20230113095131 011 BIJLAGE
Tekst van het document
,w
»
*É
._
"›'
.
“
“"
“É
ïïlfi* i'
=;“«›*=
...N
&_.„
_
3
.«.._
Rapport robuuste milieutaken Zeeland In opdracht van de provincie Zeeland
Januan 2023
ø ln de provincie Zeeland is, evenals in andere delen van Nederland, een groot aantal maatschappelijke ontwikkelingen gaande die min of meer rechtstreeks van invloed zijn op het beleid voor en de uitvoering van milieutaken, waaronder Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Veel ontwikkelingen zijn in meer of mindere mate van invloed op het milieubeleid en de uitvoering van taken die zijn belegd bij omgevingsdiensten. Voorbeelden zijn de energietransitie, het realiseren van duurzaamheidsambities of de invloed van de verspreiding van chemische stoffen op de volksgezondheid (zeer zorgwekkende stoffen, ZZS). Daarnaast zijn er veel negatieve gevolgen van milieucriminaliteit.
De milieuopgaven laten zich niet afbakenen tot grenzen zoals deze bestuurlijk zijn georganiseerd. Zo hebben de stikstofemissies, de uitstoot van ZZS - waaronder PFAS - naar lucht en water gevolgen voor de gehele provincie en
daarbuiten. Ook Zeeland kende in de afgelopenjaren een aantal voorbeelden van (lokale) milieurisico's met regionale effecten, bijvoorbeeld de problematiek van (drugs)afvaldumping, de toepassing en de opslag van thermisch gereinigde
grond, de milieuproblematiek op het terrein van de voormalige fosforfabriek Thermphos en vanzelfsprekend de PFASproblematiek.
Ook als het gaat om de energietransitie lijkt Zeeland een belangrijke rol te gaan vervullen: een tweede kerncentrale,
een LNG-terminal, ammoniakopslag en -transport en grootschalige wind-op-zeeprojecten. We spreken hier al snel over miljardeninvesteringen. Tegelijkertijd zal ook de transitie naar een groene chemie Zeeland niet onberoerd laten. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de aanpak van deze problemen liggen ook niet bij één bestuursorgaan, hetgeen noodzaakt tot afstemming en samenwerking. Dit is des te belangrijker omdat de urgentie van een probleem- en prioriteitstelling in de uitvoering verschillend kan worden beoordeeld. Daar komt bij dat de provincie Zeeland, na het havengebied Rotterdam, het tweede grote industriële cluster is met het bijbehorende risicoprofiel door de aanwezigheid van relatief veel hoog risico-inrichtingen. De uitvoering van deze taken is belegd bij de DCMR Milieudienst Rijnmond; voor het beleid voor deze inrichtingen is het bevoegd gezag, in dit geval de provincie Zeeland, verantwoordelijk.
Samenwerken tussen partijen is essentieel om milieudoelen te bereiken. De overheden in Zeeland hebben uitgesproken grote waarde te hechten aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving voor hun inwoners en ondernemers.l Daarvoor is een kwalitatief hoog niveau van uitvoering van de milieutaken nodig. Vanuit die gedachte geeft de provincie in 2021 TwynstraGudde opdracht voor een toekomstverkenning naar de (doorontvvikkeling van de) samenwerking op het gebied van de milieutaken in Zeeland.
Op 22juni 2021 besluiten Gedeputeerde staten (GS) om het advies van TwynstraGudde (voorkeursscenario 2 verder uitwerken) over te nemen. ln het Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BOOR) van 8juli 2021 is afgesproken om het
vervolg van het proces in te zetten en ook te onderzoeken hoe de gemeenten op gelijke 'vlieghoogte' kunnen worden
gebracht op basis van drie thema's: 1. Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en het op basis hiervan op te stellen meerjarenprogramma (verder: MJP). 2. Samenwerking op het gebied van bodemtaken. 3.
Ketentoezicht.
ln navolging hiervan legt de provincie Zeeland de procesbegeleiding van de uitwerking in handen van TwynstraGudde, in samenwerking
met SPPS Consultants (verder: TG/SPPS). De thema's 1 en 3 zijn in dit rapport gecombineerd binnen
het thema MJP. Thema 2 is in een separaat rapport uitgewerkt.
Het MJP kent de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden.
lVTH-Beleid Zeeland (2021).
2 / 64
Q Regionaal beleid direct vertaald in regionale uitvoering via 'Big-8' Het Besluit Omgevingsrecht (Bor) verplicht tot onder andere het formuleren van regionaal beleid, een regionale probleem- en risicoanalyse en een regionaal uitvoeringsprogramma op de schaal van de omgevingsdienst, in dit geval 1.
de schaal van de provincie Zeeland. Kortom, de wetgever hecht veel belang aan een regionale aanpak om de eenvoudige reden dat veel milieuproblemen niet stoppen bij de gemeentegrens. Dit is uitgewerkt in het zogenoemde Big-8-model. Big-8 brengt de cyclus om tot beleidskeuzes te komen (bovenste cirkel) in direct contact met de uitvoeringscyclus (onderste cirkel). Binnen Zeeland heeft het BOOR daarin een beleidssturende rol en het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD Zeeland heeft de rol om te zorgen voor een adequate uitvoering.
BOOR
Strategische cyclus
í'-*É Planning Ii
\íí Control
Operationele cyclus
Door met de bovenstaande beleidscyclus actief en in de praktijk aan de slag te gaan, voldoet Zeeland aan de eerder-
genoemde wettelijke eisen met betrekking tot regionale planvorming die in het Bor zijn vastgelegd. 2. intensievere samenwerking tussen partijen
ln dit onderzoek zijn, in overleg met alle partijen, op basis van een probleem- en risicoanalyse vijf milieuonderwerpen gekozen die zijn vertaald in het MJP. De uitvoering van dit MJP vraagt van de diverse overheden om intensieve samenwerking om gezamenlijk tot meetbare resultaten te komen. Het betreft de volgende vijf onden/verpen.
MJP
Energiebesparing Circulaire economie
Indirecte lozingen Plastic Korrels
Ketentoezicht
De bij het BOOR betrokken partijen hebben zich in grote lijnen gecommitteerd aan een gezamenlijke aanpak van het MJP voor de periode 2024-2027. De inhoud van het MJP kan in de komende jaren veranderen doordat een milieuprobleem is opgelost of doordat uit een nieuwe probleem- en risicoanalyse blijkt dat andere of nieuwe onden/verpen
prioriteit moeten krijgen. In het MJP zijn de benodigde inzet en werkzaamheden van de partijen in grote lijnen
uitgewerkt.
3/64
3. Andere financieringssystematíek
Een adequate financiering van de RUD Zeeland is een taak van de deelnemers van de RUD. Het is voor zowel het bestuur van de RUD Zeeland als het BOOR belangrijk dat de RUD Zeeland robuust is. Landelijk wordt momenteel
gewerkt aan het definiëren van het begrip 'robuustheid' van omgevingsdiensten. Dat zal ook verplichtingen met zich mee gaan brengen (lnterbestuurlijke Programma-VTH, punt 4). Een van de uitgangspunten zal zijn dat er voldoende middelen beschikbaar moeten worden gesteld om een adequate uitvoering van de beleidsdoelen te realiseren.
We stellen voor om voor de uitvoering van het MJP niet meer per uitgevoerde VTH-taak af te rekenen maar meer te kijken naar de gezamenlijk bereikte resultaten voor een beter milieu. Het voorstel is derhalve om de nacalculatie per
deelnemer voor het MJP-gedeelte af te schaffen. De resultaten zijn immers voor alle deelnemers collectief van belang en er wordt meer gedaan dan alleen het verlenen van vergunningen en het uitvoeren van inspecties. Tevens stellen we voor om een bepaald gezamenlijk budget voor "aandachtdossiers" te maken omdat elke deelnemer daar op onverwachte momenten mee te maken kan krijgen. Zo kan de RUD Zeeland zich structureel en dus robuust inrichten voor deze dossiers. 4. Voldoen aan wettelijke eisen, basistaken wettelijke taken
De activiteiten van het MJP zijn gericht op het behalen van een zo groot mogelijk milieueffect en kunnen breder zijn dan alleen de "klassieke VTH-taken", zoals vergunningen en toezicht. Voor een goede en slimme uitvoering van het MJP kunnen andere instrumenten veel effectiever zijn, zoals communicatie en het maken van afspraken met een bepaalde branche. Het uitgangpunt om met een regionaal MJP te werken sluit aan bij de wettelijke eisen, zoals vastgelegd in het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële Regeling Omgevingsrecht (Mor).
Parallel aan de totstandkoming van dit rapport speelt landelijk het vervolg op het rapport van de Adviescommissie VTH2. De Adviescommissie heeft het stelsel van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) geanalyseerd en concludeert dat het VTH-stelsel niet goed genoeg functioneert. De Adviescommissie VTH adviseert om binnen de fundamenten van het bestaande stelsel tot essentiële verbeteringen te komen en geeft daarvoor tien aanbe-
velingen. Dat heeft geleid tot de start van het lnterbestuurlijk Programma VTH (IPB-VTH). Wij hebben de hier
voorgestelde werkwijze kortgesloten met het programmabureau van het IBP-VTH. Voor zover nu is te overzien, past de hier geschetste aanpak van het MJP voor de RUD Zeeland binnen het IBP-VTH.
Conclusies 1.
2. 3.
4.
5.
2
Met de geschetste aanpak geven de partijen binnen de provincie Zeeland invulling aan het eerdere, door het BOOR bekrachtigde rapport Doorontwikkeling milieutaken. Het voorgestelde MJP is het Zeeuwse antwoord op de Adviescommissie VTH en het daarop ingestelde IBP-VTH. Met de voorgestelde aanpak wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen die zijn vastgelegd in het Bor/Mor. ln de uitvoering van het MJP staat het bereiken van een maximaal milieu-effect centraal. Dit kan mede door de inzet van andere instrumenten dan vergunningen, toezicht en handhaving worden bereikt. Er zijn investeringen nodig om te voldoen aan de aanbevelingen van de Adviescommissie VTH; dit heeft betrekking op zowel de samenwerking tussen partijen als de robuustheid van de RUD Zeeland.
Om de Leefomgeving, omgevlngsdlensten als gangmaker voor het bestuur. Ministerie Infrastructuur en Waterstaar, Lyslas Advies, Van Aartsen, 4 maart 2021. 4/64
Aanbevelingen 1.
Investeer zowel in de ontwikkelkracht van de RUD Zeeland (bijvoorbeeld voor data-analyse, projectleiders en
opleiding) als in de component 'managerial' (bijvoorbeeld voldoende ruimte om nieuwe medewerkers in te werken)
om een impuls te geven aan de robuustheid van de RUD. 2.
Start met de uitvoering van het MJP en evalueer dezejaarlijks. Stel waar nodig bij en vervang periodiek. Zo staan de
milieu-inhoudelijke risico's en thema's centraler in de uitvoering.
3.
Behoud PxQ als verdeelsleutel voor de individuele werkprogramma's maar pas voor het MJP de nieuw voorgestelde
financieringssystematiek toe. Op deze manier vervalt dejaarlijkse nacalculatie op basis van werkelijk bestede uren gedeeltelijk.
4. 5.
6.
7.
Het is aan te bevelen een vooraf vastgesteld budget op te nemen voor de zogenaamde 'aandachtsdossiers'. Analyseer eens per vierjaar op basis van realisatiegegevens de bijdrage per deelnemer en stel waar nodig naar boven of beneden bij. Zo wordt voorkomen dat deelnemers niet 'voor elkaar' of te veel gaan betalen. Draag als RUD-deelnemers alle taken rondom bedrijven met milieubelastende activiteiten over aan de RUD. Dat zorgt voor transparantie bij zowel bedrijven als burgers en verstevigt de robuustheid van de RUD. Blijf het instrument probleem- en risicoanalyse gebruiken met een meer gestructureerde aanpak, waarbij gebruik wordt gemaakt van ervaringen, branches/milieubelastende activiteiten, data en kennis uit de uitvoering (bijvoorbeeld branchespecifiek naleefgedrag). Het IBP-VTH komt op relatief korte termijn met een model dat kan worden gebruikt door de omgevingsdiensten.
Al met al leidt het opvolgen van de aanbevelingen tot een meer flexibele uitvoering van milieutaken op basis van het
juridisch noodzakelijke en het maatschappelijk wenselijke; voor dit laatste is het bestuurlijke handelingsperspectief
maatgevend. Daardoor kan een zichtbare, en meetbare, bijdrage worden geleverd aan een duurzame toekomst, met specifieke focus op de regionale problematiek en het bereiken van de Zeeuwse doelstellingen voor het verduurzamen
van de provincie.
Het eindrapport is op Sjanuari 2023 aan de opdrachtgever aangeboden.
5 / 64
lnhoudsopgave
1.
8
Inleiding 1.1.
Achtergrond
8
1.2. Doelstelling voorliggend onderzoek
10
1.3. Adviescommissie
12
VTH en IBP-VTH
1.4. Andere relevante studies/onderzoeken
2. Werkwijze
14
2.1. Werkwijze 2.1.1.
12
op hoofdlijnen
14
Drie producten
14
2.1.2. Stappen in dit onderzoek
14
2.2. Scope van dit onderzoek
15
2.2.1. Scope:
Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en het MJP
15
2.2.2. Ketentoezicht
16
2.3. Samenwerking stakeholders
16
3. Wettelijke
voorwaarden en landelijke ontwikkelingen
18
3.1. Wettelijke eisen
18
3.2. Analyse wettelijke eisen
18
3.3. Overige eisen
19
3.4. Landelijke ontwikkelingen
20
4. Resultaten rondje langs de velden
25
5. Risicoanalyse en probleemanalyse
27
5.1.
Waar hebben we het over?
27 29
5.2. De Zeeuwse situatie
6. Budgetteren en
programmeren programmeren
32
6.2. Het (gedeeltelijk) ontkoppelen van budgetteren en programmeren
32 33 35
6.4. Keuze voor MJP
36
6.1. Huidige wijze van budgetteren en
6.3. Financieringssystematiek meerjarig regionaal programmeren in Zeeland
6.5. Uitwerking onderdelen meerjarenprogramma Zeeland
37
6/64
7. Beschouwing,
39
conclusies en aanbevelingen
7.1. Beschouwing 7.1.1. Regionaal
39 39
beleid direct vertaald in regionale uitvoering via Big-8
7.1.2. lntensievere samenwerking tussen partijen 7.1.3. Andere financieringssysternatiek voor RUD: eerste stap naar robuuste
RUD
40 40
7.1.4. Voldoen aan wettelijke eisen, basistaken wettelijke taken
41
7.2. Conclusies
41
7.3. Aanbevelingen
42
Bmagen Bijlage 1. Besluit Omgevingsrecht art. 7.2 t/m art. 7.7 Bijlage 2. Uitgebreidere weergave rondje langs de velden Bijlage 3. Dee|programrna's uitgewerkt Bijlage 4. Lijst met afkortingen
43 46 48 63
7/64
«›.<.
1.
lnleiding
1.1.
Achtergrond
uw
Nederland, en zeker de provincie Zeeland, kent een groot aantal maatschappelijke en milieu-inhoudelijke ontwikkelingen met impact op de uitvoering van milieutaken en Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Of het nu
gaat om de behoefte aan versnelling van de woningbouw, het behoud en de ontwikkeling van natuur, het vormgeven van de energietransitie, het realiseren van duurzaamheidsambities of om thematische vraagstukken als ondermijning, Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS): elke ontwikkeling heeft in meer of mindere mate invloed op de taakuitvoering van milieu en VTH.
De milieuopgaven laten zich dan ook niet afbakenen door grenzen, zoals deze bestuurlijk zijn georganiseerd. Stikstofemissies hebben effect tot op tientallen kilometers afstand van de bron, de uitstoot van ZZS - waaronder PFAS - naar lucht en water heeft gevolgen voor de gehele provincie en daarbuiten. Ook Zeeland kende in de afgelopenjaren een
aantal voorbeelden van (lokale) milieurisico's met regionale effecten. Denk aan de problematiek rondom (drugs)afval-
dumpingen, de aanwezigheid van plastic korrels in het oppervlaktewater en de natuur, het aantreffen van legionella in waterzuiveringsinstallaties, de toepassing en de opslag van thermisch gereinigde grond, de milieuproblematiek rondom bodemverontreiniging op het terrein van de voormalige fosforfabriek Thermphos en vanzelfsprekend de PFASproblematiek.
Daar komt bij dat de provincie Zeeland, na het havengebied Rotterdam, het tweede risicogebied van Nederland is waar het gaat om milieu. Dit komt door bijvoorbeeld de aanwezigheid van relatief veel hoog risico-inrichtingen. ln figuur 1 is een aantal voorbeelden opgenomen van milieurisico's die Zeeland kent.
mam “nds
Afvilstronen en -vefwuking |.1›e4:- :\:lrr^uv r› o_
r
.I
-e~.~c=›e~. fr-
.7'2 fl' ”`í.*"2'\`i LCQPÉY 'ï Âf*fu\"›^É '\! : .::›=-~-.sa e- ›:;f›J_~- ze a.r›;e~.-rf-r~
eer ,r.'::lee- \-'\r'rr;fl " t:›ewr~\c-'woe 'fair an -1,.: mmm-~xrr« on-›: was Jr \~::u _,-;r-„B ~ nr-.;.:<>
.1-«.1=str;~-\ei
f-.fr-,lp-1.i „u \:.\;~u .
._CI1!"'›'f 3'1!'! '1
~ „±~ 1 De
,
.
-_
;
.:1'1›:n<__
:we ge-„r›:~›rf.v.._
1.?
.x
Vllïlikfl Lršfl ;.I.\'1Y!
W. te' W.
.›.
c-
1
"
ri
'J r
"
J
'el
van TZ'. m,›-;v,--
:›.i›t-,vvv
i.~1.~›~\t~~›„n„i. .„›|gf-r-lrr›-<-
_
~"'›"'ï""fi “
~\
~.x:.~IV-.-r=
'
~
4'
~
Krit-
we
if
-,geivivwtmtimruçlim
1
›e
wel
'WIJ E-
V1
"W HH*full H' gr-N
H vr "ff .
.-.mg fr'
1PlI"l«\1"l
"›'I_<
~ na url
ii iigfi-< rif ux u _~ de Nl;-'~'ur.« › if ii ~
)P
ef1'e-\ne
e
A.:
we _
i
PFAS ~n afiimngdolingen
uw
:_-.1:e~\~er:~~rm.;~~.; ›:~~<| :wvv en n 11-w-›=-laf ~-.ne ;:;~ .ze 'am te-i .„<.~m~_.
:»~›::1›::r.›.::-mr
_:
tu
'
"4“
J
'
n
r~.
\_„':.cr
J
.,„„„.. .„,_.,
r-›.›~~.›
l-f
H-
›
.
E.
cr
.
'.`«'LXf"'-Yl 51171
.«-.:1'r.„
,M,M_m W, [kU__(„Uu!_„` WU Mr .
f› `
:;t
Omemihhg
.-uw wat-›. 5-±.›-in er D,.-1 `__ÃI1_)_JJX" .›_ve, ,d`__'_Mfl._,
\.\›-.wi ›f„.« ru
te
et-i:l~.;.-tm;
.1~›t»~.»1„~:ff-›:p:›~.›«
.a›-:ett-~-.=
ar L u
'
va; rug:-ra r› :e imam
Zur Zorgwekkende Szofien (Z15) í.„<,.v
:az
uw :ivm
L
s
Z,
,.
~
x
.suf r Je
ge
:l,«m..1lf-nl-slwi _„› _. re; r mt. 'vert ,.±› in .`m.:~~.± --;-r -r›.~›:«.~ri›'›:,f ev ven
nu
A M, W', 3, ir
1.1
t
_,
:_
r
r
\_„ r
1.
j.,
A
„
,P
„
<
een
r
ø c nvt 4: ir 'mz w:»;› in ›l›\ mn itrei |er›r're~.:›e 1: ^'- 1 lu. \fri xif l› _: en _«r ::.r er na ef _v»- .eca w:<.=~r„:-w_'.:l-.Ja ft-1 nv ramp- ›-.e›:;~ ee-1 1 »-~
e
›~
r.
.-.,1
i
i_|,
.I
-
l'-
-g..-.
a
~.
een .rw 1: ; .lrmxe ~
hdtv,
z-=
Lw :"e:<.ri uw Jr c- :-.~. im -=r _ _. _rf-e ~ ~a.-- „› 31.-ff-w flw- C 1 w f~f ~f.~»
3:,-Jw1^»e az ~: 1-:ti .
-rt
›
›
.cl;›v-»«rlr›rxße~:^„3«›';».:« :«\.1:_›e~lre 1;-r
›;~«r:
.
_
l›.
~
Nh,
H
,j
,
„.
`
„„ „„,\_,„ 3, „I
1,
H.
t„f
a
f
nu-i
1
,_
--
:: : „›: ;-:;-- J' :f
yi i.'.vw:;e, wg-,
.mss
e
z
.iv
_
u»::l.:e-.r
Figuur 1. Voorbeelden van milieurisico's in Zeeland (naar TwynstraGudde, 2021)
8/64
De overheden in Zeeland hebben uitgesproken grote waarde te hechten aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving voor haar inwoners? Daarvoor is een adequate uitvoering van de milieutaken nodig. Vanuit die gedachte
heeft TwynstraGudde in 2021 een toekomstverkenning uitgevoerd naar de (doorontwikkeling van de) samenwerking op het gebied van de milieutaken in Zeeland. Dit heeft geresulteerd in vier scenario's langs de lijnen van 1) individuele of collectieve maximalisatie en 2) de inhoud of het budget voorop. Cofltdimnlhilnuflsfik lnlepmlltert/samenhang milieunsicxfs A
Samen het Milieu voorop
Sanna dunnen en efldlnl
Zeeuwse gemeenten en provincie kiezen voor een collectieve aanpak van de steeds complexer en regronaler wordende milieunsico 1 en stellen de regionale inhoudelijke opgave voorop bij de aansturing van
De Zeeuwse gemeenten en provincie onderkennen de voordelen van een collectieve benadering op basis van mi'l|eunyco'x van de milieutaken en :mien bli/vend op een elficeenre
de OD leelønd
urlvoevingsovganisalie
Prima Budvff 8 Effifienfv
D
C
emma i„i›waeii,u opgave
vuvumvnuúellmuli voor nullen voorop
[lfideme ultvoerlq
De Zeeuwse gemeenten en provincie stellen de steeds
De Zeeuwse gemeenten en provincie onderkennen dat minimale dooronrwikke Iing nodig is en hei: h len aan efficiente lookui rvoe ring
wmpklfl Warande mmeumKO,§ Wm" “I
W
wmv voo, mn womp en “mm de OD zuhmd aan na
mmm em Mm! pnmtmd
een lokaal perspectief en werkprogramma
v
lndhßulk Mdlmllblk Milleunsicoä vonuil :den befrefinde bevoegd gemq
Figuur 2. Scenario's rapport TwynstraGudde doorontwikkeling samenwerking milieutaken (2021)
Aanbevolen is om te kiezen voor scenario 2, Samen het Milieu voorop met de volgende argumentatie: Een schoon, gezond en veilig Zeeland is een collectieve bestuurlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Door de geografische ligging en de verbondenheid van Zeeland kunnen milieurisico's al snel regionale impact hebben en is gezamenlijke prioritering zeer belangrijk; dit wordt onderkend en is zeer aan te bevelen. De komst van de Omgevingswet betekent meer integrale toetsing op doelen als gezondheid en veiligheid. Deze toetsing is gecompliceerder om uit te voeren als taken verspreid zijn georganiseerd.
-
-
3
Het realiseren van een robuuste, brede omgevingsdienst waarin de milieutaken zijn samengebracht, draagt bij aan het acteren als één overheid richting de samenleving op het gebied van milieu en de breedte van het repertoire van
de omgevingsdienst kan optimaal ingezet worden. Gezamenlijk investeren in een samenwerkings- en uitvoeringsorganisatie, de RUD Zeeland, en taken hierin bundelen, draagt bij aan robuustheid, stabiliteit en nabijheid, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Daarvan profiteert de totale taakuitvoering van milieu en dus gezondheid en veiligheid van de samenleving in de provincie Zeeland. Een keuze voor deze strategie betekent een afhankelijkheid van andere bevoegde gezagen. Het is immers een keuze voor een gezamenlijk spoor. Het is de uitdaging om andere bevoegde gezagen mee te nemen in deze visie/ambitie op basis van de bovengenoemde argumenten en dit concreet vorm te geven. De provincie kan hierin een voortrekkersrol vervullen. Het voorkeursscenario is een ambitie.
VTH-Beleid Zeeland (2021)
9/64
Q
›.;
in.-
De verwachting was (en is) dat scenario 2 niet met een big bang is te realiseren. Er is daarom geadviseerd om het realiseren van deze stip op de horizon stapsgewijs vorm te geven en de concrete implicaties van de stip op de
-
horizon uit te werken. Dit kan door een aantal inhoudelijke thema's gezamenlijke prioriteit te geven.
1.2.
Doelstelling voorliggend onderzoek
Op 22juni 2021 besluiten Gedeputeerde staten (GS) om het advies van TwynstraGudde - 'voorkeursscenario 2 verder uitwerken' - over te nemen. GS lichten Provinciale Staten (PS) op 22juni in over dit besluit en de commissie Ruimte
bespreekt dit op 2juli 2021. ln het Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BOOR) van 8juli 2021 is afgesproken om het
vervolg van het proces in te zetten en ook te onderzoeken hoe de gemeenteraden op dezelfde 'vlieghoogte' kunnen
worden gebracht.
Na 8juli 2021 zijn op verschillende overlegtafels thema's besproken die in het vervolg van de verkenning uitgewerkt kunnen worden. Dit heeft geresulteerd in de volgende shortlist die ter voorbereiding op het BOOR van 2 december 2021 aan de bestuurders is voorgelegdfz Zeeuwse probleem- en risicoanalyse (dit is de basis van het VTH-beleid en een op te stellen meerjarenprogramma). Hierin geven de partners aan welke milieuthema's zij belangrijk en urgent vinden. Samenwerking op bodemtaken. Met de Omgevingswet verandert er veel op deze taak en moeten de partijen veel gaan samenwerken. Het Zeeuws Platform Bodembeheer weet dit maar vraagt hulp bij het vormgeven van de nieuwe samenwerking tussen gemeenten, RUD en provincie. Ketensamenwerking (algemeen proces). Ondermijning (drugsafval, gezamenlijk Bibob-beleid). Ketentoezicht. Dit is een basistaak die nog niet is vormgegeven.
-
Op basis van de shortlist heeft het BOOR op 2 december 2021 uiteindelijk de volgende drie thema's gekozen: 2.
Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en het op basis hiervan op te stellen meerjarenprogramma (verder: MJP). Samenwerking op het gebied van bodemtaken.
3.
Ketentoezicht.
1.
ln navolging hiervan heeft de provincie Zeeland de procesbegeleiding van de uitwerking in handen gelegd van TwynstraGudde in samenwerking met SPPS Consultants (verder: TG/SPPS).
Hierna volgt een beknopte beschrijving van de drie thema's. 7. Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en MJP Het BOOR vraagt het Regieteam VTH Zeeland een Zeeuwse probleem- en risico-inventarisatie uit te werken. Een werk-
groep vanuit het Regieteam levert in het voorjaar van 2022 een herijkte probleemanalyse en een integrale risicoanalyse (met wegingsfactoren) op die getoetst zijn door alle bevoegde gezagen in Zeeland op het totale VTH gebied. Dit resulteert in een top 5 van onderwerpen waarop in het bijzonder ingezet wordt op een goede samenwerking op de thema's leefbaarheid, groen, bouwen, water en milieu. Voor dit onderzoek is het resultaat van de werkgroep als basis gebruikt voor een nadere uitwerking en onderbouwing voor het thema milieu, met een focus op de basistaken en de plustaken van provincie en gemeenten op dit gebied.
4
De bestuurders die zitting hebben in het BOOR zijn ter voorbereiding op het BOOR van 2 december 2021 zelf ook uitgedaagd om eventueel andere
thema's aan te dragen om hiermee de shortlist aan te vullen.
10/ 64
Vanuit de werkgroep en het Regieteam is de behoefte uitgesproken om ook een check te doen op de reeds uitgevoerde probleem- en risicoanalyse. Zijn hierin de meest pregnante risico's en samenwerkingsthema's voor de
komendejaren opgenomen? Hoe worden risico's tegen elkaar afgewogen? En hoe leidt dit vervolgens tot een MJP dat duidelijkheid geeft voor de Zeeuwse bevoegde gezagen en de RUD Zeeland? Hier wordt in hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 verder bij stil gestaan.
Samenwerking op het gebied van bodemtaken Onder de Omgevingswet verandert er veel op het gebied van bodem. Zo verschuiven de taken op het gebied van saneringen van de provincie naar de gemeenten maar blijft de provincie verantwoordelijk voor de kwaliteit van het grondwater. De betrokken partijen in Zeeland zijn vertegenwoordigd in het Zeeuws Platform Bodembeheer en zoeken naar een manier om goed samen te werken.
2.
Onder regie van het Zeeuws Platform Bodembeheer zijn eerder de wijzigingen geïnventariseerd die de Omgevingswet met zich meebrengt. Dit heeft geresulteerd in de handreiking Bodem in de Omgevingswet (juli 2021). ln navolging hiervan is, parallel aan de start van dit traject, de werkgroep Niet-Basistaken opgericht. Deze werkgroep inventariseert de niet-basistaken op bodemgebied en komt met een advies voor het beleggen van de uitvoering hiervan, inclusief de bijbehorende consequenties voor capaciteit (mensen en middelen) bij de provincie, gemeenten en de RUD. ln overleg met de opdrachtgever is besloten dat de werkgroep de regie houdt op dit advies en dat dit onderwerp niet in de verkenning wordt meegenomen.
De twee onderwerpen waar dit onderzoek zich wél op richt zijn: (Samenwerking op het gebied van) duurzaam bodembeheer. (Samenwerking op het gebied van) grondwater. -
Dit rapport focust zich uitsluitend op de themas i en 3. Thema 2 (de samenwerking op bodem)
3. Ketentoezicht
Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is een Basistakenpakket (BTP) met VTH-
activiteiten samengesteld dat de omgevingsdiensten moeten uitvoeren. Hiervoor zijn elf categorieën VTH-activiteiten
geformuleerd. Tot categorie 11 van het BTP behoort het ketengerichte milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot: -
Gevaarlijke afvalstoffen.
Bed rijfsafvalstoffen. ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen.
-
Asbest.
-
Vuurwerk.
-
Bouwstoffen.
-
Grond.
-
Baggerspecie.
-
Meststoffen.
-
Dierlijke vetten.
-
Radioactief schroot.
-
Destructiemateriaal.
-
Explosieven voor civiel gebruik.
-
Andere gevaarlijke stoffen.
li/64
Geconstateerd is dat de RUD en de bevoegde gezagen in Zeeland tot op heden beperkt tot geen uitvoering hebben
gegeven aan deze basistaak. Het ketentoezicht in Zeeland staat nog in de kinderschoenen; wel is er groot draagvlak om aan het onderwerp verdere invulling te geven, Doel van thema 3 is om de samenwerking op een aantal ketentoezichtondervverpen te verstevigen door een programmatische aanpak die gericht is op intensieve samenwerking tussen de betrokken partijen. Thema 3 is in dit rapport verder opgenomen als een van de programmas die deel uitmaakt van het MJP (thema
1.3. Adviescommissie
1`l.
VTH en IBP-VTH
Op 4 maart 2021 presenteert de commissie Van Aartsen haar rapport Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur? De commissie Van Aartsen heeft het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) geanalyseerd De commissie concludeert dat het VTH-stelsel niet goed functioneert. Hierbij signaleert zij dat het VTH-stelsel niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling van de commissie Mans uit 2008. De commissie Van Aartsen is van oordeel dat het VTH-stelsel nog steeds wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Hierdoor ontstaat vermijdbare schade. Zij adviseert om binnen de fundamenten van het bestaande stelsel tot een serie essentiële verbeteringen te komen. Hiervoor geeft de commissie Van Aartsen tien aanbevelingen. Dat heeft geleid tot de start van het lnterbestuurlijk Programma VTH (IPB-VTH). 1.4. Andere relevante studies/onderzoeken Naast de eerdergenoemde toekomstverkenning van TwynstraGudde (1.1) en het rapport Om de Leefomgeving van de Adviescommissie VTH (1.3) zijn er meer documenten en/of onderzoeken verschenen die van belang zijn voor dit onderzoek. Deze documenten en/of onderzoeken worden hierna beknopt op hoofdlijnen beschreven en toegelicht. Waar relevant, wordt naar deze documenten ven/vezen in voorliggende rapportage. Evaluatierapport PxQ (2079)6
Het AB van de RUD Zeeland besluit in maart 2017 een vorm van PxQ-bekostiging te hanteren. PxQ staat in de meest basale vorm voor bekostiging op basis van prijs maal hoeveelheid, afgeleid van de Engelse termen (P)rice en (Q)uantity. ln november 2019 levert adviesbureau Berenschot een rapport op waarin de PXQ-systematiek is geëvalueerd. Berenschot constateert dat de systematiek heeft bijgedragen aan een meer transparante en zakelijke RUD en ook een duidelijke bodem heeft gelegd onder de Zeeuwse kwaliteit. Berenschot doet daarbij wel 26 aanbevelingen om de systematiek door te ontwikkelen. Het betreft o.a. adviezen over de kentallen, frequenties en directe en indirecte uren. Omgevingsdiensten in Beeld (2027)7 ln het kader van de tweejaarlijkse evaluatie van de wet VTH is, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, een kwantitatief onderzoek uitgevoerd bij de negenentwintig Nederlandse Omgevingsdiensten (OD's). Dit onderzoek is uitgevoerd in navolging van het advies van de commissie Van Aartsen om dergelijke data te verzamelen. Voor het eerst zijn nu op landelijk niveau en pér omgevingsdienst gegevens beschikbaar over aantallen bedrijven, aantallen medewerkers, aantallen uitgevoerde inspecties, dejaarlijkse budgetten etc. Waar relevant, worden cijfers uit dit onderzoek benut om de RUD Zeeland in landelijk perspectief te plaatsen.
5
Om de Leefomgeving, omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur, ministerie Infrastructuur en Waterstaar, Lysias Advies, 4 maart 2021.
6
Evaluatie PXO-systematiek, Bevindingen, conclusies en advies, Berenschot, 6 november 2019.
7
Omgevingsdiensten in Beeld, ministerie van infrastructuur en Waterstaat, TwynstraGudde/SPPS, 1 september 2021. 12 / 64
Toekomstvisie OD Zeeland 2023-2027 (begin 2023)8
Op voorspraak van het DB van de RUD Zeeland komt de directie van de RUD Zeeland met een concept Toekomstvisie 2021-2024 dat een integraal beeld voor de toekomst schetst en de volgende vraag beantwoordt: hoe kunnen we als toekomstbestendige omgevingsdienst, samen met onze bestuurlijke partners, de opgave voor een schoon en veilig Zeeland aanpakken? Punten die aan bod komen in dit concept zijn het uitwerken van nieuwe activiteiten (zoals ondermijning en rampenbestrijding), de uitwerking van de aanpassing van PXQ (naar aanleiding van het Evaluatierapport PXQ), strategische personeelsplanning, ontwikkeling en projecten, aanpassen van de urennorm en de doorontwikkeling van de organisatie (met o.a. aandacht voor communicatie en data-archivering).
Op dit moment werkt de RUD Zeeland aan de Toekomstvisie OD Zeeland 2023-2027. Naar ven/vachting verschijnen de resultaten van dit traject binnenkort (begin 2023).
8
De Toekomstvisie 2023-2027 van de RUD Zeeland is op het moment van schrijven nog in ontwikkeling. 13 / 64
2. Werkwijze
2.1. Werkwijze
op hoofdlijnen
2.1.1. Drie producten ln de periode april tot en met december 2022 hebben
we gewerkt aan het opleveren van drie (tussen)producten die in
voorliggend rapport zijn gebundeld. A.
B.
C.
Procesvoorstellenz er zijn procesvoorstellen ontwikkeld die de aanpak beschrijven om te komen tot de uitwerking
van de drie door het BOOR gekozen thema's. Deze procesvoorstellen zijn eind mei opgeleverd en goedgekeurd door de opdrachtgever. ln paragraaf 2.2 lichten we de hoofdpunten uit de procesvoorstellen toe en geven we aan hoe deze zijn terug te zien in voorliggend rapport. Advies en implementatieplan: voor het MJP is een opzet voor een advies- en implementatieplan ontwikkeld met aandacht voor de financiële en organisatorische gevolgen. Deze opzet is uitgewerkt in bijlage 3 bij dit rapport en vormt de basis voor verdere uitwerking door de RUD Zeeland. Eindrapport in een (beknopt) eindrapport worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen op inhoud en proces samengevat. Dit is terug te lezen in hoofdstuk 7 van dit rapport.
2.1.2. Stappen in dit onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd via een interactief proces dat op hoofdlijnen bestaat uit onderstaande stappen (figuur 3).
We zien dit als een proces waarin we afwisselend divergeren en convergeren. Met divergeren bedoelen we: stappen
waarmee we zoveel mogelijk oplossingen en ideeën ophalen voor een vraagstuk. ln de stappen waarin we convergeren maken we keuzes die vervolgens worden getoetst en voorgelegd. Dit proces is hierna gevisualiseerd. September: eerste toets op de thema's en opzet MJP door de RUD Zeeland
ambtelijk betrokkenen (provincie.
Juni- september: het bepalen en uitwerken van de themas voor het
November - december: tweede toets op de thema's en opzet MJP door de RUD Zeeland en betrokken
gemeenten, RUD, VRZ)
MJP (hoofdstuk 7)
samenwerkingspartners
Mei -juni: Een gespreksronde met
2022 ^P"i|ï 5'3"bU@9“k°m5ï
Eifid "Wii
Pem mmlïé 9"
OPlEVe'e"
kennismakings-gesprekken
procesvoorstellen
et betrokken stakeholders
(deelproduct A)
(para raaf 2,3)
'I7 november:
Augustus - oktober: Een gespreksronde met '
op de drie thema's
2023
bestuurlijk betrokkenen
Oktober: verwerken van de input op het
MJP
besluit in het
l
richtinggevend
BOOR over de
ghemgg van het MJP
November - december: afronden voorliggende 1
rapportage
\
Figuur 3. Proces op hoofdlijnen
Deze stappen staan nog los van de vele afstemmingsmomenten die hebben plaatsgevonden met verschillende gremia, lopende de uitvoering van dit onderzoek. Deze gremia lichten we in paragraaf 2.3 toe.
14/64
2.2. Scope van dit onderzoek ln deze paragraaf wordt de scope van dit onderzoek toegelicht. Als basis hiervoor gebruiken
we hetgeen in de proces-
voorstellen is opgenomen over de uitwerking van de thema's. ln de tabellen hierna staat op welke wijze de uitgangs-
punten uit de procesvoorstellen voor de scope zijn opgenomen in dit rapport (voor respectievelijk de Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en het MJP in paragraaf 2.2.1 en voor ketentoezicht in paragraaf 2.2.2). De procesvoorstellen zijn afgestemd met de kerngroep van deze opdracht (paragraaf 2.3).
2.2.1. Scope:
Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en het MJP Hoe teru
te zien in deze rapporta e? De wettelijke eisen staan in hoofdstuk 3 en in bijlage 1.
Uit - an - spunten scope vanuit het - rocesvoorstel
We
brengen de wettelijke eisen ten aanzien van de probleem- en
~
«
risicoanalyse in kaart voor zover deze uitgewerkt zijn.
Daarin betrekken we tevens enkele goede voorbeelden uit andere
Voorbeelden uit andere landsdelen: zie hoofdstuk 5.
landsdelen en zoeken we ook aansluiting bij het landelijk geinitieerde
Aansluiting met het IBP: zie paragraaf 3.4.
IBP en de ontwikkelingen die daarin zullen gaan plaatsvinden.
De werkgroep Probleem- en Risicoanalyse heeft in het voorjaar van 2022 De conceptanalyse en hoe hiermee om te gaan: zie een conceptanalyse opgeleverd. Met dit onderzoek vullen we deze aan
hoofdstuk 5.
Er bestaan grote verschillen binnen de provincie Zeeland omtrent de
Opzet MJP en de thema's: zie hoofdstuk 6 en bijlage 3.
met inzichten en ervaringen zodat ook het proces om te komen tot een goede analyse inzichtelijker wordt. aard van de bedrijvigheid, variërend van industrieel tot landelijk, m et
toerisme als kernactiviteit. Deze verschillen zullen in de risicoanalyse tot uitdrukking komen en aansluiten bij de behoefte van elke deelnemer.
Het doel is dat elke deelnemer zich herkent in de analyse die immers de basis vormt van het op te stellen MJP.
Het MJP gaat uit van twee belangrijke uitgangspunten: meer sturen op
Voor deze uitgangspunten is aandacht in het MJP: zie
maatschappelijk effect (outcome) en het meer gezamenlijk aanpakken
hoofdstuk 6 (hoofdlijnen) en bijlage 3 (detailuit-
van de milieuproblematiek. ln dit kader licht het in de lijn der
werking).
verwachting dat de huidige sturing van de werkzaamheden van d e RUD, voornamelijk gebaseerd op aantal producten en uren per produc deels 'f.
aangepast wordt. We dragen daarvoor concrete scenario's aan en
ln hoofdstuk 6 gaan
we ook in op de voor het MJP
voorgestelde financieringssystematiek.
vertalen deze in de gevolgen voor onder andere het aantal benodigde fte's, andere kosten, governance en databeheer.
De nadruk zal liggen op de aanpak en de uitvoering van de milieutaken,
Aandacht voor de uitvoering van de milieutaken: zie
waarbij het voldoen aan de wettelijke eisen aan de overdracht van de
MJP (hoofdstuk 6 en bijlage 3).
Basistakenpakket-taken (BTP-taken) als uitgangspunt wordt genomen. Uit de gesprekken blijkt dat er meer aandacht moet uitgaan naar het
Aandacht voor kennisdeling en versterkte samen-
gezamenlijk verzamelen en delen van kennis. Het ontwikkelen van deze
werking: zie MJP (hoofdstuk 6 en bijlage 3).
"oog- en oor"-functie kan veel maatschappelijke winst opleveren. Door betere data-analyses kunnen bepaalde problemen of gebieden efficiënter en effectiever aangepakt worden.
De uitwerking vindt plaats in nauwe afstemming met het Regieteam dat
opdracht heeft gegeven aan de werkgroep Probleem- en Risicoanalyse.
Samenwerking met stakeholders: zie paragraaf 2.3.
Figuur 4. Scope Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en he t MJP
15/64
2.2.2.
Ketentoezicht
Procesvoorstel
Hoe teru
Uit de gesprekken blijkt dat ketentoezicht nog in de kinderschoenen
Ketentoezicht maakt deel uit van het MJP; zie hoofdstuk
staat, maar dat er groot draagvlak is
6 (en bijlage 3). Naast een gesprek met een vertegen-
om dit onden/verp op te pakken.
Het is bovendien een wettelijke (basis)taak waar invulling aan moet
te zien in deze ra
orta e?
woordiging van het IPO hebben we een gesprek
worden gegeven.
gevoerd met de OD IJmond omdat deze veel ervaring
Voor ketentoezicht zal aansluiting worden gevonden bij de landelijke
venn/erkt in het MJP (zie bijlage 3).
heeft met ketentoezicht. De resultaten hiervan zijn
aanpak onder leiding van het |PO. Wij zijn inmiddels aangehaakt op IPO niveau en hebben afgesproken om in het vervolg van deze uitwerking samen op te trekken. Er is intussen door ons een werkgroep Ketentoezicht in het leven
ln paragraaf 2.3 is beschreven hoe de samenwerking
geroepen met ambtelijke vertegenwoordigers vanuit de verschillende
met de belangrijkste stakeholders is vormgegeven.
We stellen een longlist op met mogelijke onderwerpen die voor ketentoezicht in aanmerking komen. Op basis van deze longlist maakt de
De longlist met onderwerpen is voorgelegd aan en besproken met de werkgroep Ketentoezicht. Hieruit zijn
werkgroep een keuze voor de uitwerking van twee of drie onderwerpen.
twee onderwerpen voortgekomen: grondstromen en
Deze werken we volgens een bepaald format in detail uit in termen van
asbest. Deze resultaten zijn opgenomen in het MJP (zie
Zeeuwse regio's. We betrekken deze groep bij de uitwerking.
betrokken partijen, planning, kosten, fte's, governance en databeheer.
bijlage 3).
Na besluitvorming volgen er gesprekken met de andere partijen die
Over de opzet van een programma ketentoezicht
betrokken zullen gaan worden.
(uitgewerkt in bijlage 3) zijn al tijdens dit onderzoek
gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van: -
Politie.
-
OM.
~
Waterschap Scheldestromen.
-
De Nederlandse Arbeidsinspectie.
-
Rijkswaterstaat.
-
DCMR.
Figuur 5. Scope ketentoezicht
2.3. Samenwerking stakeholders
Om ideeën op te halen zijn er gedurende het onderzoek veel bijeenkomsten georganiseerd op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau. De bijeenkomsten hebben gezorgd voor een bredere bekendheid met het MJP zodat er breed draagvlak voor de implementatie van de resultaten zou kunnen ontstaan. Onderdeel van de aanpak is een "rondje langs de velden" op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau bij alle betrokken partijen. ln figuur 6 worden de betrokkenen kort beschreven en wordt aangegeven hoe en
waarom zij zijn betrokken
16/64
.„i„,.
waarom?
Hoe?
Kerngroep opdracht
Voortgang op proces en inhoud.
Wekelijks overleg met de provincie; waar mogelijk
Regieteam
Sparring partner en voortgang op thema 1,
sluit de directeur van de
RUD (tweewekelijks) aan.
ln vier bijeenkomsten waarbij is aangesloten
op de
reguliere vergaderingen.
Kerngroep
Sparring partner en voortgang op thema 3°.
RUD Zeeland
ln drie (digitale) bijeenkomsten,
gedurende het
onderzoek.
Ketentoezicht
Voortgang op proces en sparring partner op
In overleggen,
op meerdere momenten.
(MT en medewerkers)
inhoud.
AOOR
Voortgang op proces/inhoud en voorberei-
In periodieke overleggen, op gezette tijden
ding bestuurlijke besluitvorming.
(24 mei 2022 en 1 november 2022).
BOOR
Voortgang op proces/inhoud en definitieve
ln periodieke overleggen, op gezette tijden (20juní
besluitvorming.
2022 en 17 november 2022).
Klankbordgroep
Voortgang op proces/inhoud en bestuurlijk
ln drie bijeenkomsten.
burgemeesters
peilen van de thema's.
Andere partijen, zoals
Betrekken van deze partijen als uitvoerings-
Openbaar Ministerie,
partner van het MJP.
Individuele gesprekken.
politie, waterschap en
de veiligheidsregio Conferentie(s)
Voortgang op proces/inhoud en bestuurlijk
Eén gezamenlijke bijeenkomst; er staan nog drie
Staten/Raden
peilen van de thema's.
informatiesessies gepland, begin 2023.
Figuur 6. Betrokken stakeholders
9
Uiteindelijk ondergebracht onder thema l.
17/64
3. Wettelijke
voorwaarden en landelijke ontwikkelingen
3.1. Wettelijke eisen ln artikel 7.2 van het Besluit Omgevingsrecht staan de voon/vaarden beschreven waaraan de omgevingsdiensten
moeten voldoen (voor het gemak is artikel 7.2 Bor integraal opgenomen in bijlage 1). Onder andere de volgende documenten moeten opgeleverd worden als onderdeel van de beleidscyclus: -
Regionaal uitvoeringsbeleid.
-
Regionaal handhavingsbeleid.
-
Regionaal uitvoeringsprogramma.
-
Regionaal handhavingsprogramma.
3.2. Analyse wettelijke eisen ln de wet is geregeld dat er voor het Basistakenpakket (BTP) sprake moet zijn van één uniform regionaal uitvoeringsen handhavingsbeleid, dat wordt uitgevoerd door de omgevingsdienst.
Het idee van de wetgever is dat gemeenten en provincies die deelnemen in een omgevingsdienst, gezamenlijk een uniform beleid met elkaar afspreken voor de uitvoering en handhaving van het BTP. Indien er bestuurlijke behoefte aan is, kan er worden uitgebreid naar andere taken. Dit impliceert dat er een regionale risicoanalyse wordt gemaakt. Hetzelfde geldt voor de regionale prioriteiten voor de uitvoering (zoals het actualiseren van bepaalde regels of vergunningvoorschriften) en voor toezicht en handhaving. Binnen de provincie Zeeland is een regionaal VTH-beleid door alle partijen vastgesteldfo Dit beleid werkt door in de uitvoeringscyclus, als onderdeel van de zogenaamde Big-8 dat landelijk als sturingsmodel wordt gebruikt (zie figuur 7). Dit model gaat uit van het aansluiten van de strategische cyclus op de operationele cyclus. In de strategische cyclus worden op basis van een risicoanalyse prioriteiten gesteld en doelstellingen vastgelegd die men wil behalen ten aanzien van deze prioriteiten (Bor. Art. 7.2). Daarnaast moet het beleid worden afgestemd met de andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de (strafrechtelijke) handhaving zoals de provincie, de gemeenten en de politie. ln Zeeland is de verantwoordelijkheid voor de sturing op de strategische cyclus van de Big-8 belegd bij het BOOR.
De strategische doelstellingen moeten vervolgens worden vertaald in een operationele cyclus met aandacht voor 'Programma en de organisatie' (ook wel planning- en controlfase genoemd). Hierin staat het toewijzen van de noodzakelijke capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de gestelde doelen te kunnen bereiken (Bor. Art. 7.5). Dit wordtjaarlijks vastgelegd in een uitvoeringsprogramma (Bor. Art. 7.3). Een uitvoeringsprogramma omvat tenminste 1) een duidelijke verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen, 2) een weergave van de concrete activiteiten voor vergunningverlening en toezicht 8t handhaving, inclusief bijbehorende capaciteit en middelen. ln Zeeland is het AB van de RUD Zeeland verantwoordelijk voor de sturing op de operationele cyclus van de Big-8.
'O
VTH Beleid Zeeland (2021). 18 / 64
BOOR
Strategische cyclus
59 Operationele cyclus
Figuur 7. Big-8-cyclus
Onder het Regieteam VTH is in 2022 gewerkt aan een probleem- en risicoanalyse. We hebben deze risicoanalyse als basis gebruikt en aangevuld met een aantal landelijke opgaven. Binnen het lnterbestuurlijk Programma VTH (IBP-VTH) wordt thans gewerkt aan een landelijk format, als basis voor alle probleem- en risicoanalyses binnen het VTH-domein milieu/leefomgeving. ln het vervolg kan daar gebruik van worden gemaakt. Kortom -
Binnen de Provincie Zeeland is het VTH-beleid (2021) door alle partijen vastgesteld. We gebruiken nu de probleem- en risicoanalyse die door de werkgroep is opgeleverd. We vullen deze aan met een aantal inhoudelijke aspecten die we in het rondje langs de velden hebben opgehaald
en zorgen er tevens voor dat het beleid voldoet aan de wettelijke eisen uit artikel 7.2 Bor.
3.3. Overige eisen Organisaties die belast zijn met de uitvoering van VTH-taken moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria zoals vastgesteld door het IPO en de
VNG (Kwaliteitscriteria 2.2), versie
1
juli 2019). Elk
bevoegd gezag moet deze eisen in een
eigen verordening opnemen.
Analyse De omgevingsdienst voldoet aan de kwaliteitseisen, zo blijkt uit de regelmatige ISO-onderzoeken die de RUD -
Zeeland laat uitvoeren. Het valt ons op dat vier gemeenten niet alle milieutaken hebben overgedragen. Deze taken zijn weliswaar niet verplicht volgens het BTP, maar de houdende organisaties moeten wel heel veel kunst- en vliegwerk uitvoeren om
aan de kwaliteitseisen te voldoen. -
Voorstel is derhalve dat alle bedrijven waar MBA's worden uitgevoerd, overgedragen worden naar de RUD-Zeeland.
Dat maakt de RUD robuuster.
19/64
Q 3.4. Landelijke ontwikkelingen ln deze paragraat zijn de landelijke ontwikkelingen in kaart gebracht en in welke mate deze van invloed zijn op de
beleidsvorming en de gevolgen voor de RUD Zeeland.
ln het landelijke Coalitieakkoord is de volgende opdracht opgenomen. "We zorgen voor een schone en gezonde leefomgeving door het steviger aanpakken van milieucriminaliteit en milieurisico's. Het rapport van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (commissie Van Aartsen) wordt hierbij betrokken.” De afgelopen jaren zijn er al stappen gezet om het VTH-stelsel te verbeteren maar de commissie Van Aartsen concludeert dat verdere verbeteringen noodzakelijk zijn. De partijen die aan het IBP-VTH deelnemen voelen - gelet op de conclusies van de commissie Van Aartsen - de verantwoordelijkheid om substantiële stappen te zetten in deze verdere verbetering van
het VTH-stelsel.
Het programma kent zes pijlers: 1. .
.
.
.
Robuuste omgevingsdiensten en financiering. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging. Informatievoorziening VTH. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving. Monitoring kwaliteit milieutoezicht.
De resultaten van het IBP zijn logischerwijs nog niet bekend. In dit onderzoek anticiperen we op de te ven/vachten resultaten van het IBP-VTH, aangezien de contouren van het eindbeeld voor een aantal pijlers wel helder zijn. Pijler 1
heeft betrekking op het zorgdragen voor een adequate financiering, zoals ook beschreven in artikel 7.2 van het
Bor. Er moet volgens dit artikel voldoende capaciteit zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken en ondersteunende activiteiten zoals data-analyse, opleiding, monitoring en rapportage. De omgevingsdienst moet voldoende robuust zijn uitgerust voor de opgave die geldt binnen het werkgebied van de betreffende omgevingsdienst.
We gebruiken de gegevens uit Omgevingsdiensten in Beeld als analyse van de huidige situatie in Zeeland (bron: Omgevingsdiensten in Beeld, september 2021; peiljaar begroting 2020). Dat leidt tot de volgende observaties.
20/64
Begroting
G 80.000.000 67.34.000
E 70.000.000
å
G 60.000.000
-n
w E 50.000.000 32.766.000
6 40.000.000 28.290.609
59
26.740.300 25.795.000
6
.O00
.897.606
543.8
E 30.000.000
M.A Si
Q w
G 20.000.000 024
69363379 .sos
eazzemo
6
6.340.796
zo
( 10.000.000
60
es,
6
Z
I
140% 0° 0°
1
í
°F
17
2%, °'1>
4"* Va,
Q
o
“ff
J .tm 01,9 \Qi 151, °Q
_
Q
ay
#0'
E
w| 0
ø.
,`
'-.
Q,9
è\>ë› 0°
.\\
3 5 E
4.700.000
4.300.000
4.099.000
3.640.966 2.560.000
<**0°'°°°°.~° 0°
6
6
_
4
6
G
_
-
_
<\~
\e
<~
44,
6,5,
_
O \b
@<›°,+**°°
0°
0°
G
w
Q7
<1*
(900 '6 Jep 606 `°
,«**”<›@@ 0 0°
460 zy*
oo
<›°&
.e
ššè
`(,öó(;›>1_®
°`
0°'
nb
(2
6
6
de 09° vb ga óf) d.§`Q 'Ö °"b \&° ,(0 e « A?? go \
59°
G
.`§" “la .
Q_<\"'
0°
6
C
6
G
G
6
2 6
20.98
7.339.000
:~'
\ø`
90% QQ
(an.
`°°`
É
å
.647
85.930
.648
9500640
9.050.348
8.750.000
8409200
C9
.:›
epo?
_2_è"°
è 0'
gp 'pff OO' 54? Q.“fa °<í« cyö
o.›1;›°°o 'G 4°
<›
o°
e
0°'
<9
Figuur 8. Totaalbegroting Omgevingsdiensten (2020)
De RUD Zeeland behoort voor wat betreft de totale begroting tot de kleinere omgevingsdiensten binnen Nederland.
Percentage Basistakenpakket (BTP) ten opzichte van totale begroting N=23 omdat 6 0D's geen onderscheid maken tussen tolaaibegroting en begroting BTP 5%
3
91,93%
B6.
81,63%
25%
75
f 3%
% 46,30%
6%
47,3
60,00%
57,57%
š
60,36%
58,33%
S4,
55,40%
79% 50,93%
74%
55,
5
39,73%
5291,
4%
5%
30„
305
37,63%
39,
24,43%
3
_
Q
<9
-14,0
0(( 01,4 ,° `§`
Q9.
\<›
°
xx*
09
OO
É
<1?
<›
Q0* .
4' O 0 '96 0 „Q ,vw QS) (Q "f›,0 <60 /rf (9a4' Q* /'f O0 40 4,o -14,0 of o "O Q0* ,P oe 6O «„»< 4-*Q3' **o \`4° \=°0 e"v 0 06.0 Q0 Se 4› ak 'Pa Q2 40 0 0,2, 0 “° P Q \ ( 'ë e e v Op 00) 0 ofç `\"* C596 S* Q5” /GP ((4 \Ã44 04,0 0*,0 5' Q9 /00 o0 ff0 \O /Q 0° -1 / -P 0 `\<<> 'çfø Y 4 eo oo *co o Q* 4<9 “L4* v`~ 4,0 (Q7 °o °o få' O . Q ofo °o oo <) °o 0° 0Q e 0%Qx 0Q QQ OO èo oo
0
4”
6'/`
<"`
e*
<~^
f*
'fr
'<«
`
_
'(-
`
,
_
,
Figuur 9. Basistakenpakket ten opzichte van totale begroting (peiljaarz 2020)
21/64
Het percentage taken, behorend tot het - wettelijk verplichte - Basistakenpakket is hoog in vergelijking met andere omgevingsdiensten in Nederland. Dat betekent dat veel andere omgevingsdiensten meer aanvullende taken voor de opdrachtgevers uitvoeren naast de verplichte basistaken. Dat betreft onder andere bouwtaken, adviestaken voor ruimtelijke ontwikkeling, de uitvoering van de Natuurbeschermingswet en aanvullende taken in meer recente beleidsvelden, zoals circulaire economie en energieadvies.
Absoluut en relatief aantal FTE 600
mN ua
fiQ
500
400
.„.„,_WN ~Q`^'^â3"'N .`$""'35 ._"" ,o omgfißäflêggïz
300
.„
zoo
~-n
100
_4
G5
„
Q.
@°$
<›*°
èø
0Q
0°
ac-:=
4
°o
v
,
4% F
44.,
,~
.
Z19
Iv
1
O
„„.„._..Éa
1-
r~
Q
1
c»°
f-,<-,av
o
<›
a
ø
«~
oo
OQ
z›
o,
c›
(-6,
6,; \`@°<~ ye 0° o
ca*
law `“ sb*
„
Q
o
4'o
49
c
bb
<›
,
CL
na
8 o1%, sg øócß (ye Q0L Oø 6 Q' 0° 3° 4;5 O @ de oc 0//8
e`°
„_
OO
0°
<,~>`°°
O
0°
~°
Q`.9›
\>
oo
“*» ^›
wy
'?<›„°
S
<›`°
9,0
6,
°
“°\
OO Q-:ge 0°
OQ
ø Q› è W Qto ècø \ye fd fe Oèe ig* 86,6 ~z›
z›
„f.°°
e*`
\kat
o°`b
è
0°
z›
„1›°
*bb 6, O O 0°
«~
_p°Q
,
Gdó
Ã
:›,O'
*`\ * \~ oo 66* è., 3 xt ob om o°`b 0 è OQ
3
Figuur 10. Totaal aantal fte's omgevingsdiensten (peiljaar: 2020)
4,50% 4,00% 3,50% 3,00% 2,50% 2,00% 1,50% 1,00%
°lß°%||||||lll| 0,00%
6° 646/ Sxjø *T960 ((\§\`O èooëë øèéb óšg.4, `o^`c„6/;8,9 619006z;§"è°°<Ö Goçö O/60°' èoób èøçö L °4 O60 °`&ö\\ vsšloçbxsö aobba 6666, Q' óf "° R ° 3' Q* \\ "$« \'> o° ø Y* q.\\ o e. « @› / è\ ,O 5 OQ 56,39 P/(fa. Q *%„, o~ *`è\ °°` °° 0° "`L~<°°° 0° *#30 0° \° '\>*`b L Q ø 0 et' e*°° 3*" o° <~°°3°lc›*° Q9 \Ã èsaáb Q Q5 oG\` lçgg OQ Y/ o« `Ö)?* og OQ oo, O, O, \§>« Q \ge
'fa
“ø
cb ö`pQ`,*è°°\Öo`§\Q›
°/6
4-`.r
'er ~<~
0'
'\»
,
,
I
0°
0
'
›
o
I'
`ï°><'›
.
0 oofi
0 69°
op
V
od
OO
_
.
_
0 OO
OO
<9
_
O'
<z~
èoo*
QQ!
Figuur 11. Percentage fte's t.o.v. het aantal inrichtingen lpeiljaarz 2020)
De RUD Zeeland behoort met 79 fte's in 2020 voor wat betreft het aantal fte's, tot de kleinere omgevingsdiensten. Tevens blijkt dat er relatief weinig fte's beschikbaar zijn ten opzichte van het totaal aantal inrichtingen.
22/64
Begroting ten opzichte van het aantal inwoners en het aantal bedrijven
4,00% 3,
50%
3,00%
2,50% 2,00% 1,50% 1,00% 0,50%
0,00%
|
\
\Q zë* (/ (/,iàóa (4, Â <z>>°
'»;›*°
Q Q0
4%
b
/
Ö
of
91%
oet
à
*Q O/6°v
**“°
„Q cb ÉO/ '°4§. 0'
°#9 GO0Q Q. 0 Q* 4239 0 o_ 0° tÖ,Q OQ o oo èoo
49 z›
4=i%°'›
Q
9,',
_
'
_
046
,
0
<\
9,
9<°% 6tTO (1
Q*
1I«qr`°›@
`
0°'
-b \
0'ö 40%
4%`° °
(4-
`\
Q_qP›
Q3.
í \S0 db ö` 09° ø\
X5.,
'D
14%
.sg
6°
°\ O 0Q oQ om 0 oo QQ ,
t
èoe
OO
_
0
.
I
\ 0'
.<?°
63,
b
90% è4% zo/ /6(b\›°°` *Ö `Q Q èó O Qo \bb® fl* O0 \_><$°° Q OO QQ 0° `
OOÖ
Q.
O
Gay'L
»
Q,
OO
Q. «~°* `\,š\®
“iv flqèéóo
Q_
.
,
O
0°
,
e
“`
\Q
e.
f
9° 0'lx O
f.+%°`°v
'
'
›
_
j
I
Figuur 12. Totaalbegroting 2020 t.o.v. het aantal inwoners in dekkingsgebied OD (peiljaar 2020) Uit deze figuur blijkt dat de provincie Zeeland veel bedrijven heeft in vergelijking met het aantal inwoners. Zeeland is
ten opzichte van het aantal inwoners overduidelijk een bedrijvige provincie!
A446
í
A24*
8 < w
3 w ZS 2835
'29
zv
Éï5'~ „. „g:e:__-.-
9u
-§;Z3 'Po
Q1
~«.
uh
1/
Oa
1/),
e
«"x
vf
°f>
~
c
/›
009
\“
#00' 1/
«›
o
(4 4,90
*a
o0
Q0
.
10
Q1
Nx
(71.
Q °o
00
o
kif
C\
(2
2292
4
(
É
P9
1
É w
oO
.,›
L
er
Q C* èo 60 \eo CO <39 Q5 af; 8° Uwe èo L1* 4OQQ O 'V P' \V *Q \V ,ib W/1 + 6* O*J' 0 Q * +` w* J-` o` '* 0* \\* + xs 3 ,S 0 Q” <_Q 3 G, ø 'ßifø rc/o ' fr,go 'ffos 4/Lf3 Q*J, we „\\`Q ~ 9° `›* vv o 41 00 ((11 o rc/ -v J" , 915 ff o 4 ,oo 41 4 É O 4; oo 0 r o + Ö* 4r <› «› ea/0 o
C
rg!
\IZ
4*'
OO*
ff
oo
ka
*r
O
6
_
1
ao
2 4
(
É
í
C
2?
Q-
Q
O
gb
of
592
..
335
290
ab
2.459
2 1
6
A0"B
(Q
L
&f
"-›
\°`
'1«
O
V9
\
èe
O
1
'<3'
*<«
9**
11-
oo
40
'V00
0°
°-f›
oo
00
oo
o
4,/0
oa
0°
Jo
\Q
40
o .
1,0
0°
Figuur 13. Begroting OD's in 2020 t.o.v. het aantal inrichtingen in werkgebied (exclusief type A-inrichtingen) Uit deze landelijke vergelijking blijkt dat het beschikbare budget per inrichting voor de RUD Zeeland behoort tot de
laagste bijdragen.
23/64
Q
.K
wi.-.
Bevindingen ten aanzien van de provincie Zeeland en de RUD Zeeland voor wat betreft robuuste uitvoering van de VTHtaken en adequate financiering
Gezien het aantal bedrijven beschikt de RUD Zeeland over relatief weinig personeel voor het uitvoeren van de VTH-
taken.
De huidige begroting voor de uitvoering van de VTH-taken is ruim lager dan het landelijke gemiddelde. Onze analyse is dat het huidige beschikbare budget van de RUD Zeeland waarschijnlijk ontoereikend is om te voldoen aan de voorwaarden van financiële robuustheid die thans landelijk in ontwikkeling is. Het percentage BTP van de totale begroting is relatief hoog. Voor een robuuste uitvoering helpt het om meer taken aan de RUD Zeeland over te dragen, te starten met de niet-verplicht overgedragen bedrijven.
24/64
Q 4. Resultaten rondje langs de velden In de periode eind april tot en met mediojuni zijn er open gesprekken gevoerd op ambtelijk niveau met een vertegen-
woordiging van de dertien Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland, de Veiligheidsregio Zeeland en de RUD Zeeland. Tijdens dit rondje langs de velden is stilgestaan bij de huidige situatie en de wensen en kansen ten aanzien van de probleem- en risicoanalyse, het MJP en het ketentoezicht. Onderstaande 'rode draden' zijn getrokken op basis van de gesprekken. Deze rode draden zijn gebruikt om de opzet van het MJP verder vorm te geven (zie hoofdstuk 7). Een
meer uitgebreide versie van uitspraken die zijn gedaan tijdens het rondje langs de velden, leest u in bijlage 2.
Algemeen: project -
-
Er is steun voor het doel van het project en de gekozen aanpak. Breed erkend wordt dat het zorgen voor een gezond en veilig Zeeland een collectieve maatschappelijke verantwoordelijkheid is. Hierbij hoort gezamenlijkheid in de uitvoering van de milieutaken voorop te staan. Een doorontwikkeling, vanuit inhoudelijke thema's benaderd, wordt daarom gewaardeerd. Daarbij moet gezegd worden dat niet voor iedereen duidelijk is hoe de keuze voor deze drie thema's tot stand is gekomen.“ Veel gemeenten benadrukken dat er, ongeacht de wijze waarop wordt doorontwikkeld, een efficiënte inzet van de
RUD randvoon/vaardelijk is.
Zeeuwse probleem- en risicoanalyse en MJP -
Er is ambtelijke steun voor het (deels) afstappen van PxQ met 100% individuele werkplannen, naar een situatie
waarbij onderscheid gaat worden gemaakt tussen budgetteren (vastgelegd in dejaarlijkse begroting) en program-
meren (welke activiteiten worden door de RUD uitgevoerd).l2
-
Tijdens de gesprekken zijn verschillende varianten voor het onderscheid tussen budgetteren en programmeren
verkend. Door de bank genomen wordt een situatie waarin 40% regionaal geprogrammeerd gaat worden en 60% via PxQ op basis van individuele programma's als wenselijk beschouwd voor de komendejaren.
-
Voor het MJP-gedeelte volgt geen nacalculatie meer op de uitgevoerde werkzaamheden per gemeente. Ambtelijk is in verschillende gesprekken aangegeven dat het onderscheid tussen budgetteren en programmeren bestuurlijk nog weleens 'een uitdaging zou kunnen zijn'. Echter, het valt op dat tijdens gesprekken met het BOOR op 20juni en met een vertegenwoordiging van Zeeuwse raads- en Statenleden op 29juni steun is uitgesproken voor het deels afstand nemen van de PxQ-systematiek. Ook tijdens het bestuurlijke rondje langs de velden (figuur 3: proces op hoofdlijnen) is breder steun uitgesproken voor de doorontwikkeling die in dit rapport wordt beschreven. Ten slotte is het BOOR op 17 november 2022 er ook mee akkoord gegaan om het bestuur van de RUD te verzoeken zorg te dragen voor een financieringssystematiek die past bij de opgave in dit MJP. Dit betekent de nodige flexibiliteit en robuustheid in de financiën zodat de uitvoering van het MJP soepel kan verlopen en de RUD voorzien is van adequate en stabiele financiering. Dit werken we verder uit in hoofdstuk 6.
Ketentoezicht Er is brede steun voor het versterken van het ketentoezicht: men realiseert zich dat deze basistaak ingevuld moet gaan worden. Volgens betrokkenen zijn het opzetten van dejuiste governance, de rolinvulling van de ketenpartners en het kiezen van de meest geschikte thema's de grootste uitdagingen. Er bestaan al wel voorbeelden van gebieds- en themagerichte aanpakken in de keten, bijvoorbeeld als het gaat om een bedrijventerreinaanpak. Dit zijn echter vaak ad-hoctrajecten die niet vanuit een programmatische of gestructureerde opzet worden geïnitieerd. Geadviseerd wordt om in elk geval het thema 'asbest' verder uit te werken.
“ ln paragraaf l.2 (Doelstelling voorliggend onderzoek) is dit uitgebreid beschreven.
V ln hoofdstuk 6 is dit verder uitgewerkt.
25/64
Hierop heeft de RUD Zeeland eerder al initiatieven ontplooid en ook maakt de RUD Zeeland deel uit van het
Zuidelijk Ketencasusoverleg dat vier keer perjaar plaatsvindt. Omdat hier al een basis ligt, ook qua samenwerking
tussen partijen, zou dit verder kunnen worden ontwikkeld.'3
Algemeen 'robuustheid' milieutaken Op dit moment zijn er nog vier gemeenten die de niet-BTP bedrijfsgerichte taken in eigen uitvoering hebben. ln het kader van het 'robuuster maken' van de taakuitvoering is het een optie dat alle gemeenten deze taken bij de RUD beleggen. Het draagvlak hiervoor is wisselend.
-
Gemeenten willen een uitbreiding van het takenpakket, bijvoorbeeld als het gaat om BRIKS-taken, overwegen op
het moment dat de basismilieutaken 'op orde' zijn. Beperkt duidelijk is wat precies verstaan wordt onder 'op orde'
zijn. -
-
Het werken met satellieten is in verschillende gesprekken geopperd als goed idee. Satellieten zijn experts, in dienst van de RUD, die lokaal bij gemeenten werkzaam zijn om zo lokale kennis en binding met Ruimtelijke Ontwikkeling/ Bouw te behouden. Er is nog winst te behalen in praktische zaken zoals (telefonische) communicatie en responstijd van de RUD. Gedeelde en onderliggende conclusie: de RUD moet blijven en doorgroeien van een Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) naar een "echte" Omevinsdienst (OD)!
'3
Asbest als onderdeel van het MJP is uitgewerkt in paragraaf 7.6.
26/ 64
5.
Risicoanalyse en probleemanalyse
De Gemeenschappelijke Regeling (GR) RUD Zeeland heeft de wettelijke plicht om een gezamenlijke probleemanalyse op te stellen. Aan deze is wettelijke eis is reeds in 2015 voldaan met het opstellen van de probleem- en risicoanalyse en het meerjarenprogramma. Dat heeft destijds geresulteerd in een opzet en werkwijze op basis van de eerdergenoemde PXQ-systematiek. Het eerdere onderzoek van TwynstraGudde toont aan dat er behoefte is aan een werkwijze waarin de
milieudoelen centraal staan en er meer wordt samengewerkt. Voor dit onderzoek hebben we daarom de huidige
probleem- en risicoanalyse geanalyseerd en een advies gegeven om te komen tot een andere aansturing waarbij PXQ deels wordt losgelaten.
5.1.
Waar hebben we het over?
Naar onze ervaring bestaat er vaak verwarring over de begrippen omgevingsanalyse, risicoanalyse en probleemanalyse en de manier waarop deze zich tot elkaar verhouden. We hebben dat daarom figuur 14 weergegeven.
Öfnlcn sam."
Tool
`
Figuur 14. Risicoanalyse en omgevingsanalyse vormen samen een probleemanalyse
Het doorontwikkelen van de probleemanalyse is in onze ogen een logische vervolgstap nadat deelnemers de wettelijke plicht om te komen tot een uniform regionaal VTH-beleidskader, hebben vervuld. De probleemanalyse vormt daarmee dus een belangrijk fundament voor het prioriteren in de programmering. Kortom: een vitaal onderdeel in de Big-8cyclus.
De omgevingsanalyse is hoofdzakelijk een kwalitatieve beschrijving van relevante internationale, nationale, regionale en lokale ontwikkelingen en hun invloed op het VTH-werkterrein. Hieruit vloeit een eerste prioritering voort. De risicoanalyse is een instrument dat dieper en gedetailleerder inzoomt op milieurisico's en (vaak) via een kwantitatieve score komt tot een prioritering. Een risicoanalyse geeft dus een overzicht van bekende of potentiële risico's die een effect kunnen hebben op de kwaliteit van de leefomgeving. Technisch geformuleerd is een risicoanalyse vaak een uitkomst van de kans op een dreiging maal het effect op de leef-