20220726 Raadsbrief Project aquathermie en burgerparticipatie -besluit financieringsaanvraag Nieuwe Warmte Nu bijlage 2
Tekst van het document
NieuweWarmteNu! Aangepast plan van aanpak Dit document is het aangepaste plan van aanpak van NieuweWarmteNu! (verder afgekort tot NWN!). Het doel van NWN! is het doorbreken van de belemmeringen voor de realisatie van duurzame collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving. Door de realisatie van meerdere van deze systemen wil NWN! een leer- en vliegwieleffect creëren om de warmtetransitie op gang te brengen. Daarmee wordt zowel een economische als maatschappelijke impuls gegenereerd. De aanpassingen zijn conform het advies van de Groeifondscommissie betreffende het eind oktober 2021 ingediende propositieformulier. Dit document is zelfstandig leesbaar, al worden de oorspronkelijke aanleiding, doel en voorgestelde oplossing van het oorspronkelijke formulier hierin niet beschreven. In bijlage A is wel een samenvatting van dit formulier bijgevoegd dat gebruikt kan worden als ‘naslagwerk’ voor zover dat nodig is. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk beschrijft de activiteiten van het consortium en het proces dat is gehanteerd om te komen tot dit aangepaste plan van aanpak en de wijze waarop invulling is gegeven aan de aanwijzingen van de Groeifondscommissie. In het tweede hoofdstuk worden de geselecteerde (vliegwiel)projecten beschreven en hoe het portfolio van deze projecten tegemoet komt aan de genoemde aanwijzingen.
Specifiek is hiermee invulling gegeven aan de volgende aanwijzingen voor de selectie van projecten, waarbij het in de nadere prioritering moest gaan om projecten met de grootste leer- en vliegwieleffecten: ▪
▪
▪ ▪
1a. Geef prioriteit aan warmtebronnen die passen bij het beleidsmatige eindbeeld over een duurzame warmtevoorziening in de gebouwde omgeving in 2050 en het transitiepad daarnaar toe; 1c. Besteed aandacht aan verschillende organisatorische modellen (en innovaties) die nodig zijn voor de gewenste versnelling, met onder andere aandacht voor verschillende eigenaarssituaties; 1e. Breng spreiding aan in verschillende typen gebieden en wijken (zoals binnenstedelijk, buitenstedelijk) en functiecombinaties; 1f. Breng spreiding aan in de financiële omvang van de investeringsbedragen.
De aanpassingen in het thema Innoveren en Leren zijn beschreven in hoofdstuk 3. Dit betreft zowel de selectie van (technologische) innovaties en de aanpassingen in de opzet van het Leer- en ontwikkelprogramma vanwege de nadere prioritering in de projecten en innovaties. Hiermee is invulling gegeven aan de overige aanwijzingen van de Groeifondscommissie: ▪ ▪
▪ ▪
1b. Geef prioriteit aan technologische innovaties die bijdragen aan de gewenste versnelling; 1c. Besteed aandacht aan verschillende (organisatorische modellen en) innovaties die nodig zijn voor de gewenste versnelling, met onder andere aandacht voor verschillende eigenaarssituaties; 1d. Besteed aandacht aan leerervaringen met betrekking tot flankerend beleid en wet- en regelgeving die bijdragen aan de gewenste versnelling; 2. Het aangepaste plan van aanpak moet voorzien in een toelichting op wat de nadere prioritering betekent voor de opzet van het thema Innoveren en Leren en hoe wordt geborgd dat de opgedane leerervaringen ook bijdragen aan de volgende fases in de uitrol van warmtenetten in Nederland.
Een financieel overzicht staat in hoofdstuk 4. Bijlagen B t/m D beschrijven enkele details als onderbouwing voor de aanpassingen in het plan van aanpak.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
1
NieuweWarmteNu! Inhoud Aangepast plan van aanpak .............................................................................................. 1 1.
Overzicht van aanpassingen in de NWN! propositie ................................................. 3
2.
(Vliegwiel)projecten – selectie en resultaat ............................................................ 5
3.
Thema Innoveren en Leren .................................................................................... 10
3.1.
Geselecteerde (technologische) innovaties .................................................................. 10
3.2.
Aanscherping Leer- en ontwikkelprogramma ............................................................... 13
4.
Financieel overzicht ............................................................................................... 15
BIJLAGE A.
Samenvatting propositieformulier NieuweWarmteNu! ............................ 16
A1.
NieuweWarmteNu! in het kort ................................................................................... 16
A2.
Strategische noodzaak ............................................................................................. 16
A3.
Voorgestelde oplossing en activiteiten ........................................................................ 17
A4.
Fasering en planning ................................................................................................ 18
A5.
Governance ............................................................................................................ 18
A6.
Financiële en economische aspecten van de aanvraag .................................................. 18
BIJLAGE B.
Format invulformulier voor de 32 (vliegwiel)projecten .......................... 20
BIJLAGE C.
Korte beschrijving geselecteerde projecten ............................................ 25
BIJLAGE D.
Thema Innoveren en leren (bijgestelde versie) ...................................... 32
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
2
NieuweWarmteNu! 1.
Overzicht van aanpassingen in de NWN! propositie
Dit hoofdstuk beschrijft de activiteiten van het consortium en het proces dat is gehanteerd om te komen tot dit aangepaste plan van aanpak alsmede de wijze waarop invulling is gegeven aan de aanwijzingen van de Groeifondscommissie. Het resultaat van deze activiteiten staat in de volgende hoofdstukken. Selectie (vliegwiel)projecten De eerste stap was het vaststellen van een duidelijk selectieproces en goede selectiecriteria voor de (vliegwiel)projecten met als doel het portfolio terug te brengen van 32 naar 10 projecten, daarbij rekening houdend met de aanwijzingen uit het adviesrapport van de Groeifondscommissie1. NWN! heeft in het selectieproces gekozen voor projecten die het vliegwiel zo snel mogelijk op gang kunnen brengen en hieruit een portfolio samengesteld dat leidt tot een zo groot mogelijk leereffect. Dat geeft een impuls aan het versneld kunnen realiseren van de bijdrage van warmtenetten aan een CO2-neutrale verwarming van de gebouwde omgeving in Nederland. Het vliegwieleffect zal leiden tot lagere kosten bij het realiseren van deze opgave, waarbij weliswaar de komende jaren nog sprake zal zijn van een onrendabele top voor warmtenetten. Het ministerie van Economische Zaken heeft hiervoor een nieuw subsidie-instrument in voorbereiding dat mogelijk in 2023 al verplichtingen aan kan gaan 2.
De 32 initiatiefnemers van de (vliegwiel)projecten zijn benaderd met het verzoek extra informatie te leveren. Het format dat daarvoor in een begeleidende mail is gebruikt, is ter informatie opgenomen in bijlage B. NWN! heeft onafhankelijke experts van twee adviesbureaus ingehuurd om de aangeleverde informatie te analyseren. Het resultaat is besproken met een selectiecommissie van 5 ervaren personen3 die geen persoonlijke betrokkenheid hebben bij deze projecten zodat een onpartijdig advies kon worden opgesteld voor de NWN! Stuurgroep, waaronder vertegenwoordigers van de ministeries van EZK en LNV. De selectiecommissie heeft vervolgens de eerder genoemde aanwijzingen van de Groeifondscommissie gebruikt om te komen tot een evenwichtig portfolio met optimaal vliegwielpotentieel. De onpartijdigheid is doorgezet tot in de NWN! Stuurgroep. Stuurgroepleden die een belang hebben in een of enkele van de 32 projecten hebben niet deelgenomen aan de besluitvorming. De deadline van 6 juni 2022 voor het inleveren van dit aangepaste plan van aanpak met daarin nog enkele tussenliggende feestdagen leidde tot een erg korte doorlooptijd voor het vaststellen van selectiecriteria, aanleveren van extra informatie, analyse daarvan en besluitvorming door de NWN! Stuurgroep.
Desondanks is het proces zorgvuldig en naar wens doorlopen en is een evenwichtig portfolio het resultaat van dit proces, zie hoofdstuk 2. Selectie (technologische) innovaties Parallel aan de selectie van de (vliegwiel)projecten heeft NWN! een selectie van (technologische) innovaties uitgevoerd. De financiële omvang van de oorspronkelijke 8 innovaties is met ruim 50% gereduceerd om een evenwichtige verhouding te creëren met de gereduceerde omvang van de (vliegwiel)projecten en toch te voldoen aan het advies van de Groeifondscommissie ten aanzien van prioriteren van innovaties die bijdragen aan de gewenste versnelling in de realisatie van projecten. Het NWN! consortium heeft ervoor gekozen om zoveel mogelijk innovaties te handhaven en daarom in eerste instantie gekeken naar de gevraagde financiële bijdrage per innovatie. Op basis van deze insteek is met alle initiatiefnemers gesproken over mogelijke aanpassingen in hun innovatievoorstel. Het resultaat is besproken met een delegatie van de selectiecommissie.
1
Adviesrapport tweede beoordelingsronde commissie Nationaal Groeifonds, april 2022.
2
Ontwerp Beleidsprogramma Klimaat | Publicatie | Rijksoverheid.nl, 2 juni 2022, o.a. pag. 31.
Personen werkzaam bij EBN, een gemeente (namens VNG; geen van de 32 projecten wordt uitgevoerd in deze gemeente), TNO, EZK en de voorzitter van het Uitvoeringsoverleg Gebouwde Omgeving Klimaatakkoord. 3
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
3
NieuweWarmteNu! Deze uitkomst is als advies voorgelegd aan de NWN! Stuurgroep en door hen zonder aanpassingen overgenomen. Het resultaat is beschreven in paragraaf 3.1. Aanpassing Leer- en ontwikkelprogramma Tot slot heeft het ondersteunende team van het Leer- en ontwikkelprogramma gesprekken gevoerd met betrokken experts, kennis(disseminatie)partners en het kennis- en leerprogramma van het Programma Aardgasvrije Wijken. Het voorstel is vervolgens aangepast. Het aantal bijeenkomsten in de vorm van Communities of Practice (CoP’s) is gereduceerd vanwege het kleiner aantal projecten en innovaties. Om toch een zo groot mogelijke impact te realiseren en de leerervaringen ook voor projecten buiten NWN! goed te benutten, is nog nadrukkelijker de samenwerking met andere partijen gezocht. Bovendien wordt de verbinding gemaakt naar projecten die vanaf 2023 worden ondersteund met het nieuwe subsidie-instrument van EZK (in ontwikkeling). De NWN! Stuuurgroep heeft besloten dat, voor de disseminatie van leerervaringen en daaruit voortvloeiende resultaten, wordt samengewerkt met bestaande brancheorganisaties en andere organisaties die al een dergelijke functie voor de warmtetransitie vervullen zoals Expertise Centrum Warmte (ECW). Dat verhoogt de verspreiding van leerervaringen om nieuwe projecten een vliegende start te kunnen geven.
Het resultaat van het aangepaste Leer- en ontwikkelprogramma is beschreven in paragraaf 3.2.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
4
NieuweWarmteNu! 2.
(Vliegwiel)projecten – selectie en resultaat
In dit hoofdstuk zijn de geselecteerde (vliegwiel)projecten en het resulterende portfolio van deze projecten beschreven. Daarin laat NWN! zien hoe dit portfolio tegemoet komt aan de aanwijzingen van de Groeifondscommissie. Uitgangspunten bij de selectie van (vliegwiel)projecten Om versneld ervaringen op te doen en daarmee het vliegwieleffect zo groot mogelijk te kunnen laten zijn, hebben projecten die in de eerste helft van 2023 of snel daarna kunnen starten (en dat ook concreet kunnen aantonen) in NWN! de voorkeur. Vervolgens is uit de projecten die daaraan kunnen voldoen een portfolio samengesteld waarin een mix aan warmtebronnen wordt ingezet die past bij het beleidsmatig eindbeeld van de warmtevoorziening in 2050. Andere uitgangspunten waren: het portfolio bestaat uit kleine, middelgrote en grote projecten met verschillende organisatiemodellen; de projecten worden gerealiseerd in steden van verschillende grootte en zijn geografisch breed verspreid over Nederland; in enkele projecten worden functiecombinaties toegepast van verschillende type gebruikers van duurzame collectieve warmtesystemen; en de totaal gevraagde bijdrage uit het Groeifonds is passend bij het door de commissie gestelde budget. Tot slot is nog gekeken naar het leereffect, de breedte van innovatieve elementen in de projecten en de mate waarin de projecten bijdragen aan het gewenste vliegwieleffect.
In het selectieproces is het zo snel mogelijk op gang brengen van het vliegwieleffect vertaald naar projecten die snel een ‘final investment decision’ (FID) kunnen nemen en vervolgens ook snel kunnen starten met de aanleg van een duurzaam collectief warmtesysteem. Na een analyse van de extra aangeleverde informatie bleek dat de meeste projecten naar verwachting uiterlijk in Q2-2023 de FID kunnen nemen, een groot deel minimaal een kwartaal eerder. Het geleverde bewijs hiervoor in de vorm van vergunningen, contracten met producenten maar vooral met eindafnemers en de status van bijv. subsidiebeschikkingen voor een hernieuwbare warmtebron is voor 50% van de 32 projecten zodanig dat deze in aanmerking kwamen voor de selectie. Bij de meeste hiervan was dat bewijs beter onderbouwd of met meer zekerheden omgeven dan voor de andere projecten uit deze groep. Dat was de basis voor de selectie. Resultaat: een evenwicht portfolio van projecten Er zijn voldoende projecten die snel kunnen starten. Het is mogelijk daaruit een portfolio samen te stellen dat voldoet aan de aanwijzingen van de Groeifondscommissie, dus o.a. met een goede mix van warmtebronnen, organisatiemodellen, type wijken en gebieden en functiecombinaties. Er is besloten om tevens een reservelijst van projecten aan te houden.
Deze projecten komen alsnog in aanmerking mits een of enkele projecten uit de portfolio onverwacht toch niet op tijd een FID kan nemen. De keuze voor een project uit deze reservelijst is afhankelijk van het project dat ‘vervalt’; het moet passen binnen een evenwichtig samengestelde portfolio. De NWN! Stuurgroep zal indien nodig te zijner tijd dat besluit nemen. NWN! bewaakt de voortgang van de projecten en zal enkele beslismomenten inbouwen om zo nodig tussentijds de ingezette koers te kunnen bijsturen. De ideale mix ontstaat bij een portfolio van 12 projecten met 4 projecten op de reservelijst. De NWN! Stuurgroep is zich ervan bewust dat in het advies van de Groeifondscommissie een maximum van 10 projecten is genoemd. Dit punt is ook besproken met leden van de Stafdirectie van het Groeifonds. De reden om voor een portfolio van 12 projecten te kiezen, is dat daarmee een evenwichtigere samenstelling in grootte van projecten (en investeringsomvang) ontstaat met een bredere geografische spreiding. Bovendien leidt dit tot een groter leer- en vliegwieleffect omdat alle partijen die naar verwachting een grote rol spelen in de verduurzaming van collectieve warmtesystemen in de Nederlandse gebouwde omgeving, dan in minimaal 1 project (mede) initiatiefnemer zijn. Een laatste pluspunt is dat er met deze portofolio meer woningen worden aangesloten op een duurzaam collectief warmtenet.
Ook dat vergroot het leereffect. Een portfolio van 10 projecten is mogelijk indien de Groeifondscommissie dit vereist. In dat geval wordt het (grote) project van Overvecht-Noord (Utrecht) op de lijst gezet ten koste van 3 relatief kleine projecten: Nazareth-Limmel (Maastricht), Warmte volloop HAL (Den Haag) en Middenbeemster (nabij Purmerend). De reservelijst zal daarop worden aangepast.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
5
NieuweWarmteNu! Op de volgende pagina’s is het resultaat in twee tabellen samengevat voor zowel de 12 projecten (tabellen 1A en 1B) als de 4 projecten op de reservelijst (tabellen 1C en 1D). Tabellen 1A en 1C tonen de projectnaam, de aanvragende partij, de investering in het project (CapEx), de gevraagde bijdrage uit het Groeifonds, het aantal aansluitingen op woningen of andere type gebouwen (uitgedrukt in weq = woningequivalent) in de periode 2022-2026 – in enkele gevallen 2022-2028, en het vliegwieleffect. De tabellen 1B en 1D geven een overzicht van de type warmtebronnen, het organisatorische ‘model’ en het type wijk en gebied dan wel functiecombinatie van elk project. Het portfolio bevat de belangrijkste, voor de energietransitie relevante duurzame warmtebronnen. Naast hernieuwbare bronnen als geothermie, verschillende vormen van aquathermie en zonthermie wordt ook restwarmte ingezet afkomstig uit onder meer een datacentrum en een glasfabriek. In enkele projecten wordt (nog) gebruik gemaakt van biomassa voor zover dat mogelijk is binnen de nieuwe beleidsuitgangspunten van het ministerie van EZK. Er worden in de NWN! projecten geen nieuwe biomassacentrales gebouwd. Voor de zekerheid: de gevraagde financiële bijdrage uit het Groeifonds wordt enkel gebruikt voor de aanleg van warmte-infrastructuur, niet voor het financieren van de warmtebronnen.
Aardgas wordt vaak in de beginfase nog tijdelijk ingezet voor de piekvraag en/of als back-up bron. Verduurzaming daarvan wordt in elk van de desbetreffende projecten doorgezet. In een aantal projecten vinden ook bouwkundige aanpassingen plaats om de energievraag te reduceren – dat is overigens (ook) buiten scope van de NWN!-aanvraag. In alle projecten gelden de afspraken uit het Klimaatakkoord voor 2030 en de doelstellingen voor 2050 als minimale eisen voor deze verduurzaming. In 2 van de 12 projecten is sprake van de functiecombinatie gebouwde omgeving en glastuinbouw. De duurzame collectieve warmtesystemen in deze projecten creëren door de grote warmtevraag bij de betrokken tuinbouwbedrijven een enorme hefboom waardoor de omliggende wijken kunnen meeliften op deze systemen; door deze koppeling tussen sectoren wordt een efficiënt en innovatief warmtesysteem in de gebouwde omgeving mogelijk. In beide gevallen wordt daarbij fors ingezet op geothermie. Deze bronnen zijn te groot voor de warmtevraag in de meeste woonwijken. Door deze functiecombinatie ontstaat echter een ideale mogelijkheid voor verduurzaming van die warmtevraag. Bovendien ontstaat een veel grotere flexibiliteit in warmtelevering omdat de vraag in glastuinbouw relatief eenvoudig is bij te stellen als de warmtevraag in de gebouwde omgeving wijzigt door bijvoorbeeld seizoeneffecten.
Dit vertaalt zich in een vliegwieleffect voor de regio, maar ook voor toepassing van gecombineerde warmtesystemen tussen de gebouwde omgeving en andere sectoren. Het aantal weq in de tabellen is afkomstig uit de transitievisies warmte (TVW) en/of warmte uitvoeringsplannen (WUP) van de gemeenten in de gebieden Westland en Oostland. In het algemeen zijn er twee vormen van vliegwieleffecten zichtbaar. De eerste is een verdere uitbreiding van het warmtenet naar een groter aantal aansluitingen in dezelfde of aanpalende wijken. Dit effect is in vrijwel alle 12 projecten aanwezig. Het tweede effect is de ervaring met een bepaalde technologie, organisatiemodel of innovatie toepassen in een vergelijkbaar project elders in Nederland (of eventueel in het buitenland). Dit is in principe met elk van deze 12 projecten mogelijk. De realisatie van dit effect wordt vorm gegeven bij de uitvoering van het Leer- en ontwikkelprogramma. In de rechterkolom van tabellen 1A en 1C zijn enkele vliegwieleffecten per project aangeven, waar mogelijk met kwantitatieve gegevens. Een beknopte beschrijving van elk van deze 12 (+ 4 reserve) projecten inclusief een beschrijving van het vliegwieleffect staat in bijlage C. Tot slot.
De overige, niet geselecteerde 20 projecten kunnen – net als andere projectinitiatieven voor collectieve warmte in Nederland – hopelijk vanaf 2023 gebruik gaan maken van het nieuwe subsidie-instrument dat door EZK in voorbereiding is. Deze projecten zullen baat hebben bij de uitvoering van NWN!
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
6
NieuweWarmteNu! Tabel 1A. Overzicht van geselecteerde (vliegwiel)projecten: aanvrager, investering en gevraagde bijdrage (bedragen in EUR x miljoen excl. btw) en aantal aansluitingen uitgedrukt in weq – en voor 2 projecten incl. aantal ha. glastuinbouw. Project
ID
Aanvrager
Warm Heeg
nwn005
Stichting Warm Heeg
WarmteStad
nwn006
Warmtestad, Gemeente Groningen
Open warmtenet Delft (OWD)
nwn007
NetVerder
Slim Warmtenet Zandweerd
nwn013
Gemeente Deventer
Malburgen-Oost Arnhem
nwn020
Vattenfall
Nazareth-Limmel
nwn051
Ennatuurlijk
Warmte volloop HAL
nwn053
Gemeente Den Haag
Warmtenet Gorinchem
nwn066
N.V. HVC
Aardwarmtecluster BOW Wilgenlei
nwn089
Rotterdam-Noord
nwn111
Warmte Samenwerking Oostland Eneco, Gemeente Rotterdam
Middenbeemster
nwn112
Stadsverwarming Purmerend
Warmtenet Westland
nwn999
Capturam
TOTAAL
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
CapEx warmtenet (x € mln)
Gevraagde subsidie (x € mln)
400,1
170,1
Aantal weq Vliegwieleffect (of ha. glastuinb.) 785 Uitbreiding naar “buitengebied” en bedrijventerrein. Warm Heeg is voorbeeld voor andere initiatieven van lokale coöperaties, veelal verbonden aan Energie Samen. 5.000 Vanaf 2025 netwerk verdichten voor aansluiting grondgebonden woningen en overige utiliteitsgebouwen --> ca. 12.000 weq extra, pespectief 23.000 weq in eindfase. Ambitie: aardgasvrij in 2035. 5.593 Gebouwen op campus TU Delft (ca. 3.500 weq) krijgen ook directe aansluiting op warmtepompcentrale. In 8 jaar wijken Voorhof en Buitenhof aansluiten: 2.700 weq (fase 2) + 6.000 weq (fase 3). 1.778 Door warmtepompinstallaties op blok/wijk niveau kan warmtenet modulair worden uitgebreid, onafhankelijk van temperatuurniveau warmtebron --> uitbreiding net (klein of groot) relatief eenvoudig. 4.600 Dimensionering en wijze van aanleg warmtenet maakt dat overige delen van de wijk in de toekomst relatief eenvoudig en goedkoop aardgasvrij kunnen worden --> nog eens 2.500 weq. 1.091 Vanaf 2026 elk jaar ca. 250 weq extra aansluitingen. Plannen voor de ruim 200 utiliteitsgebouwen - samen ca. 900 weq - worden nog uitgewerkt, evenals die voor nieuwbouwproject met 450 woningen. 532 Eerste fase al doorlopen --> momentum voor volgende fasen met vliegwieleffect voor gehele HAL-gebied: ca. 3.800 weq. Ervaring temperatuurverlaging in netten is kopieerbaar naar andere netten.
2.391 Door uitbreiding warmtenet bredere bronnenmix mogelijk van verschillende soorten aquathermie (TEA en TEO). Tevens volgende uitbreiding binnen bereik --> groei tot 8.000 weq na 2030. (80 ha) Voldoende schaal om ook gebouwde omgeving aan te sluiten, mede dankzij koppeling met B3-hoekleiding. TWV Lansingerland meest concreet: verduurzaming 8.000 weq (450-750 weq/jaar). 3.653 Randvoorwaarden gecreëerd om nog eens potentieel 35.000 weq in omliggende gebieden aan te sluiten. Verzwaring infrastructuur biedt koppelkans met restwarmtebronnen voor dit deel warmtenet. 623 Ervaringen uit PAW project Purmerend met o.a. communicatie naar en met bewoners worden in Middenbeemster benut. Innovatie met toepassen stijgleiding per woningblok is goed opschaalbaar. (780 ha) Na realisatie volgt aanleg meer warmtenetten en koppelingen. Tot 2028 aansluiting van 8.611 woningen voorzien. Tevens meer woonwijken in Westland aansluiten op WSW (300-500 weq/jaar). 26.046
7
NieuweWarmteNu! Tabel 1B. Overzicht van geselecteerde (vliegwiel)projecten: warmtebronnen, organisatorisch model en type gebied en wijk. Project
Warmtebronnen
Organisatorisch model
Type gebied en wijk
Warm Heeg
TEO + WKO met warmtepomp. Piek en back-up (nog) gasgestookt later verduurzamen.
Lokale coöperatie i.s.m. leverancier Kelvin
Buitenstedelijk, nieuw warmtenet
WarmteStad
Restwarmte en zonthermie met warmtebuffer.
Gemeente i.s.m. leverancier Warmtestad
Middelgrote stad, uitbreiding bestaand warmtenet
Open warmtenet Delft (OWD)
Geothermie + warmtepompcentrale. Piek en backup (nog) gasgestookt.
Netbedrijf i.s.m. energiebedrijf en gemeente
Middelgrote stad, nieuw warmtenet, deels aan de rand van de stad
Slim Warmtenet Zandweerd
ZLT RWZI met HT-WP. Piek en back-up gasgestookt (vanaf 2025 biogas of elektrisch).
Gemeente i.s.m. warmtebedrijf en netbedrijf
Middelgrote stad, uitbreiding bestaand warmtenet
Malburgen-Oost Arnhem
AVI, synfueldiesel (biodiesel) bestaand.
Warmtebedrijf
Middelgrote stad, uitbreiding bestaand warmtenet
Nazareth-Limmel
Restwarmte glasfabriek. Piek en back-up gasgestookt, toekomst restwarmte, RWZI, HTO, Het Groene Net. Geothermie (HAL Leyweg) en STEG (Uniper), vanaf mogelijk 2025 invoeding WarmtelinQ.
Warmtebedrijf
Middelgrote stad, nieuw warmtenet, grotendeels aan rand van de stad
Gemeente i.s.m. warmtebedrijf
Binnenstedelijk, bestaand warmtenet
TWC met gas, gaat over op TEA met HT-WP van 3 MW. Op termijn 2 TEO bronnen.
Warmtebedrijf
Middelgrote stad, uitbreiding bestaand warmtenet
Open warmtedistributienet: Uniper hoofdtransport-leiding, Agro Energy (namens Eneco), bronnen open. Warmtebedrijf i.s.m. gemeente
Functiecombinatie glastuinbouw met gebouwde omgeving
Gemeentelijk warmtebedrijf
Buitenstedelijk, bestaand warmtenet
Warmtenetwerk Westland CV (samenwerking warmtebedrijf, netbedrijf en tuinders)
Functiecombinatie glastuinbouw met gebouwde omgeving
Warmte volloop HAL
Warmtenet Gorinchem Aardwarmtecluster BOW Wilgenlei
STEG, 2 biomassa installaties (vast), AVR, 2-3 geothermiebronnen in ontwikk. Piek met WKK + ketels + buffers tuinders, later meer geothermie. Rotterdam Noordoost AVI, Biomassa, STEG. Piek en back-up gas gestookt; warmte etiket: 71% CO2 reductie. In 2035 volledig CO2-neutraal. Middenbeemster 72% biomassa, 28% aardgas. Bronnenmix wordt de komende jaren verduurzaamd met geothermie en aquathermie (RWZI en/of RIOThermie). Warmtenet Westland Geothermie en restwarmte uit havengebied Rotterdam. Piek met WKK's en ketels tuinders.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
8
Binnenstedelijk, bestaand warmtenet
NieuweWarmteNu! Tabel 1C Overzicht van de (vliegwiel)projecten in de reservelijst: aanvrager, investering en gevraagde bijdrage (bedragen in EUR x miljoen excl. btw) en aantal aansluitingen uitgedrukt in weq en/of ha. glastuinbouw. Project (reservelijst)
ID
Aanvrager
Overvecht-Noord
nwn033
Gemeente Utrecht
Warmtenet Schalkwijk
nwn028
Gemeente Haarlem
Warmtenet Den Helder
nwn075
N.V. HVC
Nootdorp – Noukoop – Zoetermeer Meerzicht
nwn090
Haagse Aardwarmte, Warmte Samenw. Oostland
CapEx warmtenet (x € mln)
Gevraagde subsidie (x € mln)
Aantal weq Vliegwieleffect (of ha. glastuinb.) 1.782 Overvecht-Noord ontwikkelt blauwdruk voor overige buurten in Utrecht o.a. voor participatie particulieren. Ervaring van partijen versnelt voorbereiding aardgasvrije wijken: 35.000 weq in 2030. 5.700 Opschaling naar ca. 12.000 weq met mix aan gebouwen en type eigenaren mogelijk. Voorbereiding hiervan is al begonnen en is een belangrijke factor voor een haalbare integrale businesscase. 7.236 Toevoegen warmtepomp aan geothermiebron --> flinke reductie ORT per woning en versnelling warmtetransitie in Den Helder + hoger energetisch rendement biedt ruimte voor extra 3.500 weq. (60 ha) Gemeenten willen komende jaren veel woningen aansluiten op aardwarmte Noukoop: ca. 5.000 weq in Nootdorp, 1.200 weq in Pijnacker-Noord, ca. 1.400 weq in Meerzicht (Zoetermeer-West).
Tabel 1D Overzicht van de (vliegwiel)projecten in de reservelijst: warmtebronnen, organisatorisch model en type gebied en wijk. Project (reservelijst)
Warmtebronnen
Organisatorisch model
Type gebied en wijk
Overvecht-Noord
Nu STEG, vanaf 2024 RWZI met HT-WP en buffers. In toekomst aquathermie, riothermie.
Gemeente i.s.m. warmtebedrijf
Binnenstedelijk, bestaand warmtenet
Warmtenet Schalkwijk
Restwarmte datacenter met HT-WP. Piek en back-up gasgestookt, in toekomst geothermie, TEA en groen gas. Defensie gebruikt gascentrale. Geothermie bron te ontwikkelen met warmtepomp mede voor reductie retourtemperatuur. 20 MW WKK. Geothermie in ontwikkeling.
Netwerkbedrijf met gemeente en provinciefonds i.s.m. energiebedrijf
Middelgrote stad, nieuw warmtenet
Warmtebedrijf
Middelgrote stad, uitbreiding bestaand warmtenet
Nieuw warmtebedrijf i.s.m. warmtecoöperatie, gemeente en tuinders
Functiecombinatie glastuinbouw met gebouwde omgeving
Warmtenet Den Helder Nootdorp – Noukoop – Zoetermeer Meerzicht
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
9
NieuweWarmteNu! 3.
Thema Innoveren en Leren
De aanpassingen in het thema Innoveren en Leren zijn in dit hoofdstuk 3 beschreven. Dit betreft zowel een selectie uit de oorspronkelijke 8 innovaties als de aanpassingen in de opzet van het Leer- en ontwikkelprogramma vanwege de nadere prioritering in de projecten.
3.1. Geselecteerde (technologische) innovaties De huidige NWN! Stuurgroep heeft besloten de financieel omvangrijkste innovatie te schrappen, overigens in goed overleg met de initiatiefnemer; dit betreft de geautomatiseerde boortoren voor geothermie (NWN I06). Het gevraagde bedrag voor deze innovatie is hoger dan het nog beschikbare budget voor het gehele innovatieprogramma. Voor één van de andere innovaties zijn de betrokken partijen bereid een groter risico zelf te dragen zodat de gevraagde bijdrage beter past bij een gereduceerd budget voor innovaties. Hiermee is nog eens een besparing gerealiseerd. Tot slot is besloten om een van de HTO-projecten op de reservelijst te plaatsen. Dit project kan alsnog doorgang vinden indien er ruimte ontstaat in het budget van NWN!, bijvoorbeeld omdat vergunningen voor een van de andere innovaties veel later dan gepland beschikbaar of dat er budget vrijvalt in een of enkele van de vliegwielprojecten. Omdat het HTO-project in Nesselande al verder in ontwikkeling is, is besloten het HTO-project in Leeuwarden op de reservelijst te zetten. Voor het HTO project Nesselande is al een proefboring uitgevoerd en zijn de geologische risico’s goed in kaart gebracht. De resultaten van de proefboring zijn positief. Verder is de HTO in Nesselande niet afhankelijk van de ontwikkeling van een nieuwe warmtebron.
Voor de HTO in Leeuwarden moeten de geologische risico’s nog ik kaart worden gebracht en is een proefboring gepland in Q1 2023. Verder is dit project afhankelijk van een positieve investeringsbeslissing van de geothermie bron in Leeuwarden. Financiering van het HTO project in Leeuwarden heeft een positieve invloed op deze investeringsbeslissing en kan een vliegwiel effect hebben voor de ontwikkelingen van een warmtenet in Leeuwarden. Als er extra financiering vrijkomt dan is dit een investering met alsnog een grote impact. Hieronder volgt een onderbouwing voor deze 6 (+1 reserve) innovaties, gevolgd door een tabel waarin de kern van geselecteerde innovaties beknopt is beschreven: titel, betrokken partijen, activiteit en de beoogde impact. De laatste kolom toont de investering en de gevraagde bijdrage uit het Groeifonds per innovatie. De voorgestelde innovaties leveren nieuwe producten en diensten die ook in andere landen kunnen worden toegepast. Daarmee versterken ze de kennispositie van Nederlandse bedrijven en dragen ze bij aan het exportpotentieel. Bovendien is de impact groot ten aanzien van kostenreductie en CO2-besparing. ▪
Design Toolkit warmtenetten. De aanlegkosten van een duurzaam collectief warmte systeem bestaan uit de aanleg van bronnen, warmtenet en aanpassing van gebouwen. Met de ontwikkeling en inzet van de WarmingUP Design Toolkit wordt 25% kostenreductie gerealiseerd van de aanleg van warmtenetten door een effectief ontwerp (kleinere diameters door optimale inpassing en gebruik van bronnen en buffers, en minder lengte in leidingen).
▪
Hoge temperatuur (seizoen)opslag (HTO). HTO is noodzakelijk om effectief om te gaan met de inzet van duurzame warmtebronnen zoals geothermie, restwarmte, zonthermie en aquathermie. De benutting van deze bronnen kan worden verhoogd van ~3.500 uur per jaar naar > 7.000 uur. Hierdoor is minder opgesteld vermogen nodig en kunnen de bronnen effectiever worden benut. Verder zijn 2 HTO demonstratie projecten voorgesteld in dit voorstel waarvan 1 project op de reservelijst is geplaatst. Na succesvolle demonstratie van deze projecten kan deze techniek op grote schaal worden toegepast.
▪
Gesloten systeem voor geothermie. Het produceren van duurzame warmte met geothermie kan alleen in gebieden met geschikte (geothermische) reservoirs. Dat geldt voor circa 20% van Nederland. In het Eavor loop project wordt de koppeling van een gesloten geothermie systeem aan een warmtenet gedemonstreerd. Deze gesloten systemen werken als een diepe warmtewisselaar en zijn niet afhankelijk van goed doorlatende reservoirs. Na succesvolle demonstratie kan deze techniek worden toegepast in heel Nederland. De uitrol van
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
10
NieuweWarmteNu! warmtenetten in gebieden die niet of nauwelijks beschikken over restwarmte, aquathermie en/of geothermie wordt met deze techniek mogelijk. ▪
Composiet casing voor geothermie. Geothermie projecten hebben veel last van scaling (= aanslag) en corrosie van putten. Dat verkleint de capaciteit van een put in de loop der jaren. Zonder het treffen van maatregelen en het gebruik van inhibitors zullen putten verstoppen. Corrosie van metalen casings in putten is een bekend probleem in de geothermie. Door de inzet van composiet casings worden deze problemen opgelost: het gebruik van inhibitors is niet meer of veel minder nodig en er vindt geen corrosie plaats. Bovendien is de stromingsweerstand van composiet casings veel lager dan metalen casings met aanslag. De gemiddelde OPEX van een geothermie project bedragen 1,6M euro per jaar. Door de inzet van composiet casings wordt een OPEX besparing gerealiseerd van maar liefst 25M euro over de 30-jarige levensduur van een geothermie project. Ook wordt 67Kton CO2 per project bespaard doordat minder pompenergie nodig is.
▪
Digital twin voor geothermie systemen. De operationele kosten van een geothermie project bedragen circa 1,6M euro per jaar. Door het automatiseren, digitaliseren en toepassen van kunstmatige intelligentie (AI) kunnen kosten van aardwarmte systemen over de gehele levenscyclus worden gereduceerd en kan operationele veiligheid en kwaliteit worden verbeterd. Door de toepassing van een digital twin wordt de gemiddelde OPEX per geothermie project verlaagd met 30% (~480K/J) en de CO2 emissies met 10% per project per jaar.
▪
Betaalbare en betrouwbare grondwater-putten voor HTO. Het rendement van een HTO kan sterk worden verbeterd door de laad- en ontlaadcapaciteit van putten te vergroten door doorontwikkeling van numerieke modellen en putontwerpen voor HTO. Deze modellen en putontwerpen worden gevalideerd door experimenten en een grootschalige praktijktest.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
11
NieuweWarmteNu! Tabel 2 Overzicht van geselecteerde innovaties op niveau TRL 6-7 (bedragen in EUR x miljoen, excl. btw) Titel
TRL
Partijen
Activiteit
Impact
NWN I01 Design Toolkit Warmtenetten NWN! I03 HTO Nesselande
TRL6 → TRL8
4 Vliegwielprojecten (Eneco, Vattenfall), TNO, Deltares Eneco, Shell, KWR, TNO & Deltares
Toepassen design toolkit bij ontwerp van 4 vliegwielprojecten met verschillende typologieën.
NWN! IO5 Betaalbare en betrouwbare grondwater-putten voor Hoge Temperatuur Opslag
TRL5 → TRL7/8
Deltares KWR, Hajtjema, Eneco, TUD
NWN! I08 Demonstratie Eavor Loop
TRL7 → TRL8/9
Eavor, Ennatuurlijk, Shell, EBN
NWN! I09 Composiet Putverbuizing
TRL6 → TRL8
Huisman Geo, TNO
Op industriële schaal beschikbaar maken van een hoogwaardig composietbuizensysteem met unieke slanke en robuuste schroefkoppelingen, specifiek ontwikkeld voor putconstructietoepassingen. Hoofdoel corrosie- en scaling problemen in putten voorkomen.
NWN! 10 Data gedreven optimalisatie aardwarmte systemen (‘digital twin’)
TRL6 → TRL7
TNO, Engie, HAL
Door automatiseren, digitaliseren en toepassen van kunstmatige intelligentie (AI) kunnen kosten van aardwarmte systemen over de gehele levenscyclus worden gereduceerd en kan operationele veiligheid en kwaliteit worden verbeterd
25% kosten besparing design en aanleg van warmtenetten. 10% CO2 besparing duurzaam collectief warmtenet. Grootschalige seizoensopslag zorgt voor kostenreductie door minder opgesteld vermogen (5 - 10% lagere aanlegkosten) en CO2 reductie. Gedurende de levensduur van een gemiddeld HTO (25 jaar, 10MW) wordt ~170.000 MWh gas vermeden (= CO2 reductie van 31.000 ton per buffer). Kostenverlaging HTO door vergroten capaciteit per put tegen een 50% toename van de total cost of ownership. De efficiency verbetering door innovatieve putconcepten ligt naar verwachting tussen de 5% en 10%, die zich direct terugvertaald in een TCO daling van 5% tot 10%. Eavor concept is niet afhankelijk van geschikte geothermische reservoirs en kan in heel NL worden toegepast. Slechts ~20% van Nederland is nu geschikt voor diepe aardwarmtewinning. OPEX besparing van 25M over de levensduur van een geothermie project (30 jaar) door het voorkomen van gebruik van inhibitors en minder pompenergie door lagere weerstand. 67Kton CO2 besparing per project door minder pomp energie . De gemiddelde OPEX per geothermie project bedraagt 1,6M/jaar. Deze OPEX kan met 30% worden verlaagd, de CO2 emissies dalen met 10 % per project per jaar.
NWN! I04 HTO project Leeuwarden i.c.m. warmtepomp
TRL6 → TRL8
Ennatuurlijk, Shell, EBN
De HTO in Leeuwarden wordt gekoppeld aan de geothermiebron (in ontwikkeling). Verder wordt een warmtepomp geïntegreerd omdat de productie temperatuur van de HTO moet worden verhoogd. Dat zorgt tevens voor een beter rendement (afkoeling).
TRL6 → TRL8
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
Grootschalige demonstratie warmteopslag. Door warmte-overschotten op te slaan in de ondergrond wordt de productiecapaciteit van duurzame bronnen effectiever ingezet en wordt de pieklast in de winter verkleind. De HTO wordt op commerciële schaal getest. De HTO in Nesselande wordt gevoed door het HT transportnet. Vergroten van de laad- en ontlaadcapaciteit en het rendement van systemen (putten) voor hoge temperatuuropslag in de ondergrond door doorontwikkeling numerieke modellen en putontwerpen voor HTO. Deze modellen en putontwerpen worden gevalideerd door experimenten en praktijktest. Demonstratie Eavor loop concept in Tilburg inclusief aansluiting op warmtenetwerk. Eavor is een gesloten geothermiesysteem (diepe warmtewisselaar) op 23km diepte
12
Totaal Zie HTO Nesselande (NWN I03). Extra: dankzij de warmtepomp wordt het energetisch rendement van geothermie nog hoger.
CapEx/ subsidie
74,7 / 21,3 (reserve)
NieuweWarmteNu! 3.2. Aanscherping Leer- en ontwikkelprogramma Het Leer- en ontwikkelprogramma heeft de ambitie om optimaal bij te dragen aan het versnellen en opschalen van de realisatie van duurzame collectieve warmtesystemen. In het aangepaste plan van aanpak is het aantal vliegwielprojecten teruggebracht van 32 naar 12 en het aantal innovaties van 8 naar 6. Dit betekent dat de leerervaringen gefocust zijn op dit kleiner aantal projecten en innovaties, waarmee alsnog veel meerwaarde en impact wordt gegenereerd. De focus op minder projecten betekent ook dat het NWN! consortium een aantal activiteiten anders wil invullen. Hieronder zijn de aanscherpingen in het Leer- en ontwikkelprogramma beknopt beschreven. Een nadere uitwerking is te vinden in bijlage D; dit is een aangepaste versie van de oorspronkelijke bijlage G. In deze bijlage D zijn ook de overzichten in de technologische en overige innovaties bijgewerkt. Opzet Communities of Practice (CoP) De inbreng van de betrokken partijen in de (vliegwiel)projecten en de innovaties is van groot belang om de leerervaringen te kunnen benutten. Dat vraagt om een actieve bijdrage aan het Leer- en ontwikkelprogramma. Het commitment daarvoor wordt bij voorkeur vastgelegd in de beschikking per project respectievelijk innovatie, bijvoorbeeld door een aparte paragraaf daarover op te nemen.
Een samenwerkingsovereenkomst tussen de initiatiefnemers en de kennisinstellingen die het genoemde programma leiden is een alternatief om dit commitment vast te legen. In dit programma wordt een lerende en open houding en transparantie gestimuleerd. Een CoP heeft als doel de opgedane kennis en ervaring op een specifiek onderwerp – bijv. optimaal benutten van (zeer) lage temperatuur bronnen of voor- en nadelen van bewonersparticipatie – met andere projecten te delen en de ervaringen te verwerken tot direct toepasbaar leermateriaal. De Communities of Practice (CoP’s) worden primair opgezet voor de NWN! projecten. Om meer rendement te halen uit het Leer- en ontwikkelprogramma, is het voorstel om de CoP’s ook open te zetten voor realisatieprojecten van duurzame collectieve warmtesystemen die vanaf 2023 in aanmerking komen voor het nieuwe subsidie-instrument van EZK vanuit het Klimaatfonds. Deze projecten kunnen dan al gebruik maken van de eerste ervaringen uit de NWN! projecten. Afspraken over deelname van deze nieuwe aanpalende realisatieprojecten aan en bijdragen in de CoP’s worden contractueel vastgelegd. Het Leer- en ontwikkelprogramma zoekt samenwerking met het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW, in voorbereiding; opvolger van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en het Expertise Centrum Warmte (ECW)) 4.
Zo zouden partijen die aan de realisatie van collectieve warmte in PAW-projecten werken mogelijk kunnen deelnemen aan enkele CoP’s. Voorwaarde is dat het voor alle betrokken partijen meerwaarde biedt en dat het niet ten koste gaat van de effectiviteit van het leerprogramma. De inzet is dat deze partijen alleen betrokken, toegewijde medewerkers sturen voor deelname aan de CoP’s. NWN! wil te allen tijde vrijblijvendheid voorkomen. Met het team van PAW (straks NPLW) wordt vice versa verkend hoe met name de deelnemende gemeenten in de NWN! projecten betrokken kunnen worden bij de themabijeenkomsten van PAW, om optimale uitwisseling rondom het leren van ervaringen te stimuleren. Het PAW richt zich met name op gemeenten en de processen binnen wijken, terwijl NWN! de gehele warmteketen aan boord heeft en zich focust op de realisatie van duurzame collectieve warmtesystemen. Jaarlijks wordt een programma voor de CoP’s opgesteld, zodat de betrokken partijen en hun medewerkers weten wat zij wanneer kunnen verwachten. De wensen van deelnemers worden afgestemd op de beschikbare middelen en capaciteit. Knelpunten oplossen Dit onderdeel blijft de verantwoordelijkheid van de partijen in de projecten zelf. Een uitzondering vormt het project Warm Heeg dat wordt ontwikkeld onder leiding van Stichting Warm Heeg.
Dit project wordt vanuit het Leer- en ontwikkelprogramma in samenwerking met Energie Samen ondersteund door de inzet van experts. Het doel is om de ervaringen te delen met andere lokale
Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving | Rapport | Rijksoverheid.nl, 1 juni 2022, zie o.a. pag. 27. 4
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
13
NieuweWarmteNu! initiatieven en daarmee een vliegwiel te creëren voor de realisatie van projecten die door dit type organisaties worden ontwikkeld. Ontwikkeling generieke richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak Een gering(er) aantal projecten bij een vergelijkbare grote diversiteit aan (vliegwiel)projecten maakt het lastiger om tot meer generieke richtlijnen en gestandaardiseerde aanpakken te komen. Daarom wordt gericht gezocht welke kennis en ervaringen uit andere realisatieprojecten met duurzame collectieve warmtesystemen nuttig zijn voor het ontwikkelen van deze richtlijnen. NWN! wil de betrokken partijen ook betrekken bij het ontwikkelen van gestandaardiseerde aanpakken. Kennis en ervaringen van NWN! consortiumpartners uit eerdere projecten, maar waarschijnlijk ook enkele PAW-projecten komen hiervoor in aanmerking. In de activiteit “Ontwikkelen van richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak” vindt daarom een lichte accentverschuiving plaats. Inhoudelijk wordt nu meer nadruk gelegd op organisatievormen én eigendomsverhoudingen, het marktfalen als gevolg van coördinatieproblemen tussen vraag en aanbod, de informatie-asymmetrie en de relatie met flankerend beleid (waaronder wet- en regelgeving). In de afgelopen periode is gebleken dat HBO-instellingen gaan werken met 2-jarige trajecten voor ‘professional doctors’ (PD’s).
Deze nieuwe groep experts gaat werken aan brede maatschappelijke thema’s en veranderstrategieën. PD’s hebben zowel een onderzoeks-, als een onderwijstaak. Om deze reden is wordt de samenwerking met HBO-instellingen uitgebreid, waarbij deze instellingen de kosten voor de PD’s voor hun rekening nemen en slechts een kleine bijdrage aan organisatiekosten vragen. Deze samenwerking is weliswaar een aanvulling op het oorspronkelijke voorstel, maar is gezien de grote hefboom en zeer beperkte kostenpost voor de kennisontwikkeling en het toewerken naar richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak toch toegevoegd aan deze activiteit. Het Leer- en ontwikkelprogramma kent weliswaar een looptijd van 5 jaar, maar zal zich goed blijven oriënteren op het snel veranderende kennislandschap. In overleg met het ministerie van EZK, zal het NWN! Programmateam gesprekken voeren met het eerder genoemde NPLW maar ook met TKI Urban Energy en andere partijen over samenwerking en het verankeren van de resultaten uit NWN!. Waar mogelijk worden de activiteiten op elkaar aangesloten en/of verder vervlochten. Dit zorgt op termijn voor een goede borging van zowel opgedane kennis en ervaringen, als ontwikkelde richtlijnen en gestandaardiseerde aanpak.
Kennisdisseminatie en samenwerking met onderwijsinstellingen Het ondersteunende team voor het Leer- en ontwikkelprogramma vervult een sleutelrol in de ontwikkeling van het Innovatieprogramma WarmingUP dat eind 2022 wordt afgerond. Een aantal kennisresultaten uit dit programma worden ingebracht in met name de innovaties in NWN!. Deze en andere kennisresultaten zullen tevens worden ingezet in de projecten die met ondersteuning van het nieuwe subsidie-instrument van EZK (uit het Klimaatfonds) worden gerealiseerd. De ervaringen uit de NWN! projecten en de innovaties en vooral de daaruit ontwikkelde richtlijnen en aanpakken worden niet alleen gedeeld met de consortium partners en de partijen die werken aan deze projecten en innovaties. Kennisdisseminatie vindt ook plaats naar andere betrokkenen in duurzame collectieve warmtesystemen, zoals naar de nieuwe generatie professionals. Het team betrekt HBO-instellingen daarom actief bij de kennisdisseminatie om de nieuwe kennis en ervaringen te verrijken en te laten landen in curricula van het HBO en de aan hen verbonden ROC’s. Tevens kunnen de HBO-instellingen dit laten doorwerken in trainingen en cursussen. Dit zal uiteindelijk ook doorwerken in werkgelegenheid, waarmee NWN! bijdraagt aan het verminderen van het tekort aan technisch geschoolde mensen om de warmtetransitie te realiseren.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
14
NieuweWarmteNu! 4.
Financieel overzicht
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste kostenposten heel beknopt beschreven. Tabel 3 geeft het samenvattende financieel overzicht. Tabel 3 Totale kosten en gevraagde bijdrage aan het Nationaal Groeifonds (NGF). Alle bedragen zijn in € x miljoen excl. btw. Kostenpost
Omschrijving
1
Projecten
2
Thema Innoveren en leren
3
Totale kosten 2022-2027
Gevraagde NGF-bijdrage
12 vliegwielprojecten, samen iets meer dan 26.000 weq (en ruim 800 ha glastuinbouw gekoppeld aan gebouwde omgeving)
400,1
170,1
(Technologische) innovaties op TRL 6/7
Praktijkdemonstratie 6 (technologische) innovaties
74,7
21,3
Leer- en ontwikkelprogramma
Inzet ondersteunend team voor creëren leereffecten
5,1
5,1
Uitvoering programma
Inzet programma management voor begeleiden uitvoering NWN!
2,5
2,5
1,0
1,0
483,4
200,0
Risicovoorziening Totaal
De bruto investering van de 12 projecten gezamenlijk bedraagt € 400 mln. Er wordt daarvoor een bijdrage aan Groeifonds gevraagd van € 170 mln. In beide bedragen is rekening gehouden met 4% hogere kosten dan de gegevens van 2021. EZK (of RVO) zal hier nog een rechtmatigheidstoets op uitvoeren om de definitieve bijdrage per project vast te kunnen stellen. Indien daaruit blijkt dat er toch een kleinere bijdrage nodig is voor een of enkele van deze projecten, dan wil NWN! de eventuele ruimte besteden aan de innovatie op de reservelijst. De gemiddelde gevraagde bijdrage per (vliegwiel)project is relatief iets hoger dan de bijdrage in de oorspronkelijke aanvraag vanwege de aangepaste samenstelling van de projecten. Voor de innovaties is de gevraagde bijdrage juist relatief lager geworden. De totale investering bedraagt nu bijna €75 mln. waarvan €21 mln. financiële bijdrage van het Groeifonds nodig is. De kosten voor het ondersteunende team van het Leer- en ontwikkelprogramma zijn bijna 20% lager ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag. De bijdrage uit de projecten is vooral in de vorm van ‘in natura’ (in-kind bijdrage) en is niet zichtbaar in dit financieel overzicht. Ook de kosten voor de uitvoering van het programma zijn met bijna 20% gereduceerd.
Voor beide kostenposten geldt dat het aantal projecten weliswaar veel kleiner is dan in de oorspronkelijke aanvraag en het aantal innovaties ook (iets) kleiner is. De aard en omvang van de meeste activiteiten in deze kostenposten blijft echter gelijk. Deze kostenposten samen vormen minder dan 4% van de totaal gevraagde bijdrage aan het Groeifonds. In de oorspronkelijke aanvraag was een budget van €10 mln. gereserveerd voor garantieregeling. Dat risico ligt nu bij de initiatiefnemers van de 12 projecten. Er is wel een heel beperkte post voor risicovoorziening € 1 mln. opgenomen in deze begroting.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
15
NieuweWarmteNu! BIJLAGE A.
Samenvatting propositieformulier NieuweWarmteNu!
Deze bijlage is de samenvatting van het oorspronkelijke propositieformulier in oktober 2021.
A1. NieuweWarmteNu! in het kort De transitie naar een klimaatneutraal 2050 biedt Nederland uitstekende kansen op duurzame economische groei. De bestaande woningvoorraad van 7,5 miljoen woningen en 0,5 miljoen overige gebouwen en alle kassen in de glastuinbouw moeten aangesloten worden op een warmtenet of een ander alternatief voor aardgas. Het programmavoorstel NieuweWarmteNu! (NWN!) versnelt de aanleg van duurzame collectieve warmtesystemen, en dat tegen lage maatschappelijke kosten. Door schaalvoordelen en innovaties dalen de kosten in de hele keten van duurzame bron, infrastructuur en aansluiting in de woning, gebouw en kas. De warmtetransitie verloopt te traag. Veel collectieve warmtesystemen zijn niet financierbaar op de kapitaalmarkt. Met een Groeifondsbijdrage kunnen de bouw van 32 duurzame collectieve warmtesystemen mede met inzet en demonstratie van 8 aanvullende innovaties in 2022-2023 starten. Dat leidt tot de verduurzaming van ruim 100.000 woningen en 680 ha glastuinbouw. Hiermee wordt een vliegwiel op gang gebracht en komen de doelstellingen uit het Klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving en de glastuinbouw weer binnen bereik. Uitvoering van NWN! vergt een totale investering van € 1.794 miljoen, met een te subsidiëren onrendabele top van € 665 miljoen (bedragen excl. btw).
Dit resulteert over de gehele periode 2022-2050 in een bijdrage aan het bbp van zo’n € 7,5 miljard (prijspeil 2021), waarbij de bbp-effecten voornamelijk ontstaan door productiviteitsverbeteringen. De maatschappelijke bijdrage vertaalt zich in een CO2-reductie van 0,8 Mton in 2030 en 3,7 Mton in 2050. Dit voorstel wordt gedragen door drie ministeries een breed consortium van publieke en private partijen uit de hele warmteketen en een “Comité van Aanbeveling”.
A2. Strategische noodzaak Aanleiding: economische kansen energietransitie onvoldoende benut, warmtetransitie gaat te traag NieuweWarmteNu! geeft een impuls aan zowel de economische groei als aan een beter leefklimaat. In 2030 moeten 1,5 miljoen bestaande woningen en andere gebouwen aardgasvrij (kunnen) worden verwarmd, waarvan circa de helft zal zijn aangesloten zijn op een duurzaam collectief warmtesysteem. Daarnaast staat ook de glastuinbouwsector voor een grote opgave om in 2040 klimaatneutraal te zijn, waarvan de helft van de ambitie al te realiseren rond 2030. Door de synergie op te zoeken tussen de gebouwde omgeving en de glastuinbouw kan er voor beide sectoren sprake zijn van lagere (maatschappelijke) kosten en hogere baten. Probleem: huidige financiering duurzame collectieve warmtesystemen ontoereikend De groei van duurzame collectieve warmtesystemen komt voornamelijk door een te hoge onrendabele top onvoldoende van de grond. De huidige groei is beduidend lager dan het doel in het Klimaatakkoord. Volgens de KEV (Klimaat- en energieverkenning) komen we in het huidige tempo uit op ca. 25% van de doelstelling. Doelstelling Het doel van NWN! is het doorbreken van de belemmeringen voor de realisatie van duurzame collectieve warmtesystemen voor 100.000 woningequivalenten en 680 ha glastuinbouw.
Daarmee wordt zowel een economische als maatschappelijke impuls gegeneerd, te bereiken door een de realisatie van 32 duurzame collectieve warmtesystemen5 en daarmee een vliegwiel in de warmtetransitie op gang te brengen.
5
29 projecten in de gebouwde omgeving en 3 in de glastuinbouw.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
16
NieuweWarmteNu! A3. Voorgestelde oplossing en activiteiten De voorgestelde oplossing van dit consortium is een eenmalige financiële bijdrage van het Groeifonds op basis van de onrendabele top voor een portfolio van 32 geselecteerde projecten, zowel in de gebouwde omgeving (29) als in de glastuinbouw (3) die aan de volgende 3 criteria voldoen: 1. Vliegwieleffect: elk project moet een aantoonbaar opschaalbaar en/of reproduceerbaar zijn en vervolgprojecten uitlokken. 2. Halvering CO2-emissie: elk project moet minimaal 50% reductie van CO2-emissies in 2025 en 70% in 2030 opleveren. 3. Concreet: elk project is zodanig ver in vergunningen e.d. dat Final Investment Decision (FID) in 2022 of uiterlijk 2023 kan worden genomen. Deze projecten in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw zijn de dragers van NWN!. In deze projecten worden nu al beschikbare technische en sociale innovaties toegepast die de ontwikkeling van de warmtetransitie versnellen. Parallel hieraan worden 8 ‘jongere’ innovaties gedemonstreerd op locaties waar over ca. 2 jaar een duurzaam collectief warmtesysteem kan worden gerealiseerd. Tot slot is een Leer- en ontwikkelprogramma onderdeel van de aanvraag. De inzet van innovatieve oplossingen en het delen van kennis en ervaring zijn kernelementen van de verdere uitrol.
Er is dan ook gekozen voor een aanpak dat kan worden voortgezet met een volgende tranche aan projecten, ongeacht hoe die worden gefinancierd. De voorgestelde oplossing draagt zowel stevig bij aan het bbp als aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Projectportfolio: In de 29 gebouwde omgeving projecten zijn warmtebedrijven, netbedrijven, gemeenten, woningcorporaties en energiecoöperaties goed vertegenwoordigd. In de bronnenmix zien we restwarmte (46%), geothermie (34%) en aquathermie (36%). Maar ook warmtebuffers, afvalverbrandingsinstallaties, biomassacentrales, warmte-koudeopslag systemen (WKO’s) en zonnewarmte komen voor. Vanuit geografisch oogpunt ligt het zwaartepunt op ZuidHolland en Noord-Holland, samen >50% van de projecten.
TEA-warmtenet… Duurzame warmte voor… Slim Energienet… Middenbeemster… Aardgasvrij Malta,… Warm Heeg Amstelveen noord Burgerinitiatief… De Laar Utrecht Overvecht Noord Slim Warmtenet… Warmtenet Gorinchem Aardgasvrij Rozenburg
Nazareth- Limmel… Open warmtenet… Warmte volloop HAL Warmtenet Den Helder Prinsenland, 's… Malburgen-Oost Arnhem Open warmtenet Delft… Haagse Centrum incl… Warmtenet… Warmtestad Groningen
De pijler voor de glastuinbouw bestaat uit het project van Warmtesysteem Westland (WSW) en twee geselecteerde deelprojecten van Warmte Samenwerking Oostland (WSO). Bij deze projecten is nadrukkelijk de synergie tussen glastuinbouw en de gebouwde omgeving gezocht.
Warmtenet Schalkwijk
Veel projecten bevatten innovatieve componenten die de warmtetransitie kunnen versnellen met een accent op kostprijsverlaging, burgerparticipatie en draagvlak.
Oude Noorden…
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
Warmtenet Hoorn Warmte op Zuid
Drechtsteden midden… Eerste fase…
0
4000
8000
17
NieuweWarmteNu! A4. Fasering en planning Om de leereffecten goed te benutten, dienen de ervaringen uit de 1e tranche te worden overgedragen naar daarop volgende projecten. De uitvoeringsfase is onderverdeeld in 3 tranches, waarbij alleen voor de 1e tranche een financiële bijdrage aan het Groeifonds wordt gevraagd. Het is niet nodig om eerst tranche 1 (deze aanvraag) helemaal af te ronden voordat tranche 2 kan starten. Bovendien staan er al tientallen projecten ‘in de wachtkamer’, waarvan de meeste al over een paar jaar kunnen starten. Met deze aanpak kan al snel gebruik worden gemaakt van de leereffecten en krijgt zowel de economie een stevige impuls als komen de oorspronkelijke doelen voor 2030 in het Klimaatakkoord weer binnen bereik.
A5. Governance Het consortium bestaat op dit moment uit een groot aantal publieke en private partijen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
Ministeries van EZK en LNV, met support van het ministerie van BZK; Warmtebedrijven Eneco, Vattenfall, Ennatuurlijk, HVC Groep, SVP en Essent; Energie Samen, de landelijke koepel van energiecoöperaties en -verenigingen Energie van Utrecht, de koepelorganisatie van energiecoöperaties in provincie Utrecht; Partijen die werken aan energie uit de ondergrond EBN, Shell, Engie/Equans, en Huisman; Partijen die werken aan energie uit water NWB Bank en verschillende waterschappen; Brancheverenigingen en kennisdisseminatiepartners Netbeheer Nederland, Geothermie Nederland, Netwerk Aquathermie en Bodemenergie.nl; Provincies Zuid-Holland, Limburg en Gelderland; Metropoolregio Amsterdam en gemeenten Utrecht, Den Haag, Groningen en Rotterdam Warmtenetwerk Westland (enkele tuinders, HVC, Capturam en gemeenten Westland en Midden-Delfland) en Warmte Samenwerking Oostland (gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Zuidplas, Waddinxveen en Zoetermeer); Kennisinstellingen TNO en Deltares.
Daarnaast is een groot aantal partijen betrokken bij de vliegwielprojecten en/of innovaties en wordt samengewerkt met partijen als Expertise Centrum Warmte, TKI Urban Energy en NEN. Tevens zijn contacten gelegd met RVO en Invest-NL. Universiteiten worden betrokken via een klankbord- en inspiratiegroep. Het consortium staat verder open voor toetreding van nieuwe partners met extra toegevoegde waarde bieden. Het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord, Uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord Gebouwde Omgeving; Glastuinbouw Nederland, Aedes en Techniek Nederland hebben hebben hun support uitgesproken voor het initiatief van NWN!.
A6. Financiële en economische aspecten van de aanvraag Financieringsinstrument op hoofdlijnen – een eenmalige NGF-bijdrage Financiering van warmteprojecten is momenteel niet via de kapitaalmarkt te realiseren, omdat de projecten niet rendabel zijn en omdat er altijd niet te kwantificeren c.q. te beprijzen risico’s zijn. De onrendabele top kan door het Groeifonds worden afgedekt met een eenmalige bijdrage aan het begin van het investeringstraject. Partijen investeren ca. € 1.660 mln. in de vliegwielprojecten. De gevraagde bijdrage van het Groeifonds is 37% voor de projecten in pijler 1 en 15% respectievelijk 61% voor de projecten in pijler 2 (Westland resp. de 2 deelprojecten van Oostland). Voor de innovaties in het thema Leren en Innoveren (innovaties die geen onderdeel uitmaken van de business cases onder pijler 1 en 2) wordt aansluiting gezocht bij de systematiek van de regeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) en de regeling Hernieuwbare Energietransitie (HER+) van RVO. Partijen investeren samen € 126,0 mln. in innovaties. Hiervoor wordt een bijdrage uit het Groeifonds gevraagd van 45%. Voor het Leer- en ontwikkelprogramma is geen regeling beschikbaar.
7 juni 2022 – Aangepast plan van aanpak
18
NieuweWarmteNu! Samenvatting kwantitatieve resultaten bbp-effecten Het aansluiten van woningen en andere gebouwen en van glastuinbouwbedrijven op duurzame collectieve warmtesystemen door NWN! resulteert over de gehele periode (2021-2050) in een bijdrage aan het bbp van ca. 7,5 mld. euro (prijspeil 2021); ruwweg 7,0 mld. euro in de gebouwde omgeving en ongeveer 0,5 mld. euro in de glastuinbouw. Deze resultaten zijn ten opzichte van “ons basispad”. Hierin is verondersteld dat – gegeven het huidige trage tempo van de uitrol van duurzame warmte in de gebouwde omgeving – het doel aardgasvrij in 2050 niet wordt gehaald. Daarnaast is in de analyse het oorspronkelijke referentiepad van het Klimaatakkoord waarin het doel aardgas-vrij in 2050 wel wordt behaald meegenomen. Er is een bandbreedte van het bbp-effect omdat er onzekerheden zijn over het tempo van de uitrol van warmtenetten met NWN! en de autonome ontwikkeling. De bbp-effecten ontstaan door productiviteitsverbeteringen en substitutie-effecten ten opzichte van een situatie zonder NWN! De productiviteitsverbeteringen bestaan uit een kostendaling over de hele keten van winning van duurzame warmte, de infrastructuur van de warmtenetten en aansluting in de woningen en kassen. De kosten dalen door leereffecten op basis van ervaring die in de projecten wordt opgedaan en de toepassing van innovaties en schaalvoordelen.