20201215 Raadsbrief vaststelling wijzigingsplan realiseren kampeerhuisjes Hogeweg 96a B-H - bijlage 1
Tekst van het document
Beantwoording 1. De ontwikkeling van Duinrand veroorzaakt juist een afname van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige en overbelaste habitats in de omgeving. Als gevolg daarvan zal er dus eerder meer ruimte voor woningbouw op Schouwen-Duiveland ontstaan. 2. De AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van de calculator (AERIUS 2020, 15 oktober 2020). De natuurtoets is geactualiseerd, waarbij de nieuwe AERIUS-berekeningen zijn opgenomen. Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming aangevraagd. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten heeft op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. De ontwerp natuurvergunning ligt vanaf 25 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage. 3. In het, in verband met de Ladderonderbouwing, uitgevoerde behoefteonderzoek zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen.
Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. Daar komt bij dat de ontwikkeling van de kampeerhuisjes voorziet in de behoefte in het middensegment. 4. Door de vernieuwing van de verblijfsaccommodatie en de centrale bedrijfsmatige verhuur zal de bezettingsgraad jaarrond toenemen. Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ blijkt dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van de huidige stacaravans. Verhuur aan wisselende gasten zorgt dus voor een economische impuls in de regio. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren.
Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. 5. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren. Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. 6. Tijdens de aanlegfase is rekening gehouden met een gefaseerde uitvoering van West en Oost. Dit is inclusief de realisatie van voorzieningen waaronder het zwembad. Doordat tijdens de aanlegfase het park niet gebruik wordt, komt de stikstofuitstoot afkomstig van de gebruiksfase – met inbegrip van verkeer – in de periode van de aanleg te vervallen.
Hierdoor is ook tijdens de aanlegfase sprake van een afname van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. 7. Uit het door een deskundigenbureau uitgevoerde hydrologisch onderzoek blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het waterbeheer. Uit de natuurtoets blijkt tevens dat de realisatie van het duinlandschap geen negatieve gevolgen heeft voor het aangrenzende Natura 2000-gebied. Overigens is het ontwerp van de inrichting inmiddels enigszins aangepast, in die zin dat er minder grondverzet zal plaatsvinden, waardoor de effecten op de hydrologische situatie zullen afnemen. 8. De inrichting is inmiddels aangepast. Hierin wordt het oppervlakte aan water beperkt, waardoor ook de mogelijke overlast van muggen en/of algengroei wordt beperkt. 9. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat.
Van de boomkikker en de rugstreeppad is bekend dat deze voorkomen in het plangebied en de omgeving. In het plangebied komt echter geen voortplantingsbiotoop voor. Bovendien is in de omgeving voldoende geschikt leefgebied aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van de populaties is dan ook niet in het geding. Overigens is daarbij van belang dat de populatie boomkikkers op de Kop van Schouwen is ontstaan uit een aantal uitgezette buitenlandse boomkikkers. Deze populatie is dan ook niet inheems. Het gaat derhalve om een ondersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en is uitgezet. Daarmee is het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-27 Reclamant 27 Zaaknr: 360707 Zie ZI-12 ZI-28 Reclamant 28 Zaaknr: 360480 Samenvatting 1. De realisatie van het plan zal grote gevolgen hebben voor de mooie kwetsbare natuur en de vogels die in het gebied wonen. Er komen vleermuizen en andere beschermde diersoorten voor. 2. De realisatie van het plan zal zorgen voor stikstofuitstoot wat niet wenselijk is en al helemaal niet voor een recreatiepark. 3. Het lijkt erop dat er een zekere eenzijdigheid ontstaat in het recreatieaanbod en voor de “gewone man” is het niet meer mogelijk om te verblijven op de “kop van schouwen” in de toekomst. Maar uit cijfers van het kenniscentrum Toerisme blijkt dat het aantal overnachtingen in caravans en chalets nog steeds toeneemt. Beantwoording 1. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden.
Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. Daarbij speelt mee dat er in de toekomstige situatie juist meer ruimte is voor natuurontwikkeling omdat het totale aantal recreatieverblijven op het terrein (flink) afneemt ten opzichte van de huidige situatie. 2. Doordat de nieuwe recreatieverblijven elektrisch worden verwarmd, ten opzichte van de gasgestookte huidige verblijven, en doordat de verkeersgeneratie afneemt ten opzichte van de huidige situatie, is sprake van afname van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase. Van een probleem vanwege de uitstoot van stikstof is dan ook geen sprake. 3. In de Ladderonderbouwing is gemotiveerd dat de ontwikkeling door de realisatie van de kampeerhuisjes voorziet in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. In het, in verband met de Ladderonderbouwing uitgevoerde behoefteonderzoek zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt.
Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-29 Reclamant 29 Zaaknr: 360462 Samenvatting 1. Voor mij springt in het oog dat de transformatie van het westelijke deel niet op zichzelf staat. Initiatiefnemer is voornemens om ook het oostelijke deel van het kampeerterrein te transformeren, maar ziet zich daarbij aangewezen op een andere ruimtelijke procedure. 2. Dat is een probleem, omdat zowel de behoefte als de m.e.r. aanmeldnotitie uitgaan van de samenvoeging van beide kampeerterreinen of zo genoemd een transformatie van beide delen. De gezamenlijke aanpassing is als geheel getoetst terwijl die juist in twee verschillende planologische procedures moet worden bewerkstelligd. Dat blijkt uit de AERIUS-berekeningen, hierin zijn beide ontwikkelingen als één geheel berekend. Dat maakt de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsplan uiteindelijk ook afhankelijk van de transformatie van het oostelijke deel. 3. Het is nog niet met zekerheid te zeggen dat de herinrichting van Duinrand Oost gaat plaatsvinden. Beantwoording 1.
De beoogde ontwikkeling van Duinrand West is, zoals ook in paragraaf 1.1. van de toelichting bij het wijzigingsplan uiteengezet, vrijwel geheel mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan is, op het
2.
3.
realiseren van 100 kampeerhuisjes na. De ontwikkeling van Duinrand Oost past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Vandaar dat gekozen is voor twee planologische procedures. Bij een m.e.r. en natuurtoets moet juist rekening gehouden worden met andere ontwikkelingen in de omgeving. Voor de AERIUS-berekeningen is rekening gehouden met een gefaseerde realisatie van Duinrand West en Duinrand Oost. Met de verschillende procedures wordt uiterst zorgvuldig invulling gegeven aan de relevante wettelijke kaders. Van een willekeurige “splitsing en samenvoeging”, zoals reclamant stelt, is dus geen sprake. De realisatie van Duinrand West kan volledig plaatsvinden zonder de doorgang van Duinrand Oost.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-30 Reclamant 30 Zaaknr: 360458 Samenvatting 1. Er wordt in het ontwerpwijzigingsplan niet gerept over de belangen van de huidige standplaatshouders. Er is niet gemotiveerd in de toelichting hoe de belangen van de 274 standplaatshouders zijn meegewogen en geborgd. Het college heeft de verplichting om na te gaan of wijziging van het bestemmingsplan gelet op alle betrokken belangen in het concrete geval gerechtvaardigd is. 2. Er ontbreekt een planschaderisico inventarisatie, terwijl dit wel relevant is om te weten of initiatiefnemer dit risico financieel kan dragen. Beantwoording 1. De gemeente is gehouden de beoogde ontwikkeling in het publiekrechtelijke spoor te toetsen aan de daarvoor geldende toetsingskaders. Het college is binnen de door de raad aan het college toegekende bevoegdheden bevoegd om regels en bestemmingen toe te kennen aan gronden. Daarbij speelt in dit geval in het bijzonder, gelet ook op de betrokken belangen, dat het huidige kampeerterrein is gedateerd en niet voldoet aan onder meer de eisen op het gebied van toeristische kwaliteit en duurzaamheid, zodat een onevenredig aanzienlijk bedrag nodig is voor de verbetering van de voorzieningen.
Die investering kan niet van de initiatiefnemer en gebruikers worden gevergd, nog daargelaten dat daarmee niet de vereiste kwaliteitsverbetering kan worden bereikt. De initiatiefnemer zal op grond van de Recron-voorwaarden een passende compensatie bieden aan de huidige huurders/gebruikers van de recreatieverblijven. Sommige gebruikers hebben van die compensatieregeling reeds gebruik gemaakt. Daarmee zijn die belangen van de huidige gebruikers voldoende verzekerd en bestaat geen grond voor het oordeel dat bij het wijzigingsplan onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. Reclamant heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat aan zijn belang (en de belangen van de gebruikers) zodanig voorbij is gegaan, dat het wijzigingsplan om deze reden niet zou kunnen worden vastgesteld. 2. Daargelaten of reclamant in zijn hoedanigheid van gebruiker/huurder van een perceel op het kampeerterrein überhaupt in aanmerking kan komen voor planschade, is het planschaderisico verdisconteerd in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar. Vastgesteld is, op basis van een verrichte raming van de kosten en de financieringsopzet, dat sprake is van een sluitende exploitatie en dat er geen onvoorziene hoge kosten te verwachten zijn. Met inachtneming van het risico op planschade is de ontwikkeling daarmee economisch uitvoerbaar.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-31 Reclamant 31 Zaaknr: 360452 Samenvatting 1. De geleverde stikstofberekening is onvolledig en niet toereikend. Het geeft geen beeld van de continuïteit van verkeersbewegingen door huurders en diverse servicebedrijven. Ook het gebruik van het zwembad is niet opgenomen in de saldering. Het plan iet niet toereikend en niet actueel onderbouwd. De bestaande onderbouwing is twijfelachtig. 2. Het uitgangspunt dat de beoogde situatie volledig in de plaats kot van de referentiesituatie en dat een interne saldering per saldo geen negatief effect oplevert, is voorbarig en niet bepaald gegarandeerd. Er is geen rekening gehouden met het overgangsrecht in het wijzigingsplan. 3. Op grond van het overgangsrecht mogen de huidige 247 permanente standplaatsen legaal in gebruik zijn ten behoeve van stacaravans gedurende de planperiode. In deze periode vormen de 100 kampeerhuisjes in planologische zin een uitbreiding en niet zozeer een vervanging/vermindering. Dit is in de Natuurtoets niet meegenomen. 4. De AERIUS-berekening zijn met een inmiddels weer verouderde versie gemaakt. 5. Dat initiatiefnemer wel het wijzigingsplan heeft aangevraagd, maar niet de benodigde vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is een onzekere toekomstige omstandigheid.
Beantwoording 1. Onderzoek naar de stikstofdepositie in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase is opgenomen in de natuurtoets. Doordat de nieuwe recreatieverblijven elektrisch worden verwarmd, ten opzichte van de gasgestookte huidige verblijven, en doordat de verkeersgeneratie afneemt ten opzichte van de huidige situatie, is sprake van afname van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase. Van een probleem vanwege de uitstoot van stikstof is dan ook geen sprake. Tijdens de aanlegfase is rekening gehouden met een gefaseerde uitvoering van West en Oost. Dit is inclusief de realisatie van voorzieningen waaronder het zwembad. Doordat tijdens de aanlegfase het park niet gebruik wordt, komt de stikstofuitstoot afkomstig van de gebruiksfase – met inbegrip van verkeer – in de periode van de aanleg te vervallen. Hierdoor is ook tijdens de aanlegfase sprake van een afname van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. 2. In de stikstofberekening is het project van de herontwikkeling van Duinrand West en Oost gezamenlijk getoetst, conform de Wet natuurbescherming. Dat gaat verder dan de planologische verandering, waarbij slechts 100 kampeerhuisjes mogelijk worden gemaakt.
Nu uit het stikstofdepositieonderzoek blijkt dat de stikstofdepositie van het volledige project in zowel de aanleg- als de gebruiksfase afneemt, rekening houdend met de fasering van het project, en de provincie bovendien heeft besloten om de natuurvergunning te verlenen, kan daaruit worden geconcludeerd dat de planologische wijziging (de realisatie van de 100 kampeerhuisjes) geen negatief effect veroorzaakt op stikstofgevoelige natuur binnen Natura 2000. Daarbij speelt een belangrijke rol dat het totaal aantal standplaatsen wordt verkleind. Daarmee zijn de uitgevoerde stikstofdepositieberekeningen representatief voor de toekomstige planologische situatie. Dit is uitgebreid onderzocht en onderbouwd in de natuurtoets en vormvrije m.e.r.-beoordeling en daarmee geen voorbarige conclusie. 3. In de stikstofberekening is rekening gehouden met een gefaseerde realisatie. Het naast elkaar gebruiken van de huidige in gebruik zijnde 247 standplaatsen en de nieuwe kampeerhuisjes is niet mogelijk. Ten behoeve van de herontwikkeling wordt het totale terrein van Duinrand West (integraal) ontruimd, waarna de herinrichting en de plaatsing van de kampeerhuisjes en recreatiewoningen plaatsvindt. Het gecombineerde gebruik hoeft dan ook niet in de Natuurtoets getoetst te worden. 4. De AERIUS-berekeningen zijn opnieuw uitgevoerd op basis van de meest actuele calculator (AERIUS2020, 15 oktober 2020).
Die berekening bevestigt opnieuw dat significant negatieve effecten vanwege het project op het gebied van stikstof zijn uitgesloten. 5. Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming) aangevraagd. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten heeft op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. De ontwerp natuurvergunning ligt vanaf 25 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-32 Reclamant 32 Zaaknr: 360430 Samenvatting 1. De gemeente heeft haar wijzigingsbevoegdheid te breed gehanteerd: a. Er is een MER nodig voor zo’n grote herstructurering. b. Niet alle berekeningen kloppen. c. Een deugdelijke onderbouwing van de bedrijfseconomische haalbaarheid van het plan ontbreekt. d. Er is feitelijk ook al toestemming gegeven voor Duinrand Oost als het plan West doorgaat. e. Er zijn diverse diersoorten op het terrein zoals boomkikkers en vleermuizen. De plannen zullen tot verstoring van de natuur leiden. f. De realisatie van het plan zal tot stikstofuitstoot leiden.
De berekening hiervan is niet goed uitgevoerd. De provincie is kritisch over de stikstofberekening en de gemeente kan de uitstoot beter gebruiken voor de bouw van woningen voor haar eigen inwoners. g. Het toeristisch aanbod op Schouwen-Duiveland wordt eenzijdig. Er zijn veel voorzieningen ontwikkeld voor het duurdere segment van de markt. Er moeten ook chalets en caravans blijven en cijfers van het KCKT tonen aan dat het aantal overnachtingen in caravans en chalets nog steeds groeiende is. 2. Een opzegtermijn van 5 jaar is niet meer dan billijk en doet recht aan wat is bijgedragen aan Duinrand en de lokale economie. Beantwoording 1. Toepassing wijzigingsbevoegdheid: a. Gelet op de aard en de omvang van de ontwikkeling is op basis van het Besluit milieueffectrapportage geen sprake van een directe mer-plicht of een (directe) mer-beoordelingsplicht. Wel is sprake van een vormvrije mer-beoordelingsplicht. Uit de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling van Duinrand niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. In tegendeel, voor diverse aspecten leidt de ontwikkeling juist
2.
tot een verbetering van de milieueffecten. Dit komt met name door de afname van het aantal recreatie-eenheden ten opzichte van de huidige situatie. b. De onderzoeken zijn door een deskundigenbureau uitgevoerd volgens de wettelijke regels en bepalingen. De onderzoeksresultaten zijn door de gemeente gecontroleerd en akkoord bevonden. c. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Daarin is bepaald dat de kosten van de gehele planontwikkeling, de voorbereiding en de uitvoering daarvan, daaronder mede begrepen eventuele kosten voor planschade, door de initiatiefnemer worden gedragen. De initiatiefnemer is een solvabele partij, mede vanwege de grote, landelijk opererende investeerders die daarachter zitten, die over voldoende financiële draagkracht beschikt om de voorziene ontwikkeling uit te voeren. Op basis van een verrichte raming van de kosten en de financieringsopzet is gebleken dat sprake is van een sluitende exploitatie en dat er geen onvoorziene hoge kosten te verwachten zijn. Bovendien is mede op basis van de Ladderonderbouwing gebleken van een behoefte aan de planontwikkeling. De financiële uitvoerbaarheid van de planontwikkeling die het onderhavige bestemmingsplan mogelijk maakt, is daarmee afdoende is gewaarborgd. d.
Het college heeft op basis van het opgestelde einddocument ingestemd met de beoogde ontwikkeling van Duinrand West en Oost, mede op basis van alle aangeleverde onderzoeken en onderbouwingen. Dat laat onverlet dat voor Duinrand Oost een separate bestemmingsplanprocedure moet worden doorlopen. De vaststelling van het bestemmingsplan is een bevoegdheid van de raad. Het wijzigingsplan Duinrand West wordt door het college vastgesteld. De realisatie van Duinrand West kan volledig plaatsvinden zonder de doorgang van Duinrand Oost. e. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. Van de boomkikker is bekend dat deze voorkomt in het plangebied en de omgeving. In het plangebied komt geen voortplantingsbiotoop voor. Bovendien is in de omgeving voldoende geschikt leefgebied aanwezig.
De gunstige staat van instandhouding van de boomkikkerpopulatie is dan ook niet in het geding. Overigens is daarbij van belang dat de populatie boomkikkers op de Kop van Schouwen is ontstaan uit een aantal uitgezette buitenlandse boomkikkers. Deze populatie is dan ook niet inheems. Het gaat derhalve om een ondersoort die van nature niet in Nederland voorkomt en is uitgezet. Daarmee is het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. In het westelijk deelgebied komen geen kraamkolonies of dagverblijven van vleermuizen voor. Enkele bomen aan de rand van het terrein zijn van belang als baltsplaats voor ruige dwergvleermuizen. Deze bomen zullen worden behouden. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op de staat van instandhouding van de boomkikkers en vleermuizen. f. Tijdens de aanlegfase is rekening gehouden met een gefaseerde uitvoering van West en Oost. Dit is inclusief de realisatie van voorzieningen waaronder het zwembad. Doordat tijdens de aanlegfase het park niet gebruik wordt, komt de stikstofuitstoot afkomstig van de gebruiksfase – met inbegrip van verkeer – in de periode van de aanleg te vervallen. Hierdoor is ook tijdens de aanlegfase sprake van een afname van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie.
Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming) aangevraagd. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten heeft op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. g. In de Ladderonderbouwing is gemotiveerd dat de ontwikkeling door de realisatie van de kampeerhuisjes voorziet in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. In het, in verband met de Ladderonderbouwing uitgevoerde behoefteonderzoek zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken.
De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. De gemeente is geen partij in de privaatrechtelijke afspraken tussen eigenaar en huurders en kan geen uitspraken doen over opzegtermijnen.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-33 Reclamant 33 Zaaknr: 360235
Samenvatting 1. De herstructurering heeft financiële en sociale gevolgen. Het chalet is in waarde gedaald. De opgebouwde contacten zullen verwateren. 2. Er zijn in de afgelopen 20 jaar diverse luxueuze parken op Schouwen-Duiveland gerealiseerd. Dit zorgt ervoor dat recreëren voor ene groot deel van de bevolking onmogelijk wordt. De gemeente dient de balans te bewaken. 3. Het college dient verantwoordelijkheid te nemen en op te komen voor de belangen van de huurders. 4. Het college dient de initiatiefnemer te sommeren de huurders een alternatieve plek te bieden op een vergelijkbare locatie in de directe omgeving van Duinrand. De gemeente heeft hierbij een uitvoerende rol als het gaat om het vind van een alternatieve locatie. Een procedure welke eveneens gevolgd is richting een campingeigenaar van Hof van Saksen. Als deze optie uitblijft is financiële compensatie aan de orde. Beantwoording 1. Onderkend wordt dat de herinrichting van het terrein van Duinrand emotioneel belastend kan zijn voor de huidige huurders en gebruikers. De wijze waarop invulling aan de herinrichting wordt gegeven is echter primair aan de ondernemer. De gemeente toetst bestuursrechtelijk op basis van de geldende planologische kaders. Mogelijk geleden materiële en immateriële schade zijn geen onderdeel van de bestuursrechtelijke procedure. 2.
Gelet op het gemeentelijk beleid en de wijzigingsregels is het college gehouden de beoogde ontwikkeling in het publiekrechtelijke spoor te toetsen aan de daarvoor geldende toetsingskaders. Een van deze toetsingskaders betreft de Ladderonderbouwing. In de Ladderonderbouwing (bijlage 1 bij de toelichting van het wijzigingsplan) is onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte en inspeelt op de gewijzigde vraag naar verblijfsrecreatief aanbod. Daar komt bij dat het wijzigingsplan slechts de realisatie van 100 kampeerhuisjes mogelijk maakt. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. 3. De gemeente is gehouden de beoogde ontwikkeling in het publiekrechtelijke spoor te toetsen aan de daarvoor geldende toetsingskaders. Daarbij is van belang dat de herontwikkeling van Duinrand West past binnen het gemeentelijk beleid en aansluit op de Agenda Toerisme, waarin het thema Voortdurend vernieuwen een belangrijk beleidsuitgangspunt is. Het vasthouden aan de huidige accommodatie leidt niet tot een toekomstbestendig verblijfsrecreatief product, ook al waarderen de huidige eigenaren de kwaliteit van het terrein hoog. Dat kan duidelijk worden geïllustreerd door de dichtheid en oppervlakte van het aantal eenheden.
Voor die aspecten voldoet de bestaande situatie niet aan de actuele beleidsnormen en aan de actuele en toekomstige marktvraag. De beoogde ontwikkeling voorziet in de zich wijzigende marktvraag. Met de beoogde ontwikkeling wordt dan ook het algemeen belang gediend, van een verblijfsrecreatief aanbod dat aansluit bij de actuele marktvraag en van een economisch florerende recreatiesector. Verder is in het kader van de belangenafweging relevant dat de beoogde herontwikkeling op verschillende punten een verbetering betekent. Doordat het aantal eenheden afneemt en de eenheden niet meer met fossiele brandstoffen worden verwarmd, neemt de ruimtelijke kwaliteit op het park toe en nemen de verkeerstromen af, wat een positief effect heeft op de omgeving. Tot slot wordt de landschappelijke inpassing van het terrein verbeterd. Overigens is niet uit te sluiten dat de bestaande eigenaren van bijvoorbeeld een stacaravan in de nieuwe situatie een kampeerhuisje kopen. De initiatiefnemer zal voorts op grond van de Recron-voorwaarden een passende compensatie bieden aan de huidige huurders/gebruikers van de recreatieverblijven. Tegen deze achtergrond stemt het college – met inachtneming van alle relevante belangen – in met de beoogde ontwikkelingen is het voornemen het wijzigingsplan vast te stellen. 4.
De gemeente is geen partij in de privaatrechtelijke en financiële afspraken tussen eigenaar en huurders en kan geen uitspraken doen over het vinden van alternatieve locaties. Er is geen wettelijke grondslag waarop de gemeente de initiatiefnemer kan sommeren om bepaalde maatregelen te treffen in de richting van de huidige huurders/gebruikers van het kampeerterrein. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-34 Reclamant 34 Zaaknr: 360164 Samenvatting 1. Er in beschrijving van het van toepassing zijnde bestemmingsplan (Toelichting, hoofdstuk 3.1) wordt niet verwezen naar het bestemmingsplan Hogeweg van 21 september 1992. Het is onduidelijk of in het deelvlak RVk zoals benoemd in het bestemmingsplan van 21 september 1992 de kampeerhuisjes komen of worden er in dat deelvlak ook recreatiewoningen gerealiseerd? Dit in verband met mogelijk grotere geluidsoverlast van recreatiewoningen. 2. In tabel 1.1 van de toelichting is het bebouwd oppervlak onjuist weergegeven. Er wordt niet voldaan aan de 13% voor invulling van verblijfsrecreatie volgens de Agenda Toerisme. 3. Het landschapsplan is niet bijgevoegd. 4. Het is onduidelijk of de bestaande vegetatie ten tijde van de herinrichting wordt vervangen. 5. Het beheer en onderhoud van beplantingsstroken is niet opgenomen in het inrichtingsplan. 6.
In de m.e.r-beoordeling is het effect van de grondwaterverhoging in natte perioden op de directe omgeving en meer specifiek op de woonpercelen niet meegenomen. Elke verhoging van het grondwaterpeil is bezwaarlijk.
7.
Het is onduidelijk wanneer de landschappelijke transformatie wordt uitgevoerd. Is dit na het plaatsen van de kampeerhuisjes? 8. Het is onduidelijk wanneer de verbetering van de waterhuishouding plaatsvindt. Is hiervoor een termijn opgenomen? 9. In tabel 3.1 onder g staat dat de richtafstand een indicatieve afstand is. Dat is onjuist. Er moet worden uitgegaan van een afstand van 30 meter. Er wordt niet aan de afstand voldaan, maar er is niet voldoende onderbouwd waarom een kortere afstand toch verantwoord is. 10. Het is onduidelijk of het totaal bebouwd oppervlak getoetst is in tabel 3.1. 11. De conclusie in hoofdstuk 4.2 op basis van de toetsuitkomsten is niet volledig. Verder tekst- en inrichtingsaanpassingen van het wijzigingsplan lijken vereist om deze conclusie te kunnen trekken. 12. Het is onduidelijk of de camping wordt voorzien van een landschappelijke afscherming of hek. Vrije in- en uitgang naar aangrenzende publieke en privé terreinen (waaronder het Natura 2000-gebied) is niet toelaatbaar. Beantwoording 1. Het bestemmingsplan Hogeweg van 21 september 1992 is door de vaststelling van het bestemmingsplan e ‘Kop van Schouwen’ (en de ‘1 herziening Kop van Schouwen’) niet meer van toepassing. De kampeerhuisjes komen verspreid over het gehele park te liggen. De recreatiewoningen worden uitsluitend gerealiseerd in het daarvoor aangewezen aanduidingsvlak ‘recreatiewoning’.
Doordat sprake is van een afname van het aantal verblijfseenheden, ontstaat een verbetering van het akoestisch klimaat in de omgeving. 2. De opgenomen totaaloppervlakte betreft de toegestane maximum oppervlakte aan verblijfseenheden. Dit is exclusief de aanvullende voorzieningen. Dat komt overeen met de norm van 13%, die heeft ook betrekking op de oppervlakte van het aantal verblijfseenheden. 3. Het landschapsplan is als bijlage 1 van de regels opgenomen. Dit plan wordt overigens op een aantal punten verduidelijkt. Bovendien wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting gewaarborgd dat het landschapsplan ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd, voordat de nieuwe ontwikkeling in gebruik genomen kan worden. 4. De volledige inrichting wordt vervangen. In beginsel wordt ook alle vegetatie verwijderd, waarschijnlijk met uitzondering van een aantal bomen die ecologisch van belang zijn. 5. Beheer en onderhoud van de beplantingsstroken zijn opgenomen in het landschapsplan. 6. Uit het uitgevoerde hydrologisch onderzoek blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het waterbeheer en voor de grondwaterstanden in de omgeving. Het hydrologisch onderzoek is als bijlage bij de aanmeldnotitie ten behoeve van de vormvrije mer-beoordeling opgenomen. 7.
Nadat het terrein is ontruimd wordt als eerste het duinlandschap ingericht en de infrastructuur gerealiseerd, vervolgens worden de kampeerhuisjes geplaatst. 8. Het duinlandschap kan pas gerealiseerd worden na amovering van de huidige bebouwing en opstallen. Dan wordt ook de waterstructuur aangelegd. 9. De afstand van 30 meter is een richtafstand en daarmee indicatief: in het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimte voor een specifieke afweging. In de huidige situatie zijn verblijfseenheden dichter bij woningen van derden gelegen dan in de toekomstige situatie. Bovendien neemt het aantal in de toekomstige situatie af. Daarnaast wordt een aarden wal van 2 meter hoog gerealiseerd. Met het vergroten van de afstand, het verminderen van het aantal eenheden en de nieuwe inrichting ontstaat een verbetering van het akoestische klimaat ten opzichte van de bestaande situatie. Om die reden kan worden afgeweken van de richtafstand van 30 meter. De onderbouwing wordt op dit punt verduidelijkt. 10. Dit wijzigingsplan ziet uitsluitend op het mogelijk maken van 100 kampeerhuisjes. In tabel 3.1 is dan ook uitsluitend getoetst aan de oppervlakte van de 100 kampeerhuisjes. Aanvullend is ook de totale parkeerbehoefte en verkeersgeneratie voor het deelgebied West bepaald. 11.
Voor het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid, gericht op de realisatie van de 100 kampeerhuisjes, zijn de sectorale aspecten voldoende getoetst. 12. Het park wordt in de toekomstige situatie van de aangrenzende percelen afgeschermd door de landschappelijke inpassing en een omheining. Conclusie De toetsing aan de richtafstanden in de toelichting (Paragraaf 4.1 sub g. Milieu- omliggende functies) wordt aangevuld op de volgende onderdelen: benoemen van de landschappelijke inpassing met een wal van 2 meter, waardoor de akoestische situatie verbetert; verduidelijken van de conclusie dat hoewel niet voldaan wordt aan de richtafstanden toch sprake is van een goede ruimtelijke ordening omdat een verbetering optreedt ten opzichte van de bestaande akoestische situatie. ZI-35 Reclamant 35 Zaaknr: 360112 Samenvatting 1. Er is door de herinrichting sprake van financiële en emotionele schade doordat er lange tijd onduidelijkheid was over de plannen. 2. De stikstofberekening klopt niet. De realisatie zal extra uitstoot tot gevolg hebben. 3. Er worden op het terrein inheemse diersoorten waargenomen, die niet zitten te wachten op de (bouw)plannen.
4. 5. 6. 7. 8.
Het is onduidelijk hoe de plannen zich verhouden tot de Kustvisie. Het is onduidelijk of er wel vraag is naar weer een park in het duurdere segment. Het is onduidelijk of de middenstand gebaad is bij de plannen. Het aantal overnachtingen in caravans, campers en chalets neemt nog toe, onduidelijk is waarom het huidige concept achterhaald is. Onduidelijk is of Duinrand een nieuw “Teslapark” wordt.
Beantwoording 1. Onderkend wordt dat de herinrichting van het terrein van Duinrand emotioneel belastend kan zijn voor de huidige huurders en gebruikers. De gemeente toetst bestuursrechtelijk op basis van de geldende planologische kaders. De gemeente is geen partij in de privaatrechtelijke en financiële afspraken tussen eigenaar en huurders. 2. Doordat de nieuwe recreatieverblijven elektrisch worden verwarmd, ten opzichte van de gasgestookte huidige verblijven, en doordat de verkeersgeneratie afneemt ten opzichte van de huidige situatie, is sprake van afname van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase. Van een probleem vanwege de uitstoot van stikstof is dan ook geen sprake. 3. In de zomer en het najaar van 2020 is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde diersoorten. Dat onderzoek wordt in het voorjaar van 2021 voortgezet. Op basis van de beschikbare informatie komt de instandhouding van de voorkomende soorten door de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Voor zover verblijf- of rustplaatsen worden vernietigd, zal een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Verwacht wordt dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan in de weg staat. 4.
De Kustvisie is door de provincie vertaald in de Omgevingsverordening 2018 en door de gemeente in de Agenda Toerisme. In de toelichting op het wijzigingsplan wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan deze beleidsstukken. Conclusie is dat de ontwikkeling voldoet aan het geldende beleid dat daarin is vastgelegd. 5. In de Ladderonderbouwing is gemotiveerd dat de ontwikkeling door de realisatie van de kampeerhuisjes voorziet in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. In het, in verband met de Ladderonderbouwing uitgevoerde behoefteonderzoek zijn onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. 6.
Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ blijkt dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van de huidige stacaravans. Verhuur aan wisselende gasten zorgt dus voor een economische impuls in de regio. Er is dan ook geen sprake van een afname aan inkomsten in de detailhandel. Daarnaast zal door de vernieuwing van de verblijfsaccommodatie en de centrale bedrijfsmatige verhuur de bezettingsgraad jaarrond toenemen. 7. Zie beantwoording onder punt 5. Opgemerkt wordt nog dat met het mogelijk maken van de 100 kampeerhuisjes wordt voorzien in nieuw en actueel aanbod in het middensegment. 8. Onduidelijk is wat met Teslapark bedoeld wordt. De verblijfseenheden worden gasloos verwarmd. Voor motorvoertuigen geldt geen beperking. Zowel personenauto’s met een verbrandingsmotor als elektrische auto’s zijn welkom. Als gevolg van de ontwikkelingen in het autopark zal het aandeel elektrisch aangedreven auto’s op termijn toenemen. Op het park zal worden voorzien in voldoende oplaadmogelijkheden voor elektrische auto’s. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-36 Reclamant 36 Zaaknr: 359914 Samenvatting 1. Er zijn in de recreatiewoningen diverse investeringen gedaan door de woningen te verduurzamen.
De mogelijkheden voor verdere verduurzaming van het park is niet besproken met de eigenaren van de huidige accommodaties. 2. Er wordt door de realisatie van een groot luxe park enorme schade aangebracht aan de natuur rondom het park. 3. De realisatie zorgt voor een toename van de stikstofuitstoot. De stikstofberekening is niet correct uitgevoerd. 4. Met de realisatie van het plan komt er weer een groot luxe park met huizen, hiervan zijn er al velen. De verwachte vraagprijs is voor veel mensen, kopers en huurders, niet op te brengen. Nu wordt er een breder publiek aangetrokken. 5. De huidige huurders/kopers dragen bij aan het inkomen van lokale ondernemers. Onduidelijk is wat de nieuwe plannen gaan betekenen voor de middenstand. 6. De huidige eigenaar heeft geld verdiend ten koste van de nieuwe bewoners.
7. 8.
Een minimale opzegtermijn van 5 jaar is niet meer dan redelijk in plaats van de termijn van één jaar die nu wordt gehanteerd. Het is niet meer dan redelijk dat er een billijke vergoeding wordt uitgekeerd aan de eigenaren van de vakantiehuisjes aangezien zij hun volledige investering kwijt raken.
Beantwoording 1. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren. Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. 2. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatief effect heeft op het gebied van de soortenbescherming en de gebiedsbescherming. Integendeel, het natuurlijke karakter van de inrichting van het terrein neemt toe en de stikstofdepositie op gevoelige en overbelaste gebieden in de omgeving neemt af. 3. Doordat de nieuwe recreatieverblijven elektrisch worden verwarmd, ten opzichte van de gasgestookte huidige verblijven, en doordat de verkeersgeneratie afneemt ten opzichte van de huidige situatie, is sprake van afname van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase.
Van een probleem vanwege de uitstoot van stikstof is dan ook geen sprake. 4. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. 5. Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ blijkt dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van de huidige stacaravans. Verhuur aan wisselende gasten zorgt dus voor een economische impuls in de regio. Er is dan ook geen sprake van een afname aan inkomsten in de detailhandel. Daarnaast zal door de vernieuwing van de verblijfsaccommodatie en de centrale bedrijfsmatige verhuur de bezettingsgraad jaarrond toenemen. 6. Privaatrechtelijke verhoudingen tussen een terreinbeheerder en huurders kunnen geen onderwerp zijn van de publiekrechtelijke planologische procedure. 7. De gemeente is geen partij in de privaatrechtelijke afspraken tussen eigenaar en huurders en kan geen uitspraken doen over opzegtermijnen. 8. De huidige gebruikers/huurders zullen door de initiatiefnemer worden gecompenseerd volgens de gehanteerde en toepasselijke Recron-voorwaarden.
Enkele gebruikers/huurders hebben van deze compensatieregeling ook al gebruik gemaakt Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-37 Reclamant 37 Zaaknr: 359905 Samenvatting 1. Het is onduidelijk wat er gaat veranderen voor de lokale winkeliers en horeca als er op het terrein winkels en horeca komt. 2. Het is onduidelijk wat er gebouwd gaat worden en waarvoor een wijzigingsbevoegdheid nodig is en waarvoor niet. 3. De behoefte naar de ontwikkeling is onduidelijk. 4. Het is onduidelijk waarom de initiatiefnemer geen contact heeft opgenomen met de huisjes-eigenaren van Duinrand West over de mogelijkheden om te verduurzamen. 5. Er is onduidelijkheid over de taxatie van de vakantiehuisjes. Het is onduidelijk waarom taxatie nodig is, omdat de eigenaar ingestemd heeft met de verkoop van caravans, chalets en huisjes en dus op de hoogte is van de prijzen. 6. Het is onduidelijk of een eigenaar toestemming mag geven voor verbouwing en verkoop van objecten op het moment dat er al nieuwe plannen zijn. 7. Plannen en acties mogen pas serieus worden genomen op het moment dat ze de “schoonheidsprijs” verdienen. 8. Onduidelijk is wat er met de plannen voor het totale terrein (Duinrand Oost en West) gebeurd, als blijkt dat de invulling van Duinrand Oost op problemen stuit. Een deel van het terrein Duinrand Oost is in eigendom van huisjeseigenaren.
Dan zijn de huisjes op Duinrand West voor niets weggehaald. 9. Onduidelijk is of het plan gerealiseerd mag worden naar Natura 2000, ook in verband met de CO2 uitstoot. Kan de CO2 uitstoot niet veel beter gebruikt worden voor de bouw van huizen van eigen inwoners? 10. De aanschaf van een bungalow is weggelegd voor mensen met een dikke portemonnee. Er is sprake van discriminatie. Beantwoording 1. Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ blijkt dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van de huidige
stacaravans. Verhuur aan wisselende gasten zorgt dus voor een economische impuls in de regio. Er is dan ook geen sprake van een afname aan inkomsten in de detailhandel. 2. Het wijzigingsplan ziet uitsluitend op het mogelijk maken van 100 kampeerhuisjes. De overige activiteiten zijn op basis van het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan. 3. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. Verder zijn in het, in verband met de Ladderonderbouwing uitgevoerde, behoefteonderzoek onder meer cijfers van het kenniscentrum Kusttoerisme toegepast. Hieruit blijkt dat de vraag naar huisjesparken toeneemt ten opzichte van de vraag naar kampeerterreinen. Hoewel hier geen verschil wordt gemaakt tussen chalets, kampeerhuisjes en recreatiewoningen blijkt dat de vraag naar luxe toeneemt. Het Trendrapport Toerisme 2019 geeft een duidelijke behoefte aan meer kwaliteit aan. Een stacaravan voldoet steeds minder aan de vraag van de hedendaagse toerist. Deze heeft de voorkeur voor een recreatiewoning voorzien van alle gemakken. De nieuwe ontwikkeling voorziet daarmee, blijkens de verrichte onderzoeken in een behoefte. 4.
De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Het verduurzamen van voorzieningen is slechts één aspect van de daarmee beoogde kwaliteitsverbetering van het totale terrein en daarmee onvoldoende om de beoogde verbetering te realiseren. Als slechts de bestaande huisjes en chalets zouden worden verduurzaamd, wordt niet de gewenste eenheid en samenhang bereikt. Dat geldt ook voor de openheid en ruimte – mede door terugdringing van het aantal recreatieverblijven – die in het nieuwe concept gerealiseerd wordt. 5. De taxatie van de huisjes is inmiddels uitgevoerd. Dat is gedaan om een actueel en objectief beeld te hebben van de waarde van de recreatiewoningen. 6. Dit aspect is niet planologisch relevant, maar onderwerp van de afspraken tussen exploitant en huurders. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Recron-voorwaarden. 7. De gemeente is gehouden initiatieven te toetsen aan de daarvoor geldende planologische kaders en heeft dat gedaan. Het plan voldoet aan de wijzigingsvoorwaarden en uitgangspunten van beleid en wetgeving. Om die reden is het college dan ook voornemens medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. 8. Vanwege het tussen gelegen park Wielewaal Recreatie is sprake van een fysieke scheiding tussen Duinrand Oost en West.
Op basis van het geldende bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling van Duinrand West vrijwel geheel mogelijk binnen het geldende planologische regiem, op het realiseren van 100 kampeerhuisjes na. De ontwikkeling van Duinrand Oost past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Vandaar dat gekozen is voor twee planologische procedures. De realisatie van Duinrand West kan volledig plaatsvinden zonder de doorgang van Duinrand Oost. 9. Aangenomen wordt dat de stikstofuitstoot wordt bedoeld. Omdat gebruik wordt gemaakt van interne saldering (waarbij de toekomstige stikstofdepositie wordt gesaldeerd met de bestaande stikstofdepositie), is op basis van de provinciale beleidsregels intern en extern salderen een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming aangevraagd. De lopende aanvraag voor een natuurvergunning is op 30 oktober 2020 gewijzigd ingediend. Gedeputeerde Staten heeft op 19 november 2020 het ontwerpbesluit genomen en is voornemens de vergunning te verlenen. Het ontwerpbesluit ligt vanaf 25 november 6 weken ter inzage. 10. De recreatiewoningen en kampeerhuisjes zullen recreatief worden verhuurd voor marktconforme prijzen. Er is veel vraag naar dergelijke accommodatie, hetgeen onder meer is vastgesteld in het kader van de verrichte Ladderonderbouwing, met het daarvan onderdeel uitmakende behoefteonderzoek.
Overigens voorziet het wijzigingsplan in de realisatie van 100 kampeerhuisjes. Zoals ook gemotiveerd in de Ladderonderbouwing voorzien de kampeerhuisjes in nieuw aanbod in het middensegment. Het wijzigingsplan voorziet dus in het realiseren van nieuw aanbod in dit marktsegment. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-38 Reclamant 38 Zaaknr: 359848 Samenvatting 1. De herstructurering zal een negatief effect hebben op het aanliggende Natura 2000-gebied. 2. Veel gasten moeten Duinrand verlaten. Op andere recreatieterreinen is geen ruimte dan wel wordt de plaatsing geweigerd omdat alleen nieuwe chalets geplaats mogen worden. Hierdoor is verplaatsing voor veel gasten financieel niet haalbaar. 3. Er is door gasten de laatste jaren veel geld geïnvesteerd in hun chalet, waardoor hoge kosten zijn gemaakt die nu niet terugverdiend kunnen worden. Het is alleen maar verlies. Door de coronapandemie moeten we rekening houden dat er weinig verhuurd gaat worden de komende jaren. 4. De vereniging Duinrand Samen Sterk moet via het rechter financiële compensatie afdwingen. 5. Als de gemeenteraad instemt met het herstructureringsplan mengt de politiek zich wel in de privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gasten van de recreatieverblijven. 6.
Het alternatief is dat initiatiefnemer alle vrijgekomen plaatsen opnieuw met chalets invult en de in 2015/2016 stilgelegde verbetering van de infrastructuur voorzet. Veel gasten zijn bereid met verbeteringsvoorstellen in te stemmen. 7. In oktober 2018 werd in DuinNieuws aangegeven dat er verschillende scenario’s onderzocht werden en dat de uitkomst ook nog kan zijn dat er niets verandert.
8.
Het is de vraag of de gevolgen van de coronapandemie ervoor zorgen dat toestemming voor het herstructureringsproject mogelijk is.
Beantwoording 1. In de natuurtoets, die als bijlage bij de vormvrije mer-beoordeling ook als bijlage bij het wijzigingsplan is gevoegd, zijn alle mogelijke effecten van de beoogde ontwikkeling op het Natura-2000-gebied getoetst. Daaruit blijkt dat geen sprake is van significant negatieve effecten. Doordat sprake is van een substantiële afname van het aantal eenheden (en daarmee van het aantal verkeersbewegingen) en de recreatieverblijven elektrisch worden verwarmd, nemen de mogelijke effecten op Natura 2000 ook af. 2. In dit wijzigingsplan wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening een planologische afweging gemaakt over de realisatie van 100 kampeerhuisjes op Duinrand West. De gemeente is geen partij in privaatrechtelijke overeenkomsten tussen eigenaren en huurders. In het privaatrechtelijke spoor zal de initiatiefnemer op grond van de Recron-voorwaarden een passende compensatie bieden aan de huidige huurders/gebruikers van de recreatieverblijven. 3. De gemeente toetst bestuursrechtelijk op basis van de geldende planologische kaders. Mogelijk geleden materiële en immateriële schade is geen onderdeel van de bestuursrechtelijke procedure. De gemeente maakt een bestuursrechtelijke afweging op basis van de geldende planologische kaders. Het compenseren van recente investeringen is onderdeel van het privaatrechtelijke spoor.
Onder toepassing van de Recronvoorwaarden zal bepaald worden in hoeverre financiële compensatie moet worden toegepast. De ervaringen van 2020 laten zien dat de bezettingsgraad niet hoeft te lijden onder de coronapandemie. 4. De initiatiefnemer zal op grond van de Recron-voorwaarden een passende compensatie bieden aan de huidige huurders/gebruikers van de recreatieverblijven. Sommige gebruikers hebben van die compensatieregeling reeds gebruik gemaakt. Daarmee zijn die belangen van de huidige gebruikers voldoende verzekerd en bestaat geen grond voor het oordeel dat bij het wijzigingsplan onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. 5. De beoogde herinrichting van het terrein kan nagenoeg volledig rechtstreeks binnen het geldende bestemmingsplan worden gerealiseerd, zonder nader besluit van de gemeente. Het wijzigingsplan ziet uitsluitend op de realisatie van kampeerhuisjes op 100 permanente standplaatsen en het verkleinen van het aantal permanente standplaatsen. De planologische besluitvorming over het wijzigingsplan staat los van de privaatrechtelijke overeenkomst en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan. De afhandeling daarvan is aan de ondernemer. 6. Met het vervangen van de bestaande opstallen door chalets wordt geen recht gedaan aan de gewenste kwaliteitsverbetering van het terrein.
De beoogde afname van het aantal eenheden is een wezenlijk element in de kwaliteitsverbetering. Het is overigens aan de ondernemer om de wijze waarop de kwaliteitsverbetering ingevuld wordt en de ontwikkelstrategie te bepalen. Deze ontwikkeling voldoet aan de wijzigingsregels en beleidskader, zowel van de provincie als van de gemeente. 7. De wijze waarop de herontwikkeling van Duinrand plaatsvindt is een keuze van initiatiefnemer. Daarbij is gekozen voor een totale samenhangende herinrichting en upgrading van het terrein. Ook is de gemeente geen partij in de communicatie van de initiatiefnemer over de beoogde ontwikkeling. Zoals aangegeven is de gemeente gehouden te toetsen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De communicatie door de ontwikkelaar kan daarin geen toetsingscriterium zijn. 8. Niet duidelijk is waarom door de coronapandemie geen toestemming mogelijk zou zijn aan de beoogde ontwikkeling. Het gemeentebestuur maakt een afweging in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Op basis van de ervaringen in 2020 in de verblijfsrecreatieve sector, is er geen reden om aan te nemen dat de coronapandemie negatieve effecten heeft op de vraag uit de markt en de verhuurbaarheid. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-39 Reclamant 39 Zaaknr: 359845 Samenvatting 1. Er is niet gekeken naar het bredere plaatje.
De gevolgen voor de huidige huurders/eigenaren zijn niet meegenomen. 2. Het plan leidt tot roofbouw van een natuurlijk gebied, helpt een historische dorpskern om zeep en de lokale middenstand wordt niet ondersteund. Beantwoording 1. Voor het onderhavige wijzigingsplan dient de gemeente te toetsen of de realisatie van de 100 kampeerhuisjes mogelijk is op basis van de wijzigingsregels uit het bestemmingsplan Kop van Schouwen. De raad heeft met de vaststelling van het bestemmingsplan deze ontwikkeling mogelijk gemaakt door een door het college toe te passen wijzigingsbevoegdheid op te nemen. Op grond daarvan dient medewerking te worden verleend aan de ontwikkeling. 2. Door middel van de natuurtoets is aangetoond dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de natuurgebieden in de omgeving. Er is veeleer sprake van een positief effect, met name vanwege de afname van het aantal recreatie-eenheden ten opzichte van de huidige situatie. Niet ingezien wordt dat de beoogde ontwikkeling een historische dorpskern ‘om zeep helpt’. Uit onder andere het onderzoek ‘Dag- en verblijfsrecreatie in Nederland’ blijkt dat de besteding per dag van huurders van kampeerhuisjes en recreatiewoningen groter is dan van vaste gebruikers van de huidige stacaravans. Verhuur aan wisselende
gasten zorgt dus voor een economische impuls in de regio. Er is dan ook geen sprake van een afname aan inkomsten in de detailhandel. Daarnaast zal door de vernieuwing van de verblijfsaccommodatie en de centrale bedrijfsmatige verhuur de bezettingsgraad jaarrond toenemen. Er is dan ook geen sprake van een negatieve invloed op een historische dorpskern. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het wijzigingsplan. ZI-40 Reclamant 40 Zaaknr: 359827 Samenvatting 1. Zowel eigenaren/beleggers als huurders zullen door het gebrek aan persoonlijk commitment aan de omgeving en het gebrek aan commitment aan een huisje of bungalow (denk aan plegen van onderhoud, renovaties, tuinonderhoud etc. etc.) nooit eenzelfde band met Schouwen-Duiveland kunnen ontwikkelen. 2. Initiatiefnemer is op geen enkele wijze het overleg aangegaan met eigenaren van de zomerhuisjes op Duinrand West. Deze 48 zomerhuisjes kunnen als afzonderlijk deel van het park blijven bestaan. Het college had initiatiefnemer met voorstellen moeten laten komen waarin deze zomerhuisjes ingepast worden in de herstructurering. 3. Niet duurzaamheid is het speerpunt van de plannen, maar het park is niet langer rendabel. 4. De opzegtermijn van één jaar is onethisch en onverantwoord.
De Recron-voorwaarden zijn door initiatiefnemer voor het eerst opgenomen op de jaarfactuur van 2018, er is nooit formeel ingestemd met de Recron-voorwaarden. Tot 2018 waren alleen de (park)voorwaarden van Duinrand van toepassing. Er moet een minimale opzegtermijn van 5 jaar worden gehanteerd. Een overheid kan naast het strak hanteren van (beleids-)regels en –uitgangspunten, ook maatschappelijke, sociale en ethische regels en uitgangspunten hanteren. 5. Alles lijkt er op dat geen redelijke en billijke schadevergoeding door initiatiefnemer zal worden uitgekeerd. Het verlies ligt voor het grootste deel bij de eigenaar van een huisje, zelfs als hij het huisje recent heeft gekocht. Dit is onacceptabel, onethisch, onverantwoord en asociaal. Er is sprake van een collectieve kapitaalvernietiging van 2,16 miljoen tot 2,88 miljoen euro. 6. De duurzaamheidsaspecten van het plan zijn onduidelijk a. Onduidelijk is op welke wijze de gebouwen gasloos verwarmd zullen gaan worden. b. Onduidelijk is er gebeurd als inkoop van duurzame stroom niet mogelijk is. c. Het is onduidelijk in hoeverre de woningen inderdaad worden voorzien van sedumdaken. d. Het is onduidelijk wat de relatie is tussen een duurzame exploitatie en het toestaan van huisdieren. e. Het effect van het verwarmde binnenzwembad en de privé sauna’s op de duurzaamheid van de plannen is onduidelijk. f.