CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20201215 Raadsbrief vaststelling wijzigingsplan realiseren kampeerhuisjes Hogeweg 96a B-H - bijlage 1

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken58.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Het is onduidelijk of de aanleg van een verwarmd binnen zwembad meegenomen is in de aanmeldnotitie m.e.r g. De stikstofmetingen zijn onjuist uitgevoerd. 7. Ten aanzien van het aspect natuur: a. Het is onduidelijk welke mitigerende maatregelen feitelijk zullen worden genomen en op welke wijze hierop door het college wordt gehandhaafd. b. Onduidelijk is waarom er geen maatregelen worden opgenomen ter bescherming van de boomkikker. Foto’s en video’s van de boomkikker zijn beschikbaar. c. Een volledige m.e.r.-procedure is van toepassing op het ingediende wijzigingsplan. 8. Ten aanzien van de uitvoerbaarheid: a. De in het eindrapport opgenomen (globale) planning wordt nu al niet gehaald. b. Onduidelijk is hoe een wijzigingsplan als realistisch en uitvoerbaar kan wordt aangemerkt als een belangrijk onderdeel van het plan ontbreekt. c. Onduidelijk is wat de gevolgen zijn voor de financiële haalbaarheid van het wijzigingsplan als de ontwikkeling op Oost wordt vertraagd of als hiervoor geen goedkeuring wordt verkregen. d. Onduidelijk is wat de betekenis is van de 15 kavels op Oost voor het ontwikkelingsplan van Oost en voor de financiële haalbaarheid van het gehele plan. e. Onduidelijk is in hoeverre met het genoemde onder b, c, en d rekening is gehouden in de aanvraag om natuurvergunning, specifiek op het gebied van stikstof. f. Onduidelijk is of er een natuurvergunning is verleend.

9. Er zijn teveel open einden, vragen en onduidelijkheden ten aanzien van de voorwaarde dat sprake moet zijn van een realistisch en uitvoerbaar plan. Er kan niet worden ingestemd met het wijzigingsplan. Beantwoording 1. De band van eigenaren en huurders met Schouwen-Duiveland is geen onderdeel van het toetsingskader voor het toelaten van de 100 kampeerhuisjes. De gemeente is gehouden deze ontwikkeling te toetsen aan de wijzigingsregels uit het bestemmingsplan Kop van Schouwen, actueel beleid en wetgeving. 2. Het voorliggende wijzigingsplan heeft uitsluitend betrekking op de realisatie van de 100 kampeerhuisjes. De gemeente dient deze ontwikkeling te toetsen aan de wijzigingsregels, actueel beleid en wetgeving. De afstemming van de ontwikkelaar met de eigenaren van de bestaande zomerhuisjes speelt daarin geen rol. 3. De aanleiding voor de herontwikkeling van Duinrand is gelegen in de noodzaak het verblijfsrecreatieve aanbod af te stemmen op de actuele vraag uit de markt en daarmee toekomstbestendig te maken.

4.

5.

6.

7.

8.

Initiatiefnemer heeft daarbij gekozen voor een volledige herontwikkeling van het park. Tegelijkertijd vindt daarmee ook een verduurzaming plaats. Dat is echter geen doel op zich. Doel van de herontwikkeling is het realiseren van een toekomstbestendig verblijfsrecreatief product, dat aansluit bij de actuele marktvraag. De verduurzaming die gepaard gaat met de herontwikkeling gaat overigens verder dan het isoleren en volledig elektrisch verwarmen van de verblijfseenheden en voorzieningen. De oppervlakte bebouwing en verharding wordt kleiner en het terrein krijgt een natuurlijker inrichting. Deze inrichting komt bovendien ten goede aan de waterhuishouding, het terugbrengen van hittestress en biedt meer ruimte voor een groene inrichting dan de huidige inrichting. Bij een verduurzaming van de bestaande huisjes en chalets zouden deze effecten niet in dezelfde mate kunnen worden bereikt. Bovendien wordt daarmee niet voldaan aan de visie en ambitie van de initiatiefnemer op het punt van de kwaliteitsverbetering van het verblijfsrecreatief product. De gemeente is geen partij in de privaatrechtelijke afspraken tussen eigenaar en huurders en kan geen uitspraken doen over opzegtermijnen. Wel is bekend dat de Recron-voorwaarden in de recreatiesector algemeen gangbaar zijn en als redelijk kunnen worden beschouwd.

Privaatrechtelijke verhoudingen tussen een terreinbeheerder en huurders kunnen geen onderwerp zijn van de publiekrechtelijke planologische procedure. Het is de gemeente bekend, omdat dit in de kostenopzet die in het kader van de anterieure overeenkomst is beoordeeld, dat door de initiatiefnemer genoegzaam geld is gereserveerd voor het uitkeren van passende compensatie. Duurzaamheidsopmerkingen a. De recreatiewoningen en kampeerhuisjes zullen elektrisch worden verwarmd. b. De inkoop van duurzame stroom is in de huidige energiemarkt zonder meer mogelijk. c. De kampeerhuisjes van type C4L worden voorzien van sedumdaken. d. Huisdieren hebben met name ecologisch gezien een negatieve invloed (geluid, vermesting, verstoring) en daarmee een relatie met duurzaamheid. e. Ook het zwembad en de sauna’s zullen niet met gas worden verwarmd. f. Het zwembad is benoemd in de aanmeldnotitie. De realisatie van het zwembad is echter geen aanleiding voor het opstellen van een mer. g. De AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van de calculator (AERIUS 2020, 15 oktober 2020). De natuurtoets is geactualiseerd, waarbij de nieuwe AERIUS-berekeningen zijn opgenomen.

Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming () aangevraagd. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten heeft op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. Onduidelijk is op welk punt de berekening onjuist zijn uitgevoerd. Natuur a. Wat betreft het onderwerp gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming is uitsluitend voor het aspect intern salderen van de stikstofdepositie het aanvragen van een vergunning nodig. Gedeputeerde Staten hebben besloten de vergunning in ontwerp te verlenen. Mitigerende maatregelen zijn in dat kader niet aan de orde. Met betrekking tot het onderwerp soortenbescherming zullen voor zover nodig maatregelen worden genomen om negatieve effecten op de instandhouding van beschermde soorten te voorkomen. De provincie is het bevoegd gezag voor het borgen van deze maatregelen in het kader van een eventueel te verlenen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. b. Van de boomkikker is bekend dat deze voorkomt in het plangebied en de omgeving. In het plangebied komt geen voortplantingsbiotoop voor.

Bovendien is in de omgeving voldoende geschikt leefgebied aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van de boomkikkerpopulatie is dan ook niet in het geding. Overigens is daarbij van belang dat de populatie boomkikkers op de Kop van Schouwen is ontstaan uit een aantal uitgezette buitenlandse boomkikkers. Deze populatie is dan ook niet inheems. Het gaat derhalve om een ondersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en is uitgezet. Daarmee is het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. c. Gelet op de aard en de omvang van de ontwikkeling is op basis van het Besluit milieueffectrapportage geen sprake van een directe mer-plicht of een (directe) mer-beoordelingsplicht. Wel is er sprake van een vormvrije mer-beoordelingsplicht. Uit de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling van Duinrand niet leidt tot significant nadelige milieugevolgen. In tegendeel, voor diverse aspecten leidt de ontwikkeling tot een verbetering van de milieu-effecten. Uitvoerbaarheid: a. Het Einddocument is een rapport dat voorafgaand aan de procedure van dit wijzigingsplan is opgesteld. De planning uit het eindrapport betreft geen wijzigingsvoorwaarde dan wel een ander ruimtelijk-planologisch aspect waaraan in de wijzigingsplan kan worden getoetst. b.

Het wijzigingsplan is aan de wijzigingsvoorwaarden, beleid en wetgeving getoetst, voldoet daaraan en is daarmee volledig. c. De financiële haalbaarheid van de realisatie van 100 kampeerhuisjes en de herontwikkeling van deelgebied West is niet afhankelijk van de ontwikkeling van deelgebied Oost. d. Dit wijzigingsplan ziet uitsluitend op de realisatie van 100 kampeerhuisjes op Duinrand West. Voor de ontwikkelingen op Duinrand Oost wordt een aparte procedure doorlopen. e. In de natuurvergunning is de volledige ontwikkeling getoetst.

f.

9.

De -aanvraag natuurvergunning is op 30 oktober 2020 opnieuw bij de provincie Zeeland ingediend. Op 19 november 2020 hebben Gedeputeerde Staten besloten de gevraagde natuurvergunning te verlenen. Het ontwerpbesluit ligt vanaf 25 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage. De ontwikkeling is op alle relevante aspecten getoetst. Op grond daarvan heeft het college besloten het wijzigingsplan vast te stellen.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-41 Reclamant 41 Zaaknr: 359821 Zie ZI-22 ZI-42 Reclamant 42 Zaaknr: 359563 Samenvatting 1. In 2018 is er nog een grote verbouwing van de vakantiewoning uitgevoerd, deze is afgestemd met Duinrand recreatie. Duinrand recreatie wist toen echter al van de plannen. 2. Er verblijven boomkikkers en vleermuizen op het terrein. Deze zijn beschermd en moeten met rust gelaten worden. 3. Met de ontwikkeling ontstaat er een eenzijdig aanbod van recreatie op Schouwen-Duiveland. De vraag naar verhuur van caravans en chalets groeit nog steeds. Beantwoording 1. Het voorliggende wijzigingsplan heeft uitsluitend betrekking op de realisatie van de 100 kampeerhuisjes. De gemeente dient deze ontwikkeling te toetsen aan de wijzigingsregels. De afstemming van de ontwikkelaar met de eigenaren van de bestaande zomerhuisjes speelt daarin geen rol. 2. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Uit het onderzoek blijkt, dat met het nemen van de juiste maatregelen tijdens de aanlegfase van het nieuwe terrein, de ontwikkeling geen belemmering vormt voor beschermde soorten. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd.

Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. Daarbij speelt mee dat er in de toekomstige situatie juist meer ruimte is voor natuurontwikkeling omdat het totale aantal recreatieverblijven op het terrein (flink) afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Van de boomkikker is bekend dat deze voorkomt in het plangebied en de omgeving. In het plangebied komt geen voortplantingsbiotoop voor. Bovendien is in de omgeving voldoende geschikt leefgebied aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van de boomkikkerpopulatie is dan ook niet in het geding. Overigens is daarbij van belang dat de populatie boomkikkers op de Kop van Schouwen is ontstaan uit een aantal uitgezette buitenlandse boomkikkers. Deze populatie is dan ook niet inheems. Het gaat derhalve om een ondersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en is uitgezet. Daarmee is het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. In het westelijk deelgebied komen geen kraamkolonies of dagverblijven van vleermuizen voor. Enkele bomen aan de rand van het terrein zijn van belang als baltsplaats voor ruige dwergvleermuizen. Deze bomen zullen worden behouden.

De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op de staat van instandhouding van de boomkikkers en vleermuizen. 3. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. In het, in verband met de Ladderonderbouwing uitgevoerde behoefteonderzoek zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-43 Stichting Duinbehoud en Natuurmonumenten Zaaknr: 361811 Samenvatting 1. Over het algemeen staat men positief tegenover kwaliteitsverbetering van recreatieterreinen.

Echter ziet men ontwikkelingen waarbij de omringende natuur en landschap lijden.

2. 3.

4. 5. 6.

7. 8.

Het lijkt of het hele plan wordt voorgelegd maar dat is niet zo. Door het plan in stukken te knippen wordt het lastig het plan in zijn geheel te beoordelen. De landschappelijke inpassing aan de Noordzijde ontbreekt, het plan grenst hier aan Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. De strook van 30 meter is onvoldoende om kampeerhuisjes uit het zicht te onttrekken. Het natuurgebied is aangewezen als stilte- en duisternisgebied. Diersoorten zijn gevoelig voor verstoring door licht en geluid. Doet een voorstel om kampeerhuisjes met 2 bouwlagen minimaal 30 meter van de grens van het plangebied plaatsen en balkons en dakterrassen verbieden in deze zone. In het lichtplan wordt niet duidelijk gemaakt dat vleermuisvriendelijke verlichting wordt gebruikt. Nieuwe AERIUS-berekening uitvoeren met daarin verwerkt de stikstofemissie uit het plangebied zelf, tijdens de gebruiksfase, indien bodemsanering vereist is, een correctie in de aanlegfase. Gasloos bouwen is niet vastgelegd in de regels In de regels opnemen dat er geen kelder- en kruipruimte onder de kampeerhuizen worden gerealiseerd. Dit in verband met de verdroging van het natuurgebied. Het veldonderzoek in het kader van de natuurtoets opnieuw uitvoeren. In 2019 en 2020 zijn boomkikkers gezien, dit kan wijzen op kolonisatie.

Beantwoording 1. De ontwikkeling van Duinrand zorgt voor een afname van het verhard oppervlakte en biedt ruimte aan groen 2 2 en natuur. Dat is in de huidige situatie circa 40.000 m en wordt in de toekomstige situatie 16.000 m . Het totaal aantal verblijfseenheden neemt (fors) af in de toekomstige situatie. Dat zijn er in de huidige situatie 473 en worden er in de toekomstige situatie 247. Door de afname met 226 eenheden neemt het aantal verkeersbewegingen en de stikstofdepositie af. Uit het uitgevoerde ecologisch onderzoek blijkt voorts dat de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding komt. 2. In paragraaf 1.1. van de toelichting is omschreven dat de beoogde ontwikkeling van Duinrand West op basis van het geldende bestemmingsplan vrijwel geheel mogelijk is, op het realiseren van 100 kampeerhuisjes na. De ontwikkeling van Duinrand Oost past op meerdere punten niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om die reden dient voor de ontwikkeling van Oost een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Daarnaast is voor de toets van de milieueffecten en de vraag of een mer-procedure moet worden doorlopen, de ontwikkeling van west en oost gezamenlijk in beschouwing genomen. In dat kader is dus de totale herontwikkeling van beide deelgebieden getoetst. 3.

Langs de noordzijde van Duinrand West, langs de rand met het Natura 2000-gebied, wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing die voldoet aan de voorwaarden van de wijzigingsregels. De nieuwe bebouwing wordt hier goed ingepast door middel van een strook met een breedte van 5 meter met een aarden wal met een hoogte van 2 m. Op de wal zal beplanting met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten worden gerealiseerd. Deze wal met beplanting voldoet aan het bepaalde in artikel 15.7.4 aanhef en onder g van het bestemmingsplan “Kop van Schouwen”. De tekst van het inrichtingsplan zal op dat punt worden verduidelijkt. Deze landschappelijke inpassing wordt in het wijzigingsplan voorzien van de bestemming “Groen-Landschappelijk”. De beoogde landschappelijke inpassing zal in bijlage 1 (het Landschapsplan) worden verduidelijkt. In de regels van het wijzigingsplan zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen, waarmee de realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt geborgd. 4. De kampeerhuisjes voldoen qua maatvoering aan de wijzigingsvoorwaarden. Zie verder beantwoording onder sub 3. De kampeerhuisjes zijn gepositioneerd achter de landschappelijke inpassing en daarmee minimaal uit 5 meter uit de plangrens. 5. In de nieuwe situatie zal vleermuisvriendelijke verlichting worden gebruikt.

Het lichtplan wordt daarop aangepast. Bovendien wordt in de wijzigingsregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee de uitvoering van het lichtplan wordt geborgd. 6. Tijdens de aanlegfase is rekening gehouden met een gefaseerde uitvoering van West en Oost. Dit is inclusief de realisatie van voorzieningen waaronder het zwembad. Doordat tijdens de aanlegfase het park niet gebruik wordt, komt de stikstofuitstoot afkomstig van de gebruiksfase – met inbegrip van verkeer – in de periode van de aanleg te vervallen. Hierdoor is ook tijdens de aanlegfase sprake van een afname van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. De AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van de calculator (AERIUS 2020, 15 oktober 2020). De natuurtoets is geactualiseerd, waarbij de nieuwe AERIUS-berekeningen zijn opgenomen. Er is geen aanleiding te verwachten dat bodemsanering nodig is. Als dat wel het geval is, zal de daarmee gepaard gaande stikstofdepositie worden getoetst. Het gasloos bouwen betreft een uitvoeringsaspect, hetgeen in deze procedure niet aan de orde kan komen. 7. Met het wijzigingsplan worden de regels voor kampeerhuisjes van het bestemmingsplan Kop van Schouwen van toepassing. De kampeerhuisjes voldoen aan de maatvoering uit de wijzigingsvoorwaarden. 8. De natuurtoets en het soortenonderzoek zijn actueel.

In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. Van de boomkikker is bekend dat deze voorkomt in het plangebied en de omgeving. In het plangebied komt geen voortplantingsbiotoop voor. Bovendien is in de omgeving voldoende geschikt leefgebied aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van de boomkikkerpopulatie is dan ook niet in het geding. Overigens is daarbij van belang dat de populatie boomkikkers op de Kop van Schouwen is ontstaan uit een aantal uitgezette buitenlandse boomkikkers. Deze

populatie is dan ook niet inheems. Het gaat derhalve om een ondersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en is uitgezet. Daarmee is het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Conclusie In de regels bij het wijzigingsplan wordt de opgenomen gebruiksregel waarmee wordt bepaald dat de landschappelijke inpassing wordt aangelegd conform het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 1 vervangen door een volgende voorwaardelijke verplichting. De opgenomen gebruiksregel waarmee wordt bepaald dat het lichtplan wordt aangelegd conform het lichtplan zoals opgenomen in bijlage 1 wordt eveneens vervangen door de een voorwaardelijke verplichting, daaraan wordt toegevoegd dat deze vleermuisvriendelijk dient te zijn. De voorwaardelijke verplichting is als volgt: het gebruik van kampeerhuisjes op een permanente standplaats binnen de begrenzing van dit plan is uitsluitend toegestaan indien: a. de landschappelijke inpassing van het kampeerterrein is aangelegd conform bijlage 1 Landschappelijke inpassing en vervolgens aldus in stand wordt gehouden; b. de verlichting op het kampeerterrein is vleermuisvriendelijk en voldoet aan hetgeen is opgenomen in bijlage 2 Lichtplan. ZI-44 Reclamant 44 Zaaknr: 362563 Samenvatting Natuur: 1. Reclamant raagt om het wijzigingsplan en bijbehorende onderzoeken nog een keer goed door te nemen. 2.

Reclamant vraagt zich af of vormvrije m.e.r. beoordeling wel stand houdt met constateringen uit deze zienswijze. 3. Reclamant geeft aan dat de Natuurtoets van enige tijd geleden is, namelijk oktober 2017. Hierin is aangeven dat natuurwaarden niet mogen verminderen. Indiener is van mening dat dit nader onderzocht moet worden. Het terrein staat in verbinding met het Natura 2000-gebied en op het terrein zijn de laatste paar jaar boomkikkers waargenomen (foto’s en geluidswaarnemingen). In onderzoek is boomkikker waargenomen op park tegenover Duinrand Oost. Gezien ligging Duinrand tussen deze locatie en aangrenzend Natura 2000 bos en duingebied is de waarneming van boomkikker op Duinrand niet vreemd. 4. De woning van Reclamant grenst direct aan Natura 2000-gebied. Indiener maakt zich zorgen voor gevolgen voor de natuur door uitvoering wijzigingsplan. 5. Reclamant geeft aan dat vleermuizen ook in schorsen van bomen kunnen zitten. Indiener stelt dat er bomen gekapt (gaan) worden zonder dat hier rekening mee wordt gehouden en heeft daar bezwaar tegen. 6. Reclamant stelt dat in de wintermaanden de huidige bezetting van het terrein vaak veel minder is dan 30%. Alleen met Kerst is de bezetting hoger. In het kader van de stikstofberekening zou er daarom in de huidige situatie minder druk zijn op natuur dan geschetst.

Ook stelt reclamant dat de huidige gebruikers, minder verkeersbewegingen genereren ondanks dat er in het wijzigingsplan minder eenheden zijn is er sprake van meer verkeersbewegingen door toekomstige gebruikers/huurders tezamen met gebruikers van gepland zwembad, restaurant en winkels 7. Indiener stelt dat de stikstof-effecten als gevolg van het verplaatsen van grond (voor het aanleggen van nieuwe natuur), het zwembad en het algehele verkeer (vervoer naar het restaurant en winkels) niet goed in beeld zijn gebracht. Verkeer: 8. Indiener geeft aan dat in de huidige situatie sprake is van verkeersdrukte en verkeersonveilige situaties. In verband met de komst van extra faciliteiten (zwembad, restaurant en winkels) spreekt indiener zijn zorgen uit over toenemende verkeersintensiteit. Daarbij hoort ook het ontbreken in de plannen van parkeergelegenheid voor externe gebruikers zwembad, restaurant en winkels Algemeen: 9. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente wil omgaan met de huidige regels rondom bouwen in verband met de ‘stop op bouwen’ op de Kop van Schouwen. 10. In het kader van verduurzaming zou er sprake zijn van opwekking van energie door zonnepanelen elders. Indiener geeft aan dat het netwerk op Schouwen-Duiveland voor de komende vijf jaar vol zit en vraagt zich af of dit wel realiseerbaar is. 11.

Indiener is van mening dat door deze twee punten het wijzigingsplan niet direct realiseerbaar is en dat er pas goedkeuring kan plaatsvinden nadat deze zaken realiseerbaar zijn.

Beantwoording 1. Het wijzigingsplan en de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn gebaseerd op een uitgebreide toetsing van alle relevante aspecten. Naar aanleiding van de zienswijzen wordt op alle aangehaalde punten nagegaan of de onderbouwing voldoet of nog moet worden aangevuld. 2. In de aanmeldnotitie is de beoogde ontwikkeling op alle relevante milieuaspecten getoetst. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze hierna. 3. De natuurtoets en het soortenonderzoek zijn actueel. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten

door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. Van de boomkikker is bekend dat deze voorkomt in het plangebied en de omgeving. In het plangebied komt geen voortplantingsbiotoop voor. Bovendien is in de omgeving voldoende geschikt leefgebied aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van de boomkikkerpopulatie is dan ook niet in het geding. Overigens is daarbij van belang dat de populatie boomkikkers op de Kop van Schouwen is ontstaan uit een aantal uitgezette buitenlandse boomkikkers. Deze populatie is dan ook niet inheems. Het gaat derhalve om een ondersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en is uitgezet. Daarmee is het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. 4. Alle relevante natuuraspecten zijn onderzocht in een natuurtoets en de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op grond daarvan is geconcludeerd dat er geen belemmering is om medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling. 5. In het plangebied komen geen kraamkolonies of dagverblijven van vleermuizen voor.

Enkele bomen aan de rand van het terrein zijn van belang als baltsplaats voor ruige dwergvleermuizen. Deze bomen zullen worden behouden. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op de staat van instandhouding van de boomkikkers en vleermuizen. 6. De stikstofdepositieberekeningen zijn gebaseerd op de huidige bezettingscijfers van Duinrand en een inschatting van de toekomstige bezetting. Hierbij is rekening gehouden met de bezettingsgraad in zowel het winter- als het zomerseizoen. Het stikstofdepositieonderzoek is als onderdeel van de aanvraag natuurvergunning ingediend bij de provincie. Gedeputeerde Staten hebben besloten de vergunning in ontwerp vast te stellen. 7. Tijdens de aanlegfase is rekening gehouden met een gefaseerde uitvoering van West en Oost. Dit is inclusief de realisatie van voorzieningen waaronder het zwembad. Doordat tijdens de aanlegfase het park niet gebruik wordt, komt de stikstofuitstoot afkomstig van de gebruiksfase – met inbegrip van verkeer – in de periode van de aanleg te vervallen. Hierdoor is ook tijdens de aanlegfase sprake van een afname van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. Niet duidelijk is waarom volgens reclamant de stikstofeffecten voor de aanlegfase niet goed in beeld zouden zijn gebracht. Dat is uitdrukkelijk wel het geval.

Daarbij is van belang dat op 19 november 2020 Gedeputeerde Staten besloten hebben de gevraagde natuurvergunning te verlenen. Het ontwerpbesluit ligt vanaf 25 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage 8. De genoemde voorzieningen zijn bedoeld voor de eigen gasten van Duinrand en zijn niet publiek toegankelijk. In artikel 15.1 van de planregels is dat ook geregeld. Zo staat onder k dat deze voorzieningen “ten behoeve van de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein” zijn bestemd. Dat betekent dat de verkeersgeneratie wordt bepaald door het gebruik van de verblijfsrecreatieve voorzieningen. De betreffende voorzieningen trekken dus zelfstandig geen extra bezoekers aan, bovenop de gebruikers van het park en leiden daarmee niet tot extra verkeer(sdrukte) op de omliggende wegenstructuur. Zowel voor Duinrand West alsmede voor de totale ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie als gevolg van de forse afname van het aantal eenheden af. 9. De ontwikkeling betreft een herinrichting van een bestaand vakantiepark. Er is geen sprake van een algemene ‘stop op bouwen’ voor de Kop van Schouwen. Wel moet voor ieder project worden aangetoond dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie. Daar wordt voor de ontwikkeling van Duinrand aan voldaan. 10. Het wijzigingsplan heeft uitsluitend betrekking op de realisatie van de 100 kampeerhuisjes.

De ontwikkelaar is voornemens duurzame stroom af te nemen voor het verbruik van Duinrand. Daarvoor hoeft geen nieuw zonnepark op Schouwen-Duiveland te worden gerealiseerd. 11. De genoemde punten zijn, mede gezien het vorenstaande, niet van invloed op de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-45 Reclamant 45 Zaaknr: 361821 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-46 Reclamant 46 Zaaknr: 361815 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over.

Beantwoording 2. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-47 Reclamant 47 Zaaknr: 361808 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over.

Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-48 Reclamant 48 Zaaknr: 361802 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 2. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-49 Reclamant 49 Zaaknr: 361797 Samenvatting 1. Reclamant is van mening dat er met uitvoering van het plan sprake is van kapitaalvernietiging. 2. Reclamant verzoekt de gemeente het wijzigingsplan niet vast te stellen of een redelijk termijn te geven zodat men nog gebruik kan maken van de caravan. Beantwoording 1. Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Voor zover deze mening al enige grond zou hebben, is dat geen criterium in de toetsing van de ontwikkeling van de beoogde 100 kampeerhuisjes aan de wijzigingsregels, beleid en wetgeving. Voor de te verwijderen recreatie eenheden die thans op het kampeerterrein aanwezig zijn wordt door de initiatiefnemer voorzien in compensatie. 2. Het is niet aan de gemeente om een wijzigingsplan niet vast te stellen omdat een langere overgangstermijn gewenst is.

Als het wijzigingsplan voldoet aan de wijzigingsregels, beleid en wetgeving, dan zijn er geen gronden om het plan niet vast te stellen. Dit is onderwerp van de overeenkomst en gebruiksvoorwaarden tussen de initiatiefnemer en de gebruikers. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-50 Reclamant 50 Zaaknr: 361795 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-51 Reclamant 51 Zaaknr: 361788 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk. 2. Reclamant geeft aan dat er geen sprake is van een verouderde camping.

3.

Reclamant moet er niet aan denken dat straks de herrie van een zwembad tot ‘s avonds laat in het bos te horen is. Of dat de verlichting van het park tot in het duingebied komt.

Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92. 2. De dichtheid van eenheden op het terrein, de aard van de accommodaties en de inrichting van het terrein sluiten niet aan bij de huidige en toekomstige vraag naar verblijfsrecreatieve accommodatie. Om die reden is een structurele kwaliteitsverbetering noodzakelijk, zodat in de nieuwe situatie een samenhangende en qua ontwerp en ruimtelijke uitstraling eenduidige, nieuwe ontwikkeling ontstaat met recreatieve toekomstwaarde, aansluitend op de actuele vraag uit de markt. 3. Het zwembad is op basis van het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan. Deze maakt dan ook geen onderdeel uit van dit wijzigingsplan. Bovendien betreft het zwembad een binnenzwembad. Met het uitgevoerde akoestisch onderzoek inrichtingslawaai is aangetoond dat de gehele inrichting inclusief het zwembad niet tot verstoringen in het aangrenzende natuurgebied leidt. Voor de verlichting is een lichtplan opgesteld. Deze is als bijlage aan de regels van dit wijzigingsplan toegevoegd. In de regels bij het wijzigingsplan zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen om de uitvoering van het lichtplan te borgen.

Conclusie In de regels bij het wijzigingsplan wordt de opgenomen gebruiksregel waarmee wordt bepaald dat het lichtplan wordt aangelegd conform het lichtplan zoals opgenomen in bijlage 2, vervangen door een volgende voorwaardelijke verplichting, daaraan wordt toegevoegd dat deze vleermuisvriendelijk dient te zijn: het gebruik van kampeerhuisjes op een permanente standplaats binnen de begrenzing van dit plan is uitsluitend toegestaan indien: b. de verlichting op het kampeerterrein is vleermuisvriendelijk en voldoet aan hetgeen is opgenomen in bijlage 2 Lichtplan. ZI-52 Reclamant 52 Zaaknr: 361787 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. 2. Reclamant geeft aan dat er geen enkele noodzaak is tot meer moderne vakantieparken. Er bestaat behoefte aan kleinschalige campingterreinen waar tegen acceptabele prijzen recreatie op een campeerterrein mogelijk blijft. 3. Reclamant verzoekt de aanvraag af te wijzen; de eigenaar van Duinrand bekommert zich in het geheel niet om de huidige (financiële) belangen van de standplaatshouders. Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92. 2.

In de Ladderonderbouwing is onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte en inspeelt op de gewijzigde vraag naar verblijfsrecreatief aanbod. Daarbij is onder meer gekeken naar de cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. In aanvulling daarop kan nog worden opgemerkt dat ook andere ontwikkelingsrichtingen mogelijk zijn. De initiatiefnemer heeft echter gekozen voor het ontwikkeling van een park met recreatiewoningen. Zoals uit de Ladderonderbouwing blijkt, sluit dat goed aan op de actuele en toekomstige recreatieve vraag. Overigens voorziet het wijzigingsplan in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. 3.

Het voorliggende wijzigingsplan heeft uitsluitend betrekking op de realisatie van de 100 kampeerhuisjes. De gemeente dient deze ontwikkeling te toetsen aan de wijzigingsregels. De afstemming van de ontwikkelaar met de eigenaren van de bestaande zomerhuisjes speelt daarin geen rol. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-53 Reclamant 53 Zaaknr: 361780 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over.

Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-54 Reclamant 54 Zaaknr: 361534 Samenvatting 1. De initiatiefnemer heeft niets van zijn plannen verteld bij de aankoop in 2018 van een chalet. Er werd verteld dat er veranderingen kwamen, maar dat het ging om duurzaamheidsmaatregelen. Als op het moment van aankoop de plannen duidelijk waren geweest, dan was niet tot aankoop over gegaan. 2. Onduidelijk is of het voorliggende plan wel wordt uitgevoerd, nu de initiatiefnemer de afgelopen jaren ook niet geloofwaardig en betrouwbaar is geweest. 3. Het voorliggende plan gaat over winst en niet over duurzaamheid. Met eenvoudige middelen zijn de bestaande chalets te verduurzamen. Het is niet nodig om alle bebouwing te slopen en vervolgens nieuw te bouwen. 4. Zeeland is geliefd bij toeristen. Toeristen willen echter geen grote vakantiecomplexen. Beantwoording 1. Uitlatingen die de ontwikkelaar zou hebben gedaan en de afstemming tussen ontwikkelaar en huurders, kunnen geen reden zijn om het wijzigingsplan voor de 100 kampeerhuisjes niet vast te stellen. De gemeente dient het wijzigingsplan, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, te toetsen op de wijzigingsregels, beleid en wetgeving. 2.

De geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van een initiatiefnemer kunnen geen onderdeel zijn van de afweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening, anders dan dat de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling moet zijn verzekerd. Dat kan dan ook geen reden zijn om het wijzigingsplan niet vast te stellen. 3. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren. Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. 4. In het, in verband met de Ladderonderbouwing uitgevoerde behoefteonderzoek zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt.

Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. Daar komt bij dat het aantal eenheden substantieel afneemt in de toekomstige situatie. Als er al een bezwaar zou zijn tegen de omvang van de voorzieningen, wordt in de toekomstige situatie aan dit bezwaar toegekomen, door de afname van het aantal eenheden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-55 Reclamant 55 Zaaknr: 361533 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-56 Reclamant 56 Zaaknr: 361532 Samenvatting 1. Uit Tabel 1.1 Uitgangspunten herontwikkeling Duinrand, westelijk deel van de toelichting komt naar voren dat er op Duinrand West nu 48 Recreatiewoningen staan. Binnen het plangebied dienen alle huidige kampeermiddelen inclusief deze 48 recreatiewoningen te verdwijnen.

Onvoldoende duidelijk is hoe ondernemer dit wil gaan realiseren. Duinrand recreatie hanteert t.a.v. de verhuur van permanente standplaatsen de Recron-voorwaarden. Deze staan hem in geval van Recreatiewoningen niet toe eenzijdig de huur op te zeggen. Voor de uitvoering van zijn plan heeft hij dus de medewerking nodig van 48 individuele recreatiewoningen.

2.

Vaststelling van het wijzigingsplan kan niet plaats vinden voordat duidelijk is dat Duinrand recreatie deze medewerking heeft. Niet duidelijk is waarom het aantal permanente standplaatsen wordt verlaagt naar 100.

Beantwoording 1. Het wijzigingsplan ziet uitsluitend op toetsing aan planologisch-ruimtelijke aspecten. De opzegging van de contracten door de initiatiefnemer kan daarin niet worden betrokken. Dit is tussen reclamant en de initiatiefnemer. De Recron-voorwaarden staan niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg. 2. Met dit wijzigingsplan worden uitsluitend 100 kampeerhuisjes mogelijk gemaakt. Voor het overige is geen sprake meer van permanente standplaatsen. Om de effecten van de ontwikkeling in te perken wordt het aantal standplaatsen verlaagd. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-57 Reclamant 57 Zaaknr: 361531 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-58 Reclamant 58 Zaaknr: 361530 Samenvatting 2. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 1.

Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-59 Reclamant 59 Zaaknr: 361529 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-60 Reclamant 60 Zaaknr: 361528 Samenvatting 1. Reclamant wil graag het chalet behouden en graag met de eigenaar in overleg gaan over verduurzaming van het bezit. 2. Op en rond de camping zijn er diverse inheemse diersoorten, zoals boomkikkers en vleermuizen, welke al langjarig waargenomen zijn door meerderen mensen op de camping. De plannen zullen leiden tot een verstoring van de natuur. 3. Realisatie van het beoogde plan zal leiden tot extra stikstofuitstoot. De gemaakte berekeningen ervan zijn niet goed uitgevoerd. Ook de Provincie zelf is kritisch over de stikstofberekeningen in de plannen. Het is voor de gemeente beter en logischer dat deze haar stikstofuitstoot kan gebruiken voor het bouwen van voorzieningen voor haar eigen bewoners. 4. Op dit moment is er een soort van eenzijdigheid aan het ontstaan met betrekking tot het toeristische aanbod op Schouwen-Duiveland.

Veel voorzieningen die zijn ontwikkeld zijn voor het duurdere segment van de markt. 5. Het is voor iedereen beter dat er ook chalets en caravans moeten blijven. De cijfers van het Kenniscentrum Toerisme tonen aan dat het aantal overnachtingen in caravans en chalets nog steeds groeiende is en dat dit tevens een rendabel business model is; 6. Reclamant staat reeds tien jaar op camping Duinrand en vindt het niet meer dan billijk dat men minimaal vijf jaar van tevoren hoort dat men eventueel moet vertrekken. Vijf jaar doet meer recht aan wat men heeft bijgedragen aan camping Duinrand en de lokale economie.

7.

8.

Tien jaar geleden moest reclamant om dezelfde reden vertrekken van camping Bonafide, waar tot op heden nog niets is gebeurd en de grond nog steeds braak ligt. Wellicht is het logischer eerst hiermee te beginnen iets te ontwikkelen en dan pas aan iets nieuws te beginnen. Tien jaar geleden kon reclamant terecht op camping Duinrand en destijds heeft de initiatiefnemer gezegd dat wat op camping Bonafide gebeurde bij hem nooit zou gebeuren. Dit was mede reden om voor camping Duinrand te kiezen.

Beantwoording 1. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren. Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. 2. Van de boomkikker is bekend dat deze voorkomt in het plangebied en de omgeving. In het plangebied komt geen voortplantingsbiotoop voor. Bovendien is in de omgeving voldoende geschikt leefgebied aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van de boomkikkerpopulatie is dan ook niet in het geding. Overigens is daarbij van belang dat de populatie boomkikkers op de Kop van Schouwen is ontstaan uit een aantal uitgezette buitenlandse boomkikkers. Deze populatie is dan ook niet inheems. Het gaat derhalve om een ondersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en is uitgezet. Daarmee is het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing.

In het plangebied komen geen kraamkolonies of dagverblijven van vleermuizen voor. Enkele bomen aan de rand van het terrein zijn van belang als baltsplaats voor ruige dwergvleermuizen. Deze bomen zullen worden behouden. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op de staat van instandhouding van de boomkikkers en vleermuizen. 3. De AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van de calculator (AERIUS 2020, 15 oktober 2020). De natuurtoets is geactualiseerd, waarbij de nieuwe AERIUS-berekeningen zijn opgenomen. Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming) aangevraagd. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten heeft op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. De ontwerp natuurvergunning wordt vanaf 25 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage gelegd. 4. In het verrichte behoefteonderzoek (Ladderonderbouwing) zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen.

Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. De huidige recreatieverblijven op Duinrand voldoen steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken en die bovendien voldoet aan de duurzaamheidseisen van vandaag de dag. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken – anders dan reclamant stelt – terdege in een behoefte. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. 5. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. In aanvulling daarop kan nog worden opgemerkt dat ook andere ontwikkelingsrichtingen mogelijk zijn. De initiatiefnemer heeft echter gekozen voor het ontwikkeling van een park met kampeerhuisjes en recreatiewoningen. Zoals uit de Ladderonderbouwing blijkt, sluit dat goed aan op de actuele en toekomstige recreatieve vraag. Zie verder de beantwoording onder punt 4. 6.

De gemeente is geen partij in de privaatrechtelijke afspraken tussen eigenaar en huurders en kan geen uitspraken doen over opzegtermijnen. Het is niet aan de gemeente om het moment van het opzeggen van de contracten met de huidige huurders te bepalen. De gemeente toetst de beoogde ontwikkeling aan de daarvoor geldende kaders. 7. De ontwikkeling van Duinrand West en van geheel Duinrand kan niet afhankelijk worden gesteld van de uitvoering van een kwaliteitsverbeteringsplan van een ander recreatieterrein. 8. De gemeente kan geen partij zijn in eventueel gedane toezeggingen in het verleden, maar moet de beoogde ontwikkeling toetsen aan de daarvoor geldende publiekrechtelijke kaders. Het bevoegde gezag kan wel op basis van gewijzigde planologische inzichten, die overigens ook bij de initiatiefnemer kunnen zijn ontstaan, de regels en bestemmingen voor een gebied wijzigen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-61 Reclamant 61 Zaaknr: 361527 Samenvatting

1.

Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over.

Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-62 Reclamant 62 Zaaknr: 361524 Samenvatting 1. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. Beantwoording 2. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 ZI-63 Reclamant 63 Zaaknr: 361519 Samenvatting 1.

2. 3. 4. 5. 6.

7. 8.

Het nu genomen besluit staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van en veel groter plan m.b.t. de herontwikkeling van Duinrand. Door dit goed te keuren wordt het straks moeilijker om een onafhankelijke afweging te maken als de ontwikkeling van Duinrand Oost op de agenda komt. De uitkomsten van de onderzoeken, met name rond de stikstofuitstoot, roepen vragen op! Het niet uitvoeren van een M.E.R. is m.i. een nalatigheid van uw college. Reclamant is van mening dat er tegenstellingen bestaan tussen de Kustvisie/recreatienota als het gaat om uitbreiding van recreatiewoningen, diversiteit, vraag en aanbod en gastvrij onthaal. Het college is te weinig kritisch geweest op de uitgevoerde onderzoeken. Er is geen overleg geweest met andere partijen. Het college heeft niet aangestuurd op het betrekken van de huidige bewoners. Vraagtekens worden gezet bij de intentie van het college om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid. Deze mogelijkheid is weliswaar opgenomen in het huidige bestemmingsplan, maar de nu geplande ontwikkeling is zo enorm ingrijpend en van omvang, dat het alleszins reëel en noodzakelijk is dat alsnog ook voor het nu aan de orde zijnde onderdeel de normale bestemmingsplanprocedure doorlopen gaat worden. Er vindt door deze plannen een duidelijke terugloop van diversiteit in recreatie plaats.

Sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over.

Beantwoording 1. Het college heeft op basis van het opgestelde einddocument ingestemd met de beoogde ontwikkeling van Duinrand West en Oost, mede op basis van alle aangeleverde onderzoeken en onderbouwingen. Zoals in paragraaf 1.1. van de toelichting bij het wijzigingsplan is omschreven, is de beoogde ontwikkeling van Duinrand West vrijwel geheel mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan, op het realiseren van 100 kampeerhuisjes na. De realisatie van de kampeerhuisjes kan met toepassing van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt. De ontwikkeling van Duinrand Oost past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Vandaar dat twee planologische procedures moeten worden doorlopen. Door naast de planologische procedures voor de deelgebieden west en oost in het kader van de vormvrije merbeoordeling alle milieuaspecten voor beide ontwikkelingen gezamenlijk te onderzoeken, is juist sprake van een uiterst zorgvuldig proces. De realisatie van Duinrand West kan overigens volledig plaatsvinden zonder de doorgang van Duinrand Oost. 2. Niet gespecificeerd is welke vragen de onderzoeken oproepen. Alle onderzoeken zijn door gespecialiseerde adviesbureaus uitgevoerd en voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Wat betreft het stikstofdepositieonderzoek is van belang dat een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming is aangevraagd.

Gedeputeerde Staten hebben het besluit genomen om de vergunning te verlenen. Inmiddels ligt de ontwerpvergunning vanaf 25 november gedurende 6 weken ter inzage. Daarmee voldoet de stikstofdepositie aan het wettelijk kader. Uit de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling van Duinrand niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. In tegendeel, voor diverse aspecten leidt de ontwikkeling juist tot een verbetering van de milieu-effectenmilieueffecten. Dit komt met name door de afname van het aantal recreatie-eenheden ten opzichte van de huidige situatie. 3. Op de door reclamant genoemde aspecten is geen sprake van een spanning met de Kustvisie/recreatienota. De beoogde ontwikkeling is uitgebreid getoetst aan het relevante beleidskader van provincie en gemeente. Conclusie is dat de beoogde ontwikkeling past binnen de beleidskaders. Anders dan reclamant aangeeft is geen sprake van uitbreiding van het aantal recreatiewoningen. Het aantal recreatiewoningen wordt niet vergroot. Wel wordt op een aantal permanente standplaatsen een kampeerhuisje geplaatst. Verder neemt het aantal toegestane permanente standplaatsen af van 404 naar 100. Per saldo is dan ook sprake van een forse afname van het aantal eenheden. Dat een groot deel van de bestaande gebruikers emotioneel moeite heeft

4.

5. 6.

7.

8.

met de beoogde ontwikkeling is begrijpelijk, maar wil niet zeggen dat in de toekomst geen sprake meer is van gastvrij onthaal. In de Ladderonderbouwing is voorts onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een marktvraag. Wat betreft de diversiteit wordt in de nieuwe situatie ook een variatie aan accommodatievormen aangeboden, die beter aansluit op de actuele vraag in de markt dan de huidige, veelal verouderde accommodaties. Zoals hiervóór aangegeven zijn de onderzoeken uitgevoerd door ter zake gespecialiseerde adviseurs. Zoals in iedere procedure zijn de onderzoeken vervolgens kritisch beoordeeld door de gemeente. Conclusie is dat de onderzoeken volgens de daaraan te stellen voorwaarden zijn uitgevoerd. In hoeverre de initiatiefnemer de huidige gebruikers betrekt bij de planvorming en -voorbereiding, is aan de ondernemer. Daar heeft de gemeente geen invloed op. De beoogde ontwikkeling van Duinrand West past – op de kampeerhuisjes na – volledig in het geldende bestemmingsplan. De initiatiefnemer kan binnen de geldende bestemming het terrein volledig opnieuw inrichten. Alleen de realisatie van de kampeerhuisjes moet nog planologisch mogelijk gemaakt worden. Juist daarvoor is een specifieke wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Nu aan de wijzigingsregels, beleid en wetgeving wordt voldaan is er geen reden het bestemmingsplan op dit onderdeel niet te wijzigen.

Niet duidelijk is waarom de diversiteit in accommodatievormen afneemt. Binnen Duinrand worden verschillende accommodatietypen gerealiseerd, van kampeerhuisjes uit het middensegment tot grotere en meer luxe recreatiewoningen. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-65 Reclamant 65 Zaaknr: 361505 Samenvatting 1. Er wordt oneigenlijk gebruik gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid voor het aantal ‘kampeerhuisjes’ op grond van artikel 15.7.4 van het bestemmingsplan, terwijl het feitelijk gaat om een toename van het aantal recreatiewoningen van 69 naar 169 op Duinrand West. 2. Er wordt ten onrechte een procedurele knip toegestaan tussen West en Oost, aangezien het voor het gehele terrein van Duinrand (West en Oost) gaat om een ingrijpende herontwikkeling, die niet past binnen de vigerende ruimtelijke regels. Er moet dus alsnog, zowel voor West als voor Oost, overgegaan worden tot een procedure tot wijziging van het bestemmingsplan. 3. Indien wel geoordeeld zou kunnen worden dat er sprake is van een toename van het aantal kampeerhuisjes (van 0 naar 100?), dan zal aan alle vereisten van artikel 15.7.4 sub a tot en met m voldaan moeten worden. Dat is echter niet aangetoond. 4. Punt 2 wordt versterkt door het gegeven dat voor de economische haalbaarheid van het initiatief van de ontwikkelaar de exploitatie van het geheel (west en oost) noodzakelijk is. Deze gezamenlijke ontwikkeling en daarmee de economische haalbaarheid is daarmee nog geenszins zeker, alleen al gelet op de totale ruimtelijke procedure die hiervoor nodig is en finaal doorlopen moet worden; 5.

In dit kader dient door de gemeente / het bevoegd gezag, een exploitatieplan te worden geëist en vastgesteld voor de onderhavige gronden waarop het bouwplan is voorgenomen. 6. Reclamant sluit zich op persoonlijke titel aan bij de zienswijze zoals opgesteld door HELIO advocaten in opdracht van haar cliënt vereniging Duinrand Samen Sterk en neemt hun argumenten over. 7. In het kader van stikstof moet een nieuwe berekening worden uitgevoerd. Beantwoording 1. Met het wijzigingsplan worden kampeerhuisjes mogelijk gemaakt. Deze kampeerhuisjes voldoen aan de criteria uit het bestemmingsplan Kop van Schouwen en onderscheiden zich van de recreatiewoningen. De kampeerhuisjes zijn eenvoudig van vorm en indeling en hebben een kleinere inhoudsmaat dan de recreatiewoningen. 2. In paragraaf 1.1. van de toelichting is omschreven dat de beoogde ontwikkeling van Duinrand West op basis van het geldende bestemmingsplan vrijwel geheel mogelijk is, op het realiseren van 100 kampeerhuisjes na. De ontwikkeling van Duinrand Oost past op meerdere punten niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om die reden dient voor de ontwikkeling van Oost een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Voor de ontwikkeling van het westelijk deelgebied is het voldoende om de kampeerhuisjes met de specifiek daarvoor opgenomen wijzigingsbevoegdheid mogelijk te maken.

Er is geen reden om voor Duinrand West een bestemmingsplan op te stellen. Daarnaast is voor de toets van de milieueffecten en de vraag of een merprocedure moet worden doorlopen, de ontwikkeling van west en oost gezamenlijk in beschouwing genomen. In dat kader is dus de totale herontwikkeling van beide deelgebieden in onderlinge samenhang getoetst voor alle planologische en milieuaspecten. Daarmee is sprake van een zorgvuldige procedure waarin alle relevante aspecten worden meegewogen. 3. In het wijzigingsplan is in tabel 2.1 aangetoond dat voldaan wordt aan alle wijzigingsvoorwaarden benoemd onder artikel 15.7.4 sub a tot en met m. 4. De realisatie Duinrand West kan volledig plaatsvinden zonder de doorgang van Duinrand Oost. De uitvoerbaarheid is dan ook niet in het geding.

5.

6. 7.

Een exploitatieplan is niet noodzakelijk indien de kosten anderszins, zoals in een anterieure overeenkomst, zijn geborgd. Dat laatste is hier het geval. Zo reclamant al in aanmerking zou komen voor planschade, wat vanwege zijn hoedanigheid van gebruiker van een perceel waarvan hij niet de eigenaar is, is het planschaderisico is onderwerp van de afgesloten anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar. Met inachtneming van het risico op planschade is de ontwikkeling economisch uitvoerbaar. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Duinrand Samen Sterk, die is opgenomen onder ZI-92 De AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van de calculator (AERIUS 2020, 15 oktober 2020). De natuurtoets is geactualiseerd, waarbij de nieuwe AERIUS-berekeningen zijn opgenomen. Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming aangevraagd. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten hebben op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. De ontwerp natuurvergunning ligt vanaf 25 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9566002/1