CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie bijlage 2 voorontwerp ZOVI deel A

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie (396126) Diverse Thema's20.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zeeuwse Omgevingsvisie 2021

Deel A Voorontwerp voor achterbanraadpleging Versie 05/01/2021

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................... 3 Inleiding en leeswijzer ............................................................................................................................. 4 Inleiding ............................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4 Hoofdstuk 1. INZOOMEN ........................................................................................................................ 6 1.1 Internationale doelen en afspraken ............................................................................................... 7 1.2 Nationale doelen en afspraken ...................................................................................................... 8 1.3 Prioriteiten en uitdagingen ........................................................................................................... 10 1.4 Afwegingsfactoren .......................................................................................................................

11 1.5 Zeeuwse kernkwaliteiten ............................................................................................................. 12 Hoofdstuk 2. UITSTEKEND WONEN EN LEVEN IN ZEELAND .......................................................... 15 2.1 Samenhang en uitdaging............................................................................................................. 15 2.2 Huidige situatie, trends en ontwikkelingen .................................................................................. 16 2.3 Hoofdlijnen aanpak ...................................................................................................................... 20 Hoofdstuk 3. BALANS IN DE GROTE WATEREN EN HET LANDELIJK GEBIED .............................. 24 3.1. Samenhang en uitdaging............................................................................................................ 24 3.2. Huidige situatie, trends en ontwikkelingen ................................................................................. 25 3.3. Hoofdlijnen aanpak ..................................................................................................................... 28 Hoofdstuk 4. EEN DUURZAME EN INNOVATIEVE ECONOMIE ........................................................ 31 4.1.

Samenhang en uitdaging............................................................................................................ 31 4.2. Huidige situatie, trends en ontwikkelingen ................................................................................. 32 4.3. Hoofdlijnen aanpak ..................................................................................................................... 36 Hoofdstuk 5. KLIMAATBESTENDIG EN CO2-NEUTRAAL ZEELAND ................................................ 39 5.1. Samenhang en uitdaging............................................................................................................ 39 5.2. Huidige situatie, trends en ontwikkelingen ................................................................................. 40 5.3. Hoofdlijnen aanpak ..................................................................................................................... 41 Hoofdstuk 6. UITVOERING, PROGRAMMA’S EN ACTUALISATIE ..................................................... 43 6.1 Doelstellingen voor 2030 ............................................................................................................. 43 6.2 Instrumenten van alle partijen .....................................................................................................

43 6.3 Inzet van instrumenten door de Provincie Zeeland ..................................................................... 45 6.4 Doelen en instrumenten komen samen in programma's ............................................................. 46 6.5 Actualisatie en monitoring ........................................................................................................... 47 6.6 Participatie ................................................................................................................................... 48 6.7 Milieueffectrapportage en passende beoordeling ....................................................................... 49

2

Voorwoord Er waait een nieuwe wind door bestuurlijk Zeeland. Een frisse bries, die het hoofd helder maakt en samenwerken op één zet. Met het coalitieakkoord ‘Samen verschil maken’, hebben we een nieuwe koers bepaald. Wind in de zeilen geeft Zeeland een steun in de rug vanuit het Rijk op het gebied van economie, onderwijs, bereikbaarheid en een toekomstbestendige industrie. Met de Zeeuwse Omgevingsvisie gaan we volle kracht vooruit, de toekomst tegemoet! Met ‘Wind in de zeilen' is een stevig pakket aan maatregelen voorhanden die gaan helpen de ambities uit deze Omgevingsvisie te realiseren. Zeeland aantrekkelijk houden gaat niet vanzelf. Ten eerste omdat de wensen van de inwoners, bezoekers en bedrijven veranderen. Die wensen zien er in 2050 heel anders uit dan nu. Ten tweede omdat er ontwikkelingen op ons afkomen die grote gevolgen zullen hebben voor onze leefomgeving. Dat we in een tijd van grote veranderingen leven was al voordat corona begin 2020 zijn intrede deed duidelijk. We zien grote veranderingen in ons klimaat, een afname van de biodiversiteit, andere wensen op het gebied van wonen en werken. Maar hoe gaat de toekomst er dan uitzien? Hoe ziet Zeeland er in 2050 uit en wat gaan we tot 2030 doen om dit te sturen? Kunnen we met deze visie onze kernkwaliteiten behouden of versterken? Samen verschil maken maar wel voor iedereen vanuit zijn eigen mogelijkheden.

Dat betekent voor de één meeschrijven, voor de ander meedenken of deelnemen aan één van de gebiedstafelbijeenkomsten. Het is bijzonder dat het ons samen is gelukt deze Zeeuwse Omgevingsvisie te schrijven. Het is nog een voorontwerp visie omdat wij uw mening willen weten over dit gezamenlijke eindproduct. Wat kunnen we nog doen om de visie te verbeteren, maar ook wat staat er goed in? De komende weken vragen we uw mening. Die mening gaan we gebruiken om de ambities te verbeteren, de visie aan te scherpen en het product verder te vormen tot een breed gedragen Zeeuwse Omgevingsvisie. Deze Zeeuwse Omgevingsvisie is breed. Hij gaat van monumenten tot aan grote projecten, van havens tot leefbaarheid, van mobiliteit tot voorzieningen en van de aanpassing op het klimaat tot aan het beleid rond woningen. Zo kunt u vanaf 1 januari 2022 in één oogopslag al het Zeeuwse beleid in deze visie terugvinden.

3

Inleiding en leeswijzer Inleiding De naam Zeeland zegt genoeg: Zeeland is zee + land. Zeeland is land in zee. Wie op de kaart naar de Noordzeekust kijkt, ziet van Calais tot Denemarken één lange, vloeiende lijn. In het noorden ligt evenwijdig aan de kust een rij Waddeneilanden, maar verder is die kust strak. Behalve in het zuidwesten van Nederland. Daar ligt het land in zee. Een provincie, bestaand uit kusten, zeearmen en eilanden. Maar ook: een provincie bestaand uit dammen, dijken, bruggen en een tunnel van meer dan zes km lang. Een provincie zonder metropolen, waar alle kernen omgeven worden door het groen of blauw van land of water. Land en water zijn in Zeeland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kunt er niet aan voorbij gaan. Tien minuten rijden met auto en je treft open water. Op de horizon altijd ergens de contouren van het land aan de overkant. De zee stilt onze honger en voedt de verbeelding. Schepen uit alle windstreken leggen aan in de zeehavens. Langs onze meren liggen jachthavens en vakantieparken voor onze gasten. Wie van ons heeft nooit ergens op één van onze kilometerslange stranden zelf met schep en emmertje een dijk of eiland gebouwd? Zeeland is dynamiek. Geen gebied dat zo aan verandering onderhevig is geweest in het verleden. Oorlogen, overstromingen, ze zijn nog te zien in het landschap.

De dagelijkse verandering van de kust onder invloed van eb en vloed. Denk aan de oesters, die alleen in het zuiverste water kunnen groeien. Denk aan de enorme schepen, die de Westerschelde in geloodst worden. De zomers met duizenden zee- en zonliefhebbers, worden afgewisseld door de winters waarin de elementen vrij spel hebben op de verlaten stranden. De ligging van Zeeland is uniek. Die ligging is allesbepalend: voor het landschap, voor onze infrastructuur en voor de economie. Die ligging biedt kansen voor innovatieve en duurzame ontwikkelingen, ruimte om te pionieren. De Omgevingsvisie biedt het kader van waaruit we juist de kwaliteiten van Zeeland koesteren, en tegelijkertijd de kansen en mogelijkheden benutten om Zeeland duurzaam door te ontwikkelen zodat we klaar en ‘fit’ zijn én dat blijven voor de toekomst. Wij zijn Zeeland en de omgeving is van iedereen. Het spreekt vanzelf dat een handjevol ambtenaren niet voor heel Zeeland kan bepalen hoe het moet. Deskundigen van brancheorganisaties, belangengroepen en regionale overheden hebben meegedacht en meegeschreven aan deze Omgevingsvisie. Via een onderzoek van ZB, Planbureau en Bibliotheek van Zeeland, zijn de Zeeuwen inhoudelijk bij deze visie betrokken. Provinciale Staten stellen uiteindelijk de Zeeuwse Omgevingsvisie vast. Nog niet eerder kwam op deze manier een provinciale visie tot stand.

Leeswijzer Routekaart Zeeuwse Omgevingsvisie Voor u ligt de routekaart van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Deze routekaart heeft als doel u wegwijs te maken door de Zeeuwse Omgevingsvisie. Er zijn vele routes door dit document heen. De route is afhankelijk van de vraag die u heeft en hoeveel u wilt lezen. Hieronder worden drie routes beschreven. Route 1. Van de wereld naar Zeeland Route 2. Wat staat er in de Zeeuwse Omgevingsvisie over ….? Route 3. Wat wordt er geregeld? Route 1. Van de wereld naar Zeeland (Deel A) In hoofdstuk 1 wordt ingezoomd vanuit de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, via de Nationale Omgevingsvisie naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Dat betekent voor Zeeland dat er uitdagingen zijn. In de hoofdstukken 3 tot en met 6 worden deze (vier maatschappelijke) uitdagingen uitgewerkt. In hoofdstuk 7 kunt u vinden welke instrumenten door de provincie worden ingezet om deze uitdagingen te bereiken. In deel B kunt u vervolgens vinden wat dit betekent voor de verschillende thema’s.

4

Route 2. Wat staat er in de Zeeuwse Omgevingsvisie over ….? In deel B is per thema het beleid voor de komende 10 jaar en de inzet van de instrumenten zoals subsidies en de verordening weergegeven. Dit is dan ook de beste ingang om te beginnen. Er zijn 27 thema’s uitgewerkt die samen met onze omgeving geselecteerd zijn. Bij deze thema’s is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Mocht er een programma horen bij zo'n thema is dat aangegeven. In Deel A is bij de vier maatschappelijke uitdagingen aangegeven wat de ambitie voor 2050 is. Route 3. Wat wordt er geregeld? De Omgevingsvisie is naast het beleidsdocument voor de komende jaren ook de plaats waar de inzet van de instrumenten wordt geregeld. In Deel B staat per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet. Indien het in te zetten instrument de Omgevingsverordening is, kunt u daar terugvinden hoe het exact vertaald is. Indien een subsidie het in te zetten instrument is, kunt u in de provinciale subsidieverordening de weg naar de subsidie vinden.

5

Hoofdstuk 1. INZOOMEN Een eerlijke verdeling. Daarover gaat het in dit hoofdstuk. De aarde biedt de mogelijkheid om al haar bewoners van schoon water en goed voedsel te voorzien. Maar in de praktijk lijkt dat een utopie. Welvaart, voedsel, een goede infrastructuur… Iedereen zou het binnen bereik moeten hebben. De Verenigde Naties hebben erover nagedacht en gaven een aanzet, die ook door Nederland wordt gevolgd. Daarom komen ook in ons land innovatieve plannen op de tekentafel. Volhoudbare landbouw, circulaire economie, barrières wegnemen, zodat iedereen aan de samenleving kan deelnemen, voorwaarden scheppen voor een grotere biodiversiteit… De Zeeuwse Omgevingsvisie geeft kaders aan waarbinnen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die in lijn zijn met wat er in de wereld om ons heen aan de gang is.

6

1.1 Internationale doelen en afspraken De landen van de Verenigde Naties (VN) spraken in 2000 voor het eerst ontwikkelingsdoelen af voor de hele wereld. Dat waren de acht Millenniumdoelen, die liepen tot 2015. Het rapport na afloop van die periode was overwegend positief. Het doel om het aantal mensen dat in extreme armoede leeft te halveren, is bijvoorbeeld gehaald. Andere doelen, zoals het verminderen van moeder- en kindersterfte, waren niet zo succesvol. Tijdens de VN-top voor duurzame ontwikkeling in 2012 werd voor het eerst gesproken over "Duurzame Ontwikkelingsdoelen", als opvolgers van de Millenniumdoelen. Deze 17 “Sustainable Development Goals”, kortweg SDG’s genoemd, zijn in 2015 ondertekend door 170 landen, waaronder Nederland. De doelen helpen om nu en in de toekomst voor iedereen brede welvaart te bieden, dus vooruitgang op sociaal, economische én ecologisch gebied. Het streven is om de gestelde doelen in 2030 gerealiseerd te hebben. Via de Zeeuwse Omgevingsvisie leveren wij hier een bescheiden bijdrage aan.

De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) Bron: https://www.sdgnederland.nl

Een paar kernwoorden uit deze opsomming van ontwikkelingsdoelen: • Inclusiviteit. De beschikbare middelen zoals duurzame energie, schoon water, onderwijs, en infrastructuur moeten voor alle mensen binnen bereik zijn. Ook voor de armsten. Ook voor mensen met een handicap. • Verantwoord. Verantwoorde productie, maar ook verantwoord consumeren. Natuurlijke hulpbronnen moeten duurzaam en efficiënt worden gebruikt. Voedselverspilling moet in 2030 gehalveerd zijn. Boeren, supermarkten en consumenten, maar ook waterbedrijven en overheden moeten wereldwijd kennis hebben van een gezonde levensstijl. • Samen. In internationale zin houdt dat in samenwerking. Horizontaal, verticaal en diagonaal. Regeringen, bedrijven, burgers en organisaties moeten samenwerken om de doelen te behalen. Het gaat om technologie, kennisoverdracht, handel, data, beleidscoherentie en financiële stromen. Of en hoe de SDG’s gehaald kunnen worden, hangt niet alleen af van de internationale inzet, maar ook van grote trends en ontwikkelingen. De mondiale bevolkingsontwikkeling is de belangrijkste: hoe sneller de wereldbevolking groeit, hoe groter de opgaven. Het tempo en de omvang van de klimaatverandering is ook bepalend, omdat dit direct effect heeft op de beschikbaarheid van

7

drinkwater, voedsel en veiligheid. Voor veel doelen is technologische innovatie noodzakelijk, maar de (neven)effecten zijn vooraf niet bekend.

1.2 Nationale doelen en afspraken Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten (www.denationaleomgevingsvisie.nl):

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan merken we soms al. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moeten we tijdig inspelen. Tegelijkertijd willen we met elkaar de overstap maken naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. We dragen hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die we moeten inpassen in het landschap. Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens.

Duurzaam economisch groeipotentieel. Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie willen we werk maken van een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook willen we dat bedrijven zich hier goed kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het zaak alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat we duurzaam ons geld kunnen blijven verdienen.

Sterke en gezonde regio’s. Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. We willen graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor onze veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als we het waterpeil omhoog brengen, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed.

8

Betekenis voor Zeeland De door het Rijk geformuleerde nationale prioriteiten zijn sterk verbonden met de maatschappelijke uitdagingen in Zeeland. De uitvoering van de opgaven die horen bij de Nationale prioriteiten zijn voor het overgrote deel de taak van de gemeenten en provincies, met ondersteuning en richting van het Rijk als eindverantwoordelijke of systeemverantwoordelijke. Iedere regio legt eigen accenten en maakt keuzes vanuit de specifieke kwaliteiten van het gebied. De samenwerking Rijk-Regio bij de opgaven wordt met name vormgegeven door Omgevingsagenda's. Het doel van de Omgevingsagenda is om als overheden samen gebiedsgericht (dus met het gebied als uitgangspunt) uitwerking te geven aan de gedeelde ambities en opgaven. Het gaat om opgaven die met elkaar te maken hebben en om een gebiedsgerichte aanpak vragen. Voor de Omgevingsagenda Zuid-West Nederland zijn voor Zeeland in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving drie gebiedsgerichte opgaven vastgesteld, waar in eerste instantie de samenwerking tussen Rijk en regio op zal worden versterkt: Atelier Omgevingsagenda Zuidwest: de opmaat voor het gesprek; BVR iov Ministerie BZK en provincie Zeeland, mei 2020: 1. North Sea Port District–Terneuzen: nu samen doorpakken en gecoördineerd uitvoeren 2. Kust in de Delta: investeren in een gedeeld beeld van de opgaven; 3.

Transitie landelijk gebied in twee snelheden: gebiedsgericht samenwerken als Rijk en regio.

North Sea Port District is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. Verwachte vaststelling van de NOVI is in het voorjaar van 2021. Voor het landelijk gebied wordt onderzocht welke landelijke gebieden van Zeeland een koplopergebied kunnen zijn in het kader van het Nationale Programma Landelijk Gebied. Belangrijke uitwerkingspunten zijn grensoverschrijdende samenwerking met de federale overheid van België, de relatie met het Deltaprogramma, Goederencorridor Zuid Rotterdam Antwerpen (in samenhang met die van Oost en Zuidoost) en Smart Mobility.

9

De Omgevingsagenda Zuidwest Nederland heeft een directe relatie met de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta. De Gebiedsagenda biedt het handelingsperspectief en een agenda voor de Voordelta en de Grote Wateren in de Zuidwestelijke Delta. De Omgevingsagenda en de Gebiedsagenda zijn gelijkwaardig en complementair en worden in samenhang uitgewerkt.

1.3 Prioriteiten en uitdagingen De (inter)nationale doelen gelden natuurlijk ook voor Zeeland, maar niet alle doelen zijn even belangrijk voor de Zeeuwse Omgevingsvisie. Om meer inzicht te krijgen in wat prioriteit verdient, hebben we in 2018 breed gepeild welke onderwerpen in de Zeeuwse Omgevingsvisie een plaats zouden moeten krijgen. Die onderwerpen zijn door alle partijen die wilden meeschrijven of meedenken samen uitgewerkt in 27 bouwstenen, die in deel B van de visie terugkomen. In deze bouwstenen zijn vier hoofdlijnen te zien, die samenhangen met grote veranderingen die op Zeeland afkomen en vragen om actie. Dit zijn de vier grote maatschappelijke uitdagingen die centraal staan in deze Omgevingsvisie. Deze uitdagingen sluiten goed aan bij de prioriteiten van de NOVI, maar geven er een Zeeuwse invulling aan. 1. Uitstekend wonen en leven in Zeeland • Verandering van de bevolkingssamenstelling en de noodzaak voor toegankelijke voorzieningen • Vernieuwing van de Zeeuwse woningmarkt • Noodzaak om barrières weg te nemen zodat alle Zeeuwen gemakkelijk deel kunnen nemen aan de samenleving • Zorgen voor een gezonde woonomgeving 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied • Verbeteren van de balans tussen het gebruik en de draagkracht van land en water • Biodiversiteit staat onder druk • Ruimte voor nieuwe duurzame ontwikkeling 3.

Een duurzame en innovatieve economie • Hoogwaardig (her)gebruik van producten, grondstoffen en energie • Sluiten van kringlopen 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland • Aanpassen aan wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen • Zo min mogelijk uitstoot van broeikasgassen In hoofdstuk 2 t/m 5 worden de maatschappelijke uitdagingen voor Zeeland beschreven. Daarbij gebruiken we de backcasting methode uit het Raamwerk voor strategische duurzame ontwikkeling van The Natural Step, een internationale non-profit organisatie voor duurzame ontwikkeling. Welke weg je hebt af te leggen om het doel te bereiken hangt niet alleen af van waar je naar toe wilt, maar ook waar je nu staat en welke mogelijkheden je hebt om bij het doel te komen.

Elk hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen. In de eerste paragraaf van elk hoofdstuk maken we duidelijk waarom hier sprake is van een maatschappelijke uitdaging. Er wordt duidelijk gemaakt waarom dit onderwerp niet op zichzelf staat. Ook vind je hier de onderwerpen die bij de uitdaging horen. Stap 1 van het backcasting proces staat in paragraaf 1. Dit is het definiëren van succes: waar willen we staan in 2050, los van beperkingen in het nu. Voor ons is dat de ambitie voor Zeeland in 2050 ten aanzien van deze maatschappelijke uitdaging.

10

Stap 2 is een beschrijving van de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen en een beeld van wat dit zou opleveren wanneer de Provincie de komende decennia geen extra actie zou ondernemen. Deze staat in paragraaf 2. Stap 3 staat in paragraaf 3: welke stappen er nodig zijn om vanuit het nu, de ambities uit paragraaf 1 waar te maken. Stap 4 uit de methode is het prioriteren en kiezen in de aanpak. Deze staat eveneens in paragraaf 3. Om te kunnen prioriteren, gebruiken we afwegingsfactoren. Deze worden hierna beschreven, in paragraaf 1.4. Als we nu bepalen waar we in 2030 en 2050 willen staan, kunnen we vandaag de eerste stappen zetten om daar te komen. Niet alleen door het faciliteren van wensen en grote ontwikkelingen maar ook door de mogelijkheden en kansen ervan te benutten, zonder dat de karakteristieke eigenheid van onze provincie wordt aangetast.

1.4 Afwegingsfactoren Het benoemen en beschrijven van uitdagingen en ambities is geen garantie voor het maken van de beste keuzes voor Zeeland. Bij het kiezen en prioriteren willen we zowel de Zeeuwse kernkwaliteiten behouden als kansen en mogelijkheden benutten. Daarvoor zijn afwegingsfactoren nodig. De vier grote maatschappelijk uitdagingen vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht (zie kader), hebben wij doorvertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland. 1. Doe meer met minder grond. Er zijn veel uitdagingen die extra ruimte vragen. Denk maar aan extra waterberging, zonneparken of groen in de stad. Zeeland wordt niet groter en iedere vierkante meter wordt al gebruikt. Als alle ontwikkelingen afzonderlijk worden gerealiseerd, gaat dat onnodig veel grond kosten die ook voor andere doelen wordt gebruikt. De oplossing is om gebruik zoveel mogelijk te combineren en nieuw ruimtebeslag op land en water zoveel mogelijk te beperken. Ook het verhogen van de kwaliteit van bestaand gebruik helpt om extra ruimteclaims te voorkomen. Denk aan herstructurering van stedelijk gebied, verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden of introductie van nieuwe teelten. 2. Werk samen en deel kosten en baten. De kosten en baten van keuzes zijn niet altijd in evenwicht.

De organisatie die de kosten draagt is niet altijd de (enige) partij die eraan verdient. Zie dat niet als een probleem, maar als kans. Door doelen te combineren zullen de totale kosten in tijd en geld altijd lager zijn dan via afzonderlijke projecten. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie van werkzaamheden voor een gescheiden rioleringssysteem (klimaatadaptatie) met de aanleg van glasvezelkabels (digitalisering), waardoor de straat maar één keer open ligt. Of meer zandsuppletie om extra ruimte op het strand te hebben voor natuur en recreatie. Zoek naar de kansen en ga in overleg met elkaar. Zo wordt niet alleen voorkomen dat kansen onbenut blijven, maar ook dat activiteiten elkaar onbedoeld in de weg zitten. 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Succesvolle initiatieven benutten de kwaliteit van de omgeving en voegen daar extra waarde aan toe. Met slim ontwerp, passend bij de locatie, is heel veel mogelijk. Een verandering wordt daardoor een verrijking. Het betekent ook dat initiatieven zonder meerwaarde voor de locatie, beter op een andere plek kunnen worden gerealiseerd die wel passend is. Een zonnepark is bijvoorbeeld beter in te passen aan de rand van een haventerrein, dan in een grote open polder. 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Neem altijd de effecten op langere termijn en de effecten buiten Zeeland mee in de afweging.

Een ontwikkeling die nu passend is, kan over tien jaar een groot en kostbaar probleem opleveren. Nu we als samenleving toegroeien naar een circulaire economie en er nog veel onzekerheden zijn over de effecten van klimaatverandering, hoort bij nieuwe ontwikkelingen altijd een inschatting van het toekomstperspectief in brede zin. Denk aan oplossing van een acuut huisvestingsprobleem door tijdelijke woningen op een plek te zetten waar over tien jaar een bassin wordt gemaakt voor waterberging. Voldoende flexibiliteit en tijdelijke bestemmingen helpen om goed in te kunnen spelen op veranderingen in de bevolking, economie en het klimaat. Het voorkomt onnodige kosten en maakt het mogelijk om nieuwe kansen snel te benutten. Daarnaast kan een ontwikkeling verstandig lijken op Zeeuwse schaal, maar grote effecten hebben

11

buiten Zeeland. Daar hebben we invloed op, dus die effecten moeten ook in de afweging worden betrokken. Als buiten Zeeland ook rekening wordt gehouden met effecten op Zeeland, helpen we elkaar verder. Inspiratiebron De Nationale Omgevingsvisie beschrijft algemene afwegingsprincipes. Het Rijk streeft bij alle afwegingen van keuzes voor de toekomst, naar een veilige en gezonde leefomgeving. Waar de omgeving waarin wij leven, nu al veilig en gezond is, moet die worden behouden. Daarnaast wil het Rijk dat onze fysieke leefomgeving doelmatig wordt ontwikkeld, gebruikt en beheerd om op de beste manier aan de behoeften van onze maatschappij te kunnen voldoen. Een optimale balans tussen beschermen en ontwikkelen, vraagt om een zorgvuldige afweging en prioritering. Om keuzes over concrete activiteiten vooraf zorgvuldig af te kunnen wegen geeft het Rijk de lagere overheden drie afwegingsprincipes mee: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; • Over de schutting gooien van vraagstukken (afwenteling) wordt voorkomen

1.5 Zeeuwse kernkwaliteiten De Nationale Omgevingsvisie kan niet met kopiëren en plakken omgezet worden naar de situatie in de twaalf Nederlandse provincies. Elke provincie heeft haar eigen specifieke schoonheid en problematiek. Anders gezegd: Wat is typisch Zeeuws? Wat in Zeeland is zo mooi en zo belangrijk, dat we het voor geen goud zouden willen missen? Eind oktober 2019 zijn deze vragen uitgezet en besproken met enkele honderden deelnemers aan de verschillende Zeeuwse Gebiedstafels. In juni 2020 zijn deze kernkwaliteiten getoetst bij de bevolking via een onderzoek door ZB Planbureau en Bibliotheek van Zeeland. Op die manier is het gelukt de voornaamste Zeeuwse kernkwaliteiten onder woorden te brengen. Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken zoals bebouwing, openbare ruimte, landschap, natuur en cultuurhistorie. Maar het gaat ook om de koppeling met immateriële waarden zoals rust, gezondheid, leefbaarheid, levendigheid, aantrekkingskracht en andere culturele en sociale aspecten. Kernkwaliteiten zijn meestal niet in een getal te vatten, en al helemaal niet objectief; ze drukken een bepaalde mate van waardering uit. Naast kernkwaliteiten die Zeeland nu heeft en die we willen behouden, zijn er ook wensen voor de toekomst, kernkwaliteiten die we willen ontwikkelen.

Wat voor provincie willen we zijn in 2050? Hoe willen we dan bekend staan? Ook dat is meegenomen in het onderzoek van de ZB. De breedst gewaardeerde kernkwaliteit voor Zeeland is: 1. Genieten en opladen Je kunt in onze provincie genieten en jezelf weer helemaal opladen. Of je nu geniet door inspanning, een fietstocht, kitesurfen of door bezoek aan een rommelmarkt of zomeravondconcert, Zeeland heeft veel te bieden om van te genieten en jezelf weer op te laden. Het landschap in Zeeland is gedurende de lange bewoningsgeschiedenis door menselijk toedoen veranderd. Sporen van grote overstromingen en oorlogen. Alles bij elkaar heeft dit geresulteerd in unieke landschapskwaliteiten. De prachtige horizon op het platteland, met hoeves tussen boomgroepen. Nachten waarin je de Melkweg kunt zien, zonder hinder van lichtvervuiling, stilte. Hier kun je op adem komen. Elementen van deze kernkwaliteit: Weidsheid, ruimte, rust (stilte en duisternis), gezonde zeelucht, gastronomie, streekproducten, recreatie, watersport, strand en zee, evenementen

12

2. Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap Zeeuwen houden van hun mooie provincie. Dat wordt al heel snel duidelijk als er een inbreuk dreigt. Het maakt daarbij niet uit of die inbreuk te maken heeft met een economisch voordeel of met waarborgen van veiligheid – denk aan het kappen van oude bomen op een dijk. De anders zo gemoedelijke inwoners stellen zich onwrikbaar op in hun beschermingsdrang. In onze landelijke gebieden is het allemaal nog terug te vinden: kleinschaligheid, voedselproductie, boomgaarden, oude dijken. De duidelijke structuur van dorpen omgeven door een gordel van groen. Het landelijk gebied vraagt om een duurzaam beheer en zorgvuldigheid bij beslissingen voor toekomstig gebruik. Elementen van deze kernkwaliteit: Vruchtbaar land, dijken, dammen duinen, paalhoofden, zilte natuur, cultuurlandschap, deltawerken, eilandgevoel, aquacultuur, dubbelgebruik van ruimte 3. We voelen ons verbonden met de historie Eeuwenlang was Zeeland een provincie van strijd, zo niet in oorlogen dan toch wel tegen de zee. De meest recente historische feiten op dit gebied zijn wel de inundaties op Schouwen-Duiveland en Walcheren gedurende de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp in Zuidwest-Nederland in 1953.

De ramp van 1953 leidde tot een historische uitspraak van Koningin Juliana: “Dit nooit meer.” Als reactie op de verdrinkingsdood van 1836 mensen werden in Zeeland en Zuid-Holland de Deltawerken gebouwd. Wij Zeeuwen zijn trots op onze Deltawerken, die prachtige meren hebben opgeleverd en die ons beschermen tegen stormen. Elementen van deze kernkwaliteit: Industrieel, maritiem, militair en agrarisch erfgoed, havens en scheepvaart, strategische ligging, vestingen, vliedbergen, inundatiekreken, nood- en geschenkwoningen. 4. Kernkwaliteitswens: Scholing en carrièrekansen De enquête van de ZB Planbureau en Bibliotheek van Zeeland onthulde behalve waardering ook een gemis. Deze vierde kernkwaliteit is er eentje die nu nog gemist wordt in Zeeland, namelijk scholing en carrièrekansen. Deze kernwens is eerder in het rapport Dorp, Stad en Land als volgt omschreven: In Zeeland kun je je in alle Zeeuwse steden bekwamen in gespecialiseerd onderwijs op het gebied van bijvoorbeeld recreatie en toerisme en zeevaart. Onderwijs dat de Zeeuwse identiteit versterkt. Op die manier is het niet nodig om voor studie de provincie te verlaten. Alles in Zeeland is relatief dichtbij, ook het gespecialiseerd voortgezet onderwijs moet binnen de provinciegrenzen te vinden zijn. Natuurlijk is er ook prima online onderwijs.

Zeeuwen zijn oplossingsgericht en koppelen vernieuwing aan specifieke Zeeuwse elementen. Zeeland is een land in zee met uitdagingen die vragen om inventieve oplossingen. Zowel in opleidingen als bij bedrijven is dit pionieren geborgd. Het vernieuwen, experimenteren, opleiden, daarin ruimte geven en meebewegen vraagt voortdurende stimulans. Wat zou het mooi zijn als de Zeeuwen van 2050 trots zouden zijn op het onderwijsaanbod in de provincie.

13

14

Hoofdstuk 2. UITSTEKEND WONEN EN LEVEN IN ZEELAND 2.1 Samenhang en uitdaging Samenhang Om uitstekend ergens te kunnen wonen en leven, wil je een huis dat aan je behoeften voldoet. Groot genoeg, maar niet te groot en niet te duur. Je wil dagelijks gebruik kunnen maken van schoon water, elektra en internet. Je wil je veilig kunnen voelen in je straat, ook ’s avonds en het is fijn als de natuur dichtbij is, te zien, te ruiken, aan te raken. Vanaf je huis wil je dat voorzieningen bereikbaar zijn. Denk aan scholen, winkels, theater, museum, sportveld of bibliotheek. Hoe ver is het naar de tandarts, fysio of het ziekenhuis? En last but not least: is je werk goed bereikbaar vanaf thuis? Buiten de onderwerpen die hieronder genoemd staan, heeft wonen en leven ook raakvlakken met klimaatadaptatie, energietransitie, infrastructuur, recreatie en toerisme, milieu, arbeidsmarkt, erfgoed, archeologie, zoetwater en natuur. De uitdaging: 2050 In 2050 is er voor ieder een passende woning beschikbaar. In de omgeving van je huis kun je je veilig voelen. Je wordt er ook aangezet tot gezond gedrag, zoals wandelen en fietsen. De woonomgeving draagt bij aan biodiversiteit en is ingericht zowel op langere droogte als op overtollig regenwater. Voorzieningen zijn klimaatneutraal voor iedereen bereikbaar, ook wanneer je geen auto hebt.

Mobiliteit is snel, slim, veilig, schoon en betaalbaar voor zowel reiziger als overheid. De digitale bereikbaarheid is snel en goed. Het onderwijs in de provincie is goed bereikbaar, betaalbaar en van hoogstaande kwaliteit. Zeeland beschikt verspreid door de provincie over een aantal onderscheidende kleinschalige top- en kwaliteitsvoorzieningen. Deze maatschappelijke uitdaging sluit aan bij de NOVI-prioriteit 'Sterke en gezonde steden en regio’s'. De Zeeuwse Omgevingsvisie besteed extra aandacht aan beschikbaarheid van voorzieningen en de kwaliteit van woningen.

15

Uitstekend wonen en leven in Zeeland

Balans in de grote wateren en het landelijk gebied

Een duurzame en innovatieve economie

Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland

Woningvoorraad

Bodem

Arbeidsmarkt

Klimaatadaptatie

Woonomgeving

Archeologie

Circulaire economie

Zoetwater

Voorzieningen en evenementen

Erfgoed

Recreatie en toerisme

Energietransitie

Onderwijs

Landbouw

Havens en bedrijven

Duurzame energie

Gezondheid

Milieu

Transport en infrastructuur

Waterveiligheid

Mobiliteit

Natuur

Visserij

Cultuur

Deltawateren

Watersysteem

Belangrijkste onderwerpen bij de uitdaging

Landschap

Sterke relatie met de uitdaging Beperkte relatie met de uitdaging

2.2 Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Veranderende bevolkingssamenstelling en beroepsbevolking Sinds 2014 is er in Zeeland sprake van een stabiele tot licht groeiende bevolking, ondanks dat er meer mensen overlijden dan dat er worden geboren. De groei is voornamelijk toe te schrijven aan de toestroom van nieuwe Zeeuwen. Vermoedelijk komt dit door het aantrekken van de woningmarkt, waardoor meer huishoudens een verhuizing naar Zeeland aandurven. Het vertrek van jongeren die een opleiding buiten de provincie gaan volgen (en niet meer terugkomen) wordt hiermee getalsmatig gecompenseerd. Ook de instroom van buitenlandse werknemers en vergunninghouders (vluchtelingen met een verblijfsstatus) draagt bij aan de groei van de Zeeuwse bevolking in de afgelopen jaren. Enkele regio’s binnen de provincie profiteren niet van de bevolkingsgroei. De Zeeuwse bevolking neemt naar verwachting de komende jaren nog geleidelijk toe tot bijna 400.000 in 2040. Dit komt doordat een hoog buitenlands migratiesaldo het sterfteoverschot tenietdoet. In Zeeland zal de binnenlandse vestiging en het vertrek van mensen naar andere provincies ongeveer in evenwicht blijven. Door het oplopende sterfteoverschot vlakt de bevolkingsgroei op termijn af. De leeftijdsopbouw van de Zeeuwse bevolking zal fors veranderen. Opvallend is dat de groep tot 15 jaar in de periode tot 2040 weer licht gaat groeien.

De bevolking in de leeftijdsgroep 15 tot 60 jaar neemt in die periode met 15.000 af. Het aantal 80+ers neemt juist met 20.000 toe. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2020. De potentiële beroepsbevolking daalt door de vergrijzing tot 2040 met 20.000. Een gezamenlijke aanpak van onderwijs, overheden en bedrijfsleven in het Aanvalsteam Arbeidsmarkt heeft geleid tot diverse concrete resultaten en acties voor het vergroten van de beroepsbevolking: zo zijn er onder andere extra middelen van het Rijk (Zeeland in stroomversnelling)

16

voor plaatsing van 400 werkzoekenden op Zeeuwse vacatures, extra middelen om hoger opgeleiden van elders voor Zeeuwse vacatures te interesseren via maatwerk en gerichte activiteiten om jongeren meer te binden aan Zeeland. Woningvoorraad De huidige Zeeuwse woningvoorraad is met veel woningen uit de wederopbouwperiode 1945 - 1970 relatief oud en heeft een lagere bouwkwaliteit dan gemiddeld. Dit maakt de woningvoorraad kwetsbaar. De woningvoorraad staat aan de vooravond van een enorme verduurzamingsopgave. Het doel is duurzaam en milieubewust bouwen. De eerste circulaire projecten zijn gereed en successen zijn geboekt. Er worden jaarlijks weinig particuliere woningen onttrokken aan de woningmarkt door sloop, functieverandering of samenvoeging. Om alle beschikbare huizen in dit tempo te verduurzamen zouden ze allemaal nog zo’n 2000 jaar mee zouden moeten gaan. Om doeltreffend tegemoet te komen aan de veranderende bevolkingssamenstelling en de energietransitie te accommoderen is vooral in de particuliere sector een hoger sloop- en nieuwbouwtempo nodig. In principe heeft Zeeland op dit moment genoeg woningen en woningbouwplannen om het aantal huishoudens nu en in de toekomst te huisvesten. In de meeste regio’s zijn meer dan voldoende woningbouwplannen om de uitbreidingsbehoefte op te vangen. Het betreft hier echter een kwantitatieve match, maar niet perse een kwalitatieve match.

Een woning is dus wel te vinden, maar niet altijd de juiste woning op de juiste plek. Veel woningbouwplannen zijn gemaakt in het verleden voor een andere vraag en verwachting. De situatie ziet er op dit moment anders uit, waardoor een deel van de plannen niet van de grond komt. Koophuizen met tuin of terras en sociale huurwoningen zijn er in bijna elke regio wel genoeg, maar de vraag van de Zeeuwen verandert. Door de toename van met name alleenstaande 80+ huishoudens lijkt er een mismatch te ontstaan tussen de huidige woningvoorraad en de woningvoorraad die er op lange termijn zou moeten staan. De behoefte aan nultredenwoningen en beschutte woonzorgwoningen neemt immers fors toe. Ook worden bewoners kritischer over de gewenste woning en de daarbij horende woonomgeving. Om aan deze vraag te voldoen worden er in de rest van Nederland steeds meer verschillende woningtypes op de markt gebracht. Ook in Zeeland is die vraag er, maar de ontwikkeling van andere typen woningen is vaak risicovoller. Daarom blijft het aanbod van dergelijke huizen laag. De situatie is niet overal in Zeeland gelijk: lokaal en regionaal zijn er grote verschillen in de problematiek. Van grote vraag naar nieuwe of andere woningen tot veel leegstaand vastgoed. Bijvoorbeeld aan de kust waar veel woningen worden gebruikt als tweede- of deeltijdwoning.

Enerzijds kan deeltijdwonen een uitkomst zijn om leegstand te voorkomen, anderzijds komt de ervaren leefbaarheid van permanente bewoners onder druk te staan. Tegelijkertijd ondervinden mensen die tijdelijk op korte termijn een woning nodig hebben in verband met werk of privéomstandigheden, veel moeite bij het vinden van een acceptabele, betaalbare woning. Het gebrek aan deze woningen is één van de oorzaken van het gebrek aan doorstroming op de woningmarkt. Het ontbreekt aan een ‘flexibele schil’ in de woningvoorraad die dit op kan vangen. Bouwen binnen het bestaand stedelijk gebied en zorgvuldig gebruik van de beschikbare ruimte zijn altijd uitgangspunten geweest. In het stedelijk gebied verliezen steeds meer vormen van vastgoed hun functie, zoals maatschappelijk vastgoed, scholen, winkels, kerken en kantoren. Voor de dynamiek van het stedelijk gebied is het cruciaal dat woningen toegevoegd kunnen worden in, of in plaats van deze gebouwen. Gezonde woonomgeving De Zeeuwse woonomgeving bevat alle ingrediënten die een goede gezonde leefomgeving kenmerkt, zoals veel (stedelijk) groen en gevarieerde openbare ruimte, een over het algemeen goede milieukwaliteit en voldoende aanbod van voorzieningen.

Zeeland kent een hogere tevredenheid van de inwoners als het gaat om de woonomgeving dan het landelijk gemiddelde en dit heeft een directe relatie met de algemene tevredenheid over het leven. Dat er zo veel groen in Zeeland is komt onder andere door het grote netwerk van erkende natuurgebieden én de Zeeuwse traditie van natuur en natuurbeheer op particuliere terreinen, verspreid over de regio. Bijvoorbeeld rond nieuwe landgoederen, (voormalige) buitenplaatsen en boerenerven, maar ook dorpsbosjes en -boomgaarden, of tijdelijke natuur op bedrijventerreinen. Ook wordt steeds meer groen aangelegd rond scholen en zorginstellingen. Deze natuurverbreding heeft naast het vele cultuurhistorische groen, een gunstige invloed op de belevingswaarde van de openbare

17

ruimte. Het creëert een omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontspannen, veilig voelt, sociale samenhang bevordert én gezond gedrag uitlokt. Gezond gedrag, en hoe dit kan worden bevorderd door de inrichting van de woonomgeving, staat steeds meer in de belangstelling. Het kan worden bevorderd door bijvoorbeeld voorzieningen en woningen die geschikt zijn voor ouderen en mindervaliden te concentreren. Hierbij hoort dan ook een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte. Het stimuleren van een omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontspannen wordt steeds belangrijker, omdat dit een positief effect op gezond gedrag heeft. Een woonomgeving waarin het groen schaars is, zorgt voor een lage waardering van de buitenruimte. Als er geen maatregelen worden genomen, zorgt de klimaatverandering voor toenemende overlast. Door hogere temperaturen ontstaan ‘hitte-eilanden’ op plaatsen met weinig groen en schaduw. Daarnaast worden de gezondheid en de leefomgeving ook aangetast door luchtverontreiniging, doordat de schadelijke stoffen tussen de gebouwen blijven hangen. De aanwezigheid van groen kan helpen bij het zuiveren van de lucht doordat fijn stof wordt afgevangen. Groen heeft ook een positief effect op de mentale gesteldheid van mensen. De aanwezigheid van natuur dichtbij stimuleert mensen meer te wandelen of te sporten; dat resulteert dan weer in minder overgewicht.

De huidige woonomgeving wordt als autogericht ervaren, waardoor de straat vaak onveilig en onaantrekkelijk is om er te wandelen of te fietsen. De kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van de inwoners staan hierdoor onder druk. Concepten op het gebied van Slimme Mobiliteit kunnen zorgen voor een afnemend ruimtegebruik voor verkeersdoeleinden (met name parkeerplaatsen) in het bebouwd gebied. Dit biedt ruimte voor verbetering van de woonomgeving door toevoeging van stedelijk groen. Voor de kwaliteit van de woonomgeving is de aanwezigheid of bereikbaarheid van voorzieningen essentieel. Dit wordt behandeld bij het punt hieronder. Bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen De aanwezigheid van een bereikbaar en toegankelijk winkelbestand en (basis)voorzieningen op gebied van onderwijs, sport, kinderopvang, zorg en cultuur draagt bij aan de leefbaarheid van een gebied voor mensen die daar wonen, en vormt tegelijkertijd een belangrijke voorwaarde om als gebied aantrekkelijk te zijn en te blijven. Zeeland heeft sinds jaren te maken met opschaling van organisaties op het gebied van zorg, onderwijs en dienstverlening. Veelal heeft dit te maken met het te lage bevolkingsaantal waardoor een bepaald aanbod hier niet exploitabel is. Het Zeeuwse onderwijs is hier een voorbeeld van. Voor basisscholen is de grootste krimp voorbij.

Deze bereikt inmiddels de poorten van het voortgezet onderwijs. In het MBO is de bereikbaarheid van schoollocaties van invloed op de keuze van scholieren. De ontwikkeling naar meer digitaal onderwijs en meer onderwijs bij (stage)bedrijven zal dit in de toekomst mogelijk wijzigen. Ook het hoger onderwijs is essentieel voor het vasthouden van jongeren in Zeeland. Om kwalitatief goed onderwijs te kunnen bieden is samenwerking met instellingen binnen en buiten de provincie (inclusief België) en specialisatie op een aantal thema's noodzakelijk. Ook voor goede ziekenhuiszorg is het hebben van medische specialisaties steeds meer afhankelijk van grotere aantallen patiënten. Gelet op het relatief geringe Zeeuwse bevolkingsaantal kan niet langer in alle specialisaties worden voorzien en is samenwerking binnen Zeeland en met andere ziekenhuisorganisaties zowel in Nederland als in Vlaanderen, noodzakelijk. Toerisme draagt in sommige regio's binnen onze provincie in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en de instandhouding van voorzieningen, vooral in de kleine kernen van Zeeland. Winkels, openbaar vervoer, infrastructuur en publieke voorzieningen zijn er mede dankzij het draagvlak van het toerisme. Daar waar de toeristen niet komen, staan bijvoorbeeld de instandhouding van een supermarkt en publieke voorzieningen onder druk en verdwijnen deze mogelijk.

Mobiliteit Bereikbaarheid is van groot belang voor het vestigingsklimaat voor inwoners. Daarbij gaat het zowel om de hoofdverbindingen voor de auto als de verbindingen per openbaar vervoer. Doordat het autobezit in Zeeland hoog is kan het gros van de mensen zich zelfstandig over grotere afstanden verplaatsen met een betrouwbare reistijd. De mobiliteit blijft naar verwachting toenemen. Op sommige trajecten van het Zeeuwse hoofdwegennet kan dit rond 2030 tot congestie leiden. Door de toename van rijtaakondersteuning in voertuigen, wordt de capaciteit van de wegen beter benut.

18

De treinverbinding biedt een goede bereikbaarheid voor de Bevelanden en Walcheren, maar de verbinding met de Randstad en Noord-Brabant is de laatste jaren juist langzamer geworden. Met betrekking tot vestigingsklimaat is dit een punt van zorg, maar in het kader van het Compensatiepakket Wind in de Zeilen wordt dit aangepakt door een extra intercityverbinding te realiseren over de Zeeuwse Lijn. Zeeland heeft één publiek georganiseerde verbinding over water; het fietsvoetveer tussen Breskens en Vlissingen. Deze dienst wordt met name in de zomer door veel toeristische reizigers gebruikt, maar biedt jaarrond voor studenten en forenzen een betrouwbare aansluiting over het water en aansluiting op het nationale spoornet. Verkeersveiligheid is een belangrijk thema, zowel waar het de inrichting van wegen als waar het gedrag door weggebruikers betreft. Incidenten en piekdagen leiden tot grote verstoringen, omdat de infrastructuur naast het hoofdnetwerk de verkeersstromen slechts beperkt kan overnemen. Door de afhankelijkheid van bruggen en tunnels als verbindingen binnen Zeeland hebben verstoringen snel grote gevolgen. Zeker voor hulpdiensten kan dit problematisch zijn. Ook bij grote incidenten zijn de vluchtroutes beperkt. Ook extreme weersomstandigheden en klimaatverandering beïnvloeden de betrouwbaarheid van de infrastructuur.

Dit is een aandachtspunt bij de klimaatadaptatiestrategie. Scholieren, studenten, mensen met een beperking, ouderen en mensen die om een andere reden niet kunnen beschikken over een auto, zijn minder zelfstandig mobiel en daarom afhankelijk van openbaar- en doelgroepenvervoer. Zij ervaren belemmeringen in hun mobiliteit. Door centralisering zijn niet alle voorzieningen aan te fietsen. Er zijn wel grote regionale verschillen. De gebieden nabij de Zeeuwse spoorlijn en A58 hebben betere verbindingen en meerdere reisopties, waar dat in andere gebieden beperkt is. De grensoverschrijdende verbindingen zijn beperkt. De noord-zuid verbindingen worden bediend door de bus. Aansluiting vanuit Zeeland op het Belgische spoor ontbreekt. Het busvervoer in Zeeland kent een teruglopend aantal gebruikers en de kosten voor het systeem nemen toe. Voor doelgroepenvervoer geldt dat het gebruik toe neemt, wat voor gemeenten een kostbare onderneming is. Lokale mobiliteitsinitiatieven van bewoners bieden een aanvulling op het bestaande aanbod van collectief vervoer. De E-bike/Speed pedelec is voor steeds meer scholieren, forenzen en ouderen een uitkomst voor dagelijkse verplaatsingen. De hogere snelheid van e-bikes vraagt om aanpassing van de fietsinfrastructuur, omdat de risico’s op ernstige ongevallen toeneemt. Er is vraag naar flexibele en vraaggerichte vormen van (openbaar) vervoer.

Onder de noemer Slimme mobiliteit wordt gewerkt aan een flexibel en robuust mobiliteitssysteem dat de reiziger (meer) centraal stelt. Cultuur Cultuur is een belangrijke vestigingsfactor voor succesvolle regio’s en dat geldt zeker ook voor Zeeland. Een brede basis met voorzieningen voor een grote groep met daarbij een beperkt aanbod van (top)cultuur voor specifieke (niche)groepen is kenmerkend voor het huidige cultuuraanbod in Zeeland. Er zijn veel initiatieven op het gebied van cultuur, van monumenten tot (kleine) podia, en van fruitteeltmuseum tot muziek in de klas, maar door de specifieke eigenschappen van Zeeland is veel ook kwetsbaar. Het aanbod is verspreid zowel geografisch als over veel organisaties. Dat betekent niet alleen relatief lage bezoekersaantallen, want Zeeland is dunbevolkt en uitgestrekt, maar ook veel inzet door vrijwilligers met passie voor cultuur, maar vaak op leeftijd. Continuïteit in menskracht en professionaliteit is dan een zorgpunt. De Zeeuwse jeugd kennis laten maken met cultuur in brede zin is de belangrijkste doelstelling van cultuureducatie. Hiervoor wordt door verschillende aanbieders samengewerkt met scholen waarbij deskundigheidsbevordering een belangrijk speerpunt is. Ook wordt de Zeeuwse cultuur buiten de scholen toegankelijk gemaakt door vervoer op maat te organiseren.

Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat ook scholen uit Zeeuws-Vlaanderen het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk kunnen bezoeken. De Zeeuwse kunsten zorgen voor reflectie, vorming, verbinding en soms voor ongemak. Het draait niet alleen om het maken en tonen van mooie dingen, maar ook om het uitproberen van nieuwe dingen en het onverwachte mogelijk te maken. Creativiteit, innovatie, diversiteit en vakmanschap zijn kenmerkende eigenschappen van de kunsten die nog meer verbonden kunnen worden met actuele maatschappelijke opgaven. Er ligt een uitdaging om een beter klimaat voor makers uit de creatieve

19

industrie te realiseren. Het aanbod van kunsten in Zeeland wordt gekenmerkt door het grote palet van kleinschalige podia tot grote meerdaagse festivals en van internationaal aansprekende hedendaagse kunst tot de liefhebberende amateur beeldhouwer. Er is veel te zien en te doen in Zeeland, maar het blijft een opgave om een degelijke (basis)infrastructuur te onderhouden. Er zijn vijf grotere musea die de belangrijkste Zeeuwse verhalen vertellen. De Zeeuwse geschiedenis, het industriële verleden en heden, de maritieme historie, de Slag om de Schelde en de strijd tegen het water hebben een ‘eigen' museum. Daarnaast zijn er nog vele lokale en kleinere musea die een eigen verhaal vertellen. Ook voor de musea geldt dat het een opgave blijft om een volledig aanbod open te houden. De bezoekersaantallen zijn relatief gering waardoor de verdiencapaciteit ook laag is en ook de musea draaien op een groot bestand van vrijwilligers. De Zeeuwse bibliotheken zijn een belangrijke ontmoetingsplaats en zorgen voor laagdrempelige beschikbaarheid van lectuur, literatuur en informatie. Ook dragen zij bij aan het vergroten van lees- en taalvaardigheid. Binnen het Zeeuwse culturele veld ontstaat in de volle breedte steeds meer animo om samen te werken.

Het vanuit eigen kracht en de eigen expertise kijken hoe meerwaarde kan ontstaan door nieuwe of soms voor de hand liggende combinaties te vormen, is een belangrijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling kan bijdragen aan het versterken van het vestigingsklimaat, het behoud en de verdere ontwikkeling van een rijk en divers cultureel aanbod en het uitdragen van de Zeeuwse identiteit. Hierbij zullen verschillende dilemma’s overwonnen moeten worden. Denk aan keuzes over bereikbaarheid, spreiding en versnippering van voorzieningen, over balans zoeken tussen een hoogwaardig aanbod met aantrekkingskracht voor specifieke groepen versus een breed aanbod wat toegankelijk is voor velen, over het behouden van bestaande elementen in relatie tot de wens om nieuwe dingen te ontwikkelen. Evenementen en sport In het Zeeuwse Sportakkoord zijn ambities benoemd voor inspirerende sportevenementen die impact hebben op de profilering van Zeeland. Het Zeeuwse Sportakkoord werd in 2019 ondertekend door het Provinciebestuur en 27 gemeentelijke, gezondheids-, natuur-, onderwijs- en sportorganisaties. Grote wielerrondes en festivals zetten Zeeland op de (inter)nationale kaart. Natuur is een belangrijke factor in het Zeeuwse promotie-/vestigingsbeleid. Aangetoond is dat natuur bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de omgeving.

Investeren in natuurbeleving en natuurbranding is daarom belangrijk in het totaal van de Zeeuwse marketingstrategie. Evenementen zijn essentieel in de profilering van Zeeland. We zien hier, net als in de rest van Nederland, de ontwikkeling dat evenementen en festivals inspelen op de behoefte aan unieke belevingen, tijdelijke beschikbaarheid en meedoen. Veel evenementen zijn in de afgelopen 25 jaar ontstaan, denk aan: Concert at Sea, Kustmarathon Zeeland, Vestrock Hulst, Ride for the Roses, Marathon van Zeeuws-Vlaanderen, Nazomerfestival, etcetera. Vooral het laatste decennium zien we ook in Zeeland een sterke groei in omvang, deelname en (media)aandacht. Het aantal evenementen in Zeeland bedraagt duizenden op jaarbasis (2019). De omvang en impact verschillen en de evenementen zijn niet gelijkmatig verdeeld in tijd en over de provincie. De groei in omvang brengt eenzelfde soort zorgen mee als de groei van het toerisme, namelijk uitdagingen op het gebied van infrastructuur, overlast en veiligheid.

2.3 Hoofdlijnen aanpak Veranderende bevolkingssamenstelling en beroepsbevolking Met betrokken partijen wordt een marketingorganisatie Wonen en Werken in Zeeland opgezet die Zeeland profileert als aantrekkelijke regio om te wonen, studeren en werken. Een gezamenlijke aanpak van onderwijs, overheden en bedrijfsleven (Triple Helix samenwerking) zorgt voor behoud en doorontwikkeling van de kennis- en onderwijsstructuur en aansluiting op arbeidsmarkt in Zeeland: een centraal kenniscentrum en living labs rond belangrijke Zeeuwse thema’s verspreid over Zeeland. Het zijn met name de onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven die dit zullen realiseren en gemeenten die dit faciliteren met huisvesting en vervoer. De Provincie ondersteunt hierin door het uitvoeren van onderzoek, het stimuleren van samenwerking te stimuleren en financiële ondersteuning. Bij de aanpak worden kansen voor grensoverschrijdende samenwerking benut.

20

Woningvoorraad De Zeeuwse gemeenten en de Provincie werken aan een Zeeuwse Woonagenda, waarbinnen gezamenlijk wordt opgetrokken om de woningvoorraad toekomstbestendig te maken en te houden. De regiogelden van het rijk worden ingezet voor het saneren of vervangen van woningen waar geen behoefte aan is, het stimuleren van verduurzaming van de woningvoorraad, het realiseren van een flexibele schil en de ondersteuning van gemeenten bij de realisatie van woningbouw die voorziet in een behoefte op de juiste plaats. Provincie en gemeenten stellen de kaders vast waarbinnen de afspraken worden uitgevoerd. De aanpak biedt ook kansen voor de arbeidsmarkt (werkgelegenheid verduurzaming), cultuur (hergebruik monumentale en beeldbepalende panden), woonomgeving (hergebruik leegstaande panden en braakliggende percelen binnen dorpen en steden), gezondheid (verbeteren binnenklimaat) en circulaire economie (circulair bouwen). Daarnaast wordt de verduurzaming van de woningvoorraad versneld en wordt de woningmarkt actief beïnvloed. Gezonde woonomgeving Voor een veilige woonomgeving die gezond gedrag uitlokt, staan vooral de gemeenten aan de lat. Daarbij helpen initiatieven van burgers, bedrijven, natuur- en welzijnsorganisaties. De Provincie ondersteunt deze partijen met subsidies en het faciliteren van samenwerking.

Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling, beleidsontwikkeling en maatschappelijke opgave zullen betrokken partijen gezondheid mee laten wegen. Bij de realisatie van een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving zullen kansen benut worden om beter het hoofd te kunnen bieden aan weersextremen zoals hitte, droogte en wateroverlast en aan kansen om de natuurwaarde te verhogen. Bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen De beschikbaarheid van de commerciële voorzieningen wordt in de eerste plaats bepaald door marktwerking en initiatieven van ondernemers. Provincie en gemeenten stellen kaders vast om de gewenste ontwikkelingen te bevorderen, verlenen subsidies en laten onderzoek doen. Beide zijn verantwoordelijk voor de bereikbaarheid voor alle bevolkingsgroepen (zie mobiliteit). Mobiliteit Treinverbindingen zijn de verantwoordelijkheid van het rijk. Zeeuwse partijen zullen blijvend lobbyen voor realisatie en behoud van snelle verbindingen tussen steden en met Noord-Brabant/Randstad, alsmede goede verbindingen met België. Voor het regionale en grensoverschrijdende openbaar vervoer is de Provincie verantwoordelijk. De Provincie stelt hiervoor kaders in de Regionale Mobiliteit Strategie, die samen met netwerkpartners is opgesteld. Introductie en uitbouwen van slimme, toegankelijke mobiliteit in de vorm van flexibele en vraaggerichte vormen van mobiliteit.

Er zijn veel partijen die bijdragen aan de realisatie van slimme mobiliteit in de vorm van onderzoek, kennis delen en advies. Provincie en gemeenten zijn verantwoordelijk voor respectievelijk het openbaar en het WMO-vervoer. Beide stellen kaders op en financieren het vervoer. De Provincie financiert bovendien onderzoeken die bijdragen aan de omvorming van het openbaar vervoer en geeft subsidie aan initiatieven die slimme mobiliteit bevorderen, zoals het delen van mobiliteitsdata (vraag en aanbod), het verbeteren van knooppunten en ontwikkeling en implementatie van een totaalconcept. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is een permanente doelstelling van de wegbeheerders (Rijkswaterstaat, gemeenten, waterschap, North Sea Port en provincie) in Zeeland en landbouworganisaties. Naast goed onderhoud, gemeenschappelijke gladheidsbestrijding en een veilige inrichting van de wegen, geven de wegbeheerders ook voorlichting om het gedrag van verkeersdeelnemers te verbeteren. Schone mobiliteit stimuleren we door het gebruik van elektrische auto's, fiets en e-bike te bevorderen. De wegbeheerders zijn verantwoordelijk voor een netwerk van laadpunten door de gehele provincie voor de elektrische mobiliteit, de aanleg en onderhoud van snelfietsroutes en overige fietsinfrastructuur. Provincie en gemeenten stellen kaders op voor een optimale digitale bereikbaarheid in de hele provincie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9806232/1