1066746 Bijlage 1 Antwoordnotitie ontwerpbestemmingsplan â Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening bu
Tekst van het document
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Er heeft een uitgebreid locatieonderzoek plaatsgevonden, waarbij door de gemeenteraad van de gemeente SchouwenDuiveland dit zoeklocatiegebied als beste optie is aangewezen. Dit locatieonderzoek is onder andere gevoed door de technische randvoorwaarden die aan een positie van dergelijk station door de verantwoordelijke marktpartijen (Tennet en Stedin) zijn gesteld. Er zijn meerdere aspecten die een rol spelen in planvorming, bodem en water zijn daar voorbeelden van die ook bij de afweging en de inrichting zijn en worden betrokken.
26
43.
44.
45.
Maak van deze sectorale visie een integraal plan door rekening te houden met opgaven van b.v. Waterschap (Kader Richtlijn Water, versterken waterkeringen), Provincie (Natuurcompensatie, Zeelandbrug), bufferzones tussen potentieel conflicterende functies.
Zorg in uw ontwerpvisie voor economisch perspectief voor onze bedrijven.
Geef in de ontwerpvisie uitvoering aan de gevoerde omgevingsdialoog m.b.t. het kV-station, sluit aan bij eerder genomen besluiten en vigerend beleid. Mocht het kV station gebouwd worden dan verzoeken wij u deze binnen zoekgebied SD1 te positioneren conform het eerdere besluit van de gemeenteraad.
Er heeft onderzoek plaatsgevonden wat nodig is om het gehele gebied toekomstbestendig te ontwikkelen. Daarbij is ook rekening gehouden met eventuele wateroverlast op deze locatie. Hierdoor moet het gebied iets worden opgehoogd. Voor de locatie van het hoogspanningsstation is gekozen voor ophoging waarbij alle vormen van extreme regenval en ook nog doorbraak van het Luitje volledig worden ondervangen. Daarvoor moet het maaiveld met 0,25 m worden verhoogd. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De reikwijdte van de gebiedsvisie betreft de opgaven zoals verwoord. Van andere concrete opgaven in het gebied was destijds vooralsnog geen sprake, waardoor het niet mogelijk was deze in te passen in de visie. Uiteraard is bekend dat de provincie naar de toekomst van de Zeelandbrug en toeleidende wegen kijkt, echter was het destijds nog te vroeg om dit in een visie gericht op bedrijvigheid van Zierikzee op te nemen. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage.
Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Daar waar de oprukkende stad en bedrijvigheid direct invloed heeft op bestaande activiteiten zullen de gemeente en initiatiefnemer haar verantwoordelijkheid nemen alle belangen zo goed mogelijk te waarborgen. Zo goed als mogelijk worden de meeste bedrijven in het gebied bediend, waar bij het maken van keuzes een zorgvuldige afweging plaatsvindt. De nadere uitwerking voor het kV-station op zoeklocatie SD1 heeft ertoe geleid – met de aanwezige beperkingen én de andere ruimtelijke opgaven binnen en net buiten dat gebied - dat het kV station is verschoven naar locatie SD1a. Deze locatie is in de wijziging op de structuurvisie Zierikzee opgenomen. De uitwerking van het plan heeft plaatsgevonden volgens de gebruikelijke weg. Eerst inventarisatie van de opgaven, dan in kaart brengen van belemmeringen, ideevorming, afstemming, inspraak, visievorming, ter inzagelegging en vervolgens de definitieve besluitvorming over de gebiedsvisie/ wijziging Structuurvisie Zierikzee 2030. Op dit moment wordt ook een volledige planologische procedure voor de realisatie van het kV-station doorlopen, met de mogelijkheid van het indienen van een zienswijze en/of beroep tot aan de Raad van State.
27
46.
47.
Volgens reclamant moet er meer ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaatsvinden bij het bestaande en eventueel nieuwe bedrijventerrein en moeten er hoogwaardige langzaam verkeersroutes worden aangelegd.
Gevraagd wordt om te kiezen voor compacte en gefaseerde groei en om de bestuurlijke regionale instemming te overleggen.
Deze zienswijze heeft niet alleen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: In de nadere uitwerking van de visie, de diverse deelplannen wordt voldoende aandacht besteed aan landschappelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteitsverbetering (waar mogelijk ook op het bestaande bedrijventerrein maar zeker binnen de contouren van het nieuwe bedrijventerrein) en langzaam verkeersroutes, zowel voor bestemmingsverkeer als toeristisch verkeer. De geschetste ruimtelijke structuur speelt - voor bedrijvigheid wat functioneel van aard en inrichting is - meer dan gemiddeld in op landschappelijke inpassing met de nodige kwaliteitselementen van groen en wateropvang. Overigens is nog niet bepaald welk bedrijvenprogramma er aan het overgrote deel van deze ruimtelijke structuur wordt gekoppeld. Het bedrijvenprogramma moet nog verder worden bepaald en is sturend in de kwaliteit en uitstraling van het bedrijventerrein. In het kader van de ruimtelijke procedure wordt tevens een beeldkwaliteitsplan opgesteld en vastgesteld. Daarnaast is ten behoeve van het hoogspanningsstation ook een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en juridisch geborgd in dit bestemmingsplan. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan.
Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De uitbreiding vindt plaats aan de hand van een bedrijventerreinenprogramma en is daarmee gebaseerd op behoeftecijfers alsmede concrete aanvragen, waarbij het kV-station en de energie gerelateerde bedrijvigheid, waaronder een energiehub (benoemd als opgave in het coalitieakkoord) de eerste concrete invulling van het bedrijventerrein zijn. De verwerving en fysieke uitbreiding vindt zondermeer gefaseerd en geclusterd plaats. Voor de uitwerking van het kVstation heeft een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen waar zienswijzen op ingediend konden worden. Deze antwoordnotitie maakt onderdeel uit van de bijbehorende ruimtelijke procedure.
28
48.
De noodzaak van het kV station is niet aangetoond. Het mag ook geen zuigende werking hebben op zonneparken.
49.
Reclamant verzoekt om de bestaande grondwal en landschapsterp (ter plaatse van de ruimtelijke reservering van een zuidelijke rondweg) in stand te houden.
Op Schouwen-Duiveland en Tholen is het energienet van de regionale netbeheerder Stedin vol. Ook nadert een aantal componenten en verbindingen het einde van hun levensduur. De verwachte hoeveelheid duurzaam opgewekte stroom in de regio zal de transportcapaciteit van het bestaande energienet ruimschoots overtreffen. De regionale netbeheerder Stedin heeft daarom gevraagd naar extra netwerkcapaciteit. Op dit moment is er al sprake van congestie. Er kunnen geen grootschalige, duurzame initiatieven meer worden aangesloten. Daarnaast wordt op Schouwen-Duiveland meer energie geproduceerd dan dat er wordt verbruikt. Een nieuwe aansluiting op het 150 kV-netwerk, die ervoor zorgt dat al die opgewekte energie afgevoerd kan worden, is dan ook noodzakelijk. Uitbreiding van zonneparken zijn in de visievorming niet voorzien op deze locatie. Binnenkort wordt een nieuwe beleidsnota ‘duurzame energievoorziening’ ter inzage gelegd. Ingezet wordt op ontwikkelingen die met de huidige infrastructuur mogelijk is. Energielandschappen zijn niet in deze omgeving voorzien. Deze zienswijze (zoals opgenomen in de bijlage bij de zienswijze tegen dit ontwerpbestemmingsplan) heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage.
Dit bestemmingsplan maakt ook geen planologische reservering voor een rondweg mogelijk en is daarmee dan ook nog geen grondslag voor het verwijderen van de genoemde grondwal en landschapsterp. Binnen het plangebied zijn enkel de gronden gelegen voor de realisatie van het hoogspanningsstation met bijbehorende beschermingszones voor de kabels en de landschappelijke inpassing. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De reservering voor een mogelijke zuidelijke ontsluitingsweg tussen Poortambacht en bedrijventerrein volgt uit de opgave uit het project Betere Bereikbare Centrumstad Zierikzee. Op termijn zal blijken of de infrastructurele oplossingen op/ aan de N59 zullen voldoen. Bij de visievorming van dit gebied kunnen we de mogelijke oplossing voor deze opgave – te realiseren in dit gebied - niet negeren. Het tracé van de eventuele nieuwe weg moet echter wel de bestaande en nieuwe landschappelijke inpassing aan de zuidzijde van dit gebied respecteren. Met andere woorden, de eventuele nieuwe weg moet ten zuiden van deze landschappelijke groenstructuur worden gerealiseerd.
29
50.
51.
Een zuidelijke rondweg heeft geen kans van slagen vanwege nabijheid N2000 gebied.
Reclamant vraagt om aan te tonen dat alle effecten van de ontwikkelingen (geluid, licht, straling, fijnstof, stikstof) in beeld moeten worden gebracht en dat het aantoonbaar gemaakt moet worden dat significant negatieve effecten zich niet zullen voordoen ook niet bij cumulatie. Aangetoond moet worden dat het geheel van depositie van het huidige gebruik, bouwfases en toekomstig gepland gebruik geen negatieve invloed zal hebben op de instandhoudingsdoelen van het naastgelegen N2000 gebied.
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Dit ontwerpbestemmingsplan maakt geen zuidelijke rondweg mogelijk. Ook wordt er geen planologische reservering vastgelegd om toekomstige aanleg mogelijk te maken. Binnen het plangebied zijn enkel de gronden gelegen voor de realisatie van het hoogspanningsstation met bijbehorende beschermingszones voor de kabels en de landschappelijke inpassing. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De kansen op realisatie van een zuidelijke rondweg door Tureluur zijn waarschijnlijk beperkt. In de visie is daarom ook de eventuele verbinding door Tureluur geschrapt. Mocht dit later in het kader van de bereikbaarheid alsnog nodig of wenselijk zijn dan wordt dit via een afzonderlijk traject doorlopen. De zuidelijke ontsluiting van het bedrijventerrein is wel gehandhaafd. Realisatie wordt op langere termijn voorzien. Voor zover deze zienswijze ook specifiek bedoeld is inzake het hoogspanningsstation dat mogelijk gemaakt wordt met dit bestemmingsplan het volgende: Voor het ontwerpbestemmingsplan van het kV-station Zierikzee zijn verschillende onderzoeken naar relevante milieuaspecten uitgevoerd, onder andere: geluid, ecologie en stikstof en zijn er tevens kwalitatieve beschouwingen opgesteld voor luchtkwaliteit, magneetvelden en licht & duisternis.
Uit al deze onderzoeken en beschouwingen volgt dat het hoogspanningsstation voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit is als zodanig ook verwoord in de toelichting van het bestemmingsplan en alle onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen. Voor toekomstige initiatiefnemers moeten bij de nadere uitwerking van de deelplannen – ook de gemeente voor de realisatie van het bedrijventerrein – aantonen dat depositie van het huidige gebruik, bouwfases en toekomstig gepland gebruik geen significant negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van het naastgelegen Natura2000 gebied. Bij de dan uit te voeren onderzoeken dient rekening gehouden te worden met het hoogspanningsstation en de effecten daarvan (en dient dan te worden onderzocht welke mogelijke gevolgen er optreden bij cumulatie).
30
52.
Reclamant vraagt om rekening te houden met de geluidbelastingskaart 2022 van de N256 en voorkom door specifieke maatregelen een toename van geluidsbelasting op het achterliggende gebied en stelt de gemeente aansprakelijk voor de schade.
53.
Volgens de reclamant is de locatiekeuze niet geschikt voor het kV-station, door verlies van waarde en het verlies van het woongenot.
54.
Reclamant verzoekt om de door de bewonerscommissie Zuidhoekpolder ingebrachte alternatieve voorstel voor het kV-station te overwegen.
In het akoestisch onderzoek van het ontwerpbestemmingsplan voor het kV-station Zierikzee (zie bijlage 8 bij het OBP) is ingegaan op achtergrondgeluid (toetsingscriteria/vergunningplicht) van onder andere de provinciale weg N256 (zie ook paragraaf 3.2 van het akoestische rapport). Daarbij is er gekeken naar cumulatie van lawaai afkomstig van de provinciale weg en industrielawaai (zie paragraaf 4.3 van het akoestisch rapport), waarbij uitgegaan is van peiljaar 2022. Er wordt geconcludeerd dat de cumulatieve geluidbelasting door de komst van het hoogspanningsstation niet zal toenemen. Indien reclamant van mening is schade te lijden die redelijkerwijs niet voor zijn rekening kan komen dan zijn er mogelijkheden om een (plan)schadeverzoek in te dienen. Planschade kan pas worden vergoed nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk is. Indien gronden van betrokkenen nodig zijn voor uitvoering van de visie dan worden betrokkenen anderszins gecompenseerd. Het enkele feit dat er waardeverlies en/of verlies van woongenot bij omwonenden ontstaat weegt helaas niet op tegen het grote maatschappelijke belang dat gediend wordt met de realisatie van dit hoogspanningsstation.
Echter waardedaling van onroerend goed van eigenaren (ontstaan door bijvoorbeeld verlies van woongenot door de realisatie van dit hoogspanningsstation) die niet voor rekening van die eigenaar behoort te blijven kan mogelijk voor vergoeding in aanmerking komen (planschade). Daarvoor geldt een aparte procedure. Planschade kan wel pas worden toegekend nadat dit bestemmingsplan voor het hoogspanningsstation onherroepelijk is. Het voorstel is door de bewonerscommissie gepresenteerd op 1 november 2022. De elementen die bijdragen aan de integrale visie, zoals de gewenste fasering van de groei van de bedrijvigheid en het mogelijk vrijkomen van het zonnepanelenveld in 2035 of 2045 zijn vervolgens in de gebiedsvisie meegenomen. Het alternatieve voorstel van reclamant is meegewogen bij de definitieve locatiekeuze voor het hoogspanningsstation. Deze locatiekeuze is zorgvuldig tot stand gekomen, waarbij met vele belangen rekening is gehouden.
31
55.
De reclamant is het niet eens met de communicatie en correspondentie vanuit de gemeente.
56.
Volgens reclamant is hij als grondeigenaar niet benaderd in het stadium eind 2021, begin 2022.
57.
11 mei 2022 ontvingen reclamanten een brief van de gemeente die in samenspel met TenneT een afspraak met hun wilde maken. De handelswijze en transparantie van initiatiefnemers en de gemeente over de beschikbaarheid van informatie voor het geplande gesprek op 25 mei 2022 is volgens reclamant niet op juiste wijze verlopen.
Wij delen de mening van reclamant niet. Het betreft hier de inspraakreactie tegen de gebiedsvisie en daarmee gaat deze zienswijze dan ook over de communicatie rondom de vaststelling van de gebiedsvisie. Het proces van communicatie over de concept-gebiedsvisie (met de inpassing van het kV-station) is in overleg met B&W en raadscommissie Ruimte doorgenomen en afgestemd. De concept gebiedsvisie is pas op 25 mei 2022 tijdens de raadsvergadering vrijgegeven. Belanghebbenden zijn op meerdere momenten in het voortraject geïnformeerd en gehoord. Het proces van opgave, aanpak, idee, van 6 zoeklocaties naar 1 zoeklocatie is toegelicht tijdens gesprekken op 23 mei en in november/december 2022. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Na vaststelling van het voorkeurszoekgebied SD1 bleek een grotere opgave in het gebied aanwezig te zijn, namelijk ook uitbreiding van bedrijventerrein en calamiteitenweg. Daar was met de vaststelling van SD1 geen of onvoldoende rekening mee gehouden. In dit stadium zijn wij met de initiatiefnemer terug aan tafel gegaan om de voorkeurslocatie te verruimen zodat ook de grotere opgave ingepast kan worden.
Er moest eerst bestuurlijk een uitspraak gedaan worden over de mogelijkheden om het gebied van de voorkeurslocatie te verruimen en de eventuele ontwikkelrichting van het bedrijventerrein voordat volgens een afgestemd communicatietraject hierover met de omgeving werd gesproken. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Het proces van communicatie over de concept gebiedsvisie – met de inpassing van het kV-station - is in overleg met B&W en raadscommissie Ruimte pas op 25 mei 2022 openbaar geworden en vrijgegeven. Voor die datum, tussen 9 en 25 mei 2022 is met de relevante perceeleigenaren en overige belanghebbenden, waaronder reclamanten via persoonlijk en fysiek overleg gesproken. Dit proces is in het eerste persoonlijk overleg toegelicht aan reclamanten. De bijeenkomst op 9 mei was vertrouwelijk juist omwille van het voorkomen van onrust bij grondeigenaren. Voordat met grondeigenaren gesproken kan worden was wel bestuurlijk commitment nodig op een verfijningsopgave aan de rand van het zoeklocatiegebied van het kV-station en de
32
mogelijke uitbreidingsrichting van het bedrijventerrein.
58.
Door, volgens reclamant, niet transparant handelen van initiatiefnemers en de gemeente is reclamant met onjuiste verwachtingen bij het gesprek op 25 mei 2022 aan tafel gekomen. Reclamant voelde zich hierdoor voor het blok gezet en misleid.
Hiermee is juist voor de persoonlijke benadering gekozen, zodat eigenaren de wijziging niet uit de media moesten vernemen. Ook dat zou kwaad bloed hebben gezet. Er moest eerst bestuurlijk een uitspraak gedaan worden over de mogelijkheden om het gebied van de voorkeurslocatie te verruimen en de eventuele ontwikkelrichting van het bedrijventerrein voordat volgens een afgestemd communicatietraject hierover met de omgeving werd gesproken. Onjuist is zoals reclamant stelt dat het perceel van reclamant wordt weggevaagd. Wat wel klopt is dat de contouren van de realisatie van de gebiedsvisie nagenoeg direct aansluiten op het perceel van reclamant. Zoals het behoort dient in de planvorming en realisatie met de omgeving rekening worden gehouden. Uit de onderzoeken van de plannen van initiatiefnemer, welke behoren bij het ontwerpbestemmingsplan, blijkt dat de ontwikkeling geen nadelige en onevenredige effecten heeft op reclamant. Coulance halve treedt de gemeente zonder de initiatiefnemer van het kV-station – op voorspraak van de gemeenteraad - in overleg om er met reclamant tot minnelijke overeenstemming uit te komen. Bij een dergelijke waardebepaling van de opstallen kan rekening worden gehouden met eventuele inkomens- of vermogensschade.
Hoe dan ook behoudt reclamant het recht om bezwaar/ beroep in te dienen tegen enige ruimtelijke procedure zoals voor elementen uit deze gebiedsvisie nader wordt opgestart en doorlopen. Na het onherroepelijk zijn van een ruimtelijk besluit (bestemmingsplan of vergelijkbaar) is er tot slot de mogelijkheid tot het claimen van planschade. Onderzocht wordt dan of er schade is als gevolg van het plan die redelijkerwijs niet voor rekening van reclamant kunnen blijven.
33
59.
Volgens reclamant lag er geen gemeenteraadbesluit ten grondslag aan de wijziging van de locatie van het kV-station.
Met de vaststelling van deze gebiedsvisie / wijziging van de Structuurvisie Zierikzee 2030 besloot de gemeenteraad – met een verfijningsopgave – om het aangewezen zoeklocatiegebied SD1 – met een naast gelegen perceel te verruimen - waardoor naast ruimte en inpasbaarheid voor de overige ruimtelijke opgaven de locatie voor het hoogspanningsstation wordt geconcretiseerd naar SD1a. Het ontwerpbestemmingsplan maakt enkel de realisatie van het hoogspanningsstation voor initiatiefnemer mogelijk, binnen het plangebied zoals dat bij dit bestemmingsplan is bepaald. De bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan ligt bij de gemeenteraad.
60.
Volgens reclamant is de toekomstvisie niet realistisch en reclamant wil daarom de gemeente verzoeken zich te houden aan locatie SD1.
Met de vaststelling van deze gebiedsvisie/ wijziging van de Structuurvisie Zierikzee 2030 besloot de gemeenteraad tot een verfijning van het zoeklocatiegebied voor het hoogspanningsstation van SD1 naar de meer concrete locatie SD1a. De Gebiedsvisie is zorgvuldig tot stand gekomen en biedt de maximale kaders voor groei van de stad Zierikzee aan de Zuidoostzijde. De ruimtelijke inpassing van het kV-station (de Startfase) en de realisatie van de Tussenfase (groei van bedrijvigheid tot en met 2035/2040) zijn deels gebaseerd op het conceptBedrijvenprogramma dat in de loop van 2024 zal worden vastgesteld. De behoeftecijfers welke STEC in afstemming met de provincie Zeeland hanteert zijn leidend voor de ontwikkelingsplannen. Het ontwerpbestemmingsplan maakt enkel de realisatie van het hoogspanningsstation voor Tennet en Stedin mogelijk, binnen het plangebied zoals dat bij dit bestemmingsplan is bepaald.
34
61.
Indien de gemeente de tot dan toe huidige plannen doorzet ziet reclamant een bedreiging voor zijn leefklimaat op onder andere de gebieden: (laagfrequent) geluid, uitzicht op het landschap, (elektromagnetische) straling. Reclamant vreest daardoor onder andere materiele schade op te lopen in de vorm van waardevermindering van zijn bezittingen.
Wij hebben begrip voor de zorgen van reclamant. In het ontwerpbestemmingsplan voor het kVstation is in beeld gebracht op welke wijze een en ander voldoet aan regelgeving omtrent milieu en volksgezondheid. Ook dat is voor de gemeente van groot belang. Alle relevante (milieu)aspecten met betrekking tot het hoogspanningsstation zijn onderzocht. De onderzoeken maken onderdeel uit van de (bijlagen bij de) toelichting van het bestemmingsplan. Geluid: Het wettelijk kader zoals is vastgelegd in de Wet geluidhinder is aangehouden en op basis van de wettelijke vereisten is geluid (en de gevolgen ervan naar aanleiding van de ontwikkeling van een hoogspanningsstation) onderzocht. Daar waar nodig of mogelijk worden aanvullende voorwaarden gesteld met betrekking tot bijvoorbeeld laagfrequent geluid (toetsing aan Vercammencurve). magneetvelden/straling: Ten aanzien van stralingsbelasting is eerder op verzoek van de gemeenteraad door Tennet aandacht besteed aan de magneetvelden. Daarbij is bij bovengrondse hoogspanningslijnen met name de 0,4 microtesla-contour van belang. Het advies vanuit het Rijk is om te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij verblijf in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen het jaargemiddelde magneetveld van 0,4 microtesla overschrijdt. Dit is geen wetgeving en dit geldt alleen voor bovengrondse hoogspanningslijnen.
Omdat er in de maatschappij zorgen ontstaan over blootstelling aan magneetvelden algemeen zijn door TenneT diverse berekeningen uitgevoerd naar de ligging van de 0,4 microtesla-contour rondom hoogspanningsverbindingen. Daaruit blijkt dat deze contour niet verder reikt dan 40 meter buiten het hekwerk. Voor ondergrondse kabelverbindingen betreft dit een afstand van 25 meter aan weerszijden van de kabel. Met deze minimale afstanden is rekening gehouden bij de inrichting, zodat wat dat betreft sprake is van een veilige situatie. Voor het hoogspanningsstation worden bronmaatregelen toegepast en de transformatoren worden zo ver mogelijk van de bestaande woningen gebouwd. Hiermee wordt voldaan aan het voorzorgbeleid. Voor de rest wordt voldaan aan de aanbevelingen op Europees en nationaal niveau voor wat betreft magneetvelden. uitzicht op landschap: Ondanks dat een hoogspanningsstation op deze
35
locatie voldoet aan wet- en regelgeving, kan niet ontkend worden dat het toekomstige landschap in de polders ten zuiden van Zierikzee zal veranderen onder invloed van de voorziene ontwikkelingen. Ten behoeve van het hoogspanningsstation is dan ook een inpassingsplan opgesteld dat ook als een voorwaardelijke verplichting is opgenomen in de planregels. materiële schade: Indien deze specifieke ontwikkeling (de realisatie van het hoogspanningsstation) leidt tot waardedaling van het onroerend goed wat (de ouders van) reclamant in eigendom heeft die redelijkerwijs niet voor zijn rekening kan komen dan zijn er mogelijkheden om een (plan)schadeverzoek in te dienen. Planschade kan pas worden geclaimd nadat een planologische procedure onherroepelijk is.
62.
Reclamant snapt niet waarom VBZ wel input mocht leveren bij de gebiedsvisie, maar andere grondeigenaren en omwonenden niet. Pogingen van reclamant voor verzoek tot participatie werd volgens reclamant door de ambtelijke organisatie afgewezen.
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Zo snel als mogelijk zijn alle betrokkenen over de aangepaste planvorming geïnformeerd. Niet één partij uit of aan het ontwikkelingsgebied is in het proces eerder betrokken dan de ander. Dit zou ook niet passen bij de onpartijdige positie van de ambtelijke organisatie. Vaststelling van de plannen (gebiedsvisie, bestemmingsplannen) vindt pas plaats nadat de daarvoor geldende procedures met waarborgen omkleed zijn doorlopen. Betrokkenen worden juist op deze manier aan de voorkant van het traject meegenomen. De VBZ is – net als enkele andere belanghebbende belangenverenigingen in het gebied – gehoord over de inhoud van de gebiedsvisie, welke is vertaald in het addendum Structuurvisie Zierikzee 2030. Er was geen sprake van een samenwerking, VBZ heeft alleen hun visie gegeven naar aanleiding van de vaststelling van het voorkeurszoekgebied SD1.
36
63.
De verschuiving van locatie van het kV-station werd uitgebreid uitgemeten in de lokale media. Reclamant stelt dat de gemeente hiermee de locatie wijziging tracht te forceren op reclamant.
64.
De uitbreidingsbehoefte van het bedrijventerrein is volgens reclamant niet logisch gezien de grootte van Zierikzee en de langzame groei die er in de stad plaatsvindt. Reclamant zou een gefaseerde uitbreiding naar behoefte veel logischer lijken.
65.
De extra calamiteitenweg is volgens reclamant niet nodig.
In het eerste gesprek in mei 2022 is al duidelijk kenbaar gemaakt dat de ambtelijke organisatie de gevoelens van reclamanten kan begrijpen. Op de wijze waarop de media hiervan verslag doen heeft de gemeente geen invloed. Zo snel als mogelijk zijn alle betrokkenen over de aangepaste planvorming geïnformeerd. Niet één partij uit of aan het ontwikkelingsgebied is in het proces eerder betrokken dan de ander. Dit zou ook niet passen bij de onpartijdige positie van de ambtelijke organisatie. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Dit sluit aan bij onze visie. Er is sprake van één visie/ontwikkelingsgebied, dat gefaseerd ontwikkeld gaat worden. In de gebiedsvisie is ook duidelijk aangegeven waar de maximale groei van de stad eindigt. Parallel wordt een bedrijventerreinenprogramma opgesteld waarin de behoefte nader wordt beschouwd. De fasering wordt hierop afgestemd Om deze reden is een faseringsmodel opgenomen in de visie, waar tussentijds op kan worden bijgestuurd. De ruimtelijke inpassing van het KV-station (de Startfase) en de realisatie van de Tussenfase (groei van bedrijvigheid tot en met 2035/2040) zijn deels gebaseerd op het conceptBedrijvenprogramma dat in de loop van 2024 zal worden vastgesteld.
De behoeftecijfers welke STEC in afstemming met de provincie Zeeland hanteert zijn leidend voor de gefaseerde ontwikkelingsplannen. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: In de reactie op de Structuurvisie Zierikzee 2019 is dit door de VRZ als belangrijke opgave meegegeven. In de reactie op de Gebiedsvisie wordt dit herhaald. In de nadere uitwerkingsplannen van de Tussen- en Eindfase van de Gebiedsvisie wordt hier rekening mee gehouden en vindt in een vroeg stadium afstemming met de Veiligheidsregio plaats. De uitwerking van de extra (calamiteiten)ontsluitingsweg maakt geen onderdeel uit van het de planprocedure en bestemmingsplan voor het kV-station, waar deze antwoordnotitie onderdeel van uit maakt.
37
66.
67.
68.
Indien de gemeenteraad meegaat met de nu voorliggende gebiedsvisie moet men zich volgens reclamant realiseren dat de degelijk uitgevoerde zoektocht van TenneT naar de juiste locatie voor het kVstation waarin unaniem mee ingestemd is, nu middels een bedenkelijke handelswijze aan de kant wordt geschoven ten faveure van een snel gelanceerd en niet of nauwelijks onderbouwd plan dat gebruikt wordt om er een verschuiving van het kV-station naar een zuidelijker gelegen locatie door heen te jassen, zodat er voor de toekomst een maximale uitbreiding van het bedrijventerrein vastgelegd kan worden. Reclamant vraagt zich af of de gemeenteraadsleden zich kunnen vinden in een voorbereidingsproces waarin samenwerkende partijen overige directe belanghebbenden uitsluiten, zodat deze niet tijdig kunnen inspelen op zaken die voor hen mogelijk negatief kunnen uitpakken.
Reclamant vraagt zich af of de gemeenteraad het met hen eens dat van een goed georganiseerde ambtelijke organisatie verwacht mag worden dat er een permanente en actuele visie ten aanzien van de behoeften voor bedrijfshuisvesting doorlopend beschikbaar is en dat deze niet alleen wordt ingezet om een gewenste verschuiving van het kV-station te forceren.
Er is een besloten commissievergadering geweest waarbij geheimhouding is opgelegd tot een nader bepaald moment, omwille van zorgvuldige communicatie richting eigenaren. Hoewel dit misschien uit het verslag niet duidelijk naar voren komt was de gemeenteraad zeker op de hoogte van de reikwijdte van de nieuwe gebiedsvisie en daarmee de mogelijk te verwerven gronden en opstallen.
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De vertegenwoordigers van bedrijven hebben geen actieve invloed gehad op het verschuiven van het station, dan enkel en alleen aangeven hoe zij aankijken tegen de positie van een kV-station versus de vraag naar groeimogelijkheden voor bedrijven. De visie van bedrijven op de positionering lag - los van de door hen ingezonden reactie - volledig in lijn met de ambtelijke analyse van de meervoudige ruimtelijke opgaven. Het is spijtig dat het aanvankelijke voorkeurszoekgebied niet ruimer is neergezet, waarbij meer integraal is gekeken naar bredere opgaven voor dit gebied. Dit had de huidige discussie mogelijk kunnen voorkomen. Dat valt niet meer terug te draaien. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Reclamant heeft vele verwijten aan de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie werkt in opdracht van het bestuur. Aantijgingen richting de ambtelijke organisatie zijn voor rekening van reclamant. Hierin kunnen wij ons niet vinden.
Door de actualiteit van het kV-station en de belemmeringen die locatie SD1 voor uitbreiding van het bedrijventerrein met zich meebrengt is er sprake van een legitiem argument om de opgave op dat moment integraal te bezien. Van forceren is geen sprake. Behoefte aan bedrijventerrein wordt niet jaarlijks standaard onderzocht. Daar is de gemeente Schouwen-Duiveland niet uniek in.
38
69.
Reclamant wil graag benadrukken dat locatie SD1 zo goed gekozen was omdat er qua positionering rekening gehouden wordt met alle belanghebbende partijen in de Zuidhoekpolder.
70.
Reclamant denkt niet dat de uitbreiding van het bedrijventerrein nodig en realistisch is gezien dat de stad nauwelijks groeit.
De vertegenwoordigers van bedrijven hebben geen actieve invloed gehad op het verschuiven van het station, dan enkel en alleen aangeven hoe zij aankijken tegen de positie van een KVstation versus de vraag naar groeimogelijkheden voor bedrijven. De visie van bedrijven op de positionering lag - los van de door hen ingezonden reactie - volledig in lijn met de ambtelijke analyse van de meervoudige ruimtelijke opgaven. Het is spijtig dat het aanvankelijke voorkeurszoekgebied niet ruimer is neergezet, waarbij meer integraal is gekeken naar bredere, de meerdere opgaven voor dit gebied. Dit had de huidige discussie mogelijk kunnen voorkomen. Dat valt niet meer terug te draaien. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De aangegeven groei in de visie en fasering, is gebaseerd op de groei van de bedrijfsterreinen in de afgelopen 10 jaar. Aanvullend op de ruimtelijke structuur wordt echter nog een bedrijfsterreinenprogramma opgesteld, waaruit duidelijk moet worden welke bedrijven zich in Zierikzee kunnen vestigen en waar programmatisch behoefte aan is. De aangegeven fasering kan hierop worden bijgestuurd.
71.
Reclamant denkt niet dat de uitbreiding van het bedrijventerrein nodig en realistisch is gezien het een verdubbeling is van het huidige areaal.
De ruimtelijke inpassing van het kV-station (Startfase) en de realisatie van de Tussenfase (groei van bedrijvigheid tot en met 2035/2040) zijn deels gebaseerd op het conceptBedrijvenprogramma dat in de loop van 2024 zal worden vastgesteld. De behoeftecijfers welke STEC in afstemming met de provincie Zeeland hanteert zijn leidend voor de gefaseerde ontwikkelingsplannen. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Parallel aan de ruimtelijke structuur wordt een bedrijfsterreinenprogramma opgesteld waaruit de behoefte blijkt. In het onderzoek voor het bedrijventerreinenprogramma wordt vooruitgekeken tot 2030. Deze visie heeft een langere looptijd. Het kV-station heeft een omvang van ca. 7 ha, welke direct concreet wordt ingevuld. Daarnaast is ca.4,5ha aan energie gebonden bedrijvigheid voorzien, direct ten westen van het kV-station, welke naar verwachting, buitenom behoefte vanuit reguliere
39
bedrijven, ook op relatief korte termijn wordt ingevuld. In de periode tot 2035 is daarnaast voorzien in ca. 16,2 ha nieuw bedrijventerrein, waarvan ruim 9ha tot 2030. Tot en met 2055 (ruim 30 jaar) is in totaal maximaal ca. 30ha nieuw uitgeefbaar bedrijventerrein in de visie voorzien. Een gemiddelde van 1 ha per jaar. Hoewel de kwantitatieve behoefte aan extra bedrijventerrein mogelijk lager is, dienen we in de praktijk ook rekening te houden met bijvoorbeeld verplaatsers uit Zierikzee en overige kernen. Er dient voor onverwachte situaties ook enige overcapaciteit beschikbaar te zijn om ondernemers optimaal te kunnen bedienen. 72.
Reclamant stelt dat de uitbreiding van het bedrijventerrein onnodig en onrealistisch is.
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Naast het kV-station dat circa 7 ha ruimte inclusief de ruimtelijke inpassing beslaat, zijn er al concrete gegadigden voor ruim 5 ha energie gebonden bedrijvigheid (opgave uit het coalitieakkoord). Daarnaast is er ultimo 2022 voor de resterende 1,3 ha beschikbare bedrijfsgrond op het bedrijventerrein Gouwepoort, al concrete interesse van meer dan 2,0 ha. Dit betekent dat we al redelijk wat reguliere ondernemers binnen de gemeente moeten mededelen dat we op kort termijn niet kunnen meedenken in hun huisvestigingsvraagstuk. Met alle mogelijke gevolgen van dien, zoals vertrek naar andere vestigingsplaats. We willen juist op de toekomst voorbereid zijn om dit te voorkomen. De ruimtelijke inpassing van het KV-station (Startfase) en de realisatie van de Tussenfase (groei van bedrijvigheid tot en met 2035/2040) zijn deels gebaseerd op het conceptBedrijvenprogramma dat in de loop van 2024 zal worden vastgesteld. De behoeftecijfers welke STEC in afstemming met de provincie Zeeland hanteert zijn leidend voor de gefaseerde ontwikkelingsplannen.
40
73.
74.
75.
Het eerst geplande project landschapsterp tussen het perceel van de reclamant en het bedrijventerrein werd plotseling geschrapt en in plannen ingericht als bedrijventerrein. Volgens reclamant lijkt het of alle regels op bedrijventerrein Zuidhoek 2 volledig zijn losgelaten, de bebouwing wordt almaar hoger en de bebouwde oppervlaktes overschrijden de oorspronkelijke planning. Voorts is er een enorme toename van (kunst)licht vervuiling waardoor de landschapsterp niet meer volledig in haar bufferfunctie kan voorzien. Reclamant protesteert tegen deze gang van zaken. Volgens reclamant wordt er ten opzichte van de concept GZZ er als tegenwicht voor de bewoners aan de zuidkant ineens 4 woonclusters aan de noordkant bijgehaald, ogenschijnlijk om eventuele voordelige aspecten van locatie SD1 af te zwakken. Evenwel voor de goede orde, voor beide locaties SD1 en SD1-A geldt dat de 4 genoemde woonclusters ruimschoots op afstand blijven. De kracht van locatie SD1 is juist dat het alle belanghebbende partijen voor de vestiging van het kV-station op gelijke afstand houdt. Tevens rekent reclamant erop dat hun belangen meegenomen worden bij de verplaatsing van de leidingen.
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage.
Reclamant stelt dat de extra calamiteitenontsluiting geen prioriteit heeft gezien de geldende termijn.
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage.
Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Deze doelstelling en realisatie staat nog steeds overeind. De landschapsterp, de Pimby, blijft haar beoogde functie behouden. Aanvragen omgevingsvergunningen worden getoetst aan het geldend bestemmingsplan. Afwijkende verzoeken worden regulier behandeld volgens daartoe vastgestelde processen en ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd.
In de beoordeling van SD1 zijn van begin af aan 4 woonclusters meegenomen: woningen in de Zuidhoek, aan ‘s Heer Lauwendorp, Groeneweegje, Platteweg en centrum. Het verleggen van kabels en leidingen zijn belemmeringen. Gelet op de enorme kosten die dit met zich meebrengen is het omleggen van de diverse kabels en leidingen geen optie, in tegenstelling tot wat door reclamanten wordt gesuggereerd. De gemeente houdt rekening met de wensen van reclamanten maar ook met de belangen van de overige inwoners. Uiteindelijk prefereert het algemeen belang boven het eigen belang als dit niet tot onredelijke keuzen leidt. De suggestie dat de argumentatie voor de verschuiving wat dunnetjes is, is niet beargumenteerd en derhalve vraagt dit niet om een reactie.
Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De calamiteitenontsluiting is een wens van de VRZ om hier als het ware morgen in te kunnen voorzien. In de tijdsindicatie is hiervoor geen aparte tijdspanne opgenomen. Dit argument is dus niet valide. Bij een calamiteit op het bedrijventerrein is er slechts één ontsluiting. Is deze geblokkeerd – om welke reden dan ook – dan heeft dit voor het gehele gebied grote gevolgen/ risico’s. Daarbij is de calamiteiten ontsluiting geen onderdeel van de planprocedure en het bestemmingsplan voor het kV-station waar deze antwoordnotitie onderdeel van uit maakt.
41
76.
Volgens reclamant is de locatievergelijking in het addendum onzin omdat dit niet onafhankelijk tot stand is gekomen.
77.
Reclamant adviseert om het genomen raadbesluit te handhaven. Alle mooie plannen voor energietransitie en de uitbreiding van bedrijventerreinen die nu ingezet worden om een verschuiving van het kV-station te forceren, zijn in reclamant hun ogen te ambitieus en te optimistisch en passen niet bij de schaal van de gemeente SchouwenDuiveland.
78.
Volgens de reclamant is er onvoldoende onderbouwing voor hun agrarische grond die in de ontwerpvisie deels ingetekend is als ontsluitingsweg.
Ambtelijk hebben we geen enkel voordeel bij welke positie dan ook, het kV-station op locatie SD1 of SD1A. Wij willen alleen over een tiental jaar kunnen aantonen dat achter de ontwikkeling een gedegen visie ligt, niet ad-hoc gekozen, zonder een afweging van meerdere ruimtelijke belangen. Daarbij wel beseffend dat keuzes impact kunnen hebben voor één of meerdere belangen. In de ruimtelijke onderbouwing wordt ieder belang gewogen en worden de effecten van keuzes in beeld gebracht. Dit is de taak van de ambtelijke advisering. Het is op basis van een advies aan het bestuur om te beoordelen of deze afweging zorgvuldig is uitgevoerd en bij mogelijk strijdige belangen een keuze te maken waarbij de zwaarst wegende belangen prevaleren. Bij het maken van keuzes zijn er altijd gelijkgestemden of anders denkenden. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Bij de vaststelling van het zoeklocatiegebied SD1 zijn niet de grotere opgaven integraal meegewogen. De conceptgebiedsvisie is zorgvuldig opgesteld, waarbij is gekeken naar de maximale groei van de stad Zierikzee, plaats is voor meerdere ruimtelijke opgaven. Te realiseren op korte, middellange en lange termijn.
Eén visie voor de lange toekomst, met deelprojecten, met ruimte voor tussentijds evaluatie en bijsturen op onderdelen. De beoordeling door diverse belangengroepen onderschrijven dat de aanpak wordt gekenmerkt door een zorgvuldige werkwijze bij de inrichtingsvoorstellen voor dit complexe gebied, waar veel belangen en functies aan de orde zijn. In de beoordeling van deze overlegpartners hebben wij niet de hand gehad doch waarderen wij wel voor de energie en zorgvuldigheid van het doorlopen proces. Een en ander neemt niet weg dat wij wel begrijpen dat de oprukkende stad gevoelsmatige effecten kan op één of meerdere belanghebbenden, zoals in dit geval deze reclamanten. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De kansen op realisatie van een zuidelijke rondweg door Tureluur zijn waarschijnlijk beperkt. Bij nader inzien hoort deze discussie ook niet in deze gebiedsvisie thuis, aangezien deze gebiedsvisie ziet op het onderdeel ‘Bedrijven’ (inclusief ontsluiting van het bedrijventerrein) en niet op de algemene
42
bereikbaarheid van Zierikzee. In deze visie is de eventuele verbinding door Tureluur geschrapt. Mocht dit later in het kader van de bereikbaarheid alsnog nodig of wenselijk zijn dan wordt dit via een afzonderlijk traject/ procedure met inspraak doorlopen. Het kaartmateriaal is waar nodig hierop aangepast. De zuidelijke ontsluiting van het bedrijventerrein blijft wel gehandhaafd. Realisatie wordt op langere termijn voorzien.
79.
80.
De reclamant geeft aan dat de uitbreiding van het industrieterrein het bedrijf beperkt in ontwikkelruimte. Ook houdt de ontwerpvisie niet genoeg rekening met het bedrijf van de reclamant.
De ontwikkeling van het industrieterrein draagt niet bij volgens de reclamant aan het verminderen van de emmissiedruk van het N2000-gebied. Echter moet het agrarisch bedrijf hier wel rekening mee houden.
We gaan op verzoek van reclamant graag in overleg over de wijze waarop gewenste bedrijfsontwikkelingen richting kunnen krijgen of niet. Ons is onbekend welke plannen reclamant heeft voor eventuele uitbreiding en op welke wijze deze zouden zijn of worden uitgevoerd indien er geen sprake zou zijn van een gebiedsvisie. De realisatie van de opgaven in de gebiedsvisie geven mogelijk ook kansen tot verwerving van meer strategisch gelegen gronden. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: We gaan op verzoek van reclamant graag in overleg over de wijze waarop gewenste bedrijfsontwikkelingen richting kunnen krijgen of niet. Ons is onbekend welke plannen reclamant heeft voor eventuele uitbreiding en op welke wijze deze zouden zijn of worden uitgevoerd indien er geen sprake zou zijn van een gebiedsvisie. De realisatie van de opgaven in de gebiedsvisie geven mogelijk ook kansen tot verwerving van meer strategisch gelegen gronden. De ruimtelijke inpassing van het kV-station (startfase) en de realisatie van de Tussenfase (groei van bedrijvigheid tot en met 2035/2040) zijn deels gebaseerd op het conceptBedrijvenprogramma dat in de loop van 2024 zal worden vastgesteld.
De behoeftecijfers welke STEC in afstemming met de provincie Zeeland hanteert zijn leidend voor de gefaseerde ontwikkelingsplannen. De percelen van reclamant worden door de gebiedsvisie en het ontwerpbestemmingsplan niet geraakt. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Initiatiefnemer moet bij de nadere uitwerking – ook de gemeente voor de realisatie van het bedrijventerrein – aan tonen dat het geheel van depositie van het huidige gebruik,
43
bouwfases en toekomstig gepland gebruik geen negatieve invloed hebben op de instandhoudingsdoelen van het naastgelegen Natura2000 gebied. Het ontwikkelingsplan van initiatiefnemer zal moeten voldoen aan de vigerende wetgeving. Het plan is verplicht alle onderzoeken te verrichten. Het toetsen van de onderzoeken heeft opgeleverd dat het ontwerpbestemmingsplan aan alle gestelde vereisten voldoet. Voor het ontwerpbestemmingsplan van het kVstation Zierikzee is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd (Bijlage 16 bij het OBP). Uit de berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2023 bleek dat, als gevolg van de maatgevende activiteiten in de realisatiefase, de stikstofdepositietoename meer bedraagt dan 0,00 mol N per hectare per jaar. Significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000-gebieden zijn daarmee niet op voorhand uitgesloten. Om deze reden is een voortoets uitgevoerd (Bijlage 17 bij het OBP). In een voortoets wordt onderzocht of er sprake is van een projectbijdrage ter plekke van een stikstofgevoelig habitattype of stikstofgevoelig leefgebied van een habitat-of vogelsoort dat zich in een (naderend) overbelaste situatie bevindt. Uit de voortoets is gebleken dat – in combinatie met de conclusies van de Natuurtoets - dat significante gevolgen op enig Natura 2000-gebied bij voorbaat met zekerheid uitgesloten kunnen worden.
44
81.
82.
De reclamant wil de groei van bedrijventerreinen gefaseerd vanuit Zierikzee naar het zuiden. Het kVstation ziet de reclamant het liefst in zoekgebied SD1.
De reclamant vraagt om een onderbouwing van de effecten van geluid en straling op de gezondheid van de reclamant en het vee.
Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: In de gebiedsvisie is een gefaseerde groei van de bedrijvigheid ook voorzien. Niet alles tegelijk, maar in 3 tot 4 fases, afhankelijk van vraag en de richting afhankelijk van beschikbaarheid van onderliggende percelen, het economisch perspectief van belanghebbenden etc. De komst van het kV-station aan de zuidzijde van deze gebiedsontwikkelingen, maakt dat het logisch is om aan deze zijde te starten met (in ieder geval) de uitgifte van de gronden voor het kV-station en de daaraan gerelateerde energiebedrijven. Er is een zorgvuldige afweging gemaakt voor de locatie SD1a. Op SchouwenDuiveland en Tholen is het energienet van de regionale netbeheerder Stedin vol. Ook nadert een aantal componenten en verbindingen het einde van hun levensduur. De verwachte hoeveelheid duurzaam opgewekte stroom in de regio zal de transportcapaciteit van het bestaande energienet ruimschoots overtreffen. De regionale netbeheerder Stedin heeft daarom gevraagd naar extra netwerkcapaciteit. Op dit moment is er al sprake van congestie. Er kunnen geen grootschalige, duurzame initiatieven meer worden aangesloten.
Daarnaast wordt op SchouwenDuiveland meer energie geproduceerd dan dat er wordt verbruikt. Een nieuwe aansluiting op het 150 kV-netwerk, die ervoor zorgt dat al die opgewekte energie afgevoerd kan worden, is noodzakelijk. Geluid: Het wettelijk kader zoals is vastgelegd in de Wet geluidhinder is aangehouden en op basis van de wettelijke vereisten is geluid (en de gevolgen ervan naar aanleiding van de ontwikkeling van een hoogspanningstation) onderzocht. Hoewel vee ongetwijfeld het geluid kan ervaren wordt dit niet onderzocht op basis van de wettelijke geluidcriteria. Alleen bij beschermde diersoorten wordt geluid onderzocht. Magneetvelden/straling: Wij hebben begrip voor de zorgen van reclamant. Ten aanzien van stralingsbelasting is eerder op verzoek van de gemeenteraad door Tennet aandacht besteed aan de magneetvelden. Daarbij is bij bovengrondse hoogspanningslijnen met name de 0,4 microtesla-contour van belang. Het advies vanuit het Rijk is om te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij verblijf in het
45
gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen het jaargemiddelde magneetveld van 0,4 microtesla overschrijdt. Dit is geen wetgeving en dit geldt voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Omdat er in de maatschappij zorgen ontstaan over blootstelling aan magneetvelden algemeen zijn door TenneT diverse berekeningen uitgevoerd naar de ligging van de 0,4 microtesla-contour rondom hoogspanningsverbindingen. Daaruit blijkt dat deze contour niet verder reikt dan 40 meter buiten het hekwerk. Voor ondergrondse kabelverbindingen betreft dit een afstand van 25 meter aan weerszijden van de kabel. Met deze minimale afstanden is rekening gehouden bij de inrichting, zodat wat dat betreft sprake is van een veilige situatie. Voor het hoogspanningsstation worden bronmaatregelen toegepast en de transformatoren worden zo ver mogelijk van de bestaande woningen gebouwd. Hiermee wordt voldaan aan het voorzorgbeleid. Voor de rest wordt voldaan aan de aanbevelingen op Europees en nationaal niveau voor wat betreft magneetvelden. Dieren en magneetvelden Naast dat bovenstaand beleid en de Handreiking van het RIVM van toepassing is om de gezondheid van mensen te waarborgen rondom magneetvelden is daarnaast ook literatuur onderzoek gedaan naar de effecten van magneetvelden op dieren: M.A.M.
Beerlage, EMvelden van hoogspanningslijnen -onderzoek nar effecten op koeien, paarden, schapen en varkens, DNV GL rapport 15-2529, 26 oktober 2015. Uit dit literatuuronderzoek blijkt dat er onderzoek is uitgevoerd naar (gezondheids)effecten van blootstelling aan elektrische en magnetische velden van hoogspanningslijnen bij koeien. Er is geen tot weinig onderzoek verricht naar (gezondheids)effecten bij bijvoorbeeld paarden, schapen en varkens. Het onderzoek dat is verricht met koeien, is vrijwel allemaal uitgevoerd door dezelfde onderzoeksgroep in Canada. Uit dat onderzoek blijkt dat er geen gezondheidseffecten op koeien te verwachten zijn bij blootstelling aan velden van hoogspanningslijnen. Het is echter niet uitgesloten dat deze dieren de elektrische velden van hoogspanningslijnen kunnen waarnemen, wanneer de veldsterkte hoger is dan een zekere waarnemingsdrempel. Overigens blijft de elektrische veldsterkte onder hoogspanningslijnen in Nederland onder normale omstandigheden beperkt tot 5 kV/m, conform de
46
aanbeveling die geldt voor de blootstelling van mensen. Dit waarnemen van de elektrische velden op zich leidt echter niet tot gezondheidseffecten. Over waarneming van magnetische velden door andere dieren is veel minder bekend. Sommige dieren gebruiken variaties in het magnetische veld van de aarde om zich te oriënteren tijdens migratie. Echter, dit is een statisch veld en geen extreem laagfrequent wisselveld zoals bij hoogspanningslijnen. Ter vergelijking: mensen kunnen magnetische velden pas “waarnemen” vanaf een veldsterkte hoger dan 1000 microtesla. De magnetische veldsterkte onder hoogspanningslijnen is vrijwel altijd lager dan 10 microtesla. Voor blootstelling van dieren aan elektrische en magnetische velden zijn geen aanbevelingen of grenswaarden opgesteld. Het is echter aannemelijk dat de effecten die bij sterke velden bij mensen kunnen optreden ook kunnen voorkomen bij dieren. Er zijn dan ook geen aanwijzingen dat de aanbevelingen die voor mensen gelden onvoldoende bescherming bieden voor dieren. In een zaak over de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation in westelijk Friesland ging het ook om de potentiële schadelijke effecten van elektromagnetische velden op de gezondheid van landbouwdieren (ECLI:NL:RVS:2023:3123).
Hierin heeft de Raad van State geoordeeld dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat uitwijst dat elektromagnetische velden vanwege hoogspanningsverbindingen significante effecten hebben op deze landbouwdieren. Zolang de 0,4 µT-contouren worden gerespecteerd is de aanleg van hoogspanningskabels verantwoord en mag het doorgaan. Op basis van het genoemde onderzoek en de recente uitspraak van de Raad van State is er geen reden om aan te nemen dat sprake is van schadelijke effecten op dieren als gevolg van magneetvelden. Het houden van dieren is dan ook zonder meer mogelijk. Terzijde wordt nog opgemerkt dat in België in 2023 een literatuurstudie is uitgevoerd. Daarbij zijn allerlei studies die de relatie tussen magneetvelden en flora en fauna op een rij gezet. Uit deze studie blijkt dat er geen eensluidende conclusies door eerdere studies kunnen worden getrokken over de beïnvloeding van magneetvelden bij dieren. Dit is dezelfde uitkomst als uit het onderzoek van DNV in 2015 is gekomen.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
47
48
2.5 Zienswijze 5 (zaaknummer 1014507) Nummer 83.
Samenvatting inhoud Reclamant stelt dat het plan haar de mogelijkheid beperkt om in de toekomst de woning van haar ouders over te nemen. Wanneer de plannen door worden gezet, verwacht ze hierin schadeloos te worden gesteld.
Beantwoording Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Er is momenteel ook geen sprake van een bestemmingswijziging op de locatie van (de ouders van) reclamant. Ter plaatse geldt een agrarische bestemming, de gronden zijn bedoeld voor agrarische bedrijfsvoering.
Reclamant maakt zich zorgen over de toekomstige situatie van de woning van haar ouders (Bijlage 6). Reclamant stelt de gemeente aansprakelijk voor huidige en toekomstige schade. Ook verwacht ze volledig schadeloos te worden gesteld.
Mocht ten behoeve van de toekomstige verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein bij de uitwerking blijken dat het onroerend goed van reclamant nodig is, dan zal de gemeente in overleg treden om door minnelijke overeenstemming eraan uit te komen. Daar zal dan naast een waardebepaling van de opstallen ook rekening worden gehouden met eventuele inkomens- of vermogensschade. In de gesprekken met (ouders van) reclamant is aangegeven dat in de onderhandeling ook kan worden meegenomen om een inspanningsverplichting op te nemen om gezamenlijk naar een alternatieve locatie te kijken op Schouwen-Duiveland om een bedrijf te laten exploiteren door reclamant zoals hij/zij dit nu ook doen.
Reclamant stelt de gemeente aansprakelijk voor huidige en toekomstige schade voor het dienstverleningsbedrijf. Ze verwacht volledig schadeloos te worden gesteld.
Deze zienswijze is nu ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan voor de realisatie van het hoogspanningsstation. Indien deze specifieke ontwikkeling (de realisatie van het hoogspanningsstation) leidt tot waardedaling van het onroerend goed wat (de ouders van) reclamant in eigendom heeft die redelijkerwijs niet voor zijn rekening kan komen dan zijn er mogelijkheden om een (plan)schadeverzoek in te dienen. Planschade kan pas worden toegekend nadat dit bestemmingsplan voor het hoogspanningsstation onherroepelijk is.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
49
2.4 Zienswijze 6 (zaaknummer 1013865) Nummer 84.
Samenvatting inhoud De voortoets is niet volledig, want er wordt niet ingegaan of de stikstofdepositie kan leiden tot meer vegetatie en wat de effecten hiervan zijn op vogelsoorten. Er ontbreekt een figuur met locaties per N200gebied waarop de depositie is berekend. Een specifieke analyse van deze locaties kan bijdragen aan een betere onderbouwing.
Beantwoording Voortoets: De stikstofgevoelige kustbroedvogels zijn meegenomen en beoordeeld in de VT stikstof Hoogspanningsstation Zierikzee; Netversterking Schouwen-Duiveland. De kustbroedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied Grevelingen is aangewezen, zijn volgens het beheerplan Grevelingen: bontbekplevier, dwergstern, grote stern, kluut, strandplevier en visdief. •Dwergstern, kluut, grote stern zijn niet beschreven in het de VT. Reden is dat deze soorten niet genoemd zijn in de gebiedsanalyse als een soort die mogelijk gebruik maakt van Ngevoelig habitat of leefgebied. • Bontbekplevier, strandplevier en visdief zijn– meegenomen in de VT stikstof Hoogspanningsstation Zierikzee; Netversterking Schouwen-Duiveland waarbij is beoordeeld of het project een effect heeft op de instandhoudingsdoelen. Voor vogels zijn de gevolgen via het effect op het habitattype relevant. Om dat effect te beoordelen is gekeken naar de generieke effecten van de kleine projectbijdrage (blz. 7 en 8 van de VT) waarbij geconcludeerd wordt dat er geen effect is op de groeisnelheid, dus geen meetbare verruiging.
Vervolgens is het effect beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van elk beïnvloed Natura 2000-gebied en in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van dat Natura 2000-gebied, Daarbij is vervolgens vastgesteld dat de conclusie die op grond van het eerste deel in algemene zin was getrokken (dat geen significante gevolgen optreden) ook geldt wanneer wordt gekeken naar de specifieke gegevens over de habitattypen met een projectbijdrage in het relevante Natura 2000gebied. Omdat verruiging en een negatief effect op kwaliteit en omvang op de beïnvloede habitattypen uit te sluiten is, is er ook geen sprake van een effect op het habitattype als leefgebied voor de kustbroedvogels. Hierover kan aanvullend nog het volgende gesteld worden (waaruit blijkt dat in de VT de meegenomen kustbroedvogels worst case zijn benaderd) • Voor de leefgebieden van vogels geldt een andere toets dan voor habitattypen. De drempel van een merkbaar negatief effect ten gevolge van stikstof is voor vogelsoorten een stuk hoger dan voor een habitattype.
50
De verandering in samenstelling van vegetatie door een verhoogde voedselrijkdom hoeft voor een vogel niet te betekenen dat de kwaliteit van het leefgebied is afgenomen. Voor de kwaliteit van een habitat is echter de samenstelling van de vegetatie wel een belangrijke maatstaf (zie toelichting hiervoor dat hier geen sprake is van verruiging door het projecteffect). Het effect van stikstofdepositie op leefgebieden is hierdoor minder impactvol dan het effect op habitattypen. • Aanname is dat na realisatie van dit project op de lange termijn minder stikstof in de atmosfeer komt ten gevolge van de energietransitie die mede door het project wordt mogelijk gemaakt en door de permanente afname van landbouwareaal en daarmee bemesting van de te transformeren locatie. Ontbreken figuur: In bijlage 4 van VT stikstof Hoogspanningsstation Zierikzee; Netversterking Schouwen-Duiveland is een kaart opgenomen met de berekende projectbijdrage voor de Natura 2000-gebieden Grevelingen en Oosterschelde. Specifieke analyse: Indien we deze suggestie meenemen, is het betreffende rapport niet meer te beschouwen als een VT, en wordt de beoordeling een PB (inclusief vergunning traject.