CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 431 Bijlage 3 HS Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltrace) - Toelichting

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken24.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Inmiddels zijn de uit te geven kavels bedrijfsgrond zo goed als uitverkocht en moet steeds meer rekening houden met een uitbreiding van de bestaande bedrijfsterreinen aan de zuidkant van de stad. Het gaat voorlopig eerst om een ruimtelijke reservering en het aanwijzen van potentiële locaties. Daarnaast speelt de discussie van de bereikbaarheid van de bedrijfsterreinen. Door de toename van de bedrijvigheid en dus ook de toename van het aantal werknemers, wordt de roep steeds groter om in te grijpen op de veiligheid van de bestaande verkeersstructuur. In de huidige verkeersstructuur worden alle bedrijven via één ontsluitingsweg naar het knooppunt in de Weg naar de Val geleid. In geval van een ongeval op deze route is de hele zuidzijde van de stad (bedrijfsterreinen) dus afgesloten. In de studie ‘Betere bereikbare centrumstad Zierikzee’ (2021) wordt daarom ingezet op een extra ontsluitingsweg aan de zuidzijde van de stad met een extra aantakking op de Weg naar de Val. In eerste instantie zal dit gaan om een calamiteiten-ontsluiting met aantakking op de Straalweg die op de langere

blad 30 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

termijn kan worden opgewaardeerd naar een permanente ontsluiting voor het bedrijventerrein. De structuurvisie Zierikzee geeft een doorkijk naar 2030, maar de gebiedsvisie heeft een langere doorlooptijd. De gebiedsvisie die ten grondslag ligt aan de structuurvisie kent de randen van de maximale groei van de stad Zierikzee naar het zuiden. Met de periodieke actualisaties van de structuurvisie en de bedrijfsterreinenprogramma’s wordt de voorgestelde gefaseerde ontwikkeling gemonitord. Op de volgende afbeelding is de nieuwe structuurvisiekaart inclusief het onderdeel Bedrijven weergegeven.

Figuur 3.1: Structuurvisiekaart inclusief onderdeel Bedrijven Toetsing en conclusie Op de structuurvisiekaart uit 2019 is het plangebied aangeduid als open landschap tot tegen de stad. Het grenst aan het bedrijventerrein. De voorgenomen ontwikkeling was toen nog niet voorzien in de structuurvisie. In mei 2023 is de wijziging van de Structuurvisie Zierikzee 2030, Onderdeel Bedrijven, met bijbehorende Structuurvisiekaart vastgesteld. Het plangebied is daarin aangeduid als onderdeel van het bedrijventerrein. Het hoogspanningsstation is opgenomen op de structuurvisiekaart als fase 1 van de ontwikkeling van het bedrijfsterrein Zuidoostflank Zierikzee. Op figuur 3.2 is de visiekaart weergegeven.

blad 31 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Figuur 3.2: Visiekaart De grotere vraag naar energie maaktA de komst van een 150/21/10 kV-station in de buurt van Zierikzee op korte termijn noodzakelijk. In de Gebiedsvisie is het proces van de locatiekeuze (SD1A) voor het hoogspanningsstation uitgebreid toegelicht. Deze locatie is het meest geschikt op de aspecten 'ruimtelijk', 'economisch' en 'draagvlak'. Het hoogspanningsstation wordt gerealiseerd op locatie SD1A. De ontwikkeling is daarom in lijn met de structuurvisie.

3.3.2

Strategische visie 'Tij van de Toekomst 2011-2040' Kader De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Duurzaamheid speelt daarin een belangrijke rol. Toetsing en conclusie Het beleid van de gemeente is erop gericht om duurzame energie te produceren en Schouwen-Duiveland zelfvoorzienend te maken. Er zijn een aantal duurzame energieprojecten in ontwikkeling, maar hiervoor moet de capaciteit van de huidige energievoorziening worden vergroot. Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de

blad 32 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

netversterking op Schouwen-Duiveland. Het realiseren van het hoogspanningsstation is in lijn met de strategische visie.

3.3.3

Millieu en Duurzaamheidsbeleid Kader Voor wat betreft milieu- en duurzaamheid werkt de gemeente aan de vijf sporen: milieukwaliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Milieukwaliteit De algemene doelstelling voor milieukwaliteit is dat de bodem, de lucht en het water blijvend van goede en waar (met draagvlak) haalbaar van boven gemiddelde kwaliteit zijn (boven de wettelijke norm). Geluidsoverlast en hinder van trillingen dienen te worden voorkomen en er wordt zorgvuldig omgegaan met de als kwaliteit bestempelde duisternis. Specifieke doelstellingen per milieuthema zijn vastgelegd in het Milieubeleidsplan. Energietransitie De algemene doelstelling is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Specifieke doelstellingen voor eind 2023 zijn het realiseren van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het huidige gebruik (referentiejaar 2017) en 16% van het energieverbruik wordt duurzaam opgewekt. Stimuleren van duurzame mobiliteit behoort ook tot één van de doelstellingen van de Energie-Agenda. Specifieke doelstellingen zijn vastgelegd in de Energie-Agenda. Eind 2021 heeft de gemeente de Transitievisie Warmte vastgesteld met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas.

De visie voor 2050 is dat de gebouwde omgeving bestaat uit goed geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden. Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet. Klimaatadaptatie Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Dit is uitgewerkt in de Zeeuwse klimaatadaptatiestrategie met de thema’s: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Biodiversiteit Hoofddoelstelling is dat Schouwen-Duiveland in 2040 een robuust ecosysteem heeft met een eigen herkenbare landschappelijke identiteit. Kringloopeconomie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. De landelijke doelstelling is om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is bij te dragen aan een economisch systeem waarbij geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem.

blad 33 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Toetsing en conclusie Het beleid van de gemeente is erop gericht om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Gemeente Schouwen-Duiveland heeft de ambitie om eind 2023, naast het windpark Krammer, nog 16% extra duurzame energie op te wekken. Voor een verdere verduurzaming wordt vooral gezocht naar zonne-energie. Er zijn een aantal duurzame energieprojecten in ontwikkeling, maar daarvoor moet de capaciteit van de energievoorziening worden vergroot. Het net is daarvoor op dit moment ontoereikend. Een hoogspanningsstation is noodzakelijk om de ambitie energieneutraal in 2040 te kunnen halen. Het realiseren van het hoogspanningsstation is in lijn met de Energieagenda Schouwen-Duiveland.

blad 34 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen, is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. Bij deze onderzoeken is uitgegaan van een groter onderzoeksgebied dan het plangebied, omdat de ligging van het station nog onduidelijk was tijdens het uitvoeren van de onderzoeken. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht.

4.1

Onderzoeksplicht vanwege mer-wetgeving Kader Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder wijzigingsplannen en bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: • Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; • Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' uit te voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld.

Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke onder andere de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Toetsing Het plan voorziet in de realisatie van een hoogspanningsstation, de landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation en het aanleggen van ondergrondse verbindingen. Het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een hoogspanningsstation is niet opgenomen in onderdeel C en D van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Een hoogspanningsstation is daarom op zichzelf niet m.e.r.-plichtig. Voor dit bestemmingsplan is de activiteit 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding' (D 24.2) relevant. Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een leiding met een spanning vanaf 150 kV of een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied. Voorgenomen ontwikkeling voorziet hier niet in. Het initiatief is dus niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Met voorgenomen plan wordt een ondergrondse hoogspanningsverbinding van 150 kV mogelijk gemaakt. De lengte van de hoogspanningsverbinding in het plangebied is minder dan 5 kilometer. De totale lengte van de hoogspanningsverbinding door gevoelig gebied is ook ruimschoots minder dan 5 kilometer.

Het voornemen ligt daarom onder de

blad 35 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

drempelvoorwaarden waarvoor een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. De drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. worden niet overschreden. Voor activiteiten die wel in onderdeel D van het Besluit m.e.r. genoemd staan, maar waar de aantallen uit het betreffende plan of besluit onder de drempelwaarden liggen, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Er is daarom een aanmeldnotitie met vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze aanmeldnotitie is bijgevoegd als Bijlage 3. Er kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is geen reden tot het uitvoeren van een m.e.r.-procedure. Conclusie Vanuit de m.e.r. wet- en regelgeving zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Bodem Kader In het kader van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de milieuhygiënische bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functies. Uit het Besluit ruimtelijke ordening volgt dat er in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. De Wet bodembescherming stelt regels voor bescherming van de bodem en sanering van verontreinigde bodem. Toetsing Milieuhygiënisch onderzoek In het kader van dit bestemmingsplan is door Antea Group een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 4 bij deze toelichting. De resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Bodemonderzoeken Binnen het onderzoeksgebied zelf is voor zover bekend enkel op het noordelijke deel bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied zijn in het verleden meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn grotendeels hooguit licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater aangetoond. Plaatselijk zijn in het verleden matig/sterke verontreinigingen aangetroffen die naar aanleiding daarvan zijn gesaneerd. Er is geen sprake van een restverontreinging. Grondverzet kan plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart.

Het onderzoeksprotocol van de initiatiefnemers vereist echter dat er voor onverdachte terreindelen waar grondroerende werkzaamheden plaatsvinden wel verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 wordt uitgevoerd. (Historisch) verdachte activiteiten/boomgaarden Binnen het onderzoeksgebied waren in het verleden boomgaarden gelegen. Boomgaarden zijn verdacht op organichloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Binnen het onderzoeksgebied is mogelijk een ondergrondse brandstoftank aanwezig. Er zijn verder geen (historisch) verdachte activiteiten bekend. Asbest Voor zover bekend hebben er binnen het onderzoeksgebied geen activiteiten plaatsgevonden waarbij ver- en bewerking van asbest heeft plaatsgevonden. Uit de terreinverkenning blijkt

blad 36 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

dat binnen het onderzoeksgebied geen onverharde (puin)paden, dammetjes en inritten aanwezig zijn. PFAS Voor zover bekend is er binnen het onderzoeksgebied geen sprake van het voorkomen van eventuele puntbronnen, zoals onder andere toepassen van blusschuim bij branden. Gezien de afwezigheid van PFAS-verdachte puntbronlocaties in de directe omgeving, wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Er dient aanvullend onderzoek naar PFAS uitgevoerd te worden op locaties waar afvoer van grond wordt verwacht. Watergangen Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich twee watergangen, namelijk afwateringssloten. Het onderzoeksgebied wordt grotendeels omsloten door watergangen. Uit topografische kaarten (Topotijdreis) blijkt dat er ruilverkaveling heeft plaatsgevonden. Indien bestaande watergangen worden gedempt, dient waterbodemonderzoek uitgevoerd te worden conform NEN 5720. Overig Naast de hierboven genoemde zaken zijn er op het onderzoeksgebied geen andere verdachte activiteiten en/of bekende bodemverontreinigingen naar voren gekomen uit onderhavig vooronderzoek. Cultuurtechnisch onderzoek Door Antea Group is ook een onderzoek naar landbouwkundige besmettingen uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd.

De resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Het plangebied ligt buiten een beregeningsverbodgebied. Volgens de informatie van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (NAK) zijn in de directe omgeving van het hoogspanningsstation in Zierikzee, in de percelen geen Chitwoodi-, Rhizomanie- en knolcyperus-besmettingen bekend. Wratziekte, Bruinrot, Ringrot, M. Chitwoodi, Knolcyperus en Stengelaaltjes komen volgens de NVWA niet voor in de omgeving van hoogspanningsstation Zierikzee. Wel is voor het hoogspanningsstation Zierikzee één besmetting van Aardappelmoeheid bekend voor het perceel N-293. Naast de opgevraagde percelen, heeft het NVWA een aardappelmoeheidbesmetting gerapporteerd in perceel N-563. Deze aardappelmoeheidbesmettingen wordt in figuur 4.1 met de blauwe arcering aangegeven.

blad 37 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Figuur 4.1: Besmetting aardappelmoeheid Een aardappelmoeheidbesmetting valt onder een quarantaine-organisme die door de Europese Unie is gereguleerd. Dit houdt in dat maatregelen moeten worden genomen om verspreiding van de besmetting zowel binnen als buiten het perceel te allen tijde te voorkomen. Werkzaamheden die namens TenneT in het met aardappelmoeheid besmette gedeelte van perceel N-293, nabij station Zierikzee worden uitgevoerd, zullen volgens de in de Cultuurtechnische Specificatie TenneT (CST) omschreven Q-maatregel moeten plaatsvinden. Er dient voor het met blauw gearceerde gedeelte in perceel N-293 een werkplan te worden opgesteld dat voorafgaand aan de werkzaamheden door TenneT moet worden goedgekeurd. Indien er werkzaamheden uitgevoerd gaan worden op het perceel N-563, dan zal ook voor dit blauw gearceerde gedeelte met aardappelmoeheidbesmetting vooraf een werkplan opgesteld en door TenneT goedgekeurd moeten worden. De aannemer dient voorafgaand aan de werkzaamheden de akkerbouwpercelen te bemonsteren op aardappelaaltjes, bietenaaltjes, witrot en vrijlevende aaltjes. Afhankelijk van de resultaten dient op de percelen waarop een besmetting aanwezig is de Q-maatregel te worden toegepast. Deze maatregel staat omschreven in de Cultuurtechnische Specificatie TenneT (CST).

blad 38 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Geohydrologisch onderzoek Wanneer er ergens een bouwproject wordt uitgevoerd, zoals in dit geval de bouw van een hoogspanningsstation, kan dit invloed hebben op het oppervlaktewater, het grondwater en de bodemlagen in de ondergrond. Dit is het geval wanneer voor het bouwproject graafwerkzaamheden worden uitgevoerd en/of grondwater uit de ondergrond wordt opgepompt om deze graafwerkzaamheden 'in den droge' mogelijk te maken. Ook het aanbrengen van hopen grond, zoals grondwallen, kan invloed hebben. Mogelijke effecten kunnen zijn: een verlaging van de grondwaterspiegel, het juist ophoog gedrukt worden van grond- en oppervlaktewater en het inklinken van de bodem. Hierdoor kunnen verdroging, verdichting, verzakking en zettingen optreden en kunnen er ongewenste vervormingen van het maaiveld plaatsvinden. De verdichting van de ondergrond ontstaat door daar zware installaties op te plaatsen. Het gebied waarin deze effecten van bouwactiviteiten kunnen optreden, wordt het invloedsgebied genoemd. Dit gebied kan groter zijn dan het gebied waar feitelijk gebouwd wordt. De locatie waar het transformatorstation gerealiseerd wordt, ligt in een gebied waar overwegend sprake is van een matig risico op ondergrondverdichting, zie figuur 4.2. In een rand van het onderzoeksgebied is sprake van een groot risico op ondergrondverdichting.

Aan de rand van het onderzoekgebied worden daarom geen zware installaties geplaatst. De kaart in figuur 4.2 laat zien dat de draagkracht van het plangebied zodanig is, dat er geen groot risico op verzakking is. De kans op verzakking en verzetting als gevolg van de werkzaamheden voor het hoogspanningsstation is daarmee klein. De impact van de ontwikkeling is beperkt.

Figuur 4.2: Risico op ondergrondverdichting (groen is matig, oranje is groot) De dijk heeft een landschappelijke functie en zal dus geen (of zo min mogelijk) ongelijkmatige zettingen mogen vertonen. Het aanbrengen van de dijk voor de landschappelijke inpassing kan echter zorgen voor zettingen van de ondergelegen bodem. Op basis van nader geotechnisch onderzoek kan het effect van het voornemen op verzakking en zetting preciezer bepaald worden. De impact van de ontwikkeling is beperkt, maar het is belangrijk dat voor het totale invloedsgebied de bodemopbouw en de waterhuishoudkundige situatie wordt onderzocht, zodat mogelijke effecten goed in beeld kunnen worden gebracht en maatregelen kunnen worden bedacht om deze effecten te voorkomen dan wel goed te beheersen. Voordat gestart wordt met de uitvoering van werkzaamheden op basis van een omgevingsvergunning die nog moet worden aangevraagd blad 39 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

dienen daarom aanvullende onderzoeken te worden uitgevoerd. Het gaat dan bij het station om een funderingsadvies en -plan. Deze moeten conform de dan vigerende normen en protocollen worden uitgevoerd. Ditzelfde geldt uiteraard voor het grondverzet dat moet plaatsvinden voor de landschappelijke inpassing. Voor het geohdrologische aspect is een bureaustudie uitgevoerd door Antea Group. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 6. Op basis van deze inventarisatie worden de volgende aanbevelingen gedaan ten aanzien van het geohydrologisch onderzoek, die ook meegenomen worden in onderzoeksplannen voor veld- en bodemonderzoek: Daar waar de stationslocatie wordt aangelegd, dient het bodemprofiel tot voldoende diepte inzichtelijk te worden gemaakt. Naar verwachting is bij een ontgraving sprake van een opbarstrisico, omdat de deklaag van klei/veen niet wordt doorgraven en de stijghoogte vrij hoog is. Hierdoor dient het bodemonderzoek voldoende diep te worden uitgevoerd, bij voorkeur tot minimaal 8 m -mv. Afhankelijk van de aangetroffen bodemopbouw kan het noodzakelijk zijn de boringen dieper door te zetten. Daar waar de stationslocatie wordt aangelegd, dient een grondwateronderzoek (grondwaterstanden/stijghoogten en grondwaterkwaliteit) uitgevoerd te worden.

Omdat er volgens de bekende gegevens sprake is van brak dan wel zout grondwater en er naar verwachting verschillen zijn in freatische waterstanden en stijghoogten wordt het aanbrengen van meerdere peilbuizen op verschillende dieptes geadviseerd. De wateranalyses dienen minimaal inzicht te geven in de parameters uit het Blbi-pakket (ijzer, onopgeloste bestanddelen) en chloride + Elektrische geleiding (EC). Om de diepte van het zoet-zoutgrensvlak in beeld te brengen wordt geadviseerd enkele geleidbaarheidssonderingen uit te voeren in het gehele plangebied zodat duidelijk wordt waar en op welke diepte de zoet/zout concentraties zich bevinden. Daar waar dieper dan de grondwaterstand wordt gegraven wordt het opstellen van een bemalingsadvies geadviseerd. In het bemalingsadvies dient rekening te worden gehouden met een opbarstrisico en het upconen van zout grondwater (toename van het zoutgehalte in ondieper grondwater) met als potentieel gevolg verzilting. Het uitvoeren van bodemonderzoeken mag niet leiden tot verzilting. Om dit te voorkomen dienen de aangetroffen scheidende lagen in de boor- en sondeergaten te worden afgedicht met zwelklei e.e.a. conform BRL2100. Conclusie Aan de hand van de uitgevoerde bureauonderzoeken is in ieder geval duidelijk dat het aspect bodem de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.

Wel worden de conclusies en aanbevelingen uit de uitgevoerde onderzoeken bij de verdere uitwerking en aan te vragen vergunningen meegenomen.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie Kader De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een plantoelichting dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

blad 40 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

4.3.1

Archeologie Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Bij ingrepen waarbij de ondergrond ernstig wordt geroerd, moet worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing Door Antea Group is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 7 bijgevoegd. Hieronder volgen de belangrijkste resultaten. Op de top van het pleistocene dekzand kunnen resten uit het paleolithicum en mesolithicum worden verwacht. Het pleistocene oppervlak wordt ter hoogte van het plangebied verwacht op circa 26m -NAP. Het maaiveld binnen het plangebied ligt op circa 0,21 tot 0,89m -NAP. Deze resten worden derhalve niet verwacht binnen de scope van onderhavig onderzoek. De middelhoge verwachting wordt binnen deze scope dus bijgesteld naar laag. Op de intacte top van het Laagpakket van Wormer kunnen resten uit het neolithicum verwacht worden op mogelijke, iets hoger gelegen en droge inversieruggen (middelhoge verwachting).

Bij een booronderzoek op een naburig terrein werd vastgesteld dat de top van het Laagpakket van Wormer daar slap en ongerijpt was. Dit duidt erop dat de omgeving te nat was voor bewoning. De verwachting op resten uit deze periode is derhalve laag. De aanof afwezigheid en/of ligging van eventuele inversieruggen met een middelhoge verwachting kan echter niet aan de hand van het bureauonderzoek worden vastgesteld. Op en in het Hollandveen kunnen resten uit de bronstijd, ijzertijd en romeinse tijd verwacht worden. Deze kunnen zich in en op het Hollandveenpakket bevinden (middelhoge verwachting). In hoeverre de top van het Hollandveen nog intact aanwezig is in het plangebied is grotendeels onbekend. Bij een onderzoek net ten westen bleek de top van het Hollandveen geërodeerd waardoor ook de verwachting op resten uit deze periode eerder laag zijn. In de afzettingen van de Laagpakket van Walcheren kunnen resten uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd verwacht worden. Op basis van de gemeentelijke verwachtingskaart geldt deze verwachting met name op de kreekruggen. Op basis van de historische kaarten worden resten uit de nieuwe tijd echter vooral verwacht op enkele locaties in het noordelijke deel van het plangebied, ter hoogte van de historische weg. De verwachting op resten uit deze perioden is middelhoog.

Ter hoogte van de locatie van de vroegere Meeldijk kunnen nog resten van deze dijk verwacht worden. Deze verwachting is hoog. In het grootste deel van het onderzoeksgebied gelegen in de nieuwlandpolder worden geen (in situ) resten verwacht ouder dan 1352. Op basis van de historische kaarten worden hier ook geen resten van bebouwing verwacht. Omdat er in het grootste deel van het onderzoeksgebied een lage verwachting geldt, en op basis van het gemeentelijk beleid niet onderzoeksplichtig is, kan dit deel vrijgegeven worden voor de geplande ontwikkeling (figuur 4.3 groene zone). Ook ter hoogte van een bekend wiel of kolk geldt een lage verwachting. Omdat er een middelhoge kans is op het aantreffen van archeologische resten uit de middeleeuwen en/of nieuwe tijd binnen het plangebied, is het nodig om op de locatie van het geplande hoogspanningsstation inclusief de bijbehorende bouwwegen, werkterreinen en eventueel deel van het kabeltracé, een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren, indien graafwerkzaamheden dieper dan 0,50m -mv worden gepland. Dit is vastgelegd in de regels van dit

blad 41 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

bestemmingsplan met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6.

Figuur 4.3: Advies vrijgave en boringen Voor de overige delen van het plangebied met een hoge verwachting blijft het advies voor het uitvoeren van een verkennend booronderzoek gelden wanneer de daar geplande ontwikkelingen zullen worden uitgevoerd. Conclusie Onder voorwaarde dat er een verkennend booronderzoek wordt uitgevoerd indien graafwerkzaamheden dieper dan 0,50m -mv worden gepland, staat het aspect archeologie de uitvoering van het plan niet in de weg.

blad 42 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

4.3.2

Cultuurhistorie Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Toetsing Schouwen-Duiveland is gevormd door de voormalige eilanden Schouwen, Duiveland, Bommenede en Dreischor. Tussen de voormalige eilanden Schouwen en Duiveland bevond zich de zeearm de Gouwe. Na inpoldering en samenvoeging van deze eilanden en zeearm (de Gouwepolders), ontstond het zeekleilandschap Schouwen-Duiveland. Het plangebied is gelegen in de halfopen polder. Met de ontwikkeling wordt het halfopen karakter van de polder aangetast. Dit is geen cultuurhistorisch element. De ruimtelijke opzet, geïntroduceerd in de Gebiedsvisie Zuidoostflank, is gekozen om de uiterste begrenzing van de stad vorm te geven door middel van een voortzetting van de aanwezige stevige, groene rand (talud met beplanting), waarachter de stedelijke ontwikkelingen in de toekomst kunnen plaatsvinden. Deze landschappelijke lijn wordt gekruist door een andere belangrijke, historisch waardevolle lijn, die van de voormalige Meeldijk. De dijk lag naast de aanwezige kabels- en leidingenstrook. Deze dijk wordt gedeeltelijk hersteld. In de hoek van deze twee landschappelijke lijnen wordt het nieuwe hoogspanningsstation gerealiseerd.

De dijken krijgen een belangrijke rol bij de landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation. In het plangebied komen verder geen specifieke cultuurhistorische waarden voor. Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.4

Bedrijven en milieuzonering Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals woningen): ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Bij een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Toetsing Een hoogspanningsstation is op grond van de VNG-publicatie te beschouwen als een milieuhinderlijke activiteit. De milieucategorie is afhankelijk van het opgestelde vermogen van het hoogspanningsstation. Het voorgenomen 150/21/10 kV-station op

blad 43 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Schouwen-Duiveland krijgt een totaal transformatorvermogen van 200-1.000 MVA. Daarmee gaat het om een hoogspanningsstation dat wordt aangemerkt als inrichting in milieucategorie 4.2. Voor deze bedrijfsactiviteit geldt volgens de VNG-publicatie een richtafstand tot gevoelige objecten van 300 meter voor geluid en 50 meter voor gevaar. De afstand tot de minicamping is circa 340 meter. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning is circa 65 meter. Voor gevaar wordt aan de richtafstand voldaan. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand voor geluid van het hoogspanningsstation tot aan de dichtstbijzijnde woning. Om na te gaan of het mogelijk is om toch een goed woon- en leefmilieu te garanderen, is door Peutz een onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 8. Het hoogspanningsstation kan voorzien in maximaal 5 150/21 kV transformatoren en maximaal 3 21/10 kV transformatoren. Deze maximale situatie is het uitgangspunt voor het onderzoek. In het onderzoek is 'worst case' uitgegaan van maximale belasting gedurende het gehele etmaal. Ten behoeve van controle en onderhoud kunnen enkele voertuigen het hoogspanningsstation bezoeken. Voor het onderzoek is daarom rekening gehouden met een beperkt aantal verkeersbewegingen met bedrijfsbussen ('worst case'). De resultaten van het onderzoek zijn hieronder kort toegelicht.

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn berekend voor de toekomstige situatie. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woningen over het algemeen langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus kunnen optreden van ten hoogste 23 dB(A). Eén en ander komt overeen met een etmaalwaarde van ten hoogste 33 dB(A), bij Straalweg 3. Etmaalwaarden worden bepaald in de nachtperiode. Een etmaalwaarde van 33 dB(A) komt dan overeen met 23 dB(A) in de nachtperiode. In de berekening is ook rekening gehouden met de toepassing van een toeslag van 5 dB voor het tonale karakter van het geluid. Zie ook de waarden per locatie in onderstaande tabel. Tabel 4.1 langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit geluidsonderzoek Peutz

Geconcludeerd wordt dat in alle gevallen voldaan wordt aan de richtwaarden volgens de VNG-richtlijn (te weten: 45 dB(A) voor de woningen). Ook ter plaatse van de minicamping (formeel geen geluidgevoelige bestemming) is de waarde lager dan de streef-, richt- en grenswaarden. Op grond hiervan kan worden opgemerkt dat reeds sprake is van een blad 44 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

inpasbare situatie. Bij de beoordeling van de geluidsituatie kan de cumulatieve geluidbelasting een rol spelen. Het betreft hier de totale geluidbelasting ten gevolge van alle geluidbronnen in de omgeving. Voor deze situatie is met name van belang de cumulatie met het geluid afkomstig van de provinciale weg N256 en industrielawaai. In alle gevallen kan worden gesteld dat er sprake is van een niet-waarneembare of -meetbare verhoging van de cumulatieve geluidbelasting. Laagfrequent geluid Hoogspanningsstations produceren laagfrequent geluid. Geluid met frequenties onder 20 Hz wordt infra-geluid genoemd; de waarneming is dan niet als geluid te herkennen maar meer als ‘druk op de oren’ of als trilling. De hoogspanningsstations bezitten relatief veel geluidenergie bij 100 Hz en hogere harmonischen daarvan (200 Hz en volgende veelvouden van 100 Hz). 100 Hz vormt het overgangsgebied tussen laagfrequent geluid en 'normaal geluid'. In het kader van laagfrequent geluid zijn voor hoogspanningsstations alleen de geluidniveaus bij 100 Hz van belang. Voor de beoordeling van laagfrequent geluid bestaat nog geen wettelijke grondslag. Er wordt aansluiting gezocht bij de richtlijn Vercammencurve. Uit jurisprudentie (zie onder andere uitspraak 201904583/1/R d.d.

13 mei 2020 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) volgt dat dit een geaccepteerde methode is om de hinder vanwege laagfrequent geluid te beoordelen. In het kader van laagfrequent geluid zijn voor hoogspanningsstations alleen de geluidniveaus bij 100 Hz van belang. Verwacht wordt dat binnen de woningen bij 100 Hz de geluidniveaus niet meer dan circa 14 dB zullen bedragen. De waarden voor laagfrequent geluid liggen lager dan de Vercammencurve, die als referentiewaarde hier 39 dB hanteert. Op grond hiervan mag worden verwacht dat binnen alle woningen ten gevolge van het transformatorstation geen sprake zal zijn van hinder als gevolg van laagfrequent geluid. Het laagfrequente geluid zal niet waarneembaar zijn. Formeel geldt een camping niet als geluidgevoelig. In het onderzoek is wel aandacht besteed aan de geluidniveaus ter plaatse van de minicamping. Ter plaatse van de minicamping worden bij 100 Hz geluidniveaus verwacht van ten hoogste 31 dB. Deze waarde betreft het buiten optredende geluidsniveau. Het verwachte laagfrequente geluidniveau is nog ruimschoots lager dan de Vercammencurve (ook hier 39 dB). Bovendien geldt dat de verwachte laagfrequente geluidniveaus lager zullen zijn dan het achtergrondgeluidniveau ter plaatse, welke niet lager zal zijn dan 20 à 25 dB(A) in de nachtperiode en hoger in de dag - en de avondperiode.

Naar verwachting zal het transformatorstation niet of nauwelijks waarneembaar zal zijn als laagfrequent geluid. Er wordt voldaan aan de Vercammencurve. Maximale geluidniveaus De maximale geluidniveaus (piekgeluidniveaus) worden uitsluitend veroorzaakt door het schakelen met vermogensschakelaars. Berekend worden maximale geluidniveaus van ten hoogste 49 dB(A) tijdens het schakelen bij de woning Straalweg 3 en ten hoogste 45 dB(A) op de minicamping. Dit vindt echter slechts sporadisch plaats. Gesteld wordt dat met betrekking tot de maximale geluidniveaus bij de woningen voldaan wordt aan de normaliter gehanteerde grenswaarden. Geluidzone Daar het in de toekomst opgestelde elektrische vermogen meer dan 200 MVA zal bedragen, dient een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder vastgesteld te worden. In het blad 45 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

akoestisch onderzoek is een voorstel uitgewerkt waarbij geen rekening wordt gehouden met het tonale karakter van het geluid. Het voorstel voor de geluidzone is weergegeven op figuur 4.4. Binnen de voorgestelde geluidzone zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen.

Figuur 4.4 Voorstel zonegrens (oranje lijn) Uit het onderzoek blijkt dat de ten gevolge van het geprojecteerde transformatorstation optredende geluidniveaus in de omgeving voldoen aan de redelijkerwijs te stellen criteria op grond van de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder. Dit geldt zowel voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, laagfrequent geluid en de maximale geluidniveaus. Gelet hierop kan worden gesteld dat vanuit het aspect geluid sprake is van een toelaatbare en inpasbare situatie. Conclusie Op de verbeelding en in de regels van dit bestemmingsplan is de geluidzone - industrie opgenomen. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Geluid Kader Wanneer een ontwikkeling voorziet in geluidproducerende functies of werkzaamheden, moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, vliegtuigverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd

blad 46 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: • woningen; • andere geluidsgevoelige gebouwen; • geluidsgevoelige terreinen. Toetsing Wegverkeerslawaai De verkeersgeneratie neemt beperkt toe door de beoogde ontwikkeling, zie paragraaf 4.11. Door de beperkte toename, neemt het wegverkeerslawaai als gevolg van deze ontwikkeling ook nauwelijks toe. Er is geen effect ten opzichte van geluidsgevoelige objecten. Hierdoor is er geen aanleiding dit verder te onderzoeken. Industrielawaai Hierop is uitgebreid ingegaan in paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ter plaatse van de dichtstbij gelegen woningen voldaan kan worden aan de redelijkerwijs te stellen criteria op grond van de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder. Dit geldt zowel voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, laagfrequent geluid als de maximale geluidniveaus. Geluidgevoelige functie In het plangebied worden geen geluidgevoelige voorzieningen gerealiseerd. Conclusie Het aspect geluid staat de ontwikkeling niet in de weg.

4.6

Luchtkwaliteit Kader Op 15 november 2007 is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16 Wm staat een limitatieve opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen. Het gaat om ruimtelijke besluiten en milieuvergunningen die direct gevolgen voor de luchtkwaliteit hebben en daardoor kunnen bijdragen aan overschrijding van een grenswaarde. Een vaststelling van een bestemmingsplan betreft de uitvoering van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 5.16 van de Wm. Vaststelling van een bestemminsplan is mogelijk als: De concentratie stoffen in de lucht door de voorgenomen ontwikkeling verbetert of gelijk blijft; Bij beperkte toename van de concentratie, door een met de activiteit samenhangende maatregel of optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbeterd; De toename, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt. Dit is het geval als een project of activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties PM10 of NO2 (max1,2 ìg/m3).

blad 47 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m² bij twee ontsluitingswegen. Toetsing De beoogde ontwikkeling heeft een beperkte verkeersaantrekkende werking en leidt niet op een andere manier tot een toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Er wordt dus voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel van belang om een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied te geven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zijn gelegen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.7

Externe veiligheid Kader De externe veiligheidsregelgeving is gericht op het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet. Om voldoende ruimte aan te houden tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid

blad 48 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

rondom een risicobron kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. Het groepsrisico (GR) bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Toetsing In het kader van dit bestemmingsplan is door Antea Group een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 9 bij deze toelichting. De resultaten van het onderzoek worden hieronder beschreven. In het kader van externe veiligheid zijn de relevante risicobronnen in kaart gebracht. Gezien de beoogde ontwikkeling een toevoeging van een gebouw is en niet direct van een hoeveelheid mensen, is alleen het plasbrand- en explosiescenario relevant.

N59 Op circa 1,5 km ten noorden van het plangebied ligt de provinciale weg N59. Deze weg is opgenomen in de Regeling basisnet. Het invloedsgebied van de N59 bedraagt 880 meter (stofcategorie: LT2). Hiermee valt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van de risicobron. Het vergt daarom geen verdere uitwerking. Propaantanks Straalweg 1 en Groene Weegje 12 te Zierikzee Op circa 570 meter ten noorden van het plangebied ligt een bovengrondse propaantank te Straalweg 1 Zierikzee. Op circa 600 meter ten noorden van het plangebied ligt ook een propaantank te Groene Weegje 12 te Zierikzee. Beide propaantanken zijn opgenomen in de signaleringskaart. Hierin is vermeld dat de propaantank te Straalweg 1 een inhoud heeft van 5 m³ en te Groene Weegje 12 een inhoud heeft van 3 m³. Conform Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn veiligheidsafstanden opgesteld voor een propaantank in verhouding tot omliggende objecten. Voor de betreffende tank met meer dan 5 bevoorradingen per dag geldt een brandaandachtsgebied van 60 meter en een explosieaandachtsgebied van 160 meter. Deze veiligheidsafstanden gelden voor beide propaantanks. Hierbij zijn dus de bevoorradingen de leidende variabelen en heeft de grootte van de inhoud van de tank minder invloed. Beide veiligheidsafstanden reiken niet tot het plangebied en vormen daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Windmolens (Gouweveerse Zeedijk) Op circa 900 meter ten zuidwesten liggen drie windmolens. De ashoogte van de windturbines bedraagt 85 meter en tiphoogte 140 meter. Een mogelijk risicoscenario omtrent windmolens betreft de werpafstand van een blad bij overtoeren. Het scenario is ruim buiten de afstand tot het plangebied. De werpafstand bij overtoeren ligt op circa 380 meter bij een vergelijke windturbine, ongeacht het specifieke type en de omstandigheden zal een werpafstand van 900 meter nooit worden gehaald. Dit vergt daarom geen verdere uitwerking. De windmolens vormen daarom geen belemmering voor het blad 49 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

hoogspanningsstation. Veiligheidsregio Op basis van artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s heeft de Veiligheidsregio Zeeland een advies gegeven met betrekking tot externe veiligheid, bluswater en bereikbaarheid. Advies in het kader van externe veiligheid is niet noodzakelijk, omdat het te realiseren station geen personen toevoegt aan de omgeving. Verder blijkt uit de Signaleringskaart Externe Veiligheid dat er in de nabijheid van het plangebied geen risicobronnen zijn die van invloed kunnen zijn op het station. Met betrekking tot de bluswatervoorziening en bereikbaarheid heeft de Veiligheidsregio eisen gesteld: het plangebied dient via twee kanten benaderd te kunnen worden, de objecten dienen tot op een afstand van 10 meter benaderbaar te zijn voor een brandweervoertuig en er dient minimaal één brandkraan aangelegd te worden. De huidige secundaire bluswatervoorzieningen zijn reeds afdoende. Conclusie Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.8

Ontplofbare oorlogsresten Kader In de voorbereiding van een ontwikkeling waarbij de grond- en waterbodem wordt geroerd, is het verplicht een onderzoek met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid en risico’s betreffende ontplofbare oorlogsresten (OO) uit te voeren. Dit is vastgelegd in het Arbobesluit (artikelen 2.26 en 4.10 lid 1 t/m 4). In de periode van 2012 tot 2020 waren de eisen betreft het onderzoek en de opsporing van explosieven vastgelegd in het WSCS-OCE. Per 1 januari 2021 is het Certificatieschema Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO) van kracht gegaan. Dit certificatieschema vervangt het WSCS-OCE. Toetsing In het kader van dit bestemmingsplan is door Antea Group een memo over ontplofbare oorlogsresten opgesteld. Deze is opgenomen als Bijlage 10 bij deze toelichting. De resultaten worden hieronder beschreven. Gemeente Schouwen-Duiveland heeft voor onontplofte oorlogsresten een risicokaart opgesteld. Op deze kaart staan mogelijk aanwezige ‘verdachte’ OO-gebieden, waar mogelijk explosieven achtergebleven zijn uit de Tweede Wereldoorlog. Op basis van de laatste versie van de CE-Bodembelastingkaart van de Gemeente Schouwen-Duiveland blijkt dat er zich binnen het plangebied diverse OO-verdachte gebieden bevinden.

Op het moment van schrijven is het station en de landschappelijke inpassing gepland op een deel van het zoekgebied waar vooralsnog geen sprake is van verdachte plekken. Indien er grondroerende werkzaamheden gepland worden binnen de OO-verdachte gebieden binnen het plangebied, is opsporing van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten door een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbedrijf noodzakelijk. Voor de stationslocatie zelf geldt dat er geen OO-verdachte gebieden aanwezig zijn. De geplande grondroerende werkzaamheden kunnen zonder vervolgonderzoek uitgevoerd worden, tenzij deze worden verplaatst naar de OO-verdachte gebieden binnen het onderzoeksgebied. Dit geldt ook voor de toegangsweg. Tijdens grondroerende werkzaamheden buiten op OO verdachte gebieden moet er gewerkt worden volgens het protocol “Spontaan aantreffen OO”.

blad 50 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Water Kader Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van grond- en oppervlaktewater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet vormt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning: de Watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater.

Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016- 2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Regionaal waterprogramma 2022-2027 Provincie Zeeland Het Regionaal waterprogramma bevat de uitwerking van het beleid van de provincie Zeeland. Het regionaal waterprogramma beschrijft in ieder geval wat de provincie doet aan robuust en adaptief water- en grondbeheer. Binnen de kaders van de Waterwet, de Europese Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en de Regionale Overstromingsrichtlijn beschrijft de provincie hoe ze werkt aan haar wateropgaven.

blad 51 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

Omgevingsvisie Zeeland In de Zeeuwse omgevingsvisie 2021 zijn vier ambities van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. De ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. Een duurzame en innovatie economie; 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Provincie Zeeland heeft ten opzichte de grote wateren de volgende ambities: Een veilige en klimaatbestendig, ecologisch veerkrachtig Delta; Grond- en oppervlaktewater zijn van goede kwaliteit en onttrekking zijn blijvend in balans. Ten opzichte klimaatverandering heeft Provincie Zeeland de volgende ambities: Een klimaatbestendig en waterrobuust Zeeland; Om een duurzame vraag naar zoet water te realiseren. Waterbeheerplan 2022-2027 van Waterschap Scheldestromen In het Waterbeheerplan van Waterschap Scheldestromen zijn de hoofdlijnen van het beleid op het thema van waterveiligheid, watersystemen, de afvalwaterketen, klimaatadaptatie, circulair economie en duurzame energie beschreven.

De concrete doelen voor het watersysteem zijn: De gehanteerde waterpeilen zijn afgestemd op het grondgebruik ofwel de functies landbouw, natuur en wonen; Zorgen voor een waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier; Faciliteren van een verantwoord gebruik van het beschikbare zoetwater. Tegen klimaatverandering zijn de volgende concrete doelen geformuleerd: Ervoor zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en wateroverlast zo min mogelijk toeneemt; Behoud van de waterkwaliteit (zoetwaterbeschikbaarheid). Keur In de keur zijn regels opgesteld om de waterkeringen en oppervlaktewateren te beschermen. De kaarten met daarop de oppervlaktewateren en dijken in beheer van het waterschap waarop de keur van toepassing is, worden de leggers genoemd. De regels in de keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grond- en oppervlaktewater en het verrichten van werkzaamheden binnen de beschermingszone van waterkeringen. Gemeentelijk beleid In gemeente Schouwen-Duiveland is de zorg voor het stedelijk watersysteem opgenomen in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) 2022-2026. Het vGRP beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Dit verbreed GRP is een beleidsmatig en strategisch plan op hoofdlijnen.

De technische uitwerking van het beleid naar de aspecten aanleg, onderzoek en maatregelen vindt plaats in operationele programma’s die jaarlijks worden opgesteld. In de financiële blad 52 van 72

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

Gemeente Schouwen-Duiveland Projectnummer 0476754.111

paragraaf van het verbreed GRP zijn de financiële gevolgen van de activiteiten in beeld gebracht voor de korte en de lange termijn en de consequenties die dit heeft voor de rioolheffing. Toetsing Antea Group heeft de watertoets uitgevoerd. Dit rapport is bijgevoegd als Bijlage 11. Hieronder zijn samenvattend de bevindingen uit de watertoets beschreven. Huidige situatie In de huidige situatie is het plangebied agrarisch in gebruik. De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied is circa -0,60 m. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert met ongeveer ± 0,1 meter. De ondergrond bestaat tot een diepte van circa 25 m-mv uit Holocene deklaag. De deklaag bestaat uit afwisselend slecht en goed doorlatende lagen. Onder de deklaag wordt een zandige eenheid aangetroffen vanaf ca. 25 m-mv tot ca. 40 m-mv. Volgens het REGIS II-model wordt de horizontale doorlatendheid geschat tussen 2,5 m/d en 25 m/d. Grondwater Ter plaatse van het plangebied zijn geen grondwaterstandsmetingen beschikbaar van actuele peilbuizen (DINOloket). Vanuit het DINOloket BRO grondwaterspiegeldieptemodel 2021 blijkt dat de gemiddelde kleinste diepte 0,71 m onder maaiveld ligt en de gemiddelde grootste diepte ligt op ca. 1,46 m onder maaiveld. Nabij het plangebied is één peilbuis van belang. De peilbuis bevindt zich op het kruispunt tussen Industrieweg en Straalweg.

De meetperiode van de gegevens is tussen 1993-2001. Op basis van peilbuis B42H0044 ligt de Gemiddeld Hoogste Stijghoogten (GHS) op ca. 0,6 m- mv. De Gemiddeld Laagste Stijghoogten (GLS) ligt op ca. 0,9 m- mv. Oppervlaktewater In de omgeving van het plangebied is op een aantal plaatsen oppervlaktewater aanwezig. De watergangen betreffen wateren van de categorie “primair- en secundair water”. Door waterschap Scheldestromen zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilgebied Duiveland. Het peilgebied heeft een vast peil op NAP van -2,15 m. Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om een hoogspanningsstation (150/21/10 kV) te realiseren in de gemeente Schouwen-Duiveland in de provincie Zeeland, nabij Zierikzee. Dit station is onderdeel van het TenneT-project Netversterking Schouwen-Duiveland. Bij de ontwikkeling moet worden voldaan aan de eisen van het waterschap en de gemeente voor voldoende waterberging in relatie tot de hoeveelheid verhard oppervlak die aanwezig is. Met de voorgenomen ontwikkeling neemt het verharde oppervlak met circa 11.220 m² ha toe ten opzichte van de huidige situatie. Op basis van het huidige ontwerp wordt circa 4.090 m² nieuw water gegraven. Deze oppervlakte wordt berekend van insteek tot insteek. Wateropgave Bij aanleg van extra verhard oppervlak geldt een waterbergingsbehoefte van 75 mm. In blad 53 van 72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13649505/1