20220726 Raadsbrief Project aquathermie en burgerparticipatie -besluit financieringsaanvraag Nieuwe Warmte Nu bijlage 2
Tekst van het document
Deze leereffecten, innovaties en schaalvoordelen komen zowel ten goede aan de projecten die een bijdrage vanuit het Groeifonds krijgen als projecten die daarna worden gerealiseerd (spillovereffecten). Subsitutie-effecten ontstaan doordat NWN! voorkomt dat maatschappelijk duurdere alternatieven voor aardgas moeten worden ingezet (zoals de hybride warmtepomp). Met NWN! komt het behalen van de doelstellingen van het Klimaatakkoord weer in zicht. NWN! zorgt ervoor dat in plaats van de ‘beperkte’ arbeidsproductiviteitsverbetering de volledige veronderstelde arbeidsproductiviteitsverbetering gerealiseerd kan worden. Dit zorgt voor een daling van de jaarlijkse (nationale) kosten van ongeveer 4,8% in 2030 (productiviteitsverbetering van ca. 0,5 procent per jaar), oplopend naar 7,6% in 2040 en 10,1% in 2050. De productiviteitsverbetering voor duurzame collectieve warmtesystemen in de glastuinbouw is 5% in 2030 (die ook verondersteld is voor het aansluiten van woningen). Dit resulteert in een bbpeffect van 539 miljoen euro. Aanname daarbij is dat de rest van de glastuinbouw in 2030 overgaat op een duurzaam collectief warmtesysteem. Maatschappelijke effecten waaronder CO2-reductie Een aansluiting op een duurzaam collectief warmtesysteem resulteert in een reductie van CO 2emissies ten opzichte van een aardgasaansluiting.
De bbp-effecten en overige maatschappelijke effecten tellen op tot 8,7 mld. euro + PM in “ons basispad” over de periode 2021-2050. De onderstaande figuur beschrijft het verloop van de jaarlijkse maatschappelijke effecten van NWN!, gesplitst naar een aandeel in de gebouwde omgeving (GO) en de glastuinbouw (GTB).
Jaarlijkse maatschappelijk effect NWN! t.o.v. “ons basispad” (prijspeil 2021, netto contante bedragen)
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
19
NieuweWarmteNu!
NieuweWarmteNu!
BIJLAGE B.
Format invulformulier voor de 32 (vliegwiel)projecten
Informatie voor deze pagina kan worden overgenomen uit eerder verstrekte informatie.
Penvoerder:
{naam organisatie}
Contactpersoon: E-mail: Telefoon:
{naam persoon} {e-mail adres contactpersoon} {telefoonnummer contactpersoon}
Consortium / partijen Instructie: als er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden ten opzichte van de informatie in oktober 2021, hoef je dit onderdeel verder niet in te vullen. Naam partij: Contactpersoon: LOI / LOS:
{naam} {naam, functie} {ja/nee}
Naam partij: Contactpersoon: LOI / LOS:
{naam} {naam, functie} {ja/nee}
Algemene gegevens project Provincie: Plaats: Gebied, wijk, buurt: # weq en/of ha. glastuinbouw waarvoor FID zal gelden Op welke termijn is gebied, wijk, buurt aardgasvrij:
{Naam} {Naam} {Naam} {getal} {jaar}
Informatie over type gebied en wijk en eventuele functiecombinatie Beschrijf kort: • Type gebied, zoals binnenstedelijk, buitenstedelijk (of dorp), bedrijventerrein, glastuinbouw. • Is er sprake van functiecombinaties en zo ja, waaruit bestaan die (bijv. combinatie van glastuinbouw met gebouwde omgeving).
Bronnenmix en bronnenstrategie Neem over uit eerder aangeleverde informatie onder het kopje “Duurzaam collectief warmtenet”: • De bron(nen)mix waarvan basis, midden en pieklast en opslag. • Geef een korte toelichting op de bronstrategie voor verdere verduurzaming van het warmtenet.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
20
NieuweWarmteNu!
Geef in onderstaande onderdelen zoveel mogelijk hard bewijs en lever (in bijlage) indien beschikbaar: contracten, vergunningen, aanvragen of beschikkingen van subsidies zoals SDE++ en SAH. Verwijs eventueel naar eerder afgegeven LOI’s en ander bewijsmateriaal.
Tijdpad besluitvorming Geef (korte) antwoorden op onderstaande vragen. • Wanneer wordt de Final Investment Decision (FID) genomen (jaar, maand)? • Welke besluiten moeten nog worden genomen vóór die datum? Geef een tijdsplanning van de verschillende besluitvormingsprocessen (gemeente, woningbouwcorporaties, etc) middels een mijlpalen planning met “decision gate” stappen van de betrokken partijen. • Wanneer start de uitvoering van het project (jaar, maand)? • Als onderbouwing van de vorige vraag: o wat is de status van het ontwerp van het warmtenet en de aanbesteding voor het realiseren daarvan? o wat is de status van de benodigde vergunningen voor de aanleg van het warmtenet? o wat is de status van de concessie, samenwerkingsovereenkomst, TVW, warmteplan en uitvoeringsplan? o wat is het aantal weq en/of ha. glastuinbouw waarvoor de FID zal gelden? o wat is het tijdpad voor de groei van het aantal weq en/of ha glastuinbouw, in ieder geval voor de periode 2022-2026)?
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
21
NieuweWarmteNu!
Zekerheid van de warmtevraag Beschrijf kort de onderstaande punten of geef (korte) antwoorden op onderstaande vragen. • •
Beoogde contracteringsmomenten, inclusief de reeds afgesloten contracten voor de (geplande) warmtelevering. Wat is de verdeling van de warmtevraag in dit project (aantal weq voor woningcorporaties, VvE’s, particulier bezit, utitliteit, glastuinbouw en overige)?
Zekerheid van de warmtebron(nen) Beschrijf kort de onderstaande punten of geef (korte) antwoorden op onderstaande vragen. • • • • •
Wordt een bestaande warmtebron gebruikt? Zo ja, waaruit bestaat deze bron en wat is het beschikbare vermogen hiervan? Zo niet, dan graag antwoord op de volgende vragen. Wat is de status van de vergunningen van de beoogde bron(nen)? Wat is de status van de subsidie voor deze bron(nen)? Wie is de beoogde uitvoerder en de beoogde operator van deze bron en welke afspraken zijn er met deze partij(en) gemaakt? Hoe wordt pieklast ingevuld?
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
22
NieuweWarmteNu!
Zekerheid over de uitvoering Beschrijf kort de onderstaande punten of geef (korte) antwoorden op onderstaande vragen. • • • • •
Wat is de uitvoeringscapaciteit van uw bedrijf of organisatie? Wat is de status van (specifieke) aanbestedingen voor dit project? Wordt daarbij gebruik gemaakt van bestaande raamcontracten? Is er voor dit project een samenhang met reeds lopende activiteiten in de gemeente of regio? Zo ja, waaruit bestaat deze samenhang, bijv. aansluiting op bestaand warmtenet of combinatie met een ander warmtenet? Wat is de status van de vergunningen voor dit project (met name voor het warmtenet zelf)? Denk hierbij ook aan bijvoorbeeld bestaande overeenkomsten met de gemeente. Welke werkafspraken zijn er tussen de projectpartners en andere stakeholders zoals gemeenten, woningcorporaties en netbeheerders en welke governance structuren worden daarbij gebruikt?
Update financiële onderbouwing en Business Case Geef informatie over de onderstaande bedragen (alle excl. btw). Hanteer zoveel mogelijk bedragen die bij de oorspronkelijke aanvraag zijn gebruikt. Lever eventueel het ingevulde ECW-model opnieuw indien er substantiële wijzigingen hebben plaatsgevonden sinds oktober 2021. • Totale bruto investering excl. de investering in de warmtebron(nen). • Totale netto investering. • BAK, uitgeplitst naar bijdrage woningeigenaar, bijdrage uit Groeifonds en overige subsidies of bijdragen zoals PAW, SAH of ISDE. • Gevraagde bijdrage van het Groeifonds (totaal en per weq en/of per ha glastuinbouw). • Wat zijn de financiële risico’s van dit project en hoe zijn die verdeeld over de betrokken partijen?
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
23
NieuweWarmteNu!
NieuweWarmteNu!
Overige informatie Indien andere informatie naar uw mening nog relevant is voor dit selectieproces, kunt u dat hier vermelden.
WOO Indien uw project onderdeel wordt van NWN!, dan wordt uw informatie mogelijk actief openbaar gemaakt conform de Wet Open Overheid (WOO). Het kan voorkomen dat bepaalde informatie niet openbaar kan worden gemaakt. Dit kan uitsluitend op grond van de uitzonderingsgronden vermeld in de WOB. Bijvoorbeeld daar waar het gaat om bedrijfsgevoelige informatie en persoonsgegevens. Hier kunt u aangeven welke passages uit uw aanvraag niet voor openbaarmaking in aanmerking komen. Het ministerie van EZK zal een eigen toets uitvoeren op de uitzonderingsgronden zoals vermeld in de WOO.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
24
NieuweWarmteNu! BIJLAGE C.
Korte beschrijving geselecteerde projecten
Per project wordt een beknopte beschrijving gegeven van de locatie, aard en omvang van het project, betrokken partijen, warmtebronnen en bronnenstrategie en belangrijkste vliegwieleffect. Warm Heeg – nwn005, provincie Friesland Dit project van 785 weq omvat een groot deel van het dorp Heeg met 1.046 gebouwen, waarvan 900 woningen, 113 logies/vakantie woningen en 33 utiliteitsgebouwen. De woningen bestaan uit 809 koopwoningen, 168 sociale huur woningen en 36 particulier verhuurde woningen, gebouwd tussen de jaren 1699 en 2021. Het project wordt uitgevoerd door Stichting Warm Heeg dat is voortgekomen uit de energiecoöperatie Duurzaam Heeg. In samenwerking met Gemeente Súdwest-Fryslân is een afbakening gemaakt van het gebied dat onderdeel is van het project Warm Heeg dat nu aardgas vrij wordt gemaakt. Het bedrijf Kelvin is geselecteerd als warmteleverancier. Het project maakt gebruik van warmtewinning uit oppervlaktewater van het Heegermeer en omliggende wateren (TEO) in combinatie met een systeem van warmte-koudeopslag en collectieve warmtepompen. Voor de warmtepompen wordt hernieuwbare elektriciteit ingezet, waar mogelijk lokaal opgewekt en verder groen ingekocht. Voor de piek en back-up voorziening wordt nog gebruik gemaakt van aardgasgestookte voorzieningen die in een later stadium vervangen worden door een duurzame oplossing.
Het gehele project wil over 8 jaar aardgasvrij zijn. Vliegwieleffect. Er zijn al voorstellen voor invulling van het warmtenet voor het “buitengebied” en bedrijventerrein dat kan worden uitgevoerd na dit project. Heeg dient tevens als voorbeeld van vele andere initiatieven van lokale energiecoöperaties of wijkcoöperaties waarvan velen zijn verbonden aan de organisatie Energie Samen. Warm Heeg krijgt om die reden ook extra support door de inzet van experts vanuit het Leer- en ontwikkelprogramma. Warmtestad Groningen – nwn006, provincie Groningen Deze aanvraag richt zich op het contracteren en aansluiten van nog eens 5.000 weq in een drietal wijken met bestaande huizen, gestapelde woningen, flats en portieketages. Deze woningen worden aangesloten op het transportnet dat nu voor reeds gecontracteerde 6.500 weq wordt aangelegd. Het gaat om een hybride middentemperatuurnet, die ook hoge temperaturen mogelijk maakt om zo een optimaal aantal aansluitingen te kunnen garanderen. De bronnenmix bestaat uit verschillende duurzame (basislast) bronnen zoals zonthermie, restwarmte en warmtepompen, en maakt gebruik van seizoenbuffers. De piek wordt ingevuld met gasketels en een dagbuffer. Aanleg en exploitatie gebeurt door Warmtestad, het lokale warmtebedrijf in handen van gemeente en waterschap. Daarnaast zijn overeenkomsten met alle woningbouwcorporaties in de stad afgesloten.
Voor particuliere aansluitingen is er een overeenkomst met een lokale private leverancier. Vliegwieleffect. Vanaf 2025 is het de bedoeling om vanuit het aangelegde transportnetwerk met een parallel uitvoeringstraject het netwerk te gaan verdichten waarbij juist grondgebonden woningen en alle overige utiliteitsgebouwen worden aangesloten. Ambitie is om deze wijken uiterlijk in 2035 aardgasvrij te hebben. Dit parallelle traject voorziet in het aansluiten van ca. 12.000 weq. Hierdoor kan in de eindfase aan ca. 23.000 weq duurzame warmte worden geleverd. Open Warmtenet Delft – nwn007, provincie Zuid-Holland Het Open Warmtenet Delft (OWD) wordt in dit project door NetVerder aangelegd voor het verduurzamen van 4.866 gestapelde corporatie woningen en 198 woningen van een belegger. Het gaat om een binnenstedelijk gebied en een stadsrandgebied, met de volgende functiecombinaties: utiliteit en wonen (TU-wijk) en bedrijventerrein en wonen (overgangsgebied tussen TU-wijk en de woonwijken Voorhof en Buitenhof). In deze woonwijken met veel zestiger jaren woningen is veel energie-armoede aanwezig; zonder dit project kan de warmtevoorziening niet worden verduurzaamd. De (latere) aanleg van het warmtenet in de wijk Poptahof en nabijgelegen hoogbouw is essentieel voor de economische haalbaarheid van de geothermiebron (SDE+ beschikking recent ontvangen).
Het warmtenet wordt ‘open aangelegd’ zodat verschillende producenten warmte in kunnen voeden vanuit meerdere warmtebronnen. Het OWD is bovendien zo opgezet dat verschillende leveranciers warmte kunnen leveren aan hun klanten die op dit net worden aangesloten.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
25
NieuweWarmteNu! Op de TU campus ontwikkelt een consortium een geothermie bron (GTD: Geothermie Delft) voor de basislast warmtevraag. Deze bron wordt aangevuld met een nog te ontwikkelen elektrische warmtepompcentrale waardoor de geothermiebron beter wordt benut en de aanvoertemperatuur kan worden verhoogd op momenten dat dit nodig is. Het bestaande ketelhuis van de TU, enkele kleinere bestaande ketelhuizen in het plangebied en een nieuw te realiseren hulpwarmtecentrale vormen de piek en back-up voorziening. Deze ketelhuizen zijn vooralsnog aardgas gestookt. Bij verdere groei van dit warmtenet wordt nadrukkelijk gekeken naar andere geothermiebronnen in de directe omgeving en een koppeling met WarmtelinQ. Het consortium voorziet nog de ontwikkeling van een hoge temperatuur opslagsysteem (HTO) voor seizoensopslag van geothermische warmte waardoor het aandeel van de hulpketels wordt verkleind. De proefboringen in 2021 en 2022 op het terrein van de TU campus blijkt dat er 2 geschikte HTO reservoirs aanwezig zijn. Vliegwieleffect. Ook de gebouwen op de campus van de TU Delft (ca. 3.500 weq) krijgen een directe aansluiting op de warmtepompcentrale – buiten scope van de aanvraag. Het netwerk wordt futureproof aangelegd om in het plangebied de wijken Voorhof en Buitenhof en een deel van de wijk Westlandhof de komende 8 jaar aan te sluiten, naar schatting nog eens ca.
10.000 extra woningen: in fase 2 is dat 2.700 weq, in fase 3 nog eens 6.000 weq. Slim warmtenet Zandweerd, Deventer – nwn13, provincie Overijssel Dit project van 2.136 weq omvat de wijk Zandweerd en het gebied van de lokale Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Deventer. De wijk typeert zich als arbeiderswijk met primair woningen, geen industrie of bedrijvigheid, en is voor een deel proeftuin aardgasvrije wijken. Ruim 1501 woningen zijn eigendom van een drietal corporaties, zo’n 1.290 woningen zijn bestaand particulier bezit en zo’n 237 woningen zijn nieuwbouw. Van deze ruim 3.000 woningen zouden er dus zo’n 2.136 aangesloten kunnen worden op een collectief systeem, de rest opteert voor individuele oplossingen. Het (slimme) net moet nog worden gerealiseerd. Het betreft een samenwerking tussen o.a. gemeente, provincie, woningbouwcorporaties en Ennatuurlijk. Het warmtenet blijft in publieke handen en wordt gerealiseerd door Ennatuurlijk. Het net maakt gebruik van lage temperatuur aquathermie vanuit de RWZI dat op blok of wijkniveau via collectieve warmtepompinstallaties verder op temperatuur wordt gebracht. Voor piek- en back-up levering zijn gasketels voorzien. Vliegwieleffect. Het slimme gedeelte van het net betreft het opschalen van collectieve warmteoplossingen zonder grootschalige woningaanpassingen.
Doordat op blok/wijk niveau met warmtepompinstallaties wordt gewerkt kan het warmtenet modulair worden uitgebreid en is het niet afhankelijk van één temperatuursniveau. Daardoor is bijvoorbeeld isolatie niet per se noodzakelijk. Dit maakt uitbreiding van het net – klein of groot – relatief eenvoudig. Malburgen-Oost, Arnhem – nwn20, provincie Gelderland De wijk Malburgen ligt in het oosten van Arnhem en telt zo’n 7.100 woningen. De komende jaren ondergaat de wijk grootschalige renovatie. Deze renovatie biedt de gelegenheid om een groot deel van de woningvoorraad aardgas vrij te maken door aansluiting op het bestaande warmtenet van Arnhem. Het gaat om 3.250 grondgebonden woningen, 567 gestapelde woningen en nog 29 collectieve (utiliteits)aansluitingen) wat in totaal tot 4.600 weq leidt. De warmte uit het net komt uit de AVR afvalenergiecentrale met piek en back-up geleverd door hulpwarmtecentrales op biodiesel en invoeding van een biomassacentrale. Het net wordt ingericht op een temperatuur van 40-70 graden. De verduurzaming van het net wordt in de toekomst vormgegeven door of elektroboilers in de AVR te plaatsen of door de ontwikkeling van grootschalige geothermie. Het net wordt in samenwerking met de gemeente en de betrokken woningbouwcorporatie Volkshuisvesting ontwikkeld. Vliegwieleffect.
Het net wordt met dit project zo gedimensioneerd en aangelegd, dat de overige delen van de wijk in de toekomst relatief eenvoudig en goedkoop aangesloten en daarmee aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Dat betekent nog eens 2.500 weq extra.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
26
NieuweWarmteNu! Nazareth-Limmel, Maastricht – nwn051, provincie Limburg De wijken Nazareth en Limmel kenmerken zich door relatief lage scores op enkele sociale kenmerken zoals hoge arbeidsongeschiktheid en laaggeletterdheid. Om die reden heeft de gemeente Maastricht samen met woningcorporatie Woonpunt een plan opgesteld om deze woonwijken een impuls te geven. Door de duurzaamheidsopgave (isoleren en aardgasvrij maken van woningen) te koppelen aan de totale (sociale) wijkaanpak zal het draagvlak groter zijn voor de ingrijpende oplossingen. De scope van de woonwijken omvat ca. 2.500 adressen, waarvan ca. 1.400 adressen sociale huur. De aanvraag is beperkt tot de eerste 1.091 weq. Ten noorden en zuiden van de wijken ligt een bedrijventerrein met potentiële restwarmtebronnen. Restwarmte van meer dan 400 graden van een nabijgelegen glasfabriek is de hoofdbron van duurzame warmte voor dit nieuwe warmtenet. Deze warmte kan met een condensor worden teruggewonnen en nuttig worden ingezet in het warmtenet. Voor verdere verduurzaming van het warmtenet wordt onder andere naar restwarmte van de nabijgelegen RWZI en een tegelproducent gekeken. De pieklast wordt voorzien door gasgestookte piek- en back-upketels. Daarnaast wordt een warmtebuffer ontwikkeld om in de ochtend- en avondpiek in warmte te voorzien dat leidt tot een hogere inzet van duurzame warmte.
Er lopen onderzoeken naar hoge temperatuur opslag (HTO) voor seizoensopslag. Vliegwieleffect. In de periode vanaf 2026 worden elk jaar ca. 250 weq extra aangesloten op dit warmtenet. Plannen voor de ruim 200 utiliteitsgebouwen, hoofdzakelijk commercieel vastgoed zoals winkels, worden nog uitgewerkt. Deze gebouwen zijn samen goed voor ca. 900 weq. Ten westen van de wijken heeft de gemeente nog plannen voor een nieuwbouwproject met ca. 450 woningen. Warmte volloop HAL, Den Haag – nwn053, provincie Zuid-Holland Het gebied omvat voornamelijk portiek- en eengezinswoningen, hoofdzakelijk gestapelde bouw. Hiervan is 78% in eigendom van Woningbouwcorporaties. Aantal bestaande woningequivalenten: 3.887 weq bestaande bouw (3.069 weq corporatie + gespikkeld (gemengde VVE’s) bezit + 818 weq particuliere woningeigenaren en klein zakelijk), 122 weq utiliteit / grootzakelijk. In het HALgebied hebben woningcorporatie Vestia en warmtebedrijf Eneco al een FID genomen op de 1ste fase van 264 weq die worden aangesloten op het warmtenet. De aanvraag betreft fase 2 (532 woningen), snel gevolgd door 30 bedrijfsruimten van Vestia . Redundantieleidingen zijn onderdeel van dit project. Deze zijn nodig voor een betrouwbare warmtelevering voor het project én voor het hele HAL gebied, zie ook vliegwieleffect.
Met de start exploitatie van de aardwarmtebron van de HAL is geothermie toegevoegd aan de bronnenmix. In de jaren tot 2030 worden nog meer duurzamere bronnen toegevoegd: de regionale transportleiding Warmtelinq wordt in 2025 operationeel en Haagse Aardwarmte ontwikkelt meerdere geothermiebronnen in de stad. Er wordt ook nog naar de toepassing van aquathermie gekeken. Daarnaast werkt Eneco aan duurzame invulling van de piekvraag, onder meer door piekshifting en -shaving met slimme warmtesturing, warmteopslag en duurzame bronnen. Vliegwieleffect. Vestia, Eneco en de gemeente hebben de eerste fase al doorlopen. Dat geeft zekerheid en momentum voor de volgende fasen. Dit vormt een vliegwieleffect voor het gehele HAL-gebied waar ca. 3.800 weq de overstap naar een duurzamere warmtevoorziening zullen maken. Door de temperatuur in de netten te verlagen en de uitkoeling te verbeteren, worden meer bronnen geschikt om warmte te leveren. Het leidingontwerp is ingericht op de beoogde afgiftetemperatuur aan gebouwen van 70 graden en een retourtemperatuur van 40 graden. Het resultaat zal zijn dat de warmte voor gebouwen die reeds zijn aangesloten op een warmtenet duurzamer wordt en dat meer duurzame warmte beschikbaar wordt voor gebouwen die nu nog met cv-ketels verwarmen.
Warmtenet Gorinchem – nwn66, provincie Zuid-Holland Dit project betreft een uitbreiding van een gecontracteerd warmtenet van 4.000 weq dat op dit moment in ontwikkeling is. De uitbreiding zou nog eens 2.391 weq aansluiten in twee aanpalende wijken waarmee de hele gildewijk in Gorinchem voor 2030 aardgasvrij is. De uitbreiding biedt naast meer weq- ook een gemêleerder aanbod van aansluitingen. Hierdoor ontstaat er een net waarop corporatiewoningen, particuliere woningen en utiliteitsgebouwen zijn aangesloten.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
27
NieuweWarmteNu! Het betreft een middentemperatuurnet met 40-70 graden warmte in de woning. De partijen betrokken en verantwoordelijk voor het project zijn de gemeente, provincie, woningbouwcorporatie Poort6, stedin en HVC. Het net wordt primair gevoed door aquathermie. In de huidige fase is er nog geen piekbron voorzien. Verdere uitbreiding betekent in eerste instantie een uitbreiding van de bronnenmix met andere vormen van geothermie. Bij volledige volloop worden er voor de pieklast ketels voorzien. Vliegwieleffect. Door de uitbreiding zal een bredere bronnenmix mogelijk zijn van verschillende soorten aquathermie (uit zowel afval- als oppervlaktewater) en een gecentraliseerde piekbron. Tevens komt door deze uitbreiding een volgende uitbreiding binnen bereik waardoor het net na 2030 tot 8.000 weq kan groeien. Aardwarmtecluster BOW Wilgenlei, Lansingerland – nwn089, provincie Zuid-Holland De primaire inzet van het warmteproject Wilgenlei is de aanleg van een warmtedistributienet in het glastuinbouwgebied Wilgenlei. Dit warmtenet wordt onderdeel van het grotere warmtenet van Eneco in de zogenaamde B3H (gemeente Lansingerland) en stedelijke omgeving van Rotterdam. Daarmee is dit warmtenet onderdeel van een groter plan voor het hele gebied Oostland en Rotterdam.
Dit is in de RES MRDH 1.0 als gewenste strategie benoemd inclusief de voorkeur voor restwarmte en geothermie als bronnen. Op dit moment wordt gebruik gemaakt van bestaande installaties zoals een STEG (van Uniper), 2 biomassacentrales en een afvalverbrandingsinstallatie van AVR. In dit gebied zijn diverse geothermiebronnen in ontwikkeling die warmte kunnen leveren aan Wilgenlei en omliggende woonwijken. Grote warmtepompen moeten de retourtemperatuur gaan verlagen om meer rendement te halen uit de warmtebronnen. Omdat de glastuinbouw haar aanwezige buffercapaciteit kan inzetten, wordt een efficiency winst van ca. 40% behaald. Het plan voor de uitvoering in de periode 2022-2024 is klaar: de operationele organisatie is ingericht, technisch ontwerpen zijn bekend en er is voldoende draagvlak in het gebied om de leidingnetten aan te leggen en een koppeling met de B3-hoekleiding te realiseren. De governance van het warmtesysteem is concreet; Agro Energy gaat de warmte leveren en Eneco gaat het net aanleggen. In het gebied is een warmtecoöperatie opgericht. Agro energy en de warmtecoöperatie zijn in gesprek over het oprichten van een Joint Venture voor de exploitatie van het warmtenet. Na de uitbreiding van dit net kunnen twee grote wijken in Bleiswijk (gemeente Lansingerland) met 5.643 weq worden aangesloten. Vliegwieleffect.
Er is een duidelijke wisselwerking tussen glastuinbouw met grote volume vraag, die voor voldoende schaal zorgt om ook gebouwde omgeving aan te kunnen sluiten, maar ook om meerdere en vooral verschillende type CO2-arme bronnen in die warmtevraag te laten voorzien. Door een koppeling met de B3-hoekleiding wordt een extra vliegwieleffect gerealiseerd; een efficiënter warmtesysteem door synergie tussen glastuinbouw en gebouwde omgeving. De verschillende gemeentes in Oostland (Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Zuidplas, Waddinxveen, Moerkapelle en Zevenhuizen) hebben in hun Transitievisie Warmte (TVW) allen meerdere wijken aangewezen waar aansluiten op een collectief warmtenet de beste optie is. Voor Wilgenlei zijn de 3 nu al aangewezen gebieden in de TVW van Lansingerland het meest concreet: verduurzaming van ruim 8.000 weq in een tempo van 450 tot 750 weq per jaar in de komende jaren. Rotterdam-Noord (Oude Noorden en Agniesebuurt) – nwn111, provincie Zuid-Holland Dit project beoogt enerzijds de hoofdinfrastructuur van het bestaande warmtenet te verzwaren, waardoor aansluiting van van twee wijken in Rotterdam – Oude Noorden en Agniesebuurt- en mogelijk wordt. Anderzijds biedt de aanleg van dit stuk infrastructuur de mogelijkheid om restwarmte aan te voeren en daarmee het warmteaanbod te verduurzamen en in de toekomst nog een veelvoud aan weq aan te sluiten.
De twee wijken die worden aangesloten zijn goed voor in totaal 12.280 weq, waarvan o.a. 9.980 individuele aansluitingen, 6.609 corporatie en gespikkelde aansluitingen, 2.300 grootzakelijk, 2.487 particuliere woningeigenaren en 214 gemeentelijk bezit. Indiener van het project zijn de consortiumleden Eneco en gemeente Rotterdam. De aanvraag wordt ondersteund door woningcorporaties Woonstad Rotterdam en Stichting Havensteder, gemeente Capelle aan den IJssel, Gemeente Lansingerland, Agro-Energy, WSO (Warmte Samenwerking Oostland) en Shell.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
28
NieuweWarmteNu! Vliegwieleffect. Met dit project worden – naast aansluiting van twee wijken – tevens de randvoorwaarden gecreëerd om nog eens potentieel 35.000 weq in de omliggende gebieden aan te sluiten. De verzwaring van de infrastructuur biedt daarnaast een koppelkans waardoor restwarmtebronnen beschikbaar komen voor dit deel van het warmtenet. Middenbeemster (nabij Purmerend) – nwn112, provincie Noord-Holland Het aantal woningen in Middenbeemster is ca 2.300. Nieuwbouwwijk de Keijser wordt aangesloten op het warmtenet van SVP. Naast deze nieuwbouwwijk ligt een woonwijk (bestaande bouw) met bezit van zowel de woningstichting Wooncompagnie als van particuliere eigenaren. Het project omvat 323 weq van woningstichting Wooncompagnie en 300 particuliere woningen (in dezelfde straat). De 623 woningen zijn deels rijtjeswoningen en deels tweehoog gestapelde bouw. Warmtelevering komt via een aansluiting op het bestaande warmtenet van SVP. De warmte wordt geproduceerd door een biowarmtecentrale (72%) en twee aardgasgestookte hulpwarmtecentrales (28%). De bronnenstrategie van SVP voorziet in de bouw van een tweede BWC (in bedrijf in 2024) en geothermie (2026) om zo het aandeel aardgas verder te verkleinen, meer diversificatie in de duurzame bronnen te krijgen en meer productiecapaciteit voor toekomstige klanten.
Er wordt gewerkt aan zowel een open geothermiebron als aan een Eavor gesloten geothermiebron. Hiervoor zijn samenwerkingsovereenkomst gesloten met HVC en Eavor, zie ook innovatie NWN I08. Vliegwieleffect. Ervaringen uit het PAW project in Purmerend worden door SVP, Wooncompanie en de gemeente (en samenwerking met netbeheerder Liander) in Middenbeemster benut. Dit betreft zowel de onderlinge samenwerking als de communicatie met bewoners. De innovatie voor het toepassen van een stijgleiding op de kop van een woningblok van de duplex woningen leidt tot minder overlast voor de bewoners. Deze innovatie kan in vele andere projecten worden toegepast. Warmtenet Westerland – nwn999, provincie Zuid-Holland Het projectplan voor het Warmtesysteem Westland (hierna: WSW) bevat twee hoofdonderdelen. Alleen voor het tweede hoofdonderdeel wordt een bijdrage van het Groeifonds gevraagd. Het eerste onderdeel betreft de realisatie van een drietal warmtenetten met duurzame bronnen voor de glastuinbouw in het Westland. Vergunningen zijn grotendeels verstrekt en de financiering is beschikbaar of in afrondingsfase. Het tweede onderdeel betreft de opwaardering van de hoofdinfrastructuur van deze drie warmtenetten, en de koppeling van deze drie warmtenetten.
Dit is een cruciale stap naar een toekomstbestendig warmtenet in het Westland, waarmee vervolgens ook de omliggende gebouwde omgeving aangesloten kan worden. De focus ligt op de drie warmtenetten Maasdijk, Polanen en Wippolderlaan, uit te voeren in 2022-2024. Dit project maakt gebruik van bestaande geothermiebronnen. Nieuwe geothermiebronnen worden al aangelegd dan wel zijn in ontwikkeling. Aansluiting op WarmtelinQ is voorzien door de gemeente Westland. WSW is integraal onderdeel van de Transitievisie Warmte van de gemeente (ca. 28.000 weq) om voor minimaal 63% van de woningen de transitie naar een realistisch en betaalbaar alternatief op gas mogelijk te maken. Een groot deel van de woningen is in bezit van Arcade, de grootste woningbouwcorporatie in de gemeente Westland. Arcade zoekt in nauw overleg met de gemeente naar manieren om haar vastgoed aardgasvrij te maken. Vliegwieleffect. Na realisatie van de hoofdinfrastructuur van deze drie warmtenetten, inclusief de koppelingen en de opwaardering, zullen meer warmtenetten en strategische koppelingen aangelegd worden. In de periode tot 2028 is de aansluiting van 8.611 weq voorzien. De opwaardering en koppeling van de netten is daarmee het vliegwiel om toekomstige opschaling mogelijk te maken. Tevens worden meer woonwijken in Westland aangesloten op WSW, naar verwachting in een tempo van 300-500 weq per jaar.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
29
NieuweWarmteNu! Projecten op de reservelijst Hieronder volgt een korte beschrijving van de 4 projecten op de reservelijst. Overvecht-Noord, Utrecht – nwn033, provincie Utrecht Het project betreft de gebiedsaanpak aardgasvrij in de buurt Overvecht-Noord in Utrecht. Een groot deel van het vastgoed (ca. 75%) in deze wijk is reeds aangesloten op het warmtenet van Eneco. Dit project richt zich op de overige clusters van gebouwen en woningen die nu nog een aansluiting op het gasnet hebben. De gemeente werkt sinds 2017 met corporaties, netbeheerder Stedin en Eneco aan de aardgasvrij-aanpak van deze wijk. Dit is de eerste wijk met deze aanpak in de gemeente Utrecht. De partijen leren in dit project concreet wat de impact is voor alle betrokken partners zoals de corporaties, bedrijven en bewoners. Eneco ontwikkelt momenteel een grote warmtepomp bij de RWZI van Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden om energie uit afvalwater te benutten (2024 operationeel) en 5 warmtebuffers in het stadwarmtesysteem Utrecht / Nieuwegein (3 in 2024, overige 2 in 2026 operationeel). Op locaties Lage Weide en Merwedekanaal worden 2 elektrodeboilers gerealiseerd. Tenslotte steunt Eneco geothermie initiatieven in/om Utrecht met het oogmerk duurzame warmte af te nemen en zoekt het naar goede locaties in Utrecht voor de ontwikkeling van aquathermie.
Het voornemen is om een STEG-eenheid tussen 2025 en 2030 uit bedrijf te nemen en deze bron te vervangen door aquathermie/riothermie. De piek- en back-upvoorziening worden nu nog ingevuld met gasketels. Deze worden op middellange termijn vervangen door buffers en verslimmen van het warmtenet voor het afvlakken van pieken en voor het overige deel door de inzet van groen gas. Vliegwieleffect. Omdat Overvecht-Noord de eerste wijkaanpak aardgasvrij betreft in Utrecht wordt in dit gebied de blauwdruk ontwikkeld voor overige buurten in Utrecht. Aspecten daarin zijn o.a.: participatie particulieren, draagvlak en besluitvorming en de duurzaamheidspropositie nu & later. Dit project leidt tot kaderstelling voor inzet van de gemeente, corporaties en Eneco in andere wijken/buurten waar stadswarmte de meest aantrekkelijke optie is. De ervaring die hiermee wordt opgedaan zorgt tevens voor een versneld voorbereidingstraject in andere Utrechtse wijken. Dat geldt voor de overige ca. 750 weq in Overvecht-Noord, maar vooral voor de 30.000 weq die in de Transitievisie Warmte II zijn aangewezen om richting 2030 aan te sluiten op een nieuw warmtenet, dan wel uitbreiding van het bestaande warmtenet. De innovatieve wijze van aansluiten van grondgebonden woningen is repliceerbaar naar andere wijken in Utrecht (en elders).
Warmtenet Schalkwijk, Haarlem – nwn028, provincie Noord-Holland Het project bevat de eerste fase van de aanleg van een warmtenet in de Haarlemse wijk Schalkwijk waarop zo’n 5.200 weq corporatiewoningen zullen worden aangesloten. De betrokken partijen zijn o.a. de gemeente, Haarlems Warmtenetwerk, een drietal woningbouwcorporaties, exploitant van een datacenter en een warmteleverancier. Voor de basislast warmte wordt voorzien in restwarmte van een datacenter. Deze warmte wordt met elektrische industriële warmtepompinstallaties opgewaardeerd naar het gewenste temperatuurniveau. Voor de pieklast is een gasgestookte ketelinstallatie voorzien. Naar schatting zal 80% van de warmtevraag worden geleverd door de warmtepompinstallatie. In de toekomst wordt er – bij verdere uitbreiding – gekeken naar de ontwikkeling van aqua- en geothermie als bronnen. Vliegwieleffect. De aanleg van het net en de aansluiting van de eerste 5.200 weq maken een opschaling naar zo’n 12.000 weq mogelijk. Deze opschaling zal bestaan uit de aansluiting van VVE’s, particulieren (grondgebonden) woningen, gemeentelijk vastgoed en overige utiliteitsbouw in Schalkwijk. Met de voorbereiding van die opschaling is reeds begonnen en is een belangrijke factor voor een haalbare integrale businesscase.
Warmtenet Den Helder – nwn075, provincie Noord-Holland In de gemeente Den Helder ligt een grote kans om nabij het Nieuwe Haven terrein, de Marinebasis Den Helder, een aardwarmtebron te ontwikkelen. Deze warmtebron kan zowel het Nieuwe Haven terrein, als Willemsoord (samen 4.000 weq) en de aanliggende wijk De Schooten (ca. 3.000 corporatiewoningen) van duurzame warmte voorzien. Het bestaande warmtenet kan de geleverde
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
30
NieuweWarmteNu! warmte niet volledig terug te koelen naar de gewenste retour temperatuur (35 graden). Hierdoor wordt het potentieel vermogen van de aardwarmtebron niet volledig benut en is de kostprijs voor de aardwarmte hoog wanneer deze alleen aan het Nieuwe Haven terrein wordt geleverd. Uitbreiding naar de wijk De Schooten lost beide problemen op. Om doorgroei naar andere wijken mogelijk te maken, is overdimensionering van de leiding tussen aardwarmtebron en De Schooten nodig. Dit is onderdeel van dit project. Door middel van een warmtepomp kan de retourleiding van het Nieuwe Haven terrein verder uitgekoeld worden. De gewonnen warmte uit de retourleiding van het Nieuwe Haven terrein kan gebruikt worden om een groter aandeel van de gebouwde omgeving van duurzame warmte te voorzien. Door het plaatsen van de warmtepomp groeit de totale potentie van het systeem naar 18.000 weq, te voorzien van min. 70% duurzame warmte. Dit leidt tot een betere benutting van de aardwarmtebron, een hogere potentiële afzet en een flinke reductie in de kostprijs. Vliegwieleffect. Het toevoegen van de warmtepomp aan de geothermiebron leidt tot een flinke reductie van de onrendabele top per woning en tot een versnelling van de warmtetransitie in de gemeente Den Helder. Bovendien wordt het energetisch rendement van deze bron hoger, waardoor nog eens ca.
3.500 weq extra in deze wijken kan worden aangesloten. Doorgroei is verder voorzien richting de toekomstige clusters, zoals de Luchthaven de Kooy en de wijk Nieuw Den Helder. De totale potentie is ca. 18.000 weq. Nootdorp – Noukoop – Zoetermeer Meerzicht – nwn09, provincie Zuid-Holland Het glastuinbouwgebied Noukoop is een relatief compact tuinbouwgebied dat ingeklemd ligt tussen verschillende natuur en recreatiegebieden zoals het natuurgebied de Balij, het Bieslandse Bos, de Delftse Hout, de Dobbeplas en het Balijbos en tussen verschillende stedelijke agglomeraties zoals Nootdorp (1km), Pijnacker-noord (1,5km), Ypenburg (2km) en Zoetermeer (3km). De nabij gelegen stedelijke omgeving geeft daarbij de mogelijkheid om naast glastuinbouw ook gebouwde omgeving op het warmtenet aan te sluiten en van duurzame warmte te voorzien. Zowel PijnackerNootdorp als Zoetermeer hebben dit project benoemd als duurzame warmtebron in hun goedgekeurde Transitievisie Warmte (TWV). Het warmtenet wordt zodanig over-gedimensioneerd om in de toekomst 10 MW aan Zoetermeer West en 10 MW aan Nootdorp te kunnen leveren. Hiermee wordt de basislast in deze wijken met aardwarmte ingevuld. Het warmtenet wordt gevoed met grote WKK’s. Er is bewust een extra grote capaciteit van de nieuwe geothermie bron aangevraagd (SDE+ beschikking 2020), zodat omliggende woonwijken van duurzame warmte kunnen worden voorzien.
Op termijn zal ook een HTO worden ontwikkeld naast de bron, om zo over het jaar heen met de bron constant te kunnen produceren en om ook back-up aan warmteklanten te kunnen aanbieden. De resterende kleine piekwarmtevraag valt buiten de scope van het project en zal door de tuinders zelf verduurzaamd moeten worden. Vliegwieleffect. Door de komst van een aardwarmtebron in Noukoop wil de gemeente PijnackerNootdorp de komende jaren vaart maken met de aansluiting van de ca. 5.000 woningen in Nootdorp en 1.200 woningen in Pijnacker-Noord op aardwarmte. De TWV in Zoetermeer is in december 2021 door de Raad vastgesteld. Voor de gestapelde bouw in Meerzicht is een collectief warmtenet voorzien. In Zoetermeer-West gaat het om ca. 4.000 woningen. De woningcorporaties tonen interesse in afname van warmte vanuit Noukoop.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
31
NieuweWarmteNu! BIJLAGE D.
Thema Innoveren en leren (bijgestelde versie)
In deze bijlage gaan we nader in op het thema Innoveren en leren, dat op hoofdlijnen is beschreven in paragraaf 3.1. Dit thema bestaat uit 2 onderdelen: innovaties (paragraaf 1 van deze bijlage) en een Leer- en ontwikkelprogramma (paragraaf 2). De organisatie van dit thema staat in paragraaf 3. Aan het slot van deze bijlage (paragraaf 4) volgt een overzicht van de financiering van dit thema. Deze bijlage is gebaseerd op (voormalige) bijlage G van het Groeifondsvoorstel NieuweWarmteNu! Naar aanleiding van de opmerkingen van de commissie zijn er aanscherpingen doorgevoerd.
1.
Innovaties
1.1. Doel en positionering De activiteiten rondom de toepassing van de innovaties in hernieuwbare en andere duurzame bronnen, bodemenergiesystemen, aanleg en besturing van warmtenetten en de organisatie en financiering ervan zijn gericht op een betaalbare energietransitie, minder CO 2-emissies en het creëren van maatschappelijk draagvlak. Marktrijpe innovaties maken de leercurve steiler en dalende kosten versterken de business cases van volgende projecten; noodzakelijke voorwaarden voor opschaling. Innovaties worden op twee plaatsen binnen NWN! ingezet, afhankelijke van de ‘marktrijpheid’ van een innovatie: a. Ruim 20 technologische en sociale innovaties op Technology Readiness Level (TRL) 8-9 zijn onderdeel van de projecten van tranche 1. De partijen in deze projecten brengen deze innovaties direct in de praktijk. b. Parallel aan de eerste groep worden 8 technische en systemische innovaties op TRL 6-7 in de praktijk gedemonstreerd. Dit gebeurt op een locatie van een project dat in een volgende tranche kan worden gerealiseerd. De toepassing van deze innovaties vindt plaats in nauwe samenwerking tussen de initiatiefnemers en ontwikkelaars van de innovaties en de partijen in de betrokken projecten. De selectie van de groep innovaties onder ‘punt b’ is uitgevoerd aan de hand van criteria, waaronder: ▪
Bijdrage aan kostenreductie, risicoreductie, veiligheid en/of CO2-reductie. Er moet een duidelijke impact zijn die beschikbaar komt voor projecten die vanaf 2025 worden ontwikkeld.
▪
Technology Readiness Level (TRL) van tenminste 6-7, d.w.z. de voorgestelde innovatie is al gedemonstreerd in een relevante, maar nog niet operationele omgeving. Na succesvolle demonstratie is de innovatie beschikbaar voor projecten vanaf 2025.
▪
De eindgebruiker(s) van de voorgestelde innovatie is betrokken en heeft een intentie afgeven dat de innovatie na succesvolle demonstratie toegepast gaat worden (zie intentieverklaringen in bijlage F van het oorspronkelijke document).
Tabel D.1 en D.2 geven een overzicht van de geselecteerde innovaties in beide groepen. In paragraaf 1.3 is ook de bijdrage aan kostenbesparing en andere bijdragen aan de versnelling en opschaling van duurzame collectieve warmtesystemen beschreven.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
32
NieuweWarmteNu! 1.2.
Overzicht technische en sociale innovaties in tranche 1 vliegwielprojecten
Tabel D.1 Indicatief overzicht van sociale, financiële, ruimtelijke, organisatorische en technische innovaties in vliegwielprojecten en verwachte realisatieprojecten in aanpalend trajecten en programma’s. Monitoring van de vliegwielprojecten is onderdeel van het leer- en ontwikkelprogramma (zie paragraaf 2) om te komen tot richtlijnen en gestandaardiseerde aanpakken.
Sociaal en ruimtelijke innovaties Methoden en instrumenten voor participatie en draagvlak ▪ Burgerparticipatie en eigenaarschap (diverse projecten). ▪ Communicatieprotocol geothermie naar bewoners (Open Warmtenet Delft). ▪ Bewonersinitiatief proces voor ontwikkeling warmteoplossing (diverse projecten). ▪ Spoorboekje aquathermie in kleine dorpskernen met oppervlaktewater (Warm Heeg). ▪ Financieel instrumentarium lage inkomens (Zandweerd). ▪ Onderbouwing voor gemeentelijke garantstellingen, en onder welke voorwaarden (diverse projecten). ▪ Handelsplatform voor inkoop en verkoop van duurzame warmte tussen partijen die aangesloten zijn op warmtesysteem (Warmte Samenwerking Westland). Governance en organisatiemodellen ▪ Governance waarin gehele warmteketen, van opwek naar distributie en warmtevraag is vertegenwoordigd en waarin inspraak eindklanten is georganiseerd (Warmte Samenwerking Westland). ▪ Organisatiemodel en statuten indien warmtevoorziening in eigendom en beheer van het dorp komt (Warm Heeg). Richtlijnen en standaardisatie normen
Technische innovaties ▪ Minimaliseren hinder door toepassen van nieuwe aanlegtechnieken (b.v. slimme boortechnieken, sleufloos warmteleidingen aanleggen). ▪ Innovaties in huisaansluiting (buitenlangs naar de CV ruimte). ▪ Toepassen van bronnenmix / meerdere (hernieuwbare) warmtebronnen. ▪ Combineren van bronnen en opslag (b.v. aquathermie en hoge temperatuuropslag, zonthermie en WKO) + logische plek voor de pieklast: welke huizen hebben wel of niet een booster nodig? (o.a. Heeg) ▪ Warmtewisselaar voor groot warmtevermogen (minimaal 7 MW). ▪ Betere data om laag-
temperatuur systemen op te nemen in modellen.
▪ Condities waaronder grondboring in natuurgebied toch mogelijk is. ▪ Veiligheidsnormen voor geothermieputten. Nieuwe methoden en instrumenten voor ruimtelijke opschaling ▪ Routekaart maximaal aansluittempo en onderscheidende factoren (w.o. keuzevrijheid) (diverse projecten). ▪ Ontwerpkader voor ontwerpen warmtenetten in de afstemming met andere functies (diverse projecten). ▪ Aanpak stimulering lokale werkgelegenheid (Zandweerd). ▪ Ontwikkelstrategie ZLT leiding met lokale opwaardering (Zandweerd). ▪ Future proof design van het netwerk (in kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en uitbreidbaarheid) (Zandweerd). ▪ Opschaling barrières, zoals veiligheid van geothermieputten (diverse projecten).
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
33
NieuweWarmteNu! 1.3.
Geselecteerde innovaties op niveau TRL 6-7 en hun impact op versnelling duurzame collectieve warmtesystemen
Er zijn 6 innovaties geselecteerd plus 1 innovatie op de reservelijst gezet die – parallel aan de uitvoering van de vliegwielprojecten in tranche 1 – in de praktijk worden gedemonstreerd, zie tabel G.2. Dat gebeurt op een of enkele locaties van projecten die in tranche 2 of 3 zijn opgenomen. Een korte toelichting waarom deze projecten zijn geselecteerd, is hieronder beschreven. In tabel C.1 op de volgende pagina staat een overzicht van de geselecteerde innovaties en de waarde die elke innovatie heeft op de versnelling van duurzame collectieve warmtesystemen. De investeringskosten van de voorgestelde innovaties bedragen ruim 74 miljoen euro, de gevraagde bijdrage van het Groeifonds is 21,3 miljoen euro. De voorgestelde innovaties leveren nieuwe producten en diensten die ook in andere landen kunnen worden toegepast. Daarmee versterken ze de kennispositie van Nederlandse bedrijven en dragen ze bij aan het exportpotentieel. Bovendien is de impact groot t.a.v. kosten- en CO2 besparing. ▪
Design Toolkit warmtenetten. De aanlegkosten van een duurzaam collectief warmte systeem bestaan uit de aanleg van bronnen, warmtenetwerk en aanpassing van gebouwen. Met de ontwikkeling en inzet van de Design Toolkit wordt 25% kostenreductie gerealiseerd van de aanleg van warmtenetwerk door een effectief ontwerp (kleinere diameters door optimale inpassing en gebruik van bronnen en buffers en minder km leiding).
▪
Seizoensopslag van warmte (HTO). HTO is noodzakelijk om effectief om te gaan met de inzet van duurzame warmtebronnen zoals geothermie, restwarmte, zonthermie en aquathermie. De benutting van deze bronnen kan worden verhoogd van ~3500 uur per jaar naar > 7000 uur. Hierdoor is minder opgesteld vermogen nodig en kunnen de bronnen effectiever worden benut. Verder zijn 2 HTO demonstratie projecten voorgesteld in dit voorstel waarvan 1 project op de reservelijst is geplaatst. Na succesvolle demonstratie van deze projecten kan deze techniek op grote schaal worden toegepast.
▪
Gesloten systeem voor geothermie. Het produceren van duurzame warmte met geothermie kan alleen in gebieden met geschikte (geothermische) reservoirs. Dat geldt voor circa 20% van Nederland. In het Eavor loop project wordt de koppeling van een gesloten geothermie systeem aan een warmtenetwerk gedemonstreerd. Deze gesloten systemen werken als een diepe warmtewisselaar en zijn niet afhankelijk van goed doorlatende reservoirs. Na succesvolle demonstratie kan deze techniek worden toegepast in heel Nederland. De uitrol van warmtenetten in gebieden die niet of nauwelijks beschikken over restwarmte, aquathermie en/of geothermie wordt met deze techniek mogelijk.
▪
Composiet casing voor geothermie. Geothermie projecten hebben veel last van scaling (= aanslag) en corrosie van putten. Dat verkleint de capaciteit van een put. Zonder het treffen van maatregelen en het gebruik van inhibitors zullen putten verstoppen. Corrosie van metalen casings in putten is een bekend probleem in de geothermie. Door de inzet van composiet casings worden deze problemen opgelost: het gebruik van inhibitors is niet meer of veel minder nodig en vindt geen corrosie plaats. Bovendien is de stromingsweerstand van composiet casings veel lager dan metalen casings met aanslag. De gemiddelde OPEX van een geothermie project bedragen 1,6M euro per jaar. Door de inzet van composiet casings wordt een OPEX besparing gerealiseerd van maar liefst 25M euro over de 30-jarige levensduur van een geothermie project. Ook wordt 67Kton CO2 per project bespaard doordat minder pomp energie nodig is.
▪
Digital twin voor geothermie systemen. De operationele kosten van een geothermie project bedragen circa 1,6M euro per jaar. Door het automatiseren, digitaliseren en toepassen van kunstmatige intelligentie (AI) kunnen kosten van aardwarmte systemen over de gehele levenscyclus worden gereduceerd en kan operationele veiligheid en kwaliteit worden verbeterd. Door de toepassing van een digital twin wordt de gemiddelde OPEX per geothermie project verlaagd met 30% (~480K/J) en de CO2 emissies met 10% per project per jaar.
▪
Betaalbare en betrouwbare grondwater-putten voor HTO. Het rendement van een HTO kan sterk worden verbeterd door de laad- en ontlaadcapaciteit van putten te vergroten door doorontwikkeling numerieke modellen en putontwerpen voor HTO. Deze modellen en putontwerpen worden gevalideerd door experimenten en een grootschalige praktijktest.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
34
NieuweWarmteNu! Tabel D.2 Overzicht van geselecteerde innovaties op niveau TRL 6-7 (bedragen in EUR x miljoen, excl. btw) Titel
TRL
Partijen
Activiteit
Impact
NWN I01 Design Toolkit Warmtenetten NWN! I03 HTO Nesselande
TRL6 → TRL8
4 Vliegwielprojecten (Eneco, Vattenfall), TNO, Deltares Eneco, Shell, KWR, TNO & Deltares
Toepassen design toolkit bij ontwerp van 4 vliegwielprojecten met verschillende typologieën.
NWN! IO5 Betaalbare en betrouwbare grondwater-putten voor Hoge Temperatuur Opslag
TRL5 → TRL7/8
Deltares KWR, Hajtjema, Eneco, TUD
NWN! I08 Demonstratie Eavor Loop
TRL7 → TRL8/9
Eavor, Ennatuurlijk, Shell, EBN
NWN! I09 Composiet Putverbuizing
TRL6 → TRL8
Huisman Geo, TNO
Op industriële schaal beschikbaar maken van een hoogwaardig composietbuizensysteem met unieke slanke en robuuste schroefkoppelingen, specifiek ontwikkeld voor putconstructietoepassingen. Hoofdoel corrosie- en scaling problemen in putten voorkomen.
NWN! 10 Data gedreven optimalisatie aardwarmte systemen (‘digital twin’)
TRL6 → TRL7
TNO, Engie, HAL
Door automatiseren, digitaliseren en toepassen van kunstmatige intelligentie (AI) kunnen kosten van aardwarmte systemen over de gehele levenscyclus worden gereduceerd en kan operationele veiligheid en kwaliteit worden verbeterd
25% kosten besparing design en aanleg van warmtenetten. 10% CO2 besparing duurzaam collectief warmtenet. Grootschalige seizoensopslag zorgt voor kostenreductie door minder opgesteld vermogen (5 - 10% lagere aanlegkosten) en CO2 reductie. Gedurende de levensduur van een gemiddeld HTO (25 jaar, 10MW) wordt ~170.000 MWh gas vermeden (= CO2 reductie van 31.000 ton per buffer). Kostenverlaging HTO door vergroten capaciteit per put tegen een 50% toename van de total cost of ownership. De efficiency verbetering door innovatieve putconcepten ligt naar verwachting tussen de 5% en 10%, die zich direct terugvertaald in een TCO daling van 5% tot 10%. Eavor concept is niet afhankelijk van geschikte geothermische reservoirs en kan in heel NL worden toegepast. Slechts ~20% van Nederland is nu geschikt voor diepe aardwarmtewinning. OPEX besparing van 25M over de levensduur van een geothermie project (30 jaar) door het voorkomen van gebruik van inhibitors en minder pompenergie door lagere weerstand. 67Kton CO2 besparing per project door minder pomp energie . De gemiddelde OPEX per geothermie project bedraagt 1,6M/jaar. Deze OPEX kan met 30% worden verlaagd, de CO2 emissies dalen met 10 % per project per jaar.
NWN! I04 HTO project Leeuwarden i.c.m. warmtepomp
TRL6 → TRL8
Ennatuurlijk, Shell, EBN
De HTO in Leeuwarden wordt gekoppeld aan de geothermiebron (in ontwikkeling). Verder wordt een warmtepomp geïntegreerd omdat de productie temperatuur van de HTO moet worden verhoogd. Dat zorgt tevens voor een beter rendement (afkoeling).
TRL6 → TRL8
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
Grootschalige demonstratie warmteopslag. Door warmte-overschotten op te slaan in de ondergrond wordt de productiecapaciteit van duurzame bronnen effectiever ingezet en wordt de pieklast in de winter verkleind. De HTO wordt op commerciële schaal getest. De HTO in Nesselande wordt gevoed door het HT transportnet. Vergroten van de laad- en ontlaadcapaciteit en het rendement van systemen (putten) voor hoge temperatuuropslag in de ondergrond door doorontwikkeling numerieke modellen en putontwerpen voor HTO. Deze modellen en putontwerpen worden gevalideerd door experimenten en praktijktest. Demonstratie Eavor loop concept in Tilburg inclusief aansluiting op warmtenetwerk. Eavor is een gesloten geothermiesysteem (diepe warmtewisselaar) op 23km diepte
35
Totaal Zie HTO Nesselande (NWN I03). Extra: dankzij de warmtepomp wordt het energetisch rendement van geothermie nog hoger.
CapEx/ subsidie
74,7 / 21,3 (reserve)
NieuweWarmteNu! 2.
Leer- en ontwikkelprogramma
Het leer- en ontwikkelprogramma ‘Versnellen en Opschalen’ ondersteunt het programma NieuweWarmteNu! (NWN!) bij het realiseren van duurzame collectieve warmtesystemen. De werkwijze is ‘learning-by-doing’. Een klein ondersteunend team van onafhankelijke experts coördineert de activiteiten in nauwe samenwerking met de partijen in de vliegwielprojecten én met bestaande kennisprogramma’s en kenniscentra, zoals het Expertise Centrum Warmte (ECW). Dit leer- en ontwikkelprogramma creëert een setting waarin de consortiumpartners van NWN! met en van elkaar kunnen leren. De hele warmteketen van duurzame collectieve warmtesystemen is betrokken: warmtebedrijven, lokale initiatiefnemers en energiecoöperaties, woningcorporaties, netbedrijven, gemeenten, warmtebronontwikkelaars, kenniswerkers van toegepaste kennisinstellingen en onderwijsinstellingen en intermediaire organisaties. Door transparantie, goede uitwisseling van kennis en ervaringen, en een open houding in de samenwerking kunnen grote stappen worden gezet in het proces naar versnellen en opschalen van deze warmtesystemen. Het programma heeft een looptijd van vijf jaar. Dat geeft voldoende tijd om de resultaten in de praktijk en in de hele warmteketen te laten landen. De aanpak van ‘learning-by-doing’ kan worden voortgezet in vervolgtrajecten en het Nationaal Programma Lokale Warmte in prep..
In dit aangepaste voorstel is het aantal vliegwielprojecten teruggebracht van 32 naar 12. Dit betekent dat de leerervaringen gefocust zijn op deze 12 projecten. Hiermee wordt nog steeds veel meerwaarde en impact gegenereerd. De focus op minder projecten betekent ook dat we een aantal activiteiten anders willen invullen. We stellen een aantal aanscherpingen in het leer- en ontwikkelprogramma voor in deze nadere uitwerking van het voorstel NieuweWarmteNu! Communities of Practice (CoP) ▪ We willen ons verzekeren van een actieve bijdrage aan het thema leren en innoveren door afspraken te maken over deelname en commitment van de 12 vliegwielprojecten. We zullen in de samenwerkovereenkomst of contracten met deze vliegwielprojecten, die zullen worden opgesteld na de honorering van het NGF, een paragraaf over leren en innoveren opnemen. Verder zullen we een lerende en open houding en transparantie stimuleren. ▪ Het portfolio van 12 vliegwielprojecten kent nog steeds een evenwichtige opbouw. Er is diversiteit in grootte, bronnen, organisatiemodellen en een goede spreiding over Nederland. Er zijn voldoende overeenkomsten om rondom CoPs op te bouwen en voldoende verschillen om het samen leren interessant te maken.
▪ We stellen de Communities of Practice van het leer- en ontwikkelprogramma niet alleen open voor onze 12 vliegwielprojecten, maar ook voor realisatieprojecten van duurzame, collectieve warmtesystemen die vanaf 2023 in aanmerking komen voor nieuwe subsidies vanuit het Klimaatfonds. ▪ Het Leer- en ontwikkelprogramma zoekt daarnaast samenwerking met het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW, in voorbereiding; opvolger van het Programma Aardgasvrije Wijken – PAW). Op verzoek kan ook het Programma Aardgasvrije Wijken (of later het NPLW) deelnemende partijen aan proeftuinen doorverwijzen naar onze CoP’s waar dit passend is. Afspraken over deelname van deze nieuwe aanpalende realisatieprojecten aan en bijdragen in de CoPs zullen contractueel worden vastgelegd. We streven in de CoPs naar betrokken en toegewijde deelnemers en willen ten allen tijde vrijblijvendheid voorkomen. ▪ Vice versa zal met Programma Aardgasvrije Wijken (PAW; en haar opvolger het NPLW) verkend worden hoe deelnemers (met name gemeenten) van vliegwielprojecten ook betrokken kunnen worden bij de thema-bijeenkomsten van PAW, zodat we optimale uitwisseling rondom het leren van ervaringen kunnen stimuleren. Het PAW richt zich met name op gemeenten en de processen binnen wijken, terwijl NWN! de gehele warmteketen centraal stelt en focust op de realisatie van duurzame collectieve warmtesystemen.
Hiermee is het complementair aan PAW. ▪ Jaarlijks zal een programma voor de CoP’s worden opgesteld, zodat de deelnemers weten wat zij kunnen verwachten. De wensen van deelnemers worden afgestemd op de beschikbare middelen en capaciteit.
7 juni 2022
36
NieuweWarmteNu! Ontwikkeling generieke richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak ▪ Een grote diversiteit aan vliegwielprojecten en het geringe aantal projecten zou het lastiger kunnen maken om tot meer generieke richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak te komen. Daarom zal gericht worden gezocht welke PAW- en aanpalende realisatieprojecten voor duurzame, collectieve warmtesystemen nuttig zijn om te betrekken bij de gestandaardiseerde aanpak. Daarnaast zullen nieuwe inzichten en kennis ingebracht worden bij PAW en volgende, aanpalende programma’s of projecten. ▪ In de activiteit richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak komt er inhoudelijk een zwaarder accent te liggen op organisatievormen én eigendomsverhoudingen, het marktfalen als gevolg van coördinatieproblemen tussen vraag en aanbod, de informatie-asymmetrie en de relatie met flankerend beleid (waaronder wet- en regelgeving). Ook hier zal waar mogelijk worden afgetapt van en samengewerkt met PAW. ▪ Het leer- en ontwikkelprogramma kent weliswaar een looptijd van 5 jaar, maar zal zich goed blijven oriënteren op het snel veranderende kennislandschap. Bij de voorbereiding van het Nationaal Programma Lokale Warmte in prep. (waarin PAW en ECW op gaan) en in aanloop naar een bijbehorend kennis- en leerprogramma zullen gesprekken worden gevoerd over samenwerking en het verankeren van de resultaten uit NWN!.
Waar mogelijk zullen we de activiteiten op elkaar laten aansluiten en/of verder vervlechten. Dit zorgt op termijn voor een goede borging van zowel opgedane kennis en ervaringen, als ontwikkelde richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak. Betrekken onderwijsinstellingen ▪ In het ondersteunende team voor het leer- en ontwikkelprogramma worden HBO-instellingen actief betrokken. Hierdoor wordt het mogelijk om de kennisproducten van WarmingUP én ervaringen van de vliegwielprojecten uit NWN! en de realisatieprojecten van duurzame, collectieve warmtesystemen die voortkomen uit het nieuwe subsidie-instrument van EZK vanaf 2023 te bundelen, te verrijken en te laten landen in curricula van het HBO (en de aan hen verbonden ROC’s) en te laten doorwerken in trainingen en cursussen en modules. Dit zal uiteindelijk ook doorwerken in werkgelegenheid en hiermee dragen we actief bij aan het verminderen van het tekort aan technisch geschoolde mensen om de warmtetransitie te realiseren. ▪ Bij de kennisontwikkeling en het toewerken naar richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak worden ook ‘’professional doctors’’ (PD’s) van HBO-instellingen betrokken. Deze 2-jarige PD’s zijn nieuw in het HBO. Zij richten zich op brede maatschappelijke thema’s en veranderstrategieën en hebben zowel een onderzoeks-, als een onderwijstaak.
2.1.
Doel en positionering
Het leer- en ontwikkelprogramma wordt ingezet om project-gerelateerde en project-overstijgende knelpunten op te lossen en om condities en randvoorwaarden te creëren voor versnelling en opschaling van duurzame collectieve warmtesystemen. De innovaties in de vliegwielprojecten worden gevolgd op de mate van maatschappelijke en ruimtelijke inbedding. In hoofdstuk 5 van het programmavoorstel NWN! is geanalyseerd hoe dank zij innovaties en schaalvoordelen aanzienlijke effecten op een duurzame economische groei van dit onderdeel van de warmtetransitie kunnen worden gerealiseerd. Dit gaat niet vanzelf. De leercurve moet steiler gaan verlopen. Innovaties moeten versneld worden toegepast, het leervermogen van de uitvoerende partijen moet verder worden verhoogd en de schaalvoordelen beter worden benut.
7 juni 2022
37
NieuweWarmteNu! De uitwisseling van kennis en ervaringen in de projecten vindt plaats via Communities of Practise; ervarings-, gebieds- en expertkennis en diverse expertise komen hier bijeen. Opgedane ervaringen binnen NWN! kunnen zo effectief worden benut in de vliegwielprojecten van tranche 1 en in volgende projecten, zowel die in tranches 2 en 3. én daarbuiten. De meerwaarde van dit onderdeel is dat NWN! bewust gekozen heeft voor een positionering die aansluit op én daarnaast aanvullend is op het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en het Expertise Centrum Warmte (ECW). Het PAW richt zich met name op gemeenten en de processen binnen wijken, terwijl NWN! de gehele warmteketen centraal stelt en focust op duurzame collectieve warmtesystemen. ECW reikt de helpende hand aan gemeenten die hun regierol voor de warmtetransitie moeten invullen. NWN! is nadrukkelijk gericht op het verlagen van de onrendabele top. NWN! maakt daarbij ook gebruik van de resultaten uit het driejarige Innovatieprogramma WarmingUP. Uitgangspunten voor samen leren en ontwikkelen Goede samenwerking tussen uitvoerende partijen en het ondersteunende team is van groot belang voor een effectieve uitvoering van het Leer- en ontwikkelprogramma. Daarin staat ‘al lerende doen en doende leren’ centraal om de economische en maatschappelijke doelen van NWN! te bereiken.