RVS reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie bijlage 3 voorontwerp ZOVI deel B
Tekst van het document
Milieufactoren De kwaliteit van de woonomgeving wordt ook bepaald door de aan- of afwezigheid van overlast door geluid, stof, vervuilde lucht of bodemvervuiling. De overlast is in de afgelopen decennia voor de meeste bronnen sterk afgenomen door maatregelen aan de bron en zonering. Op sommige locaties is echter nog sprake van overschrijding van normen. Een opkomende vorm van geluidhinder vormt laag frequent geluid (LFG), wat mogelijk in de toekomst meer aandacht gaat vragen. Op deze vorm van geluid is moeilijk vat te krijgen. Op dit moment zijn er nog geen wettelijke normen voor laagfrequent geluid. Wel zijn er diverse richtlijnen.
38
Een andere nieuwe milieufactor is elektromagnetische straling. In 2020 kennen we meerdere systemen voor mobiele communicatie (o.a. 4G, 5G), naast diverse andere toepassingen van draadloze communicatie. Deze draadloze communicatiesystemen veroorzaken stralingsbelasting voor mensen, dieren en natuur door elektromagnetische straling. De stralingsbelasting zal naar verwachting toenemen omdat voor elke gemeente een dekking van 98% het doel is. Een deel van de bevolking ervaart gezondheidsklachten door straling. Veiligheid Rondom en in het stedelijk gebied zijn er verschillende risicobronnen, zoals chemische bedrijven, opslag van gevaarlijke stoffen, aardgasleidingen en LPG-tankstations. Ook zijn er specifieke transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Het aantal transporten met gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor nemen toe. Door deze toename is de kans op incidenten groter. Ook kan door klimaatverandering het overstromingsrisico toenemen met daardoor mogelijk meer kans op incidenten bij deze risicobronnen. Daarnaast nemen het aantal woningen rond transportassen toe door o.a. binnenstedelijke inbreiding. Ook zijn er in het stedelijk gebied een groot aantal (zeer) kwetsbare objecten, zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, tehuizen, hotels.
Hoewel er momenteel geen saneringssituaties bestaan vanwege externe veiligheidsrisico’s, kan er lokaal wel sprake zijn van een verhoogd groepsrisico. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen rond bedrijven met gevaarlijke stoffen die onder speciale wetgeving vallen, aandachtsgebieden berekend worden voor explosie- en brandgevaar en gevaar voor het vrijkomen van gevaarlijke gassen. Deze zogenaamde brand- en explosieaandachtsgebieden moeten in een aantal gevallen door gemeentes als brand- of explosievoorschriftengebied worden opgenomen in hun Omgevingsplan, of op een andere wijze kenbaar worden gemaakt. Voor voorschriftengebieden geldt dat bij nieuwbouw brand- en/of explosiewerende maatregelen moeten worden getroffen. Natuur Natuur is belangrijk voor mensen. Natuur zorgt voor minder stress en betere concentratie, zorgt voor meer bewegen en minder overgewicht en brengt mensen bij elkaar. De keerzijde van natuurbeleving is achteruitgang van de kwaliteit van de natuur door verstoring. Veel soorten zijn daarvoor gevoelig. Met de biodiversiteit gaat het in zijn algemeenheid slecht door klimaatverandering en onze manier van bouwen en bestraten. Goede voorzieningen, zoals het wandel- en fietsknooppuntennetwerk, toegankelijkheid van gebieden en een goede informatieverstrekking zijn belangrijk, zowel voor bezoekers als bewoners.
Water Water in de nabijheid van de woonomgeving biedt naast waardeontwikkeling van vastgoed ook kansen voor ontwikkeling van natuur en groen. Daartegenover staan een aantal consequenties zoals de waterveiligheid van oevers (bereikbare oevers voor spelende kinderen), ontwikkeling van plaagdieren (muggen, ratten, e.d.) bij zomerse temperaturen. De beste waterberging zit wat dit betreft in de ondergrond door gebruik te maken van infiltratie waar dat mogelijk is.
Acties om doelen te realiseren Subdoel 1: Investeren in toekomstbestendige locaties op de goede plek Actie 1.1: Bij herbestemming en herstructurering woonmilieus ontwikkelen waar tekort aan is De woningbouwopgave ligt voornamelijk in het bestaand stedelijk gebied. Hier kunnen woonmilieus ontwikkeld worden waar tekort aan is. Om dit mogelijk te maken is het principe van de ladder voor duurzame verstedelijking relevant. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, moeten we onze steden of dorpen uitbreiden. Het is nodig om te kiezen voor aantrekkelijke woonmilieus (compleet en passend bij de vraag) en daarbij te richten op inbreiding, herstructurering en transformatie. Rolverdeling: • • • •
Kaders stellen (bijv. gebiedsplannen), stimuleren (financieel) door gemeenten en provincie Verbinden (afstemming tussen partijen) door provincie Kennis delen door woningcorporaties, bouw- en adviesorganisaties, GGD, provincie, waterschap, dorpsraden, kadaster, North Sea Port (inpassing haveninfrastructuur in leefomgeving) Uitvoering door bouw- en adviesorganisaties, woningcorporaties, gemeenten en projectontwikkelaars.
39
Actie 1.2 In het stedelijk gebied investeren in de leefomgeving en sociale en fysieke veiligheid Voor de kwaliteit van de woonomgeving is de aanwezigheid of bereikbaarheid van voorzieningen essentieel Bij herbestemming en herstructurering liggen kansen voor het versterken van onze dorpen en steden, voor het vergroten van draagvlak van onze voorzieningen en om een antwoord te hebben op onze mobiliteitsopgave. Door toekomstige slimme mobiliteitsconcepten kan de bereikbaarheid van voorzieningen sterk verbeterd worden. Ook kunnen deze mobiliteitsconcepten zorgen voor een afnemend ruimtegebruik voor verkeersdoeleinden in het bebouwd gebied. Dit biedt kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door toevoeging van stedelijk groen. Rolverdeling:
Gemeenten en provincie stellen kaders (bijv. gebiedsplannen) en stimuleren (financieel) Provincie en gemeenten zorgen voor afstemming tussen partijen Bouw- en adviesorganisaties, bewonersverenigingen, GGD, provincie, waterschap, veiligheidsregio, dorpsraden, kadaster en natuurbeheerorganisaties delen kennis. Burgerinitiatieven, bouw- en adviesorganisaties, woningcorporaties, gemeenten, natuurbeheerorganisaties, North Sea Port (inpassing haveninfrastructuur in leefomgeving) voeren projecten uit.
Subdoel 2: Stimuleren veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, biodiversiteit en klimaatadaptiviteit door ruimtelijke ordening en -inrichting Actie 2.1 Bij inrichting en ordening van de ruimte sturen op bundeling van functies voor het uitlokken van gezond gedrag, duurzaamheid en veiligheid Herbestemming en herstructureringsopgaven bieden kansen om de omgeving zo in te richten dat de fysieke veiligheid wordt vergroot en gezond gedrag wordt bevorderd. De inrichting en ordening van onze ruimte kan zorgen voor voldoende afstand tussen (kwetsbare) bewoners en risicobronnen, goede vluchtroutes, bereikbaarheid voor hulpverleners, maar ook bijdragen aan zelfredzaamheid en gezond gedrag (bewegen, ontmoeten, ontspannen, eten). Dit vraagt om nabijheid van functies en het veilig en aantrekkelijk en uitnodigend maken van onze buitenruimte, ook voor ouderen en mensen met een beperking. Bij de uitvoering van gebiedsontwikkelingen die in het kader van de transformatie van de woningvoorraad plaatsvinden zijn er kansen voor natuurinclusief bouwen, ontwerpen en beheren, het vergroenen op gebouw-, wijk-, dorps- of stadsniveau en het versterken van de verbinding tussen stedelijk en landelijk gebied. De aanwezigheid van groen heeft een positief effect op de mentale gesteldheid van mensen en draagt bepaalde vegetatie bij aan het zuiveren van de lucht (afvangen fijn stof).
Gericht en goed investeren in uitnodigende beleefbare natuur in of dichtbij de woonomgeving biedt kansen te investeren in de gezondheid van mensen en geeft gelijktijdig de mogelijkheid te werken aan biodiversiteit. Inrichting en beheer van natuur buiten het natuurnetwerk draagt bij aan de biodiversiteit en aan een Zeeland waar kinderen in verbinding met natuur opgroeien en inwoners en recreanten toegang hebben tot beleefbare en rijke natuur, heel dichtbij. Rolverdeling:
Uitvoering (van de sturing) door gemeenten en provincie Kennis delen door gemeenten, waterschap, provincie, GGD, RUD, veiligheidsregio, bouw- en adviesorganisaties en organisaties voor erfgoed en archeologie Opleiden door onderwijsinstellingen
Actie 2.2 Rekening houden met natuurinclusief bouwen, energieopwekking en -opslag en voorkomen van wateroverlast en hittestress bij inrichting van onze ruimte Dit betekent dat er voldoende ruimte moet zijn voor klimaatadaptatiemaatregelen in de (openbare) ruimte en rekening moet worden gehouden met het risico op bodemdaling. Rolverdeling:
Kaders stellen, vergunningverlening door gemeenten en provincie Uitvoeren (ontwerp, herinrichting, waterveiligheid) door bouw- en adviesorganisaties, woningcorporaties, gemeenten, Waterschap, Rijkswaterstaat
40
Kennis delen door bouw- en adviesorganisaties, provincie, organisaties voor erfgoed en archeologie, Kadaster, Rijkswaterstaat, Waterschap, VRZ) Opleiden door onderwijsinstellingen
Kansen en risico's bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond.
Bekijk de mogelijkheden van hoogbouw in steden. Combineer functies bijvoorbeeld door toevoeging van stedelijk groen. Dit is gunstig voor zowel gezondheid en ruimtelijke kwaliteit als hittestress, vasthouden van water, milieu en biodiversiteit.
2. Werk samen en deel kosten en baten.
Betrek bij herbestemming, herstructurering en inrichting van gebieden alle partijen die in dat gebied doelen hebben en stem op elkaar af. Probeer win-win situaties te creëren.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten.
De Zeeuwse kernkwaliteiten hebben veel te bieden voor de kwaliteit van de woonomgeving. Maak daar gebruik van.
4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
Betrek bij herstructurering en herbestemming de prognoses om zo te voldoen aan de (toekomstige) vraag.
41
Bouwstenen van BALANS IN DE GROTE WATEREN EN HET LANDELIJK GEBIED Uitstekend wonen en leven in Zeeland
Balans in de grote wateren en het landelijk gebied
Een duurzame en innovatieve economie
Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland
Woningvoorraad
Bodem
Arbeidsmarkt
Klimaatadaptatie
Woonomgeving
Archeologie
Circulaire economie
Zoetwater
Voorzieningen en evenementen
Erfgoed
Recreatie en toerisme
Energietransitie
Onderwijs
Landbouw
Havens en bedrijven
Duurzame energie
Gezondheid
Milieu
Transport en infrastructuur
Waterveiligheid
Mobiliteit
Natuur
Visserij
Cultuur
Deltawateren
Watersysteem
Belangrijkste onderwerpen bij de uitdaging
Landschap
Sterke relatie met de uitdaging Beperkte relatie met de uitdaging
42
8. Archeologie Doelstelling 2030 De inzet voor 2030 is het onderwerp archeologie breder te benaderen dan alleen het behouden van archeologische waarden zoals dat wettelijk is verankerd. Archeologie is onderdeel van de brede noemer Cultureel erfgoed of Cultuurhistorie in brede zin. Onze ambitie is het archeologisch erfgoed te behouden, benutten, ontsluiten, beleefbaar en toegankelijk te maken. Daarnaast moeten wij vanuit de Omgevingswet de belangen van het archeologisch erfgoed afwegen in de fysieke leefomgeving; het gaat om archeologische monumenten, verwachtingswaarden, gemeentelijke monumenten, maritiem erfgoed, verdronken dorpen, forten en linies, etc. Bewustwording bij inwoners en ondernemers en een goede samenwerking tussen overheden onderling en met andere partijen zijn nodig om het beste resultaat te halen. Indicator: PM Subdoel 1: Archeologisch erfgoed wordt behouden en ontwikkeld, is bereikbaar en (digitaal) toegankelijk Subdoel 2: Archeologisch erfgoed is uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen Subdoel 3: Archeologisch erfgoed wordt betrokken bij de (toeristische) promotie van Zeeland
Huidige situatie In Zeeland werken alle overheden op het gebied van archeologie goed samen. Wettelijke taken Een aantal wettelijke taken wordt vaak gecombineerd opgepakt. Het provinciaal beleid volgt grotendeels het gemeentelijk beleid, maar heeft in bepaalde gevallen afwijkende vrijstellingsregels voor terreinen met een bekende archeologische waarde of terreinen met een bepaalde archeologische verwachting. De provincie stelt aanvullende eisen op de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) voor archeologisch onderzoek en rapportage. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur dient als belangrijk instrument voor de archeologie actueel te worden gehouden, ook in relatie tot de Open Data functie. Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) De provincie is eigenaar van alle archeologische vondsten uit archeologisch onderzoek en houdt een depot voor archeologische vondsten en documentatie in stand. In het Zeeuws Archeologisch Depot worden vondsten en documentatie van archeologisch onderzoek in Zeeland bewaard. Er wordt komende jaren nog gewerkt aan de omzetting van de databasesystemen om tot een landelijke volledig digitale ontsluiting te komen voor wetenschappelijke en publieke doeleinden. Digitale documentatie wordt duurzaam bewaard door DANS (Data Archiving and Networked Services), Den Haag en ArcheoDepot.
Daarnaast geeft het depot bruiklenen uit om het archeologisch erfgoed zichtbaar te maken. Archeologie & Publiek Zeeland heeft een rijke geschiedenis en een bijzonder bodemarchief. Archeologisch onderzoek werpt regelmatig nieuw licht op belangrijke aspecten van die Zeeuwse geschiedenis. Daarom is archeologie meer dan alleen bodemvondsten. De bodem zelf vertelt een groot deel van het verhaal van de ontwikkeling van Zeeland. Er was tot voor kort geen (samenhangend) beleid of initiatief om het archeologisch verhaal van Zeeland te vertellen. De Provincie Zeeland heeft de taak op zich genomen archeologisch erfgoed voor het grote publiek te ontsluiten. Door het ontbreken van een samenhangende publiekswerking is er momenteel een zeer beperkte benutting van archeologie in relatie tot de bewoners, toerisme en recreatie. Wetenschap en kennis Kennislacunes opvullen In de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017-2024 (POAZ) zijn de elf belangrijkste kernthema's en zwaartepunten voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland opgesteld. Van deze elf kernthema’s zijn de meeste resultaten geboekt op het gebied van het verzamelen van basale
43
harde gegevens en diachrone datasets, uitwerking oud archeologisch onderzoek, verdronken land en dorpen, onderzoek naar infrastructuur en verdedigingswerken in Zeeland. Vrijwilligers in de archeologie Vrijwilligers zijn o.a. verenigd in de AWN- Vereniging van vrijwilligers in de archeologie, Afdeling Zeeland. Op provinciaal niveau zijn leden actief bij diverse gemeenten, musea, Erfgoed Zeeland en in het depot. Het aantal actieve leden is beperkt, het ledenbestand is aan het vergrijzen en er is weinig jonge aanwas. Met name op gemeentelijk niveau zijn vrijwilligers in de archeologie actief. Onderwijs: Hogescholen en Universiteiten Provincie Zeeland onderhoudt contacten met universiteiten en onderzoekscentra om wetenschap en kennis in de provincie op peil te houden. Samenwerking wordt actief gezocht met Hogeschool Zeeland, Saxion Hogescholen, Roosevelt Academy/UCR, Reygersberch Stichting en Universiteit Gent om de wetenschappelijke kennis te bevorderen van alle archeologen en vrijwilligers in Zeeland. Kennisbehoud in de regio Binnen de provincie Zeeland is een beperkt aantal archeologen (en amateur archeologen) werkzaam. Het aantal deskundigen dat voorhanden is, is klein ten opzichte van de vele monumenten en erfgoed dat Zeeland rijk is.
Ondanks regelmatig overleg is ook deze kennis versnipperd onder de partijen vanwege de verspreide aanwezigheid van actuele informatie, maar vooral door een gebrek aan (periodieke) synthetisering. Bij het verlaten van werkverbanden van professionals (natuurlijk verloop, beperking tot wettelijke taken) en verminderde inzet van amateurarcheologen gaat op alle bovengenoemde fronten kennis verloren.
44
Acties om doelen te realiseren Subdoel 1 Archeologisch erfgoed wordt behouden en ontwikkeld, is bereikbaar en (digitaal) toegankelijk Actie 1.1 Kennislacunes in de archeologie opvullen en publieksarcheologie stimuleren Rolverdeling:
Provincie verleent subsidies in het kader van de POAZ en neemt archeologie op in het omgevingsbeleid Gemeenten nemen archeologie op in de omgevingsplannen, kunnen onderzoeksagenda’s opstellen en hebben archeologen in dienst of huren archeologische adviseurs in bij commerciële bureaus of Erfgoed Zeeland om hun van advies en kennis te voorzien. Diverse archeologische bedrijven in Zeeland voeren onderzoek uit Erfgoed Zeeland en diverse andere partijen maken het erfgoed zichtbaar en toegankelijk Vrijwilligersorganisaties leveren bijdragen aan archeologisch onderzoek Het Rijk (de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) adviseert over archeologie Het waterschap neemt archeologie mee in de beginfase van planontwikkelingen en voorafgaand aan de grondaankoop
Actie 1.2 Publieksparticipatie vergroten door het faciliteren van projecten Op dit moment zijn vier projecten in beeld: - Archeohotspots: plekken waar je kennis kan maken met archeologie. Je kan er binnenlopen en meehelpen met (de uitwerking van) archeologisch onderzoek. Zo kunnen bezoekers nu op sommige plekken materiaal uit opgravingen sorteren of mee helpen puzzelen met scherven uit bijvoorbeeld een beerput. De bezoekers komen letterlijk in contact met het verleden. - Citizen Science projecten: Iedereen met interesse in het verleden kan mee helpen met de zoektocht naar resten uit het verleden. Door nieuwe meettechnieken zijn veel nieuwe archeologische resten voor het eerst zichtbaar geworden en iedereen kan mee werken aan de zoektocht. Via de computer kan op de hoogtekaart worden gezocht naar nog onbekende archeologische structuren. Dit gaat via een online platform en kan gewoon thuis in een vrij momentje worden gedaan. - UNESCO GeoPark Schelde-Delta: Een nieuwe inventarisatie van de verdronken dorpen in Zeeland, Brabant en Vlaanderen werpt een nieuwe blik op de geschiedenis. Ook de relatie met klimaatadaptatie is zichtbaar en kan tastbaarder worden gemaakt. Contacten met de Nederlandse Onderwatersport Bond en de Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water werpen nieuw licht op de onderwaterwereld in de Zeeuwse wateren.
- Centrum voor Archeologie in Zeeland: een centraal gelegen, goed bereikbaar centrum waar wetenschap, educatie en beleving hand in hand gaan. Een dagje uit kan bijdragen aan een stukje van de wetenschappelijke puzzel. Het Huis is een huis voor leerlingen en studenten van elke leeftijd Rolverdeling:
De provincie faciliteert de projecten en draagt financieel bij Erfgoed Zeeland voert namens het Zeeuws Archeologisch Depot projecten uit en deelt kennis Vrijwilligers voeren een groot deel van de werkzaamheden uit Gemeenten ondersteunen projecten financieel
Actie 1.3 Verbeteren samenwerking wetenschappelijk onderzoek in Zeeland Samenwerking tussen meerdere hogescholen en universiteiten om wetenschappelijk onderzoek in Zeeland naar een hoger niveau te tillen. Rolverdeling:
De provincie coördineert de samenwerking. Hogescholen en universiteit nemen deel.
Subdoel 2 Archeologisch erfgoed is uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen
45
Actie 2.1 Aandacht voor archeologie bij visies en plannen Het behoud van het archeologisch erfgoed staat onder druk door nieuwe ontwikkelingen als gevolg van bouwplannen, energietransitie, mobiliteitsplannen, ontwikkelingen in de landbouw, erosie, ontpoldering, en meer. Om het archeologisch erfgoed op het land en in het water tijdig in de plannen in te passen of aan te passen en te behouden dienen deze vanaf het begin bij ruimtelijke ontwikkelingen betrokken te worden zodat er een zorgvuldige afweging gemaakt wordt. Ook bij het opstellen van (gemeente overstijgende) gebiedsvisies en landschapsplannen is het betrekken van archeologie in de allereerste aanzet noodzakelijk. Rolverdeling:
Gemeenten, Rijk, Provincie en Waterschap betrekken archeologische waarden bij het maken van ruimtelijke plannen in het planvormingsproces en borgen de bescherming van de waarden.
Actie 2.2 Handhaving ten aanzien van de archeologie is volledig geborgd, niet alleen op papier maar ook in de praktijk. Rolverdeling:
Gemeenten, Rijk, Provincie en Waterschap zorgen voor toezicht op en handhaving van bescherming van archeologische waarden op land en in het water.
Actie 2.3 4D-Ordening als leidend principe in de omgevingsvisie: ordening boven- en ondergrond, functiestapeling en tijdsfactor Rolverdeling:
Gemeenten, Rijk, Provincie en Waterschap nemen boven- en ondergrondse waarden en erfgoed integraal mee bij het maken van ruimtelijke visies en plannen.
Subdoel 3 Archeologisch erfgoed wordt betrokken bij de (toeristische) promotie van Zeeland Actie 3.1 Overheden bewust maken van kracht van het archeologisch erfgoed Rolverdeling:
Toeristische sector: verkent en benut economische en ontwikkelingsmogelijkheden van archeologisch erfgoed als toeristisch product, zoals de verdronken dorpen. Erfgoedsector: ontsluit erfgoedlocaties voor inwoners en toeristen.
Actie 3.2 Leerstoel Cultuurtoerisme installeren bij UCR Uit onderzoek naar de kennisinfrastructuur en regionale ontwikkeling in Zeeland in 2019 blijkt dat het toevoegen van een leerstoel cultuurtoerisme een bijdrage kan leveren aan opbouw van de kennis over het vakgebied. Rolverdeling:
De provincie verkent de mogelijkheden voor een leerstoel cultuurtoerisme.
Actie 3.3 Vrijwilligers fungeren als ambassadeurs van het archeologisch erfgoed ook voor toeristische ontsluiting Rolverdeling:
Vrijwilligersorganisaties zetten zich in om kennis over erfgoed beschikbaar te stellen en over te dragen via bijvoorbeeld excursies, lezingen. Erfgoed Zeeland ondersteunt verschillende vrijwilligersorganisaties Toeristische organisaties benutten archeologisch erfgoed.
Kansen en risico's bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond.
Intensivering van grondgebruik en toename van bebouwd gebied zorgen beide voor extra druk op het bodemarchief. De Basis Registratie Ondergrond (BRO) brengt de digitale ondergrond driedimensionaal in beeld. Dit maakt functiecombinaties inzichtelijker en voorkomt aantasting van archeologische waarden .
46
2. Werk samen en deel kosten en baten.
Maatregelen die verdroging of verzilting van de bodem tegengaan, dragen ook bij aan het behoud van de archeologische resten die zich in de bodem bevinden. Activiteiten in de bodem voor de energietransitie kunnen archeologische waarden aantasten, kies daarom voor locaties met de kleinste risico's. Ontsluiting van archeologische kennis via innovatieve technieken als Virtual Reality en Augmented Reality heeft ook meerwaarde voor toerisme, inwoners en onderwijs. Bodemonderzoek met innovatieve onderzoeksmethoden als Ground Penetrating Radar, ElectroMagnetic Interference, LIDAR en drone-opnamen kunnen worden benut om archeologische resten op te sporen, maar ook voor onderzoek naar bodemkwaliteit en geschiktheid voor andere functies. Combinatie van onderzoek ligt voor de hand.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten.
Het Zeeuwse cultuurlandschap inclusief archeologie is een belangrijk deel van de Zeeuwse identiteit en het toeristisch product.
4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
Door verandering van de bevolking vermindert de belangstelling voor het bodemarchief en gaat bestaande specifiek lokale kennis verloren. Jongeren en inwoners met een buitenlandse achtergrond hebben minder interesse in erfgoed. Nieuwe bebouwing en installaties hebben een direct effect op archeologie, maar bij de sloop / verwijdering is er op termijn een tweede kans op beschadigen. Archeologisch onderzoek/wetenschap draagt bij aan een bredere visie op de gedeelde internationale en multiculturele achtergrond van Zeeland.
47
9. Bodem Doelstelling 2030 Een robuuste en schone bodem met een goede (fysische, chemische en biologische) bodemkwaliteit, die duurzaam wordt beheerd en zich kan lenen aan verscheidene grondgebruikers zonder uitgeput te worden. Duurzaam bodemgebruik houdt in dat men de gebruiksmogelijkheden van de bodem voor alle belanghebbende sectoren kan benutten, zonder de bodem dermate aan te tasten of uit te putten dat de bodemkwaliteit achteruit gaat. Voor duurzaam beheer en verbetering van de bodemkwaliteit in de periode tot 2030 zijn met name kringlooplandbouw, energietransitie, milieu, klimaatverandering en regionale identiteit belangrijke ontwikkelingen. Wetgeving bevat regels voor de bescherming van de chemische bodemkwaliteit en vergunningplichten voor milieubelastende activiteiten. Voor de landbouw moet er de komende jaren ingezet worden op het verbeteren van de bodemstructuur, het organische stofgehalte, bodembiodiversiteit en de algehele mineraalhuishouding in de bodem om de transitie naar kringlooplandbouw voor Zeeland in 2030 waar te maken. Er is nog veel onderzoek nodig naar de juiste manieren voor grondbewerking, mineraalhuishouding en het beheer van de bodem voor verschillende functies. Samen met agrarische (keten)partijen zet de Provincie in op kennisontwikkeling en innovatie op het gebied van duurzaam bodembeheer.
Het beleid voor bodem in het landelijke gebied wordt uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied. Klimaatverandering vraagt eveneens om een verbetering van de bodemstructuur, zodat in tijden van langdurige droogte en hevige neerslag de bodem goed bewerkbaar blijft en water ook kan blijven infiltreren in de bodem, waardoor de bodem niet te veel uitdroogt bij langdurige droogte. In de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (zie ook Hoofdstuk 25 Klimaatadaptatie) wordt de provinciale visie op klimaatadaptatie uitgewerkt en wordt er ook een deel gewijd aan de omgang met bodem in het landelijk en bebouwd gebied. Voor het behalen van de energiedoelen zullen bodemenergiesystemen meer worden benut, onder andere voor de seizoensgebonden opslag van warmte, en daarmee een koelend vermogen in de zomer en warmtelevering in de winter. Het is belangrijk om de chemische bodemkwaliteit nauwlettend in de gaten te houden, in samenhang met het wettelijk kader. Naast mogelijke verontreinigingen door de industrie, landbouwpraktijken of luchtdeposities, kunnen er ook bij minder zorgvuldige aangelegde of beschadigde warmte/koude opslagsystemen (WKO) milieuvreemde stoffen in de bodem en/of het grondwater komen. Samen met de RUD Zeeland en het Waterschap ziet de Provincie erop toe dat de concentraties van aangetroffen (vloei)stoffen onder de landelijk toegestane normen komen en blijven.
Vanwege het feit dat de bodem een fundamentele rol speelt als leverancier van ecosysteemdiensten, is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan de bodemkwaliteit als prominente factor binnen de vele maatschappelijke transities. De bodem is immers een kwetsbaar geheel waarin veel functies en opgaven samenkomen. De bodem herbergt op diverse plaatsen in de provincie een schat aan aardkundig erfgoed. Deze plaatsen zijn door de provincie Zeeland aangewezen als aardkundig waardevolle gebieden. Samen vertellen deze gebieden het verhaal van het natuurlijk ontstaan van Zeeland en bepalen mede de identiteit van Zeeland. In de komend jaren worden deze aardkundige waarden onder de aandacht gebracht voor toerisme, educatie, onderwijs en onderzoek. Dit zal voor een belangrijk deel vorm krijgen binnen het kader van het verkrijgen van het UNESCO Global Geopark keurmerk. Indicatoren: De indicatoren die bij de elementen zijn genoemd, zoals waterdoorlatendheid, zijn te meten of te monitoren (zie www.zeeuwsbodemvenster.nl)
48
Huidige situatie De toestand van de bodem Er is een groeiend bewustzijn dat duurzaam bodembeheer een belangrijke voorwaarde is om diverse vormen van grondgebruik toe te kunnen passen binnen maatschappelijke opgaves. Met name de agrarische sector is erg gevoelig voor de negatieve gevolgen bij een verslechtering van de bodemkwaliteit, maar ook de natuur, aardkundige en archeologische waarden gaan hierdoor achteruit. De bodemstructuur staat onder druk als gevolg van landbewerking, zetting, verslemping, verdichting, erosie, teruglopende biodiversiteit, klimaatverandering en een dreigende afname van het organisch stofgehalte. Dit heeft negatieve effecten voor o.a. het bodemleven, de mineraalhuishouding, de waterinfiltratiecapaciteit en het waterbufferend vermogen van de bodem. Weersextremen als gevolg van klimaatverandering hebben hierdoor extra impact op de omgeving. Door de agrarische sector worden wel meer nieuwe technieken ontwikkeld voor verbetering van de bodemstructuur en – vruchtbaarheid, en er wordt samen met belanghebbende grondgebruikers, zowel in het landelijk als het bebouwd gebied, ook meer ingezet op onderzoek, kennisontwikkeling en monitoring. De bodemkwaliteit wordt uitgedrukt in 3 parameters: - De fysische conditie - De chemische conditie - De biologische conditie
Bodems met een goede bodemkwaliteit bevatten de volgende elementen: [Fysisch] Goede bodemstructuur => waterdoorlatend, bewerkbaar, doorworteling [Chemisch] Goede bodemvruchtbaarheid => mineralen/organische stof [Chemisch] Geen verontreiniging => geen gevaarlijke (vloei)stoffen [Biologisch] Rijk bodemleven => graafgangen, mineralisatie, biodiversiteit Voor de chemische bodemkwaliteit wordt er, naast de mineraalhuishouding voor bodemvruchtbaarheid, ook gekeken naar milieuverontreinigende stoffen in de bodem. In het landelijk gebied kunnen o.a. zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van de industrie (zoals PFAS, PFOS en GenX, die in de voedselketen terecht kunnen komen), oudere diffuse verontreinigingen (zoals DDT), en uitspoeling van nitraat en pesticiden van de landbouw aangetroffen worden. De ZZS’en en oudere diffuse verontreinigingen worden inzichtelijk gemaakt middels de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten (BKK’s). In het bebouwd gebied zijn de oudere stads- en dorpskernen veelal vanuit de Middeleeuwen en Gouden Eeuw diffuus verontreinigd met o.a. zware metalen. Ook deze zijn inzichtelijk gemaakt via de gemeentelijke BKK’s. De saneringen van spoedlocaties, de zogenaamde puntbronverontreinigingen, in het landelijk en bebouwd gebied zijn vrijwel afgerond.
De resterende niet-spoedlocaties worden door initiatiefnemers aangepakt zodra er ruimtelijke ontwikkelingen gaan spelen op de locatie.
49
Door de transitie naar gebruik van duurzame energiebronnen (zoals WKO-systemen), de behoefte aan wateropslag in de bodem en toenemende bebouwing in het stedelijk gebied wordt ook een doelmatige ruimtelijke inrichting van de ondergrond een belangrijk aspect dat meegenomen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen, opgaves en transities (3D- of zelfs 4D-ordening). Naast het nut van de bodem voor grondgebruikers is ook de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van het landschap te herleiden uit de bodem en diepere ondergrond. Gebieden met bijzondere aardkundige waarden zijn daarom op provinciaal, nationaal of internationaal niveau gewaardeerd en beschermd als aardkundig waardevolle gebieden. De pareltjes daarvan worden vanuit promotie oogpunt benoemd als aardkundig monument, en de wijze hoe daarmee om te gaan te gaan vanuit perspectief van behoud en versterking staat aangegeven in de Provinciale Verordening. Binnen het initiatief om te komen tot de UNESCO Global Geopark status voor de Schelde Delta staan deze aardkundig waardevolle gebieden samen met waardevolle landschappen, cultuurhistorie en natuur centraal op gebied van wetenschap, educatie, toerisme en recreatie.
Acties om doelen te realiseren Actie 1 - Beheer en verbetering van de bodemkwaliteit voor (kringloop)landbouw, klimaatadaptatie, biodiversiteit, milieu en aardkundig erfgoed. Vanuit verschillende doelstellingen kan een bijdrage worden geleverd aan de bodemkwaliteit. Bij de uitvoering van maatregelen moeten de kansen voor verbetering worden benut en risico's voor verslechtering worden aangepakt. Rolverdeling:
Provincie, waterschap en gemeenten stellen, binnen het wettelijk kader, regels en vergunningvoorschriften op, met als doel verontreiniging van bodem en grondwater te voorkomen. RUD Zeeland houdt toezicht op bodemsaneringen. Het waterschap beheert de kwaliteit van waterbodems. Agrarische ondernemers verbeteren de bodemkwaliteit door de bodemstructuur te verbeteren, de bodembiodiversiteit te stimuleren en koolstof vast te leggen, als onderdeel van de invoering van kringlooplandbouw. Ze worden hierin gesteund door overheden, Stichting Landschapsbeheer Zeeland en de Zeeuwse Milieufederatie.
Actie 2 – Aandacht voor bodemenergiesystemen In (bebouwd) gebied buiten de grondwaterbeschermingsgebieden is voor doelmatig en duurzaam gebruik van de bodem en ondergrond gewenst om aandacht te hebben voor het onderwerp bodemenergiesystemen. Initiatiefnemers wordt verzocht bij de betreffende bevoegde gezagen te inventariseren hoe met dit onderwerp wordt omgegaan (wat betreft regelgeving en communicatie) en welke instrumenten het beste ingezet kunnen worden. Rolverdeling:
Provincie is bevoegd gezag over open bodemenergiesytemen. Gemeenten zijn bevoegd gezag over gesloten bodemenergiesystemen. Zij kunnen in hun omgevingsplan (aanvullende of afwijkende) regels opnemen voor bodemenergiesystemen en via maatwerk gebieden aanwijzen waarbinnen deze regels van kracht zijn. De RUD werkt samen met de bevoegde gezagen voor de vergunningverlening. Initiatiefnemers zoeken contact met het betreffende bevoegde gezag voor afstemming.
Actie 3 - Kennisdeling en –ontwikkeling Voor effectief beheer, benutten van kansen en vermijden van aantasting van de bodem is goede informatie over de kwaliteit van de bodem nodig. Er wordt veel onderzoek gedaan en informatie verzameld. Het actief delen van kennis en aanvullen van ontbrekende informatie is een voorwaarde voor effectief beleid. Rolverdeling:
Provincie, waterschap en gemeenten stellen voorschriften en regels op over onderzoek voorafgaand aan activiteiten, om verontreiniging van bodem en grondwater te voorkomen. Rijk, provincie, waterschap, gemeenten, grondeigenaren en grondgebruikers delen informatie over toepassing van grond in en op de bodem via het Landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit en de bodemkwaliteitskaart.
50
AWN, terreinbeheerders, onderwijsinstellingen en kennisinstituten (o.a. kennisinstituten die partner zijn van het Geopark Schelde Delta) delen hun kennis over bodem en ondergrond. Provincie en gemeenten stimuleren onderzoek en pilots over duurzaam bodembeheer in Zeeland en zorgen voor kennisdoorwerking.
Kansen en risico’s bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond.
Kwetsbaarheid van het bodemsysteem beperkt mogelijkheden voor aanleg van bodemwarmtesystemen. Verbetering bodemkwaliteit kan goed samengaan met kringlooplandbouw, klimaatadaptatie, toename biodiversiteit en landschapsontwikkeling. Efficiënt toevoegen van nutriënten aan gewassen of landbouwbodems voorkomt uitspoeling van nutriënten naar het milieu.
2. Werk samen en deel kosten en baten.
Aanpak tegen verdroging van de bodem draagt bij aan behoud van aardkundige en archeologische waarden. Vanuit klimaatadaptatie grondgebruik en teelten meer aanpassen aan de natuurlijke systemen, draagt bij aan duurzaam bodemgebruik. Door nauwe samenwerking tussen de provincie, gemeentes, agrarische ketenpartijen, terreinbeherende organisaties en andere belanghebbende partijen, kan nieuwe kennis snel gedeeld worden.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten.
Koppeling van archeologische en aardkundige waarden aan recreatieve producten en aan natuurwaarden. Gebruik de geologische kennis en aardkundige waarden om het hedendaagse landschap te begrijpen en om te leren hoe om te gaan met een veranderend landschap. Onder de vlag van het Geopark kan hier ook meer wetenschappelijk onderzoek naar gedaan worden.
4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
Bodemvruchtbaarheid op peil houden met hoogwaardige meststoffen uit de omgeving voorkomt afwenteling. Inzet op duurzaamheid van bodemgebruik, zal leiden tot langer gebruik kunnen maken van de bodem door diverse grondgebruikers voor verschillende functies.
51
10. Deltawateren Doelstelling 2030 Realiseren van een veilige, economisch aantrekkelijke en ecologisch gezonde delta. In 2030 is helder wat het samenhangende toekomstperspectief is voor Zeeland tot 2100 en verder en hoe we Zeeland daarop kunnen voorbereiden. Via het nationale Kennisprogramma Zeespiegelstijging is duidelijk geworden welke belangrijke keuzemomenten (knikpunten) er bestaan in de verschillende deltawateren en hoe hiermee omgegaan kan worden. De betekenis voor de verschillende gebruiksfuncties afzonderlijk en in samenhang is duidelijk waardoor beter ingespeeld kan worden op de toekomstige veranderingen. Per Deltawater is de hoofddoelstelling uitgewerkt in een onderscheidend ontwikkelperspectief. Subdoel 1 - Verbetering van het ecologisch systeem van de deltawateren Subdoel 2 - Ontwikkelen herijkte voorkeurstrategie/toekomstperspectief Zuidwestelijke Delta Subdoel 3 - Onderscheidend ontwikkelperspectief per deltawater op basis waarvan ruimtegebruik van de wateren en de randen wordt ingevuld Subdoel 4 - Uitvoeren Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta Indicatoren:
Een herijkte voorkeurstrategie voor de Zuidwestelijke Delta (na 2026) Samenhangende integrale ontwikkelperspectieven per deltawater Mate waarin de Deltawateren voldoen aan de wettelijke normen (KRW, waterwet, Natura 2000)
Huidige situatie De deltawateren zijn nationaal en internationaal bijzonder gewaardeerde gebieden vanwege de natuurwaarden, recreatiemogelijkheden, beroepsvaart en (schelpdier)visserij. Het gebied ligt op het kruispunt van twee internationale natuurcorridors: de oost-westroute in de vismigratie en de noordzuidroute van de vogeltrek. In de Delta werken we op regionaal, nationaal en internationale schaal samen aan een ecologisch gezonde, veilige en economisch aantrekkelijke delta. Een ecologisch gezond watersysteem vormt de basis voor het gebruik van de deltawateren. Vanuit (programmatische) kaders zoals PAGW (Programmatische Aanpak Grote Wateren), Natura 2000 en Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt structureel gewerkt aan het functioneel herstel en behoud van de ecologische kwaliteit van de deltawateren. Voor een veilige Delta vormen klimaatverandering en zeespiegelstijging onzekere ontwikkelingen. De gevolgen hiervan verschillen per deelsysteem. Er is nog voldoende tijd om nieuw beleid voor te bereiden voor een onzekere toekomst na 2050 en verder. Met het kennisprogramma zeespiegelstijging wordt hierop geanticipeerd. De voorkeurstrategie wordt op basis hiervan herijkt. Ook de wettelijke beoordeling van primaire waterkeringen door Rijkswaterstaat en het waterschap Scheldestromen en uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma zijn van belang voor een veilige delta.
De inzichten vanuit het kennisprogramma zeespiegelstijging zijn nodig voordat keuzes gemaakt kunnen worden over eventuele koerswijzingen. Daarbij zullen ook de mogelijke consequenties voor korte termijn besluiten, bijvoorbeeld ten aanzien van Natura2000-beheerplannen, voorwaarden aan buitendijkse bebouwingen of ruimtelijke reserveringen, worden betrokken. In het verleden kende elk van de afzonderlijke Deltawateren een eigen profiel op basis waarvan het onderscheidende karakter per water kon worden behouden en versterkt en het ruimtegebruik op en langs de randen van de wateren nader werd ingevuld. In de komende jaren willen we op basis hiervan per Deltawater komen tot onderscheidende ontwikkelingsperspectieven, die het uitgangspunt vormen voor het realiseren van (meer) balans in de grote wateren. Hiermee geven we invulling aan een economisch vitale Delta doordat het (ruimte)gebruik (o.a. natuur, visserij, scheepvaart, recreatie etc.) van wateren en randen wordt bezien vanuit een samenhangend integraal perspectief. Daarmee vormen de ontwikkelingsperspectieven per Deltawater een belangrijke basis om vanuit de eigenheid van het gebied te komen tot een blijvend evenwicht tussen ontwikkeling in gebruik en eventueel noodzakelijke aanpassingen op grond van de (herijkte) voorkeursstrategie.
52
Voor het opstellen van de ontwikkelperspectieven per Deltawater hanteert de provincie maatwerk. De komende tijd zullen op basis van oorspronkelijke profielen, bestaande en/of lopende gebiedstrajecten de perspectieven worden geformuleerd. Aanvullend zal worden verkend of er per Deltawater aanleiding is om verder te gaan en als provincie(s) een nieuwe gebiedsuitwerking te starten. Op basis van een dergelijk gebiedstraject of –uitwerking kunnen de ontwikkelperspectieven zo nodig worden bijgesteld. In de ‘natte’ Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 (verwijzing naar link) geven Rijk en regio samen en samenhangend invulling aan de centrale doelstelling voor de Zuidwestelijke Delta; een klimaat bestendig veilige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta. De Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 is tot stand gekomen in co-creatie met regionale overheden, bedrijven en andere belanghebbenden. Het uiteindelijke resultaat is een integraal langetermijnperspectief 2050 voor de ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta, een kennis- en innovatieprogramma en een oriënterende uitvoeringsagenda 2030. De agenda is eind 2020 vastgesteld en bevat vijf handelingsperspectieven voor de toekomstige ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta.
Het betreft: Sterke en aantrekkelijke kust, Dynamische dijkzones, Vitaal polder- en krekenlandschap, Rijke platen, slikken en schorren en, Gezonde en verbonden zeearmen. Deze handelingsperspectieven worden betrokken bij de verdere uitwerking per deelgebied. Grevelingen Het meer kampt, nadat het getij wegviel, met een gestaag toenemende zuurstofloosheid, die zich vanuit de diepe delen opbouwt naar de ondiepere delen van het meer. Dit heeft vooral negatieve gevolgen voor de ecologische kwaliteit (bijvoorbeeld ‘dode’ bodems), de regionale economie (schelpdiersector, recreatie en toerisme) en het woon- en leefmilieu. Met het project Getij Grevelingen wordt toegewerkt naar een klimaatrobuuste oplossing van deze problematiek. Door de aanleg van een (afsluitbaar) doorlaatmiddel in de Brouwersdam wordt ‘beperkt’ getij, en daarmee zuurstofrijk water teruggebracht op de Grevelingen. Dat biedt ook perspectieven voor een getijdencentrale. Het strategisch ontwikkelplan Grevelingen dat door het bestuurlijk overleg Grevelingen is opgesteld geeft de ambities op hoofdlijnen aan voor recreatie, natuur en visserij en de speerpunten voor het gebied. (link naar ontwikkelplan). De komende 10 jaren zal het gebied zich verder ontwikkelen als een toonaangevend natuur- en recreatiegebied waar sprake is van een evenwichtige samenhang tussen natuur en gebruik (recreatie en visserij).
Het opstellen van een omvattende strategische gebiedsvisie voor de lange termijn kan op termijn nodig blijken te zijn. Volkerak-Zoommeer Door de Deltawerken is het Volkerak-Zoommeer (VZM) getransformeerd van een dynamisch zout systeem met getij in een stagnant meer dat is verzoet door de voeding met (uitsluitend nog) water uit het Hollandsch Diep en de Brabantse beken. Daardoor heeft de karakteristieke deltanatuur deels plaatsgemaakt voor soorten en habitats die meer gebaat zijn bij zoete, stagnante omstandigheden. Door het wegvallen van het getij en de verzoeting is het meer kwetsbaar geworden voor nutriëntenproblematiek. Met name blauwalgen kunnen in de zomerperiode voor overlast zorgen voor het lokale woon- en leefmilieu, voor recreatie en toerisme en voor de landbouw door innamestops van zoetwater uit het VZM. Door de afsluiting van het VZM zijn ook de mogelijkheden voor vismigratie verkleind. Uit onderzoek naar de klimaatrobuustheid van het huidige zoete Volkerak-Zoommeer blijkt dat er, naar verwachting, de komende decennia (tot 2050) geen noodzaak is om beperkt getij terug te brengen. De huidige zoetwaterfunctie van het Volkerak-Zoommeer kan daarmee worden gecontinueerd. Daarbij moet wel voldaan worden aan randvoorwaarden voor doorspoeldebiet, kweldruk en zoutlekbeheersing Krammersluizen.
Met betrekking tot de andere functies van het gebied, natuur, recreatie, scheepvaart en waterbeheer worden ook geen onoverkomelijke problemen verwacht. Betrokken partijen gaan met elkaar in overleg over hoe invulling kan worden gegeven aan de wens van niet alleen een veilige, maar ook ecologisch gezond en economisch vitaal Volkerak-Zoommeer.
53
Oosterschelde De Oosterschelde is een uniek Nationaal Park met veel intergetijdennatuur, grote landschappelijke waarde en activiteiten zoals visserij, schelpdierkweek, beroepsvaart en recreatie. De waarden en het gebruik van de Oosterschelde staan echter onder druk door zandhonger als gevolg van de aanleg van de deltawerken. Het oppervlak van platen, slikken en schorren in de Oosterschelde neemt daardoor af. Deze afname kan in de toekomst nog erger worden door zeespiegelstijging. Ook neemt de druk op ecologie, ruimtegebruik en waterveiligheid in de Oosterschelde toe door temperatuurstijging. In de Oosterscheldevisie 2018-2024 (link) worden deze prangende kwesties beschreven en er is een uitvoeringsprogramma opgesteld met projecten die binnen 6 jaar opgepakt worden. De huidige voorkeursstrategie voor de Oosterschelde is gericht op een toekomstbestendige optimalisatie van het huidige “afsluitbaar-open” systeem en bestaat uit een aanpak van de waterveiligheidsopgave, die ook bijdraagt aan de aanpak van de erosie van het intergetijdengebied ten gevolge van zandhonger, en het economisch gebruik van de Oosterschelde. Bij zeespiegelstijging zal de Oosterscheldekering vaker dicht moeten. Dit heeft consequenties voor natuur, landschap, ruimtegebruik en economie.
Daarom is nader onderzoek gedaan naar de verbinding van de klimaaten zandhongeropgaven met de economische gebruiksfuncties, de ecologie en het landschap van de Oosterschelde (EZZO-onderzoek: Effecten Zeespiegelstijging en Zandhonger Oosterschelde). Nader onderzoek moet uitwijzen of een aanpassing van het sluitregime aanvaardbaar is. Voor uitvoering van maatregelen in de Oosterschelde is in 2015 in de MIRT Verkenning Aanpak Zandhonger een voorkeursalternatief vastgesteld. Voor de aanpak van de zandhonger zijn eind 2019 suppleties uitgevoerd in de monding van de Oosterschelde en de Roggenplaat. Voor het vervolg van de Aanpak Zandhonger is de realisatie van de suppleties in het middengebied Oosterschelde urgent vanaf ca. 2025. Voor financiering van planuitwerking én realisatie wordt een beroep gedaan op middelen uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren. De huidige regionale bestuurlijke samenwerking voor aanpak Zandhonger kan worden benut voor voorbereiding en besluitvorming over uitvoering van de maatregelen. Door Nationaal park Oosterschelde (NPO) wordt in het kader van de ontwikkeling naar ‘Nationaal Park nieuwe stijl’ een ambitiedocument opgesteld. Hierin wordt met betrokken partijen de ambities en toekomstige uitdagingen voor het NPO gebundeld en in lijn gebracht met gebiedsidentiteit, ecologische, geologische en cultuurhistorische context.
Daarnaast fungeert rond de Oosterschelde, met steun van overheidspartijen, een actieve kennisgemeenschap. Deze activeert de discussie over de toekomst van de Oosterscheldekering. Veerse Meer Het Veerse Meer is de eerste zeearm die is afgedamd van de Oosterschelde en van de Noordzee (in 1961), waardoor een meer ontstond met kunstmatig peilbeheer. Het gebied is daarna sterk ontwikkeld als bestemming voor recreatie en watersport. Door de afwatering vanuit landbouwgebieden is de waterkwaliteit verslechterd (sterke eutrofiëring), met negatieve gevolgen voor de recreatie door stankoverlast en verminderd doorzicht van het water. In 2004 is een doorlaatmiddel in de Zandkreekdam in gebruik genomen voor betere wateruitwisseling tussen de Oosterschelde en het Veerse Meer. Dit heeft voor doorzicht en biodiversiteit tot verbetering geleid, maar het is nog onzeker of deze verbetering zich doorzet. Vanaf 2020 wordt de waterkwaliteit extra gemonitord om ontwikkelingen beter te kunnen volgen. Het Veerse Meer heeft in de westelijke helft heeft ook te kampen met verminderde zuurstof en in het geheel te maken met overlast (m.n. voor recreatie) door Japanse oesters, kwallen en wiergroei en mogelijk voor de landbouw - de zoute kwel aan de randen van het meer.
De uitdaging voor een goede balans tussen verschillende functies wordt vooralsnog niet als een probleem ervaren, in ieder geval niet wat de gebruiksfuncties betreft; mogelijk wel qua balans gebruikers vs natuur. Rijkswaterstaat voert een knikpuntenanalyse uit voor diverse gebruiksfuncties in relatie tot het waterbeheer bij verschillende scenario’s voor de zeespiegelstijging. Naar aanleiding van de Kustvisie is gestart met het opstellen van een nieuwe gebiedsvisie Veerse meer. De eerste fase daarvan met omgevingskwaliteiten, richtinggevende principes en overgangsbeleid is inmiddels vastgesteld door de zeven betrokken overheden, in samenspraak met stakeholders (https://www.zeeland.nl/digitaalarchief/ib2061df20ae). In het kaderstellende document waaraan momenteel wordt gewerkt, zal aandacht worden gevraagd voor een toekomstbestendige
54
strategie bij verdere zeespiegelstijging, voor zover reeds mogelijk, gezien de visie gericht is op de periode tot 2030. Westerschelde De Westerschelde is een estuarien systeem, dat wordt gekarakteriseerd door een hoge morfologische dynamiek. Er komen zeldzame landschappen en biotopen voor, waaronder het brakwaterschor Verdronken Land van Saeftinghe. De Westerschelde is een zeer drukke vaarweg en heeft verschillende haven- en industriegebieden. Het is een van de drukst bevaren estuaria van de wereld. Vlaanderen en Nederland werken in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) samen aan een Agenda voor de Toekomst voor een klimaatrobuuste en duurzame ontwikkeling van het Scheldeestuarium. Het Schelde-estuarium omvat de Vlaamse Zeeschelde en de Nederlandse Westerschelde. De agenda bestaat uit onderzoeksprogramma’s en de ontwikkeling van langetermijnperspectieven voor natuur (LTP-N) en toegankelijkheid (LTP-T). De inzet is dat deze agenda de basis gaat vormen voor toekomstige maatregelen voor het in balans versterken van de natuurlijkheid, de veiligheid en de toegankelijkheid van het estuarium. De strategie voor de Westerschelde is gericht op indien nodig (innovatieve) dijkversterkingen in combinatie met optimalisatie van de bagger- en stortstrategie.
Een integrale sedimentstrategie op het niveau van het hele estuarium - inclusief het mondings- en kustgebied – is belangrijk voor de ontwikkeling van een klimaatbestendig, veilig, ecologisch veerkrachtig en economisch vitaal Scheldeestuarium. Voor het kanaal van Gent naar Terneuzen speelt op korte termijn een aantal ontwikkelingen die zowel invloed hebben op de waterkwaliteit en het waterpeil van het kanaal als op de scheepvaart. Aan de orde zijn knelpunten met het behalen van KRW-normen op chemie (stoffen) en het afgesproken minimum waterpeil. Voor de beschikbaarheid van voldoende zoet water is het kanaal afhankelijk van de aanvoer vanuit Vlaanderen. Verder is het onzeker wat op termijn de gevolgen zijn van mogelijke verzilting. Vanuit het brede ruimtelijke perspectief in de Kanaalzone spelen er ook ontwikkelingen op de (middel)lange termijn. Voordelta en kust De voordelta is het ondiepe zee gedeelte voor de Zeeuwse (en Zuid-Hollandse) kust inclusief de stranden en de intergetijden gebieden. De afsluiting van de verschillende wateren is van grote invloed geweest op de morfologie van de Voordelta. Het gebied heeft een belangrijke natuur functie; een kinderkamer voor vis, een broedfourageer- en overwinteringsgebied voor vogels en op de droogvallende platen rusten zeehonden. Daarnaast wordt de hele kust intensief gebruikt voor strandrecreatie.
Voor de kustzone is in de Zeeuwse Kustvisie vastgelegd hoe we de Zeeuwse Kwaliteitskust beschermen, versterken en waar nodig herstellen.
Acties om doelen te realiseren Subdoel 1 - Verbetering van het ecologisch systeem van de deltawateren Een aquatisch ecosysteem dat in balans is draagt bij aan het behoud/herstel van de biodiversiteit, het halen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen en verlaagt de kans op het optreden van ziekten en plagen. Dat wil zeggen: er zijn dan voldoende mogelijkheden voor menselijk medegebruik, alsmede een verbetering van de opbrengsten voor visserij en schelpdierkweek. Ook de recreatie kan er profijt van hebben, door afname van bijvoorbeeld stank door rottend organisch materiaal op de bodem en van giftige blauwalgen. Actie 1.1 - Uitvoeren bestaande voorkeursstrategie voor de deltawateren Met de voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta geven Rijk en regio samen en samenhangend invulling aan de centrale doelstelling van de Zuidwestelijke Delta: een veilige, economisch aantrekkelijk en ecologisch gezonde delta. Rolverdeling:
Het Rijk stelt landelijke kaders vast in Nationaal Waterprogramma, Nationaal Deltaprogramma/ Deltabeslissingen en NOVI. Rijkswaterstaat beheert de Rijkswateren, verleent vergunningen o.g.v. de Waterwet voor het gebruik, beheer deltadammen en stormvloedkering, trekker van de Natura2000 beheerplannen
55
voor de deltawateren en voert maatregelen uit om de waterkwaliteit te verbeteren. Ook beheer van de hoofdvaarwegen en infrastructuur is een taak van Rijkswaterstaat. Het waterschap beheert de primaire waterkeringen en binnenwateren. Hiervoor stelt het waterschap een water(kering)beheerplan op, beheert gebruik via vergunningen, adviseert overheden en gebruikers, beheert het peil en voert werkzaamheden uit. De provincie heeft (mede) verantwoordelijkheid vanuit RO en Natuurwet. Gemeenten maken omgevingsplannen en gebiedsvisies. De regels van Rijk, provincie en waterschap worden door de gemeente hiervoor worden overgenomen in het omgevingsplan voor het deel van de deltawateren dat onder hun grondgebied valt. Gebiedsoverleg ZWD; Binnen gebiedsoverleg vindt afstemming tussen bovengenoemde partijen plaats en draagt zorg voor een samenhangende invulling van de centrale doelstelling. North Sea Port beheert het havengebied. Natuurbeheerders (SBB, NM, HZL) beheren delen van de Deltawateren.
Subdoel 2 - Ontwikkelen herijkte voorkeursstrategie/toekomstperspectief Zuidwestelijke Delta Actie 2.1 - Herijking voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta Door de verwachte effecten van klimaatverandering en de ontwikkeling van de ecologische kwaliteit van de deltawateren is op termijn een nieuwe aanpak nodig. Op basis van de natte Gebiedsagenda Zuidwestelijke delta 2050, de geactualiseerde strategie van de Zuidwestelijke Delta en het kennisprogramma Zeespiegelstijging worden onderzoeken, verkenningen en pilots uitgevoerd gericht op integrale lange termijn alternatieven voor het gebied. In dit kader is het bieden voor experimenteerruimte om nieuwe concepten uit te werken en de bruikbaarheid en haalbaarheid daarvan te onderzoeken van belang. Rolverdeling:
Het Rijk coördineert het kennisprogramma Zeespiegelstijging De regiopartijen, verenigd in gebiedsoverleg en de adviesgroep ZWD, werken gezamenlijk aan de kennisagenda Zuidwestelijke Delta. Dit is mede de regionale inbreng voor het kennisprogramma ZSS.
Actie 2.2 - Stimuleren gezamenlijke kennisontwikkeling Onderzoeksinstellingen voeren onderzoek uit dat nodig is voor het herijken van de langetermijnvisie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de inbreng vanuit de regio. Rolverdeling:
Het Rijk coördineert het kennisprogramma Zeespiegelstijging. De regiopartijen, verenigd in gebiedsoverleg en de adviesgroep ZWD, werken gezamenlijk aan de kennisagenda Zuidwestelijke Delta. Dit is mede de regionale inbreng voor het kennisprogramma ZSS. Kennisinstellingen: Voeren op eigen initiatief of verzoek regiopartijen nader onderzoek uit en ondersteunen het maken van vertaalslag van wetenschappelijk onderzoek naar praktijkcases.
Subdoel 3 - Onderscheidend ontwikkelperspectief per deltawater op basis waarvan ruimtegebruik van de wateren en de randen wordt ingevuld. Actie 3.1. Opstellen ontwikkelperspectief per Deltawater Rolverdeling:
Provincie: In overleg met betrokken partners opstellen van ontwikkelperspectieven per deltawater op grond waarvan inzet (provinciaal) ruimtelijk instrumentarium kan worden overwogen.
56
Subdoel 4 - Uitvoeren Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta Actie 4.1. Nadere invulling handelingsperspectieven door middel van gebiedsgerichte uitwerkingen, pilots, living labs en het bieden van experimenteerruimte Rolverdeling:
De partijen die deelnemen aan het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta (overheden) en de Adviesgroep Zuidwestelijke Delta (gemeenten, maatschappelijke organisaties en belangenverenigingen van diverse sectoren, zoals de natuur-, milieu-, scheepvaart-, recreatie- en de landbouwsector) werken dit gezamenlijk uit.
Kansen en risico’s bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond.
De economische gebruiksmogelijkheden voor recreatie, natuur, visserij, schaal- en schelpdiersector van de deltawateren blijven bestaan of worden ruimer als de ecologische kwaliteit verbetert. Het opstellen van een ontwikkelperspectief per deltawater levert hier een bijdrage aan.
2. Werk samen en deel kosten en baten.
Door de complexe samenhang is voor een goed samenhangend beleid inzet van alle partijen in de Zuidwestelijke Delta nodig. Keuzes voor herinrichting van de deltawateren hebben grote gevolgen voor de wateren zelf en een brede zone landinwaarts, daarom zijn die bepalend voor mogelijke functiecombinaties en economische kansen. Ontwikkelingen in de deltawateren bieden kansen voor uitbreiding van opwekking van hernieuwbare energie uit wind, zon en water.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten.
De kust, deltawateren, waterkeringen en waterstaatswerken zijn belangrijke kernkwaliteiten die ook bij nieuwe ontwikkelingen behouden of versterkt moeten worden.
4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
De ZWD is een samenhangend stelsel van watersystemen en onderdeel van het hoofdwatersysteem zowel nationaal als internationaal. Aanpassing van de delta aan klimaatverandering levert kennis en ervaring op die wereldwijd van belang kan zijn. De onzekerheid over toekomstige inrichting van de delta vraagt terughoudendheid met ingrepen en investeringen die kunnen botsen met de lange termijnscenario's. Huidige natuurwaarden en huidige gebruik van de deltawateren zullen op termijn door de klimaatverandering voor een deel niet meer aanwezig zijn. Daar komen nieuwe mogelijkheden voor in de plaats.
57
11. Erfgoed Doelstelling 2030 In 2030 wordt ons erfgoed behouden en benut. Daarnaast is het ontsloten, beleefbaar en toegankelijk gemaakt. Los van de intrinsieke waarde van bepaalde vormen van erfgoed wordt het belang van cultureel erfgoed voortdurend afgewogen in het kader van de Omgevingswet als veranderingen in de fysieke leefomgeving aan de orde zijn. Onder cultureel erfgoed wordt verstaan: gebouwde en aangelegde monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen, (kleine) cultuurhistorische elementen én immaterieel erfgoed. Subdoel 1 Erfgoed wordt behouden en ontwikkeld, is bereikbaar en toegankelijk. Subdoel 2 Erfgoed is uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Subdoel 3 Erfgoed wordt optimaal benut voor economische en sociale activiteiten Indicator: Staat van onderhoud rijksmonumenten (niet woonhuismonumenten, bron: PM).
Huidige situatie Het Zeeuwse erfgoed is een belangrijk onderdeel van de Zeeuwse identiteit; het geeft een beeld van het verleden, het draagt bij aan de culturele identiteit in het heden en het geeft richting aan (ruimtelijke) ontwikkelingen in de toekomst. Met erfgoed bedoelen wij zowel het materieel erfgoed (roerend en onroerend), landschappelijk erfgoed en natuur/groen erfgoed als het immaterieel erfgoed. De talrijke monumenten, de landschapselementen, het cultuurlandschap, archeologische vondsten, streekproducten, verdronken dorpen en streekdrachten zijn voorbeelden van erfgoed die het niet alleen waard zijn om te behouden te blijven, maar ook om waar mogelijk te worden ontsloten. Erfgoed maakt verschillen in karakter en identiteit van regio’s zichtbaar. De toenemend(e) belangstelling voor erfgoed en draagvlak voor behoud en ontwikkeling ervan bij inwoners en bezoekers van Zeeland leidt tot herwaardering van het (streekeigen) erfgoed, waaronder monumenten, groene en gebouwde (kleine) landschapselementen, cultuurlandschap, streekproducten, streekdrachten, volksspelen. Doordat mensen erfgoed (fysiek of digitaal) kunnen beleven wordt het draagvlak om het te behouden en beschermen vergroot. Daarom zijn de Zeeuwse Erfgoedlijnen en het samenwerkingsverband Zeeuwse Ankers van groot belang.