Noordzee Residence Renesse Bijlagen bij toelichting Bijlage 15 Nota Zienswijzen
Tekst van het document
25
voor ontwikkeling. Het terrein is immers al jaren leeg.
september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960) volgt dat in het kader van interne saldering activiteiten meegenomen worden in de referentiesituatie, ook wanneer die beëindigd zijn voor de gehanteerde peildatum (voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan), als onomstotelijk vaststaat dat de activiteiten uitsluitend zijn beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Dat betekent dat uit een schriftelijk stuk, zoals een koopovereenkomst, moet blijken dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het gaat daarbij om een schriftelijk stuk dat dateert uit de periode dat de activiteit werd beëindigd of daarvoor. Daarnaast moet uitgesloten zijn dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum. Verder is vereist dat in de periode tussen de beëindiging van de activiteit en de vaststelling van het plan geen andere stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid op het desbetreffende perceel. Het is in overeenstemming met de Wnb om een al beëindigde activiteit die aan deze strikte voorwaarden voldoet mee te nemen in de referentiesituatie. Zo overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak expliciet. In het stikstofonderzoek is onderbouwd dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Het stikstofonderzoek is derhalve op de juiste wijze uitgevoerd.
3.
In het vigerende bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als kampeerterrein met een exploitatie gericht op alleen het seizoen. In het voorgenomen bestemmingsplan is het plan om dit naar het hele jaar te brengen. Dit houdt in dat de reclamant overlast krijgt van vakantieverkeer gedurende het hele jaar.
Het geldende bestemmingsplan staat 422 permanente standplaatsen toe voor stacaravans. In lid 1.110 is een permanente standplaats gedefinieerd als een standplaats bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of een kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaal acht vierkante meter, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn ten behoeve van recreatief nachtverblijf. In lid 1.65 is aangegeven, dat een stacaravan valt onder de definitie van een kampeermiddel. Er zijn daarnaast 145 niet-permanente standplaatsen toegestaan. Deze plekken zijn volgens lid 1.110 bestemd voor het plaatsen van één of meerdere kampeermiddelen, niet zijnde een stacaravan, gedurende het zomer- en/of winterseizoen (dus ook jaarrond). Daarbij dient er volgens het bestemmingsplan sprake te zijn van een centrale bedrijfsmatige exploitatie, hetgeen is gedefinieerd als het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een gezamenlijk beheer en exploitatie van recreatiewoningen, kampeerterreinen en kampeermiddelen, gericht op het bieden van (permanent wisselende) recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden. In het geldende bestemmingsplan zijn dus op de voormalige camping in totaal 422 permanente standplaatsen toegestaan die gedurende het gehele jaar
26
worden gebruikt. Ook de 145 niet-permanente standplaatsen die volgens het bestemmingsplan zijn toegestaan mogen jaarrond worden gebruikt. Het gebruik, zoals geregeld in het geldende bestemmingsplan komt dus overeen met het gebruik in de beoogde situatie (jaarrond gebruik als verblijfsrecreatieterrein). 4.
Reclamant laat weten dat in artikel 4 Recreatie – Verblijfsrecreatie Recreatiewoningterrein van het voorgenomen bestemmingsplan onder 4.1 de functieaanduiding van ‘groen’, ‘verkeer’ en ‘speelvoorziening’ niet zijn opgenomen. Hierdoor verwijst de plankaart van het plan niet naar een regel. Dit lijkt de reclamant onjuist.
De aanduiding ‘verkeer’ is zowel op de verbeelding als in de regels niet als functieaanduiding opgenomen. Er is wel een bestemming Verkeer (Hogezoom). De aanduiding ‘groen’ is gebruikt in de algemene gebruiksregels (artikel 8.3) en geldt zowel binnen de bestemming Groen als Recreatie Verblijfsrecreatie – Recreatiewoningenterrein. Deze aanduiding is ook op de verbeelding opgenomen. De functieaanduiding ‘speelvoorziening’ is opgenomen op de verbeelding en in artikel 4.1 onder g.
5.
De voorgenomen ontwikkeling heeft een nadelig effect op het leefklimaat van de reclamant. Dit vooral met betrekking tot het geluid van speelvoorzieningen. Reclamant verwijst naar de memo: geluid van speelvoorzieningen.
De gronden waar speelvoorzieningen zijn toegestaan zijn aangeduid met aanduiding ‘speelvoorzieningen’. Voor de beoordeling van milieueffecten op de omgeving is gebruikt gemaakt van richtafstanden uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG (2009), waarin minimale richtafstanden zijn opgenomen die gelden voor de aspecten stof, geluid, geur en veiligheid. Voor een kampeerterrein gelden richtafstanden van 30 meter voor geur, 50 meter voor geluid, 30 meter voor gevaar en nul meter voor stof. Deze afstand geldt ook voor stemgeluid vanwege gebruik van speelvoorzieningen op een recreatiepark, omdat dit voorzieningen zijn die geacht worden onderdeel te zijn van een dergelijke functie. De afstand dient te worden gemeten tussen de uiterste gevel van omliggende woningen en de gronden waar de speelvoorzieningen mogen staan. Deze afstand is overal minimaal 50 meter. Aangezien aan de richtafstand wordt voldaan mag ervan worden uitgegaan dat er geen geluidhinder optreedt vanwege de speelvoorzieningen.
6.
Een verplaatsing van de inrit naar de Kooijmansweg is een onbespreekbare aanpassing. Hiervoor zal de reclamant direct beroep aantekenen bij aanpassing van het ontwerp.
De aangepaste ontsluiting is zover mogelijk van de woning van reclamant gesitueerd en geborgd in de planregels / verbeelding met de aanduiding ‘ontsluiting’. De afstand tot het woonperceel van reclamant bedraagt circa 45 meter, waarbij geldt, dat het verkeer op het recreatiepark zeer langzaam zal rijden.
2.10. Zienswijze 10 Samenvatting zienswijze 1. Reclamant vreest dat de realisatiefase van het project zorgt voor overlast voor zijn eigen gasten op zijn vakantieparkje.
Reactie gemeente Over het algemeen geldt voor bouwlawaai het Bouwbesluit 2012 voor het bedrijfsmatig (ver)bouwen van bouwwerken en sloopwerkzaamheden. Hierin zijn geluidsnormen
27
Zijn gasten komen voor rust en privacy en een langdurige aanleg van infrastructuur en recreatiewoningen zal die rust verstoren en direct impact hebben op de beleving van zijn gasten en daarmee de omzet. Het idee is om tijdens de bouw de gasten een korting te geven ter compensatie. De reclamant wil dan een vergoeding hiervoor. 2.
3.
Reclamant heeft bezwaar tegen zowel de ingangen tijdens de bouw als de ingangen van het Noordzee Residence Renesse. Bouwverkeer kan grote schade en overlast veroorzaken aan de huizen gelegen op de Hogezoom en het spreekt voor zich dat het voor iedereen beter is om veel verkeer over de reeds bestaande geasfalteerde wegen te laten rijden. Reclamant laat weten dat de onderzoeken en voorgenomen functie ‘speeltoestellen’ niet correct is in het bestemmingsplan. Met name met het oog op geluid en een goed woon- en leefklimaat.
opgenomen in relatie tot blootstellingsduur. Daar zal bij de uitvoering rekening mee worden gehouden. De werkzaamheden in de bouwfase zullen altijd enige tijdelijke verstoring geven. De ambitie is om de verstoring zoveel mogelijk te beperken door bijvoorbeeld aanlegwerkzaamheden tijdens het vakantieseizoen niet uit te voeren, nabij het perceel van reclamant. De initiatiefnemer zal hier contact over opnemen met reclamant en de wijze van aanleggen met hem bespreken. Een vergoeding ter compensatie is niet aan de orde. Zwaar bouwverkeer gaat via de Kooijmansweg en rijdt via de nieuwe entree het plangebied in. Het noordelijk deel van het recreatiepark wordt bereikt via een oversteek over de Hogezoom. Het zware bouwverkeer zal derhalve niet over de Hogezoom rijden. De alternatieve ontsluiting leidt ook in de gebruiksfase tot een flinke afname (44%) van het verkeer over de Hogezoom ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De gronden waar speelvoorzieningen zijn toegestaan zijn aangeduid met aanduiding ‘speelvoorzieningen’. Voor de beoordeling van milieueffecten op de omgeving is gebruikt gemaakt van richtafstanden uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG (2009), waarin minimale richtafstanden zijn opgenomen die gelden voor de aspecten stof, geluid, geur en veiligheid.
Voor een kampeerterrein gelden richtafstanden van 30 meter voor geur, 50 meter voor geluid, 30 meter voor gevaar en nul meter voor stof. Deze afstand geldt ook voor stemgeluid vanwege gebruik van speelvoorzieningen op een recreatiepark, omdat dit voorzieningen zijn die geacht worden onderdeel te zijn van een dergelijke functie. De afstand dient te worden gemeten tussen de uiterste gevel van omliggende woningen en de gronden waar de speelvoorzieningen mogen staan. Deze afstand is overal minimaal 50 meter. Aangezien aan de richtafstand wordt voldaan mag ervan worden uitgegaan dat er geen geluidhinder optreedt vanwege de speelvoorzieningen. Er is bovendien al sprake van stemgeluid op de aanwezige recreatieaccommodaties op het terrein van reclamant, vanwege de eigen gasten en de op het perceel aanwezige speeltoestellen. Bij het aanhouden van de richtafstanden ten opzichte van de omliggende woningen is uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonomgeving’. Op basis van de systematiek van de handreiking kan een afstand van 30 meter worden aangehouden in een
28
omgevingstype ‘gemengd gebied’. Omdat het perceel van reclamant niet alleen een woning omvat, maar ook verblijfsrecreatieve accommodaties, geldt dat hier geen sprake is van een rustige woonomgeving, maar van een gemengd gebied waar al enig mate van hinder aanwezig is. De werkwijze van de systematiek bedrijven en milieuzonering rechtvaardigt in dat geval dat de richtafstand van 50 meter wordt verkleind tot 30 meter (dit is 1 afstandstap lager uit de VNG-systematiek: de richtafstand van een activiteit uit milieucategorie 3.1 is 50 meter, die van een milieucategorie 2 bedrijf is 30 meter). Om tegemoet te komen aan de zienswijze gaan we uit van een afstand van 30 meter, maar dan niet berekend vanaf de woning van reclamant maar vanaf de perceelsgrens, waardoor de aanduiding ‘speelvoorzieningen’ verder van het perceel is komen te liggen, dan in het ontwerpbestemmingsplan. 4.
De uitgangspunten inzake berekeningen van de stikstofdepositie zijn niet correct. De toegeleverde berekening gaat niet uit van de werkelijke situatie maar van de bestemde situatie. Dit is niet correct, omdat er al meerdere initiatieven zijn geweest ook binnen het bestaande bestemmingsplan voor ontwikkeling. Het gebied ligt inmiddels al jaren onbebouwd. De voorgenomen ontwikkeling zou leiden tot een enorme toename van stikstof.
In beginsel geldt inderdaad zoals reclamant stelt dat de referentiesituatie voor stikstofonderzoek bij bestemmingsplannen wordt gevormd door het feitelijk, planologisch legaal gebruik voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Op dit uitgangspunt geldt echter een belangrijke uitzondering volgens de rechtspraak (ABRS 1 september 2021) die in dit geval van toepassing is. Uit de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan en het exploitatieplan "Zandzoom 2019" (ABRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960) volgt, dat in het kader van interne saldering activiteiten meegenomen worden in de referentiesituatie, ook wanneer die beëindigd zijn voor de gehanteerde peildatum (voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan), als onomstotelijk vaststaat dat de activiteiten uitsluitend zijn beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Dat betekent dat uit een schriftelijk stuk, zoals een koopovereenkomst, moet blijken dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het gaat daarbij om een schriftelijk stuk dat dateert uit de periode dat de activiteit werd beëindigd of daarvoor. Daarnaast moet uitgesloten zijn dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum.
Verder is vereist dat in de periode tussen de beëindiging van de activiteit en de vaststelling van het plan geen andere stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid op het desbetreffende perceel. Het is in overeenstemming met de Wnb om een al beëindigde activiteit die aan deze strikte voorwaarden voldoet mee te nemen in de referentiesituatie. Zo overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak expliciet. In het stikstofonderzoek is onderbouwd dat aan deze voorwaarden wordt voldaan.
29
Het stikstofonderzoek is derhalve op de juiste wijze uitgevoerd.
2.11. Zienswijze 11 Samenvatting zienswijze 1. De reclamant laat weten geen beplanting te willen die hoger groeit dan 2 meter aan de zuidelijke kant van het noordelijke deel van Noordzee Residence Renesse aan de Hogezoom. Dit om het woongenot te behouden. De reclamant wil namelijk niet dat de hoge begroeiing de zon gaat belemmeren in de tuin.
Reactie gemeente Voor de wijze waarop de groene omzoming van het recreatiepark moet worden vormgeven, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 8 van de planregels. Hierbij wordt voorzien in een grondwal van 2 meter hoog en 5 meter breed met bosschages of een 10 meter brede strook zonder grondwal. Met toestemming van het college van burgemeester en wethouders kan ook onder voorwaarden (voor een gedeelte) een alternatieve inrichting worden gerealiseerd. Bij de keuze voor de uiteindelijke aanleg en/of inplanting zal de initiatiefnemer met omwonenden in overleg treden om te onderzoeken op welke wijze rekening kan worden gehouden met de wensen van omwonenden, waarbij schaduwwerking ook een aandachtpunt is. Dat is dus maatwerk, waarbij het gemeentelijk beleid voor landschappelijke inpassing het uitgangspunt vormt.
2.12. Zienswijze 12 Samenvatting zienswijze 1. De reclamant maakt zich zorgen over de realisatiefase van het park. Dit zal zorgen voor overlast van bouw en aanleg zelf alsmede van het bouwverkeer over de Hogezoom. Tevens zal dit overlast geven op het vakantiehuisje dat gelegen is in de tuin van de reclamant. Dit huisje ligt tegen het plangebied aan. De schade en overlast door bouwwerkzaamheden zal resulteren in derving van de huurinkomsten.
2.
Reclamant maakt bezwaar op de in het ontwerp bestemmingsplan opgenomen Aeriusberekening voor de stikstofdepositie. Het uitgangspunt hoort een leeg terrein te zijn, niet voorzien van eenheden. Het projectgebied staat al jaren leeg en er zijn eerder initiatieven geweest voor ontwikkeling.
Reactie gemeente Zwaar bouwverkeer gaat via de Kooijmansweg en rijdt via de nieuwe entree het plangebied in. Het noordelijk deel van het recreatiepark wordt bereikt via een oversteek over de Hogezoom. Het zware bouwverkeer zal derhalve niet over de Hogezoom rijden. De alternatieve ontsluiting leidt ook in de gebruiksfase tot een flinke afname van het verkeer over de Hogezoom ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Voor wat betreft hinder vanwege bouwlawaai moet de aannemer voldoen aan het Bouwbesluit 2012. De initiatiefnemer heeft toegezegd zorgvuldig te communiceren met omwonenden en hinder zoveel mogelijk te willen voorkomen. Hij zal hierover met reclamant in overleg treden. In beginsel geldt inderdaad zoals reclamant stelt dat de referentiesituatie voor stikstofonderzoek bij bestemmingsplannen wordt gevormd door het feitelijk, planologisch legaal gebruik voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Op dit uitgangspunt geldt echter een belangrijke uitzondering volgens de rechtspraak (ABRS 1 september 2021) die in dit geval van toepassing is.
30
Hierdoor geldt de voorgenomen ontwikkeling dus niet als nieuwe uitgangssituatie met tussenperiode voor expliciet deze ontwikkeling.
Uit de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan en het exploitatieplan "Zandzoom 2019" (ABRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960) volgt dat in het kader van interne saldering activiteiten meegenomen worden in de referentiesituatie, ook wanneer die beëindigd zijn voor de gehanteerde peildatum (voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan), als onomstotelijk vaststaat dat de activiteiten uitsluitend zijn beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Dat betekent dat uit een schriftelijk stuk, zoals een koopovereenkomst, moet blijken dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het gaat daarbij om een schriftelijk stuk dat dateert uit de periode dat de activiteit werd beëindigd of daarvoor. Daarnaast moet uitgesloten zijn dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum. Verder is vereist dat in de periode tussen de beëindiging van de activiteit en de vaststelling van het plan geen andere stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid op het desbetreffende perceel. Het is in overeenstemming met de Wnb om een al beëindigde activiteit die aan deze strikte voorwaarden voldoet mee te nemen in de referentiesituatie. Zo overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak expliciet. In het stikstofonderzoek is onderbouwd dat aan deze voorwaarden wordt voldaan.
Het stikstofonderzoek is derhalve op de juiste wijze uitgevoerd.
3.
In het bestaande bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als kampeerterrein met een verhuur in het seizoen. In het ontwerp bestemmingsplan gaat dit naar een jaarrond verhuren. Hierdoor zal er overlast zijn van de vakantiewoningen en het vakantieverkeer.
Het geldende bestemmingsplan staat 422 permanente standplaatsen toe voor stacaravans. In lid 1.110 is een permanente standplaats gedefinieerd als een standplaats bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of een kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaal acht vierkante meter, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn ten behoeve van recreatief nachtverblijf. In lid 1.65 is aangegeven, dat een stacaravan valt onder de definitie van een kampeermiddel. Er zijn daarnaast 145 niet-permanente standplaatsen toegestaan. Deze plekken zijn volgens lid 1.110 bestemd voor het plaatsen van één of meerdere kampeermiddelen, niet zijnde een stacaravan, gedurende het zomer- en/of winterseizoen (dus ook jaarrond). Daarbij dient er volgens het bestemmingsplan sprake te zijn van een centrale bedrijfsmatige exploitatie, hetgeen is gedefinieerd als het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een gezamenlijk beheer en exploitatie van recreatiewoningen, kampeerterreinen en kampeermiddelen, gericht op het bieden van (permanent wisselende) recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden.
31
Het gebruik, zoals geregeld in het geldende bestemmingsplan komt dus overeen met het gebruik in de beoogde situatie (jaarrond gebruik als verblijfsrecreatieterrein). 4.
Reclamant laat weten dat er een nadelig effect is op een goed leefklimaat van zijn eigen woning met betrekking tot het geluid van speelvoorzieningen waarbij er wordt verwezen naar de memo.
De gronden waar speelvoorzieningen zijn toegestaan zijn aangeduid met aanduiding ‘speelvoorzieningen’. Voor de beoordeling van milieueffecten op de omgeving is gebruikt gemaakt van richtafstanden uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG (2009), waarin minimale richtafstanden zijn opgenomen die gelden voor de aspecten stof, geluid, geur en veiligheid. Voor een kampeerterrein gelden richtafstanden van 30 meter voor geur, 50 meter voor geluid, 30 meter voor gevaar en nul meter voor stof. Deze afstand geldt ook voor stemgeluid vanwege gebruik van speelvoorzieningen op een recreatiepark, omdat dit voorzieningen zijn die geacht worden onderdeel te zijn van een dergelijke functie. De afstand dient te worden gemeten tussen de uiterste gevel van omliggende woningen en de gronden waar de speelvoorzieningen mogen staan. Deze afstand is overal minimaal 50 meter. Aangezien aan de richtafstand wordt voldaan mag ervan worden uitgegaan dat er geen geluidhinder optreedt vanwege de speelvoorzieningen.
2.13. Zienswijze 13 Samenvatting zienswijze 1. De reclamant heeft een brief ontvangen van de ontwikkelaar, waarop staat dat er voldoende afstand is tussen de activiteiten en functies zoals speeltoestellen en parkerende auto’s en omliggende woningen. Het noordelijke parkeerterrein is op het dichtstbijzijnde punt op 5 meter van het perceel van de reclamant gelegen. Dit noordelijke deel van de ontwikkeling heeft in totale omtrek langs de erfgrens grofweg 50% aan bebouwing en 50% natuurgebied. De situering van het parkeerterrein in het ontwerp staat haaks op de bewering zoals in het bovengenoemde brief is vermeld. Uiteindelijk is dan de zienswijze om het noordelijke parkeerterrein te verplaatsen naar gronden die verder weg zijn gelegen van de Hogezoom- bebouwing en meer
Reactie gemeente Voor een kampeerterrein gelden richtafstanden van 30 meter voor geur, 50 meter voor geluid, 30 meter voor gevaar en nul meter voor stof. Normaal gesproken worden deze richtafstanden aangehouden tussen de perceelsgrens van het kampeerterrein en de dichtstbijzijnde gevel van de woningen. Van deze afstanden kun je gemotiveerd afwijken. Wij hebben dat gedaan door rekening te houden met de functies waardoor op een verblijfsrecreatief terrein hinder door geluid, geur en gevaar kan ontstaan (parkeren, horeca, keuken en speelvoorzieningen, centrumvoorzieningen met geluid) en voor die specifieke functies zones aangegeven, waar die functies mogen worden gevestigd. Die zones zijn gebaseerd op de richtafstanden van de VNG. Buiten die zones zijn de specifieke functies niet toegestaan. Voor het gebruik van recreatiewoningen treedt alleen geluideffect op vanwege stemgeluid van de recreanten. Het gebruik van een recreatiewoning wordt vergelijkbaar geacht met het gebruik van reguliere woningen, behalve bij de grotere woningen waarin groepen kunnen verblijven. Bij
32
richting de noordelijke erfgrens waar geen bebouwing is.
het plaatsen van grotere recreatiewoningen is met mogelijke hinder vanwege stemgeluid op de omgeving rekening gehouden door de grotere recreatiewoningen alleen toe te staan op het zuidelijk deel in een speciaal daarvoor aangewezen gebied (op ten minste 50 meter van de omliggende woningen, waarbij derhalve wordt voldaan aan de richtafstanden). De woning van reclamant ligt op 95 meter van deze zone. Daarbij wordt het recreatieterrein omzoomd met een grondwal van 2 meter hoog en 5 meter breed met bosschages of met een 10 meter brede strook bosschages, waardoor er altijd afstand is tussen de recreatiewoningen en de omgeving. De grondwal heeft bovendien een geluiddempend effect. Het parkeerterrein is naar aanleiding van deze zienswijze in noordwestelijke richting verplaatst waardoor de afstand tot de omliggende woningen is vergroot.
2.
In dezelfde brief wordt gesproken over een aarden wal langs de gehele erfgrens van 2 meter hoog met daarbovenop streekeigen beplanting.
Voor de wijze waarop de groene omzoming van het recreatiepark moet worden vormgeven, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 8 van de planregels.
In verband met schaduw moeten hier goede afspraken worden gemaakt. Het moet niet te hoog worden en het moet goed onderhouden worden.
Hierbij wordt voorzien in een grondwal van 2 meter hoog en 5 meter breed met bosschages of een 10 meter brede strook zonder grondwal. Met toestemming van het college van burgemeester en wethouders kan ook onder voorwaarden (voor een gedeelte) een alternatieve inrichting worden gerealiseerd. Bij de keuze voor de uiteindelijke aanleg en/of inplanting zal de initiatiefnemer met omwonenden in overleg treden om te onderzoeken op welke wijze rekening kan worden gehouden met de wensen van omwonenden, waarbij schaduwwerking ook een aandachtpunt is. Dat is dus maatwerk, waarbij het gemeentelijk beleid voor landschappelijke inpassing het uitgangspunt vormt.
2.14. Zienswijze 14 Samenvatting zienswijze 1. Reclamant vindt dat de cumulatie van nadelige gevolgen van plannen voor recreatieve ontwikkelingen ten onrechte niet is meegenomen. Momenteel heeft de gemeente Schouwen-Duiveland westelijk van Renesse een groot aantal (recreatieve) plannen / ontwikkelingen tegelijkertijd in procedure gebracht. In een aantal gevallen vinden er nu nauwelijks of geen
Reactie gemeente Stikstof Ten aanzien van cumulatie van stikstof geldt, dat de drie ontwerpbestemmingsplannen sec niet leiden tot een toename van stikstof. Alleen al om die reden hoeft in het onderzoek naar de stikstofdepositie geen rekening te worden gehouden met de overige ontwikkelingen. Dit is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Concreet betekent dit, dat wanneer een plan (of project) op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (=
33
stikstofemissie veroorzakende activiteiten plaats binnen deze plangebieden. De feitelijke stikstofemissies neemt daarom door het realiseren van de voorgestelde projecten ten opzichte van de huidige situatie flink toe. Als de aanleg niet gefaseerd gebeurt zal dat grote gevolgen hebben voor het nabije Natura 2000 gebied. Naast gevolgen van extra stikstofemissie is er ook nog de verkeersafwikkeling. De wegen zijn deels niet berekend op grotere verkeersstromen. Tevens is de reclamant bezorgd over toevoerwegen voor brandweer en ambulance. Gezien de grote omvang van alle plannen bij elkaar stelt de reclamant het volgende voor: alle plannen aan de westkant van Renesse bundelen en opnieuw voor inspraak ter visie leggen en een m.e.r. rapport opstellen.
de berekende stikstofdepositie bedraagt niet meer dan 0,00 mol N/ha/jr), het betreffende plan (of project) om die reden geen negatieve stikstofdepositie gevolgen heeft en dat aan cumulatie met andere plannen en/of projecten om die reden niet wordt toegekomen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1210). M.e.r.-beoordeling In het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is er geen aanleiding om de nadelige gevolgen van de betreffende bestemmingsplannen van Camping De Oase, Fletcher Hotel te Renesse en voorliggend plan in cumulatie te beoordelen. In dit geval is er geen sprake van zo’n samenhang tussen de door reclamant genoemde ontwikkelingen, dat deze voor de toepassing van de m.e.r.-regelgeving als één activiteit (één stedelijk ontwikkelingsproject) moet worden aangemerkt en in cumulatie moet worden beschouwd. Er is namelijk geen sprake van een financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang tussen de activiteiten waarin de betreffende verschillende bestemmingsplannen voorzien. Het feit dat de ontwikkelingen op relatief korte afstand van elkaar zijn gelegen, maakt niet dat er sprake is van een bouwkundige samenhang. Ook zijn de plannen bouwkundig niet van elkaar afhankelijk. Er is tevens geen sprake van organisatorische of financiële samenhang.
De plannen worden door verschillende initiatiefnemers gerealiseerd en de initiatiefnemers werken niet samen om de verschillende plannen te realiseren. Verkeer In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet wel het aspect verkeer cumulatief worden beschouwd. Beoordeeld moet worden, dat de wegenstructuur de toename van de verkeersstromen in de huidige situatie aankan en de ontsluiting vanuit een verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar is. De drie recreatieve ontwikkelingen (uitbreiding Fletcher hotel, Camping de Oase en voorliggend plan liggen op zich in elkaars nabijheid. Ervan uitgaande, dat de besluitvorming over de bestemmingsplannen mogelijk op ongeveer hetzelfde moment plaatsvindt, is naar aanleiding van de zienswijze beoordeeld of de wegenstructuur het extra verkeer aan kan. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie voor de verschillende plannen is bepaald op basis van de “Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026” van de gemeente Schouwen-Duiveland, hierna te noemen “Agenda Toerisme”. De hiermee berekende verkeersgeneratie komt significant hoger uit dan wanneer deze wordt berekend op basis van de CROW kencijfers van publicatie 381.
34
De verkeersgeneratie van de drie plannen is bepaald met de Agenda Toerisme. Desondanks zijn er goede argumenten om specifiek voor deze ontwikkelingen, die allen op fiets/loopafstand liggen van het strand en het centrum van Renesse met veel voorzieningen, de CROW kencijfers aan te houden. De Agenda Toerisme geeft in de overweging bij de kencijfers ook aan dat voor ontwikkelingen op locaties zoals deze CROW kencijfers ook voldoen. Maar omdat voldaan moet worden aan het gemeentelijk beleid is voor de berekening van de verkeersgeneratie uitgegaan van de Agenda Toerisme. Verkeertoedeling De drie ontwikkelingen ontsluiten via verschillende wegen. Onderstaande figuur geeft de wegen weer waarover ontsloten wordt door de verschillende plannen. Elke weg heeft een nummer die correspondeert met de nummering van de beoordeling daaronder.
1. Lagezoom Van zowel recreatiepark Noordzee Residence Renesse als van Camping De Oase wordt een deel van het verkeer afgewikkeld via de Lagezoom. Het plan voor Hotel Fletcher heeft geen relatie met de Lagezoom. 1a Lagezoom tussen nieuwe entree Oase en de Roelandsweg De verkeersintensiteit op de Lagezoom (tussen Roelandsweg en Kooijmansweg) in de bestaande situatie in 2023 is circa 1.279 mvt/etmaal. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit in 2033 dan circa 1.412 mv/etmaal. De toename van het verkeer op dit deel van de Lagezoom vanwege Camping de Oase bedraagt volgens het bestemmingsplan 2.627 mvt/etmaal. De toename van recreatiepark Noordzee Residence Renesse op de Lagezoom is volgens het bestemmingsplan circa 609 mvt/etmaal. Dit
35
leidt tot een totale verkeersintensiteit van 4.648 mvt/etmaal (1.412 + 2.627 + 609). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg dit deel van de Lagezoom een capaciteit van 6.000 mvt/etm. De Lagezoom heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 1b Lagezoom tussen Kooijmansweg en nieuwe entree Oase De verkeersintensiteit op de Lagezoom (tussen Kooijmansweg en nieuwe entree Oase) in de bestaande situatie in 2023 is circa 1.279 mvt/etmaal. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit in 2033 dan circa 1.412 mv/etmaal. De toename van het verkeer op dit deel van de Lagezoom vanwege Camping de Oase bedraagt volgens het bestemmingsplan 292 mvt/etmaal. De toename van recreatiepark Noordzee Residence Renesse op de Lagezoom is volgens het bestemmingsplan circa 609 mvt/etmaal. Dit leidt tot een totale verkeersintensiteit van 2.313 mvt/etmaal (1.412 + 292 + 609). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg dit deel van de Lagezoom een capaciteit van 6.000 mvt/etm. De Lagezoom heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 2.
Kooijmansweg (deel tussen de Hogezoom en Lagezoom) Van het recreatiepark Noordzee Residence Renesse wordt het verkeer deels afgewikkeld via dit deel van de Kooijmansmans. De plannen voor Hotel Fletcher en Camping De Oase hebben geen relatie met dit deel van de Kooijmansweg. Een cumulatieve beschouwing voor deze weg is derhalve niet aan de orde. 3. Kooijmansweg (tussen Lagezoom en N652 Van zowel recreatiepark Noordzee Residence Renesse als van Camping De Oase wordt een deel van het verkeer afgewikkeld via dit deel van de Kooijmansweg. Het plan voor Hotel Fletcher heeft geen relatie met dit deel van de Kooijmansweg. De verkeersintensiteit op de Kooijmansweg tussen de Lagezoom en de N652 in de bestaande situatie in 2023 is circa 1.279 mvt/etmaal voor een weekdag en werkdag. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit in 2033 dan circa 1.412 mv/etmaal. De toename van het verkeer op dit deel van de Kooijmansweg vanwege Camping de Oase bedraagt volgens het bestemmingsplan 292 mvt/etmaal. De toename van Noordzee Residence Renesse is volgens het bestemmingsplan 448 mvt/etmaal. Dit leidt tot een totale
36
verkeersintensiteit van 2.152 mvt/etmaal (1.412 + 292 + 448). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg, dit deel van de Kooijmansweg een capaciteit van 6.000 mvt/etm. De Kooijmansweg heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 4. Vroonweg De verkeersafwikkeling van het plan voor Hotel Fletcher gaat via de Vroonweg. De plannen voor Recreatiepark Noordzee Residence Renesse en De Oase hebben geen relatie met de Vroonweg voor wat betreft de verkeersafwikkeling. Een cumulatieve beschouwing voor deze weg is derhalve niet aan de orde. 5. Hogezoom De verkeersafwikkeling van Recreatiepark Noordzee Residence Renesse gaat deels via de Hogezoom. De plannen voor Camping De Oase en het Hotel Fletcher hebben geen relatie met de Hogezoom voor wat betreft de verkeersafwikkeling. Een cumulatieve beschouwing voor deze weg is derhalve niet aan de orde. 6. Roelandsweg Voor wat betreft de Roelandsweg (gebiedsontsluitingsweg) geldt, dat het verkeer vanaf Hotel Fletcher na de Vroonweg zijn weg (deels) in zuidelijke richting vervolgt op de Roelandsweg, een gebiedsontsluitingsweg richting het centrum en de provinciale weg. Aan de Roelandsweg ligt ook de huidige ingang van Camping de Oase waar in de beoogde situatie nog klein deel van het verkeer van de camping gebruik van zal maken.
Daarnaast zal het verkeer van Recreatiepark Noordzee Residence Renesse voorliggend plan ook deels via de Roelandsweg worden afgewikkeld. De Roelandsweg kan worden opgedeeld in twee delen: 6a Roelandsweg tussen Hogezoom en de Lagezoom) 6b Roelandsweg tussen de Lagezoom en de rotonde N652 6a Roelandsweg tussen Hogezoom en de Lagezoom) De verkeersintensiteit op dit deel van de Roelandsweg is in 2023 circa 6.332 mvt/etmaal. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit op de Roelandsweg in 2033 circa 6.995 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan van Camping de Oase voorziet erin, dat de hoofdingang naar het zuiden (Lagezoom) wordt verplaatst. De toekomstige Camping de Oase wordt met name ontsloten via de Lagezoom. Een klein deel van het verkeer zal nog steeds via de oude ingang aan de Roelandsweg worden ontsloten. Dit betekent volgens het bestemmingsplan Camping De Oase Renesse, dat in de
37
toekomstige situatie de verkeersstromen op de Roelandsweg tussen de Hogezoom en Lagezoom een omvang heeft van circa 4 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan Vroonweg 35 Renesse waarin het plan voor Hotel Fletcher mogelijk wordt gemaakt leidt tot een verkeersgeneratie van 227 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan voor Recreatiepark Noordzee Residence Renesse leidt tot een verkeersgeneratie van 300 mvt/etmaal. De drie plannen leiden tot een totale verkeersintensiteit in 2033 van 7.526 mvt/etmaal op de Roelandsweg (6.995 + 4 + 227 + 300). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg, dit deel van de Roelandsweg een capaciteit van 15.000 mvt/etm. Dit deel van de Roelandsweg heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 6b Roelandsweg tussen de Lagezoom en de rotonde N652 De verkeersintensiteit op dit deel van de Roelandsweg is in 2023 circa 6.332 mvt/etmaal voor een weekdag en werkdag. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit op de Roelandsweg in 2033 circa 6.995 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan van Camping de Oase voorziet erin, dat de hoofdingang naar het zuiden (Lagezoom) wordt verplaatst. De toekomstige Camping de Oase wordt met name ontsloten via de Lagezoom. Een klein deel van het verkeer zal nog steeds via de oude ingang aan de Roelandsweg worden ontsloten.
Dit betekent volgens het bestemmingsplan Camping De Oase Renesse, dat er circa 4 mvt/etmaal uit noordelijke richting komen (bestaande entree) en 2.627 mvt/etmaal vanuit de richting Lagezoom komen. In totaal neemt de verkeersintensiteit op dit deel van de Roelandweg toe met 2.631 mvt/etmaal (4 + 2627). . Het bestemmingsplan Vroonweg 35 Renesse waarin het plan voor Hotel Fletcher mogelijk wordt gemaakt leidt tot een verkeersgeneratie van 227 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan Recreatiepark Noordzee Residence Renesse leidt tot dat een toename van 909 mvt/etmaal over dit deel van de Roelandsweg. De drie plannen leiden tot een totale verkeersintensiteit in 2033 van 10762 mvt/etmaal op de Roelandsweg (6.995 +2.631 + 227 + 909). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg, dit deel van de Roelandsweg een capaciteit van 15.000 mvt/etm. Dit deel van de Roelandsweg heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken.
38
De conclusie uit de cumulatieve beoordeling is, dat wegenstructuur het extra verkeer vanwege de drie plannen aankan. Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt aansluitend aan het aspect verkeer ook ingegaan op de cumulatieve effecten van de drie plannen op het gebied van luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit wordt met name bepaald door de uitstoot van verschillende stoffen door het wegverkeer. De verschillende ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied zorgen niet voor een grootschalige groei van de verkeersintensiteiten. Als daarbij de huidige achtergrondconcentraties van de verschillende stoffen, die ver onder de geldende normen blijven, mede in ogenschouw worden genomen, kan gesteld worden, dat er geen significant nadelige cumulatieve luchtkwaliteit effecten te verwachten zijn. Voor wat betreft het bundelen van de plannen geldt dat de gemeente een grote beleidsvrijheid heeft bij bepalen van de begrenzing van de plannen. De plannen in de omgeving bundelen is geen optie. De plannen kennen immers verschillende initiatiefnemers die onafhankelijk van elkaar de plannen ontwikkelen. Er is geen sprake van samenhang tussen de plannen. Ten aanzien van de Julianahoeve en de Oude Maalderij geldt hetzelfde voor wat betreft cumulatie en deze plannen zijn bovendien dermate kleinschalig dat deze ook geen invloed hebben op de genoemde beleidsvelden.
De herontwikkeling van De Dreef ligt bovendien op grote afstand van voorliggend plan, namelijk in het centrum van Renesse. 2.
Volgens reclamant is er onvoldoende onderzoek verricht naar de verkeersafwikkeling en is er nader onderzoek noodzakelijk. Ook moet worden beoordeeld of de plannen in de gebruiksfase verkeerstechnisch cumulatief mogelijk zijn. Zowel voor de bouwfase als gebruiksfase geldt, dat omliggende wegen niet berekend zijn op de grotere verkeersstromen tijdens deze fasen. Een voorbeeld is de Kooijmansweg. Verkeersstellingen zijn op deze weg en de Lagezoom nooit gedaan.
Verkeersafwikkeling Op basis van de variantenstudie is gekozen voor een alternatieve ontsluiting van het zuidelijk deel van het plangebied, waardoor de verkeersbelasting vanwege het plan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan fors wordt verminderd (op de Hogezoom 44% minder verkeer uit oostelijke richting en 11% minder uit westelijke richting). Hierdoor wordt zo veel mogelijk gemotoriseerd verkeer op de Hogezoom vermeden hetgeen in overeenstemming is met het IVVP. Uit de variantenstudie volgt, dat door de nieuwe entree voor het zuidelijk deel aan de Kooijmansweg de toename van het autoverkeer op de Hogezoom vanaf de rotonde vanwege het plan circa 300 mvt/etmaal bedraagt. Uitgaande van verkeer gedurende 16 uur per dag zijn dat
39
circa 19 autobewegingen per uur extra. Deze toename in combinatie met het feit dat de weg een maximum snelheid kent van 30 km/uur leidt tot de conclusie dat de verkeersveiligheid niet verslechterd. Daarbij geldt bovendien, dat gezien de ligging van het recreatiepark nabij het centrum (ca. 600 m) en het strand (ca. 1.700 m) de gasten van het park vaak ervoor kiezen de auto te laten staan er en zich te voet of per fiets te verplaatsen. Daarnaast zal het verkeer zo worden geleid dat bij het verlaten van het park het verkeer via de Kooijmansweg moet rijden, hetgeen leidt tot een langere route die gebruik van de auto bij korte afstanden ontmoedigt. De Hogezoom, met een wegprofiel van 4,8 meter breed, voldoet aan de eisen van het minimale profiel van een erftoegangsweg bij beperkt vrachtverkeer. Daarbij geldt dat het vrachtverkeer (bevoorrading) in de gebruiksfase via de zuidkant (via de Lagezoom-Kooijmansweg) het plangebied benadert en dus niet over de Hogezoom zal rijden. Voor de volledigheid merken we op, dat het zware bouwverkeer ook niet (meer) over de Hogezoom zal rijden. Dit verkeer gaat via de Lagezoom-Kooijmansweg het zuidelijk deel van het recreatiepark op en zal via een oversteek op de Hogezoom het noordelijk deel bereiken. Cumulatie verkeer In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet wel het aspect verkeer cumulatief worden beschouwd.
Beoordeeld moet worden, dat de wegenstructuur de toename van de verkeersstromen in de huidige situatie aankan en de ontsluiting vanuit een verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar is. De drie recreatieve ontwikkelingen (uitbreiding Fletcher hotel, Camping de Oase en voorliggend plan liggen op zich in elkaars nabijheid. Ervan uitgaande, dat de besluitvorming over de bestemmingsplannen mogelijk op ongeveer hetzelfde moment plaatsvindt, is naar aanleiding van de zienswijze beoordeeld of de wegenstructuur het extra verkeer aan kan. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie voor de verschillende plannen is bepaald op basis van de “Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026” van de gemeente Schouwen-Duiveland, hierna te noemen “Agenda Toerisme”. De hiermee berekende verkeersgeneratie komt significant hoger uit dan wanneer deze wordt berekend op basis van de CROW kencijfers van publicatie 381. De verkeersgeneratie van de drie plannen is bepaald met de Agenda Toerisme. Desondanks zijn er goede argumenten
40
om specifiek voor deze ontwikkelingen, die allen op fiets/loopafstand liggen van het strand en het centrum van Renesse met veel voorzieningen, de CROW kencijfers aan te houden. De Agenda Toerisme geeft in de overweging bij de kencijfers ook aan dat voor ontwikkelingen op locaties zoals deze CROW kencijfers ook voldoen. Maar omdat voldaan moet worden aan het gemeentelijk beleid is voor de berekening van de verkeersgeneratie uitgegaan van de Agenda Toerisme. Verkeertoedeling De drie ontwikkelingen ontsluiten via verschillende wegen. Onderstaande figuur geeft de wegen weer waarover ontsloten wordt door de verschillende plannen. Elke weg heeft een nummer die correspondeert met de nummering van de beoordeling daaronder.
1. Lagezoom Van zowel recreatiepark Noordzee Residence Renesse als van Camping De Oase wordt een deel van het verkeer afgewikkeld via de Lagezoom. Het plan voor Hotel Fletcher heeft geen relatie met de Lagezoom. 1a Lagezoom tussen nieuwe entree Oase en de Roelandsweg De verkeersintensiteit op de Lagezoom (tussen Roelandsweg en Kooijmansweg) in de bestaande situatie in 2023 is circa 1.279 mvt/etmaal. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit in 2033 dan circa 1.412 mv/etmaal. De toename van het verkeer op dit deel van de Lagezoom vanwege Camping de Oase bedraagt volgens het bestemmingsplan 2.627 mvt/etmaal. De toename van recreatiepark Noordzee Residence Renesse op de Lagezoom is volgens het bestemmingsplan circa 609 mvt/etmaal. Dit leidt tot een totale verkeersintensiteit van 4.648 mvt/etmaal (1.412 + 2.627 + 609).
41
Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg dit deel van de Lagezoom een capaciteit van 6.000 mvt/etm. De Lagezoom heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 1b Lagezoom tussen Kooijmansweg en nieuwe entree Oase De verkeersintensiteit op de Lagezoom (tussen Kooijmansweg en nieuwe entree Oase) in de bestaande situatie in 2023 is circa 1.279 mvt/etmaal. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit in 2033 dan circa 1.412 mv/etmaal. De toename van het verkeer op dit deel van de Lagezoom vanwege Camping de Oase bedraagt volgens het bestemmingsplan 292 mvt/etmaal. De toename van recreatiepark Noordzee Residence Renesse op de Lagezoom is volgens het bestemmingsplan circa 609 mvt/etmaal. Dit leidt tot een totale verkeersintensiteit van 2.313 mvt/etmaal (1.412 + 292 + 609). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg dit deel van de Lagezoom een capaciteit van 6.000 mvt/etm. De Lagezoom heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 2. Kooijmansweg (deel tussen de Hogezoom en Lagezoom) Van het recreatiepark Noordzee Residence Renesse wordt het verkeer deels afgewikkeld via dit deel van de Kooijmansmans.
De plannen voor Hotel Fletcher en Camping De Oase hebben geen relatie met dit deel van de Kooijmansweg. Een cumulatieve beschouwing voor deze weg is derhalve niet aan de orde. 3. Kooijmansweg (tussen Lagezoom en N652 Van zowel recreatiepark Noordzee Residence Renesse als van Camping De Oase wordt een deel van het verkeer afgewikkeld via dit deel van de Kooijmansweg. Het plan voor Hotel Fletcher heeft geen relatie met dit deel van de Kooijmansweg. De verkeersintensiteit op de Kooijmansweg tussen de Lagezoom en de N652 in de bestaande situatie in 2023 is circa 1.279 mvt/etmaal voor een weekdag en werkdag. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit in 2033 dan circa 1.412 mv/etmaal. De toename van het verkeer op dit deel van de Kooijmansweg vanwege Camping de Oase bedraagt volgens het bestemmingsplan 292 mvt/etmaal. De toename van Noordzee Residence Renesse is volgens het bestemmingsplan 448 mvt/etmaal. Dit leidt tot een totale verkeersintensiteit van 2.152 mvt/etmaal (1.412 + 292 + 448).
42
Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg, dit deel van de Kooijmansweg een capaciteit van 6.000 mvt/etm. De Kooijmansweg heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 4. Vroonweg De verkeersafwikkeling van het plan voor Hotel Fletcher gaat via de Vroonweg. De plannen voor Recreatiepark Noordzee Residence Renesse en De Oase hebben geen relatie met de Vroonweg voor wat betreft de verkeersafwikkeling. Een cumulatieve beschouwing voor deze weg is derhalve niet aan de orde. 5. Hogezoom De verkeersafwikkeling van Recreatiepark Noordzee Residence Renesse gaat deels via de Hogezoom. De plannen voor Camping De Oase en het Hotel Fletcher hebben geen relatie met de Hogezoom voor wat betreft de verkeersafwikkeling. Een cumulatieve beschouwing voor deze weg is derhalve niet aan de orde. 6. Roelandsweg Voor wat betreft de Roelandsweg (gebiedsontsluitingsweg) geldt, dat het verkeer vanaf Hotel Fletcher na de Vroonweg zijn weg (deels) in zuidelijke richting vervolgt op de Roelandsweg, een gebiedsontsluitingsweg richting het centrum en de provinciale weg. Aan de Roelandsweg ligt ook de huidige ingang van Camping de Oase waar in de beoogde situatie nog klein deel van het verkeer van de camping gebruik van zal maken.
Daarnaast zal het verkeer van Recreatiepark Noordzee Residence Renesse voorliggend plan ook deels via de Roelandsweg worden afgewikkeld. De Roelandsweg kan worden opgedeeld in twee delen: 6a Roelandsweg tussen Hogezoom en de Lagezoom) 6b Roelandsweg tussen de Lagezoom en de rotonde N652 6a Roelandsweg tussen Hogezoom en de Lagezoom) De verkeersintensiteit op dit deel van de Roelandsweg is in 2023 circa 6.332 mvt/etmaal. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit op de Roelandsweg in 2033 circa 6.995 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan van Camping de Oase voorziet erin, dat de hoofdingang naar het zuiden (Lagezoom) wordt verplaatst. De toekomstige Camping de Oase wordt met name ontsloten via de Lagezoom. Een klein deel van het verkeer zal nog steeds via de oude ingang aan de Roelandsweg worden ontsloten. Dit betekent volgens het bestemmingsplan Camping De Oase Renesse, dat in de toekomstige situatie de verkeersstromen op de Roelandsweg tussen de Hogezoom en Lagezoom een omvang heeft van circa 4 mvt/etmaal.
43
Het bestemmingsplan Vroonweg 35 Renesse waarin het plan voor Hotel Fletcher mogelijk wordt gemaakt leidt tot een verkeersgeneratie van 227 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan voor Recreatiepark Noordzee Residence Renesse leidt tot een verkeersgeneratie van 300 mvt/etmaal. De drie plannen leiden tot een totale verkeersintensiteit in 2033 van 7.526 mvt/etmaal op de Roelandsweg (6.995 + 4 + 227 + 300). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg, dit deel van de Roelandsweg een capaciteit van 15.000 mvt/etm. Dit deel van de Roelandsweg heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. 6b Roelandsweg tussen de Lagezoom en de rotonde N652 De verkeersintensiteit op dit deel van de Roelandsweg is in 2023 circa 6.332 mvt/etmaal voor een weekdag en werkdag. Uitgaande van een autonome groei van 1 procent per jaar is de verkeersintensiteit op de Roelandsweg in 2033 circa 6.995 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan van Camping de Oase voorziet erin, dat de hoofdingang naar het zuiden (Lagezoom) wordt verplaatst. De toekomstige Camping de Oase wordt met name ontsloten via de Lagezoom. Een klein deel van het verkeer zal nog steeds via de oude ingang aan de Roelandsweg worden ontsloten.
Dit betekent volgens het bestemmingsplan Camping De Oase Renesse, dat er circa 4 mvt/etmaal uit noordelijke richting komen (bestaande entree) en 2.627 mvt/etmaal vanuit de richting Lagezoom komen. In totaal neemt de verkeersintensiteit op dit deel van de Roelandweg toe met 2.631 mvt/etmaal (4 + 2627). . Het bestemmingsplan Vroonweg 35 Renesse waarin het plan voor Hotel Fletcher mogelijk wordt gemaakt leidt tot een verkeersgeneratie van 227 mvt/etmaal. Het bestemmingsplan Recreatiepark Noordzee Residence Renesse leidt tot dat een toename van 909 mvt/etmaal over dit deel van de Roelandsweg. De drie plannen leiden tot een totale verkeersintensiteit in 2033 van 10762 mvt/etmaal op de Roelandsweg (6.995 +2.631 + 227 + 909). Op basis van de richtlijnen van Duurzaam Veilig heeft, gezien de inrichting, functie en gebruik van de weg, dit deel van de Roelandsweg een capaciteit van 15.000 mvt/etm. Dit deel van de Roelandsweg heeft derhalve genoeg capaciteit om de toename aan verkeer te verwerken. De conclusie uit de cumulatieve beoordeling is, dat wegenstructuur het extra verkeer vanwege de drie plannen aankan.
44
3.
Het plan is strijdig met de Zeeuwse Kustvisie, Omgevingsverordening Zeeland 2018 en Agenda toerisme 2018 – 2026 Het plangebied ligt in het kustzonegebied, buiten de begrenzing van een badplaats of aandachtsgebied. In par. 3.4, Provinciaal beleid, onder het kopje Vrijetijdseconomie, van de Toelichting is dit echter weergegeven als: “De gronden waarop zowel de noordelijke als de zuidelijke ontsluiting van het recreatieterrein is gelegen zijn aangeduid als 'begrenzing badplaatsen.” Deze omschrijving schept verwarring en moet vervangen worden door: "De noordelijke en zuidelijke ontsluitingswegen van het recreatieterrein komen uit in de badplaats Renesse". De punten A t/m D van het ontwikkelkader verblijfsrecreatie gebied uit de Zeeuwse kustvisie, die zijn vastgesteld in regels in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 en de gemeentelijke Agenda Toerisme 2018 – 2026 zijn hier van toepassing. Deze punten worden niet meegenomen in het plan. Aanpassing in regels voor oppervlakte recreatiewoningen. Dit moet inclusief met overkapping en bordessen worden berekend. Maximaal 13% van het plangebied is bestemd voor recreatie bebouwing (centrumvoorziening niet meegerekend). Het noordelijk deel van het plangebied heeft de status Groene Zeeuwse topkwaliteit; dat betekend dat hier (nieuwe) verblijfsontwikkelingen zijn uitgesloten en er extra attentie is voor landschap en natuur.
Juist in dit deel ligt het plan voor grote recreatiewoningen die wel 8 meter hoog mogen worden. Dit past niet in de omgeving en daarom stelt de reclamant voor om een bouwhoogte van maximaal 5,5 meter aan te houden. Centrumvoorzieningen moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Niet alleen voor gasten.
De toelichting is in overeenstemming met de begrenzing badplaatsen. Ter wille van de leesbaarheid wordt de tekst conform het voorstel van reclamant als volgt aangepast. “De gronden waarop zowel de noordelijke als de (voormalige) zuidelijke ontsluiting van het recreatieterrein zijn gelegen zijn aangeduid als 'begrenzing badplaatsen'. Ter verduidelijk is een uitsnede opgenomen van de kaart waar de aanduiding ‘begrenzing badplaatsen’ is weergegeven. Er is wel degelijk rekening gehouden met de punten A tot en met D. Zie paragraaf 3.6 Gemeentelijk beleid. De oppervlakte en het aantal eenheden nemen niet toe (aantal eenheden neemt juist af). Er wordt voorzien in een bedrijfsmatige exploitatie. Dat is geborgd in de planregels. Het plan is gebaseerd op een businessplan van de initiatiefnemer. Het plan draagt bij aan een gedifferentieerd Zeeuws product. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een kwaliteitsimpuls van het aanbod in de provincie en op Schouwen-Duiveland, onder meer door de hoogwaardige uitstraling van het park, moderne objecten, landschappelijke inpassing en lage dichtheden. Tot slot levert het plan een bijdrage aan de werkgelegenheid. In het plan en de exploitatie wordt gezocht worden naar verbindingen met de ondernemers van Renesse. Daarbij kan gedacht worden aan het schoonmaken van de woningen, het onderhoud van het park (hovenier) en gebouwen en fietsenverhuur.
Maximaal 13% van het plangebied is bestemd voor recreatie bebouwing (centrumvoorziening niet meegerekend). Volgens het ‘ontwikkelkader verblijfsrecreatie gebied’, zoals opgenomen in de Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026’, is dat exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden. Overkapping en bordessen hoeven daar dus niet aan te worden toegerekend. Een bordes heeft geen kap en ook geen wand of wanden. Het is eigenlijk een (verhard) oppervlak vergelijkbaar met een terras en/of verharde parkeerplaats. Deze tellen ook niet mee bij het bepalen van de totale maximale oppervlakte. De overkapping is een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en maximaal 1 wand, zijnde de wand van het recreatief verblijf. Op basis van regelgeving en jurisprudentie is de overkapping (in deze vorm) te beschouwen als 'buitenruimte' en daarom ook geen onderdeel van de 13% regeling. Pas wanneer een extra wand aan de overkapping wordt toegevoegd is er sprake van een gebouw en dient dit 'gebouw' mee te worden geteld bij de oppervlakte. Een extra wand is echter niet toegestaan. Het plangebied ten noorden van de Hogezoom is bij het thema vrijetijdseconomie aangeduid als 'Groene Zeeuwse
45
topkwaliteit'. Nieuwe (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen zijn daar inderdaad uitgesloten. Er is echter geen sprake van een nieuwe verblijfsrecreatieve ontwikkeling, maar van een kwaliteitsimpuls voor een bestaand verblijfsrecreatief terrein. In het noordelijk deel zijn geen grote recreatiewoningen toegestaan. De grotere recreatiewoningen van 100 m2 en 150 m2 zijn alleen toegestaan in het zuidelijke deel op de gronden met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1.’ Centrumvoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor gasten. Wanneer deze voorzieningen voor iedereen worden toegestaan, leidt dat tot extra verkeersbewegingen (en stikstofemissie) en tot extra behoefte aan parkeerplaatsen, waardoor de verharding toeneemt en de landschappelijke inpassing onder druk komt te staan. 4.
5.
Reclamant stelt voor om een hydrologisch onderzoek uit te voeren. Dit om een maximale diepte voor grondbewerking in het bestemmingsplan vast te leggen. Alternatief hiervoor is het opnemen in het bestemmingsplan van een verbod op kelders onder de recreatiewoningen. In het voorgestelde project worden geen kelders gerealiseerd, maar het mag wel. Het naastliggende Natura 2000 gebied kan door een te diepe grondbewerking in het plangebied droog komen te staan. De natuurtoets geeft niet voldoende inzicht dat noodzakelijk is om te kunnen beoordelen of het plan al dan niet schadelijke effecten voor de natuur heeft. Reclamant stelt voor om het volgende te doen: “Opnieuw ter visie leggen van al dan niet herziend plan samen met uitkomsten van het uitgebreider natuuronderzoek zoals door provincie als noodzakelijk gesteld is.” Er is nauwelijks aandacht besteed aan vleermuizen. Dat is niet logisch voor dit gebied. Er moeten mitigerende maatregelen voor vleermuizen als verlichting en borging van de tweede coniferenrij in de planregels worden opgenomen. Het vakantiepark moet mitigerende maatregelen hebben voor vleermuizen. Er kunnen soorten aanwezig zijn die nog
Conform de zienswijze is in de regels een verbod op de bouw van kelders opgenomen. Bij de uitwerking van de waterhuishouding wordt als uitgangspunt genomen, dat er geen sprake mag zijn van verdrogingseffecten op het nabijgelegen Natura 2000gebied. De uitwerking van de waterhuishouding gebeurt aan de hand van de watertoets en in overleg met de gemeente en het waterschap.
Het opnieuw ter visie leggen van een al dan niet herziend plan samen met uitkomsten van het uitgebreider natuuronderzoek, zoals door provincie als noodzakelijk gesteld, is niet nodig. Inmiddels is uit nader onderzoek gebleken dat de noordse woelmuis niet voorkomt in het plangebied. Als die zou voorkomen zouden maatregelen buiten het plangebied moeten worden uitgevoerd en zou het plan pas kunnen worden vastgesteld als die maatregelen geborgd zouden zijn. Voor de overige soorten kunnen als die worden aangetroffen maatregelen worden getroffen op het park zelf en is het aannemelijk, dat een benodigde ontheffing in het kader van de soortenbescherming Wet natuurbeheer wordt verleend. In paragraaf 5.2.2 van de Natuurtoets en voortoets is uitgebreid ingegaan op de effecten op vleermuizen. Negatieve effecten worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet nodig.
46
niet zijn onderzocht in de natuurtoets. Verlichting van de huizen kan vleermuizen storen. Onder art. 8.3: voorwaardelijke verplichting, moet worden opgenomen dat voor ‘specifieke vorm van groen -3’ geldt dat de grondwal minstens 2 meter hoog moet zijn en de opgaande beplanting erop minstens 6 meter hoog. Dit moet geborgd worden.
6.
Reclamant is van mening dat er een natuurvergunning voor dit ontwerpbestemmingsplan moet worden aangevraagd. Alleen al naar aanleiding van de geconstateerde tekortkomingen in de stikstofberekeningen en de cumulatie van plannen. Het plan moet opnieuw voor inspraak ter inzage gelegd worden.
Voor wat betreft de hinder vanwege verlichting geldt dat uit de natuurtoets volgt, dat er geen sprake is van essentiële vliegroutes of foerageergebied van vleermuizen in en rond het plangebied. Het is juist, dat de bomenrijen om het plangebied, als vliegroute kunnen functioneren. Er zijn echter ruim voldoende bomenrijen/ lijnvormige elementen aangesloten op deze rijen. Hierdoor kunnen vleermuizen alternatieve vliegroutes van hun verblijfplaats naar foerageergebied vinden. Er is derhalve geen significant nadelig effect van verlichting op de vleermuizen. Daarbij is de lichtuitstraling van de recreatiewoningen op de aanwezige bomenrijen zeer beperkt. Bovendien worden er in het plangebied groenstroken aangeplant die de lichtuitstraling verder zullen beperken. De landschappelijke inpassing met een grondwal van 5 meter breed en 2 meter hoog met bosschages of een 10 meter brede strook alleen bosschages is geborgd in artikel 8.3. Met de ‘specifieke vorm van groen - 3’ is geborgd dat de landschappelijke inpassing ter plaatse van die aanduiding moet worden gerealiseerd met een grondwal van 2 meter hoog met bosschages van circa 4 meter hoog (zie bijlage 2 bij de regels). Samen met de aanwezige afschermende elementen langs de Kabbelaarsweg in het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen zelf is dit voldoende om optische verstoring van aanwezige habitattypen te voorkomen.
In het Natura 2000-gebied zijn geen habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor geluidsverstoring of lichtverstoring. Uit de voortoets en het stikstofonderzoek volgt dat er geen significant nadelige effecten optreden op natura 2000gebied. Een vergunning in het kader van de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming is derhalve niet nodig. Er zijn geen tekortkomingen in het stikstofonderzoek. Wel is het stikstofonderzoek geactualiseerd naar aanleiding van het nieuwe AERIUS model (AERIUS 2022), dat 26 januari 2023 beschikbaar is gesteld. Voor wat betreft de cumulatie verwijzen we naar de beantwoording van onderdeel 1 van de zienswijze van de reclamant. Een ontwerpbestemmingsplan moet opnieuw ter inzage worden gelegd als de afwijkingen van het ontwerp ten opzichte van het vast te stellen plan naar aard en omvang zo groot zijn dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld. Daar is geen sprake van. Er is geen aanleiding het ontwerpplan opnieuw ter inzage te leggen.