1620638 Bijlage 4 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
4.9. Akoestisch onderzoek Het aspect geluid kan betrekking hebben op: wegverkeerslawaai; industrielawaai; inrichtingslawaai. De locatie valt niet binnen de geluidzone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarnaast is geen sprake van een geluidhinder producerend bedrijf in de omgeving. De aspecten industrielawaai en inrichtingslawaai zijn daarom niet relevant. Op het aspect wegverkeerslawaai wordt hierna ingegaan. 4.9.1 Wegverkeerslawaai Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is alleen geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk als de woningen binnen de geluidzone vallen van gezoneerde wegen. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd.
35/173
De Wgh stelt dat op de gevels van nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals de geprojecteerde woning, voldaan moet worden aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. De maximale ontheffingswaarde is Lden = 63 dB. Voor 30 km/uur wegen gelden deze grenswaarden als richtwaarden. Toetsing De nieuwe woning ligt binnen de geluidzone van de Rampweg (60 km/uur). De aanliggende Kuijerdamseweg is een 30 km/uur weg waaraan wettelijk gezien niet getoetst hoeft te worden aan de Wet geluidhinder. Maar die in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in het onderzoek is betrokken. Na de aanleg van de 3e fase Recreatieverdeelweg en de noodzakelijke flankerende maatregelen zal de functie van de Rampweg en de Kuijerdamseweg worden afgewaardeerd naar een erftoegangsweg met een maximum snelheid van 60 km/uur respectievelijk 30 km/uur. De intensiteit op deze wegen zal hierdoor fors afnemen in 2030 (werkdagen). Op de direct aanliggende Kuijerdamseweg is de toekomstige verkeersintensiteit gering, namelijk 600 mvt/etmaal en op de Rampweg 2.000 mvt/etmaal. De Kuijerdamseweg wordt dan voornamelijk nog gebruikt door bestemmingsverkeer. De gezoneerde Rampweg heeft een verhoogde ligging ten opzichte van de nieuwe woning en ligt op een afstand van tenminste 40 meter van de nieuwe woning.
Mede hierdoor en gezien de relatief lage intensiteit en de asfaltverharding op deze weg zal worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh en is het vaststellen van een hogere waarde niet nodig. De Kuijerdamseweg met zijn geringe verkeersintensiteit (uitsluitend bestemmingsverkeer en in hoofdzaak licht verkeer) is akoestisch nauwelijks relevant. De geluidbelasting vanwege beide wegen zal gezien de lage intensiteiten en/of de relatief grote afstand tot de nieuwe woning voldoen aan de voorkeursgrenswaarde/richtwaarde van Lden = 48 dB. Conclusie De nieuwe woning kan worden mogelijk gemaakt in een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.10. Luchtkwaliteit Toetsingskader De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en
36/173
stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1. weergegeven. Tabel 4.1. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van ) stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³
NIBM In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg. Toetsing en conclusie In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het aspect luchtkwaliteit te worden onderzocht. Het plan voorziet in een woningbouwontwikkeling en valt standaard onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan twee ontsluitingswegen en draagt daarom 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van één woning valt niet aan de hierboven genoemde grenswaarden. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
Figuur 4.5 Uitsnede NIBM-tool
37/173
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan hoe het met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is gesteld. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde voor luchtkwaliteit relevante weg is de N57 (zie figuur 4.6). Hieruit blijkt dat zowel in 2020 als in 2030 voldaan wordt aan de voor dit jaar geldende normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.2 Toetsing aan grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof grenswaarde maximale waarden in jaar 2020 stikstofdioxide (NO2) 40 µg/m³ 11,4 µg/m³ fijn stof (PM10) 40 µg/m³ 14,8 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 6,0 µg/m³ 50 µg/m³ Fijn stof (PM2,5) 25 µg/m³ 7,1 µg/m³
maximale waarden in jaar 2030 9,7 µg/m³ 13,0 µg/m³ 6,0 µg/m³ 5,8 µg/m³
Figuur 4.6 Luchtkwaliteit rondom projectgebied (rood omkaderd) (Bron: NSL-monitoringstool)
4.11. Externe veiligheid Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het
38/173
groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg met gevaarlijke stoffen. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicorelevante inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft.
Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of over het water. De concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het inwerking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar.
Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 -waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheid afstanden (PR 10-6 -contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.
39/173
Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. In dat Besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het plaatsgevonden risico en de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Vervoer gevaarlijke stoffen Uit informatie op de risicokaart (van de atlasleefomgeving) blijkt dat over de N57, die zich ten westen van het projectgebied bevindt, gevaarlijke stoffen wordt vervoerd van o.a. de stofcategorie GF3 met een invloedsgebied van 355 meter. De afstand van het projectgebied tot deze weg is circa 620 meter. Het projectgebied bevindt zich niet in het invloedsgebied van deze weg. Het groepsrisico hoeft niet berekend of verantwoord te worden. Ten zuiden van het projectgebied bevindt zich de N59 waarover gevaarlijke stoffen wordt vervoerd van o.a. de stofcategorie GF3 met een invloedsgebied van 355 meter.
De afstand van het projectgebied tot deze weg bedraagt circa 5 kilometer. Het projectgebied bevindt zich niet in het invloedsgebied van deze weg. Het groepsrisico hoeft niet berekend of verantwoord te worden.
40/173
Figuur 4.7 Uitsnede risicokaart, met blauw omcirkeld het projectgebied (Bron: Atlasleefomgeving) Risicovolle inrichtingen Ook bevinden zich in de buurt van het projectgebied 2 propaantanks met een maximale inhoud van 5 m3 en een veiligheidsafstand van 20 meter. De afstand van het projectgebied tot deze tanks bedraagt minimaal 175 meter waardoor deze geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.12. Duurzaamheid Toetsingskader Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe gebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Bijna Energieneutraal Gebouwen (BENG). Hierbij kan op verschillende manieren omgegaan worden met energie zuinigheid. Toetsing en conclusie Voor alle nieuwbouw geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Per 1 juli 2018 is het daarnaast verplicht gasloos te bouwen. De beoogde woning wordt bijna energieneutraal en wordt zonder gasaansluiting gebouwd.
4.13. Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: a. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; b. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; c. defensiebrandstoffen; d. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Toetsing en conclusie In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen of hoogspanningslijnen aanwezig.
Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het projectgebied hoeft in de ruimtelijke onderbouwing geen
41/173
rekening te worden gehouden. Voor deze leidingen zal nog wel een melding bij het kadaster worden gedaan.
42/173
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
5.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het ruimtelijk plan maatschappelijk draagvlak heeft. Conform de wettelijke eisen zal het ontwerp van de omgevingsvergunning met de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing voor een ieder ter inzage worden gelegd. Een ieder kan zienswijzen indienen tegen het ontwerpbesluit.
5.2. Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Er is sprake van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening), zodat sprake is van verplicht kostenverhaal. De overige kosten worden via de reguliere legesverordening op de opdrachtgever verhaald en zijn dus anderszins verzekerd.
43/173
44/173
Bijlagen toelichting
45/173
46/173
Bijlage 1
47/173
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
SEPTEMBER 2022 1
1. ANALYSE HET PLANGEBIED De projectlocatie bevindt zich aan de westzijde van het dorp Scharendijke ten zuidwesten van het perceel Kuijerdamseweg 66. De Kuijerdamseweg vormt een verbinding tussen de Brouwersdam Binnenzijde ende Elkerzeeseweg. Daarmee vormt het de belangrijkste entree tot Scharendijke vanaf de Dammenweg (n57). Het betreffende perceel is in de bestaande situatie onbebouwd en in gebruik als grasland. Zowel aan de straatzijde als de zuidwest- en zuidoostzijde van het perceel zijn sloten aanwezig die daarmee de begrenzing vormen naar het aangrenzende recreatieterrein. Op de aangrenzende percelen is hoogopgaande beplanting aanwezig, zodat er duidelijke randen worden gevormd naar de omliggende functie. Het terrein is reeds bereikbaar via de Kuijerdamseweg. In de huidige situatie is er een afsluitend hekwerk aanwezig. Het perceel heeft een oppervlakte van 745m2, de breedte is ca 20m en diepte ca 40m. De kadastrale grens ligt daarbij in het midden van de aanwezige sloten. Aan de Kuijerdamseweg staan maar enkele woningen die op de weg zijn georiënteerd en via deze weg worden ontsloten. De recreatiewoningen van Het Baken zijn van de Kuijerdamseweg afgekeerd en door een groenstrook gescheiden van de weg. Ter hoogte van de kruising
2
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
Elkerzeeseweg - Kuijerdamseweg is een concentratie van enkele vrijstaande woningen aanwezig. Deze woningen zijn kleinschalig en zijn opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap. De woningen staan relatief dicht aan de straat en hebben een vrij ondiepe voortuin (ca 5m). Ze zijn voorzien van een zadeldak, waarbij de nokrichting parallel aan de weg is. De rooilijn van de woningen volgt veelal de richting van de verkaveling, waardoor deze net iets verdraaid staan ten opzichte van de straten. De twee woningen aan de westzijde van de Kuijerdamseweg staan wel parallel aan de weg. De architectuur is divers in vorm, materiaal en kleurgebruik en over het algemeen sober. Het materiaalgebruik is traditioneel, met baksteen, gepotdekselde houtdelen, houten kozijnen en details en pannen daken. De Kuijerdamseweg heeft een groene uitstraling met bermen en sloten aan weerzijden. In de bermen staan aan weerszijden bomen en met name aan de zuidoostzijde van de weg levert de groene rand van het recreatieterrein het Baken een belangrijke bijdrage aan deze groene uitstraling.
ANALYSE
Elkerze
Ku ije rd am se
w eg
eseweg
Afbeelding 1: planlocatie aan de Kuijerdamseweg 3
R U I M T E L I J K E A N A LY S E Groene uitstraling Kuijerdamseweg met aan weerszijden groene bermen met bomen
Vrijstaande woningen: 1 laag
Planlocatie
met langskap
Kuijerdamseweg groene randen planlocatie
4
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
Kuijerdamseweg De Kuijerdamseweg vormt een verbinding tussen de Brouwersdam Binnenzijde en de Elkerzeeseweg. Daarmee vormt het de belangrijkste entree tot Scharendijke vanaf de Dammenweg (n57). Aan deze weg bevindt zich de planlocatie, tussen een gebied met reguliere woningen en recreatiewoningen. Aan de oostzijde bevinden zich enkele vrijstaande woningen in 1 bouwlaag met kap, met de nokrichting parallel aan de straat. Aan de westzijde bevindt zich het recreatiererrein Het Baken afgeschermd met een brede groenstrook van de Kuijerdamseweg.
HISTORIE De kern van Scharendijke is te omschrijven als een straatdorp. De bebouwing in het historische hart van het dorp is gegroeid langs enkele wegen, te weten de Dorpsstraat, de Platteweg en de Dijkstraat. De basis van het dorp is onststaan langs de Dorpsstraat, gelegen aan de noordzijde van het huidige dorp dicht tegen de dijk aan. Vanwege deze ligging tegen de dijk is het dorp daarna alleen ten zuiden van de Dorpsstraat ontwikkeld. De Elkerzeeseweg is één van de oudere bebouwingslinten, die in de loop van de 20e eeuw is bebouwd. De historische kern van het dorp bestaat feitelijk uit vier bebouwingsstraten. Vooral langs de Dorpsstraat en de Dijkstraat is de bebouwing verdicht in de loop der jaren, zodat er een dichte bebouwingswand is ontstaan van aaneengeschakelde individuele panden. De woningen staan grotendeels in dezelfde rooilijn aan de straat en een voortuin ontbreekt. Langs de Platteweg en de Elkerzeeseweg staan vooral vrijstaande en twee-onderéén kapwoningen die iets terug liggen van de weg en een voortuin hebben. De ontsluiting van de percelen en oriëntatie van de woningen is op de straat gericht. De woningen zijn overwegend kleinschalig met één bouwlaag met wisselende bouwhoogte en hebben doorgaans een zadeldak, een enkele keer komt een schilddak of mansardedak voor.
De woningen aan de Kuijerdamseweg hebben overwegend een langsgevel aan de straat en de woningen aan de Kuijerdamseweg hebben overwegend een eenvoudig rechthoekige plattegrond.
In het algemeen is er sprake van een eenvoudige baksteenarchitectuur met verticaal gelede gevelvensters dicht tegen het gevelvlak.Boven de entree is in bijna alle gevallen een bovenlicht aanwezig. Het detailleringniveau verschilt van pand tot pand. Bij enkele panden blijft het beperkt tot sierankers en een bewerkte gootlijst, terwijl bij andere panden er sprake is van speklagen, rolbogen, een hardstenen plint en gooten daklijsten. Een enkele keer is er ook sprake van een siergevel. Het materiaal- en kleurgebruik is beperkt tot roodbruine en zandkleurige baksteen (eventueel witgepleisterd), rode of antracietkleurige dakpannen, houten kozijnen en gooten daklijsten in wit en verschillende andere kleuren, zoals bruine aardetinten, grijs en donkergroen. Schoorstenen zijn voornamelijk op de noklijn geplaatst. Aan de westzijde van Scharendijke liggen de recreatieterreinen Het Baken en Camping de Strandloper die naar binnen zijn gericht en een groene rand hebben richting de omgeving en de Kuijerdamseweg.
5
6
1920
1955
1980
2021
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
2. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN Ruimtelijk patroon
Architectuur
•
•
• •
•
De woning wordt bij voorkeur parallel aan de Kuijerdamseweg gepositioneerd, of loodrecht op de weg; De nokrichting volgt is bij voorkeur parallel aan de Kuijerdamseweg; Vanuit duurzaamheidsoverweging (ivm zonoriëntatie) is het voorstelbaar dat de nokrichting loodrecht op de Kuijerdamseweg wordt gesitueerd; De minimale afstand tussen de voorgevel en voorste perceelsgrens dient minimaal 3,0m te bedragen.
•
•
Materiaal, kleur en detaillering •
Hoofdvorm • •
•
•
De vrijstaande woning heeft een traditionele hoofdvorm; De woning bestaat uit één bouwlaag met een kap. Goothoogte max. 6m en nokhoogte max. 10m; Toepassen van een traditionele kapvorm: zadeldak. Een plat dak, lessenaarsdak, tentkap, golfdak of varianten daarop zijn niet toegestaan; De dakhelling van de woning mag ten minste 30° en ten hoogste 55° bedragen.
De woning is opgebouwd uit eenvoudige volumes en minimalistische details; De woning heeft een bouwvolume passend bij de bestaande woningen aan de Kuijerdamseweg; Geen blinde gevels op de openbare weg.
• •
•
De gevels worden uitgevoerd met hoogwaardige, onderhoudsarme, gevelmaterialen zoals metselwerk of strak vormgegeven houtwerk. Ook kunststof met een houtlook/natuurlijke uitstraling is toegestaan. De kleurstelling van de gevel is ingetogen en dient aan te sluiten op de omgeving; Detaillering zoals kozijnen, daklijsten, bijzondere onderdelen in de gevels in hout of aluminium (mits het beeld en de sfeer niet wordt aangetast), wit tot antraciet van kleur. Op het dak liggen keramische pannen, roodoranje of antraciet.
7
UITGANGSPUNTEN
Bebouwing bij voorkeur parallel aan de straat (rechthoekige plattegrond met lange zijde langs de Kuijerdamseweg)
Rooilijn op minimaal 3m.
Nokrichting vanuit stedenbouw bij voorkeur parallel aan de Kuijerdamseweg
nokhoogte: max 10,0m goothoogte: max 6m
De bebouwing dient te bestaan uit een traditionele bouwmassa: 1 laag met kap. Vanuit duurzaamheidsoverweging (bezonning) kan ook gekozen worden voor nokrichting haaks op de Kuijerdamseweg 8
Goothoogte: max 6m, Nokhoogte: max 10m
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
Kapvorm: zadeldak
3. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN
REFERENTIEBEELDEN
Diversen • • •
• •
Het perceel heeft aan de voorzijde een lage, groene erfafscheiding van max 1,0m hoog; Zonnepanelen worden geïntegreerd in het dak; Kavels hebben een zo groen mogelijk karakter: verhard/bebouwd oppervlak zoveel mogelijk beperken; Het parkeren dient plaats te vinden op eigen perceel; Maximaal wordt één oprit toegepast, waarbij de sloot aan de Kuijerdamseweg behouden blijft.
9
10
STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN KUIJERDAMSEWEG 68 SCHARENDIJKE
58/173
Bijlage 2
59/173
Memo stikstofberekeningen aanleg- en gebruiksfase
- MEMO Memo
DATUM Kenmerk VAN
07-03-2025 20220747 M. Tajqurishi S. Lie
PROJECT OPDRACHTGEVER
Kuijerdamseweg Scharendijke René Faasse Projecten BV
STIKSTOFBEREKENINGEN KUIJERDAMSEWEG SCHARENDIJKE
1. INLEIDING Het voornemen is om op het kadastrale perceel MDS01-A-48 aan de Kuijerdamseweg in Scharendijke een woning te realiseren. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied ‘Grevelingen’. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt circa 108 meter. Andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.
Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)
Met het rekenmodel Aerius (versie 2024.01.2) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatiefase en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 is de bescherming van natuurgebieden opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet: - verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; - vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; - legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: - De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. - In een voortoets wordt vastgesteld of een project of plan significant negatieve gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. - Als significant negatieve effecten als gevolg van een plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten niet in op voorhand (in een voortoets) kunnen worden uitgesloten, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied.
Bevoegde instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Voor projecten dient daarvoor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit te worden aangevraagd. - Als op grond van de passende beoordeling niet kan worden uitgesloten dat significant negatieve effecten optreden in Natura 2000-gebieden, biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om bij dwingende redenen van groot openbaar belang toch medewerking te verlenen, mits geen alternatieven beschikbaar zijn en compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Hersteldoelen Verschillende provincies hebben voor een aantal natuurgebieden zogenoemde hersteldoelen vastgesteld. Dit zijn habitats die op dit moment in bepaalde delen van het gebied niet meer aanwezig zijn maar waarvan het doel is om deze op dezelfde locatie terug te brengen. Bij de AERIUS berekening is het mogelijk om ook een berekening uit te voeren op deze hersteldoelen.
In de rekenresultaten is er een aparte weergaveoptie beschikbaar genaamd ‘hexagonen met hersteldoel’. Deze rekenresultaten worden in een aparte pdf opgenomen en als bijlage bij deze memo toegevoegd.
2/5
3. BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN Realisatiefase Gedurende de realisatiefase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. Op dit moment is er nog geen gedetailleerde informatie beschikbaar. Voor de bouw van de beoogde ontwikkeling is uitgegaan van het kental van 3 kg NOx per woning. De emissie van de beoogde woning komt op 3 kg NOx. In zowel het rapport “Methode inschatting depositie woningbouwprojecten” van het RIVM (d.d. 14 november 2019) als in het rapport “Handreiking woningbouw en AERIUS” van de Rijksoverheid (d.d. januari 2020) is ditzelfde kengetal vastgesteld voor de aanleg van één woning. Dit is ingevoerd als vlakbron. Binnen dit kengetal valt de inzet van mobiele werktuigen en het transport van zowel de bouwmaterialen als de werknemers van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen - houtskeletbouw en modulair bouwen - kan de depositie lager zijn). Er wordt alsnog worst-case uitgegaan van 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen per woning. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De verkeerstoename door een project wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’.
Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt’. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat het verkeer wordt afgewikkeld via Kuijerdamseweg naar de Brouwersdam Binnenzijde. Op de Brouwersdam Binnenzijde gaan de vervoersbewegingen op in het heersende verkeersbeeld. Gebruiksfase De beoogde woning krijgt geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van data van het CBS voor de gemeente Schouwen-Duiveland een stedelijkheidsgraad van ‘niet stedelijk’ aangehouden. Voor de ligging van het projectgebied wordt uitgegaan van ‘buitengebied’. Dit komt uit op een verkeersgeneratie van 8,6 mvt/etmaal. Omdat het om de realisatie van 1 woning gaat, zijn de realisatiefase en gebruiksfase in één berekening uitgevoerd.
Het verkeer wikkelt af op dezelfde wijze als de realisatiefase. Op de Brouwersdam binnenzijde gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
3/5
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE AERIUS Calculator geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jr. voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Dit geldt ook voor de hersteldoelen. Er is in de berekeningen geen gebruik gemaakt van intern salderen. Op grond van de Omgevingswet voor het onderdeel Natura 2000-gebieden zijn er qua stikstofdepositie geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit project. De berekeningen zijn als losse bijlagen bij deze memo toegevoegd.
4/5
Bijlage 1 Stikstofberekening aanleg- en gebruiksfase
5/5
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rho adviseurs Kuijerdamseweg 68 , - Scharendijke Kuijerdamseweg 68 Scharendijke gebruiksfase en realisatiefase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S45h5BeVJkRt 07 maart 2025, 15:05 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Realisatie en gebruiksfase - Beoogd Realisatie en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
S45h5BeVJkRt (07 maart 2025)
2025 -
97,6 g/j
3,7 kg/j
2/7
Projectberekening
Realisatie en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 2 4 5
Anders... | Anders... | Materieel Verkeer | Koude start: overig | Koude starts gebruiksfase Verkeer | Koude start: overig | Koude starts - bouwverkeer Verkeersnetwerk
S45h5BeVJkRt (07 maart 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
65,0 g/j 3,3 g/j 29,3 g/j
3,0 kg/j 0,4 kg/j 20,6 g/j 0,3 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S45h5BeVJkRt (07 maart 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatie en gebruiksfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
S45h5BeVJkRt (07 maart 2025)
5/7
Projectberekening
Realisatie en gebruiksfase , Rekenjaar 2025
1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeer gebruiksfase Locatie X:47520,04 Y:417593,88 Lengte 507,10 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Anders... | Anders...
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Naam Materieel Uittreedhoogte Locatie X:47716,52 Warmteinhoud Y:417727,3 Spreiding Oppervlakte 0,06 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0m
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer Locatie X:47533,7 Y:417604,5 Lengte 544,18 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude starts gebruiksfase X:47711,12 Y:417737 0,02 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
S45h5BeVJkRt (07 maart 2025)
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,2 kg/j 31,8 g/j 27,5 g/j
In file
8,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ
3,0 kg/j
Links Rechts NOₓ 84,1 g/j Type scherm - - NO₂ 19,4 g/j Hoogte - - NH₃ 1,8 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
150,0 /jaar 0,0 /jaar 25,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
0,4 kg/j 65,0 g/j
Koude starts
4,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
6/7
Projectberekening
5
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude starts bouwverkeer X:47711,53 Y:417737,07 0,02 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
NOₓ NH₃
20,6 g/j 3,3 g/j
Koude starts
75,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.1.2_20250219_fdfc2529a9 Database versie 2024.1_fdfc2529a9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
S45h5BeVJkRt (07 maart 2025)
7/7
72/173
Bijlage 3
73/173
Quickscan fauna en flaura
Realisatie woning aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke: ‘quick scan’ natuurwaarden
Peter L. Meininger
MaGRID-rapport 25-710 7 maart 2025
Colofon Titel:
Realisatie woning aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke: ‘quick scan’ natuurwaarden
Auteur:
Peter L. Meininger (adviseur ecologie, MaGRID)
Fotografie:
Peter L. Meininger (MaGRID) & Rho Adviseurs
Basiskaarten:
Google Earth
Rapportnr.:
MaGRID-rapport 25-710
Datum:
7 maart 2025
Uitgever:
MaGRID info@magrid.nl
Opdrachtgever:
Rho Adviseurs Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM
Contactpersoon:
Joris Dingemanse joris.dingemanse@rho.nl
© MaGRID /Rho Adviseurs 2025 Niets uit dit rapport mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van MaGRID en van de opdrachtgever, behoudens voor zover dit document wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Het document mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Aanbevolen citering Meininger P.L. 2025. Realisatie woning aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke: ‘quick scan’ natuurwaarden. Rapport in opdracht van Rho b.v. MaGRID-rapport 25-710. MaGRID, Vlissingen. AVG In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van MaGRID, namen en e-mailadres(sen) van de adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd. NDFF De in dit rapport opgenomen informatie over het voorkomen van wettelijk beschermde soorten, met als bronvermelding NDFF, is afkomstig uit de NDFF (Nationale Database Flora en Fauna). Eventueel vermelde details op een kleiner niveau dan 1x1 km mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. MaGRID accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door MaGRID uitgevoerde onderzoek neemt.
Inhoud Samenvatting.......................................................................................................................... 3 1.
Inleiding ........................................................................................................................... 5
2.
Het project ...................................................................................................................... 7
3.
Omgevingswet .............................................................................................................. 10 3.1
Algemeen ....................................................................................................................... 10
3.2
Bevoegd gezag................................................................................................................ 10
3.3
Gebiedsbescherming: algemeen .................................................................................... 10
3.4
Natuurnetwerk Nederland (NNN) .................................................................................. 11
3.5
Natura 2000-activiteit .................................................................................................... 12
3.6
Activiteit die geen significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebied .......... 13
3.7
Stikstof............................................................................................................................ 13
3.8
Soortenbescherming (Flora- en fauna-activiteit) ........................................................... 13
3.9
Vellen houtopstand en herbeplanten ............................................................................ 15
3.10 Invasieve exoten............................................................................................................. 17
4
Aanpak, materiaal en methoden .................................................................................. 19 4.1
Vraagstelling ................................................................................................................... 19
4.2
Veldbezoek ..................................................................................................................... 20
4.3
Literatuur- en archiefonderzoek .................................................................................... 20
5
Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden .............................................................. 22
6
Gebiedsbescherming: voortoets Natura 2000-gebied Grevelingen ............................. 24 6.1
Algemeen ....................................................................................................................... 24
6.2
Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen ................................................................. 25
6.3
Effecten op kwalificerende habitats............................................................................... 27
6.4
Effecten op kwalificerende soorten ............................................................................... 27
7
Gebiedsbescherming: Natuurnetwerk Nederland ........................................................ 31
8
Quick scan beschermde natuur: soortenbescherming ................................................. 32 8.1
Beschermde muizen ....................................................................................................... 32
8.2
Vleermuizen ................................................................................................................... 32
8.3
Eekhoorn ........................................................................................................................ 33
8.4
Damhert ......................................................................................................................... 33
8.5
Zeehonden ..................................................................................................................... 34
8.6
In Zeeland niet vrijgestelde zoogdieren ......................................................................... 37
8.7
In Zeeland vrijgestelde zoogdieren ................................................................................ 39
8.8
Algemene conclusie t.a.v. zoogdieren............................................................................ 39
8.9
Vogels ............................................................................................................................. 39 1
8.10 Vissen ............................................................................................................................. 40 8.11 Amfibieën en reptielen .................................................................................................. 40 8.12 Vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren........................................................ 46 8.13 Planten ........................................................................................................................... 46 8.14 Overige natuurwaarden ................................................................................................. 46
9
Vellen houtopstanden en herbeplanten ....................................................................... 47
10 Invasieve exoten ........................................................................................................... 48 11. Ecologische aanbevelingen voor de uitvoering van de werkzaamheden ...................... 49 11 Literatuur....................................................................................................................... 51
2
Samenvatting Algemeen Er zijn plannen voor bouw van een nieuwe woning op een thans onbebouwd perceel aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke (Gemeente Schouwen-Duiveland, Zeeland). Rho Adviseurs is nauw betrokken bij de ruimtelijke ontwikkeling en de planologische procedures rond dit project. Het gaat hier om een zogenaamde ‘BOPA’: een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het Omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Om overtredingen van de Omgevingswet te voorkomen, heeft MaGRID in opdracht van Rho Adviseurs in het kader van dit project in maart 2025 een verkennend onderzoek (quick scan) naar de aanwezige natuurwaarden uitgevoerd. Gezien de nabijheid van Natura 2000-gebied Grevelingen is ook nagegaan of er mogelijke effecten zijn van het project op kwalificerende soorten en habitats van dit Natura 2000-gebied. Ook zijn ecologische aanbevelingen voor de uitvoering van de werkzaamheden geformuleerd (hoofdstuk 11). Stikstof Bij het project komt stikstof vrij. In het kader van deze quick scan zijn geen berekeningen uitgevoerd met de AERIUS-rekentool, noch zijn mogelijke effecten op kwalificerende habitattypen en kwalificerende en typische soorten beschouwd. Er is dus aanvullend onderzoek nodig om te concluderen of een Omgevingsvergunning wel of niet nodig is (hoofdstuk 3.7).
De hierna geformuleerde conclusies hebben dus geen betrekking op stikstof. Natura 2000-gebieden Significant negatieve effecten van het project op kwalificerende soorten en beschermde habitats van de meeste Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving kunnen redelijkerwijs op voorhand worden uitgesloten. Er is bij die gebieden geen sprake van een Natura 2000-activiteit en het aanvragen van een Omgevingsvergunning is niet nodig (deze conclusie heeft geen betrekking op stikstof) (hoofdstuk 5). Gezien de nabijheid van Natura 2000-gebied Grevelingen zijn negatieve effecten op dat gebied niet op voorhand uit te sluiten en is een zogenaamde ‘voortoets Natura 2000’ uitgevoerd (zie hoofdstuk 6). Kwalificerende habitats Grevelingen Significant negatieve effecten van het project op kwalificerende habitats van Natura 2000-gebied Grevelingen zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 6.3). Kwalificerende soorten Grevelingen Significant negatieve effecten van het project op kwalificerende soorten (groenknolorchis, noordse woelmuis broedvogels en watervogels) in of nabij Natura 2000-gebied Grevelingen kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 6.4).
Natuurwetwerk Nederland (NNN) Gezien de aard en relatief korte duur van de werkzaamheden, alsmede het toekomstige gebruik van de woning, kunnen negatieve effecten van het project op de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebieden redelijkerwijs worden uitgesloten (hoofdstuk 7). Zoogdieren Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor wettelijk beschermde soorten zoogdieren (individuen, populaties of leefgebieden). Met inachtneming van de ecologische aanbevelingen (hoofdstuk 11) is er geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstukken 8.1 t/m 8.8). Broedvogels Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor wettelijk beschermde vogelsoorten (individuen, populaties of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming onder de volgende voorwaarden. Gezien de aanwezigheid van broedvogels in het projectgebied en met name in de directe omgeving (bijvoorbeeld in de omringende tuinen), wordt aanbevolen de start van de bouwwerkzaamheden zo veel
3
mogelijk te laten plaatsvinden buiten het broedseizoen (in de periode 15 augustus-1 maart). Indien er eenmaal geregeld bouwactiviteiten zijn, kunnen deze ook tijdens het broedseizoen worden voortgezet of afgerond. Met inachtneming van de ecologische aanbevelingen (hoofdstuk 11) is er geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een vergunning is dan niet nodig (hoofdstuk 8.9). Vissen Wettelijk beschermde soorten vissen ontbreken in het projectgebied. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor wettelijk beschermde soorten vissen (individuen, populaties of leefgebieden). Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 8.10). Levendbarende hagedis, alpenwatersalamander en heikikker Het voorkomen van deze soorten in het projectgebied is uit te sluiten en er zijn geen nadelige gevolgen van het project (individuen, populaties of leefgebieden). Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 8.11). Boomkikker Geschikte voortplantingshabitat voor de boomkikker ontbreekt in het projectgebied en de soort komt hier hoogstens incidenteel voor. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor de boomkikker (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming.
Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 8.11). Rugstreeppad Voorkomen moet worden dat tijdens de werkzaamheden geschikte voortplantingshabitat voor deze soort ontstaat (ondiepe plassen in medio april-medio september). Er zijn geen dan nadelige gevolgen van het project voor de rugstreeppad (individuen, populatie of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 8.11). Ongewervelde dieren Aangezien geschikte habitat voor beschermde soorten vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren er ontbreekt, is het voorkomen van deze soorten in het projectgebied uit te sluiten. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor deze soorten (individuen, populaties of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 8.12). Planten Er komen geen wettelijk beschermde plantensoorten voor in het projectgebied. Er zijn geen nadelige gevolgen van het project voor beschermde plantensoorten (exemplaren, populaties of leefgebieden) en er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig (hoofdstuk 8.13).
In het projectgebied zijn geen invasieve planten van de ‘Unielijst’ of andere ‘lastige’ plantensoorten aangetroffen (hoofdstuk 10). Overige natuurwaarden De enige ‘overige’ soorten van een Rode Lijst die nabij het projectgebied zijn gemeld, zijn het bruin blauwtje en het oranje zandoogje. Dit zijn in Zeeland plaatselijk algemene dagvlinders. Voor zover bekend, komen er in het projectgebied geen ‘overige’ bijzondere soorten planten of dieren voor, zoals soorten van de diverse Rode Lijsten). Op grond van de aanwezige habitat zijn dergelijke soorten ook niet te verwachten (hoofdstuk 8.14). Houtopstanden Omdat er bij dit project geen sprake is van het rooien van een houtopstand (bomen en/of struiken), is er geen sprake van een meldingsplicht, noch van een herbeplantingsplicht.
4
1. Inleiding Er zijn plannen voor bouw van een nieuwe woning op een thans onbebouwd perceel (kadastraal bekend als MDS01-A-48) aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke (Gemeente SchouwenDuiveland, Zeeland). Rho Adviseurs is nauw betrokken bij de ruimtelijke ontwikkeling en de planologische procedures rond dit project. Het gaat hier om een zogenaamde ‘BOPA’: een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het Omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Per 1 januari 2024 is de regelgeving uit de Wet natuurbescherming opgenomen als onderdeel van de Omgevingswet. Om overtredingen van de Omgevingswet te voorkomen, heeft MaGRID in opdracht van Rho Adviseurs in het kader van dit project in maart 2025 een verkennend onderzoek (‘quick scan’) naar de aanwezige natuurwaarden uitgevoerd. Doel was vooral om na te gaan of er sprake is van een zogenaamde ‘Flora- en fauna-activiteit’ of ‘een Natura 2000-activiteit’. Gezien de nabijheid van Natura 2000-gebied Grevelingen is ook nagegaan of er mogelijke effecten zijn van het project op kwalificerende soorten en habitats van dit Natura 2000-gebied. Ook zijn ecologische aanbevelingen voor de uitvoering van de werkzaamheden geformuleerd. Deze aanbevelingen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt door een aannemer die werkt volgens een goedgekeurde gedragscode ‘natuur’ Omgevingswet.
Zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/buiten-werken/overzicht-gedragscodes. Een Omgevingsvergunning wordt in dit rapport aangeduid als ‘vergunning’. Op basis van de uitgevoerde quick scan is geen nader onderzoek naar de aanwezige natuurwaarden nodig.
Ligging van het projectgebied in Scharendijke (geel vakje binnen rode ovaal).
5
Ligging van het projectgebied in Scharendijke (geel vakje).
Ligging van het projectgebied in Scharendijke (geel vakje).
6
2. Het project Projectgebied Het projectgebied ’realisatie woning aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke’ ligt in bungalowpark ‘Het Baken’ ten westen van de dorpskern van Scharendijke. De te bouwen woning is gepland op een graslandperceel dat geregeld wordt begraasd door vee en ook wordt gemaaid. Het bouwkavel heeft een oppervlakte van ongeveer 7450 m2 en wordt in het noordwesten begrensd door een smalle sloot langs de Kuijerdamseweg, in het noordoosten door een villa (‘Villa Lente’) met omringende tuin, in het zuidoosten en zuidwesten door vrij brede watergangen, waarachter ook vrijstaande woningen met omringende tuinen. Een strook van vijf meter langs de watergangen zal onbebouwd moeten blijven in verband met onderhoudswerkzaamheden (schonen) door Waterschap Scheldestromen. Beschrijving van het project Het project bestaat uit de bouw van een woning, alsmede de aanleg van een tuin en een oprit vanaf de Kuijerdamseweg. Er is geen sprake van de sloop van gebouwen of van het rooien van bomen of struiken. De bomen langs de Kuijerdamseweg maken onder uit van openbaar groen en blijven staan. Ook worden er geen sloten of andere wateren gedempt. Afbakening Onder ‘het project’ wordt in dit rapport verstaan: het bouwrijp maken van de kavel, de bouw van een nieuwe woning, de aanleg van een tuin en het toekomstige gebruik van de woning.
Timing van uitvoering De uitvoeringsperiode van de werkzaamheden is nog niet bekend. Aan- en afvoerroute Aan- en afvoer van materieel en aanvoer van bouwmateriaal zal plaatsvinden per as over de weg. Opslag van materiaal en materieel Materiaal en materieel zullen tijdens bouwfase worden opgeslagen op of nabij de projectlocatie. In te zetten materieel Onder andere vrachtwagen, trekker, bouwkraan, hoogwerker.
Impressie van de te bouwen woning aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke (bron: Rianthuis/René Faasse Projecten b.v.).
7
Ligging van het projectgebied in Scharendijke (rood vakje).
Ruimtelijke impressie van het projectgebied (Bron: Rho Adviseurs).
8
Zomers beeld van het projectgebied (Rho Adviseurs).
Impressie van de te bouwen woning aan de Kuijerdamseweg 68 in Scharendijke (bron: Rianthuis/René Faasse Projecten b.v.).
9
3. Omgevingswet 3.1 Algemeen De Omgevingswet (in werking getreden per 1 januari 2024) omvat wet- en regelgeving over de leefomgeving. Deze wet is de basis voor de regelgeving van decentrale overheden over de leefomgeving. Burgers, bedrijven en overheden kunnen activiteiten uitvoeren, die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. De Omgevingswet geeft ook regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. De regelgeving uit de voormalige Wet natuurbescherming is vervangen door de Omgevingswet. Een Omgevingsvergunning wordt in dit rapport meestal aangeduid als ‘vergunning’.
3.2 Bevoegd gezag Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat een vergunningaanvraag behandelt, meldingen ontvangt en bevoegd is voor toezicht en handhaving. Initiatiefnemers hoeven zelf niet te bedenken naar welk bevoegd gezag hun aanvraag moet: dat volgt automatisch bij gebruik van het Omgevingsloket.
3.3 Gebiedsbescherming: algemeen Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Ze worden beschermd door verschillende wetsinstrumenten. De Omgevingswet maakt het mogelijk gebieden aan te wijzen als beschermde natuurgebieden. Deze wet noemt daarbij verschillende soorten gebieden (zie hierna). Natura 2000-gebieden Een Natura 2000-gebied is een beschermd natuurgebied van Europees belang. Het aanwijzen van Natura 2000-gebieden heeft als doel het beschermen van de leefgebieden van bepaalde dieren en planten en van bepaalde natuurlijke habitattypen. Bescherming is nodig voor het behoud van de biodiversiteit (soortenrijkdom) en om te voldoen aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Alle Natura 2000-gebieden samen vormen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Dat netwerk heet Natura 2000. De verantwoordelijke minister wijst de Natura 2000-gebieden aan en legt de instandhoudingsdoelstellingen vast (artikel 2.44 Omgevingswet). Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. In Nederland zijn ruim 160 Natura-2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN is een samenhangend landelijk ecologisch netwerk.
Het is gericht op de bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gunstige staat van instandhouding van:
10
aanwezige dier- en plantensoorten; typen natuurlijke habitats; leefgebieden van soorten die van nature in Nederland voorkomen.
Bijzondere natuurgebieden en landschappen Naast de Natura 2000-gebieden kan de minister van LNV bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen (artikel 2.44 lid 2 Omgevingswet). De provincie kan in de omgevingsverordening bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aanwijzen (artikel 2.44 lid 5 Omgevingswet).
3.4 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Regels Bijna alle aangewezen Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. De provincie wijst de NNN-gebieden aan, de gemeenteraad heeft de plicht om in een omgevingsplan dat van toepassing is op bestaande natuur regels te stellen. In de omgevingsverordening Zeeland (Artikel 5.32; https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135) staat onder andere het volgende over NNN. Een omgevingsplan dat van toepassing is op bestaande natuur, stelt regels die strekken tot bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het natuurnetwerk Nederland. Bestaand gebruik en bestaande bebouwing kunnen worden gecontinueerd. Een omgevingsplan maakt geen nieuwe activiteiten of wijziging van bestaande activiteiten binnen bestaande natuur mogelijk die: nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden; leiden tot een vermindering van de oppervlakte van de gronden; of leiden tot een vermindering van de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk Nederland.