16. Bijlage 1 Concept begroting 2026 VRZL
Tekst van het document
Pagina 47 van 59
DEEL B – FINANCIËLE BEGROTING
Pagina 48 van 59
3.1 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN FINANCIËLE BEGROTING Bestaand beleid Het uitgangspunt van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2026-2028 is bestaand beleid. Voor deze uitgangspunten gelden de volgende kwaliteitseisen: • De uitgangspunten dienen een voldoende realiteitsgehalte te hebben; • De uitgangspunten die het begrotingsresultaat bepalen worden zoveel als mogelijk consequent toegepast; • Beoogd wordt een zo goed mogelijk inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de begrotingsresultaten van de opeenvolgende jaren. • Begrotingswijzigingen die in 2024 zijn goedgekeurd door AB zijn hier meegenomen. • Geen rekening gehouden met CNO en Oekraïne Autonome ontwikkelingen: • Lopend beleid wordt voortgezet; het MJB 2024-2027 is vastgesteld en heeft daarin een plek. • Er is slechts rekening gehouden met wijzigingen waarop de VRZL geen invloed of weinig keuze heeft; • De Begroting 2026 is opgebouwd vanuit het bestaande, geaccordeerde, beleid. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt van de integrale afweging, waarbij het Algemeen Bestuur, indien van toepassing na zienswijze van de gemeenteraden, het nieuwe beleid vaststelt. Algemene uitgangspunten Voor de begroting 2026 geldt onderstaande programma indeling; 1. Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding 2. Programma Brandweerzorg 3.
Programma bedrijfsvoering Financieel beleid Overeenkomstig de Gemeentewet dient de VRZL te beschikken over een structureel sluitende begroting, dan wel zal de meerjarenraming een financieel evenwicht moeten laten zien. Voor zover hier geen sprake van is, zal de VRZL onder preventief toezicht komen te staan van de provincie. De algemene uitgangspunten van het te volgen financieel beleid die van toepassing zijn op de begroting 2026 luiden als volgt: • Wij streven naar een evenwichtige financiële situatie. De financiële kengetallen, zoals in de begroting worden opgenomen, geven daarbij inzicht in de financiële ontwikkelingen; • De VRZL streeft naar een begroting welke structureel en reëel in evenwicht is en waarbij elke jaarschijf tenminste sluitend is. Beleidsindicatoren De beleidsindicatoren uit het Besluit Begroting en Verantwoording, zoals u die voor de gemeente kent, zijn niet van toepassing op de inhoudelijke taken van VRZL. Over de belangrijkste indicatoren op dit gebied wordt periodiek verantwoording afgelegd aan het bestuur van VRZL en deze zijn ook onderdeel van het jaaroverzicht 2026, financiële parameters begroting 2026 en meerjarenraming 2026-2028.
Pagina 49 van 59
Financiële uitgangspunten • • •
• • •
•
• • • • • • •
• •
De VZRL stelt jaarlijks een begroting op conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) gemeenten. Het begrotingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december. Er wordt jaarlijks een begroting opgesteld met daarin vermeld de inkomsten en uitgaven voor het komend boekjaar, welke is voorzien van een toelichting en de nodige specificaties, waaronder overzichten van de ramingen van bijdragen van de gemeenten en van de opbrengsten van de verrichtingen die op tariefbasis aan de gemeenten en derden in rekening worden gebracht. Bij het opstellen van de(concept) begroting wordt gebruik gemaakt van indexcijfers zoals die door het Centraal Planbureau worden gepubliceerd in de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september van het jaar voorafgaand aan de begroting 2026. Een herrekening van de index zal plaatsvinden op basis van de indexcijfers zoals die door het Centraal Planbureau worden gepubliceerd in de CPB Kerngegevenstabel MEV met als peildatum september, in het 4e kwartaal van het lopende jaar en kennen een structureel karakter voor volgende jaren. In het AB VRZL van 16 april 2021 is de systeemafspraak gemaakt dat - op basis van de notitie Herijking indexering - nacalculatie blijft plaatsvinden, op basis van de CPB Kerngegevenstabel MEV met peildatum september, en dat deze nacalculatie al voor afloop van het boekjaar (in de maand oktober) verrekend wordt.
Tevens vindt dan voor aanvang van de het nieuwe begrotingsjaar een bijstelling van de komende begroting plaats. De bestuurlijke afspraken met betrekking tot toepassing van de index maken onderdeel uit van de begroting VRZL, en zijn tevens benoemd in de financiële uitgangspunten van de begroting, die voor zienswijze aan de gemeenteraden wordt aangeboden en vervolgens door het AB wordt vastgesteld. Van de indexpercentages voor loon en materieel wordt een gemiddelde index berekend op basis waarvan de opbrengsten c.q. de gemeentelijke bijdrage zal worden geïndexeerd. Dit gemiddelde wordt berekend op basis van de volgende verhouding tussen de loonkosten en de materiële kosten: 2/3 loonkosten – 1/3 prijzen. De indexering vindt plaats op de bijdrage deelnemende gemeenten VRZL regulier en op de bijdrage deelnemende gemeenten VRZL FLO. Voor de FLO geldt alleen de loonindex. VRZL houdt rekening met een voorcalculatorische afrekening index voor het jaar T-1. De begroting wordt op hoofdproductniveau opgesteld. Vaststelling van de begroting door het Algemeen Bestuur gebeurt op programmaniveau waarbij de productbegroting ter informatie is toegevoegd. VRZL gebruikt voor de meerjarenraming de indexcijfers voortkomend uit de CPB Kerngegevenstabel MEV. Per 1 januari 2025 is de GHOR onderdeel geworden van VRZL.
De bijdrage GHOR door deelnemende gemeenten wordt vanaf die datum door VRZL aan deelnemende gemeenten gefactureerd conform de systematiek die is vastgesteld en in het verleden door de GGD is gehanteerd. In de begroting 2026 en de meerjarenbegroting zijn de effecten vanuit de bezuinigingsopdracht die het bestuur van VRZL heeft gegeven nog niet meegenomen in afwachting van besluitvorming van het AB na afloop van het zienswijzetraject. Na besluitvorming zullen deze meegenomen worden door middel van een begrotingswijziging. De financiële effecten van de “Toekomstbestendige huisvesting brandweerkazernes VRZL zijn in deze begroting niet meegenomen in afwachting van besluitvorming van het AB in juli 2025. In het hoofdlijnenakkoord dat het kabinet in 2024 heeft gesloten, is een bezuiniging opgenomen van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) voor de veiligheidsregio’s. Deze bezuiniging is nog onderwerp van gesprek tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota. Hoewel VRZL er van uitgaat dat de bezuiniging gehandhaafd blijft is dit vooralsnog niet meegenomen in deze begroting in afwachting van de definitieve Voorjaarsnota.
Autonome ontwikkelingen met een financiële impact op VRZL Vanuit de risicoanalyse die door VRZL gemaakt is komen onderstaande autonome ontwikkelingen naar voren die een forse financiële impact kennen op VRZL. Deze autonome ontwikkelingen zijn: • •
CAO lonen 2025 PTSS
Pagina 50 van 59
• • •
PFAS Bezuiniging BDuR gelden 10% (met ingang van 2026) Aanwijzing VRZL als onderdeel van de vitale infrastructuur
3.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN
Pagina 51 van 59
3.3 UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE Voor de financiële positie is het van belang inzicht te hebben in de meerjarige ontwikkeling van de balansen.
3.4 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Hieronder zijn voor de taakvelden die voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg relevant zijn de baten en lasten weergegeven. Alle bedragen x € 1.000.
Pagina 52 van 59
3.5 OVERZICHT VAN BIJDRAGEN GEMEENTE
Pagina 53 van 59
3.6 OVERZICHT VAN BIJDRAGEN PER DEELNEMENDE GEMEENTE 2026-2029
Pagina 54 van 59
3.7 STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN (X € 1.000)
Pagina 55 van 59
3.8 GELDLENINGEN
Pagina 56 van 59
3.9 MEERJARENINVESTERINGSPLAN EN KAPITAALLASTEN (MIP) Meerjareninvesteringsplan 2025 - 2029:
Pagina 57 van 59
Kapitaallasten 2026 – 2029:
Pagina 58 van 59
3.10 RECAPITULATIE STRUCTUREEL EN REËEL EVENWICHT BEGROTING 2026-2029
Pagina 59 van 59