CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20230113095131 011 BIJLAGE

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken23.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

omgeving. Een dergelijke risicoanalyse kan zowel kwalitatief als kwantitatief worden opgesteld. Bij de kwalitatieve methode worden doorgaans op basis van ervaringen van medewerkers en andere bronnen de risico's geïdentificeerd, gewogen en beoordeeld. Echter, de gangbare methode in 'omgevingsdienstenland' is de kwantitatieve methode.

27/64

›

_

\

Deze heeft geleid tot 'Excel-modellen' en/of softwaretoepassingen (bijvoorbeeld DBC) die landelijk veel gebruikt worden en die met name op basis van branches de milieurisico's ramen. Hierna vindt u hiervan twee voorbeelden.

__ _

Hoogrisicø i=M(au=1›<ä

Gemiddeld nsim Laag risico

ä,

0

šO

5 I

OC esâ ,_

BIMRNV

š

Gun inocmauswurzigv risko

PURE)

Xiaug

a

DW!

hdusuio; Nvaluatoclxhoov industrie. Chemische inúusuie, gootschdipe opslag gevnkilke nullen. Bevi Btzo

Agaiseh sector; Va-l-›c›udoøfi [PPC]

hdustno; Chofrliseho industrie. tlonsohalngø opslog govoalrfio stoffen

Agrmsch stoten; Vooho\.›4«i [nm PPC]

hdusuio. Tlanxpon en ústvlbuiobodviwn lnóustno.

Bioonkomsthnotio; Haroon - cafés on úsoothekon [had]

hdusmø. hdustno. Enocçb on vutovboåqvon hdusuuo; Fhbbov- on ku\suzolboú`qv0n

mama. Amoamuuqøofaflvm

hduxmo. Nano on cbofrischo uusovqon Vnkoiunoóo; Bonawosulion mol LPG Industrie; Bouunrulnidmploduoomen

Figuur 15. Voorbeeld risicoanalyse gemeente Meierijstad

Figuur 16. Voorbeeld risicoanalyse gezamenlijke deelnemers Omgevingsdienst Regio Arnhem

28/64

Inmiddels zien we een nieuwe generatie risicoanalyses ontstaan. Deze ontwikkeling wordt mede aangejaagd door de komst van de Omgevingswet. Moderne risicoanalyses dienen dan ook gestoeld te zijn op het gedachtegoed en de leidende principes van deze wet. Hiermee bedoelen wij bijvoorbeeld het principe dat prioritering niet primair

gebaseerd moet zijn op (het voorkomen van) wetsovertredingen, maar op (het voorkomen van) ongewenste gedragingen die leiden tot negatieve effecten voor de maatschappij. Een ander, concreter voorbeeld is het gegeven dat risicoanalyses steeds meer toegroeien naar een integrale risicoafvveging. Dus niet langer alleen 'scoren' op milieurisico's/-effecten maar ook op thema's als (volks)gezondheid, veiligheid leefbaarheid en duurzaamheid. Onderstaand vindt u een voorbeeld waaruit blijkt dat de integraliteit van de risicobeoordeling toeneemt. Dit betekent dus dat de totstandkoming van de risicoscore een resultante is van een beoordeling op meerdere (integrale) thema's. De mate waarin; mensen beschermd :ijn en zich beschermd voelen tegen persoonlijk leed. mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen regen ziekten en/o/ dood. mensen hinderzauden kunnen ondervinden. het milieu verontreinigd wordt. er sprake van flnonciele schade kan zijn er sprake von politiek-bestuurlijke afbreuk en/a/ publieke onrust kan zijn.

Figuur 17. VTH-strategie 2023-2023 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

Verder is hierbij uiteraard de verschuiving van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten (MBA's) een relevante ontwikkeling.

5.2. De Zeeuwse situatie Kijkend naar de in Zeeland hiervoor in het leven geroepen werkgroep Probleem- en Risicoanalyse, geldt dat dit een

kwalitatief opgestelde analyse is waarin een top 5 van risico's is opgenomen per taakveld, waarvan het taakveld milieu

er uiteraard een van is. Water 1. wuiorkwmim z. wmamwumiun

M "nn“U

3.Grun0ara\srmmiet|mg

`

1- 5°°"l""'

1.

1 ^=°°S'

2.

a. Awaimøanißmuuq

,_

Vuumerhmnchlngon

Naxwmrmuißiw <;„„„„„„„,„„,„9

j

Bowlen

1. Bouwmozndit

2. Brindveilng goomik J.

Hrmmk vumiqi

._ 5°m,„b„C„,„„„g

4. Energnolduufzumhoid 5.

Gmail

smog gebruik Ro

4. Huvsveshrg uroesósrmgrameru

Leefliaameid

:

I. Evenementen

1 llegaio recreatie 3. Gøwuoen mvaimzarmung 0. Goludhnnoei 5. Huievesnng

ameumgmmn

f

l

Figuur 18. Probleem- en risicoanalyse werkgroep Zeeland

29 / 64

Ergo: de scope van de risicoanalyse is in deze dus breder dan sec de taken die gemandateerd zijn aan de RUD Zeeland.

Dit maakt echter voor de ontwikkeling zoals beschreven in het begin van dit hoofdstuk, niets uit. Zo zijn er meerdere voorbeelden beschikbaar van risicoanalyses die eenzelfde soort scope qua takenpakket hanteren en dus inmiddels ook de risico's scoren op een breed palet aan indicatoren. Zie hierna een uitsnede uit de risicoanalyse als voorbeeld vanuit de gemeente Rheden. Ríslcoanalyse

Publiek Domein/Veiligheid

Priorlteltsopbouw

ii_ Adfvfltll

Figuur 19. Risicoanalyse gemeente Rheden

Terug naar de Zeeuwse werkelijkheid. De regionale prioritering wordt direct vertaald in de individuelejaarlijkse uitvoeringsprogramma's. Dit heeft echter het nadeel dat er weinig ruimte is om programmatisch vanuit een concreet

milieuprobleem integraal te werken. Alle activiteiten worden immers vertaald naar aantallen controles, vergunningen, etc. Dat beperkt de mogelijkheden van de RUD Zeeland om efficiënt en effectief te werken vanuit de regionale

opgaven.

30/64

Q

:›.a«i^››.';

~ ›

.«-_›__--.---.--.----_-›<-_-

f

~.,.

.....,

.„_,...,„.,,.,....,.„..„,„

.„„„._„„„,..,.__..

:x

~-~---v-----f---~+,„›«-f-»±«»\±-,+››_›_›_››«,„„›„«›

7,.

,~

f

Figuur 20. Aansluiting risicoanalyse op uitvoeringsprogramma

Zoals eerder geformuleerd, biedt de analyse van de werkgroep voldoende aanknopingspunten om te experimenteren

met gedeeltelijk meerjarig programmeren. Het is echter aan te bevelen om in de toekomst het instrument risicoanalyse door te ontwikkelen, bijvoorbeeld door een (kwantitatievere en) meer gestructureerde aanpak waarbij, nadrukkelijker dan nu het geval is, gebruik wordt gemaakt van ervaringen, branche-/milieubelastende activiteiten, (data) en kennis uit de uitvoering (bijvoorbeeld branchespecifiek naleefgedrag). Overigens geldt dat hier voldoende goede voorbeelden voor beschikbaar zijn binnen het stelsel van omgevingsdiensten. Zo zou contact gezocht kunnen worden met de OD llmond en/of de OD Flevoland 81 Gooi en Vechtstreek (OFGV). Daarnaast geldt dat in pijler 5 van het IBP ook gewerkt wordt aan het uitwerken van een uniforme risicoanalyse. Dit format krijgt naar verwachting een verplichtend karakter. Een nadere uiteenzetting hierover, inclusief een beschrijving van de huidige Zeeuwse situatie, vindt u in hoofdstuk 6, Budgetteren en programmeren.

31/64

Q

...

6.

.-

--t

Budgetteren en programmeren

Zoals beschreven in hoofdstuk 5, heeft Zeeland de ambitie om de regionale risicoanalyse een centralere rol te geven in

de programmering en aansturing van de RUD Zeeland. Veel verschillende omgevingsdiensten zetten hier op dit moment stappen in. Het is een ambitie die, indien gerealiseerd, van grote betekenis is in het zogenaamd 'sluiten' van de Big-8-cyclus. Alvorens uiteen te zetten hoe we deze ambitie vorm en inhoud willen geven (paragraaf 6.2), beschrijven we de huidige wijze van budgetteren en programmeren (paragraaf 6.1).

6.1.

Huidige wijze van budgetteren en programmeren

Op dit moment zijn budgettering en programmering een op een aan elkaar gekoppeld. Dat betekent dat elke individuele deelnemer in samenspraak met de RUD tot een werkplan komt voor hetjaar erna op basis van de PxQ-systema-

tiek. Afrekening vindt ven/olgens plaats op basis van werkelijk bestede uren/geleverde aantallen producten. Er vindt in

die zin opjaarlijkse basis nacalculatie plaats per individuele deelnemer.

De RUD stuurt hiermee dus logischen/vijs dominant op het behalen van de prestatieafspraken, in termen van aantallen producten en productieve uren, zoals vastgelegd in het werkplan met de individuele deelnemer. Het behalen van de beloofde aantallen producten (zoals administratieve controles) per deelnemer vormen veeleer het 'hogere' doel waarop wordt gestuurd. De huidige P›<Q-aansturing biedt weinig ruimte voor "tegenvallers" zoals complexe handhavingszaken of de aanpak van calamiteiten. Voor elk geval moet de RUD Zeeland een apart voorstel aan de betreffende deelnemer sturen om een bepaalde complexe zaak aan te pakken. Er is geen budget beschikbaar voor deze zaken. Het probleem is echter dat deze "aandachtsdossiers" moeilijk zijn te voorspellen en in beginsel bij elke deelnemer kunnen gebeuren. Deze werkwijze is daarnaast sterk inrichtingen-gedreven. Immers, bij het opstellen van het werkplan wordt nagenoeg het volledig beschikbare budget gealloceerd aan PDC-producten. Echt meerjarig branchegericht toezicht en regionale meerjarige projecten om bijvoorbeeld in te zetten op thema's als energiebesparing en circulaire economie, komen

hierdoor niet van de grond. Dit constateerde eerder ook de commissie Van Aartsen.

Bovenstaande werkwijze is een aantaljaren geleden bij een groot deel van de Nederlandse omgevingsdiensten geïmplementeerd en heeft ook zijn waarde bewezen. Omgevingsdiensten gingen hiermee van lumpsum financiering op basis van fte's (inclusief veel kruisfinanciering) naar een meer oorzakelijke manier van financieren die ook een level playing field creëert. Echter, veel omgevingsdiensten stappen hier nu van af omdat deze systematiek te dominant stuurt op aantallen, uren en het behalen van individuele werkplannen. Deze omgevingsdiensten willen naar een vorm toe waarin het aanpakken van milieurisico's weer het 'hoogste doel' wordt in plaats van het exact waarmaken van alle individuele werkplannen. Ook landelijk staat deze ontwikkeling binnen het IBP hoog op de agenda (pijler 1, robuuste financiering). Dit sluit tevens aan bij de gedachte om meer te gaan sturen op outcome oftewel het beoogde maatschappelijke effect. ln opdracht van het IPO is in 2022 een verkennend onderzoek uitgevoerd met als doel meer outcomegericht te gaan sturen en te rapporteren op de provinciale taken. Dit rapport wordt binnen het IBP geïmplementeerd binnen pijler 5; deze benadering wordt tevens met de VNG afgestemd. ln figuur 21

is

deze huidige wijze van budgetteren en programmeren gevisualiseerd.

32 / 64

$

Assortiment Producten- en dienstencatalogus (PDC) RUD Zeeland

Programmering

WP

duee

v nd

WP

-

ee

“

WP

-

-

WP

Primaat v.d. programmering Milieu: -› Jaarlijks individueel werkplan [WP] per deelnemer

duee wduee

wduee

v

v«0L

nd

WP

ncl

nd

ÉÉ

na

Financiering Budgetteren en programmeren volledig gekoppeld: Gedetailleerd, oorzakelijk en stefke focus op uren en # ~ Uurtje-factuurtje, hoge registratie- en rapportagedruk °

~

Jaarlijkse nacalculatie o.b.v. werkelijk bestede u'en

Figuur 21. Huidige wijze van budgetteren en programmeren in Zeeland

6.2. Het (gedeeltelijk) ontkoppelen van budgetteren en programmeren Zoals aangegeven in hoofdstuk 4, hebben we in Zeeland steun gevonden om van de huidige werkwijze de stap te

zetten naar gedeeltelijk regionaal en meerjarig programmeren. Tevens wordt dan de budgettering aangepast door

deze (gedeeltelijk) te ontkoppelen van het programmeren en de productie. Een stap die, zoals gezegd in paragraaf 6.1, door vele omgevingsdiensten op dit moment wordt verkend en die in lijn is met de trends en ontwikkelingen binnen het IBP. Deze nieuwe werkwijze kent de volgende karakteristieken: 1. Het basisidee is het in toenemende mate loskoppen van budgetteren en programmeren. 2. Werk toe naar een (gedeeltelijke) financiering van de omgevingsdienst op basis van een eerlijke verdeelsleutel (bijvoorbeeld inrichtingenbestand/MBA-bestand) zonder nacalculatie, opjaarlijkse basis en geënt op werkelijk geleverde productie. 3.

4.

Dit geeft ruimte in de uitvoering

om werkelijk te gaan sturen op het behalen van een maximaal milieueffect, bij-

voorbeeld door (gedeeltelijke) regionaal meerjarig te gaan programmeren op basis van de belangrijkste inrichtingengebonden en niet-inrichtingengebonden milieurisico's. Het accent in de aansturing van de omgevingsdienst door een deelnemer verschuift dan ook van productiebeloften uit het individuele werkprogramma in termen van aantallen en uren naar (regionale) beleidsmatige doelen en milieurisico's.

5.

Dit betekent ook dat de regionale probleemanalyse, bestaande uit een omgevings- en risicoanalyse, aan betekenis

wint en een belangrijk fundament vormt voor de programmering. 6.

De bestuurders kunnen gaan sturen op beoogde maatschappelijke effecten voor een beter leefmilieu.

Visueel gezien ziet deze werkwijze er als volgt uit.

33 / 64

Assortiment Producten- en dienstentabloglß (PDC) RUD Zeeland er

Programmering

üuušwie

=;

Primaat v.d. programmering Milieu: -› Meerjaríg regionaal werkplan o.b.v. mi|ieu.'isico's

WP

WP

WP

WP

V

\.

v

v

nd

nd

nd

na

Financiering

WP ndw

Budgetteren en programmeren deels onfkoppeld: °

Oojectieve verdeelsleutel -(bijv. inrichting-,/ MBA-

bestand definíeert jaarlijkse bijdrage deelnemer

Geen 'iacalculatie meerjarig deel o.b.v. geleverde productie Periodieke (bijv. 3-jaarlijks) herijicing van de vaste bijdfage

Figuur 22. Voorgestelde werkwijze met deel s on tk oppelen budgetteren en programmeren

34/64

1

6.3. Financieringssystematiek meerjarig regionaal programmeren in Zeeland

maken we de voorgestelde nieuwe werkwijze, zoals beschreven in paragraaf 6.2, concreet voor Zeeland. Daarbij komt de vraag aan de orde welke werkzaamheden meerjaarlijks geprogrammeerd gaan worden en wat deel uitmaakt van individuele werkprogramma's. Op hoofdlijnen doen zich binnen het stelsel van omgevingsln deze paragraaf

diensten drie "smaken" voor (zie figuur 23):

Optie 7: de klassieke (wettelijke) VTH-(basis)taken maken deel uit van het onderdeel meerjarig programmeren. Dit betekent dat er eenjaarlijkse “inrichtingsprijs'1^ bestaat voor een type inrichting (bijvoorbeeld een type B of type Cinrichting). Deelnemers betalen een bepaald bedrag voor een type inrichting en krijgen daar alle producten voor, ongeacht de werkelijke inzet in datjaar. Het inrichtingenbestand van de deelnemer bepaalt dan de totalejaarlijkse bijdrage per deelnemer. Vervolgens vormen de bijdragen van alle deelnemers samen het budget voor VTH-taken

voor de RUD. Optie 2: het 'klassieke' VTH-deel maakt, in tegenstelling tot optie 1, deel uit van de individuelejaarlijkse werkprogramma's per deelnemer. De milieuthema's die uit de risicoanalyse naar voren komen maken deel uit van het

meerjarige regionale deel in de vorm van een meer projectmatige of programmatische aanpak. De probleem- en risicoanalyse wordt dus vertaald naar een totale opgave voor de omgevingsdienst; de overige VTH-taken zijn

vertaald in de "traditionele" werkplannen per deelnemer.

Optie 3: het meest vergaande model waarin alle taken op basis van een probleem- en risicoanalyse zijn vertaald naar de omgevingsdienst. Er bestaan geen (of zeer beperkt) individuele werkplannen per deelnemer meer. Programmering RUD Zeeland

Programmering RUD Zeeland

Optie 1

Optie Z

_

.ah -:>1:r›

P

'

.,_.

Optie 3 WP

WP

v

v

v

nd

nd

nd

WP

WP

v

v.

nd

nd

WP

Programmering RUD Zeeland ~:

_

›1

...

,

.

1

xx!

tu;

«

›

...„

'

.e

.«';_L.~

Q

~ï:›.1,_.,1-f.

i

›_w'%

'urn-9%,

WP

WP

WP

WP

\dv

ndv

ndv

ndv

ndv

ill"

'U H

Advies en projecten

.

._1

U,.,-.›:

.

,„_

,y

Regionaal deel programmering

ojecten (milieuthema's/-risico's), bijv. ketentoezicht,

VTH klassiek' + projecten + advies

bestuursrechtelüke/strafrechtelüke opvolging

Lokale deel programmering

.-

äeft

W.

Regionaal deel programmering

Regionaal deel programmering

VTH 'klassiek': vergunningen, meldingen, toezicht en

,..

..

Zf „-

\Q

,

WP

_

energiebesparing, indirecte lozingen.

Lokale deel programmering

Lokale deel programmering

VTH 'klassiek': vergunningen, meldingen, toezicht en

n.v.L

bestuursrechtelüke/strafrechtelüke opvolging

Voor- en nadelen

Voor- en nadelen

Voor- en nadelen

+ Schept ruimte voor branchegericht, risicogericht en

+ Dit is het eenvoudigste te implementeren (bijvoorbeeld

+ Dit is voor de RUD Zeeland het eenvoudigste in beheer

meerjarig toezicht - Blijft

focus houden op inrichtingsgebonden

milieurisicos waardoor er een 'ondeivertegenwoordigin \o~ is

door te zeggen dat 40% beschikbaar is voor regionale thema's en 60% gebonden blijft aan individuele werkprogramma's)

-

Vraagt scherpe keuzes waar. blijkens de ronde langs de velden, nog geen eenduidig 'ja' op wordt gegeven

van niet-inrichtingsgebonden milieurisico's

Figuur 23. Opties programmering RUD Zeeland

l^

De RUD Zuid-Limburg werkt bijvoorbeeld op deze manier.

35/64

Q

-._ -tw

Kijkend naar de Zeeuwse situatie en de samenwerking tussen de RUD en haar deelnemers, lijkt optie 2 het meest voor de hand te liggen. Hiervoor is, zoals eerder aangegeven, ook steun uitgesproken in het rondje langs de velden. Dit betekent datje in het regionale MJP (zonder nacalculatie) uitvoering geeft aan een aantal meerjarige thema's die voortkomen uit de regionale probleem- en risicoanalyse. Dit betekent ook dat de huidige PXQ-systematiek voor dat gedeelte wordt vervangen door een financiering van de programma's. Schematisch is dat weergegeven in figuur 24.

_) IVU P

Aandacht: ..-1<›.››f~«=

Figuur 24. Voorgestelde aanpassing financieringssystematiek

Figuur 24 gaat uit van de volgende uitgangspunten: ~

Een deel van de PXQ-methodiek wordt vervangen door een programma (MJP). Het aandeel PXQ wordt daarmee lagen

moment niet bestaat en wel

-

Er is een post opgenomen voor de zogenoemde aandachtsdossiers omdat die op dit

-

nodig is voor het effectief en robuust kunnen opereren van de RUD. Het deel vergunningen blijft afhankelijk van de vraag. Dat betekent dat, als 'meer aandacht voor de programmatische aanpak' het uitgangspunt is, er voornamelijk budgettaire ruimte gevonden kan worden in de controlefrequentie.

-

Het aandeel advies blijft afhankelijk van de vraag van de deelnemer aan de RUD en blijft hetzelfde.

6.4. Keuze voor l\/UP

Om te komen tot een uitvoeringsprogramma zijn de volgende stappen doorlopen: -

Als basis is de probleem- en risicoanalyse gebruikt vanuit de werkgroep Probleem- en Risicoanalyse van het

Regieteam. -

Die analyse is aangevuld met enkele landelijke opgaven, zoals circulaire economie. Daarbij is ook gekeken naar de

-

kansen voor samenwerking tussen de diverse instanties. Het voorstel voor de deelprogramma's is vervolgens in ambtelijke en bestuurlijke overleggen voorgelegd. Men is in grote lijnen akkoord gegaan met de keuze, bevestigd in het BOOR.

36/64

Het is van belang te vermelden dat de keuze voor het huidige programma niet eeuwig geldt. Op basis van de resultaten kunnen de programma's ten einde komen, bij voorkeur als een concreet vraagstuk is opgelost. Dan kunnen er opnieuw nieuwe keuzes worden gemaakt. Ook het gekozen aantal deelprogramma's kan vanzelfsprekend meer of minder worden, al naar gelang de bestuurlijke behoefte om bepaalde problemen aan te pakken. Kortom, de inhoud

van het programma's is een dynamisch geheel en zorgt ervoor dat de Big-8-cyclus daadwerkelijk gaat functioneren. Concreet stellen we voor de volgende milieuthema's in het Zeeuwse regionale en meerjarige deel van het

uitvoeringsprogramma (per 2024) op te nemen.

MJP

Energiebesparing Circulaire economie

Indirecte lozingen Plastic Korrels

Ketentoezicht

Figuur 25. Milieuthema's MJP

Logischerwijs betekent dit dat dejaarlijks benodigde middelen (in termen van productieve uren/budget) inzichtelijk gemaakt moeten worden om het regionale deel van het uitvoeringsprogramma te realiseren. Hierbij wordt meegenomen dat bijvoorbeeld een meerjarig project rondom energiebesparing zich bij uitstek leent om hier de SPUK-gelden

aan toe te kennen. Dit betekent tegelijkertijd dat inzichtelijk wordt in hoeverre het totale budget/formatie van de RUD Zeeland zou moeten uitbreiden en/of bepaalde taken niet langer worden uitgevoerd.

6.5. Uitwerking onderdelen meerjarenprogramma Zeeland Het meerjarenprogramma bestaat in grote lijnen uit de volgende onderdelen: A. B.

Uitwerken programmaonderdelen. Consequenties voor governance van de RUD Zeeland.

Uitwerking programma onderdelen De bovenstaande aanpak heeft geresulteerd in een nadere uitwerking van het programma en de vijf programmaonderdelen op basis van een vast format, bestaande uit de volgende onderdelen:

A.

1.

2.

Beschrijven nulsituatie: wat is er aan de hand? Doelstellingen: welk resultaat wordt beoogd? Zo concreet mogelijk beschrijven in termen van emissies, bespaarde energie, waterkwaliteit etc.

3.

Samenwerkingspartners: welke andere partijen zijn nodig om het deelprogramma uit voeren en zijn deze ook betrokken?

4. 5.

Bedrijven/doelgroep: voor welke branches heeft het deelprogramma direct of indirect gevolgen? Burgers: op welke wijze zijn burgers bij het programma betrokken?

37/64

6.

Bepalen instrumentarium: welk instrumentarium wordt ingezet voor het bereiken van de doelen? Daarbij wordt nadrukkelijk gebruikgemaakt van de "outcome" strategie domeinen 215 en 316.

Meten en monitoren: op welke wijze gaat gemeten worden of de resultaten worden geboekt? 8. Rapportage: hoe ziet de rapportage eruit en aan wie wordt gerapporteerd? 9. Eventuele extra opleiding: welke extra opleidingen zijn er eventueel nodig voor de uitvoering van het deelprogramma ter borging van de kwaliteit? 10. Duur programma: inschatting van de duur van het deelprogramma en wanneer de eerste resultaten zichtbaar zijn. 11. Risico's/afhankelijkheden: paragraaf met inschatting van de risico's en afhankelijkheden. 12. Kosten uitvoeren programma: inschatting van de kosten voor de uitvoering van het programma per deelnemer in fte's en eventuele materiële kosten voor bijvoorbeeld monstername of communicatie. 7.

De deelprogramma's zijn indicatief uitgewerkt (zie bijlage 3) en worden door het AB van de RUD nader uitgewerkt in het ven/olg. B.

Consequenties voor governance van de RUD Zeeland

De uitvoering van de punten uit dit onderzoek om te komen tot een robuuste omgevingsdienst, heeft (financiële) gevolgen voor de governance van de RUD Zeeland op de volgende onderdelen: 1. De uitvoering van de deelprogramma's, waarvoor een indicatieve opzet is opgenomen in bijlage 3. 2. Aandachtsdossiers (zie figuur 24): de bijdrage van de afzonderlijke deelnemers wordt vierjaarlijks herberekend; 3. Het “meegroeien" van het management met de organisatie. 4. Het opnemen van budget voor het trainen en opleiden van nieuwe medewerkers, innovatie en databeheer. Het deels loslaten van de PXQ-methodiek kan naar onze inschatting een budgetvoordeel opleveren op basis van de volgende keuzes of combinatie: Aanpassen inspectiefrequentie voor de B-categoriebedrijven van eenmaal per vijfjaar naar eenmaal per tien jaar of -

hogen Aanpassen categorie C van eenmaal perjaar naar eenmaal per tweejaar. “Belonen goed gedrag" door bedrijven die over het algemeen goed presteren, minder vaak te inspecteren."

Daarbij is de robuustheid van de RUD Zeeland, uiteraard na implementatie, een feit en kan er verder programmatisch gewerkt worden richting een schone en veilige leefomgeving.

"'

De domein 2›benadering betekent 'het benutten van de reikwydte van de wetgeving met als doel een zo groot mogeigk maatschappeiyk effect te bereiken.'

Het bevoegd gezag kan bijvoorbeeld de omgevingsdienst opdragen versneld vergunningen te actualiseren om de emissies van ZZS terug te dringen, scherper te gaan vergunnen op een bepaald thema of het Schone Lucht Akkoord uit te voeren. '°

De domein 3-benadering betekent ”de inzet van expertise voor bol/enwetteiylke taken met als doel een zo groot mogeiyk maatscnappelgk effect te bereiken.'

ln dit

domein past bijvoorbeeld communicatie met bedrijven, branches en bewoners over hinder en incidenten of advisering om over te stappen op andere

energiebronnen. Omgevingsdiensten kan bijvoorbeeld worden gevraagd een subsidieregeling uit te voeren of te adviseren over ruimtelijke plannen. '7

Belangrijk te vermelden is dat ook in de programrnas bedrijven worden bezocht. De wetgever schrijft geen minimum aantal inspecties voor; wel wordt het

bevoegd gezag geacht toezicht te houden en daarvoor beleid op te stellen.

38 / 64

7. Beschouwing, conclusies en aanbevelingen

7.1.

Beschouwing

ln het rapport Doorontwikkeling milieutaakveld van TwynstraGudde (2021) staat de volgende conclusie.

"De ontwikkeling van de omgevingsdiensten vraagt om meer gezamenlgkheid, meer robuustheid,

kwaliteitsverbetering en het werkelijk realiseren van een level playing field. Ook doorontwikkeling

van het handhavingsprofiel, en specifiek de strafrechtpoot, verbetering van kennisuitwisseling en versterking van de onafhankelgkheid van de diensten zijn van belang."

Deze conclusie heeft een vervolg gekregen in dit onderzoek, waarin tevens de adviezen van de commissie Van Aartsen (zoals weergegeven in het IBP-VTH) zijn meegenomen. Kern van het advies is een opzet voor een MJP dat door de RUD Zeeland verder wordt uitgewerkt. Het MJP dat hiervoor beschreven is, kent de volgende uitgangspunten en randvoon/vaarden: 1.

Regionaal beleid direct vertaald in regionale uitvoering via Big-8.

2.

Effect voor een beter milieu staat centraal.

.

u1_-l:›w

.

intensievere samenwerking tussen partijen. Andere financieringssystematiek voor de RUD: eerste stap naar een robuuste RUD. Voldoen aan wettelijke eisen, basistaken wettelijke taken.

7.1.1. Regionaal beleid direct vertaald in regionale uitvoering via Big-8

Het Besluit Omgevingsrecht verplicht tot onder andere het formuleren van regionaal beleid, een regionale probleemen risicoanalyse en een regionaal uitvoeringsprogramma. Kortom, de wetgever hecht veel belang aan een regionale aanpak om de eenvoudige reden dat veel milieuproblemen niet stoppen bij de gemeentegrens. Door een regionale aanpak kan meer worden bereikt en kan beter worden samengewerkt met andere instanties om milieuproblemen en milieucriminaliteit effectiever en sneller aan te pakken.

Voor het bepalen van een goede regionale aanpak is, zoals toegelicht in paragraaf 3.2, de Big-8-cyclus gebruikt.

Strategische cyclus

\J

“f}umuma\\ Count

Oporatlomlo cyclus

Figuur 26. Big-8-cyclus

39/64

Big-8 brengt de cyclus om tot beleidskeuzes te komen (bovenste cirkel) in direct contact met de uitvoeringscyclus

(onderste cirkel). Door het organiseren van de samenhang tussen beleid en uitvoering kan veel beter gestuurd worden

op de échte milieuproblemen of urgente maatschappelijke vraagstukken.

BOOR een centrale rol in de bovenste cirkel (gezamenlijk bepalen van beleid en prioriRUD een centrale rol heeft in de onderste cirkel (hoe kunnen we de beleidskeuzes het beste uitvoeren). Dat betekent dat deelnemers van de RUD direct invloed hebben op zowel beleidsmatige keuzes (via BOOR) als de uitvoering via het AB/DB. De RUD moet de ruimte te krijgen om zelf aan te geven wat de beste aanpak is om de beleidsdoelen te bereiken, vanzelfsprekend in goede samenspraak met het bestuur. ln de Zeeuwse situatie heeft het

teiten), waarbij het bestuur van de

Hiermee voldoet Zeeland aan de eerdergenoemde wettelijke eisen met betrekking tot regionale planvorming die in het Bor zijn vastgelegd. Het BOOR heeft op 17 november besloten het bestuur van de RUD Zeeland te verzoeken de beleidskeuzes en prioriteiten die in het MJP zin op

7.1.2. intensievere

enomen, nader uit te werken en tot uitvoerin

te brenen.

samenwerking tussen partijen

De uitvoering van de gekozen prioriteiten die zijn vertaald in het vast te stellen MJP vragen om samenwerking door de diverse instanties. Dat klinkt logisch maar dat komt in de praktijk niet zo makkelijk tot stand omdat elke instantie eigen prioriteiten heeft. Dit staat onder andere een effectieve aanpak van milieucriminaliteit, en de daarmee veelal samen-

hangende ondermijning, in de weg. Dit MJP beoogt dat partijen zich committeren aan een gezamenlijke aanpak, het delen van kennis, data en samen aan het werk. ln de uitwerking van de programmaonderdelen wordt de gevraagde inzet van partijen die niet deelnemen aan de RUD heel concreet uitgewerkt.

De aanwezige bestuurlijke vertegenwoordigers in het BOOR op 17 november 2022 die geen eigenaar zijn van de RUD Zeeland (zoals OM, ILT, p,

RWS en waterschap“`”), hebben hun commitment uitgesproken om deze beleidskeuzes te vertalen in de eigen oranisaties, zodat een

7.1.3.

ezamenlike uitvoer-in

effectief

ebor d kan worden.

Andere financieringssystematiek voor RUD: eerste stap naar robuuste RUD

Een adequate financiering van de RUD is een taak van de deelnemers van de RU D19 Het is zowel voor het bestuur van de RUD als voor het BOOR belangrijk dat de RUD robuust is (en derhalve voldoet aan de landelijke voorwaarden van het IBP-VTH). Hierbij wordt een financieringssystematiek toegepast waarin de beleidsdoelen zijn voorzien van voldoende middelen om een adequate uitvoering te realiseren. Dit betekent dat er niet meer per uitgevoerde taak wordt afgerekend, maar dat er meer gekeken wordt naar het

bereikte milieueffect. De RUD zet ook meer middelen in voor het doelbereik dan uitsluitend VTH. Ergo: het voorstel is

om de nacalculatie voor de geleverde VTH-producten binnen het MJP af te schaffen; het kost veel administratieve tijd en leidt tot grote financiële onzekerheid bij zowel de RUD-deelnemers als de RUD zelf. Tevens wordt voorgesteld een bepaald budget voor "aandachtsdossiers" te maken; elke deelnemer kan daar onverwacht mee te maken krijgen. Dat budget is van toepassing op alle VTH-taken van de deelnemers aan de RUD. De RUD kan dat aandachtsdossier direct oppakken zonder dat er financiële toestemming van de betreffende deelnemers nodig is.

*B

Waterschap Scheldestromen heeft aangekondigd haar deelname aan de RUD Zeeland te beëindigen, maar blijft uiteraard partner in zowel de samen-

werking als de uitvoering. '9

Uiteraard ligt er ook een belangrijke taak in de financiering voor de stelselverantwoordelijke. Hier wordt aan gewerkt binnen het IBP-VTH, pijlerl (paragraaf

3.2).

40 / 64

De RUD kan hiermee zelf meer afwegingen maken in het kader van doelrealisatie. Bovendien is de RUD zo verzekerd van structureel budget hiervoor en kan ze daarvoor de structureel benodigde capaciteit aannemen. De bijdrage per deelnemer kan vierjaarlijks worden bijgesteld op basis van het gemiddelde "gebruik" van het budget voor aandachtsdossiers.

Het totale bedrijvenpakket kan worden gebruikt om de bijdrage van de afzonderlijke deelnemers te bepalen. Voor sommige branches zal de controlefrequentie (eenmaal perjaar etc.) worden losgelaten. Er zijn immers branches waar-

voor de milieurisico's klein zijn.

Deze 'nieuwe financieringssystematiek' is eerder gevisualiseerd in figuur 24. l-let

BOOR is op 17 november 2022 akkoord gegaan om het bestuur van de RUD te verzoeken een voorstel te maken voor een

financieringssystematiek die past bij de opgave in dit MJP. Dit zorgt voor de nodige flexibiliteit en robuustheid in de financien

zodat de uitvoering van het MJP soepel kan verlopen en de RUD voorzien is van adequate en stabiele financiering. 7.1.4.

Voldoen aan wettelijke eisen, basistaken wettelijke taken

Het uitgangpunt om meer programmatisch te werken sluit aan bij de wettelijke eisen van regionale programmering. De

activiteiten binnen de programma's kunnen breder zijn dan alleen de "klassieke VTH-taken" en dat isjuist de

bedoeling. Het gaat immers om het milieueffect. Daarmee blijven de deelnemers van de RUD voldoen aan de uitvoering van de wettelijke basistaken.

Voor wat betreft het landelijke lnterbestuurlijke Programma voor verbetering van het VTH-stelsel (IBP-VTH): de resultaten van het IBP zijn nog niet bekend maar de grove contouren zijn helder. Het is belangrijk dat de precieze invulling van het MJP, en de rol van de RUD daarin, afgestemd blijft met de ontwikkelingen binnen net IBP. Voor zover nu is te overzien, past de hier geschetste aanpak voor de RUD binnen het IBP-VTH. 7.2. Conclusies 1.

Met de geschetste aanpak geven de partijen binnen de provincie Zeeland invulling aan het eerdere, door het BOOR bekrachtigde rapport Doorontwikkeling milieutaken.

2. 3.

4.

Het voorgestelde MJP is het Zeeuwse antwoord op de Adviescommissie VTH en het daarop ingestelde IBP-VTH. Met de voorgestelde aanpak wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen die zijn vastgelegd in het Bor/Mor. ln de uitvoering van het MJP staat het bereiken van een maximaal milieu-effect centraal. Dit kan mede door de

inzet van andere instrumenten dan vergunningen, toezicht en handhaving worden bereikt. 5.

Er zijn investeringen nodig

om te voldoen aan de aanbevelingen van de Adviescommissie VTH; dit heeft betrekking

op zowel de samenwerking tussen partijen als de robuustheid van de RUD Zeeland.

41/64

Q

:~=

.'›

~~

T 3. Aanbevelingen 1.

Investeer zowel in de ontvvikkelkracht van de RUD Zeeland (bijvoorbeeld voor data-analyse, projectleiders en

opleiding) als in de component 'managerial' (bijvoorbeeld voldoende ruimte om nieuwe medewerkers in te werken)

om een impuls te geven aan de robuustheid van de RUD. 2.

Start met de uitvoering van het MJP en evalueer dezejaarlijks. Stel waar nodig bij en vervang periodiek. Zo staan de

milieu-inhoudelijke risico's en thema's centraler in de uitvoering. 3.

Behoud PxQ als verdeelsleutel voor de individuele werkprogramma's maar pas voor het MJP de nieuw voorgestelde

financieringssystematiek toe. Op deze manier vervalt dejaarlijkse nacalculatie op basis van werkelijk bestede uren gedeeltelijk. 4. 5.

6.

7.

Het is aan te bevelen een vooraf vastgesteld budget op te nemen voor de zogenaamde 'aandachtsdossiers'. Analyseer eens per vierjaar op basis van realisatiegegevens de bijdrage per deelnemer en stel waar nodig naar

boven of beneden bij. Zo wordt voorkomen dat deelnemers niet 'voor elkaar' of te veel gaan betalen. Draag als RUD-deelnemers alle taken rondom bedrijven met milieubelastende activiteiten over aan de RUD. Dat zorgt voor transparantie bij zowel bedrijven als burgers en verstevigt de robuustheid van de RUD. Blijf het instrument probleem- en risicoanalyse gebruiken met een meer gestructureerde aanpak, waarbij gebruik wordt gemaakt van ervaringen, branches/milieubelastende activiteiten, data en kennis uit de uitvoering (bijvoorbeeld branchespecifiek naleefgedrag). Het IBP-VTH komt op relatief korte termijn met een model dat kan worden gebruikt door de omgevingsdiensten.

42/64

Bijlage l. Besluit Omgevingsrecht art. 7.2 t/m art. 7.7 Artikel 7.2 Handhavingsbeleíd 1.

2.

De bestuursorganen die bevoegd gezag zijn en belast zijn met de bestuursrechtelijke uitvoering en handhaving van het bepaalde bij de wet en bij of krachtens de betrokken wetten en met het toezicht op de naleving door de onder hun gezag werkzame toezichthouders, stellen ieder voor zich voor de taken, niet zijnde de taken, bedoeld in het tweede lid, het uitvoerings- en handhavingsbeleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen zij zichzelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren. Voordat een document wordt vastgesteld wordt, indien nodig, onderling afgestemd. Het handhavingsbeleid wordt ook afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, die deelnemen in een omgevingsdienst dragen er gezamenlijk zorg voor dat een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid voor de taken, bedoeld in artikel 7.1 eerste lid, wordt vastgesteld in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst worden uitgevoerd en stemmen dit, indien nodig, gezamenlijk af met andere bestuursorganen en met de organen die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving.

Het handhavingsbeleid wordt vastgesteld in overeenstemming met het

Openbaar Ministerie. 3.

4.

Het uitvoerings- en handhavingsbeleid, bedoeld in het eerste en tweede lid, dient mede ter uitvoering van het bovenregionale handhavingsbeleid. Het uitvoeringsbeleid is gebaseerd op toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, beleidskaders en een

analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. 5.

Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van het bij of krachtens de wet en de betrokken wetten bepaalde in de gevallen waarin de zorg

6.

voor de handhaving daarvan aan hen is opgedragen. Het uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: a. de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste en tweede lid voorgenomen activiteiten; b.

c.

d. 7.

de methodiek die de bestuursorganen gebruiken om te bepalen of de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen worden bereikt; de daarin opgenomen objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, en de werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen.

Het handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in: de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden; b. de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt

a.

c.

uitgeoefend om de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen te bereiken; de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen;

d.

e.

de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; de wijze waarop de bestuursorganen handelen na overtredingen die zijn begaan door of in naam van die bestuursorganen of van andere organen behorende tot de overheid.

43/64

De bestuursorganen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bezien regelmatig maar in ieder geval naar aanleiding van de evaluatie, bedoeld in artikel 7.7 tweede lid het op grond van het eerste en tweede lid vastgestelde beleid en passen dit in ieder geval bij gebleken noodzaak zo spoedig mogelijk aan. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van een waterschap geven kennis van het uitvoerings- en handhavingsbeleid aan de gemeenteraad en provinciale staten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap. Artikel 7.3 Uitvoeringsprogramma

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid, werkenjaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit in een uitvoeringsprogramma voor de desbetreffende rechtspersoon waarin wordt

aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten zij het komendejaar zullen uitvoeren. Daarbij houden ze rekening met de krachtens die leden gestelde doelen en de krachtens artikel 7.2, zesde lid, onder a, gestelde prioriteiten.

De bestuursorganen stemmen het uitvoeringsprogramma af met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving.

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2 tweede lid dragen zorg voor een uniform uitvoeringsprogramma voor de taken, bedoeld in artikel 7.1 eerste lid, op het niveau van de met die taken belaste omgevingsdienst. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van een waterschap maken het uitvoeringsprogramma bekend aan de gemeenteraad, provinciale staten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap. Artikel 7.4 Uitvoeringsorganisatie

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid. richten hun organisaties zodanig in dat een goede uitvoering van het uitvoerings- en handhavingsbeleid, bedoeld in artikel 7.2, en de uitvoeringsprogrammas,

bedoeld in artikel 7.3 gewaarborgd is. De bestuursorganen dragen er in ieder geval zorg voor dat: a. de personeelsformatie ten behoeve van de uitvoering en de handhaving en de bij de onderscheiden functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd; b. de personen die zijn belast met de voorbereiding van besluiten ten aanzien van aanvragen om een omgevingsvergunning voor zover deze betrekking hebben op activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2 1 eerste lid onder e en categorieën activiteiten als bedoeld in artikel 2.2a, van de wet of met de voorbereiding van beschikkingen als bedoeld in artikel 8.40a, eerste lid, van de Wet milieubeheer of het stellen van voorschriften als bedoeld in artikel 8.42. eerste lid, van de Wet milieubeheer niet worden belast met: 1. het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet of de betrokken wetten bepaalde met betrekking tot een inrichting, en 2. het voorbereiden of uitvoeren van bestuurlijke sancties met betrekking tot een inrichting; c. een krachtens de artikelen 5.10 of 5.11 van de wet aangewezen ambtenaar niet voortdurend feitelijk wordt belast met het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet of de betrokken wetten bepaalde met betrekking tot dezelfde inrichting; d.

de organisatie van de bestuursorganen en van de omgevingsdienst ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar is. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid, dragen er tevens zorg voor dat: a. een beschrijving van de werkprocessen, de procedures en de bijbehorende informatievoorziening inzake de uitvoerings- en handhavingstaken van het bij of krachtens de wet of de betrokken wetten bepaalde en het voorbereiden, geven en uitvoeren van bestuurlijke sancties wordt vastgesteld; b. de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden overeenkomstig deze beschrijving.

44/64

7.5 Borging van middelen

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2. eerste en tweede lid, dragen er zorg voor dat: a.

b.

c.

de voor het bereiken van de krachtens die leden gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de daarin bedoelde activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting van de desbetreffende rechtspersonen en van de omgevingsdienst worden gewaarborgd; de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, inzichtelijk wordt gemaakt; voor de uitvoering van de uitvoeringsprogramma's, bedoeld in artikel 7.3 eerste en derde lid voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld of de

uitvoeringsprogrammas zo nodig worden aangepast. 7.6 Monitoring 1.

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid, bewaken de resultaten en de voortgang van: het bereiken van de krachtens die leden gestelde doelen; de uitvoering van de uitvoeringsprogramma's, bedoeld in artikel 7.3 eerste en derde lid. De bestuursorganen dragen zorg voor de registratie van gegevens die zijn verkregen in het kader van de uitvoering

a.

b. 2.

en handhaving. 7.7 Rapportage 1.

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid, rapporteren periodiek over: het bereiken van de krachtens die leden gestelde doelen; de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, bedoeld in die leden, in verhouding tot de prioriteitenstelling, bedoeld in artikel 7.2 zesde lid onder a; c. de uitvoering van de afspraken, bedoeld in artikel 7.2, zevende lid, onder a. De bestuursorganen evaluerenjaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma's, bedoeld in artikel 7 3 eerste en derde lid, zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de krachtens artikel 7.2, eerste en tweede lid, gestelde doelen. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van een waterschap delen de rapportage, bedoeld in het eerste lid, en het verslag van de evaluatie, bedoeld in het tweede lid, mee aan de gemeenteraad, provinciale staten, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap. a.

b.

2.

3.

45/64

Q Bijlage 2. Uitgebreidere weergave rondje langs de velden ONDERWERP

Hoofdlijnen/rode draden gesprekken deelnemers RUD Zeeland

Belang: basis op orde/'couleur locale' Onze co|lega's waren voor de overgang naar de RUD de oren en ogen voor het lokale milieutoezicht. Bouwtoezichthouders bij bouwplaatsen leerden van elkaar en keken breder naar wat er speelt. We hebben nu soms het idee dat de RUD niet altijd weet wat er bij ons in de gemeente echt speelt. Je moet niet alle milieutaken weghalen bij de gemeente. Een garagebedrijf of boerenbedrijf; waarom zouje dat bij een organisatie op afstand neerzetten?' De Zeeuwse inwoners moeten weten welke partij verantwoordelijk is voor welk toezicht en niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. Wij willen dat de milieutaken conform afspraak worden uitgevoerd door de RUD voordat we nieuwe taken willen inbrengen.

Wij hebben alleen de basistaken gemandateerd aan de RUD. Niet basistaken voeren we zelf uit omdat de RUD een

beperktere lokale feeling heeft met deze inrichtingen.

De RUD moet voldoende gevoel hebben bij onze lokale context. Dat betekent ook iets voor de versterking van houding en gedrag aan de kant van de RUD. We geven de voorkeur aan het behoud van de uitvoering van nietbasistaken in eigen beheer.

Eigen rol deelnemers in 'robuust maken' RUD De RUD moet alle taken uit kunnen voeren die de deelnemers toebedelen, en daar voldoende capaciteit voor hebben. Randvoorvvaarde daarvoor is dat gemeenten ook alle taken die de RUD uit kan voeren overhevelt aan de RUD. Alleen zo brengen we de RUD Zeeland samen in positie. Er zijn vier gemeentes die niet alle niet-basistaken willen overdragen aan de RUD. Dat maakt het komen tot robuustheid ook lastig. Wij zijn voorstander dat alle gemeenten hun niet-basismilieutaken naar de RUD overbrengen. Tegelijkertijd moet de RUD de basis goed op orde hebben voor we niet-milieutaken over willen brengen aan de RUD. We kunnen in Zeeland misschien gaan werken met satellietmedewerkers. Die blijven dan wel werken bij de organisatie waar ze nu zitten, maar vallen onder het programma en de werkwijze van de RUD. Dan hebje de uitvoering dichtbij terwijl de RUD ook meer zekerheid heeft qua capaciteit.

Thema's voor l\/UP Behoud aandacht voor de verschillen tussen gemeenten. ln Zeeland kennen we grote verschillen tussen de gemeenten met veel agrariërs en veel zwaardere industrie. Dit moet zich ook vertalen in de onden/verpen dieje kiest voor het meerjarig programmeren.

gemeente is weinig diepgravende milieuproblematiek. We hebben alleen wat rondom recreatie, landbouw en tuinbouw. Dat is wat anders dan gemeenten met grote havens en zware industrie. Kies daarom ook voor ontwikkelingen/thema's die op ons afkomen die ons allemaal aan gaan. Voor ons zijn ZZS en plastic korrels belangrijke thema's PFAS speelt Zeeland-breed; hier is ook een coördinator voor aangesteld. Wij maken ons daar voor onze gemeente In onze

grote zorgen over.

46/64

Randvoorwaarden voor l\/UP Ook alsje meer programmatisch wilt gaan werken moet de verantwoording voor wat de RUD met de ingezette

middelen gaat doen duidelijk blijven. Zorg voor een goede monitoring van de programma's. Het zou mooi zijn als we de RUD kunnen budgetteren via een systematiek à la het Gemeentefonds. Dat we met z'n allen een Y-bedrag inleggen met z'n allen, gebaseerd op een X-aantal parameters. Alsje meerjarig wilt samenwerken, moet de bekostiging van de uitvoering hiervan over dejaren heen over deelnemers heen uitbalanceren. Wij worden wel enthousiast van het idee om meer van regel gericht naar risico gericht toezicht te gaan, zoals de brandweer) dat ook doet. Voorwaarde is wel dat we voor de wettelijke taken voldoende budget hebben voor de RU D. Ook moet er genoeg aandacht zijn voor de vraag: hoe verrekenen we dat? Wij willen niet voor andere partijen betalen als het ons zelf niets oplevert. ln die zin zijn we ook tevreden met de afrekening via P><Q.

Ketentoezicht Onderwerpen

Asbest, dumpingen chemicaliën en illegale lozingen; daar zijn bij ons verschillende incidenten op geweest.

Het is ook goed om te kijken: wat gebeurt er met oude metalen? Asbest is een belangrijk onderwerp en afval in z'n algemeen.

Gebruik van secundaire grondstoffen: Daar kan de RUD een centrale rol in pakken, ook in de vorm van signalering. Waar blijven bepaalde stromen, wat gebeurt daarmee? Daar wordt veel mee gesjouwd binnen onze regio. Afvalstromen van asbestsaneringen, dat moeten we beter in beeld brengen. Dan kunje ookjaarlijks prioriteiten

gaan aanbrengen.

Bodem is belangrijk: de meeste illegale vrachten vinden plaats in het weekend.

Randvoorwaarden Je moet voor ketentoezicht de taken van het bevoegd gezag scherp houden. Afhankelijk van de casus moetje kunnen kijken wieje nodig hebt. Daar is de oog- en oor-functie belangrijk in. Naar de toekomst kijkend is dit iets waarje tijd voor moet inruimen. Dit moet onderdeel worden van het werk, niet uurtje-factuurtje. Dan moetje ook marges in gaan bouwen.

Het belangrijkste is dat het goed belegd wordt. Wie initieert het? Wie beheert het? Het is beschreven als basistaak en de RUD moet daar iets mee. Maar wie is waan/an? De RUD is hier te weinig proactief in geweest, hoewel het wel een basistaak is. Dat is niet oké, ze moeten er wel wat

mee gaan doen.

47/64

Q Bijlage 3. Deelprogramma's uitgewerkt De vijf thema's van het MJP zijn in Bijlage 3 in opzet indicatief uitgewerkt. Hierover heeft afstemming met betrokkenen binnen de RUD Zeeland plaatsgevonden. Het BOOR heeft deze uitwerking verzocht op 17 november 2022. Over deze uitwerking is geen besluit van het BOOR genomen. De opzet in Bijlage 3 kan het AB van de RUD Zeeland verder gebruiken om het MJP nader uit te werken en tot uitvoering te brengen.

Thema 1. Plastic korrels 1

Beschríjven nulsituatie: wat is er aan de hand? Binnen het stroomgebied van Nederlandjaarlijks naar schatting 17.000 ton aan plastic korrels geloosd. Dat is afkomstig uit lekverliezen van de keten van plastic korrels: producerende bedrijven, transport van de korrels, bedrijven die de korrels gebruiken in een extruder, opnieuw transport en zwerfafval van burgers en bedrijven.

Binnen de EU gaat het om circa 170.000 tonjaarlijks voor alle stroomgebieden.

Deze korrels vervuilen het milieu, breken zeer langzaam af en komen in diverse vissen, schaaldieren voor. Uiteindelijk vervallen de korrels in micro-plastics. De focus ligt op preventieve maatregelen als kern van de oplossing. Opruimen is op dit moment lastig, hoewel hier landelijk bezien wel initiatieven voor zijn genomen en er mogelijkheden liggen tot meer opruimen bij de bedrijven zelf.

Internationale samenwerking is nodig.

Twee rapporten: van RWS en DCMR (2020), beschrijven de situatie in het algemeen (RWS) en een begin met programmatische aanpak binnen Rijnmond. Zeeland is nog niet goed in kaart gebracht. 2

Doelstellingen

Completeren beeld van productie, transport, ven/verkers en bedrijven die producten toepassen: start voorbereiding in 2023, gereed in 2025. Strategie bepalen op basis van outcome domeinen 2 en 3: gereed 2024. Vergunningen aanscherpen: start in 2024. Toezicht intensiveren voor RUD-en DCMR bedrijven: start in 2024. Doelstelling 2028: lozing plastic korrels in water/milieu is 99% gereduceerd ten opzichte van 2021. 3

Samenwerkíngspartners:

DCMR (voor drie BRZO bedrijven). RWS (monitoring).

Gemeenten. Provincie, Waterschap Scheldestromen. Brancheorganisaties Chemie.

Vlaamse Milieumaatschappij (samenwerking opzetten). 4.

Productielocaties In totaal 3 "DCMR"-bedrijven: o

5

DOW Benelux, Trinseo (valt onder vergunning DOW), Eastman Chemical Middelburg BV.

Vemerkers De Rijke (Sas van Gent). Deze lijst is verre van compleet en moet worden aangevuld door de RUD Zeeland. De RUD kan een selectie maken voor relevante branches. Dit zal deel uit gaan maken van de voorbereidingsfase binnen dit MJP.

Aanname: vijftien bedrijven. 48/64

Gebruikers

6. -

Brancheorganisatie(s) binnen Zeeland (betrekken).

-

Aanname: vijfhonderd bedrijven. Burgers

7.

Algemene campagne (voorlichtingsactiviteiten).

-

8. -

Bepalen instrumentarium Inventarisatie van DCMR compleet maken voor wat betreft transporteurs, verwerkers, toepassingen in de bouw en verliezen bij burgers. Uit DCMR-onderzoek blijkt dat 50% van de bedrijven voldoet aan de vergunning, maar die vergunningen kunnen

-

beter, dus vergunningen aanpassen. Toepassen “outcome” strategie domein 220 en 321. Vaststellen door BOOR en opnemen in Provinciale Omgevingsverordening. Gezamenlijk toezicht organiseren. Voorlichting is onderdeel van de inspectie (compliance assistance). Indien nodig: verzoek doen tot aanpassen wetgeving. Voorlichtingscampagnes voor bewoners en bedrijven. Toepassen LHSO in voorkomende gevallen.

-

Gebruik lnspectieview als gezamenlijke database.

-

9. -

Meten en monitoren

Op basis van analyses data verzamelen door RWS, Waterschap en data uit vergunningen/toezicht, delen met partners.

Betrekken Vlaamse Milieumaatschappij.

-

10. Rapportage

Aan diverse besturenjaarlijks. Publicatie in PZC en lokale (social) media.

-

11. Eventuele extra opleiding -

RUD: algemene training over typen plastic korrels en productieprocessen, waar komen de korrels vrij? Basis

-

Outcome-training: denken in de drie domeinen en toepassen voor dit programma.

bestaande rapporten. 12. Duur programma -

Start in 2024; afronding in 2027.

-

Daarna blijven monitoren.

13. Risico's/afhankelijkheden

Gebrek aan gegevens over bronnen.

-

Kennis van bedrijfsprocessen is nodig om potentiële morsingen van korrels te identificeren. Bepalen van dejuiste monitoring parameters? Hoe en wat meten?

~

Scopebepaling; uitgaan van 80-20 regel, dus grootste morsers eerst. Veel is geregeld in het BAL, voorschrijven van aanvullende maatregelen uitzoeken en vereist inzet RUD.

~ -

Tussentijdse evaluaties inbouwen; op basis van evaluaties mogelijk scope of aanpak wijzigen.

-

Samenwerking tussen partijen noodzakelijk; deelname van alle partijen is vereist.

N De domein 2-benadering betekent 'het benutten van de reikwydte van de wetgeving met als doel een zo groot mogelyk maatschappelyk effect te bereiken.' Het bevoegd gezag kan bijvoorbeeld de omgevingsdienst opdragen versneld vergunningen te actualiseren om de emissies van ZZS terug te dringen, scherper te gaan vergunnen op een bepaald thema of het Schone Lucht Akkoord uit te voeren. ”

l

De domein 3~benadering betekent 'de inzet van expertise voor bovenwettelyke taken met als doel een zo groot rnogetyk maatschappelük effect te bereiken.' ln

dit domein past bijvoorbeeld

communicatie met bedrijven, branches en bewoners over hinder en incidenten of advisering om over te stappen op andere

energiebronnen. Omgevingsdiensten kunnen ook bijvoorbeeld worden gevraagd een subsidieregeling uit te voeren of te adviseren over ruimtelijke plannen.

49/ 64

„,1

14. Kosten uitvoeren programma

Actor

Activiteit

Kosten/fte

RUD

Voorbereiding

Voorbereiding

Totaal RUD

Analyse en inventarisatie.

Eenmalig 0,5 fte voorjaar 1 (2024).

Vaststellen outcome.

0,1 fte voorjaar 1 (2024).

Communicatiemiddelen start.

E 25.000

Uitvoering

Uitvoering

Bedrijfsbezoeken.

Ca. 2 fte's (extra) gedurende 4jaar (2024-2027).”

Projectleiding RUD.

0,2 fte's gedurende 4jaar (2024-2027).

Communicatie inzet.

0,2 fte's gedurende 4jaar (2024-2027).

Communicatiemiddelen uitvoering.

6 25.000 voorjaar 1 uitvoering (2024).

Voorbereiding.

2024: 0,6 fte's/E 25.000 communicatiemiddelen.

Uitvoering programma.

2024-2028: 2,4 fte's (projectleiding, bedrijfsbezoeken

communicatie) + é 25.000 communicatiemiddelen

Overigípartijen

DCMR

Waterschap Scheldestromen

Prioriteit binnen huidig toezichtsprogramma.

Geen extra inzet nodig.

inventariseren mogelijke bronnen.

Deelname vereist bescheiden extra inzet van 0,1 ft E.

Beschikbaarheid gegevens over aanwezigheid korrels in RWZI.

W Aannames: Van de achttien bedrijven die korrels maken en "e›<truderen" (vervormen van materiaal): o Negen aanpassen vergunning o Achttien intensieve controles met focus op korrels (deels onderdeel van reguliere inspectie). Binnen éénjaar uitvoeren, daarna

50% hercontrole (negen inspecties), waarvan drie bedrijven starten handhavingstraject. Van de vijfhonderd bedrijven die korrels en producten toepassen: o

Voornamelijk AIB-bedrijven

o

Vijfhonderd inspecties met focus op korrels, combineren met andere thema's zoals indirecte lozingen indien mogelijk. Binnen

tweejaar alle bedrijven bezocht (vijfhonderd inspecties), bij 30% hercontrole nodig (ca. honderdvijftig inspecties), 30% daarvan sancties toepassen (ca. vijfenveertig handhavingstrajecten).

Thema 2. Energiebesparing 1.

Beschrijven nulsituatie: wat is er aan de hand?

Wettelijke taken op het gebied van energiebesparing zijn niet nieuw maar maken vanaf de start van RUD Zeeland

(2014) geen onderdeel uit van de deelnemersovereenkomsten. De RUD Zeeland is één van de weinige omgevings-

diensten waar energie niet is meegenomen in het takenpakket. ln de afgelopenjaren heeft de Rijksoverheid

het aantal wettelijke energietaken uitgebreid en zet zij in op intensi-

vering van de uitvoering van de bestaande taken door de Omgevingsdiensten (bijvoorbeeld VUE/Label C/CO2reductie persoonsgebonden mobiliteit).

Omdat daardoor duurzaamheidsbeleid (energiebesparing maakt hier onderdeel van uit) steeds prominenter op de politieke agenda kwam te staan, hebben de laatstejaren een aantal gemeenten, de provincie en het Rijk extra (incidentele) middelen hiervoor beschikbaar gesteld. ln de periode 2022 tot en

met 2026 stelt het Rijk opnieuw een omvangrijk bedrag beschikbaar voor energie-

(besparing), via een SPUK-regeling. Een voorwaarde om voor dat geld in aanmerking te komen is dat het gaat om

aanvullende middelen. Het mag dus niet ten laste gaan van bestaande taken/activiteiten, ingebracht door deelnemers.

50 /64

De RUD Zeeland wil de wettelijke energiewerkzaamheden op structurele wijze invullen. Recentelijk is aan het DB het

voorstel Energiewerkzaamheden in het takenpakket aangeboden. Hierin is, per deelnemer, aangegeven wat 'structurele uitvoering' inhoudt voor het takenpakket en de daan/oor benodigde financiële middelen.

Logischen/vijs sluiten wij met betrekking tot het onderwerp energiebesparing in het MJP aan bij dit voorstel.

N.B.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle energiewerkzaamheden basistaken. Middelburg,

Tholen, Veere en Vlissingen zullen deze taken dus moeten inbrengen.

2

Doelstellingen

Door het programma te realiseren wordt, afhankelijk van het te kiezen scenario,jaarlijks bij 10-20% van de

energierelevante bedrijven een energiecontrole uitgevoerd en naleving van vigerende wet- en regelgeving

afgedwongen.

VTH-gerelateerde energiewerkzaamheden worden op een structurele manier ingebed in het takenpakket van RUD Zeeland. Daardoor wordt het mogelijk bedrijven en instellingen ertoe te bewegen te voldoen aan wet- en regelgeving. Het effect daarvan is dat energie wordt bespaard en de uitstoot van CO2 afneemt en daarmee een bijdrage

wordt geleverd aan de realisatie van de klimaatdoelstellingen in Zeeland. Voor bedrijven en instellingen levert energiebesparing uiteindelijk een kostenvoordeel op. lnherent aan de SPUK regeling THE is dat de RUD op deze wijze eigen kennis en capaciteit opbouwt op dit onderwerp en daarmee in de toekomst in staat is om eventuele behoeften van deelnemers te ondervangen. Een robuuste dienst.

3 . Samenwerkingspartners

RVO/(Rijk)

Subsidieverstrekker; verantwoording conform eisen.

Gemeenten/provincie

Stakeholder; dienstverlening vindt plaats in hun verzorgingsgebied. Tevens dragen de inspanningen bij aan bijvoorbeeld

RES-doelstellingen.

DCMR

Participant in uitvoering (bijvoorbeeld op het gebied van ETS-EU-bedrijven).

Zeelandse Onder-

Stakeholder; betrekken in communicatie en aanjagen bewustzijn en concrete tips/adviezen.

nemersvereniging (ZOV)

VNO-NCW Zuidwest 4

Doelgroep

Bedrijven (MBA's) die voldoen aan de energiebesparings- en informatieplicht (Bal, hoofdstuk 3, paragraaf 5.4.1,

artikel 5.15). ln de subsidieregeling wordt met betrekking tot de doelgroep onderscheid

gemaakt in 1) ETS-bedrijven, 2) onder-

zoeksplichtige bedrijven en 3) informatieplichtige bedrijven.

5

Bepalen instrumentarium

De SPUK-regeling THE bevat een uiteenzetting van het in te zetten instrumentarium, ln de uitvoering geldt dit derhalve ook als belangrijk handvat. Inrichtingen bezoeken waarop energietoezicht dient te worden gehouden inclusief eventuele noodzakelijke handhavingsacties, onderverdeeld naar branche met erkende maatregellijst, Controles, hercontroles, LOD's. Stimulerend toezicht. Bedrijven adviseren in de energiebesparende maatregelen die nog getroffen kunnen worden. Vergunningverlening met beoordeling op energie. Toepassen LHSO in voorkomende gevallen. Informatievoorziening,voorlichting etc.

51/64

G 6.

Meten en monitoren

Rapporteren over: De SPUK-regeling THE kent een hele set met eisen met betrekking tot monitoren en verantwoorden. Dit vormt de kern van de verantwoording. Denk aan aantal controles per type, aantal en type overtredingen etc.

Daarnaast verkennen in welke mate er ook outcomegerelateerd gerapporteerd kan worden waarbij aansluiting gezocht kan worden met ambities/doelen vanuit bijvoorbeeld de RES. Het aantal bezochte inrichtingen waar energietoezicht is gehouden, onderverdeeld naar branche met erkende maatregellijst.

Hetjaarlijkse energiegebruik (elektriciteit, aardgas en/of warmte) per onder a genoemde inrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12327450/1