregeld in het nieuwe ERP systeem. Dit systeem is zodoende toepasbaar voor de gehele bedrijfsvoering. In 2026 zal een verdere verbetering en uitbreiding van de processen in dit systeem worden opgepakt. Team ICT Team ICT faciliteert de organisatie in de breedste zin van het woord. Zonder onze overige ambities tekort te willen doen, zijn er twee onderwerpen die de komende jaren extra aandacht verdienen: 1.
Informatieveiligheid: Door het toenemende aantal digitale aanvallen en datalekken vragen ook veiligheidsregio’s zich af hoe het is gesteld met hun eigen veiligheid en die van hun stakeholders. Gebrek aan overzicht binnen de afzonderlijke regio’s maar ook landelijk heeft ertoe geleid dat de afzonderlijke veiligheidsregio’s samen de informatiebeveiliging hebben verhoogd. Het referentiekader is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit is ook het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen. De BIO heeft vijf niveaus, waarbij één het laagste en vijf het hoogste niveau is. Alle 25 veiligheidsregio’s hebben in 2021 ingestemd met een inspanningsverplichting om niveau vier te bereiken voor 1 januari 2023. Redelijk snel werd al duidelijk dat dit voornemen niet realistisch was. Ook VRZL voldoet op dit moment niet aan BIO-niveau vier. Uit een analyse blijkt dat er nog veel werk aan de winkel is. Omdat BIO-niveau vier vraagt om een goed ingericht meetbaar stelsel, waarbij de gehele PCDA- of Plan-, Do-, Check-, Act-cyclus is doorlopen voor alle organisatieprocessen waarop de BIO-maatregelen zijn getoetst.
Pagina 41 van 59
Binnen VRZL zijn steeds meer bedrijfsprocessen uitgeschreven en geactualiseerd. De directie heeft de aandacht eerst gericht op de kritische processen. Deze zijn gerealiseerd. Ook wordt er in 2025 de focus gelegd op een geactualiseerde informatie visie inclusief bijhorend beleid en actieplan. Eén van de ambities voor 2025 zijn de ISO 27001 certificering. Hiermee worden meteen de BIO maatregelen gerealiseerd en wordt de organisatie ook klaar gestoomd om de aankomende NIS2 verplichting (die een iets andere invulling zal krijgen voor de veiligheidsregio’s) snel te kunnen realiseren. Informatie is een groot en waardevol goed binnen onze organisatie. 2.
Digitale werkplek: Door keuzes in het verleden is er nu sprake van twee omgevingen (BRWZL en VRZL) die beide door een andere dienstverlener worden aangeboden. Dit maakt het lastig voor de organisatie om bijvoorbeeld documenten te delen, elkaars agenda’s in te zien en binnen één applicatielandschap met elkaar samen te werken. In 2025 zal de gehele organisatie gebruik gaan maken van één digitale werkplek. Een werkplek die voldoet aan de laatste ontwikkelingen. Afgelopen jaar is er bestuurlijk uitvoerig gesproken over de dienstverlening van deze omgeving. Besloten is dat Solido onze dienstverlener zal blijven waarbij VRZL meer in regie komt. Dicht bij de eindgebruikers staan middels ICT ondersteuning is hier één van de pijlers van. Daarnaast zal de transitie van papier naar digitaal hier ook in een versnelling komen. Gezien de impact voor de ICT organisatie spreken wij in 2025 dan ook niet van een migratie traject maar een transformatie traject.
Team Facilities Team Facilities faciliteert de organisatie in de breedste zin van het woord. Functionele huisvesting en bijbehorende facilitaire ondersteuning zijn belangrijke randvoorwaarden om onze doelstellingen te realiseren. Zonder onze overige ambities tekort te willen doen, is met name huisvesting een onderwerp dat de komende jaren extra aandacht verdiend: 1.
Huisvesting: Huisvesting bestaat binnen de context van dit meerjarenbeleidsplan uit twee delen. Allereerst is er de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de organisatie. 26 kazernes, het Centrum voor Vakmanschap (CVV) en het Meld- en Coördinatiecentrum in Maastricht zorgen voor voldoende dynamiek in de huisvestingswerkzaamheden. De uitkomst van de bestuurlijke dialoog rondom huisvesting brengt straks veranderingen teweeg. Begin Q3 2025 Eind 2024 wordt er besluitvorming verwacht in deze bestuurlijke dialoog waarbij er een focus ligt op het eigenaarschap en duurzaamheid van al het vastgoed zijnde in gebruik door VRZL. Vanuit de bestuurlijke opdracht zijn twee paden uitgelopen. Enerzijds het in eigendom krijgen van het vastgoed, met als startpunt 2027. Anderzijds het uniformeren van de huidige huurcontracten. Met als doel om vanaf 2026 deze huurcontracten te hanteren. De haalbaarheidsstudies voor kazerne Heerlen en Kerkrade zijn in 2024 afgerond. Vanaf 2025 zal verder gewerkt worden aan het ontwerp en verdere verloop van het nieuwbouwproces. Dit alles met als doel om in 2027 de kazernes operationeel te kunnen maken. Tevens is kazerne Gulpen onder de aandacht. In 2025 zal de haalbaarheidsstudie afgerond worden waarna het verdere proces ook opgestart zal worden. De nieuwbouwkazernes zullen allen in lijn zijn met het nieuwe huisvestingsbeleid.
Kernwoorden in deze zijn; duurzaamheid, flexibel, functioneel en uniformiteit. De uniformiteit wordt verder en verder uitgewerkt en vastgelegd.
Pagina 42 van 59
Team Bestuurs- en Directieondersteuning (BDO) Team BDO ondersteunt in brede zin ons bestuur en de directie. Een mooi resultaat van de afgelopen jaren is de verbeterde planning-en-control cyclus. Hieraan wordt verder gewerkt in 2025 o.a. door te investeren in de zgn. kwartaalgesprekken die een belangrijke rol spelen in de verbetering van de planning-en-control cyclus. In 2025 en 2026 wordt verder gewerkt aan de implementatie van de Wet open overheid, waarbij enerzijds procedures voor binnenkomende informatieverzoeken zijn gestroomlijnd. Anderzijds en in navolging van landelijke ontwikkelingen, wordt werk gemaakt van het uit eigen beweging openbaar maken van aangewezen categorieën informatie. De nieuwe website VRZL zal hiervoor het platform bieden. Verbeterde informatievoorziening van- en- naar landelijk, regionaal en intern niveau blijft voor BDO ook in 2025 en -26 een aandachtspunt. Te denken valt hierbij aan het goed ophalen en overbrengen van de positie van VRZL op het landelijke toneel (richting ministerie, Veiligheidsberaad etc.), de communicatieve- en procesmatige begeleiding van regionale dossiers (o.a. bestuurlijke dialoog huisvesting, Risk Factory) en het intern beschikbaar stellen van besluitvorming op duidelijke wijze. Communicatie: Los van wat is beschreven is onder risico- en crisiscommunicatie heeft ook communicatie volop ambities.
Het communicatieteam begeleidt tevens de corporate communicatie (over de ‘merken’ Veiligheidsregio ZuidLimburg en Brandweer Zuid-Limburg) en de interne communicatie over ontwikkelingen en processen binnen de gehele organisatie. Voorbeelden zijn de totstandkoming van publieksvriendelijke jaarverslagen, stukken en rapporten en de deelname in samenwerkingsprojecten zoals Samen veilig rondom Chemelot. Ook bewaakt het team de toegankelijkheid (websites en socials) en uniformiteit van de diverse communicatie-uitingen. Team Financiën en Inkoop (F & I) Het team F&I gaat zich de komende jaren verder door ontwikkelen van financial control naar business control. Hierdoor zullen we vanuit de bedrijfsvoering in staat zijn nog beter ondersteuning te bieden aan de programma’s C&R en Brandweerzorg. Centraal in deze doorontwikkeling staat de verdere implementatie en monitoring van het A3 model binnen onze organisatie. In 2023 en 2024 heeft de Veiligheidsregio Zuid Limburg een nieuw ERP systeem geïmplementeerd. Het jaar 2025 en 2026 zal in het teken staan van verdere doorontwikkeling en zal de nadruk komen te liggen op de doorontwikkeling van dashboards om de organisatie te voorzien van realtime stuurinformatie. Ook zullen we onderzoeken of andere organisatieonderdelen naast P&O en F&I nog beter geïntegreerd kunnen worden in het nieuwe ERP systeem.
Vanaf boekjaar 2023 is het bestuur verplicht een financiële rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening. De inrichting van de interne controle om dit mogelijk te maken zal de komende periode ook weer verder worden vormgegeven en doorontwikkeld. Zo willen we de komende jaren de doorontwikkeling maken van een financiële rechtmatigheidsverantwoording naar een In control Statement (ICS) welke veel verder gaat dan financiële rechtmatigheid. Kwaliteitszorg In de huidige beleidsperiode 2024-2027 zijn onze ambities op het gebied van kwaliteitszorg en lerend vermogen: • Voorbereiding, uitvoering en opvolging van de nieuwe visitatie. • Volgen, participeren in en opvolgen van landelijke ontwikkelingen op kwaliteitsgebied, zoals de totstandkoming van een landelijk, uniform kwaliteitszorgsysteem. • Invoering van procesgericht werken.
Pagina 43 van 59
•
Uitbreiding van de aanpak en ondersteuning bij evaluaties van niet-incidenten, zoals een beleids- of procesevaluatie.
2.5.4 Wat gaat het kosten?
Pagina 44 van 59
2.6 VERBONDEN PARTIJEN Definitie Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin de gemeenschappelijke regeling zowel bestuurlijk als financieel een belang heeft. VRZL is een samenwerkingsverband op grond van de Wet veiligheidsregio’s, waaraan de 16 Zuid-Limburgse gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd zijn. Lijst van verbonden partijen De Veiligheidsregio Zuid-Limburg participeert in de gemeenschappelijke regeling ICT Parkstad-IT als verbonden partij. Verbonden partij Belang Doel GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke · Bestuurlijk verbonden via Het leveren van ICTregeling ICT Parkstad-IT het algemeen bestuur van basisvoorziening d.m.v. technisch beheer. de Gemeenschappelijke Regeling. · Financieel verbonden via de bijdrage in de gemeenschappelijke kosten voor circa € 1,0 miljoen op jaarbasis.
Ontwikkelingen VRZL neemt vanaf 2015 deel aan deze regeling en draagt naar rato van de afname van ICT-diensten bij aan de kosten van de gemeenschappelijke regeling ICT ter ondersteuning van de bedrijfsvoering.
Deze kosten betreffen: • Kosten van accounts en werkplekken • Kosten van opslag Overige diensten worden afgerekend op basis van overeenkomst.
VRZL heeft aangegeven het voornemen te hebben om deelnemer te blijven binnen de gemeenschappelijke regeling Solido (Parkstad-IT) waarbij: -
-
Autonomie cruciaal is. VRZL moet de vrijheid hebben om eigen keuzes te kunnen maken in de ICTdienstverlening richting de organisatie. Geopolitieke ontwikkelingen dragen sterk bij aan deze behoefte. Ook is gebleken dat VRZL andere functionele behoefte alsook wettelijke verplichtingen heeft dan diverse andere deelnemers. Een eigen gescheiden omgeving is dan ook een vereiste. Inspraak, momenteel laten de statuten nog beperkt ruimte voor deelnemers niet zijnde gemeenten. Denk hierbij aan de stemverdeling. Dit zal ook verder uitgewerkt dienen te worden en vastgelegd te worden in geactualiseerde statuten. Financieel dient er een transparantie en eerlijke manier van verrekening plaats te vinden. Hierbij mag er zeker gewerkt worden vanuit een gemeenschappelijke gedachte en gedragenheid maar wel binnen alle redelijkheid. Er lopen reeds diverse constructieve gesprekken en naar verwachting zal einde Q2 dan ook een definitief akkoord in de bestuurlijke governance plaatsvinden.
Vanuit financieel perspectief zijn de volgende cijfers relevant:
Pagina 45 van 59
Verbonden partij GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke regeling ICT Parkstad-IT Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwacht resultaat Risico’s
31 december 2021
31 december 2022
Parkstad-IT functioneert zonder winstoogmerk. De kosten worden naar rato van afname van de dienstverlening verdeeld over de deelnemers.
-
De bijdrage van de deelnemers op rekeningbasis is gelijk aan de geraamde bijdrage tenzij het resultaat in de jaarrekening van PIT met meer dan€ 250.000 afwijkt. In dat geval vindt verrekening met de deelnemers naar rato plaats. Resultaten binnen de bandbreedte van € 250.000, positief of negatief, lopen via de balans over naar een volgend exploitatiejaar. De bijdrage aan PIT wordt jaarlijks in de begroting van de VRZL geraamd.
Overige aspecten samenwerking Naast de verbonden partijen, zijn de volgende zaken van belang. • Met de Politie is een convenant afgesloten waarin afspraken over de bijdrage van de politie aan de gezamenlijke risicobeheersing, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding staan benoemd; • In 2013 is met de colleges van de deelnemende gemeenten een overeenkomst gesloten waarin de taakoverdracht is geregeld rondom bevolkingszorg (voorbereiding en coördinatie). Deze is in 2023 geactualiseerd en opnieuw bestuurlijk bekrachtigd.; • Verder is er een overeenkomst tot levering van diensten met Chemelot/Sitech. Dit betreft een samenwerking op het gebied van ongevalsbestrijding met gevaarlijke stoffen (gaspakkeninzet en schuimblussing). Door deze overeenkomst (per 1-1-2014) wordt voldaan aan de Wet veiligheidsregio’s. In de afgelopen periode is binnen die samenwerking onder meer een gezamenlijk Drone-team ingericht en onderzoeken wij verdere mogelijkheden ten aanzien van digitale verkenning. • In 2022 is het startsein gegeven voor de meerjarige campagne Samen Veilig Rondom Chemelot. Onder deze benaming laten Chemelot, VRZL, gemeente Beek, gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, provincie Limburg, brandweer, GGD Zuid Limburg en politie de komende jaren zien wat de risico’s zijn van wonen in de omgeving van een chemisch industrieterrein.
En wat Chemelot, overheden en hulpdiensten doen om die risico’s te beperken. Ook is er uitgebreide aandacht voor wat omwonenden zelf kunnen doen bij incidenten. De veiligheidsbeleving van omwonenden verschilt van die van de bovengenoemde partijen. Daarom wordt de communicatie-inhoud in lijn gebracht met de communicatiebehoeften van specifiek omwonenden.
Pagina 46 van 59
2.7 WET OPEN OVERHEID De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 (deels) in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden en semi-overheden transparanter te maken om zo het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter te dienen. De wet wil bereiken dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Naast de Woo is er sprake van ‘aanpalende’ informatiewetgeving, reeds geldend of in behandeling, zoals de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de Archiefwet. De Woo (en andere i-wetten) brengt voor de veiligheidsregio een aantal verplichtingen met zich mee die zowel een juridische en technische opgave zijn, maar ook nopen tot een cultuurverandering. Met de implementatie van deze wetgeving hangen een aantal andere discussies/opgaven samen zoals het invoeren van elektronische handtekeningen, anonimiseren in openbaar te maken documenten en digitaal toegankelijk maken van documenten. Voor 2025 en 2026 volgt VRZL de vereisten die de Woo stelt, door de wettelijke fasering van de Woo te volgen, zoals actieve openbaarmaking van informatie op het landelijke Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) wanneer het Rijk dit gereed heeft.