CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1681584 Bijlage 4 onderbouwing

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Adviesrecht omgevingsvergunning modulair woonconcept 90 woningen Sandströmweg Zierikzee (1681584)28.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

24

natuurontwikkeling, waterberging, avontuurlijk spelen en wonen in een groene omgeving. De gecombineerde maatschappelijke bebouwing (opvang van vluchtelingen uit Oekraïne) en de woonfunctie passen c.q. zijn een aanvulling en verrijking, voor de in de Structuurvisie opgenomen groenstructuur. Het nieuwe parkgebied vormt een ecologische en recreatieve schakel tussen het Kaaskenswater en het Waterveld, die het buitengebied met de historische binnenstad van Zierikzee verbindt. Door dit nieuwe parkgebied worden de twee robuuste parkstructuren (zie Structuurvisiekaart) doorgetrokken. Aan deze robuuste groenstructuur worden twee doorgaande routes voor langzaam verkeer gekoppeld. Vanuit het zuidwesten wordt een doorgaande, veilige fiets- en wandelroute vanuit de historische binnenstad naar het centrale deel van het nieuwe parkgebied geleid. Daarna wordt deze fietsverbinding logisch aangesloten op het op het fietsnetwerk langs de Emil Sandströmweg en doorgetrokken naar de nog te ontwikkelen wijk Noorderpolder De Velden en het buitengebied. Aan de oostzijde wordt een informele wandelroute gerealiseerd die de bestaande en nieuwe groen- en woongebieden met elkaar verbindt. Door het leggen van deze recreatieve en ecologische relatie wordt de projectlocatie op een vanzelfsprekende wijze onderdeel van de stadsparkenstructuur op stadsniveau. De bestaande groenstructuur vormt de basis.

Bestaande bomen worden in de nieuwe ontwikkeling zoveel mogelijk behouden. Door hier op door te bouwen ontstaat er een robuust groen parkgebied omzoomd met water. De beplanting wordt verrijkt en afgestemd op de soorten in en om het projectgebied en er wordt ruimte gecreëerd voor natuurlijke waterberging. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de ecologie en biodiversiteit van de stadsparkenstructuur. Het parkeren krijgt zoveel mogelijk een plek aan de randen van het gebied, waardoor er een autoluw woongebied ontstaat. De bestaande toegangen tot het gebied blijven behouden en er wordt een minimum aan verharding toegevoegd voor wegen en paden. De woningen zijn ‘te gast’ in het parkgebied. De projectlocatie zet in op een gezonde gemeenschap door het creëren van drie compacte, kleinschalige sociale woonclusters met een mix aan doelgroepen in een informele sfeer die gefaseerd en gevarieerd ontwikkeld kunnen worden. Aan de Emil Sandströmweg ontstaat met deze nieuwe opzet een uitnodigende parkweide voor de hele wijk. Een gedeelde wereld waar bewoners en omwonenden elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten als gemeenschap ontplooien. De nieuwe parkbuurt sluit hiermee grotendeels aan op de Structuurvisie Zierikzee en er wordt meerwaarde gecreëerd door een vernieuwend parkgebied met een duurzame en bewuste leefomgeving met wonen te gast in een groene omgeving.

Het parkgebied dat hiermee ontstaat vormt op deze wijze een prachtig uitloopgebied en vernieuwend woonlandschap voor bestaande, nieuwe bewoners en bezoekers van Zierikzee. 4.3.3 Woonvisie 2018-2027 (vastgesteld 28 juni 2018) In februari 2018 heeft de raad de onafhankelijke woningmarktanalyse 'Solide basis onder actueel woonbeleid en woonafspraken' (2017-2027) onderschreven en vastgesteld. De uitkomsten van deze woningmarktanalyse en de trends en ontwikkelingen gaven aanleiding om de Woonvisie te herzien. De Woonvisie 2018-2027 moet ervoor zorgen dat tot 2027 de juiste keuzes gemaakt worden om in 2040 het strategische doel te hebben bereikt: We wonen prettig naar wens en behoefte. De Woonvisie is bindend voor prestatieafspraken met de woningcorporaties en kan een aandeel sociale huur vastleggen. De visie is geen juridisch bindend document voor ruimtelijke plannen, maar bevat wel doelen waarop de gemeente een initiatief zal beoordelen. In de structuurvisie wonen en de

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

25

woningmarktafspraken die in de subparagraaf hierna aan bod komen, ligt de basis voor het ruimtelijk beleid. Een prettig woon- en leefklimaat is essentieel om het perspectief uit de structuurvisie ‘Tij van de Toekomst’ te bereiken. Om dit te bereiken moet er de komende jaren veel aandacht zijn voor het behouden en versterken van de woonkwaliteit en de leefbaarheid in de kernen. Het gaat om minder en kwalitatief betere nieuwbouw en om veel aandacht voor de vitaliteit van de bestaande voorraad. Daarbij functioneert Schouwen-Duiveland als één samenhangende woningmarkt. Dat betekent dat een ingreep in de ene kern, in meer of mindere mate effect heeft op de andere kernen in de gemeente. Maar het gaat niet alleen om de woning. Woonkwaliteit heeft ook te maken met de directe woonomgeving zoals de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen. Om dit strategisch doel te bereiken zijn de volgende doelen gesteld: • het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; • het onttrekken van woningen die verouderd of incourant zijn; • het toevoegen van woningen, waar er te weinig van zijn; • kansen voor een gebiedsgerichte aanpak benutten. De huidige provinciale prognose geeft aan dat de gemeente de komende jaren blijft groeien met ongeveer 245 huishoudens. Daarna slaat de huishoudensgroei om in huishoudensafname.

Geconstateerd is dat in de groeikernen Zierikzee, Burgh-Haamstede en Bruinisse de meeste potentie is om de uitbreidingsvraag te hosten. De opgave verschuift op de lange termijn naar het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad. De bevolking vergrijst en wordt steeds bewuster van het besparen van energie, dus moet de bestaande woningvoorraad daarop worden aangepast. Er is behoefte aan levensloopbestendige en flexibele woningen en appartementen voor 1- en 2 persoonshuishoudens (van 75 plussers). Te kleine of niet functionele koop- en huurwoningen, die nu niet meer voldoen aan de huidige kwalitatieve woonwensen, moeten worden aangepast of vervangen. Toetsing Voorliggend plan speelt in op deze behoefte door te voorzien in woningen voor specifieke doelgroepen. Naast een flexibel en verplaatsbaar bouwconcept, worden de woningen levensloopbestendig opgeleverd. Hierdoor zijn de woningen geschikt voor ouderen die op zoek zijn naar dit soort (kleinere) levensloopbestendige woonruimte.

4.3.4 Woningbouwbeleid Schouwen-Duiveland 2024 Structuurvisie Wonen 2023 - 2032 en Woningmarktanalyse Schouwen-Duiveland 2020 (vaststelling 28 januari 2021) Vanwege de nieuwe inzichten, kaders en cijfers (zoals de provinciale bevolkings- en huishoudensprognose uit 2019, de Woonvisie uit 2018, het kwalitatief woononderzoek (KWO) uit 2019 en de woningmarktanalyse uit 2020 die in dit hoofdstuk zijn behandeld), zijn in 2021 nieuwe woningmarktafspraken vastgelegd. Woningmarktafspraken zijn belangrijk om de doelen van de woonvisie (balans op de woningmarkt) waar te kunnen maken. In januari 2021 is door de raad de laatste Woningmarktanalyse 2020 vastgesteld.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

26

Actuele prognoses en afspraken Het aantal huishoudens in de gemeente groeit op basis van de meest recente provinciale prognose (2022). Tegelijkertijd is de opgave steeds meer kwalitatief van aard. Deze opgaven wil de gemeente– ook op termijn – kunnen aanpakken, ongeacht de mate waarin het aantal huishoudens op Schouwen-Duiveland zich op de lange termijn ontwikkelt. Op korte termijn heeft Schouwen-Duiveland te maken met een krappe woningmarkt. Vooral starters komen moeilijk aan een (koop)woning en de doorstroming van ouderen naar nultredenwoningen komt moeizaam op gang vanwege beperkte beschikbaarheid van passende (levensloopbestendige) woonvormen. Daarbij hebben ze te maken met extramuralisering van het zorglandschap wat ervoor zorgt dat zorgbehoevenden langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen in een reguliere woning. Dit zorgt voor extra druk op de woningmarkt en zorgt voor stagnering van doorstroming. Op Schouwen-Duiveland is de ambitie ieder huishouden naar wens te kunnen laten wonen. Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn er maatregelen nodig om opgaven op de woningmarkt structureel aan te kunnen pakken. Maatregelen om te kunnen blijven werken aan wonen krijgen handen en voeten in de Structuurvisie Wonen. Het gaat daarbij om het toevoegen van woningen die in een kwalitatieve behoefte voorzien met aandacht voor balans tussen vraag en aanbod op middellange termijn.

Kwalitatieve opgave: bouwen voor doorstroming en transitie bestaande voorraad Het relatief beperkte aanbod van betaalbare woningen (koop en huur) hangt samen met de beperkte doorstroommogelijkheden voor ouderen. Doorstroming van ouderen die nu een reguliere grondgebonden woning bewonen naar aantrekkelijke nultredenwoningen, helpt de groep (koop)starters te laten in- en doorstromen. Het toevoegen van geschikte, aantrekkelijke woningen voor ouderen aan de bestaande voorraad, brengt verhuisketens op gang. Naarmate deze verhuisketens op gang komen, kunnen diverse typen huishoudens beter in hun huisvestingswensen en -eisen voorzien. Transitieprogramma: bewegingsruimte creëren In juli 2021 zijn de regionale woningmarktafspraken tussen de gemeente Schouwen-Duiveland en de provincie Zeeland vastgesteld. Een van de regionale woningmarktafspraken met de provincie, is het werken met een Transitieprogramma van 235 woningen om bewegingsruimte te creëren op de woningmarkt door levensgeschikte woningen toe te voegen aan de voorraad. Deze 235 woningen zijn extra ruimte, bóvenop de reguliere uitbreidingsopgave gebaseerd op de provinciale prognose. Hiermee is een structurele aanpak van transitieopgaven in de bestaande woningvoorraad mogelijk.

In de Structuurvisie Wonen is uitgewerkt waar deze extra ruimte wordt ingezet en hoe we blijven werken aan een balans tussen vraag en aanbod op de middellange termijn. De extra nieuwbouw zal naar verwachting effect hebben op de bestaande woningvoorraad, omdat we meer woningen toevoegen dan dat het aantal huishoudens volgens de provinciale prognose gaat groeien. Om vraag en aanbod in balans te houden, wordt met de Structuurvisie Wonen geborgd dat er op termijn ook weer 235 woningen kunnen worden onttrokken aan de woningvoorraad zodra effecten zich voordoen. Tabel 4.1 geeft, naast de reguliere uitbreidingsbehoefte van zo'n 1.080 woningen, de globale verdeling van de 235 woningen in het transitieprogramma. Dit sluit aan op de gemaakte keuzes in de Woonvisie en groeipotentie uit de Woningmarktanalyse. Circa 55% wordt ingezet voor groeikernen en circa 45% zal landen in de balans/transitiekernen (waaronder Scharendijke). Verder zijn eenmalig 10 woningen gereserveerd die onder voorwaarden ingezet kunnen worden voor het buitengebied. Daarnaast is met de

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

27

provincie afgestemd te werken met een reservepot van 300 woningen waarvoor ook compensatie nodig is (zie tabel 4.1). In totaal is de komende tien jaar de mogelijkheid om circa 1.615 woningen toe te voegen aan de voorraad. 535 van deze woningen worden op basis van het compensatieprincipe later weer aan de voorraad onttrokken.

Tabel 4.1: Globale verdeling transitieprogramma over de kernen Toetsing Voorliggend plan voorziet in woningen voor de lokale bevolking en vluchtelingen uit Oekraïne. Voor deze doelgroepen is er momenteel een groot tekort aan woningen. Het plan voorziet in deze concrete behoefte door het toevoegen van nieuwe woningen binnen de gemeente. Hiermee wordt invulling gegeven aan de huisvesting en opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, maar wordt ook ingespeeld op de lokale behoefte aan levensloopbestendige woningen voor ouderen en starterswoningen. Door een flexibele bouwwijze toe te passen met modulaire verplaatsbare en flexibele woningen, zijn de woningen tevens aanpasbaar bij demografische veranderingen en kunnen deze conform de regionale woningmarktafspraken in de toekomst aan de voorraad worden onttrokken. Voorliggend plan voorziet daarom in een lokale en regionale behoefte en is in lijn met het gemeentelijk woningbouwbeleid. 4.3.5 Bomenbeleidsplan Gemeente Schouwen-Duiveland (2009) In dit beleid is bepaald dat monumentale en waardevolle bomen worden opgenomen in een bestemmingsplan op het moment dat deze gewijzigd of geactualiseerd wordt. Hierdoor kan het belang om een boom duurzaam in stand te houden dwingend worden meegenomen in de belangenafweging en is het mogelijk om beschermende voorwaarden te stellen. Binnen het projectgebied zijn dergelijke bomen niet aanwezig.

Toetsing Het plan leidt niet tot aantasting van monumentale of waardevolle bomen.

4.3.6 Milieubeleidsplan Het milieubeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland is vastgelegd in het milieubeleidsplan. Het beleid wordt besproken en vastgelegd in een aantal modules die elke een apart milieuthema behandelen. Hierna worden de belangrijkste aandachtspunten uit de diverse modules genoemd. Module Geluid en Stilte (2008) Schouwen-Duiveland is niet of nauwelijks bekend met het fenomeen geluidhinder. Toch zijn er gebieden op het eiland waar het nodige geluid wordt geproduceerd, zoals recreatiegebieden en langs hoofdwegen.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

28

De gemeente wil voorkomen dat de geluidsruimte die er is, gestaag dichtslibt. Het doel is om ook voor de toekomst een veilig, ruim en rustig werk- en leefklimaat te behouden, en waar nodig te versterken. Daarbij moet tevens ruimte zijn voor economische ontwikkeling. Met het geluidbeleid richt de gemeente zich onder andere op de onderwerpen: rust en stilte, ecologische situatie, evenementen en verkeer. Zo komen er geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen op geluidbelaste locaties. Module Licht en Duisternis (2009) Op Schouwen-Duiveland is nog echte duisternis te ervaren. Mensen, dieren en planten varen wel bij een goede balans tussen licht en donker. Deze kwaliteit dient te worden gewaarborgd, want hij staat onder druk. Duisternis is te behouden door een viertal instrumenten toe te passen; preventie (niet verlichten), duurzaam verlichten (milieubewuster), gericht verlichten en bewust verlichten. Het duisternisbeleid richt zich op openbare verlichting, verlichting bij bedrijven, terreinverlichting, monumentenverlichting en bewustwording bij de burger. Voor bestemmingsplannen betekent dit dat bij ontwikkelingen om een lichtplan wordt gevraagd. Module Energie en Klimaat (2009) De uitstoot van fossiele brandstoffen versterkt het natuurlijke broeikaseffect, waardoor het op aarde steeds warmer wordt en het klimaat verandert.

De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar een ruimtelijke inrichting waarmee het eiland klimaatbestendig en energieneutraal wordt. Dat kan op twee manieren: 1. De klimaatbestendige aanpak. Dit houdt in dat er bij het bestemmen, inrichten en beheren van gebieden nadrukkelijk en telkens weer rekening gehouden moet worden met drie kernkarakteristieken: de weerstand, de veerkracht en het aanpassingsvermogen van gebieden. 2. Broeikasreductie. Dit is te bereiken door energie te besparen en de energievraag te beperken, als dat mogelijk is duurzame energiebronnen te benutten en het zo efficiënt mogelijk gebruiken van fossiele brandstoffen, indien niet anders kan. Bij de aanpak staan verduurzaming en energiezuinigheid voorop. De gemeente richt zich op onder andere de volgende sectoren: • Gebouwen: hanteren van een 10% strengere EPC norm en het energiezuinig ontwerpen van gebouwen. Voor gemeentelijke gebouwen geldt een 20% strengere EPC norm. • Opzetten van een energiemanagementsysteem voor gemeentelijke gebouwen; • Verkeer en vervoer: stimuleren van gebruik van het openbaar vervoer en de fiets; • Duurzame energie: kansen onderzoeken om energieneutraal te worden. Gebruik maken van deze kansen, zoals warmtekoude opslag; • Duurzame bedrijven: bij bedrijven en bedrijvigheid gaan voor duurzaamheid; • (Energie)verspilling voorkomen.

Module Luchtkwaliteit (2008) De luchtkwaliteit op Schouwen-Duiveland is, zeker vergeleken met andere gebieden in Nederland, goed. Die bijzondere positie moet behouden blijven. Waar mogelijk moet er naar gestreefd worden om de luchtkwaliteit zelfs nog te verbeteren. Het verminderen van autoverkeer kan daarbij helpen. Autoverkeer is een belangrijke vervuilingsbron. De volgende instrumenten worden hiertoe gehanteerd: stimuleren van andere en schonere vervoerswijzen, een betere doorstroming van het verkeer en stimuleren van duurzame energie. In het uitvoeringsprogramma wordt met name genoemd dat het fietsverkeer gestimuleerd kan worden door de realisatie van extra fietspaden en goede fietsenstallingen.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

29

Module Bodem (2010) Iedere bodem heeft zijn kwaliteiten. Hier liggen kansen en knelpunten. Door in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen deze kwaliteiten in beeld te brengen, zijn knelpunten vroegtijdig in beeld en kunnen kansen optimaal benut worden, waardoor er optimaal recht wordt gedaan aan de aanwezige bodemkwaliteiten. Hierdoor worden ook toekomstige beheerskosten beter in beeld gebracht en kunnen ze deel uitmaken van de afwegingen die leiden tot het definitieve plan. Module Externe Veiligheid (2010) Externe veiligheid betreft de maatregelen die moeten voorkomen dat er buiten de poort van een bedrijf/inrichting slachtoffers vallen, als er door het betreffende bedrijf wordt gewerkt met of opslag plaatsvindt van gevaarlijke stoffen. Daarbij wordt gedoeld op omwonenden maar ook op recreanten op kampeerterreinen of in jachthavens. Schouwen-Duiveland moet een plek zijn waar het veilig werken, wonen, winkelen en recreëren is. Toch blijft de gemeente ruimte bieden aan bestaande en nieuwe bedrijven/inrichtingen die veiligheidsrisico's met zich meebrengen. Deze risico's dienen echter wel aanvaardbaar te zijn, en minimaal te voldoen aan de landelijke voorschriften. Het bestemmingsplan moet ervoor zorgen dat er geen ongewenste ontwikkelingen op het gebied van externe veiligheid kunnen voordoen.

Dat gebeurt door: • Externe veiligheid te betrekken bij actualisering van bestemmingsplannen; • Externe veiligheid vroegtijdig te betrekken bij nieuwe ontwikkelingsplannen; • Het hanteren van afstandseisen ten opzichte van gevaarlijke stoffen binnen een inrichting; • Inrichtingseisen te stellen aan kampeerterreinen en jachthavens. Concreet wordt het volgende nagestreefd: • Bestemmingsplannen voorzien van risicocontouren bij Bevi-inrichtingen en bij propaantanks met een inhoud die groter zijn dan 13 kubieke meter; • Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de veiligheidseffectrapportage (v.e.r.) toepassen. De activiteiten die in het kader van bovengenoemde milieumodules moeten worden opgestart en uitgevoerd, staan beschreven in een uitvoeringsprogramma. In dit programma, dat is onderverdeeld in thema's, is aandacht voor het doel van de activiteiten, de rol van de gemeente, de externe partijen waarmee de gemeente de activiteit wil uitvoeren, het betreffende gebied en een tijdsplanning. Op de diverse milieuaspecten in relatie tot de ontwikkelingen die deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk maakt, wordt ingegaan in hoofdstuk 5.

4.3.7 Welstandsnota (2023) In de strategische visie ‘Tij van de Toekomst’ heeft de gemeenteraad de volgende keuze geformuleerd: ‘We gaan zorgvuldig om met landschap, natuur, cultuur en milieu en investeren ook in het verbeteren van deze kwaliteiten’. Met deze welstands-/monumentennota geeft de gemeente vorm en inhoud aan deze keuze. Deze nota stelt de kaders vast waaraan ruimtelijke initiatieven in onze gemeente worden getoetst. De Woningwet geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om het toetsingskader voor het voeren van welstandsbeleid vast te leggen in een welstandsnota. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebieds- en objectgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria kunnen worden gebruikt voor de vergunningsplichtige bouwplannen. De objectgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor bouwplannen van rijks- en gemeentelijke monumenten. Bij een aanvraag omgevingsvergunning vragen burgemeester en wethouders advies aan

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

30

de welstands-/ monumentencommissie. De bouwplannen die niet door de afdeling Ruimte en Milieu getoetst kunnen worden, worden voorgelegd aan deze commissie. De commissie interpreteert de criteria in het licht van het concrete bouwplan. Per gebied wordt een samenhangend beoordelingskader opgesteld, waarin steeds de volgende onderdelen aan de orde komen: • de gebiedsbeschrijving • een waardebepaling • ontwikkeling en beleid • het welstandsniveau • de welstandscriteria Gebaseerd op de ruimtelijke opbouw is Schouwen-Duiveland onderverdeeld in verschillende gebiedscategorieën. Bij het benoemen van de welstandsgebieden is uitgegaan van de huidige situatie. De gebiedsuitwerkingen in deze welstandsnota zijn dan ook gericht op de bestaande context. 1. Steden en Dorpskernen; 2. Planmatige uitbreidingen; 3. Bedrijfs- en haventerreinen; 4. Sport en recreatie; 5. Buitengebied. Toetsing Voorliggend projectgebied maakt onder de welstandsnota onderdeel uit van Bedrijfs- en haventerreinen. Het gebied wordt daarmee aangeduid als een regulier welstandsgebied. De criteria voor deze gebieden zijn gebaseerd op de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie wordt aangetroffen. Het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en het welstandstoezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van de gebieden.

Deze gebieden kunnen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. De welstandscriteria beschrijven daarom de basiskwaliteiten van deze gebieden. In Schouwen-Duiveland zijn dit de naoorlogse planmatige uitbreidingen bij dorpen en steden, sport- en recreatiegebieden en bedrijfsen haventerreinen, mits deze niet grenzen aan het buitengebied of andere bijzondere welstandsgebieden. Voor deze zogenaamde randen wordt welstandshalve altijd extra aandacht besteed aan de architectonische kwaliteit van klein- en grootschalige ontwikkelingen of toevoegingen. Op 6 mei jl. is het DO gepresenteerd aan de welstand. De welstand is enthousiast over de stedenbouwkundige opzet van de drie alzijdige, compacte woonclusters in het parkgebied en is onder voorwaarden akkoord. Met de afbouw van de hoogtes vanaf de Emil Sandströmweg (3 lagen) naar de parkweide (2 lagen) en de bestaande woningen (1 laag) sluit de nieuwe parkbuurt goed aan op de omgeving. De bergingen zijn fraai geïntegreerd in het 3-laagse bebouwingsvolume. De kopgevels hebben waar mogelijk binnen het casco openingen en gaan een interactie aan met het groen door middel van klimplanten. Het houten vakwerk en de veranda’s zorgen voor een geleidelijke overgang van privé naar collectief en geven de woonclusters geleding en accentuering.

Door accenten, verspringingen en opdelingen in massa, gevels en daken, is de interactie met het parkgebied verder gezocht in de uitwerking van de verschijningsvorm en uitstraling van de woonclusters.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

31

Groen is de drager van het gebied en de woningen zijn te gast. De interactie tussen gebouwen en groen staat hierbij centraal. De zachtheid van de materialen is hierbij bepalend voor de verschijningsvorm en uitstraling van de woonclusters. Een warme, natuurlijke en genuanceerde uitstraling is gewenst. Materiaalgebruik en detaillering moet er op toezien dat onderhoud en verarming wordt voorkomen, zoals beperking van (periodiek) schilderwerk, vergrijzing en verkleuring. Materialen zijn eerlijk, duurzaam en terughoudend van kleur. De materialen verouderen op een mooie manier, bijvoorbeeld van hout in een streekeigen kleurenpalet in combinatie met plaatmateriaal, steenstrips, etc.. Het definitieve bouwplan wordt in het vervolg weer voorgelegd aan de welstandscommissie, waarna nieuwe opmerkingen meegenomen worden in de uitwerking.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

32

5.

OMGEVINGSASPECTEN

5.1

Milieueffectrapportage

5.1.1 Kader Onder de Omgevingswet geldt een plan-m.e.r.-plicht wanneer een besluit wordt voorbereid dat het kader schept voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit of wanneer een besluit wordt voorbereid waarvoor een zogenaamde passende beoordeling is vereist. Het planMER brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving. Hiermee draagt het planMER ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie. In dit geval wordt er eerst een plan-merbeoordeling uitgevoerd. Bij deze beoordeling dient rekening te worden gehouden met de criteria van bijlage II bij de SMB-richtlijn. De regels over het uitvoeren van een plan-mer-beoordeling staan in artikel 16.36, lid 5 Omgevingswet en artikel 11.1 Omgevingsbesluit. 5.1.2 Kenmerken van het plan Inleiding plan De gemeente Schouwen-Duiveland heeft het voornemen om aan de Emil Sandströmweg woningbouw te ontwikkelen voor ouderen, starters, spoedzoekers en opvang/huisvesting voor vluchtelingen uit Oekraïne in een parkachtige setting. Het voornemen is om 90 levensloopbestendige woningen te realiseren in de vorm van modulaire woningen, die zo nodig in de toekomst kunnen worden aangepast.

Daarnaast worden 144 parkeerplaatsen gerealiseerd. De huidige bebouwing wordt gesloopt en het plangebied wordt ontwikkeld tot een aantrekkelijke groene omgeving, waarin de woningen te gast zijn. Cumulatie met andere projecten Er zijn geen concrete andere activiteiten in de omgeving van het plangebied gepland of in uitvoering. In de directe omgeving van het projectgebied vinden verder geen gebiedsontwikkelingen plaats, waardoor dan ook geen cumulatie wordt verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet-vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving worden reguliere materialen en hulpbronnen gebruikt. Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt waarbij intensief en/of grootschalig gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen vormt naar aard en omvang derhalve geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Effecten op gebieden De effecten die optreden zijn lokaal en beperkt van aard. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de natuurlijke kenmerken en kwetsbaarheid van het gebied of omliggend gebieden.

Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het projectgebied.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

33

Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er daarnaast geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid. 5.1.3 Kenmerken van de effecten Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht. In het vervolg van hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn. Hieronder worden de belangrijkste resultaten samengevat. Archeologie Er is archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Er wordt geadviseerd om bij verstoringen dieper dan 110 cm -mv (1,53 m – NAP = hoogste voorkomen intacte veraarde veentop plus een buffer van 30 cm) in de gebieden met een intacte veraarde veentop een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan worden beslist of aanvullend onderzoek, ook ter plaatse van de bestaande bebouwing, noodzakelijk is. Een plan van eisen wordt ontwikkeld. Bodem Nieuwe woningen vormen geen bodembedreigende functie.

Vanuit bodem gelden er geen belemmeringen. Geluid door activiteiten Er worden geen bedrijfsactiviteiten in het plangebied gesitueerd. Alleen de parkeerterreinen leiden tot geluid. Omdat het hierbij uitsluitend gaat om parkeren ten behoeve van woningen, zal mogelijke overlast beperkt blijven. Bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met omliggende woningen. Geluid Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de standaardwaarde van 53 dB ter plaatse van de nieuwe woningen niet wordt overschreden. Omdat ook wordt geconcludeerd dat de verkeerstoename door de planontwikkeling geen significant negatieve akoestische effecten heeft leidt het aspect geluid niet tot belemmeringen. Geur In het plangebied worden geen nieuwe geurbronnen toegevoegd. Vanuit geur zijn er dan ook geen negatieve effecten. Luchtkwaliteit Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mobiliteit De worst-case berekening voor de verkeersaantrekkende werking toont aan dat de omliggende wegen, zoals de Emil Sandströmweg de verkeerstoename goed kunnen verwerken. Ook wordt voorzien in voldoende parkeercapaciteit.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

34

Natuur en ecologie Er zijn diverse onderzoeken naar in het plangebied voorkomende soorten uitgevoerd. Op dit moment wordt voor een aantal soorten nog onderzoek uitgevoerd. Mogelijk zijn hiervoor ontheffingen benodigd. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een aangewezen Natura 2000 gebied en maakt evenmin onderdeel uit van het NNN of van ‘bijzondere weidevogelgebieden’. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie van 0,00 mol N/ha/jaar in zowel de aanleg- als gebruiksfase. Met dit resultaat zijn significante effecten voor de aanlegen gebruiksfase op voorhand uit te sluiten en is een passende beoordeling niet noodzakelijk. Omgevingsveiligheid Voorliggende ontwikkeling voorziet enkel in de realisatie van woningen. Daarmee worden geen risicovolle inrichtingen gerealiseerd. Water De omvang van het oppervlaktewater in het plangebied blijft nagenoeg gelijk. Het oppervlakte aan verharding wordt verminderd. Daarnaast wordt een wadi aangelegd. Hierdoor wordt de kans op wateroverlast binnen en rondom het plangebied verkleind. 5.1.4 Conclusie Bovenstaande effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen genomen om deze effecten te beperken.

Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen negatieve effecten verwacht hoeven te worden. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is. 5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Onder de Omgevingswet is in het Besluit kwaliteit leefomgeving de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In artikel 5.129g van het Bkl wordt de Ladder als volgt omschreven: 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

35

b.

3.

4.

als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Uit jurisprudentie volgt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan ladder Er is een forse lokale opgave om ‘lokale’ doelgroepen zoals spoedzoekers, starters en ouderen passende huisvesting te bieden. Er is grote krapte op de woningmarkt en daardoor kunnen deze groepen onder de huidige marktomstandigheden niet slagen op de woningmarkt. Ongeveer 1/2e deel van de woningen zal beschikbaar komen voor deze lokale doelgroepen. De woningen worden allemaal levensloopbestendig opgeleverd, waardoor zij geschikt zijn voor deze brede doelgroepen en met name ook voor ouderen. De woningbouwopgave en de manier waarop voorliggende ontwikkeling daaraan invulling geeft is eerder besproken in paragraaf 4.3.3 en 4.3.4. Daarnaast vangt de gemeente vluchtelingen uit Oekraïne op. In totaal gaat het om dit moment om ruim 350 vluchtelingen uit Oekraïne, voor wie tijdelijke, maar kwalitatief betere (nood)opvang noodzakelijk is. Het is niet bekend hoelang de vluchtelingen uit Oekraïne hier blijven en of zij op termijn een ‘status’ krijgen, waardoor sprake is van opvang in plaats van huisvesting. Voor de vluchtelingen uit Oekraïne geldt in elk geval tot 4 maart 2025 de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), waardoor zij in Nederland recht hebben op opvang, onderwijs en medische zorg.

Bovendien is onbekend of de instroom in Nederland, en daarmee wellicht ook op Schouwen-Duiveland, nog toeneemt. Ongeveer 45 woningen (1/2e deel) worden toegewezen aan vluchtelingen uit Oekraïne die hier nu al verblijven. Dit aantal is gebaseerd op een vragenlijst die in maart 2023 is afgenomen onder de vluchtelingen uit Oekraïne op Schouwen-Duiveland. Op basis van de uitkomsten van deze vragenlijst houden we rekening met ongeveer 100 woningen voor deze doelgroep. Het andere deel (ongeveer 30) wordt in Scharendijke gerealiseerd. Omdat de situatie nog onzeker is en we niet in de toekomst kunnen kijken, houden we voorlopig vast aan deze verdeling. Als er meer vluchtelingen terugkeren naar Oekraïne, komen er vanzelfsprekend meer woningen vrij voor andere doelgroepen. Hoe dan ook moeten we als gemeente te allen tijde waarborgen dat de vluchtelingen uit Oekraïne die nu in de (gemeentelijke en particuliere) opvang verblijven, passende opvang hebben en houden.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

36

Het plan ziet op het realiseren van woningen voor starters, ouderen, spoedzoekers en vluchtelingen uit Oekraïne volgens het ‘HIVE-concept’. Met dit type modulaire verplaatsbare woningen kunnen casco’s aan elkaar gekoppeld, zowel horizontaal als verticaal, om grotere woningen te realiseren. Deze wijze van flexibel bouwen past in een gemeente waar de druk op de woningmarkt van relatief kortstondige duur lijkt door demografische veranderingen (zie paragraaf 4.3 voor een uitgebreidere toelichting hierop). Daarnaast voorziet voorliggende ontwikkeling in duurzame gebouwen. Aangezien voorliggende locatie zich binnen de bestaande bebouwde kom bevindt, is een verdere toelichting op de locatiekeuze niet benodigd. Toch wordt hier kort nog op ingegaan. Het uitgangspunt bij de zoektocht naar geschikte locaties was dat de locaties in gemeentelijk eigendom zijn of op korte termijn komen (zoals bij voorliggend plan met de gronden van de Cornelia). Daarnaast is ook de beschikbare oppervlakte per perceel belangrijk. De gemeente wil namelijk een grote hoeveelheid woningen tegelijk realiseren, zodat het plan financieel haalbaar is. Ook is er door de gemeente gekeken of er voldoende voorzieningen in de omgeving zijn, zoals openbaar vervoer, school, sport en medische voorzieningen.

Daarnaast heeft de gemeente ook op hoofdlijnen beoordeeld of de locatie ruimtelijk haalbaar is (bodem, geluid, natuur et cetera). De ladder voor duurzame verstedelijking vormt gezien het bovenstaande geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. 5.3

Water en klimaatadaptatie Voor een duurzame en hoogwaardige toekomst van de fysieke leefomgeving moet het belang van watersystemen worden betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bouw- en herinrichtingsprojecten kunnen grote gevolgen hebben voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de waterveiligheid. Door de mogelijke effecten in kaart te brengen en het waterbelang mee te nemen in het project, kunnen problemen met water worden voorkomen.

5.3.1 Kader Europees en rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de Rijkswateren en -vaarwegen. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hadden de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Zij ontwikkelden dit samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

37

Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur scheepvaart en de functies van de Rijkswateren. Denk aan het omgaan met droogte, onze dijken, en het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van onze rivieren en kanalen. Hierbij wordt gekeken naar de raakvlakken binnen en tussen de verschillende waterthema’s, ook in de verschillende ‘water’ gebieden (dit zijn: Noordzee, Zuidwestelijke Delta, Waddengebied, IJsselmeergebied, Rivieren, Kanalen en Rijnmond-Drechtsteden). Dat brengt samenhang in het waterbeleid aan. Daarnaast worden de raakvlakken laten zien tussen water en andere thema’s als landbouw, landschap, bodem en het energieen klimaatbeleid. Het programma biedt daarmee overzicht en inzicht van wat Nederland nu en in de toekomst te wachten staat. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen.

De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten.

Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. In 2008 is het NBW geactualiseerd met als doel de watersystemen op orde te krijgen, met name op het gebied van wateroverlast en watertekort. Kaderrichtlijn water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een “goede ecologische toestand” (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

38

wateren in 2015 een “goed ecologisch potentieel” (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatshebben; berging moet binnen het stroomgebied plaatshebben. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Water en bodem sturend Voldoende en schoon water en een gezonde bodem. Het is van groot belang voor iedereen in ons land. Het kabinet wil bij de inrichting van Nederland meer rekening houden met water en bodem. Dat heeft de ministerraad besloten, op voorstel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarom zijn er diverse structurerende keuzes gemaakt. Veel van deze keuzes zijn randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen. Er is een grote en urgente maatschappelijke behoefte om voldoende woningen te bouwen, en in aanloop daarnaar toe locaties te vinden die ook in lijn staan met de verstedelijkingsstrategie van Zuid-Holland.

Provinciaal en regionaal beleid Provinciale Waterverordening De provincie Zeeland heeft de Waterwet en het Waterbeleid 21e eeuw uitgewerkt in de Waterverordening Zeeland. Hierin staan normen voor de regionale watersystemen (het slotenstelsel). Ze moeten bij hevige neerslag voldoende water kunnen bergen en afvoeren. Voor stedelijk gebied geldt als norm dat er eens in de 100 jaar ernstige wateroverlast mag optreden. Voor het landelijk gebied is de norm eens in de 25 jaar. Waar glastuinbouw is, geldt een norm van eens in de 50 jaar. Aan de hand van deze normen zorgt het waterschap voor de nodige inrichtingsmaatregelen en voorzieningen om wateroverlast te voorkomen. Waterschapsbeleid Waterbeheerplan 2022 - 2027 waterschap Scheldestromen In het Waterbeheerplan 2022 – 2027 laat het waterschap de hoofdlijnen zien van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen. Het waterschap heeft daar namelijk een specifieke verantwoordelijkheid voor. Wettelijk vastgelegde taken zoals het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem en het voor het doelmatig zuiveren van afvalwater. Ook heeft het waterschap de taak om het watersysteem en de afvalwaterketen toekomstbestendig te maken zodat de gevolgen van de klimaatverandering kunnen worden opgevangen. Steeds meer doelen kunnen alleen gerealiseerd worden door goed samen te werken.

Met andere partijen, maar ook binnen de organisatie. Daarbij past één nieuw Waterschapsbeheerprogramma, dat gaat over alle primaire programma’s van het waterschap en de nadruk legt op datgene wat de programma’s met elkaar verbindt. Daarbij past ook een document dat de omgeving centraal zet. Met specifiek aandacht voor thema’s als duurzaamheid, innovatie, klimaatadaptatie en de Zeeuwse leefomgeving. Integraal werken houdt in dat je alle ambities op het gebied van je kerntaken en thema’s als duurzaamheid of klimaatbestendigheid in je achterhoofd houdt als je een keuze maakt. Die keuzes vragen om afwegingen. Soms afwegingen tussen verschillende ambities. En vaak de afweging tussen

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

39

(maatschappelijke) kosten, baten en risico’s; is wat we willen ook haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar? Het invoeren van assetmanagement gaat ons helpen om op een meer eenduidige en transparante manier de juiste afweging te maken. Ook de inhoud van het WBP weerspiegelt een waterschap dat in ontwikkeling is. Op sommige onderdelen wordt duidelijk hoe we doelen gaan realiseren, op andere onderdelen maken we een voorbehoud bijvoorbeeld omdat extra onderzoek nodig is. Het WBP biedt aanknopingspunten om op de doelen te sturen en tussentijds te evalueren en rapporteren. Tegelijkertijd laat het de ruimte om jaarlijks in de begroting bij te sturen in de concrete projecten, activiteiten en bijbehorende middelen die nodig zijn om de doelen te bereiken. Het leidende principe voor Scheldestromen is samen te vatten als ‘we zijn een betrouwbare overheid en samenwerkingspartner, die doet waarvoor ze is opgericht én formuleert antwoorden op de noden van deze tijd, maar belooft niet méér dan ze waar kan maken’. Dit leidende principe is langs zes lijnen uitgewerkt die de koers vormen voor de komende 6 jaar. 1. Haalbare en betaalbare uitvoering van de waterschapstaken 2. Samen met anderen werk maken van een integrale aanpak 3. Gebiedsgerichte aanpak en maatwerk als vertrekpunt 4. Grip op het werk, op basis van databeheer en assetmanagement 5.

Volgens de principes van duurzaam opdrachtgeverschap 6. Investeren in kennis en innovatie Afvalwater In de afvalwaterketen van de toekomst wordt afvalwater op een duurzame en efficiënt manier ingezameld en gezuiverd, zodat het geen bedreiging vormt voor volksgezondheid en omgevingskwaliteit. Het beheer en onderhoud is gericht op het in stand houden van het waterlopenstelsel voor berging, doorvoer en afvoer van overtollig water. Daarnaast past het waterschap het watersysteem waar nodig aan om aan de doelen te (blijven) voldoen. Ook zet zij zich in om emissies die nadelig zijn voor de waterkwaliteit, te beperken. In de afvalwaterketen gaat het waterschap de energie efficiency verbeteren. Dat doet zij door duurzame energie en grondstoffen te winnen uit afvalwater. Ook geeft het waterschap in de afvalwaterketen prioriteit aan het veilig stellen van de vereiste functionaliteit door knelpunten weg te nemen en (groot) onderhoud uit te voeren. 5.3.2 Onderzoek Ontwikkelingen dienen rekening te houden met de in deze waterparagraaf genoemde eisen en uitgangspunten. In deze waterparagraaf wordt naast de beschrijving van de waterstaatkundige situatie en kenmerken bepaald wat de invloed is van de uitvoering van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

Er is aan de hand van criteria uit de Handreiking watertoets van het Waterschap Scheldestromen nagegaan of het voorliggende plan strijdig is met de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Hierna wordt per thema ingegaan op de wateraspecten.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

40

Thema en water(schaps)doelstelling

Uitwerking

Waterschapsobjecten Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van waterschapsobjecten niet belemmeren. Hierbij wordt gedacht aan milieucontouren rond RWZI's, rioolpersgemalen, poldergemalen, vrijverval- en/of persleidingen.

Afbeelding 5.1 toont een uitsnede van de leggerkaart. Er zijn direct rondom het projectgebied enkele duikers aanwezig. Er wordt op dit moment gekeken of deze vervangen of vergroot moeten worden voor de uitvoering van de plannen. Verder heeft voorgenomen ontwikkeling geen invloed op de in het plangelegen waterschapsobjecten.

Wateroverlast (vanuit oppervlaktewater) Bij de bouw wordt voldoende hoog gebouwd om instroming van oppervlaktewater in maatgevende situatie(s) te voorkomen. Het plan biedt voldoende ruimte voor vasthouden / bergen / afvoeren van water.

Rondom het projectgebied zijn secundaire watergangen aanwezig. De aanwezige waterlopen in het plangebied worden beschermd door de Keur van het waterschap. In het vigerende bestemmingsplan is het projectgebied bestemd als “Maatschappelijk”. Met voorgenomen ontwikkeling neemt het verhard oppervlak in het plangebied af. In de huidige situatie is er sprake van 12.793 m2 verharding (zie afbeelding 5.2 voor hoe dit oppervlakte is berekend). Dit neemt met 2.939m2 af naar 9.854 m2. (Zie tabel 5.1).

Uitgaande van het stedenbouwkundig ontwerp blijft Het wateroppervlak binnen het projectgebied (nagenoeg) gelijk. Door de afname van verhard oppervlak zijn extra water compenserende maatregelen niet benodigd. Als aanvullende maatregel wordt centraal wel een wadi aangelegd om regenwater vast te houden. Watervoorziening / -aanvoer Voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de aanvoer van Het voorzien van de bestaande functie van water. (grond- en/of oppervlakte)water van de juiste kwaliteit en de juiste hoeveelheid op het juiste moment. Het tegengaan van nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op de behoefte aan water. Riolering / RWZI Het afvalwater wordt afgevoerd door het vuilwaterstelsel van de (inclusief water op straat / overlast) gemeente. Hemelwater dient via het oppervlaktewater of via een Optimale werking van de gescheiden rioleringsstelsel (indien aanwezig) te worden zuiveringen/RWZI’s en van de afgevoerd. (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken en Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel drainagewater in verband met de reductie van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het van hydraulische belasting van de RWZI, waterschap Scheldestromen is verantwoordelijk voor de zuivering het transportsysteem en het beperken van van het aangeleverde afvalwater. overstorten.

Volksgezondheid (water gerelateerd) Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

41

Oppervlaktewaterkwaliteit/ Grondwaterkwaliteit Behoud / realisatie van goede grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem.

Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater leiden.

Grondwateroverlast Tegengaan / verhelpen van grondwateroverlast.

Alleen het hemelwater dat valt op schone oppervlakken wordt afgekoppeld van de riolering en komt in het grondwater terecht. Dit betekent dat er geen verontreinigd water in het grondwater terecht komt.

Dit plan houdt op verschillende manieren rekening met klimaatadaptiviteit, waarmee de veerkracht van het watersysteem wordt vergroot. Dit wordt verderop in deze paragraaf verder toegelicht.

Tevens is het plangebied niet aangeduid als kwetsbaar gebied of grondwaterbeschermingsgebied. Veiligheid waterkering Waarborgen van het veiligheidsniveau tegen water en de daarvoor benodigde ruimte.

Het plangebied is niet gelegen in een beschermingszone van een waterkering.

Bodemdaling Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling zal het Voorkomen van maatregelen die (extra) (grond)waterpeil niet worden aangepast. Eventuele bodemdaling maaiveldsdalingen met name in in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed. zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Verdroging (Natuur) Bescherming karakteristieke grondwater afhankelijke ecologische waarden; van belang in en rond natuurgebieden (hydrologische) beïnvloedingszone.

Voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de mate van verdroging in en rond het plangebied.

Natte natuur Ontwikkeling/Bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Het plan voorziet geen aanpassingen binnen de in en naast het plangebied gelegen NNN-gebieden (Natuurnetwerk Nederland).

Onderhoud waterlopen Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden kunnen worden.

De secundaire watergangen in het projectgebied zijn in beheer bij het waterschap, maar worden in de praktijk onderhouden door de gemeente (Bron: Legger Oppervlaktewaterlichamen Waterschap Scheldestromen).

Waterschapswegen Niet aanwezig. Goede bereikbaarheid en in stand houden van wegen in beheer en onderhoud bij het waterschap.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

42

Afbeelding 5.1: Uitsnede Legger Oppervlaktewaterlichamen waterschap Scheldestromen.

Afbeelding 5.2: Verharding in huidige situatie

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

43

Type verharding Projectgebied Verharding Bebouwd Verhard Half verhard

Bestaande situatie 28.649 m2 12.793 m2

Voortuin

Totaal verharding onverhard Half-onverhard (half-verharding en voortuin) Totaal onverhard Water Totaal verharding Afname verharding

12.793 m2 15.542 m2 15.542 m2 313 m2 12.793 m2

Toekomstige situatie 28.649 m2 4.938 m2 4.032 m2 1.403 m2 (telt mee als 701,5 m2 verharding) 365 m2 (telt mee als 182,5m2 verharding) 9.854 m2 17.599 m2 884 m2 18.483 m2 312 m2 10.516 m2 9.854 m2

Tabel 5.1: Berekening verharding Grondwatersysteem Op basis van het Zeeuws Bodem Venster kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet is gelegen in een gebied dat deel uit maakt van een grondwatertrap. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein door creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of watervasthoudende maatregelen toe te passen. Hierbij valt te denken aan open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of watervasthoudende maatregelen zoals de aanleg van wadi’s, groene daken en het afkoppelen van hemelwaterafvoer (regenton). Resultaat watertoets De ruimtelijke onderbouwing heeft naar verwachting geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. In het kader van wettelijk vooroverleg is deze paragraaf voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen. De opmerkingen naar aanleiding van het vooroverleg zijn verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing. 5.3.3 Conclusie Voorgenomen ontwikkeling heeft naar verwachting geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. In het kader van het vooroverleg en de omgevingstafel is een concept van deze BOPA aan het Waterschap Scheldestromen toegestuurd.

Het aspect water heeft geen negatieve invloed op het realiseren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Vanuit dit aspect is er daarom sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

44

5.4

Verkeer en parkeren

5.4.1 Kader Parapluplan parkeernormen Schouwen – Duiveland Op 27 september 2018 heeft de gemeente Schouwen–Duiveland het parapluplan parkeernormen Schouwen–Duiveland vastgesteld. Het parkeren in het bestemmingsplan kan worden geregeld door te verwijzen naar gemeentelijke beleidsregels waarin parkeernormen zijn opgenomen. Door de nieuwe parkeerregeling ook aan de nieuwere bestemmingsplannen toe te voegen, gaan ook hier eventuele toekomstige aanpassingen in het parkeerbeleid gelden. Dit paraplubestemmingsplan zorgt dus voor een actuele en uniforme regeling voor het parkeren in alle bestemmingsplannen. Op dit moment geldt in de gemeente Schouwen-Duiveland het “Parkeerbeleid 2017-2020”. Hierin worden diverse aspecten rondom het parkeren in Schouwen-Duiveland behandeld, zoals parkeerregulering en de toegankelijkheid en het kwaliteitsniveau van parkeerplaatsen. Bewust zijn geen parkeernormen opgenomen, omdat situaties vaak erg specifiek zijn en maatwerk vaak nodig is. Daarvoor kan prima worden gebruik worden gemaakt van de landelijke CROW-richtlijnen, welke zijn vastgelegd in de CROW publicatie nummer 381 “kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”. In deze publicatie zijn parkeerkencijfers voor verschillende functies opgenomen. Per functie is het kencijfer te bepalen op stedelijkheidsgraad en locatie.

In de beleidsnota wordt voor de gemeente Schouwen-Duiveland de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' aangehouden. Als locatie wordt voor de gehele gemeente, met uitzondering van Zierikzee, 'rest bebouwde kom' (wanneer gelegen binnen de bebouwde kom) en 'buitengebied' (wanneer gelegen buiten de bebouwde kom) gehanteerd. Voor Zierikzee wordt onderscheid gemaakt in de deelgebieden/locaties 'centrum' , 'centrumschil' en 'rest bebouwde kom'. In onderstaande afbeelding 5.3 zijn deze deelgebieden/locaties aangegeven.

Afbeelding 5.3: deelgebieden/locaties centrum, centrum schil en rest bebouwde kom in Zierikzee (Bron Parkeerbeleid 2017 – 2020, Gemeente Schouwen Duiveland)

BOPA ‘Groene Schakel, Zierikzee’ Ontwerp, d.d. 17 december 2025

45

Het beleid gaat er verder vanuit dat bij nieuwe ontwikkelingen het benodigd aantal parkeerplaatsen in beginsel op eigen terrein wordt gerealiseerd. Wanneer dat niet mogelijk is, moet worden aangetoond dat op openbaar terrein voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. 5.4.2 Onderzoek Parkeren Er worden 90 woningen gerealiseerd volgens de volgende typologieën: In het plan zijn de volgende woningtypen opgenomen: • Hive enkel (3,8 bij 9,8 meter): 7 • Hive enkel met verdieping (3,8 bij 9,8 meter): 6 • Hive anderhalf (7,6 bij 9,8 meter): 14 • •

Hive dubbel (7,6 bij 9,8 meter): Hive 3-voudig (11,4 bij 9,8 meter):

59 4

Al deze woningen bevinden zich in het sociale huursegment. Daarom wordt voor de locatie uitgegaan van een worst-case parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning. In totaal komt de parkeernorm dan uit op 90*1,6 = 144 parkeerplaatsen. In het definitief ontwerp (afbeelding 3.3 en bijlage 1) zijn deze parkeerplaatsen ingetekend. Een groter aanbod aan parkeerplaatsen is in deze fase niet gewenst. We willen de gebruikers immers ook stimuleren om te bewegen en te voet dan wel per fiets deel te nemen aan het verkeer. Dit vraagt ook om een omgeving die dat stimuleert. Wonen in een parkachtige setting draagt daar aan bij. Meer verharding ten behoeve van auto(parkeren) stimuleert dit niet en is voorts vanuit duurzaamheid- en klimaatoogpunt niet gewenst. Ook de situering van de parkeerplaatsen past wat dat betreft prima bij de wens om fietsgebruik en wandelen te stimuleren. De woningen zijn gelegen in het groen en ontsloten via paden voor langzaam verkeer. Beoordeling verkeer Het plan omvat 90 wooneenheden. Uitgaande van een weinig stedelijke omgeving en rest bebouwde kom komt de gemiddelde verkeersgeneratie volgens het CROW uit op 5,6 verkeersbewegingen per etmaal per woning. In totaal gaat het dan om 90 X 5,6 = 504 mvt/etm. Dit is een worst-case benadering, omdat er binnen verschillende doelgroepen ook doelgroepen zijn met een lager autobezit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16616646/1