CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1703140 Bijlage 1 Onderbouwing fysieke leefomgeving

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning nieuwbouw hotel aan de Hogezoom 169 Renesse (1703140)17.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sweco | Onderbouwing Fysieke Leefomgeving Hotel Hogezoom, Renesse Projectnummer 51036120 Datum 06-05-2026

Versie Definitief

Documentreferentie 51036120_OFL01_D02 Hotel Hogezoom 169, Renesse

25/34

Het initiatief betreft de realisatie van een hotel op een locatie waar momenteel een horecabedrijf is gevestigd en toegestaan. Bij de beoordeling van het aspect geluid is van belang om te beoordelen of er sprake is van een functiewijziging waarbij de nieuwe functie planologisch en milieu hygiënisch vergelijkbaar is met het bestaande gebruik. De voormalige horecafunctie ging gepaard met geluidbronnen zoals stemgeluid van bezoekers, mogelijke achtergrondmuziek, avond- en nachtelijke activiteiten en verkeersbewegingen van gasten en leveranciers. Een hotel kent eveneens verkeersbewegingen en technische installaties, maar het gebruik is overwegend gericht op rust en verblijf. Daarmee is het hotel aan te merken als een minder geluidsintensieve functie dan de voormalige horecagelegenheid en zal de situatie voor de omgeving verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Van een toename van de geluidemissie naar de omgeving is dan ook geen sprake. Daarnaast is aan de kant van de Hogezoom reeds een hotelfunctie met terras toegestaan en ziet het hier niet op het mogelijk maken van een geluidgevoeligere functie. Een hotel is conform artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving geen geluidgevoelig gebouw. Er is daardoor sprake van een aanvaardbare akoestische situatie. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek kan achterwege blijven.

Conclusie Het aspect geluid staat het verlenen van de omgevingsvergunning niet in de weg.

4.5.3

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Dit in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De doelstelling van omgevingsveiligheid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Omgevingsveiligheid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. De instructieregels van paragraaf 5.1.2 zijn erop gericht gebouwen en locaties te beschermen waar personen gedurende een periode verblijven. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig.

Het plangebied ligt wel, net als het overgrote deel van Zeeland en omgeving, binnen de invloedgebieden van de kerncentrales Borssele en Doel, specifiek binnen de zone ‘jodiumprofylaxe tot 18 jaar en zwangere vrouwen’. Hiervoor geldt de maatregel ‘schuilen’ en ‘het nemen van jodiumprofylaxe’.

Sweco | Onderbouwing Fysieke Leefomgeving Hotel Hogezoom, Renesse Projectnummer 51036120 Datum 06-05-2026

Versie Definitief

Documentreferentie 51036120_OFL01_D02 Hotel Hogezoom 169, Renesse

26/34

Afbeelding 9 Uitsnede kaart omgevingsveiligheid (bron: Atlas leefomgeving, bewerking: Sweco)

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid staat het verlenen van de omgevingsvergunning niet in de weg.

4.5.4

Luchtkwaliteit

Bij het toelaten van activiteiten moeten, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, de gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld. Als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10 is geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarde wordt voldaan. Er is sprake van een 'niet in betekenende mate bijdrage’ wanneer de toename van de concentratie NO2 en PM10 in de buitenlucht niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2. Daarnaast is een aantal categorieën aangewezen die in elk geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Bij activiteiten en werken die binnen deze categorieën vallen hoeft verder niet door middel van berekeningen of op een andere manier aangetoond te worden dat de toename van de concentraties niet de van toepassing zijnde grens voor NIBM overschrijdt. Renesse is niet gelegen in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit dient buiten aandachtsgebieden alleen beoordeeld te worden bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of als het omgevingsplan iets regelt over een wegtunnel of de aanleg van een autoweg of autosnelweg. Daarvan is in dit geval geen sprake. Onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig.

Sweco | Onderbouwing Fysieke Leefomgeving Hotel Hogezoom, Renesse Projectnummer 51036120 Datum 06-05-2026

Versie Definitief

Documentreferentie 51036120_OFL01_D02 Hotel Hogezoom 169, Renesse

27/34

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

4.5.5

Milieueffectrapportage

De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Bij de ontwikkeling van een hotel moet beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen als bedoeld in kolom 1 onder J11 uit bijlage V Omgevingsbesluit geldt een mer-beoordelingsplicht waarbij een zogenaamde ‘mededeling’ van het voornemen voor de planontwikkeling moet worden gedaan (voorheen de aanmeldnotitie). Er moet conform beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Deze motivering wordt gezien als de mededeling. Daarbij moet worden ingegaan op de in bijlage III van de Europese richtlijnen opgenomen criteria. In deze onderbouwing is reeds op deze criteria ingegaan. Aangegeven is wat de potentiële milieueffecten zijn (zie paragraaf 4.1 t/m 4.5).

De beoordeling van mogelijke milieueffecten is afhankelijk van onder meer de aard, omvang en locatie van het project, evenals van cumulatie met andere plannen of activiteiten in de omgeving. In dit geval betreft het de realisatie van een hotel met 37 hotelkamers op een bestaande horecalocatie. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Conclusie Het opstellen van een milieueffectrapport is niet benodigd.

Sweco | Onderbouwing Fysieke Leefomgeving Hotel Hogezoom, Renesse Projectnummer 51036120 Datum 06-05-2026

Versie Definitief

Documentreferentie 51036120_OFL01_D02 Hotel Hogezoom 169, Renesse

28/34

5

Conclusie

5.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verkrijgen, moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aanvaardbaar wordt geacht, volgens artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Daarnaast moet ook voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk (artikel 8.0b Bkl). In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het geldende beleid en zijn de relevante milieuen omgevingsaspecten beschouwd. Hieronder is aangegeven of aan een aspect voldaan wordt, niet wordt voldaan of onder voorwaarden kan worden voldaan. Kan aan aspect worden voldaan Kan onder voorwaarden worden voldaan Kan niet aan aspect worden voldaan

V ~ X

Ondergrond en cultuurhistorie Archeologie Bodemkwaliteit Niet Gesprongen Conventionele Explosieven Cultuurhistorische waarden

V ~ V V

Natuur en water Weging van het waterbelang Soortenbescherming Gebiedsbescherming

V ~ V

Mobiliteit en bereikbaarheid

V

Duurzaamheid Duurzame energie Circulaire economie Duurzame mobiliteit

V V V

Gezonde leefomgeving Milieuzonering Geluid Omgevingsveiligheid Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage

V V V V V

5.2

Belangenafweging

Uit bovenstaande tabel blijkt dat aan alle omgevingsaspecten (onder voorwaarden) kan worden voldaan. Uit het bodemonderzoek moet blijken wat de bodemkwaliteit is, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van dit onderzoek. Indien voorafgaand aan de sloop van het pand inzichtelijk is gebracht of hier beschermde vleermuizen aanwezig zijn en hier, indien van toepassing, de benodigde stappen voor worden doorlopen, is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling wordt aanvaardbaar geacht ten aanzien van de leefomgeving.

Sweco | Onderbouwing Fysieke Leefomgeving Hotel Hogezoom, Renesse Projectnummer 51036120 Datum 06-05-2026

Versie Definitief

Documentreferentie 51036120_OFL01_D02 Hotel Hogezoom 169, Renesse

29/34

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Het verlenen van een omgevingsvergunning met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is gericht op uitvoering van een project. Om te waarborgen dat het project ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd moet aangetoond worden dat het ook financieel uitvoerbaar is. Zo wordt voorkomen dat vergunningen worden verleend die uiteindelijk niet uitgevoerd kunnen worden. Er is sprake van een ontwikkeling welke volledig op initiatief en voor eigen rekening van de grondeigenaar (tevens initiatiefnemer) plaatsvindt. De te verhalen kosten voor de gemeente betreffen eventuele nadeelcompensatie en proceskosten. Ten aanzien van deze aspecten is het mogelijk een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten tussen de gemeente en de initiatiefnemer zodat er geen publiekrechtelijk kostenverhaal in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig is. Deze overeenkomst zal voor het verlenen van de omgevingsvergunning worden gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Participatie

Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Een initiatiefnemer moet bij het aanvragen van een omgevingsvergunning aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. De gemeenteraad kan echter gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Op woensdag 25 april 2026 heeft een participatiebijeenkomst plaatsgevonden. Het plan is hierbij gepresenteerd aan de omgeving, waarbij overwegend positieve reacties ontvangen zijn. Het participatieverslag is opgenomen in bijlage 4.

Sweco | Onderbouwing Fysieke Leefomgeving Hotel Hogezoom, Renesse Projectnummer 51036120 Datum 06-05-2026

Versie Definitief

Documentreferentie 51036120_OFL01_D02 Hotel Hogezoom 169, Renesse

30/34

Bijlage 1: Quickscan flora en fauna

● Bodemonderzoek ● Asbestonderzoek ● Ecologisch onderzoek ● Saneringen ● Milieutechniek ●

Datum: Onderwerp: Ons projectnummer: Uw kenmerk: Locatie:

25 september 2024 ecologische QuickScan P2400482

Hopman en Peters B.V. Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01 Hotel Hogezoom B.V.i.o

Dhr. J. Beekman Bleekveld 21 4461 DD Goes

Hogezoom 169 Renesse

Geachte heer Beekman, Hierbij ontvangt u de rapportage van het door ons bureau uitgevoerde ecologische QuickScan op de locatie aan Hogezoom 169 Renesse. INLEIDING Door Hotel Hogezoom B.V.i.o is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het uitvoeren van een ecologische QuickScan aan Hogezoom 169 Renesse. Aanleiding In verband met de voorgenomen werkzaamheden dient in het kader van de omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een ecologische QuickScan te worden uitgevoerd. Achtergrond Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de (mogelijke) effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: EHS)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie (bevoegd gezag). Doelstelling Deze briefrapportage geeft een eerste inschatting van (mogelijke) effecten op gebieden en op (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna zijn.

Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid van beschermde flora en fauna niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de ecologische quickscan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in en in de directe omgeving van het plangebied. De quickscan betreft geen gerichte inventarisatie naar soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: ➢ Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? ➢ Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? ➢ Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) in? ➢ Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? ➢ Is nader onderzoek noodzakelijk?

➢ Is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist? WERKWIJZE De werkwijze is op te delen in een bureauonderzoek en een veldbezoek. Hierbij is het volgende stappenplan uitgevoerd: ➢ De ligging van het plangebied is opgezocht. ➢ M.b.v. bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in het plangebied, en in de directe omgeving daarvan, recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse verspreidingsatlassen, NDFF en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s). ➢ Op 23-9-2024 is het plangebied bezocht door M. (Maurice) Berkhof. Tijdens het veldbezoek is het plangebied, en de directe omgeving daarvan, geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitatten. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker, fotocamera en mobiel met NDFF-invoerportaal. ➢ Op basis van het bureauonderzoek en veldbezoek is het plangebied beoordeeld op de (mogelijke) aan- of afwezigheid van beschermde flora en fauna. Op grond van de voorgenomen ingreep is bepaald: ➢ Welke negatieve effecten te verwachten zijn op de (potentieel) aanwezig beschermde natuurwaarden. ➢ Of negatieve effecten op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nader onderzoek noodzakelijk is. ➢ Of ontheffing en/of vergunning aangevraagd dient te worden.

PLANGEBIED Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Renesse, sectie A, perceel 988. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 1139m2, zie figuur 1.

Figuur 1 weergave perceel en directe omgeving

2 Hogezoom 169 Renesse 25 september 2024

Beschrijving plangebied Het plangebied omvat een café met een loods aan de achterzijde. Dit plangebied is gelegen in het centrum van Renesse. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich de Vroonplas. BUREAUONDERZOEK Met behulp van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een inschatting gemaakt van beschermde soorten die (mogelijk) aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. Voor zover bekend zijn andere bronnen afwezig. Tijdens de QuickScan dient beoordeeld worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn binnen het plangebied. RESULTATEN ECOLOGISCHE QUICKSCAN Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Kop van schouwen’. Dit Natura 2000-gebied ligt op ca. 500 m afstand ten noorden van het plangebied.

Figuur 2 weergave beschermd Natura 2000-gebied

3 Hogezoom 169 Renesse 25 september 2024

Beschermd NNN-gebied ligt op ca. 300 m afstand van het plangebied vandaan.

Figuur 3 weergave beschermd NNN-gebied

Beschermde soorten De resultaten van het bureauonderzoek en veldbezoek worden onderstaand per groep toegelicht. Per soortgroep is aangegeven welke beschermde soorten en functies mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan. Bespreking per soortgroep Tijdens het veldbezoek is gelet of het plangebied (potentiële) verblijfs- en/of foerageermogelijkheden kan bieden voor bovengenoemde soorten. Daarnaast is het direct omliggende gebied ook meegenomen in de beoordeling. De resultaten worden kort per soortgroep beschreven. Vaatplanten In het plangebied zijn verschillende soorten vaatplanten te verwachten volgens de NDFF. De volgende vaatplanten zijn de bokkenorchis, glad biggenkruid, groenknolorchis, grote leeuwenklauw, muurbloem en de bergnachtorchis. Echter zullen de werkzaamheden alleen invloed hebben op bebouwde gebouwen dus zullen de desbetreffende vaatplanten niet negatief beïnvloed worden. Broedvogels Wat betreft de gebouwbewonende broedvogels, betreffen de gebruikelijke soorten over het algemeen de huismus en de gierzwaluw. De nestlocaties van deze soorten zijn jaarrond beschermd, meestal gelegen onder dakpannen of in andere openingen en kieren van gebouwen.

4 Hogezoom 169 Renesse 25 september 2024

Vleermuizen Gebouwbewonende vleermuizen maken gebruik van openingen, zoals stootvoegen, om toe te treden tot een spouwmuur. Ook kunnen ze, bijvoorbeeld via kantpannen, toetreden tussen het dakbeschot en de dakpannen om daar te verblijven. De vleermuizen die volgens de NDFF rond het plangebied te verwachten zijn de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grote/kleine dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis. De dakpannen hebben geen openingen waar enige vleermuizen in- of uit kunnen vliegen, echter zijn er wel spleten te vinden tussen het dakbeschot en de muur. Hier zouden eventuele vleermuizen te verwachten zijn. Ook zijn er holtes gevonden in het gebouw waar eventuele vleermuizen toegang kunnen hebben tot het gebouw. Er zal een naderonderzoek moeten komen om uit te sluiten of er eventuele vleermuizen zich in het gebouw bevinden. Overige zoogdieren De overige zoogdieren die zich mogelijk rond het plangebied voorkomen zijn de bunzing, damhert, egel, haas, hermelijn, noordse woelmuis, ree en de wezel. Echter bevindt het onderzoeksgebied zich in het centrum van het dorp. Wat betekent dat er geen zoogdieren zich bevinden in en rond het onderzoeksgebied door gebrek aan essentieel leefgebied. De werkzaamheden zullen dan ook geen negatief effect hebben op de overige zoogdieren. Vissen De werkzaamheden hebben geen effecten op water.

De werkzaamheden zullen dan ook geen negatieve effecten hebben op de vissen. Amfibieën en reptielen De amfibieën en reptielen die in en rond het plangebied te verwachten zijn de boomkikker, groene kikker, alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, rugstreeppad, heikikker, kamsalamander en de kleine watersalamander. Aangezien deze soorten watergebieden nodig heeft om zichzelf voort te planten is he uit te sluiten dat de werkzaamheden negatieve effecten zullen hebben op de desbetreffende soorten door gebrek aan watergebieden in het onderzoeksgebied. Ongewervelden De werkzaamheden zullen zich richten tot alleen bebouwing. De werkzaamheden zullen daarom geen negatieve effecten hebben op de ongewervelden. TOETSING EN EFFECTBEOORDELING Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het beschermde gebied dat het dichtst bij het plangebied ligt is: ‘Kop van Schouwen’. Er zijn wel menselijke invloeden aanwezig in de vorm van woonwijken, agrarisch gebied en wegen tussen het plangebied en de beschermde gebieden. Hierdoor zijn negatieve effecten op de beschermde gebieden zoals geluids- en visuele verstoringen t.g.v. de werkzaamheden wel uit te sluiten. Overtreding van de Omgevingswet t.a.v. Natura 2000 en NNN is niet aan de orde. Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde vogelsoorten waargenomen of te verwachten.

Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) art. 11.37 (1,2,3,4)*. *

1=opzettelijk vogels doden of vangen 2=opzettelijk nesten, rustplaatsen, eieren vernielen/beschadigen/wegnemen 3=eieren rapen 4=opzettelijk storen

5 Hogezoom 169 Renesse 25 september 2024

Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn mogelijk beschermde soortgroepen binnen habitatrichtlijnen waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom mogelijk in overtreding zijn met het Bal art. 11.46 (1,2,3,4,5)* *

1=opzettelijk doden of vangen 2=opzettelijk verstoren 3=eieren vernielen of rapen 4=voortplantings-/rustplaatsen beschadigen of vernielen 5=planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen

Beschermingsregime Andere Soorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde ‘andere soorten’ waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Bal art. 11.54 (1,2,3)* *

1=opzettelijk dieren doden of vangen 2=voortplantings/rustplaatsen beschadigen of vernielen 3= planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen

CONCLUSIES EN ADVIES Conclusies ➢ Binnen het plangebied zijn mogelijk beschermde vleermuizen aanwezig. ➢ Naderonderzoek naar vleermuizen is vereist. ➢ Binnen het plangebied zijn geen andere soorten aangetroffen of te verwachten. Advies ➢ Tijdens de werkzaamheden dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen. (aanwezige natuurwaarden zo min mogelijk verstoren)/ art. 11.27 (Bal) ➢ Bij broedgevallen: buiten broedseizoen OF door deskundige laten vaststellen dat deze niet verstoord kunnen worden → ecologisch werkprotocol ➢ Verstorende werkzaamheden zo beperkt mogelijk houden Indien u naar aanleiding van dit rapport vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende.

Met vriendelijke groet, Hopman en Peters R (Roan) van Hattem Gecontroleerd door: T. (Tieme) Veen Contactpersoon/ projectleider: R. (Rosalie) Dekker

BIJLAGEN 1 2 3 4

FOTO’S VOGELSOORTEN MET JAARRROND BESCHERMDE NESTEN VRIJSTELLING PER PROVINCIE WET- EN REGELGEVING 6

Hogezoom 169 Renesse 25 september 2024

BIJLAGE 1

FOTO’S

BIJLAGE 2 VOGELSOORTEN MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus

Categorie 1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing

Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen

Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst

Soort Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius

Categorie 5 5 5 5 5

Uitleg categorie

BIJLAGE 3 VRIJSTELLING PER PROVINCIE

BIJLAGE 4 WET- EN REGELGEVING Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 geldt de omgevingswet en omvat zowel soort- als gebiedsbescherming. Deze wet vervangt de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.: ➢ Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) ➢ Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 5.1, lid 1,2 en 3 Omgevingswet: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1.

de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of

2.

een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als de provincie (Bevoegd Gezag) waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Soortbescherming In de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: ➢ Vogelrichtlijnsoorten, ➢ Habitatrichtlijnsoorten, ➢ Andere soorten (nationale soorten). Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat: ➢ Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, ➢ Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, ➢ Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.

Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Habitatrichtlijnsoorten: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Andere soorten: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a)

In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie (Bevoegd gezag) waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: ➢ Geen andere bevredigende oplossing bestaat, ➢ Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort, ➢ Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen

toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen vergunning aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een vergunning aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.6 Omgevingswet) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht.

Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland.

NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.

Bijlage 2: Stikstofberekening

Stikstofberekening Realiseren hotel Hogezoom 169 Renesse

Datum 28 april 2026 Versie: B&RO Advies Arnoud de Looff B&RO Advies ǁ Etty Hillesumstraat 39 ǁ 4335 SB Middelburg ǁ Tel: +31 (0)620505282 ǁ E-mail: info@benroadvies.nl

© B&RO Advies Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

1

Inhoud Inleiding ....................................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................................... 3 1.2 Doel van het rapport ........................................................................................................................ 3 2. Wet- en regelgeving ................................................................................................................................ 4 2.1 Natura 2000-activiteiten .................................................................................................................. 4 2.2 Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) .......................................................................................... 4 2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ..................................................................................... 4 2.4 Referentiesituatie ............................................................................................................................. 4 2.5 Intern en extern salderen .................................................................................................................

4 2.6 Berekening stikstofdepositie ............................................................................................................ 5 3. Projectbeschrijving .................................................................................................................................. 6 4. Natura 2000 gebieden ............................................................................................................................ 7 4.1 Nabijgelegen Natura 2000-gebieden ............................................................................................... 7 4.2 Beschrijving relevante gebieden ...................................................................................................... 7 5 Rekenonderzoek uitgangspunten bouw- en gebruiksfase ...................................................................... 8 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 8 5.2 Uitgangspunten ................................................................................................................................ 8 5.3 Verkeersbewegingen personeel, materiaal en materieel................................................................

9 5.4 Koudestarts ..................................................................................................................................... 10 5.5 Gebruiksfase ................................................................................................................................... 10 6 Resultaten AERIUS berekening .............................................................................................................. 10 Bijlagen stikstofberekening ....................................................................................................................... 11

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

2

Inleiding 1.1 Aanleiding Op het adres Hogezoom 169 te Renesse is De Zoom & Pinky gevestigd. De Zoom is een Kroeg-, café-, dans- en nachtclub en Pinky is een discotheek. De locatie wordt herontwikkeld tot een hotel. Voor deze ontwikkeling is een omgevingsvergunning aangevraagd. Ten behoeve van de besluitvorming is een stokstofberekening vereist. De resultaten van de berekening maken inzichtelijk of er sprake is van een toename aan stikstof uitstoot. Wanneer een nabijgelegen Natura 2000-gebied weinig gevoelig is of wanneer de stikstofuitstoot uit andere bronnen relatief klein is, kan het zijn dat uit de berekening blijkt dat de toename van depositie de kritische depositiewaarden niet overschrijdt. Verder kan uit de berekening blijken dat ook zonder drempelwaarde de berekening géén toename van depositie aantoont. Mogelijk kan een aanpassing van het project leiden tot een afname van de emissie van stikstofoxiden en/of ammoniak waardoor de effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Op deze manieren kan een berekening bijdragen aan een versnelling van de besluitvorming rondom het project.

1.2 Doel van het rapport Met het voorliggende onderzoek wordt onderzocht of er significant negatief effect is door de bouwactiviteiten (werkzaamheden inclusief voertuigbewegingen) op vermeerdering van stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige gebieden.

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

3

2. Wet- en regelgeving 2.1 Natura 2000-activiteiten Op grond van de Omgevingswet is het verboden zonder omgevingsvergunning een Natura-2000activiteit te verrichten. Van een Natura-2000-activiteit is sprake wanneer een project of plan significante nadelige gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Deze regels zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden te beschermen. Voor projecten waarbij stikstofemissie kan optreden, moet worden beoordeeld of sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Indien significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, kan een vergunningplicht gelden.

2.2 Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) vormde tot 2019 het toetsingskader voor stikstofdepositie in Nederland. Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is het PAS echter onverbindend verklaard. Sinds deze uitspraak kan het PAS niet langer worden gebruikt als basis voor vergunningverlening. Onder de Omgevingswet is het PAS niet teruggekeerd. Wel is een stikstofregistratiesysteem ingevoerd dat stikstofruimte beschikbaar stelt voor een beperkt aantal categorieën projecten, waaronder woningbouw en enkele rijksinfrastructuurprojecten.

2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering De Wet stikstofreductie en natuurverbetering vormt de basis voor de structurele aanpak van de stikstofproblematiek in Nederland. Deze wet is opgenomen in het stelsel van de Omgevingswet en bevat onder meer: - resultaatsverplichtende omgevingswaarden voor de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden; - een verplicht Rijksprogramma stikstofreductie en natuurverbetering; - een systeem van monitoring en bijsturing. Met deze maatregelen wordt beoogd de stikstofbelasting op natuurgebieden structureel te verminderen en de natuurkwaliteit te verbeteren.

2.4 Referentiesituatie Voor de beoordeling van stikstofdepositie wordt uitgegaan van de referentiesituatie. Dit betreft de feitelijk aanwezige en planologisch legale situatie voorafgaand aan de voorgenomen ontwikkeling. Bij het bepalen van de effecten van een project wordt de stikstofdepositie van de toekomstige situatie vergeleken met de referentiesituatie. Indien de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie, kan worden geconcludeerd dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. In het onderhavige geval zal de in de gebruiksfase een positief effect ontstaan.

2.5 Intern en extern salderen Indien een project leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen.

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

4

Bij intern salderen wordt de stikstofemissie binnen hetzelfde project verminderd, bijvoorbeeld door het beëindigen of aanpassen van bestaande activiteiten. Bij extern salderen wordt stikstofruimte verkregen door het beëindigen van activiteiten op een andere locatie. Voor extern salderen geldt in beginsel een vergunningplicht en moet worden aangetoond dat de stikstofdepositie per saldo niet toeneemt.

2.6 Berekening stikstofdepositie Voor het bepalen van de stikstofdepositie wordt gebruikgemaakt van het rekenmodel AERIUS Calculator. Met dit model wordt de stikstofdepositie als gevolg van een project berekend op stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. De berekening wordt uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van een project. Daarbij worden onder andere emissies van bouwmaterieel, transportbewegingen en verkeersgeneratie meegenomen. Indien uit de berekening blijkt dat de bijdrage van een project op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (in de praktijk weergegeven als 0,00 mol N/ha/jaar), kan worden geconcludeerd dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand zijn uitgesloten.

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

5

3. Projectbeschrijving Het plangebied ligt aan de rand van het dorp Renesse aan het perceel Hogezoom 169. Zie afbeelding 1 voor het plangebied. De route voor het verkeer voor het aan- en afvoeren voor materiaal en materieel ect heeft een lengte van ca. 154m. De Hogezoom kan worden aangenomen als een toegestane route omdat er sprake is van verkeersbewegingen die opgaan in het heersende verkeersbeeld.

Afbeelding 1, locatie en route,(bron: Aerius calculator)

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

6

4. Natura 2000 gebieden 4.1 Nabijgelegen Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ca. 295m gelegen van het Natura 2000-gebied genaamd De Kop van Schouwen.

4.2 Beschrijving relevante gebieden De Kop van Schouwen is een duingebied op het westelijke uiteinde van Schouwen-Duiveland. Het gebied omvat een aantal deelgebieden met een verschillende ontstaansgeschiedenis, waardoor kalkrijke jonge duinen, kalkarme oude duinen, klifduinen en stuifduinen aanwezig zijn. Aan de zeezijde van het gebied zijn de duinen sterk geaccidenteerd, met natuurlijke begroeiing, verstuivingsprocessen en natte valleien; de open binnenduinen zijn licht golvend. Daardoor komt een brede variatie aan duinhabitattypen voor. In de aangroeiende noordwestpunt (Verklikkerduinen) zijn jonge duinvalleien aanwezig. De iets zuidelijker gelegen Meeuwenduinen vormen een naar verhouding grootschalig actief stuivend duin waarin in de laatste 50 jaar geen maatregelen zijn getroffen voor vastlegging van het duin. Er komen evenwel geen duinvalleien in voor. In de Zeepe duinen ten oosten daarvan zijn in het kader van natuurontwikkeling valleien opnieuw uitgegraven en zijn nieuwe uitblazingsvalleien ontstaan. In het zuidwesten van het gebied worden jonge duinen met struweel en bos aangetroffen. In de oostelijke binnenduinen liggen ontkalkte vroongronden met soortenrijke graslanden, afgewisseld met de zogenaamde elzenmeten, duinheide en landgoedbossen. Tussen Burgh-Haamstede en Renesse zijn de meeste natte duinvalleivegetaties te vinden.

Afbeelding 2 Natura 2000-gebieden,(bron: Aerius calculator)

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

7

5 Rekenonderzoek uitgangspunten bouw- en gebruiksfase 5.1 Algemeen De realisatie van het plan vindt hoofdzakelijk plaats met elektrisch materieel, waardoor de emissie van stikstof tijdens de bouwfase tot een minimum wordt beperkt. Uitzondering hierop vormen uitsluitend de werkzaamheden die technisch nog niet volledig emissieloos kunnen worden uitgevoerd, te weten: - het realiseren van de funderingsbalken en het storten van beton; - het aanbrengen van de cementdekvloer. Voor deze onderdelen wordt gebruik gemaakt van conventioneel materieel (betonpomp, mixers en dekvloerpomp). De inzet hiervan is echter tijdelijk en beperkt van omvang (circa enkele stortdagen), waardoor de totale stikstofemissie in de aanlegfase zeer gering blijft. Gezien de korte duur en het incidentele karakter van deze werkzaamheden is geen sprake van een structurele belasting van de omgeving. Daarnaast wordt het bouwverkeer zoveel mogelijk beperkt en efficiënt georganiseerd. Parkeren van personeel en bezoekers vindt buiten het plangebied plaats, bijvoorbeeld op het transferium aan de Roelandsweg. Hiermee wordt voorkomen dat extra verkeersbewegingen en emissies binnen het plangebied optreden. Uit de mobiliteitsnotitie volgt dat de ontwikkeling leidt tot een duidelijke verbetering ten opzichte van de bestaande situatie.

De verkeersgeneratie neemt af van 368 naar 189 motorvoertuigbewegingen per etmaal, een reductie van 179 bewegingen per etmaal. Tevens neemt de totale parkeervraag af van 102 naar 53 parkeerplaatsen. Deze afname van verkeer en parkeerdruk betekent dat ook de structurele stikstofemissie in de gebruiksfase afneemt ten opzichte van de bestaande situatie. In combinatie met de grotendeels emissieloze uitvoering van de bouw leidt dit tot de conclusie dat het plan per saldo een positief effect heeft op de stikstofbelasting. De stikstofemissie in de aanlegfase is beperkt, tijdelijk en grotendeels emissieloos uitgevoerd. De gebruiksfase leidt bovendien tot een afname van verkeersbewegingen en daarmee tot een structurele reductie van stikstofemissies. Er is derhalve geen sprake van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en het plan is vanuit het aspect stikstof uitvoerbaar en aanvaardbaar geacht.

5.2 Uitgangspunten Voor de realisatie van het hotel wordt uitgegaan van het jaar 2027. Voor het in gebruiknemen van het hotel wordt uitgegaan van het jaar 2028. Berekening funderingsbalken 1. Totale lengte funderingsbalken Langsrichting: 2 langsbalken + 2 middenbalken = 4 × 43 = 172 m. Dwarsrichting: 12 dwarsbalken van 14,5 m 12 × 14,5 = 174 m. Totale strekkende meters funderingsbalk 172 + 174 = 346m. 2. Betoninhoud funderingsbalken Afmeting funderingsbalk: 500 × 600 mm = 0,5 × 0,6 m doorsnede = 0,30 m². Betonvolume: 346 m × 0,30 m² = 103,8 m³ beton.

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

8

3. Aantal mixers Een truckmixer heeft een inhoud van 6, 7, 8 of 10 m³. Voor een gangbare berekening is 8 m³ per mixer een bruikbare uitgangswaarde. Bij 103,8m³ beton: 103,8 / 8 = 12,98 stuks. Dus nodig: 13 mixers van 8 m³. Indicatief bij andere mixerinhouden: bij 10 m³: 11 ritten bij 7 m³: 15 ritten. 4. Tijdsduur stort De maximale output van betonpompen ligt veel hoger dan wat op een funderingswerk echt continu haalt; voor een normale stort van funderingsbalken is de praktijkcapaciteit vooral afhankelijk van aanvoer, overname, verdeling, trillen en afwerken. Putzmeister noemt voor pompen productreeksen van grofweg 40–70 m³/uur en hoger, afhankelijk van type.

Voor dit werk is een realistische effectieve stortproductie: 20–30 m³/uur als werktempo op de bouw. Dan wordt de netto storttijd: - bij 20 m³/uur → 103,8 / 20 = 5,2 uur - bij 25 m³/uur → 103,8 / 25 = 4,2 uur - bij 30 m³/uur → 103,8 / 30 = 3,5 uur Met opstellen pomp, eerste aanvoer, wisselen mixers, trillen en afronden komt men praktisch uit op: totale werktijd stortdag: circa 5 tot 7 uur. Dus dit past normaal gesproken binnen 1 werkdag. 5. Brandstofverbruik betonpomp / storter Voor een truck-mounted concrete pump noemt Putzmeister een dieselverbruik van 10,2 liter per uur. Bij een stortduur van: - 4,2 uur netto → 4,2 × 10,2 = 42,8 liter - 5,2 uur netto → 5,2 × 10,2 = 53,0 liter

Met opstellen/standby over een werkdag van 6 uur → 6 × 10,2 = 61,2 liter. Praktisch aanhouden voor de betonstorter/pomp: circa 45–60 liter diesel. Gemiddeld is dit 52,5 liter. 6. Brandstofverbruik mixers Voor mixertrucks kom je in grove praktijkbandbreedtes vaak uit op ongeveer: 20–30 liter per uur voor een middelgrote truckmixer in bedrijf/roterende trommel. Het gaat alleen om de tijd op de bouwplaats tijdens lossen en dan is de brandstof relatief beperkt. Praktische schatting op basis van 13 mixers: - lostijd per mixer op werk: ca. 20–30 min - totale draaitijd mixers op locatie: ca. 4,3–6,5 uur verdeeld over alle trucks bij 20–30 l/u geeft dat samen ongeveer 85–195 liter diesel op locatie.

5.3 Verkeersbewegingen personeel, materiaal en materieel. Tijdens de bouwfase wordt uitgegaan van parkeren op het transferiumterrein door de werknemers. Hierdoor zijn er geen verkeerswegingen naar en van de locatie. Per dag is aan bezorging van lichtverkeer 46 stuks per jaar ingevoerd en voor middelzwaar 92 stuks per jaar (gemiddeld 2x per week) en voor zwaar verkeer 8 stuks per maand.

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

9

5.4 Koudestarts Doordat elders wordt geparkeerd en tijdens de werkzaamheden hoofdzakelijk elektrisch materieel wordt toegepast kan worden gesteld dat er geen sprake is van koudestarts.

5.5 Gebruiksfase Voor de gebruiksfase is gerekend met 4 koudestarts. Deze zijn voor mindervalide personen. Hiervoor wordt namelijk wel een aantal parkeerplaatsen bij het hotel gereserveerd. Het aantal verkeersbewegingen voor minder valide personen staat op 8x. Voor de bevoorrading van het hotel is per etmaal 1 middelzwaar vrachtverkeersbeweging ingevoerd en 1 maal een zwaar vrachtverkeer ingevoerd. Incidenteel zullen gasten worden gebracht en worden gehaald met taxi’s. Hiervoor zijn 8 verkeersbewegingen ingevoerd. Parkeren komt ten laste van de openbare ruimte en zal in de praktijk parkeren veelal bij het transferium plaats gaan vinden.

6 Resultaten AERIUS berekening Uit de berekening blijkt dat de bijdrage van de bouwactiviteiten op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Er kan worden geconcludeerd dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand zijn uitgesloten.

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

10

Bijlagen stikstofberekening

Stikstofberekening Hogezoom 169 Renesse

11

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

AERIUS kenmerk Projectberekening: RjLkpZvWnSbG

Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.

Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

op onze website

handleidingen

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Bijbehorende projectberekening

A. de Looff Hogezoom 169 , 4325BH Renesse

Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk Datum berekening

Hogezoom 169 Renesse RjLkpZvWnSbG 28 april 2026, 13:51

Totale emissie

Rekenjaar

Situatie 1 gebruiksfase - Beoogd

RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

2028

Afroomfactor

Emissie NH₃

73,4 g/j

Emissie NOₓ

0,9 kg/j

2/4

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Situatie 1 gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

3/4

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.3_20260409_7392213271 Database versie 2025.3_7392213271_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

4/4

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Rekentaak

A. de Looff Hogezoom 169 , 4325BH Renesse Hogezoom 169 Renesse Hotelontwikkeling van restaurant/cafe en discotheek naar hotel.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RjLkpZvWnSbG 28 april 2026, 13:50 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Resultaten

Hoogste bijdrage

Situatie 1 gebruiksfase - Beoogd Situatie 1 gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

2028 -

Afroomfactor Hexagon

Emissie NH₃

73,4 g/j

Emissie NOₓ

0,9 kg/j

Gebied

2/7

Projectberekening

Situatie 1 gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2028 Emissiebronnen 3 

Verkeer | Koude start: overig | Bron 3 koudestarts Verkeersnetwerk

RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

55,5 g/j 17,9 g/j

0,4 kg/j 0,5 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1 gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

5/7

Projectberekening

Situatie 1 gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2028

1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 1 gasten minder valide + taxi's Locatie X:43310,52 Y:416953,71 Lengte 154,31 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 2 bevoorrading Locatie X:43310,45 Y:416953,61 Lengte 154,05 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte

Type voertuig

Bron 3 koudestarts X:43327,61 Y:417021,14 0,01 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

0,2 kg/j 16,7 g/j 10,2 g/j

In file

16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -

0,4 kg/j 0,1 kg/j 7,7 g/j

Aantal voertuigbewegingen

In file

0,0 /etmaal 1,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

0,4 kg/j 55,5 g/j

Koude starts

4,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

6/7

Projectberekening

AERIUS versie 2025.3_20260409_7392213271 Database versie 2025.3_7392213271_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RjLkpZvWnSbG (28 april 2026)

7/7

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

AERIUS kenmerk Projectberekening: RhatkvTgMaH4

Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.

Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

op onze website

handleidingen

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Bijbehorende projectberekening

A. de Looff Hogezoom 169 , 4325BH Renesse

Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk Datum berekening

Hogezoom 169 Renesse RhatkvTgMaH4 28 april 2026, 13:51

Totale emissie

Rekenjaar

Situatie 2 bouwhotel "Fundering en bgg" - Beoogd

RhatkvTgMaH4 (28 april 2026)

2027

Afroomfactor

Emissie NH₃

76,0 g/j

Emissie NOₓ

0,7 kg/j

2/4

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Situatie 2 bouwhotel "Fundering en bgg"" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RhatkvTgMaH4 (28 april 2026)

3/4

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.3_20260409_7392213271 Database versie 2025.3_7392213271_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RhatkvTgMaH4 (28 april 2026)

4/4

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16964028/1