20230113095131 011 BIJLAGE
Tekst van het document
Het aantal inrichtingen genoemd onder a waar is geconstateerd dat artikel 2.15 lid 1 en/of lid 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt overtreden, inclusief een duiding van aard van overtreding conform SPUK-
voon/vaarden. Beschrijving van de meest voorkomende energiebesparende maatregelen die nog getroffen kunnen worden.
Het aantal inrichtingen genoemd onder a waarbij een hercontrole is uitgevoerd of waar een (vooraankondiging) last onder dwangsom is opgelegd. Een schatting van het besparingspotentieel per inrichting dat volgt uit het uitgevoerde energietoezicht (uitgedrukt in kWh elektriciteit en m3 gas). Een schatting van het totale besparingspotentieel van de onder a genoemde inrichtingen in ton vermeden CO2emissie.
De voortgang van de informatieplicht energiebesparing. De voortgang ten opzichte van dejaarplanning. Het aantal beoordeelde energiebesparingsonderzoeken voortkomend uit de vergunning of het Activiteitenbesluit artikel 2.15.
Het aantal verleende omgevingsvergunningen milieu waarbij de aanvraag door een specialist van de RUD Zeeland beoordeeld op energie. De totale kosten van het project, per product per kwartaal en ten opzichte van de kosten van dejaarplanning.
is
7
Rapportage Tweemaal perjaar rapporteren SPUK voortgang. Tweemaal perjaar aan de deelnemers rapporteren over de voortgang van de energiewerkzaamheden (zie hoofdstuk 6.) Publicatie in PZC en lokale (social) media.
8
Extra opleiding en governance Uitwerken governance voor het programma, inclusief training, opleiding, benodigde fte's, kennisontwikkeling,
samenwerking, verantwoording richting besturen, management (programmamanager) en monitoring. Benodigde kennis zoals vastgelegd in o.a. kwaliteitscriteria aspect 27: o Erkende maatregelen/FEM Keurmerken/ESCO's/ISO 14051/ISO 50001. o MJA3. o
EED.
EBPD
9
o
Berekening terugverdientijden.
o
Energie bij bouwen.
o
Bodemenergie.
o
Installatietechniek
o
Klimaatakkoord.
& binnenklimaat.
Duur programma Start in 2023, afronding in 2027.
Daarna blijven monitoren of er zaken niet goed gaan.
52/64
10. Kosten uitvoeren programma
Het eerder gememoreerde voorstel bevat tevens een raming van de benodigde formatie en kosten voor het gekozen
scenario (resp. 10% freq.) op de verschillende producten/diensten. Onderstaande tabel geeft hiervan de weergave. Hieruit blijkt dat de benodigde formatie ~ 4 fte's perjaar bedraagt en dejaarlijkse kosten E 542.226. Zoals aangegeven
wordt een aanzienlijk deel hiervan, te weten E 222.057, gefinancierd uit de SPUK THE-gelden. Het resterende bedrag wordt gefinancierd vanuit de deelnemers Code
Product
Uren per stuk
Energie extra meenemen in periodieke controle
Energiecomiole complexe bedreven
šmm
Eriergiecunliole eenvoudige bedryven lnlormatieplicril eriergiebespanng (iii uren)
Beoordeling energieondeimeken Eriergieadvies vergunningen
Advies overige Proiecladmiriislralie (in uren)
Juridrsche ondersteuning (in uren) Opleiding medewerkers
Proiectmanage ment (in uren) Landeliike en regionale netwerken
E3 E4 E5 E6 E7 E8 O1
02 03 O4 05
Kosten
Unin
G 33 402
Gemeente
85
340
57
aaa
l
667196
4
se
|
G 5 501
H8!
Knpele
Borsele
Ukvoorhgsh
Mn porjaor (10%) G 32.182
7
200
400
|
G 137.536
4
172
een
|
E 67 589
Mummy
G 53.188 G 30.95 G 15.345 C 48.412
nvt
“Vl
8
39
21s| s12|
6
51
301
|
nvt
“Vl nvt “V1 “Vl nvl nvt
32a
|
ass
|
223*
Energieconlrole provinciale bedryven Hercoiitroles
Aantal
nvI nvI
nvt n vi n vl
To tu!
1
Goes
spa
Netto ii-ivøoloflnq
biflfflofl
(1000 É \Q1 14
G -12.1ea G -22.543 6 -12 B43
E 30.645 G 18.118
( -6.374
6 8.972
E -20.705
G 27 707
E 21 456
Noordßeveleiid
C 12.76 rn
É -4.982
E 7.787
G 30 651
Reirrnrawoal
G -15183
621.517
630120 š32183
E 36.70o
Schouwen-Duiveland
G 58.35 vn
G <24 392
G 33.967
Suis
G -22.449 C -28.213
1a7|
E 28 222
Tholen
1s7| :ze
E 15.750
G 54.088 E 70.083 C 30.75 O
1V9eIe
G 33.894
C -14.343
|
E 32 183
lVissin9eri
G 44.245
C -17.979
53
|
E 5 158
lPmvincia Zeeland
G 21.270
G -6.308
631.619 G41.B71 G 17,774 G 19.551 E 25.266 C 14.963
5.11:
Totaal
|
C 542.220
C -222.057
C 320.100
6 35 278
C 542.226
`Terneumii
C -12.97
11. Risico's en afhankelijkheden -
-
Voor de uitvoering van deze taken dient aanvullende formatie te worden geworven. Het risico bestaat in deze krappe arbeidsmarkt dat de werving meer voeten in aarde heeft dan voorzien. Het betreft in de basis tijdelijke financiering waar het gaat om de SPUK-gelden. Ook al loopt deze tot en met 2026. De duurzame inzetbaarheid van de hieraan gekoppelde medewerkers blijft dus een aandachtspunt.
Thema 3. Circulaire economie 1. -
Beschrijven nulsituatie: wat is er aan de hand?
Nederlandse provincies (en gemeenten) zetten vol in op het thema CE. ln IPO verband komt men tot een gezamende deelprogrammalijnen Circulaire Economie en Afval als onderdeel van een bredere bestuurlijke agenda milieu, toezicht en handhaving (MTH). Dit betekent dat er in de bovenkant van de Big-8 al veel wordt nagedacht en ontwikkeld op dit thema. ln de uitvoering van dit programma is het daarom aan te bevelen om lijke aanpak via
daarbij aan te sluiten. De link met VTH en uitvoering blijkt ook sterk uit de doelstelling.
"De doelstelling van deze deelprogrammalijn is het stimuleren van de ontwikkeling van eenduidig VTH-beleid vanuit de provinciale rol voor de bijdrage aan de transitie naar een circulaire economie in 2027. Hierbij wordt verbinding gelegd met de
aanpak ZZS, het afvalbeleid en het omgevingsbeleid. De bijdragen aan de doelstellingen van de transities naar een circulaire economie is dat mogelijkheden en oplossingen voor knelpunten in beleid en uitvoering snel zichtbaar worden en bespreekbaar worden gemaakt. Van belang is dat belemmeringen in relatie tot de VTH-taakuitvoering worden opgelost. Dit is een van de randvoorwaarden voor de transitie. DeeIresu1taat3 zal in ieder geval inhouden; in 2027 een visiedocument over een ketengerichte VTH-aanpak op weg naar een circulaire economie dat in samenspraak met de stakeholders is ontwikkeld.
Stakeholders zijn omgevingsdiensten, gemeenten (VNG), waterschappen (UVW), ministerie van l&W, de afvalbranche en
werkgeversverenigingen (VNO-NC W). -
"
Het rapport /PO Bouwstenenvisie CE en VTH (mei 2022) geldt als een belangrijk vertrekpunt voor dit programma. Hierin wordt de verbinding gemaakt vanuit het milieuthema met de verschillende onderdelen in de Big-8-cyclus en daarmee met de potentie van taakuitvoering op het vlak van VTH door omgevingsdiensten.
53/64
Er zijn vergevorderde plannen
om te komen tot een landelijk kennisgremium afval of grondstof. Een kennis-
gremium dat op het thema CE een belangrijke rol kan gaan spelen (ook in de uitvoering). Veelal type B-bedrijven, AIB geeft geen mogelijkheid tot sturing op gebied van CE.
Ook Ow geeft geen extra instrumenten.
Circulaire economie staat daarentegen wel centraal in divers overheidsbeleid. Er zijn in meer of mindere mate 'harde' wettelijke kaders met betrekking tot CE, bijvoorbeeld Circulair Materialen-
plan als opvolger van LAP3. Maar ook accenten binnen de Wet milieubeheer, Afvalstoffenwetgeving en de Leidraad
Afval of Grondstof/Product. Daarnaast kennen we het Grondstoffenakkoord dat belangrijke handvatten biedt.
CMP een stevigerjuridische basis krijgen, zonder flexibilibindend is. Het CMP heeft als doel innovatie voor een circulaire economie te stimuleren door ambitieuze normen vast te leggen, maar bedrijven ook uit te dagen of te belonen om beter te presteren dan deze minimumstandaarden voor verwerking van afval. Aldus de NRD van de MER die in ln het kader van bovenstaande is het van belang dat het
teit te verliezen, zodat het vaker directjuridisch
voorbereiding is. Staat expliciet genoemd in het IBP: hoe kunnen OD's deze taken oppakken? Onderzoek ODNL 2021 is uitgevoerd in opdracht van IPO werkgroep CEA. Juridische mogelijkheden VTH - ook in het kader van de Omgevingswet - zijn zeer beperkt dus andere aanpak
nodig. Want wie gaat het anders stimuleren?
Wel green deals, proeftuinen etc. Branchegerichte aanpak ook mogelijk. 2.
Doelstellingen
Primaire doelstelling luidt om het gebruik van primaire en eindige grondstoflen verminderen alsmede het verminderen van milieuvervuiling door niet herbruikbare en/of afbreekbare/cumulerende reststromen. Aansluiten bij landelijke doelstelling van 100% hergebruik van producten of grondstoffen in 2050 (en 50% in 2030) en/of hernieuwbare grondstoffen. De doelstelling moet dus zijn 100% circulair. Economie en CE-innovatie kunnen elkaar versterken in nieuwe duurzame businessmodellen. Provinciale Omgevingsverordening actualiseren.
Stimuleren landelijke normen voor secundaire grondstoffen (in CMP?).
Toestaan nieuwe verwerkingstechnieken in LAP/CMP. lntensiveer samenwerking (in beleid EN uitvoering) met economische afdelingen. 3.
Samenwerkingspartners Partner
|
Rol
LMA
Kennispartner; aanleveren data (en meedenken).
Bedrijfsleven
Stakeholder; betrekken in communicatie. articipant; draait mee in programma (bijvoorbeeld via klankbordgroep).
Provincie
Gemeenten
4.
l/1`U`U
articipant; draait mee in programma (bijvoorbeeld via klankbordgroep).
Ondernemersvereniging Zeeland
takeholder; meedenken en betrekken in communicatie.
Impuls Zeeland
Stakeholder; betrekken in communicatie.
Waterschappen
Kennispartner; delen ervaringen op het gebied van terugwinning.
Kennisgremium afval of grondstof
Kennispartner; aanleveren kennis en handvatten/landelijke normen en inzichten.
Doelgroep CE Bedrijven waar veel afvalstoffen vrijkomen/die kritische grondstoffen gebruiken of niet afbreekbare producten
maken c.q. reststromen hebben.
Bedrijven en start-ups die vernieuwende technieken ontwikkelen en toepassen. Vooral met betrekking tot het
productieproces waarin terugneembaarheid en repareerbaarheid van belang zijn.
54/64
5
Bepalen instrumentarium
VTH beleid van provincie en gemeenten onderkent belang van CE. Zie ook aanzetten hierover in IPO Bouwstenenvisie CE en VTH (mei 2022). Provincie legt, indien mogelijk, CE-beleid vast in verordening (domein 3 Outcomefl).
Overheid als opdrachtgever en motor voor CE bij aanbestedingen. Tegengaan "weglekken" CE stromen naar buitenland (België). Rechtsoordelen vanuit RUD namens bevoegd gezag. Experimenteerruimte vergroten, green-deals, nagaan of de RUD een actieve rol kan spelen in herdefiniëring van definities afval. Nagaan of een "versnellingshuis" (Rotterdam) of “Groene Brein" tot de mogelijkheden behoort. (www.circulaw.n|)
Afdelingen Economie hebben goed toegang tot subsidieregelingen en fiscale voordelen.
Toestaan nieuwe ven/verkingstechnieken, met expliciete aandacht voor milieu-impact. Voor V-plichtige bedrijven: afvalpreventieplan en grondstoffenplan verplicht stellen? RUD adviseert bedrijven over technische en fiscale opties, denk aan gebruik secundaire grondstof in plaats van virgin-grondstof. Wel met bestuurlijke dekking of heldere taakverdeling.
Bonafide bedrijven vooraf toetsen, zodat Bibop- en Evoa-toetsen tot een minimum zijn beperkt. Deze toetsen kosten veel tijd en maken financiering complex in verband met vermeende malafide handelingen.
RUD begeleidt startende bedrijven met V-proces, contacten, toegang tot kennis. Toepassen beperkt ketentoezicht voor compost en Bokashi. Ketentoezichtprojecten in den brede. Mandateren stortontheffingen naar RUD (10.63 Wm); meer en beter zicht op CE-stromen. Communicatie/kennis: IPO heeft ODNL opdracht gegeven voor het op laten stellen van flyers met how to/ doelvoorschriften, support flyer (voorbeelden) en voorstel voor ambassadeurs. Ook wordt in IPO-verband gewerkt aan een format voor een uniforme opdrachtverstrekking. Tot slot wordt er een opleidingsvoorstel gemaakt. Gebruik lnspectieview als gezamenlijke database.
6
Meten en monitoren
Op basis van analyses data verzamelen en delen met partners.
Leren van goede voorbeelden; zie bijvoorbeeld monitoring provincie met betrekking tot CE in het kader van het programma Regionale Economie waarin goederenstromen van de vijfentwintig belangrijkste goederen in beeld
wordt gebracht. Cijfers over hergebruik (bouw)af\/alstoffen; stimuleren circulaire economie.
Benoemen kansen voor CE voor ondernemers. 7
Rapportage Aan diverse besturenjaarlijks. Publicatie in PZC en lokale (social) media.
8.
Extra opleiding
Bundeling van kennis op landelijk niveau en door samenwerking met ILT etc. (zie kennisgremium).
Stimuleren landelijk loket CE.
Tools ontwikkelen (en kopiëren) voor medewerkers.
Driedaagse cursus is door ODNL georganiseerd (pilot op 7 november 2022). Wordt zeker herhaald.
*Z
De domein 3-benadering betekent 'de inzet van expertise voor bovenwettelyke taken met als doel een zo groot mogelyk maatschappelük effect te bereiken.' ln
dit domein past bijvoorbeeld communicatie met bedrijven, branches en bewoners over hinder en incidenten of advisering
om over te stappen op andere
energiebronnen. Omgevlngsdiensten kan bijvoorbeeld worden gevraagd een subsidieregeling uit te voeren of te adviseren over ruimtelijke plannen.
55/64
9.
Duur programma
-
Start in 2023, afronding in 2028.
-
Daarna blijven monitoren of er zaken niet goed gaan.
10. Kosten uitvoeren programma
Actor
Activiteit
RUD
Capaciteit uitvoering
Kosten/fte's
CE-specialist (aanstellen en uitvoering).
Ca. 0,75 fte (2024-2028).
Projectleiding RUD.
Ca. 0,5 fte (2024-2028).
Aanpassen vergunningen indien van
In regulier werk.
toepassing: aanname tien bedrijven.
Aandacht voor CE en voorlichting bij reguliere
Ca. 0,75 fte (2024-2028).
inspecties."
Totaal RUD
Communicatie
Communicatie
Communicatie RUD.
0,25 fte perjaar.
Communicatiemiddelen.
é 25.000 perjaar.
Capaciteit uitvoering
2024-2028: 2,5 fte's (uitvoering + communicatie) + ë 25.000 perjaar communicatiemiddelen.
V) Aannames: vijfhonderd
bedrijven, 25% perjaar, extra tijd acht uur per bezoek = 1.000 uur perjaar.
OPTIES voor (aanvullende) dekking middelen -
Nog niet bekend.
11. Risíco's en Afhankelijkheden -
'Robuuste' landelijke/regionale handvatten (injuridische en/of beleidsmatige termen) zijn randvoorvvaardelijk om
krachtige 'uitvoering' van de taken te borgen. De besproken ontwikkelingen lijken hieraan invulling te gaan geven.
Thema 4. Indirecte lozingen 1. -
Beschrijven nulsituatie: wat is er aan de hand? De taken voor Indirecte Lozingen zijn destijds (Wabo/Watervvet, 2010) overgedragen naar de gemeenten en in de "grote pot" van VTH opgenomen.
-
Er is thans beperkt zicht op de indirecte lozingen. Er is maatschappelijk behoefte aan meer zicht op deze lozingen, met name metalen en ZZS, mede omdat Nederland moet voldoen aan de aangepaste eisen die door de EU
binnenkort van kracht worden. -
Dit onderwerp kenmerkt zich door grote bestuurlijke risico's als er iets fout gaat met potentieel grote milieu-
effecten en aandacht van media. -
De potentiële gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater kunnen groot zijn, maar doordat er onvoldoende zicht is op deze lozingen, en er beperkt systematische monitoring plaatsvindtfl, is het zeer waarschijnlijk dat deze stoffen ongezien in het milieu terechtkomen.
-
De focus ligt vooral op industriële activiteiten, niet zozeer op bijvoorbeeld de vetputten bij restaurants. Deze lozingen hebben ook invloed op de kwaliteit van de riolering, maar de RWZl's kunnen dat goed behandelen.
23
Er worden bij een aantal bedrijven systematisch controlemetingen
uitgevoerd in opdracht van het bevoegd gezag door de omgevingsdiensten.
56 / 64
De "onzichtbare" lozingen van bedrijven hebben invloed op de kwaliteit van de riolering en de werking van de RWZI zelf. Daardoor is mogelijk versneld onderhoud nodig en dat leidt weer tot kostenverhogingen. Het door de RWZI geloosde effluent kan potentieel, vanwege de reeds genoemde stringentere regelgeving, mogelijk in de nabije toekomst niet meer aan de eisen voldoen. De urgentie voor dit probleem bij de omgevingsdiensten is laag, ook bij de RUD Zeeland, waardoor de kennisinfrastructuur ontbreekt en er is weinig sprake van samenwerking tussen de omgevingsdiensten, gemeenten en Waterschap. 2.
Doelstellingen
Beter zicht krijgen op de indirecte lozingen, gereed in 2024. Vanuit een risicogerichte benadering met ZZS als
belangrijk speerpunt (waaronder de reeds vastgestelde PFAS-en, RIVM actualiseert met enige regelmaat).
Komen tot een data- en risicogestuurd programma onder leiding van projectgroep:
o o o
o
Breng de relevante bedrijven in kaart op basis van vooraf opgestelde criteria; basis kan RUD Zeeland aanleveren, aanvullen en corrigeren. Tevens “DCMR bedrijven" opnemen als indirecte lozingen plaatsvinden. Analyse van deze lijst op basis van beschikbare data en expertjudgement (aard bedrijvigheid, locatie, potentiële
geloosde stoffen). Opstellen ven gezamenlijk beleid Waterschap Scheldestromen, gemeenten en provincie Zeeland, juridisch borgen in de provinciale omgevingsverordening. Toepassen voorzorgprincipe: alle PFAS'en zijn in beginsel ZZS, tenzij het tegendeel is bewezen. Procedure ontwikkelen voor onderzoek relatie storingen RWZI (of onverwacht hoge waarden) en mogelijke incidenten bij indirecte lozers. Onderdeel daarvan is quick scan-lijst "wie kan verantwoordelijk zijn voor wat". Ook onderzoeken hoe vergunningen (en algemene regels) in elkaar zitten qua meldingen van ongewone voorvallen/incidenten.
3
o
Bepalen financiële consequenties voor diverse partijen.
o
Afspraken maken over werkwijze nieuwe bedrijfsvestigingen.
Samenwerkingspartners
Waterschap Scheldestromen, gemeenten, provincie, RUD Zeeland, Rijkswaterstaat en DCMR. Gebruik lnspectieview als gezamenlijke database. 4.
Doelgroep
Bepaalde categorie bedrijven die bepaalde stoffen indirect lozen op gemeentelijk riool. Denk aan galvano, ziekenhuizen, tandartsen, verfhandels, drukkerijen etc. (zie bijlage 1 voor een selectie van bedrijven/inrichtingen/MBA's). Ook bedrijven die vanuit Sloegebied lozen op de particuliere zuivering van Evides.
Schatting indirecte lozingen bij "DCMR-bedrijven": circa vijftien relevant. 100% V-plichtig. Schatting "RUD-bedrijven": tweehonderd relevante indirecte lozers (op basis van ervaringen elders). 20% V-plichtig.
Deze aantallen zijn gebruikt voor de inschatting van de benodigde capaciteit. 5
Bepalen instrumentarium Analyseren huidige situatie en bepalen belangrijkste risico bedrijven. Op basis van analyses de te benaderen bedrijven bepalen.
Voorlichtingscampagnes voor betreffende bedrijven.
Uniforme normstelling per type bedrijf vaststellen (zie ook BAL). Afspraken over actualiseren van vergunningen en gezamenlijke prioritering daarin. Gezamenlijke aanpak toezicht, waaronder het nemen van monsters, en analyse per type bedrijf. Monstername en parameters ook gezamenlijk bepalen. Toepassen LHSO in voorkomende gevallen.
57/64
6.
Meten en monitoren
-
Op basis van analyses data verzamelen en delen met partners.
-
Trendanalyse: opstellen monitoringsprogramma bij de influenten en effluenten van de RWZ|'s. Belangrijk voor
bepalen outcome programmaresultaten. 7. ~
8.
Rapportage Aan diverse besturenjaarlijks. Publicatie in PZC en lokale (social) media. Extra opleiding en governance
Uitwerken governance voor het programma, inclusief training, opleiding, benodigde fte's, kennisontwikkeling, samenwerking, verantwoording richting besturen, management (programmamanager) en monitoring.
~
9.
Duur programma
-
Voorbereiding in 2023, start uitvoering in 2024, afronding in 2026.
-
Daarna blijven monitoren of er zaken niet goed gaan.
10. Risico's/afhankelijkheden -
Gebrek aan gegevens over de indirecte lozingen.
Kennis van bedrijfsprocessen is nodig om potentiële lozingen te identificeren.
Bepalen van dejuiste monster-parameters.
-
Scopebepaling; meenemen van verzorgingstehuizen, ziekenhuizen etc. Scope kan te breed worden en daarmee
-
Veel is geregeld in het Bal, voorschrijven van aanvullende maatregelen vereist inzet RUD.
-
Tussentijdse evaluaties inbouwen; op basis van evaluaties mogelijk scope of aanpak wijzigen.
-
Samenwerking tussen partijen noodzakelijk; deelname van alle partijen is vereist,
onuitvoerbaar.
-
Sluit aan bij programma van Hollands Noorderkwartier voor delen kennis en ervaring (financiering deels uit lBP gelden in het kader van tryouts).
11. Kosten uitvoeren programma
Actor
Activiteit
Kosten/fte
RUD
Voorbereiding
Voorbereiding
Data-analyses.
0,2 fte.
Bepalen normstelling.
0,2 fte.
Training/opleiding.
Eenmalig 6 50.000 (voornamelijk uren).
Uitvoeren programma
Ca. 3 fte's gedurende vierjaar.
Projectleiding RUD.
0,2 fte.
Communicatie RUD.
0,2 fte 2023 en 2024, da arna 0,1 fte/jaar.
ë 15.000 perjaar.
Totaal RUD
Voorbereiding en uitvoering.
4 fte's tot 2026.l`l
Communicatiemiddelen E 60.000 voor vierjaar. 1
Overige partijen
DCMR
Vanuit bestaande DVO.
Geen extra inzet nodig.
Waterschap Scheldestromen
Deelname in projectgroep.
0,2 fte.
Samenwerken met andere initiatieven in het land (voorbeeld HHNK in Noord-Holland).
58/64
l`l
Aannames: vijfenvijftig aanpassingen Vergunningen, vierhonderddertig inspecties, drieënveertig intensieve begeleiding/
handhaving. Als de gegevens van bedrijven bekend zijn, kan het TG/SPPS-rekenmodel toegepast worden voor exacte bepaling
benodigde capaciteit.
OPTIES voor dekking middelen Aansluiten bij IBP-programma tryout Indirecte Lozingen geeft wellicht mogelijkheden. 12. OPTIE voor alternatieve aanpak ZZS -
Focus niet te veel op indirecte lozingen, maar ga uit van bronbenadering (waar komen de stoffen vrij, SPIN/RIVM), in welke producten worden ze ven/verkt (ISA database) en waar gaan de reststoffen naar toe (water, bodem, lucht).
Soort 80-20 aanpak.
Thema 5. Ketentoezicht 1. -
-
2.
Beschrijven nulsituatíe: wat is er aan de hand? Stromen zijn nu niet in beeld van asbest, bouwafval en grond. Weinig stimulans voor hergebruik stoffen in het kader van de circulaire economie. Nog veel asbest in de industrie. Pakkans is klein; momenteel geen systematisch toezicht, alleen "piepsysteem". Doelstellingen
-
Zicht op de stromen krijgen, gereed in 2024.
-
Zicht op aanwezigheid asbest in industrie: gereed in 2024.
-
3. -
100% correcte meldingen in 2025.
Asbestverwerking is gesloten kring in 2025. Pakkans vergroten, bestuurs-en strafrechtsancties toepassen, intensievere samenwerking.
Samenwerkingspartners Gemeenten.
-
Provincie.
-
DCMR.
-
ILT.
-
Politie.
-
OM.
-
Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). Diverse brancheverenigingen.
4.
Doelgroep verwijdering
-
Bouwbedrijven.
-
Grondverzet.
-
Bewoners.
5.
Doelgroep verwerkers
-
Asbestverwerkers/ontvangers.
-
6. -
Bouw- en sloopbedrijven. Milieudepots gemeenten. Doelgroep "oudere" industrie Bedrijven waar asbest nog steeds in de installaties aanwezig is (is niet verboden), maar wel zicht op krijgen en aansluiten bij onderhoudsmomenten. 59/64
G 7.
Bepalen instrumentarium
Analyseren meldingen Wbb (transport grondstromen).
Analyseren meldingen LAVS (asbest)verwijdering naar verwerker/ontvanger. Analyseren LMA-data.
Op basis van analyses de te benaderen bedrijven bepalen.
Voorlichting branches inzamelaars, ven/verkers en transporteurs.
Voor doelgroep "oudere" industrie: DCMR- en RUD-bedrijven asbest inventariseren bij regulier inspecties -> mogelijk safety deal starten (RVO).
Uitvoeren onaangekondigde gezamenlijke inspecties voor transporten met ILT en politie (ook in het weekend en na 17.00 uur).
Voorlichtingscampagnes voor bewoners en bedrijven voor asbest en grondstromen. Toepassen LHSO in voorkomende gevallen. Gebruik lnspectieview als gezamenlijke database. 8.
Meten en monitoren
Op basis van analyses data verzamelen en delen met partners. Cijfers over hergebruik bouwafvalstoffen; stimuleren circulaire economie.
Benoemen kansen voor CE voor ondernemers. (als we dit meenemen). 9.
Rapportage Aan diverse besturenjaarlijks.
Cijfers over asbest en grondstromen publiceren, inzet toezicht bekend maken (pakkans helder maken), wat gaat
goed/wat kan beter. Publicatie in PZC en lokale (social) media. Rapportage aan ODNL als voorbeeld voor landelijke aanpak. 10. Eventuele extra opleiding
RU D/politie/OM/NLA/ILT: algemene training over ketentoezicht. RUD/politie: herkennen asbest.
RUD/lLT: data-analyses.
RUD: financiële expertise (“fo|low the money"). 11
Duur programma
Voorbereiding in 2023 (wellicht met IBP SPUK-gelden?) Start in 2024, afronding in 2027.
Korte evaluaties plannen in 2025 en 2027 en rapporteren aan bestuur.
Daarna blijven monitoren of er zaken zijn die niet goed gaan.
12 Risico's/afhankelijkheden Scopebepaling; kan snel te breed worden. Tussentijdse evaluaties inbouwen; op basis van evaluaties mogelijk scope of aanpak wijzigen.
Samenwerking tussen partijen noodzakelijk; deelname van alle partijen is vereist. Er moet ruimte zijn voor praktische aanpak (“rondrijden" langs bouwprojecten).
60/64
t›.<li'iu~
13. Kosten uitvoeren programma
Actor
Activiteit
Kosten/fte
RUD
Voorbereiding programma
Voorbereiding programma
lnspectieview actief inzetten.”
Eenmalig 0,5 fte voorjaar 1 (2024).
Uitvoering programma”
Uitvoering programma
Data-analist (aanstellen in 2023).
Ca. 1 fte gedurende vierjaar (2024-2027).
Uitvoering bedrijfsbezoeken.
Ca. 3 fte's gedurende vierjaar (2024-2027).
Projectleiding/ketenmanager asbest
Ca. 0,5-1,0 fte gedurende vierjaar (2024-2027).
en grondstromen.
Totaal RUD
Communicatie
Ca. 0,25 fte gedurende vijfjaar (2023-2027).
Communicatiemiddelen.
Ca. 0,25 fte gedurende vijfjaar (2023-2027).
Voorbereiding.
2024: eenmalig 0,5 fte voorjaar 1 (2024).
Uitvoering programma.
2024-2028: 5 fte's (projectleiding, bedrijfsbezoeken,
communicatie) + 6 25.000 communicatiemiddelen per jaar
Overige partijen
DCMR
"Oudere" industrie, aanname tien
Vanuit bestaande DVO.
DCMR-bedrijven. Politie
ILT
NLA
lnspectieview actief inzetten.l'l
Eenmalig 0,5 fte voorjaar 1 (2024).
Uitvoeren steekproeven transporten."
2024-2028: ca. 2 fte's perjaar.
lnspectieview actief inzetten.”
Eenmalig 0,5 fte voorjaar 1 (2024).
Gezamenlijke analyses.”
2024-2028: ca. 0,25 fte perjaar.
Gezamenlijk toezicht.("i
2024-2028: ca. 2 fte's perjaar.
lnspectieview actief inzetten.”
Eenmalig: 0,1 fte voor fine tuning.
Gezamenlijk analyse.
Eenmalig; 0,1 fte voor analyse.
Deelname steekproef.
2024-2028: 0,2 fte deelname programma.
l`l
Dit geldt voor alle deelnemers (ook overige partijen).
f"l
Aannames Doelgroep verwijdering asbest: vijftig bedrijven: o
Integrale inspectie met gegevens LMA/LAVS.
0
Tweejaarlijkse inspectie voor tweejaar, daarna frequentie bepalen op gedrag/risico. Honderd inspecties.
Doelgroep vervverkers/depots asbest: dertig bedrijven/depots: o
Integrale inspectie met gegevens LMA/LAVS.
o
Tweejaarlijkse inspectie voor twee jaar, daarna frequentie bepalen op gedrag/risico. Zestig inspecties.
Doelgroep "oudere" industrie asbest: vijftig bedrijven (tien DCMR/veertig RUD): o
In samenwerking met branches bepalen waar risico's liggen.
o
Bepalen te benaderen doelgroep.
o
Mogelijkheid safety deal onderzoeken en eventueel aanvragen en uitvoeren.
o
Uitvoeren bezoeken: vijftig inventariserende inspecties. Op basis van resultaten afspraken maken per bedrijf over (toekomstige) ven/vijdering van asbest.
o o
Coördinatie bij RUD.
Bijdrage DCMR vanuit bestaande DVO.
61/64
-
Onaangekondigde inspecties transporten: perjaar, gedurende vierjaar. 16 x 10 mensdagen = 160 dagen.
o
4
o
Voorbereiding/coördinatie/rapportages: dertig dagen.
›<
62/64
Bijlage 4. Lijst met afkortingen AB
BOOR
Algemeen Bestuur Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht
Bor BRIKS-taken
Besluit Omgevingsrecht
BTP
Basistakenpakket
DB
DCMR
Bouwen, Reclame, lnrit, Kappen en Slopen-taken Dagelijks Bestuur
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond
Fte
Fulltime equivalent
GS
Gedeputeerde Staten
IBP-VTH
lnterbestuurlijk programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
ISO
Internationale Organisatie voor Standaardisatie Omgevingsdienst Omgevingsdienst Flevoland 8L Gooi en Vechtstreek
OD
OFGV
OM
MBA
Openbaar Ministerie Milieubelastende activiteit
MJP Mor
Meerjarenprogramma
PFAS
Per- en polyfluoralkylstoffen
P›<Q
PricexQuantity
PS
RUD Zeeland
VNG VTH
Wabo
WBU ZZS
Regeling omgevingsrecht
Provinciale Staten
Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Werkelijk bestede uren
Zeer Zorgwekkende Stoffen
63/64
Twynstra-Gudde~ adviseert overneiei en bedrijfsleven op veel van de
r=te en
urgente tne'n*|'a's« van denzle-I"ijd. Denk Iaan-vei|i?gn'e'id, diversiteit, ~diig`itat|iseiriing“, nnobilíteit, duiurzaamneijd, e«neirgi'e], f5in1a:nci.ën“ en giezondhe-id. Wel bieden Q_niz~e
opdrachtgevers unieke, \/verikbfarte "opl'ox-ssin'g_ein en brengen cfqmpslflexe
pr_ojiec`te`n en ivvaair-c:ie,-,
prog rammaís tot een goed e›indi~e*. lets cireëreni van blijveinde
daar gaan we--voer. Diaardøor hebbeini we
directe impact op
maats-cha-ppeiijkiei en =e-.c;oinoi°ni~sftc:;ne-entwikkelingen. En dus
een g_r1c›te irnpatït op morgen.
SP PS