CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Bijlage 1 Concept begroting 2026 VRZL

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-18 Financiële stukken GR Veiligheidsregio Zuid-Limburg18.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2026

Begroting 2026 VRZL

Pagina 1 van 59

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD .................................................................................................................................................. 3 DEEL A – BELEIDSBEGROTING .................................................................................................................... 4 1 1.1 1.2 1.3

PROGRAMMAPLAN ........................................................................................................................... 5 Concern .............................................................................................................................................. 5 Crisisbeheersing en rampenbestrijding .......................................................................................... 9 Brandweerzorg ................................................................................................................................. 19

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

PARAGRAFEN .................................................................................................................................. 25 Algemeen .......................................................................................................................................... 25 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................. 25 Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................................................... 34 Financiering ...................................................................................................................................... 35 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................. 39 Verbonden partijen .......................................................................................................................... 45 Wet open overheid ........................................................................................................................... 47

DEEL B – FINANCIËLE BEGROTING ........................................................................................................... 48 3.1 Algemene uitgangspunten financiële begroting ........................................................................... 49 3.2 Overzicht van baten en lasten ........................................................................................................ 51 3.3 Uiteenzetting van de financiële positie .......................................................................................... 52 3.4 Overzicht baten en lasten per taakveld ......................................................................................... 52 3.5 Overzicht van bijdragen gemeente ................................................................................................ 53 3.6 Overzicht van bijdragen per deelnemende gemeente 2026-2029 ................................................ 54 3.7 Staat van reserves en voorzieningen (x € 1.000) .......................................................................... 55 3.8 Geldleningen .................................................................................................................................... 56 3.9 Meerjareninvesteringsplan en kapitaallasten (MIP) ......................................................................

57 3.10 Recapitulatie structureel en reëel evenwicht begroting 2026-2029 ............................................ 59

Pagina 2 van 59

VOORWOORD

Voor u ligt de begroting 2026 van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL), met een doorkijk naar de jaren 2026-2028. In de begroting 2026 zijn geen majeure beleidswijzigingen aangebracht. Het betreft een begroting die in het teken staat van de verdere implementatie van het vastgestelde beleid “een solide basis voor de toekomst ”. Het schrijven van dit voorwoord is complex. Enerzijds gaat het over het zogenaamde Ravijnjaar waarbij gemeenten geconfronteerd worden met een herverdeling van de bijdragen uit het gemeentefonds en daardoor minder middelen beschikbaar zullen hebben. Anderzijds wordt er op dit moment (maart 2025) ook volop naar de veiligheidsregio’s gekeken inzake een grotere rol bij het bevorderen van maatschappelijke weerbaarheid, zelfredzaamheid en het inrichten van noodhulppunten. Frappant daarbij is dat het Rijk onbedoeld een korting van 10% op de BDUR-middelen heeft aangekondigd. Dat moet in de voorjaarsnota gerepareerd worden maar die is nu nog niet bekend. In financiële zin zijn er dus veel zaken die “in beweging” zijn en dat is complex als je een begroting moet maken. De BDUR middelen die we krijgen zetten we in voor het toekomstgericht verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak in de breedte van onze organisatie. Daarbij zijn ook doelstellingen geformuleerd door het Rijk.

Mocht de 10% bezuiniging doorgang vinden dan zullen we, samen met ons bestuur, bezien welke van de geformuleerde doelstellingen van het Rijk bijgesteld worden. De afspraak met het bestuur is gemaakt dat een vermindering van de BDUR niet mag leiden tot verhoging van de gemeentelijke bijdragen. Voor wat betreft de gemeentelijke bijdragen heeft VRZL van haar Bestuur de opdracht gekregen om te kijken wat de bijdrage aan de gemeentelijke uitdagingen in het Ravijnjaar zou kunnen zijn. Daarbij is afgesproken dat er geen takendiscussie gevoerd zal worden maar op basis van efficiëntere bedrijfsvoering bezuinigingen gerealiseerd worden. Voorstellen daartoe zijn in een apart document aangereikt. Wanneer het Algemeen Bestuur met deze voorstellen instemt zullen deze middels een begrotingswijziging verwerkt worden. Naast bovengenoemde onzekerheden wordt in 2025 ook een besluit verwacht inzake het dossier Huisvesting. Bij een positief besluit van ons Algemeen Bestuur heeft ook dat gevolgen voor de begroting 2026. Die zullen eveneens middels een begrotingswijziging verwerkt worden. De vraag is daarmee of de conceptbegroting zoals die nu gepresenteerd wordt ook de begroting zal zijn waarmee vanaf 1 januari 2026 gewerkt gaat worden.

Léon Houben Directeur Veiligheidsregio Zuid-Limburg en commandant Brandweer

Pagina 3 van 59

DEEL A – BELEIDSBEGROTING

Pagina 4 van 59

1

PROGRAMMAPLAN

1.1 CONCERN 1.1.1 Wie zijn we? Wij zijn Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL), één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. VRZL is een hands-on hulpverleningsorganisatie en een netwerkorganisatie in één. In de periode 2010-2024 hebben we ons ontwikkeld van een groot aantal samenwerkende (lokale) brandweerorganisaties naar één veiligheidsregio. Op basis van de gemeenschappelijke regeling is elke gemeente van de regio verplicht deelnemer en daarmee onderdeel van VRZL. De organisatiestructuur bestaat uit twee primaire programma’s: Crisisbeheersing & Rampenbestrijding en Brandweerzorg. Ondersteunend daaraan opereert het programma Bedrijfsvoering, waar ook een behoorlijke taak ligt, gezien de organisatie zo nauw verbonden is binnen het brede netwerk van burgers, bedrijven en instellingen. Binnen VRZL werken het programma Brandweerzorg en het programma Crisisbeheersing & Rampenbestrijding nauw samen.

Hoe organiseren we de brandweerzorg? Welke veiligheidsrisico’s zijn er op dit ogenblik en welke kunnen ontstaan in de nabije toekomst? Hoe maken we de kans op ongevallen en rampen zo klein mogelijk? En als er dan tóch een incident plaatsvindt: hoe treden we zo snel en vakkundig mogelijk op? Omvangrijk netwerk Wij werken samen met 16 gemeenten, de Politie Eenheid Limburg, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), het Openbaar Ministerie (OM), provincie Limburg, Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN), Waterpartners Limburg (waterschap, zuiveringsschap, waterleidingmaatschappij), Defensie, de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en Chemelot (waaronder Sitech). Maar denk ook aan partijen als het Nederlandse Rode Kruis, Essent, Enexis, Brightlands, ProRail, de overige zuidelijke veiligheidsregio’s (Zuid-6) en natuurlijk de verschillende hulpverleningsorganisaties in het Euregionale grensgebied (EMRIC). Missie, visie en kernwaarden We maken en houden Zuid-Limburg zo veilig mogelijk. Dat is onze missie. Om deze missie te volbrengen moeten we de (toekomstige) risico’s in onze regio kennen en daarop voorbereid zijn. Paraat zijn en slagkracht leveren. Dat doen we samen met burgers, bedrijven en instellingen. ‘Samen veilig’ is dan ook onze pay-off. We kunnen onze missie en visie alleen waarmaken met een professionele, vitale en wendbare organisatie.

En met vakbekwame, initiatiefrijke teamplayers die lef tonen (onze kernwaarden). De afgelopen jaren is de rol van veiligheidsregio’s uitgebreid en hebben we als veiligheidsregio een regisserende en coördinerende rol gekregen in langdurige crises. Sprekende voorbeelden hiervan zijn de coronacrisis en de vluchtelingencrisis. De voorbereiding op toekomstige – en veelal ook langdurige crises – vraagt om een verdere versterking van het fundament van de veiligheidsregio. Dit zowel op het gebied van crisisbeheersing als op het gebied van de informatiepositie. In 2023 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt om het fundament van de veiligheidsregio’s te versterken. Onderdeel daarvan is de trapsgewijze toevoeging van € 83 miljoen (structureel) in de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) vanaf 2023. Deze verhoging bouwt tot 2026 geleidelijk op tot het genoemde bedrag.

Pagina 5 van 59

In het Veiligheidsberaad is ingestemd om de extra middelen vanaf 2023 aan te wenden voor: 1. Het toekomstgericht – in lijn met de contourennota voor de wijziging van de Wet veiligheidsregio’s – verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak binnen de veiligheidsregio. 2. A. De informatiepositie van de veiligheidsregio’s versterken en waarborgen door het inrichten van een goed werkend Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) per veiligheidsregio. Dit om een goed zicht op risico’s te verkrijgen en om te zorgen voor een goede informatiedeling met crisispartners; B. Een impuls voor de ontwikkeling en het beheer van informatiesystemen door de veiligheidsregio’s en het Rijk gezamenlijk; 2. Het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, regio’s en partners; het KCR2 (Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio’s). Voor VRZL betekent de structurele verhoging van de BDUR dat we vanaf 2025 € 2,1 miljoen hebben gekregen voor de versterking van crisisbeheersing en onze informatiepositie. Dit bedrag zou in 2026 verder oplopen naar ca. € 2,4 miljoen. Dit is echter nog niet zeker aangezien in 2025 de verdeling tussen veiligheidsregio’s opnieuw bekeken wordt en er een mogelijke herijking plaats gaat vinden ten aanzien van de beschikbare middelen.

Daarnaast is het nieuwe kabinet voornemens om vanaf 2026 een bezuiniging door te voeren van 10% op niet alleen deze extra BDUR gelden maar ook op de reguliere BDUR gelden die wij vanuit het Rijk ontvangen. Als wij de BDUR middelen behouden zoals voorzien dan willen wij de extra BDuR middelen inzetten voor het toekomstgericht – in lijn met de contourennota - verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio’s door te werken aan: preparatie op en waarborgen bij langdurige crises, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijk-regio samenwerking, risico- en crisiscommunicatie en voor de versteviging van de informatiepositie. Tevens voor het borgen en het verder ontwikkelen van informatie gestuurde veiligheid (gericht op o.a. risicomonitoring en –analyse; zicht op risico’s). Of die middelen beschikbaar blijven zoals toegezegd weten we pas nadat de voorjaarsnota van het huidige kabinet gepresenteerd is. Daar zou de minister oplossingen in presenteren. We hebben nadere plannen voor het verder versterken van onze crisisbeheersing en dus ook voor de besteding van de extra BDUR-middelen, die daaraan gekoppeld zijn. Mochten de toegezegde middelen toch niet beschikbaar komen dan zullen die plannen uiteraard worden bijgesteld.

De bestuurlijke opdracht is dat bezuinigingen van het kabinet op de BDUR niet mogen leiden tot een toenamen van de gemeentelijke bijdrage aan de Veiligheidsregio. In onderstaande teksten gaan we er vooralsnog van uit dat de toegezegde middelen wel beschikbaar komen en de minister zijn toezegging om alternatieve oplossingen te bedenken gestand kan doen. De extra BDUR-middelen voor de versteviging van de informatiepositie zullen in onze regio worden ingezet voor het borgen en het verder ontwikkelen van informatie gestuurde veiligheid (gericht op o.a. risicomonitoring en –analyse; zicht op risico’s). Ten behoeve van de versterking van onze crisisbeheersing hebben we nadere plannen opgesteld. In lijn met de landelijke ambities van het Rijk en het Veiligheidsberaad – en met het oog voor geconstateerde regionale behoeften – ligt het accent op onderstaande zaken: 1. 2.

Verstevigen van crisisbeheersing als vak (leren, ontwikkelen, kennisborging en kwaliteitszorg/’zicht op prestaties’). Verstevigen van de regiefunctie in het netwerk van crisispartners (gezamenlijke aanpak van risico’s en crises).

Pagina 6 van 59

3.

Door de bovenstaande verstevigingen realiseert VRZL ook een robuustere crisisorganisatie, die zowel in staat is om acute incidenten te bestrijden (‘GRIP-opschalingen’) als om langdurige crises te bestrijden door de inzet van crisisregisseurs en informatiemanagers.

De ambitie is om deze accenten te continueren en daarmee huidige en toekomstige scenario’s beter te kunnen bestrijden. Bij het schrijven van deze teksten is een scenario militaire dreiging actueel. In samenspraak met de bestuurders hebben we geconstateerd dat de eigen operationele continuiteit en de continuiteit van dienstverlening naar de gemeenten belangrijke items zijn daarbij. Onze inspanningen zullen dus ook in 2026 onder meer gericht zijn op het verbeteren van onze eigen operationele continuïteit en het samen met onze gemeenten borgen van de risico en crisiscommunicatie. In 2025 is VRZL gestart met een programma Mentale Veerkracht. We zien dat in langdurige crises de mentale veerkracht van onze collega’s van belang is om langdurig inzetbaar te blijven. In de verwachting dat er de komende jaren nog meer langdurige crises zullen voorkomen willen we onze medewerkers daarop voorbereiden en handvatten geven om daar adequaat mee om te kunnen gaan. Alle leidinggevenden van directie tot en met het niveau van ploegchef hebben in 2025 deelgenomen aan dit programma. Dit is met alle teams en medewerkers opgepakt en daar waar nodig zullen wij maatwerk leveren aan collega’s die daar behoefte aan hebben, om zo te komen tot duurzame inzetbaarheid. Dat willen wij graag in 2026 continueren.

1.1.2 Waar staan we voor? VRZL is ingericht om de zorg voor openbare veiligheid in de regio te organiseren. Burgers, bedrijven en instellingen verwachten dat wij er voor ze zijn met advies en hulp waar nodig. Samen met onze partners: • dragen we (pro)actief bij aan de veiligheid in de regio. We brengen risico's in kaart en treffen voorbereidingen op maat; • geven we adviezen om daar waar mogelijk onveiligheid te voorkomen en te beperken; • bestrijden we incidenten en crises als ze zich toch voordoen. We treden effectief op tijdens een ramp om schade te beperken; • beogen we leed en schade zo veel mogelijk te beperken en helpen we verstoringen van het openbare leven zo snel mogelijk te herstellen. We zetten in op slachtofferhulp, nazorg en herstel van materiële schade. 1.1.3 Ons werkgebied Het werkgebied van VRZL is een compact verstedelijkt gebied van circa 650 km2. Buiten de economisch bijzonder waardevolle clustering in onder meer chemie en health en unieke kansen voor versterking van de regio spelen er, door de geografische ligging van Zuid-Limburg, specifieke opgaven. Voor deze regio, die uiterst excentrisch ligt binnen Nederland (ruim 200 km grenslengte en op het smalste deel met 6 km verbonden aan de rest van Nederland), geldt dat in bijzondere mate. Met ongeveer 594.000 inwoners ligt Zuid-Limburg centraal in de Euregio Maas-Rijn.

Er zijn binnen VRZL grote industrieën met specifieke veiligheidsrisico’s, zoals chemische industrie en de luchthaven Maastricht-Aachen Airport en we monitoren overstromingsrisico’s door rivieren en het bekenstelstel. Met name in de zomermaanden ontvangen we daarnaast veel toeristen, die zowel in de stedelijke als de landelijke gebieden verblijven. Ook vinden in onze regio veel (grote) evenementen plaats, zoals de Amstel Gold Race, het WK en NK Wielrennen, Pinkpop, Oktoberfeesten, kerstmarkten, carnaval en de concerten van André Rieu.

Pagina 7 van 59

1.1.4 Wat gaat het kosten?

Toelichting De begroting 2026 is gebaseerd op de begroting 2025. De begroting 2025 heeft VRZL aangepast op de genomen AB besluiten die hebben plaats gevonden na het vaststellen van de begroting 2024. Deze besluiten zijn vervolgens meegenomen in deze begroting voor 2026 en verder. Hier is o.a. in verwerkt de structurele ophoging van de ingroeireserve kapitaallasten, de bestemmingsreserve voor een dagklas beroepsmedewerkers en de incidentele extra dotatie aan de voorziening FLO zoals het AB die heeft vastgesteld. In de overige inkomsten binnen het programma Brandweerzorg is een incidentele baat verantwoord dekking van de kosten Oekraïne en noodopvang asielzoekers. Hiertegenover staat een verhoging bij de lasten onder de huisvestingskosten.

Pagina 8 van 59

1.2 CRISISBEHEERSING EN RAMPENBESTRIJDING 1.2.1 Wie zijn we? Het programma crisisbeheersing & rampenbestrijding (C&R) omvat alle activiteiten die gericht zijn op de voorbereiding op mogelijke crises en rampen, en geeft daarmee invulling aan de wettelijke taken zoals gedefinieerd in de Wet veiligheidsregio’s. Het gaat om de beheersing van risico’s (voorkomen, beperken) en de gezamenlijke multidisciplinaire voorbereiding op mogelijke incidenten. Hierbij wordt het begrip “incident” breed opgevat. Het gaat niet alleen om het incident zelf maar ook om de dreiging ervan of de aankondiging van een gebeurtenis. Het kan ook gaan om incidenten of verstoringen die op zichzelf geen ramp of crisis zijn maar die (mogelijk) de openbare orde en veiligheid bedreigen zoals thema’s die grote maatschappelijke onrust tot gevolg kunnen hebben. Het programma omvat de volgende teams, met onderliggende processen: • Informatiemanagement (IM) en Operationele Informatievoorziening (OIV); • Multidisciplinaire Operationele Voorbereiding (MOV) en Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen (MOTO) en Bevolkingszorg (inclusief evenementen en multidisciplinaire risicobeheersing); • GHOR; • Kwaliteitszorg; • EMRIC. Wij zijn een betrouwbare partner die samen met (vitale)partners bijdraagt aan een omgeving waarin wij samen zorgen voor veiligheid.

Om dat te realiseren zetten wij in op de volgende punten: • Wij kennen en monitoren onze grootschalige risico’s; • Ons advies is essentieel in de voorbereiding op crises en rampen en bij het signaleren en oplossen van veiligheidsvraagstukken; • Wij leveren als onderdeel van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg 24/7 een adequate hulpverlening, monodisciplinair en multidisciplinair; • Wij zijn wendbaar in een continu veranderende maatschappij. Wij staan voor een adequate voorbereiding op- en coördinatie van crisisbeheersing en rampenbestrijding binnen het gebied Zuid-Limburg en met betrekking tot bijstandsaanvragen van andere omliggende regio’s, ook in het buitenland (EMRIC). Dat houdt onder meer in de coördinatie, afstemming, facilitering, regievoering, en het stimuleren van multidisciplinaire samenwerking. Met een goede invulling van de voorbereiding en coördinatie kan de veiligheidsregio haar regie- en netwerkfunctie waarmaken. Daarbij wordt ook ingezet op participatie van burgers (zelfredzaamheid), ondernemers (veerkracht) en instellingen. Wij doen dat door uitvoering van onder meer de processen informatiemanagement, operationele informatievoorziening, risicoen crisiscommunicatie, operationele voorbereiding (planvorming), en opleiden, trainen en oefenen; een goed kwaliteitszorgsysteem monitort daarbij waar we ons constant kunnen verbeteren.

De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) is per 1 januari 2025 als team onder het programma C&R van de veiligheidsregio komen te vallen. De dagelijkse aansturing vindt dan plaats door de manager C&R. De GHOR, beleidsmatig aangestuurd door de directeur publieke gezondheid (DPG) als adviseur van het openbaar bestuur en van de voorzitter veiligheidsregio, vervult een onafhankelijke coördinatie-, aansturings- en regiefunctie voor de zorgorganisaties in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de voorbereiding daarop. De onafhankelijkheid gericht op het publieke belang van veiligheid en gezondheid is noodzakelijk omdat de geneeskundige keten hoofdzakelijk privaat georganiseerd en gefinancierd wordt; privaat-publieke vermenging dient voorkomen te worden.

Pagina 9 van 59

De GHOR geeft in de “witte” kolom invulling aan de volgende producten en clusters van activiteiten: • • • • • • • • •

Ketencontinuïteit van Zorg; Opleiden, trainen en Oefenen; Piketfunctionarissen; Evenementenadvisering; Crisisbeheersing; Informatiemanagement; Kwaliteitszorg/planning & control; Evaluatie en maatregelen; Advies Openbare Ruimte.

In 2026 zal de samenwerking met de andere teams binnen Crisisbeheersing en Rampenbestrijding intensiever vormgegeven worden met aandacht voor het behoud van de verbinding met de “witte kolom”. 1.2.2 Wat willen we bereiken? Algemeen Crisisbeheersing en rampenbestrijding blijft in de komende jaren volop in beweging. Enerzijds zijn er de meer traditionele risico’s in onze regio waar we op voorbereid moeten blijven en bij moeten acteren. Dat er steeds meer nieuwe risico’s bijkomen, waarbij ontwikkelingen elkaar snel opvolgen, zorgt voor een dynamische agenda. Dit komt onder meer door de geopolitieke ontwikkelingen, waarbij wij ons moeten gaan voorbereiden op de effecten van militaire dreiging en uitval van vitale infrastructuren. Dit vraagt om een andere kijk op voorbereiden en een breed inzetbare crisisorganisatie die in al deze scenario’s kan acteren. Hier gaan we in het komende jaar ook mee aan de slag. Ook zal een weerbare samenleving steeds belangrijker worden als rode draad door alle nieuwe risico’s. Militaire dreiging. De wereld om ons heen verandert continue en in een steeds sneller tempo. De geopolitieke situatie is volop in beweging en de effecten zijn direct of indirect ook in onze regio te verwachten. Als veiligheidsregio moeten wij ons ook gaan voorbereiden op de effecten van de militaire dreiging in Zuid-Limburg.

Hiervoor zijn verschillende scenario’s ontwikkeld en deze scenario’s zullen ook nog zeker kunnen veranderen gezien de snel opvolgende ontwikkelingen. Belangrijk is dat wij ons gaan voorbereiden op langdurige verstoringen van vitale infrastructuur, onze netwerken met o.a. defensie verder versterken en onze eigen operationele continuïteit gaan regelen. In 2025 gebeurt dit deels in projectvorm en deels middels het uitbreiden van al bestaande producten (zoals planvorming). Daarnaast zullen de scenario’s ook beoefend worden. Wij werken hierin nauw samen met Veiligheidsregio Limburg-Noord en andere landelijke gremia en/of veiligheidsregio’s. Dit thema’s heeft binnen onze organisatie in 2025 dan ook de absolute prioriteit. Weerbare samenleving. Belangrijk onderdeel van de snel veranderende risico’s en dreigingen is om onze samenleving weerbaarder te maken. Hierdoor kan de overheid meer worden ontlast bij een crisis of dreiging en zijn mensen meer in staat voor zichzelf en hun omgeving te zorgen. Dit thema heeft landelijk veel aandacht en als Veiligheidsregio ZuidLimburg zullen we, samen met onze gemeenten en partners, hier ook mee aan de slag gaan. Als veiligheidsregio zullen we in 2025 een belangrijke verbindende rol hebben binnen dit thema, zowel om de landelijke initiatieven en ontwikkelingen te monitoren als onze regionale partners te verbinden.

Inzet is om burgers en bedrijven bewuster te maken van de risico’s en de mogelijke handelingsperspectieven.

Pagina 10 van 59

Hiervoor is het belangrijk om vooral gebruik te maken van al bestaande in- en externe netwerken richting burgers en bedrijven. Langdurige crises De reguliere crisisstructuur (GRIP) is bedoeld voor flitsrampen. In de praktijk is gebleken dat deze structuur slechts beperkt te gebruiken is voor langdurige crises: de crisisfunctionarissen worden langdurig belast en hebben een lange hersteltijd nodig. In 2024 is hard gewerkt om in een project de aanpak van een toekomstige langdurige crisis voor te bereiden. In 2025 zijn de implementatiepunten opgepakt. In 2026 zullen we dit continueren en waar nodig uitbouwen. Dynamisch risicoprofiel De wereld om ons heen verandert continue en in een steeds sneller tempo. Hierdoor veranderen ook onze risico's sneller. De Wet veiligheidsregio's schrijft veiligheidsregio's voor om een maal per 4 jaren een risicoprofiel op te stellen, waarin de risico's waar een veiligheidsregio mee te maken kan krijgen, zijn beschreven en afgewogen. De huidige wereld vraagt echter een snellere systematiek om deze risico's af te wegen en ons hier ook op voor te bereiden. Daarom hebben wij ons risicoprofiel door ontwikkeld naar een dynamisch risicoprofiel met een actueler risicobeeld. In 2026 gaan we dat verder uitbouwen en de eerste resultaten op Limburgse schaal ervaren.

Netwerkmanagement Een van de vele inzichten die de COVID-19 pandemie, de Hoogwaterramp 2021, de vluchtelingencrisis en de huidige militaire dreiging ons gebracht hebben, is dat het in crisissituaties belangrijk is om je collega’s te kennen. Met name de internationale component speelt daarbij een grote rol voor Zuid-Limburg (zie hierover ook de paragraaf EMRIC). Door intensief te investeren in netwerkmanagement zijn we tijdens een crisis sneller en beter in staat elkaar te vinden en effectief samen te werken. Dat geldt niet alleen voor de crises waar VRZL voor aan de lat staat, maar ook voor crises of situaties waar VRZL een coördinerende en verbindende rol heeft. Juist door een breed netwerk te hebben kunnen we ook beter op de hoogte zijn over nieuwe risico's vanuit de kennis en kunde van de partijen uit ons netwerk. In 2024 is gestart onze netwerken eenduidig in kaart te brengen. In 2025 is gewerkt om deze netwerken systematischer in te gaan zetten aan de hand van de veranderende risico’s. In 2026 zullen we de netwerken gaan uitbreiden met nieuwe partners passend bij die veranderende risico’s Burgerparticipatie Burgers en maatschappelijke groepen beschikken vaak over ervaring, gebiedskennis en expertise die relevant zijn voor de werkzaamheden van VRZL. Het is onze wens om deze, samen met de Zuid-Limburgse gemeenten, te benutten in de vorm van waardevolle burgerparticipatie.

In 2025 hebben we dat in het kader van het scenario militaire dreiging in gang gezet. In 2026 willen we dat breder oppakken en borgen. Bevolkingszorg en evenementen Ook binnen Bevolkingszorg zal in 2025 en 2026 het thema weerbare samenleving centraal staan. Wij willen een verbindende en adviserende rol spelen in de versterking van de gemeentelijke crisisorganisaties binnen onze regio. Regulier blijven wij ons inzetten om de piketpools binnen Bevolkingszorg op sterkte en vakbekwaam te houden. Hiervoor zijn wij in 2025 gestart met een leerlijn Bevolkingszorg die we in 2026zullen voortzetten. Op het gebied van evenementen willen we de integrale advisering vanuit de hulpdiensten en de operationele voorbereiding bij een evenement versterken. Denk hierbij aan een betere informatievoorziening voor meldkamer en hulpdiensten.

Pagina 11 van 59

De stappen hierin zullen onder meer geborgd worden in de Handreiking evenementenveiligheid. Verder zullen wij in 2026 verder gaan met de doorontwikkeling van ons regionaal risicoprofiel naar een dynamisch risicoprofiel. Op deze manier kunnen wij sneller inspelen op de veranderende risico’s en dreigingen. Informatiemanagement Het verzamelen, duiden en veredelen van informatie om adequate antwoorden op te leveren voor crisismanagement is onmisbaar. Informatiemanagement is een belangrijk speerpunt binnen C&R en wordt steeds meer gezien als een primair proces van de veiligheidsregio (van strategisch belang). Het is de motor voor verandering en verbetering van denk- en werkwijzen in de organisatie. Informatiemanagement heeft zowel betrekking op onze 24/7-informatiepositie als op de snelle en correcte beeldvorming bij complexe incidenten. Binnen informatiemanagement zijn we gestart met de doorontwikkeling van de operationele informatievoorziening, doorontwikkeling van de verschillende informatierollen en hun samenspel binnen de crisisorganisatie en tevens doorontwikkeling van het multidisciplinaire veiligheidsbeeld en proces van duiding en aanlevering van informatie. Dit zal in 2026 verder gestalte krijgen.

Multidisciplinaire Operationele Voorbereiding (MOV) en multidisciplinaire Opleiding, training en oefening (MOTO) In 2025 bieden wij wederom een zeer complete oefenkalender aan opleidingen, trainingen en oefeningen aan. Dit doen we voor functionarissen binnen de crisisteams en binnen Bevolkingszorg. Naast de jaarlijkse oefendagen voor de verschillende crisisteams, besteden wij in de komende jaren extra aandacht aan generieke competenties en in te zetten structuren binnen crisisteams. Dit zijn de vaardigheden en basisbeginselen die nodig zijn om te acteren in een crisisteam, ongeacht welke crisis of dreiging er op ons af komt. Dit gaan we in 2025 vastleggen in een meerjarige leerlijn en in 2026 verder uitrollen. In 2025 besteden wij ook extra aandacht aan de voorzitters van onze diverse crisisteams. Zij worden extra getraind op het gebied van mogelijke structuren binnen crisisteams bij de verschillende types crisis. Inhoudelijk zal in 2025 ook veel getraind en geoefend gaan worden op de effecten van de scenario’s van militaire dreiging. Met name uitval van vitale infrastructuur komt in diverse oefeningen terug. In het najaar zal dit thema ook terugkomen in een grootschalige oefening met meerdere crisisteams. Ook zullen wij blijven trainen en oefenen op onze meer traditionele risico’s, waarbij dit jaar onder meer geoefend wordt bij Chemelot en een zorginstelling in de regio.

Voor 2026 zullen we een andere doelgroep en een ander thema beoefenen zodat in een periodieke cyclus al onze crisisfunctionarissen aandacht krijgen. Risico- en crisiscommunicatie Een risicoloze samenleving bestaat niet, maar we kunnen wel bewuster omgaan met risico’s. Dat betekent dat burgers, bezoekers, instellingen, bedrijven en overheid zich bewust moeten zijn van de aanwezige risico’s en weten wat zij kunnen doen rondom die risico’s. Zij hebben immers samen invloed op de (fysieke) veiligheid in Zuid-Limburg. Dat bewustzijn start met kennis van de aanwezige risico’s. Ons risicobeeld zal de komende jaren evolueren, waarbij nieuwe dreigingen een belangrijkere rol zullen gaan spelen. Ieder zal vanuit de eigen verantwoordelijkheid moeten acteren en waar mogelijk slim op risico’s moeten interveniëren. Hierbij hebben burgers en bedrijven mede een eigen verantwoordelijkheid. VRZL ondersteunt daarbij door middel van communicatie over de risico’s en het bieden van een handelingsperspectief.

Pagina 12 van 59

Naast de risicocommunicatie informeert VRZL de bevolking over wat deze geacht wordt te doen in het geval van crises, en duidt zij incidenten in de regio en daarbuiten. Dat vraagt een samenhangende aanpak van risicocommunicatie, reguliere voorlichting en crisiscommunicatie. Het gaat erom de communicatie zo te organiseren dat VRZL vooruitdenkt en antwoord geeft op vragen die kunnen spelen en dat de communicatie klantgericht wordt uitgevoerd voor burgers, partners en media. Daarbij wordt gebruik gemaakt van moderne middelen en technieken om de verschillende doelgroepen te kunnen bereiken. We willen adequaat kunnen blijven inspelen op de toegenomen vraag naar duidelijke communicatie in een zich snel veranderende wereld, waarbij crises elkaar steeds meer opvolgen en/of versterken en andersoortige maar ook langdurige crises zich steeds vaker voordoen. Kwaliteitszorg en professionaliteit We willen kwaliteitszorg organisatie breed verder ontwikkelen. Dit conform de eis vanuit de Wet veiligheidsregio’s die stelt dat het bestuur van de veiligheidsregio’s een kwaliteitszorgsysteem hanteert. We zijn op het gebied van kwaliteit aangesloten bij diverse landelijke netwerken. Hiermee maken we optimaal gebruik van de gebundelde expertise en ervaringen om verder te bouwen aan een kwaliteitszorgsysteem. We draaien ook mee in de landelijke visitatie structuur.

In 2025 heeft de visitatie in Zuid-Limburg plaatsgevonden. De adviezen van de visitatiecommissie worden meegenomen in het kwaliteitszorgsysteem. Het kwaliteitszorgsysteem draagt bij aan een positieve en systematische leer- en verbetercultuur. In 2026 worden de voorbereidingen gestart voor een verdiepende visitatie op een specifiek thema. De doorontwikkeling in crisisbeheersing stelt hoge eisen aan het functioneren van de veiligheidsregio. Daarom wordt met kwaliteitszorg gestuurd op het leer- en verbeterproces. Veiligheidsregio Zuid-Limburg staat landelijk bekend als een ‘best practice regio’ bij de evaluatie van GRIP-incidenten. Alle GRIP-incidenten binnen de Veiligheidsregio Zuid-Limburg worden met input van alle betrokken disciplines en de betrokken externe partners geëvalueerd. Verbeterpunten worden verzameld, geanalyseerd en gedeeld met crisisfunctionarissen, partners en het bestuur. De verbeterpunten worden vertaald naar acties en gemonitord op voortgang. Het systeem draagt bij aan het continu verbeteren van de crisisorganisatie, de mensen in de crisisorganisatie en de samenwerking met partners. Middels jaarrapportages worden de geleverde inspanningen en de gerealiseerde verbeteringen inzichtelijk gemaakt en bestuurlijk onder de aandacht gebracht. De resultaten worden opgenomen in een zogenaamde GRIP-atlas die ook door andere veiligheidsregio’s gebruikt en gevuld wordt.

Op die manier leren we van elkaar en kunnen we in crisissituatie snel kennis nemen van eerdere vergelijkbare incidenten. Een jaarlijkse trendanalyse geeft daarnaast zowel de eigen organisatie als de inspectie Justitie en Veiligheid een beeld van onze prestaties op het gebied van crisisbeheersing. Deze zaken worden uiteraard in 2026 gecontinueerd. Euregio Maas-Rijn Incidentbestrijding en Crisisbeheersing (EMRIC) Voor de grensoverschrijdende samenwerking bij rampen en grote ongevallen hebben de verantwoordelijke ministeries in Nederland, Duitsland en België bilaterale overeenkomsten gesloten. In de projecten EMRIC en EMRIC+ is deze samenwerking doorontwikkeld naar complete EMRIC-samenwerkingsconcepten tussen de VRZL en de partners in Duitsland en België binnen het gebied van de Euregio Maas-Rijn. Daarin staan de operationele grootschalige samenwerkingsmodellen beschreven voor brandweerzorg, technische en specialistische hulpverlening, spoedeisende medische hulpverlening, infectieziektebestrijding en informatie-uitwisseling tussen de diverse crisisorganisaties en tussen de meldkamers.

Pagina 13 van 59

Sinds 1 januari 2024 maakt Ambulancezorg Limburg onderdeel uit van EMRIC. In 2026 worden de activiteiten van EMRIC gecontinueerd en zal de samenwerking geïntensiveerd worden. In internationale scenario’s is het goed dat betrokkenen elkaar kennen en vinden. Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij grote crises en rampen en met de advisering daarover aan overheden en organisaties op dit gebied. Een belangrijke basis voor het werk van de GHOR is het provinciaal risicoprofiel, dat de beide Limburgse veiligheidsregio’s hebben opgesteld, en daar op aansluitend het Zorgrisicoprofiel, dat in gezamenlijkheid met de zorgpartners is opgesteld. De GHOR maakt vanaf 2025 organisatorisch onderdeel uit van VRZL en is ondergebracht bij het programma C&R. Daarmee maakt de GHOR deel uit van deze begroting. 2025 was een aanloopjaar. De overgang van de GGD naar de veiligheidsregio is goed verlopen en begeleid. In 2026 zullen we de samenwerking intensiveren en bezien op welke manier de verschillende teams binnen C&R van elkaar kunnen leren en ontwikkelen. 1.2.3 Wat gaan we daarvoor doen? Algemeen Het risicoprofiel voor de VRZL is voor een periode van vier jaar herzien met de ons nu bekende risico’s.

Hier bereiden we onze organisatie op voor, maar ook spelen we snel en adequaat in op veranderingen. Veiligheidsregio’s worden in toenemende mate geconfronteerd met een stapeling van incidenten en crisis en langdurige crisis. Het Rijk kijkt meer en meer naar veiligheidsregio’s om crises te coördineren en de interpretatie van de taak van de veiligheidsregio staat ter discussie, waardoor deze mogelijk breder geïnterpreteerd zal worden. De COVID-crisis, de Hoogwaterramp 2021 en de vluchtelingencrisis hebben laten zien dat we binnen de VRZL in staat zijn in te spelen op deze veranderingen, maar ook dat het tijd is voor een stap voorwaarts, gezien de steeds bredere capaciteitsvraag die vanuit het Rijk, en daarmee vanuit de maatschappij, bij veiligheidsregio’s wordt neergelegd. Om die stap voorwaarts te realiseren zetten we de beschikbaar gestelde middelen (vanuit de gemeenschappelijk regeling en ophoging BDUR) gericht in. Wij richten ons de komende jaren op het beter beheersbaar maken van de onderstaande prioritaire risico’s: • Toenemende maatschappelijke onrust • Effecten klimaatverandering • Energietransitie Daarnaast zal er invulling worden gegeven aan de geformuleerde opdrachten bij de beschikbaarstelling van de extra BDUR middelen.

Langdurige crises In 2024 is een brede projectgroep van start gegaan om een inrichting en voorbereiding op toekomstige langdurige crises te ontwikkelen. Deze projectgroep zal in 2026 verder werken aan implementatie van de gerealiseerde deelresultaten en aan verdere ontwikkeling en uitrol van de strategie mentale weerbaarheid. Deze mentale weerbaarheid is een belangrijk onderdeel om als organisatie en crisisteams een langdurige crisis aan te kunnen. Ook gaan we een ‘flexibele schil’ opstarten. Hierbij willen wij onze capaciteit binnen en buiten de organisatie breder inzetten bij een langdurige crisis. Denk hierbij aan het inzetten van ons brede personeelsbestand bij een langdurige crisis.

Pagina 14 van 59

Dynamisch risicoprofiel In het kader van doorontwikkeling van ons risicoprofiel naar een dynamisch risicoprofiel gaan we aan de slag met een systematiek rondom data-analyse, creëren van kennisnetwerken en risicoanalyses. Netwerkmanagement We gaan nadrukkelijker deelnemen in relevante regionale en landelijke netwerken, met name netwerken die zich richten op de genoemde geprioriteerde risico’s. Ook zullen we een nadrukkelijkere rol op ons nemen in het bij elkaar brengen en faciliteren van thematische netwerken. Voor het intensiveren van de EMRIC-samenwerking: zie paragraaf EMRIC. Burgerparticipatie VRZL verleent advies en deelt best practices tijdens netwerkoverleggen met gemeenten voor de verdere doorontwikkeling van de crisisorganisatie. Bevolkingszorg en evenementen Zoals vastgelegd in de contourennota adviseert de commissie Muller op basis van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s een aantal zaken met betrekking tot de inbedding van bevolkingszorg in de veiligheidsregio. Veel van deze aanbevelingen zijn in de VRZL reeds geïmplementeerd.

Concreet gaat dit over: • Het inrichten van een aantal uniforme bevolkingszorgfuncties zodat er duidelijkheid komt over de basisorganisatie van bevolkingszorg en de bovenregionale samenwerking kan worden versterkt; • Een voldoende niveau van vakbekwaamheid van de kernfuncties bevolkingszorg conform vastgestelde kwaliteitseisen en kwalificatiedossiers; • Verantwoording richting algemeen bestuur. Onderdeel hiervan is het monitoren van het gerealiseerde kwaliteitsniveau van bevolkingszorg en de invulling van landelijke kwaliteitscriteria die de branche vaststelt en beheert. De landelijke kwaliteitsnormen zelf worden niet in de wet opgenomen; • Het bevorderen van de samenwerking tussen alle organisaties die bevolkingszorgtaken uitvoeren én organisaties die aansluiten op bevolkingszorg. • Wettelijk verankeren regierol voor besturen van veiligheidsregio’s voor bevolkingszorg en risico en crisiscommunicatie. De verdere implementatie van deze aanbevelingen zal in de huidige beleidsperiode gerealiseerd worden. Informatiemanagement Informatiegestuurd werken We willen altijd weten wat er speelt in de (Eu)regio, dit geven we vorm door informatiegestuurd te werken onder de noemer van informatiegestuurde veiligheid.

Als VRZL en samen met de vijf andere zuidelijke veiligheidsregio’s in Zuid-6 verband, werken we ook in 2026 aan de doorontwikkeling van informatieproducten en werkwijzen voor de versterking van de 24/7-informatiepositie binnen crisisbeheersing. Het VIK (Veiligheids Informatie Knooppunt) Limburg, dat samen met Veiligheidsregio Limburg-Noord is opgezet, vormt een belangrijke basis voor onze informatiepositie die verder geborgd en versterkt moet worden. De visie voor VIK 2026 is dat dit binnen de veiligheidsregio als ontwikkelplatform is gepositioneerd. Dit met als doel om centraal de organisatie te kunnen ondersteunen en mee te kunnen denken met collega’s en teams met een ontwikkelvraag. De toenemende vraag voor (en opdracht om) aansluiting bij het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio (KCR2) leidt tot het zetten van stappen in de vormgeving en professionalisering van ons datamanagement en

Pagina 15 van 59

netwerkmanagement. Zodoende kunnen we als VRZL ook in de toekomst mee blijven gaan in de nieuwe ontwikkelingen. We bouwen actief mee aan KCR2 door deelname vanuit onze regio aan bouwtafels en leerarena’s. Verzamelen en duiden van informatie In 2026 zullen we verder werken aan het beschikbaar krijgen van informatie vanuit verschillende vakgebieden en partners, om die geduid verder te kunnen brengen naar de crisisorganisatie. Dit is een vakgebied dat de komende jaren nog volop (landelijke) ontwikkelingen zal kennen waarbij wij als VRZL aangesloten moeten blijven. Dat vraagt om investeringen en prioritering. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de extra BDUR-middelen (indien die beschikbaar blijven). De onderliggende data zijn daarbij van groot belang – de kwaliteit in de zin van betrouwbaarheid, compleetheid en tijdigheid bepaalt in grote mate hoe goed je het kunt gebruiken voor het nemen van beslissingen. We werken met een governance model om onze datakwaliteit verder te verhogen. Operationele informatievoorziening Operationele Informatievoorziening richt zich op het voorzien in de informatiebehoefte van de primaire processen binnen het programma brandweerzorg: incidentbestrijding en risicobeheersing.

Dit betekent dat alle onderdelen van de informatievoorziening (mensen, middelen, data, hard- en software) gericht zijn op het zo veilig en efficiënt mogelijk laten werken van de mensen in de primaire processen. Op dit gebied zal met name ingezet worden op rol- en incidentafhankelijke informatie. We behalen een sterkere informatiepositie door nog meer de samenwerking op te zoeken op het gebied van informatiedeling en een intuïtief en innovatief applicatielandschap. Ook hier vervult data en de inzichten die daaruit voortkomen een steeds belangrijkere basis om te komen tot juiste beslissingen rondom de inrichting en aansturing van onze primaire processen. Denk hierbij aan gebiedsgerichte opkomsttijden (verfijnder en preciezer gebruik van data), dynamisch alarmeren en automatisch statusplotten. In het kader van de gemeenschappelijke meldkamer zullen we ook in 2026 samenwerken met Veiligheidsregio Limburg Noord, om ervoor te zorgen dat het informatiemanagementproces op de meldkamer voor beide veiligheidsregio’s dezelfde uitgangspositie heeft. MOV en MOTO Multidisciplinaire operationele voorbereiding (voor het grootste gedeelte crisis planvorming) zal geïntensiveerd worden met betrekking tot de eerdergenoemde geprioriteerde thema’s: toenemende maatschappelijke onrust, effecten klimaatverandering en de energietransitie.

De collega’s van MOV en MOTO participeren actief in vele netwerken om tijdig nieuwe risico’s te signaleren en hierop in te kunnen spelen. Hiernaast zal de reguliere planvorming op basis van het risicoprofiel ten minste conform de wettelijke kaders (herzieningscyclus) geüpdatet worden. Na vaststellen van adequate operationele voorbereiding zullen deze thema’s middels opleidingen, trainingen en oefeningen ingebed worden onder crisisfunctionarissen. Hierin werken de collega’s vanuit MOV en MOTO intensief samen. Risico- en Crisiscommunicatie Op het gebied van risico- en crisiscommunicatie participeren we ook in 2026 in verschillende ontwikkeltrajecten en projecten. We zetten in op het continu verbeteren van de risicocommunicatie en daarmee meer risicobewustzijn bij de bevolking creëren. Ook investeren we in het kwalitatief verbeteren van de crisiscommunicatie op basis van

Pagina 16 van 59

belevingsonderzoeken en veiligheidsvisies en in het intensiveren van de samenwerking met Chemelot (en andere partners) om sneller de juiste informatie te kunnen delen in crisissituaties. We investeren continu in het versterken van de communicatie en het opleiden en trainen van de functionarissen die daaraan bijdragen. Kwaliteitszorg In de beleidsperiode 2024-2027 zijn ambities van C&R op het gebied van kwaliteitszorg en lerend vermogen: • Continuering van onze best practice op het gebied van GRIP-evaluaties. • Doorontwikkeling GRIP-evaluatiesystematiek, mede door nog intensiever samen te werken met partners (zoals nu al is gerealiseerd voor Chemelot). • Kennisregie: ontwikkeling en ondersteuning van het proces om ook externe evaluaties en onderzoeken intern te vertalen en op te volgen. Kwaliteitszorg wordt in deze beleidsperiode ook breder uitgerold in de organisatie, zie hiervoor het onderdeel bedrijfsvoering. EMRIC Het samenwerkingsverband, ondersteund door het EMRIC-bureau, voert het EMRIC Meerjarenplan 20242028 uit. EMRIC geeft invulling aan het verder versterken van de (Eu)regionale samenwerking en heeft daarbij de volgende ambities: • Benoeming in elke organisatie van twee warme liaisons die tijdens een incident met grensoverschrijdende effecten voor elkaar bereikbaar zijn.

Bij gezamenlijke inzetten functioneren ze ter plekke als vooruitgeschoven commandopost om de hulpverlening al in een vroeg stadium zo goed mogelijk te laten verlopen. • Handhaving bestaande overleggroepen om de netwerkcontacten te verstevigen en een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de planvorming voor grensoverschrijdende inzetten. • Bevordering van stages, uitwisselingen en publiekscommunicatie. • Verbeteren van afspraken door e-learning- en opleidingsprogramma’s en euregionale oefeningen. • Up to date houden van bestuurlijke verdragen en operationele samenwerkingsplannen. • Versterking van de risico- en crisiscommunicatie. • Ontwikkeling van instrumenten die deze communicatie en de aanvraag van bijstand vergemakkelijken in Euregio Maas-Rijn. • Innovatie en kwaliteitsverbetering mogelijk maken via de uitwisseling van best practices. • Onderzoek (laten) doen naar nieuwe dreigingen zoals de gevolgen van cybercrime en klimaatverandering. • Monitoring van de samenwerkingskwaliteit en de concretisering van afspraken. Geneeskundige hulpverlening (GHOR) De GHOR heeft net als de andere onderdelen binnen C&R te maken met langdurige crises en veranderde crisistypen. De coronacrisis heeft het belang van zorgcontinuïteit en ketencontinuïteit van zorg duidelijk zichtbaar gemaakt.

Alle individuele zorginstellingen dienen in voorbereiding op een ramp of crisis de zorgcontinuïteit op orde te hebben. Daarnaast is het essentieel dat de ketencontinuïteit van zorg binnen de verschillende sectoren, maar ook tussen de verschillende sectoren te allen tijde goed geborgd is. Dit geldt niet alleen voor de sectoren binnen de acute zorg (ziekenhuizen, RAV, huisartsen(posten), GGD, etc.) maar ook voor de sectoren binnen de langdurige zorg (VVT, GHZ, GGZ, etc.). De onafhankelijke rol van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG), optredend vanuit het publiek belang en met de verbindende rol tussen zorg, veiligheidspartners en het openbaar bestuur is hierbij van groot belang. Dit is gebleken tijdens de coronacrisis, maar geldt ook voor andere crisistypen en flitsrampen. Van belang is dat de zorgcontinuïteit van zorginstellingen georganiseerd en geborgd wordt en dat de ketencontinuïteit van

Pagina 17 van 59

zorg binnen en tussen de verschillende sectoren voor, tijdens en na een ramp of crisis gemonitord wordt en geborgd blijft. De GHOR werkt nauw samen met de zorgpartners in Zuid-Limburg om gezamenlijk voorbereid te zijn. Dit gebeurt onder andere door het gezamenlijk opstellen van een Zorgrisicoprofiel en het flexibeler maken van de crisisorganisatie. De landelijke en (Eu)regionale samenwerking wordt actief gestimuleerd om de informatieduiding en -deling makkelijker en sneller met de betrokken partijen voor elkaar te krijgen. Er wordt gestreefd naar landelijke uniforme werkwijzen zodat de voorbereiding op en het handelen tijdens een crisis bovenregionaal effectief kan verlopen. Er wordt afstemming gezocht met landelijke en regionale koepelorganisaties om in gezamenlijkheid op te kunnen treden. Er worden voorbereidingen getroffen voor dreigende crisissituaties. Hierbij wordt vooral gekeken vanuit het Zorgrisicoprofiel om zorgorganisaties zich te laten voorbereiden op langer durende crisissituaties waarbij zijzelf verantwoordelijkheid kunnen nemen om de zorgcontinuïteit te blijven waarborgen. De GHOR is daarnaast nauw betrokken bij de vergunningverlening rondom grote evenementen en heeft daarbij vooral aandacht voor de veiligheid en gezondheid van deelnemers en bezoekers.

Om het groeiend aantal evenementen van de juiste advisering te voorzien wordt er ingestoken op meer onderzoek en productontwikkeling van evementenadvisering. Dit gebeurt zowel via eigen regionaal onderzoek als via landelijk onderzoek (Anaphem). 1.2.4 Wat gaat het kosten?

Pagina 18 van 59

1.3 BRANDWEERZORG 1.3.1 Wie zijn we? Het programma brandweerzorg bestaat uit een vijftal teams, te weten: • Risicobeheersing • Vakbekwaamheid • Kaderstelling • Meldkamer • Incidentbestrijding We verhogen de veiligheid in Zuid-Limburg door ons inzicht in risico’s verder te verbeteren, door voorlichting en communicatie en door snelle en ter zake doende interventies daar waar het toch mis is gegaan. 1.3.2 Wat willen we bereiken? We willen de risico’s op branden en incidenten (van klein tot grote ramp/crisis) in de regio verkleinen mede door kennis te delen en het lerend vermogen van onze organisatie te vergroten. We bestrijden brand- en andere incidenten, dragen zorg voor de redding van mens en dier en we verkleinen de fysieke, sociale, economische en ecologische gevolgen van brand en andere ongevallen. Daarvoor moeten we de risico’s in onze regio goed kennen en analyseren. En is samenwerking met publieke partners zoals politie, ambulancedienst, de provinciale- en rijksoverheid, Duitse en Belgische autoriteiten en hulpdiensten, Rijks Waterstaat, het Waterschap Limburg en de Water Maatschappij Limburg belangrijk. Maar ook met private partners zoals de energieleveranciers, telefonie- en internetproviders. Zo kunnen we risico’s snel signaleren en daarover gezaghebbend adviseren en adequaat optreden.

Onze sterke verbondenheid met de maatschappij maakt dat we de samenwerking actief op kunnen en moeten zoeken. 1.3.3 Wat gaan we daarvoor doen? Onderstaand wordt per onderdeel binnen het programma Brandweerzorg aangegeven met welke zaken zij bezig zijn en/of waarmee zij aan de slag gaan in 2026: Risicobeheersing VRZL werkt in een complexe en dynamische samenleving. Voortdurend wordt de samenleving beïnvloed door maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, wijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe optredende risico’s en andere verwachtingspatronen van burgers en (keten)partners. Het wordt complexer en leidt tot meer en andere risico’s. Het effect en de impact hiervan noodzaken tot een nog intensievere integrale samenwerking binnen de veiligheidsketen. Als verbindend thema hierin ligt de nadruk op risicobeheersing vanuit een risicogerichte benadering. De nadruk komt steeds meer te liggen op het voorkomen en beheersbaar maken van incidenten. Dat vergt niet alleen het toepassen van regels, maar ook het scherp in beeld brengen en afwegen van risico’s, zoeken naar maatregelen die de veiligheid bevorderen, motiveren van anderen die het verschil kunnen maken en het beïnvloeden van risicovol gedrag. In 2026 richten zij ons op de volgende twee speerpunten: 1.

Implementatie Visie op inrichting risicobeheersing: De “Visie op inrichting Risicobeheersing” is opgenomen in het Meerjarenbeleidsplan 2024-2027 van VRZL. In 2026 zal deze visie verder geïmplementeerd worden.

Pagina 19 van 59

Speerpunten van de deze visie zijn: a. Een omslag van regelgericht naar risicogericht werken, en van toetsen aan wettelijke regels naar (brand)veiligheidsadvies.

2.

b.

Proactief inspelen op trends en ontwikkelingen met name op het gebied van energietransitie en weerbaarheid van de maatschappij.

c.

Met de beschikbare capaciteit een zo hoog mogelijke veiligheidswinst behalen aandacht te besteden aan de belangrijkste risico’s, waarbij het brandweerrisicoprofiel het fundament vormt.

d.

Verbinding maken tussen het brandweerrisicoprofiel en lokaal veiligheidsbeleid, waarbij de Output van de gesprekken met de gemeenten de input vormt voor de speerpunten in het gemeentelijk integraal veiligheidsplan en de daaraan verbonden jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Aan het eind van de beleidsplan periode zullen alle 16 gemeenten dit traject hebben doorlopen.

e.

Met het dynamisch brandweerrisicoprofiel is een basis gelegd voor het verder realiseren van een verbinding tussen het brandweerrisicoprofiel en het lokale veiligheidsbeleid. Output van gesprekken hierover vormen terugkerend input voor de speerpunten in het gemeentelijk integraal veiligheidsplan en de daaraan verbonden jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Daarmee scherpen we de schaarse inzet van mensen en middelen op die risico’s die er toe doen.

Implementatie van de Omgevingswet: Op 1 januari 2024 is de nieuwe omgevingswet van kracht geworden. Het team risicobeheersing blijft verder werken aan de implementatie van de omgevingswet binnen de veiligheidsregio. Hierbij zijn de volgende punten van belang. a.

Adequate verankering van fysieke veiligheid in het instrumentarium van de Omgevingswet.

b.

Het ‘Omgevingswetproof’ maken van de organisatie en het leveren van meer integraal advies.

c.

Een integrale afweging bewerkstelligen door het bevoegd gezag, waarbij restrisico’s bewust worden geaccepteerd. En waarbij actief en transparant wordt gecommuniceerd over deze risico’s, zodat burgers daarmee bekend zijn en op basis daarvan weten hoe te handelen.

d.

In 2025 zal een evaluatie plaatsvinden van de werkwijze van de omgevingswet binnen de VRZL. De evaluatiepunten zullen in 2026 worden opgepakt.

e.

In 2024 hebben we een jaar ervaring opgedaan met de omgevingswet en hebben we met gemeenten en provincie doorleefd in hoeverre we hier klaar voor waren. De opgedane leerervaringen worden in 2025 deels al opgepakt en worden in 2026 verder verwerkt.

Incidentbestrijding Het bewaken en borgen van de continuïteit in paraatheid en slagkracht van onze repressieve organisatie is ons primaire product. Daarnaast zullen we in 2026 verder gaan met het implementeren van de ambitie incidentbestrijding zoals vastgesteld in het Meerjarenbeleidsplan 2024-2027 van de VRZL. Speerpunten hierbij zijn Gebiedsgerichte Opkomsttijden, het landelijk Kader Uitruk op Maat met een minimale bezetting van 4 mensen (waaronder een bevelvoerder) en het behoud van vrijwilligheid en onze backbone van beroepskazernes.

Pagina 20 van 59

Belangrijke thema’s in 2026 zijn: − Het verder uitwerken en implementeren van een programma behoud vrijwilligheid, diversiteit en flexibiliteit staan hierbij centraal. − Het behouden/creëren van een goede uitgangspositie op de krappe arbeidsmarkt. − We zijn een lerende organisatie die zich wil verbeteren daartoe zal gewerkt worden aan een verdere verbetering en implementatie van de evaluatiesystematiek voor het mono optreden van de brandweer bij incidenten. − Heroriëntatie op de inrichting van Incident Bestrijding. − Het inrichten van een toekomstbestendige piketorganisatie. − Het afronden van het wervingstraject voor vrijwilligers voor de dagopleiding manschap rekening houdend met hun inzet geschiktheid voor de Service Centra op de beroepskazernes. Meldkamer Het doel van de MKB is het verzorgen van meldingen en alarmeringen voor operationele (brandweer)functionarissen voor VRZL en VRLN. Calamiteitencoördinatoren maken ook deel uit van de meldkamer. Ze verzorgen in de warme fase de eenhoofdige leiding op de meldkamer. Op basis van deze doelstelling en voorzienbare ontwikkelingen richt de MKB zich in de periode 2024 t/m 2027 op drie thema’s: 1. De veranderende rol van de meldkamer qua informatievoorziening voor (brandweer)eenheden en functionarissen. In 2026 zullen wij verder werken aan het binnenhalen, interpreteren en verwerken van actuele informatie.

Waarbij de focus wordt gelegd op videobeelden en sensoren 2. De ontwikkeling van de meldkamer naar een bewaker die dag en nacht informatie duidt, waardoor crisisrespons sneller en effectiever start of zelfs voorkomen kan worden door extra snel op te treden. Hier gaan we in 2026 mee verder. 3. De standaardisatie van werkwijzen, gezamenlijke (standaarden voor) informatiesystemen en beheersbare en veilige ICT. In 2026 zal dit proces doorlopen. Daarnaast is er vanuit het land een visie ontwikkeld met de titel "2030... dichterbij dan je denkt", die we in 2026 verder zullen implementeren. De volgende thema's worden hierin behandeld: 1. 2. 3. 4.

Realtime 'multi-sensor' maatschappij Meldkamerfunctie Operationeel centrum en multidisciplinaire opschaling Informatiegestuurde veiligheid

Een goede kwantitatieve bezettingsgraad van vakbekwame medewerkers is een randvoorwaarde om deze thema’s vorm te geven. Vakbekwaamheid Er zal ook in het begrotingsjaar 2026 uitvoering gegeven worden aan ons reguliere werk. Dit betreft o.a. het verzorgen van reguliere opleidingen voor manschappen, bevelvoerders en specialismen. Op het gebied van oefenen en bijscholen betreft het de organisatie van de beroepsoefendagen, de afstemming van een regionaal oefenrooster en het verzorgen van bijscholingen voor onze medewerkers. Dit gebeurt binnen het “Kader blijvende vakbekwaamheid”. Ook zal er ingezet worden op een verdere doorontwikkeling en optimalisering van de elektronische en virtuele leeromgeving, digitale simulaties, borging van de vakbekwaamheid en verdere stabilisatie van het instructeursbestand.

Pagina 21 van 59

In het kader van het realistisch oefenprogramma zal 2026 in het teken staan van incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) en waterongevallen (WO). Hierbij zal o.a. optimaal gebruik gemaakt worden van onze faciliteiten en de mogelijkheden van de nieuwe digitale leeromgeving en -hulpmiddelen. Daarnaast zal 2026 in het teken staan van de aankomende herziening c.q. herinrichting van het (landelijke) brandweeronderwijs. Naar aanleiding van de audit van 2025 en de hierin geboekte resultaten maakt dit integraal onderdeel uit van de doorontwikkeling van het regionale brandweeronderwijs. Daarmee geven we aantoonbaar vorm aan het concept “de lerende organisatie”. Kaderstelling In het team wordt de inhoudelijke beleidsvoorbereiding voor brandweerzorg geconcentreerd. Daarnaast wordt Kaderstelling ingezet bij ad hoc vraagstukken op tactisch niveau. Kaderstellend betekent dat het team binnen de diverse thema’s coördineert, faciliteert en de (brandweer)organisatie continu verbetert. De doelstelling van kaderstelling is dat repressieve medewerkers elk moment van het jaar en op elk tijdstip veilig en efficiënt kunnen werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=b21deeb3-e676-4794-a720-286496fd2be1