CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Omgevingsvergunning Dorpsstraat Ellemeet Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning verplaatsen twee woningen Dorpsstraat Ellemeet20.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.5.7 Landschappelijkeinpassing Voor nieuwe ontwikkelingen in of direct grenzend aan het landelijk gebied geldt dat zij aansluiten bij het bestaande karakter van het landschap. Als algemeen uitgangspunt geldt daarom dat een nieuwe ontwikkeling zodanig in het landschap moet worden ingebed dat het als een logisch onderdeel deel uitmaakt van het landschap. 3.5.7.1 Inventarisatie aanwezige groenelementen Om de landschappelijke inpassing te kunnen bepalen heeft een inventarisatie plaats gevonden van de aanwezige groenelementen. Deze is reeds beschreven in paragraaf 3.3.3. Op basis van deze inventarisatie is bekeken wat wenselijk is om te behouden en waar dit in de vorm van de landschappelijke inpassing van het perceel aangevuld c.q. versterkt kan worden. 3.5.7.2 De landschappelijkeinpassing 2015 Op de locatie Dorpsstraat 10 zijn de aanwezige detonerende stallen op het erf afgebroken en in de plaats daarvan worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. Verder is de oude carréstal verbouwd tot atelier met tijdelijk verblijf voor kunstenaars, waarbij het benodigde aantal parkeerplaatsen zijn aangelegd. De landschappelijke inpassing betreft met name het deel waar de tweede nieuwe woning op het achtererf komt te staan en de aan te leggen parkeerplaatsen. Binnen het besluitgebied ligt de schapen weide met karakteristieke, streekeigen hoogstam fruitbomen en moestuin.

Aan de noord- en westzijde van deze schapen weide de en de locatie waar de tweede woning komt, is in de bestaande situatie reeds een brede groene omkadering aanwezig als erfafscheiding tussen de aangrenzende woonpercelen. Dit groene kader wordt verder versterkt aan de zuidzijde van het woonperceel van de tweede woning. Ten zuiden van de 8 voorziene parkeerplaatsen bij de carréstal is in de bestaande situatie op het buurperceel reeds veel groen aanwezig in de vorm van diverse bomen en struiken. Hierdoor zijn de parkeerplaatsen vanuit het buitengebied al nauwelijks waarneembaar. Omdat het niet zeker is dat dit groen nooit zal worden verwijderd, dient de landschappelijke inpassing van de 8 parkeerplaatsen op het eigen perceel plaats te vinden. Hiertoe zal het groene kader ook bij de 8 parkeerplaatsen verder worden versterkt. Het groene kader bestaat uit een afschermende groenzone van 2 tot 4 meter breed, in de vorm van gebiedseigen bomen, struiken en planten. Het is belangrijk dat het dichte begroeiing is, zodat er geen

34

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

lichtuitstraling van het woonperceel of de auto's richting het buitengebied gaan. In het zuiden van het plangebied zijn de twee bestaande populieren beeldbepalende groenelementen. Deze vormen een poort naar het buitengebied. Vanaf de entree van het perceel bestaat een zichtlijn naar het buitengebied tussen deze populieren door. Deze zichtlijn wordt begeleid door een hagenstructuur, langs de interne infrastructuur, naar de poort van populieren. De hagenstructuur bestaat uit streekeigen beplanting en is ongeveer een meter hoog. Deze begeleidende groenstructuur wordt ter plaatse van de carréstal verder versterkt door twee leilinden. De leilinden vormen tevens een antwoord op de 3 tegenovergelegen parkeerplaatsen bij de schapen weide. Op onderstaande afbeelding is de landschappelijke inpassing uit 2015 te zien.

Landschappelijke inpassing 2015 3.5.7.3 Landschappelijkeinpassing 2021 In het nieuwe plan blijven de planvoornemens voor de carréstal en de oude bedrijfswoning hetzelfde. Deze zijn inmiddels gerealiseerd op basis van de verleende omgevingsvergunning. De schapen weide komt wel te vervallen gezien deze grond gebruikt zal worden om woning 2 (nummer 10b) op te realiseren. De schapen weide zal daarom gerealiseerd worden ten zuiden van het perceel op agrarische bestemde grond. De landschappelijke inpassing betreft met name het deel waar de twee nieuwe woningen op het achtererf

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

35

komen te staan, de aan te leggen parkeerplaatsen en de in te richten schapen weide. Binnen het plangebied ligt de carréstal het meest centraal. Ten noorden van de carréstal wordt de oude bedrijfswoning opgeknapt en worden op het eigen perceel twee parkeerplaatsen gerealiseerd. Ten westen van de carréstal worden nu beide woningen gerealiseerd. Beide woningen krijgen twee parkeerplaatsen op het eigen (buiten)terrein. Ten zuiden van de 11 voorziene parkeerplaatsen bij de carréstal is in de bestaande situatie op het buurperceel reeds veel groen aanwezig in de vorm van diverse bomen en struiken. Hierdoor zijn de parkeerplaatsen vanuit het buitengebied al nauwelijks waarneembaar. Omdat het niet zeker is dat dit groen nooit zal worden verwijderd, dient de landschappelijke inpassing van de 11 parkeerplaatsen op het eigen perceel plaats te vinden. Hiertoe zal het groene kader ook bij de 11 parkeerplaatsen verder worden versterkt. Het groene kader bestaat uit een afschermende groenzone van 2 tot 4 meter breed, in de vorm van gebiedseigen bomen, struiken en planten dan wel een dichte erfafscheiding met groenbegroeiing. Het is belangrijk dat het dichte begroeiing is, zodat er geen lichtuitstraling van het woonperceel of de auto's richting het buitengebied gaan.

Rondom de woonpercelen van de nieuwe woningen wordt eveneens een groen kader in de vorm van een dichte erfafscheiding met groenbegroeiing aangelegd als overgang naar de belendende woonpercelen aan de Heerenisstraat. Tevens wordt in het straatprofiel naar de nieuwe woningen een groenstrook met bomenrij ingericht. Deze groenstrook start ten zuiden van de voormalige bedrijfswoning en is gelegen voor het woonperceel van de woning ter plaatse waar eerder de schapen weide was voorzien (nummer 10b). Hierdoor is een een groene scheiding tussen dit woonperceel en het atelier. Ter hoogte van het woonperceel van de woning (nummer 10a) wordt deze groenstrook doorgezet aan de overzijde van de weg in aansluiting op het groene kader rondom de parkeerplaatsen zodat het groen kader rondom het besluitgebied een geheel vormt. Deze de groenstrook met bomenrij vormt een poort naar het buitengebied. Vanaf de entree van het perceel bestaat een zichtlijn naar het buitengebied tussen langs deze groenstrook met bomenrij. Deze zichtlijn wordt in belangrijke mate begeleid door de bomenrij, langs de interne infrastructuur, naar de schapen weide.

36

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

37

Landschappelijke inpassing (groenkader woonpercelen, groenstrook met bomenrij, schapen weide) 3.5.8 Conclusie Het geheel van boerderij met schuren op het erf is een karakteristiek, historisch ensemble dat in de loop der tijd is aangetast. Indien er niks zou gebeuren zou nog meer verval optreden. Als gevolg van het hiervoor geschetste planvoornemen treedt ter plaatse een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op en wordt het historisch ensemble als geheel hersteld. De oude, storende (asbesthoudende) bebouwing, die in de perceelsgrenzen staat, zijn verwijderd en maakt o.a plaats voor nieuwe vrijstaande woningen. De nieuwe woningen krijgen een verschijningsvorm passend bij de agrarische, historische uitstraling van het perceel. Doordat er nog twee nieuwe woningen worden ontwikkeld is het al mogelijk geweest om de cultuurhistorisch waardevolle carréstal op te knappen en nieuw leven in te blazen door deze geschikt te maken voor een creatief, vernieuwend en in de omgeving passend initiatief, zoals het atelier met tijdelijke verblijfsvoorzieningen voor kunstenaars (artist-in-residence). Deze ontwikkeling is een prima aanvulling voor het kunstenaarsdorp Ellemeet. De ligging van de bebouwing op het perceel is in lijn met de historische structuur van het perceel en weerspiegelt het agrarische karakter van Ellemeet.

Geconstateerd kan worden dat de landschappelijke inpassing vanwege toepassing van gebiedseigen bomen, struiken en beplanting bijdraagt aan de versterking van de landschappelijke identiteit van het ensemble. De nieuwe situatie zorgt voor een completering van het bestaande straat- en bebouwingsbeeld aan de Dorpsstraat en voor een passende invulling van deze zichtlocatie. Op deze manier wordt eveneens voorkomen dat een waardevol ensemble in verval raakt en cultuurhistorische waarden daadwerkelijk verloren gaan.

3.6

Privacy en bezonning

De vijf kunstenaarsappartementen worden gerealiseerd in het lage deel van de stal, waardoor er vanuit deze appartementen geen uitzicht is op omliggende percelen. Het deel van de stal waarin het atelier is gesitueerd ligt op een afstand van 40 meter tot de woning op het aangrenzende perceel aan de Schelpweg. Ook vanuit het atelier is geen uitzicht op de omliggende percelen. Omdat de kunstenaarsappartementen en het atelier in de bestaande stal worden gerealiseerd, vindt er ruimtelijk geen verandering voor de privacy en bezonning plaats. De geplande woningbouw is qua hoogte overeenkomstig de overige woningen in de directe omgeving (1 bouwlaag met kap). De afstand tussen de achtergevels van de nieuwe woningen (nummer 10a en 10b) op het achterperceel en de erfgrens van de woningen aan de Heerenisstraat bedraagt voor de noordelijke woning 5 meter en voor de zuidelijke woning 4.5 meter. Dit is een verbetering ten opzicht van de bestaande (zuidelijke) situatie, omdat de bestaande loods in de perceelsgrens is gebouwd. Gezien het feit dat het hier om een regulier woongebied gaat en de toekomstige situatie vergelijkbaar is met andere situaties in deze woonomgeving vindt geen verslechtering van de privacy van omwonenden plaats. Ten aanzien van het aspect privacy wordt voldoende afstand aangehouden tot de omliggende woningen.

De nieuwe woningen brengen geen negatieve bezonning met zich mee voor de aangrenzende woningen, ten opzichte van de bestaande situatie. De bouwhoogte is vergelijkbaar met of zelfs lager dan die van de te slopen bebouwing. De nieuwe woningen liggen ook op een passende afstand van de perceelsgrenzen dan te te slopen schuur en stal. Voor de carréstal wijzigt er niks met betrekking tot schaduwwerking ten opzichte van de bestaande situatie.

38

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

3.7

Parkeren en ontsluiting

De entree tot het perceel ligt, net als in de bestaande situatie, aan de Dorpsstraat. De toevoeging van de twee nieuwe woningen en het atelier in combinatie met vijf kunstenaarsappartementen leidt niet tot een dusdanige verkeerstoename dat de verkeersdruk te hoog wordt. De verkeersaantrekkende werking van het atelier is vrijwel nihil aangezien het hooguit incidenteel zal worden bezocht door bezoekers die naar kunst komen kijken. De woningen vallen volgens Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, het CROW, binnen de categorieën 'dure woningen', 'binnen de bebouwde kom', in 'niet stedelijk gebied'. Hier geldt een parkeernorm voor van 2,2 auto's per woning. Via de onderbouwing kan bij een woning uitgegaan worden van 2 op eigen erf en 0,2 op de straat. Voor het totaal van de drie woningen geldt dus een totaal van 6,6 parkeerplaatsen waarvan 6 op eigen erf en 0,6 op de straat. Daarnaast geldt voor het atelier een parkeernorm van 2,8 per 100 m2 BVO. De appartementen voor het tijdelijk verblijf geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen per slaapplek. Uitgaande van 5 appartementen gaat het dus om 8,5 parkeerplaatsen. Er dienen in totaal minimaal 17 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte van de bewoners, de kunstenaars en de bezoekers van het atelier.

Zowel bij de bestaande woning in de woonboerderij (voormalige agrarische bedrijfswoning) als bij de twee nieuwe woningen (nummer 10a en 10b) worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd (zie situatietekening). Aan de zuidzijde van de carréstal is ruimte voor parkeren voor gebruikers en tijdelijke bewoners van het stallencomplex. Hier zijn 11 parkeerplaatsen voorzien. Rondom deze parkeerplaatsen is groen aanwezig.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

39

40

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu en duurzaamheid

Inleiding

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1 Archeologie Bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden. Voor de hele gemeente zijn de archeologische (verwachtings)waarden vastgelegd in het 'Facetbestemmingsplan Archeologie' en op de daarbij behorende archeologische beleidskaart. Het perceel waar het verzoek zich op richt is gelegen binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 6'. Deze bestemming geldt voor de gebieden die op de beleidskaart zijn aangeduid als 'Archeologisch Onderzoekgebied A'. Ter plaatse van deze gebieden is archeologisch onderzoek nodig wanneer een bouwwerk van meer dan 2.500 m² wordt geplaatst en dieper wordt gegraven dan 50 cm. Er wordt minder dan 2.500 m2 aan werkzaamheden verricht, waarbij dieper gegraven wordt dan 50 cm. Er is dus geen archeologisch onderzoek nodig. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.2.2 Cultuurhistorie Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland is de bestaande boerderij aangeduid als historische boerderij. Hierbij is de volgende beschrijving opgenomen: "Boerderij gelegen midden in het dorp, maar aan de achterzijde grenzend aan akkerland, bestaande uit losse delen te weten een woonhuis met grote aanbouw, schuur, moderne schuur, wagenschuur, varkenshok, kippenhok, veestal en een tuinkas.

Dit alles is gelegen op een ongeschonden erf met eigentijdse tuin, moestuin, boomgaard, weide en een markante boom. Het woonhuis stamt volgens de jaartalankers uit 1685, heeft een met pannen gedekt zadeldak met tuitgevel en de noklijn haaks op de weg. In de wit gepleisterde bakstenen gevels met jaartalankers is de raamindeling gemoderniseerd. De schuur achterop het erf, mogelijk uit de overgang 19de/20ste eeuw heeft een met pannen gedekt zadeldak met licht golvende noklijn. De gevels zijn boven de bakstenen plint van vernieuwde zwarte houten gepotdekselde delen. In de lange gevel bevinden zich de deeldeuren, haaks op deze schuur staat een ander bouwdeel, de wagenschuur."

Het gehele ensemble is in het MIP gewaardeerd met het indicatieve eindoordeel B. Dat wil zeggen dat de cultuurhistorische informatiewaarde minder groot is vanwege aantastingen. Indien er niets zou gebeuren is het risico op verpaupering en afname van de kwaliteit van de bestaande bebouwing groot, waardoor een cultuurhistorisch waardevol ensemble werkelijk verloren gaat. Het is dan ook belangrijk verdere aantasting te voorkomen en het perceel als cultuurhistorisch waardevol ensemble te herstellen. Met de omzetting van de bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning en de herinrichting van het perceel en de bestaande stal, als atelier in combinatie met kunstenaarsappartementen, is een geschikte vorm van

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

41

(her)gebruik voor dergelijke bebouwing gevonden, waarmee behoud en herstel gestimuleerd wordt. De nieuwe woning (nummer 10a) wordt op ongeveer dezelfde locatie als de oude schuur gerealiseerd. De andere woning (nummer 10b) wordt nu gerealiseerd ter plaatse waar eerdere de schapen weide was beoogd. Door de verplaatsing van de woningen is er sprake van enige clustering maar dit doet geen afbreuk aan de historische bebouwingsstructuur van verspreid liggende gebouwtjes op het perceel. Dit betreft een verbetering door de openheid die ontstaat aan de dorpsstraat doordat daar geen nieuwe woning gerealiseerd wordt en de gronden worden ingericht als tuin c.q. erf (nummer 12). Er is daardoor sprake van een betere aansluiting op en relatie met de bestaande bebouwingsstructuur. Beide woningen passen door de architectuur/verschijningsvorm en het materiaalgebruik in de uitstraling van het cultuurhistorisch waardevol ensemble. Doordat de twee woningen worden ontwikkeld is het al mogelijk geweest om de bestaande oude stal op te knappen en geschikt te maken voor 'artist-in-residence'-appartementen. Ook wordt een kwaliteitsimpuls gegeven door de aangrenzende agrarische gronden in te richten als schapen weide met hoogstambomen en moestuin. Hierdoor blijft zowel in ruimtelijk als functioneel opzicht het historische gebruik van het perceel behouden.

Met het planvoornemen wordt een cultuurhistorisch waardevol ensemble weer hersteld en behouden.

4.3

Bodem

4.3.1 Bodemkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. In het kader van het planvoornemen is een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van een 2-tal onderzoekslocaties gelegen op een deel van de locaties Dorpsstraat 10 (onderzoekslocatie 1, voorgenomen nieuwbouwvlak woning 1 met tuin en locatie te verbouwen schuren met tuin) en Schelpweg ong., kadastraal perceel B 245 (onderzoekslocatie 2, voorgenomen nieuwbouwvlak woning 2 met tuin) te Ellemeet. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de 2-tal onderzoekslocaties en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor een voorgenomen bouw van een 2-tal woningen en de verbouw van een aantal schuren tot kunstenaarsappartementen voor tijdelijk verblijf.

42

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

Situatieschets met boorpunten en peilbuizen Op basis van de verkregen informatie van de gemeente Schouwen-Duiveland en de opdrachtgever is de hypothese gesteld dat ter plaatse van onderzoekslocatie 1 en 2 geen bodemverontreiniging is te verwachten. De onderzoekslocaties 1 en 2 zijn derhalve aangemerkt als onverdachte locaties. Het veldwerk is uitgevoerd in september 2012. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn zintuiglijk (geen) afwijkingen waargenomen. Onderzoekslocatie 1: locatie Dorpsstraat 10 (gedeeltelijk), voorgenomen nieuwbouwvlak woning 1 met tuin en locatie te verbouwen schuren met tuin. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in mengmonster 1 van de bovengrond voor de onderzochte parameters kwik en lood een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetroffen. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in meng monster 2 van de ondergrond voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetroffen. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in het ondiepe grondwater uit peilbuis 2 voor de onderzochte parameters barium en molybdeen een overschrijding van de streefwaarde is aangetoond. Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "onverdachte locatie" voor deze deellocatie te worden verworpen. Onderzoekslocatie 2: locatie Schelpweg ong., kadastraal perceel B 245 (gedeeltelijk).

Dorpsstraat 10, voorgenomen nieuwbouwvlak woning 2 met tuin. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in mengmonster 3 van de bovengrond voor de onderzochte parameter som PCB een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetroffen.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

43

Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in meng monster 4 van de ondergrond voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetroffen. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in het ondiepe grondwater uit peilbuis 12 voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de streefwaarde is aangetoond. Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "onverdachte locatie" voor deze deellocatie te worden verworpen. Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de huidige en voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De verkregen resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen bouw van een 2-tal woningen en de verbouw van een aantal schuren tot kunstenaarsappartementen voor tijdelijk verblijf. Op de locatie zijn lichte verontreinigingen aangetroffen in de bovengrond, de ondergrond en in het grondwater. De aangetroffen lichte verontreinigingen wijken niet af van de lokale bodemkwaliteit. Nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.

De (milieu hygiënische) bodemkwaliteit vormt geen belemmering of risico's met betrekking tot de toekomstige ontwikkeling. Het volledige onderzoeksrapport van Mitec Advies BV, d.d. 19 december 2012, nummer 12MDL251.10, is opgenomen in Bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. In de tussenliggende periode (december 2012 tot heden) zijn ter plaatse van de onderzoekslocaties 1 en 2 de voormalige agrarische bebouwing gesloopt en wordt het atelier met appartementen gerealiseerd. Het terrein is verder bouwrijp gemaakt voor de realisatie van de woningen (nummer 10a en 10b) en het gebruik van de gronden als tuin c.q. erf (nummer 12). Er hebben ter plaatse geen (bedrijfsmatige) activiteiten plaatsgevonden die tot een eventuele bodemverontreiniging hebben kunnen leiden. Ter plaatse van de beoogde schapen weide, waar nu een woning (nummer 10b) is voorzien heeft geen bodemonderzoek plaatsgevonden. Gezien het voormalige agrarische gebruik als weiland en de resultaten van de andere onderzoekslocaties is het zeer aannemelijk dat ook voor dit woonperceel geldt dat er vanuit bodem geen belemmeringen zijn.

4.4

Asbest

Zoals reeds aangegeven zal in het kader van het planvoornemen de houten schuur op het achterterrein worden gesloopt. Wanneer een bedrijf, instelling of particulier het voornemen heeft om een gebouw of object te slopen c.q. te renoveren is het verplicht een asbestinventarisatie uit te voeren alvorens met de werkzaamheden aan te vangen. Asbest heeft naast deze zeer goede eigenschappen de slechte eigenschap dat het materiaal gemakkelijk te spijten is in zeer kleine vezels. Medisch onderzoek heeft aangetoond dat blootstelling aan asbestvezels, met name door inademing, risico voor de gezondheid oplevert. Om mens en milieu te beschermen tegen deze risico's is er een wettelijke basis gelegd voor het verwijderen van asbest. Deze is vastgelegd in het Asbestverwijderingsbesluit. Dit besluit is een Algemene Maatregel van Bestuur, gebaseerd op de Wet Milieugevaarlijke stoffen en op de Woningwet. Om reden van veiligheid voor mens en milieu is het te allen tijde raadzaam een gebouw of object te inventariseren op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Om deze reden kan de eigenaar te weten komen om welke risico's het gaat en welke maatregelen genomen dienen te worden. Voor de te slopen houten schuur heeft een asbestinventarisatie plaatsgevonden.

Tijdens de inspectie op 3 december 2012 is de houten schuur op het achterterrein aan de Dorpsstraat 10 te Ellemeet, volledig onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal.

44

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in de onderstaande tabel.

In de kolom 'bronnummer' en 'trefwoord' van de tabel staan de nummering en de omschrijving van de asbestbron. De nummering geschiedt op volgorde van prioriteit. In de kolom risicoklasse is de risicoklasse voor de verwijdering van het aangetroffen asbesthoudend materiaal met een nummering weergegeven. Voor de nummering wordt verwezen naar het beoordelingsformulier in de bijlage A. In de kolom locatie wordt aangegeven waar het asbesthoudende materiaal is aangetroffen. In de kolom hoeveelheid is het aantal m² of m¹ aan asbesthoudend materiaal aangegeven. Tijdens het onderzoek zijn bouwmaterialen van diverse aard waargenomen. Niet ieder materiaal wordt bemonsterd, omdat dit op basis van visuele kenmerken (kleur, structuur e.d.) of informatie zoals opdrukken van de leverancier niet asbestverdacht is. Materiaal waarover geen zekerheid bestaat bij de adviseur/onderzoeker wordt bemonsterd. Uitsluitingen: geen Uit het onderzoek zijn de asbestbronnen uit bovenstaande tabel gelokaliseerd en gekwantificeerd. Per bron is de hoeveelheid asbest opgenomen en geclassificeerd in hoofdstuk 4 van het onderzoeksrapport. Aanbevelingen: geen Het volledige onderzoeksrapport van Nederlof Milieu Combi Services, d.d. 9 december 2012, nummer A.12.005.138, is opgenomen in Bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing. De houten schuur is inmiddels gesloopt en het terrein is ter plaatse bouwrijp gemaakt.

Er zijn vanuit asbest derhalve geen belemmeringen.

4.5

Licht

Kunstmatige verlichting komt voor bij (autosnel)wegen, (fiets)paden, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, recreatieterreinen, glastuinbouwbedrijven, sportterreinen (maneges, golfbanen, tennisbanen, voetbalvelden, e.d.). Mogelijk negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door enerzijds de aard, intensiteit en duur en plaats van de verlichting en anderzijds door de kans op blootstelling, die gerelateerd is aan de omgeving en de leefwijze van mens en dier. De desbetreffende locatie is een locatie aan de rand van de kern. Met name de nieuwe woning (nummer 10a) op het achterste deel van het perceel wordt relatief ver naar open gebied gebouwd. Vandaar dat licht op de kavel zeker aandacht behoeft. Het licht dat vanuit de begane grond van woning naar buiten uitstraalt zal mogelijk op de Schelpweg en Weelweg waarneembaar zijn. Dit zal echter niet al te storend werken gezien de afstand en de mogelijkheid bestaat om door het plaatsen van (verduisterende) raamdecoratie de licht uitstraling naar buiten weg te nemen. Echter voor verlichting in de open ruimte zal een lichtplan moeten worden opgesteld, waarin duidelijk aangegeven wordt: waar de lichtpunten gaan komen; welke armaturen toegepast gaan worden; welke lampen worden gebruikt; hoelang de verlichting aan zal zijn. Door gebruik van dynamische verlichting die enkel aangaat wanneer er een auto nadert voor de woning op

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

45

het achterste deel of de kunstenaarsappartementen, en na enige tijd weer uit gaat, zal de uitstraling minder zijn dan dat er gedurende de avond en mogelijk zelfs de nacht constant 'oriëntatieverlichting' of meer aan is. Daarbij zal er afschermend groen in de vorm van struiken en planten worden geplaatst tussen de parkeerplaats en het open veld, waardoor ook de verlichting van de auto's niet onnodig veel lichtstraling geeft. Bij de verdere ontwikkeling zal nader inzicht worden geboden op welke wijze het terrein verlicht gaat worden. Er zal in ieder geval geen onnodig licht uitgestraald wordt buiten het eigen terrein. Een dergelijk inzicht wordt geboden met een verlichtingsplan waar deze aspecten in vermeld staan. Het betreffende verlichtingsplan is als Bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. In het lichtplan zijn de maatregelen op gebied van preventie, duurzaamheid, gericht verlichten en bewust verlichten nader uitgewerkt, met dien verstande dat de wegverlichting in de groenstrook met bomenrij ter hoogte van de meest zuidelijk woning (nummer 10a) wordt doorgezet. Het verlichtingsplan wordt ondersteund door een duidelijk, daarvan deel uitmakend, kaartbeeld.

4.6

Water

4.6.1 Watertoets Het doel van de watertoets is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Teneinde de omgang met het water bij het planvoornemen te beschrijven, is de watertoetstabel opgesteld. In de watertoetstabel zijn voor de diverse relevante waterthema's de waterdoelstellingen van het waterschap weergegeven, met daarbij de uitwerking van deze doelstellingen voor de onderhavige locatie. Het Waterschap Scheldestromen heeft aan de hand van de watertoetstabel een Waterschapsadvies gegeven. 4.6.2

Watertoetstabel Thema en water(beheer)doelstelling Waterveiligheid Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte

46

Uitwerking De bouwlocatie is niet gesitueerd nabij een waterkering. Het aanvragen van een watervergunning is derhalve niet nodig.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

Wateroverlast (vanuit oppervlaktewater) Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende hoog bouwpeil om inundatie vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

De te slopen stallen/schuren hebben een oppervlak van 144 m2 en 240 m2 . De nieuwe woningen hebben een oppervlakte van 224 m2 en 147 m2 . Het bebouwd oppervlak neemt dus met 13 m2 af. Ter plaatse van de bestaande woonboerderij en carréstal wijzigt het verhard/bebouwd oppervlak niet. De ontsluiting op perceel zelf en de parkeerplaatsen worden uitgevoerd in kiezels. Per saldo is daarmee sprake van een afname aan verhard oppervlak en dus van een positief effect op de waterhuishoudkundige situatie. Daardoor en door de infiltratie is geen (extra) waterberging nodig. Het bouwpeil komt gelijk te liggen aan de huidige situatie, aangezien de nieuwe woningen worden opgericht ter plaatse van de te slopen stallen. Het afstromende hemelwater van dit oppervlak zal via een gescheiden ysteem (hemelwaterriool) worden afgevoerd naar het riool. Hiermee wordt het ontstaan van wateroverlast voorkomen. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is geen sprake van grondwateroverlast of Tegengaan/verhelpen van grondwateroverlast verdroging. Er wordt geen grondwater en -tekort. Rekening houden met de gevolgen onttrokken. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en benutten van infiltratiemogelijkheden. Hemel- en afvalwater Er wordt een gescheiden stelsel aangelegd (inclusief water op straat / overlast) voor hemelwater en afvalwater.

Waarborgen optimale werking van de Afvoer van afvalwater vindt plaats via de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) bestaande aansluiting op de riolering in rioleringen. Dorpsstraat. De uitbreiding wat betreft het Afkoppelen van (schone) verharde afvalwater zal voldoen aan de eisen die oppervlakken in verband met de reductie van gesteld worden in het Gemeentelijk hydraulische belasting van de RWZI, het RioleringsPlan (GRP). transportsysteem en het beperken van Het hemelwater dat van schone overstorten. dakoppervlakken afstroomt wordt via een gescheiden stelsel afgevoerd. Hergebruik is niet aan de orde in verband met de kleinschaligheid van het planvoornemen (niet rendabel).

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

47

Volksgezondheid Er zijn geen overstorten die uitkomen op het (water gerelateerd) oppervlaktewater in het besluitgebied. Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling De polderpeilen worden niet aangepast. Voorkomen van maatregelen die (extra) Bodemdaling zal niet optreden. maaivelddalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Oppervlaktewaterkwaliteit Het hemelwater wordt afgekoppeld/niet Behoud / realisatie van goede aangesloten op de riolering conform de door oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de het Waterschap gehanteerde veerkracht van het watersysteem. Toepassing afkoppelbeslisboom. Er zal geen gebruik van de trits schoonhouden, scheiden en worden gemaakt van uitloogbare materialen. zuiveren. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te verwachten. Grondwaterkwaliteit Er wordt niet gebouwd in een natuurgebied, Behoud/realisatie van een goede (specifiek daarvoor bedoelt) grondwaterkwaliteit. infiltratiegebied, Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied. Natte natuur Het besluitgebied grenst niet aan natte Ontwikkeling/bescherming van een rijke natuurgebieden. Er zijn daarom geen gevarieerde en natuurlijk karakteristieke bijzondere maatregelen te treffen. aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Er zijn geen primaire waterlopen en andere Oppervlaktewater moet adequaat (secundaire) oppervlaktewateren in het onderhouden worden. Rekening houden met plangebied aanwezig. obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Andere belangen waterbeheerder(s) Relatie met eigendom waterbeheerder Niet van toepassing Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer Niet van toepassing. Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap. 4.6.3 Wateradvies Het Waterschap Scheldestromen heeft laten weten geen opmerkingen te hebben bij de watertabel en derhalve in te stemmen met het planvoornemen.

48

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

4.6.4 Riolering Bij alle nieuwe ontwikkelingen wordt in principe een systeem voor riolering en waterhuishouding gekozen dat duurzaam wordt opgezet waarbij vuil en schoon (riool- en regen-) water zoveel mogelijk gescheiden worden gehouden; vuilwater wordt gezuiverd, schoon water komt in het milieu. Zoals in de watertoetstabel aangegeven worden ter plaatse van het besluitgebied schone en vuile waterstromen ontvlochten. Hiertoe wordt een gescheiden systeem aangelegd. Het afvalwater wordt in een apart systeem ingezameld en getransporteerd naar de RWZI. Het regenwater wordt ook apart ingezameld en geïnfiltreerd dan wel afgevoerd.

4.7

Ecologie

In deze paragraaf wordt eerst het toetsingskader op het vlak van ecologie beschreven. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.7.1 Gebiedsbescherming Ten aanzien van flora en fauna dient in eerste instantie rekening gehouden te worden met gebiedsbescherming. Deze bescherming geschiedt op basis van de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. Deze wet is per 1 januari 2017 in werking getreden. Op grond van de gebiedsbescherming vallen beschermde natuurmonumenten en de gebieden die op grond van de beide Europese richtlijnen zijn aangewezen als speciale beschermingszones (de zogenoemde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden) onder het regime van de Wet natuurbescherming. Het besluitgebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kop van Schouwen, Voordelta en Oosterschelde bevinden zich op circa 1,0, 1,3 en 3,0 kilometer afstand ten noorden en zuiden van het besluitgebied. Indien er sprake zou zijn van een eventueel effect op deze gebieden, betreft dit een extern effect.

Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid welke door het beoogde planvoornemen binnen het besluitgebied plaatsvinden zijn, gezien de afstand tot deze meest nabijgelegen Natura 2000-gebied niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 200-gebieden op voorhand niet uit te sluiten. Aangezien de woningen gasloos worden gerealiseerd en het slechts om twee woningen gaat met een beperkte verkeersgeneratie, die direct zal op gaan in het heersende verkeersbeeld van de Dorpsstraat, zijn er geen significante effecten ten aanzien van de emissie van stikstof te verwachten in de gebruiksfase. De bouwfase kan buiten beschouwing worden gelaten (vrijgesteld) omdat op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel gebruik kan worden gemaakt van de partiële vrijstelling voor bouwactiviteiten zoals opgenomen in artikel 2.9a Wnb. Voor het planvoornemen is derhalve geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vereist. 4.7.2 Soortenbescherming Naast gebiedsbescherming is de soortenbescherming van belang. De soortbeschermingsregeling uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn is geïmplementeerd in de Flora- en faunawet (FF-wet).

In verband met de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met soortbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. In bestemmingsplannen mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de FF-wet geen ontheffing zal worden verleend.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

49

4.7.3 Quickscanflora en fauna Ten behoeve van het planvoornemen i s een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport van De Brabantse Wal, ecologisch adviesbureau, d.d. december 2012, nummer 12.12.1, is opgenomen in Bijlage 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Op grond van de toetsing aan de Flora- en faunawet en het gebiedsgericht natuurbeleid kan op basis van de beschikbare gegevens worden geconcludeerd dat in het onderzochte gebied meerdere beschermde diersoorten voorkomen of te verwachten zijn. Voor een deel gaat het om zoogdiersoorten en amfibieën van tabel 1 van het vrijstellingsbesluit en meer algemene zangvogels. Door een goede planning van de werkzaamheden kunnen hiervoor voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen, om het overtreden van verboden uit de wet te voorkomen, en op een adequate wijze invulling te geven aan de algemene zorgplicht op grond van artikel 2 van de wet. Specifieke aandacht is nodig voor het mogelijk voorkomen van de gierzwaluw in de gepotdekselde schuur en de rugstreeppad op vergraven bouwterrein. Ook hiervoor kunnen beschermende maatregelen worden getroffen: 1.

Het voorkomen van verstoring van vogels door het kappen of rooien van opgaande beplantingen buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode; het verschilt per soort. Sommige vogelsoorten, zoals de blauwe reiger en de bosuil beginnen al in februari te broeden en bepaalde (zang)vogels broeden nog in augustus. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. 2. Als in het voortplantingsseizoen van kleine grondgebonden zoogdieren (maart tot en met augustus) wordt gestart met het bouwrijp maken van het terrein, de verruigde delen die niet nodig zijn als bouw-, opslagof werkterrein, zoveel mogelijk ongemoeid laten. Eventueel aanwezige voortplantingsplaatsen van die dieren blijven dan zoveel mogelijk in stand. Het zo lang mogelijk handhaven van die ruigtes is ook gunstig voor vogels, insecten en vleermuizen. 3. Voor zover het bij de renovatie van de gepotdekselde schuur de bedoeling is de pannen opnieuw te leggen, dit in beginsel buiten het broedseizoen van de gierzwaluw (1 mei tot en met 15 augustus) uitvoeren. Als deze werkzaamheden toch binnen het broedseizoen worden gepland zal eerst door een ter zake deskundige moeten worden vastgesteld of er al dan niet gierzwaluwen onder de pannen broeden.

Omdat gierzwaluwnesten ook buiten het broedseizoen beschermd zijn zullen, ook bij renovatie van het dak buiten het broedseizoen, eventueel aanwezige gierzwaluwnesten gehandhaafd moeten blijven, en de toegang tot die nesten in stand gehouden moeten worden. 4. Om te voorkomen dat tijdens de werkzaamheden de rugstreeppad een voortplantingsplaats op het erf van de boerderij gaat zoeken grondwerk- en bestratingswerkzaamheden zo veel mogelijk aansluitend op elkaar aan laten sluiten waarbij het terrein vlak gehouden wordt en (met name in het voortplantingsseizoen) voorkomen wordt dat er plassen blijven staan. Bij de uitvoering zullen bovenstaande maatregelen in acht worden genomen. Inmiddels is de overtollige voormalige agarische bebouwing gesloopt en de (overbodige) beplanting verwijdert. Het atelier met appartementen voor kunstenaars zijn gerealiseerd en de voormalige bedrijfswoning is als reguliere woning in gebruik. De gronden waar de nieuwe woningen (nummer 10a en 10b) en tuin c.q. erf (nummer 12) zijn met de sloop en rooien van de beplanting bouwrijp gemaakt. Er is zijn op deze gronden geen opstallen en beplanting meer aanwezig. De kans dat er hier nog eventuele beschermende planten- en diersoorten bevinden is dan ook nihil. Er is daarmee geen belemmering voor de afronding van het planvoornemen.

50

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

4.8

Bedrijven en mileuzonering

4.8.1 RichtafstandenVNG-handreiking Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-handreiking) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). De VNG-handreiking bevat een lijst met bedrijven waaraan, afhankelijk van de mate waarin de in de lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), een categorie wordt toegekend. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 5, met bijbehorende minimale afstanden tot de woongebieden. Per bedrijfstype wordt zo een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en -indeling) en de gevel van een woning gelegen in een rustige woonwijk. Wanneer er geen sprake is van een rustige woonwijk, maar van een gemengd gebied, kan één afstandsstap worden teruggedaan. Een bedrijf dat 50 meter afstand tot een rustige woonwijk moet aanhouden, mag zich hierdoor op 30 meter van een gemengd gebied vestigen. Onder een rustige woonwijk wordt verstaan een woongebied met weinig verkeer en praktisch geen bedrijven en/of winkelcentra. Gemengde gebieden zijn gebieden met een matige tot sterke functiemenging. Naast wonen komen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en bedrijvigheid. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Voor dergelijke gebieden kunnen de richtafstanden die gelden ten opzichte van een rustige woonwijk met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Voor onderhavig besluitgebied kan, gezien de ligging tussen uitsluitend woonfuncties, worden uitgegaan van een 'rustige' woonwijk'.

Milieucategorie Minimale richtafstand tot een rustige Minimale richtafstand tot woonwijk gemengd gebied 1 10 m Niet van toepassing 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m Milieucategorieën en richtafstanden (bron: Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009, VNG)

De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief worden gezien. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de invloed te beperken, kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden. De uiteindelijke afstemming tussen de

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

51

hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld in het kader van de Wet milieubeheer. 4.8.2 Invloed van het planvoornemen Het besluitgebied ligt niet binnen de invloedszone van bedrijven in de omgeving. Er zijn daardoor geen belemmeringen van bedrijven op het plan. Door de realisatie van het planvoornemen worden ook geen ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande bedrijven beperkt. Tevens geldt dat het planvoornemen geen belemmering mag vormen voor woonpercelen in de omgeving. Op grond van de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG valt een atelier onder milieucategorie 1. Hiervoor geldt een minimale richtafstand (zone) van 10 meter. Voor kunstenaarsappartementen voor tijdelijk verblijf is geen afstand opgenomen in de VNG-brochure. De meest vergelijkbare bedrijfsactiviteiten, ten aanzien van tijdelijk verblijf, waarvoor wel een richtafstand is gegeven zijn 'Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra'. Deze vallen onder milieucategorie 1 met een minimale richtafstand van 10 meter. Er liggen geen nieuwe of bestaande woningen binnen een straal van 10 meter van het atelier en de kunstenaarsappartementen. Verder is in de VNG-brochure een afstand van 30 meter voor 'autoparkeerterreinen, parkeergarages' (milieucategorie 2) opgenomen.

Deze richtafstand wordt met name gebruikt bij het toetsen van zelfstandige (commerciële) parkeerterreinen/-garages en is dus ruimer dan alleen parkeervoorzieningen in een woonomgeving, die voorzien in de parkeerbehoefte van de bewoners. De afstand van de dichtstbijgelegen woning aan de Schelpweg tot de geclusterde parkeerplaatsen bij de kunstenaarsappartementen en het atelier bedraagt ruim 45 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. De afstand van de 11 geclusterde parkeerplaatsen tot de nieuwe woningen bedraagt 16 meter. Deze parkeerplaatsen zijn ondergeschikt aan en ten dienste van de kunstenaarsappartementen met atelier en worden uitsluitend gebruikt door de kunstenaars (in deze de bewoners) en bezoekers en niet als zelfstandige (commerciële) parkeervoorziening. Deze clustering van parkeerplaatsen is qua functie en omvang vergelijkbaar met andere parkeervoorzieningen in een woonwijk waar meerdere parkeerplaatsen worden geclusterd naast woonpercelen om te kunnen voorzien in de eigen parkeerbehoefte van de bewoners. Aangezien nabij geclusterde parkeerplaatsen in een woonomgeving sprake is van een goed woon- en leefklimaat, mag worden aangenomen dat ook bij de nieuw te bouwen woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is deze voorziening akoestisch wel onderzocht.

De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in paragraaf 4.9 en de daarbij behorende volledige onderzoeksrapportage is als Bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

4.9

Geluid

4.9.1 Wet geluidhinder Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een ruimtelijk plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het uiteindelijke bestemmingsplan.

52

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

4.9.2 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald welke wegen zoneplichtig zijn en welke omvang een zone van de betreffende weg heeft. Indien men voornemens is nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen te realiseren binnen een dergelijke zone, dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting op de gevel, als opgenomen in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder, kan worden voldaan. De rondom het besluitgebied gelegen wegen (Dorpsstraat, Burgemeester de Bruijnstraat, Schelpweg, Heerenisstaat) zijn aangewezen als 30 km/uur zone. De drie woningen en de vijf kunstenaarsappartementen worden dus gerealiseerd binnen een 30 km/uur zone. Dergelijke wegen zijn op grond van de Wet geluidhinder niet gezoneerd (niet onderzoeksplichting). Echter mag op basis van jurisprudentie niet direct geconcludeerd worden dat het planvoornemen derhalve aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke onderbouwing (goed woon- en leefklimaat). In het kader van planologische procedures geven recente uitspraken aan dat er bij een belasting hoger dan 53 dB sprake is van geen goede ruimtelijke ordening. De Raad van State kan op basis van bovenstaande een initiatief stil leggen en overheden dwingen de situatie te herzien.

Aangezien de nieuwe woningen en kunstenaarsappartementen worden opgericht binnen bestaand woongebied en aan een relatief rustige woonstraat waaraan reeds diverse woningen zijn gelegen, waarbij sprake is van een goed woon- en leefklimaat, mag worden aangenomen dat ook bij de nieuw te bouwen woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Tevens is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van deze ontwikkeling (Bijlage 5). In dit onderzoek is de geluidbelasting op de gevels van de nieuw op te richten geluidgevoelige objecten als gevolg van het parkeren op de geplande parkeervoorziening onderzocht. Het parkeren op de te realiseren parkeervoorziening is beoordeeld als vergelijkbaar met een bedrijf van milieucategorie 2 conform de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) en als zodanig als inrichting gekenmerkt. De geluidbelasting vanwege deze inrichting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde als gevolg van af- en aanrijdend verkeer naar de inrichting met 1 dB. De (parkeer)handelingen binnen de inrichting leiden tot een maximaal geluidniveau in de nachtperiode in geluidgevoelige ruimten van ten hoogste 40 dB(A), wordt de richtwaarde van 35 dB(A) wel overschreden, maar de grenswaarde van 45 dB(A) in de nachtperiode in een geluidgevoelige ruimte wordt niet overschreden.

Het geluid vanwege de parkeervoorziening leidt niet tot een akoestisch onaanvaardbare situatie. Daarnaast is in dit onderzoek de geluidbelasting vanwege het wegverkeer beschouwd. Uit dit onderzoek volgt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege wegverkeer bij de nieuw op te richten geluidgevoelige objecten in geen enkele onderzochte situatie de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) overschrijdt. De geluidbelasting ter plaatse van de voormalige dienstwoning overschrijdt deze waarde wel. Geconcludeerd is dat de te toetsen geluidbelasting ter plaatse maximaal 52 dB bedraagt, waarmee deze 4 dB hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Door het toepassen van maatregelen in de geluidwering van de gevel van deze woning is een binnenniveau van 33 dB te behalen. Met in achtneming van deze maatregel treden er vanwege wegverkeerslawaai geen belemmeringen voor de realisatie van het planvoornemen op. Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is de geluidbelasting ter plaatse van de woning 2, waar nu de woning 10a naar wordt verplaatst, 29 dB, 37 dB en 34 dB als gevolg van respectievelijk Kuijerdamseweg, Schelpweg en Dorpsstraat. Dit is ruimschoots onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Aangezien het overwegend bestemmingsverkeer betreft en de beperkte autonome groei van het verkeer in Ellmeet in de tussenliggende periode is het aannemelijk dat ook in de nieuwe situatie, waarbij de woningen op het achterse deel van het perceel worden gesitueerd, voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde en daarmee het woon- en leefklimaat van de woningen wordt gewaarborgd.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

53

4.10

Luchtkwaliteit

De zogenaamde 'Wet luchtkwaliteit' is in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) opgenomen. In hoofdstuk 5 Wm wordt toetsing van besluiten aan luchtkwaliteitsnormen in beginsel beperkt tot activiteiten die de luchtkwaliteit 'in betekenende mate' beïnvloeden. Uitsluitend ontwikkelingen en besluiten die 'in betekenende mate' van invloed zijn op de kwaliteit van de buitenlucht worden expliciet getoetst. Bij wetswijziging is verder bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld omtrent het in betekenende mate bijdragen, waaronder het aanwijzen van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen. Het Besluit niet in betekenende mate (verder: Besluit NIBM) voorziet hierin. Voor projecten die de hoeveelheid fijn stof en stikstofdioxide in de lucht met maximaal 3% verhogen hoeven geen aanvullende maatregelen getroffen te worden. Het project draagt dan niet in betekende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Dit houdt in dat de ontwikkeling op basis van het besluit luchtkwaliteit niet in betekende mate bijdraagt aan aantasting van de luchtkwaliteit. In onderhavig geval is sprake van woningbouw aangezien slechts twee nieuwe woningen worden opgericht. Een criteria om nadere eisen te stellen aan bouwplannen is dat bij 1.500 woningen en 1 ontsluitingsweg het jaarlijks percentage stofdeeltjes omhoog kan gaan.

Uitgaande van het 3% criterium is binnen het besluitgebied geen sprake van een project dat in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1

Algemeen

Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en / of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken (dat wil zeggen vierentwintig uur per dag en gedurende het gehele jaar) en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. 4.11.2 Risicovolleinrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een feitelijk bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als buitenwettelijke oriëntatiewaarde. Op grond van de provinciale Beleidsvisie externe veiligheid van de Provincie Zeeland (mei 2005) is bij

54

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

ruimtelijke plannen geen uitgebreide verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk wanneer: a. b.

de geplande (kwetsbare) objecten buiten het invloedsgebied liggen (dan is er geen groepsrisico), of het een enkel (kwetsbaar) object in een nagenoeg maagdelijke omgeving betreft (dan is het groepsrisico zeer laag), of c. het een enkel (kwetsbaar) object in een al zeer volle omgeving betreft, waardoor het effect op het groepsrisico marginaal is. Pas als de risicosituatie niet voldoet aan de hiervoor genoemde voorwaarden a, b of c, vereist de provincie een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico, waarbij aandacht wordt besteed aan de criteria zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffecten. Voor een aantal categorieën van risicovolle inrichtingen is een standaardbenadering voor het omgaan met risico's voorgeschreven in het Bevi. Deze benadering is uitgewerkt in een aantal veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). De categorieën van inrichtingen waarop het Revi van toepassing is, betreffen onder meer lpg-tankstations en opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen die voldoen aan de PGS 15 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen). Propaantanks van meer dan 13 m³ vallen onder de werkingssfeer van het Bevi.

Uitsnede risicokaart(Bron: risicokaart.nl, 2 augustus 2021)

Volgens de Risicokaart bevinden zich in de nabije omgeving van het besluitgebied geen Bevi-inrichtingen die van invloed zijn op de planontwikkeling. De dichtstbijgelegen risicovolle inrichting betreft de camping Alles Wisselt aan de Nieuweweg 2, waar opslag van propaan of een ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas plaatsvindt. De afstand van de terreingrens van deze inrichting bedraagt ruim 140 meter. De invloedsgebieden van de dichtstbijzijnde Bevi-inrichtingen reiken niet over het plangebied. Andersom zorgt de ontwikkeling van het besluitgebied ook niet tot een beperking van deze Bevi-inrichtingen.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

55

4.11.3

Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het water

Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen gelden de normen voor het PR en de oriënterende waarde voor het GR zoals hiervoor aangegeven. Het belangrijkste beleidsdocument is daarbij de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NRVGS) uit 1996. De uitgangspunten van de NRVGS zullen op hoofdlijnen worden overgenomen in een tweetal Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) op grond van de Wet milieubeheer (Wm). Het gaat om het Besluit transportroutes externe veiligheid transportroutes (Btev) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Als voorbode van deze AMvBs is op 4 augustus 2004 de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (CRVGS) in de Staatscourant gepubliceerd. Het Bevb is op 1 januari 2011 gedeeltelijk in werking getreden (zie hierna). De inwerkingtreding van het Btev wordt in 2012 verwacht. Op basis van de circulaire geldt voor bestaande situaties de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van 10-5 per jaar en de streefwaarde 10-6 per jaar. In nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Daarnaast geldt bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR of een toename van het GR een verantwoordingsplicht.

Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties. De circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

Basisnet Voor de basisnetten Water, Weg en Spoor wordt beoogd een duurzaam evenwicht tussen ruimtelijke ontwikkelingen, vervoer van gevaarlijke stoffen en veiligheid te creëren. Dit gebeurt door alle hoofdvaarwegen, rijkswegen en spoorwegen in te delen in categorieën. Deze categorieën verschillen in de mate waarin er beperkingen gelden voor vervoer en/of ruimtelijke ontwikkelingen. Beperkingen voor het vervoer worden vastgelegd in een gebruiksruimte, beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen in een veiligheidszone. Voor de modaliteiten water en weg zijn voorlopige indelingen gemaakt. Hier kunnen nog geen rechten aan ontleend worden. Het streven is het basisnet voor de modaliteiten spoor, weg en water tegelijk vast te stellen. In december 2009 is, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het Btev, een wijziging gepubliceerd van de CRVGS3. Deze wijziging houdt in dat ten aanzien van de risico's die samenhangen met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en over het water reeds moet worden aangesloten bij de benadering van het Basisnet Weg respectievelijk het Basisnet Water.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11747338/1