CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 437 Bijlage 1 Evaluatierapportage Apzg + Wvggz 2018-2022 en 2023 ev (def)

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken27.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Evaluatierapportage Aanpak personen zorgwekkend gedrag Zeeland en de Wet Verplichte GGZ 2018-2022 met een doorkijk naar 2023 e.v.

-

Versie 3.0 20 juli 2023 Opgesteld door Renske Fraanje Beleidsadviseur CZW bureau

0

Inhoudsopgave 1.

Inleiding............................................................................................................................................ 2

1.1.

Aanleiding, context en doel ........................................................................................................... 2

1.2.

Opbouw evaluatierapportage en methoden ..................................................................................... 2

2.

Aanpak personen zorgwekkend gedrag en Wvggz Gezamenlijke doelen & kaders ...................................... 3

2.1.

Gezamenlijk doel en aanpak ......................................................................................................... 3

2.2.

Landelijke agenda’s en kaders ....................................................................................................... 3

2.3.

Over wie gaat het? ...................................................................................................................... 4

3.

Huidige overlegstructuren Apzg en Wvggz Zeeland ................................................................................. 5

3.1.

Bestuurlijk .................................................................................................................................. 5

3.2.

Ambtelijk.................................................................................................................................... 5

4.

Aanpak personen zorgwekkend gedrag: analyse en bevindingen .............................................................. 6

4.1.

Algemene toelichting aantallen E33/E14 meldingen ......................................................................... 6

4.2.

E33 en E14 bekend bij het Meldpunt .............................................................................................. 7

4.3.

E33 en E14 meldingen bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant ................................................... 8

4.4.

i28 zorgformulieren voor niet-acute politiemeldingen ..................................................................... 13

4.5.

Triage en toeleiding én nadere duiding van de E33 en E14 meldingen .............................................. 14

4.6.

Meldingen Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag (0800-1205) .................................................... 15

4.7. Perspectief en ervaring van de betrokken partijen bij de aanpak van niet-acute politiemeldingen in de aanpak personen zorgwekkend gedrag.................................................................................................... 18 4.8. 5.

Lopende initiatieven en ontwikkelingen in de aanpak personen zorgwekkend gedrag ......................... 20 Analyse en bevindingen: Wet verplichte GGZ ................................................................................... 25

5.1.

Wvggz meldingen via het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland.................................................... 25

5.2.

Wvggz meldingen via GGZ (Emergis/Zeeuwse Gronden)................................................................. 28

5.3.

Perspectief en ervaring van betrokken partijen in de uitvoering van de Wvggz ................................. 33

5.4.

Lopende initiatieven en ontwikkelingen in het kader van de Wvggz .................................................. 34

6.

7.

8.

Algemene aandachtspunten ........................................................................................................... 36 6.1.

Gegevensdeling ..................................................................................................................... 36

6.2.

Cliënt- en naastenperspectief .................................................................................................. 36

6.3.

Voorzieningenaanbod ............................................................................................................. 36

Conclusies en advies ..................................................................................................................... 37 7.1.

Aanpak personen zorgwekkend gedrag ..................................................................................... 37

7.2.

Wet verplichte GGZ ................................................................................................................ 37

7.3.

Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland .................................................................................... 38

Bijlagen ....................................................................................................................................... 39

1

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding, context en doel

Vanaf 2016 is er, in opdracht van VWS, VenJ en VNG, door het landelijk Aanjaagteam en het Schakelteam ingezet op het komen tot een sluitende persoonsgerichte aanpak voor mensen met verward gedrag. Deze aanpak is afgelopen jaren, onder aanvoering van het voormalig VLOT-team1 verder uitgerold naar de regio’s. In 2020 is de Wet verplichte GGZ (Wvggz) ingevoerd. In het kader van deze ontwikkelingen zijn de Zeeuwse gemeenten, samen met ketenpartners, aan de slag gegaan met het inrichten van een samenwerkingsstructuur voor de uitvoering van deze taken. Met de komst van de Wvggz hebben de dertien Zeeuwse colleges B&W de Stichting Zorg-en Veiligheidshuis de opdracht gegeven tot het inrichten van één regionaal meldpunt: Het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland2. Het Meldpunt is in de loop der jaren doorontwikkeld en bestaat inmiddels uit twee takken (gebaseerd op de taken die zijn ondergebracht bij het Meldpunt in het kader van de aanpak personen verward/zorgwekkend gedrag en de Wvggz): —

—

Het Meldpunt Niet-Acuut: o

De verwerking en de triage van de niet-acute zorgmeldingen van de politie (voor 2023 waren dit de E33 en E14 meldingen, vanaf 2023 zijn dit de i28-zorgformulieren)3;

o

De verwerking en de triage van de niet-acute meldingen die het Meldpunt ontvangt via het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag (0800-1205);

Het Meldpunt Wvggz: o

De wettelijke taken van het de Colleges B&W in het kader van de Wet verplichte GGZ (meldfunctie, triage, verkennend onderzoek, aanvraag voorbereiding zorgmachtiging).

De Zeeuwse gemeenten hebben begin 2022 middels een apart collegevoorstel alle bovengenoemde taken van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland bestendigd4. Het doel van de evaluatierapportage is om inzicht te geven in de effecten van de afgelopen 5 jaar van de aanpak personen zorgwekkend gedrag (2018-2022) en van de afgelopen 3 jaar Wvggz (2020-2022) in Zeeland. Het rapport geeft ook al een doorkijk in de lopende ontwikkelingen (vanaf 2023). De evaluatierapportage vormt tevens een basis voor het advies om te komen tot een toekomstige structurele financieringsvorm vanaf 2024 voor de taken die bij het Meldpunt zijn ondergebracht. Bij de implementatie van de Wvggz (in 2020) hebben de Zeeuwse gemeenten ingestemd om deze taak te beleggen bij het Meldpunt (voor de periode 2020 t/m 2023) middels een gezamenlijke Zeeuwse financiering. Echter, niet alle gemeenten hadden hetzelfde besluit genomen over de looptijd. Om deze reden wordt de financiering van het Meldpunt tot op heden per jaar op factuurbasis geregeld. De Stuurgroep Wvggz en Apzg heeft in haar vergadering van 2 juni 2022 besloten tot het verlenen van een opdracht aan de werkgroep Wvggz en Apzg, om te komen tot een voorstel voor een structurele financiering per 2024 voor het Meldpunt Zorgwekkend gedrag. Deze evaluatierapportage vormt de basis voor een voorstel en een advies. 1.2.

Opbouw evaluatierapportage en methoden

Het rapport start met het gezamenlijke doel, de aanpak, kaders en doelgroep van de dossiers Aanpak personen zorgwekkend gedrag (Apzg) en de Wet verplichte GGZ (Wvggz). Het doel van de Apzg en Wvggz is het zoveel mogelijk voorkomen van verplichte zorg en overlast gevend gedrag. Vervolgens volgt er een analyse en een duiding van de Apzg en Wvggz. De dossiers Apzg en Wvggz kennen in de uitvoering afzonderlijke processen, taken en verantwoordelijkheden. Daarom worden de dossiers voor de duiding en analyse apart behandeld. De evaluatierapportage bestaat voornamelijk uit een analyse van de taken op procesen uitvoeringsniveau en op basis van kwalitatieve gegevens (bevindingen uit de praktijk, interviews en deskresearch) en kwantitatieve gegevens (registraties en data). De volgende vragen komen door heel de rapportage aan bod: Wat zien we? Wat gaat er goed? Waar is aandacht en/of bijsturing voor nodig? De rapportage gaat over de periode 2018 t/m 2022 en geeft een doorkijk naar eventuele ontwikkelingen die lopen in 2023. De politie kent een bewaartermijn van 5 jaar voor de politieregistratie. Om deze reden gaat deze evaluatierapportage uit van de periode 2018-2022 en geeft waar mogelijk een doorkijk naar 2023. Voor deze evaluatierapportage is gebruik gemaakt van bestaande informatie (zowel Zeeuwse5 als landelijke informatie) en wordt de informatie

1

Het voormalig VLOT (Verbindend Landelijk Ondersteuningsteam) is anno 2023 ondergebracht bij het landelijk Regioteam Zorg & Veiligheid van de VNG, en bestaat uit regioadviseurs om gemeenten en ketenpartners in de regio te ondersteunen bij het realiseren van betere samenwerking en om gemeenten en regio’s vraaggericht te ondersteunen. 2 Vanaf 11-2022 is de naam ‘Advies en Meldpunt Verward gedrag’ gewijzigd naar het ‘Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland’. 3

De politie meldt sinds 2017 alle cliënten met verward gedrag (E33/E14 meldingen) bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland.

4

Enkel het collegevoorstel van de gemeente Borsele mist nog.

5

O.a.: Nota personen met verward gedrag Zeeland 2017 (opgesteld door Maurits van Belzen), Rapportage implementatie Wvvgz en Apvg Zeeland 2020 (opgesteld door Carla Wijngaarden en Jacco van Damme), en verschillende (tussentijdse) rapportage en notities (opgesteld door Carla Wijngaarden, CZW bureau en het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland)

2

geüpdatet met de laatste stand van zaken. Door voort te borduren op eerdere bevindingen en resultaten en deze aan te vullen met een laatste stand van zaken, wordt getracht om trends en patronen inzichtelijk te maken. De evaluatierapportage sluit af met conclusies en een advies. Bij het lezen van deze evaluatierapportage is het belangrijk om de volgende boodschap in het achterhoofd te houden: Met de Wvggz en de initiatieven die we kennen binnen de aanpak personen met zorgwekkend gedrag is het mogelijk om ondersteuning te bieden aan kwetsbare mensen met psychische problematiek en/of zorgwekkend gedrag. Echter, het is belangrijk om te onthouden dat niet alles maakbaar en controleerbaar is. We zijn allemaal individuen, met ieder hun eigen leven, hun eigen situatie en achtergrond. Het idee dat we grip hebben op alle facetten van het leven, zeker als het wat minder gaat, is een utopie. Het is de kunst om het ‘maakbaarheidsdenken’ los te laten en de praktijk te accepteren. Een praktijk waarin ruimte blijft voor creativiteit en voor het meebewegen met de mensen waar het hier om gaat.

2. Aanpak personen zorgwekkend gedrag en Wvggz Gezamenlijke doelen & kaders In dit hoofdstuk worden enkel de gezamenlijke onderdelen van de Apzg en Wvggz behandeld. Zoals aangegeven in de inleiding, de dossier kennen ook hun eigen verantwoordelijkheden, processen en taken. meer achtergrondinformatie over (het ontstaan van) de Apzg en de Wvggz en de afzonderlijke processen, taken en verantwoordelijkheden zijn te vinden in de bijlage 8.1. 2.1.

Gezamenlijk doel en aanpak

De Apzg en de Wvggz hebben het gezamenlijke doel om zoveel mogelijk verplichte zorg of overlast gevend gedrag te voorkomen. Bij beide taken ligt de focus op een meer vroegtijdige inzet en een preventie aanpak van overlast gevend en/of onveilig verward gedrag waar mogelijk. De mensen waar het om gaat kunnen problemen hebben op verschillende leefgebieden, dreigen hierdoor soms de grip op hun leven te verliezen, waardoor zij onbegrepen, verward, zorgwekkend of zelfs gevaarlijk gedrag kunnen vertonen. In veel gevallen pendelen mensen tussen zorg en strafrecht. Door de problemen op de verschillende leefgebieden zijn er vaak ook al veel verschillende professionals en organisaties betrokken, vanuit het zorgdomein, sociaal domein en/of het veiligheidsdomein. De dossiers Apzg en Wvggz bevinden zich op het snijvlak van zorg- en veiligheid, waarbij er per definitie samenwerking (nodig) is tussen allerlei verschillende partijen vanuit het zorg, veiligheid en sociaal domein. Om de aanpak en de samenwerking binnen deze dossiers goed vormen te geven, zijn er enkele basisprincipes te destilleren. Om o.a. te voorkomen dat mensen, waar hier om gaat, de grip op hun leven verliezen en/of verder afglijden én om deze mensen zo goed mogelijk te ondersteunen waar nodig: —

Multidisciplinair en domeinoverstijgend samenwerken, waarbij professionals en organisaties van verschillende disciplines over de grenzen van hun eigen domein heen kijken en samenwerken om de persoon zo goed mogelijk te ondersteunen.

—

Langdurige integrale persoonsgerichte aanpak op lokaal of waar nodig regionaal niveau, waarbij betrokken professionals en organisaties samen met de cliënt en zijn/haar omgeving kijken wat nodig en mogelijk en het best passend is voor de cliënt om te herstellen en/of te stabiliseren.

—

Wanneer veiligheid in het geding is: De visie ‘gefaseerd samenwerken’, waarbij eerst wordt samengewerkt voor veiligheid, waarbij de veiligheid van de persoon en zijn of haar omgeving voorop staat. Vervolgens wordt er ingezet op risico-gestuurde zorg en herstel. Hierbij worden onderliggende problemen op verschillende leefgebieden en risicofactoren van onveiligheid aangepakt. Als de onderliggende problemen en risicofactoren zijn aangepakt, is er ruimte om in te zetten op het herstel.

2.2. Landelijke agenda’s en kaders Gezamenlijke kaders voor de Apzg en de Wvggz zijn terug te vinden in een aantal landelijke agenda’s. Deze agenda’s schetsen o.a. de richtlijnen voor een verdere doorontwikkeling van deze dossiers. Het gaat o.a. om de: —

6

Landelijke agenda zorg-en veiligheid (perspectief 2025)6: deze agenda heeft als doel om te komen tot een betere samenwerking in het zorg- en veiligheidsdomein. Om de inwoners, die te maken hebben met een opeenstapeling van problemen op het snijvlak zorg-veiligheid, passende zorg en ondersteuning te bieden. Het perspectief voor 2025 is dat elke regio een persoons- en systeemgerichte aanpak voor deze doelgroep heeft, met bijbehorende huisvesting, zorg en ondersteuning.

landelijke-agenda-zorg-en-veiligheid-perspectief-2025-1.pdf (vng.nl)

3

—

—

Meerjarenagenda Zorg-en Veiligheidshuizen (2021-2024)7: de Zorg-en Veiligheidshuizen (vanaf hier: ZVH) zetten zich samen met partners in voor de gezamenlijke opgave die zij hebben: om de veiligheid en het welzijn van kwetsbare personen te vergroten en overlast en criminaliteit te verminderen. In de meerjarenagenda zijn afspraken gemaakt op 3 pijlers die de basis vormen om bestaande en nieuwe opgaven in de toekomst op te pakken. Het gaat om 1) personen met een (hoog) veiligheidsrisico, 2) verbinding met de omgeving, en 3) huis op orde. Kamerbrieven aanpak personen verward of onbegrepen gedrag (jun 2022 en dec 2022)8: Ministeries VenJ en VWS zetten in op de versterking van de samenwerking tussen het zorgdomein, sociaal domein en het veiligheidsdomein. Met als doel dat mensen (met verward of onbegrepen gedrag) tijdig de juiste zorg en ondersteuning krijgen en niet onnodig in aanraking komen met justitie en politie.

In al deze landelijke agenda’s is de versterkte samenwerking tussen zorg, veiligheid en het sociaal domein terug te vinden. Deze agenda’s laten zien dat de aanpak van personen met zorgwekkend, onbegrepen en/of verward gedrag van de lichtere categorie t/m de zwaarste categorie is verweven met elkaar. Met andere woorden: de aanpak omvat mensen met lichtere problematiek en overlastgevend gedrag en/of verplichte zorg, tot cliënten met hoog risico onveilig gedrag voor zichzelf of de samenleving als gevolg van (ernstig) gedragsproblematiek. Deze laatste groep valt binnen de levensloopaanpak in Zeeland. Deze agenda’s vormen een leidraad voor de verdere doorontwikkeling van de dossiers Apzg en Wvggz in Zeeland. 2.3. Over wie gaat het? Bij de landelijke uitrol van de aanpak personen verward gedrag heeft het landelijke Schakelteam vier categorieën van ‘personen met verward gedrag’ ontworpen. Voor het volledige beeld te geven is er voor deze 4 categorie nog 1 categorie toegevoegd, namelijk: mensen die niet conform de gestelde definitie verward gedrag vertonen en ook geen overlast veroorzaken, maar wel leed hebben (zie categorie I). Deze categorie is toegevoegd om te laten zien wat er gebeurt als er niet op tijd oog is voor de eenvoudige/minder complexe problematiek en de kans groter wordt dat problematiek zich opstapelt.

Dan kan het gebeuren dat enkelvoudige/minder complexe problematiek (uit categorie I) wel kan overgaan in meer complexe problematiek. Wat betekent dat ook gedrag kan veranderen en er wel overlast gevend of verward gedrag kan ontstaan.

Deze categorieën dienen als richtlijn, de groep mensen die zich binnen deze categorieën bevinden zijn heel divers. Ook de intensiteit van de problematiek en de verschillende (beleids-)terreinen en domeinen waar cliënten tussen pendelen. Mensen kunnen dan ook op verschillende momenten tot verschillende categorieën behoren. Als we het hebben over de mensen die voorkomen in de aanpak personen zorgwekkend gedrag, Wvggz, Wzd (Wet zorg en dwang, als aansluiting op Wvggz), hebben we het over categorie III en IV. De mensen die voorkomen in de levensloopaanpak, bevinden zich voornamelijk in categorie III t/m V. Het zorgwekkend, verward, onbegrepen en/of onveilig gedrag staat niet op zichzelf. Er is vaak sprake van multiproblematiek (psychiatrische of psychische problemen, (psychosociale) gedragsproblematiek, licht-verstandelijke beperking, schulden, middelengebruik, dak-of thuisloosheid) waardoor er op meerdere leefdomeinen problemen zijn. Dit betekent dat deze mensen op verschillende onderdelen binnen het sociaal domein ondersteuning nodig hebben (huisvesting, schuldhulpverlening, werk/inkomen, dagbesteding e.d.).

Hoewel de cliëntengroep divers is, zijn er ook veel onderliggende overeenkomstige kenmerken die er enerzijds voor kunnen zorgen dat een situatie of problematiek verergert, of anderzijds de (al complexe) problematiek of slechte situatie waar een persoon zich in bevindt, in stand houden. De kenmerken waar het om gaat zijn: schulden, gebrek aan of ontbreken van (passende) woning, een gezond netwerk, werk/ inkomen/ onderwijs/ dagbesteding. Als deze basis, deze essentiële voorwaarden, voor een stabiel (en veilig) leven niet op orde zijn, dan is de kans op ontwrichting en destabilisatie groter.

7

Meerjarenagenda Zorg- en Veiligheidshuizen 2021-2024 - Veiligheidshuizen (zorgenveiligheidshuizen.nl)

8

Kamerbrief over aanpak voor personen met verward en onbegrepen gedrag | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl en Voortgangsbrief aanpak voor personen met verward en of onbegrepen gedrag | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

4

Hoe de problemen op de bovengenoemde levensgebieden worden opgepakt is vaak afhankelijk van waar de persoon (voor het eerst) in beeld komt. Dit resulteert vaak in het feit dat de problemen apart worden opgepakt binnen verschillende afdelingen van (zorg- of veiligheids) instellingen, gemeenten, of overige ketenpartners. Zoals: Wmo, schuldhulpverlening, (forensische) zorg, openbare orde, strafrecht, participatie (werk, inkomen, dagbesteding), onderwijs. Dit laat zien dat een domeinoverstijgende, multidisciplinaire persoonsgerichte aanpak essentieel is, waarbij samen met de cliënt een integraal zorg-en ondersteuningsplan wordt gemaakt om te voorkomen dat mensen (verder) afglijden, om te zorgen voor (re)stabilisatie. Om uiteindelijk, waar mogelijk, toe te werken naar herstel.

3. Huidige overlegstructuren Apzg en Wvggz Zeeland 3.1. Bestuurlijk De stuurgroep Aanpak personen met zorgwekkend gedrag (Apzg) is eind 2016 opgericht als tijdelijk overlegorgaan, naar aanleiding van de lancering van het landelijk programma ‘aanpak personen met verward gedrag’. De stuurgroep was samengesteld uit bestuurlijk vertegenwoordigers van gemeenten, Emergis, Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, politie Zeeland- West-Brabant, het Openbaar Ministerie Zeeland-West-Brabant, GGD Zeeland en CZ-zorgkantoor (agenda lid). Met de implementatie van de Wvggz (2019) en de implementatie Levensloopaanpak (december 2020) zijn deze twee dossiers later toegevoegd om extra bestuurlijke overleggen te voorkomen en om de samenhang tussen zorg, veiligheid en gemeenten binnen deze dossiers vorm te geven. Het voorzitterschap van de stuurgroep was belegd bij burgemeester Mulder, gemeente Goes. De Stuurgroep voerde regie en bepaalde richting in de wijze waarop de nieuwe taken werden geïmplementeerd in Zeeland en stuurde op gezamenlijkheid en voortgang. In de vergadering van 7 december 2022 heeft de Stuurgroep besloten om de huidige (tijdelijke) vorm van de Stuurgroep op te heffen en heeft de opdracht gegeven om te onderzoeken hoe de bestuurlijke samenwerking zorg, veiligheid en gemeenten efficiënt geborgd kan worden.

Deze opdracht is momenteel ondergebracht bij het project Domeinoverstijgend samenwerken. Dit project is gestart in 2023. Het project Domeinoverstijgend samenwerken komt voort uit de subsidietoekenning vanuit Grip op onbegrip (ZonMw). In dit meerjarige project ligt onder andere de focus om via ‘Regio in beeld’ te komen tot een efficiënte samenwerking (en overlegstructuur) om vorm te geven aan huidige dossiers en landelijke agenda’s. 3.2. Ambtelijk Met de beëindiging van de stuurgroep en de start van het project domeinoverstijgend samenwerken, bevinden we ons per 2023 in een overgangsfase. Om de inhoudelijke voortgang op deze dossiers te borgen is er een tijdelijke nieuwe ambtelijke structuur opgezet voor de Wvggz en Apzg. De levensloop heeft op onderdelen raakvlakken met de Wvggz en Apzg. Om deze reden is de levensloopaanpak ook in het onderstaande overzicht opgenomen. Deze opzet van de tijdelijke overlegstructuur is als volgt: Afstemmingsoverleg Wvggz, Aanpak personen zorgwekkend gedrag en Levensloopaanpak

Werkgroep Wvggz en Apzg

Regiotafel Verplichte Zorg Zeeland

Partijen vertegenwoordigd

13 beleidsambtenaren, 3 AOV-ers (1 per regio), het Meldpunt, ZVHZ, politie, Emergis en het CZW bureau (GGD en OM zijn agendalid).

afvaardiging van de beleidsambtenaren (1 per regio), 1 AOV-er, politie, Emergis, ZVHZ, het Meldpunt en het CZW bureau (GGD is agendalid)

Politie, GGZ (Emergis), OM, VVT (Zeeuwse zorgschakels), VG-sector (Gors), CZW bureau

Voorzitter

CZW bureau

CZW bureau

OM

Ketenpartnersoverleg Levensloopaanpak (voorheen werkgroep levensloopaanpak) 9 Emergis, Reclassering, VG-sector (Tragel, Gors, Philadelphia, ‘s Heeren Loo, Zuidwester), gemeente Terneuzen, Borsele, Reimerswaal, Vlissingen, ZVHZ, Politie, OM ZVHZ (trekker inclusietafel)

9

Voor de levensloopaanpak/ketenveldnorm was een Zeeuwse brede werkgroep actief t.b.v. de implementatie van de levensloop. Inmiddels is de levensloopaanpak geïmplementeerd en wordt per 2023 de werkgroep omgevormd tot een ketenpartneroverleg en gaat de frequentie omlaag.

5

Doel overleg

Afstemming tussen zorgen veiligheidsdossiers Wvggz, Apzg en Lla. Bespreken voorstellen (voor besluitvorming 13 colleges). Daarnaast input leveren voor Regiotafel, ruimte voor vragen stellen en bijpraten op ontwikkelingen.

Uitwerken ontwikkelopgaven (zie inhoudelijke agenda), concrete voorstellen opleveren, voorbereiden themabijeenkomsten en bespreken/opvolgen knelpunten/hiaten in de praktijk. Adviseert het afstemmingsoverleg en levert input voor de Regiotafel.

Een wettelijke taak tot het voeren van periodiek overleg op de uitvoering en het aanbod van verplichte zorg en eventuele knelpunten die hierbij kunnen opspelen. De Regiotafel vindt tweejaarlijks plaats op Zeeuws niveau en levert input voor het Regiooverleg Wvggz dat tweejaarlijks plaatsvindt op arrondissementsniveau.

Afstemming, monitoring, evaluatie en bijsturing

Met de werkgroep is er inhoudelijke agenda opgesteld voor 2023 e.v. waarin de taken staan die de komende periode worden opgepakt (zie bijlage 8.3). CZW bureau draagt zorg voor de onderlinge coördinatie tussen deze overleggen. Als de nieuwe overlegstructuren voor zorg-veiligheid vorm krijgen binnen het project Domeinoverstijgend samenwerken, worden de bovenstaande tijdelijke overlegstructuren hier ook op aangepast.

4. Aanpak personen zorgwekkend gedrag: analyse en bevindingen Zoals aangegeven in de inleiding bestaat het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland uit twee takken: —

—

Het Meldpunt Niet-Acuut: o

De verwerking en de triage van de niet-acute zorgmeldingen van de politie (voor 2023 waren dit de E33 en E14 meldingen, vanaf 2023 zijn dit de i28-zorgformulieren)10;

o

De verwerking en de triage van de niet-acute meldingen die het Meldpunt ontvangt via het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag (0800-1205);

Het Meldpunt Wvggz: o

De wettelijke taken van het de Colleges B&W in het kader van de Wet verplichte GGZ (meldfunctie, triage, verkennend onderzoek, aanvraag voorbereiding zorgmachtiging).

Dit hoofdstuk behandelt het Meldpunt Niet-Acuut. Het eerste deel bestaat uit een analyse en duiding van de E33/E14 politiemeldingen. Deze analyse en duiding wordt gedaan aan de hand van data die bekend is bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. Deze data wordt aangevuld met de data die bekend is bij de politie (politieregistraties van de E33 en E14 meldingen). Deze data is in kaart gebracht mede dankzij de data-analiste die werkzaam is voor de 4 Zorg-en Veiligheidshuizen. De politieregistratie bestaat uit meer parameters. Deze parameters geven een beter beeld en een betere duiding van de meldingen. Ook wordt er al een doorkijk gegeven naar de ontwikkeling en de start van de i28-zorgformulieren vanuit de politie. Een i-28 is een formulier dat de politie per 1-1-2023 gebruikt voor niet-acute politiemeldingen waarbij sprake is van (signalen van) een zorgwekkende situatie. Aan de hand van de kwantitatieve data vindt er ook een kwalitatieve analyse plaats. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de ervaringen en input van de samenwerkingspartners die betrokken zijn bij de E33/E14 meldingen (m.a.w. betrokken zijn bij de aanpak personen met zorgwekkend gedrag). Het tweede deel van het hoofdstuk behandelt de niet-acute meldingen die het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland ontvangt via het Landelijk Meldpunt zorgwekkend gedrag via het tel.nr. 0800-1205. 4.1.

Algemene toelichting aantallen E33/E14 meldingen/meldingen niet-acuut bekend bij Meldpunt en bekend bij politie Het is belangrijk om te noemen dat de cijfers die bekend zijn zowel bij het Meldpunt als bij de politie nooit een volledig waterdicht beeld zal geven van de mensen met zorgwekkend gedrag in Zeeland. De meest voor de hand liggende reden is dat er veel mensen met zorgwekkend gedrag niet altijd in aanraking komen met de politie of de politie registreert de melding onder een andere politiecode (bijv. openbaar dronkenschap, overlast zwerver). Daarnaast kunnen de aantal E33 en E14 meldingen die bekend zijn bij de politie en die bekend zijn bij het Meldpunt verschillen. De verschillen zijn als volgt te verklaren: de politie checkt de meldingen (E33 en E14) die zij ontvangen eerst op kwaliteit alvorens zij de melding doorsturen naar het Meldpunt. De kwaliteitscheck kan resulteren in: het comprimeren van meerdere meldingen voor één situatie tot 1 melding of aanpassingen

10

De politie meldt sinds 2017 alle cliënten met verward gedrag (E33/E14 meldingen) bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland.

6

doorvoeren in de inhoud van de melding (zoals bijv. anonimiseren van een casus). De politie stuurt ook alleen de melding door naar het Meldpunt als er een duidelijke relatie is met zorg. Het verschil tussen het aantal meldingen dat bekend is bij het Meldpunt en het aantal dat bekend is bij de politie, is terug te vinden in bijlage 8.4. 4.2.

E33 en E14 bekend bij het Meldpunt

Als we het hebben over E33 en E14 meldingen, gaat het over de meldingen verward gedrag (E33) en de meldingen over poging tot zelfdoding (E14). Zoals hierboven toegelicht, checkt de politie alle binnengekomen E33 en E14 meldingen, voordat de politie deze meldingen doorzet naar het Meldpunt. Het Meldpunt is verantwoordelijk voor het verwerken en het triëren van deze meldingen. 4.2.1. Aantal E33 en E14 meldingen per gemeente Op de volgende pagina staat een overzicht van het aantal E33 en E14 meldingen dat bekend is bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland over de afgelopen 5 jaar (2018-2022). Voor het jaar 2017 is enkel het totaal aantal E33 meldingen bekend voor Zeeland. Zie de tabel daaronder. Opvallend is dat bijna alle gemeenten te maken hebben met een aanhoudende stijging van de E33 en E14 meldingen in de afgelopen 5 jaar. Dit geldt voor een aantal grote gemeenten (Vlissingen, Middelburg, Terneuzen en Goes) maar ook voor een aantal kleinere gemeenten (Borsele, Kapelle en Tholen). De grootste gemeenten in Zeeland kennen ook het hoogst aantal meldingen (Vlissingen, Middelburg, Terneuzen en Goes). Vlissingen had in 2021 een flinke uitschieter, maar dit was te verklaren door één persoon die verantwoordelijk was voor 289 meldingen. De meldingen in de gemeenten Veere, Reimerswaal, Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland lijken ‘stabiel’ of te stabiliseren.

Verder valt het op dat het totaal aantal E33 en E14 meldingen in sommige gemeenten de afgelopen 2 jaar (2021-2022) minder hard zijn gestegen dan in de periode 2018-2020. Dit geldt echter niet voor de gemeente Middelburg en Goes. De gemeente Middelburg kent nog steeds een forse stijging. De stijgende lijn van het aantal meldingen in Goes lijkt ook aan te houden. Aantal E33 (en E14) meldingen per gemeente (2018-2023). Bekend bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland 700 600 500 400 300 200 100 0 Vlissing Middelb en urg

Veere

Sluis

Terneuz en

Hulst

Borsele

Goes

Kapelle

Schouw NoordReimers enBevelan Tholen waal Duivela d nd

2018

310

160

43

39

164

100

43

152

15

50

15

43

2019

366

180

75

87

176

147

44

194

10

86

17

65

2020

402

166

88

62

211

87

82

267

21

125

18

102

2021

622

287

59

112

313

141

122

302

35

110

37

107

71

2022

420

395

81

154

276

188

188

345

44

112

35

90

105

2018

2019

2020

2021

26

2022

Totaal aantal E33 (en E14) meldingen (2017-2023. Bekend bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland 3000 2000

1314

1143

2017

2018

1479

1697

2019

2020

2318

2433

2021

2022

1000 0

4.2.2. Aantal unieke personen E33 en E14 meldingen Vanaf 2019 houdt het Meldpunt Zorgwekkend gedrag ook het aantal unieke personen bij. In de afbeelding hieronder is te zien hoeveel unieke personen er verantwoordelijk zijn voor het totaal aantal E33 en E14 meldingen per jaar. In paragraaf 4.3. wordt er aan de hand van de politiecijfers een nog meer specifiek beeld gegeven van het aantal unieke personen. In onderstaande afbeelding is te zien dat het aantal unieke personen ook stijgt per jaar. Dit is in principe logisch te verklaren omdat het aantal E33 en E14 meldingen ook blijft stijgen. 7

Aantal E33 (en E14) meldingen en aantal unieke personen. Bekend bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland 986

2022

2433

871

2021

2318

785

2020

1697

635

2019

1479

2018

1143

2017

1314 0

500

1000

1500

totaal aantal unieke personen

2000

2500

3000

totaal aantal E33 meldingen

Het percentage unieke personen dat verantwoordelijk is voor het aantal meldingen, kende in 2019 een wat grotere stijging maar verder blijft het percentage rond de 40% schommelen (in 2022 = 41%, in 2021 = 38%, in 2020 = 46% en in 2019 = 43%). 4.3.

E33 en E14 meldingen bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant

Om een nadere duiding te kunnen geven aan de aantal E33/E14 meldingen zijn ook de aantallen die bekend zijn bij de politie Zeeland/West-Brabant erbij gepakt. De politie heeft in de registratie meer parameters waar zij op registeren. Deze extra parameters zorgen ervoor dat er een nog beter beeld kan worden gegeven van de personen en/context van de meldingen. 4.3.1. Aantal E33 en E14 meldingen Hieronder staat een overzicht van het aantal politiemeldingen niet-acuut (E33 en E14) over de afgelopen 5 jaar dat bekend is bij de politie (voordat ze de meldingen doorzetten naar het Meldpunt). Bij de politie zijn er ook enkele cijfers bekend over de periode 2016 en 2017 (niet weergegeven in dit document). Deze gegevens laten zien dat het aantal E33 en E14 meldingen in deze periode nagenoeg stabiel zijn gebleven. In de aantallen hieronder is vooral in 2019 ten opzichte van 2018 een grote stijging te zien van de E33 en E14 meldingen. Vanaf 2022 lijken de aantal meldingen zich weer meer te stabiliseren. Een aannemelijke verklaring zou kunnen zijn dat er vanaf 2018 vanuit de politie veel aandacht is besteed aan de meldingen van personen met ‘verward gedrag’. Hierdoor zijn de meldingen in 2019 mogelijk meer gestegen. Bij de E14 meldingen is voornamelijk een sterkere stijging te zien vanaf 2020.

Dit is mogelijk te verklaren door het coronavirus in 2020 is uitgebroken en in maart de eerste coronamaatregelen zijn ingevoerd tegen verspreiding van het coronavirus. Één van de maatregelen was ‘intelligente lockdown’, waardoor mensen in isolatie moesten. Mogelijk hebben deze maatregelen de nodige gevolgen gehad voor al kwetsbare mensen, zoals verergering/verdere opstapeling van problematiek (zoals depressie, schulden, vereenzaming), waardoor het aantal zelfdodingen is gestegen. Totaal aantal E33 en E14 meldingen Zeeland (over periode van 2018-2022). Bekend bij politie Zeeland/West-Brabant 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

3460

3807

4075

3083 1872

160

196

309

259

291

2018

2019

2020

2021

2022

E33

E14

8

4.3.2.

Aantal unieke cliënten

Hieronder is per jaar het aantal E33 meldingen weergegeven en het aantal unieke personen die voor het aantal E33 meldingen hebben gezorgd. De politie heeft wel voor 2019 de registratie van unieke personen bijgehouden. Als je de aantallen van dit overzicht vergelijkt met de aantallen die bekend zijn bij het Meldpunt zie je dat er verschillen zijn. Deze verschillen zijn te verklaren door de toelichting die is gegeven in de paragraaf ‘algemene toelichting aantallen meldingen niet-acuut bekend bij het Meldpunt en bekend bij de politie’. Het is opvallend dat de het aantal meldingen afgelopen jaren blijven stijgen, terwijl het aantal unieke personen (na 2019) zo rond de 1300 blijft hangen en geen blijvende stijging laat zien. Een mogelijk conclusie zou kunnen zijn dat we te maken Aantal E33 meldingen en aantal unieke personen. Bekend bij de politie Zeeland/WestBrabant 1352

2022

4075

1256

2021 2020

1320

2019

1263

1122

2018 0

500

1000

3807 3460 3083 1872

1500

2000

2500

aantal unieke personen E33 meldingen

3000

3500

4000

4500

aantal E33 meldingen

hebben met een grotere groep mensen die mogelijk (nog steeds) niet de juiste of passende ondersteuning ontvangt, en daardoor in beeld blijft komen bij de politie. Het aantal unieke personen dat verantwoordelijk is voor het aantal meldingen kan enorm verschillen per gemeente. Om deze verschillen per gemeente nog beter in beeld te brengen staat in bijlage 8.5 een overzicht per gemeente van het aantal unieke personen dat verantwoordelijk is voor het aantal meldingen. Over het jaar 2022 is er een analyse gemaakt van het aantal unieke personen dat verantwoordelijk voor het aantal meldingen (per persoon). In het onderstaande overzicht is te zien dat het grootste percentage van de unieke personen verantwoordelijk zijn voor 1 melding per persoon. Ongeveer een kwart van het aantal mensen zijn verantwoordelijk voor 2-9 meldingen. En maar een heel klein percentage van het aantal unieke personen is verantwoordelijk voor meer dan 10 meldingen per persoon.

Percentage verantwoordelijk voor aantal meldingen per persoon in 2022. Bron: Politie Zeeland/West-Brabant 1 melding per persoon

68,1%

2-9 meldingen per persoon

28,9%

10-19 meldingen per persoon

1,8%

20-29 meldingen per persoon

0,6%

30-39 meldingen per persoon

0,4%

40-49 meldingen per persoon

0,1%

50-59 meldingen per persoon

0,1%

0,0%

10,0%

20,0%

30,0%

40,0%

50,0%

60,0%

70,0%

80,0%

4.3.3. Leeftijd Over de periode 2018 t/m 2022 zijn de mensen binnen de leeftijdscategorie 65+ die voor de meeste E33 meldingen hebben gezorgd de afgelopen jaren. Vervolgens liggen de aantal meldingen ook hoog binnen de leeftijd van 30 t/m 60 jaar. Het gemiddelde percentage E33 meldingen ligt opvallend laag bij de leeftijdscategorie van jongeren en jongvolwassenen (t/m 25 jaar). Echter, in de specificatie per jaar is er een grotere stijging te zien van het aantal E33 meldingen, voornamelijk in de leeftijdscategorie van 15-20 jaar, 30-35 jaar en 35-40 jaar. En vooral vanaf 2022. Verder is er ook een blijvende stijgende lijn te zien bij de leeftijdscategorie 50-55 jaar. De andere leeftijdscategorieën lijken meer te stabiliseren. Bij de E14 meldingen zijn de leeftijdscategorieën meer evenredig verdeeld. De leeftijdscategorieën die het hoogst scoren zijn 20-30 jaar en 50-55 jaar. In de specificatie per jaar (op de volgende pagina) is te zien dat vooral het percentage bij de leeftijdscategorie 20-25 en 25-30 jaar flink is gestegen (vanaf 2020) en ook hoog is gebleven. Deze stijging is mogelijk ook te verklaren door de coronamaatregelen die zijn ingevoerd en dat deze maatregelen en de gevolgen van deze maatregelen vooral jongvolwassenen hard heeft geraakt.

9

Gemiddelde percentages leeftijdscategorie bij E33 meldingen over de periode 2018-2022. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant.

Gemiddelde percentages leeftijdscategorie bij E14 meldingen over de periode 2018-2022. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant <15 15-20

3,9 8,1

<15 15-20

1,7 2,4

20-25 25-30

12,2 11,2

20-25 25-30

4 8

30-35 35-40

9,4 7,8

30-35 35-40

9,5 7,9

40-45 45-50

7,2 6,3

40-45 45-50

10,2 9,8

50-55 55-60

10,1 8,7

50-55 55-60

9,7 8,8

60-65

6,4

60-65

7

65+

8,7

65+

21

100

Total

100

Specificatie aantal E33 meldingen per leeftijdscategorie over de periode 2018-2022. Bron: politie Zeeland/West-Brabant. 1000 800 600 400 200 0 <15

15-20

20-25

25-30

30-35

2018

35-40

2019

40-45

2020

2021

45-50

50-55

55-60

60-65

65+

2022

Specificatie aantal E14 meldingen per leeftijdscategorie over de periode 2018-2022. Bron: politie Zeeland/West-Brabant. 50 40 30 20 10 0 <15

15-20

20-25

25-30

30-35

2018

35-40

2019

2020

40-45

2021

45-50

50-55

55-60

60-65

65+

2022

Onderzoek “Geck op u” (van o.a. UMC Utrecht en Trimbos Instituut) is in september 2020 gestart om te kijken naar de gezondheidseffecten van de coronatijd op verschillende groepen inwoners in kwetsbare posities in drie wijken in Utrecht en Zeist. Uit het onderzoek bleek dat verschillende groepen mensen op verschillende manieren zijn geraakt in hun (mentale) gezondheid. Mensen zijn geraakt in de basisbehoeften (zoals sociale contacten, huisvesting en inkomen). Maar ook de mensen die in een transitiefase van hun leven zaten waren extra kwetsbaar. Denk aan mensen die net op zichzelf wonen, net gingen studeren of werken, maar ook mensen die een re-integratietraject volgden vanuit de GGZ. Een van de meest opvallende bevindingen uit het onderzoek was dat jongvolwassenen bijna nooit als kwetsbaar werden gezien, totdat corona uitbrak. De groep zag zichzelf ook niet zo snel als kwetsbaar waardoor zij ook niet snel op zoek gingen naar financiële of sociaaleconomische hulp/ondersteuning terwijl dat misschien wel nodig was. Opvallend was dat sommige ouderen juist relatief weinig impact ervaarden van de coronamaatregelen op hun basisbehoeften en/of (mentale)gezondheid. Daarnaast hadden ouderen vaak een goed ontwikkeld relativeringsvermogen. Dit alles zorgde ervoor dat zij minder last hadden van wisselingen van hun mentale gezondheid.

Het effect van 3 jaar corona op de mentale gezondheid van kwetsbare groepen - Trimbos-instituut 10

In de specificatie per jaar is zelfs te zien dat bij de leeftijdscategorie 65+ de E14 meldingen flink is gezakt in 2021. Bij de E33 meldingen blijft de leeftijdscategorie over alle jaren (2018-2022) relatief het hoogste scoren. 4.3.4. Aantallen hulpbehoevend In de politieregistraties is ook een categorie ‘rollen’ opgenomen. Bij rollen is er keuze uit: ‘betrokkenen’ of ‘hulpbehoevend’. Een persoon wordt gecategoriseerd als ‘hulpbehoevende’ als de desbetreffende politieagent inschat dat er zorg/ondersteuning nodig is, omdat er mogelijk nog een onderliggende zorgvraag ligt die opgepakt dient te worden. De cijfers van het aantal ‘hulpbehoevend’ zijn echter niet helemaal waterdicht. Het is afhankelijk van hoe de politieagent ter plaatse de situatie inschat en soms vindt er een dubbeling plaats in de registratie. Één dezelfde persoon wordt dan geregistreerd als betrokkene én als hulpbehoevend. Bovendien worden personen soms binnen één jaar in meerdere gemeenten gemeld. Ook kan er een melding worden gemaakt van een omstander die gelinkt wordt aan de originele E33 of E14 melding. De politiecijfers die hieronder zijn weergegeven, geven dus enkel een globaal beeld van het percentage hulpbehoevende t.o.v. de aantal meldingen. Bij de E33 meldingen is er wel een onderscheid gemaakt tussen ‘betrokkenen’ en ‘hulpbehoevend’.

Bij de E14 meldingen zijn alle meldingen geregistreerd onder ‘betrokkenen’. Om deze reden zijn de E14 meldingen niet opgenomen in het onderstaande overzicht. Percentage ‘betrokkenen’ en ‘hulpbehoevend’ bij E33 meldingen. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant betrokkenen

hulpbehoevend

2018

62%

38%

2019

50%

50%

2020

56%

44%

2021

54%

46%

2022

58%

42%

gemiddeld over 2018-2022

56%

44%

In bijlage 8.6 is een specificatie per jaar en per gemeente opgenomen. 4.3.5. Aantal antecedenten Hieronder wordt het percentage van het aantal antecedenten van het totaal aantal E33 en E14 meldingen per jaar aangegeven. Opvallend is dat het percentages van de antecedenten bij de E33 en de E14 meldingen over de afgelopen 5 jaar nagenoeg gelijk blijven. Het percentage van de mensen met antecedenten bij de E33 meldingen ligt veel hoger (gemiddeld) 50%) dan bij de E14 meldingen (gemiddeld rond de 28%). Het aantal antecedenten bij unieke personen is lastig uit te rekenen omdat bepaalde personen meerdere keren gemeld worden binnen één jaar en het aantal antecedenten dat zij hebben per melding verschilt. Deze analyse zou je wel kunnen doen bij een eventuele verdiepingsslag op casus niveau van ‘notoire melders’. Zie de toelichting in paragraaf 4.5. Percentages wel/geen antecedenten van het totaal aantal E33 meldingen. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant. 2018 2019 2020 2021 2022 totaal ja

48%

49%

49%

47%

51%

49%

nee

52%

51%

51%

53%

49%

51%

In bijlage 8.7 is een specificatie per jaar en per gemeente opgenomen. 4.3.6. Aantallen dagdeel en per dag Hieronder zijn de aantal E33 en E14 meldingen te zien per dagdeel. Zowel bij de E33 als bij de E14 meldingen zijn de meeste meldingen in de middag en in de avond. Een mogelijke verklaring kan zijn dat mensen die verward, onbegrepen en/of zorgwekkend gedrag vertonen, vaak ook kampen met meerdere vormen van problematiek zoals (geen passende huisvesting, schulden/geen inkomen, geen dagbesteding in combinatie met vaak psychosociale problematiek en/of verslaving e.d.). Mensen zonder (passende) dagbesteding (die ook vaak kampen met andere problematiek) hebben vaker een verstoord/omgekeerd dagritme. Dat betekent dat ze in de ochtend vaak minder actief zijn en pas in de middag of avond voor zorgwekkend gedrag zorgen, waarvoor mensen eerder de politie bellen. Een andere verklaring kan zijn dat na kantoortijd de desbetreffende hulpverlening niet (meer) nabij is om eventuele disbalans bij cliënten (op tijd) op te vangen.

11

Aantal E14 meldingen per dagdeel. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant

Aantal E33 meldingen per dagdeel. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant 1600

140

1400

120

1200

100

1000

80

800

60

600 400

40

200

20

0

0 2018

2019 Ochtend

2020 Middag

2021

Avond

2022

2018

2019

Nacht

Ochtend

2020 Middag

2021 Avond

2022

Nacht

4.3.7. Aantallen per maand Hieronder (op de volgende pagina) staat een weergave van het aantal E33 en E14 meldingen per maand over de jaren 2018-2022. De E33 meldingen zijn nagenoeg gelijk verdeeld over de maanden. In de (na)zomermaanden en er een lichte stijging te zien van de aantal meldingen. Bij de E14 is er een meer opvallende stijging te zien in de maanden juli en oktober. Het is lastig om aan te geven wat een verklaring zou kunnen zijn, waarom er precies in deze maanden een (grotere) stijging te zien is t.o.v. de andere maanden. Totaal aantal E33 meldingen per maand 2018-2022. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant. 2000 1500 1000 500

0 Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Juni

2018

2019

2020

Juli 2021

Aug 2022

Sept

Okt

Nov

Dec

Okt

Nov

Dec

totaal

Totaal aantal E14 meldingen per maand 2018-2022. Bekend bij de politie Zeeland/West-Brabant. 200 150 100 50

0 Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Juni

Juli

2018

2019

2020

2021

Aug 2022

Sept totaal

12

4.3.8. Locaties In het systeem van de politie kan ook de locatie van de E33 of E14 melding worden geregistreerd. Echter, dit veld is niet altijd ingevuld, waardoor er alleen een beeld kan worden geschetst van de aantal meldingen waarbij de categorie ‘locatie’ wel is ingevuld. Zie hieronder. Het is duidelijk dat de meeste E33 en E14 melding plaatsvinden op openbare weg/water of in een woning/woonwijk. Bij de E33 meldingen is het ook opvallend dat er een groot aantal meldingen plaatsvinden in een verpleeginstelling/bejaardentehuis/ziekenhuis. Dit match met de eerdere constatering dat de hoogste leeftijdscategorie bij de E33 meldingen 65+ is.

Bij de E33 meldingen scoort de locatie ‘bijzonder gebouw/terrein’ relatief hoog. Hieronder staat een verdere specificatie over wat voor soort gebouw/terrein het gaat. In dit overzicht is te zien dat de locatie ‘politiebureau’ het hoogste scoort. Dit is te verklaren door het feit dat veel E33 meldingen pas op het politiebureau worden geregistreerd. De hoge score van ‘bijzonder gebouw/terrein’ geeft dus een vertekenend beeld, want de originele locatie van de meldingen die onder ‘politiebureau’ vallen is nu niet bekend/verloren gegaan. Dit geldt ook de 57 meldingen, waarbij in de specificatie van ‘bijzonder gebouw/terrein’ nogmaals ‘bijzonder gebouw/terrein’ is ingevuld. Van deze meldingen is niet duidelijk waar de meldingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Het invullen van de categorie kent geen vaste parameters in het registratiesysteem van de politie. Het is per politieagent afhankelijk van hoe deze categorie wordt ingevuld. Hoewel de cijfers dus niet sluitend zijn, geeft het wel een beeld van waar de meldingen plaatsvinden.

Aantal E33 meldingen per locatie 2018-2022 Specificatie ‘bijzonder gebouw/terrein’ VUURTOREN LEGER DES HEILS ASIEL AZC GERECHTSGEBOUW GEVANGENIS WOONWAGENLOCATIE GEMEENTEHUIS BIJZONDER GEBOUW/TERREIN OPVANGCENTRUM POLITIEBUREAU

4.4.

1 2 3 3 3 7 9 34 57 118 554

i28 zorgformulieren voor niet-acute politiemeldingen

Tot en met 2022 was er sprake van de E33 meldingen (verward gedrag) en de E14 meldingen (poging tot zelfdoding). Het Meldpunt Zorgwekkend gedrag ontving de E33 en de E14 meldingen, na een check, van de politie. Vanaf 2023 is het i-28 zorgformulier geïmplementeerd door de politie.

13

De politie maakt bij een incident een i-28 zorgformulier op, als de politie inschat dat er sprake is van een (onderliggende) zorgvraag die opgepakt moet worden. De i-28 zorgformulieren zijn geen vervanging van de reguliere politiecodes, zoals E33 (verward gedrag), E14 (poging tot zelfdoding), E38 (overlast drugs/alcohol), E41 (overlast zwervers). Een i-28 zorgformulier kan naast elke politiecode worden gemaakt als de politie vindt dat de (onderliggende) zorgvraag is, die opgepakt dient te worden. Op 10 december 2021 heeft de politie het ‘Wet politiegegevens (Wpg) machtigingsbesluit meldpunten niet-acute zorg’ genomen (zie bijlage 8.8). Dit besluit is de aanleiding geweest voor een wijziging in de werkwijze en de invoer van het i28 zorgformulier. Conform het machtigingsbesluit mag de politie enkel de i28-zorgformulieren nog met de regionale Meldpunten niet-acuut delen. De politie heeft dit besluit genomen om alle zorgmeldingen nietacuut beter te gaan stroomlijnen (ook vanuit privacy overwegingen) en om te voorkomen dat er nog meer versnippering plaatsvindt bij het oppakken van deze meldingen. In 2022 is er in, in de vorm van een pilot, in verschillende regio’s in het land een start gemaakt met de invoer van de i-28 zorgformulieren. Vanaf 1-1-2023 is de politie ook gestart in Zeeland met de i-28 zorgformulieren.

Het is van groot belang om in de gaten te houden wat voor effect de invoering van de i-28 zorgformulieren heeft op het aantal meldingen en het soort meldingen. De registratie wordt nauw gevolgd, zodat eventuele grote veranderingen/stijgingen in het aantal meldingen kunnen worden geadresseerd en er tijdig kan worden bijgestuurd . De verwachting is dat de doelgroep, die onder de i-28 zorgformulieren wordt geregistreerd, groter zal worden. Pas na 2023 is het mogelijk om meer te zeggen over de effecten van de invoer van de i-28 zorgformulieren. Bijv. of deze invoer in eerste instantie heeft geleid tot een daling of een stijging van het aantal meldingen en het soort meldingen. 4.4.1. Eerste bevindingen i-28 zorgformulieren In Q1 en Q2 valt het Meldpunt op dat er al veel meer verschillende soorten meldingen onder de i-28 zorgformulieren worden geregistreerd. Naast de ‘klassieke meldingen’ verward gedrag (E33) komen er nu ook meldingen voorbij over ‘rijden onder invloed’, ‘buren ruzies’ en ‘overlast jeugd’. Het Meldpunt ziet een stijging van het aantal jeugdmeldingen. Een mogelijke verklaring kan zijn: als de politie geen zorgmelding kan opmaken voor Veilig Thuis, maken ze nu een i-28 zorgformulier op, zodat de melding in ieder geval op een plek terecht komt waar de melding verder opgepakt kan worden.

De invoer van de i-28 zorgformulieren heeft gevolgen voor de aantal meldingen, de soort meldingen, maar dus ook voor de triage en de juiste toeleiding van de meldingen. Het Meldpunt schakelt zoveel mogelijk met de proces-coördinatoren (PC’s) van gemeenten en zoekt de samenwerking op in het veld met de nodige partijen die de melding kunnen oppakken. Uit een eerste quick scan ligt het gemiddeld aantal i-28 zorgformulieren, die het Meldpunt doorgestuurd krijgt van de politie, op zo’n 95 meldingen (voor de periode jan t/m maart 2023). Landelijk is er ook een eerste quickscan uitgevoerd en laat zien dat we in Zeeland redelijk in de pas lopen met het landelijk beeld. Uit dit gemiddelde kunnen echter nog geen conclusies worden getrokken, omdat het werken van de i-28 zorgformulieren bij de politie ook nog in een opstartfase zit in Q1 en Q2 van 2023. 4.5.

Triage en toeleiding én nadere duiding van de E33 en E14 meldingen

4.5.1. Triage en toeleiding E33 en E14 meldingen Als het Meldpunt een E33/E14 melding doorgestuurd krijgt van de politie, kan het Meldpunt bij de triage/verificatie, ‘dat’ informatie opvragen bij verschillende partners11. ‘Dat’ informatie, betekent dat het Meldpunt navraagt of de persoon bekend is bij de desbetreffende partner, zonder dat er zorginhoudelijke of privacy gevoelige (behandel-)informatie wordt gedeeld. De DAT informatie geeft niet alleen inzicht of een cliënt bekend is bij een van deze organisaties, het geeft ook inzicht in het Zeeuwse zorgveld en in hoe we de aanpak efficiënter kunnen vormgeven. Met als doel het aantal personen met zorgwekkend te reduceren. De gegevensdeling gebeurt binnen de eigen gegevensdelingskaders van elke partij. Naast het aannemen en triëren van de E33 en E14 meldingen is het Meldpunt ook verantwoordelijk voor de toeleiding naar passende zorg en ondersteuning in samenwerking met de gemeenten, zorg- en veiligheidspartners. Het Meldpunt verrijkt de politiemeldingen op maat ten behoeve van het goed kunnen beoordelen van veiligheidsrisico’s en het passend kunnen toeleiden naar de goede zorg en/of andere interventies binnen de keten zorg, veiligheid en sociaal domein. De invoering van de i-28 zorgformulieren heeft mogelijk ook gevolgen voor het uitbreiden van het netwerk en de triage vanuit het Meldpunt.

Zodra er meer zicht komt op inhoud van de i28-zorgformulieren, zullen we dit onder de loep moeten nemen. 4.5.2. Verbetering duiding van de E33 en E14 meldingen Om de meldingen nog beter te kunnen duiden is het van belang dat we nog beter zicht krijgen op de meldingen. Deze evaluatierapportage is een eerste stap in de nadere duiding van de meldingen. De vervolgstap is om op Zeeuws niveau een verdere inhoudelijke analyse te maken van de zogenaamde ‘notoire melders’. Het streven is

11

bij de politie, 3RO’s (Reclassering), Bemoeizorg (GGD), Veilig Thuis, Zeeuwse zorgschakels, GGZ-instellingen (Zeeuwse Gronden, Emergis), Leger des heils, informatieknooppunt Zorg- en Veiligheidshuis/nazorg ex-gedetineerden en Zorg-en Veiligheidshuis Markiezaten.

14

om dit in 2024 op te pakken. Onder ‘notoire melders’ verstaan we personen die verantwoordelijk zijn voor meer dan 10 meldingen per jaar. Om deze analyse te kunnen maken is er dossieronderzoek op casusniveau nodig. De gemeente Goes heeft voor haar eigen gemeente in 2021 al een analyse gemaakt van drie casussen van ‘notoire veelmelders’. Uit deze analyse kwamen o.a. de volgende punten naar voren: — —

—

Overeenkomst tussen de drie casussen: personen accepteren geen hulpverlening of de hulpverlening die er al in zit sluit niet goed (genoeg) aan op de situatie en (de psychiatrische problematiek van) de persoon; De politie geeft aan dat de frustratie vooral zit op het feit dat er geen verandering in de meldingen komt bij deze personen. Inzet levert niks op. Iemand wordt opgepakt, maar staat soms een paar uur later weer op straat. Dit wordt onderling dan niet goed teruggekoppeld. Het gaat vaak fout in de avond, dan zorgen mensen voor overlast en/of onveilige situaties. Mensen bellen dan de politie. Vaak is dan (na kantoortijd) onduidelijk wie er aan zet is, omdat de betrokken hulpverlener dan niet meer aan het werk is. Verantwoordelijkheden zijn onduidelijk.

Het nader duiden van de E33/E14 meldingen is een ontwikkelpunt die op de agenda staat voor de werkgroep Wvggz en Apzg voor 2024. Het is belangrijk om te vermelden dat de onderliggende problematiek vaak heel lastig te duiden is en ook per casus kan verschillen. De vraag is dus nog of we eenduidige conclusies kunnen trekken op uitvoerings- en beleidsniveau. Dat moet uit de analyse blijken.

Afbeelding 1 Tijdens de themabijeenkomst van 30-6-2022 en 19-01-2023 voor het afstemmingsoverleg Wvggz Apzg en Lla en ketenpartners hebben we het eerste gesprek gevoerd over de nadere duiding van de E33 en E14 meldingen. In afbeelding 1 staan vormen van problematiek die genoemd zijn door de ketenpartners. Vormen van (vaak onderliggende) problematiek die veel voorkomen bij E33/E14 meldingen of juist zorgen voor E33/E14 meldingen. Op landelijk niveau is er ook veel aandacht besteed aan het verder duiden van de E33/E14 meldingen. Door het landelijke informatie-analyseteam (samenwerking tussen de politie, CBS en Min V&J) is er een analyse gemaakt van personen met verward gedrag over de periode 2017-2021.12 Landelijk is er ook nog steeds een stijging te zien van de E33/E14 meldingen. Deze landelijke analyse geeft nog een verdere specificatie van de meldingen a.d.h.v. meerdere parameters, zoals: —

— — —

In de landelijke analyse zijn 4 categorieën gemaakt voor het identificeren van personen die E33 meldingen veroorzaken: 1) overlast 2) hulp/assistentie m.b.t. personen met verward gedrag 3) (poging tot) zelfdoding en dodelijke ongevallen 4) geweld en seksuele delicten. De meeste incidenten vallen onder de categorie ‘overlast’. Er zijn relatief weinig mensen verantwoordelijk voor een groot aantal meldingen die onder de categorie ‘overlast’ vallen. Er is een groot percentage ‘niet-strafrechtelijke afdoening’ bij incidenten van personen met zorgwekkend/verward gedrag. Maar voor een heel klein deel van de meldingen wordt een opsporingsonderzoek gestart (2.8%) en het opsporingsonderzoek vindt voornamelijk plaats binnen de categorie ‘geweld en seksuele delicten’, omdat in deze categorie het veelal om een misdrijf gaat, in tegenstelling tot de andere categorieën.

De aantallen die bekend zijn bij het Meldpunt en bij de politie geven een beeld van de E33 en E14 meldingen. Het streven is om deze cijfers, op basis van een meer inhoudelijke analyse op casusniveau, verder aan te vullen. Om de registratie, monitoring en de duiding van de meldingen te optimaliseren, zodat we meer informatie in handen krijgen om op beleidsniveau bij te sturen en door te ontwikkelen. 4.6. Meldingen Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag (0800-1205) Zoals aan het begin van dit hoofdstuk aangegeven bestaat het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland uit een tak ‘Meldpunt niet-acuut’. Als onderdeel van deze tak is het Meldpunt verantwoordelijk voor het verwerking en de triage van de niet-acute meldingen die het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland ontvangt via het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag (0800-1205).

12

Infographic Personen met Verward gedrag | Rapport | Rijksoverheid.nl

15

Via het Landelijk meldpunt zorgwekkend Gedrag (0800-1205) kunnen mensen die zich zorgen maken over zichzelf of iemand in hun omgeving in contact komen met zorgverleners in hun buurt. Het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag is er voor niet-acute zorgen. Bij crisis of acuut gevaar is het alarmnummer 112 of de lokale crisisdienst van de ggz bereikbaar. Het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag verbindt de beller automatisch door met een meldpunt in de regio. Voor Zeeland worden de telefoontjes die binnenkomen via het Landelijk meldpunt (0800-1205) doorgeschakeld naar het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. In bijlage 8.9 staat een overzicht van voorbeelden van signalen die laten zien dat er sprake kan zijn van zorgwekkend gedrag. 4.6.1. Aantal meldingen Meldpunt zorgwekkend gedrag 0800-1205 Het aantal telefoontjes dat binnenkomt bij het landelijk Meldpunt Zorgwekkend gedrag 0800-1205 fluctueert tussen globaal 500 en 1.500 per maand. Het landelijk Meldpunt stuurt de telefoontjes die zij ontvangen, meteen door naar het regionale meldpunt, van de regio waar de desbetreffende beller vandaan komt. Tussen juli 2020 en maart 2022 zijn er rond de 12.000 telefoontjes doorverbonden naar een lokaal of regionaal meldpunt. 13 Het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland kan op twee manieren een 0800-1205 melding ontvangen: — —

Per telefoon (doorgeschakeld vanuit het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag 0800-1205); Via de website van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland14 (via een online meldformulier)

Het is belangrijk om te vermelden dat niet elke melding, die binnenkomt via de telefoon, ook daadwerkelijk als een melding wordt geregistreerd. Het komt voor dat een de procesregisseur van het Meldpunt de persoon die belt al goed kan helpen door middel van het bieden van een luisterend oor en/of het geven van (handelings-)advies. Hieronder staat een overzicht van het totaal aantal 0800-1205 meldingen die binnen zijn gekomen bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland én het aantal telefoongesprekken die het Meldpunt heeft gevoerd. Het landelijk telefoonnummer 0800-1205 is in het najaar van 2020 gelanceerd, vandaar dat er pas cijfers bekend zijn vanaf oktober 2020. Het aantal 0800-1205 meldingen dat het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland ontvangt ligt gemiddeld rond de 160 meldingen per jaar.

Totaal aantal 0800-1205 meldingen ontvangen door het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland (via de website, via de telefoon of ‘face-to-face’ gesprek) Totaal aantal telefoongesprekken 0800-1205 gevoerd door het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland (let op: niet elk telefoongesprek heeft dus geleid tot een melding)

2020 (okt-dec) 38

2021 169

2022 159

42

78

147

Als we de gemiddelden van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland vergelijken met het Landelijk meldpunt, kent Zeeland geen echte uitschieters in meldingen (zie bijlage 8.10) Het gemiddeld aantal gesprekspogingen dat het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland ontvangt en beantwoord ligt zelfs hoger dan het landelijke gemiddelde van het aantal gesprekspogingen die zijn doorgezet en beantwoord door de regionale meldpunten. Op de volgende pagina staat een specificatie per maand van het aantal telefoongesprekken die zijn gevoerd die doorgeschakeld zijn vanuit het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag 0800-1205. Opvallend is dat er niet echt een trend is te ontdekken: In 2021 leek er een piek te zitten in de zomermaanden en in december. In 2022 zit er juist meer een piek in de aantallen in het voorjaar en in de nazomerperiode en dalen juist de aantal telefoontjes in de zomer en in de maand december. Het Meldpunt niet-acuut vraagt dus om een continue bezetting. Vanaf september 2022 worden ook de adviesgesprekken geregistreerd, n.a.v. een telefoongesprek, of gesprekken die face-to-face zijn gevoerd. Deze adviesgesprekken zijn altijd anoniem. Vanaf 2021 zijn ook de aantal minuten bijgehouden van de telefoongesprekken die zijn gevoerd in het kader van 0800-1205. De piek in december 2021 was te verklaren door een notoire beller.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13661107/1