Raad van State Brouwerseiland
Tekst van het document
8.
Stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase
De structurele stikstofemissie gedurende de gebruiksfase, veroorzaakt door interne verkeersbewegingen, autoverkeer van komende en gaande bezoekers en van scheepvaart van en naar de jachthaven is hiervoor besproken bij punt l|.2 en punt ll.5.
17
Ecologische toets
9.
Zoals uit de voorgaande punten naar voren is gekomen, dienen de Aerius-berekeningen voor de aanlegfase, waartoe ook de verplichte inrichtingsmaatregelen buiten de eigenlijke
bouwlocatie behoren, en de gebruiksfase opnieuw uitgevoerd te worden. In beide gevallen zal de totale stikstofemissie aanzienlijk hoger uitvallen dan de waarden die in het Rho-rapport aangegeven worden, en waarvan uitgegaan wordt in paragraaf 6, Ecologische toets. De ecologische toets zal opnieuw uitgevoerd moeten worden met de gegevens van de ge-
corrigeerde Aerius-berekeningen.
We geven hier kort commentaar op twee punten in de ecologische toets. -
Ten onrechte wordt in paragraaf 6.4.1 gesteld: 'Een stikstofdepositiebijdrage van 0,01 mol/ha/jr is dus dermate klein dat een meetbaar en ecologisch effect is uitgesloten, ook niet bij een overbelaste situatie.' Een dergelijke hoeveelheid stikstof heeft wel degelijk effect op de groeisnelheid en biomassa-productie van bepaalde plantensoorten. Hierdoor wordt in een kruidenrijke graslandvegetatie de balans verstoord ten gunste van snel groeiende, algemene soorten, tegenover 'schrale', vaak zeldzamere soorten met een lage groeisnelheid, c.q. concurrentiekracht. ln de jaren tachtig van de vorige
eeuw is gedurende een aantal jaren een landelijk
breed opgezet wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd, waarbij de universiteiten van Groningen en Nijmegen en het ecologisch onderzoeksinstituut Weeversduin in Oostvoorne betrokken waren, naar de ecologie en fysiologie van weegbree-soorten. Er werden zowel veld- als laboratoriumexperimenten uitgevoerd. Zo werd bijvoorbeeld duidelijk dat smalbladige weegbree, een algemeen voorkomende soort en stikstofminnend, in een watercultuur onder stikstofbeperkte groei-omstandigheden direct reageert op een zeer kleine stikstof-toename in de wortelzone. Een toename die ruim beneden de 1 micromol/l ligt bleek al een duidelijke groeistimulus te veroorzaken.
-
Ten onrechte wordt in paragraaf 6.6.1 gesteld dat door het jaarlijkse maaibeheer in de Zouten en Zoeten Haard de stikstofdepositie uit het systeem verwijderd wordt. Extra biomassa-productie in natuurgebieden is inderdaad één van de gevolgen van de overmaat aan stikstofdepositie. En, die wordt middels een maaibeheer, in principe zijnde een noodoplossing, in de plaats van een extensief begrazingsbeheer, afgevoerd. Echter, een ander gevolg van extra stikstofdepositie is de hiervoor geschetste verstoring van de fragiele balans in een soortenrijke vegetatie. Algemene voorkomende soorten reageren veel krachtiger op extra stikstofaanvoer dan zeldzame soorten meteen beperkte concurrentiekracht. Zo verschuift ook onder een maaibeheer de vegetatie-samenstelling ten nadele van 'schrale', veelal zeldzame soorten.
10. Cumulatie
Door Rijkswaterstaat worden al een aantal jaren voorbereidingen getroffen voor de instelling van een mini-getij op de Grevelingen, primair ter verbetering van de waterkwaliteit. 18
Hiervoor wordt een omvangrijke spuisluis in de Brouwersdam aangelegd, vele malen groter dan de huidige Brouwerssluis. De aanleg van dit doorlaatmiddel is een groot infrastructureel project, dat circa drie jaar gaat duren. Het begin van de aanleg is in 2023 of 2024 ge-
pland. De bouw van dit doorlaatmiddel zal met hoge stikstofemissie gepaard gaan.
Gesteld dat Brouwerseiland een Wnb-vergunning verleend zou worden, dan valt de uitvoering van deze twee omvangrijke projecten deels samen. Dus ook de omvangrijke stikstofemissie van beide projecten. Dit, terwijl de omgeving gevormd wordt door kwetsbare
N2000-gebieden.
Voor het doorlaatmiddel-project is nog geen Wnb-vergunning verleend. Dan is volgens jurisprudentie nog geen cumulatietoets noodzakelijk. Toch zou dat in dit bijzondere geval wel een speciale eis voor het Brouwerseiland B.V. behoren te zijn, waarbij Rijkswaterstaat een verkenning van de natuur- en milieu-effecten van dit project zou dienen aan te leveren. Daarnaast zou deze situatie voor uw college een reden dienen te vormen om extra kritisch te zijn aangaande het verlenen van de onderhavige vergunning.
11. Conclusies stikstofdepositie
Er is vele maanden door meerdere adviesbureau's aan de onderhavige Wnb-aanvraag en
onderliggende rapporten voor het onderdeel stikstofemissie door Brouwerseiland gewerkt. Na indiening van de aanvraag bij uw college op 10 april 2020 is er naderhand, middels mailcontacten, nog maanden verder aan deze aanvraag 'gesleuteld'. Op 28 juni 2020 resulteerde dat in een geheel nieuw basisrapport. Daarna is er wederom tot 10 juli 2020 verder 'ges|euteld', waarna uw college terecht heeft aangegeven voornemens te zijn geen Wnb-
vergunning te verlenen. Dit moeizame voortraject geeft al aan dat deze aanvraag een 'mission impossible' is. De
aanvraag gaat uit van veel aannames over toekomstige ontwikkelingen, met een hoog gokgehalte, veel 'creatief boekhouden' wat betreft Aerius-berekeningen, en nog een reeks 'losse einden' aangaande voorafgaande, verplichte inrichtingsmaatregelen, waarvoor bestuurlijke besluitvorming nog moet plaatsvinden. Uitgaan van mogelijke toekomstige ontwikkelingen sluit, vanwege het voorzorgbeginsel van de Wnb ('bij twijfel niet inhalen'), het verlenen van een Wnb-vergunning sowieso al uit. Al deze onzekere factoren moeten eerst vervangen worden door zekere feiten en uitgangs-
punten. Daarnaast dienen de meeste berekeningen voor stikstofemissie opnieuw uitgevoerd te worden, waarbij dan uitgegaan moet worden van realistische uitgangspunten en data-sets, in plaats van fictieve werkwijzen en gegevens.
Indien op deze wijze de aanvraag en de onderbouwing daarbij opnieuw uitgewerkt zal wor-
den, zal blijken dat de verlening van een Nbw-vergunning onmogelijk blijft. Dit, door een erg hoge stikstofemissie in de aanleg- en gebruiksfase van het project, hetgeen significante aantasting van meerdere kwetsbare habitattypen in omringende N2000-gebieden zal ver-
oorzaken.
19
lll.
Inhoudelijke argumenten Wnb Gebiedsbescherming, overige effecten
Op enkele overige effecten buiten stikstofdepositie in relatie tot de Wnb wet- en regelgeving
voor NZOOO-gebieden gaan wij hierna vooralsnog kort in, naar aanleiding van hetgeen hierover is beschreven in de 'Passende beoordeling Brouwerseiland' van 29 mei 2020, welk rapport is opgesteld door adviesbureau Tauw. Hierna aangeduid als PB.
Een korte reactie omdat ten eerste wij ervan uitgaan, zoals uit het voorgaande naar voren komt, dat het reeds vanwege het punt stikstofemissie in de aanleg- en gebruiksfase onmogelijk is om een Wnb-vergunning voor het project Brouwereiland te verlenen. En ten tweede omdat voor het onderhavige project uw college nog niet is ingegaan op de overige effecten aangaande de Wnb Gebiedsbescherming regelgeving, waarschijnlijk van-
wege uw voornemen om geen Wnb-vergunning voor dit project te verlenen op basis van het punt stikstofemissie.
1.
Grevelingen, voorafgaande inrichtingsmaatregelen
Hiervoor is bij punt l|.3 aangegeven dat voordat met het Brouwerseiland-project begonnen zou kunnen worden, eerst de Springersdiephaven heringericht moet worden; de aanleg van een loswal en het verdiepen van de haveningang. Daarnaast moeten er hier, in of bij de ha-
ven, 60 passantenplaatsen aangelegd worden (zie punt |l.4). Deze ontwikkelingen betekenen een toename van beroeps- en pleziervaart in een thans nog erg rustig noordwestelijk gedeelte van de Grevelingen.
Op de effecten van deze verplichte ontwikkelingen, in samenhang met de verstorende effec-
ten van Brouwerseiland zelf (ruimtelijke cumulatie), is ten onrechte niet ingegaan in de PB. Als in verband met de inrichtingsmaatregelen in en bij de Springersdiephaven de SOVON leefgebiedkaarten voor kwalificerende broedvogels, PB paragraaf4.2.4, beschouwd worden, blijkt het volgende:
een mogelijke realisatie van het project zal het broed- en leefgebied van de volgende N2000 broedvogel-doelsoorten verstoord gaan worden: Bruine kiekendief, Visdief, Kluut, Bontbekplevier, Grote stern, Visdief, Dwergstern. Ook het leefgebied van een aantal nietbroedvogel-doelsoorten zal verstoord worden. Dat van onder andere: Fuut, Middelste Zaagbek, Grauwe gans, Rotgans, Wilde eend, en Meerkoet. Bij
Uit jurisprudentie komt naar voren dat in situaties dat er meerdere N2000-doelsoorten blij-
vend verstoord zullen worden, waarbij het niet duidelijk is of het een significante verstoring betreft, de verstoring van alle soorten gezamenlijk toch als significant beschouwd moet worden. Indien de effecten van het deelgebied Middelplaathaven en deelgebied Springersdiep in samenhang beschouwd worden, is het duidelijk dat het argument, vermeld in de PB (o.a. pa-
gina 138, 140, 142, 143), dat doelsoorten die door de realisatie van Brouwerseiland
20
verstoord worden wel kunnen uitwijken naar elders, niet juist is voor het westelijke gedeelte
van de Grevelingen. Het gedeelte bij de Springersdiephaven vormt thans nog, naast de Middelplaathaven, het enige rustige deelgebied in het westelijke gedeelte van de Grevelingen. Dus, het dichtst bij gelegen vluchtgebied voor vogels die in of nabij de Middelplaathaven verstoord worden. Het gedeelte ten zuiden van de Springersdiephaven tot aan Marina Port Zélande wordt gevormd door een aangewezen gebied voor raceboten en waterscooters.
2.
Grevelingen, optische verstoring door recreatievaart
Ten onrechte wordt in paragraaf 6.3.5, pagina 168, gesteld dat na realisatieivan Brouwerseiland door optische verstoring door vaarrecreatie van kwantificerende vogelsoorten de kwaliteit van de Grevelingen, in het bijzonder het gedeelte ten zuiden van de Kabbelaarsbank, niet geschaad zou worden. Dit, omdat hier nu ook al vaarrecreatie plaatsvindt. Echter, de huidige vaarrecreatie is hier thans erg extensief, en staat niet in verhouding tot een veel intensiever vaarrecreatie in dit deelgebied als er een grote jachthaven met 350 lig-
plaatsen aan de Brouwersdam aangelegd zou worden. De mate van verstoring van kwantificerende vogelsoorten zal hier dan ook sterk gaan toenemen. Bovendien zal door de toege-
nomen vaarintensiteit, met laverende zeilboten, ook de breedte van de scheepvaart-stroom
toenemen. Dus, de oppervlakte verstoord gebied zal groter worden.
Ook buiten het zomerhalfjaar zal hier recreatievaart gaan plaatsvinden, hetgeen nu nauwelijks voorkomt. De personen die een huis met een vaste ligplaats in Brouwerseiland kopen
zullen kapitaalkrachtig en in de meeste gevallen ouder, 55plus, zijn. Dit betekent dat in veel gevallen hun schip een grote motorboot, met verwarming, zal zijn, waarmee ook goed bui-
ten de zomermaanden gevaren kan worden.
Zoals aangegeven in het N2000 beheerplan voor de Grevelingen 2016-2022 is ten zuiden van
de Kabbelaarsbank een groot winterrustgebied voor kwantificerende vogelsoorten aangewezen. Dit rustgebied zal telkens sterk verstoord worden als dit doorkruist wordt door een schip dat van of naar Brouwerseiland vaart.
3.
Grevelingen, mitigerende maatregelen
'Om effecten van aanleg/of gebruik van Brouwerseiland op vooral watervogels te verkleinen of te voorkomen worden mitigerende maatregelen getroffen. Bij de beoordeling van de effecten op de Grevelingen is rekening gehouden met ln de PB wordt gesteld, op pagina 14,
de effecten van deze maatregelen.' Echter, uit jarenlange ervaring met dergelijke recreatieve projecten weten wij dat dergelijk maatregelen niet succesvol zijn. Ze kunnen niet beschouwd worden als harde, structurele
maatregelen die negatieve natuureffecten van het bouwproject in kwestie opheffen of
21
verzachten. Ze kunnen daarom geen rol spelen bij de beoordeling van effecten in de onder-
havige PB. ln het algemeen doen projectontwikkelaars tijdens de procedurele voorbereiding voor een
bouwproject regelmatig toezeggingen en beloftes over mitigerende maatregelen. Ook al worden daarbij schriftelijke overeenkomsten toegepast, ondertekend door betrokken partijen; in de praktijk komt er van de toezeggingen, zeker na één of twee jaar, niets terecht.
Een projectontwikkelaar voert het project uit, verkoopt het en is niet meer aanspreekbaar op gemaakte afspraken. Toezicht, handhaving en verbaliserend optreden, noodzakelijk om de gemaakte beloftes in stand te houden is onmogelijk. Daarvoor is de parkbeheerder niet uitgerust, en wil daar ook niet aan beginnen
om strijd met huiseigenaren of -gebruikers te
voorkomen.
Op pagina 175 worden de voorgestelde mitigerende maatregelen samengevat. We zetten daar enkele kanttekeningen bij: -
Verbod in- en uitvaart oostelijke vaaropening in de winter. Dit is niet handhaafbeer. Zo zullen booteigenaren waarvoor het gebruik van de andere opening lastig is, bijvoorbeeld door de locatie van hun vaste ligplaats en/of de omvang van hun boot, zich niets van deze regel aantrekken.
-
-
Verbod om 's winters tussen de eilanden in het vakantiepark te varen. Niet houdbaar; zie het voorgaande punt. Ballenlijnen bij de Brouwerssluis. Over dit gebied heeft Brouwerseiland B.V. geen zeggenschap. Voorafgaande aan een eventuele verlening van een Wnb-vergunning dient voor dit voorstel met Rijkswaterstaat en mogelijk Staatsbosbeheer een vergunningverlening voor aanleg, beheer, onderhoud, keuring, veiligheid en eventuele schadeclaims geregeld te zijn.
-
1 ha aan grasstroken aan de oostkant van Brouwerseiland voor meerkoeten, met een
hondenaanlijngebod tussen 1 november en 31 maart. Deze zogenaamde 'natuuroever' is vreemd genoeg ook al bestemd als 'surfoever', zoals aangegeven in het concept bestemmingsplan Brouwerseiland. Surfers zijn het gehele jaar bij de surfbaai aanwezig, zoals ook aangegeven in de PB. Er is sprake van een onmogelijk functiecombinatie.
Overigens, deze grasoever zal zowel voor herbivore vogels als voor surfers niet bruikbaar zijn. Bij gebrek aan andere locaties in het vakantiepark zal deze oeverzone een intensief gebruikt hondenuitlaatgebied worden, met veel hondenpoep. Uit ervaring
met natuurgebieden weten we dat, ook al staan er veel borden met de tekst 'honden aangelijnd', loslopende honden een groot, toenemend probleem vormen. Veel hondeneigenaren zijn niet aan te spreken op het aanlijnen van hun hond, hetgeen met agressie gepaard kan gaan. 4.
Voordelta, verstoring zeehonden
ln de PB wordt in paragraaf 6.1.2, vanaf pagina 126, gesteld dat het zandtransport voor
Brouwerseiland in de Voordelta geen probleem zal vormen voor rustende en zogende
22
gewone en grijze zeehonden. Dit, omdat de Middelplaat, één van de belangrijkste zeehon-
denieefgebieden van Zuidwest Nederland, op 400 m afstand door de zandschepen gepasseerd zal worden. Deze aanname zou mede ondersteund worden door conclusies van een literatuurstudie naar zeehondenverstoring samengevat in een rapport van 6 april 2020 opgesteld door adviesbureau Tauw, zijnde bijlage 11 bij de PB.
Echter, om meerdere redenen kan op basis van deze aanname voor dit punt geen Wnb-ver-
gunning voor het project Brouwerseiland verleend worden.
Ten eerste gelden de volgende bepalingen voor scheepvaart in de Voordelta, vastgelegd in het N2000 beheerplan Voordelta 2015 - 2021: -
-
De minimaal aan te houden afstand voor zandschepen tot de buitengrens van een aangewezen rustgebied voor zeehonden, hetgeen de Middelplaat is, is 1200 m. indien pups van de gewone zeehond in een rustgebied aanwezig zijn, in de periode mei-juli, moet een groter afstand dan 1200 m aangehouden worden.
Deze formele bepalingen komen ten onrechte niet in de PB aan de orde. Deze zeehondenbeschermingsmaatregelen gelden ook voor de N2000-Deltawateren. In de loop van de jaren zijn deze bepalingen regelmatig bekrachtigd middels verleende Nbw-vergunningen en jurisprudentie.
Voorbeeld 1. ln een op 12 december 2016 door het Ministerie van Economische Zaken verleende Nbw-vergunning aan de Vereniging van importeurs van Schelpdieren te Nootdorp voor het verwateren van Deense mosselen in de Oosterschelde is één van de voor.groepen vogels mogen niet dichter dan tot een afstand van 500 m benaschriften: derd worden (ook een belangrijk punt voor het onderhavige project, waar we hier niet verder op ingaan) en zeehonden niet dichter dan tot een afstand van 1500 m.' '.
.
Voorbeeld 2. in een uitspraak van de Afdeling, van de Raad van State, van 11 juli 2018 aangaande het beroep dat de Vereniging van Beroepsvissers had ingediend tegen het vaststellen van het N2000-beheerplan Deltawateren (ECLi:NL:RVS:2018:2314) wordt gesteld: '. Om de kwaliteit van het leefgebied te vergroten acht de minister het verzekeren van de rust van met name jonge zeehonden van belang. Hiervoor is in het beheerplan een afstand opgenomen van 1200 m die moet worden aangehouden voor rustende .
.
zeehonden]
Een verstoringsafstand van 1200 m, de basis vormend voor de voorschriften van zowel het vigerende N2000 beheerplan Deltawateren als het vigerende N2000 beheerplan Voordelta, is voornamelijk gebaseerd op het tot nu toe enige, gericht uitgevoerde verstoringsonderzoek in Nederland: Brasseur, S.H.J.M. en Reijnders, P.J.H., 1994. Invloed van verstoringsbronnen op het gedrag en habitatgebruik van gewone zeehonden: consequenties voor inrichting van het gebied. INB-rapport 113. in de jaren na deze publicatie zijn er een aantal rapporten gepubliceerd over incidentele
waarnemingen bij vaste zeehondenrustgebieden.
23
Ten tweede komt uit goed uitgevoerd literatuuronderzoek naar publicaties over zeehondenverstoring naar voren dat nog steeds van een minimale verstoringsafstand van 1200 m uitgegaan moet worden. Bij zo'n degelijk literatuuronderzoek dient het voorzorgbeginsel, zoals vastgelegd in de Nbw en Wnb, voorop te staan bij de interpretatie van data en conclusies. Dus, voor activiteiten, scheepvaartbewegingen, die bij zeehondenrustgebieden plaatsvinden dient een grote veiligheidsmarge voor onverwachte ontwikkelingen, bijvoorbeeld sterke wind, stroming of technische problemen, ingecalculeerd te worden. Worst case scenario's dienen altijd het uitgangspunt te vormen.
Voor de voorgaande beroepsprocedure tegen Brouwerseiland hebben de onderhavige natuurorganisaties ecologisch advies Buro Bakker verzocht het volgende rapport op te stellen: Buro Bakker, 7 augustus 2018 'Contra-expertise Brouwerseiland, aanvulling. Bij punt 2.2.2 van dit rapport is een analyse van literatuurgegevens over zeehondenverstoring samengevat. De conclusie daarbij is dat, het zekere voor het onzekere nemend, uitgegaan moet blijven worden van 1200 m. ln dit rapport van Buro Bakker wordt tevens vastgesteld dat voor de verstoring van
zwem-
mende en vissende zeehonden door onderwatergeluid veroorzaakt door een scheepsmotor,
uitgegaan moet worden van een minimale verstoringsafstand van 1700 m. Zwemmende en vissende zeehonden zijn in hoge dichtheden rond het rustgebied Middelplaat aanwezig.
Met andere woorden, uitgaande van de Middelplaat als optimaal functionerend zeehondenrustgebied, wetende dat andere zeehondenrustgebieden in de Voordelta de laatste jaren in
toenemende mate verstoord worden, schepen moeten 1700 m afstand houden tot de Middelplaat.
Ten onrechte wordt in de onderhavige literatuurstudie van Tauw gesteld dat een aan te houden verstoringsafstand voor zeehondenrustgebieden van 400 m, 3x kleiner dan de voorgeschreven afstand, geen probleem vormt. ln deze studie is selectief gebruik gemaakt van literatuurbronnen, en selectief gebruik gemaakt van data en conclusies. Dit is geen wetenschappelijk verantwoorde werkwijze, en is daarom ondeugdelijk. _
Zo wordt onder andere de hiervoor vermelde publicatie van Brasseur en Reijnders, de Nederlandse maatstaf vormend voor zeehonden-beschermingsmaatregelen, genegeerd. Evenzo worden bevindingen van wel opgenomen studies genegeerd. Zo wordt bijvoorbeeld in de publicatie, ook opgenomen in de studie van Buro Bakker, van Didderen, K., Bouma, S. en Lengkeek, W., 2012. Reacties van zeehonden op menselijke activiteiten. Waarnemingen op de Hooge Platen en de Middelplaat. Bureau Waardenburg bv., rapportnummer 12-006. gesteld; '_ .een op 700 m langsvarende boot van Rijkswaterstaat op 12 november had tot gevolg dat een groot deel van de daar liggende zeehonden, 110 van de 172, het water in vluchtte.' Een dergelijke constatering paste niet in de 'gelegenheids-redenatie', en is daarom genegeerd in de onderhavige Tauw-studie. .
In diverse literatuurstudies over zeehondenverstoring wordt aangegeven dat verstoring van
zeehonden plaats en tijdsgebonden is. Zowel gewone als grijze zeehonden zijn extra gevoelig voor verstoring voorafgaande aan en tijdens de kraamperiode, voor de gewone zeehond 24
april, mei -juli, en de verharingsperiode, voor de gewone zeehond augustus-september. Ten
onrechte wordt in de Tauw-studie gesteld dat zeehonden tijdens de zoogperiode minder verstoringsgevoelig zouden zijn.
Door Tauw zijn in september - oktober 20190 waarnemingen verricht, 12x, naar de effecten van een toen uitgevoerde strandsuppletie bij Renesse. De conclusie van dit veldonderzoek is dat er geen verstoring van zeehonden ten gevolge van de langsvarende zandschepen plaats vond. Door ondergetekende Buth, ecoloog zijnde, zijn in die tijd, en ook tijdens een in 2016 uitgevoerde strandsuppletie, enkele veldwaarnemingen uitgevoerd. Daarbij constateerde hij dat incidenteel wel groepen zeehonden het water in vluchtten. Dat gebeurde voornamelijk bij slechtere weersomstandigheden, waardoor het zandschip een andere koers voer, of, voor uren en soms dagen in de luwte van de Middelplaat voor anker ging. Een dergelijke ontwikkeling wordt overigens ook in de Tauw-studie op pagina 25 aangege.is het aantal zeehonden op de Middelplaat lager geworden dan in de periven; 'ln Fase 2, ode ervoor. Dit begon op 27 september 2019 toen één van de hoppers vlak bij de Middelplaat voor anker ging liggen.' .
_
Uitgaan van dergelijke 'onregelmatigheden', een worst case scenario, dient een primair criterium te zijn bij een vergunningverlening voor zandtransporten in de Voordelta. Ook in dit
verband blijft 1200 m een veilige afstand.
Overigens, veldwaarnemingen gedaan in september-oktober kunnen niet als representatief
beschouwd worden voor de periode april-mei.
Gezien de aard van het onderhavige project, zoals hiervoor samengevat bij punt ll.3, geen groot maatschappelijk belang dienend en in strijd met huidige r.o.-wetgeving voor de kust,
dient ook wat betreft zeehondenbescherming extra terughoudend omgegaan te worden met
het eventueel verlenen van een Wnb-vergunning.
Een dergelijke vergunning zal bovendien een gevaarlijk precedent creëren. ln principe moet dan voor elke activiteit of project waarvoor vlak langs zeehondenrustgebieden in de Deltawateren en de Voordelta gevaren moet worden een Wnb-vergunning verleend worden. Een andere gevolg van de verlening van een Wnb-vergunning voor Brouwerseiland zal zijn dat hierdoor het, sterk verstorende, 'zeehonden-toerisme' middels motorbootjes die dicht tegen de rand van de Middelplaat varen en/of gaan liggen, gestimuleerd wordt. Deze vorm van recreatie vindt hierjaarlijks in toenemend mate plaats. indien grote schepen vrijbrief krijgen om vlak langs de Middelplaat te varen, binnen de formele begrenzing van het rustgebied, dan zullen kleine motorboten dat zeker ook gaan doen. Bekend is, zoals blijkt uit de jaarlijkse rapportage over toezicht en handhaving in de Voordelta, dat toezichthouders de toenemende mate van verstoring in de N2000-gebied niet kunnen keren.
25
5.
Conclusie overige effecten
Alhoewel wij niet uitgebreid, en niet op alle onderdelen, zijn ingegaan op overige N2000-aspecten buiten stikstofemissie, blijkt dat de PB voor meerdere punten ondeugdelijk is. Zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase zal significante aantasting van N2000-doelsoorten plaatsvinden. Ook hierdoor zal de verlening van een Wnb-vergunning voor het project Brouwerseiland niet mogelijk zijn.
26
V21,
I
vi
.rw
Q
Secretariaat
Natuur 8a Vogelwacht Schouwen - Duiveland
ll
lb
W
N
Boogerdweg 8 4321 SN Kerkwerve Tel: 0111-671265
'Y
199
“IND
e-mail: secretariaagwnvsd.nl KVK 40309671 /'
j 1
4
Gemeente Schouwen-Duiveland Postbus 5555 4300 JA ZIERIKZEE Kerkwerve, 8 oktober 2020
/f'
§;„
/id", ..
Kenmerk GS Zeeland: ZKO00009 1 / 20013264 Onderwerp: zienswijze Wnb-vergunning Brouwerseiland, aanvulling
Geacht College van Gedeputeerde Staten van Zeeland,
Op 14 september 2020 heeft onze vereniging, mede namens vijf andere
natuurbeschermingsorganísaties, een zienswijze ingediend over uw voornemen van 22 juli 2020 tot weigering van het verlenen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de realisatie van het project Brouwerseiland. Bij deze voegen wij, de zes natuurorganisaties gezamelijk, het hierna volgende toe aan onze zienswijze van 14 september 2020.' I.
Wnb Gebiedsbescherming, stikstof
Zoals aangegeven in een nieuwsbericht van 18 september 2020 van de uitvoeringsorganisatie van de 12 provincies Bij 12, is op 15 oktober a.s. de release van een nieuwe versie van AERIUS Calculator gepland. Bij deze actualisatie zijn onder andere aanpassingen op emissiefactoren als mobiele werktuigen, wegverkeer en scheepvaart ingevoerd. Volgens de richtlijnen voor deze verplicht te gebruiken berekeningsmethode bij een Wnb-vergunningsaanvraag, moet altijd gebruik gemaakt worden van de laatste versie van AERIUS Calculator. Dit betekent dat als voor het onderhavige project Brouwerseiland voor 15 oktober a.s. nog geen besluit genomen is voor vergunningverlening, de berekening en de toetsing moet worden aangepast aan de
nieuwe versie.
Zoals aangegeven in onze zienswijze van 14 september jl. wordt in de huidige vergunningsaanvraag reeds uitgegaan van onjuiste aannarnes en berekeningen voor de stikstofemissie. Dit wordt voor een aantal punten eveneens in uw voornemen tot weigering van vergunningver1
lening geconstateerd.
Ook nieuwe berekeningen van de stikstofemissie van dit project zullen ons inziens niet tot vergunningverlening kunnen leiden. II.
Wnb Gebiedsbescherming, overige effecten
In onze zienswijze van 14 september j.1. wordt bij punt III.4 ingegaan op verstoring van zeehonden in de Voordelta. Op pagina 23 van onze zienswijze worden twee voorbeelden aangegeven waaruit blijkt dat voor het
N2000-gebied Voordelta voor commerciële activiteiten standaard uitgegaan moet worden van een minimale verstoringsafstand tot rust/fourageerebieden voor zeehonden en /of zeevogels van 1200-1500 m, respectievelijk 500 m. Hieraan worden nog twee recente voorbeelden toegevoegd:
Voorbeeld 3. In de op 15 januari 2019 door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verleende Wnb-vergunning, met kenmerk DGNVLG-NB 18316616, voor Ensisvisserij in de N2000-gebieden Noordzeekustzone, Voordelta, Vlakte van de Raan en Westerschelde 85 Saeftinghe, luidt voorschrift 18: “Groepen vogels mogen niet dichter worden genaderd dan tot een afstand van 500 meter en rustende zeehonden mogen niet dichter genaderd worden dan tot een afstand van
1200 meter.'
Voorbeeld 4. In de op 24 mei 2019 door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verleende Wnb-vergunning, met kenmerk DGNVLG-NV/ 19129725, voor mosselzaadvisserij in de Zuidwestelijke Delta 2019 tot en met 2022 luidt voorschrift 18: “Specifiek geldt voor de Voordelta dat rustende zeehonden en vogels niet dichter dan tot op een mogen worden genaderd.' afstand van 1200 m, respectievelijk 500
m
Alle vier de voorbeelden onderstrepen de in het vigerende N2000-
beheerplan Voordelta vastgelegde uitgangspunten voor aan te houden verstoringsafstanden voor commerciële activiteiten. Alleen voor de om de paar jaar vanwege veíligheidsbelang noodzakelijke strandsuppleties, die doorgaans enkele weken duren, is in het beheerplan een uitzonderingsregel vastgelegd.
Een Wnb-vergunning voor zandaanvoer door de Voordelta voor het pro-
ject Brouwerseiland op de wijze zoals aangegeven in de onderhavige Passende Beoordeling is daarom uitgesloten. Indien een alternatieve werkwijze, bijvoorbeeld een andere vaarroute en/ of een langere buisleiding, duurder zou zijn, mogen economische
belangen volgens jurisprudentie geen reden vormen om toch een vergunning voor de thans voorgestelde werkwijze te verlenen.
2
Hoogachtend,
Dr. G.J.C. Buth, interim-voorzitter
H .J. Visser, secretaris
\1 F,
/-
\\
Secretariaat
0t
Natuur 85 Vogelwacht
Schouwen - Duiveland i
EN VUGE
“E
íš
Nfipo
›-l
S
E
B oogerd weg s 4321 SN Kerkwerve
O”'b7v_1>\S\`f°
Te1;o111-671265
e-mail: secretariaat§(1`anvsd.nl KVK 403 09671
/
,
/ ;>
1
Gemeente Schouwen-Duiveland Postbus 5555 4300 JA ZIERIKZEE
} _/
i
c'-
A
v
«
\
Kerkwerve, 29 oktober 2020
Kenmerk GS Zeeland: ZK000009l / 20013264 Onderwerp: zienswijze Wnb-vergunning Brouwerseiland, 2de aanvulling
Geacht College van Gedeputeerde Staten van Zeeland,
Op 14 september 2020 heeft onze vereniging, mede namens vijf andere
Natuurbeschermingsorganisaties, een zienswijze ingediend over uw voornemen van 22 juli 2020 tot weigering van het verlenen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de realisatie van het project Brouwerseiland. Op 8 oktober 2020 hebben wij u een aanvulling onze zienswijze toegestuurd.
Bij deze voegen wij, de zes natuurorganisaties gezamelijk, de hierna volgende 2de aanvulling aan onze zienswijze toe. I.
Een nieuwe uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Recent is ons duidelijk geworden dat na de periode dat uw voor-
nemen tot weigering ter inzage gelegen heeft, er erg veel gewijzigd is
aangaande de oorspronkelijke vergunningsaanvraag van Brouwers~ eiland B.V. van 10 april 2020 plus een reeks aanvullende stukken eindigend met het e-mail bericht van 14 juli 2020 “Aerrius antwoord terreinruwheid, ons kenmerk 20023308'. Die ingrijpende wijzigingen maken wij op uit door Brouwerseiland B.V. aan de gemeente geleverde stukken voor een vergadering van de raadscommissie ruimte en economie die op 26 oktober plaatsgevonden heeft, waarbij het project Brouwerseiland het omvangrijkste agendapunt
vormde. Bij deze stukken zat onder andere de Rho-notitie van 19 oktober 2020 getiteld “Reactie op advies Hekkelman (brief 7 oktober 2020; beoordeling A
1
stikstofstukken 22 september 2020) en 2de second opinion Antea (d.d. september)'. Uit deze notitie maken wij op dat er na 14 juli vele herberekeningen en contra-expertise zijn uitgevoerd en uitgewisseld tussen de provincie en adviseurs van Brouwerseiland B.V. Op 22 september 2020 zou door, of namens Brouwerseiland B.V. een nieuwe, gewijzigde vergunningsaanvraag ingediend zijn. Daarnaast lezen wij over een naderhand uitgewerkt voorstel voor een geheel “ge-electriñceerd' vakantiepark, dat in de nieuwe vergunnings-
aanvraag zou zijn opgenomen.
Alhoewel wij nu over een gedeelte van de na 14 juli 2020 geproduceerde stukken aangaande deze vergunningsaanvraag beschikken, komt duidelijk naar voren dat er sprake is van ingrijpende wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke vergunningsaanvraag. Wij verzoeken u dan ook, in het geval u terugkomt op u voornemen om een Wnb-vergunning voor het project Brouwerseiland te weigeren, een
nieuw ontwerpbesluit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure op grond van afdeling 3.4 Awb te laten doorlopen. In dat geval zouden ook de andere, niet-stikstof aspecten aangaande de Wnb-gebiedsbescherming voor dit project aan de orde dienen te komen. In onze zienswijze, en de aanvulling daarop, zijn wij al kort op dit punt ingegaan.
Onwettige gang van zaken
II.
De hiervoor vermelde Rho-notitie van 19 oktober 2020 was in opdracht
van Brouwerseiland B.V. bij de stukken voor de commissievergadering gevoegd om de gemeenteraad op het laatste moment in te voeren in het complexe stikstofdossier van dit project.
Tot nu toe berust alles met betrekking tot de Wnb voor het project Brouwerseiland bij uw college, aangezien u daarvoor het bevoegd gezag vertegenwoordigt.
Op 5 november 2020 vindt een gemeenteraadsvergadering plaats,
waarin de raad besluit om al of niet het nieuwe concept-bestemmingsplan Brouwerseiland vast te stellen. Dit bestemmingsplan kan niet vastgesteld worden zolang er geen Wnb-vergunning voor dit project verleend is. De gemeenteraad moet daarom, op bevel van Brouwerseiland B.V., daarbij het college passerend, tijdens de vergadering eerst zelfstandig vaststellen dat een Wnb-vergunning door u verleend zal worden. Hierover wordt, namens Brouwerseiland B.V., in de begeleidende notitie van Poelmann van de Broek Advocaten getiteld “Kaders voor de vaststelling van het bestemmingsplan Brouwerseiland” gesteld: .gelet op de uitkomsten van het stikstofonderzoek is evident dat het In het kader plan geen gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. van de uitvoerbaarheid van het plan behoeft bij die uitkomst niet meer te worden ingegaan op de vraag of de Wnb vergunning kan worden ver'.
.
”
'.
.
.
2
leend.'
Over andere, niet-stikstof aspecten van de Wnb-gebiedsbescherming, wordt in deze notitie niets vermeld.
De notitie is door Poelmann van de Broek Advocaten opgesteld en aan de informatievoorziening vanuit het colde raad verschaft, omdat lege te wensen overlaat '.
.
.
.
.
'.
In deze notitie wordt tevens gesteld:
'.
.
.
de onzinnige vragen en op-
Merkingen van Antea en Hekkelman op het stikstofonderzoek zijn beantwoord en weerlegd. '
_
Het lijkt ons niet legitiem dat, op het laatste moment, door de projectontwikkelaar de gemeenteraad gedwongen wordt, met veel bluf en dreiging met een grote schadeclaim voor de gemeente, te besluiten dat u een Wnb-vergunning voor dit omvangrijke en complexe project zult gaan
verlenen.
Dit, terwijl het college van
b&w de raad bewust geen advies geeft over
het wel of niet vaststellen van dit bestemmingsplan, onder andere vanwege het ontbreken van een Wnb-vergunning en het gegeven dat binnen de gemeente geen kennis en ervaring aangaande Wnb-vergunningen
aanwezig is. III.
Voorzorgbeginsel
Het beeld van een emissieloos Brouwerseiland in de aanleg- en gebruiksfase, zoals dat uit de rapporten en notities van de door Brouwerseiland B.V. ingehuurde adviesbureau's naar voren komt, wordt gevormd door een fragiel kaartenhuis van een reeks aannames verwachtingen, met krachttermen beschreven beloftes, nieuwe werkwijzen en materieel die zich nog in de praktijk moeten bewijzen, en nieuwe, experimentele organisatie-systemen, bijvoorbeeld voor alle komende en gaande luxe- en vrachtauto”s naar/ van Brouwerseiland tijdens de gebruiks- en aanlegfase.
Met zoveel aannames en toekomst gerichte beloftes is de kans groot dat er bij de uitvoering en naderhand de explotatie van dit project weinig tot niets van het geschetste ideale, emissieloze beeld terecht komt en dat toch omvangrijke stíkstofuitstoot tijdens de aanleg- en gebruiksfase zal gaan plaatsvinden. Voor de Wnb vormt het voorzorgbeginsel een primair en hard uitgangs-
_
punt, hetgeen door jurisprudentie onderstreept wordt. Alleen al vanwege het voorzorgbeginsel zou het verlenen van een Wnbvergunning voor Brouwerseiland uitgesloten moeten zijn.
Natuurlijk juichen wij emissieloos bouwen en een autoverkeer met elektrische auto's toe. Het traject daar naartoe duurt echter nog vele jaren en er zal eerst nog veel geëxperimenteerd en ervaring opgebouwd moet-
en worden. Een omvangrijk project als Brouwerseiland, dat in strijd is met het
3
breed gedragen landelijke Kustpact en de Zeeuwse kustvisie, dat gelegen is in een omgeving gevormd door kwetsbare N2000-gebieden, en waarbij na de bouw en verkoop de projectontwikkelaar niet meer aanspreekbaar zal zijn op zijn beloftes en toezeggingen, vormt het laatst denkbare project om als proefkonijn voor emissieloos bouwen te fungeren.
Hierna volgen enkele opmerkingen die het drijfzand onder het door Brouwerseiland B.V. geschetste droombeeld illustreren, gebaseerd op enkele recente rapporten en notities over dit project. 1.
Gekunseld en onterecht worden voor de aanlegfase noodzakelijke ontwikkelingen als aparte, vergunningstechnisch niet tot het Brouwerseilandproject behorende deelprojecten beschouwd. Zo zouden bijvoorbeeld een transferium en de vrachtwagenhubs buiten de Wnb-procedure voor Brouwerseiland gehouden moeten worden, maar mag bijvoorbeeld het onderdeel zandaanvoer uit de Noordzee via de Voordelta wel meegerekend worden. Dit, terwijl die zandwinlocatie op veel grotere afstand ligt dan de hubs en het gedachte transferium. 2.
Het transferium-model berust op de aanname van het mogelijke voornemen van een autobedrijf uit de Randstad (Amega Groep) om dit transferium te gaan exploiteren. Dit, terwijl hierover nog niets concreet geregeld is en het überhaupt nog onduidelijk is of de gemeente GoereeOverflakkee hiervoor de noodzakelijke ontheffingen zal verlenen. Het gehele verkeersbeeld en veiligheidsaspecten op de Kabbelaarsbank, een zeer intensief gebruikt dagrecreatief gebied, zou door een dergelijk transferiumsysteem drastisch wijzigen. Bovendien, gesteld dat de exploitatie van dit transferiumsysteem wel gaat plaatsvinden, maar de desbetreffende ondernemer stopt er na enige tijd mee omdat het onvoldoende Winst oplevert, dan is er geen garantie op een vervolg. Dan is het over en uit met een emissieloos Brouwerseiland. 3.
Volgens het oude en nieuwe bestemmingsplan moeten de surfers, een erg omvangrijke, internationale groep mensen, vrije parkeerruimte binnen het vakantiepark Brouwerseiland geboden worden, zodat ze met hun meestal omvangrijke uitrusting op een korte loopafstand van de surfbaai kunnen staan. Veel surfers maken gebruik van een bestelbus of een camper. Ook de surfgemeenschap zou dus voortaan alleen met een elektrische auto mogen rijden. Dit is ondenkbaar en niet afdwingbaar. 4.
Het succes van het voorgenomen verhuursysteem voor de vakantiehuizen van Brouwerseiland, waarbij huurders vooraf een e-auto voor 4
hun woonhuis ergens in Nederland of Europa geplaatst krijgen voor gebruik tijdens hun vakantie, is lang niet zeker. Indien dit verliesgevend
voor de exploitant van de verhuur van de huizen blijkt te zijn, dan zal er ook in dit geval geen garantie op opvolging van dit system zijn. _
5.
Uit de notitie van ZKA Strategy van 19 oktober 2020 getiteld “Commentaar op het rapport Second-opinion E-concept Brouwerseiland' maken wij op dat er pas 5 jaar na de afronding van de bouw van het
vakantiepark uitgegaan kan worden van een emissieloos project; 'De second-opinion had over de periode 2025-2030 moeten gaan, feitelijk negeert Over Morgen (een door de gemeente ingehuurd adviesbureau) hiermee de vijf opstart-jaren van Brouwerseiland en dus is de rapportage van Over Morgen irrelevant en ongeschikt om conclusies op te baseren'. Dit betekent dat er sowieso de eerste jaren nog wel (veel) stikstofuitstoot zal plaatsvinden. Daarna zouden de niet te garanderen toezeggingen en beloftes van Brouwerseiland B.V. mogelijk in werking treden. 6.
De aanname van Brouwerseiland B.V. dat er straks sprake zal zijn van een jachthaven met alleen maar e-boten vormt helemaal verre toekomst muziek. Dit komt niet alleen naar voren uit de rapportage van het bureau Over Morgen, maar ook in een ZKA-verkenning, een adviesbureau werkend voor Brouwerseiland B.V. Er bestaan nog nauwelijks grotere motorboten met een elektrische aandrijving, en er is nog helemaal geen markt voor dergelijke boten. In de Rho-notitie van 19 oktober 2020 wordt hierover onrealistisch gesteld: .dat binnen Brouwerseiland uitsluitend emissieloos gevaren mag worden. Dat zal bovendien worden bekrachtigd door het plaatsen van borden bij de twee entrees voor boten. Het verbod op varen met een emissiemotor is bovendien goed handhaafbaar. Brouwerseiland zal daar '
.
.
strikt op toezien.
'
Brouwerseiland B.V. bouwt het project, verkoopt het, en zal zich daarna geen zorgen meer maken over toezicht en handhaving. In onze zienswijze van 14 september 2020 hebben wij reeds, onder punt 6, aangegeven dat in het algemeen van vooraf gemaakte grote beloftes van projectontwikkelaars voor het verkrijgen van de nodige vergunningen onthefñngen naderhand weinig tot niets terecht komt. 7.
Het complex van toezeggingen en beloftes voor een emissieloos Brouwerseiland zou geborgd moeten worden door een zwaar systeem van toezicht en handhaving en voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in het bestemmingsplan. Echter, in de praktijk komt daar meestal heel weinig van terecht. In het algemeen vormt toezicht en handhaving voor het ruimtelijke ordeningsbeleid voor veel gemeenten een zwak punt. 5
Bij het project Brouwerseiland alleen al zou de gemeente straks dagelijks met meerdere boa's aanwezig moeten zijn. Bovendien is de kans
groot, de werkwijze van grote projectontwikkelaars kenende, dat eventuele handhavingsacties snel juridische, dus dure en langdurige, tegenacties voor de gemeente zullen opleveren. Op deze wijze blijft dit project
nog jaren lang een zware wissel op de gemeente trekken.
Een dergelijke situatie kan alleen voorkomen worden door geen Wnb-
vergunning voor het droombeeld van een emissieloos Brouwerseiland te verlenen. IV.
Significante verstoring van de Voordelta
In onze zienswijze van 14 september j.l., onder punt III.4, en onze aanvulling daarop van 8 oktober 2020 onder punt II, hebben wij
aangegeven dat geen Wnb-vergunning verleend kan worden voor de door Brouwerseiland B.V. voorgestelde aanvoervvijze van zand uit de Noordzee, nota bene deels gepland gedurende de werp- en zoogtijd van de
Gewone zeehond.
Maatgevende verstoringsafstanden voor commerciële activiteiten voor zeehonden, 1700 in het N2000-gebied Voordelta zijn 1200-1500 m wat betreft onderwaterverstoring van zeehonden door scheepsmotoren en 500 m voor vogelconcentraties.
m
Uit de notitie van Tauw van 22 september 2020 getiteld: 'Aanvulling passende beoordeling Brouwerseland - effecten van elektrisch zandtransport” komt naar voren dat Brouwerseiland nog veel verder wil gaan met scheepsbeweging en optische verstoring vlak bij het rustgebied Middelplaat. Er zou eenmaal per week middels een sleepboot een ponton met
hierop 7-10 containers met waterstofgas worden aan- en afgevoerd en afgemeerd worden bij het koppelpunt. De werkzaamheden ter plaatse gaan gepaard met hijs- en overslagwerkzaamheden en het in bedrijf zijn
van een booster. Deze werkzaamheden in dit dynamische kustgebied (krachtige wind, sterke stroming) vergroten de kans dat de Middelplaat tot korte afstand, minder dan 100 m, met groot materieel benaderd kan worden. Het is duidelijk dat deze werkwijze nog sterker het verlenen van een Wnb-vergunning voor deze vorm van zandtransport dient uit te sluiten. De Voordelta is geen industrieel havengebied, maar een waardevol N2000-gebied. De natuurwaarden van de Middelplaat en omgeving zijn in international opzicht uniek, maar kwetsbaar. Absolute rusthandhaving is hier noodzakelijk. In relatie tot de natuurwaarden van de Voordelta, en in het bijzonder die
van de Middelplaat en omgeving, wijzen wij u op het op 19 oktober 2020 uitgegekomen rapport van het Europees Milieu Agentschap (EEA) getiteld “Stand van de natuur in de EU (2012-2018)'. Eén van de conclusies hierin is dat een aantal N2000-landschapstypen,
6
u/
Waaronder kust- en mariene leefgebieden, zich wat betreft biodiversiteit in een bijzonder slechte staat bevinden. Deze alarmerende constatering onderstreept het belang van uitsluiting van verstoringsrisicds in de Voordelta. _
De geloofwaardigheid van het natuurbeschermingsbeleid van de provincie zal aangetast worden als toestemming verleend zou worden voor intensief industrieel scheepvaartverkeer, terwille van een door velen on-
gewenst recreatieproject, vlak bij één van de belangrijkste mariene natuurgebieden van Zuidwest-Nederland.
Hoogachtend,
Dr. G.J.C. Buth, voorzitter
H.J Visser, secretaris .
7