RVS reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie bijlage 2 voorontwerp ZOVI deel A
Tekst van het document
Het is een complex geheel (zie afbeelding van www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl). Twee aspecten zijn essentieel voor deze omgevingsvisie. Ten eerste dat Rijk, Gemeente en Provincie ieder een eigen visie vaststellen. Ten tweede dat die visie geen directe gevolgen heeft voor andere overheden en/of burgers en bedrijven.
Ondanks dat de omgevingsvisies formeel geen invloed op elkaar hebben, is er in deze omgevingsvisie geprobeerd om de Zeeuwse omgevingsvisie goed aan te laten sluiten op de Nationale Omgevingsvisie. Daarnaast zijn recente regio- en gebiedsvisies gebruikt als bouwsteen. Dit geldt
44
onder andere voor het statement uit de regiovisie De Bevelanden en Tholen, de Regionale energiestrategie Zeeland en de Grensvisie voor de Scheldemond regio. Ook het belangrijkste instrument voor de uitvoering van beleid, het programma, wordt in theorie door iedere overheid afzonderlijk opgesteld. In de praktijk zullen veel programma's door overheden gezamenlijk worden opgesteld.
6.3 Inzet van instrumenten door de Provincie Zeeland Provinciale kerntaken en inzet In 2019 hebben Provinciale Staten van Zeeland in de Kaderagenda en de Richtingen Notitie Omgevingsvisie vastgelegd dat de provincie alleen instrumenten inzet voor doelen die passen binnen de provinciale kerntaken. Deze zeven kerntaken zijn: 1. Duurzame ruimtelijke ontwikkeling & waterbeheer 2. Milieu, energie & klimaat 3. Vitaal platteland, natuurbeheer & ontwikkeling natuurgebieden 4. Regionale bereikbaarheid & regionaal openbaar vervoer 5. Regionale economie 6. Culturele infrastructuur & monumentenzorg 7. Kwaliteit van het openbaar bestuur De Zeeuwse Omgevingsvisie is het strategisch beleidskader van de provincie voor de eerste zes kerntaken. Aan de zevende wordt bijgedragen door de vernieuwende manier waarop het proces is ingericht. De provincie beschikt over een gereedschapskist met financieel, communicatief, juridisch en uitvoerende instrumenten. Financieel en communicatief instrumentarium zijn breed inzetbaar. Inzet van juridisch en uitvoerend instrumentarium is alleen op specifieke terreinen mogelijk. In onderstaande tabel een overzicht van welk type instrument wordt ingezet voor welke bouwsteen. Het getal erachter verwijst naar de overeenkomstige provinciale kerntaak. Financieel-economisch (voornamelijk subsidies)
Communicatie en informatie (voornamelijk kennisdeling)
Archeologie (6) Arbeidsmarkt (3,5) Bodem (1,2) Cultuur (3,6) Deltawateren (1,2,3,5) Erfgoed (6) Energietransitie (2) Circulaire economie (2,5) Havens en bedrijven (1,2,3,5) Klimaatadaptatie (2,3) Landbouw (3,5) Landschap (1,3) Milieu (2,3) Mobiliteit (4) Natuur (3) Onderwijs (3,5) Visserij (5) Voorzieningen en evenementen (3, 6) Watersysteem (1,3) Waterveiligheid (1) Woningvoorraad (1) Zoet water (1)
Bodem (1,2) Deltawateren (1,2,3,5) Duurzame energie (2) Erfgoed (6) Energietransitie (2) Circulaire economie (2,5) Havens en bedrijven (1,2,3,5) Landschap (1,3) Mobiliteit (4) Natuur (3) Onderwijs (3,5) Visserij (5) Watersysteem (1,3) Woningvoorraad (1) Zoet water (1)
Juridisch
Uitvoerend
(voornamelijk vergunningen en verordening)
(voornamelijk projectrealisatie)
Bodem (1,2) Deltawateren (1,2,3,5) Duurzame energie (2) Erfgoed (6) Gezondheid (3,5) Energietransitie (2) Circulaire economie (2,5) Havens en bedrijven (1,2,3,5) Klimaatadaptatie (2) Landbouw (3) Landschap (1,3) Milieu (2) Mobiliteit (4) Natuur (3) Onderwijs (5) Recreatie en toerisme (2,3,5) Voorzieningen en evenementen (3,5,6) Watersysteem (1,3) Waterveiligheid (1) Woonomgeving (1,3,4) Zoet water (1)
Arbeidsmarkt (5) Archeologie (6) Cultuur (3,6) Gezondheid (3,5) Energietransitie (2) Circulaire economie (2,5) Havens en bedrijven (1,2,3,5) Klimaatadaptatie (2) Landbouw (3) Mobiliteit (4) Natuur (3) Recreatie en toerisme (5) Transport en infrastructuur (4) Voorzieningen en evenementen (3,5,6) Waterveiligheid (1) Woningvoorraad (1) Woonomgeving (1,3,4)
45
Omgevingsverordening Een belangrijk juridische instrument van de provincie is de omgevingsverordening. Daar staan alle bindende provinciale regels over water, bodem, milieu, natuur, landschap, (vaar)wegen en ruimtelijke ontwikkeling in. De Provincie zet de verordening in als dat nodig is vanuit het provinciaal belang (realisatie van kerntaken), als dat belang niet doeltreffend en doelmatig kan worden behartigd door gemeente of waterschap, of als dat bij wet is voorgeschreven. Er is een belang dat de belangen van de betreffende gemeenten overstijgt (conform Memorie van Toelichting behorende bij de Omgevingswet). In de praktijk gaat het dan vooral over situaties waarin gemeenten elkaars concurrenten kunnen zijn en situaties waar eenduidige regels in heel Zeeland gewenst zijn om maximale duidelijkheid te geven aan burgers en bedrijven. In de verordening wordt de afweging per hoofdstuk nader toegelicht. Het uitgangspunt voor de verordening is gelijk aan de inzet van de provincie voor de omgevingsvisie: beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, worden alleen gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom als uitgangspunt genomen. De omgevingsverordening wordt selectief ingezet en biedt waar mogelijk ruimte voor regionaal en lokaal maatwerk.
Grondbeleid De overheden in Zeeland werken aan de realisatie van maatschappelijke doelen en zetten daar hun instrumenten rond eigendom, gebruik, grond en vastgoed voor in. Ook voor de uitvoering van de Omgevingsvisie is dit instrumentarium onmisbaar. De provinciale Nota Grondbeleid beschrijft de instrumenten en de voorwaarden waaronder de Provincie deze instrumenten inzet. Financiële inzet Ieder jaar stellen Provinciale Staten van Zeeland een begroting met meerjarenraming vast. In de begroting wordt vastgelegd welke financiële bijdrage de Provincie Zeeland levert aan het realiseren van opgaven en programma's die volgen uit deze Omgevingsvisie.
6.4 Doelen en instrumenten komen samen in programma's Creatief aan de slag In deel B van de Zeeuwse Omgevingsvisie zijn doelstellingen en acties beschreven. Een groot deel van die acties is opgenomen in bestaande (uitvoerings)programma’s van verschillende samenwerkingsverbanden. De brede blik uit de Zeeuwse Omgevingsvisie kan de uitvoering helpen door dwarsverbanden met andere programma’s te signaleren en om nieuwe partijen te vinden die mee kunnen helpen bij de uitvoering. Acties die niet of niet volledig in bestaande programma’s zijn opgenomen, kunnen aan een bestaand programma worden toegevoegd of vragen om de opzet van een nieuw programma. Programma’s zijn gericht op uitvoering op de korte termijn en worden meestal jaarlijks geactualiseerd. Omdat er in programma’s wordt vastgelegd welke instrumenten worden ingezet, is er een directe relatie met de begrotingscyclus van de organisaties die deelnemen. Keuzes maken bij de uitvoering van programma’s Programma’s zijn de vertaling van doelen naar acties. Bij die vertaling én bij de uitvoering van de acties wordt uiteindelijk bepaald wat er terecht komt van de gezamenlijke ambities. In de uitvoering doen zich kansen en knelpunten voor die vragen om een keuze. Die keuzes zijn bepalend voor het succes van het beleid.
De gezamenlijke ambities zijn alleen te halen als iedereen de keuzes maakt die zoveel mogelijk bijdragen aan de ambitie. Hoe draagt een keuze het meeste bij aan de gezamenlijke ambities? Daar zijn de afwegingsfactoren uit paragraaf 1.4 voor bedacht. 1. Doe meer met minder grond. 2. Werk samen en deel kosten en baten. 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Het zijn ontwerpprincipes die initiatiefnemers uitdagen om oog te hebben voor belangen van anderen en creatief te zijn in de uitvoering.
46
6.5 Actualisatie en monitoring Actueel houden van de visie De Zeeuwse Omgevingsvisie is opgesteld door een groot aantal partijen en ook bij de uitvoering zijn heel veel partijen betrokken. De Omgevingsvisie kent geen einddatum om die reden is het actueel houden van de visie belangrijk. Het samenwerkingsverband dat voor de Omgevingsvisie is opgebouwd blijft een belangrijke rol vervullen bij het actueel houden en uitvoeren van de omgevingsvisie. Grote (inter)nationale ontwikkelingen, ervaringen met regionale (omgevings)visies en de inzichten uit de jaarlijkse monitoringsrapportage kunnen aanleiding zijn om de Omgevingsvisie of de uitvoering aan te passen of aan te vullen. Daarbij wordt het principe van de boekenkast gevolgd. De bestuurlijke integratiegroep, bestaande uit vertegenwoordigers van alle betrokken organisaties, overlegt jaarlijks over voortgang en actualiteit van de Omgevingsvisie. De bestuurlijke integratiegroep is een breed overlegplatform, geen bestuurslaag. Als aanpassingen van afspraken over de uitvoering, rolverdeling of inzet van instrumenten nodig wordt geacht, wordt de betrokken partijen gevraagd daar uitvoering aan te geven. De definitieve besluitvorming blijft een verantwoordelijkheid van de organisatie die wettelijk bevoegd is een besluit te nemen over het betreffende onderwerp. Dat geldt ook voor herziening van de omgevingsvisie zelf.
Principe van de boekenkast: De visie is bij de eerste vaststelling als een boekenkast waar al zo veel mogelijk boeken inzitten. Als blijkt dat een nieuw boek toegevoegd moet worden wordt dit besproken met de bestuurlijke integratiegroep. Een nieuw boek wordt vervolgens door participatie met de betrokken partijen geschreven en we bekijken of er uit de oude boeken hoofdstukken vervangen moeten worden. Vervolgens wordt het nieuwe boek, met de vervangende hoofdstukken vastgesteld door Provinciale Staten. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de onderstaande monitoringscyclus en ook de participatie van de betrokkenen.
De zorgvuldige afstemming met alle betrokken partijen betekent wel dat actualisatie flink wat tijd kost. Daar komt vervolgens een wettelijk voorgeschreven procedure bij. Eén actualisatieronde duurt naar verwachting minimaal zes maanden. Monitoring Om te kunnen beoordelen hoe het gaat met de uitvoering, worden de vorderingen continu bijgehouden. Door jaarlijks een overzicht te maken van de voortgang, kan ook een inschatting worden gemaakt of de doelstellingen en ambities haalbaar blijven en/of een andere aanpak nodig is. Hoe gedetailleerd uitspraken kunnen worden gedaan, hangt af van hoe SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) de doelen zijn opgeschreven. Dat verschilt per doelstelling in de Omgevingsvisie zelf en hoe doel en acties in uitvoeringsprogramma’s verder zijn uitgewerkt. De monitoringsrapportage Omgevingsvisie zal ingaan op de voortgang van de circa vijftig onder de vier maatschappelijke uitdagingen geformuleerde beleidsdoelstellingen voor de korte termijn (2030). Daarbij zal gebruik worden gemaakt van informatie die wordt verzameld voor de tweejaarlijkse monitor van de Nationale Omgevingsvisie, informatie die de overheden verzamelen voor hun reguliere begrotingscyclus en aanvullende gegevens van kennisinstellingen zoals Kenniscentrum Kusttoerisme, GGD, ZB en CBS.
Het wordt een brede, integrale rapportage die ingaat op alle doelen en acties en dus niet alleen de provinciale inzet. De rapportage wordt gedeeld met alle betrokken partijen en is een belangrijke basis voor actualisatie van de visie en uitvoering.
47
6.6 Participatie De Zeeuwse Omgevingsvisie moest een breed gedragen visie worden die middels participatie vorm zou krijgen. In juli 2018 hebben we aan onze omgeving gevraagd of ze de visie samen met ons zouden willen opstellen. Dat samen opstellen is begonnen met het gezamenlijk formuleren van de agenda. Welke onderwerpen horen in de Zeeuwse Omgevingsvisie thuis? Uit deze gezamenlijke verkenningstocht zijn uiteindelijk 27 onderwerpen geselecteerd die we de bouwstenen van de Zeeuwse Omgevingsvisie hebben genoemd. Deze bouwstenen zijn de basis geweest voor de vier maatschappelijke uitdagingen en hebben als afzonderlijke thema’s hun plaats gevonden in deel B van de Omgevingsvisie. Het formuleren van het beleid op deze bouwstenen is middels co-creatie gebeurd waarbij Provinciale Staten vooraf de kaders waarbinnen het beleid ontwikkeld kon worden hebben meegegeven. Alle betrokken Zeeuwse partijen hebben samen de huidige situatie, trends, ontwikkelingen en de ambitie voor deze bouwstenen in beeld gebracht. In de integratiegroep, waarin alle vertegenwoordigers van de verschillende sectoren samen komen, is nagedacht over de integratie van de verschillende thema’s en zijn de vier maatschappelijke uitdagingen vastgesteld. Deze vier maatschappelijke uitdagingen staan centraal in het strategische deel A van de Zeeuwse Omgevingsvisie.
Nadat deze ruwe schets van de Omgevingsvisie in de ambtelijke en bestuurlijke integratiegroep zijn besproken gaan we naar buiten om onze achterban te consulteren en tips en tricks van onze achterban mee te krijgen. Hiervoor is de periode januari tot en met maart 2021 gereserveerd. De laatste stap in het proces is de formele inspraak. Deze zal in juni 2021 starten en uiteindelijk worden afgerond met het vaststellen van de Omgevingsvisie door Provinciale Staten. Heel veel verschillende partijen hebben meegewerkt aan het opstellen van de visie. Het meest intensief betrokken zijn de leden van de ambtelijke en bestuurlijke integratiegroep.
Deelnemers Bestuurlijke Integratiegroep Toeristisch Ondernemend Zeeland (TOZ) Visserij Zeeland Campus Zeeland Erfgoed Zeeland Zeeuwse milieufederatie (ZMf) Zeeuwse Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) Bouwend Nederland VNO-NCW
Gemeenten Zeeuws-Vlaanderen Gemeenten Oosterschelderegio Gemeenten Walcheren Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Zee en Delta Provincie Zeeland
Bij het opstellen en meedenken bij het opstellen van de bouwstenen voor de visie zijn meer dan 40 verschillende partijen betrokken geweest. De tussenresultaten zijn in gebiedstafelbijeenkomsten met meer dan 100 andere partijen besproken.
48
6.7 Milieueffectrapportage en passende beoordeling Waarom een milieueffectrapportage (m.e.r.) en een passende beoordeling? De omgevingsvisie is het strategisch kader voor toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen en dus ook voor eventuele m.e.r.-plichtige activiteiten. De uitvoering van het beleid uit de omgevingsvisie kan effecten hebben op de natuur binnen Natura2000-gebieden. Daarom is het verplicht een Passende Beoordeling op te stellen voor de omgevingsvisie. Vanwege het kaderstellende karakter van de visie en de verplichting een Passende Beoordeling op te stellen, is het noodzakelijk om voor de omgevingsvisie een milieueffectrapportage te doorlopen. Het Milieueffectrapport (MER) is het eindproduct van het m.e.r.-proces. Milieueffectrapportage Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming mee te nemen. De m.e.r. beperkt zich daarbij niet alleen tot milieuaspecten maar betrekt de hele fysieke leefomgeving in de beoordeling. Er is voor gekozen de m.e.r. in een vroeg stadium en op verschillende momenten binnen het visieproces in te zetten. Zo heeft de m.e.r. ook geholpen om de juiste keuzes te maken en de visie integraal, uitvoerbaar en duidelijk te maken. In onderstaand schema is de rol van de m.e.r. en de interactie met de omgevingsvisie schematisch weergegeven.
49
Aan de basis van de omgevingsvisie staan de thematische bouwstenen, die via een breed participatieproces zijn opgesteld. Deze bouwstenen zijn binnen de m.e.r. geanalyseerd: hoe staat het thema ervoor, hoe ontwikkelt dit thema zich, wat zijn de effecten op natuurwaarden en welke aandachtspunten komen hier uit? Mede op basis van deze informatie zijn vier maatschappelijke uitdagingen boven komen drijven. De analyse is gebruikt als input voor de teksten over de maatschappelijke uitdagingen en de onderliggende thema’s. De maatschappelijke uitdagingen en thema’s zijn tussentijds globaal beoordeeld (reflectie en suggesties). Bij deze integrale beoordeling is een inschatting gemaakt van de effecten op de fysieke leefomgeving (kansen op positieve effecten en kansen op negatieve effecten) en de mate waarin de doelen van de visie kunnen worden gehaald. De globale beoordeling is benut om bij alle uitdagingen en thema’s een verbeterslag door te voeren en de kansen op negatieve effecten te verminderen. Deze zijn verwerkt in het voorontwerp van de omgevingsvisie. Passende Beoordeling Het doel van een Passende Beoordeling is de effecten van een plan op Natura2000-gebieden in beeld te brengen en inzicht te verschaffen of het plan uitvoerbaar is. De Passende Beoordeling voor de Omgevingsvisie is breder van opzet.
De beoordeling maakt niet alleen inzichtelijk wat de effecten van het voorgenomen beleid zijn op de natuur binnen de Natura2000-gebieden, maar ook op de natuur binnen het Natuurnetwerk Zeeland en op de biodiversiteit buiten de natuurgebieden. Daarin is specifieke aandacht gegeven aan kenmerkende soorten voor Zeeland en stikstofgevoelige natuur. Conclusies en aanbevelingen Op basis van het voorontwerp van de omgevingsvisie zijn de Passende Beoordeling en de integrale m.e.r.-beoordeling gemaakt die verwerkt zijn in het MER. Conclusies:
De ambities van de omgevingsvisie zijn in essentie de juiste en bieden kansen voor het daadwerkelijk oplossen van de knelpunten voor de Zeeuwse natuur, mits bij de uitwerking voldoende rekening wordt gehouden met alle relevante ambities, de randvoorwaarden en aandachtspunten die zijn opgenomen in deze Passende Beoordeling; Er is een goede wisselwerking geweest tussen milieueffectrapportage en het opstellen van de omgevingsvisie, waardoor de visie aan integraliteit gewonnen heeft en het MER positief uitpakt.
Aanbevelingen voor nu en voor de uitvoering van de omgevingsvisie: 1. Kijk terug naar dit proces om daarvan te leren voor de aanpak van de verdere uitwerking. 2. a. Breng bouwstenen op hetzelfde niveau b. Doe een verdere integratieslag en breng het aantal bouwstenen terug door samenvoeging tot integrale bouwstenen, zodat meer richting kan worden gegeven aan samenhangende doelen en acties. 3. Leg focus op onderwerpen waar de provincie het verschil kan maken en maak daarvoor duidelijke keuzes qua ambitie, doelen, acties en eigen rol. 4. a. Pas m.e.r. of een m.e.r.-achtige aanpak toe bij het opstellen van de aangekondigde programma’s en betrek daarbij de in dit MER en de Passende Beoordeling benoemde kansen en risico’s. b. Benoem dit voornemen expliciet in de visie. 5. a. Monitoring en evaluatie zijn belangrijk om inzicht te houden in de mate waarin de doelen bereikt worden en of bijsturing nodig is. Zorg daarbij voor een integrale, bouwsteenoverstijgende monitoring en evaluatie. b. Benoem deze integrale monitoring in de visie, ook in relatie tot nog op te stellen programma’s. 6. Voor een aantal thema’s komt het doel nog niet in zicht. Als focus wordt aangebracht, overweeg dan om de inzet op een aantal thema’s te verhogen. 7. Maak natuurinclusief ontwerpen en uitvoeren de standaard bij alle ontwikkelingen. 8. Verbindt de opgaven bij het uitwerken in programma’s.
Stel bijvoorbeeld een provinciaal coördinator hiervoor aan.
50
Reactie op de aanbevelingen De m.e.r. heeft een positieve rol gespeeld in het integraal en uitvoerbaar maken van de visie. Bij de uitwerking van het beleid in programma’s zal een mer-achtige aanpak gevraagd worden. Bij de uitwerking in programma’s en de uitvoering van het beleid wordt als voorwaarde gesteld dat de mitigerende maatregelen uit de Passende Beoordeling in acht worden genomen en gevraagd worden de kansen en risico’s uit het MER mee te nemen. Overige aanbevelingen p.m. p.m. Advies Commissie MER
51