2024.180 Obase - Bestuursverslag 2023 Stichting Obase (1111896)
Tekst van het document
- Het vormen van een voorziening langdurig zieken per 31-12-2023 was niet begroot (€ 53.400) - Geen vergoedingen LIO uitbetaald in verband met ontbreken LIO’ers € 9.000. - De opheffing van het TCOZ is in 2023 afgerekend, waardoor Obase € 8.000 heeft ontvangen.
26
6.3.
Analyse saldo jaarrekening 2023 en begroting 2023
De begroting 2023 sluit met een overschot van € 119.694. De jaarrekening resulteert in een saldo van € 417.300. De jaarrekening 2023 is € 298.000 positiever dan begroot.
Realisatie 2023
Begroting 2023
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten Totale baten
11.514.933 36.288 397.901 11.949.121
10.994.279 60.980 56.565 11.111.824
520.654 -24.692 341.336 837.297
Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totale lasten
9.485.313 212.543 845.010 1.005.838 11.548.705
8.882.388 210.000 929.800 960.542 10.982.730
602.925 2.543 -84.790 45.296 565.975
Saldo baten en lasten
400.416
129.094
271.322
Saldo financiële baten en lasten
16.884
-9.400
26.284
Resultaat
417.300
119.694
297.606
Verschil
De belangrijkste oorzaken van het resultaat van de jaarrekening 2023 ten opzichte van de begroting zijn: Rijksbijdragen De totale rijksbijdragen zijn € 521.000 hoger dan de begroting 2023. In september 2023 is € 377.000 extra aan rijksbijdrage ontvangen vanwege de indexering 2023 over het schooljaar 20222023 en kalenderjaar 2023. Extra rijksbijdragen zijn ontvangen voor de opvang van vreemdelingen € 50.000. Daarnaast heeft de minister besloten om de regeling Professionalisering starters en schoolleiders voor de maanden augustus tot en met december 2023 door te trekken, hierdoor werd € 58.000 meer aan rijksbijdragen ontvangen dan begroot. De overgangsregeling voor het SBO viel gunstiger uit dan begroot, waardoor er € 60.000 meer aan inkomsten waren dan begroot. De doorbetalingen van het Samenwerkingsverband waren minder dan begroot € 20.000 -/-. Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen zijn € 25.000 lager dan begroot. In de begroting 2023 was een gemeentelijke subsidie voor het Taalexpertisecentrum begroot. Eind 2022 was besloten om het
27
Taalexpertisecentrum volledig onder te brengen bij Lithora, waardoor zij ook de gemeentelijke subsidie ontvingen. Overige baten De overige baten zijn circa € 341.000 hoger dan begroot. Het verschil wordt met name verklaard doordat personeel van Obase bij het Taalexpertisecentrum is gedetacheerd (€ 203.000). In 2023 heeft ook de afrekening van de jaren 2021 en 2022 van het Taalexpertisecentrum plaatsgevonden (€ 83.000). Van de Kinderopvang is € 8.000 meer ontvangen dan begroot als gevolg van nagekomen baten voorgaande jaren. Van diverse instanties zijn subsidies ontvangen die niet begroot zijn, totaal € 39.000. Daarnaast heeft vanwege de opheffing van TCOZ de afrekening plaatsgevonden. Obase heeft hiervoor € 8.000 ontvangen. Personeelslasten De personele lasten zijn € 602.000 hoger dan begroot. De grootste oorzaak van deze stijging is de loonstijging van 10,0 % per juli 2023 (€ 373.000). Door inhuur van een interim-directeur, een kwaliteitsmedewerker en (gym)leerkrachten is de inhuur van personeel € 261.000 dan begroot. De dotatie aan de voorziening jubilea is hoger dan begroot vanwege de doorwerking van de loonstijging (€ 27.000). Daarnaast is een voorziening langdurig zieken gevormd die niet was begroot (€53.400). Het begrote bedrag voor scholing is in 2023 niet geheel uitgegeven (€ 19.000 -/-).
De juridische advieskosten voor personele vraagstukken is niet volledig besteed in 2023 (€ 19.000 -/-). De kosten voor trajecten vanwege langdurige zieken is hoger dan begroot (€ 8.000). Door meer inzet op vervangingen is de vergoeding voor vervangingen € 19.000 -/- hoger dan begroot. Ook is de bijdrage van het UWV hoger dan begroot (€ 47.000 -/-). De uitkeringen vanuit het vervangingsfonds voor poolers zijn lager dan begroot € 7.000, doordat personeel vanuit de vervangerspool zijn ingezet op extra verkregen middelen zoals onder andere het Nationaal Programma Onderwijs. Een voordeel was de ontvangst van de bonus-malus vergoeding van € 21.000 die niet begroot was. Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn € 85.000 lager dan begroot. De lagere kosten worden met name veroorzaakt door de wijziging van de voorziening onderhoud, waarvoor een dotatie in 2023 van € 50.000 begroot was. Daarnaast waren de onderhoudskosten (€ 22.000), de energielasten (€ 5.000) en de schoonmaakkosten (€ 18.000) lager dan begroot. Daarentegen waren de beveiligingskosten (€ 5.000) en de kosten voor afvalverwijdering (€ 5.000) hoger dan begroot. Overige lasten De overige lasten zijn € 45.000 hoger dan begroot. In 2023 heeft Obase diverse aanvullende subsidies gekregen, hiervoor zijn leermiddelen aangeschaft die niet zijn begroot (€ 54.000).
Daarnaast waren de kosten van de GMR lager dan begroot (€ 9.000). Financiële baten Vanaf 2023 ontvangt Obase weer rentebaten over de spaargelden (€ 24.000). Vanwege een periode van negatieve rente was er geen rentebaten begroot.
28
6.4.
Analyse jaarrekening 2023 en jaarrekening 2022
Het resultaat over 2023 is € 435.000 lager dan 2022.
Realisatie 2023
Realisatie 2022
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten Totale baten
11.514.933 36.288 397.901 11.949.121
11.088.369 40.354 138.412 11.267.135
426.563 -4.066 259.489 681.986
Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totale lasten
9.485.313 212.543 845.010 1.005.838 11.548.705
8.555.928 195.716 756.150 895.171 10.402.965
929.385 16.828 88.860 110.667 1.145.740
Saldo baten en lasten
400.416
864.171
-463.754
Saldo financiële baten en lasten
16.884
-11.781
28.665
Resultaat
417.300
852.390
-435.089
Verschil
De oorzaken voor het hogere resultaat van 2023 ten opzichte van 2022 betreffen onder andere de volgende posten: Rijksbijdrage De rijksbijdrage is € 427.000 hoger dan in 2022. Dit verschil komt door indexering van de rijksbijdragen over 2022-2023 en 2023 (€ 897.000). Voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 worden middelen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs ontvangen. In 2022 was de bijdrage voor een geheel kalenderjaar, in 2023 was de bijdrage NPO voor zeven maanden. Hierdoor zijn de baten € 421.000 lager dan 2022. Een nieuwe bekostiging is de subsidie Basisvaardigheden (€ 123.000). Daarnaast is de regeling Samenvoeging scholen in 2022 volledig afgelopen (€131.000 -/-). In 2023 was de bijzondere bekostiging voor vreemdelingen lager dan 2022 (€ 66.000 -/-) als gevolg van een lagere instroom van Oekraïense leerlingen. Van het Samenwerkingsverband Kind op 1 zijn meer middelen ontvangen (€ 19.000). Daarnaast zijn nog kleine incidentele bijdragen ontvangen (€ 6.000). Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen zijn circa € 4.000 lager dan de jaarrekening 2022. Van de Zuidhoek is een laatste bijdrage van € 4.000 ontvangen in 2022. Medio 2022 is de werknemer waarvoor bijdrage ontvangen uit dienst getreden.
29
Overige baten De overige baten zijn € 259.000 hoger dan de jaarrekening 2022. Dit wordt met name veroorzaakt doordat Obase-personeel wordt gedetacheerd aan het Taalexpertisecentrum (€ 202.000). Ook werd de afrekening van de jaren 2021 en 2022 van het Taalexpertisecentrum in 2023 verantwoord (€ 83.000). Vanaf 2023 heeft OcTHO een ander bestuursbureau gevonden, waardoor in 2023 geen bijdrage meer werd ontvangen (€ 56.000-/-). Een bijdrage door Kibeo voor nagekomen kosten is in 2023 ontvangen (€ 8.000). De incidentele bijdragen en subsidies waren in 2023 hoger dan 2022 € 22.000. Personele lasten De personele lasten zijn € 929.000 hoger dan 2022. Deze stijging komt met name door doorwerking van de cao-maatregelen van 2022 en de nieuwe cao-maatregelen over 2023 (€ 480.000). In 2023 zijn minder transitievergoedingen betaald (€ 42.000 -/-). De sociale premies stegen doordat de grondslag wegens de loonsverhoging steeg (€ 119.000). De premie voor het vervangingsfonds was € 64.000 lager dan 2022 vanwege tariefverlaging. Daarentegen waren de premies van het participatiefonds ten opzichte van 2022 € 60.000 hoger, omdat in 2022 het participatiefonds besloten had om in de maanden augustus tot en met december 2022 geen premie te heffen. In 2023 is de premieheffing weer voor een volledig jaar betaald. De dotatie aan de personele voorzieningen is gestegen vanwege de loonstijgingen (€ 44.000).
Daarnaast is een voorziening langdurig zieken gevormd (€ 53.400). In 2023 is inhuur geweest voor een interim-directeur, een kwaliteitsmedewerker, vakleerkrachten gym, daarnaast is er inhuur geweest voor vacatures die niet ingevuld konden worden. Door al deze oorzaken was de inhuur € 240.000 hoger dan 2022. De kosten voor werving personeel was € 3.000 hoger dan 2022. In 2023 zijn de scholingskosten hoger dan 2022 (€ 30.000). Van het vervangingsfonds werd minder bijdrage ontvangen (€ 6.000), vanwege minder inzet van vervangingen. Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn € 88.000 hoger dan in 2022. Een groot deel van deze hogere kostenpost wordt veroorzaakt door de stijging van de gas- en elektriciteitsprijzen (€ 110.000). Daarnaast zijn er hogere kosten voor huur kantoorpand (€ 8.000), heffingen (€ 3.000), kosten beveiliging (€ 4.000) en afvalverwijdering (€ 5.000). De schoonmaakkosten zijn met € 42.000 gedaald ten opzichte van 2022. In 2022 was er op woensdag een extra schoonmaakrond in verband met corona. In 2023 is het schoonmaakniveau weer terug gegaan naar het reguliere niveau. Overige lasten De overige lasten zijn € 111.000 hoger dan 2022. De leermiddelen zijn met € 54.000 gestegen door stijging van het aantal licenties leermiddelen, stijging van de reproductiekosten en hogere kosten door indexering.
Vanwege incidentele subsidies zijn meer uitgaven aan leermiddelen gedaan (€ 26.000). De ict-kosten zijn hoger dan 2022 (€ 23.000). Extra kosten zijn gemaakt voor nieuwe licenties van accespoints in de scholen en meer ondersteuning in verband met de afwezigheid van de ictmedewerker. In 2023 zijn de onderhoudsplannen geactualiseerd (€ 16.000). Aan de telefonie zijn werkzaamheden gedaan (€ 5.000). De kosten van de GMR waren € 4.000 hoger vanwege nagekomen declaraties vacatiegelden en scholing van de GMR. In 2022 waren vanuit strategisch oogpunt kosten gemaakt voor het verzorgen van workshops BSO op de Schoener met als doel om leerlingen aan te trekken (€ 10.000-/-), en zijn ook kosten gemaakt voor de ontwikkeling van de persoonsvorming (€ 7.000-/-). Deze kosten zijn in 2023 niet gemaakt.
30
Financiële baten en lasten In 2023 heeft Obase niet meer te maken met negatieve rentelasten en wordt er zelfs weer rente ontvangen. Hierdoor is het saldo financiële baten en lasten in 2023 gestegen ten opzichte van 2022 (€ 29.000).
6.5.
Treasury
In juni 2022 is het treasurystatuut vastgesteld. In het bestuursverslag wordt verantwoording afgelegd van het gevoerde beleid. Het beleid is erop gericht om een zo hoog mogelijk rendement te combineren met een zo laag mogelijk risico. Obase volgt het treasurystatuut dat voldoet aan de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. Ten opzichte van 2022 hebben geen wijzigingen in het beleggen en lenen plaatsgevonden. Obase heeft in 2022 twee leningen afgesloten, die in 15 jaar annuïtair worden afgelost en een rentepercentage van 3,25% hebben. Obase heeft geen beleggingen en maakt ook geen gebruik van renteswaps en/of derivaten.
6.6.
Allocatie van middelen
Met het opstellen van de begroting wordt jaarlijks de budgetten toegewezen. Volgens het managementstatuut is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het toedelen van de budgetten. De schoolleiders hebben binnen dit proces een adviserende rol. De begroting met de verschillende budgetten wordt ook voorgelegd aan de GMR bij de aanbieding van de begroting. De rijksbijdragen worden in principe toegewezen aan de scholen. Voor zaken die op collectief niveau geregeld zijn (zoals organisatiegerelateerde zaken, huisvesting, ICT, meubilair), wordt in 2023 een percentage van 19 % van de reguliere rijksbijdrage exclusief werkdrukmiddelen afgedragen. Voor de bedrijfsvoering op personeel gebied wordt 7% van de reguliere rijksbijdrage exclusief werkdrukmiddelen beschikbaar gesteld. De diensten die hiervoor aan de scholen worden geleverd zijn: personeels- en salarisadministratie, financiële administratie en controlling, ICT, AVG, huisvesting en kwaliteitszorg. Daarnaast wordt nog 6% gereserveerd voor collectiviteit op het gebied van personeel.
6.7.
Onderwijsachterstanden
De middelen voor onderwijsachterstanden worden ingezet voor regulier formatie waardoor de klassen klein(er) kunnen zijn.
6.8.
Nationaal Programma Onderwijs
In 2023 heeft het bestuur van Stichting Obase € 399.812 ontvangen voor het Nationaal Programma Onderwijs. Van dit bedrag is € 462.872 in 2023 besteed aan de interventie E. Extra inzet van personeel en ondersteuning. Deze interventie resulteerde in de aanstelling van extra personeel en het bieden van gerichte ondersteuning waar nodig. Dit heeft geleid tot aanzienlijk kleinere klassen door een verlaging van de leerling-leraarratio. De kleinere klassen boden de mogelijkheid om meer individuele aandacht te besteden aan elke leerling en hun specifieke onderwijsbehoeften beter te identificeren en aan te pakken. Deze aanpak heeft het mogelijk gemaakt om passend onderwijs effectief en efficiënt uit te voeren, met verbeteringen in de basisvaardigheden van de leerlingen als resultaat. Daarnaast is voor € 10.207 besteed aan leermiddelen. De plannen voor de besteding van de NPO-gelden zijn voorgelegd aan de medezeggenschapsraad (MR) van de scholen en hebben hun
31
goedkeuring gekregen. Obase heeft geen middelen besteed aan Personeel Niet in Loondienst (0%). Obase heeft ook geen middelen bovenschools ingezet.
6.9.
Professionalisering personeel en begeleiding starters en schoolleiders
De inzet van de middelen van de bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders gebeurt op stichtingsniveau. Obase heeft twee kwaliteitszorgmedewerkers die onder andere als taak hebben op de schoolleiders op het gebied van kwaliteit te ondersteunen in hun schoolleiderstaken. Daarnaast verzorgen zij het coachen van startende leerkrachten, het ondersteunen van leerkrachten op individuele basis en het ondersteunen in de groepen. De bekostiging van deze nieuwe regeling wordt volledig ingezet voor (een deel van) de personele lasten van deze twee medewerkers. Deze werkwijze is in de begroting 2023 beschreven en de GMR heeft door middel van behandeling van de begroting 2023 positief geadviseerd op deze werkwijze.
32
7. Continuïteitsparagraaf Vanaf verslagjaar 2013 is het verplicht om in het bestuursverslag een continuïteitsparagraaf op te nemen. In deze paragraaf dienen de kengetallen fte en leerlingenaantallen ten aanzien van het verslagjaar en de prognose tot en met verslagjaar t +5 te worden opgenomen. Eveneens dient in het bestuursverslag een meerjarenbegroting te worden opgenomen.
7.1.
Kengetallen fte en leerlingaantallen
Kengetallen Personele bezetting in FTE per 31-12: Management/ directie Onderwijzend personeel Overig personeel Totale personele bezetting
Verslagjaar 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
Prognose 2028
10
10
10
10
10
10
70
68
69
68
66
66
24 104
23 101
21 100
20 98
20 96
19 95
Leerlingen1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 1-2-2026 1-2-2027 aantallen per: Basisonderwijs 1.260 1.224 1.215 1.269 1.266 1.254 Speciaal 49 58 61 66 75 75 basisonderwijs Totaal leerlingen1.309 1.282 1.276 1.335 1.341 1.329 aantallen De leerlingaantallen vormen de basis van de bekostiging. Voor 2023 is uitgegaan van de gerealiseerde teldatum per 1-2-2022. Vanaf kalenderjaar 2023 is de basis van bekostiging de teldatum van 1-2. De leerlingaantallen voor de jaren 2024 tot en met 2028 zijn geprognosticeerd op basis van het huidige leerlingenbestand en de leerlingprognoses ontvangen van de gemeente Schouwen-Duiveland (opgesteld door bureau Pronexus) en een verwachte groei van 1-10 naar 1-2 per jaar. De verwachting is dat Obase qua leerlingaantal per teldatum 1-2-2025 een kleine groei aanwezig is en dat daarna het leerlingaantal stabiel blijft, zo rond de 1.300 leerlingen.
33
7.2.
Meerjarenbegroting 2024-2028
In december 2023 heeft de Raad van Toezicht de begroting 2024 goedgekeurd. De meerjarenbegroting 2024-2028 is in maart 2024 goedgekeurd. De geprognotiseerde balans is aangepast met de uitkomsten van de jaarrekening 2023.
Balans Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Ma teri ël e va s te a ctiva
1.902.602
1.850.780
2.103.228
2.308.467
2.465.512
2.570.829
Fi na nci ël e va s te a ctiva
54.529
56.627
56.627
56.627
56.627
56.627
1.957.131
1.907.407
2.159.855
2.365.094
2.522.139
2.627.456
408.033
300.000
300.000
300.000
300.000
300.000
Li qui de mi ddel en
3.340.198
2.857.031
2.231.981
1.881.932
1.710.963
1.598.700
Vl ottende a ctiva
3.748.231
3.157.031
2.531.981
2.181.932
2.010.963
1.898.700
Totaal activa
5.705.362
5.064.438
4.691.836
4.547.026
4.533.102
4.526.156
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
2.629.581
2.829.581
2.651.754
2.533.508
2.545.743
2.557.434
Bes temmi ngs res erves publ i ek
926.507
476.507
304.507
304.507
304.507
304.507
Bes temmi ngs res erves pri va a t
63.198
63.198
63.198
63.198
63.198
63.198
Herwa a rderi ngs res erve MVA
106.417
106.417
92.243
79.489
67.255
55.563
Ei gen vermogen
3.725.703
3.475.703
3.111.703
2.980.703
2.980.703
2.980.703
Voorzi eni ngen
265.949
160.800
158.500
151.200
144.000
144.000
La ngl opende s chul den
94.036
87.935
81.633
75.123
68.399
61.453
Kortlopende s chul den
1.619.675
1.340.000
1.340.000
1.340.000
1.340.000
1.340.000
Totaal passiva
5.705.362
5.064.438
4.691.836
4.547.026
4.533.102
4.526.156
Activa
Totaa l va s te a ctiva Vorderi ngen
Passiva
Al gemene res erve
De vlottende activa en het eigen vermogen neemt in de meerjarenbegroting af. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door de besteding van de gereserveerde NPO-gelden. Deze gelden moeten in 2025 volledig besteed zijn. Anderzijds neemt het vermogen af door de opbouw van investeringen in groot onderhoud. Obase hanteert geen voorziening buitenonderhoud meer, maar de systematiek van activeren en afschrijven volgens de zogenaamde componentenmethode.
34
Staat van baten en lasten
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Baten Ri jks bi jdra gen Overi ge overhei ds bi jdra gen Overi ge ba ten
11.514.933 11.571.502 11.131.368 11.298.025 11.352.033 11.264.789
Totale baten
11.949.121 11.863.288 11.423.179 11.581.350 11.635.358 11.548.114
36.288
36.200
36.200
36.200
36.200
36.200
397.901
255.586
255.611
247.125
247.125
247.125
Lasten Pers oneel s l a s ten
9.485.313
9.872.680
9.575.834
9.467.296
9.359.110
9.266.138
Afs chri jvi ngen
212.543
227.920
225.052
254.761
277.955
309.683
Hui s ves tings l a s ten
845.010
960.575
976.575
980.575
988.575
962.575
Overi ge l a s ten
1.005.838
1.048.413
1.012.018
1.012.018
1.012.018
1.012.018
Totale lasten
11.548.705 12.109.588 11.789.479 11.714.650 11.637.658 11.550.414
Saldo baten en lasten
400.416
-246.300
-366.300
-133.300
-2.300
-2.300
Saldo financiële baten en lasten
16.884
-3.700
2.300
2.300
2.300
2.300
Resultaat
417.300
-250.000
-364.000
-131.000
0
0
In de jaren 2024 en 2025 worden kosten gemaakt dit ten laste komen van de reserve NPO/werkdrukmiddelen. Tot en met juli 2023 zijn NPO-middelen ontvangen, die uiterlijk 31-7-2025 besteed moeten zijn. In de meerjarenbegroting is hiermee rekening gehouden. Naar verwachting zal de bestemmingsreserve NPO per 31-7-2025 nihil zijn. Obs Binnen de Veste heeft een herstelonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs gekregen, waarbij het label van zeer zwakke school is toegekend. Om de school weer naar het niveau voldoende te krijgen, is extra personeel ingezet voor de schooljaren 2022-2023 tot en met 2024-2025. Voor schooljaar 2025-2026 is nog één extra groep nodig om het kwaliteitsniveau te laten indalen. Binnen de Veste gebruikt voor dit extra personeel de financiële middelen NPO, werkdrukmiddelen en de subsidie Basisvaardigheden om dit te financieren. Echter zijn deze middelen niet voldoende om het extra personeel te kunnen bekostigen en is er voor de jaren 2025 en 2026 een bijdrage nodig vanuit de algemene reserve van respectievelijk € 192.000 en € 57.000. SBO de Meie verwacht een groei in leerlingen. Vanwege de groei is per 1 januari 2024 een vijfde groep geformeerd. Vanwege de t-1 telling loopt de bekostiging achter op de leerlinggroei van SBO de Meie en zal de bekostiging in 2026 niet volledig toereikend zijn. Om deze reden is € 74.000 vanuit de algemene reserve nodig.
35
Samenvattend is in het kalenderjaar 2026 €131.000 vanuit de algemene reserve nodig, € 57.000 ten behoeve van Binnen de Veste en € 74.000 ten behoeve van de Meie. Het resultaat van de jaren 2027 en 2028 wordt verwacht op nihil.
Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de toekomstige financiële positie van Obase. Naast deze kengetallen is de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie opgenomen. Jaarrekening 2022
Jaarrekening 2023
Li qui di tei t
2,33
2,31
2,36
1,89
1,63
1,50
1,42
Sol va bi l i tei t 1
0,66
0,65
0,69
0,66
0,66
0,66
0,66
nvt
Sol va bi l i tei t 2
0,70
0,70
0,72
0,70
0,69
0,69
0,69
< 0,30
Renta bi l i tei t
0,08
0,03
-0,02
-0,03
-0,01
0,00
0,00
≤ 0,00
0,29
0,31
0,29
0,27
0,26
0,26
0,26
< 0,05
0,08
0,08
0,09
0,09
0,09
0,10
0,10
> 0,10
Weers ta nds vermogen Hui s ves ti ngs ra ti o
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
signaleringswaarde inspectie < 0,75
De kengetallen die uit deze meerjarenbegroting voortvloeien blijven op langere termijn goed en blijven boven de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie. Ten aanzien van de financieringsbehoefte zal de liquiditeit in de komende jaren gaan dalen, maar Obase heeft voldoende eigen middelen om deze investeringen te financieren. Het aantrekken van vreemd vermogen is in deze meerjarenbegroting niet nodig. In deze meerjarenbegroting zijn investeringen begroot: Investeringen
2024
2025
2026
2027
2028
Meubilair Onderwijsmethoden ICT Inventaris en apparatuur Onderhoud
20.000 80.000 30.000 20.000 60.000
42.500 60.000 120.000 5.000 250.000
85.000 50.000 65.000 10.000 250.000
85.000 50.000 40.000 10.000 250.000
85.000 50.000 20.000 10.000 250.000
Totaal
210.000
477.500
460.000
435.000
415.000
Op een aantal scholen nadert het meubilair hun afschrijvingstermijn. Obase zal in de komende jaren hierin gaan investeren. De onderwijsmethoden worden periodiek vervangen en geeft een gelijkmatig beeld. Ten aanzien van ICT wordt in 2025 een vervangingsinvestering verwacht van de chromebooks van de leerkrachten. De investeringen in het groot onderhoud nemen toe doordat Obase gebruik maakt van de componentenmethode voor vervanging in groot onderhoud.
36
7.3. Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem Stichting Obase heeft de financiële administratie in eigen beheer. Voor de beheersing volgt Obase een planning- en controlcyclus. Jaarlijks wordt de begroting conform de statuten van de stichting goedgekeurd door de Raad van Toezicht. Deze begroting is het kader waarbinnen het komende jaar gewerkt mag worden. Bij de begroting wordt ook een meerjarenbegroting over vier jaren aan de Raad van Toezicht voorgelegd, zodat dit een doorkijk geeft naar de financiële positie op de langere termijn. De begroting wordt opgesteld met het principe dat de baten en lasten in evenwicht zijn. Indien in de loop van het kalenderjaar afwijkingen op de begroting ontstaan, wordt een begrotingswijziging ingediend bij de Raad van Toezicht. Naast deze bewaking van de begroting wordt in september jaarlijks een doorrekening gemaakt van de formatie van het nieuwe schooljaar ter toets of de formatieplanning is uitgekomen. Aan het einde van de cyclus komt de jaarrekening, die gecontroleerd wordt door de accountant.
7.4.
Risico’s en onzekerheden
In het jaarverslag van Obase willen we graag de belangrijkste risico's benoemen waarmee de stichting wordt geconfronteerd. Het identificeren en beheersen van deze risico's is van cruciaal belang om onze doelstellingen te realiseren en de continuïteit van onze onderwijsactiviteiten te waarborgen. Financiële risico's We erkennen dat onze stichting afhankelijk is van overheidsbekostiging en andere financiële bronnen. De volgende risico's kunnen onze financiële positie beïnvloeden: veranderingen in de bekostigingssystematiek, onvoorziene kostenstijgingen, budgettekorten, daling van het aantal leerlingen en mogelijke schommelingen in subsidies en externe financiering. We streven ernaar om een gezonde financiële basis te behouden en nemen maatregelen om deze risico's te monitoren en te beheersen. Juridische en compliance-risico's Als onderwijsstichting opereren we binnen een complex juridisch en regelgevend kader. We zijn alert op mogelijke risico's op het gebied van wet- en regelgeving, zoals naleving van onderwijswetten, privacywetgeving, arbeidsrecht en contractuele verplichtingen. We laten ons indien nodig adviseren en bijstaan door onze huisjurist van Vondelkwartierjuristen B.V. Ook zorgen we ervoor dat we up-todate blijven met de geldende regels en nemen passende maatregelen om juridische risico's te beheersen en te minimaliseren.
Operationele risico's Om ons onderwijs op een effectieve en efficiënte manier te kunnen uitvoeren, moeten we aandacht besteden aan operationele risico's. Deze kunnen onder andere betrekking hebben op faciliteitenbeheer, ICT-systemen, veiligheid en beveiliging, onderwijskwaliteit, personeelsbeheer en continuïteit van onderwijs bij calamiteiten. We implementeren passende maatregelen om deze risico's te identificeren, te beheersen en waar mogelijk te verminderen. Reputatierisico's Het imago en de reputatie van Obase zijn van essentieel belang voor het aantrekken van leerlingen, het behoud van vertrouwen bij ouders en belanghebbenden, en het handhaven van een sterke
37
positie in de gemeenschap. We zijn ons bewust van mogelijke risico's die onze reputatie kunnen schaden, zoals negatieve publiciteit, klachten of ontevredenheid van ouders of leerlingen, en sociale media. We hebben mechanismen en communicatiestrategieën ingevoerd om deze risico's te beheersen en proactief met stakeholders te communiceren. Strategische risico's Als onderwijsstichting staan we voor uitdagingen in een snel veranderende onderwijssituatie en maatschappelijke context. Strategische risico's kunnen ontstaan door demografische veranderingen, concurrentie van andere scholen of onderwijsaanbieders, technologische ontwikkelingen, onderwijsvernieuwingen en veranderende behoeften en verwachtingen van ouders, leerlingen en andere belanghebbenden. We blijven alert op deze risico's en passen onze strategieën en beleidsmaatregelen aan om hierop in te spelen en kansen te benutten. De bovengenoemde risico's zijn niet uitputtend en kunnen veranderen naarmate de omstandigheden evolueren. We blijven voortdurend onze risicoanalyse uitvoeren, passende maatregelen implementeren en de effectiviteit van ons risicobeheersingskader evalueren. Door proactief risicomanagement te waarborgen, streven we ernaar om de stabiliteit en duurzaamheid van Obase te waarborgen en onze missie van hoogwaardig onderwijs voor onze leerlingen te vervullen.
38
8. Verslag Raad van Toezicht 2023 8.1. Algemeen In overeenstemming met de statuten van de Stichting Obase legt de Raad van Toezicht (RvT) door middel van dit verslag verantwoording af over zijn werkzaamheden over het afgelopen jaar.
8.2.
Positie
De Raad van Toezicht oefent binnen de Stichting Obase toezicht uit op het bestuur van het openbaar primair onderwijs op Schouwen-Duiveland. De werkzaamheden van de raad zijn nader te omschrijven door middel van de volgende aandachtsgebieden: het feitelijk houden van toezicht, het werkgeverschap voor de bestuurder en het vervullen van een klankbordfunctie voor de bestuurder. Taken en verantwoordelijkheden van de Raad van Toezicht zijn vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en in de statuten van de Stichting Obase. De raad oefent zijn werkzaamheden uit op basis van de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs van de PO raad én namens de samenleving. De leden van de Raad van Toezicht worden op voordracht vanuit de Stichting Obase benoemd door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland. De invulling van het toezicht is vastgelegd in het interne toezichtkader van de RvT. In het toezichtkader beschrijft de RvT zijn visie op toezichthouden, op welke wijze de RvT uitvoering geeft aan zijn rol om toezicht te houden op de werkzaamheden van het bestuur en welke uitgangspunten daarbij worden gehanteerd. Het toezichtkader is mede gebaseerd op de WPO en de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs. De Raad van Toezicht is lid van de VTOI (Vereniging van Toezichthouders van Onderwijsinstellingen).
Via deze organisatie krijgt de raad voeding over datgene wat van de raad als toezichthouder en als werkgever van de bestuurder mag worden verwacht en hoe de raad daarin moet en kan acteren. Obase is ook aangesloten bij VOS/ABB. Met die organisatie wordt samengewerkt met betrekking tot advies en ondersteuning. Naast de afstemming met de bestuurder onderhoudt de RvT contacten met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) in het licht van het vormgeven van de governance-driehoek GMR – RvT – CvB. Doelstelling hierbij is het versterken van interne checks and balances. De Raad van Toezicht heeft Flynth benoemd als accountant voor de boekjaren 2021 tot en met 2024.
8.3.
Samenstelling van de RvT
Op 1 januari 2023 bestond de Raad van Toezicht van de Stichting Obase uit de volgende personen: Voorzitter R.A. Sperna Weiland tevens voorzitter remuneratie- commissie ViceE.J.A. Fagg* tevens voorzitter auditcommissie voorzitter Secretaris N.M. Duinkerke tevens lid auditcommissie lid J.J. Meijer* tevens lid remuneratiecommissie lid J.J.G. van den Oord Tevens lid auditcommissie *De heer Fagg en mevrouw Meijer zijn door de gemeenteraad benoemd op voordracht van de GMR van Obase. In de loop van 2023 zijn er geen wijzigingen geweest in de samenstelling en rolverdeling binnen de RvT.
39
8.4.
Persoonlijke gegevens van de RvT
Naam R.A. Sperna Weiland
N.M. Duinkerke E.J.A. Fagg
Hoofdfunctie Gepensioneerd, laatstelijk werkzaam als Hoofd Bureau Mediadiensten Provincie Zuid-Holland Bestuurssecretaris Scalda Stichting voor MBO en volwasseneneducatie Gepensioneerd, laatstelijk werkzaam als Directeur Scheldemond College
J.J. Meijer
Raad van Bestuur Stichting Ouderenzorg Noord-Beveland
J.J.G. van den Oord
Rector Jan Tinbergen College/voorzitter CvB SOVOR
8.5.
Nevenactiviteiten Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder Stichting KOW (Kinderopvang Walcheren) Voorzitter JVOZ (Jeugd Voetbal Opleiding Zeeland) Stichting Van de Velde publicatiefonds Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder KOZV (Kinderopvang ZeeuwsVlaanderen) Toezichthouder Terra Maris Toezichthouder Museum café de Orangerie Maatschap Meijer Verhuur Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder Samenwerkingsverband ROOS VO
Rooster van aftreden Raad van Toezicht
Voor de Raad van Toezicht is onderstaand rooster van aftreden van toepassing. Het rooster van aftreden is gebaseerd op een zittingsduur van maximaal twee termijnen van vier jaar. Dit is in lijn met de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs, die zich uitspreekt over een totale zittingsduur van een lid van het intern toezichtsorgaan van maximaal acht jaar. Los van hetgeen hierover is opgenomen in de Code Goed Bestuur wordt een langere zittingsperiode door de RvT feitelijk ook niet wenselijk geacht.
40
Naam N.M. Duinkerke E.J.A. Fagg R.A. Sperna Weiland J.J. Meijer J.J.G. van den Oord
8.6.
Datum aftreden
01-05-2016 01-05-2016 01-05-2017
Datum benoeming 2e termijn 01-05-2020 01-05-2020 01-05-2021
24-02-2022 24-02-2022
24-02-2026 24-02-2026
24-02-2030 24-02-2030
Datum benoeming
01-05-2024 01-05-2024 01-05-2025
Bezoldiging Raad van Toezicht 2023
De hieronder genoemde bedragen zijn conform de vastgestelde regeling voor de honorering van de werkzaamheden voor de RvT. Hierbij is rekening gehouden met de verhouding in de omvang van de werkzaamheden tussen leden en voorzitter. Dit leidt tot het volgende overzicht: Naam R.A. Sperna Weiland E.J.A. Fagg N.M. Duinkerke J.J. Meijer J. J.G. van den Oord
Bezoldiging (excl. BTW) € 6.000 € 4.000 € 4.000 € 4.000 € 4.000
Daarnaast is er een kilometervergoeding en een professionaliseringsbudget van € 1.500 exclusief BTW per RvT-lid per jaar. Een overzicht van de in 2023 betaalde vergoedingen aan de leden van de Raad van Toezicht is opgenomen in de jaarrekening 2023 (bijlage Wet Normering Topfunctionarissen).
8.7.
Vergaderfrequentie, onderwerpen en besluiten
8.7.1. Overlegvergaderingen met de bestuurder Vanuit zijn toezichthoudende rol heeft de raad zich in het verslagjaar gebogen over de stukken waarvoor hij binnen de jaarcyclus een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Daartoe heeft de raad in het verslagjaar 5 keer regulier overleg gevoerd met de bestuurder. In deze vergaderingen werden ook lopende zaken en actuele ontwikkelingen besproken. Begin 2023 heeft de RvT besloten om voorafgaand aan de vergadering met de bestuurder een intern vooroverleg te houden. 8.7.2. Interne RvT-vergaderingen Uitgangspunt voor de RvT is om maximaal gebruik te maken van de reguliere RvT vergaderingen en zo min mogelijk te kiezen voor separate interne RvT vergaderingen. In 2023 is er één interne RvT vergadering geweest. Op deze bijeenkomst is gesproken over (het traject voor) de werving van twee nieuwe RvT-leden in verband met het aflopen van de tweede zittingstermijn van twee leden van de RvT, en zijn de zelfevaluatie van de RvT en het jaargesprek met de directeur-bestuurder voorbereid. 8.7.3. Externe vertegenwoordiging De voorzitter van de RvT en de bestuurder hebben begin 2023 een overleg gehad met wethouder dhr. D. Joppe over ontwikkelingen m.b.t. de huisvesting voor de basisscholen.
41
De belangrijkste besluiten van de Raad van Toezicht over 2023 betreffen: Vergaderdatum Besluit 19-06-2023 De RvT besluit om de jaarstukken Obase 2022 goed te keuren. 19-06-2023 De RvT verleent de directeur-bestuurder décharge voor het in 2022 gevoerde beleid, voor zover van dat beleid uit de jaarrekening blijkt of dat beleid aan de RvT bekend is gemaakt. 12-07-2023 De RvT heeft de follow-up van de aanbevelingen uit het accountantsverslag besproken en de planning geaccordeerd. 12-07-2023 De RvT gaat akkoord met de geactualiseerde doelen voor het Koersplan. 30-10-2023 De RvT besluit, gezien het uitblijven van de goedkeuring van de nieuwe statuten door de gemeenteraad, om voor de komende werving voor RvT leden de oude documenten te gebruiken. 19-12-2023 De RvT keurt de begroting 2024 van Obase goed. 19-12-2023 De RvT besluit dat de aanbevelingen uit het accountantsrapport vast agendapunt wordt bij de vergaderingen van de auditcommissie.
In aanvulling op dit overzicht volgt hieronder een toelichting, thematisch geordend, op de belangrijkste onderwerpen waarover de RvT als toezichthouder en tevens (strategisch) klankbord voor de bestuurder overleg heeft gevoerd, dan wel is geïnformeerd of anderszins betrokken is geweest. Onderwijs/Onderwijskwaliteitszorg(systeem): In het Toezichtkader heeft de raad zijn statutaire taak van het ‘goedkeuren van het strategisch meerjarenplan’ verbreed naar ‘toezicht op de kwaliteit van het onderwijs’. Dit doet recht aan de hoofddoelstelling van de Stichting Obase: het realiseren van kwalitatief hoogwaardig openbaar primair onderwijs. De RvT hecht veel waarde aan het kunnen volgen van de doorwerking van het Koersplan aan de hand van de vertaling daarvan in jaarplan, tussenrapportage en evaluatie van het afgelopen jaarplan. Op deze wijze wordt de raad in staat gesteld actief voeling te houden met de ontwikkelingen en daarmee zijn klankbordrol te kunnen vervullen. De RvT heeft de geactualiseerde doelen voor het Koersplan goedgekeurd. Dit dient mede als input voor een bijgesteld Koersplan 2023 – 2027. In verband met het inspectie-oordeel over Binnen de Veste heeft de Raad nauwe voeling gehouden met het verbetertraject dat binnen de school wordt doorgevoerd.
Daartoe is het verbetertraject structureel op de agenda van de RvT vergaderingen gezet, veelal in aanwezigheid van de directeur van de school. De RvT heeft kunnen constateren dat zaken met voortvarendheid worden opgepakt, hetgeen vertrouwen heeft gegeven naar het komende inspectie-oordeel (toevoeging: inmiddels bevestigd door het positieve oordeel van de inspectie in maart 2024). De Raad heeft van de bestuurder een rapportage ontvangen over de eindtoetsresultaten onderwijs 2023 voor de Obase scholen. Deze rapportage is tijdens een RvT vergadering toegelicht door de bestuurder en nader doorgesproken. Ook in 2023 heeft de RvT een aantal scholen bezocht. De RvT hecht veel waarde aan deze bezoeken omdat de Raad daarmee in de gelegenheid wordt gesteld om kennis te nemen van de praktijk op de scholen en om inhoudelijk het gesprek te kunnen voeren met de directeur en eventueel andere leden van het schoolteam.
42
Eind 2023 is de RvT door de bestuurder geïnformeerd over een gestarte verkenning naar (verregaande) samenwerking tussen OBS De Meerpaal en CBS Op Dreef. Werving nieuwe RvT-leden: Na de zomer heeft de RvT een start gemaakt met het wervingstraject voor twee aanstaande vacatures binnen de Raad als gevolg van het aflopen van de tweede zittingstermijn van twee leden per 1 mei 2024. De RvT heeft hierbij een afweging gemaakt met betrekking tot de bijzondere profielen voor de nieuw te werven kandidaten, gericht op een optimale dekking van expertise binnen de raad. Over het wervings- en selectietraject heeft afstemming plaatsgehad met de GMR, mede gezien de wettelijke en statutaire positie die de GMR heeft bij de werving voor leden van de raad van toezicht. Tevens is er afstemming geweest met de gemeente Schouwen-Duiveland. Eind 2023 is in verschillende media een advertentie geplaatst. In februari hebben gesprekken met kandidaten plaatsgehad. Dit heeft geresulteerd in de voordracht van één kandidaat aan de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland. Inmiddels is besloten om de nog openstaande vacature te combineren met de in 2024 te starten werving voor wederom een vertrekkend lid van de RvT. Statuten: In 2021 heeft een intern traject gelopen om te komen tot nieuwe statuten.
Aanleiding hiervoor was dat sinds oktober 2011, toen de huidige statuten werden gepasseerd, veranderende inzichten zijn ontstaan en er noodzaak was om de statuten bij te stellen conform de WBTR. Na goedkeuring van de nieuwe concept-statuten door de RvT zijn deze eind 2021 ter instemming voorgelegd aan de gemeenteraad. In 2023 is door de RvT over de statuten gesproken in relatie tot documenten die gebruikt worden bij het wervings- en selectietraject voor RvT leden. Daarbij is, gezien het uitblijven van de instemming met de nieuwe statuten door de gemeenteraad, besloten om voor de komende werving voor RvT leden de oude documenten te gebruiken. Eind 2023 is Obase geïnformeerd dat de gemeenteraad heeft ingestemd met de nieuwe statuten. Huisvesting: In het verslagjaar hebben zich (afgezien van het afblazen door de gemeente Schouwen-Duiveland van de beoogde regioschool in de Westhoek) feitelijk geen concrete ontwikkelingen met betrekking tot huisvesting voorgedaan. Huisvesting – en in bredere zin het IHP - heeft daarmee niet prominent op de agenda van de RvT gestaan. 8.7.4. Deskundigheidsbevordering/scholing In 2023 is geen gebruik gemaakt van het individuele professionaliseringsbudget dat de RvT leden ter beschikking staat.
8.8.
Commissies
Bij de verdeling van werkzaamheden maakt de raad gebruik van een tweetal commissies: de auditcommissie en de remuneratiecommissie. Dit maakt een zekere spreiding van de toezichthoudende werkzaamheden mogelijk. Dit betekent echter niet dat de raad met portefeuillehouders werkt. De raad wenst invulling aan haar rol te geven op basis van integraal toezicht.
43
De samenstelling van de commissies was in 2023 als volgt: Auditcommissie: Remuneratiecommissie: E.J.A. Fagg, voorzitter R.A. Sperna Weiland, voorzitter N.M. Duinkerke J.J. Meijer J.J.G. van den Oord 8.8.1. Auditcommissie Deze commissie adviseert de Raad van Toezicht m.b.t. de goedkeuring van de financiële jaarstukken en de (meerjaren)begroting. Meer in het algemeen richt de auditcommissie zich (in ieder geval) op het toezicht op de bestuurder ten aanzien van rechtmatig en integer bestuur en beheer van de organisatie, en de rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van middelen. Bij het beoordelen van de financiële stukken laat de auditcommissie/RvT zich leiden door de overweging dat baten primair voor het onderwijs moeten worden bestemd. Tegelijkertijd voelen de leden van de auditcommissie/RvT zich er verantwoordelijk voor dat het onderwijs van Obase ook voor de lange termijn op een gezonde financiële basis is gestoeld. Dat vraagt om een goede balans tussen deze beide uitgangspunten. Doelmatige besteding van middelen is dan ook een belangrijke toetssteen bij het beoordelen van de financiële cijfers. Aandachtspunt hierbij is onder meer dat Obase niet met overmatige reserves komt te zitten. Dit speelt te meer door de recente focus van het ministerie van OCW op bovenmatig eigen vermogen.
De auditcommissie is van mening dat de gedegen opzet van de begroting en de jaarstukken van Obase in toereikende mate het handvat bieden om een weging te kunnen maken van de doelmatigheid en rechtmatigheid van de inzet van middelen. Tussentijdse rapportages over 4-maands tijdvakken maken het de RvT mogelijk om lopende het jaar de ontwikkelingen met betrekking tot de financiële positie van Obase te volgen. De werkzaamheden van de auditcommissie hebben zich in 2023 geconcentreerd op het jaarverslag en de jaarrekening 2022 en de begroting 2024. Met betrekking tot de jaarrekening is speciale aandacht uitgegaan naar de aanbevelingen uit het accountantsrapport. De RvT heeft besloten dat de follow-up van de aanbevelingen uit het accountantsrapport vast agendapunt wordt bij de vergaderingen van de auditcommissie. In het verlengde van het eerdere accountantsrapport over de jaarrekening 2021 heeft de raad goede nota genomen van het advies met betrekking tot toetsing op de WNT-normen. De RvT, i.h.b. de remuneratiecommissie, heeft vastgesteld dat de bezoldiging van de bestuurder past binnen de WNT-normen. Door de voorzitter van de RvT is geverifieerd dat de bestuurder in 2023 geen overige dienstbetrekking heeft gehad. Een eventuele overschrijding van de WNT-grens op die grond is daarmee niet aan de orde (anticumulatiebepaling WNT).
Door omstandigheden is de behandeling van de meerjarenbegroting 2024-2028 losgekoppeld van de bespreking van de begroting 2024. Na de goedkeuring van de begroting 2024 in december heeft de accordering van de meerjarenbegroting plaatsgehad in de RvT vergadering begin 2024. 8.8.2. Remuneratiecommissie De Raad van Toezicht treedt op als werkgever voor de bestuurder. Deze commissie adviseert de Raad met betrekking tot de invulling van de werkgeversrol voor de bestuurder. Daarnaast voert de remuneratiecommissie de jaargesprekken met de bestuurder. Tweede helft van 2023 heeft de remuneratiecommissie de voorbereiding van het jaargesprek met de bestuurder opgepakt. Uitgangspunten voor de opzet van het jaargesprek zijn door de remuneratiecommissie met de RvT gedeeld. Besloten is om voor het jaargesprek een 360 graden feedback in te zetten. De uitwerking van de hierbij behorende vragenlijsten is uit oogpunt van professionaliteit en objectiviteit uitbesteed aan een extern bureau.
44
8.9.
Zelfevaluatie RvT
De RvT heeft, in lijn met de uitgangspunten van de Code Goed bestuur in het Primair Onderwijs, ervoor gekozen om deze keer de zelfevaluatie uit te voeren met begeleiding door een extern bureau. Inmiddels heeft een bijeenkomst met betrekking tot de zelfevaluatie plaatsgevonden, deels in aanwezigheid van de bestuurder. Hierbij zijn enkele onderwerpen geïdentificeerd die door de RvT op later moment nader besproken, verder uitgewerkt of aangepast worden.
8.10. Overleg met de GMR De RvT acht het - los van het in de Code Goed Bestuur vastgelegde uitgangspunt dat de raad tenminste tweemaal per jaar overleg pleegt met de GMR – zinvol om periodiek van gedachten te wisselen met de GMR over onderwerpen die voor beiden relevant zijn. Tijdens de bijeenkomst m.b.t. de zelfevaluatie RvT is onder meer benoemd om de lijn naar de GMR duidelijker in te vullen en te versterken, mede in het licht van het vormgeven van de governance driehoek GMR - RvT – CvB. Tussen RvT en GMR is in 2023 nauwe afstemming geweest rond het wervings- en selectietraject voor twee nieuwe RvT-leden. De voorzitter van de GMR en een ouderlid hebben vervolgens geparticipeerd in de benoemingsadviescommissie, die haar activiteiten begin 2024 heeft verricht. De RvT is van oordeel dat de samenwerking op zeer plezierige en goede wijze is gelopen.
45
Jaarrekening 2023 Stichting Obase
46
A.1.1.
Balans per 31-12-2023 (na resultaatbestemming)
1
Activa
31-12-2023
31-12-2022
EUR
EUR
Vaste activa 1.2 1.3
Materiële vaste activa Financiële vaste activa
1.902.602 54.529
Totaal vaste activa
1.676.602 54.379 1.957.131
1.730.980
Vlottende activa 1.5 1.7
Vorderingen Liquide middelen
408.033 3.340.198
475.947 2.781.008
Totaal vlottende activa
3.748.231
3.256.955
Totaal activa
5.705.362
4.987.936
2
Passiva
2.1
Eigen vermogen
3.725.703
3.308.403
2.2
Voorzieningen
265.949
183.488
2.3
Langlopende schulden
94.036
99.942
2.5
Kortlopende schulden
1.619.675
1.396.103
Totaal passiva
5.705.362
4.987.936
31-12-2023 EUR
31-12-2022 EUR
47
A.1.2.
Staat van baten en lasten over 2023
3
Baten
3.1 3.2 3.5
Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten
2023
Begroting 2023
2022
EUR
EUR
EUR
11.514.933 36.288 397.901 11.949.121
Totaal baten
4
Lasten
4.1 4.2 4.3 4.4
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
9.485.313 212.543 845.010 1.005.838
Totaal lasten
Saldo baten en lasten
5
Financiële baten en lasten
10.994.279 60.980 56.565
11.088.369 40.354 138.412 11.111.824
8.882.388 210.000 929.800 960.542
11.267.135
8.555.928 195.716 756.150 895.171
11.548.705
10.982.730
10.402.965
400.416
129.094
864.171
16.884
-9.400
-11.781
16.884
-9.400
-11.781
Resultaat
417.300
119.694
852.390
Totaal resultaat
417.300
119.694
852.390
48
A.1.3.
Kasstroomoverzicht over 2023 2023 EUR
2022 EUR
Kasstroom uit operationele activiteiten 400.416
Saldo staat van baten en lasten Aanpassingen voor: - Afschrijvingen - Mutaties voorzieningen - Ov mutaties eigen vermogen
212.543 82.461 0
864.171
195.716 -212 0 295.004
Veranderingen in vlottende middelen: - Voorraden - Vorderingen - Kortlopende schulden
0 67.914 223.572
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest Buitengewoon resultaat
0 288.369 -720.873 291.486
-432.504
986.906
627.171
23.869 -6.985 0
Totale kasstroom uit operationele activiteiten
195.504
2.261 -14.042 0 16.884
-11.781
1.003.790
615.390
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa Mutaties financiële vaste activa
-438.544 0 -150
Totale kasstroom uit investeringsactiviteiten
-366.492 0 -8.100 -438.694
-374.592
-438.694
-374.592
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende schulden
107.524 -7.582
-5.906 -5.906
99.942
-5.906
99.942
Mutatie liquide middelen
559.190
340.740
Saldo liquide middelen per 1-1: Saldo liquide middelen per 31-12: Mutatie liquide middelen:
2.781.008 3.340.198 559.190
2.440.268 2.781.008 340.740
Totale kasstroom uit financieringsactiviteiten
49
Grondslagen Algemeen De jaarrekening is opgemaakt volgens de voorschriften van boek 2 titel 9 en de Richtlijn Jaarverslaggeving 660. Juridische structuur De rechtspersoonlijkheid van de organisatie is een stichtingsvorm onder de naam Obase (Openbaar Primair Onderwijs Schouwen-Duiveland). Obase heeft haar zetel in de gemeente SchouwenDuiveland en is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 22059419. Valuta De in het financieel bestuursverslag opgenomen bedragen luiden in hele euro’s, de functionele valuta van de organisatie. De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. Continuïteit Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking opgenomen de realisatiecijfers van het voorgaande jaar, alsmede van de begroting over het huidige jaar. De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit. Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt alsmede schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.
De belangrijkste schattingen hebben betrekking op: - De waardering van materiële vaste activa, waaronder de gehanteerde afschrijvingstermijnen; - De bepaling van de hoogte van de personele voorzieningen. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek beoordeeld. Herziening van schattingen wordt opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in de toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten investeringen in vorderingen, geldmiddelen, leningen, schulden en overige te betalen posten. Obase maakt geen gebruik van financiële derivaten. De rekeningcourant-faciliteiten voldoen aan de eisen die daaraan worden gesteld conform de Regeling beleggen, belenen en derivaten OCW 2016 (gewijzigd d.d. 19 december 2018). Herstel van een materiële fout Na het vaststellen van de jaarrekening 2022 is een materiële fout geconstateerd met betrekking tot de verantwoording van de voorziening groot onderhoud. De fout is in het verleden ontstaan doordat twee afwijkende grondslagen zijn toegepast voor de verwerking van groot onderhoud. Het binnenonderhoud werd geactiveerd onder de materiële vaste activa, terwijl het buitenonderhoud werd verantwoord via de voorziening groot onderhoud. De verslaggevingsregels staan dit niet toe.
De stichting heeft foutherstel toegepast en past enkel nog de verwerking van groot onderhoud via het activeren als materiële vaste activa toe.
50
Het herstel van de fout is verwerkt in deze jaarrekening als een rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen aan het begin van het huidige boekjaar. De vergelijkende cijfers zijn gepresenteerd zoals deze zouden zijn geweest zonder het maken van de materiële fout. De verschillen met de oorspronkelijke cijfers per 31 december 2022 kunnen als volgt worden weergegeven: • De passivapost ‘Algemene reserve’ is € 605.262 hoger dan de oorspronkelijke gerapporteerde cijfers. • De passivapost ‘voorzieningen’ is € 547.360 lager dan de oorspronkelijke gerapporteerde cijfers. • De activapost ‘Materiële vaste activa’ is € 57.902 hoger dan de oorspronkelijke gerapporteerde cijfers. • Het effect van het foutherstel op het gerapporteerde resultaat van het voorgaande boekjaar 2022 ad € 790.865 is met € 61.525 gestegen.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en bijkomende kosten. Investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde van de individuele activa. Op grond materiële vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting. De stichting past de componentenbenadering toe voor materiële vaste activa indien belangrijke bestanddelen van een materieel vast actief van elkaar te onderscheiden zijn. Rekening houdend met verschillen in gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon, worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven. Het economische eigendom van de schoolgebouwen is in handen van de gemeente. Het juridisch eigendom berust bij het stichtingsbestuur.
Financiële vaste activa Onder financiële vaste activa zijn waarborgsommen opgenomen. Deze zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen De liquide middelen zijn, voor zover niet anders vermeld, opgenomen tegen de nominale waarde. Herwaarderingsreserve eerste activering MVA Deze herwaarderingsreserve is gevormd door de activering van een deel van de aanwezige inventaris. Jaarlijks valt middels resultaatbestemming een deel van deze herwaarderingsreserve vrij, dat overeenkomt met de afschrijvingslast van de geactiveerde inventaris.
51
Bestemmingsreserve NPO en WDM Deze bestemmingsreserve is gevormd vanuit de ontvangen middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs en de bijdrage werkdrukmiddelen. In de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 zullen de middelen van NPO besteed worden. Bestemmingsreserve scholing In de begroting 2022 was scholing gereserveerd voor bloeitraining en coaching van personeel. In 2022 is dit niet volledig uitgevoerd en is een deel van de activiteiten doorgeschoven naar de eerste helft van 2023. In 2023 zijn deze activiteiten voltooid en is de bestemmingsreserve vrijgevallen ten gunste van de algemene reserve. Bestemmingsreserve BSO De opbrengsten van BSO worden in een apart fonds gehouden om de publieke en private middelen van elkaar te scheiden. Deze opbrengsten worden onder andere gebruikt als dekking van de afschrijvingslasten van verbouwingen ten laste van BSO en de extra jaarlijkse exploitatielasten veroorzaakt door de BSO. Voorzieningen De voorzieningen worden gevormd voor in rechte of verplichtingen die op balansdatum bestaan en waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijke is, waarvan de hoogte redelijkerwijs geschat kan worden en voor zover deze verplichtingen en risico's niet op activa in mindering zijn gebracht.
Eveneens worden voorzieningen gevormd voor verliezen die naar waarschijnlijkheid in de toekomst zullen worden geboekt maar die voortkomen uit risico's die op balansdatum aanwezig zijn. Voorzieningen kunnen worden gevormd ter egalisatie van kosten waarbij een deel van de in de toekomst te verwachten uitgaven zijn oorsprong heeft voor balansdatum. Voorziening jubileum De voorziening jubilea is gevormd ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van indiensttreding, blijfkanspercentage, jaarlijkse loonverhoging van 3,6% en een uitkering bij 25- en 40jarig jubileum conform de CAO. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde; de disconteringsvoet bedraagt 2,5%. Voorziening duurzame inzetbaarheid De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het inzetten van de, voor een afgesproken doel, gespaarde uren duurzame inzetbaarheid op grond van de CAO. Voorziening langdurig zieken De voorziening langdurig zieken is opgenomen ter dekking van toekomstige loonkosten van personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend, geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid.
De waardering is tegen de nominale waarde van de toekomstige uitbetalingen omdat, vanwege de omvang van de voorziening, het kortlopende karakter (looptijd) en de disconteringsvoet, het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is. Langlopende schulden Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.
52
Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
Grondslagen voor resultaatbepaling Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten (subsidies en overige baten) en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop deze betrekking hebben. Rijksbijdragen OCW De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Niet-normatieve OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar van toekenning betrekking heeft, volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Normatieve OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening-clausule heeft) worden naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten verwerkt in de staat van baten en lasten. De subsidies waarvoor per balansdatum nog niet (alle) activiteiten (prestaties) zijn verricht, worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidie OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen.
Normatieve OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekening-clausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de werkelijke subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslagjaar toe te rekenen werkelijke subsidiabele uitgaven). Niet bestede middelen worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen. Niet-bestede middelen worden verantwoord als schuld aan het Ministerie van OCW onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn (subsidietijdvak) is verlopen. Overige overheidsbijdragen Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door gemeente. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW, gemeente, provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op onder andere het inhuren van extra personeel, scholingskosten, bedrijfsgezondheidszorg.
53
Pensioenverplichting Stichting Obase heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers, hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon, berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Stichting Obase. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten aan haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Stichting Obase betaalt hiervoor premies overeenkomstig de CAO. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar verplichtingen) dit toelaat. Per eind december 2023 heeft dit pensioenfonds een actuele dekkingsgraad van 110,5%. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er bestaat geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in het geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere premies. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening.
Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gerelateerd aan de aanschafwaarde van de desbetreffende immateriële en materiële vaste activa. De post afschrijvingen bevat tevens de lasten als gevolg van desinvesteringen. De activeringstermijnen zijn als volgt: Activacategorie Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Inventaris en apparatuur Inventaris en apparatuur Inventaris en apparatuur Inventaris en apparatuur Inventaris en apparatuur Andere bedrijfsmiddelen Andere bedrijfsmiddelen Andere bedrijfsmiddelen