20201215 Raadsbrief vaststelling wijzigingsplan realiseren kampeerhuisjes Hogeweg 96a B-H - bijlage 1
Tekst van het document
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-66 Reclamant 66 Zaaknr: 361503 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 3. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-67 Reclamant 67 Zaaknr: 361489 Samenvatting 1. Reclamant stelt dat de boomkikker en vleermuizen waarneembaar zijn op Duinrand West. 2. De ontwikkeling draagt niet bij aan de diversiteit van het recreatieaanbod. 3. De huidige gasten van Duinrand dragen bij aan de lokale economie van Schouwen –Duiveland. 4. Het behoud en verduurzamen van de bestaande vakantiehuizen kan mijn inziens hand-in-hand gaan met de plannen van initiatiefnemer. Naast de bestaande recreatieverblijven zouden nieuwe recreatieverblijven kunnen worden gerealiseerd en al hetgeen dat nodig is om een brug te slaan tussen Duinrand Recreatie en ‘De Schouwse Valleien’. Beantwoording 1. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet.
Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. 2. Binnen de ontwikkeling van Duinrand worden verschillende varianten van de kampeerhuisjes en recreatiewoningen opgenomen. Verder is van belang dat de kampeerhuisjes een relatief eenvoudige accommodatievorm vormen in het middensegment. 3. De ontwikkeling boort een andere behoefte aan. Het park zal net als in de huidige situatie jaarrond geopend zijn. Doordat de accommodatie centraal bedrijfsmatig wordt verhuurd en beter aansluit op de actuele vraag uit de markt, zal de bezettingsgraad stijgen. Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ (Bedrijfschap Horeca en catering, september 2004, gebaseerd op het ContinuVakantieOnderzoek) blijkt verder dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van stacaravans. Daarbij speelt een belangrijke rol dat wisselende gasten in een beperkte (vakantie)periode gemiddeld meer uitgeven in de regio.
Verhuur van kampeerhuisjes en recreatiewoningen aan wisselende gasten zorgt dus voor een economische impuls in de regio. 4. De aanleiding voor de herontwikkeling van Duinrand is gelegen in de noodzaak het verblijfsrecreatieve aanbod af te stemmen op de actuele vraag uit de markt en daarmee toekomstbestendig te maken. Initiatiefnemer heeft daarbij gekozen voor een volledige herontwikkeling van het park. Tegelijkertijd vindt daarmee ook een verduurzaming plaats. Dat is echter geen doel op zich. Doel van de herontwikkeling is het realiseren van een toekomstbestendig verblijfsrecreatief product, dat aansluit bij de actuele marktvraag. De verduurzaming die gepaard gaat met de herontwikkeling gaat overigens verder dan het isoleren en volledig elektrisch verwarmen van de verblijfseenheden en voorzieningen. De oppervlakte bebouwing en verharding
wordt kleiner en het terrein krijgt een natuurlijker inrichting. Deze inrichting komt bovendien ten goede aan de waterhuishouding, het terugbrengen van hittestress en biedt meer ruimte voor een groene inrichting dan de huidige inrichting. Bij een verduurzaming van de bestaande huisjes en chalets zouden deze effecten niet in dezelfde mate kunnen worden bereikt. Bovendien wordt daarmee niet voldaan aan de visie en ambitie van de initiatiefnemer op het punt van de kwaliteitsverbetering van het verblijfsrecreatief product. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-68 Reclamant 68 Zaaknr: 361488 Samenvatting 1. De ontwikkeling draagt niet bij aan de diversiteit van het recreatieaanbod. 2. De huidige huurders hebben geen mogelijkheid tot meedenken en meepraten gekregen. 3. Er is onvoldoende onderzocht wat de gevolgen zijn voor de natuur en stikstof. Beantwoording 1. Binnen de ontwikkeling van Duinrand worden verschillende varianten van de kampeerhuisjes en recreatiewoningen opgenomen. Verder is van belang dat de kampeerhuisjes een relatief eenvoudige accommodatievorm vormen in het middensegment. 2. In hoeverre de initiatiefnemer de huidige gebruikers betrekt bij de planvorming en -voorbereiding, is aan de ondernemer. Daar heeft de gemeente geen invloed op. 3.
In de natuurtoets zijn alle relevante ecologische aspecten onderzocht en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming (Wet Natuurbescherming) aangevraagd. De natuurtoets is daarbij als toelichting bij de aanvraag gebruikt. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten hebben op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. De ontwerp natuurvergunning ligt vanaf 25 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-69 Reclamant 69 Zaaknr: 361486 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 2. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-70 Reclamant 70 Zaaknr: 361479 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 2. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-71 Reclamant 71 Zaaknr: 361418 Samenvatting 1. Het college dient ook een vertegenwoordiger te zijn van de vele gasten en niet alleen van de eigen bevolking.
2. 3.
4.
5. 6. 7. 8.
9.
De verkopen van chalets en campers zijn toegenomen. De bewering van initiatiefnemer dat het toerisme in chalets en campers niet meer van deze tijd zou zijn, klopt niet voor Duinrand. De initiatiefnemer heeft de raad verkeerd, onvolledig en onjuist geïnformeerd. Initiatiefnemer heeft gelogen en valse beloften gedaan. a. De bewering dat er door minder gasten meer opbrengsten zouden zijn klopt niet. b. Initiatiefnemer heeft in 2015, bij de verkoop van een nieuw chalet, belooft geen huisjes te gaan bouwen. c. Initiatiefnemer heeft al voor 2018 in gesprekken verteld dat er een zwembad zou komen. De bewering van initiatiefnemer dat de plannen dateren van 2018 is onjuist. d. De bewering dat er een afnemende behoefte zou zijn aan verblijfsrecreatie in chalets en caravans is onjuist. Open plekken, ontstaan naar de herindeling in 2015, zijn allemaal weer ingevuld. e. De huidige huurders zijn niet betrokken bij de plannen. In 2016 heeft initiatiefnemer nog chalets verkocht, zonder huurders te informeren, terwijl de plannen bij de gemeente bekend waren. f. Initiatieven van de huidige huurders worden weggewimpeld. De plannen zijn onvoldoende onderbouwd met gebruik van de juiste gegevens. De gemeente ziet enkele belangrijke zaken over het hoofd. a. De plannen zullen een groot nadelig effect hebben op het milieu.
Een grotere vervuiling door meer CO2 en stikstofuitstoot naast een Natura 2000-gebied en meer afval, vervuiling en een sterke verstoring van de zondagsrust. b. Een overdekt zwembad is niet rendabel en zorgt voor veel uitstoot van afvalstoffen. Niet duidelijk is waarom er behoefte is aan een overdekt zwembad omdat de stranden op loopafstand liggen. c. Onduidelijk is of er behoefte is aan de ontwikkeling. d. Door de uitstoot van stikstof die vrijkomt bij nieuwbouw zal het gehele quotum voor nieuwbouw opgaan. Dit heeft grote gevolgen voor eigen bewoners die op zoek zijn naar een huis. Zij moeten langer wachten en velen zullen vetrekken. Er kunnen dan mogelijk geen nieuwe huizen meer voor bewoners worden gebouwd. e. Het plan heeft negatieve gevolgen voor de middenstand in Haamstede doordat het de bedoeling is dat gasten op het park blijven. De huidige huurders op Duinrand doen hun aankopen voornamelijk lokaal. Het is onduidelijk of het gehele plan in het belang is van het volk dat de raad heeft gekozen en welke het vertegenwoordigd. Het is onduidelijk of het investeringsplan wel realistisch is. Er zijn verkeerde aannames opgenomen of zaken weggelaten. Op basis van rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat de Recron-voorwaarden op bepaalde gebieden nietig zijn. Er is onvoldoende getoetst aan bestaande wetgeving en jurisprudentie.
De Recron-voorwaarden maken een onderscheid tussen huisjes, chalets en stacaravans. Dit onderscheid is op Duinrand niet aanwezig. De rechter heeft uitgesproken dat chalets en stacaravans gezien moeten worden als onroerend goed. Zij hebben dezelfde status als vakantiehuisjes. Op gehuurde grond geplaatste schuurtjes, hekwerk, veranda’s , beplating, tegels etc. behorend ook tot op de gehuurde grond geplaatste onroerend goed. Onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen voor het milieu, inclusief de zeldzame, wellicht beschermde, diersoorten die op Duinrand voorkomen ontbreekt.
Beantwoording 1. Onderhavig wijzigingsplan heeft betrekking op de realisatie van 100 kampeerhuisjes op het terrein Duinrand West. Het college heeft deze ontwikkeling slechts getoetst aan de wijzigingsregels, beleid en wetgeving. Daarbij speelt een vermeende keuze tussen eigen inwoners en gasten geen rol. 2. In aanvulling daarop kan nog worden opgemerkt dat ook andere ontwikkelingsrichtingen mogelijk zijn. De initiatiefnemer heeft echter gekozen voor het ontwikkeling van een park met kampeerhuisjes en recreatiewoningen. Zoals uit de Ladderonderbouwing blijkt, sluit dat goed aan op de actuele en toekomstige recreatieve vraag. Het wijzigingsplan voorziet overigens in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. 3. Uitlatingen die de ontwikkelaar zou hebben gedaan en de afstemming tussen ontwikkelaar en huurders, kunnen geen reden zijn om het wijzigingsplan voor de 100 kampeerhuisjes niet vast te stellen. De gemeente dient het wijzigingsplan te toetsen op de wijzigingsregels, beleid en wetgeving. Met betrekking tot de vraag vanuit de markt en de economische effecten voor de omgeving wordt verwezen naar de beantwoording onder 2. 4.
Voor zover de aangedragen argumenten betrekking hebben op andere aspecten dan de ontwikkeling van de 100 kampeerhuisjes, zijn deze geen onderwerp van de onderhavige wijzigingsprocedure. a. Het aantal recreatieve eenheden neemt in de toekomst substantieel af, waardoor ook de milieueffecten op de omgeving (zoals verstoring en stikstofdepositie) in omvang zal afnemen. Onderzoeken die zijn uitgevoerd bij de voorbereiding van het wijzigingsplan wijzen dat ook uit. b. Het overdekte zwembad is gericht op de eigen recreanten van Duinrand en is een waardevolle aanvulling op de zee voor met name gezinnen met (jonge) kinderen, maar ook voor andere doelgroepen. c. In het verrichte behoefteonderzoek (Ladderonderbouwing) zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. De huidige recreatieverblijven op Duinrand voldoen steeds
5. 6.
7.
8. 9.
minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken en die bovendien voldoet aan de duurzaamheidseisen van vandaag de dag. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken – anders dan reclamant stelt – terdege in een behoefte. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. d. Zoals blijkt uit het uitgevoerde stikstofdepositieonderzoek zal de stikstofdepositie in zowel de aanleg- als de gebruiksfase afnemen, als gevolg van de afname van het aantal eenheden. Er is dan ook geen sprake van dat door de ontwikkeling nieuwbouw onmogelijk wordt gemaakt. e. Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ blijkt dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van de huidige stacaravans. Verhuur aan wisselende gasten zorgt dus voor een economische impuls in de regio. Er is dan ook geen sprake van een afname aan inkomsten in de detailhandel. Daarnaast zal door de vernieuwing van de verblijfsaccommodatie en de centrale bedrijfsmatige verhuur de bezettingsgraad jaarrond toenemen.
De raad is in de procedure van de wensen en bedenkingen betrokken geweest bij de beoogde ontwikkeling. Het is de bevoegdheid van het college om het wijzigingsplan vast te stellen. Niet duidelijk is op welke verkeerde aannames of ontbrekende onderwerpen wordt gedoeld. Naar het oordeel van het college voldoet het investeringsplan aan de daaraan te stellen voorwaarden. Er is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten, waaraan een sluitende exploitatie ten grondslag ligt. De Recron-voorwaarden kunnen geen onderdeel zijn van de procedure van het wijzigingsplan. De algemeen gangbare en gebruikelijke toepassing hiervan in de recreatiesector, geeft voor het college geen aanleiding om hierin een grond te zien om te twijfelen aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan. Dat spreekt temeer omdat niet wordt geconcretiseerd welke Recron-voorwaarden door de Hoge Raad nietig zijn verklaard en of die voorwaarden ook in dit geval worden toegepast. De vraag of sprake is van onroerend goed of niet en welke bouwwerken daarbij horen is geen onderdeel van de planologische procedure van het wijzigingsplan. Er is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten. Voor de ontwikkeling van Duinrand West is de gunstige staat van instandhouding van de aangetroffen soorten als gevolg van de ontwikkeling niet in het geding.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-72 Reclamant 72 Zaaknr: 361320 Samenvatting 1. De ontwikkeling wordt voor de natuur een aderlating. 2. Een dergelijke unieke plan is niet meer terug te vinden. Beantwoording 1. Alle relevante natuuraspecten zijn onderzocht in een natuurtoets en de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op grond daarvan is geconcludeerd dat er geen belemmering is om medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling. Door onder meer de substantiële afname van het aantal eenheden en daarmee gepaard gaande verkeersafname, is zelfs sprake van een verbetering op verschillende aspecten zoals stikstofdepositie en verstoring. 2. Dat de huidige huurders de huidige situatie hoog waarderen, betekent niet dat de huidige situatie aansluit bij de vraag uit de markt nu en in de toekomst en bij de visie van de initiatiefnemer op de gewenste ontwikkeling van het park. De gemeente heeft de behoefte van de ontwikkeling uitgebreid getoetst en concludeert dat voldaan wordt aan wijzigingsregels, beleid en wetgeving. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan.
ZI-73 Reclamant 73 Zaaknr: 361302 Samenvatting 1. De initiatiefnemer heeft jaren lang mensen bedot en kan hier zomaar mee weg komen, zonder dat wordt gekeken naar hoeveel schade dit circa 600 families bezorgt. 2. Er is niet gereageerd op de brief van 29 augustus gericht aan de raadsleden. Verzocht wordt om de zaak beter te bestuderen, zodat ingezien wordt dat dit gehele gebeuren ook kwalijk is voor de gemeente. 3. Zie ZI-12 Beantwoording 1. Duidelijk is dat reclamanten ontevreden zijn over de communicatie van de zijde van de ontwikkelaar. Dat neemt niet weg dat de initiatiefnemer wel heeft gecommuniceerd over de plannen. Ook op verzoek van de
2.
3.
raad. Los daarvan is de gemeente voor de beoordeling van het wijzigingsplan aangewezen op de daarvoor geldende kaders. Voor het wijzigingsplan zijn dat concreet de wijzigingsregels uit het bestemmingsplan, geldend gemeentelijk en provinciaal beleid en wetgeving. De communicatie van de initiatiefnemer is geen weigeringsgrond voor de gemeente. De brief waarop wordt gedoeld was gericht aan de raadsleden in het kader van de gevoerde wensen- en bedenkingen procedure. De brief was geen onderdeel van de procedure. Het is dan ook aan de betreffende raadsleden om te reageren. Zie ZI-12.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan.
ZI-74 Reclamant 74 Zaaknr: 361301 Samenvatting 1. Het college is niet bevoegd. a. Onduidelijk is of het college in algemene zin alleen het totaal aantal toegestane kampeerhuisjes mag wijzigen als het bestemmingsvlak al is voorzien van de functieaanduiding kampeerhuisje of het mag het college ook zelf de functieaanduiding aan een bestemmingsplan toevoegen en invullen. b. Het college is niet gevoegd om 100 kampeerhuisjes mogelijk ten maken, nu de wijzigingsbevoegdheid specifiek is toegespitst op vergroting van het totaal aantal kampeerhuisjes. Er moet om te beginnen dus wel sprake zijn van de functieaanduiding die kampeerhuisjes toestaat. 2. Onduidelijk is welke inspanningen het college doet om de belangen van de huidige recreanten mee te wegen, gelet op de uitspraak in ECLI:NL:RVS:2014:1940. a. De nadelen op het vlak van verblijfsaanbod onder het luxe segment worden in het plan niet genoemd. b. Onduidelijk is of het verlies door vernietiging van het huuraanbod voor modale inkomens is meegenomen. Volgens het NVM was de balans in 2018 al zoek. c. Er moet niet slechts naar de financiële haalbaarheid van uitvoering door investeerder worden gekeken. Er is een exploitatieplan nodig. Er moet een planschade risico-inventarisatie worden opgemaakt. 3. Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken moet er een MER-procedure worden doorlopen en meteen e.e.r.
(economische effectrapportage) en m.k.b.a. (maatschappelijke kosten baten analyse) worden opgesteld. 4. Het college wil de raad aan de voorkant betrekken bij grote ruimtelijke ontwikkelingen. De ontwikkeling van Duinrand is dus groot, maar er wordt minder getoetst. Dit is niet zorgvuldig. Dat de raad enkel wensen en bedenkingen mag uiten is valse betrokkenheid. 5. Een exploitatieplan is verplicht. Onduidelijk is of dit plan valt onder bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen waarin geen exploitatieplan verplicht is. Zo niet, alleen de gemeenteraad kan een exploitatieplan vaststellen, dit is geen bevoegdheid van het college. 6. De haalbaarheid van het plan is onduidelijk. Er is niet getoetst aan de parameters maatschappelijk, ruimtelijk, stedenbouwkundig, architectonisch, (milieu)technisch en financieel-economisch. 7. Het aantal standplaatsen kan niet verminderd worden. Als op 30% van de 403 standplaatsen een kampeerhuisje mag komen, met een maximum van 100, dan mag dit op minstens 70% van de 403 dit niet. Het plan voorziet geen 234 standplaatsen zonder kampeerhuisje. 8. Dit heeft ook gevolgen voor het aantal parkeerplaatsen. Onduidelijk is hoe het college dit op gaat lossen. 9. Er wordt ten onrechte gekozen voor een “procedurele knip” tussen Duinrand West en Duinrand Oost.
Het plan gaat eigenlijk om een verhoging van het aantal recreatiewoning van 69 naar 169 op Duinrand West en van 25 naar 78 op Duinrand Oost. Dit laatste is hoogst inconsequent van de gemeente aangezien een tegengestelde beweging nog maar recent plaatsvond. 10. Duinrand Oost en Duinrand West zijn twee niet aan elkaar grenzende percelen waarvoor initiatiefnemer twee afzonderlijke, verschillende en niet-gelijklopende planologische procedures beoogt. Door dit in één transformatie als geheel te toetsen ontstaat onzekerheid. 11. Het behoefteonderzoek voor Duinrand Oost ontbreekt. 12. De zorgvuldigheid vereist dat alles in één bestemmingsplanwijzigingsprocedure wordt beoordeeld. Beantwoording 1. De raad heeft het college de bevoegdheid gegeven om door middel van een wijzigingsplan onder voorwaarden kampeerhuisjes mogelijk te maken op bestaande recreatieterreinen. Reclamant kan niet gevolgd worden in zijn standpunt dat voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 15.7.4 van de regels van het geldende bestemmingsplan er sprake zou zijn of moeten zijn van een aanwijzing van ‘kampeerhuisjes’ op permanente standplaatsen. Het bestemmingsplan bevat een dergelijke aanwijzing niet.
Enkel wordt – los van enige aanwijzing op de planverbeelding – in artikel 15.4.1 aanhef en onder j bepaald dat op een permanente standplaats – voor zover relevant – kampeerhuisjes mogen worden geplaatst. Verder is in artikel 15.2.1 onder f van de planregels bepaald dat het maximum aantal toegestane kampeerhuisjes is, het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kampeerhuisjes'. Een dergelijke aanwijzing ontbreekt eveneens. Op basis van artikel 15.2.1 onder f van de regels van het bestemmingsplan, in combinatie met het ontbreken van de aanduiding
2.
‘maximum aantal kampeerhuisjes’ op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn thans voor Duinrand West dus (rechtstreeks) geen kampeerhuisjes toegestaan. Daarmee bedraagt het maximaal toegestane aantal kampeerhuisjes voor Duinrand West 0. Artikel 15.7.4 regelt dat het college het aantal toegestane kampeerhuisjes als bedoeld in lid 15.4 kan vergroten. Voor Duinrand West is dat aantal 0. Waarop reclamant baseert dat de gemeenteraad met de betreffende bepaling in de aanhef van artikel 15.7.4 zou hebben bedoeld te regelen dat als een maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal kampeerhuisjes’ ontbreekt geen toepassing zou mogen worden gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid, wordt niet door hem onderbouwd. Daarin verschilt dit geval ook (wezenlijk) van de kwestie die in de door reclamant genoemde uitspraak met kenmerk ECLI:NL:RVS:2015:3895 aan de orde was, nu daarin (ten onrechte) werd betoogd dat een bepaalde ontwikkeling wél al rechtstreeks werd toegestaan op grond van het bestemmingsplan, terwijl die ontwikkeling nu juist expliciet was opgenomen in een wijzigingsbevoegdheid die – als het betoog van appellant gevolgd zou worden – niet nodig was geweest. Het voorliggende wijzigingsplan voorziet in een mogelijkheid om kampeerhuisjes mogelijk te maken, daar waar dat (onweersproken) niet reeds rechtstreeks is toegestaan.
Als de raad dat had willen regelen had toepassing van de wijzigingsbevoegdheid moeten worden beperkt tot vlakken met de aanduiding ‘maximum aantal kampeerhuisjes’. Nu dat niet is geregeld, en artikel 15.7.4 regelt dat het toegestane aantal mag worden vergroot, is er geen grond om de wijzigingsbevoegdheid voor de onderhavige situatie niet toe te passen. maar is bepaald dat het college het aantal kampeerhuisjes voor Duinrand kan vergroten van 0 naar 100. Dat daarvoor de aanduiding maximum aantal kampeerhuisjes zou moeten worden opgenomen staat daaraan niet in de weg. Het plan heeft dat ook beoogd. Deze uitleg wordt ondersteund door de toelichting op het bestemmingsplan (paragraaf 5.2. Toelichting op de bestemmingen), waar onder het kopje Recreatie - Dagrecreatie (artikel 13), Recreatie - Gemengd (artikel 14), Recreatie - Kampeerterrein (artikel 15), Recreatie - Recreatiewoningen (artikel 16), Recreatie - Strand (artikel 17) en Recreatie - Verblijfsrecreatie (artikel 18) onder ‘Afwijkingen en wijzigingen’ het volgende is aangegeven: In de verschillende recreatiebestemmingen zijn afwijkingen en wijzigingen opgenomen ten behoeve van de flexibiliteit om in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de nabije toekomst.
Het betreft onder andere de mogelijkheid voor het vergroten van het aantal permanente standplaatsen, het vergroten van het bebouwingsoppervlak, de mogelijkheid tot winterkamperen, het realiseren van kampeerhuisjes ten koste van permanente standplaatsen. Ook uit deze tekst blijkt niet dat het hier alleen zou gaan om het vergroten van het aantal kampeerhuisjes op terreinen waar al kampeerhuisjes zijn toegestaan. In de door reclamant aangehaald uitspraak van de Raad van State van 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1940, wordt het standaardbeoordelingskader bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid weergegeven. De Afdeling formuleert dat als volgt: “De Afdeling stelt voorop dat met het bestaan van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft in beginsel als een gegeven mag worden beschouwd, indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Het feit dat aan de in een bestemmingsplan opgenomen wijzigingsvoorwaarden is voldaan, ontslaat het college evenwel niet van de verplichting na te gaan of wijziging van de oorspronkelijke bestemming gelet op alle betrokken belangen in het concrete geval is gerechtvaardigd.”.
Vervolgens kan uit de uitspraak een voorbeeld worden afgeleid van hoe het college invulling dient te geven aan, met name, deze laatste belangenafweging. Daarbij is blijkens de uitspraak mede van betekenis welke beleidsuitgangspunten van kracht zijn ten tijde van de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid en of de doelstellingen die met het wijzigingsplan worden nagestreefd vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening navolgbaar en aanvaardbaar zijn. Bij dat laatste blijkt ook rekening te mogen worden gehouden met de gunstige effecten van de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid op de omgeving. Tegen deze achtergrond wordt de zienswijze van reclamant als volgt beschouwd. Voorop staat dat het wijzigingsplan ziet uitsluitend op het mogelijk maken van 100 kampeerhuisjes op het terrein van Duinrand West. De ontwikkeling van het plangebied is voor het overige rechtstreeks toegestaan op grond van het bestemmingsplan, zodat daarvoor het bovengenoemde beoordelingskader al niet geldt. Planologisch wordt met het wijzigingsplan op 100 permanente standplaatsen de plaatsing van een kampeerhuisje mogelijk gemaakt. In het verlengde daarvan wordt het aantal permanente standplaatsen verkleind naar 100. Bij de toetsing van deze ontwikkeling is de primaire vraag of voldaan wordt aan de wijzigingsregels. Aanvullend is getoetst aan relevant beleid en relevante wetgeving.
Daarbij heeft ook een afweging van alle betrokken belangen plaatsgevonden. De herontwikkeling van Duinrand past volledig binnen het geldende beleid. Centraal daarin staat het thema Voortdurend vernieuwen (thema 4) uit de Agenda Toerisme. De herontwikkeling leidt tot een modern recreatiepark dat voldoet aan de hedendaagse behoefte van de toerist en dat bovendien volledig voldoet aan de hedendaagse duurzaamheidseisen. Daarnaast wordt het park goed ingepast in de omgeving, door een natuurintegraal ontwerp. Ook dat draagt bij aan de aantrekkelijkheid en hoogwaardige kwaliteit van het park. Met deze ontwikkelingsrichting wordt het algemeen belang gediend, van een verblijfsrecreatief aanbod dat aansluit bij de actuele marktvraag en het belang van een economisch florerende recreatiesector. Daar komt bij dat het vasthouden aan de huidige accommodatie niet leidt tot een toekomstbestendig verblijfsrecreatief product, ook al waarderen de huidige eigenaren de kwaliteit van het terrein hoog. Dat kan duidelijk worden geïllustreerd door de dichtheid en oppervlakte van het aantal eenheden. Voor die aspecten voldoet de bestaande situatie niet aan de actuele beleidsnormen en aan de actuele en toekomstige marktvraag. De beoogde ontwikkeling voorziet in de zich wijzigende marktvraag.
Er vindt een duidelijke verschuiving van de vraag plaats, van toeristisch kamperen naar chalets en van chalets naar kampeerhuisjes en recreatiewoningen. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft ook een duidelijke behoefte naar meer kwaliteit aan. Omzetten van stacaravans in kampeerhuisjes betekent dat perfect wordt aangesloten op deze trend. Overigens is niet uit te sluiten dat de bestaande eigenaren van bijvoorbeeld een stacaravan in de nieuwe situatie een kampeerhuisje kopen. De initiatiefnemer zal voorts op grond van de Recron-voorwaarden een passende compensatie bieden aan de huidige huurders/gebruikers van de recreatieverblijven. Verder is in het kader van de belangenafweging zwaarwegend gewicht toegekend aan het feit dat het aantal standplaatsen en verblijfseenheden ten opzichte van de huidige situatie wordt verkleind. Dit leidt onder meer tot gunstige effecten voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Ook door de
3.
4.
5.
6.
7.
wijze van verwarming van de recreatieverblijven ten opzichte van de huidige situatie vinden positieve effecten plaats op het betreffende gebied. Het aantal verkeersstromen neemt af, wat bijvoorbeeld tot minder stikstofuitstoot leidt. Daarnaast wordt het recreatiepark landschappelijk ingepast wat positieve gevolgen heeft voor omwonenden en aangrenzende functies. Die positieve effecten zijn er ook op het gebied van geluid. Ten slotte wordt nog opgemerkt dat als de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, niet de gewenste eenheid en samenhang wordt bereikt. De accommodatie zou dan bovendien niet aansluiten op de actuele en toekomstige marktvraag die de initiatiefnemer juist wil bedienen. Bovendien zou de dichtheid op het terrein te groot blijven en zou geen wezenlijke verbetering van de inrichting van de ruimte kunnen worden gerealiseerd. Tegen deze achtergrond stemt het college – met inachtneming van alle relevante belangen – in met de beoogde ontwikkelingen is het voornemen het wijzigingsplan vast te stellen. Het wijzigingsplan ziet uitsluitend op het mogelijk maken van 100 kampeerhuisjes op het terrein van Duinrand West. Voor het overige staat het bestemmingsplan de beoogde ontwikkeling rechtstreeks toe. Deze 100 kampeerhuisjes voorzien in de zich wijzigende marktvraag.
Er vindt een duidelijke verschuiving van de vraag plaats, van toeristisch kamperen naar chalets en van chalets naar kampeerhuisjes en recreatiewoningen. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft ook een duidelijke behoefte naar meer kwaliteit aan. Omzetten van stacaravans in kampeerhuisjes betekent dat perfect wordt aangesloten op deze trend. a. Dat met de realisatie van de 100 kampeerhuisjes nadelen ontstaan voor het verblijfsaanbod onder het luxe segment is niet gebleken, in het onderzoek naar de behoefte. Bovendien is die vraag niet relevant nu de beoogde ontwikkeling in een onderbouwde vraag voorziet. De initiatiefnemer kan niet verplicht worden de bestaande accommodatie te handhaven. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes die door middel van het wijzigingsplan mogelijk worden gemaakt, in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment b. Gelet op het grote aanbod van jaarplaatsen op kampeerterreinen (6.470 eenheden in 2018, bron Toerisme op Schouwen-Duiveland; Omvang en economisch belang 2016 – 2017 – 2018; Kenniscentrum Kusttoerisme) ten opzichte van 1.590 vakantiewoningen in de bedrijfsmatige verhuur, kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van vernietiging van het huuraanbod voor modale inkomens. c.
Een exploitatieplan is niet noodzakelijk indien de kosten anderszins, zoals in een anterieure overeenkomst, zijn geborgd. Dat laatste is hier het geval. Daargelaten of reclamant in zijn hoedanigheid van gebruiker/huurder van een perceel op het kampeerterrein überhaupt in aanmerking kan komen voor planschade, is het planschaderisico verdisconteerd in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar. Vastgesteld is, op basis van een verrichte raming van de kosten en de financieringsopzet, dat sprake is van een sluitende exploitatie en dat er geen onvoorziene hoge kosten te verwachten zijn. Met inachtneming van het risico op planschade is de ontwikkeling daarmee economisch uitvoerbaar. Gelet op de aard en de omvang van de ontwikkeling is op basis van het Besluit milieu-effectrapportage geen sprake van een directe mer-plicht of een (directe) mer-beoordelingsplicht. Dat betekent dat sprake is van een vormvrije mer-beoordelingsplicht. Uit de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de vormvrije m.e.r.beoordeling blijkt dat de ontwikkeling van Duinrand niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. In tegendeel, voor diverse aspecten leidt de ontwikkeling tot een verbetering van de milieueffecten. Initiatiefnemer heeft door een deskundigenbureau een Ladderonderbouwing laten opstellen.
Uit dit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van Duinrand aansluit op de vraag vanuit de markt en voorziet in een behoefte. Wat betreft de economische effecten is van belang dat door de beoogde ontwikkeling de periode dat recreanten op het terrein verblijven toeneemt en dat uit onderzoek blijkt dat huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen dagelijks meer uitgeven in de omgeving dan de (vaste) gebruikers van de huidige stacaravans. Naast een economische impuls in de regio sorteert dat ook maatschappelijk een positief effect. Het opstellen van een e.e.r. en een m.k.b.a. is op basis van gemeentelijk beleid niet verplicht en voor de voorgenomen ontwikkeling niet nodig. Niet ingezien wordt waarom sprake zou zijn van valse betrokkenheid. De raad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan het college de bevoegdheid toegekend om het bestemmingsplan te wijzigen om het aantal kampeerhuisjes te vergroten. In het kader van de toepassing van die wijzigingsbevoegdheid is de raad, op zijn eigen verzoek, in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen te uiten. Vervolgens is het aan het college om het wijzigingsplan vast te stellen. In tegenstelling tot wat in de zienswijze wordt gesteld is daarmee sprake van een zorgvuldige voorbereiding.
In de Wet ruimtelijke ordening is in afdeling 6.4 (grondexploitatie) de verplichting opgenomen om, alleen als het kostenverhaal niet anderszins verzekerd is, een exploitatieplan vast te stellen. De wetgever heeft daarbij altijd aangegeven dat het primaat ligt bij het privaatrechtelijk kostenverhaal en een exploitatieplan pas in beeld komt als dat privaatrechtelijk spoor niet kan worden bewandeld. Aangezien de te ontwikkelen gronden volledig in eigendom zijn van initiatiefnemer en het kostenverhaal middels een anterieure overeenkomst wordt geborgd is een exploitatieplan niet noodzakelijk en zeker niet verplicht. De ontwikkeling is getoetst aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid. Aanvullend is in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst aan beleid en omgevingsaspecten. Het maatschappelijk draagvlak wordt in het kader van de zienswijzenprocedure meegenomen in de afweging. Een stedenbouwkundige en architectonische toets is in het kader van het wijzigingsplan niet aan de orde. Het bestemmingsplan biedt rechtstreeks de mogelijkheid om de terreininrichting aan te passen. Bovendien zijn de kampeerhuisjes vergunningsvrij, waardoor een welstandstoets niet aan de orde is. De milieuaspecten en de financieeleconomische uitvoerbaarheid zijn getoetst in het kader van het wijzigingsplan. Daarmee heeft een zorgvuldige toetsing aan alle genoemde aspecten plaatsgevonden.
In de voorwaarden in artikel 15.7.4. onder a. is bepaald: ‘op ten hoogste 30 procent van het aantal permanente standplaatsen voor kampeermiddelen, zoals weergegeven met de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen', mag een kampeerhuisje worden gebouwd, met een maximum van 100 kampeerhuisjes per kampeerterrein. Het aantal permanente standplaatsen voor kampeermiddelen, zoals weergegeven met de
aanduiding ‘maximum aantal permanente standplaatsen’ zoals vastgelegd in het bestemmingsplan bedraagt 404. Op ten hoogste 30% daarvan mag een kampeerhuisje worden geplaatst, met een maximum van 100 kampeerhuisjes. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Artikel 15.7.4 onder a. bepaalt niet dat moet worden uitgegaan van het toekomstig aantal standplaatsen, maar van het aantal permanente standplaatsen voor kampeermiddelen, zoals weergegeven met de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen'. Dat aantal bedraagt 404. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om het aantal standplaatsen te verlagen, teneinde de potentiële ruimtelijke en milieueffecten die op basis van het bestemmingsplan kunnen optreden, te beperken. 8. Het wijzigingsplan heeft betrekking op het mogelijk maken van de 100 kampeerhuisjes. In tabel 2.1 sub l. wordt dan ook de parkeerbehoefte van de 100 kampeerhuisjes berekend. Dat neemt niet weg dat voor de totale ontwikkeling van Duinrand West ook wordt voldaan aan de parkeerbehoefte, conform de gemeentelijke kengetallen. 9. Vanwege het tussen gelegen park Wielewaal Recreatie is sprake van een fysieke scheiding tussen Duinrand Oost en West. Op basis van het geldende bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling van Duinrand West vrijwel geheel mogelijk binnen het geldende planologische regiem, op het realiseren van 100 kampeerhuisjes na.
De ontwikkeling van Duinrand Oost past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Vandaar dat twee planologische procedures worden toegepast. De ontwikkeling van Duinrand West is procedureel ook niet onlosmakelijk met de ontwikkeling van Oost verbonden. De herontwikkeling van deelgebied West kan ook zelfstandig plaatsvinden. Wel is vanuit de mer-methodiek in de aanmeldnotitie voor de gezamenlijke ontwikkeling getoetst of sprake is van zodanige omstandigheden dat een milieu-effectrapportage moet worden uitgevoerd. Vanuit de mer-methodiek dient dat voor beide ontwikkelingen gezamenlijk te gebeuren. 10. De Ladderonderbouwing heeft betrekking op beide ontwikkelingen gezamenlijk, omdat bij de behoefteanalyse ook beide ontwikkelingen relevant zijn met het oog op het daardoor ontstane totale aanbod. Voor de procedure van het wijzigingsplan voor De Schouwse Valleien West is slechts sprake van het mogelijk maken van 100 kampeerhuisjes op permanente standplaatsen. Bovendien wordt het aantal permanente standplaatsen sterk verkleind. Daarmee is voor West sprake in termen van de Ladder voor duurzame verstedelijking sprake van een zeer beperkte ontwikkeling. 11. Niet ingezien wordt dat het doorlopen van de wijzigings- en bestemmingsplanprocedure voor respectievelijk Duinrand West en Oost niet zorgvuldig zou zijn.
Door in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling alle milieuaspecten voor beide ontwikkelingen gezamenlijk te onderzoeken, is juist sprake van een uiterst zorgvuldig proces. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-75 Reclamant 75 Zaaknr: 361272 Zie ZI-12 ZI-76 Reclamant 76 Zaaknr: 361262 Samenvatting 1. Mijn vrouw heeft de tuin omgetoverd tot een waar paradijsje waarvan niet alleen wij genieten, maar ook de dieren. Er huizen 2 egelfamilies, een aantal boomkikkers, diverse salamanders, kikkers en padden. Daarnaast bezoeken veel zangvogels de tuin en vliegen er 's avonds heel wat vleermuizen rond. Plannen van initiatiefnemer zullen ten koste gaan van (zeldzame) flora en fauna. 2. Initiatiefnemer heeft het over "verduurzamen". Als alle huisjes en caravans van het terrein moeten, dan is dat een enorme kapitaalverspilling en wordt het tegenovergestelde van verduurzaming bereikt. 3. In de loop der tijd hebben wij ons vakantiehuis al aardig verduurzaamd: het is rondom geïsoleerd en alle ramen zijn van dubbel glas voorzien. Verder gebruiken wij zo min mogelijk gas en elektriciteit, mede door de woekerprijzen die initiatiefnemer ons in rekening brengt. 4. Als initiatiefnemer gaat bouwen, dan komt er stikstof vrij en dat naast een kwetsbaar natuurgebied. Als gemeente zou ik de schaarse bouwmogelijkheden eerder aan eigen bewoners besteden.
Beantwoording 1. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. 2. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren. Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de
3. 4.
openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. Zie beantwoording onder punt 3. De ontwikkeling van Duinrand veroorzaakt juist een afname van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige en overbelaste habitats in de omgeving. Als gevolg daarvan zal er dus eerder meer ruimte voor woningbouw op Schouwen-Duiveland ontstaan.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-77 Reclamant 77 Zaaknr: 361231 Samenvatting 1. De herstructurering van Duinrand betekent het kappen van inheemse struiken en bomen, het verstoren van flora en fauna. De aanwezige flora en fauna is te typeren als een waardevol ecologisch systeem. Het beoogde duinlandschap sluit niet aan bij de natuurhistorische waarde van het bestaande gebied/terrein van Duinrand. 2. Gezien het drastische karakter van de herstructurering is het merkwaardig dat een gedegen MER ontbreekt. De uitgevoerde MER lijkt onvoldoende breed van opzet om de totale effecten m.b.t. stikstofdeposito’s te meten. Het is onduidelijk of stikstofmetingen afdoende uitgevoerd zijn. 3. Het is onduidelijk of en hoe het binnenzwembad meegenomen is in het plan. 4. Middels een wijzigingsprocedure kan alleen iets gewijzigd worden wat al eerder is toegestaan. De opgevoerde kampeerhuisjes zijn nooit eerder formeel toegestaan. Door het gebruiken van de wijzigingsbevoegdheid handelt het college buiten haar bevoegdheid. 5. De vakantiewoning lijkt goed inpasbaar in de herstructureringsplannen en hoeft niet te verdwijnen. De woning kan als kampeerhuisje worden aangemerkt. 6. Het gebied met 47 vakantiehuisjes is goed inpasbaar in het plan van initiatiefnemer. 7. Het plan van initiatiefnemer is niet besproken met de huidige huurders.
De opzegtermijn van één jaar staat niet in verhouding tot de langdurige huurperiode van de gemiddelde gast op Duinrand. Een termijn van 5 jaar is meer passend. De Recron-voorwaarden zijn nooit ondertekend en zijn pas sinds 2018 onderaan de jaarfactuur verschenen. 8. De natuur van het huidige bestaand recreatiepark past beter en sluit beter aan bij de Kustvisie dan het plan van initiatiefnemer. De natuurhistorische waarden van het terrein blijft behouden en er is minder natuurverstoring van flora en fauna. 9. Het kunstmatig duinlandschap heeft geen toegevoegde waarde en leidt tot grote schade voor de aanwezige flora en fauna. 10. In het plan wordt het gebied grotendeels een kaal landschap zonder natuurlijke schaduw, dat bovendien een geringere waterbuffercapaciteit kent. Dat is met het oog op de opwarming en verdroging van de aarde een slechte ontwikkeling. 11. Het is zeer goed mogelijk om de doelstellingen vanuit de Kustvisie te realiseren vanuit de huidige bestaande situatie. Dit leidt tot aanzienlijk minder natuurschade en stikstofuitstoot en doet recht aan de natuurwaarden van het huidige terrein. Beantwoording 1. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet.
Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. Het beoogde duinlandschap sluit voorts aan bij het aangrenzende natuurgebied. 2. Gelet op de aard en de omvang van de ontwikkeling is op basis van het Besluit milieu-effectrapportage geen sprake van een directe mer-plicht of een (directe) mer-beoordelingsplicht. Wel is sprake van een vormvrije mer-beoordelingsplicht. Uit de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling Duinrand niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. In tegendeel, voor diverse aspecten waaronder de stikstofdepositie, leidt de ontwikkeling juist tot een verbetering van de milieueffecten. Dit komt met name door de afname van het aantal recreatie-eenheden ten opzichte van de huidige situatie. 3. Het binnenzwembad maakt geen onderdeel uit van het wijzigingsplan, maar is rechtstreeks mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Kop van Schouwen.
Het zwembad is wel betrokken bij de beoordeling van milieuaspecten, waaronder geluid, verkeer en stikstof. 4. Een wijzigingsbevoegdheid mag geen wezenlijke wijziging van het plan mogelijk maken. Dit gaat niet zover dat geen functies kunnen worden toegevoegd die op grond van het moederplan niet rechtstreeks zijn toegestaan. Anders zou de wijzigingsbevoegdheid immers zinledig zijn. Van een wezenlijke wijziging is in dit geval geen sprake. De toevoeging van kampeerhuisjes betreft in de eerste plaats slechts een deel van het plangebied, dat direct past binnen de recreatieve bestemming die aan de gronden is toegekend. Deze gronden behouden ook volledig deze recreatieve bestemming. De toevoeging van kampeerhuisjes sluit daar volledig bij aan. Omdat voorts geen sprake is van een toename van (de oppervlakte van) het aantal permanente standplaatsen bestaat er geen grond voor het oordeel dat de wijzigingsbevoegdheid tot een
wezenlijke verandering van het plan leidt, nog daargelaten dat de Wro niet in de weg staat aan een wijziging van het plan via een wijzigingsbevoegdheid (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2014:2187). 5. De initiatiefnemer kiest voor een totale herontwikkeling van Duinrand West en Oost. Dat is voor West op basis van de geldende bestemmingsregeling rechtstreeks mogelijk. De gemeenteraad heeft deze mogelijkheden bij de vaststelling van het bestemmingsplan geboden. Van een nadere voorwaarde dat bestaande accommodaties moeten worden gehandhaafd is in de wijzigingsregels geen sprake. Deze voorwaarde kan, ook met het oog op de rechtszekerheid, niet alsnog door de raad worden toegevoegd. De Wro biedt daarvoor geen grondslag. 6. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren. Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. 7.
De gemeente is geen partij in de privaatrechtelijke afspraken tussen eigenaar en huurders en kan geen uitspraken doen over opzegtermijnen. Wel is bekend dat de Recron-voorwaarden in de recreatiesector algemeen gangbaar zijn en als redelijk kunnen worden beschouwd. 8. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. Daarnaast is sprake van een positief effect vanwege de afname van het aantal recreatieve eenheden. 9. Het nieuwe duinlandschap is uit recreatief oogpunt aantrekkelijk en is ecologische potentieel waardevoller dan de bestaande inrichting. De opzet is ruimer, het aantal eenheden kleiner en er is daardoor meer ruimte voor groen en beplanting. 10. In het ontwerp wordt de nodige ruimte voor waterberging opgenomen en wordt bovendien voorzien in de nodige opgaande beplanting. 11.
De bestaande situatie heeft toeristisch-recreatief weinig toekomstwaarde. Het park is sterk gedateerd. Dat betekent dat een integrale herinrichting nodig is, om het terrein ook voor de toekomst uit recreatief oogpunt aantrekkelijk te houden en een goede exploitatie te verzekeren. Bovendien wordt hiermee ook een aanmerkelijk verduurzaming van de recreatieverblijven gerealiseerd, die voldoet aan de hedendaagse eisen. De bestaande recreatiewoningen passen daar niet in, hoe spijtig dat ook is voor de huidige gebruikers. Mede doordat de nieuwe recreatieverblijven, anders dan de huidige, elektrisch worden verwarmd en de verkeersgeneratie afneemt is sprake van afname van de stikstofdepositie op het aangrenzende Natura 2000gebied. De ontwikkeling zorgt zodoende voor een positieve bijdrage op Natura 2000. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-78 Reclamant 78 Zaaknr: 361210 Samenvatting 1. De ondernemer voldoet niet aan zijn eigen ‘Recron-voorwaarden vaste plaatsen’ artikel 12, Herstructurering, lid 3 en 4, door de recreanten van Duinrand West geen vervangende plaats aan te bieden op Duinrand Oost, terwijl daar plaatsen open staan en het terrein voldoende mogelijkheden biedt. 2.
De ondernemer voldoet niet aan de ‘Recron-voorwaarden vaste plaatsen’ artikel 4, Prijs en prijswijziging, lid 5, waarin hij zich verplicht stelt uiterlijk drie maanden voor het einde van het overeenkomstjaar aan de recreant schriftelijk of elektronisch bekend wat het jaargeld voor het komende overeenkomstjaar is: de factuurdatum is 15/10/20, de elektronische datum van ontvangst is 21- 10-2020. 3. De ondernemer voldoet niet aan de ‘Recron-voorwaarden vaste plaatsen’ artikel 12, Herstructurering, lid 2, hij verplicht zich er voor zorg te dragen dat er zo veel mogelijk voor de recreant in de periode voor aanvang van de herstructurering niet op hinderlijke wijze in zijn recreatiegenot wordt gestoord door de voorbereidende werkzaamheden: het niet onderhouden van wegen die de recreant nodig acht te komen tot zijn kampeermiddel valt onder het niet nakomen van deze verplichting. 4. De ondernemer heeft langdurig zijn plannen tot herstructurering van Duinrand West verzwegen, waardoor door de recreant investeringen zijn gedaan voor de toekomst die, nu de ondernemer zich nu verschuilt achter de ‘Recron-voorwaarden vaste plaatsen’, niet of gedeeltelijk verhaalbaar zijn. 5. De ondernemer weigert in overleg te treden met zijn huidige recreanten over zijn plannen en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor zijn recreanten. 6.
De notulen van de bijeenkomst op 12 september 2020 hebben niet als leidraad voor het recht tot inspraak in de commissievergadering door recreanten kunnen dienen vanwege de onjuistheden in deze notulen.
7. De huidige Covid-19 pandemie wordt misbruikt om niet tot ene gedegen volgend onderling overleg tussen gemeente, ondernemer en recreanten te komen. Er kan niet worden vastgesteld of de persoonlijke vragen en/of opmerkingen wel ontvangen en dan wel beantwoord worden. Beantwoording 1. Privaatrechtelijke verhoudingen tussen een terreinbeheerder en huurders kunnen geen onderwerp zijn van de publiekrechtelijke planologische procedure. Wel is bekend dat de Recron-voorwaarden in de recreatiesector algemeen gangbaar zijn en als redelijk kunnen worden beschouwd. 2. Zie beantwoording onder punt 1. 3. De start van de herontwikkeling van Duinrand West vindt pas plaats na vaststelling van het wijzigingsplan. Zie verder voor beantwoording onder punt 1. 4. De initiatiefnemer zal op grond van de Recron-voorwaarden een passende compensatie bieden aan de huidige huurders/gebruikers van de recreatieverblijven. Sommige gebruikers hebben van die compensatieregeling reeds gebruik gemaakt. Daarmee zijn die belangen van de huidige gebruikers voldoende verzekerd en bestaat geen grond voor het oordeel dat bij het wijzigingsplan onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. 5. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. 6.
De bijeenkomst op 12 september 2020 was een informatiebijeenkomst, georganiseerd door initiatiefnemer. De gemeente pas daar niet als betrokken partij vertegenwoordigd. Of de notulen onjuistheden bevatten is niet na te gaan. 7. De raad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan Kop van Schouwen het college de bevoegdheid toegekend om het bestemmingsplan te wijzigen om het aantal kampeerhuisjes te vergroten. In het kader van de toepassing van die wijzigingsbevoegdheid is de raad, op zijn eigen verzoek, in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen te uiten. Vervolgens is het aan het college om het wijzigingsplan vast te stellen. Het maatschappelijk draagvlak wordt in het kader van de zienswijzenprocedure meegenomen in de afweging. In tegenstelling tot wat in de zienswijze wordt gesteld is daarmee sprake van een zorgvuldige voorbereiding. Vragen en/of opmerkingen met betrekking tot privaatrechtelijke verhoudingen tussen een terreinbeheerder en huurders kunnen geen onderwerp zijn van de publiekrechtelijke planologische procedure. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-79 Reclamant 79 Zaaknr: 361170 Samenvatting 1. De initiatiefnemer denkt meer te kunnen verdienen aan een park met nieuwe huisjes zeker nu de gemeente geen nieuwe vakantieaccommodaties meer goedkeurt op Schouwen-Duiveland. 2.
De initiatiefnemer wist 2 jaar geleden al dat hij met de camping zou stoppen. Onduidelijk is waarom hij niet verhinderd heeft dat huisjes die niet verplaatsbaar zijn werker verkocht. Beantwoording 1. De keuze voor een volledige herontwikkeling van het terrein is een keuze van de initiatiefnemer, waar de gemeente geen invloed op heeft. 2. Het wijzigingsplan ziet uitsluitend op planologisch-ruimtelijke aspecten. Het opzeggen van de contracten en afspraken over een overgangstermijn zijn onderwerpen waarop de gemeente geen invloed heeft. Dit is een kwestie tussen gebruikers en initiatiefnemer. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-80 Reclamant 80 Zaaknr: 361159 Zie ZI-43 ZI-81 Reclamant 81 Zaaknr: 361156 Samenvatting 1. De vraag naar recreatiewoningen is niet zo groot. Dat blijkt uit het feit dat nu er ook in Duitsland geadverteerd wordt, wat voorheen niet het geval was. 2. De grote ketens verhuren recreatiewoningen, als eigenaar mag je maar een paar weken per jaar zelf gebruik maken van de recreatiewoning. Duitse gasten willen dat niet, die willen zelf bepalen wie er in hun recreatiewoning verblijft. 3. Door corona is er meer vraag naar campingplaatsen. Er is ook meer vraag naar verhuurmogelijkheden van de eigen stacaravan. Daarnaast is de financiële positie van veel Duitsers verslechterd. Omdat het
4. 5.
6.
onduidelijk is hoe lang de pandemie nog duurt, worden er geen grote uitgaven gedaan. Dat geldt naar verwachting ook voor de Nederlandse bevolking. Duinrand West en Duinrand Oost liggen in het Natura 2000-gebied. Er is nu geen sprake van een negatief effect als gevolg van optische of akoestische verstoring. Juist de stilte wordt door gasten gewaardeerd. Geen van de gasten gaat naar een vakantiepark waar lawaai van het zwembad is en ’s avonds gefeest wordt. De gasten houden ervan om op de fiets naar het dorp te rijden en in het dorp te eten. Met de geplande herstructurering blijven de gasten op het park. Dat is schadelijk voor de winkels in het dorp. Door corona hebben zij gemerkt wat het betekent als er minder gasten komen. Kampeerders zijn verbonden met de natuur en milieubewust. Het is voor hen gewoon om voorzichtig te zijn met het Natura 2000-gebied.
Beantwoording 1. In het, in verband met de Ladderonderbouwing uitgevoerde behoefteonderzoek zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. Dat ook in Duitsland wordt geadverteerd, doet daaraan niet af. 2. De aanleiding voor de herontwikkeling gelegen in de noodzaak het verblijfsrecreatieve aanbod af te stemmen op de actuele vraag uit de markt en daarmee toekomstbestendig te maken. Voor de gemeente is een centraal bedrijfsmatige exploitatie een belangrijke voorwaarde. De wijze waarop de exploitatie verder plaatsvindt, is een keuze van de initiatiefnemer. Of een koper kan instemmen met de voorwaarden van verplichte verhuur is aan de koper. Overigens is dat voor veel kopers juist een positief effect, waardoor er ook rendement wordt gehaald uit de investering. 3.
Gelet op de bezettingsgraad van de verblijfsrecreatieve voorzieningen in het coronajaar 2020 is er geen grond voor de stelling dat de coronapandemie negatieve effecten zal hebben op de vraag vanuit de markt en de exploitatie van de nieuwe situatie. 4. Duinrand West en Duinrand Oost grenzen aan Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Langs de noordzijde van Duinrand West, langs de rand met het Natura 2000-gebied, wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing die voldoet aan de voorwaarden van de wijzigingsregels. Duinrand West is daarmee dusdanig goed ingepast dat ook in de toekomst geen sprake is van optische of akoestische verstoring. Dit wordt bevestigd in de uitgevoerde natuurtoets. Door de afname van het aantal eenheden zal deze verstoring in de toekomstige situatie afnemen. 5. Het zwembad is op basis van het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan. Deze maakt dan ook geen onderdeel uit van dit wijzigingsplan. Bovendien betreft het zwembad een binnenzwembad. Met het uitgevoerde akoestisch onderzoek inrichtingslawaai is aangetoond dat de gehele inrichting inclusief het zwembad akoestisch gezien aanvaardbaar is. Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ blijkt dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van de huidige stacaravans.