CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Renesse - Bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Bestemmingsplan Renesse (498313)24.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.16

Visie integraal beheer openbare ruimte (2014)

In het voorjaar van 2014 heeft de gemeenteraad de visie integraal beheer openbare ruimte vastgesteld. In deze visie is aangegeven hoe de gemeente Schouwen-Duiveland met de openbare ruimte om wil gaan. Uiteraard moet de leefomgeving schoon, heel en veilig zijn. Maar soms verschillen we van mening over het resultaat, of is het niet duidelijk welke criteria er worden gehanteerd om te bepalen wat schoon, heel en veilig is. Daarom is het goed dit met elkaar af te spreken en vast te leggen met behulp van een integrale visie op de openbare ruimte. Hiermee leggen we voor langere tijd vast welke kant we op gaan met de openbare ruimte op ons eiland. Meetbare kwaliteit De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft besloten dat er twee kwaliteitsniveaus voor de openbare ruimte zijn. Niveau A en niveau B. Hieronder staat uitgelegd wat deze niveaus betekenen. Niveau Omschrijving Kwaliteit Waar?

A Hoog Uitstekend Centra en accenten, begraafplaatsen

B Basis Voldoende Woon- en verblijfsgebieden

Om te kunnen bepalen wat nu de kwaliteit van de openbare ruimte is, hebben we een meetlat gemaakt. Dit is een boekje met foto’s van de openbare ruimte in verschillende kwaliteiten. Bijvoorbeeld een

22

straatbankje dat er perfect uitziet. Dit is dan kwaliteit A. Maar daarbij ook foto’s van de kwaliteitsniveaus B en C. Dit laatste niveau willen we niet zien en juist daarom is deze ook opgenomen in het boekje. De meetlat kwaliteit beheer openbare ruimte, het boekje, wordt ook gebruikt om jaarlijks een schouw uit te voeren. Tijdens een schouw gaat een medewerker van de gemeente op pad om met behulp van het boekje de kwaliteit van de openbare ruimte te meten. Voor een schouw van de openbare ruimte kan het zijn dat ook dorps- en stadsraden en gebruikers (burgers en bedrijven) worden uitgenodigd. Aandacht voor de gebruiker en participatie Naast aandacht voor de gebruiker is er voor burgers en bedrijven de gelegenheid om te participeren in het beheer en de inrichting van de openbare ruimte. De betrokkenheid bij de leefomgeving wordt hiermee vergroot. Participatie is uitdrukkelijk niet bedoeld als bezuiniging. Met participatie kan de kwaliteit van de openbare ruimte wel worden verhoogd. Als gemeente ondersteunen we initiatieven vanuit de gebruikers als deze levensvatbaar zijn en gedragen worden door de samenleving. Daarnaast bieden we mogelijkheden tot participatie, zoals het deelnemen aan de schouw of het vervullen van lichte onderhoudswerkzaamheden. Ook andere vormen van participatie zijn mogelijk.

Denk hierbij aan: sponsoring; (interactieve) ontwerpsessie met buurtbewoners betrokkenen; opwaarderen leefomgeving (bv inplanten boomspiegels). Een openbare ruimte die aansluit op de wensen en behoeften van de gebruikers (burgers en bedrijven); dat is de kern van deze visie. Met daarbij een optimale balans tussen de inrichting, het beheer en het gebruik. Hier gaan we in de komende jaren graag mee aan de slag, samen met de gebruikers.

5.17

Beleidsnotitie groenstroken en restpercelen (2009)

Als eigenaar van gronden is het voor de gemeente Schouwen-Duiveland van essentieel belang deze eigendommen veilig te stellen en regels op te stellen voor het gebruik van deze eigendommen. In de Beleidsnotitie groenstroken en restpercelen 2009 worden regels gesteld met betrekking tot rechtmatig grondgebruik, de aanpak van onrechtmatig grondgebruik en de voorwaarden waaronder verkoop of verhuur van gemeentegrond kan plaatsvinden. Het doel van deze regels is om te komen tot een uniformering van het gebruik van gemeentegrond waarbij rechtsgelijkheid hoog in het vaandel staat.

5.18

Nota integraal Erfgoedbeleid Schouwen-Duiveland 2012-2018 (2012)

'DE SCHATKAMER VAN SCHOUWEN-DUIVELAND, BEHOUDEN...BELEVEN, BENUTTEN' Schouwen-Duiveland is trots op haar rijke geschiedenis. We koesteren de honderden monumenten als getuigen van deze geschiedenis en ons landschap met veel historische kenmerken. Het erfgoed geeft karakter en identiteit aan onze leefomgeving. Bovendien geeft het herkenning voor bewoners en verrast het bezoekers. De geschiedenis en het grote aantal monumenten maken Schouwen-Duiveland aantrekkelijk als woon-, werk- en vakantie-eiland. Ons erfgoed is een fundament om op te bouwen. De gemeente Schouwen-Duiveland zet met de erfgoednota in op het behouden, het beleven en het benutten van haar Cultuur-Historisch Erfgoed. Behouden: behoud van al het erfgoed dat als waardevol en belangrijk voor de samenleving geacht wordt (Archeologie, cultuurlandschap, beschermde monumenten, stads- en dorpsgezichten). Behoud gaat in de nota hand in hand met ontwikkeling. Cultureel erfgoed kan ook een belangrijke inspiratiebron zijn voor het verbinden van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aan de vorm en geschiedenis van de bestaande omgeving. Ruimtelijke kwaliteit en identiteit wordt hiermee verder versterkt. Behoud is een randvoorwaarde om te kunnen beleven en benutten.

Behouden doen we vooral door: de wettelijke bescherming van monumenten, gemeentelijke monumenten, erfgoed in bestemmingsplannen, herbestemming van monumenten en subsidiëring.

23

Beleven, benutten: door het beleven en benutten van ons erfgoed komt onze geschiedenis tot leven. Beleven en benutten is dan ook een meer actieve vorm van omgaan met onze monumenten, cultuurlandschappen en verhalen. Het zien en beleven van erfgoed maakt dat burgers en bezoekers ons eiland nog meer gaan waarderen. Maar erfgoed zien is goed (leren) kijken. De gemeente kan burgers en bezoekers hierbij helpen. Door erfgoed, in de meest brede zin van het woord, meer onder de aandacht te brengen en beter toegankelijk te maken. Hierdoor kan een groter of juist een specifieker publiek bereikt worden. Beleven en benutten doen we vooral door: educatie, versterking van het toeristisch-recreatief product, versterking samenwerking, toegankelijke informatie en de ontwikkeling van gerichte producten. De gemeente Schouwen-Duiveland zet met het erfgoedbeleid 2012-2017 verder in op: Het aanbrengen van focus in wat we (vooral) willen 'behouden ...beleven en benutten' (water, door tijd en ruimte heen, de iconen van het eiland, de bakens van veiligheid en vertrouwen, de verhalen achter het erfgoed, het door water gevormde cultuurlandschap en de verborgen schatten, mijlpalen in de tijd: de late Middeleeuwen (15e eeuw) en de watersnoodramp, de Atlantikwall, typisch Schouwen-Duivelandse gebruiken en tradities); Connectie in plaats van collectie; Samenwerking; Haalbaar en betaalbaar.

Onder het motto 'van collectie naar connectie' wordt de zorg voor het cultureel erfgoed verbonden met andere (ruimtelijke) ontwikkelingsopgaven. Ons cultureel erfgoed is geen stoffige verzameling historische elementen maar leeft en wordt beleefd. We verbinden ons erfgoed met de verhalen en de ontwikkelingen. Dat betekent een ander manier van kijken en een ander manier van omgaan met het erfgoed. Dit verlangt een reikwijdte die verder gaat dan onze wettelijke taken en bevoegdheden. Collectie blijft altijd de basis voor ons erfgoed beleid. Immers zonder collectie geen connectie. Behoud, beleven en benutten gaan echter hand in hand. Samenhang en samenwerking zijn sleutelwoorden van onze integrale erfgoednota. We kiezen ook hier voor connectie in de vorm het aangaan van waardevolle allianties. We zetten in op haalbare en realistische ambities, creativiteit en slimme constructies. Belangrijk onderdeel van de Erfgoednota vormt het Erfgoed 10 punten plan. Hierin zijn de prioriteiten voor de periode 2012-2017 vastgelegd. Het oprichten van een Erfgoedplatform heeft prioriteit.

5.19

Beleidsplan Archeologie (2008)

In het gemeentelijke Beleidsplan Archeologie is voor het gehele eiland vastgelegd welke archeologische verwachtingswaarden er zijn. Dit archeologiebeleid is voorzien van een gedetailleerde beleidskaart, die een overzicht geeft van gekende en te onderzoeken waarden. Hieraan zijn beleidsadviezen gekoppeld die als basis dienen voor de voorwaarden bij op te stellen bestemmingsplannen. De beleidskaart is gedetailleerder dan de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW).Er wordt onderscheid gemaakt in verschillende gebiedstypen, van archeologische monumenten tot gebieden waar geen enkele archeologische verwachtingswaarde is. Voor ieder gebiedstype gelden eigen uitgangspunten, randvoorwaarden en drempelwaarden.

5.20

Milieubeleidsplan

Het milieubeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland is vastgelegd in het milieubeleidsplan. Het beleid wordt besproken en vastgelegd in een aantal modules die elke een apart milieuthema behandelen. Hierna worden de belangrijkste aandachtspunten uit de diverse modules genoemd. Module Geluid en Stilte (2008) Schouwen-Duiveland is niet of nauwelijks bekend met het fenomeen geluidhinder. Toch zijn er gebieden op het eiland waar het nodige geluid wordt geproduceerd, zoals recreatiegebieden en langs hoofdwegen. De gemeente wil voorkomen dat de geluidsruimte die er is, gestaag dichtslibt. Het doel is om ook voor

24

de toekomst een veilig, ruim en rustig werk- en leefklimaat te behouden, en waar nodig te versterken. Daarbij moet tevens ruimte zijn voor economische ontwikkeling. Met het geluidbeleid richt de gemeente zich onder andere op de onderwerpen: rust en stilte, ecologische situatie, evenementen en verkeer. Zo komen er geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen op geluidsbelastende locaties. Module Licht en Duisternis (2009) Op Schouwen-Duiveland is nog echte duisternis te ervaren. Mensen, dieren en planten varen wel bij een goede balans tussen licht en donker. Deze kwaliteit dient te worden gewaarborgd, want hij staat onder druk. Duisternis is te behouden door een viertal instrumenten toe te passen; preventie (niet verlichten), duurzaam verlichten (milieubewuster), gericht verlichten en bewust verlichten. Het duisternisbeleid richt zich op openbare verlichting, verlichting bij bedrijven, terreinverlichting, monumentenverlichting en bewustwording bij de burger. Voor het bestemmingsplan betekent dit dat bij ontwikkelingen om een lichtplan wordt gevraagd. Module Energie en Klimaat (2009) De uitstoot van fossiele brandstoffen versterkt het natuurlijke broeikaseffect, waardoor het op aarde steeds warmer wordt en het klimaat verandert. De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar een ruimtelijke inrichting waarmee het eiland klimaatbestendig en energieneutraal wordt.

Dat kan op twee manieren: 1. De klimaatbestendige aanpak. Dit houdt in dat er bij het bestemmen, inrichten en beheren van gebieden nadrukkelijk en telkens weer rekening gehouden moet worden met drie kernkarakteristieken: de weerstand, de veerkracht en het aanpassingsvermogen van gebieden. 2. Broeikasreductie. Dit is te bereiken door energie te besparen en de energievraag te beperken, als dat mogelijk is duurzame energiebronnen te benutten en het zo efficiënt mogelijk gebruiken van fossiele brandstoffen, indien niet anders kan. Bij de aanpak staan verduurzaming en energiezuinigheid voorop. De gemeente richt zich op onder andere de volgende sectoren: Gebouwen: hanteren van een 10% strengere EPC norm en het energiezuinig ontwerpen van gebouwen. Voor gemeentelijke gebouwen geldt een 20% strengere EPC norm. Opzetten van een energiemanagementsysteem voor gemeentelijke gebouwen; Verkeer en vervoer: stimuleren van gebruik van het openbaar vervoer en de fiets; Duurzame energie: kansen onderzoeken om energieneutraal te worden. Gebruik maken van deze kansen, zoals warmtekoude opslag; Duurzame bedrijven: bij bedrijven en bedrijvigheid gaan voor duurzaamheid; (Energie)verspilling voorkomen. Module Luchtkwaliteit (2008) De luchtkwaliteit op Schouwen-Duiveland is, zeker vergeleken met andere gebieden in Nederland, goed. Die bijzondere positie moet behouden blijven.

Waar mogelijk moet er naar gestreefd worden om de luchtkwaliteit zelfs nog te verbeteren. Het verminderen van autoverkeer kan daarbij helpen. Autoverkeer is een belangrijke vervuilingsbron. De volgende instrumenten worden hiertoe gehanteerd: stimuleren van andere en schonere vervoerswijzen, een betere doorstroming van het verkeer en stimuleren van duurzame energie. In het uitvoeringsprogramma wordt met name genoemd dat het fietsverkeer gestimuleerd kan worden door de realisatie van extra fietspaden en goede fietsenstallingen. Module Bodem (2010) Iedere bodem heeft zijn kwaliteiten. Hier liggen kansen en knelpunten. Door in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen deze kwaliteiten in beeld te brengen, zijn knelpunten vroegtijdig in beeld en kunnen kansen optimaal benut worden, waardoor er optimaal recht wordt gedaan aan de aanwezige bodemkwaliteiten. Hierdoor worden ook toekomstige beheerskosten beter in beeld gebracht en kunnen ze deel uitmaken van de afwegingen die leiden tot het definitieve plan.

25

Module Externe Veiligheid (2010) Externe veiligheid betreft de maatregelen die moeten voorkomen dat er buiten de poort van een bedrijf/inrichting slachtoffers vallen, als er door het betreffende bedrijf wordt gewerkt met of opslag plaatsvindt van gevaarlijke stoffen. Daarbij wordt gedoeld op omwonenden maar ook op recreanten op kampeerterreinen of in jachthavens. Schouwen-Duiveland moet een plek zijn waar het veilig werken, wonen, winkelen en recreëren is. Toch blijft de gemeente ruimte bieden aan bestaande en nieuwe bedrijven/inrichtingen die veiligheidsrisico's met zich meebrengen. Deze risico's dienen echter wel aanvaardbaar te zijn, en minimaal te voldoen aan de landelijke voorschriften. Het bestemmingsplan moet ervoor zorgen dat er geen ongewenste ontwikkelingen op het gebied van externe veiligheid kunnen voordoen. Dat gebeurt door: Externe veiligheid te betrekken bij actualisering van bestemmingsplannen; Externe veiligheid vroegtijdig te betrekken bij nieuwe ontwikkelingsplannen; Het hanteren van afstandseisen ten opzichte van gevaarlijke stoffen binnen een inrichting; Inrichtingseisen te stellen aan kampeerterreinen en jachthavens.

Concreet wordt het volgende nagestreefd: Bestemmingsplannen voorzien van risicocontouren bij BEVI-inrichtingen en bij propaantanks met een inhoud die groter zijn dan 13 kubieke meter; Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de veiligheidseffectrapportage (v.e.r.) toepassen. De activiteiten die in het kader van bovengenoemde milieumodules moeten worden opgestart en uitgevoerd, staan beschreven in een uitvoeringsprogramma. In dit programma, dat is onderverdeeld in thema's, is aandacht voor het doel van de activiteiten, de rol van de gemeente, de externe partijen waarmee de gemeente de activiteit wil uitvoeren, het betreffende gebied en een tijdsplanning.

5.21

Nota hogere waarden wegverkeerslawaai (2008)

Volgens de wet geluidshinder dienen nieuwe woningen te voldoen aan een maximale geluidsbelasting door het wegverkeer van 48 dB op de gevel. Als de belasting hoger is dan kan het college hier een hogere grenswaarde voor vaststellen. Wanneer de gemeente hieraan mee werkt is vastgelegd in de Nota “Hogere Waarden Wegverkeerslawaai” van 2009. In principe wil de gemeente zo min mogelijk situaties waar de geluidsbelasting niet voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Daarom is het verlenen van een ontheffing voor het buitengebied slechts in grote uitzondering. Er is voldoende ruimte in het buitengebied om locaties te kiezen waar geen overschrijding van de voorkeurgrenswaarde nodig is. Binnen de bebouwde kom is het ontheffingenbeleid wat ruimhartiger bij het invullen van “open plekken”. De nieuw te realiseren woning mag echter niet een grotere geluidsbelasting hebben dan de bestaande woningen.

5.22

Biodivers (2012)

Biodiversiteit is al het leven op aarde. De enorme verscheidenheid aan levende organismen is behalve mooi ook nuttig en noodzakelijk. Biodiversiteit zorgt voor schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat. Het levert ook voedsel en grondstoffen voor huisvesting, kleding, brandstof en medicijnen. Deze natuurlijke hulpbronnen verschaffen bestaanszekerheid en vormen de basis voor onze welvaart. De gemeente levert als lid van de Coalitie Biodiversiteit een concrete bijdrage aan bewustwording en maatregelen voor behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit. Hiervoor hebben we als gemeente het actieprogramma “Biodivers Schouwen-Duiveland” opgesteld. Het programma bevat bewustwording voor het onderwijs, maar ook voor het grote publiek. Ook het stimuleren van de biodiversiteit wordt actief opgepakt. Bij het inrichten van de openbare ruimte wordt meer rekening gehouden met het bevorderen van de biodiversiteit.

26

5.23

Waterplan Schouwen-Duiveland (2007)

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft samen met het toenmalige Waterschap Zeeuwse Eilanden en de provincie Zeeland een waterplan opgesteld voor het binnendijkse gebied van de gemeente. Dit waterplan geeft de kaders aan hoe de komende jaren tot 2015 omgegaan zal worden met water. Het beleid is gericht op een grotere belevingswaarde van water, een betere waterkwaliteit, geen overlast van water en meer rekening houden bij ontwikkelingen met water.

5.24

Beleidsvisie externe veiligheid (2005)

De gemeente Schouwen-Duiveland wil enerzijds de kwaliteit van de woonomgeving verbeteren en anderzijds de (economische) vitaliteit versterken. Omdat bij veel activiteiten gevaarlijke stoffen worden gebruikt, is de combinatie van wonen en werken alleen mogelijk als we een bepaald risiconiveau accepteren. Welk risiconiveau aanvaardbaar is verschilt per situatie en vraagt om een zorgvuldige afweging. Het doel van het externe veiligheidsbeleid is het beperken van de risico's waaraan burgers worden blootgesteld tot een aanvaardbaar minimum. Het externe veiligheidsbeleid bestaat uit drie sporen: 1. Brongericht beleid: daarmee worden de oorzaken van risico's aangepakt, door vergunningverlening en handhaving; 2. Omgevingsgericht beleid: door ruimtelijke inrichtingsmaatregelen zorgt de gemeente voor een zo veilig mogelijke leefsituatie; 3. Rampenbestrijding. hierbij gaat het om de voorbereiding op (de bestrijding van) calamiteiten. Uitgangspunt voor het externe veiligheidsbeleid is dat altijd eerst brongerichte maatregelen worden onderzocht en daarna pas maatregelen in het kader van omgevingsgericht beleid en rampenbestrijding, voor zover nodig. Ook als de wettelijke grenswaarden niet worden overschreden vraagt de gemeente aandacht voor bronmaatregelen. Hierbij wordt gestreefd naar het beste resultaat binnen wettelijke, technische en financiële mogelijkheden.

Zo blijft het indirect ruimtebeslag zo klein mogelijk.

5.25

Brandbeveiligingsverordening Schouwen-Duiveland (2010)

De gemeente beschikt over een brandbeveiligingsverordening, waarin aspecten zijn vastgelegd in het kader van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt. Zo worden in de Verordening onder andere brandveiligheidsvoorschriften beschreven voor kampeerterreinen en evenementen. Daarbij gaat het onder andere om de bereikbaarheid voor de brandweer. Momenteel wordt gewerkt aan een landelijke regeling. Bij de inwerkingtreding van deze landelijke regeling zal de brandbeveiligingsverordening komen te vervallen.

5.26

Methode 'Beheersbaarheid van brand 2012' (2012)

De methode 'Beheersbaarheid van brand 2012' (kortweg Methode BvB) verschaft inzicht in de wijze waarop voor grote brandcompartimenten - groter dan 1000 m2 - gelijkwaardige veiligheid kan worden gewaarborgd, als het gaat om het aspect: beperken van uitbreiding van brand. De methode reikt een praktische werkwijze aan met voorwaarden waaronder een groot brandcompartiment kan worden gerealiseerd. Onmisbare kennis voor zowel architecten, ontwikkelaars en adviseurs die betrokken zijn bij het ontwikkelen van plannen buiten de reguliere bandbreedte van het Bouwbesluit 2012 maar ook voor brandweer en gemeenten bij het beoordelen van bouwplannen aan de bouwregelgeving. Omdat het binnen de bouwpraktijk een breed gedragen filosofie is, verschaft de methode BvB een uitstekend referentiekader voor ontwikkelaars enerzijds en toetsers anderzijds om over het noodzakelijke veiligheidsniveau te communiceren.

27

5.27

Sociale structuurschets (2002)

Schouwen-Duiveland heeft een sociale structuurschets opgesteld. Als bouwsteen voor de structuurschets is voor alle kernen een kernbeschrijving gemaakt. Hierin worden de kernen in sociaal, economische en ruimtelijke zin nader beschreven. Uitgangspunten zijn: 1. de gemeente dient zorg te dragen voor een publieke ontmoetingsplaats in iedere kern; 2. deze ontmoetingsplaats kan het dorpshuis zijn, maar ook andere gebouwen dienen bekeken te worden (functie, kwaliteit); 3. de multifunctionaliteit en kwaliteit van de ontmoetingsplaats dienen voorop te staan.

5.28

Beleidsregels lokaal prostitutiebeleid (2010)

In oktober 2000 is het algemeen bordeelverbod komen te vervallen. Deze wetswijziging heeft tot gevolg gehad dat (exploitatie van) prostitutie wordt gelegaliseerd. Aan het Wetboek van Strafrecht kunnen geen argumenten worden ontleend om prostitutie en de exploitatie van seksbedrijven te verbieden. Een algeheel bordeelverbod van gemeentewege, op basis van de algemene regelgevende bevoegdheid (ex artikel 149 en 151a Gemeentewet) is in strijd met artikel 19 van de Grondwet. Het primaat voor de regulering van de exploitatie van seksbedrijven ligt bij de gemeente en is opgenomen in hoofdstuk 3 van de algemene plaatselijke verordening (Apv). Ter bescherming van het woon- en leefklimaat, de volksgezondheid, de positie van prostituees en het voorkomen van strafbare feiten is het wenselijk lokaal prostitutiebeleid vast te stellen. Samen met de APV schetsen deze beleidsregels het kader voor het lokaal prostitutiebeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland. Bovendien bevat dit document een aantal beleidsregels voor de vergunningverlening door het bevoegd bestuursorgaan, in de meeste gevallen de burgemeester.

28

Bijlage 2 Antw oordnotitie inspraak en vooroverleg

29

Antwoordnotitie voorontwerpbestemmingsplan Renesse 1. Inleiding Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan ‘Renesse’ voorgelegd aan de wettelijk vereiste overleginstanties en zijn daarnaast enkele andere organisaties en verenigingen voor een vooroverlegreactie benaderd. Verder is iedereen in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan. Deze notitie beschrijft de resultaten van de vooroverleg- en inspraakprocedure van dit voorontwerpbestemmingsplan. De binnengekomen reacties zijn na een complete beoordeling, samengevat, beantwoord en van een conclusie voorzien. In de conclusie is opgenomen of en zo ja op welke wijze het bestemmingsplan is aangepast. Tenslotte is een opsomming toegevoegd van de ambtshalve aanpassingen die in het ontwerpbestemmingsplan zijn verwerkt.

2. Vooroverleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro heeft de gemeente Schouwen-Duiveland onderstaande overleginstanties in de gelegenheid gesteld om in de periode van 18 maart 2019 tot en met 29 april 2019 op het voorontwerpbestemmingsplan ‘Renesse’ te reageren: 1. Provincie Zeeland 2. Waterschap Scheldestromen 3. Veiligheidsregio Zeeland 4. Delta Netwerkgroep (DNWG) 5. Dorpsraad Renesse 6. Ondernemersvereniging Renesse 7. Stichting Renesse 8. Stichting Duinbehoud Van de hierboven genoemde partijen heeft de Veiligheidsregio Zeeland aangegeven geen inhoudelijk advies te geven. Hieronder wordt per reactie een samenvatting gegeven, wordt de reactie beantwoord en wordt tot slot een overzicht gegeven van de wijzigingen voor het bestemmingsplan. VO-1 Provincie Zeeland Samenvatting 1. Ten aanzien van natuur en landschap wijst de Provincie erop dat een deel van het perceel WTS H441 in het bestemmingsplan de bestemming Groen heeft in plaats van Natuur. Verzoek is dit te wijzigen. 2. In de toelichting staat in 3.3.3. dat er een ‘afwegingszone-natuur’ is opgenomen. Deze afwegingszone is niet terug te vinden op de verbeelding. Tevens staat in artikel 31 van de regels een verwijzing naar artikel 2.16 van de Verordening Ruimte. Het verzoek deze te actualiseren naar artikel 2.27 van de Omgevingsverordening 2018. 3.

Ten aanzien van verblijfsrecreatie is in het plan de bestemming ‘Bos’ opgenomen. Binnen deze bestemming zijn zes kampeermiddelen toegestaan. De locatie biedt daar geen aanwijzingen voor en ook in de aanboddatabase komt de locatie niet voor. Het verzoek is hier aandacht aan te besteden. 4. Het woord ‘kern’ is op de planviewer voor dit plan niet opgenomen en ook in de tekst van de toelichting wordt het niet genoemd. e 5. Onder 1.3 in de toelichting is de 2 zin bij het figuur onvolledig of teveel. 6. Onder 3.2.2. Historische geografie wordt in de tekst op enig moment wel aangegeven dat de veengroei onderbroken wordt. Er wordt niet vermeld wanneer deze zich weer voort zet. 7. Onder 3.2.4 archeologie ontbreekt bij de opsomming het type Archeologisch onderzoeksgebied A. Tevens wordt onder figuur 3 melding gemaakt van Waarde-Archeologie-6 deze is echter niet zichtbaar op figuur 3. 8. Onder 4.7.1. aardkundige waarden In aanvulling op de huidige tekst op nemen dat delen van de gronden onder dit bestemmingsplan deel uitmaken van een door de Provincie aangewezen aardkundige waarde. Het gaat om de aardkundige waarde nr. 1 De Kop van Schouwen. Ook is het

zinvol te vermelden hoe de bescherming van deze gronden geregeld is (zie bijlage 5 bij het rapport Aardkundige waarden). 9. Ten aanzien van cultuurhistorie verzoekt de Provincie de tekst op het gebied van erfgoed te updaten. De erfgoedwet wordt niet onder het Rijksbeleid genoemd. In de toelichting is wel aandacht voor cultuurhistorie/erfgoed/historische bebouwing, maar hierover is niets in de regelgeving opgenomen. Beantwoording 1. Het deel van perceel wat gelegen is in het natuurgebied wordt aangepast naar de bestemming Natuur. 2. Op de verbeelding wordt de afwegingszone opgenomen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in artikel 31 van de regels de verwijzing aangepast aangezien de afwegingszone natuurgebied nu in de provinciale Omgevingsverordening 2018 is opgenomen. 3. Aangezien het een actualisatie van een vigerend bestemmingsplan betreft is deze bestemming met aantallen recreatie eenheden overgenomen van het geldende bestemmingsplan. In de huidige situatie zijn de standplaatsen niet aanwezig. 4. Het klopt dat het woord ‘kern’ niet is opgenomen. In ons recente bestemmingsplannen (Scharendijke, Burgh-Haamstede) wordt deze term niet meer gebruikt. Dit is onderdeel van de standaard benaming van onze bestemmingsplannen. 5. De verwijzing naar de figuur ontbreekt. In het ontwerpbestemmingsplan nemen wij deze op. 6.

In de toelichting wordt beschreven dat er na het onderbreking van de veengroei een duinlandschap ontstond. 7. In het ontwerpbestemmingsplan wordt het overzicht van de archeologische situatie volledig opgenomen. 8. De voorgestelde aanvulling wordt in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. 9. In de toelichting wordt een aanvulling op de tekst opgenomen. Conclusie De vooroverleg reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het betreft de toelichting, regels en verbeelding: VO-2 Waterschap Scheldestromen Samenvatting Aan de zuidoostzijde van het plan ligt een afvalwatertransportleiding van het Waterschap. Wij verzoeken u deze leiding te voorzien van een vrijwaringszone ‘leiding’. Beantwoording Van het Waterschap hebben wij een tekening ontvangen met daarop de afvaltransportleiding. Bij het ontwerpbestemmingsplan wordt deze tekening meegenomen en worden voorzien van een vrijwaringszone ‘leiding’. Conclusie De vooroverlegreactie leidt tot aanpassing van de verbeelding en regels. Op de verbeelding wordt een vrijwaringszone opgenomen. In de regels wordt hiervoor een regeling opgenomen.

VO-3 Veiligheidsregio Zeeland Geen inhoudelijk advies gegeven. VO-4 Delta Netwerkgroep Geen inhoudelijk advies gegeven. VO-5 Dorpsraad Renesse Samenvatting e 1. Het plangebied van het bestemmingsplan Renesse omvat ook dat van de geplande 2 ontsluiting van het Transferium wat ook ter inzage heeft gelegen. Dit is onwenselijk, de bestemmingsplannen moeten op elkaar afgestemd worden.

2. Onder 1.1. in de toelichting is de termijn van 10 jaar uit de Wro genoemd. Sinds het vervallen van de legessanctie in 2017 heeft een overschrijding van deze termijn geen gevolgen. 3. Onder 3.2.5. staat beschreven dat de woningen aan de Capelweg Oostenrijkse woningen zijn, dit zijn echter Noorse. De Oostenrijkse woningen staan onderaan de duinen. Deze onjuistheid wordt herhaald op blz. 22. Daarentegen worden de Oostenrijkse woningen juist weer niet genoemd in 3.3.1. onder landschappelijk woongebied Oude Moolweg/Scholderlaan. 4. Onder 3.3.1. in de tekst over het centrum wordt Delta Warenhuis genoemd, dit bestaat echter niet meer. 5. Onder 3.3.4 ontbreekt figuur 5. 6. Onder 3.4.2 wordt gesteld dat het mogelijk is om in het plangebied zowel permanent als recreatief te wonen. Dit lijkt ons onjuist nu de Huisvestingsverordening is vastgesteld om dat tegen te gaan (voor een deel van het plangebied). 7. Onder 3.6. ontbreekt de conclusie. 8. Onder 4.2.2. evenementen vinden ook plaats aan de Lange Reke (o.a. de kermis en de markten). Tevens staat beschreven dat er aan de Lange Reke en Kormme Reke een locatie is voor ambulante handel. Wat wordt hiermee bedoeld? e e 9. Onder 4.5.1. ontbreekt in de 2 zin van de 2 alinea het woord bedrijventerrein. 10. Onder 4.5.2. staat beschreven dat er jaarlijks een tweewekelijkse kermis wordt gehouden.

De kermis duurt echter van donderdagmiddag t/m de woensdag erna. Inclusief opbouw en afbraak is de duur minder dan twee weken. Er wordt tevens gesproken over een binnen niveau van 55 dB(A) voor woningen. Maar hoe weet u of dat bij iedere woning zo is? Er zijn genoeg oudere panden die niet zo goed geïsoleerd zullen zijn. Vervolgens stelt u dat het hogere aantal evenementen in het hoogseizoen wordt gecompenseerd door een lager aantal gedurende de rest van het jaar, waardoor er gemiddeld toch sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wij vinden de term “compensatie” in dit verband een zeer typische. In het voor- en naseizoen zijn er sowieso minder bezoekers zodat het niet de moeite is om veel evenementen te houden. Wij beschouwen het lagere aantal evenementen buiten het seizoen absoluut niet als compensatie voor het hogere aantal in het hoogseizoen. Het gaat er om dat er geen overlast optreedt voor bewoners als er evenementen worden gehouden, onafhankelijk van het moment waarop die gehouden worden. e e 11. Onder 4.8.2 hoort de 1 zin in het 2 vak van de linkerkolom in de watertabel daar niet. 12. Onder 5.3.2. zijn de artikelen 18 en 20 niet ingevuld. 13. De toelichting op de bijlagen 2 en 3 ontbreken. 14. In artikel 1 staan een aantal begrippen die overbodig zijn het gaat om: 1.11, 1.24, 1.25 en 1.112. 15.

Artikel 4.2 en 4.3 klopt de conclusie dat er op één standplaats één stacaravan, één kampeermiddel en 2 bijzettentjes geplaatst mogen worden? 16. Artikel 6.1 e tot welke categorie uit bijlage 2 mag ondergeschikte horeca zijn? Dit geldt ook voor bijv. de bestemming Recreatie-Dagrecreatie. 17. Artikel 10.1 .d waarom is het woord hotelappartement doorgestreept? 18. Artikel 18.3.1. een speelvoorziening is niet gedefinieerd. Dus mag er ook geen trampoline of schommel in een tuin worden geplaatst? 19. Artikel 20.5 de voorwaarden voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid ontbreken. 20. Artikel 22.1.b. dit artikel strookt niet met 1.17. Op basis daarvan zou in iedere woning een beroep aan huis mogen, zolang dit ondergeschikt blijft. Uit dit artikel zou echter de conclusie getrokken kunnen worden dat een beroep aan huis alleen mag ter plaatse van deze aanduiding. 21. Artikel 27.6. klopt het dat dit artikel een afwijking is van artikel 18.3? 22. Artikel 28.3. waarom staat deze bepaling niet in artikel 22? Dit kan nu verwarring wekken. 23. Artikel 31.2.2. komen de hier genoemde aantallen overeen met de huidige evenementen die gehouden worden of maakt deze regeling meer evenementen mogelijk? Aangezien het hoofdseizoen (wat helaas niet in de begrippen is opgenomen) duurt van 1 juli t/m 31 augustus kunnen er in die periode o.i.

maximaal 8x4 + 10 + 1 + 7 = 50 evenementen worden gehouden! Dat lijkt wel heel erg veel. Ook is er geen begrip "evenement" in de regels opgenomen dus is het niet duidelijk wat hier allemaal onder valt. 24. Artikel 31.3. waarom wordt in de regels in artikel 31.3 t/m 31.6 alleen een uitzondering gemaakt voor de bestaande gevelbreedtes en niet voor andere zaken als hoogtes, platte daken e.d.? 25. waarom hebben de tuinen van enkele percelen aan het eind van de Oude Moolweg de bestemming Natuur en niet de bestemming Tuin-Natuur en landschap zoals de rest van de omgeving. Wat is het verschil tussen deze percelen? 26. de woningen aan de Emmaweg hebben op de verbeelding een goothoogte van 3m en een bouwhoogte van 10m, terwijl ze nauwelijks 6m hoog zijn. Het lijkt ons gewenst dat dit aangepast wordt.

27. aan de woningen aan de Kromme Reke 7, 8 en 9 is een goothoogte van 4m toegekend, terwijl die hoogte aan de achterzijde 6m is, ook dit zou aangepast moeten worden. Dit geldt overigens voor meerdere panden aan de Kromme Reke. 28. het voormalige diepvrieshuisje aan het Achterpad, tussen de Kromme Reke en de Emmaweg, hoort sinds kort bij de woning Kromme Reke 8-9, dit kan dan ook onder de woonbestemming gebracht worden. 29. Hogezoom 172 is bestemd als Wonen terwijl dit (net als nr. 170) een pension is. 30. volgens de ondergrond staan enkele caravans van De Witte Boulevard in de groenstrook en zelfs in de tuin van aangrenzende woningen. 31. de bestemming Sport, met aanduiding Specifieke vorm van sport - sportieve recreatie voor het perceel Vroonweg 44 is zeer specifiek en kent ook geen enkele mogelijkheid voor afwijking of wijziging. Dit kan zeer belemmerend werken bij een gewenste en aanvaardbare gebruikswijziging. Dat zou dan alleen kunnen door een omgevingsvergunning te verlenen. Het pand is jarenlang een winkel geweest, is een bestemming Centrum dan niet meer voor de hand liggend? Beantwoording 1. Op het moment van de ter inzage legging van het voorontwerp bestemmingsplan Renesse was e nog onduidelijk hoe de procedure van het bestemmingsplan voor de 2 ontsluiting zou verlopen. Wij zijn het met u eens dat de besluitvorming van beide plannen op elkaar moet worden e afgestemd.

De procedure voor het vaststellen van het bestemmingsplan voor de 2 ontsluiting is voortijdig gestopt. Er komt dan ook op korte termijn geen nieuw bestemmingsplan. 2. De aanleiding voor de actualisatie van het bestemmingsplan passen wij in het ontwerpbestemmingsplan aan. 3. De tekst over historische bouwkunde wordt aangepast en waar nodig aangevuld zodat het overeenkomst met de feitelijke situatie. 4. De naam Delta Warenhuis wordt in het ontwerp aangepast. 5. Deze figuur wordt in het ontwerpbestemmingsplan alsnog opgenomen. 6. Dit is correct voor het centrum van Renesse is de Huisvestingsverordening van toepassing. Hierin is opgenomen dat de woningen binnen het werkingsgebied niet gebruikt mogen worden als tweede woning maar alleen permanent bewoond mogen worden. Buiten het werkingsgebied mogen de woningen wel als tweede woning gebruikt worden. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt dit aangepast en wordt tevens een kaart met het werkingsgebied opgenomen. 7. De conclusie voor de duurzaamheidsladder wordt in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. 8. De Lange Reke zal worden toegevoegd in de toelichting waar evenementen plaats vinden. Met Ambulante handel wordt bedoeld, de vorm van marktkramen, rijdende snackbars, kiosken, vis- en oliebollenkraampjes en bloemenstalletjes; maar ook de ouderwetse scharensliep en dergelijke horen erbij. 9.

In het ontwerpbestemmingsplan wordt het woord bedrijventerrein toegevoegd. 10. Vanuit de geluid systematiek is het gebruikelijk en toegestaan om te kijken naar piekgeluiden, gemiddelde geluidsniveaus en tijdelijk geluidsniveau zoals een evenement. Daar deze maar enkele dagen paar jaar voor komen mag er een hoger geluidsniveau worden geproduceerd. Dit wordt dan afgewogen met het maatschappelijk belang om de kermis enkele dagen op een locatie toe te staan. 11. De zin wordt uit de watertabel verwijderd. Het Waterschap heeft middels een wateradvies uitgebracht waarmee het instemt met het bestemmingsplan. 12. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de toelichting op de bestemmingen aangevuld. 13. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de toelichting op de bijlagen opgenomen. 14. De begripsbepalingen die niet terugkomen in de overige regels, worden verwijderd. 15. In artikel 4.3 is, als nadere uitwerking van de bestemmingsomschrijving uit artikel 4.1, bepaald wat er maximaal op een permanente standplaats geplaatst mag worden: één kampeermiddel (met twee bijzettentjes). Een kampeermiddel is (volgens de begripsbepaling) onder meer een tent, camper, caravan of stacaravan. Op een standplaats mag dus geplaatst worden: één tent, of één stacaravan, enzovoorts. Artikel 4.2 ziet alleen op regels voor het bouwen en benoemt hierbij alleen stacaravans.

De andere soorten kampeermiddelen (tenten, campers) worden hier niet genoemd, omdat die kampeermiddelen geen bouwwerken zijn. Artikel 4.2 voegt dus geen mogelijkheden toe aan hetgeen in de (specifieke) gebruiksregels is bepaald: per standplaats is maximaal één kampeermiddel toegestaan. 16. Binnen een aantal bestemmingen (zoals detailhandel, recreatie-dagrecreatie en sport) zijn ‘ondergeschikte horeca-activiteiten’ toegestaan. Hierbij wordt niet verwezen naar de bijlage met de Staat van Horeca-activiteiten en deze bijlage is op de ondergeschikte horeca-activiteiten dan ook

niet van toepassing. Wat wél onder ondergeschikte horeca-activiteiten valt blijkt uit de definitie uit de begripsbepaling. Hierin is onder meer bepaald dat het alleen ziet op het verstrekken van etenswaren en draken voor directe consumptie ter plaatse. 17. We hanteren in het bestemmingsplan het begrip hotelunit en niet zoals in onze oudere bestemmingsplannen ‘hotelappartement’. In de begripsbepaling is opgenomen wat we onder hotelunit verstaan. 18. In de bestemmingsomschrijving is opgenomen waarvoor de gronden met de bestemming ‘Tuin – Natuur en landschap’ zijn bedoeld: met name voor landschappelijke en natuurlijke waarden. Ondergeschikte voorzieningen als een inrit is wel toegestaan, maar speelvoorzieningen zijn inderdaad niet mogelijk in het voorontwerpbestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan worden speelvoorziening direct toegestaan. Daarbij gaat het wel om ondergeschikte (mobiele) speelvoorzieningen. Tennisbanen bijvoorbeeld worden niet direct toegestaan. 19. Dit klopt, in het voorontwerp was deze bepaling nog niet volledig opgenomen. In het ontwerp wordt de regeling uiteraard wel geheel opgenomen. 20. In artikel 28.3.2 is de algemene regel opgenomen dat (onder voorwaarden) bij elke woning een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan.

Voor één woning binnen de bestemming ‘Wonen’ is de mogelijkheid opgenomen om als bedrijfsactiviteit de verkoop/verhuur van gemotoriseerde voertuigen uit te voeren. Deze bedrijfsactiviteit valt namelijk niet onder de algemene regeling voor een beroep of bedrijf aan huis uit artikel 28.3.2, en is dan ook middels de speciale regeling met de aanduiding ‘bedrijf aan huis’ mogelijk gemaakt. Voor één woning is dus een speciale regeling is opgenomen, maar voor alle andere woningen binnen deze bestemming geldt gewoon de algemene regeling voor een beroep of bedrijf aan huis. 21. De regeling voor een onoverdekt zwembad bij een woning of bedrijfswoning, geldt voor de gronden met dezelfde bestemming als waar de betreffende (bedrijfs) woning in is gelegen. De bepaling in artikel 27.6 zorgt er dus niet voor dat binnen de bestemming ‘Tuin – Natuur en landschap’ alsnog een zwembad mag worden gebouwd. 22. De regeling voor een bed & breakfast (art. 28) geldt voor elke (bedrijfs)woning en niet alleen voor woningen binnen de bestemming ‘Wonen’. Gekozen is om de regeling niet binnen elke bestemming te nemen waarbinnen een woning of bedrijfswoning is toegestaan, maar om deze eenmaal op te nemen als algemene regel (in artikel 28). 23. In de begripsbepaling is inderdaad geen omschrijving van hoofdseizoen opgenomen. De begripsbepaling wordt hierop aangepast.

Het begrip evenement is bewust niet in de begripsbepaling opgenomen, wat onder een evenement verstaan moet worden is voldoende duidelijk in het algemene spraakgebruik. 24. De regelingen in artikel 31.3 tot en met 31.6 zijn gebaseerd op het Masterplan en daaruit voortvloeiend het Beeldkwaliteitsplan Renesse en beogen de uitstraling en samenhang van de gebouwen in het centrum van Renesse te verbeteren. Hierbij zijn onder meer voorwaarden opgenomen over de gevelbreedte en de kapvorm en aantal bouwlagen van gebouwen. Bij (ver)bouwwerkzaamheden vormen de voorwaarden een uitgangspunt. De beoogde gevelbreedtes zijn echter niet zonder meer verplicht te stellen. Bijvoorbeeld als het een smal pand betreft dat aaneengebouwd is aan andere panden, dan is het bouwen van een breder pand niet mogelijk. Voor deze gevallen moet de regeling dus wel uitzonderingen maken, maar voor wat betreft de kapvorm en aantal bouwlagen is een afwijking niet wenselijk om zo te kunnen sturen op het beoogde beeld voor het centrum van Renesse. 25. In het huidige bestemmingsplan heeft dit gebied de bestemming natuur. In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij deze bestemming overgenomen. Het gebied is gelijk aan het overige landschap in dit gebied. Een bestemming Tuin – natuur en landschap is daarme meer passend en tevens in overeenstemming met de overige regeling voor het gebied. 26.

Op dit moment spelen geen plannen om de woningen aan de Emmaweg te vervangen. Bij deze actualisatie willen we de huidige feitelijke situatie als uitgangspunt nemen. Een maximale bouwhoogte van 10 meter, zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan, is dan ook wat fors ten opzichte van de huidige lage hoogtes van de woningen. De maximale bouwhoogte van de woningen passen we dan ook aan door de maximale bouwhoogte terug te brengen naar 6 meter. 27. Het is vooral belangrijk dat de kleinschaligheid aan de Ring beschermd wordt, daar is de goothoogte van 4.00 meter een absolute must. In het beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat uitbouwen aan de achtergevel maximaal uit één bouwlaag (plat) mogen bestaan. Daar waar in het verleden een grotere hoogte aan de achterzijde is vergund is dit niet onder het overgangsrecht gebracht, maar is het rechtstreeks mogelijk op grond van artikel 27.1. Op basis van deze bepaling geldt de afwijkende maat aan de achterzijde als hoogtemaat.

28. Sinds 2018 heeft dit perceel dezelfde eigenaar als Kromme Reke 8. Er zijn geen ruimtelijke gronden om de bestemming te wijzigen naar wonen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd naar Wonen en toegevoegd aan het bouwvlak. 29. Wij hebben gekeken naar de panden Hogezoom 172 en Hogezoom 170a. Beide panden zijn bij ons niet bekend als pension. Als het geen legale situatie betreft worden deze niet in dit bestemmingsplan positief bestemd. Wel kan er sprake zijn van een Bed & Breakfast. Een B&B is toegestaan bij een woning mits deze gemeld wordt. 30. Klopt, de feitelijke situatie wijkt af van de planologische situatie. Wij kunnen de planologische situatie niet zondermeer in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie. Dit vanwege o.a. de minimale afstand tussen kampeerterreinen en woningen en de landschappelijke inpassing. Mochten er in de toekomst plannen zijn dan worden die apart beoordeeld. 31. Is een vergelijkbare regeling zoals in geldend bestemmingsplan (bestemd voor: sportieve recreatie).Dit sluit aan bij het huidige legale gebruik. Verder zijn bij ons geen ontwikkelingen bekend, zodat er nu geen aanleiding is om de bestemming aan te passen. Conclusie De vooroverlegreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het betreft de toelichting regels en de verbeelding:

VO-6 Ondernemersvereniging Renesse Samenvatting e Het plangebied van het bestemmingsplan Renesse omvat ook dat van de geplande 2 ontsluiting van het Transferium wat ook ter inzage heeft gelegen. Dit is onwenselijk, de bestemmingsplannen moeten op elkaar afgestemd worden. Beantwoording Op het moment van de ter inzage legging van het voorontwerp bestemmingsplan Renesse was nog e onduidelijk hoe de procedure van het bestemmingsplan voor de 2 ontsluiting zou verlopen. Wij zijn het met u eens dat de besluitvorming van beide plannen op elkaar moet worden afgestemd. Op het moment van de ter inzage legging van het voorontwerp bestemmingsplan Renesse was nog onduidelijk hoe de e procedure van het bestemmingsplan voor de 2 ontsluiting zou verlopen. Wij zijn het met u eens dat de besluitvorming van beide plannen op elkaar moet worden afgestemd. De procedure voor het vaststellen e van het bestemmingsplan voor de 2 ontsluiting is voortijdig gestopt. Er komt dan ook geen nieuw bestemmingsplan. Conclusie De reactie leidt op dit moment nog niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. VO-7 Stichting Renesse Geen inhoudelijke reactie. VO-8 Stichting Duinbehoud Zaaknr: 150999 Samenvatting Een deel van het plangebied grenst direct aan bestaande natuurgebieden. Hiervoor is in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 een afwegingszone opgenomen. Deze is in het voorontwerpbestemmingsplan niet opgenomen.

Het verzoek is deze alsnog in het bestemmingsplan op te nemen. Beantwoording Het klopt dat de afwegingszone nog niet in het voorontwerp bestemmingsplan is opgenomen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt deze zone alsnog op de verbeelding opgenomen. Conclusie De reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op de verbeelding wordt de afwegingszone natuur opgenomen.

3. Inspraak

IN-1 Moeliker & Platteeuw Advocaten namens reclamant 1 Zaaknr: 145564 Samenvatting 1. Betreft een reactie over het bouwvlak op het perceel Oude Moolweg 50. In het verleden is een bestaande carport vervangen waarvoor geen vergunning was aangevraagd. De carport was wel vergunningplichtig. Een omgevingsvergunning is aangevraagd welke daarna is geweigerd. Tegen deze weigering loopt een beroepsprocedure bij de rechtbank. Verzoekt de gemeente het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat legalisatie van de carport mogelijk is. 2. De carport is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening gelet op het feit dat de gemeente jaren niet heeft gehandhaafd. En het feit dat er op andere locaties in de omgeving ook bouwwerken voor de voorgevel staan waar niet handhavend tegen op is getreden. 3. Subsidiair wordt de gemeente verzocht een afwijkingsbevoegdheid op te nemen die het in dit geval alsnog mogelijk maakt de carport te legaliseren. Beantwoording 1. Zoals u zelf aangeeft is er een omgevingsvergunning aangevraagd voor de carport voor de voorgevel. Deze aanvraag is geweigerd waarna u namens uw cliënt beroep heeft ingesteld. De rechter heeft inmiddels uitspraak gedaan in deze zaak en heeft het beroep ongegrond verklaard.

Gelet op deze uitspraak en het feit dat er de afgelopen periode geen beleidswijzigingen hebben plaatsgevonden zijn wij van mening dat het bestemmingsplan niet aangepast hoeft te worden. 2. Het feit dat er niet handhavend is opgetreden wil niet zeggen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Bij het behandelen van de aanvraag omgevingsvergunning is getoetst aan het geldende beleid Gebleken is dat de aanvraag niet past in het beleid, dit is door de uitspraak van de rechter bevestigd. Daarnaast is uit ons onderzoek gebleken dat er geen andere gevallen zijn waar sprake is van bouwwerken voor de voorgevel. 3. Er wordt in het bestemmingsplan geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Wanneer een afwijkingsbevoegdheid wordt opgenomen in een bestemmingsplan staat de ruimtelijke aanvaardbaarheid vast. Uit de geweigerde aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat het bouwplan juist niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Om deze reden wordt geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

IN-2 Reclamant 2 Zaaknr: 150389 Samenvatting 1. Betreft een reactie over het verbod op recreatieve verhuur in het plangebied. Op het adres Lijsterweg 8 in Renesse is al jaren sprake van recreatieve verhuur door BHVK Leisure B.V. Er wordt toeristenbelasting afgedragen en er is geen overlast. In het bestemmingplan wordt gesteld dat er sprake is van overlast situaties en dat recreatie op gespannen voet staat met het wonen. 2. De gemeente wordt verzocht een vrijstelling/ontheffing te geven voor recreatieve verhuur van de woning Lijsterweg 8 in Renesse. Beantwoording Uit de inspraakreacties met betrekking tot dit onderwerp is duidelijk geworden dat veel bewoners de bestaande situatie -waarin het gebruik van woningen als hoofdverblijf, als tweede woning en in beperkte mate voor de recreatieve verhuur naast elkaar bestaat- als positief voor de leefbaarheid ervaren. We kunnen dan ook stellen dat er hier sprake is van een evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur. De ontstaansgeschiedenis van dit deel ten oosten van de Oude Moolweg is de directe aanleiding voor het ontstaan van deze bijzondere en unieke ruimtelijke situatie. De stedenbouwkundige opzet van dit deel van Renesse met vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen in een groene setting draagt daar zeker aan bij.

Naar aanleiding van de inspraakreacties nemen wij ons derhalve voor de reeds bestaande recreatieve verhuur van woningen in een deel van Renesse te legaliseren.

Om een goed overzicht te verkrijgen van de recreatieve verhuur hebben we de gegevens van de afdracht toeristenbelasting in 2019 geanalyseerd. Dat geeft een actueel overzicht van de panden die recreatief verhuurd worden. Hieruit is gebleken dat er voor de woningen op de onderstaande adressen in deze periode toeristenbelasting is afgedragen. In het bestemmingsplan hebben we voor deze panden een regeling opgenomen, waarmee de bestaande recreatieve verhuur wordt gelegaliseerd. Op de verbeelding zijn deze panden voorzien van een functieaanduiding 'recreatiewoning'. Bremweg 22 Duinweg 12 Duinweg 26 Eikenmeet 1 Eikenmeet 2 Eikenmeet 8 Elzenmeet 2 Elzenmeet 5 Elzenmeet 8 Fazantenweg 1 Jonkersweegje 1 Lijsterweg 13 Lijsterweg 23 Scholderlaan 5

Lijsterweg 26 Lijsterweg 3 Lijsterweg 34 Lijsterweg 8 Lijsterweg 5 Luieweg 8 Oude Moolweg 14 Oude Moolweg 16 Oude Moolweg 32 Oude Moolweg 52 Oude Moolweg 52 Putterweg 2 Wilgenmeet 9

Uitbreiding van het aantal woningen dat recreatief verhuurd wordt is evenwel in strijd met het gemeentelijke beleid. Bovendien kan daardoor het op dit moment aanwezige evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur verstoord worden ten nadele van de permanente bewoners. Om die redenen wordt een verdere toename van recreatieve verhuur van woningen niet toegestaan. Conclusie De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op verbeelding wordt voor de hierboven genoemde adressen een functieaanduiding ‘recreatiewoning’ opgenomen. In de regels wordt een regeling opgenomen. IN-3 Reclamant 3 Zaaknr: 150877 Samenvatting 1. Betreft een reactie over het verbod op recreatieve verhuur in het plangebied. De woning aan de Jan van Renesseweg 28 wordt al enige jaren voor een korte periode verhuurd zonder problemen of overlast. 2. Verzoekt de gemeente om recreatieve verhuur niet te verbieden. Beantwoording Uit de inspraakreacties met betrekking tot dit onderwerp is duidelijk geworden dat veel bewoners de bestaande situatie -waarin het gebruik van woningen als hoofdverblijf, als tweede woning en in beperkte mate voor de recreatieve verhuur naast elkaar bestaat- als positief voor de leefbaarheid ervaren. We kunnen dan ook stellen dat er hier sprake is van een evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur.

De ontstaansgeschiedenis van dit deel ten oosten van de Jan van Renesseweg is de directe aanleiding voor het ontstaan van deze bijzondere en unieke ruimtelijke situatie. De stedenbouwkundige opzet van dit deel van Renesse met vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen in een groene setting draagt daar zeker aan bij. Naar aanleiding van de inspraakreacties nemen wij ons derhalve voor de reeds bestaande recreatieve verhuur van woningen in een deel van Renesse te legaliseren. Om een goed overzicht te verkrijgen van de recreatieve verhuur hebben we de gegevens van de afdracht toeristenbelasting in 2019 geanalyseerd. Dat geeft een actueel overzicht van de panden die recreatief verhuurd worden. Hieruit is gebleken dat er voor de woningen op de onderstaande adressen in deze periode toeristenbelasting is afgedragen. In het bestemmingsplan hebben we voor deze panden een

regeling opgenomen, waarmee de bestaande recreatieve verhuur wordt gelegaliseerd. Op de verbeelding zijn deze panden voorzien van een functieaanduiding 'recreatiewoning'. Bremweg 22 Duinweg 12 Duinweg 26 Eikenmeet 1 Eikenmeet 2 Eikenmeet 8 Elzenmeet 2 Elzenmeet 5 Elzenmeet 8 Fazantenweg 1 Jonkersweegje 1 Lijsterweg 13 Lijsterweg 23 Scholderlaan 5

Lijsterweg 26 Lijsterweg 3 Lijsterweg 34 Lijsterweg 8 Lijsterweg 5 Luieweg 8 Oude Moolweg 14 Oude Moolweg 16 Oude Moolweg 32 Oude Moolweg 52 Oude Moolweg 52 Putterweg 2 Wilgenmeet 9

Uitbreiding van het aantal woningen dat recreatief verhuurd wordt is evenwel in strijd met het gemeentelijke beleid. Bovendien kan daardoor het op dit moment aanwezige evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur verstoord worden ten nadele van de permanente bewoners. Om die redenen wordt een verdere toename van recreatieve verhuur van woningen niet toegestaan. De Jan van Renesseweg is niet gelegen in het gebied wat hierboven beschreven wordt. De grens is namelijk gelegen ten oosten van de Oude Moolweg. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat er op het adres Jan van Renessweg 28 geen toeristenbelasting wordt betaald. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. IN-4 Reclamant 4 Zaaknr: 151017 Samenvatting 1. Betreft een reactie over het verbod op recreatieve verhuur in het plangebied. De woning aan de Scholderlaan 5 wordt al 6 jaar verhuurd aan recreanten. Er zijn nog nooit klachten geweest en er wordt toeristenbelasting betaald. De verhuur van dit soort woning trekt ook ‘goede’ toeristen naar Renesse. 2. Verzoekt de gemeente om recreatieve verhuur niet te verbieden.

Beantwoording Uit de inspraakreacties met betrekking tot dit onderwerp is duidelijk geworden dat veel bewoners de bestaande situatie -waarin het gebruik van woningen als hoofdverblijf, als tweede woning en in beperkte mate voor de recreatieve verhuur naast elkaar bestaat- als positief voor de leefbaarheid ervaren. We kunnen dan ook stellen dat er hier sprake is van een evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur. De ontstaansgeschiedenis van dit deel ten oosten van de Oude Moolweg is de directe aanleiding voor het ontstaan van deze bijzondere en unieke ruimtelijke situatie. De stedenbouwkundige opzet van dit deel van Renesse met vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen in een groene setting draagt daar zeker aan bij. Naar aanleiding van de inspraakreacties nemen wij ons derhalve voor de reeds bestaande recreatieve verhuur van woningen in een deel van Renesse te legaliseren. Om een goed overzicht te verkrijgen van de recreatieve verhuur hebben we de gegevens van de afdracht toeristenbelasting in 2019 geanalyseerd. Dat geeft een actueel overzicht van de panden die recreatief verhuurd worden. Hieruit is gebleken dat er voor de woningen op de onderstaande adressen in deze periode toeristenbelasting is afgedragen. In het bestemmingsplan hebben we voor deze panden een regeling opgenomen, waarmee de bestaande recreatieve verhuur wordt gelegaliseerd.

Op de verbeelding zijn deze panden voorzien van een functieaanduiding 'recreatiewoning'.

Bremweg 22 Duinweg 12 Duinweg 26 Eikenmeet 1 Eikenmeet 2 Eikenmeet 8 Elzenmeet 2 Elzenmeet 5 Elzenmeet 8 Fazantenweg 1 Jonkersweegje 1 Lijsterweg 13 Lijsterweg 23 Scholderlaan 5

Lijsterweg 26 Lijsterweg 3 Lijsterweg 34 Lijsterweg 8 Lijsterweg 5 Luieweg 8 Oude Moolweg 14 Oude Moolweg 16 Oude Moolweg 32 Oude Moolweg 52 Oude Moolweg 52 Putterweg 2 Wilgenmeet 9

Uitbreiding van het aantal woningen dat recreatief verhuurd wordt is evenwel in strijd met het gemeentelijke beleid. Bovendien kan daardoor het op dit moment aanwezige evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur verstoord worden ten nadele van de permanente bewoners. Om die redenen wordt een verdere toename van recreatieve verhuur van woningen niet toegestaan. Conclusie De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op verbeelding wordt voor de hierboven genoemde adressen een functieaanduiding ‘recreatiewoning’ opgenomen. In de regels wordt een regeling opgenomen. IN-5 Reclamant 5 Zaaknr: 151811 Samenvatting 1. Betreft een reactie over het verbod op recreatieve verhuur in het plangebied. De woning aan de Jan van Renesseweg 30 wordt sinds kort recreatief verhuurd. Er wordt geen reden gezien om de verhuur te verbieden in dit van oudsher recreatieve gebied. 2. Verzoekt de gemeente om recreatieve verhuur niet te verbieden. Beantwoording Uit de inspraakreacties met betrekking tot dit onderwerp is duidelijk geworden dat veel bewoners de bestaande situatie -waarin het gebruik van woningen als hoofdverblijf, als tweede woning en in beperkte mate voor de recreatieve verhuur naast elkaar bestaat- als positief voor de leefbaarheid ervaren. We kunnen dan ook stellen dat er hier sprake is van een evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur.

De ontstaansgeschiedenis van dit deel ten oosten van de Jan van Renesseweg is de directe aanleiding voor het ontstaan van deze bijzondere en unieke ruimtelijke situatie. De stedenbouwkundige opzet van dit deel van Renesse met vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen in een groene setting draagt daar zeker aan bij. Naar aanleiding van de inspraakreacties nemen wij ons derhalve voor de reeds bestaande recreatieve verhuur van woningen in een deel van Renesse te legaliseren. Om een goed overzicht te verkrijgen van de recreatieve verhuur hebben we de gegevens van de afdracht toeristenbelasting in 2019 geanalyseerd. Dat geeft een actueel overzicht van de panden die recreatief verhuurd worden. Hieruit is gebleken dat er voor de woningen op de onderstaande adressen in deze periode toeristenbelasting is afgedragen. In het bestemmingsplan hebben we voor deze panden een regeling opgenomen, waarmee de bestaande recreatieve verhuur wordt gelegaliseerd. Op de verbeelding zijn deze panden voorzien van een functieaanduiding 'recreatiewoning'. Bremweg 22 Duinweg 12 Duinweg 26

Lijsterweg 26 Lijsterweg 3 Lijsterweg 34

Eikenmeet 1 Eikenmeet 2 Eikenmeet 8 Elzenmeet 2 Elzenmeet 5 Elzenmeet 8 Fazantenweg 1 Jonkersweegje 1 Lijsterweg 13 Lijsterweg 23 Scholderlaan 5

Lijsterweg 8 Lijsterweg 5 Luieweg 8 Oude Moolweg 14 Oude Moolweg 16 Oude Moolweg 32 Oude Moolweg 52 Oude Moolweg 52 Putterweg 2 Wilgenmeet 9

Uitbreiding van het aantal woningen dat recreatief verhuurd wordt is evenwel in strijd met het gemeentelijke beleid. Bovendien kan daardoor het op dit moment aanwezige evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur verstoord worden ten nadele van de permanente bewoners. Om die redenen wordt een verdere toename van recreatieve verhuur van woningen niet toegestaan. De Jan van Renesseweg is niet gelegen in het gebied wat hierboven beschreven wordt. De grens is namelijk gelegen ten oosten van de Oude Moolweg. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat er op het adres Jan van Renesseweg 30 geen toeristenbelasting wordt betaald. Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

IN-6 Reclamant 6 Zaaknr: 151931 Samenvatting 1. Betreft een reactie over het verbod op recreatieve verhuur in het plangebied. De woning aan de Fazantenweg 1 wordt verhuurd als recreatiewoning. De gemeente moet onderscheid maken in de dorpskern Renesse en het omliggende gebied waar veel woningen recreatief worden verhuurd. 2. Verzoekt de gemeente om de recreatieve verhuur niet te verbieden. Beantwoording Uit de inspraakreacties met betrekking tot dit onderwerp is duidelijk geworden dat veel bewoners de bestaande situatie -waarin het gebruik van woningen als hoofdverblijf, als tweede woning en in beperkte mate voor de recreatieve verhuur naast elkaar bestaat- als positief voor de leefbaarheid ervaren. We kunnen dan ook stellen dat er hier sprake is van een evenwicht tussen permanente bewoning en recreatieve verhuur. De ontstaansgeschiedenis van dit deel ten oosten van de Jan van Renesseweg is de directe aanleiding voor het ontstaan van deze bijzondere en unieke ruimtelijke situatie. De stedenbouwkundige opzet van dit deel van Renesse met vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen in een groene setting draagt daar zeker aan bij. Naar aanleiding van de inspraakreacties nemen wij ons derhalve voor de reeds bestaande recreatieve verhuur van woningen in een deel van Renesse te legaliseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10832441/1