RVS reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie bijlage 2 voorontwerp ZOVI deel A
Tekst van het document
Gemeenten verlenen de vergunningen en stimuleren partijen om snellere digitale infrastructuur ook in het buitengebied uit te rollen.
21
Als slimme mobiliteit en de fiets het bezit en gebruik van de privéauto gaan verdringen, biedt dit kansen voor aanpassing van de ruimtelijke inrichting met een positieve bijdrage aan gezondheid, leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Cultuur Door professionalisering, onderlinge samenwerking en de verbinding met andere netwerken wordt de Zeeuwse culturele infrastructuur structureel versterkt en wordt een grotere bijdrage geleverd aan diverse maatschappelijke opgaven. Het Zeeuwse culturele aanbod wordt (fysiek en/of digitaal) beter bereikbaar, toegankelijk en beleefbaar voor alle groepen, met bijzondere aandacht voor jongeren (cultuureducatie). De Zeeuwse cultuur gaat beter samenwerken met de omliggende regio’s en in (inter)nationale netwerken. Evenementen Evenementen zijn het duurzame uithangbord voor Zeeland. Het gaat om organisatie van inspirerende sportevenementen die Zeeland op de kaart zetten via het voortzetten van de samenwerking in het Zeeuwse Sportakkoord tussen provincie, gemeenten, gezondheids-, natuur-, onderwijs- en sportorganisaties. Nieuw wordt een Zeelandbrede coördinatie voor evenementen om te zorgen dat het aanbod goed gespreid is in tijd en plaats, met een passende verdeling van de druk op de omgeving en de hulpdiensten. Ook kan dit helpen bij werving en inzet van vrijwilligers.
Daarnaast wordt de link gelegd tussen evenementen en natuurverbreding en natuurbranding. Door duurzaamheid als uitgangspunt te nemen wordt een bijdrage geleverd aan (de promotie van) circulaire economie en de energietransitie.
22
23
Hoofdstuk 3. BALANS IN DE GROTE WATEREN EN HET LANDELIJK GEBIED 3.1. Samenhang en uitdaging Samenhang Zeeland is een provincie met heel veel water. Dat water is vooral weids en open. Denk aan de Noordzeekust, de zeearmen, grote meren. Wat doen we met ons open water? Er is scheepvaart, een stroom van goederen wordt per schip vervoerd. Er wordt gevist, en er worden schaaldieren gekweekt. De meeste grote wateren en de oevers daarvan zijn omgeven door het groen van dijken en natuurterreinen. Delen van oevers worden gebruikt voor recreatie. En tenslotte, overtollig regenwater uit de polders komt ook terecht in de grote wateren, al dan niet vervuild door de plek waar het gevallen is. Door het stijgen van de zeespiegel sijpelt er ook water onder de dijken door en treedt verzilting van de bodem op. Grote wateren en landelijke gebieden beïnvloeden elkaar voortdurend, ten goede en ten kwade. Het evenwicht is precair. Een goede onderlinge afstemming van het landgebruik en de milieuruimte is essentieel om de beschikbare ruimte optimaal te benutten en de sociale, economische en ecologische ambities te realiseren. Alle bedrijfstakken en maatschappelijke functies moeten voldoende ruimte hebben om hun activiteiten uit te voeren, maar dit mag niet ten koste gaan van milieu-, bodem-, water-, natuur- en landschapskwaliteit.
De ligging van Zeeland is uniek en allesbepalend voor het landschap en de wateren, en daardoor ook voor de mensen die in het landelijk gebied leven en werken. Landelijk gebied en de grote wateren zijn ‘een vat vol tegenstrijdigheden’. Tegengestelde belangen, inkomsten die soms ten koste gaan van de kwetsbaarheid. Verder behoren de grote wateren en landelijke gebieden tot de meest gewaardeerde onderdelen van het Zeeuwse landschap. Een simpel ja of nee op welke keuze dan ook voor deze gebieden, volstaat niet. De uitdaging: 2050 In 2050 zijn bodem, grondwater en alles wat daarin te vinden is van robuuste, hoogwaardige kwaliteit. Weersextremen schaden de bodem niet. Door aanwezigheid van meer organische stoffen draagt de bodem bij aan CO2 opslag en een betere bodemstructuur. Planten, mensen en dieren worden nauwelijks meer bedreigd door risicovolle milieufactoren, doordat het landbouwsysteem functioneert in evenwicht met de natuurlijke omgeving, op basis van marktvraag en kringlopen op een zo laag mogelijk niveau. De visserij opereert duurzaam en houdt in zijn bedrijfsvoering rekening met natuurwaarden. Synergie tussen visserij en natuur is daarbij het uitgangspunt. De wijze waarop natuurorganisaties en visserijbedrijfsleven in Zeeland samenwerken vormt een voorbeeld voor de rest van het land.
Het gebruik en de draagkracht van landelijke gebieden en de grote wateren zijn duurzaam in balans gekomen. Door het stabiele beheer kunnen ze tegen een stootje. In 2050 is de biodiversiteit rond de grote wateren, in het landelijk gebied en in de steden hersteld. De stikstofproblematiek is iets van vroeger. Het natuurnetwerk is voltooid en de milieukwaliteit is er in de hele provincie op vooruit gegaan. Het is heerlijk recreëren en werken in het mooie, gezonde en waardevolle Zeeuwse landschap! Deze maatschappelijke uitdaging sluit aan bij de NOVI-prioriteit ‘Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’. In de Zeeuwse Omgevingsvisie wordt extra aandacht besteed aan de Deltawateren.
24
Uitstekend wonen en leven in Zeeland
Balans in de grote wateren en het landelijk gebied
Een duurzame en innovatieve economie
Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland
Woningvoorraad
Bodem
Arbeidsmarkt
Klimaatadaptatie
Woonomgeving
Archeologie
Circulaire economie
Zoetwater
Voorzieningen en evenementen
Erfgoed
Recreatie en toerisme
Energietransitie
Onderwijs
Landbouw
Havens en bedrijven
Duurzame energie
Gezondheid
Milieu
Transport en infrastructuur
Waterveiligheid
Mobiliteit
Natuur
Visserij
Cultuur
Deltawateren
Watersysteem
Belangrijkste onderwerpen bij de uitdaging
Landschap
Sterke relatie met de uitdaging Beperkte relatie met de uitdaging
3.2. Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Ondergrond De bodemstructuur staat onder druk als gevolg van verslemping, verdichting, erosie, teruglopende biodiversiteit en dreigende afname van het organisch stofgehalte. Dit heeft ook gevolgen voor het bodemleven, de weerbaarheid en de waterinfiltratiecapaciteit van de bodem. Gebieden met bijzondere aardkundige waarden op provinciaal, nationaal of internationaal niveau zijn benoemd en beschermd als aardkundig waardevolle gebieden. De pareltjes daarvan worden vanuit promotie oogpunt benoemd als aardkundig monument. Binnen het initiatief om te komen tot de UNESCO Geopark status voor de Schelde Delta staan deze aardkundig waardevolle gebieden samen met waardevolle landschappen, cultuurhistorie en natuur centraal op gebied van wetenschap, educatie, toerisme en recreatie. Vooral in oudere dorpen en steden zijn veel archeologische resten aanwezig. Overheden werken samen aan de bescherming. Vondsten worden gedocumenteerd, bewaard en uitgeleend aan musea vanuit het Zeeuws Archeologisch Depot. Er is op dit moment geen volledige digitale ontsluiting van de collectie. De bodemkwaliteit in Zeeland heeft te maken met verspreiding van o.a. zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van de industrie, zoals PFAS, PFOS, GenX en medicijnresten die in de bodem en voedselketen terecht kunnen komen, maar ook van oudere diffuse verontreinigingen zoals DDT.
Deze zijn en worden inzichtelijk gemaakt middels de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten. De sanering van spoedlocaties (zogenaamde puntbronnen) bodemverontreiniging in het landelijk gebied is bijna afgerond. Daarnaast zijn de oudere steden en kernen veelal vanuit de Middeleeuwen en Gouden Eeuw diffuus verontreinigd met onder andere zware metalen. Ook deze zijn inzichtelijk gemaakt via de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten. Ontwikkelaars moeten rekening houden met die
25
verontreinigingen. De bodemkwaliteit neemt af door uitputting, versnippering, toename van bebouwing en infrastructuur, intensivering van grondgebruik, afname van biodiversiteit en klimaatverandering. Ook archeologische waarden op het land en in het water gaan hierdoor achteruit. Er komen wel meer technieken beschikbaar voor verbetering van de bodemstructuur en bodemvruchtbaarheid en betere mogelijkheden voor onderzoek, kennisdeling en monitoring. Landbouw en Visserij De agrarische sector is in Zeeland van oudsher van groot belang. Boerenbedrijven, ver- en bewerking, opslag en logistiek, toe- en aanleverende bedrijvigheid en kennisbedrijven en ook als werkgever is de sector van economisch belang voor Zeeland. De landbouw is in Zeeland ook veruit de grootste gebruiker van de ruimte. Het aantal landbouwbedrijven neemt licht af, terwijl de gemiddelde bedrijfsgrootte toeneemt. Niet alleen de economische voordelen van schaalvergroting, maar ook vergrijzing en ontgroening spelen daar een rol in. De landbouw loopt steeds vaker tegen grenzen aan. Tekorten aan zoet water, achteruitgang van de bodemvruchtbaarheid, bodemstructuur en bodemweerbaarheid, waterkwaliteit, biodiversiteit (onderen bovengronds), fijn stof, stikstof, fosfaat, etc. maar ook schaalvergroting, versnipperd grondeigendom en regelgeving spelen parten.
Door de ontwikkelingen staat het verdienmodel onder druk en is een transitie naar andere productievormen noodzakelijk. De Zeeuwse visserijsector bestaat uit zee- en kustvisserij, mossel- en oesterkweek, visserij met vaste vistuigen en sportvisserij. Door klimaatverandering verandert de visstand en is er sprake van een toename van invasieve exoten, plagen en ziektes. Ook neemt de waterkwaliteit af, zoals bijvoorbeeld in de Grevelingen. Natuur en Landschap De natuur is in Zeeland is verweven in de verschillende Zeeuwse waardevolle landschappen, De natuur binnen deze verschillende landschappen is in kwaliteit en omvang nog niet op orde. De doelen voor veel Natura 2000-soorten en –habitats of leefgebieden worden nog niet gehaald. Met name de staat van instandhouding van soorten en habitats van buitendijkse gebieden en delen van de duinen zijn matig tot zeer ongunstig. De oorzaken zijn vooral stikstofdepositie, verstoring, tekort aan leefgebied, verdroging, verzuring en versnippering. De achteruitgang in de biodiversiteit lijkt wel minder snel te gaan door het huidige beleid maar extra inspanning is noodzakelijk. Het Natuurnetwerk Zeeland is nog niet voltooid en vraagt tot 2027 extra inzet om de benodigde gronden te verwerven en in te richten. Daarnaast is het realiseren van enkel het Natuurnetwerk onvoldoende om biodiversiteitsherstel te verkrijgen.
De nadruk komt (inter-)nationaal meer te liggen op intensivering van het natuurbeleid via het steeds meer vervlechten van natuur met andere sectoren van de samenleving en de economie. De harde grenzen tussen “donkergroene” natuur binnen het natuurnetwerk dient meer en meer te vervagen en geleidelijk over te gaan te worden naar omringende functies waarbij natuur als een autonoom gegeven vanzelfsprekend wordt (“lichtgroene natuur”). Een en ander is onlosmakelijk verbonden aan de transitie naar een volhoudbare Zeeuwse landbouw waarbij naast instandhouding van het landbouwkundig gebruik de biodiversiteit een volwaardige plaats krijgt in combinatie met het noodzakelijke behoud en versterken van de verschillende Zeeuwse (cultuurhistorische) landschappen. Erfgoed Het Zeeuwse erfgoed is een belangrijke drager van onze identiteit. De talrijke monumenten, de landschapselementen, het cultuurlandschap, archeologische vondsten, streekproducten, verdronken dorpen en streekdrachten zijn het niet alleen waard om behouden te blijven, maar dienen ook zo veel mogelijk ontsloten te worden. Doordat mensen erfgoed (fysiek of digitaal) kunnen beleven wordt het draagvlak om het te behouden en beschermen vergroot.
Daarom zijn de Zeeuwse Erfgoedlijnen en het samenwerkingsverband Zeeuwse Ankers van groot belang en dat geldt ook voor het streven naar het verkrijgen van de status van UNESCO Geopark voor de Scheldedelta. Daarnaast liggen er nog vele kansen om het Zeeuwse erfgoed op innovatieve manier voor het publiek te ontsluiten. Deltawateren Door de aanleg van de Deltawerken is de waterveiligheid sterk verbeterd, maar er zijn wel problemen met de waterkwaliteit. Het watersysteem is erg veranderd. Er zijn verschillende waterbekkens ontstaan: zoet en zout, met en zonder getij. De waterbekkens kennen verschillende problemen zoals (blauw)algenbloei, overlast door exoten (o.a. Japanse oester) zandhonger of een zuurstofloze bodem.
26
Het Grevelingenmeer kampt met zuurstofloosheid, het Volkerak-Zoommeer met algenbloei en de Oosterschelde met zandhonger. In het Veerse Meer en Westerschelde is vooral de balans tussen verschillende functies van het water en de natuurwaarden een uitdaging. De Deltawateren maken deel uit van de Natura2000-gebieden, maar de instandhoudingsdoelen worden niet gehaald. Naast de al genoemde problemen spelen daarbij de waterkwaliteit, verstoring en predatie een rol. De zeespiegelstijging neemt als gevolg van klimaatverandering op lange termijn (na 2050) toe met tenminste 1 tot 2 meter. De huidige strategie voor de kustverdediging voldoet voorlopig, maar op lange termijn niet meer. Strandsuppleties zijn vaker nodig om de veiligheid op peil te houden, maar zijn ook essentieel voor de Zeeuwse recreatie en de kwaliteit van de natuur. Klimaatverandering zorgt ook voor verandering van het ecosysteem van de Deltawateren, door hogere watertemperaturen, de hogere waterstand en op termijn ook door mogelijke veranderingen in het getij. De verbetering van de waterkwaliteit is onzeker, vanwege de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zoals PFAS. Daarnaast zijn ook microplastics en zwerfvuil een groeiend probleem voor de waterkwaliteit. Watersysteem De samenhang tussen de verschillende onderdelen en functies van de watervoorziening maakt een integrale aanpak nodig.
De problemen en oplossingen van de watervraag en het wateroverschot uit bebouwd gebied, landbouw, natuur en industrie dienen afgestemd te worden. De beschikbaarheid van zoetwater verschilt per gebied. In het oosten van Zeeland is door aanvoer zoetwater beschikbaar voor de landbouw. Dit wordt via het oppervlaktewatersysteem verspreid. Vanuit de Biesbosch wordt zoetwater aangevoerd via de zoetwaterleiding, waarvan fruitteeltbedrijven in de Bevelanden en de industrie gebruik maken. In de rest van Zeeland heeft 40% van het landbouwareaal de beschikking over aanvoer van zoetwater, de overige 60% is afhankelijk van regenwater. De chemische en ecologische waterkwaliteit van de regionale wateren (Kaderrichtlijn Water, KRW) is nog niet op orde en de daarvoor benodigde uitvoeringsmaatregelen liggen niet op schema. De kwaliteit van het grondwater is overwegend goed. Voor de bescherming van het grondwater gelden algemene regels en zijn specifieke grondwaterwinnings- en beschermingsgebieden aangewezen. In een deel van het grondwater is een te hoge concentratie bestrijdingsmiddelen aanwezig (zoete grondwaterlichamen ‘Kreek’ en ‘Dekzand’). Extreme neerslag komt steeds vaker voor, wat eisen stelt aan de capaciteit van het watersysteem om overlast te voorkomen. Extreme droogte zorgt voor een grote vraag van burgers en bedrijven naar zoet water.
De technische mogelijkheden voor zoetwaterbuffering nemen wel toe. Door zeespiegelstijging nemen echter op termijn ook de kweldruk en verzilting toe. Omgevingskwaliteit De kwaliteit van lucht, stilte, water, veiligheid en bodem in Zeeland is redelijk goed, maar voldoet nog niet overal aan de normen en wordt ook nog niet overal positief beleefd. Verbetering van de gezondheid (of welzijn) wordt steeds meer het uitgangspunt. Voor dit brede milieubeleid is door het Rijk een aanvulling op de NOVI opgesteld: het Nationaal MilieubeleidsKader (NMK). De luchtkwaliteit is de afgelopen decennia sterk verbeterd, omdat bedrijven en wegverkeer veel schoner zijn geworden. Desondanks speelt luchtverontreiniging nog een belangrijke rol bij gezondheidsproblemen. Wegverkeer, industrie (binnen en buiten Zeeland), landbouw en scheepvaart zijn in Zeeland de belangrijkste bronnen voor luchtverontreiniging. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) zet in op gezondheidswinst door verdere verbetering van luchtkwaliteit. Dit heeft ook positieve effecten op de stikstofuitstoot. Daarnaast zal terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen ook bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Geluidhinder wordt in Zeeland vooral veroorzaakt door het wegverkeer en bedrijven. Hinder door laagfrequent geluid neemt toe en kan verder toenemen door aanleg van meer warmtepompsystemen in de woonomgeving.
De chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater voldoet niet aan de KRW-normen (Kaderrichtlijn water), maar de waterkwaliteit verbetert wel. Dit is het gevolg van toepassing van de best beschikbare technieken bij afvalwaterlozingen. Een negatieve ontwikkeling is dat er meer medicijnresten en nieuwe zeer zorgwekkende stoffen in het water voorkomen.
27
Risico’s voor burgers als gevolg van opslag, productie, bewerking en transport van gevaarlijke stoffen zijn een continu aandachtspunt, maar er zijn in Zeeland geen gevallen van externe veiligheidsrisico’s die zo ernstig zijn dat sanering nodig is. Lokaal zijn er wel verhoogde groepsrisico’s. Het aantal transporten met gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor neemt toe. Door deze toename is de kans op incidenten groter. Een andere nieuwe milieufactor is elektromagnetische straling. In 2020 kennen we meerdere systemen voor mobiele communicatie (o.a. 4G, 5G), naast diverse andere toepassingen van draadloze communicatie. Deze draadloze communicatiesystemen veroorzaken stralingsbelasting voor mensen, dieren en natuur door elektromagnetische straling. De stralingsbelasting zal naar verwachting toenemen omdat voor elke gemeente een dekking van 98% het doel is. Een deel van de bevolking ervaart gezondheidsklachten door straling. Landschap Het Zeeuwse landschap wordt gemiddeld hoog gewaardeerd door inwoners en toeristen, maar het is ook voortdurend in ontwikkeling. Een deel van de landschaps- en cultuurhistorische elementen is beschermd om ze te kunnen behouden.
Het gaat zowel om groene landschapselementen zoals natuur, bos en erfbeplanting als om aardkundig waardevolle elementen en cultuurhistorisch waardevolle structuren en gebouwen zoals Deltawerken, polders, dijken, historische boerderijen, buitenplaatsen, vliedbergen, molens en vestingwerken. Bestaande elementen verliezen voor een deel hun functie en kunnen dan in verval raken, waardoor de kwaliteit van het landschap afneemt. Nieuwe ontwikkelingen als gevolg van energietransitie, klimaatverandering en de landbouwtransitie zullen het landschap ook veranderen.
3.3. Hoofdlijnen aanpak Ondergrond Om de kwaliteit van de ondergrond en alles wat zich daar in bevindt te behouden, is bescherming en verbetering nodig. Behoud van bodem- en grondwaterkwaliteit, archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden wordt verzekerd. Provincie en gemeenten leggen vast waar de waarden zich bevinden en zorgen voor de bescherming tegen aantasting. Verbetering van de fysische, chemische en biologische bodemkwaliteit wordt gecombineerd met activiteiten voor recreatie, kringlooplandbouw, klimaatadaptatie, biodiversiteit en aardkundig erfgoed. Waar nodig worden milieuproblemen gebiedsgericht aangepakt. Alle betrokken partijen dragen bij aan de kwaliteitsverbetering. Provincie en gemeenten zien toe op bodemsaneringen. Landbouw De landbouw ontwikkelt zich tot een volhoudbare bedrijfstak: economisch sterk, aangepast aan de klimaatverandering en in balans met de omgeving. Deze ontwikkeling draagt ook bij aan natuur- en landschapswaarden. De sector, grondeigenaren, overheid en andere betrokken partijen werken de aanpak samen uit in een programma landelijk gebied. De ontwikkelingsstrategieën voor grondgebonden, niet-grondgebonden landbouw en aquacultuur worden door de overheid vastgelegd. Natuur Bestaande natuurwaarden binnen en buiten de aangewezen natuurgebieden worden beschermd door de overheid.
Een effectieve nationale en regionale aanpak van de stikstofuitstoot is een belangrijke voorwaarde voor verbetering van natuurwaarden. In de aanpak werken overheden, terreinbeheerders en economische sectoren gebiedsgericht samen aan een oplossing. Terreinbeheerders zorgen voor het beheer van de natuurgebieden en recreatieve meerwaarde door optimale toegankelijkheid, beleefbaarheid en vindbaarheid. De provincie zorgt voor de voltooiing van het Natuur Netwerk Zeeland (NNZ) en samen met de terreinbeheerders voor verbetering van de kwaliteit van de gebieden. Een belangrijk deel van de natuurwinst wordt buiten het NNZ gerealiseerd. In het stedelijk gebied door natuurinclusief inrichten door gemeente, ontwikkelaars en woningcorporaties. In het landelijk gebied door natuurinclusieve landbouw en in combinatie met klimaatadaptatie. Deltawateren Via het samenwerkingsverband Zuidwestelijke Delta wordt gewerkt aan het realiseren van een veilige, economisch aantrekkelijke en ecologisch gezonde delta. De voorkeursstrategie voor de Zuidwestelijke Delta wordt voortgezet en de herijking hiervan (in 2026) wordt met alle betrokken partijen samen
28
opgesteld om vanuit het (ruimte)gebruik van de wateren en randen te kunnen blijven anticiperen op klimaatverandering en zeespiegelstijging. Het uitgangspunt hiervoor is de Gebiedsagenda ZWD2050. Dit is een samenhangend integraal ontwikkelperspectief om de toekomstige uitdagingen in de delta het hoofd te bieden. In bestaande en nieuw te vormen coalities in het gebied worden de handelingsperspectieven vormgegeven en kennis ontwikkeld. Specifiek voor het Veerse Meer wordt door betrokken overheden – door middel van een intensief participatietraject – gewerkt aan de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030. In juli 2020 heeft dit geleid tot het formeel vastleggen van omgevingskwaliteiten, richtinggevende principes en overgangsbeleid, die bepalend zijn voor lopende en toekomstige ontwikkelingen (https://www.zeeland.nl/digitaalarchief/ib2061df20ae). Deze zullen tot kaderstellende regels leiden in de provinciale omgevingsverordening dan wel in gemeentelijke omgevingsplannen. Watersysteem De kwaliteit van oppervlakte- en grondwater wordt stapsgewijs verbeterd om in 2027 te voldoen aan de Europese KRW-normen. De kaders zijn doorvertaald in regels van rijk, provincie en waterschap. De aanpak voor oppervlaktewater loopt via het waterschapsbeheerprogramma van het waterschap, maar vraagt ook inspanning van andere partijen. Gemeenten zorgen voor het stedelijk waterbeheer.
Evenwicht houden in gebruik en aanvulling oppervlakte- en grondwater is een grote opgave door de klimaatverandering. Dit vraagt om aanpassing van het watersysteem om meer water te kunnen vasthouden en om gebruik aan te passen aan de beschikbaarheid van zoetwater. In het Deltaplan Zoetwater wordt hier door gebruikers en overheid samen een oplossing voor gezocht. Omgevingskwaliteit De kwaliteit van lucht, water, bodem, geluid en veiligheid is redelijk goed in Zeeland, maar voldoet nog niet overal aan de normen. In het provinciaal milieuprogramma zijn doelen en acties opgenomen om de milieukwaliteit verder te verbeteren. Het Schone Lucht Akkoord zet in op gezondheidswinst door verdere verbetering van luchtkwaliteit. Provincie en gemeenten zijn verantwoordelijk voor het milieubeleid en bijbehorende regelgeving. Waar nodig wordt een milieuproblemen gebiedsgericht aangepakt. De uitvoering, toezicht en handhaving lopen voornamelijk via de omgevingsdiensten (Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland en DCMR milieudienst Rijnmond). Het is belangrijk dat er goede en adequaat georganiseerde en functionerende omgevingsdiensten voor Zeeland werkzaam zijn, om de bredere doelstellingen te kunnen halen. Landschap en erfgoed De bestaande landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige kernkwaliteiten worden beschreven, beschermd en beleefbaar gemaakt.
Overheid en ondernemers houden bij de locatiekeuze en ontwerp voor nieuwe activiteiten rekening met deze kernkwaliteiten. Het doel is dat de ontwikkeling landschap en erfgoed benutten als inspiratiebron en bijdraagt aan versterking daarvan.
29
30
Hoofdstuk 4. EEN DUURZAME EN INNOVATIEVE ECONOMIE 4.1. Samenhang en uitdaging Samenhang De unieke ligging van Zeeland biedt kansen voor innovatieve en duurzame ondernemingsvormen, voor alternatieve vormen van vervoer. Er is altijd ruimte om te pionieren. Veel Zeeuwen vinden werk in de toeristenbranche, het MKB en de industrie. In een circulaire Zeeuwse economie vinden de verschillende branches elkaar en moeten zij op een ander niveau samenwerken, niet alleen als leverancier/afnemer van een grondstof, energie of eindproduct, maar ook van het restproduct. De circulaire economie beïnvloedt niet alleen de hele menselijke samenleving maar is ook van grote invloed op het milieu en de bodem. Op de transportsector en op de provinciale infrastructuur. Op de energievoorziening en –behoefte. Er ontstaat werkgelegenheid in nieuwe sectoren. Circulaire economie raakt aan alle sectoren waarin werk wordt verzet, dus aan alle andere uitdagingen binnen de Omgevingsvisie. De uitdaging: 2050 In 2050 heeft Zeeland net als de rest van Nederland een circulaire economie. De meeste sectoren maken gebruik van reststoffen die door andere onbenut zijn gelaten, dan wel zijn uitgestoten als afval. Hierdoor staan de sectoren niet langer op zichzelf maar houden ze contact met andere branches. Nieuwe productieprocessen maken dit rendabel.
Grondstoffen hebben in de biobased economie zoveel mogelijk een groene herkomst. Ze worden als dat kan, in Zeeland geteeld en leveren aan regionale afnemers. Het Zeeuwse onderwijs sluit aan op de arbeidsmarkt. Het bedrijfsleven biedt werk op maat. De infrastructuur is modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten. Hierbij is een belangrijke plaats ingeruimd voor buisleidingen van en naar industrieën en bedrijven; ook tussen de verschillende haventerreinen. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt alleen nog plaats op ruime afstand van woongebieden. De haven- en industriegebieden bieden plaats aan clusters van productiebedrijven. Ook elders heeft een concentratie van bedrijventerreinen plaatsgevonden. Hierdoor wordt de mooie omgeving van andere delen van Zeeland ontzien. In Zeeland wordt werk gemaakt van innovatie. Er zijn financieringsvouchers beschikbaar en ondernemers nemen deel aan kennistrajecten, waarbij samen met onderwijsinstellingen en studenten wordt gewerkt aan oplossingen voor concrete uitdagingen. Zeeuwse experimenten en proeftuinen in alle sectoren dragen substantieel bij aan de Nederlandse economie. Zeeuwse bedrijfsvormen in alle sectoren spelen actief in op actuele ontwikkelingen.
Bedrijfsvormen die grotendeels afhankelijk zijn van natuurlijke omstandigheden, zoals de visserij, opereren duurzaam en houden in hun bedrijfsvoering rekening met de natuurwaarden. Deze uitdaging sluit aan bij de NOVI-prioriteit 'Duurzaam economisch groeipotentieel'. In de Zeeuwse Omgevingsvisie krijgen het MKB en de havens extra aandacht.
31
Uitstekend wonen en leven in Zeeland
Balans in de grote wateren en het landelijk gebied
Een duurzame en innovatieve economie
Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland
Woningvoorraad
Bodem
Arbeidsmarkt
Klimaatadaptatie
Woonomgeving
Archeologie
Circulaire economie
Zoetwater
Voorzieningen en evenementen
Erfgoed
Recreatie en toerisme
Energietransitie
Onderwijs
Landbouw
Havens en bedrijven
Duurzame energie
Gezondheid
Milieu
Transport en infrastructuur
Waterveiligheid
Mobiliteit
Natuur
Visserij
Cultuur
Deltawateren
Watersysteem
Belangrijkste onderwerpen bij de uitdaging
Landschap
Sterke relatie met de uitdaging Beperkte relatie met de uitdaging
4.2. Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Verdienvermogen en werkgelegenheid Zeeland is een veelzijdige provincie met een groenblauw en landelijk karakter waar verschillende economische sectoren een belangrijke rol spelen. Deze sectoren zijn toerisme, de industrie, landbouw, visserij, transport en daarbij nog diverse ondersteunende sectoren. Zeeland heeft een gunstige kostenstructuur en financieringsmogelijkheden. Ook kent de regio een hoogwaardige onderwijsinfrastructuur. Het Bruto Regionaal Product van Zeeland bedraagt 2,18% van het bruto nationaal product. Een groot deel van de Zeeuwse economie is gekoppeld aan de zeehavens. Indirect is 18% van de Zeeuwse werkgelegenheid en 46% van de Zeeuwse toegevoegde waarde gekoppeld aan de havens. North Sea Port is de derde zeehaven van Europa op basis van toegevoegde waarde. Wat betreft werkgelegenheid is het midden- en kleinbedrijf (MKB) de motor van de Zeeuwse economie. Voor wat betreft toegevoegde waarde zijn dat de havens en industrie. Er is een goed havencomplex en nichemarkten. Er zijn weinig middelgrote ondernemingen. Het MKB scoort onder het Nederlands gemiddelde wat betreft innovatie. Publieke investeringen in de sector Research & Development zijn laag. De Zeeuwse bevolking telt minder hoogopgeleiden dan het landelijk gemiddelde.
Effecten COVID19 Door het relatief grote aandeel van de industrie in de Zeeuwse economie, behoort Zeeland tot de vier zwaarst getroffen provincies door de gevolgen van de COVID19 pandemie. Zeeuwse bedrijven hebben te kampen met de gevolgen van de maatregelen die rijksoverheden hebben genomen om de gezondheidscrisis te beheersen. Deze maatregelen hebben grote economische gevolgen en leiden vervolgens ook tot effecten op sociaal, cultureel, maar ook ecologisch gebied.
32
De Nederlandse industrie is sterk geïnternationaliseerd en daardoor gevoelig voor verstoringen in de wereldeconomie. Andere sectoren die in Zeeland ook zwaar getroffen worden, zijn het MKB, detailhandel, horeca en cultuur. Op korte termijn heeft dit aanzienlijke negatieve effecten op verdienvermogen en werkgelegenheid. De impact van de pandemie op langere termijn, is nog onzeker. Circulaire economie De regionale kansen voor een circulaire economie liggen met name in de bouw en verblijfsrecreatie (MKB), industrie en maintenance en voorbeeldwerking via inkoop- en aanbesteding / duurzame grondweg- en waterbouw door de overheden, bijvoorbeeld door circulaire projecten in de Zuidwestelijke Delta. De eerste circulaire projecten zijn opgestart. Daarmee zijn successen behaald die passen in de ontwikkeling van de gestelde doelen. Het gaat onder andere om het circulair bouwen, kennisuitwisseling en projecten voor industriële symbiose. Zoetwaterschaarste heeft een samenwerking tot gevolg die resulteert in plannen voor een robuust watersysteem in Zeeuws-Vlaanderen. Bestaande samenwerkingen in de regio werken goed (mede dankzij de schaal van de regio kennen partijen elkaar en kennen de mensen in het netwerk elkaar). Er is een toenemende aandacht voor ‘natuurlijk kapitaal’ en ‘regionale kwaliteit’ en ook een toenemende schaarste aan zoet water, grondstoffen en zeldzame materialen.
IT en datamanagement (waaronder blockchain) nemen toe in kracht en dienen de transitie naar een circulaire economie als het gaat om efficiënte(re) inzet van grondstoffen, minder afhankelijkheid van primaire grondstoffen en het ondersteunen van product-as-a-service. Er liggen veel kansen in de transitie naar een circulaire economie. De chemiesector heeft te maken met een mondiale concurrentiestrijd en een opgave in de energietransitie. De recreatie- en toerismesector is sterk in beweging en er ligt een vraag om kwaliteitsverbetering en een gemeenschappelijke infrastructuur. Tevens is er sprake van een toenemende havensamenwerking, ook internationaal. Milieueffecten Alle economische sectoren beïnvloeden op de een of andere manier het milieu. Ook andere ontwikkelingen zorgen mogelijk voor veranderingen van de milieukwaliteit. Daarbij kan gedacht worden aan: energietransitie, CO2-reductie, circulaire economie, meer duurzame economie, technologische ontwikkelingen, klimaatverandering met extreme weersomstandigheden, digitalisering, deregulering, actuele en nieuwe milieuproblemen, burgerparticipatie, draagkracht natuur en ruimte en gezondheid. In Zeeland is er een goede balans tussen milieukwaliteit en bedrijvigheid. Het is van belang om dit in de toekomst minimaal te behouden en waar mogelijk te verbeteren.
Met name terugdringen van de stikstofuitstoot is nodig om meer ontwikkelruimte voor economische activiteiten te creëren. Bereikbaarheid Er zijn grote regionale verschillen qua bereikbaarheid. De gebieden nabij de Zeeuwse spoorlijn en A58 hebben betere verbindingen en meerdere reisopties, waar dat in andere gebieden beperkt is. De grensoverschrijdende verbindingen zijn beperkt. De reistijd naar de Randstad en Noord-Brabant is over spoor (aanpassing dienstregeling) en weg (maximumsnelheid naar 100 km/u) is de laatste jaren toegenomen. Met betrekking tot vestigingsklimaat is dit een zorg. Over spoor is de reistijd per eind 2021 verbeterd. In Zeeland ligt ongeveer 400 km aan Rijkswegen, 400 km aan provinciale wegen en 3.500 km aan waterschapswegen. De weginfrastructuur is op orde, maar er dreigt een toename van opstoppingen op de A58 en het knooppunt A58/A4 op de grens van Zeeland en Noord-Brabant. Voor het huidige openbaar vervoer geldt een mobiliteitsgarantie, wat inhoudt dat tussen ca 6 uur ’s morgens en ca 11 uur ’s avonds in ieder dorp elk uur een bus of haltetaxi (op afroep) rijdt. De steden zijn verbonden via bus of trein. Het openbaar vervoer staat onder druk door een afnemende vraag en toenemende kosten.
Er is een transformatie nodig naar een vorm van openbaar vervoer waarin personenvervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO-vervoer), haltetaxi’s en lijndiensten worden gecombineerd. Ook verwachten we een afname in de groei van autobezit en een toename van
33
autogebruik. Betere technieken zorgen voor een slimmer mobiliteitssysteem. Er is een toename van mogelijkheden voor werken, studeren of dienstverlening op afstand. Verkeersveiligheid is een blijvend belangrijk thema, zowel in weginrichting als in verkeersgedrag. Incidenten in combinatie met piekdagen kunnen leiden tot grote verstoringen. De lokale infrastructuur naast het hoofdnetwerk kan verkeersstromen slechts beperkt overnemen. Ons wegennet, maar ook ons spoor zijn daarmee weinig robuust. Ook extreme weersomstandigheden en klimaatverandering beïnvloeden de betrouwbaarheid van de infrastructuur. Zeker voor hulpdiensten kan dit problematisch zijn. Ook bij grote incidenten zijn de vluchtroutes beperkt. De grote zeehavens zijn voor het goederenvervoer goed bereikbaar over het water. Goederenvervoer per spoor is goed mogelijk richting het Nederlandse en Belgische achterland. Onderwijs Voor de basisscholen in Zeeland is de grootste krimp voorbij en blijft de situatie redelijk stabiel. In sommige regio's hebben de middelbare scholen nog wel te maken met een afname van het aantal leerlingen. Op gemeentelijk niveau ligt de nadruk op schaalvergroting (kwaliteit onderwijs) en integrale huisvesting (IKC’s). In heel Zeeland is het vinden van genoeg leerkrachten een grote uitdaging, onder andere door de vergrijzing. Dit geldt ook voor het aantal docenten in het voortgezet onderwijs.
In Zeeuws-Vlaanderen is er last van ‘concurrentie' door Belgische scholen. In afwijking van de nationale cijfers heeft bijna de helft van de beroepsbevolking in Zeeland een middelbare beroepsopleiding en zijn lager- en hoger-opgeleiden gelijk verdeeld. Initiatief Startersgroep (gefinancierd door gemeenten, provincie en onderwijs) werkt samen met de provincie aan structurele financiering vanuit het Rijk. Hoger- en beroepsonderwijs is er in Zeeland op alle niveaus. Met name het hoger en universitair onderwijs trekt ook studenten van buiten Zeeland, waaronder internationale studenten. Bereikbaarheid van schoollocaties is daarbij een aandachtspunt, omdat dit van invloed is op de keuze van scholieren. In het MBO ligt de nadruk op de ontwikkeling van praktijkroutes (leren en werken in de regio, in samenwerking met netwerk van lokale bedrijven). De inzet van hybride docenten (mensen uit bedrijfsleven die deels lesgeven aan mbo-leerlingen) is een goede ontwikkeling. Er zijn nieuwe beroepen in opkomst waar ook steeds meer aandacht voor komt. Onderzoek De combinatie van onderwijs en onderzoek is van grootbelang voor de kern van economisch Zeeland: energie, water en food. Versterking van de onderwijskolom (PO-VO-MBO-HBO-WO), doorlopende leerlijnen en kennisinfrastructuur is daarvoor nodig.
Het Zeeuws hoger onderwijs werkt onder andere nauw samen met de Universiteit van Gent, Wageningen Universiteit, Universiteit van Utrecht en Technische Universiteit Eindhoven. In kennis- en innovatienetwerken komen bedrijven en kennisinstellingen samen. Kansen die het bedrijfsleven ziet en vragen waar bedrijven in de praktijk tegenaan lopen, vormen de basis voor gezamenlijke onderzoeksprojecten en nieuwe opleidingen. Arbeidsmarkt Er is een tekort aan arbeidskrachten in alle sectoren en op alle niveaus. Er is sprake van een lage werkloosheid, maar er zitten toch meer dan 12.000 mensen in een uitkeringssituatie. De krapte is wel aan het afnemen. Er is nog veel onbenut potentieel: een hoog aandeel statushouders in de bijstand en jongeren die wegtrekken in verband met een opleiding buiten de provincie en niet meer terugkomen. Door de lage werkloosheid lijkt het probleem klein, maar het echte probleem is dat bedrijven worden beperkt in hun groei en succes door gebrek aan personeel. Een overkoepelende aanpak wordt opgezet door betrokken partijen vanuit een Aanvalsplan Arbeidsmarkt. Ook zijn er grensoverschrijdende belemmeringen door wet- en regelgeving. Het imago van Zeeland als goede plek om te wonen, studeren, werken wordt beter.
Landbouw De landbouwsector is van economisch belang en beschikt in Zeeland over een relatief vruchtbare bodem, geschikt klimaat en goede verbindingen over weg en water. De bruto toegevoegde waarde van de landbouw (inclusief bosbouw en visserij) schommelt tussen de 400 en 600 miljoen euro per jaar en stijgt gemiddeld licht. Het aantal banen in de landbouw en toeleverende bedrijven bedraagt 9500. Klimaatverandering brengt verzilting, hitte- en wateroverlast en tekort aan zoet water met zich mee. In combinatie met wet- en regelgeving, kostprijs-, markt- en ketenontwikkeling, bedrijfsvergroting en
34
gebrek aan opvolging, wordt het ondernemen er voor de boer niet makkelijker op. Door vergrijzing en ontgroening zien we een afname in het aantal agrarische bedrijven. Er komen steeds betere technieken beschikbaar voor productieverhoging. De vraag naar duurzaam geproduceerde levensmiddelen neemt toe. Visserij De Zeeuwse visserijsector levert een bijdrage aan de voedselvoorziening van de wereldbevolking in de vorm van kwalitatief hoogwaardig, duurzaam gevangen en gekweekte vis, schaal- en schelpdieren. De ambitie voor Zeeland is om in 2050 een moderne, goed uitgeruste, economisch gezonde en duurzaam opererende visserijsector te hebben die in zijn bedrijfsvoering rekening houdt met de natuurwaarden. Waar mogelijk vindt synergie plaats tussen visserij en natuur. Recreatie en toerisme Recreatie en toerisme zijn zeer belangrijk voor Zeeland, als pijlers voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid. Circa 9,2% van de totale werkgelegenheid in Zeeland houdt verband met deze sector (16.700 banen). Het aantal overnachtingen lag in 2018 op 18,6 miljoen en is sinds 2012 stijgend. Per jaar zijn er rond de 43 miljoen dagbezoeken, veelal ook van eigen inwoners. De totale bestedingen van deze verblijfs- en dagtoeristen ligt rond de 1,85 miljard. Deze bestedingen landen niet alleen in de logies en horeca, maar ook in sectoren als (detail)handel, vervoer en zakelijke dienstverlening.
De Zeeuwse stranden zijn de belangrijkste toeristische trekker. Zeeland beschikt over de schoonste en veiligste stranden van Europa en de stranden zijn van grote economische waarde voor Zeeland. Zeeland heeft daarnaast een veelzijdig aanbod. De provincie scoort hoog op het gebied van (buiten)recreatie (vooral wandelen en fietsen), watersport (vooral actieve sporten, zoals kitesurfen en duiken) en gastronomie. Het Zeeuwse duin- en cultuurlandschap, met haar stranden, historische kernen en het omliggende platteland is het decor van beleving voor onze gasten. De toeristische infrastructuur en toegankelijkheid van alle verschillende vormen van activiteiten en routes (wandelen, fietsen, ruiterpaden, MTB etc.) is in de basis op orde en het beheer en onderhoud, ook van de routeinformatie, is van een goede kwaliteit. Dit geldt niet alleen voor de kust, maar ook voor de andere delen van Zeeland. Deze infrastructuur versterkt voor onze gasten de beleving op de rand van land en water, door mogelijkheden als buitendijks fietsen, vervoer over water door veerdiensten, pontjes en goede duiklocaties. Een grote impact op het toerisme aan de Zeeuwse kust is de verwachte toename tot 2030 van het aantal bezoekers. De vraag is hoe Zeeland wil omgaan met deze maatschappelijke uitdaging. Een dergelijke prognose heeft immers ruimtelijk en sociaal grote effecten.
Inspelen op een dergelijke prognose is belangrijk willen we de huidige kwaliteit van onze leefomgeving behouden en de ingezette koers tot versterking van Zeeuwse Kustkwaliteit bereiken. De huidige economische crisis als gevolg van de coronamaatregelen onderschrijft het belang van een toekomstbestendige en robuuste sector, maar ook het belang van meer inzicht in onze gasten en de impact van bezoekersstromen op natuur/landschap, economie en leefbaarheid. Hierdoor kunnen we immers bepalen of de bestemming Zeeland in balans is en welke toekomstige ontwikkelopgaven er zijn. Er is sprake van een turbulente markt, die sterk onder invloed is van externe factoren. Transport en infra Zeeland kent een hoofdnetwerk infrastructuur van hoofdwegen, vaarwegen, railwegen, kabels en leidingen en een vliegveld. Deze hebben verbindingen met rijkswegen, Vlaamse netwerken, vaarwegen naar de Rotterdamse, Gentse en Antwerpse havens en treinverbindingen naar de Randstad. De bereikbaarheid en doorstroming van het wegverkeer zijn in de 21e eeuw aanzienlijk verbeterd door bijvoorbeeld de aanleg van de Westerscheldetunnel en de verdubbeling van de Sloeweg en Tractaatweg. De digitalisering en robotisering van mobiliteit zullen effect hebben op inrichting van weginfrastructuur en op het systeem van laadpunten.
Mogelijkheden voor versterking van de transportinfra op de lijn Rotterdam – Antwerpen worden onderzocht. Er is een toenemende behoefte van transport van goederen in vloeistof- of gasvorm in plaats van in traditionele vormen.
35
In Zeeland gaat meer dan 50% van het goederenvervoer via binnenvaartschepen. Met de uitbreiding van de capaciteit van de Volkerak- en Krammersluizen is een belangrijk knelpunt verdwenen. In tijden van extreme en langdurige droogte kan de mobiliteit van de binnenvaart belemmerd worden door lage waterstanden in de rivieren in het oosten en midden van het land. Ook voor de scheepvaart via het Kanaal Gent-Terneuzen kan dit effect hebben. Het transport per spoor is nog gering van omvang (8%). Dat heeft onder andere te maken met twee knelpunten, namelijk met de ontbrekende rechtstreekse verbindingen met Antwerpen (Veza) en Gent (KGT). Er is wel een toename te verwachten van het vervoer van gevaarlijke stoffen over autowegen, spoor- en vaarwegen. Verdere verwachtingen zijn een doorontwikkeling van bedrijvigheid en een toename van het vervoer per spoor, water en buisleiding in de Kanaalzone (Seine-Schelde verbinding, Rail Gent – Terneuzen, fietssnelweg Zelzate – Terneuzen). Daarnaast is er sprake van een toenemende aandacht voor milieukwaliteit, leefbaarheid, duurzaamheid en circulariteit.
4.3. Hoofdlijnen aanpak Naar een duurzame en innovatieve economie is het hoofddoel van deze maatschappelijke uitdaging. Hiervoor zijn we als regio afhankelijk van de afspraken die nationaal en internationaal (o.a. EU en OESO) gemaakt worden om de randvoorwaarden te creëren waarin bedrijven hun activiteiten verduurzamen. Het Nationaal MilieubeleidsKader (NMK) beschrijft de nationale uitgangspunten en bouwstenen die nodig zijn om de ambities op het gebied van milieu nader vorm te geven en uit te werken. Een gelijk speelveld (level playing field) binnen Nederland en de landen om ons heen zorgt voor een blijvend aantrekkelijk vestigingsklimaat zonder oneerlijke concurrentie. De verduurzaming van de economie biedt daarnaast mogelijkheden voor de regio om in te spelen op de bij de verduurzaming horende kansen. Dit vraagt innovatie. Een belangrijke voorwaarde hierbij is een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven waar een multimodale ontsluiting van onze bedrijventerreinen deel van uitmaakt. De in het verleden rondom de Kanaalzone gemaakte afspraken (ROM Kanaalzone) kunnen hierbij behulpzaam zijn. Voor het uitvoeren van het economisch beleid sluiten wij aan bij Europese en nationale programma’s.
De Regionale InnovatieStrategie (RIS3) voor Zuid-Nederland geeft richting aan de inzet van regionaal beschikbare Europese overheidsmiddelen, gekoppeld aan rijks- en provinciale middelen uit Nederland en bevordert op deze manier ook de samenwerking tussen EU, Rijk en regio. RIS3 wil voor een impuls zorgen in de vijf grote maatschappelijke transities die in Zuid én op (inter)nationale schaal spelen: energie, grondstoffen, klimaat, landbouw en voeding en gezondheid. Daartoe bevordert de RIS innovatie die uitgaat van de specifieke economische, technologische en maatschappelijke kracht van Zuid, die economische en/of maatschappelijke impact heeft én bijdraagt aan versnelling van de transities. Innovatie wordt daarbij breder opgevat dan alleen technologische vernieuwing. Binnen de innovatieketen richt de RIS zich vooral op ontwikkeling van diensten en producten door het MKB. Deze producten en diensten kunnen zowel worden geïmplementeerd in Zuid-Nederland als worden opgeschaald voor een (inter)nationale markt. Binnen Zeeland wordt vraag en aanbod van bedrijventerreinen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Zo wordt een kwantitatieve én kwalitatieve mismatch voorkomen. Hiervoor wordt iedere drie jaar een prognose opgesteld waarin de behoefte voor de volgende 10 jaar wordt bepaald. Deze prognose is een uitgangspunt voor de regionale bedrijventerreinenprogrammering van de gemeenten.
Hierin worden regionaal afspraken gemaakt over ontwikkeling, uitbreiding en herstructurering van bedrijventerreinen. Herstructurering is noodzakelijk om bestaande en verouderde terreinen aan te passen aan de actuele vraag. Hiermee wordt verpaupering van bestaande terreinen tegengegaan en kan nieuwe aanleg worden beperkt. Op veel bedrijventerreinen staat verduurzaming nog in de kinderschoenen. Voor de aanpak van herstructurering en verduurzaming heeft de provincie de subsidieregeling Fonds Impuls Bedrijventerreinen (FIB) beschikbaar. Door de natuurvriendelijke inrichting van bedrijfsterreinen en natuurinclusief bouwen verbetert de biodiversiteit. De havens en industrie kunnen biobased grondstoffen uit de regio gebruiken, wat perspectief biedt voor de landbouw. Door de inzet op volhoudbare landbouw ontstaat ruimte voor een eerlijkere prijs voor de landbouwproducten in combinatie met een duurzamere productie.
36
Zeeland heeft aantrekkelijke natuur die een positief effect kan hebben op de provincie als vestigingsplaats. Een goede treinverbinding met de rest van Nederland en een goed cultuuraanbod kunnen daar ook behulpzaam bij zijn. Daarmee kan de vergrijzing die zorgt voor het uit balans raken van vraag en aanbod van werknemers maar ook voor de afname van vrijwilligers, worden tegengegaan. Daarnaast zullen nieuwe werknemers van buiten Zeeland ook in de toekomst hard nodig blijven. Door een goed fietsnetwerk met snelfietspaden wordt een alternatief geboden voor de auto en een bijdrage geleverd aan de energietransitie, de leefbaarheid en de gezondheid van de Zeeuwen.
37
38
Hoofdstuk 5. KLIMAATBESTENDIG EN CO2-NEUTRAAL ZEELAND 5.1. Samenhang en uitdaging Samenhang Het Zeeuwse land ligt in zee, zo luidt ook de slogan van de Provincie. Maar het land in zee is kwetsbaar voor de veranderingen in het klimaat. Het opwarmen van de aarde zorgt voor perioden van langdurige droogte. Een temperatuur van 30 graden in de zomer is niet meer uitzonderlijk. Overvloedige regenval is dat al evenmin, met alle gevolgen van dien voor de bodem, zowel voor de landbouw als in de steden. Door de wereldwijde opwarming van de aarde stijgt de zeespiegel gestaag. Dat is niet alleen een bedreiging voor de strandrecreatie maar ook van de veiligheid. Het enige wat wij zelf kunnen doen aan deze grote milieuveranderingen is zelf zo min mogelijk bijdragen aan de temperatuurstijging door minder CO2 uit te stoten en massaal over te stappen op andere dan fossiele energie bij alles wat we doen. Deze maatschappelijke uitdaging is de grootste van de vier. De klimaatverandering en de maatregelen die noodzakelijk zijn om het dagelijks leven in Zeeland veilig te stellen hebben gevolgen voor alle Zeeuwen en daarnaast voor de natuur, het grondgebruik en de economie in de ruimste zin van het woord. De uitdaging: 2050 In 2050 is Zeeland klimaatbestendig en waterrobuust, overeenkomstig het in 2019 door alle Zeeuwse overheden ondertekende convenant Klimaatadaptatie Zeeland.
De verschillende overheden zorgen hiermee samen voor een zo groot mogelijke beperking van schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van bestaande bebouwing, vervanging van rioleringen en onderhoud van wegen wordt dit een belangrijk aandachtspunt. Zeeland stoot vrijwel geen CO2 en andere broeikasgassen uit. Industrie, mobiliteit, verwarming en elektriciteitsproductie zijn nagenoeg fossielvrij en/of CO2 vrij. Deze uitdaging heeft raakvlakken met alle onderwerpen in de Omgevingsvisie en sluit geheel aan op de NOVI-prioriteit ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’.
39
Uitstekend wonen en leven in Zeeland
Balans in de grote wateren en het landelijk gebied
Een duurzame en innovatieve economie
Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland
Woningvoorraad
Bodem
Arbeidsmarkt
Klimaatadaptatie
Woonomgeving
Archeologie
Circulaire economie
Zoetwater
Voorzieningen en evenementen
Erfgoed
Recreatie en toerisme
Energietransitie
Onderwijs
Landbouw
Havens en bedrijven
Duurzame energie
Gezondheid
Milieu
Transport en infrastructuur
Waterveiligheid
Mobiliteit
Natuur
Visserij
Cultuur
Deltawateren
Watersysteem
Belangrijkste onderwerpen bij de uitdaging
Landschap
Sterke relatie met de uitdaging Beperkte relatie met de uitdaging
5.2. Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en (water)veiligheid. In 2019 zijn de risico’s in beeld gebracht via klimaatstresstesten. De klimaatstresstesten zijn gebruikt voor het voeren van een risicodialoog waarin de effecten worden gewogen van maatschappelijke ontwrichting, schade en slachtoffers tot lokale overlast en hinder. Belangrijke opgaven zijn het opvangen van extreme neerslag, voldoende zoetwater beschikbaar houden en zorgen voor verkoeling bij hitte. Om een indruk te geven van wat er nodig is om de kwetsbaarheden voor klimaatverandering op te vangen zijn mogelijke acties verkend. De acties vormen een eerste indicatie van zaken die in de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland opgenomen kunnen worden. Deze strategie wordt door alle Zeeuwse overheden opgesteld en nadien geborgd in beleid, regelgeving en uitvoering. Energietransitie Om klimaatverandering tegen te gaan is wereldwijd, in Europees én in nationaal verband (Klimaatakkoord) afgesproken om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen in 2030 met 50% te beperken. Hier is een transitie in onze energievoorziening voor nodig. Minder energie en warmte gebruiken is de eerste stap. De tweede is omschakeling naar hernieuwbare energie.
Voor opwekking van voldoende duurzame energie zijn windparken op zee én zonne- en windparken op land voor nodig. In Zeeland is energie uit water ook een optie, zoals het benutten van de kracht van het getij. Verschillende partijen in Zeeland hebben de ambitie uitgesproken dit proces samen te gaan vormgeven en uitvoeren via een Regionale energiestrategie (RES). Binnen het samenwerkingsplatform Zeeuws Energieakkoord werken meer dan honderd partijen samen aan het opstellen en uitvoeren van de RES voor de regio Zeeland.
40
Als alle partijen wereldwijd de afspraken nakomen, kan de opwarming van de aarde met alle bijkomende effecten beperkt worden. Als het niet lukt om de doelen te halen, zal dat volgens verschillende scenario’s in 2100 een opwarming met 3,5 in plaats van 1,5 graden opleveren. Het is onzeker of de financiële, technische en ecologische mogelijkheden voldoende zijn om Zeeland onder die omstandigheden leefbaar te houden. Waterveiligheid Het nationale Deltaprogramma signaleert dat de zeespiegel vanaf halverwege deze eeuw sneller kan stijgen dan is aangenomen in de deltascenario’s (2014 en 2017). Uit onderzoek blijkt dat de huidige strategie met intensivering van onderzoek en enkele maatregelen, - zoals meer zandsuppleties en dijkverhogingen - grotendeels standhoudt tot 1,00 meter zeespiegelstijging. Een mogelijk versnelde zeespiegelstijging van 1,00 tot 2,00 m (die op zijn vroegst na 2050 optreedt) zal leiden tot grote veranderingen op het gebied van waterpeil, sedimentbeheer- en transport en sluitingsfrequentie van stormvloedkeringen. Er ontstaan omslagpunten voor waterveiligheid, natuur en het economisch gebruik (o.a. recreatie, scheepvaart en landbouw), omdat we met de huidige strategie niet meer kunnen voldoen aan normen en doelen.
Bij een progressieve zeespiegelstijging na 2050 zijn principieel andere keuzes nodig om op termijn toe te groeien naar een klimaat-robuuste en samenhangende strategie voor de gehele Zuidwestelijke delta. De huidige strategie voldoet dan niet meer.
5.3. Hoofdlijnen aanpak Klimaatadaptatie De Klimaatadaptatie Strategie Zeeland (KaSZ) is het spoorboekje voor de aanpak van de effecten van de klimaatverandering in Zeeland. De Zeeuwse overheden hebben in de uitvoering de grootste verantwoordelijkheid, maar inbreng van alle belanghebbenden is nodig. Deze overheden werken de strategie uit in beleid, regelgeving en uitvoering. De maatregelen zijn divers en kunnen leiden tot grote veranderingen in het landschap en het landgebruik. Opvangen van extreme neerslag wordt gerealiseerd door aanpassing van het watersysteem op basis van het bekende principe vasthouden-bergen-afvoeren. Provincie en waterschap bepalen samen de prioritering. Voor bestendiging van de zoetwatervoorziening wordt een aanpak ontwikkeld via het Deltaplan Zoetwater, De aanpak is niet alleen gericht op beschikbaarheid van zoetwater, maar ook op verminderen van gebruik en beter vasthouden van water in de bodem. Tegengaan van bodemverdichting en verbeteren van de organische stofbalans zijn belangrijke maatregelen die ook bijdragen aan vastlegging van CO2 in de bodem en verbetering van de bodemvruchtbaarheid en bodemleven. De aanpak van hittestress is vooral voor de gemeenten een opgave in het stedelijk gebied. Gezondheid, leefbaarheid en economie lijden onder het gebrek aan verkoeling.
Duurzame koelsystemen die warmte opslaan (WKO) kunnen een bijdrage leveren aan verkoeling en aan de energietransitie. Meer groen in stedelijk gebied geeft natuurlijke verkoeling en schaduw én is goed voor de biodiversiteit en leefbaarheid. Risico’s van klimaatverandering voor de (hoofd)infrastructuur worden in beeld gebracht door de verantwoordelijke beheerders. Die voeren klimaatstresstesten uit die leiden tot handelingsperspectieven om de netwerken richting 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. Energietransitie De Regionale energiestrategie (RES) vormt het kader voor de energietransitie in Zeeland. Het samenwerkingsplatform Zeeuws Energieakkoord is waar alle partijen samenkomen om de RES uit te voeren. Voor de sectoren landbouw en industrie worden nationale afspraken gemaakt. De CO2-reductie door de industrie is uitgewerkt in een aparte Roadmap (SDR). De aanpak omvat omschakeling naar elektriciteit, groene waterstof en CO2-opslag. De grootschalige productie van waterstof vanuit windenergie in Zeeland is daarbij een belangrijke voorwaarde.
41
De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om aanpassing van woningen, commercieel vastgoed en publiek vastgoed. De eigenaren en gebruikers van het vastgoed, netwerkbedrijven en overheden werken via de RES samen aan deze opgave. Gemeenten coördineren de aanpak op dorps- en wijkniveau. De overstap naar duurzame mobiliteit is een landelijke opgave, maar vraagt ook lokaal en regionaal aanpassingen aan de laadinfrastructuur en openbaar- en doelgroepenvervoer. Voor de energietransitie is voldoende opwekking van hernieuwbare energie nodig. In Zeeland wordt al veel windenergie opgewekt en het provinciaal beleid biedt ruimte voor enkele extra projecten om de doelstelling te halen. Voor opwekking van zonne-energie zijn er ruime mogelijkheden op daken en in het bestaand bebouwd gebied. Door gebruik te maken van die mogelijkheden wordt het landschap ontzien, ruimte efficiënt gebruikt en de afstand tussen opwekking en gebruik van energie zo kort mogelijk gehouden. In de RES worden ook mogelijkheden voor energieopwekking uit water onderzocht. Waterveiligheid In de Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta zijn de nationale lijnen voor waterveiligheid verder uitgewerkt, in samenhang met doelstellingen voor natuur en economie. Om de veiligheid ook bij een stijgende zeespiegel te garanderen voldoet de huidige aanpak voorlopig nog.
Na 2050 voldoet deze niet meer, daarom wordt op basis van een landelijk Kennisprogramma Zeespiegelstijging verkend wanneer en welke alternatieve strategieën aan de orde zijn. Een andere werkwijze voor de kustverdediging kan grote gevolgen hebben voor andere functies in en om de Deltawateren en de kustgebieden.
42
Hoofdstuk 6. UITVOERING, PROGRAMMA’S EN ACTUALISATIE 6.1 Doelstellingen voor 2030 De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier maatschappelijke uitdagingen met daarbinnen de ambities voor de toekomst van Zeeland. Dit zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Vanuit hun visionaire blik moeten ze ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). Deze doelstellingen zijn beschreven bij de uitdaging waar ze het meest aan bijdragen, al zijn meeste van toepassing op meerdere ambities. In de bijlage (deel B) bij deze visie is uitgebreid beschreven wat deze korte termijn beleidsdoelen zijn, welke acties bijdragen om het doel te bereiken en welke partijen daar een rol bij spelen. Uitstekend wonen en leven Balans in de grote wateren in Zeeland en het landelijk gebied
Een duurzame en innovatieve economie
Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland
Woningvoorraad
Bodem
Arbeidsmarkt
Klimaatadaptatie
Woonomgeving
Archeologie
Circulaire economie
Zoetwater
Voorzieningen en evenementen
Erfgoed
Recreatie en toerisme
Energietransitie
Onderwijs
Landbouw
Havens en bedrijven
Duurzame energie
Gezondheid
Milieu
Transport en infrastructuur
Waterveiligheid
Mobiliteit
Natuur
Visserij
Cultuur
Deltawateren Watersysteem Landschap
6.2 Instrumenten van alle partijen Iedere organisatie, bedrijf of persoon beschikt over instrumenten die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelen in deze visie. Overheidspartijen werken over het algemeen meer met indirecte sturing en beschikken als enige partij over een breed publiekrechtelijk instrumentarium. Bedrijven en burgers sturen vooral via uitvoering van activiteiten. In het algemeen zijn er vier typen instrumenten waarmee doelen kunnen worden bereikt: • Financieel-economisch - sturen met financiële prikkels. Dit zijn bijvoorbeeld instrumenten voor financieel belonen van gewenst gedrag of belasten van ongewenst gedrag. • Communicatie en informatie - sturen met ontwikkelen en/of overdragen van informatie. Dit zijn instrumenten om het kennisniveau van partijen te vergroten, het draagvlak te vergroten of mensen gericht met elkaar in contact te brengen. • Juridisch - sturen met wetten en regels. Bij een gebod verplicht de overheid iemand om iets te doen. Een verbod werkt juist beperkend: iemand mag iets niet doen.
43
• Uitvoerend - sturen door realisatie. Dit kan door zelf een activiteit uit te voeren, een product aan te schaffen of door opdracht te geven voor uitvoering van een activiteit. Sommige taken en instrumenten liggen vast in (inter)nationale wet- en regelgeving. Dat is een gegeven waar bij de uitvoering rekening mee moet worden gehouden. Dat kan betekenen dat een bepaald instrument verplicht wordt gebruikt, maar ook dat een instrument alleen door een bepaalde organisatie mag worden gebruikt en alleen voor een specifiek doel. De Omgevingswet bevat bijvoorbeeld verplichte communicatie over plannen en vergunningen door zowel de initiatiefnemer als de overheid. Rijksregelgeving zoals het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verplicht gemeenten, waterschap en provincie om (nationale) belangen te beschermen of mogelijk te maken. Ook zijn er bijvoorbeeld regels die de overheid beperkt in de mogelijkheid in te grijpen in de vrije marktwerking of in eigendomssituaties. Alle partijen bepalen binnen de wettelijke kaders zelf hoe, wanneer en in welke mate de eigen instrumenten worden ingezet. De gezamenlijke inzet van alle partijen bepaalt of en hoe de doelen in de Zeeuwse Omgevingsvisie kunnen worden bereikt. Instrumenten in de Omgevingswet De omgevingswet beschrijft een belangrijk deel van het wettelijk instrumentarium van de overheden en hoe die instrumenten samenhangen.