CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 437 Bijlage 1 Evaluatierapportage Apzg + Wvggz 2018-2022 en 2023 ev (def)

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken27.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

13

Handreiking meld- en adviespunten niet-acuut (ggdghor.nl)

14

Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland - Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland

16

2020 aantal telefoontjes 1205-0800 Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland

2021 aantal telefoontjes 1205-0800 Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland 16

30 24

25

14

14 12

10

10

20

8

15

6

10

10

8

7

6 4

4

8

8

6

7 5

3

2

5

dec

nov

okt

aept

aug

juli

juni

mei

dec

apr

nov

mrt

okt

feb

jan-21

0

0

2021

2022 aantal telefoontjes 1205-0800 Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland 25 20

20 15

15

14

17

16 10

10

15

12 7

13

8

5

dec

nov

okt

sept

aug

juli

juni

mei

apr

mrt

feb

jan-22

0

2022

Aantal seconden februari 2021 t/m november 2022

jan-21 feb mrt apr mei juni juli aug sept okt nov dec jan-22 feb mrt apr mei juni juli aug sept okt nov dec

18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0

2021

2022

17

4.6.2. Duiding meldingen en melders 0800-1205 Iedereen kan bellen naar het landelijk Meldpunt zorgwekkend gedrag. Het laatst bekende onderzoek van het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag, uitgevoerd door GGD GHOR (2021) laat o.a. zien dat15 de meeste meldingen komen van: — — — —

Politie (51%) Professionals (28%) Inwoners (familie, naasten, buren) (20%) Mensen een melding doen over zichzelf (1%)

Verder laat het onderzoek van de GGD GHOR (2021) o.a. zien dat16: — — — —

Het grootste aantal meldingen binnenkwam tijdens kantoortijd (9.00-17.00uur) Aantal meldingen per meldpunt tussen de 5 tot 200 per maand lagen OGGZ, sociale wijkteams of GGZ het meeste werden ingezet na een melding De woonsituatie van de gemelde was: huurwoning (circa 75%), koopwoning (circa 15%), geen vaste woon of verblijfplaats (circa 10%).

In 2021 heeft het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland handmatig informatie bijgehouden over de meldingen 0800-1205 die via het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag binnenkwamen bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. In 2020 werd nog niet bijgehouden door welke partijen werd geconsulteerd. Door de overgang naar het systeem PGAx in 2022 zijn er geen volledige cijfers bekend over 2022. Organisaties

Aantal consultaties (0800-1205) Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland

politie zelf gemeente overig

2021 7 (4%) 12 (7%) 15 (9%) 24 (14%)

GGZ, MAB + overige maatschappelijke organisaties

25 (15%)

buurtbewoners

42 (25%)

netwerk (essentieel en niet essentieel)

44 (26%)

Totaal

169

Het valt op dat 50% van de consultaties worden gevraagd door bezorgde buurtbewoners en vanuit het netwerk (essentieel en niet essentieel). Het aantal meldingen en de aard van de meldingen zijn erg divers. Bij de lancering van het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag is er ook een publiekscampagne gestart om bekendheid te geven aan het landelijk nummer. De campagne wordt met enige regelmaat herhaalt. Tijdens deze campagnes is vaak ook een (tijdelijke) stijging van het aantal meldingen en consultaties te zien. 4.6.3. Triage van de 0800-1205 Het doel van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland is om de niet-acute meldingen die binnenkomen via het Landelijk meldpunt 0800-1205 zo snel mogelijk te triëren en zo efficiënt mogelijk te verwerken. Dit doen zij in nauwe samenwerking met partijen/organisaties uit het veld. Meldingen die opvolging nodig hebben worden zo snel mogelijk doorgezet naar de juiste partijen die de melding verder op kan pakken. Op deze manier kan samen worden gestuurd op een meer preventieve aanpak om (verdere) escalatie te voorkomen. 4.7.

Perspectief en ervaring van de betrokken partijen bij de aanpak van niet-acute politiemeldingen in de aanpak personen zorgwekkend gedrag

4.7.1. Lokaal perspectief van niet-acute meldingen aanpak personen zorgwekkend gedrag Lokaal hebben gemeenten hun eigen infrastructuur t.b.v. het voorkomen van zorgwekkend gedrag en t.b.v. het snel interveniëren als zich zorgwekkend gedrag voordoet. De lokale infrastructuur kan verschillen per gemeente. Gemeenten vinden het belangrijk dat de regionale structuren en interventies en nieuwe ontwikkelingen goed aansluiten op de lokale structuren. In de afgelopen jaren is er lokaal al veel kennis en kunde opgebouwd betreffende het omgaan met de complexere doelgroep van mensen met zorgwekkend gedrag. Sommige gemeenten hebben al een goed werkende structuur staan waarbij zorg- en veiligheid elkaar tijdig weet te vinden om de juiste (preventie) interventies in te zetten. In gemeenten zijn bijv. beleidsadviseur zorg-veiligheid of proces-coördinatoren actief die de verbinding tussen de verschillende domeinen (zorg en veiligheid) leggen op 15 Infographic-Meldpunten-zorgwekkend-gedrag-febr-2021.pdf (ggdghor.nl) 16 Infographic-Meldpunten-zorgwekkend-gedrag-febr-2021.pdf (ggdghor.nl)

18

beleidsniveau en casusniveau. Voornamelijk in de kleinere gemeenten zijn er korte lijntjes tussen de politie (wijkagenten), de gemeenten (burgemeester, AOV-er en proces-coördinatoren) en lokale wijkteams. Andere gemeenten zijn momenteel lokaal druk bezig met het opzetten van een meer integrale structuur tussen zorg- en veiligheid. De lokale gemeenten geven aan dat de verbinding tussen het regionale nog meer geoptimaliseerd kan worden. Relatiebeheer, meer bekendheid van elkaars sterke punten, meer bekendheid van onderlinge verwachtingen rollen en taken staan hierbij centraal. Zie bijlage 8.2 voor een overzicht per gemeente van lokale interventies in het kader van de aanpak personen met zorgwekkend gedrag. 4.7.2.

Ervaringen Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland betreffende E33/E14 meldingen (nu niet-acute politiemeldingen) De procesregisseurs van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland verwerken en triëren de niet acute politiemeldingen/de i-28 zorgformulieren van de politie (voor 2023 waren dat de E33/E14 meldingen). De procesregisseurs zien de volgende meerwaarde van het verwerken en triëren van deze meldingen vanuit het Meldpunt: —

—

—

—

—

Het Meldpunt heeft vanuit haar rol en positie de mogelijkheid om Zeeuws-breed bij meerdere partijen de meldingen verrijken: politie, 3 RO’s (Reclassering), bemoeizorg, Veilig Thuis, Zeeuwse zorgschakels, GGZ-instellingen (Zeeuws Gronden en Emergis), Leger des Heils, informatieknooppunt Zorg-en Veiligheidshuis Zeeland en het Zorg-en Veiligheidshuis Markiezaten. Het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland is ondergebracht bij de Stichting Zorg-en Veiligheidshuis, waar de lijnen met overige werksoorten en partners kort zijn (zoals ex-gedetineerden, IPC e.d.). Dit zorgt ervoor dat het Meldpunt meldingen snel kan schakelen en snel kan op-en afschalen indien nodig (ieder binnen zijn eigen gegevensdelingskaders). De gegevens worden op een éénduidige manier geregistreerd en behandeld. Door de centrale registratie is en blijft er ook zicht op eerdere mutaties. De verkregen informatie zorgt ervoor dat het Meldpunt een juiste inschatting en afweging kan maken en de melding kan toeleiden naar de instantie(s) die de melding oppakt en de juiste interventie(s) kan inzetten. Het Meldpunt heeft inmiddels een groot (boven)regionaal netwerk opgebouwd en kan vanuit haar rol de samenwerking tussen verschillende domeinen faciliteren en stimuleren (zorg, veiligheid en sociaal domein). Door o.a. partijen aan elkaar te verbinden bij het oppakken van een melding.

De relevante en beschikbare informatie komt op de juiste plek terecht, bij gemeenten.

Er is in het begin veel aandacht gegaan naar het inrichten van de basis en de werkprocessen17, waarbij het continue schakelen en anticiperen was op ontwikkelingen en nieuwe taken. Nu het Meldpunt een aantal jaren bestaat is er meer ruimte gekomen voor de doorontwikkeling op kwaliteit. Het Meldpunt fungeert meer en meer als een centraal knooppunt waar informatie van meldingen binnenkomt, informatie wordt gebundeld en waar expertise en kennis wordt opgebouwd. Het Meldpunt heeft een bovenregionaal overzicht, doordat meldingen en signalen van zorgwekkend gedrag worden verzameld en geanalyseerd. Enerzijds, zorgt dit ervoor dat op casusniveau signalen aan elkaar kunnen worden geknoopt. Er ontstaat een beter beeld van de situatie en er kunnen eventuele verbanden tussen meldingen worden gelegd. Het verloop van een melding wordt bijgehouden en geregistreerd waardoor er geen informatie verloren gaat (bijv. bij verhuizingen). Anderzijds, het bovenregionale overzicht maakt het mogelijk om meer op beleidsniveau trends, patronen en ontwikkelingen in kaart te brengen. Het Meldpunt blijft meebewegen met alle ontwikkelingen die zich voordoen, waarbij de aansluiting op en de verbinding met de lokale infrastructuren voorop staat. 4.7.3.

Ervaringen politie betreffende niet-acute meldingen personen zorgwekkend gedrag Het aantal niet-acute politiemeldingen/meldingen zorgwekkend gedrag blijft stijgen. Dit is een trend die ook landelijk is te zien. De politie geeft aan dat zij al een langere tijd overbelast worden met (niet-acute) meldingen waarbij er nauwelijks sprake is van onveiligheid (crimineel of gevaarlijk gedrag) maar waarbij er eerder sprake is van een (onderliggende) zorgvraag. Het gaat dan vaak om ggz-gerelateerde problematiek. In de praktijk is het alleen vaak de politie die op deze meldingen af moet. Echter, voor deze meldingen is politie inzet vaak niet het meest passend, en werkt politie inzet soms zelf averechts voor de betrokkene(n). Bij deze meldingen is er meer behoefte aan (snel) inzetbare hulpverlening die de (onderliggende) zorgvraag kan oppakken. De samenwerking tussen de inzet van de politie en de inzet van zorg/ggz is nog niet goed georganiseerd. Dit betekent dat de politie momenteel nog steeds de partij is die de melding moet oppakken. De politie is daar veel tijd aan kwijt. In bredere zin constateert de politie dat er een gat zit tussen het oppakken van de ‘klassieke crisismeldingen’ en de niet-acute politiemeldingen. Er vallen cliënten tussen wal-en-schip.

Dit is vaak het geval bij personen die kampen met complexe problematiek, die zo nu en dan in beeld komen bij de politie, maar nergens terecht kunnen omdat ze a) ‘niet zwaar genoeg zijn’ om opgenomen te worden of b) ‘te complex en te gevaarlijk zijn’ om binnen reguliere opvang voorzieningen op te nemen. Naast het feit dat het niet mogelijk is om deze cliënten op te nemen

17

Zie de ontwikkellijn ‘huis op orde’ uit de Meerjarenagenda Zorg- en Veiligheidshuizen 2021-2024

19

ontbreekt het vaak ook aan passende (tussen)voorzieningen of opvangmogelijkheden 18, waardoor mensen alsnog weer op straat terecht komen. De politie ziet deze mensen continue terugkomen (de zgn. draaideur cliënten), en waar momenteel nog geen passende oplossing voor lijkt te zijn. Vanuit het Ministerie VWS en V&J zijn er middelen beschikbaar gesteld (via ZonMw) om de samenwerking tussen politie, GGZ en het sociaal domein te versterken om bovengenoemde problemen aan te pakken. Het streven is om in 2023 in samenwerking met de werkgroep Wvggz en Apzg en het afstemmingsoverleg deze opdracht op te pakken en een aanvraag in te dienen. 4.7.4. Ervaringen GGZ betreffende niet-acute meldingen personen zorgwekkend gedrag Er wordt binnen het MJD-team van Emergis opgemerkt dat er steeds meer sprake is van complexe problematiek bij mensen die verantwoordelijk zijn voor een hoog aantal politiemeldingen. Er is dan sprak van zowel forse sociale problematiek, psychische problematiek, verslavingsproblematiek en vaak ook in combinatie met een verstandelijke beperking. Deze mensen zijn vaak bij verschillende instellingen bekend, die los van elkaar opereren (bijv. schuldhulpverlening, wijkteams, politie, woningbouw). Het overlastgevende gedrag staat op de voorgrond. Dit zorgt ervoor dat er in de praktijk meestal op basis van incidenten wordt ingegrepen.

Door de vele betrokken partijen missen we vaak het overzicht en de daadwerkelijke zorgvraag die onder de problematiek ligt, wordt niet opgepakt. De kunst wordt om alle signalen vanuit verschillende instanties eerder de bundelen, een juiste triage in te zetten om de hulpvraag te achterhalen en de juiste hulpverlening in te zetten. Emergis merkt op dat, vooral bij casussen waarbij sprake is van psychiatrie en LVB, de start van begeleiding met wekelijks contact, voor een afname van de politiemeldingen zorgt. 4.8.

Lopende initiatieven en ontwikkelingen in de aanpak personen zorgwekkend gedrag

Er zijn een heleboel initiatieven en ontwikkelingen in Zeeland die onderdeel uitmaken van de aanpak van personen met verward gedrag (of die te linken zijn aan de aanpak). Lopende initiatieven zijn: de sociale opvangplaatsen, SPOR en het vervoer. Ontwikkelingen zijn: de invoer van i-28 zorgformulieren van de politie en de triage, Skaeve Huse, organiseren van ‘loopvermogen’, pilot ‘straatpsychiater’ en de registratie via PGAx en optimaliseren monitoring. De stand van zaken van deze thema’s wordt hieronder uiteengezet. Deze initiatieven en ontwikkelingen laten zien dat er al veel is georganiseerd binnen de aanpak en de aanpak een breed bereik heeft. Het is van belang dat betrokken partijen op de hoogte zijn en blijven van lopende initiatieven en dat de samenhang tussen al deze lopende initiatieven en ontwikkelingen te bewaken. Dit zorgt ervoor dat we hiaten in de aanpak kunnen opvullen en dat we voorkomen dat zaken naast elkaar gaan lopen. Let op: per initiatief/ontwikkeling is de stand van zaken weergegeven op het moment van schrijven. Het is mogelijk dat er inmiddels weer wijzigingen hebben plaatsgevonden. 4.8.1. Sociale opvangplaatsen In juli 2021 is er een pilot gestart voor één jaar voor het realiseren van 3 sociale opvangplaatsen bij Emergis. De duur van de pilot was van 1 juli 2021 tot 1 juli 2022.

Op basis van monitoring en evaluatie is in 2022 besloten om vervolg te geven aan de pilot en heeft Emergis de sociale opvangplaatsen structureel ingebed19. De sociale opvangplaatsen zijn bedoeld om mensen op te vangen die verward/onbegrepen gedrag vertonen en (extreem) overlast veroorzaken vaak ten gevolge van (excessief) alcohol en/of drugsgebruik. Het zijn mensen die geen medische zorg nodig hebben in een algemeen ziekenhuis of in een kliniek van Emergis. De combinatie van psychosociale problematiek en middelengebruik zorgde er voorheen voor dat deze mensen vaak meerdere keren per nacht in aanraking kwamen met de politie of binnengebracht werden bij de SPOR (zgn. draaideur-cliënten). De sociale opvangplaatsen zorgen ervoor dat deze groep mensen nu: —

een plek hebben waar ze tot rust kunnen komen;

—

kunnen stabiliseren;

—

door de sociale casemanagers van de snel kunnen worden toegeleid naar passende ondersteuning en/of onderdak.

Het grootste aantal mensen dat gebruik maakt van de sociale opvangplaatsen, komen binnen via en worden beoordeeld op de SPOR. Overige doorverwijzers zijn AOV-ers of GGZ (n.a.v. overlastgevende situaties). De aard van de problematiek van de mensen die gebruik maken van de sociale opvangplaatsen is voornamelijk: overlastgevend/verward gedrag, verslaving, dakloosheid, suïcide uitingen, psychotische decompensatie, PTSS. Psychiatrie in combinatie met verslaving komt het meeste voor. Een sociaal casemanager wordt direct ingezet om met de persoon te onderzoeken wat hij/zij nodig heeft. De doorverwijzing en ingezette vervolghulpverlening is divers en casusafhankelijk. Toeleiding vindt plaats o.a. naar: crisisdienst, naar het lokale veld (na overleg met de gemeente), opvangvoorzieningen, huisartsen, GGZ, MJD, of eigen netwerk van de persoon. Bij sprake van een veiligheidsrisico wordt het Zorg-en Veiligheidshuis geïnformeerd. Soms verlaat een persoon de sociale 18

Met opvangvoorzieningen wordt bedoeld een plek waar de politie de persoon in kwestie naartoe kan brengen, zodat de politie zijn verdere werkzaamheden kan oppakken en de persoon in kwestie sneller wordt toegeleid naar passende ondersteuning/hulp en/of (tijdelijk) onderkomen. 19 De volledige evaluatierapportage van de sociale opvangplaatsen Emergis is in 2022 gedeeld met de werkgroep en de Stuurgroep Wvggz en Apzg.

20

opvangplaats zonder vervolgtraject. Dan is de ‘time-out’ in de sociale opvangplek voldoende geweest om tot rust te komen en weer terug naar huis te keren. Merendeel van de personen verblijven 1 t/m 3 nachten. Dit is vaak voldoende om tot rust te komen en te stabiliseren. Bij enkele casussen komt het voor dat personen langer dan 3 dagen verblijven. De verklaring voor langer verblijf is vaak de complexiteit van de ondersteuningsvraag van de persoon, waardoor de sociaal casemanager langer de tijd nodig heeft om de persoon toe te leiden naar passende ondersteuning. Hieronder staat een overzicht van het aantal personen dat gebruik heeft gemaakt van de sociale opvangplaatsen bij Emergis. De meetgegevens van 2021 en 2023 zijn niet compleet. In 2021 is de pilot in juli gestart. Als we de gemiddelde aantallen per maand nemen en deze doorberekenen, kunnen we uitgaan van een gemiddeld aantal van 30 personen per jaar dat gebruik maakt van de sociale opvangvoorzieningen. In bijlage 8.11 staat een specificatie per gemeente. aantal personen dat gebruik heben gemaakt van de sociale opvangplaatsen. Bron: Emergis 35 30 25 20 15 10 5 0

30

16 7

2021 (vanaf 27-7-2021)

2022

2023 (t/m 19-4-2023)

4.8.2. Vervoer De GGZ-organisaties, Verslavingszorg, de Regionale Ambulance voorzieningen, de Politie en het Openbaar Ministerie binnen de eenheid Zeeland-West-Brabant werken nauw samen bij de opvang, begeleiding en behandeling van mensen met psychische en/of verslavingsproblematiek. Deze samenwerking richt zich in de eerste plaats op het verlenen van goede zorg in een veilige werkomgeving. In 2019 hebben deze partijen een Convenant opgesteld op arrondissementsniveau waarin afspraken zijn opgenomen over de samenwerking. Dit gaat o.a. over afspraken over wie wanneer verantwoordelijk is voor het vervoer van desbetreffende personen. Per 1 september 2022 is dit Convenant geactualiseerd, mede door de invoering de Wvggz in 2020. De partijen vinden dat personen met (vermoedelijk) verward en/of psychiatrisch (crisis)gedrag gebaat zijn bij passend vervoer en opvang, door zorgprofessionals die in de omgang met personen met onbegrepen gedrag kunnen de-escaleren en van wie de bejegening is gericht op versterking van de eigen kracht en het herstel van de persoon. Als er geen sprake is van een strafbaar feit, is de ambulancedienst 24/7 bereikbaar en beschikbaar om bij een crisissituatie het vervoer van de persoon naar een beoordelingslocatie (SPOR) of een andere aangewezen zorgorganisatie te verzorgen.

Als er sprake is van (een verhoogd risico op) onveiligheid gedurende het vervoer, begeleidt de politie dit vervoer om de veiligheid van de ambulancemedewerkers te bewaken. Dit was in het Convenant al een uitgangspunt en deze afspraak blijft binnen het geüpdatet Convenant van kracht. De Convenantpartijen zitten in de afrondingsfase van het Convenant. Er liggen nog enkele werkafspraken die nader uitgewerkt en vertaald moeten worden naar de lokale situatie. Voor de zomer wordt toestemming gevraagd aan alle Convenantpartijen om het Convenant breed te delen met ketenpartners. Als deze toestemming is gegeven wordt het Convenant gedeeld in de werkgroep Apzg en Wvggz en het afstemmingsoverleg. 4.8.3. SPOR Zeeland kent één centrale Spoedeisende Psychiatrische Onderzoeksruimte (SPOR), gesitueerd op de hoofdlocatie van Emergis in Kloetinge. De SPOR wordt bekostigd vanuit de Zvw (zorgverzekeringswet). Mensen die acuut ernstig verward/overlastgevend/psychotisch gedrag vertonen, maar geen strafbaar feit hebben gepleegd, worden naar de SPOR gebracht. De SPOR is een ruimte iemand tot rust kan komen, zonder zichzelf of anderen in gevaar te brengen. Professionals van de crisisdienst kunnen dan goed beoordelen of er sprake is van psychische stoornis en welke vervolgstappen nodig zijn. De SPOR vult een hiaat op in de integrale aanpak van personen met zorgwekkend gedrag.

De SPOR heeft een de-escalerend effect, enerzijds door de opvangvorm en anderzijds door de manier van beoordeling. De opvangvorm is prikkelarm en de professionals van de crisisdienst betrekken namelijk ook het netwerk van de persoon bij de beoordeling. De SPOR voorkomt dat mensen die ernstig verward gedrag vertonen, maar geen strafbaar feit hebben gepleegd, onnodig worden opgepakt en naar een politiecel worden gebracht. Op deze manier extra leed voor de persoon in kwestie voorkomen. Het verblijf in de SPOR is vrijblijvend. Vervolghulpverlening is afhankelijk van de beoordeling en kan verschillen per situatie. Hieronder staat een overzicht van het aantal personen die binnengebracht zijn bij de SPOR. De aantallen van 2022 zijn nog niet volledig geanalyseerd en zijn om deze reden nog niet opgenomen in het onderstaande overzicht. Er is duidelijk een stijgende lijn te zien in het aantal cliënten die worden binnengebracht bij de SPOR. 21

Totaal aantal cliënten vervoerd naar de SPOR (2016-2021). Bron: politie Zeeland/WestBrabant 250 200

200

173

159

150

144

139

2017

2018

128

100 50 0 2016

2019

2020

2021

Hieronder staat een gespecificeerde overzichten van door welke partij het vervoer naar de SPOR is uitgevoerd (door de politie, ambulance of gezamenlijk). Het merendeel van de mensen wordt binnengebracht door de ambulance. Vanaf 2020 is een grotere stijging te zien in het aantal mensen die vervoerd werden naar de SPOR door de ambulance. Het aantal personen dat wordt vervoerd door de politie of de ambulance én de politie lijkt meer stabiel te blijven. Vervoer per partij (politie, ambulance of samen), per jaar. Bron: politie Zeeland/WestBrabant 112

120

112

100 78

80 55

60 40

48

36

40

48

50

45

40

49 39 28

22

20 0 2018

2019

2020 Politie

Ambulance

2021

2022 (tm aug 2022)

Pol en Ambu

Hieronder staat het aantal personen dat is vervoerd naar de SPOR per sub-regio per jaar. De meeste mensen komen uit de Oosterschelderegio. Ook in dit overzicht is de blijvende stijging te zien. De aantallen van de 2 e helft van augustus zijn nog niet bekend, maar de verwachting is dat deze aantallen hoger uitkomen dan de aantallen in 2021. Aantal personen vervoerd naar de SPOR per sub-regio per jaar. Bron: politie Zeeland/West-Brabant 95

100 80

88

80

71

69

66

66

60 40

35

33

41

39

37

27

18

20

44

0 2018

2019

2020 WAL

OSB

2021

2022 (tm aug 2022)

ZVL

Vanaf 2021 worden ook de aantallen per dagdeel geregistreerd. De aantallen voor 2022 zijn nog niet bekend. De aantallen uit 2021 laten zien dat toch nog de meeste mensen worden binnengebracht in de avonduren/nacht. Dit is mogelijk te verklaren doordat mensen die kampen met ggz problematiek in combinatie met andere multiproblematiek, vaak een omgekeerde dag/nachtritme (o.a. door het gebrek aan (passende) dagbesteding). De overlast op straat/in de wijk in de avonduren vaak eerder wordt opgemerkt, omdat de meeste mensen dan terug zijn van hun werk en mogelijk ook sneller de overlast opmerken/melden. 22

Aantal meldingen per dagdeel (dag, avond en nacht) in 2022. Bron: politie Zeeland/West-Brabant

Avond/Nacht 17.00-8.00u

116

Dag 8.00-17.00u

84 0

20

40

60 2022

80

100

120

140

2021

4.8.4. Skaeve Huse Skaeve Huse is een woonvorm en maatwerkoplossing voor mensen die zich niet aan de woonomgeving in de wijk (kunnen) aanpassen. Het zijn vaak mensen die vanwege hun langdurige of ernstig overlastgeven gedrag hun woning (dreigen te) verliezen. Deze mensen zijn, door hun gedrag, vaak niet geschikt om in een wijk te wonen of in een geclusterde woonvorm of instelling. Ze zijn vaak ook niet in staat om hun huis orde te houden. Skaeve Huse kan ook worden ingezet voor daklozen die blijven terugkeren bij de maatschappelijke opvang en het niet voor elkaar krijgen om zelfredzaam te zijn in een eigen woning in de wijk, door o.a. overlastgevend gedrag. Skaeve Huse zijn woonunits in een vaak rustige omgeving buiten een stad/dorp, met weinig prikkels van buitenaf. De mensen die in een Skaeve Huse wonen, ontvangen persoonsgerichte ambulante begeleiding. Het concept Skaeve Huse is van origine niet bedoeld als ‘eindstation’. Vaak wordt er nog ingezet op begeleiding, die samen met de betrokkenen op zoek gaat naar oplossingen en mogelijkheden voor de betrokkenen om terug te keren naar een woonwijk of prikkelarme woonomgeving. In de praktijk kan het mogelijk zijn dat Skaeve Huze uiteindelijk voor sommige mensen wel een ‘eindstation’ is en Skaeve Huze het meest passende concept is voor de betrokkene.

Vanuit de Bouwstenennotitie Maatschappelijke Opvang zijn er middelen beschikbaar gesteld voor het realiseren van drie Skaeve Huse (één per sub-regio) in Zeeland. Voor de regio Zeeuws-Vlaanderen is Terneuzen bezig met het opstarten van een Skaeve Huze. Voor de Oosterschelderegio is de gemeente Schouwen-Duiveland hiermee bezig. Walcheren is ook gestart. In de werkgroep MO wordt de voortgang rondom Skaeve Huse gevolgd en bijgestuurd waar nodig. De ontwikkelingen worden ook gedeeld in de werkgroep Wvggz en Apzg en het afstemmingsoverleg. Wijk GGD Een Wijk-GGD’er is bedacht om in de uitvoering meer samenhang te creëren tussen de domeinen zorg-en veiligheid bij de aanpak van personen met zorgwekkend en overlastgevend gedrag. Het is een professional met kennis van de ggz en de psychiatrie. De Wijk-GGD’er is binnen de lokale zorgstructuren snel inzetbaar, kan snel signaleren en kan doen wat nodig is om de persoon met zorgwekkend en overlastgevend gedrag toe te leiden naar een passend zorgaanbod. Dit kunnen soms ook onconventionele oplossingen zijn. Het Ministerie V&J heeft middelen (middels subsidie) beschikbaar gesteld voor de uitrol van de landelijke methodiek ‘Wijk-GGD’. De gemeente Goes heeft in 2020 toegekend gekregen en is gestart met het instellen van een ‘wijkwerker’. Uit een eerste evaluatierapportage blijkt dat de aanpak succesvol is.

Een paar belangrijke succesfactoren van de aanpak zijn: — — —

—

De wijkwerker heeft de tijd, de ruimte, het loopvermogen en de vrijheid om dieper op een casus in te duiken en vervolgens naar passende ondersteuning (op maat) te zoeken; De wijkwerker is niet direct gekoppeld aan een organisatie en heeft daardoor meer mogelijkheden om vanuit de lokale aanwezigheid in de wijk direct en laagdrempelig te handelen; De wijkwerker kan door in de wijk te zijn een netwerk met professionals en de inwoners opbouwen (bestaande uit korte lijntjes). Dit zorgt ervoor dat de wijkwerker ook eerder zicht krijgt op signalen en vroegtijdiger bij een casus betrokken kan worden, maar ook als ‘waakvlam’ kan optreden nadat een casus is opgepakt (om escalatie te voorkomen); De wijkwerker kan echt optreden als verbindingsofficier tussen zorg-en veiligheidsprofessionals en heeft daardoor een integrale kijk op de casus, waardoor er sneller passende oplossingen worden bedacht;

Recent is de handreiking privacy en gegevensdeling Wijk-GGD’er gepubliceerd door het CCV.20 In de handreiking staat dat de Wijk GGD’er kan worden ingezet als ‘outreachende vorm van het Meldpunt niet-acuut’. Vanaf 2023 is er via ZonMw weer een nieuwe subsidie beschikbaar gesteld om in de regio’s de verdere uitrol van Wijk-GGD’er te stimuleren. De gemeente Borsele is ook aan het onderzoeken of zij een Wijk-GGD’er gaan instellen. Met de

20

Wijk-GGD’er - Het CCV

23

werkgroep en het afstemmingsoverleg wordt gekeken óf en hoe we dit concept breder kunnen gaan inzetten in Zeeland. 4.8.5. Invoer i-28 zorgformulier politie en triage Eerder is aangegeven dat de politie per 1-1-2023 in Zeeland is gestart met de implementatie van de i28zorgformulier. De i-28 zorgformulieren zijn formulieren die de politie opmaakt (naast de reguliere, bestaande politiecodes), als zij denken dat er sprake is van een (onderliggende) zorgvraag die opgepakt moet worden. Middels een pilot is er vanaf 1-1-2023 gestart met de i28-formulieren. Conform de Wet politiegegevens machtigingsbesluit deelt de politie vanaf 1-1-2023 alleen de i28-zorgformulieren nog maar met de regionale meldpunten. Het Meldpunt en gemeenten hebben in Q1 wekelijkse triagemomenten ingebouwd, om ervoor te zorgen dat relevante beschikbare informatie van de niet-acute politiemeldingen/de i-28 zorgformulieren op de juiste plek terecht komt bij gemeenten. Dit is een nieuwe werkwijze, omdat voorheen voormalige politiemutaties soms rechtstreeks vanuit de politie met gemeenten werd gedeeld. In Q2 en 3 van 2023 evalueren het Meldpunt en de gemeenten deze nieuwe werkwijze. Daarna wordt gekeken hoe de triage voor de i-28 zorgformulieren/nietacute politiemeldingen definitief wordt ingericht. Het streven is om binnen de gestelde kaders zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de lokale situatie. 4.8.6.

Organiseren ‘loopvermogen’ Vanuit de partijen die betrokken zijn bij de aanpak personen met zorgwekkend gedrag is er behoefte aan het organiseren van ‘loopvermogen’ bij niet-acute politie meldingen. Zoals eerder aangegeven is de noodzaak voor het organiseren van dit loopvermogen het grootst. Maar ook het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland en de gemeenten (voornamelijk veiligheidsambtenaren) geven dat er een grote behoefte is aan een werkwijze/samenwerkingsvorm waarbij we niet-acute politiemeldingen sneller en effectiever kunnen oppakken. De leden van de werkgroep Wvggz en Apzg en het afstemmingoverleg en overige ketenpartners werken het ‘loopvermogen’ verder uit in 2023. Op het oppakken van deze ontwikkelopgave past binnen de subsidiemogelijkheden vanuit ZonMw, waarin de focus ligt op de intensivering van de samenwerking tussen de GGZ, politie en het sociaal domein in de aanpak van personen met zorgwekkend gedrag. Het doel is om in 2023 een subsidieaanvraag in te dienen bij ZonMw voor dit onderdeel. Wat betreft het organiseren van het loopvermogen d.m.v. het bundelen van expertises en verschillende partijen kan er voorbeeld worden genomen aan de pilot ‘straatpsychiater’. De pilot bevindt zich momenteel in de voorbereidingsfase. De planning is om in 2023 na de zomer te starten.

In deze pilot bundelen de GGD/bemoeizorg, Emergis en het Leger des Heils hun krachten en kijken zij samen hoe de straatpsychiater zo efficiënt mogelijk ingezet kan worden. Om voornamelijk de doelgroep zorgmijders met complexe problematiek en vaak overlastgevend gedrag meer doeltreffend te kunnen gaan helpen. Het is een mooi voorbeeld hoe verschillende organisaties hun expertise bundelen en samenwerkingsafspraken maken om een passende oplossing te vinden voor de aanpak van een complexe doelgroep. De doelgroep waarvoor de straatpsychiater wordt ingezet overlapt met de doelgroep die valt binnen de aanpak personen met zorgwekkend gedrag. 4.8.7. Registratie via PGAx en optimaliseren monitoring In 2022 is het nieuwe ICT-systeem PGAx geïmplementeerd bij de Stichting Zorg-en Veiligheidshuis en bij het Meldpunt Zorgwekkend gedrag als onderdeel van de stichting. PGAx is een digitaal platform dat meer mogelijkheden biedt en beter aansluit op de persoonsgerichte aanpak binnen de verschillende taken die zijn ondergebracht bij het Zorg-en Veiligheidshuis. Met PGAx is het o.a. mogelijk geworden om privacyproof informatie op te vragen bij ketenpartners. Het systeem draagt bij aan het meer efficiënte en meer eenduidige manier van registeren en biedt ook meer mogelijkheden tot samenwerking met andere Zorg-en Veiligheidshuizen en Meldpunten.

De implementatie van het systeem kost tijd en vergt nog verdere afstemming op technisch vlak met andere organisaties. Het werken met PGAx haakt in op één van de speerpunten uit de landelijke agenda van de Zorg-en Veiligheidshuizen, namelijk ‘huis op orde’. Hieronder valt ook het op orde maken en houden van de registratie. Landelijk zijn de ZVH-en bezig met het ontwikkelen van een basisset van registratie-parameters in PGAx. Dit gaat ervoor zorgen dat er ook meer eenheid komt in de registratie waardoor het mogelijk wordt om vergelijkingen te maken en trends te laten zien. In de implementatieperiode heeft ook het Meldpunt moeten overstappen van een oud-registratie systeem naar het nieuwe systeem PGAx. Deze overgang heeft ervoor gezorgd dat er over het jaar 2022 geen uitgebreide data beschikbaar is vanuit het Meldpunt. Om deze reden is het beeld van de E33 en E14/niet-acute politiemeldingen verder aangevuld met data vanuit de politie, om alsnog een zo’n compleet mogelijk beeld te geven. Het optimaliseren van de registratie en de monitoring blijft de komende tijd een aandachtspunt. 4.8.8. Ketenveldnorm/Levensloopaanpak In december 2020 is begonnen met de implementatie van de levensloopaanpak in Zeeland en per 2022 is de levensloopaanpak van start gegaan.

De levensloopaanpak is er voor personen (18+) die agressief en/of gevaarlijk gedrag (dreigen te) vertonen richtingen anderen/samenleving als gevolg van een psychiatrische aandoening en/of een (licht) verstandelijke beperking en/of niet aangeboren-hersenletsel (NAH). Het gaat dan voornamelijk over langdurige, terugkerende en moeilijk beheersbare (multi)problematiek), die onvoldoende in bestaande zorg- en begeleidingssystemen te beheersen valt. De levensloopaanpak biedt ambulante begeleiding en is gericht op een sluitende aanpak tussen het vrijwillig, verplicht en het strafkader. Emergis is in Zeeland de levensloopaanbieder en 24

verzorgt de aanmeld -en opstartfase van de levensloopaanpak en het levensloop-casemanagement als er een persoon geïncludeerd wordt in de levensloopaanpak. Een persoon kan via verschillende routes in aanmerking komen voor de levensloopaanpak: vanuit het verplichte kader (Wvggz, Wzd, Wfz, strafrecht of onder voorwaarde route) en het vrijwillige kader (bemoeizorg, GGZ, VG). Qua doelgroep, samenwerkingspartners en op dossierniveau, inhoudelijk en casusniveau liggen er hier linken met de aanpak personen met zorgwekkend gedrag en de Wvggz. Een weergave van deze linken is te zien in bijlage 8.12. Eventuele knelpunten op het snijvlak van deze dossiers worden in eerste instantie geagendeerd voor de Regiotafel verplichte zorg Zeeland en het Regio-overleg Wvggz op arrondissementsniveau. En indien nodig worden punten geagendeerd op het afstemmingsoverleg Wvggz, Apzg en Lla.

5.

Analyse en bevindingen: Wet verplichte GGZ

Per 2020 zijn de wettelijke taken van de Colleges in het kader van de Wet verplichte GGZ belegd bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. Dit gaat om de meldfunctie, triage, het verkennend onderzoek en de aanvraag voorbereiding zorgmachtiging bij de officier van justitie van het OM. De rechter besluit uiteindelijk of er wel/geen zorgmachtiging (ZM) wordt opgelegd. De meeste aanvragen voor een ZM komen direct via de GGZ binnen bij de OvJ. In Zeeland zijn Emergis en Zeeuwse Gronden de gecontracteerde GGZ-aanbieders die de ZM mogen uitvoeren. Daarnaast kan de burgemeester besluiten een crisismaatregel (CM) op te leggen. Een kleiner percentage van de meldingen Wvggz komen binnen via het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. De routes van de Wvggz-meldingen in Zeeland komen overeen met het landelijke beeld: 94% van de aanvragers voorbereiding ZM/verzoekschrift bij OvJ komt vanuit de zorg (geneesheerdirecteur, behandelaar) en 4% komt vanuit het college van B&W (vaak via regionaal Meldpunt)21. In Zeeland kwam: 95,4% van de aanvragers voor voorbereiding ZM/verzoekschrift bij OvJ uit de zorg en 4,6% vanuit het college van B&W (via het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland). Zeeland loopt dus nagenoeg gelijk met het landelijk gemiddelde. Zie bijlage 8.1 voor een uitgebreide beschrijving van de procedures, taken en verantwoordelijkheden in het kader van de Wvggz.

In dit hoofdstuk komen de belangrijkste onderdelen van de Wvggz aan bod. A.d.h.v. data van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland, van Emergis en van de landelijke Ketenmonitor Wvggz, wordt er op onderdelen een beeld geschetst van zowel de landelijke situatie als van de Zeeuwse situatie. 5.1.

Wvggz meldingen via het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland

5.1.1. Meldfunctie Wvggz Met de Wvggz hebben meer mensen de mogelijkheid gekregen om een melding Wvggz te maken als zij zich zorgen maken over de psychische gezondheid van een persoon en/of (het vermoeden) dat een persoon gevaar vorm voor zichzelf of anderen (bijv. als iemand noodzakelijke psychische hulp weigert). De wet is ontworpen om het voornamelijk ook burgers, naasten- en familieleden meer toegankelijk te maken om een melding te doen. Verder is ook nog steeds mogelijk om voor professionals een melding te doen (zoals hulpverleners/behandelaren, burgemeester en de politie). Een melding in het kader van de Wvggz kan op twee manieren binnenkomen bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland: via het ‘meldformulier’ op de website van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland 22 of telefonisch. Soms kan een melding vanuit de doorgeschakelde telefoontjes 0800-1205 uiteindelijk ook resulteren in een Wvvgz-melding. Mensen kunnen ook anoniem een melding Wvggz indienen. Mensen kiezen er vaak voor om anoniem te melden als er sprake is van een veiligheidsrisico. Op de volgende pagina staat een tabel waarin het aantal Wvggz meldingen is weergegeven die zijn binnengekomen via het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland.

Alle Wvggz-meldingen die leiden tot een zorgmachtiging (ZM) worden uiteindelijk ook geregistreerd door Emergis, omdat alle beoordelingen in het kader van een ZM via de geneesheerdirecteur van Emergis lopen.

21

Infrographic Ketenmonitor 2022 DEF

22

Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland - Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland

25

Totaal aantal Wvggz meldingen gemeld bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland over de periode van 2020-2022 100 58

47

40

2021

2022

50 0 2020

Interessant is het verschil tussen de aantallen in de tabel hierboven en de aantallen in het overzicht hieronder. In de tabel hierboven is een daling te zien van het aantal meldingen die binnengekomen zijn bij het Meldpunt. Het gespecificeerde overzicht hieronder laat juist zien dat de aantal ‘aanvragen voorbereiding zorgmachtiging’ die het Meldpunt doet, toeneemt. Ook het aantal aanvragen die zijn voorbereidt door de OVJ en het OM nemen ook toe. Ook al lijkt dus het aantal meldingen Wvggz af te nemen, het aantal aanvragen voorbereidingen ZM (ingediend bij de OVJ) en ‘het daadwerkelijk aantal aanvragen voorbereiden voor OM’ stijgt procentueel t.o.v. de meldingen Wvggz. 2020

2021

2022

totaal aantal unieke personen

46

39

NB*

aantal verkennende onderzoeken uitgevoerd door het Meldpunt

42

34

38

aantal meldingen die niet geleid hebben tot een verkennend onderzoek

NB**

NB**

3

aantal aanvragen voorbereiding zorgmachtiging ingediend bij OvJ van het OM

17

17

18

Daadwerkelijk aantal aanvragen voorbereiden voor OvJ van het OM

7

10

11

Daadwerkelijk aantal aanvragen niet voorbereiden voor OvJ van het OM

10

7

6

aantal aanvragen voorbereiding zorgmachtiging afgewezen door OM

4

NB**

6

aantal aanvragen die hebben geleid tot een verzoekschrift bij de rechtbank

6

NB**

11

aantal aanvragen voorbereiding zorgmachtiging die nog in behandeling waren bij het OM (ten tijde van de uitvraag van de cijfers)

0

0

1

* het aantal unieke personen is niet bekend, omdat in het kader van privacy geen cijfers meer geregistreerd worden in Excel en de rapportage vanuit Khonraad geen aantal unieke personen vermeldt. **In 2020 en in 2021 werden deze gegevens nog niet geregistreerd. Onderstaande overzicht vertaalt het bovenstaande overzicht in percentages: hoe de aantal aanvragen ZM, voorbereidingen ZM, niet bereiden ZM door OvJ zich verhouden tot het totaal aantal verkennende onderzoeken die door het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland zijn uitgevoerd. Percentages AVZM, Voorbereiding OvJ niet voorbereiden OvJ en nog geen beoordeling OvJ t.o.v. totaal aantal verkennen de onderzoeken. Bron: Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland (stand op 1-1-2023) 60%

40%

50%

47%

40%

17%

20%

29%

29%

24%

21%

16% 0%

0% AVZM ingediend Ovj

Voorbereiden OvJ 2020

Niet voorbereiden OvJ 2021

0%

3%

Nog geen beoordeling OvJ

2022

Een vergelijking van de aantallen (van meldingen die geregistreerd zijn i.h.k.v. de Wvggz, de verkennende onderzoeken en de aanvragen ZM bij de OvJ) die landelijk bekend zijn en de aantallen die bekend zijn bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland, is er in grote lijnen een vergelijkbaar beeld te zien (zie op de volgende pagina). Dit is vooral het geval bij de verkennende onderzoeken. Verder wijkt het beeld van Zeeland niet veel af van het landelijk beeld.

26

Landelijk: aantal Wvggz meldingen, VO en aanvraag ZM bij OvJ over de periode 20202022. Bron Ketenmonitor Wvggz 1644

2000 1500 1000 500 0

1617

1373

1315

meldingen geregistreerd als melding Wvggz

1304

1239

800

verkennende onderzoeken 2020

2021

587

571

aanvragen ZM bij OvJ

2022

Bekend bij Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland: aantal Wvggz meldingen, VO en aanvraag ZM bij OvJ over de periode 2020-2022. Bron: Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland 70

58

60

47

50

42

40

40

38

34

30

17

20

17

18

10 0 meldingen geregistreerd als melding Wvggz

verkennende onderzoeken 2020

2021

aanvragen ZM bij OvJ

2022

De verdeling van het aantal Wvggz meldingen per gemeente is op de volgende pagina aangegeven. Een aantal gemeenten is stabiel gebleven. In sommige gemeenten zijn juist de aantallen juist flink gezakt of gestegen. Het is lastig om aan te geven wat hiervoor de verklaring zou kunnen zijn. Daarvoor zou je per casus moeten kijken wat de situatie is. De kleinere gemeenten kennen bijna ook allemaal de laagste aantallen (Veere, Sluis, Kapelle, Reimerswaal, Noord-Beveland en Tholen). De grootste gemeenten hebben de hoogste aantallen (Vlissingen, Middelburg, Terneuzen en Goes). Opvallend is dat de gemeente Borsele en Schouwen-Beveland kleinere gemeenten zijn, maar wel relatief hoge aantallen hebben. aantal Wvggz meldingen gemeld bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland per gemeente, over de periode van 2020-2022 14 12 10 8 6 4 2 0 Vlissing Middelb Veere en urg 2020 2021 2022

5 6 7

11 6 9

1 1 4

Sluis

Terneuz en

Hulst

Borsele

2 1 2

9 5 4

1 5 4

8 6 0

2020

2021

Schouw NoordReimers enGoes Kapelle Bevelan Tholen waal Duivela d nd 12 0 3 0 6 0 3 3 2 0 7 2 2 3 0 0 4 1

2022

5.1.2. Verkennend onderzoek Het verkennend onderzoek is gericht op de onderbouwing van drie kernvragen: — (vermoeden van) ernstig nadeel, en het — (vermoeden van) psychische stoornis; — noodzaak van verplichte zorg, inclusief deelvragen over bereidheid van de cliënt om vrijwillige zorg te accepteren of te behouden. Zoals in het overzicht hierboven aangegeven hebben in 2020 58 Wvggz meldingen geleid tot 49 verkennende onderzoeken; in 2021 47 Wvggz meldingen geleid tot 39 verkennende onderzoeken; in 2022 40 Wvggz meldingen geleid tot 37 verkennende onderzoeken (uitgevoerd door het Meldpunt). De meeste verkennende onderzoeken resulteren in een toeleiding naar de lokale proces-coördinator/regisseur of passende zorg buiten het sociaal domein en/of bestaande hulpverlening. Zoals in het overzicht op de vorige pagina is aangegeven, resulteert een minder groot aantal in een ‘aanvraag voorbereiding zorgmachtiging’ die wordt 27

ingediend bij de OvJ van het OM. 5.1.3. Aanvraag voorbereiding zorgmachtiging De aanvraag voorbereiding zorgmachtiging (AVZM) wordt gedaan, als uit het verkennend onderzoek blijkt de betrokken partijen, zoals naasten/familieleden en de behandelaar van mening zijn dat gedwongen zorg noodzakelijk is. De OvJ van het OM beoordeelt de aanvraag en bepaalt of er voldoende gronden zijn om een zorgmachtiging (ZM) in te stellen. De OvJ kan ook besluiten om een voorlopige ZM te verlenen, waarmee direct gedwongen zorg kan worden ingezet voor een beperkte periode in afwachting van een definitieve beslissing. 5.2.

Wvggz meldingen via GGZ (Emergis/Zeeuwse Gronden)

5.2.1. Aantal Zorgmachtigingen – bekend bij Emergis De meeste aanvragen tot een ZM verlopen direct via de GGZ-instelling Emergis en worden vanuit Emergis doorgezet naar de OvJ van het OM. Emergis voert ook de meeste zorgmachtigingen (ZM) uit. Zeeuwse Gronden voert maar een heel klein deel van het totaal aantal ZMs uit. Hieronder staat het aantal ZM en het aantal unieke cliënten, die bekend zijn bij Emergis, waarvoor uiteindelijk een ZM is opgelegd. Aantal daadwerkelijke opgelegde zorgmachtigingen en aantal unieke cliënten Bron: Emergis 2022

239

193

2021

2020

204 210

169 0

50

100 aantal ZM

150

200

245

250

300

aantal unieke cliënten ZM

Zeeuwse gronden voor enkele cliënten een ZM uitgevoerd. Zeeuwse Gronden heeft echter enkel gegevens van 2022, omdat de organisatie in 2022 is overgegaan naar een nieuw EPD systeem. Bij Zeeuwse Gronden werd in 2022 werd voor 3 cliënten een nieuwe zorgmachtiging verkregen. Ook werden er in 2022 3 cliënten met een zorgmachtiging overgenomen van een andere instelling. Dit gaat om de volgende aantallen: Nieuwe cliënten 2022: — — —

Gemeente Terneuzen: 1 Gemeente Borsele: 1 Gemeente Goes: 1

Overgenomen cliënten met ZM 2022: — — —

Gemeente Terneuzen: 1 Gemeente Borsele: 1 Gemeente Goes: 1

5.2.2. Crisismaatregel en voortgezette crisismaatregel Alleen de burgemeester kan besluiten om een crisismaatregel (CM) op te leggen. De CM is bedoeld om ervoor te zorgen dat de persoon zo snel mogelijk de juiste zorg krijgt, zodat het gevaar en het ‘ernstig nadeel’ kan worden verminderd en de persoon weer stabiliseert. Als de CM afloopt en de persoon nog steeds zorg nodig heeft, kan er een voortgezette crisismaatregel (VCM) worden opgelegd. Dit is een verlenging van de crisismaatregel en kan worden opgelegd als de persoon nog steeds een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, of als de persoon nog steeds niet in staat is om voor zichzelf te zorgen. Hieronder staat een overzicht van het aan CM en het aantal CM en het aantal unieke personen. In de overzichten is te zien dat zowel het aantal CM als VCM zijn afgenomen in de afgelopen jaren. Ook het aantal unieke personen per CM en VCM is afgenomen (behalve voor de CM in 2021). Het aantal CM en VCM en het aantal unieke cliënten is niet gelijk. Dat betekent dat er een aantal dezelfde personen meerdere keren een CM en/of VCM hebben gehad. Hoewel het aantal CM per is gedaald, kent het percentage van het aantal CM per unieke persoon geen grote verschillen (2020: 83,8%, 2021: 87,8% en 2022: 83,8%).

28

*Het aantal voortgezette crisismaatregelen (VCM) zijn pas vanaf december 2020 geregistreerd door Emergis. Vandaar dat de cijfers van de VCM niet volledig zijn. Aantal crisismaatregelen en aantal unieke cliënten. Bron: Emergis. 2022

156

186

2021

188

2020

188 0

50

100

aantal CM

150

Aantal voortgezette crisismaatregelen en aantal unieke cliënten. Bron: Emergis 120 108

2022 214 231

200

148 134

2021

2020

250

0

50

aantal unieke cliënten CM

100

aantal VCM

150

200

aantal unieke cliënten VCM

Op de volgende pagina staat een totaaloverzicht van het aantal ZM, CM en VCM over de afgelopen jaren. Het aantal ZM was in 2021 flink gestegen t.o.v. 2020. Het aantal ZM lijkt in 2022 weer meer te stabiliseren. De CM en VCM zijn afgelopen jaren afgenomen. Totaaloverzicht ZM, CM en VCM en unieke cliënten 300 250

210

245 239 169

200

204 193

231

214

188 188

186

156

148

150

120

134

108

100 50 0 aantal ZM

aantal unieke cliënten ZM

aantal CM

2020

aantal unieke cliënten CM 2021

aantal VCM

aantal unieke cliënten VCM

2022

*Het aantal voortgezette crisismaatregelen (VCM) zijn pas vanaf december 2020 geregistreerd door Emergis. Vandaar dat de cijfers van de VCM niet volledig zijn. Hieronder is het landelijk beeld van het aantal ZM, CM en VCM weergegeven. Wat betreft de ZM heeft Zeeuws niveau en op landelijk niveau dezelfde ontwikkeling plaatsgevonden: van 2020 naar 2021 een stijging van het aantal ZM en vervolgens in 2022 weer een lichte daling. Wat betreft de CM en VCM is er ook een vergelijkbaar beeld: zowel op Zeeuws als op landelijk niveau een daling te zien. Landelijk: het aantal ZM, CM en VCM over de periode 2020-2022. Bron: Ketenmonitor Wvggz 16635

18000 16000

14206

15239

14000 12000 10000

9132

8748

8715

8631

8325

8047

8000 6000 4000 2000 0 ZM

CM 2020

2021

VCM 2022

5.2.3. Horen De burgemeester is bevoegd om in het kader van de Wvggz een crisismaatregel (CM) op te leggen. De burgemeester komt tot een besluit op basis van een medische verklaring van een psychiater. Een andere voorwaarden, voordat de burgemeester een besluit kan nemen, is dat de cliënt wordt gehoord. Het horen van de betrokkenen heeft een plek gekregen in de Wvggz om de rechtspositie van de betrokkene te versterken.

29

Door de Ketenmonitor zijn landelijk de aantallen bijgehouden over het ‘horen’. Het landelijke percentage van het aantal betrokken die daadwerkelijk zijn gehoord t.o.v. het aantal opgelegde CM is: in 2020 45%, in 2021 43% en in 2022 42%. Aantal betrokkenen die daadwerkelijk zijn gehoord t.o.v. aantal opgelegde CM. Bron: Landelijke Ketenmonitor Wvggz 10000 8000 6000

9447

45%

8918

5876

43%

8842

5297

4284

42%

4000

45% 44%

5159 3791

46%

3646

43% 42%

2000

41%

0

40% 2020

2021

2022

beschikkingen CM poging gedaan tot horen

betrokkenen is gehoord verhouding aantal betrokkenen gehoord t.o.v. aantal beschikkingen

Vanaf 2022 zijn de aantallen over het ‘horen’ ook per provincie bijgehouden door de Ketenmonitor. Voor Zeeland ligt het percentage van het aantal betrokkenen die daadwerkelijk zijn gehoord t.o.v. van het aantal opgelegd CM op 36%. Dit is redelijk in lijn met het landelijk gemiddelde (42%). Aantal betrokkenen die daadwerkelijk zijn gehoord t.o.v. aantal opgelegde CM in Zeeland in 2022. Bron: Landelijke Ketenmonitor Wvggz 186

200 150

84

100

69

50

0 beschikkingen CM

poging gedaan tot horen

betrokkenen is gehoord

De hoorplicht is één van de onderdelen uit de wet die ervoor moet zorgen dat de persoon (die in aanmerking komt voor CM/verplichte zorg) meer inspraak krijgt. Uit de landelijke wetsevaluatie Wvggz en Wzd blijkt dat Het ‘horen’ wordt door meerder als moeilijk uitvoerbaar en als niet effectief wordt beschouwd. Dit heeft verschillende redenen23: — — —

Het horen van de personen in crisis is vaak moeilijk en belastend voor de persoon in kwestie; Het leidt er vrijwel bijna nooit toe dat de burgemeester een andere beslissing neemt; Het is voor de burgemeester een extra belasting die een besluit voor het wel/niet opleggen van een CM al onder hoge (tijds)druk moet nemen.

Eén van de aanbeveling uit het evaluatierapport is om de hoorplicht af te schaffen. Naar verwachting zal de hoorplicht geschrapt worden in de eerste wetswijziging (verwachting per 1-1-2025). Met de implementatie van de Wvggz in Zeeland hebben de Zeeuwse gemeenten besloten om het ‘horen’ per 1-12020 te mandateren aan Khonraad Software Engineering BV. Sommige gemeenten nemen meerdere producten af van Khonraad en hebben hier aparte contracten voor afgesloten. Om deze reden ontvangen gemeenten ontvangen de rekening voor de services die zij afnemen bij Khonraad. In de paragraaf ‘Gebruikersoverleg Khonraad’ wordt eer informatie gegeven over de stand van zaken omtrent het contract met Khonraad en het horen. 5.2.4. Patiënten-en familie vertrouwenspersoon De Patiëntvertrouwenspersoon (PvP) biedt advies en bijstand bij de voorbereiding en gedurende de looptijd van een crisismaatregel en zorgmachtiging. Ook als er sprake is van een forensische plaatsing in een Wvggzaccommodatie. In het kader van verplichte zorg kan er ook een familievertrouwenspersoon (FvP) worden ingezet om een familielid of naaste te ondersteunen in het proces. Hieronder wordt een beeld gegeven van de inzet van de PvP en de FvP op landelijk niveau en waar mogelijk op Zeeuws niveau. Dit wordt gedaan a.d.h.v. de gegevens die 23

Eerste evaluatie Wvggz en Wzd, deel 1

30

bekend zij bij de landelijke Ketenmonitor Wvggz en cijfers die bekend zijn bij Emergis (over 2020 en 2021). De cijfers over de inzet van de FvP en de PvP over 2022 waren nog niet bekend bij Emergis. Hieronder staat een overzicht van hoe vaak de PvP ondersteuning heeft geboden bij een traject verplichte zorg. Er kunnen dubbelingen in de cijfers zitten, want één betrokkene kan meerdere keren zijn ondersteund. Er is landelijk duidelijk een stijgende lijn te zien van de inzet van de PvP. Aantal keer dat PvP betrokkene heeft ondersteund in het kader van verplichte zorg in Nederland. Bron: Ketenmonitor Wvggz. 22000

21630

21422

21000

20088

20000 19000 2020

2021

2022

Voor 2022 is bijgehouden bij welke onderdelen van het proces verplichte zorg de PvP wordt ingezet. Dit overzicht laat zien dat landelijk gemiddeld de PvP heeft meest wordt ingezet bij (de uitvoering van) een ZM. Dit houdt in, dat de PvP de betrokkene voornamelijk ondersteund bij hoe de verplichte zorg er precies uit moet zien en wordt uitgevoerd. Procentueel overzicht landelijk: voor welk onderdeel van de verplichte zorg de PvP wordt ingezet. Bron: Ketenmonitor Wvggz. 6%

5%

7%

13%

49%

21%

ZM

CM

Vrijwillige zorg

Forensisch

Anders/onbekend

Voorbereiding ZM

De geneesheerdirecteur en de burgemeester vragen altijd of de persoonsgegevens van de betrokkenen doorgestuurd mogen worden naar de PvP, of de betrokkene geeft dit zelf aan. De aantallen hieronder laten het aantal verstrekkingen van persoonsgegevens aan Stichting PvP zien bij een voorbereiding van een CM, landelijk en in Zeeland (die bekend zijn bij de landelijke Ketenmonitor Wvggz). De cijfers van 2022 betreffen enkel de aantallen voor in het kader van de CM en de eerste helft van 2022. Landelijk is het technisch gezien niet mogelijk om cijfers in kaart te brengen in het kader van de ZM. Landelijk: het aantal keer dat PvP is ingezet bij CM. Bron: Ketenmonitor Wvggz 2500 2000

2139

2034

Zeeland: het aantal keer dat PvP is ingezet bij CM. Bron: Ketenmonitor Wvggz 50 40

1690

1500

30

1000

20

500

10

0

0

2020 (april-dec)

2021

2022 (jan-jul)

45 36 31

2020 (april-dec)

2021

2022 (jan-jul)

Emergis heeft een registratie bijgehouden van het advies en de bijstand die is geboden vanuit de PvP over het jaar 2020 en 2021. Hieronder is een overzicht te zien van het aantal persoonsgegevens dat is ontvangen door de PvP in het kader van verplichte zorg. Dit is een aanvulling op de cijfers die bij de Ketenmonitor bekend zijn. In dit overzicht is te zien dat in Zeeland door de PvP de meeste gegevens zijn ontvangen t.b.v. de (uitvoering van de) crisismaatregel (CM).

31

Aantal persoonsgegevens dat is ontvangen door de PvP in het kader van verplichte zorg. 47

60

48

36

40

22

20 0 2020

2021 CM

ZM

Hieronder staat een overzicht dat een landelijk beeld geeft van het aantal keer dat een familievertrouwenspersoon (FvP) is ingezet bij het proces verplichte zorg. Er is – net als bij de inzet van de PvP – een stijging te zien van de inzet van FvP. W.b. de inzet van de FvP in Zeeland geeft Emergis aan dat de meeste hulpvragen gaan over ‘vraag om informatie/advies’ (circa 30-35 per jaar), gevolgd door ontevredenheid over de zorg/behandeling (circa 10 per jaar). Aantal keer dat de FvP is ingezet in het kader van verplichte zorg. Bron: Ketenmonitor Wvggz 1500 1000

1174

898

1174

500 0 2020

2021

2022

Voor Zeeland is er niet een volledig beeld van de inzet van de FvP. Er zijn gegevens bekend bij Emergis die enkel een globaal beeld geven van de inzet van de FvP in Zeeland. Over 2020 en 2021 is door Emergis bijgehouden wat de relatie van de hulpvrager is tot de betrokkene in het kader van de inzet van de FvP. In beide jaren is te zien dat het grootste percentage ‘ouder’ is, gevolgd door ‘partners’, ‘familie’ en ‘onbekend’.

Het onderstaande overzicht laat zien voor welk onderdeel van verplichte zorg de FvP is ingezet. De cijfers laten zien dat er een grote stijging is van de inzet van de FvP bij de uitvoering van de ZM. De inzet van de FvP bij de ZM ligt hoger dan bij de CM. Dit komt ook overeen met het (landelijk) beeld van de inzet van de PvP. Bij de paragraaf ‘horen’ is aangegeven dat de verwachting is dat het ‘horen’ bij een CM wordt afgeschaft (aanbeveling vanuit de landelijke wetsevaluatie Wzd en Wvggz). Landelijk wordt onderzocht of er een alternatief kan worden bedacht voor het ‘horen’ waarbij bijv. de PvP een rol kan gaan spelen.

32

Inzet FvP per onderdeel van de verplichte zorg. Bron: Emergis. 2

overig niet in zorg

6

1 5

Wvggz: CM

6

Wvggz: Uitvoering ZM 1 1

Wvggz: Voorbereiding ZM BOPZ - RM (nog in het kader van de overgang)

5 0

2

4 2021

5.3.

16

7

6

8

10

12

14

16

18

2020

Perspectief en ervaring van betrokken partijen in de uitvoering van de Wvggz

5.3.1. Lokaal perspectief Wvggz De gemeenten vinden dat er soms een te groot ‘gat’ zit tussen vrijwillige zorg en verplichte zorg. Er zijn beperkte/geen mogelijkheden of er is geen zicht op mogelijkheden om in te zetten om dit ‘gat’ op te vullen. Denk hierbij aan bijv. meer laagdrempelige tussenvoorzieningen. Op casusniveau stoeien gemeenten vooral met de doelgroep zorgmijders met de nodige multiproblematiek die veel overlast blijven veroorzaken. Een hardnekkig vraagstuk in de praktijk blijft gegevensdeling in het kader van de Wvggz. De gemeenten geven aan dat zij behoefte hebben aan een verdere uitwerking van kaders en de borging van deze kaders rondom gegevensdeling in het kader van de Wvggz. Op deze manier kan er meer duidelijkheid en zicht komen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van gegevensdeling. Nu is privacy/gegevensdeling vaak nog een obstakel voor veel professionals om eerder signalen te delen. Gemeenten en ketenpartners zouden gebaat zijn bij het hebben van meer handvatten om eerder signalen te delen en verplichte zorg mogelijk kan worden voorkomen. Als laatste wordt ook relatiebeheer genoemd als aandachtspunt. Het is belangrijk dat partijen van elkaar weten wie wat wanneer doet in het proces van de Wvggz (taken en verantwoordelijkheden). Als er vanuit bijv.

een PC van een gemeente een melding Wvggz wordt gemaakt, volgt er vaak geen terugkoppeling over wat de uitkomst is van de melding en of er wel/geen verplichte zorg wordt opgelegd. Zo is er ook geen zicht op bijv. de doorlooptijd van een casus. Als er uiteindelijk een ZM wordt opgelegd voor een burger is dit niet altijd bekend bij de desbetreffende gemeente. Dit is een ontwikkelopgave die terugkomt in de Pilot ‘essentiële voorwaarden Wvggz’ van Emergis. 5.3.2. Ervaringen Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland met de Wvggz De procesregisseurs van het Meldpunt ervaren het als een grote meerwaarde dat zowel de (politie)meldingen nietacuut als de Wvggz meldingen binnenkomen bij het Meldpunt. Het Meldpunt heeft hierdoor vaak meer zicht op een situatie als er een Wvggz melding wordt ingediend. Daarnaast heeft het Meldpunt – met het grote netwerk dat ze hebben opgebouwd – meer mogelijkheden om de mogelijkheden van het voorkomen van verplichte zorg te onderzoeken. Er is al een goede samenwerking met verschillende ketenpartners in het veld. Zo is bijv. een goede afstemming tussen het Meldpunt en Bemoeizorg, omdat er soms overlap zit in de cliëntenbestanden. Het Meldpunt geeft aan dat er nog meer winst valt te behalen in de samenwerking met bijv. de GGZ en de crisisdienst.

Het is goed om nog meer zicht op elkaars werk te krijgen, zodat partijen elkaar nog beter kunnen aanvullen in de praktijk en vooral ook eerder elkaar opzoeken. Om te kijken wat de mogelijkheden zijn in het vrijwillige kader, om verplichte zorg te voorkomen. Als het Meldpunt besluit de uitkomsten van het verkennend onderzoek door te zetten naar het OM t.b.v. aanvraag voorbereiding ZM heeft het Meldpunt altijd afstemming/contact met de geneesheerdirecteur. Verder ontving het Meldpunt ontving nooit automatisch een terugkoppeling over de uiteindelijk uitspraak van de Rechtbank, of er wel/geen verplichte zorg is opgelegd. Het Meldpunt zoekt nu zelf contact met de Rechtbank voor een terugkoppeling. Bij Wvggz-meldingen waar snel actie op nodig is, schakelt het Meldpunt gelijk met de nodige partijen in het veld (zoals bemoeizorg, crisisdienst, huisarts, gemeente). Dit laat zien dat de lijntjes kort zijn en de processen meer en meer geoptimaliseerd worden. Als laatste merkt het Meldpunt op dat er steeds meer bekendheid komt van het Meldpunt, omdat steeds meer verschillende organisaties het Meldpunt weten te vinden om bijv. om advies te vragen. Denk bijv. aan huisartsen, maar ook aan instanties als de Nederlandse voedsel- en waren autoriteit en rechtsbijstand. Dit is een positieve ontwikkeling. 5.3.3.

Ervaringen GGZ/Emergis met de Wvggz Emergis merkt op dat de uitvoerbaarheid van de wet nog steeds uitdagingen kent. Er zijn duidelijk meer psychiater- en andere behandelaar-uren nodig om de wet uit te kunnen voeren. Er gaat momenteel nog steeds veel tijd naar administratieve verplichtingen. Een voorbeeld is: dat er in deze wet meer Medische verklaringen 33

door onafhankelijke psychiaters nodig zijn. Dit vraagt veel tijd van de onafhankelijke psychiaters. Er moet binnen de Wvggz enorm veel getoetst, beoordeelt en gecontroleerd worden. De beoordelingscapaciteit die hiervoor nodig is, gaat ten koste van de zorgcapaciteit. De geest van de wet is goed: er is o.a. meer ruimte gekomen voor (de bescherming van) de rechten van de mens en het betrekken van familie en naasten in het proces. Echter, de uitvoering van de wet wordt door allerlei facetten bemoeilijkt en één van de doelen van de wet – om verplichte zorg terug te dringen – wordt (landelijk) niet gehaald. Emergis merkt ook op dat er in de praktijk nog veel knelpunten wordt ervaren op het gebied van gegevensdeling. Professionals werkzaam binnen de Wvggz (zoals psychiaters, de geneesheerdirecteur e.d.) hebben te maken met beroepscodes en geheimhoudingsplicht. Emergis ziet dat er ook zeker mogelijkheden zijn om samen met ketenpartners wel tot samenwerkingsafspraken te komen om bijv. het delen ‘dat’ gegevens (rekening houdend met de gestelde kaders, wetgeving en beroepscodes) mogelijk te maken. Dit is een ontwikkelopgave die vanaf 2023 opgepakt moet worden. Verder geeft Emergis aan dat de korte lijntjes in Zeeland prettig werken, zeker als er snel geschakeld moet worden. Contacten met bijv. het OM het Meldpunt zijn goed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13661107/1