CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1066746 Bijlage 1 Antwoordnotitie ontwerpbestemmingsplan â Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening bu

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés) (1066746)22.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In de Handreiking Voortoets Stikstofdepositie van Bij12 is ook aangegeven dat in de voortoets geen plaats is voor: “Het uitvoeren van een expertbeoordeling over het voorkomen van habitattypen of soorten in een Natura 2000gebied, de kwaliteit van habitattypen of de staat van instandhouding van habitattypen of soorten voor zover die beoordeling méér behelst dan een oordeel op basis van enkel objectieve gegevens. In een Passende Beoordeling is overigens wel ruimte voor een dergelijke expertbeoordeling.”. Met de uitgevoerde voortoets is op basis van objectieve gegevens op voorhand de zekerheid verkregen dat door het project significante gevolgen uit te sluiten zijn. Een vervolgonderzoek in de vorm van een Passende beoordeling is daarom niet aan de orde.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

51

2.4 Zienswijze 7 (zaaknummer 1013751) Nummer 85.

Samenvatting inhoud Volgens reclamant had TenneT de tekorten aan reservecapaciteit moeten zien aankomen en eerder hiernaar moeten handelen.

86.

Volgens reclamant mogen de belangen van grondeigenaren niet ondergeschikt gesteld worden aan de tijdsdruk die TenneT heeft. De werkwijze van TenneT schept geen vertrouwen. Reclamant vraagt expliciet dat de gemeente de belangen van de grondeigenaren/grondgebruikers goed behartigt.

Beantwoording Wij kunnen ons deze frustratie voorstellen. De energietransitie is echter door meerdere en (diverse) onvoorziene oorzaken in een stroomversnelling terecht gekomen, zoals bijvoorbeeld het stoppen van de gaswinning in Groningen en de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Deze zienswijze bevat echter geen bezwaar tegen het ontwerpbestemmingsplan. Wij nemen deze zienswijze dan ook voor kennisgeving aan. Bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan moet de gemeente alle belangen tegen elkaar afwegen (zowel de voorals de nadelen). Reclamant stelt ook voorop dat het geen bezwaar is gericht tegen het hoogspanningsstation of het kabeltracé, maar een zienswijze tegen het handelen van TenneT. De gemeente heeft TenneT hier eerder op aangesproken en heeft inmiddels in overleg met TenneT besloten de grondverwerving in het gebied zelf op zich te nemen (dit geldt alleen voor de grond kV-station en kabels en leidingen in plangebied), niet voor kabeltracé waar reclamant eigenaar is.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

52

2.4 Zienswijze 8 (zaaknummer 1009946) Nummer 87.

Samenvatting inhoud Reclamant stelt dat het station een overstromingskans kent met een grotere kans van voorkomen dan 1:10.000 jaar en gebied dus wel overstroombaar is en een hogere maximale overstromingshoogte kent van +2,0 meter boven stationspeil. Reclamant verzoekt dan ook dat hier maatregelen tegen getroffen moeten worden.

Beantwoording In deze zienswijze wordt een relatie gelegd met de interne beleidsregels van TenneT en deze zienswijze is specifiek gericht op het beperken van gevolgen van overstroming. Deze beleidsregels maken onderdeel uit van een bredere afweging bij de keuze voor de locatie van het op te richten hoogspanningsstation. In de zienswijze geeft de Veiligheidsregio aan dat TenneT bij de toepassing van haar beleid uit is gegaan van onjuiste uitgangspunten met betrekking tot de normering die op het dijkversterkingsprogramma van toepassing is (beschermingsnorm 1:3.000 in plaats van 1.10.000 in uiterlijk 2050) en dat het hoogspanningsstation in de huidige situatie een hogere kans van overstroming dan 1:10.000 jaar heeft en een hogere maximale overstromingsdiepte van meer dan 2 meter. Gezien deze zienswijze heeft adviesbureau Svasek op verzoek van TenneT vastgesteld welke waterdiepte mag worden verwacht indien in de huidige situatie, voordat Waterschap Scheldestromen uitvoering heeft gegeven aan het dijkversterkingsprogramma, wordt uitgegaan van een overstromingsrisico van 1:10.000. Deze waterdiepte bedraagt + 3,76 meter NAP, bij een voorziene maaiveldhoogte van het hoogspanningsstation van -0,35 meter NAP. Alles afwegende vindt TenneT de locatiekeuze voor het hoogspanningsstation en de voorgenomen mitigerende maatregel van 0,25 meter ophoging van het maaiveld verantwoord.

Dit wordt in het onderstaande toegelicht. Op de eerste plaats heeft de zienswijze van de Veiligheidsregio Zeeland onderdeel uitgemaakt van een hernieuwde risico-analyse en afweging die TenneT heeft gemaakt ten aanzien van de bescherming van het hoogspanningsstation tegen overstroming en de in dit verband toe te passen bouwhoogte. Het beleid van TenneT is erop gericht dat wordt gestreefd naar een voldoende veilige en daarmee verantwoorden situatie achter de dijken, omdat TenneT als (gedeeltelijk) eigenaar van het hoogspanningsstation geen assets wil realiseren op een locatie waar de toekomstvastheid van haar assets zeer onzeker is.

53

TenneT is immers als landelijk netbeheerder verantwoordelijke voor de continuïteit van het landelijk hoogspanningsnet. Hierbij heeft TenneT afgewogen dat de locatiekeuze onderdeel is van een brede belangenafweging. Specifiek voor waterveiligheid is, naar aanleiding van de zienswijze van de Veiligheidsregio, afgewogen dat de locatie aanvaardbaar is, ondanks het feit dat de overstromingskans van de waterkering 1:3.000 is. Dit houdt verband met het feit dat het hoogspanningsstation Zierikzee een eindstation c.q. uitloper van het hoogspanningsnetwerk betreft. Daardoor is het effect van uitval van het regionale 150 kV- hoogspanningsstation Zierikzee aanmerkelijk kleiner dan voor een interregionaal 380 kV-hoogspanningsstation, zoals hoogspanningsstation Halsteren. De stroomlevering kan immers buiten het getroffen gebied gewoon doorgaan. Aan de doelen van het interne beleid voor wat betreft de levering van elektriciteit wordt dus voldaan. Op de tweede plaats heeft bij de afweging voor de toe te passen bouwhoogte nog aantal andere aspecten een rol gespeeld. Dit is eerder beknopt aangegeven in de notitie ‘Waterveiligheid en klimaatbestendigheid Hoogspanningsstation Zierikzee’ (d.d. 1 december 2023), die als bijlage aan het ontwerpbestemmingsplan is toegevoegd.

Deze aspecten, en bijbehorende belangen, worden in het onderstaande verder toegelicht: Voorkomen van doorkruisen van bestuurlijke besluitvormingsstappen: Uit een longlist is het definitieve zoeklocatiebied voor het hoogspanningsstation per raadsbesluit van 23 december 2021 aangewezen, waarbij via een amendement aandacht is gevraagd voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation. Verder is door de Raad aangedrongen op het zo weinig mogelijk belemmeren van het uitzicht op de historische kern van Zierikzee vanaf de Weg naar de Val. Na het raadsbesluit is door de gemeente de gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee ontwikkeld, met een geoptimaliseerde, één perceel zuidelijker gelegen locatie van het hoogspanningsstation. De gebiedsvisie is op 23 mei 2023 eveneens in een raadsbesluit bekrachtigd. Ter discussie stellen van de locatie van het hoogspanningsstation staat op gespannen voet met de raadsbesluiten van 23 december 2021 en 23 mei 2023 over de locatie van het hoogspanningsstation. Handhaving van de locatie maar substantiële ophoging van het

54

maaiveld c.q. plaatsing van het hoogspanningsstation op een terp, zou niet aansluiten bij het nadrukkelijke verzoek van de Raad om een zorgvuldige landschappelijke inpassing, aangezien een dergelijke terp niet passend is in het omliggende polderlandschap. Daarnaast heeft de hogere bouwhoogte van het hoogspanningsstation een belemmerend effect op het uitzicht op de historische kern van Zierikzee, een ander aandachtspunt van de Raad. TenneT wil met de huidige locatie en bouwhoogte van het hoogspanningsstation nadrukkelijk aansluiten op de al genomen raadsbesluiten en wensen vanuit de raad van Schouwen-Duiveland. Voorkomen aanpassing schetsontwerp landschappelijke inpassing: Eén van deze bestemmingsplanstukken is het landschapsplan voor de landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation. Over het schetsontwerp van de landschappelijke inpassing is afstemming met de omwonenden geweest en bestaat overeenstemming met de ambtenaren en het bestuur van de gemeente Schouwen-Duiveland (het schetsontwerp is 5 oktober jl. aan de Raad gepresenteerd). Het ontwerp voorziet in de eerder genoemde belangrijke opgave vanuit de Raad, nl. het grotendeels aan het zicht onttrekken van het hoogspanningsstation via een zuidelijke en oostelijke grondwal met bomen en struiken.

Daarbij is het ruimtebeslag voor de landschappelijke inpassing beperkt, perceeleigenaren aan de zuidzijde van het station blijven buiten schot. Substantiële ophoging van het maaiveld zal betekenen dat het landschapsplan ingrijpend moet worden aangepast, de grondwallen moet dan hoger om hetzelfde gezicht-onttrekkende effect te bereiken en hiervoor is dan ook de grond van de zuidelijke perceeleigenaren nodig. TenneT wil voorkomen dat het schetsontwerp moet worden aangepast, waardoor een nieuw participatietraject met de omgeving noodzakelijk is, en meer grondeigenaren door de plannen worden geraakt. Urgentie energietransitie: Zeeland, waaronder Schouwen-Duiveland hebben te maken met netcongestie. Het project Netversterking Schouwen-Duiveland, met de realisatie van het hoogspanningsstation bij Zierikzee, vormt de oplossing voor de netcongestie op Schouwen-Duiveland. Ingebruikname van de verbinding (IBN) is voorzien voor 2029. Vanuit TenneT, maar ook de

55

Energieraad Zeeland wordt groot belang gehecht aan het halen van de IBN-datum, en liefst een versnelling hierin. Iedere substantiële aanvullende ophoging van het maaiveld zal resulteren in een vertraging op deze IBN-datum. Dit is gerelateerd aan het aanpassen van het landschapsplan en/of een eventuele heroverweging van raadsbesluiten. Als ruwe inschatting bij een aanpassing van het landschapsplan wordt uitgegaan van 0,5 tot 1 jaar vertraging op de ruimtelijke procedure, ervan uitgaande dat de locatie van het hoogspanningsstation ongewijzigd blijft. Het bestuurlijk herroepen van de locatiekeuze van het hoogspanningsstation zal planningsgevolgen hebben die nog ingrijpender van aard zijn. Er zal een nieuwe bestuurlijke locatiekeuze moeten worden gemaakt, waarbij vervolgens opnieuw alle onderliggende documenten voor een bestemmingswijziging zullen moeten worden uitgewerkt. Dit dient dan bovendien onder de nieuwe regelgeving van de Omgevingswet te gebeuren. Een ruwe inschatting levert op dat dit zal resulteren in een vertraging van 1,5 tot 2 jaar. TenneT wil voorkomen dat vertraging optreedt op de geplande ingebruikname van de totale verbinding Netversterking Schouwen-Duiveland in 2029. 88.

Reclamant stelt voor om de veiligheidsbeoordeling te herzien waarin inzichtelijk is gemaakt op welke wijze goede crisisbeheersing met snel herstel vormgegeven wordt. Wat is de impact (welk fysiek gebied van Schouwen-Duiveland) bij een overstromingsscenario waarbij (gedeeltelijke) uitval plaats gaat vinden en wat is de hersteltijd.

Het bestemmingsplan bevat geen regels over het 'beheersen van de risico's' en hoeft dit ook niet te bevatten omdat dit een uitvoeringsaspect betreft dat niet meegenomen hoeft te worden. Dit neemt natuurlijk niet weg dat in het kader van de leveringszekerheid in de toekomst er een goed crisis(beheers)plan moet zijn. TenneT heeft als netbeheerder op grond van de Elektriciteitswet 1998 de taak om het net te herstellen in geval van een calamiteit, zoals de overstroming van een hoogspanningsstation. Met betrekking tot de aanleghoogte van de apparatuur zijn er twee kritische niveaus te onderscheiden bij het hoogspanningsstation Zierikzee. Het eerste niveau c.q. de laagst opgestelde kritische apparatuur betreft de besturingskasten in het centraal dienstengebouw (CDG). Deze bevinden zich op het vloerniveau van de CDG. Het tweede niveau van kritische apparatuur betreffen de primaire componenten (scheiders en aarders, vermogensschakelaars, meettransformatoren, kabel-eindsluitingen, hoogspannings-geleiders). Deze bevinden zich op een hoogte van 2,8 m ten opzichte van maaiveld.

56

Op basis van de informatie uit het rapport van Svašek is, zoals eerder aangegeven, ervan uitgegaan om als mitigerende maatregel tegen overstromingsrisico het maaiveld voor de aanleg deze kritische apparatuur met 0,25 m op te hogen. Hieraan ligt de redenering ten grondslag dat bij deze opstelhoogte met een maatschappelijk aanvaardbare inspanning een relatief hoge reductie van het overstromingsrisico wordt gerealiseerd. Het hoogspanningsstation is op deze wijze sowieso beschermd tegen extreme regenval. Relevant in dit opzicht is dat de toegangsdeuren tot het CDG spatwater-werend zijn. Indien een dijkdoorbraak optreedt van de regionale waterkering zal dit niet resulteren in het overstromen van het eerste kritische niveau. In deze situatie blijft het hoogspanningsstation in staat om 150 kV-spanning te leveren. Op verzoek van TenneT heeft adviesbureau Svašek vastgesteld welke waterdiepte mag worden verwacht indien wordt uitgegaan van doorbraak van de primaire waterkering. In dat geval zal de waterdiepte maximaal + 3,96 meter NAP bedragen. De aandrijfkasten van de primaire componenten bevinden zich op 1.0 m boven maaiveld. In deze situatie zijn ook de primaire componenten onder water geraakt, zal er kortsluiting ontstaan en zullen de beveiligingen in het hoogspanningsstation Halsteren het hoogspanningsstation Zierikzee automatisch afschakelen.

De stroomvoorziening vanuit hoogspanningsstation Zierikzee zal daarmee volledig zijn weg gevallen. Wanneer de stroomvoorziening door (gedeeltelijke) uitval van het hoogspanningsstation Zierikzee geheel of gedeeltelijk is weggevallen is de vraag wat de hersteltijd zal zijn. Een betrouwbare hersteltermijn na overstroming is niet in algemene zin te geven. Dit hangt immers af van factoren als de omvang van de calamiteit, de daadwerkelijke schade die een overstroming door dijkdoorbraak heeft gehad op het station en de behoefte aan stroomvoorziening vanuit het station na de calamiteit. TenneT zal zich in ieder geval, mede vanuit haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden, tot het uiterste inspannen om, in nauw overleg met de bevoegde instanties, tot een zo snel mogelijk herstel van haar beschadigde assets en daarmee de stroomvoorziening te komen. Om adequaat te kunnen optreden bij schade en uitval van componenten hanteert TenneT een strategische voorraad aan relevante onderdelen. De aanwezigheid van deze voorraad versnelt de doorlooptijd van herstel van een station. Is de

57

hersteltijd onaanvaardbaar lang, dan kunnen er in overleg met de bevoegde instanties noodmaatregelen worden getroffen om zo snel als mogelijk weer elektriciteit te leveren in het getroffen gebied.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

58

2.4 Zienswijze 9 (zaaknummer 1009945) Nummer 89.

Samenvatting inhoud Het is voor reclamant niet duidelijk hoeveel watercompensatie er nodig is omdat in de watertoets en waterparagraaf iets anders staat dan in het landschapsplan.

Beantwoording Het landschapsplan en de waterparagraaf/watertoets komen inderdaad niet overeen. Het landschapsplan is nog van een oudere versie van de waterparagraaf uitgegaan. Dit zal worden aangepast. Overigens blijkt ook uit de watertoets dat er t.a.t. voldaan kan worden aan de vereiste waterberging ten behoeve van deze ontwikkeling.

90.

Er wordt gerekend met verschillende bergende schijven 0.40m1 en 0.21m1. Ook wordt aangegeven dat deze schijven worden berekend aan de hand van het T100 peil en MV hoogte. Dat is onjuist, het is het T100 peil en het gehanteerde zomerpeil in het gebied. Volgens de berekening van reclamant is de omvang van de waterberging (4090m²) voldoende.

Op basis van de beschikbare informatie blijkt dat een waterdiepte van 0,4 m mogelijk is. Voor het project is slechts 0,21 m noodzakelijk. Omdat de T100 niet bekend was is gerekend met 0,4 m.

92.

Het onderhoud aan de waterbergingen zal vanaf naastgelegen percelen (293 en 425) moeten gebeuren waarbij een schriftelijk akkoordverklaring nodig is van de eigenaar/gebruiker. Door de aanleg van de waterberging wordt het 2-zijdig onderhoud aan de waterloop langs de Straalweg onmogelijk wat niet wenselijk is. De inrichting moet worden aangepast rekening houdend met een onderhoudsstrook van 5.00m1 breed. De toegangsdammen voor de ontsluiting van het perceel die niet meer worden gebruikt moeten worden verwijderd en nieuwe toegangsdammen moeten worden gebouwd volgens de aangegeven richtlijnen.

Bij de nadere uitwerking zal rekening gehouden worden met deze aandachtspunten van het waterschap en zal initiatiefnemer voorafgaand aan de aanvraag van de watervergunning contact opnemen met het waterschap.

93.

Voor de aanleg van het wandelpad moet duidelijk worden gemaakt hoe wordt omgegaan met de kruising met waterlopen. Volgens het beleid van het waterschap uitvoeren met buisduikers en niet met bruggetjes.

Bij de nadere uitwerking zal rekening gehouden worden met deze aandachtspunten van het waterschap en zal initiatiefnemer voorafgaand aan de aanvraag van de watervergunning contact opnemen met het waterschap.

91.

De waterberging van 4090 m² is berekend van insteek naar insteek. In werkelijkheid zal het, vanwege taluds iets kleiner zijn, maar nog steeds voldoende om de toename verharding conform de gestelde eisen te bergen.

59

94.

De veiligheidsbeoordeling voor waterkeringen is volgens reclamant niet correct. In de notitie (bijlage 13 OBP) en afweging moet de netwerkbeheerder uitgaan van de wettelijke norm 1:3.000 (Omgevingswet), in plaats van de signaleringswaarde 1:10.000. Deze dienen te worden aangepast.

In haar zienswijze wordt door Waterschap een toelichting gegeven op het landelijk Hoogwaterbeschermingsprogramma en het onderscheid tussen de wettelijke normen ‘ondergrens’ (faalkans 1:3.000) en signaleringswaarde (faalkans 1: 10.000). Waterschap Scheldestromen wijst erop dat TenneT bij haar afwegingen uit dient de gaan van de ondergrens c.q. faalkans 1:3.000 , zoals vastgelegd in de Omgevingswet, als het beschermingsniveau waarop de dijken in het plangebied uiterlijk in 2050 zijn gebracht, als onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dit wijkt af van het beschermingsniveau van 1:10.000, waar TenneT in haar Notitie Waterveiligheid en klimaatbestendigheid Zierikzee’ (versie 1 december 2023) vanuit is gegaan. TenneT onderschrijft de constateringen van het Waterschap. De zienswijze deel 2 van Waterschap Scheldestromen heeft deel uitgemaakt van een hernieuwde risico-analyse en afweging die TenneT heeft gemaakt ten aanzien van de bescherming van het hoogspanningsstation tegen overstroming en de in dit verband toe te passen bouwhoogte. Het beleid van TenneT is erop gericht dat wordt gestreefd naar een voldoende veilige en daarmee verantwoorden situatie achter de dijken, omdat TenneT als (gedeeltelijk) eigenaar van het hoogspanningsstation geen assets wil realiseren op een locatie waar de toekomstvastheid van haar assets zeer onzeker is.

TenneT is immers als landelijk netbeheerder verantwoordelijke voor de continuïteit van het landelijk hoogspanningsnet. Hierbij heeft TenneT afgewogen dat de locatiekeuze onderdeel is van een brede belangenafweging. Specifiek voor waterveiligheid is, naar aanleiding van de zienswijze van Waterschap Scheldestromen, afgewogen dat de locatie aanvaardbaar is, ondanks het feit dat de overstromingskans van de waterkering 1:3.000 is en dat de voorgenomen mitigerende maatregel van 0,25 meter ophoging van het maaiveld verantwoord is. Dit houdt verband met het feit dat het hoogspanningsstation Zierikzee een eindstation c.q. uitloper van het hoogspanningsnetwerk betreft. Daardoor is het effect van uitval van het regionale 150 kV- hoogspanningsstation Zierikzee aanmerkelijk kleiner dan voor een interregionaal 380 kV-hoogspanningsstation, zoals hoogspanningsstation Halsteren. De stroomlevering kan immers buiten het getroffen gebied gewoon doorgaan. Aan de doelen van het interne beleid voor wat betreft de levering van elektriciteit wordt dus voldaan.

60

Op de tweede plaats heeft bij de afweging voor de toe te passen bouwhoogte nog aantal andere aspecten een rol gespeeld. Dit is eerder beknopt aangegeven in de notitie ‘Waterveiligheid en klimaatbestendigheid Hoogspanningsstation Zierikzee’ (d.d. 1 december 2023), die als bijlage aan het ontwerpbestemmingsplan is toegevoegd. Deze aspecten, en bijbehorende belangen, worden in het onderstaande verder toegelicht: Voorkomen van doorkruisen van bestuurlijke besluitvormingsstappen: Uit een longlist is het definitieve zoeklocatiebied voor het hoogspanningsstation per raadsbesluit van 23 december 2021 aangewezen, waarbij via een amendement aandacht is gevraagd voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation. Verder is door de Raad aangedrongen op het zo weinig mogelijk belemmeren van het uitzicht op de historische kern van Zierikzee vanaf de Weg naar de Val. Na het raadsbesluit is door de gemeente de gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee ontwikkeld, met een geoptimaliseerde, één perceel zuidelijker gelegen locatie van het hoogspanningsstation. De gebiedsvisie is op 23 mei 2023 eveneens in een raadsbesluit bekrachtigd. Ter discussie stellen van de locatie van het hoogspanningsstation staat op gespannen voet met de raadsbesluiten van 23 december 2021 en 23 mei 2023 over de locatie van het hoogspanningsstation.

Handhaving van de locatie maar substantiële ophoging van het maaiveld c.q. plaatsing van het hoogspanningsstation op een terp, zou niet aansluiten bij het nadrukkelijke verzoek van de Raad om een zorgvuldige landschappelijke inpassing, aangezien een dergelijke terp niet passend is in het omliggende polderlandschap. Daarnaast heeft de hogere bouwhoogte van het hoogspanningsstation een belemmerend effect op het uitzicht op de historische kern van Zierikzee, een ander aandachtspunt van de Raad. TenneT wil met de huidige locatie en bouwhoogte van het hoogspanningsstation nadrukkelijk aansluiten op de al genomen raadsbesluiten en wensen vanuit de raad van Schouwen-Duiveland. Voorkomen aanpassing schetsontwerp landschappelijke inpassing: Eén van deze bestemmingsplanstukken is het landschapsplan voor de landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation. Over het schetsontwerp van de landschappelijke

61

inpassing is afstemming met de omwonenden geweest en bestaat overeenstemming met de ambtenaren en het bestuur van de gemeente Schouwen-Duiveland (het schetsontwerp is 5 oktober jl. aan de Raad gepresenteerd). Het ontwerp voorziet in de eerder genoemde belangrijke opgave vanuit de Raad, nl. het grotendeels aan het zicht onttrekken van het hoogspanningsstation via een zuidelijke en oostelijke grondwal met bomen en struiken. Daarbij is het ruimtebeslag voor de landschappelijke inpassing beperkt, perceeleigenaren aan de zuidzijde van het station blijven buiten schot. Substantiële ophoging van het maaiveld zal betekenen dat het landschapsplan ingrijpend moet worden aangepast, de grondwallen moet dan hoger om hetzelfde gezicht-onttrekkende effect te bereiken en hiervoor is dan ook de grond van de zuidelijke perceeleigenaren nodig. TenneT wil voorkomen dat het schetsontwerp moet worden aangepast, waardoor een nieuw participatietraject met de omgeving noodzakelijk is, en meer grondeigenaren door de plannen worden geraakt. Urgentie energietransitie: Zeeland, waaronder Schouwen-Duiveland hebben te maken met netcongestie. Het project Netversterking Schouwen-Duiveland, met de realisatie van het hoogspanningsstation bij Zierikzee, vormt de oplossing voor de netcongestie op Schouwen-Duiveland. Ingebruikname van de verbinding (IBN) is voorzien voor 2029.

Vanuit TenneT, maar ook de Energieraad Zeeland wordt groot belang gehecht aan het halen van de IBN-datum, en liefst een versnelling hierin. Iedere substantiële aanvullende ophoging van het maaiveld zal resulteren in een vertraging op deze IBN-datum. Dit is gerelateerd aan het aanpassen van het landschapsplan en/of een eventuele heroverweging van raadsbesluiten. Als ruwe inschatting bij een aanpassing van het landschapsplan wordt uitgegaan van 0,5 tot 1 jaar vertraging op de ruimtelijke procedure, ervan uitgaande dat de locatie van het hoogspanningsstation ongewijzigd blijft. Het bestuurlijk herroepen van de locatiekeuze van het hoogspanningsstation zal planningsgevolgen hebben die nog ingrijpender van aard zijn. Er zal een nieuwe bestuurlijke locatiekeuze moeten worden gemaakt, waarbij vervolgens opnieuw alle onderliggende documenten voor een bestemmingswijziging zullen moeten worden uitgewerkt. Dit dient dan bovendien onder de nieuwe regelgeving van de Omgevingswet te gebeuren.

62

Een ruwe inschatting levert op dat dit zal resulteren in een vertraging van 1,5 tot 2 jaar. TenneT wil voorkomen dat vertraging optreedt op de geplande ingebruikname van de totale verbinding Netversterking Schouwen-Duiveland in 2029.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

63

2.4 Zienswijze 10 (zaaknummer 1014898) Nummer 95.

96.

Samenvatting inhoud Volgens reclamant bestaat er een mogelijkheid dat gezien de huidige planregels een gebouw van 10 meter hoog en een oppervlakte van 38.000m2 ontwikkeld kan worden op de bestemming 'BedrijfNutsvoorziening'. Dit is omdat er geen bouwvlak is toegekend binnen deze bestemming. Eventuele afwijkende maatvoering voor gebouwen c.q. bouwwerken voor zover genoemd in de Toelichting zijn niet relevant vanwege het ontbreken van de normerende werking van de Toelichting op een bestemmingsplan. De impact op het thans aanwezige woon- en leefklimaat is daardoor tevens enorm.

Volgens reclamant bestaat er een mogelijkheid dat gezien de huidige planregels een gebouw van 3,5 hoog en een oppervlakte over de gehele bestemming ontwikkeld kan worden op de bestemming 'LeidingLeidingstrook'. Dit is omdat er geen bouwvlak is toegekend binnen deze bestemming. Eventuele afwijkende maatvoering voor gebouwen c.q. bouwwerken voor zover genoemd in de Toelichting zijn niet relevant vanwege het ontbreken van de normerende werking van de Toelichting op een bestemmingsplan. De impact op het thans aanwezige woon- en leefklimaat is daardoor tevens enorm.

Beantwoording Het aantal toegestane maximale m² aan bebouwing heeft vooral gevolgen voor de waterberging (in combinatie met verharding). De Watertoets gaat uit van de beoogde aantal m² verharding (bebouwing en verharding tezamen). In het landschapsplan is rekening gehouden met de beoogde waterbergingseis (met wat overcapaciteit). Echter de juridische verankering in de vorm van de opgenomen voorwaardelijke verplichting zal worden aangepast, zodat bij elke m² verharding er ook voldaan moet worden aan de waterbergingseisen. De beoogde bouw van gebouwen op een transformatorstation is beperkt. Op een station worden namelijk met name bouwwerken geen gebouwen gebouwd. Naar aanleiding van deze zienswijze is daarom gekozen voor een inperking van het maximale percentage te bebouwen vierkante meters bedrijfsgebouw binnen de bestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ van 25%. Dit wordt verwerkt in de planregels. Naar aanleiding van deze zienswijze zijn de bouwmogelijkheden voor gebouwen binnen deze dubbelbestemming nader bezien. Bij recht is niet toegestaan om een gebouw te bouwen (buiten eventuele vergunningvrije mogelijkheden). Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het bouwen van gebouwen.

64

97.

Volgens reclamanten ontbreekt locatie alternatief SD-1.3 in de analyse van de locatiealternatieven (Bijlage 1 van de toelichting) terwijl dit een gelijkwaardig resultaat kan opleveren met aanmerkelijk minder bezwaren als locaties SD-1 en SD-1A. Het feit dat het Raadsbesluit (25 mei 2023, waarin de Gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee is vastgesteld) onherroepelijk is, is niet relevant. Op grond van artikel 8.5 Awb jo art 1 bijlage 2 (negatieve lijst) is dat besluit niet voor beroep vatbaar. Het onderhavige ontwerpbestemmingsplan is deels een uitwerking van het genoemde Raadsbesluit en gebreken in dat besluit liggen thans in de onderhavige zienswijzeprocedure weer in volle omvang ter toetsing voor.

Reclamant stelt terecht dat tegen de vastgestelde Gebiedsvisie geen rechtsmiddelen open staan. Echter we delen de mening niet dat dit ontwerpbestemmingsplan een nadere uitwerking is van die gebiedsvisie. Er is namelijk geen sprake van een directe samenhang tussen de realisatie van het hoogspanningsstation en de uitbreiding van het bedrijventerrein (zoals opgenomen in de Gebiedsvisie). Er is geen sprake van een financiële, organisatorische of (steden)bouwkundige afhankelijkheid. Zonder ontwikkeling van (een deel van) het bedrijventerrein zal het hoogspanningsstation nog steeds gerealiseerd worden. Neemt echter niet weg dat de locatiekeuze voor het hoogspanningsstation zelf een zienswijze is die in het kader van dit ontwerp ter discussie gesteld kan worden.

Het is vaste jurisprudentie van de Raad van State dat de gemeenteraad voldoende inzichtelijk dient te maken hoe de afweging van een door omwonenden aangedragen alternatief plan heeft plaatsgevonden. Die wijze van afweging toetst de Raad van State indringend (zie Raad van State 20 mei 2020: ECLI: NL: RVS: 2020: 1264, r.o. 3.3).

98.

Het is onduidelijk op welke wijze de afstand tussen de woning van cliënten en het dichtstbijzijnde bestemmingsvlak voor de Enkelbestemming BedrijfNutsvoorziening (art. 3 Planregels) is gemeten c.q. in de rapportage, Bijlage 8, is beoordeeld. Daarnaast is de geluidsbelasting alleen ter plaatse van de gevel modelmatig gerekend: de tuinen van cliënten hadden hierin ook meegenomen moeten worden.

De afstand die is aangehouden in het geluidsonderzoek (bijlage 8 van de toelichting) betreft de kortste afstand tot aan het uiterste punt van het hoogspanningsstation, zoals weergegeven in f 2.1. Op pagina 5 van dat onderzoek en de rijksdriehoekscoördinaten zoals opgenomen in bijlage 1. Dat is tevens gelijk aan de bestemmingsgrens van de bestemming 'Bedrijf' zoals opgenomen in de planverbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. Het rekenpunt is gelegen op de gevel van de woning. In aanvulling daarop kan worden opgemerkt dat op de rand van het perceel van de woning (tuin) de etmaalwaarde niet hoger zal zijn dan 35 dB(A) etmaalwaarde (inclusief toeslag; 2 dB hoger dan op de gevel van de woning) en dat daarmee sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dit blijkt uit het akoestisch onderzoek.

65

99.

De waterbergingseis berekening klopt volgens reclamant niet, wat negatieve gevolgen kan hebben voor hun perceel.

100.

De onderbouwing voor lichthinder is te matig volgens reclamant.

101.

Volgens reclamant is geen overeenstemming met eigenaren over de verwerving van hun gronden. Tevens ontbreekt er een exploitatieplan.

De Watertoets gaat uit van de beoogde aantal m2 verharding (bebouwing en verharding tezamen). In het landschapsplan is rekening gehouden met de beoogde waterbergingseis (met wat overcapaciteit). Echter de juridische verankering in de vorm van de opgenomen voorwaardelijke verplichting zal worden aangepast, zodat als er verharding zal worden aangebracht er ook voldaan moet worden aan de waterbergingseisen. Op het hoogspanningsstation gedeelte van Tennet is alleen sprake van oriëntatieverlichting met een laag niveau van ongeveer 3 lux aanwezig. Dit staat gelijk aan schemering/donkere schemering. Ter vergelijking: fel daglicht is vastgesteld op 15.000 lux en een bewolkte dag op zo'n 1.000 lux. De terreinverlichting is alleen aan als er sprake is van een calamiteit. Onderhoud gebeurt overdag (niet 's nachts). Voor het gedeelte van Stedin geldt dat de verlichting boven de belangrijkste ingang blijft branden met een verlaagde verlichtingssterkte en deze zal feller branden bij beweging. Alle andere verlichting zal werken via een aanwezigheidsschakelaar en zal dus pas werken als er iemand op het station aanwezig is. De omgeving van het hoogspanningsstation zal derhalve niet of nauwelijks lichthinder ondervinden. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan is een anterieure overeenkomst met TenneT gesloten zodat het kostenverhaal voor ons als gemeente verzekerd is.

Al onze gemeentelijke kosten in het kader van het wettelijk voorgeschreven kostenverhaal zijn dan ook verzekerd en het bestemmingsplan is dan ook financieel uitvoerbaar. Samen met vertegenwoordiger van reclamant zijn de eerste gesprekken om te komen tot een minnelijke verwerving gestart. Uiteindelijk in het uiterste geval kunnen onteigeningsprocedures worden gevolgd om de gronden in eigendom te verkrijgen.

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan op de volgende onderdelen: • De planregel met de bouwmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen binnen ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ zijn aangepast. De totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen binnen het bestemmingsvlak is gemaximeerd tot maximaal 25% van het bestemmingsvlak. • De voorwaardelijke verplichting waterberging in artikel 3.4.2. van de planregels is aangepast, zodat ook voor toekomstige, nu nog niet beoogde m² verharding een bergingseis geldt. • De in de planregels opgenomen bouwmogelijkheid binnen de dubbelbestemming Leiding – Leidingstrook is aangepast. Gebouwen (ten behoeve van de dubbelbestemming) mogen niet meer bij recht worden gebouwd. Ten behoeve van het bouwen van gebouwen is een afwijkingsbevoegdheid met afwegingskader opgenomen.

66

3. Aanpassingen 3.1

Aanpassingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen

De volgende onderdelen zijn aangepast: • Hoofdstuk 6.1 economische uitvoerbaarheid van de toelichting is aangevuld. • De planregels (artikel 7.4.1 en 8.1.4. onder d.) zijn aangepast. Er geldt geen vergunningplicht voor grondroeractiviteiten ten behoeve van normaal spit- en ploegwerk die op basis van de geldende enkelbestemmingen zijn toegestaan. • De verbeelding is aangepast. De dubbelbestemming (Leiding – Leidingstrook) ter plaatse van de bestaande 50 kV-kabel is verwijderd. • De planregel met de bouwmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen binnen ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’ zijn aangepast. De totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen binnen het bestemmingsvlak is gemaximeerd tot maximaal 25% van het bestemmingsvlak. • De voorwaardelijke verplichting waterberging in artikel 3.4.2. van de planregels is aangepast, zodat ook voor toekomstige, nu nog niet beoogde m² verharding een bergingseis geldt. • De in de planregels opgenomen bouwmogelijkheid binnen de dubbelbestemming Leiding – Leidingstrook is aangepast. Gebouwen (ten behoeve van de dubbelbestemming) mogen niet meer bij recht worden gebouwd. Ten behoeve van het bouwen van gebouwen is een afwijkingsbevoegdheid met afwegingskader opgenomen.

3.2

Ambtshalve aanpassingen

De volgende onderdelen zijn aangepast: • De toetsing aan de m.e.r.-wetgeving, zoals opgenomen in hoofdstuk 4.1 van de toelichting is verduidelijkt. • Het hoofdstuk over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (6.2.3.) van de toelichting is aangevuld nu de zienswijzeperiode voorbij is. • De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen de dubbelbestemming ‘Leiding – Leidingstrook’ is gelijkgetrokken met de bouwhoogte binnen de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ (4 meter). • Op de verbeelding is in het noorden de dubbelbestemming Leiding – Leidingstrook iets verder naar het westen doorgetrokken zodat er een aansluiting gemaakt kan worden op het daar aanwezige bestaande transformatorstation aan de andere zijde van de weg.

67

4. Bijlage bij antwoordnotitie 4.1 Notitie CO2 opslag in het landschapsplan (separate bijlage)

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14177779/1