Raad van State Brouwerseiland
Tekst van het document
.
l.Wet natuurbescherming Terecht heeft de Raad het concept-bestemmingsplan niet vastgesteld, omdat er nog geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor dit project verleend is en de kans dat er ooit een dergelijke Wnb-vergunning verleend zal worden nihil is.
Een voor dit project noodzakelijke Wnb-vergunning omvat twee hoofdaspecten: ten eerste “Wnb gebiedsbeschenning stikstofdepositie” en ten tweede “Wnb gebiedsbescherming overige effecten°.
Vanaf 10 april 2020 tot 15 december 2020 is GS Zeeland in afstemming met Brouwerseiland BV intensief bezig geweest met het nagaan of een Wnb-vergumnng voor dit project verleend kon worden. Daarbij ging het alleen nog over het eerste aspect, stikstofdepositie. Per brief van 15 december 2020 gericht aan Brouwerseiland BV (kenmerk 20039632) heeft GS Zeeland dit procedurele traject beëindigd en het heeft niet tot de verlening van een Wnb-vergunning stikstofdepositie geleid.
Op 22 juli 2020 heeft GS Zeeland het voornemen tot het weigeren van het verlenen van
een Wnb-vergunning stikstofdepositie voor het project Brouwerseiland openbaar bekend gemaakt. In verband hiermee hebben de zes natuurorganisaties op 14 september 2020 een zienswijze ingediend. Op 8 oktober 2020 is een eerste aanvulling op deze zienswijze bij GS Zeeland ingediend en op 29 oktober 2020 een tweede aanvulling. Deze zienswijze, inclusief de twee aanvullingen zijn hier bijgevoegd als bijlagen 1, 2 en 3. In de zienswijze, bijlagen 1-3, wordt vooral ingegaan op het aspect Wnb-stikstofdepositie. Alhoewel GS Zeeland niet toegekomen is aan het behandelen van het aspect “Wnb gebiedsbescherming overige effecten°, laat staan dat voor dit onderdeel een voornemingsbesluit ter visie gelegen heeft, zijn wij in onze zienswijze toch reeds kort op enkele, en zeker niet alle, deelonderwerpen hiervan ingegaan. Aan de hand van onze zienswijze wordt hierna kort ingegaan op beide Wnb-hoofdaspecten. I.1
Wnb gebiedsbescherming stikstofdepositie
Zoals uit onze zienswijze naar voren komt, en uit de tussentijds geproduceerde rapporten en notities namens Brouwerseiland, wordt vanaf april tot eind oktober 2020 het door Brouwerseiland geschetste beeld van een emissieloos aangelegd en functionerend omvangrijk vakantiepark steeds rooskleuriger en fantasierijker beschreven. Het realiteitsgehalte, de haalbaarheid en de handhaafdbaarheid van dit beeld is zeer twijfelachtig. Technieken, werkwijzen, machinepark en specifieke infrastructuur voor zo”n droombeeld moeten nog ontwikkeld worden. Er is sprake van een zeer hoog experimeneteel gehalte.
Het uitgangspunt van alleen maar electrische auto°s en plezierboten in en rond het vakantiepark is de eerste decennia niet haalbaar, zoals ook uit het contra-expertise onderzoek van het bureau Over Morgen naar voren komt. Het geschetste model berust 2
op veel aannames en beloftes van de projectontwikkelaar, die allemaal kurmen mislukken; zie bijlage 3, pag. 3-6. Bovendien heeft ons de ervaring geleerd dat sommige projectontwikkelaars van vakantieparken voor het verkrijgen van de noodzakelijke vergunningen vooraf veel beloven en toezeggen, waarvan naderhand niets terecht komt. Zie hierover bijlage l, pagina 1 1. De twee projecten die daar genoemd worden zijn ontwikkeld door Zeelenberg Ontwikkelingsmaatschappij B.V., ook betrokken bij de ontwikkeling van Brouwerseiland. Dus, ook naast het hoge experimentele gehalte aangaande techniek en werkwij ze is ook de mate van betrouwbaarheid van het complexe managementsysteem voor een emissieloos vakantiepark zeer laag.
Zoals aangegeven bij punt III in bijlage 3 is het hoge gokgehalte van het door Brouwerseiland geschetste beeld van een emissieloos project in strijd met het voorzorg beginsel van deWnb.
Zoals aangegeven bij punt II.l in bijlage l is de aanvraag van Brouwerseiland voor een Wnb-vergtmning stikstofemissie verre van compleet, omdat de aan Brouwerseiland gerelateerde ruimtelijke ontwikkelingen op het grondgebied van Goeree-Overflakkee er niet bij betrokken zijn. I.2
Wnb gebiedsbescherming overige effecten
Deze Wnb-aspecten zijn telkens in de laatste pagina°s van de bijlagen l, 2 en 3 bebeschreven. Voor de onderhavige Natura-2000 instandhoudingsdoelstellingen is de nieuwe Passende Beoordeling voor Brouwerseiland onder andere ondeugdelijk, omdat de aan dit project gerealteerde voorwaardelijk verplichte ruimtelijke inrichtingsmaatregelen op het grondgebied van gemeente Goeree-Overflakkee er niet bij betrokken zijn; zie bijlage l, pagina 20. Als dat wel gedaan zou zijn, dan blijkt dat in ieder geval de vogelfunctie van het westelijke deel van de Grevelingen significant aangetast zal worden bij realisering van het project Brouwerseiland; zie bijlage l, pagina 20 t/m 22.
Een aantal N2000-instandhoudingsdoelstellingen voor de Voordelta zullen door
Brouwerseiland significant aangetast worden. Tot nu toe is door ons alleen in beperkte mate ingezoomd op de zeehondenfunctie van de Middelplaat..
Volgens het vigerende N2000-beheerplan voor de Voordelta is een standaard zeehondenbeschermingsmaatregel dat schepen in de Voordelta een aangewezen zeehondenrustgebied niet dichter dan op een afstand van 1200 m mogen passeren. Tijdens de werp- en zoogperiode moet deze afstand groter zijn; zie bijlage 1, punt 4, vanaf pagina 22. Alleen onder deze voorwaarde kan een Wnb-vergurming verleend worden voor projecten in de Voordelta die niet gerelateerd zijn aan zeeweringsbeheer en kustveiligheid. Geheel afwijkend van deze voorschriften wordt in de nieuwe Passende Beoordeling voor Brouwerseiland in paragraaf 6. l .2 gesteld dat de schepen noodzakelijk voor het afstand van de Middelplaat, één van de bezandtransport voor dit project op 400 langrijkste zeehondennistgebieden in Zuidwest-Nederland kurmen varen. Een afstand 3x kleiner dan de voorgeschreven afstand. Deze conclusie berust op een door het adviesbureau Tauw uitgevoerd literatuuronderzoek van 6 april 2020.
m
3
Echter, deze studie is ondeugdelijk en niet wetenschappelijk verantwoord. Voor deze literatuurstudie is een aantal relevante publicaties niet geraadpleegd en is van de wel geraadpleegde bronnen selectief gebnlik gemaakt van data en conclusies. Selectief gekozen adviesbureau
Door Brouwerseiland B.V. is het adviesbureau Tauw selectief gekozen om deze conclusie, welke de opdrachtgever graag wilde zien, vast te stellen.
In februari 2018 hebben de natuurorganisaties in verband met de toen lopende beroepsprocedure tegen Brouwerseiland een onafliankelijk en deskundig adviesbureau ge-
zocht voor de uitwerking van een studie naar de gevolgen van het door Brouwerseiland gewenste zandtransport door de Voordelta, dat vlak langs de Middelplaat gepland is. Daarvoor hebben wij overleg gevoerd met het Wageningen lmares Institute for Marine Resource Ecosystem Studies. Dit aan de universiteit van Wageningen verbonden instituut vormt de autoriteit op het gebied van zeehondenonderzoek in Nederland. Dit instituut wilde graag onze opdracht uitvoeren, maar was eerder over dit project al in overleg geweest met Boskalis, één van de initiatiefnemers voor Brouwerseiland Zij vonden het daarom ongepast om onze opdracht uit te voeren.
&
Tijdens dat overleg met het lmares Institute werd ons verteld dat zij al op voorhand aan Boskalis hadden aangegeven dat een zandtransport op zo”n korte afstand langs de Middelplaat onmogelijk zou zijn en dat Boskalis op zoek moest naar een andere wijze van zandtransport. Daarvan Wilde Boskalis vanwege te hoge kosten niets weten en de opdracht aan het lmares Institute werd door hen afgeblazen.
De natuurorganisaties hebben voor de voorgaande beroepsprocedur in 2018 uiteindelijk Buro Bakker opdracht kunnen verlenen voor een contra-expertise onderzoek naar de gevolgen van Brouwerseiland voor de natuurwaarden van de Grevelingen en de Voordelta; zie bijlage l, pagina 24. II.
Ruimtelijke ontwikkelingen op Goeree-Overflakkee
Net zoals de uitvoering van een nieuw bestemmingsplan Brouwerseiland onmogelijk zal zijn omdat voor dit project de verlening van een Wnb-vergunning uitgesloten is, zullen ook voorafgaande noodzakelijke ruimtelijke ontwikkel`mgen op het grondgebied van de gemeente Goeree-Overflakkee zeer waarschijnlijk een blokade voor de uitvoering van dit bestemmingsplan vormen.
Wat betreft de Kabbelaarsbank zou ten eerste bij de surfbaai 4.625m2 extra parkeerruimte aangelegd moeten worden; zie bijlage 1, punt l, pagina 2. Ook in de schriftelijk reactie van SOS Brouwerseiland Nee op dit beroepschrift wordt onder punt 4 hierop ingegaan.
Ten tweede moet het aan de elektrificatie van Brouwerseiland gerelateerde transferium, inclusief de hierbij komende toename van verkeersstromen op de Kabbelaarsbank, geregeld worden. Zie hiervoor ook punt 5 van de reactie van SOS Brouwerseiland Nee. Deze ruimtelijke ontwikkelingen zouden een forse beperking van de dagrecreatieve functie van de Kabbelaarsbank inhouden. Het is twijfelachtig of de Raad van gemeente Goeree-Overflakkee daaraan wil meewerken.
4
Dit, omdat de laatste jaren het dagrecreatief gebruik van de Brouwersdam sterk toege-
nomen is. En omdat inmiddels duidelijk geworden is dat zogenaamde openbaar toegan-
kelijke nieuwe verblij fsrecreatieve parken bij de Brouwersdam, zoals Punt West en het Greenhuuspark op de Kabbelaarsbank, in de praktijk tot privatisering van de kust leiden.
Dat gaat ook gelden voor het grote kustvak dat Brouwerseiland hier gaat beslaan, ondanks mooie beloften van de projectontwikkelaar over openbare toegankelijkheid.
ln het in april 2020 uitgekomen “Strategisch Ontwikkelingsplan Grevelingen 20202030” van het Bestuurlijk Overleg Grevelingen, waarvan onder andere beide gemeenten deel uitmaken, wordt bij punt 9.3 vastgesteld: Diverse ontwikkelingen zorgen ervoor dat (het gevoel van) openbaarheid van Recreatiestranden verdwijnt.
Verder wordt in dit Ontwikkelingsplan bij punt 8.3 aangegeven: De rust en ruimte van het gebied is wat een verblzjfin de Grevelingen uniek maakt. Grootschalige verblijfiecreatie vormt daarom een bedreiging voor de Grevelingen als economisch en recreatiefproduct. Grootschalige bebouwing en hoge recreatíedruk bedreigen het gevoel van 'opgaan in de natuur' waar de recreant steeds meer naar '
zoekt.
Omdat er veel onvrede heerst onder bewoners van Goeree-Overflakkee over het feit dat
ze de laatste jaren “hun” strandjes bij de Brouwersdam kwijt geraakt zijn, zal er weinig animo in deze gemeenteraad zijn om hier nog meer dagrecratief kustgebied op te geven, net zoals de meerderheid van de Raad van Schouwen-Duiveland dat vindt.
Daarnaast speelt binnen de gemeente Goeree-Overflakkee het aan Brouwerseiland gerelateerde, onoplosbare probleem van de verplichte verplaatsing van 60 passantenplaatsen voor plezierboten naar de Springersdiephaven. Hiervoor is echter geen plaats in deze haven, door de aanleg van de door Rijkswater_
staat verplichte nieuwe loswal. Dit punt is toegelicht in zie bijlage 1, punt 4, vanaf pagina 6.
In breder verband gezien is de Brouwersdam aan de kant van de Grevelingen de laatste jaren fysiek zo vol geraakt dat het onmogelijk en waarschijlijk zelfs onverantwoordelijk geworden is om hier ook nog eens een mega-proj ect als Brouwerseiland, met veel uitstralende effecten buiten het directe plangebied, in te “pluggen”.
Dit wringt te meer omdat Rijkswaterstaat hier binnen enkele jaren een erg omvangrijk
project gaat uitvoeren, namelijk de aanleg van een doorlaatmiddel, een brede spuisluis, in de Brouwersdam. Dit met als doel om een mini-getij in de Grevelingen in te voeren,
om de waterkwaliteit van dit gebied te verbeteren.
De aanleg en het functioneren van dit doorlaatmiddel, waarbij in de gebruiksfase sprake zal zijn van grote stroomsnelheden, waardoor een aanzienlijke oppervlakte recreatief
gebruiksgebied permanent afgesloten moet worden, betekent een groot ruimtebeslag op de Brouwersdam. III.
Kustvisie
BV
b&w
zijn wij van mening en het college van In tegenstelling tot Brouwerseiland dat na uw uitspraak op 30 april 2019 aangaande de beroepsprocedure tegen het voorgaande bestemmingsplan Brouwerseiland het in de Omgevingsverordening Zeeland
2018 vermelde overgangsrecht voor Brouwerseiland niet meer van toepassing is. De vaststelling van een nieuw bestemmingsplan is daardoor niet meer mogelijk, omdat 5
de Zeeuwse Kustvisie en de Omgevingsverordening de realisatie van Brouwerseiland uitsluiten.
Hoogachtend,
namens de zes natuurorganisaties, .«
"`*~._
*M-_. >~.__fl____
Dr. G.J.c. Bmh, voorzitter Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland
\ \„\\
__f*“',{`
"\._\ \_
_,
H.J.V1sser,
~,f§
V'
J
secretaris Natuur- en Vogeçvifiaght ,__ f
)
wa
,›
,›'
.
i`\ ..
~
1
X
ii'/J
Za'
_" \/C.-
l
igâå ,//_„ ni
I
M
Natuur & Vogelwacht
O*É
Schouwen - Duiveland
Secretariaat
Q
“ll VOG
N472/
S
É
QO
Boogerdweg 8 4321 SN Kerkwerve Te1:o1i1-671265
\Y
(/““F1v r›\S*`§°
e-mail: secretarlzgatíå-.nxfsd KVK 40309671
.
_x1_l_
Gemeente Schouwen-Duiveland Postbus 5555
4300 JA ZIERIKZEE
W
xl!
Kerkwerve, 14 september 2020
Kenmerk GS Zeeland: ZKOO00091 / 20013264 Onderwerp: zienswijze Wnb-vergunning Brouwerseiland
Geacht College van Gedeputeerde Staten van Zeeland, Bij deze dient onze vereniging Natuur- en Vogelwacht Schouwen-
Duiveland, mede namens de vereniging Natuurmonumenten, vereniging Zeeuwse Milieufederatie, vereniging voor Natuur- en Landschapbescherming Goeree-Overflakkee, vereniging Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland en Stichting Duinbehoud, een zienswijze in over uw voornemen van 22 juli 2020 tot weigering van het verlenen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wbn) voor de realisatie van het project Brouwerseiland, op basis van het onderdeel stikstofuitstoot.
Tevens gaan wij kort in op enkele aspecten van de Wnb Ge-
biedsbescherrning overige effecten voor het project Brouwerseiland.
Voor dit project is de coördinatieregeling van de Wro van kracht, waarbij het college van b8r,w Schouwen-Duiveland de coördinerende overheid is.
Onze argumenten zijn samengevat in de bijgevoegde notitie, met inhoudsopgave, met de titel: 'Argumenten van 6 natuurorganisaties tegen het verlenen van een Wnb-vergunning voor het project Brouwerseiland, zoals aangevraagd door Brouwerseiland B.V. op 10 april 2020'.
Onze zienswijze is zowel op 14 september 2020 in de brievenbus bij het gemeentehuis van Schouwen-Duiveland gedeponeerd, als dat het bestand gemaild is naar gemeente@schouwe_n-duiveland.nl Hoogachtend,
,
_,
f 1
dr. G.J.C
h
`
terim-voorzitter
L-rf?
H.
.
i
ii, s
,I
aris
Argumenten van 6 natuurorganisaties tegen het verlenen van een Wnb-vergunning voor het project Brouwerseiland, zoals aangevraagd bij_gemeente Schouwen-Duiveland door Brouwerseiland B.V. op 10 april 2020
Inhoudsopgave I.
ll.
Kustpact en Zeeuwse Kustvisie
2
Inhoudelijk argumenten Wnb Gebiedsbescherming, stikstof 1.
2
Het plangebied Parkeerplaatsen en interne verkeersbewegingen Salderen Passantenplaatsen
Lo\|m-l>-u.›|\›N
Droombeeld versus realiteit .\'.°”U".4>W
Emissieloos bouwen
Stikstofdepositie tijdens de aanlegfase
Voorgaande werkzaamheden Autoverkeer werknemers Zandtransport Elektrisch materieel Vrachtwagens en carpoolplaatsen Logistiek plan
Scheepstransport
Resumé 8.
Stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase
9.
Ecologische toets
10. Cumulatie 11. Conclusie stikstofdepositie
lll.
Inhoudelijke argumenten Wnb Gebiedsbescherming, overige effecten Grevelingen, voorafgaande inrichtingsmaatregelen 1 2
Grevelingen, optische verstoring door recreatievaart Grevelingen, mitigerende maatregelen
P".4>°~'
Voordelta, verstoring zeehonden Conclusies overige effecten
11 11 11 12 14 15
16 17 17 17 18 18 19
20 20 21 21 22 26
Kustpact en Zeeuwse Kustvisie
l.
Op dit punt zijn wij ingegaan in onze brief van 21 juli 2020 aan het college van b&w Schou-
wen-Duiveland naar aanleiding van een nieuw concept bestemmingsplan voor het project Brouwerseiland. Een afschrift van deze brief is naar uw college verstuurd. Wij verwijzen hier verder naar deze brief.
Inhoudelijke argumenten Wnb Gebiedsbescherming, stikstof
ll.
Wij merken het volgende op over uw voornemen tot weigering van een Wnb-vergunning voor het project Brouwerseiland, waarbij de desbetreffende aanvraag gebaseerd is op de
Passende Beoordeling Brouwerseiland, met in het bijzonder Bijlage 12 'Onderzoek Stikstofdepositie', versie 28 juni 2020.
Ten eerste, uw voornemen tot weigering van het verlenen van deze vergunning wordt door onze organisaties ten zeerste ondersteund.
Onze verdere opmerkingen hierna sluiten min of meer aan op de indeling van onderwerpen pasin het Rho-rapport 'Onderzoek Stikstofdepositie', waarbij wij ook ingaan op bij bepaalde van 22 juli 2020. sages van uw 'Voornemen tot weigering .
1.
_'
Het plangebied
Het onderhavige vergunningsverzoek gaat uit van een plangebied zoals aangegeven in Figuur 1.1. en Figuur 2.1 in het Rho-rapport. Het plangebied waarin herinrichtingswerkzaamheden en een nieuwe vorm van gebruik gaan plaatsvinden door de realisatie van Brouwerseiland is echter veel groter dan alleen de Middelplaathaven op zich.
Zo moet voorafgaande aan de inrichting van de Middelplaathaven ten eerste de noordelijker aan de Brouwersdam gelegen Springersdiephaven, gelegen in de gemeente Goeree-Overflakkee, heringericht worden als functionele werkhaven voor de beroepsvaart, en als haven voor de watersport. Hierna wordt bij l|.3 en |l.4 hier verder op ingegaan.
Ten tweede moet eerst in het aangrenzende dagrecreatiegebied, gelegen in de gemeente Goeree-Overflakkee, 4.625 m2 parkeerruimte aangelegd worden, zoals aangegeven op pag.l2 van het Rho-rapport, waarvoor al het struweel ter plaatse verwijderd zou moeten
worden. Overigens zal dan eerst extern 5.825 m2 parkeerruimte aangelegd moeten worden, gezien het planvoorstel om voor surfers die gebruik maken van het aan de Middelplaat grenzende surfgebied 1.200 m2 parkeerruimte binnen het vakantiepark vrij te maken. Echter, dat zou pas mogelijk zijn nadat de vier jaar durende aanlegfase van het vakantiepark afgerond is. 2
Deze verplichte eerste inrichtingsmaatregelen gaan gepaard met stikstofuitstoot en blijvende aantasting van natuurwaarden, o.a. scheepvaartbewegingen in het nu nog erg rustige noordwestelijke gedeelte van de Grevelingen. Voor deze ontwikkelingen is ook een Wnbvergunning noodzakelijk. Deze ontwikkelingen hadden deel moeten uitmaken van de onderhavige vergunningsaanvraag van Brouwerseiland B.V. Een integrale afweging van de gevolgen van alle herinrichtingsmaatregelen is noodzakelijk. .
Een derde voorafgaande maatregel, gepaard gaan met stikstofuitstoot en mogelijk aantasting van natuurwaarden, is de aanleg van een elektriciteit-kabel door Delta-Enduris en de plaatsing van 25-50 laadpalen. Ook nieuwe hoofdleidingen voor riolering en drinkwater zijn noodzakelijk. Mogelijk moeten deze leidingen van grotere afstand ergens op Schouwen, aangelegd worden.
Voor deze punten is de vergunningsaanvraag en het Rho-rapport ondeugdelijk.
2.
Parkeerplaatsen en interne verkeersbewegingen
Aansluitend bij ons voorgaande punt over parkeerruimte; terecht wordt u in uw 'Voornemen tot weigering. _' op pagina 10 gesteld dat in de Aerius-berekening voor de gebruiksfase de uitstoot van intern verkeer binnen en rond het vakantiepark ontbreekt. Deze verkeersbewe-
gingen zullen een omvangrijke factor vormen. ln tabel 2.1 van het Rho-rapport wordt aangegeven dat er 963 parkeerplaatsen in het vakan-
tiepark aangelegd worden. Daarnaast kan in alle bermen in het park geparkeerd worden. Op tijden dat het vakantiepark en de jachthaven volledig bezet zijn, waarbij 1000 1200 auto's
aanwezig zijn, zal de verkeersintensiteit hier vergelijkbaar zijn met een Zeeuws vakantiedorp als bijvoorbeeld Scharendijke tijdens de zomer. Extra interne verkeersbewegingen, als ook extra externe verkeersbewegingen, zullen ont-
staan door onder andere de evenementen die hier georganiseerd gaan worden, de aanwezigheid van winkels en restaurants, de aanwezigheid van een congrescentrum, de aanwezigheid van twee trailerhellingen, een aanlegplaats voor een rondvaartboot en de aanlegplaatsen voor vissersschepen, inclusief visverkoop ter plaatse middels een visbank. Extra verkeersbewegingen zullen ook ontstaan doordat 1200 m2 aan interne parkeerplaatsen voor 24 dagen perjaar vrijgemaakt moeten worden voor surfers. Auto's van vaste ge-
bruikers van het park moeten dan in bermen geparkeerd worden.
Overigens zal dit voorstel in de praktijk niet werken. Surfers zouden minimaal een week van te voren een parkeerplaats moeten bespreken, terwijl de aanwezigheid van voldoende wind niet van te voren vast te leggen is. Bovendien zullen de meeste vaste gebruikers van het park niet genegen zijn hun auto van een parkeerplaats te verwijderen om elders in de berm te parkeren. Daarom zal er 1200 m2 aan vaste parkeerplaatsen extra in het vakantiepark aangelegd moeten worden, met de daarbij komende extra verkeersbewegingen.
3
Bovendien dient ervan uitgegaan te worden dat ook de hiervoor, onder punt l|.1, vermelde 4.625 m2 aan parkeeroppervlakte binnen het vakantiepark aangelegd moet worden, inclusief de daarbij komende verkeersbewegingen. Zo moeten, voor zover wij weten, voor de aanleg van de 5.825 m2 parkeerruimte buiten het vakantiepark de desbetreffende Wro-procedures nog doorlopen worden. De gemeente Goeree-Overflakkee wenste toentertijd, en mogelijk nog steeds niet, deze oppervlakte aan groene oeverzone in te wisselen voor parkeerplaatsen ten bate van het project Brouwerseiland.
Het Rho-rapport is ondeugdelijk wat betreft parkeerruimte en de effecten van interne motorvoertuigbewegingen. 3.
Salderen
ln hoofdstuk 3 van Rho-rapport wordt ingegaan op de mogelijkheid van salderen, waarbij
voor het project Brouwerseiland wordt ingezet op intern salderen.
In de praktijk levert saldering vooral een boekhoudkundige/juridische oplossing, in plaats
van dat het een werkelijk bijdrage levert aan het terugdringen van de stikstofbemestlng van overbelaste natuurgebieden. Het zou logisch en correct zijn dat uw college op voorhand, los onze argumenten hierna over salderen, voor het onderhavige project, en vergelijkbare projecten, de mogelijkheid tot intern en/of extern salderen uitsluit.
om invulling te geven aan het nieuwe stikstofbeleid van het kabinet, hetgeen de provincies toegezegd hebben om te volgen, namelijk het versterken van de natuurwaarden van Dit,
N2000-gebieden met stíkstofgevoelige habitattypen. Wij verwijzen in dit verband naar uw brief van 16 juni 2020 naar Provinciale Staten over de 'Actuele ontwikkelingen opgave stikstof' (uw kenmerk 20018660). De noodzaak van deze maatregel wordt onderstreept in het desbetreffende rapport van de commissie Remkes, van juni 2020.
ln de Schouwse duinen zijn de laatste decennia grote oppervlakten kruidenrijke duingraslan-
den verdwenen door omvangrijke struweelontwikkeling. Reductie van stikstofdepositie is voor dit N2000-gebied zeer noodzakelijk.
Het Brouwerseiland-project is niet van groot nationaal of regionaal belang, zoals bijvoorbeeld versterking van de wegeninfrastructuur, huisvestingprojecten, of zeeweringsbeheer dat wel zijn. Strandsuppletles bij de Kop van Schouwen en Ouddorp zijn ongeveer om de twee jaar noodzakelijk. Ze vormen telkens een extra aanslag op de desbetreffende overbelaste habitatty-
pen in de duingebieden, maar zijn uit veiligheidsbelang onontkoombaar. Een rede te meer om omvangrijke recreatieve bouwprojecten in deze omgeving te weren. Daarnaast is het project Brouwerseiland ongewenst in het kader van het Kustpact en de Zeeuwse Kustvisie. Dit vormen extra redenen
om saldering hier niet toe te staan. Een dergelijke keuze zal de ge-
loofwaardigheid van het Zeeuwse stikstofbeleid versterken.
4
Brouwerseiland B.V. gaat ervan uit dat de beide loswallen in de Middelplaathaven, één van Rijkswaterstaat en één van Staatsbosbeheer, en de jaarlijkse stikstofemissie die met het gebruik van deze voorzieningen gepaard gaat, door de realisatie van Brouwerseiland van 'de
aarde verdwijnen'. De daarbij 'vrijkomende' jaarlijkse stikstofemissie, berekend met Aerius Calculator in het Rho-rapport, mag dan vervolgens gebruikt worden om, op papier, de stikstofemissie van Brouwerseiland in de aanleg- en gebruiksfase te 'verkleinen'.
Echter, deze redenatie klopt niet, waardoor het toepassen van saldering voor dit project niet mogelijk is. In ieder geval de loswal van Rijkswaterstaat, en het gebruik hiervan, c.q. de des-
betreffende stikstofuitstoot, blijft in deze omgeving aanwezig en blijft de aangrenzende
N2000-gebieden belasten. door Rijkswaterstaat aan Brouwerseiland B.V. op 30 oktober 2017 verleende Watervergunning (RWS-2017/41892), waarover overigens in het Rho-rapport niets vermeld wordt. Hierin staat: Dit is vastgelegd in de
3.2 Specifieke voorschriften Voorschrift 5, Loswal
j
Alvorens tot de realisering van het project Brouwerseiland wordt overgegaan dient de loswal in de Springersdiephaven (gelegen 2,5 km noordelijker aan de Brouwersdam) geschikt te worden gemaakt als overslaglocatie voor schepen met afmetingen van L110xB11,40xD4,50 m, alsmede de inloop van de haven richting loswal voor bovengenoemde schepen. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan de Beleidsregel intern en extern salderen d.d. 23
juni 2020, in het bijzonder artikel 5 lid 2: Gedeputeerde Staten van Zeeland verstrekken een
toestemming die niet kan worden ingetrokken uitsluitend bij de beoordeling van de aanvraag, indien de feitelijke uitvoering van de activiteit wordt beëindigd voordat deze activiteit wordt ingezet voor salderen.
De bij de herinrichting van de Springersdiephaven vrijkomende stikstofuitstoot dient bij de uitstoot van het Brouwerseiland-project in de aanlegfase opgeteld te worden.
Mogelijk zal de herinrichting van de Springersdiephaven, c.q. de stikstofuitstoot, nog omvangrijker worden, in verband met een voor Brouwerseiland B.V. verplichte realisatie van watersportvoorzieningen in deze omgeving. ln het volgende punt ll.4 wordt hierop ingegaan.
Wat betreft de huidige loswal van Staatsbosbeheer, ook daarvan blijft het huidige gebruik,
c.q. de hiermee gepaard gaande jaarlijkse stikstofuitstoot, zeer waarschijnlijk in deze omgede jaarlijkse stikstofuitstoot is de' omvangrijkste vorm van ge-
ving gehandhaafd. Aangaande
bruik van deze loswal het gebruik als vaste aanlegplaats voor een schip van de Koninklijke Marine ten behoeve van, meestal meerdaagse, duiktrainingen in de Grevelingen voor de ha-
ven van Scharendijke.
5
Gezien de uitgebreide ervaring van de marine met deze goede duiklocatie, de aanwezigheid van meerdere duikcentra in Scharendijke, en de gespecialiseerde opvangmogelijkheden voor duikongevallen in het ADRZ-ziekenhuis in Goes, zullen deze marine-trainingen hier waarschijnlijk blijven plaatsvinden. Het marine schip zal in het geval dat de loswal in de Middel-
plaathaven mocht verdwijnen waarschijnlijk uitwijken naar de haven van Scharendijke, en/of de haven van Bommenede, en/of de Springersdiephaven. ln de in Bijlage 9 bij het Rho-rapport
opgenomen brief van 25 juni 2020 van het Rijksvast-
goedbedrijf aan de heer Louws van Rho wordt aangegeven dat de marine niet voornemens is om haar activiteiten in de Grevelingen te beëindigen.
Ook de aan deze loswal gerelateerde jaarlijkse stikstofuitstoot zal niet voor saldering aangewend kunnen worden, gezien Beleidsregel artikel 5 lid 2. Het Rho-rapport is ondeugdelijk wat betreft salderen.
4.
Passantenplaatsen
Zoals onder punt l|.1 is opgemerkt, dient door Brouwerseiland B.V. voorafgaande aan het eigenlijke Brouwerseilandproject eerst een aantal andere inrichtingsmaatregelen uitgevoerd te worden. Zo zullen de huidige bij de Middelplaathaven aanwezige 60 vrije passantenplaat-
sen voor de pleziervaart verdwijnen ten gevolge van het project en moeten daarom ergens anders langs de Brouwersdam aangelegd worden, met een verbinding naar de wal. ln 2017 heeft in dit verband adviesbureau
Tauw een locatie-verkenning voor deze passan-
tenplaatsen uitgewerkt in opdracht van het toenmalige Grevelingenschap, tegenwoordig het Bestuurlijk Overleg Grevelingen. Deze verkenning, en de hiermee samenhangende beleidsproblemen, zijn op 26 september 2017 besproken door de Natuur- en Recreatieadviescom-
missie voor de Grevelingen, waarin ook de lokale natuurverenigingen vertegenwoordigd zijn.
Aanleg van deze passantenplaatsen ten zuiden van de Middelplaathaven is niet meer mogelijk door de aanwezigheid van mosselhangcultures. Ten noorden van de Middelplaathaven, tussen Marina Port Zélande en de Springersdiephaven, ligt een speciaal bestemde zone voor raceboten en waterscooters. Daardoor zou alleen een locatie in, of bij de Springersdiephaven nog een mogelijkheid kunnen bieden. Echter, dit stuitte toentertijd op bezwaren van Rijkswaterstaat en de beroepsvaart. De Springersdiephaven met de aan te leggen nieuwe loswal en de te verdiepen haventoegang (zie hiervoor bij punt ll.3) wordt te klein als hierin,
of hierbij, ook nog 60 passantenplaatsen, met de hierbij komende vaart van plezierboten,
aangelegd zullen worden. Het overleg en de besluitvorming over deze 60 passantenplaatsen is na 2017 stil gevallen, in afwachting van de uitkomst van de beroepsprocedures tegen Brouwerseiland. Ook de bestuurlijke besluitvorming over de andere, verplichte, voorafgaande inrichtingsmaatregelen,
genoemd bij de punten l|.1, ll.2 en |l.3, is na 2017 stilgevallen. Daarnaast ligt er nog een ander groot, verplicht, punt. Namelijk, dat Brouwerseiland B.V. ervoor zorg draagt dat de intensief gebruikte surfbaai grenzend aan de Middelplaathaven geen 6
belemmeringen van Brouwerseiland zal ondervinden. (Dit is vastgelegd in de Exploitatieovereenkomst Brouwerseiland, welke op 30 juni 2015 is afgesloten door b&w Schouwen-Duiveland en Brouwerseiland B.V.; pag. 4.) In dit verband heeft gemeente Goeree-Overflakkee in 2017 nog verkend of verplaatsing van de surflocatie, inclusief de hiervoor bij punt l.2 vermelde 5.825 m2 parkeerruimte, naar de zuidkant van de Kabbelaarsbank mogelijk zou zijn. Onder andere vanwege N2000-belangen die hier aan de orde zijn heeft deze optie geen vervolg gekregen. Dit punt, dat mede voor de Afdeling een rede voor een vernietigingsbesluit vormde, is niet
opgelost in het nieuwe concept bestemmingsplan.
Uit de hiervoor geschetste situatie komt naar voren dat er eerst nog uitgebreide bestuurlijke
besluitvorming over een aantal inrichtingsmaatregelen moet plaatsvinden. Met daarbij de vraag of ze hoe dan ook uitvoerbaar zullen zijn. Er is nog totale onduidelijkheid over de stikstofuitstoot ten gevolge van deze inrichtings-
maatregelen.
De voorgaande punten worden niet behandeld in het Rho-rapport en de Passende Beoordeling opgesteld door Tauw, en zijn mede daardoor ondeugdelijk. ln dit stadium van het procedurele voortraject van Brouwerseiland kan door het ontbreken
van veel informatie geen positief besluit genomen worden op het verzoek om een Nbw-vergunning te verlenen.
5.
Droombeeld versus realiteit
In het Rho-rapport wordt voor de stikstofuitstoot door de realisatie het project Brouwersei-
land een fictieve werkelijkheid, een 'droombeeld' beschreven. ln de aanleg- en gebruiksfase
zou er nauwelijks sprake zijn van stikstofemissie. Dit onder andere doordat verkeersstromen van en naar Brouwerseiland 150 m buiten het projectgebied 'opgenomen worden in het heersend verkeersbeeld', vrachtwagens vanaf de carpoolplaatsen bij Goederede en Serooskerke met elektrische trekkers zullen rijden, de werkzaamheden elektrisch uitgevoerd zullen
worden, en er gesaldeerd wordt met 'bestaande stikstof-emissie (punt ||.3).
enorme stikstofuitstoot plaats door de realisatie van dit zeer omvangrijke, vierjaar durende bouwproject met onder andere 317 woningen en een jachthaven met 350 ligplaatsen, en naderhand, vanwege een constante wisseling van tijdelijke bewoners en bezoekers, zeer intensieve verkeersstromen naar en van dit vakantieln de realiteit vindt er natuurlijk wel een
park.
Sowieso zal er stikstofuitstoot op grotere afstand van het project plaatsvinden. Zo betekent elektrisch bouwen stroom van het net, die grotendeels door conventionele energiecentrales geproduceerd wordt. De huizen worden van 'duurzaam' hout gemaakt, en voor de jachthaven en bruggen zullen duizenden hardhouten balken nodig zijn. Scheepsladingen tropisch hout zullen aangevoerd moeten worden. Uit Scandinavische landen zullen scheepsladingen
7
stortsteen voor oeververdedigingen aangevoerd moeten worden. Productie en transport van beton en staal voor funderingen, de jachthaven en bruggen kost erg veel energie en uitstoot. Kennelijk mogen volgens de rechtspraak de effecten van stikstofuitstoot op grotere afstand van een project buiten beschouwing gelaten worden. Dit is echter niet realistisch. Zo zullen niet-elektrische auto's vanaf hun vertrekpunt, ergens in Nederland, tot aan Brouwerseiland
en omgekeerd stikstof uitstoten. Het betreft in dit geval een omvangrijke verkeersstroom, zoals aangegeven in Tabel 4.4 van het Rho-rapport; ruim 1500 auto's per etmaal in de gebruiksfase.
lndien voor de effecten van het project alleen ingezoomd wordt op de stikstofdepositie op de omringende N2000-gebieden, dan zou uitgegaan moeten worden van de afstand die auto's rijden gerekend vanaf de punten waar de N57 in de buurt van het duingebied van
Goeree, en het duingebied van de Kop van Schouwen komt, tot aan de Brouwerseiland-locatie.
Hiervoor heeft Brouwerseiland B.V. zelf, waarschijnlijk onbewust, een praktisch voorstel gegeven in het Rho-rapport in paragraaf 4.2.4, namelijk de carpoolplaats bij Goederede, en de carpoolplaats bij Serooskerke. Grof geschat betreft het dan afstanden van ca. 15 km, respectievelijk 7 km.
worden deze afstanden echter niet gebruikt voor de Aerius-berekeningen voor de gebruiksfase. Deze carpoolplaatsen worden in het Rho-rapport opgevoerd als 'rangeerterreinen' voor vrachtwagens, waarop bij het volgende punt, ll.7, wordt ingegaan. ln het Rho-rapport
ln het Rho-rapport wordt van een onrealistische afstand voor de Aerius-berekening voor het
autoverkeer in de gebruiksfase uitgegaan, namelijk 150 m. Terecht wordt in uw 'Voornemen op pagina 10 hierover gesteld dat voor de keuze van deze afstand geen tot weigering. rechtspraak voor handen is. ln plaats daarvan dient uitgegaan te worden van de richtlijnen van de 'Instructie gegevensinvoer voor Aerius calculator 2019A', van januari 2020. '
.
Indien met deze 'Instructie Aerius' onze hiervoor gekozen insteek, rekenend vanaf de twee carpoolplaatsen, niet goed onderbouwd kan worden, dan zou in ieder geval uitgegaan moeten worden van de afstand die auto's rijdend van of naar Brouwerseiland afleggen op de pa-
rallelweg/langzaamverkeerweg aan de binnenzijde van de Brouwersdam, totdat ze afslaan naar, of van, de hoofdweg N57. Dat gebeurt richting het noorden bij de kruising die naar Port Zélande leidt, van/naar de Brouwerseiland-locatie ca 1750 m, en richting het zuiden bij
de rotonde bij Ellemeet, ook op ca 1750 m afstand van de Brouwerseiland-locatie.
Indien met deze afstanden de desbetreffende Aerius-berekeningen uitgevoerd worden, dan zullen de stikstofdepositiewaarden zoals vermeld in Tabel 4.6 van het Rho-rapport aanzien-
hoger zijn, en zullen mogelijk ook meer habitattypen, en habitattypen in het Goereese duingebied, belast worden. lijk
Wij onderstrepen hier dat stikstofdepositie in de gebruiksfase een permanente, een structurele aanslag op de reeds overbelaste habitattypen in de aangrenzende N2000-gebieden in-
houdt.
8
Voor de stikstofemissie in de gebruiksfase door de omvangrijke jachthaven wordt in het Rhorapport ook weer uitgegaan van dezelfde formule; de vaarbewegingen van de recreatie- en beroepsvaart (vissersschepen en rondvaartboot) 'gaan op in het heersende verkeersbeeld'. Hierbij wordt, wederom onrealistisch, uitgegaan van twee kleine afstanden, namelijk de afstand tussen één van de havenuitgangen en een denkbeeldige lijn (CEMT-Va) gelegen net buiten de geplande jachthaven; 667 m, respectievelijk 1.333 m. Echter, momenteel vindt er nauwelijks scheepvaart plaats in dit tegen de Brouwersdam doodlopende gedeelte van de Grevelingen, gelegen langs de zuidoever van de Kabbelaars-
bank. Er ligt hier geen grote jachthaven aan de Brouwersdam. Wel is hier aanwezig een grote oppervlakte (10-15 ha) met mosselhangcultures, die pleziervaart uitsluit. Er kan dus niet ge-
sproken worden van een heersend intensief verkeersbeeld van recreatievaartuigen. Pas voorbij het ondiepe gedeelte aan de oostkant van de Kabbelaarsbank, begrensd door een
vooroeververdediging van stortsteen, vindt relatief intensieve scheepvaart plaats, onder andere van en naar Marina Port Zélande, de jachthaven van Scharendijke, de jachthaven bij het eiland Ossenhoek, en het Springersdiep.
Vanaf dat punt, op 3500 m afstand van de Middelplaathaven, zou gesproken kunnen worden van 'op gaan in het heersende verkeersbeeld'. ln de Aerius-berekeningen voor de stikstofuitstoot van de geplande jachthaven dient dus uitgegaan te worden van 4.167 m en 4.833 m. Ook door deze aanpassing zal Tabel 4.6 in het Rho-rapport er heel anders gaan uitzien. Ter toelichting nog het volgende. ln het gedeelte van de Grevelingen ten zuiden van de Kabbelaarsbank vindt zo weinig scheepvaart plaats dat een enkele motor- of zeilboot hier over-
dag nogal eens voor anker gaat. Bij intensieve scheepvaart is zoiets niet mogelijk; Na realisatie van Brouwerseiland zal, door de nieuwe, grote jachthaven hier wel een drukke scheepvaartroute ontstaan, waardoor rustig voor anker gaan niet meer mogelijk zal zijn. ln dit verband zijn de richtlijnen hierover in 'Instructie Aerius' van belang: -
Er dient in alle gevallen een onderbouwde afweging gemaakt te worden tot waar het
-
verkeer meegenomen wordt. Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het
-
heersende verkeersbeeld. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer.
Wat het laatste betreft, die verhouding gaat in het vaarwater langs de zuidoever van de Kabbelaarsbank ten gevolge van de realisatie van Brouwerseiland sterk intensiveren.
Het Rho-rapport is ondeugdelijk wat betreft de Aerius-berekeningen voor het autoverkeer en de scheepvaart in de gebruiksfase.
9
6.
Emissieloos bouwen
ln het Rho-rapport wordt in paragraaf 4.2.2 en 4.2.4 stellig aangegeven dat, afgezien van de
aanvoer van zand, alle werkzaamheden gedurende de vier jaar durende aanlegfase geheel stikstofemissieloos uitgevoerd zullen worden. Ook alle auto's waarmee de werknemers ge-
durende die tijd naar het bouwterrein rijden zullen elektrisch zijn. Het is zeer twijfelachtig of deze aannames in de praktijk waargemaakt kunnen worden. Emissieloos bouwen is nog lang geen algemene realiteit in Nederland, en het zal nog jaren duren voordat het zover is, blijkt uit recente vakbladen van de bouwsector. Ook in het Rho-rapport zelf wordt dit in paragraaf 4.2.4 aangegeven: In de Green Deal 'Het nieuwe draaien'spreken Rijkswaterstaat en de Waterschappen de am-
om in 2030 klimaatneutraal en circulair te zijn. Doel van het EN/ (Emissieloos Netwerk Infra) is om dit al in 2026 mogelijk te maken.
bitie uit
Uit de vakbladen blijkt dat voor de aankoop van elektrisch materieel ongeveer tweemaal zo-
veel betaald moet worden als voor een zelfde model met een dieselmotor. Nog weinig bedrijven beschikken al over emissieloze machines. Daarnaast is er nog nauwelijks ervaring met
het werken met elektrisch groot materieel, ontbreken nog veiligheidsregels hiervoor, -en is er sprake van een nog erg lange levertijd, een jaar of meer. Vooral voor kleinere grondverzet-
en bouwbedrijven vormt de hoge aanschafprijs een probleem. ln dit verband is relevant dat Brouwerseiland B.V. toegezegd heeft dat het project door regi-
onale bedrijven gerealiseerd zal worden. Dat zijn voornamelijk kleinere bedrijven.
Op de website van Brouwerseiland B.V. wordt aangegeven: We gaan Brouwerseiland bouwen met regionale aannemers. 800 bouwvakkers van beide eilanden werken vier jaar lang aan dit project.
De aanname in het Rho-rapport dat alle werknemers met elektrische auto's naar het werk komen, zal in de praktijk niet waargemaakt kunnen worden. Nu, en de komende jaren vor-
men elektrische auto's enkele procenten van het Nederlandse wagenpark. Realistisch is dan
ook dat voor de stikstofuitstoot-berekeningen voor de aanlegfase aangaande de autoritten van de werknemers uitgegaan wordt van 90 % niet-elektrische auto's.
Aangezien de aanname dat de aanlegfase emissieloos uitgevoerd zal worden de eerste vijf jaar nog niet zeker is, gezien de bijzonder kwetsbare omgeving van het projectgebied, met drie omvangrijke N2000-gebieden in de nabijheid, en gezien het voorzorgbeginsel van de Wnb, is de verlening van een Wnb-vergunning voor dit project de eerstejaren niet verdedigbaar. Ook bij de punten l.1-4 is aangegeven dat in dit stadium de verlening van een Wnb-vergunning niet mogelijk kan zijn. Overigens, als alle Aerius-berekeningen voor dit project op de juiste manier uitgevoerd zullen worden, zal blijken dat sowieso een Wnb-vergunning niet mogelijk zal zijn, vanwege significante aantasting van meerdere N2000-habitattypen.
10
Er is een extra reden voor onze vrees dat grote beloftes over een emissieloos project nader-
hand in de praktijk niet uitkomen. Helaas hebben we een vergelijkbare gang van zaken de laatste jaren bij meerdere recreatieve bouwprojecten aan de kust gezien. Tijdens het procedurele voortraject van een project wordt dan door de initiatiefnemer 'gouden bergen' beloofd, terwijl naderhand tijdens de aanleg- en gebruiksfase vele afspraken en voorschriften genegeerd worden. Zo had bijvoorbeeld het in 2015 gerealiseerde project Punt West gebouwd moeten worden als een duurzaam Ecohotel, terwijl het uiteindelijk een compleet huisjespark geworden is. Er mocht 10.000 m2 bebouwd worden, en het werd 12.071 m2. (ln opdracht van het toenmalige Grevelingenschap heeft het adviesbureau AT Osborne hierover het rapport 'Ecohotel, reconstructie procesgang' opgesteld, 13-1-2016. ln de NRC van 11-62017 is hier uitgebreid over gepubliceerd: "lbiza' in Ouddorp toont zwak bestuur'.)
Ook bij de realisatie van het Greenhuus-project op de Kabbelaarsbank, geopend zomer 2019, ging het mis. Dit project, thans Qurios Grevelingenstrand genoemd, bestaat uit dertig ecorecreatiewoningen, die middels zonnepanelen geheel zelfvoorzienend zouden zijn. Juist de uitgangspunten duurzaamheid en een eigen stroomvoorziening vormden de aanleiding voor
de gemeente om met dit project in te stemmen. Echter, het verhaal over zelfvoorzienendheid bleek achteraf een farce te zijn. Sinds vorige zomer staan hier nu permanent twee zware dieselgeneratoren in het N2000-gebied te draaien voor de energievoorziening van dit vakantiepark.
Het Rho-rapport is ondeugdelijk door uit te gaan van de veronderstelling dat het project op korte termijn door aannemingsbedrijven van Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee emissieloos uitgevoerd kan worden, uitgezonderd de zandaanvoer voor het project.
7.
Stikstofdepositie tijdens de aanlegfase
Voorafgaande werkzaamheden
voorgaande punt ll.1 is aangegeven dat eerst 5.825 m2 parkeerruimte buiten het Brouwerseiland-gebied aangelegd moet worden, evenals nutsleidingen naar de bouwlocatie. Bij het
voorgaande punt l|.3 is aangegeven dat eerst een loswal in de Springersdiephaven aangelegd moet worden, evenals het verdiepen en mogelijk vergroten van deze haven. Bij het
voorgaande punt |l.4 is aangegeven dat eerst 60 passantenplaatsen aangelegd moeten worden. Bij het
Aan het eind van dit onderhavige punt wordt aangegeven dat eerst een goedgekeurd verkeers- en veiligheidsplan beschikbaar moet zijn.
De bij deze verplichte, voorafgaande maatregelen vrijkomende stikstofemissie dient bij de totale uitstoot betrokken te worden.
Autoverkeer werknemers 11
voorgaande punt ll.6 is reeds aangegeven dat bij de Aerius-berekeningen voor de aanlegfase het autoverkeer van de 800 werknemers betrokken dient te worden, uitgaande Bij het
van 90 % niet-elektrische auto's. Zandtransport
Voor het zandtransport voor Brouwerseiland vanuit de Noordzee met een sleephopperzuiger en een persleiding is voor de berekening van de stikstofuitstoot hierdoor in het Rho-rapport ook weer uitgegaan van het zoveel mogelijk 'weg schrijvend verkleinen' van de hoeveelheid kg/j stikstofemissie, die in werkelijkheid wel uitgestoten wordt. Dit in lijn met het hier-
voor bij punt l.5 beschreven droombeeld. Het Rho-rapport is voor het onderdeel zandaanvoer, paragraaf 4.1 t/m 4.2 en de desbetreffende Aerius-berekening voor meerdere punten ondeugdelijk.
Ten eerste: In het Rho-rapport wordt ervan uitgegaan dat wat betreft de te berekenen vaarafstand van
de hopper het gedeelte bij het zandwinvak op de Noordzee, zijnde 15 % van de afstand, niet meegeteld behoefd te worden. Dit gedeelte zou namelijk 'wegvallen tegen het heersende vaarbeeld', hetgeen bepaald zou worden door het hier aanwezige formeel aangewezen ankergebied. Met andere woorden, een 'parkeerterrein' voor schepen en geen doorgaande verkeersstroom. In de hiervoor bij punt |l.5 vermelde 'Instructie Aerius' wordt niets vermeld over het mogen betrekken van een parkeerterrein bij de werkwijze 'opgaan in het heersende verkeersbeeld'.
Wat een nog duidelijker argument vormt om voor deze Aerius-berekening van de volle 100
% vaarafstand uit te gaan, is dat volgens de formele, actuele Waterkaart van de Dienst der
Hydrografie, kaartblad Noordzeekust West Schouwen tot Hoek van Holland, het begrensde ankergebied Schouwenbank op km's afstand ten westen van het zandwinvak ligt, beginnend bebij lichtboei LFl.Y.5s (SB Anchor East). Zoals aangegeven in Figuur 4.5 in het Rho-rapport
gint het zandwinvak S5A op 4 km afstand van de grens van het NZOOO-gebied Voordelta, terwijl het ankergebied Schouwenbank op 10 km afstand van deze grens begint.
Ten tweede: de vorige Nbw-procedure zijn bijna alle mogelijke varianten voor de uitvoering van zandaanvoer uit de Noordzee aan de orde geweest. Bij deze Wnb-procedure is weer een nieuwe, en 'vreemde' variant aan de orde; twee gescheiden werkperioden, september oktober en april- mei, met een tussenliggende pauze van 5 maanden. ln totaal een periode van 9 maanden. Dit, terwijl het N2000 Beheerplan Voordelta en het desbetreffende Toegangsbeperkingsbesluit de maand mei sowieso uitsluit voor zandtransporten voor de reguliere Bij
strandsuppleties. Kennelijk is voor deze 'vreemde' optie gekozen om, op papier, het stikstofdepositie-beeld, weergegeven in mol/ha/jr, minder alarmerend te doen lijken als het beeld bij een aaneengesloten periode.
12
Wat betreft het effect van stikstofbemesting van schrale vegetatietypen is het niet zo dat elk
jaar dat extra bemesting plaatsvindt telkens sprake is van 'met een schone lei' beginnen. Er is ecologisch gezien sprake van een cumulatief effect. 'Het geheel is meer dan de som der delen.'
Dit cumulatieve effect zit ook verwerkt in het Aerius Calculator model. ln het Rho-rapport is
gedurende twee jaar uitgegaan moet worden van een depositie van 810,95 kg/j, hetgeen betekent 0,01 mol/ha/jr op een aantal habitattype in de Kop van Schouwen. Dus, in totaal zou er sprake zijn van een depositie van in paragraaf 4.2.6 aangegeven dat voor de aanlegfase
0,01 + 0,01 = 0,02 mo|/ha/ 9 maanden.
Uitgaande van een aaneengesloten zandaanvoer-periode, is er sprake van een depositie van 1621,9 kg/j. Dit getal is enigszins vergelijkbaar met de uitkomst van de Aerius-berekening in Bijlage 6 van het Rho-rapport voor de Middelplaathaven in 2016, zijnde 1.727,23 kg/j. Dit getal betekend een depositie van 0,11 mol/ha/jr op habitattypen in de Kop van Schouwen. Dus, deze benadering toegepast op het zandtransport in een aangesloten periode uitgevoerd, betekent een stikstofdepositie van circa 0,10 mol/ha/jr. Dit is, ecologisch beschouwd, aanzienlijk meer dan 0,02 mol/ha/jr.
Bovendien, in werkelijkheid vindt het zandtransport ook binnen één jaar, namelijk binnen
negen maanden, plaats.
Voor het project Brouwerseiland moet dan ook voor de berekening van de totale stikstofemissie in de aanlegfase realistisch uitgegaan worden van één berekening voor de totale uitstoot veroorzaakt door de zandaanvoer. Ten derde:
Door het adviesbureau Arcadis is in opdracht van Rijkswaterstaat op 12 november 2018 een Conformiteitstoets uitgebracht voor de stikstofemissie vrijkomend bij een strandsuppletie van 500.000 m3 bij het strand van Renesse (referentie Arcadis 079873673 D). Deze strandsuppletie is tussen begin september en begin november 2019 uitgevoerd. Bij deze toets is ook gewerkt met de Aerius Calculator. Dit strandsuppletie-project is qua uitvoeringswijze zeer vergelijkbaar met de zandaanvoer-
activiteit voor Brouwerseiland. Dezelfde route werd gevaren naar ongeveer dezelfde zand-
winlocatie. Voor de strandsuppletie sloot de hopper aan op de persleiding voor het strand bij Renesse. Voor Brouwerseiland zal dat aankoppelpunt mogelijk 0 - 1,5 km oostelijker liggen.
met een vergelijkbare hopper gevaren en 6 maal per dag een vracht zand aangevoerd. Er kan vanuit gegaan worden dat voor Rijkswaterstaat ook met een hopper met een moderne motor met een SCR- of vergelijkbare installatie gevaren moet worden. Voor Brouwerseiland moet 6x zoveel zand, 3 miljoen m3, aangevoerd worden. In beide gevallen werd/wordt
Het strandsuppletie-project duurde ongeveer 7 weken, de zandaanvoer voor Brouwerseiland zal 17 weken duren. De Aerius-berekening voor de strandsuppletie komt uit op een totale stikstofemissie van 79,61 ton/j, hetgeen betekent een stikstofdepositie op de Kop van
Schouwen van 0,59 mol/ha/j. Minus de uitstoot van de strandwerkzaamheden die bij dit project speelden betreft het 78,53 ton/j.
13
ln de Aerius-berekening in het Rho-rapport wordt een totale stikstofemissie voor de zand-
aanvoer voor Brouwerseiland berekend van 0,16 ton/j. Er is dus sprake van een enorm verschil tussen beide berekeningen. De uitstoot die voor een
6x zo klein zandtransport door Arcadis berekend is, komt 491x hoger uit dan de uitstoot die voor het veel grotere zandtransport voor Brouwerseiland berekend is.
Herberekening van de uitstoot door de zandaanvoer voor Brouwerseiland, zal in ieder geval noodzakelijk zijn, met de Arcadis-studie ter vergelijking erbij.
Door deze constatering rijst tevens de vraag: hoe betrouwbaar zijn de andere Aerius-bereke~ ningen in het Rho-rapport ?
Wat nu al naar voren komt als beide Aerius-berekeningen, plus de daarbij horende kaartjes met daarop de genummerde blokjes voor emissiebronnen, naast elkaar gelegd worden, is
dat in de Rho-berekening ten onrechte twee blokjes, dus emissie veroorzakende activiteiten,
weggelaten zijn. Bij beide berekeningen staat bij. ln -
één blokje voor de vaarroute. ln het Rho-rapport blijft het daar-
de Arcadis-berekening komt daar, terecht, bij: een blokje voor de activiteit 'zandwinning op zee', hetgeen ongeveer 13 % van de totale uitstoot veroorzaakt (10,3 ton/j),
-
een blokje voor de activiteit 'suppletie', dus het leegpompen van de hopper, hetgeen ongeveer 15 % van de totale uitstoot veroorzaakt (11,8 ton/j).
Dus, de voor Brouwerseiland opnieuw te berekenen uitstoot voor de (100 %) vaarafstand zal
sowieso met 28 % verhoogd moeten worden.
Ten overvloede verwijzen wij ook naar een andere, vergelijkbare Conformiteitstoets. Arcadis bracht op 20 juli 2018, in opdracht van Rijkswaterstaat, een toets uit voor een strandsuppletie van eveneens 500.000 m3 zand bij Domburg, op Walcheren (referentie Arcadis 0798736728). De vaarafstand bij deze suppletie was korter dan die bij de suppletie bij Renesse. De berekende stikstofemissie voor de suppletie bij Domburg bedraagt 55,47 mol/j.
Ook deze uitkomst duidt op een grote berekeningsfout in het Rho-rapport.
Elektrisch materieel In het Rho-rapport wordt in paragraaf 4.2.2 en 4.2.4 aangegeven dat alle voorbereidende- en
bouwwerkzaamheden, buiten de zandaanvoer, elektrisch uitgevoerd zullen worden.
Een eerste aanname daarbij is dat het stroomnet ter plaatse voldoende stroom hiervoor kan leveren; er zouden 50 laadpunten noodzakelijk zijn. De enige zekerheid die hiervoor in het .een (tijdelijke) aansluiting is in bespreking met Delta EndRho-rapport geboden wordt is; uris'. Recent heeft regionaal netbeheerder Enduris aangegeven dat het elektriciteitsnetwerk van Schouwen-Duiveland (en Tholen) qua capaciteit aan zijn grenzen zit. Het '.
.
14
voorzorgbeginsel van de Wnb sluit uit dat bij een vergunningsaanvraag uitgegaan mag worden van naderhand (eventueel) nog te treffen maatregel.
De kans bestaat dat bij de uitvoering van het Brouwerseiland-project er toch een aantal dieselgeneratoren, met stikstofemissie, noodzakelijk zullen zijn. Bij het hiervoor bij punt l.6 vermelde Greenhuus-huisjesproject op de Kabbelaarsbank zagen wij dat, tegen alle afspraken en voorschriften in, ook gebeuren.
ln het Rho-rapport wordt in paragraaf 4.2.4 verwezen naar bijlage 6 bij de Passende Beoor-
deling voor een overzicht van het in te zetten stikstofemissieloos materieel. ln deze bijlage wordt onjuist aangegeven dat de in te zetten bulldozer Cat D6 XE elektrisch is. Zoals aange-
geven op de website van de leverancier, heeft deze bulldozer een hybride aandrijving; deels met een dieselmotor en deels met een elektrische motor. Voor de Cat C9.3B dieselmotor beschikt deze bulldozer over een brandstoftank van 341l. Het brandstofverbruik van dit nieuwe model is 35 % lager als dat van het voorgaande, volledig met een dieselmotor aangedreven model. De dieselmotor van deze hybride bulldozer vormt dus nog de dominante krachtbron.
de totaal-berekening van de stikstofemissie gedurende de aanlegfase, en de depositie op gevoelige habitattypen, dient alsnog de uitstoot van deze bulldozer betrokken te worden. Volgens de overzichten in bijlage 6 zal deze bulldozer 53 weken, zijnde 4.000 uren, in bedrijf zijn tijdens de aanlegfase. Bij
Vrachtwagens en carpoolplaatsen In paragraaf 4.2.4 wordt aangegeven dat alle vrachtwagens die bouwmateriaal aanvoeren
voor Brouwerseiland zonder stikstofemissie zullen rijden. Hiervoor moeten vrachtwagens met een dieselmotor stoppen bij de carpoolplaats bij Goederede, of de carpoolplaats bij Serooskerke-Schouwen. Vervolgens wordt daar de dieseltrekker afgekoppeld, wordt een elektrische trekker aangekoppeld, en de elektrische trekker trekt de vracht naar de projectlocatie.
Het lijkt vooral een 'window-dressing'-werkwijze op papier te zijn, waarbij het twijfelachtig is of hiermee veel winst te behalen valt wat betreft stikstofemissie. Ook de uitstoot van de afen aanrijdende vrachtwagens bij en op de carpoolplaatsen daalt neer op de aangrenzende N2000-gebieden. Op Schouwen moet daarbij ook het N2000-gebied Oosterschelde-binnendijks/Zuidkust Schouwen betrokken worden.
Voor een reeks specifieke vrachtwagentransporten zal deze werkwijze sowieso onmogelijk zijn. Bijvoorbeeld transporten met een dieplader, of extra lange opleggers met meerpalen, funderingspalen, of stalen perspijpen. Ook elektrische vrachtwagens met een betonmortelmolen zijn op Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland nog niet aanwezig.
15
Om te beginnen dient daarom in dit verband ervan uitgegaan te worden dat 20-40 % van de vrachtwagentransporten met een dieselmotor rechtstreeks naar en van het bouwterrein zal rijden. Dit zal in de Aerius-berekeningen verwerkt moeten worden. ,
Echter, los van het voorgaande zal deze werkwijze bij nadere uitwerking en na overleg met de wegbeheerder, Rijkswaterstaat, en verkeerspolitie, hoogst waarschijnlijk niet uitvoerbaar blijken te zijn. Beide carpoolplaatsen worden relatief intensief gebruikt, zijn klein, zeker die
bij Serooskerke, en beide zijn
in de
gelegen bij een erg druk verkeerskruispunt, waar het verkeer
zomermaanden regelmatig vast staat.
Het gemanoeuvreer met grote vrachtwagens tussen geparkeerde personenauto's gaat vier jaar lang een zeer dominante ontwikkeling vormen. In het Rho-rapport wordt aangegeven dat er sprake kan zijn van 20 zware verkeersbewegingen per dag per locatie. Dit, terwijl de carpoolplaats bij Serooskerke slechts 30 parkeerplaatsen voor personenauto's telt en een smalle, niet voor vrachtwagens geschikte ingang heeft die via een smalle middenberm van een erg druk kruispunt bereikt moet worden. Wat betreft ruimte en verkeersveiligheid kan deze locatie onmogelijkjarenlang gaan functioneren als een 'rangeerterrein voor grote vrachtwagens'. Bovendien gaan de komende jaren de kruispunten van de N57 bij Serooskerke sterk gereconstrueerd worden, middels nieuwe rotondes (uit te voeren door Boskalis), hetgeen de situatie ter plaatse de komende jaren nog complexer en gevaarlijker zal maken.
Ook bij Goederede betreft het een relatief kleine carpoolplaats, die tevens een functie heeft als vaste parkeerplaats voor vrachtwagens van chauffeurs die in de omgeving wonen. Ook bij Goederede is sprake van een gevaarlijk kruispunt ter plaatse, waar regelmatig aanrijdingen plaatsvinden.
Het voorstel om deze carpoolplaatsen te gaan gebruiken als rangeerterreinen voor vrachtwagens bestemd voor Brouwerseiland lijkt vooralsnog onrealistisch te zijn. Mocht de verlening van een Wnb-vergunning voor Brouwerseiland in beeld zijn, dan dient in ieder geval zeker te zijn dat deze werkwijze formeel is toegestaan, bijvoorbeeld middels verleende schriftelijke toestemming door de wegbeheerder en verkeerspolitie.
Vooralsnog dient ervan uitgegaan te worden dat deze werkwijze niet mogelijk is. Dus, alle vrachtwagentransporten gaan rechtstreeks naar bouwlocatie. De uitstoot van dit vrachtverkeer, met jarenlang tientallen vrachtwagens per dag, dient bij de totale stikstofemissie in de
aanlegfase betrokken te worden. Voor deze Aerius-berekening moet wat betreft rijafstanden uitgegaan worden van de twee afstanden carpoolplaats - bouwlocatie, zoals voorgesteld
door Brouwerseiland B.V. zelf. Logistiek plan ln aansluiting op het voorgaande omtrent verkeerskundige veiligheid het volgende. De
Brou-
wersdam vormt één van de intensiefst gebruikte dagrecreatieve gebieden in Zuidwest-Nederland, met ca. 2 miljoen bezoekers perjaar, allemaal rijzend per auto. Hierbij wordt ge-
bruik gemaakt van elk deelgebied aan zowel de buiten- als binnenkant van de Brouwersdam. Grote evenementen vinden hier jaarlijks plaats. Voor bijvoorbeeld Concert at Sea wordt ge-
durende twee weken de dam deels afgesloten.
16
Een vier jaar durend mega-bouwproject als Brouwerseiland, waarbij onder andere dagelijks 800 bouwvakkers en tientallen zware vrachtwagens op en neer rijden, gaat hier enorme logistieke- en veiligheidsproblemen veroorzaken. Daarbovenop begint in 2023/24 een tweede
mega~bouwproject aan de Brouwersdam; zie hierna punt ll.10. Dit betekent dat, voorafgaande aan de eventuele verlening van een Wnb-vergunning, er
eerst een uitgewerkt en formeel goedgekeurd logistiek- en veiligheidskundig plan beschikbaar moet zijn. Een dergelijk plan zal gepaard gaan met extra, en veel stikstofemissie. Zo zullen parkeer- en opslagterreinen aangelegd moeten worden, waarschijnlijk door ruimtege-
brek op afstand van de bouwplaats, en omleidingsroutes.
Ook in dit verband kan in dit stadium nog geen sprake zijn van een de eventuele verlening van een Wnb-vergunning. Scheepstransport
Alhoewel het niet vermeld wordt in het Rho-plan, zou het kunnen dat er materiaal-aanvoer per schip zou gaan plaatsvinden, bijvoorbeeld stortsteen voor oeververdedigingen. lndien dat het geval is, dient ook daarvan de stikstofemissie berekend te worden. Uitgangspunt hierbij voor de vaarafstand is de benadering zoals wij die voor de recreatievaart bij punt l.5
aangegeven hebben.
Resumé Voor de stikstofemissie tijdens de aanlegfase is het Rho-rapport voor meerdere punten ondeugdelijk. Er dienen eerst een aantal aannames zeker gesteld te worden, en een aantal aanvullingen, correcties en herberekeningen uitgevoerd te worden. Uiteindelijk zal blijken dat de stikstofemissie tijdens de aanlegfase veel groter is dan thans bepaald is. Dit zal betekenen significante aantasting van meerdere kwetsbare habitattype op verschillende N2000-locaties.
wordt ten onrechte voor de aanlegfase uitgegaan van een beperkte stikstofemissie gedurende twee, zogenaamde, jaren. Zoals wij hiervoor aangetoond hebben betreft het echter een veel omvangrijkere stikstofemissie gedurende de gehele vier jaar durende aanlegfase. Dit direct gevolgd door de, hoge, structurele emissie gedurende de geln het Rho-rapport
bruiksfase.
Vanaf het begin van de aanlegfase vindt voor goed een zware bemesting van kwetsbare habitattypen plaats