CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Omgevingsvergunning Dorpsstraat Ellemeet Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning verplaatsen twee woningen Dorpsstraat Ellemeet20.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Basisnet Weg Het Basisnet Weg moet de bereikbaarheid van de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het aangrenzende buitenland garanderen voor wat betreft de gevaarlijke stoffen. Daarnaast moeten ruimtelijke ontwikkelingen langs het hoofdwegennet op verantwoorde wijze mogelijk blijven. Dit alles binnen de normen van externe veiligheid. Het Basisnet Weg bestaat uit twee kaarten: een kaart met de veiligheidszones en een kaart met de plasbrandaandachtsgebieden (PAG) en een tabel. In de gemeente Schouwen-Duiveland gaat het om de N256, rijksweg N57 en de rijksweg N59. In de tabel is aangegeven hoe groot de zone voor elk wegvak is en met welke vervoergegevens de gemeente groepsrisicoberekeningen moet maken.

56

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

Basisnet Water Het Basisnet Water moet de bereikbaarheid van de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het aangrenzende buitenland garanderen waarbij ook de ruimtelijke ontwikkeling langs het water op verantwoorde wijze mogelijk blijven. In het Basisnet Water is gebruik gemaakt van CEMT-klassen die in Europa gelden. Opgenomen zijn de vaarwegen met CEMT-klasse 2 en hoger. Vaarwegen die zijn ingedeeld in een lagere CEMT-klasse, maken geen onderdeel uit van het Basisnet. Op die vaarwegen (en alle andere vaarwegen die niet tot het Basisnet behoren) vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen in bulk plaats. Af en toe vaart er een bunkerschip van maximaal 300 ton voor de bevoorrading van brandstofstations langs de vaarweg. Opname in het Basisnet van deze vaarwegen heeft geen effect op de veiligheid. Zij zijn daarom buiten beschouwing gelaten. De opgenomen vaarwegen zijn in 3 typen routes verdeeld zijn: I.

Zeevaartroutes (rood): dit zijn alle vaarwegen vanaf zee naar zeehavens (gebruikt door grote zeeschepen en binnenvaartschepen), zoals in Zeeland de Westerschelde. II. Binnenvaartroutes met frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (zwart): dit zijn alle verbindingen tussen chemische clusters, met het achterland en de Noord-Zuid verbindingen. Dit zijn tevens de vaarwegen waar regelmatig vervoer van brandbare vloeistoffen plaatsvindt, zoals het Zijpe. III. Binnenvaartroutes zonder frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (groen): overige vaarwegen waar weinig of geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt (bijvoorbeeld minder dan 1 geladen benzinetanker per dag). Voor Schouwen-Duiveland gaat het dan om de Grevelingen en vaarroutes op de Oosterschelde. Per route geeft het Basisnet Water een gebruiksruimte aan door langs alle vaarwegen een maximale ligging van deze PR10-6 contour vast te stellen. Voor groene vaarwegen geldt dat er geen PR10-6 contour is (ook niet op het water zelf) en naar verwachting zelfs bij voortgaande groei ook niet zal komen. Voor zwarte vaarwegen komt de PR10-6 contour maximaal tot de oeverlijn. Na inwerkingtreding van het Basisnet moeten gemeenten bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening houden met de maximale risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Op het transport van risicovolle stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het besluit werkt met een vaste norm voor het PR die in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Deze norm betreft de contour van het PR met kans 10-6. Binnen deze contour is de bouw van kwetsbare objecten geheel niet toegestaan. Daarnaast verplicht het Bevb tot het opnemen van een adequate bestemming van solitaire buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen in het bestemmingsplan. In elk geval dient de belemmeringenstrook op de verbeelding te worden weergegeven. Binnen deze belemmeringenstrook mogen geen nieuwe bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van bouwwerken toestaan; met een afwijkingsbevoegdheid kan bouwen voor aanwezige positief bestemde functies worden toegestaan, mits het geen kwetsbare objecten betreft. Het uitvoeren van werken en werkzaamheden binnen deze strook, dient aan een vergunningenstelsel te worden gekoppeld. In de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) is een verdere technische uitwerking gemaakt van onderdelen van het Bevb. In het Revb is onder andere de rekenmethodiek voor het beoordelen van het PR en het GR voorgeschreven. Het Bevb treedt gefaseerd in werking.

Dat houdt in dat per 1 januari 2011 alleen het transport van aardgas en aardolieproducten binnen de werkingssfeer van het Bevb is gebracht. Op grond van artikel 12 van het Bevb dient het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding te worden verantwoord. Tussen een bestaand gasontvangstation (GOS) en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden aan te houden

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

57

veiligheidsafstanden volgens de Wet Milieubeheer. Afhankelijk van de inlaatdruk worden nadere eisen gesteld. 4.11.4 toetsing Vervoer van gevaarlijke stoffen Wegen Zoals eerder vermeld zijn de rijkswegen N57, N59 en N256 aangewezen als transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De N57 ligt op een afstand van ca. 420 meter van het besluitgebied. Dat betekent dat het invloedsgebied van deze weg over het plangebied reikt. Het plangebied ligt aan de Dorpsstraat. Deze weg is niet aangewezen als onderdeel van de route gevaarlijke stoffen op het eiland Schouwen-Duiveland. Voor de N57 nabij het besluitgebied is in de tabel 'Basisnet Weg' in bijlage I bij de Regeling basisnet het volgende opgenomen: Aanwijzing

Wegvak (nr.)

Ze11

58

Basisnetrou Risicoplafonds tes

Plasbranda Vervoersge Bijzonderhe andachtsge gevens t.b.v. den bied berekening Groepsrisic o Naam PR plafond GR plafond Vervoersho Tc = Basisnetweg eveelheden tunnelcateg (wegnumme (in orie r: van - tot) aantallen Wt = tankauto's) wegtype indien afwijkend -6 -7 PR 10 PR 10 Stofcategor contour contour ieën (afstand in meters) GF3 N57: afrit 5 0 NEE 1500 Wt buiten N215 bebouwde (Stellendam) kom - N59

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

Plaatsgebonden risico Uit het Basisnet Weg en de Circulaire Vervoer Gevaarlijke Stoffen (CRVGS) blijkt dat voor de voornoemde weg geen sprake is van een plasbrandaandachtsgebied en evenmin van een veiligheidszone; er is geen maatgevende contour voor het PR (de contour met kans 10-6 ligt op de weg, niet erbuiten).

Groepsrisico Ook blijkt uit het Basisnet Weg dat voor de betreffende wegvakken in de huidige situatie sprake is van een zeer laag GR (kleiner dan 0,1 maal de oriënterende waarde). De oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt langs genoemde wegen niet overschreden.

Water Op de kaart behorende bij het Basisnet Water is het Zijpe aangeduid als binnenvaartroute met frequent vervoer van gevaarlijke stoffen (zwart). Voor zwarte vaarwegen komt de PR 10-6 -contour maximaal tot de oeverlijn. Er is daarom geen noodzaak op het land rekening te houden met veiligheidszones.

Buisleidingen De meest nabij gelegen planologisch relevante aardgastransportleiding betreft een 8 inch leiding met een maximale werkdruk van 40 bar. Deze leiding komt vanuit de Grevelingen ten noordoosten van Zonnemaire het eiland op, en loopt langs de Dreischorsedijk naar een gasontvangstation tot ongeveer de kruising met de Stoofweg. De lengte van de leiding op het land bedraagt ongeveer 1,2 km. De afstand van de leiding tot aan het besluitgebied bedraagt ruim 11 km. Geconcludeerd wordt dat de leiding geen belemmering vormt voor het gewijzigde planvoornemen.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

59

4.11.5 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmeringen voor de ontwikkeling. Andersom zorgt de ontwikkeling ook niet voor een beperking van Bevi-inrichtingen en de buisleiding bij Zonnemaire, en een verhoging van het groepsrisico op de rijkswegen N256, N57 en N59.

Beheersbaarheid De beheersbaarheid is afhankelijk van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Voor de bestrijding van een brand dienen voldoende bluswatervoorzieningen beschikbaar te zijn. Het besluitgebied is goed bereikbaar voor hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van calamiteiten het besluitgebied bereikbaar is.

Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het besluitgebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. De bebouwing binnen het besluitgebied betreft de drie woningen, het atelier en de vijf kunstenaarsappartementen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Binnen de nieuwe ontwikkeling kunnen, gelet op de zelfredzaamheid, ook personen aanwezig zijn met een verminderde zelfredzaamheid. In geval van een calamiteit is een vroegtijdige alarmering van levensbelang om ervoor te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. Tevens is het van belang dat de aanwezigen kunnen vluchten van de risicobron af. Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden. Alleen de nieuwe woningen hebben een entree/uitgang aan de zijde van de N57. De woningen hebben echter ook een entree/uitgang aan de achterzijde, die van de N57 af is gelegen. Ook voor de overige bebouwing in het besluitgebied zijn uitgangen aanwezig die van de N57 wegleiden. Via de interne ontsluitingsweg binnen het besluitgebied en de Dorpsstraat en/of het open gebied ten zuiden van het besluitgebied kunnen personen vluchten in geval van calamiteiten.

4.12

Energie en duurzaamheid

Duurzame ontwikkeling is te zien als een ontwikkelingsproces, waarbij gestreefd wordt naar het tot stand brengen van een duurzame samenleving. Dit gebeurt door in alle stadia van een planproces kansen en mogelijkheden te benutten voor het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een zo laag mogelijke milieubelasting, en deze in de tijd weten te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Ook de gemeente Schouwen-Duiveland heeft in haar beleidsdoelstellingen duurzaamheid opgenomen en wenst deze structureel in ontwikkelingsplannen op te nemen. In het planvoornemen wordt de gewenste duurzaamheid bereikt door gebruik te maken van natuurlijke duurzame materialen en door een goede isolatie. De nieuwe woningen krijgen een Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) die 10% lager ligt dan de huidige norm die op het moment van vergunningsaanvraag geldt (0,6).

4.13

Milieueffectrapportage

Per 1 januari 2021 is de Verzamelwet IenW 2019 ingevoerd. Een vergunningaanvraag kan nu zonder mer-beoordelingsbesluit ingediend worden. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is of was verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van

60

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. In het besluitgebied worden geen activiteiten uitgevoerd en komen geen gevallen voor die in lijst C of D zijn genoemd. Tevens wordt een voormalig agrarisch bedrijf voorzien van een nieuwe invulling die minder belastend is voor het milieu. Hiermee kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van significante effecten, die een m.e.r.(beoordelings)plicht noodzakelijk maken.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

61

62

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

Hoofdstuk 5 5.1

Economische uitvoerbaarheid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie, de koppeling met het exploitatieplan en eventuele inschatting tegemoetkoming in planschade.

5.2

Toepassing Grondexploitatiewet

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies tenminste 1.000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is.

Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is én er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Tevens is wettelijk geregeld dat voor onbenutte bouwruimte die al opgenomen was in een bestemmingsplan dat nog op basis van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening was opgesteld en vastgesteld en bij de herziening van dat bestemmingsplan na 1 juli 2008 geen andere bestemmingsregeling is vastgesteld, geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. Door als gemeente alle gronden en opstallen in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk bouwrijp tegen een marktconforme prijs te leveren wordt ook voldaan aan de eis van verplichte kostenverhaal. De kosten van grondexploitatie worden in dat geval verhaald via de gronduitgifteprijs.

5.3

Conclusie

Omdat het plan een particulier initiatief betreft zijn er voor de gemeente Schouwen-Duiveland geen financieel-economische consequenties aan verbonden. De uitvoeringsrisico's liggen bij de initiatiefnemer. Eventueel benodigde onderzoeken ten behoeve van het planvoornemen zijn afgerond. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente Schouwen-Duiveland is een exploitatieovereenkomst afgesloten voor het voorgenomen initiatief waarin de (financiële) afspraken zijn vastgelegd. Het verhalen van planschade maakt onderdeel uit van deze overeenkomst, eventuele planschade komt geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Ook de aanleg en het onderhoud van de interne ontsluitingsweg in het besluitgebied komt voor rekening van de initiatiefnemer. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee voldoende verzekerd en er kan daarom worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland zelf zijn er aldus geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

63

het plan.

64

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

Hoofdstuk 6 overleg 6.1

Maatschappelijke toetsing en

Vooroverleg

Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld als onderdeel van de noodzakelijk omgevingsvergunningten behoeve van de herontwikkeling aan de Dorpsstraat 10. In het bijzonder de gewijzigde situaering van de woningen (.nummer 10a en 10b) en het gebruik van de gronden als tuin c.q. erf (nummer 12). De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevat twee procedures voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, te weten de reguliere en de uitgebreide procedure. In het onderhavige geval, waarbij afgeweken wordt van het vigerende bestemmingsplan, dient de uitgebreide procedure te worden gevolgd.

6.2

Ter inzage legging

Het planvoornemen betreft de herinrichting van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel, waarbij de huidige bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning, twee nieuwe woningen op het perceel worden gerealiseerd en de bestaande schuren tot een atelier in combinatie met kunstenaarsappartementen voor tijdelijk verblijf worden verbouwd, binnen de bebouwde kom van Ellemeet, gemeente Schouwen-Duiveland. De nieuwe functies zijn beter geschikt voor in een kern en minder belastend op de omgeving dan agrarische bedrijfsactiviteiten. Hiervoor is inmiddels een omgevingsvergunning verleent d.d. 11 april 2017 welke onherroepelijk is. Gelet hierop en gezien het feit dat door planvoornemen tevens een ruimtelijke kwaliteitsverbetering optreedt, mag aangenomen worden dat tegen het planvoornemen geen overwegende bezwaren bestaan. De wijzigen met betrekking tot de situering van de woningen (nummer 10a en 10 b) en het gebruik van de gronden als tuin c.q. erf (nummer 12) doen hier geen afbreuk aan. De omgevingsvergunning voor de gewijzigde situatie ten opzichte van de eerder verleende omgevingsvergunning wordt, inclusief deze ruimtelijke onderbouwing, conform de uitgebreide procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De gewijzigde situatie ten opzichte van de eerder verleende omgevingsvergunning leidt ruimtelijk gezien niet tot een ander planvoornemen. De functiewijziging van agrarisch bedrijf naar wonen en tijdelijke verblijven voor kunstenaars in combinatie met werken betekent nog steeds een aanvaardbare invulling van het besluitgebied.

omgevingsvergunning Dorpsstraat 10 Ellemeet (woningen)

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11747338/1