CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Bijlage 2 Conceptjaarstukken 2020 deel 1 jaarverslag 2020-deel 2 jaarrekening 2020 stadsregio Parkstad Limburg.pdf

Commissie MID 20 mei 2021, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Parkstad Limburg Concept jaarstukken 2020 en concept ontwerpbegroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023-202542.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Realisatie werkbudget Dagelijks Bestuur Van het totale werkbudget 2020 is in het jaarplan een bedrag van € 62.000 beschikbaar voor aanwending door het Dagelijks Bestuur. Het werkbudget van het Dagelijks Bestuur is € 34.000 achtergebleven bij het budget van € 62.000. Daarnaast is € 40.000 beschikbaar voor de lobby subsidieverwerving. Dit budget is nagenoeg geheel aangewend. De besteding van deze middelen was als volgt: Begroting 2020 (bijgesteld jaarplan)

Besteed in 2020

Verschil

Communicatie en regiobranding Regiodagen, raadsinformatiebijeenkomsten, bestuurskosten Advies en samenwerking Werkbudget

40

23

17

17

2

15

5 62

3 28

2 34

Lobby subsidieverwerving

40

39

1

Totaal werkbudget DB

102

67

35

Activiteiten Dagelijks Bestuur (* € 1.000)

37

De kosten van de activiteiten van het Dagelijks Bestuur zijn € 35.000 lager dan begroot. Dit komt vooral doordat het proces rondom de Takendiscussie goedkoper is uitgevallen dan verwacht. De kosten voor communicatie en regiobranding zijn achtergebleven in verband met Corona. Een groot deel van de activiteiten die voorzien waren voor 2020 zijn niet doorgegaan en doorgeschoven naar 2021. Bij overschotten is het vigerende beleid dat programmagelden beschikbaar blijven voor programma activiteiten in het daaropvolgende jaar, mits het resultaat dit toelaat. Bij de resultaatbestemming zal worden voorgesteld om het resterende werkbudget van het Dagelijks Bestuur toe te voegen aan het werkbudget van 2021. Realisatie werkbudget Dagelijks Bestuur inzake Regio Deal Op 17 januari 2018 heeft het DB in het kader van de voorbereiding van het jaarplan 2018 besloten de bestemming van de EFRO-gelden ad € 859.000 te koppelen aan de Regio Deal. Via het besluit tot 1e begrotingswijziging is dit bedrag ter beschikking gesteld als programmabudget aan het dagelijks bestuur. Indien in 2018 niet het volledige bedrag door het dagelijks bestuur zou worden bestemd zou het restant in de reserve blijven en ter beschikking blijven voor de dekking van activiteiten in 2019 passend binnen de Regio Deal.

In de vergadering van 14 maart 2018 is besloten een bedrag van € 85.000, inclusief btw / € 70.000 exclusief BTW als cofinanciering van de door BZK toegekende middelen in te zetten voor de voorbereiding van de Regio Deal. Verder is in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 7 november 2018 besloten om van de oude EFRO middelen een bedrag van € 468.680 in te zetten om de organisatie op orde te krijgen (voor de werkzaamheden exclusief de Regio Deal). Op 6 november 2019 heeft het DB ingestemd met een 2e onttrekking ter hoogte van € 150.000,- aan het werkbudget Regio Deal ten behoeve van diverse activiteiten in het kader van de Regio Deal. In 2020 is het restant ultimo 2019 van Regio Deal budget (afgerond € 300.000) bestemd voor het jaarplan 2020. In 2020 zijn € 186.000 kosten gemaakt (2019 € 59.000, 2018 € 88.000 en 2017 €2.000). Het nog te benutten saldo van het werkbudget voor de Regio Deal bedraagt per 31 december 2020 € 126.000. Namelijk: Bestemming EFRO gelden: Ontvangen van BZK:

€ 859.000 € 70.000 € 929.000 € 468.000 € 149.000 € 186.000 € 803.000 € 126.000

Toebedeeld aan organisatie op orde: Besteed tot en met 2019 Besteed in 2020 Resteert

2.2.2 Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling (Krimpgelden) Met ingang van 2016 krijgen de Parkstadgemeenten 5 jaar lang € 3,9 miljoen per jaar uitgekeerd op basis van de decentralisatie uitkering bevolkingsdaling. In Parkstadverband is besloten hiervan € 2.933.000 per jaar (75%) regionaal in te zetten. Deze middelen zijn allemaal toegekend conform onderstaande tabel. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaatsgevonden, waarin de DU bevolkingsdaling is meegenomen. Naar aanleiding van deze evaluatie is de uitkering met 1 jaar verlengd tot en met 2021.

38

Projecten krimpgelden (bedragen * € 1.000) Aanpak hoogbouwflats Aanpak Saffierflat Programmatische aanpak particulier bezit Spoorwegverdubbeling HeerlenLandgraaf Fietsverbinding Simpelveld-Aken Leisurering Bedrijventerrein. Oostflank Brunssum Slot Schaesberg Revitalisering winkelgebied Nuth Ransdaal toekomstbestendig Integraal dorpontwikkelingsplan (IDOP) Bocholtz Leisure Lane Verwoeste kasteel Etzenrade Regionale fietsverbinding Geul naar Geleenbeekdal Herinrichting bedrijventerrein Willem Sophia Financiële afwikkeling Buitenring Open Club Klimmen Landschapspark Uitkijkpunt Huls(veld) Totaal

Toegekend 2016

Toegekend 2017

Toegekend 2018

Toegekend 2019

Toegekend 2020

Totaal

1.500 0

0 450

0 0

0 0

0 0

1.500 450

100

850

850

850

850

3.500

1.000

250

250

250

250

2.000

0 300 0 0 0 0

213 0 400 200 350 192

0 0 0 200 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

213 300 400 400 350 192

0

0

0

0

0

0

600 150

0

0

600 150

0

0

150

0

0

150

0

0

300

0

0

300

0 0 0 2.900

0 0 0 2.905

0 0 0 3.000

1.500 330 0 2.930

1.500 0 330 2.930

3.000 330 330 14.665

500

In de vergadering van 7 oktober 2020 heeft het Dagelijks Bestuur besloten om voor 2021 een bedrag ad € 500.000 toe te kennen aan Open Club Klimmen en de overige € 2.434.000 toe te kennen aan de Regio Deal.

2.2.3 Regionale Initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de financiering daarvan via Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Starterscentrum, het Routebureau, Visit Zuid-Limburg en het Vestigingenregister. Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert dit gebundeld door naar de verschillende gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme.

2.2.4 Brede Doel Uitkering In 2020 is er geen bedrag per bank ontvangen met betrekking tot beschikkingen BDU/mobiliteit. Ultimo 2020 is er nog 1 BDU-project onderhanden dat Parkstad Limburg samen met de Parkstad gemeenten uitvoert. Dit project is in de SISA opgenomen. Voor de overige projecten is in 2019 de definitieve afrekening over de BDU middelen naar de Provincie gestuurd en door de Provincie conform afrekening vastgesteld. Naar aanleiding hiervan zijn de projecten naar nul gebracht en zijn de betreffende vorderingen en schulden op de Provincie en gemeenten opgenomen. In 2020 zijn een aantal vorderingen en schulden met de Provincie en gemeenten afgehandeld. De laatste posten zullen naar verwachting in 2021 afgehandeld worden.

2.2.5 Cofinanciering door derden van kernactiviteiten In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten alsmede de besteding van deze middelen verloopt via deze post.

39

500

2.2.6 Formatie en bezetting programma activiteiten Kernformatie en bezetting Voor de kernformatie van 17,7 fte (20 personen) is een bedrag in de begroting 2020 opgenomen van € 1.556.000 voor loonkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden. De loonkosten van de kernformatie moeten als een geheel worden gezien. De onderverdeling naar programma’s en overhead is op last van de BBV gemaakt. Begroting 2020

Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000) Loonkosten kernformatie programma activiteiten

1.138

Begroting 2020 na 3e wijziging

Realisatie 2020

1.138

Verschil

957

-181

Tijdelijke frictiekosten sociaal plan

30

30

25

-5

Loonkosten kernformatie overhead

388

388

538

150

1.556

1.556

1.520

-36

Totaal

FTE kernformatie programma's

11,9

Begroting 2020 na 3e wijziging 11,9

11,9

0

FTE kernformatie overhead

4,8

5,8

6,7

0,9

FTE kernformatie

16,7

17,7

18,6

0,9

Totaal kernformatie

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil

Voor de toelichting op de loonkosten en formatie wordt verwezen naar pagina 46.

2.2.7 Financiering en afschrijving Buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijving en rentekosten van de lening voor een aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring. Deze afschrijvingskosten (€ 264.000) en rentekosten (€ 128.000) worden gedekt uit de reserve Buitenring. In de reserve wordt jaarlijks een bedrag gestort van € 400.000.

2.2.8 Afwikkeling GBRD Naar verwachting zal de eindafwikkeling van de GBRD in de eerste helft van 2021 worden afgerond, nadat alle posten waaronder onderstaande voorziening voormalig personeel zijn afgewikkeld. Er zal een eindafrekening voor de gemeenten worden opgesteld en de resterende bedragen zullen worden overgemaakt. In de jaarrekening 2020 zijn de volgende reserves en voorzieningen opgenomen in verband met de afwikkeling van GBRD. Saldo ultimo 2019

Mutaties 2020

Saldo ultimo 2020

Egalisatie frictiekosten GBRD

62

0

62

Totaal reserves

62

0

62

Voorziening voormalig personeel GBRD

55

-36

19

Totaal voorzieningen

55

-36

19

Reserves (bedragen * € 1.000)

Voorzieningen

40

3 Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarbij partijen elkaar kunnen vinden via de coalition of willing. Binnen de flexibele schil zijn de baten en lasten opgenomen voor Grensoverschrijdende samenwerking en de projecten Administratieve ontzorging zonnepanelen en Streetwise.

3.1 Grensoverschrijdende samenwerking Grensoverschrijdende samenwerking is bij de besluitvorming over de nieuwe kerntaken uit de kernagenda gehaald, maar gezien het belang hiervan hebben de acht colleges in 2015 de voortzetting van de AG Charlemagne bekrachtigd. Dit belang wordt onderstreept doordat grensoverschrijdende samenwerking als thema is opgenomen in de Regiodeal. De structurele bijdrage van Parkstad aan grensoverschrijdende samenwerking bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Parkstad Limburg. Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. In 2019/2020 is door ITEM in opdracht van EGTS EMR een studie uitgevoerd rond het aanhaken van gemeenten en regio’s bij de EGTS EMR. Deze is in 2020 afgerond en er zijn met de betrokken potentiële partners samenwerkingsovereenkomsten uitgewerkt. Eind 2020 is de samenwerkingsovereenkomst unaniem door de Vorstand van de Charlemagne Grensregio geaccordeerd. Vanwege COVID-19 heeft begin 2020 alleen een Ondernemersbijeenkomst ‘Charlemagne Interaktief’ kunnen plaatsvinden.

Vanaf begin maart zijn alle jaarlijkse events van de Charlemagne gecancelled. Hoewel deelname aan events als de Nacht der Unternehmen wel voorzien was, heeft ook dat geen doorgang kunnen vinden omdat deze events zijn doorgeschoven naar 2021. De Regiodeal Parkstad Limburg en het Rheinische Revier, beide grote projecten die veel raakvlakken qua thema’s hebben, zijn tijdens de maandelijkse vergadering van de Trinat regulier besproken. Dit heeft geresulteerd in een nog intensievere samenwerking die vooral tot uiting komt in het Regiodealproject ZL’EU en de plannen rond Humanotop Avantis.

Initiatieven en voortgang projecten grensoverschrijdende samenwerking Grensoverschrijdende samenwerking speelt een belangrijke rol in de Regiodeal Parkstad Limburg. Binnen dit onderwerp zijn vier thema’s benoemd: - grensoverschrijdende arbeidsmarkt - mobiliteit - digitalisering - euregionale mindset In 2020 is, onder coördinatie van het Programmabureau Regio Deal, door initiatiefnemers van projecten binnen deze lijnen hard gewerkt aan concretisering. Een aantal projecten is thans voldoende gereed om in de 1e schijf van projecten opgenomen te worden en via tussenkomst van de Stuurgroep GROS ten behoeve van een subsidie in het kader van de 2e termijn van de Regio Deal Parkstad Limburg begin februari 2020 voorgelegd te worden aan de Regionale Regiegroep Regio Deal Parkstad Limburg. Andere projecten zullen nog verder geconcretiseerd moeten worden in opmaat naar de 2e schijf (t.b.v. de 3e termijn Regio Deal in 2021). Daarvoor worden de komende tijd, met inzet van het Programmabureau, verdere gesprekken gevoerd. De uitwerking in concrete programma’s/projecten gebeurt in samenwerking met de Duitse partners.

41

Dankzij middelen uit de Regio Deal bevorderen we het grensoverschrijdend cultureel verkeer, verschaffen we mensen betere aansluiting op de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, koppelen we grensoverschrijdende mobiliteitsnetwerken aan elkaar, bijvoorbeeld door het deelfiets-netwerk van Aken uit te breiden naar belangrijke ontwikkelingshubs in Parkstad. In de zgn. tweede termijn van de Regio Deal zijn de volgende projecten tot stand gekomen: - Ruimtelijke Visie voor Zuid-Limburg in euregionale context (ZLEU): de RWTH Aken onderzoekt, in opdracht van Parkstad Limburg en de provincie, naar mogelijkheden waarop Parkstad (en ZuidLimburg als geheel), aansluiting kan vinden op de grootschalige ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen in het Rheinische Revier; - Gegevensuitwisseling Service Grensoverschrijdende Arbeidsbemiddeling (SGA): ten behoeve van grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling is het van belang dat onderlinge gegevensuitwisseling verbeterd wordt.

Daartoe doet de UM (ITEM) een onderzoek; - Deelsysteem voor e-bikes (Velocity): in het kader van nieuwe mobiliteitsstromen, bereikbaarheid en ook volksgezondheid, wordt een netwerk van openbare e-bikestations (deelfietsen) aangelegd in heel Parkstad, dat op zijn beurt weer verbonden is met het reeds in Aken aanwezige deelfietsnetwerk; - Theatergrenzen overwinnen: om het aantal bezoekers uit de Stadsregio Aken in Parkstad structureel te vergroten (van 5% naar 15%), wordt een project ontwikkeld om het culturele aanbod in Parkstad beter onder de aandacht te brengen in Duitsland, zowel door een groot kick-off-event te organiseren als een gerichte marketingcampagne op touw te zetten.

3.2 Administratie zonnepanelen Voor het project Administratie zonnepanelen is een volgende tranche ad € 130.275 gefactureerd aan de betreffende gemeenten. Dit bedrag is als projectbudget opgenomen in de administratie als budget voor de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW-teruggaaf voor de deelnemers.

42

3.3 Streetwise Het project Streetwise is een gezamenlijk project van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Voerendaal en van Parkstad. De gemeentelijke bijdragen worden op dit programma verantwoord. Streetwise is vanaf 1 juni 2020 omgezet in een subsidierelatie tot en met 31 december 2021. (begrotingspost subsidie) Het financiële overzicht flexibele schil ziet er als volgt uit: Programma Flexibele schil (* € 1.000)

Begroting 2020

Begroting 2020 na 3e wijziging

Realisatie 2020

Verschil

Grensoverschrijdende samenwerking

50

50

50

0

Streetwise

0

105

105

0

Administratie zonnepanelen

0

79

89

10

Totale lasten Flexibele schil

50

234

243

10

Grensoverschrijdende samenwerking

50

50

50

0

Bijdrage gemeenten aan Streetwise Bijdragen gemeenten aan Administratie zonnepanelen Totale baten Flexibele schil

0

53

53

0

0

130

130

0

50

233

233

0

0

-1

-10

-9

0

51

42

-9

0

52

52

0

0

1

10

9

0

0

0

0

Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Saldo mutaties reserves Flexibele schil Gerealiseerde resultaat Flexibele schil

Het gerealiseerde resultaat (inclusief mutaties reserves) van het programma is in 2020 – net als in de begroting - nihil.

43

4 Algemene dekkingsmiddelen 4.1 Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg van maart 2014 – plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering, zijnde 2015. In 2020 is aan regiobijdragen van de gemeenten een bedrag ontvangen conform de begroting 2020. De verdeling over de gemeenten was als volgt: Verdeelsleutel 2020

Begroting 2020

Realisatie 2020

AU 2015 Basis

Aandeel gemeente

x € 1.000

x € 1.000

Beekdaelen

20.168

11,01%

Brunssum

20.192

11,02%

298

298

Heerlen

71.456

39,01%

1.053

1.053

Kerkrade

34.142

18,64%

503

503

Landgraaf

24.424

13,33%

360

360

Simpelveld

6.129

3,35%

90

90

Voerendaal

6.665

3,64%

98

98

183.176

100,00%

2.700

2.699

Gemeente

Totaal

297

297

Naast de bijdrage van de gemeentes heeft SPL een bijdrage ontvangen inzake het regionaal deel van de Decentralisatie uitkering bevolkingsdaling van € 2.933.000. (verwerkt via de balans conform BBV) Totaal overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zien er samengevat als volgt uit:

Begroting 2020

Begroting 2020 na 3e wijziging

Realisatie 2020

Verschil

0

0

0

0

Bijdragen deelnemende gemeenten

2.700

2.700

2.699

-1

Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling

2.933

0

0

0

Totale baten

5.633

2.700

2.699

-1

Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen

5.633

2.700

2.699

-1

Stortingen in reserves

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen

0

0

0

0

Gerealiseerde resultaat Algemene Dekkingsmiddelen

5.633

2.700

2.699

-1

Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

Totale lasten

44

5 Overhead en bedrijfsvoering en Frictiebudget 5.1 Bedrijfsvoering Ontwikkeling bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan zoals secretariaat, communicatie, officemanagement, hrm, administratie en controlling. Bedrijfsvoering 2020 In de begroting 2020 is voor bedrijfsvoering een bedrag opgenomen van € 327.000 Hierbij is rekening gehouden dat vanuit de bedrijfsvoering kosten worden doorbelast aan projecten (en dus in mindering zijn gebracht op bruto kosten voor de bedrijfsvoering) en dat er een deel (€ 93.000) gedekt zal worden uit éénmalige frictiekosten.

Huisvesting en bedrijfsvoering Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Huisvesting ICT Facilities Administratie en planning en control Personeelskosten en hrm Eenmalige frictiekosten herinrichting bedrijfsvoering Eenmalige frictiekosten BDU Resultaat voorgaande jaren Totaal

Begroting 2020 na 3e wijziging

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil

70 66 20 28 50

70 66 20 28 50

64 54 11 41 27

-6 -12 -9 13 -23

0

93

0

-93

0 0 234

0 0 327

4 4 205

4 4 -122

Toelichting In 2020 waren de lasten € 205.000, € 122.000 lager dan begroot. Dit werd hoofdzakelijk veroorzaakt door het feit dat de frictiereserve niet aangesproken hoefde te worden. De kosten voor de opstelling van het interne controleplan inzake de rechtmatigheid kon uit het reguliere budget worden gedekt en de implementatie van het nieuwe financiële systeem is in verband met de Takendiscussie uitgesteld naar 2021. Hiernaast zijn de huurkosten lager dan begroot doordat het nieuwe huurcontract vanwege Corona nog niet is ingegaan. Ook de kopieerkosten, vergaderkosten en kosten dienstreizen waren als gevolg van Corona lager. Verder zijn er in 2020 een aantal contracten gewijzigd. Zo is het contract voor de telefonie geoptimaliseerd en was de leaseperiode voor de desktops afgelopen. De ingang van een nieuwe contractperiode van de accountant heeft geleid tot hogere accountantskosten. Het resultaat voorgaande jaren betreft regionale initiatieven die vorig jaar te laag waren opgenomen. In 2020 is een deel van de kosten van de bedrijfsvoering doorbelast naar projecten. In 2020 gaat het om een bedrag van € 64.000 (begroot € 40.000). Het gaat om projecten die (gedeeltelijk) extern worden gefinancierd en waarvoor (extra) personele capaciteit wordt ingezet (zoals Streetwise, het zonnepanelenproject, RES ZL en de WoonWijzerWinkel).

Inherent hieraan is dat gebruik wordt gemaakt van de bedrijfsvoeringfaciliteiten van Parkstad. De doorbelasting wordt berekend aan de hand van de inzet van personele capaciteit voor die projecten (€ 11.000 per fte). Het risico bestaat dat als op enig moment de dekking (gedeeltelijk) wegvalt er sprake is van een ongedekt tekort.

45

5.2 Loonkosten, formatie en bezetting Kernformatie en bezetting Voor de kernformatie van 18,6 fte (22 personen) is een bedrag in de begroting 2020 opgenomen van € 1.556.000 voor loonkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden. De loonkosten van de kernformatie moeten als een geheel worden gezien. De onderverdeling naar programma’s en overhead is op last van de BBV gemaakt.

Loonkosten kernformatie programma activiteiten Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Loonkosten kernformatie overhead

1.138 30 388

Begroting 2020 na 3e wijziging 1.138 30 388

Totaal

1.556

1.556

Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil

957 25 538

-181 -5 150

1.520

-36

Per saldo zijn de loonkosten € 36.000 lager uitgekomen dan de begroting doordat de personeelskosten van een programmamedewerker aan de Provincie doorbelast zijn kunnen worden omdat hij 50% van zijn dienstomvang op dit project (RES ZL) werkzaam was.

Totaal kernformatie

Begroting 2020

FTE kernformatie programma's FTE kernformatie overhead FTE kernformatie

11,9 4,8 16,7

Begroting 2020 na 3e wijziging 11,9 5,8 17,7

Realisatie 2020

Verschil

11,9 6,7 18,6

Het totale aantal medewerkers (inclusief ingehuurde medewerkers t.b.v. projecten en vacatures) per 31 december is 22,7 fte (27 personen). De overige 4,1 fte (5 personen) is als volgt te verklaren: • 0,5 fte (1 medewerker) wordt ingezet ten behoeve van Grens Overschrijdende samenwerking (de andere helft is onder kernformatie opgenomen). De kosten worden gedekt uit de flexibele schil. • 0,56 fte (1 medewerker) is tijdelijk in dienst ten behoeve van de Administratieve Ondersteuning Zonnepanelen. De kosten worden gedekt uit de flexibele schil. • 1,0 fte (1 medewerkers) wordt ter beschikking gesteld door de Provincie inzake de Regio Deal. • 1,0 fte ( 1medewerker) GROS. De kosten zijn gedekt uit incidentele middelen uit de flexibele schil en voor restant van de reserve organisatie op orde. • 1,0 fte (1 medewerker) programma’s. De kosten worden gedekt uit incidentele middelen en restant van de reserve organisatie op orde. Organisatie op orde Naast de kosten voor de kernformatie is € 269.000 loonkosten gebudgeteerd voor 2,6 fte in tijdelijke dienst voor 2 jaren naar aanleiding van het DB Besluit van 7 november 2018 “Organisatie op Orde”. Dit is inclusief € 28.600 voor de dekking van bedrijfsvoeringskosten. De kosten worden gedekt uit de bestemmingsreserve werkbudget “Organisatie op Orde”.

De gerealiseerde kosten waren € 80.000 lager omdat een medewerker maar 42 van de 52 weken in dienst was, een deel van de kosten doorbelast kon worden aan het Europees project Reform en een ander deel uit het reguliere pbudget gedekt kon worden. De onttrekking aan de bestemmingsreserve werkbudget “Organisatie op Orde” was eveneens € 80.000 lager dan begroot. De niet opgenomen verlofuren als gevolg van de werkdruk zijn een aandachtspunt. Op de afbouw van dit saldo wordt de komende jaren gestuurd. De bestemmingsreserve werkbudget “Organisatie op Orde” bedraagt ultimo 2020 € 112.000.

46

0 0,9 0,9

5.3 Financiële samenvatting bedrijfsvoering en overhead Overhead (bedragen * € 1,000) Exploitatielasten Kosten formatie Bedrijfsvoering Totale lasten Overhead Totale baten Overhead Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Overhead Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Frictiereserve Saldo mutaties reserves Overhead Gerealiseerde resultaat Overhead

Begroting 2020 na 3e wijziging

Begroting 2020

Realisatie 2020

Verschil

388 234 622

388 327 715

538 205 743

0

0

0

0 150 -122 28 0 0

-622

-715

-743

-28 0

93 93 -622

0 -622

0 0 -743

-93 -93 -121

5.4 Frictiebudget Met ingang van 2017 is de bijdrage van de gemeenten in de frictiekosten voortijdig beëindigd, aangezien de transitie sneller verliep dan gepland. De frictiekosten worden met ingang van 2017 volledig gedekt uit de frictiereserve. De omvang daarvan eind 2019 was € 243.000. In 2020 werd in de begroting een bijdrage uit de frictiereserve voorzien van € 30.000. Via de eerste en tweede begrotingswijziging is dit verhoogd naar € 126.000 conform onderstaand overzicht. De frictiekosten zijn opgenomen bij het Programma Kerntaken en Overhead. Begroting 2020

Begroting 2020 na 3e wijziging

Realisatie 2020

Extra loonkosten van 2 medewerkers, die op basis van het Sociaal Plan het salaris betaald krijgen op grond van hun functies en bijbehorende waardering van voor de transitie.

30

30

25

Herinrichting bedrijfsvoering

0

93

0

Resultaatbestemming 2019 (via balans)

0

3

3

Totaal

30

126

28

Inzet frictiegelden (bedragen * € 1.000)

De gerealiseerde inzet voor de herinrichting bedrijfsvoering is nihil. In 2020 is er een intern controleplan opgesteld ten behoeve van de rechtmatigheidsverklaring. De kosten hiervan (€ 9.000) konden gedekt worden uit het reguliere budget voor de bedrijfsvoering. De implementatie van het nieuwe financiële systeem is doorgeschoven naar 2021. De resultaatbestemming 2019 is verwerkt via de balans. In 2021 en latere jaren is er nog sprake van transitie en frictiekosten. De totale kosten daarvan zijn becijferd op € 172.000. Het saldo van de frictiereserve per 31-12-2020 € 214.000 laat dit toe. Zoals uit onderstaande tabel blijkt zou dan een bedrag resteren van € 35.000. In de risicoparagraaf wordt hier nog nader op ingegaan.

47

Beroep op frictiekosten na 2020

Beschikbaar

(bedragen * € 1.000) Beschikbaar bedrag

Verwachte uitgaven na 2020

214

Verplichtingen / risico’s · Extra loonkosten op basis van Sociaal Plan (2 medewerkers) · Herinrichting bedrijfsvoering o.a. implementatie nieuw financieel systeem en archief Totaal

Restant

95 84 214

179

35

6 Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Parkstad niet vpb-plichtig is. Dit is bevestigd door de belastingdienst.

7 Onvoorzien In 2020 is geen beroep gedaan op de post onvoorziene uitgaven.

8 Mutaties reserves In de paragraaf weerstandsvermogen wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves. Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt hierin € 0,4 miljoen gestort en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening onttrokken. Met ingang van 2020 worden ook de afschrijvingen ten laste van deze reserve gebracht. Frictiereserve In 2020 is in de begroting € 126.000 kosten opgenomen die incidenteel worden gedekt uit de frictiereserve: • Salarisgaranties conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 2 medewerkers in dienst van Parkstad worden geraamd op € 30.000 per jaar. Deze kosten lopen maximaal door tot het vertrek van deze medewerkers als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. • De incidentele kosten ad € 93.000 voor de herinrichting van de bedrijfsvoering. De gerealiseerde inzet voor de herinrichting bedrijfsvoering is nihil. In 2020 is er een intern controleplan opgesteld ten behoeve van de rechtmatigheidsverklaring. De kosten hiervan konden gedekt worden uit het reguliere budget voor de bedrijfsvoering. De implementatie van het nieuwe financiële systeem is doorgeschoven naar 2021.

• Resultaatbestemming (via de balans) ad € 3.000.

Reserve werkbudget Algemeen Bestuur en Bestuurscommissies Het is staand beleid om programmagelden, die in enig jaar niet worden besteed, beschikbaar te houden voor programma activiteiten in het daaropvolgende jaar. Baten en lasten van projecten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve werkbudget van de betreffende bestuurscommissie. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil.

48

Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)

Begroting 2020

Begroting 2020 na 3e wijziging

Realisatie 2020

Verschil

400

400

400

0

Stortingen in reserves: - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies

0

1.019

1.114

95

400

1.419

1.514

95

- Reserve Ringwegen

368

393

393

0

- Frictiereserve

30

123

25

-98

- Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur

0

0

Totale stortingen Onttrekkingen aan reserves

- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale onttrekkingen Saldo van onttrekkingen en stortingen

0

0

1.525

809

-716

398

2.041

1.227

-814

-2

622

-287

-909

9. Paragrafen 9.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen van het weerstandsvermogen / reserves, de voorgeschreven financiële kengetallen en risicobeheersing.

9.1.1 Weerstandvermogen / reserves Parkstad Limburg beschikt over een algemene reserve om niet begrote kosten te dekken. De algemene reserve heeft per 31 december 2020 een omvang van € 115.000. Deze reserve fungeert als een post onvoorzien. Het dagelijks bestuur is bevoegd om de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter. Uitgaven waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Wanneer het dagelijks bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, legt ze daarover in de eerst volgende bestuursrapportage c.q. het eerst volgende jaarverslag verantwoording af. In 2020 is hiervan geen gebruik gemaakt. Benodigde weerstandsvermogen De deelnemende gemeenten hanteren het uitgangspunt dat een eigen weerstandsvermogen voor Parkstad niet nodig is om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen om taken voort te zetten. Dit risico wordt – op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen - gedragen door de deelnemende gemeenten. Dat houdt automatisch in dat Parkstad alleen dient te beschikken over enige financiële armslag om tussentijdse financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium.

Dit uitgangspunt is in 2011 geëxpliciteerd in de notitie ‘Risico’s en weerstandcapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’.

49

9.1.2 Financiële Kengetallen Conform BBV worden de volgende financiële kengetallen opgenomen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Parkstad niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven. Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Norm

Netto schuldquote

79,10%

54,1%

46,7%

<100%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

79,10%

54,1%

46,7%

<100%

Solvabiliteitsratio

42,20%

51,6%

58,2%

>=20%

Structurele exploitatie

101%

88,6%

97,3%

<=100%

Kengetal

* Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruitontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.

Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL in 2018, 2019 en 2020 geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Parkstad in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen en betreft de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Structurele exploitatie Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties uit/naar reserves, ontstaat het beeld in hoeverre er sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar.

Een percentage kleiner dan of gelijk aan 100% betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Beoordeling van de kengetallen De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting dan wel de realisatie 2019 zijn als volgt verklaarbaar: 1. De netto schuld quote 2020 (46,7%) is ten opzichte van 2019 (54,1%) met circa 7,5% gedaald. Deze daling is positief. De daling ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt door de aflossing op de langlopende lening. 2. De solvabiliteitsratio ontwikkelt zich positief. De solvabiliteitsratio 2020 (58,2%) steeg ten opzichte van 2019 (51,6%) Dit wordt veroorzaakt door de toename van de crediteuren, een éénmalig hoge factuur van de Provincie Limburg inzake de financiële afrekening van de buitenring ad € 10.000.000.

50

De kengetallen van Parkstad vertonen een positief financieel beeld ten opzichte van de gebruikelijke normen.

9.1.3 Risicobeheersing Op 30 november 2011 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met de notitie ‘Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Op 19 december 2011 heeft de Parkstadraad de notitie voor kennisgeving aangenomen. De notitie had als doel inzicht te verschaffen in de risico’s die de deelnemende gemeenten lopen via de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg. Dat de deelnemende gemeenten uiteindelijk risicodrager zijn voor de continuïteit van het regiobureau ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequaat risicomanagement. Risicomanagement handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse. De Risiconotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. Via de paragrafen risicobeheersing in de begroting, bestuursrapportage en jaarstukken wordt ingegaan op de beheersing van risico’s die in het risicomanagement bijzondere aandacht behoeven. Dit zijn thans: 1. COVID-19 (Corona) 2. Transitie- en frictiekosten regiobureau na 2020 3. Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten 4. Kosten bedrijfsvoering COVID-19 (Corona) De uitbraak van het COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden.

Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen. Als netwerkorganisatie is het vooral van belang dat (bestuurlijke) afstemming doorgang kan vinden. Hiervoor maken we zoveel mogelijk gebruik van videobellen. Medewerkers werken zoveel mogelijk thuis. Hiervoor zijn thuiswerkfaciliteiten ingericht. In de praktijk blijkt weliswaar dat fysieke vergaderingen vaak effectiever zijn, de reguliere werkzaamheden en noodzakelijke (digitale) besluitvorming hebben desondanks doorgang kunnen vinden. De baten zijn niet beïnvloed door Corona. De regiobijdrage van de gemeentes is hierdoor niet gewijzigd. COVID-19 heeft geen gevolgen gehad voor de debiteurenpositie van SPL. De belangrijkste debiteuren zijn gemeenten en de Provincie Limburg (inzake Regio Deal), waarbij het risico op het niet betalen van facturen gering is. Er zijn geen debiteuren failliet gegaan. De impact van COVID-19 op de lasten inzake de bedrijfsvoering is niet materieel.

Enerzijds zijn er hogere lasten waaronder het inregelen van thuiswerkfaciliteiten en videobellen, anderzijds blijven er kosten achter. Zo zijn de kosten voor communicatie en regiobranding achtergebleven, doordat activiteiten zijn doorgeschoven naar 2021. Verder zijn de printkosten lager, evenals de uitputting van de frictiereserve inzake herinrichting van de bedrijfsvoering (m.n. financiële administratie) naar aanleiding van de gewijzigde verwerking van projecten en is het huurcontract nog niet aangepast. In 2020 heeft COVID-19 geen invloed gehad op aanbestedingen. Het netto-resultaat op de projecten is altijd nihil. Er hebben geen afwaarderingen op projecten plaats gevonden. De conclusie is dan ook dat de reguliere werkzaamheden en de noodzakelijke (digitale) besluitvorming doorgang hebben kunnen vinden en dat het resultaat niet negatief beïnvloed is door COVID-19. Naar verwachting geldt de financiële impact ook voor 2021.

51

Transitie en frictiekosten Regiobureau na 2020 Na 2020 zullen eruit hoofde van de transitie nog frictiekosten gemaakt worden. Te verwachten kosten zijn: • Salarisgaranties conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 2 medewerkers in dienst van Parkstad worden geraamd op € 95.000. • In 2021 zullen nog kosten gemaakt worden in verband met de herinrichting van de bedrijfsvoering. Om de bedrijfsvoering mee te laten groeien met de transformatie naar aanleiding van de takendiscussie zal in 2021 een nieuw financieel systeem met een geïntegreerde projectadministratie worden geïmplementeerd. Ook zal de inrichting van het archief worden geactualiseerd. Hiervoor is € 84.000 in de frictiereserve gereserveerd. Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten Buiten de kernformatie wordt 0,5 fte vaste bezetting gedekt uit de flexibele schil (i.c. voor grensoverschrijdende samenwerking). Als deze dekking zou wegvallen komen de frictiekosten ten laste van Parkstad. De jaarlijkse loonkosten bedragen € 35.000. Indien dit risico zich zou manifesteren, moeten activiteiten worden ondernomen om de dan ontstane boventalligheid ongedaan te maken. In november 2018 is verder door het DB besloten om 2,6 fte tijdelijke capaciteitsuitbreiding goed te keuren voor een maximum van 2 jaren.

(De kosten ad € 234.000 per jaar worden ten laste gebracht van het werkbudget “Organisatie op Orde”) Deze extra capaciteit dient om het takenpakket naar behoren uit te kunnen blijven voeren. In de goedgekeurde begroting 2021 is opgenomen dat de kosten van de 2,6 fte met een tijdelijk dienstverband structureel gemaakt worden. Kosten bedrijfsvoering Op 27 november 2013 is het stappenplan ‘toekomst regionale samenwerking’ door het Parkstadbestuur als uitgangspunt vastgesteld voor de transformatie van Parkstad. Gelijktijdig werd aan de directie van het Parkstad-bureau opdracht gegeven het stappenplan uit te voeren binnen de vastgestelde financiële kaders. Onderdeel van dit stappenplan vormde de uitbesteding van de bedrijfsvoering van Parkstad aan één van de aangesloten gemeenten. Voorwaarde daarbij was dat de materiële kosten voor de bedrijfsvoering en huisvesting gereduceerd zouden worden van € 784.000 naar € 265.000 (een besparing van € 519.000). Medio 2014 is hiervoor een offerte-traject in gang gezet. Echter geen van de (van 3 gemeenten) ontvangen offertes bleek passend.

Daarop is de bedrijfsvoering ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening, administratie en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan (officemanagement, hrm en controlling). Het structurele budget voor de bedrijfsvoering bedroeg in 2020 € 234.000. De werkelijke kosten zijn hoger. Het verschil is in 2020 gedekt door een bedrag van circa € 64.000 (op basis van € 11.000 per fte) door te bereken aan extern gefinancierde projecten, zoals Streetwise en RESZL. Dit is een vergoeding voor zowel de variabele kosten als voor de vaste kosten in de sfeer werkplekken, administratie, personele zorg en faciliteiten. Door de doorbelasting van kosten in 2020 aan tijdelijke projecten is het (structurele) tekort op de bedrijfsvoering gedekt en is voorkomen dat aanvullend een financieel beroep moest worden gedaan op de deelnemende gemeenten. Hierbij bestaat het risico dat als op enig moment de dekking (gedeeltelijk) wegvalt er sprake is van een ongedekt tekort. Voor onvoorzienbare en onvermijdbare uitgaven is een algemene reserve van € 115.000 in de cijfers van SPL is opgenomen. De gemeenten dragen op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het financiële risico van niet structurele financiële risico’s van de GR SPL.

52

9.2 Financiering Inleiding Voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden zijn kaders gesteld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Onder de treasuryfunctie vallen onder andere het geldstromenbeheer, het saldobeheer, liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. Parkstad heeft de navolgende instrumenten op het gebied van treasury, te weten het treasurystatuut, de financieringsparagraaf in de begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag. In het treasurystatuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Vanaf eind 2013 is door het rijk het Schatkistbankieren ingevoerd, dat als wetswijziging in de wet FIDO is opgenomen. Met de gevolgen van het Schatkistbankieren dient rekening te worden gehouden bij financieringsvraagstukken van de lokale overheid. Financiering Parkstad SPL beschikt over één langlopende annuïteitenlening met een oorspronkelijke hoofdsom van € 5.800.000 met een resterende hoofdsom per 31 december 2020 van € 2.927.000. De lening heeft een totale looptijd van 23 jaar en is met een resterende looptijd van 9 jaar in 2029 geheel afgelost.

De rentelasten zijn opgenomen in het taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee de Stadsregio de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal volgens de primaire begroting. Het begrotingstotaal bedraagt de totale lasten volgens de begroting inclusief toevoegingen aan de reserves. Berekening Kasgeldlimiet(bedragen * € 1.000) Begrotingstotaal lasten

Kwartaal 1 7.341

Kwartaal 2 7.341

Kwartaal 3 7.341

Kwartaal 4 7.341

Toegestane kasgeldlimiet: 8.2% van het bgrotingstotaal met een minimum van € 300,000

602

602

602

602

Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet Totaal gemiddelde netto vermogen schuld

602 -25.925

602 -27.187

602 -26.320

602 -32.054

Ruimte (+) / overschrijding (-)

26.527

27.789

26.922

32.656

De liquiditeitspositie van Parkstad is zodanig dat in 2020 geen beroep is gedaan op kasgeldfinanciering. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente en de daarmee samenhangende rentelasten. Een rentelast kan stijgen bij herfinanciering of renteherziening van een lening. In 2020 heeft geen renteherziening of herfinanciering van lopende leningen plaats gevonden. In 2021 verwachten wij geen renteherziening, herfinanciering van bestaande leningen dan wel nieuwe financieringen. De vaste schuld van Parkstad heeft uitsluitend betrekking op de voorfinanciering van de Buitenring. Berekening Renterisiconorm

2020

Renteherzieningen

€ 0,0 miljoen

Aflossingen

€ 0,3 miljoen

Totaal renterisico

€ 0,3 miljoen

Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)

€ 1,2 miljoen

Ruimte onder renterisiconorm (norm minus risico)

€ 0,9 miljoen

53

Gelet op het feit dat in 2020 geen sprake was van herfinanciering of renteherziening is de renterisiconorm voor Parkstad louter van theoretisch belang. Parkstad heeft in 2020 de renterisiconorm niet overschreden.

Schatkistbankieren Vanwege het Schatkistbankieren is het tijdelijk tegen rente uitzetten van overtollige middelen niet mogelijk. Voordelige financieringsresultaten als gevolg van tijdelijke overliquiditeit zijn daardoor nagenoeg uitgesloten. Alle liquide middelen worden dagelijks door de Schatkist afgeroomd en de renteopbrengst van een eventueel ‘spaarsaldo ’bij de schatkist is vooralsnog nagenoeg nihil. De maximaal toegestane liquiditeit op de eigen rekening van Parkstad was in 2020 als gevolg van de regels van het Schatkistbankieren € 300.000. Een dergelijk bedrag is nodig voor het reguliere betalingsverkeer en kan niet rentedragend worden uitgezet. Het prudent beleid met betrekking tot uitzettingen, zoals is opgenomen in het treasurystatuut, bestaat daardoor voortaan uit het uitvoeren van het Schatkistbankieren.

9.3 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan zoals secretariaat, communicatie, officemanagement, hrm, administratie en controlling. Het structurele budget voor de bedrijfsvoering bedroeg in 2020 – na overheveling van gelden naar de formatie in verband met het uitvoeren van taken in eigen beheer – € 234.000. De werkelijke kosten zijn lager doordat er meer doorbelast kon worden aan extern gefinancierde projecten (zoals Streetwise, het zonnepanelenproject, RES ZL en de WoonWijzerWinkel); circa € 64.000 (op basis van € 11.000 per fte). Dit is een vergoeding voor zowel de variabele kosten als voor de vaste kosten in de sfeer werkplekken, administratie, personele zorg en faciliteiten. Door de doorbelasting van kosten in 2020 aan tijdelijke projecten is het (structurele) tekort op de bedrijfsvoering gedekt en is voorkomen dat aanvullend een financieel beroep moest worden gedaan op de deelnemende gemeenten. Hierbij bestaat het risico dat als op enig moment de dekking (gedeeltelijk) wegvalt er sprake is van een ongedekt tekort. Voor onvoorzienbare en onvermijdbare uitgaven is een algemene reserve van € 115.000 in de cijfers van SPL is opgenomen.

De gemeenten dragen op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het financiële risico van niet structurele financiële risico’s van de GR SPL.

9.4 Verbonden partijen Er zijn geen verbonden partijen.

54

Deel 2: Jaarrekening 2020

55

10 Balans Activa

31-12-2020

31-12-2019

Bedragen x € 1.000,Vaste Activa

6.940

7.204

Immateriële Vaste activa Bijdragen aan activa eigendom van derden

6.940 6.940

7.204 7.204

Vlottende Activa

37.547

23.176

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen

37.341

21.657

3.622

2.696

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

33.719

18.957

Overige vorderingen

0

4

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

34 0 34

35 1 34

Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - Overige Nederlandse overheidslichamen

172

1.484

0

1.182

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

172

302

44.487

30.380

Totaal Activa

56

Passiva

31-12-2020

31-12-2019

Bedragen x € 1.000,Vaste Passiva

9.212

9.147

Eigen vermogen Algemene Reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

6.264 115 6.071 78

5.899 115 5.787 -3

22 3 19

58 3 55

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen

2.926

3.190

2.926

3.190

Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi

35.275 10.516

21.233 580

195

196

Overige schulden

10.321

384

Overlopende Passiva Verplichtingen die in een begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

24.759 459

20.653 487

242 0 989

371 0 1.475

23.069

18.320

44.487

30.380

Voorzieningen Voorziening instandhouding financieel systeem Voorziening voormalig personeel GBRD

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: - Europese Overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Passiva

57

11 Overzicht baten en lasten 2020

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Begroting 2020

Begroting 2020 na 3e wijziging

Realisatie 2020

Verschil

6.269 50 6.319

4.142 234 4.376

3.173 243 3.416

-969 9 -960

1.260 50 1.310

1.536 233 1.769

1.592 233 1.825

56 0 56

-5.009

-2.607

-1.591

1.016

Lasten programma’s ● Programma kerntaken ● Programma flexibele schil Totale lasten programma’s Baten programma’s ● Programma kerntaken ● Programma flexibele schil Totale baten programma’s Gerealiseerd saldo van baten en lasten op de programma's Lasten divers: ● Algemene dekkingsmiddelen ● Overhead ● Vennootschapsbelasting ● Onvoorzien Totale lasten divers Baten divers: ● Algemene dekkingsmiddelen ● Overhead ● Vennootschapsbelasting ● Onvoorzien Totale baten divers

0 622 0 0 622

0 715 0 0 715

0 743 0 0 743

0 28 0 0 28

5.633 0 0 0 5.633

2.700 0 0 0 2.700

2.699 0 0 0 2.699

-1 0 0 0 -1

Gerealiseerd saldo van baten en lasten divers

5.011

1.985

1.956

-29

Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Stortingen in reserves kerntaken: ● Reserve Ringwegen ● Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale storting in de reserves (last) Onttrekkingen aan reserves kerntaken: ● Reserve Ringwegen ● Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur ● Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies ● Werkgelegenheidsfonds

2

-622

365

987

400 0 400

400 1.019 1.419

400 1.114 1.514

0 95 95

368 0 0 0

393 0 1.525 0

393 0 809 0

0 0 -716 0

30 398 -2

123 2.041 622

25 1.227 -287

-98 -814 -909

0

0

78

78

Onttrekkingen aan reserves overhead: ● Frictiereserve Totale onttrekking aan de reserves (baten) Saldo mutaties reserves Gerealiseerde resultaat

Het overzicht van baten en lasten vertoont forse verschillen tussen de realisatiecijfers op de programma’s en algemene dekkingsmiddelen ten opzichte van de 3e begrotingswijziging. Deze verschillen betreffen – zoals ook toegelicht in het jaarverslag – hoofdzakelijk baten en lasten van projecten die in de staat van baten en lasten worden opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “werkbudget” van de betreffende Bestuurscommissie. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil.

58

12 Toelichtingen 12.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Alle bedragen in de jaarrekening, tabellen en de toelichtingen daarop zijn genoteerd in duizendtallen tenzij anders vermeld. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

BALANS Vaste activa Immateriële vaste activa Algemeen De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag (artikel 62 lid 2 BBV). Hierbij wordt de verkregen bijdrage als bate verantwoord. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Bijdragen aan activa van derden worden conform artikel 62 en 63 BBV gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Dit bedrag is eind 2006 betaald aan de Provincie Limburg en wordt afgeschreven vanaf 2020, een jaar nadat de Buitenring gereed is. Bijdragen aan activa in eigendom van derden, worden geactiveerd in overeenstemming met art. 61 BBV als: • er sprake is van een investering door een derde; • de investering bijdraagt aan de publieke taak; • de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; • de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de derde anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

59

Alleen als de bijdrage aan alle voorwaarden voldoet wordt deze verantwoord onder de immateriële vaste activa (art. 36 BBV). De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de provincie Limburg gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. Na afstemming met de Provincie Limburg bedragen de gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren: • Asfaltconstructie 15 • Funderingsconstructie 40 Het totale bedrag van de afschrijving van de Buitenring is door de Provincie verdeeld op basis van percentages: • Asfaltconstructie 28% • Funderingsconstructie 72%

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen De vorderingen (waaronder debiteuren) worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en de bestemmingsreserves, alsmede het nog te bestemmen resultaat van de jaarrekening. Het nog te bestemmen resultaat over het afgesloten boekjaar wordt afzonderlijk gepresenteerd als onderdeel van de algemene reserve. Na besluitvorming door het Algemeen Bestuur over de resultaatsbestemming wordt de resultaatbestemming verwerkt in het daaropvolgende boekjaar. Voorzieningen Voorzieningen zijn de op het moment van opstellen van de jaarrekening voorzienbare verplichtingen, verliezen en/of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

60

12.2 Toelichting op de balans per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000)

Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa Omschrijving (bedragen x € 1.000)

31-12-2020

31-12-2019

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

6.940

7.204

Totaal

6.940

7.204

Het aandeel van Stadsregio Parkstad Limburg in de financiering van de Buitenring bedraagt € 7.204.000 Dit bedrag is eind 2006 betaald aan de Provincie Limburg en wordt afgeschreven vanaf 2020, een jaar nadat de Buitenring gereed is. De verdeling en afschrijvingstermijnen zijn met de Provincie afgestemd: • Asfaltconstructie 28% afschrijving in 15 jaar • Funderingsconstructie 72% afschrijving in 40 jaar Vanaf 2020 wordt voor de dekking van de kapitaallasten (rente en afschrijving) van deze investering jaarlijks € 400.000 gereserveerd ten laste van de Parkstad begroting. Bijdragen aan activa in eigendom van derden (bedragen x € 1.000) Buitenring asfaltconstructie Buitenring funderingsconstructie Totaal

Boekwaarde 31-122019

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Afwaarderingen

Boekwaarde 31-122020

2.017

0

0

134

0

0

1.883

5.187

0

0

130

0

0

5.057

7.204

0

0

264

0

0

6.940

Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd < dan 1 jaar De specificatie van deze post luidt als volgt: Omschrijving (bedragen x € 1.000)

31-12-2020

31-12-2019

Vorderingen op openbare lichamen

3.622

2.696

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar

33.719

18.957

Overige vorderingen Totaal

Boekwaarde 31-12-2020

Omschrijving (bedragen x € 1.000) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen Totaal

61

0

4

37.341

21.657

Voorziening

Balanswaarde

3.622

0

3.622

33.719

0

33.719

0 37.341

0 0

0 37.341

Vorderingen op openbare lichamen Openstaande debiteuren Parkstad op openbare lichamen Dit betreffen vorderingen op openbare lichamen, zoals gemeenten en de provincie. Deze vorderingen hebben in het algemeen een ander risicoprofiel dan de privaatrechtelijke vorderingen en zijn nagenoeg geheel begin 2021 ontvangen. Op basis van individuele beoordeling is er geen voorziening debiteuren benodigd per 31 december 2020. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Openstaande debiteuren Parkstad Voorziening dubieuze debiteuren Openstaande debiteuren GBRD Te vorderen BTW Totaal

31-12-2020 3.146 0 146 330 3.622

31-12-2019 2.200 0 146 350 2.696

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd < dan 1 jaar De samenstelling van de post Uitzetting in ’s rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar is als volgt: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Parkstad Bureau Parkstad GBRD Totaal

31-12-2020 33.719 0 33.719

31-12-2019 19.191 -234 18.957

Schatkistbankieren: Benutting drempelbedrag schatkistbankieren bedragen (x € 1.000,-)

Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 1 34 300 266 -

Berekening drempelbedrag Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingsjaar kleiner of gelijk aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingsjaar dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag

verslagjaar 7341 7341 0 300

Kwartaal 2 33 300 267 -

Kwartaal 3 35 300 265 -

Kwartaal 4 34 300 266 -

Het verplichte schatkistbankieren schrijft voor dat (tijdelijke) kasoverschotten boven het drempelbedrag moeten worden aangehouden bij het Rijk. Het drempelbedrag voor Parkstad is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een minimumdrempel van € 300.000. De toetsing hierop vindt plaats op basis van de gemiddelde banksaldi per kwartaal. In 2020 hebben we de norm voor schatkistbankieren niet overschreden zoals blijkt uit bovenstaand overzicht.

Overige Vorderingen De samenstelling van de post Overige Vorderingen is als volgt: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Vorderingen op niet openbare lichamen Verhaal/Afdracht/Dekking IZA/ABP Totaal

31-12-2020 0 0 0

62

31-12-2019 4 0 4

Liquide middelen De samenstelling van de post liquide middelen is als volgt: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Parkstad Bureau banksaldi Parkstad Bureau kassaldi Parkstad GBRD banksaldi Totaal

31-12-2020 5 0 29 34

31-12-2019 5 1 29 35

EMU-saldo Het EMU-saldo (rekeningsaldo) is het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de overheid (de Rijksoverheid, sociale fondsen en de decentrale overheden) van een bepaald land in een bepaald jaar. Er kan een tekort of een overschot op de begroting zijn. Decentrale overheden dienen het EMU-saldo te berekenen, zodat op macro niveau het EMU saldo voor Nederland kan worden bepaald. Het EMU saldo van de Stadsregio Parkstad Limburg voor de jaarrekening 2020 is in het volgende overzicht weergegeven. EMU Saldo (bedragen x € 1.000) +1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=ca8206fd-5ed8-45e7-a9e2-068c27daf6c3