CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1066746 Bijlage 1 Antwoordnotitie ontwerpbestemmingsplan â Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening bu

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés) (1066746)22.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Antwoordnotitie ontwerpbestemmingsplan ‘Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)’

Inhoud 1. 2.

Inleiding .............................................................................................................................................. 2 Individuele zienswijzen....................................................................................................................... 3 2.1 Zienswijze 1 (zaaknummer 1014141) ................................................................................................... 3 2.2 Zienswijze 2 (zaaknummer 1014291) ................................................................................................... 8 2.3 Zienswijze 3 (zaaknummer 1013014) ................................................................................................. 11 2.4 Zienswijze 4 (zaaknummer 1014185) ................................................................................................. 14 2.5 Zienswijze 5 (zaaknummer 1014507) ................................................................................................. 49 2.4 Zienswijze 6 (zaaknummer 1013865) ................................................................................................. 50 2.4 Zienswijze 7 (zaaknummer 1013751) .................................................................................................

52 2.4 Zienswijze 8 (zaaknummer 1009946) ................................................................................................. 53 2.4 Zienswijze 9 (zaaknummer 1009945) ................................................................................................. 59 2.4 Zienswijze 10 (zaaknummer 1014898) ............................................................................................... 64 3. Aanpassingen .................................................................................................................................. 67 3.1 Aanpassingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen....................................................... 67 3.2 Ambtshalve aanpassingen ............................................................................................................... 67 4. Bijlage bij antwoordnotitie ................................................................................................................ 68 4.1 Notitie CO2 opslag in het landschapsplan (separate bijlage) ............................................................. 68

1

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)’ heeft ter inzage gelegen van 29 december 2023 tot en met 9 februari 2024 waarbij iedereen in de gelegenheid is gesteld een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. Deze notitie beschrijft de resultaten van de zienswijzeprocedure van dit ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen zijn samengevat en van beantwoording en conclusie voorzien. In de conclusie is opgenomen of en zo ja op welke wijze het bestemmingsplan is aangepast. Ook is een opsomming toegevoegd van de ambtshalve aanpassingen die in het bestemmingsplan zijn verwerkt. Er zijn 10 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn op tijd ingediend en ontvankelijk.

2

2. Individuele zienswijzen 2.1 Zienswijze 1 (zaaknummer 1014141) Nummer 1.

Samenvatting inhoud De gronden waarop het hoogspanningsstation gerealiseerd moet worden zijn in eigendom van reclamant. Er is volgens reclamant nog geen overeenstemming bereikt over de aankoop van de gronden.

Beantwoording Samen met de vertegenwoordiger van reclamant zijn de eerste gesprekken gestart om te komen tot een minnelijke verwerving. Het hoogspanningsstation en de landschappelijke inpassing daarvan worden gerealiseerd op een deel van het perceel van de reclamant. De gemeente spant zich in voor minnelijke verwerving. Met de uiteindelijke mogelijkheid tot onteigening is er geen sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering die de uitvoerbaarheid in de weg staat.

2.

Het bestemmingplan wordt gerealiseerd op gronden die (nog) niet van de gemeente zijn, maar in eigendom zijn van reclamant. Daarom is het kostenverhaal voor het bestemmingsplan nu niet verzekerd. Indien dit vóór vaststelling van het plan niet wordt hersteld, is daarmee het plan niet economisch uitvoerbaar en dus in strijd met Bro artikel 3.1.6 lid 1 sub f.

3.

De compensatie-eis van 859 m³ volstaat niet wanneer de complete bestemming 'bedrijfnutsvoorziening' zou worden verhard, terwijl de mogelijkheid er hier wel voor is volgens reclamant. Daarnaast is een deel van de waterberging voorzien op gronden die niet van de gemeente zijn, maar van reclamant, terwijl daar geen afspraken over zijn gemaakt.

Het hoogspanningsstation en de landschappelijke inpassing daarvan worden gerealiseerd op een deel van het perceel van de reclamant. Samen met de vertegenwoordiger van reclamant zijn de eerste gesprekken om te komen tot een minnelijke verwerving gestart. De kosten van de aanleg en instandhouding van de voorgenomen ontwikkeling en het risico, komen voor rekening van TenneT en Stedin. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft voor de tervisielegging van dit bestemmingsplan overeenstemming bereikt met de initiatiefnemer over de te verhalen kosten. Het plan is dan ook economisch uitvoerbaar. Het landschapsplan is gebaseerd op een eerdere versie van de watertoets (2022). In plaats van de eerder berekende waterbergingsopgave van 1133m³, wat leidt tot een oppervlakte nieuw water van 839,3m² is in de meest recente versie van de watertoets (2023) berekend dat er een waterbergingsopgave van 841,5m³ benodigd is. Dit zal een kleinere oppervlakte tot gevolg hebben. Vanuit landschappelijke overwegingen is er voor gekozen om een overmaat aan waterberging te realiseren (meer dan de gehanteerde opgave van 839,3m²), welke eventueel kan worden gelabeld als bergingscompensatie voor andere ontwikkelingen in de directe omgeving. De latere wijzigingen in de berekende waterbergingsopgave heeft dan ook geen wijziging van het landschapsplan tot gevolg.

De Watertoets gaat uit van de beoogde aantal m² verharding (bebouwing en verharding tezamen). In het landschapsplan is rekening gehouden met de beoogde waterbergingseis (met wat overcapaciteit). Echter de juridische verankering in de vorm van de opgenomen voorwaardelijke verplichting zal

3

Nummer

Samenvatting inhoud

4.

Op de overgang van perceel N273 en het agrarisch perceel is geen sloot voorzien waardoor het onmogelijk is de drainage op de kavel te onderhouden of te vernieuwen. Reclamant acht het ondoelmatig en onnodig dat de bestaande leiding door hun eigendom planologisch wordt verankerd ter plaatse van het perceel Zierikzee N 268. De bijkomende planologische regels ter plaatse van de bestaande leiding achten reclamanten disproportioneel, want normaal agrarische gebruik is daar nu niet meer mogelijk.

5.

6.

Reclamant acht het onevenredig om de ondergrondse kabels planologisch te beschermen via bestemmingsplan, omdat dit reeds privaatrechtelijk gewaarborgd is.

7.

De zakelijk recht strook is breder dan de huidige zakelijk recht strook waarmee het publiekrechtelijk ‘versterken’ en vergroten van een privaatrechtelijke overeenkomst, zonder betaling van een vergoeding voor het zakelijk recht van opstal neigt naar onevenredigheid volgens reclamant.

Beantwoording worden aangepast, zodat als er alsnog meer m² verharding wordt aangebracht er ook voldaan moet worden aan de waterbergingseisen. Over aankoop van de gronden waar de waterberging is beoogd, zullen nadere afspraken gemaakt moeten worden. Indien niet tot een minnelijke verwerving wordt gekomen dan is er de mogelijkheid tot onteigening. Mocht het zo zijn dat de drainage van reclamant verlegd moet worden vanwege deze ontwikkeling, dan dienen initiatiefnemers hiervoor afspraken te maken met reclamant. De leidingstrook binnen perceel ZRZ N 268 is niet alleen bedoeld voor de kabel waarvoor eerder een zakelijk recht is gevestigd (50kV). Deze strook is met name bedoeld om de vele kabels die vanuit het nieuwe station komen de ruimte te bieden die hiervoor nodig is. De strook binnen ZRZ N 268 zal een functiewijziging krijgen; agrarisch gebruik is niet meer mogelijk en dus is er geen aanleiding om beperkingen vanwege de dubbelbestemming in overeenstemming te brengen met eerder gevestigde rechten of af te stemmen op agrarisch medegebruik van het perceel. De grond voor deze leidingstrook zal in eigendom worden verworven. Aangezien tot aankoop van het perceel wordt overgegaan is deze opmerking minder relevant. Zie ook antwoord onder 5. Overigens is het wel gebruikelijk om planologisch relevante kabels en leidingen ook publiekrechtelijk via het bestemmingsplan te beschermen.

Reclamant wordt financieel gecompenseerd in het kader van de verwerving van de gronden.

4

Nummer 8.

Samenvatting inhoud Ten aanzien van de begrenzing van het plangebied stelt reclamant dat er sprake is van een beoogde grotere ontwikkeling van het gebied als industrieterrein. De huidige door de gemeente gekozen planbegrenzing heeft zuiver negatieve financiële consequenties voor reclamant. Reclamant verzoekt de gemeente dan ook om duidelijke keuzes te maken in begrenzing en fasering van het bestemmingsplan. De huidige door de gemeente gekozen planbegrenzing heeft zuiver negatieve financiële consequenties voor cliënten. Dit blijkt uit: 1. Ondoelmatige plaatsing van ondergrondse leidingen 2. Het driezijdig omkaderen van het perceel Zierikzee N 268 waardoor een klein agrarisch perceel resteert dat veel last heeft van schaduwwerking en onkruiddruk en niet langer gedraineerd kan worden door het ontbreken van sloten bij het hoogspanningsstation. 3. De bewerkbaarheid van het perceel Zierikzee N 273, waarvan client erfpachter is, neemt sterk af. Dit kan tot uitvoering worden gebracht door: a. Het westelijke verplaatsen van hoogspanningsstation zodat dit geheel op grond van client komt te liggen zonder aantasting van het perceel N 273 b. Het clusteren van bestaande leidingen en nieuwe kabelverbindingen langs de huidige sloot zodat de agrarische bewerkbaarheid in stand blijft c. Het ofwel actief verwerven van de eigendommen van client ofwel de WVG op te heffen d.

Het actief verwerven van de grond voor het energy hub.

Beantwoording Deze zienswijze heeft deels betrekking op een groter gebied dan het ontwerpbestemmingsplan omhelst, namelijk het gebied van de Gebiedsvisie. Het ontwerpbestemmingsplan dat nu voorligt, ten behoeve van de ontwikkeling van een hoogspanningsstation met bijbehorende landschappelijke inpassing en leidingstroken kent een zorgvuldig bepaald plangebied en omhelst enkel de gronden die daarvoor noodzakelijk zijn. Gronden die daarbuiten vallen zullen te zijner tijd worden meegenomen in de nadere uitwerking voor de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein. Met andere woorden, voor deze specifieke ontwikkeling is het plangebied dan ook zorgvuldig gekozen. Mocht ten behoeve van de toekomstige verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein bij de uitwerking blijken dat het onroerend goed van reclamant nodig is, dan zal de gemeente in overleg treden om door minnelijke overeenstemming eraan uit te komen. Daar zal dan naast een waardebepaling van de opstallen ook rekening worden gehouden met eventuele inkomens- of vermogensschade. Ad 1: De voorziene ondergrondse leiding stroken zijn noodzakelijk om in het kader van de energietransitie de diverse delen van Zierikzee (woonwijken/bedrijfsterreinen) en overig Schouwen-Duiveland te kunnen bedienen.

Ad 2: Gemeente neemt de verantwoordelijkheid om het gehele perceel ZRZ N268 van reclamant te verwerven volgens de bekende principes van schadeloosstelling. Ad3a: Het westelijk verplaatsen van het KV-station is niet wenselijk ten opzichte van in de buurt gelegen woningen. Met het ontwerp en ruimtelijke inpassing is zoveel als mogelijk tegemoet gekomen om de impact op de omgeving, inclusief de bewerkbaarheid van perceel N273 te beperken. Ad 3b: Met het ontwerp en ruimtelijke inpassing is zoveel als mogelijk tegemoet gekomen om de impact op de omgeving, inclusief de bewerkbaarheid van perceel N273 te beperken. Ad 3c: Samen met de vertegenwoordiger van reclamant zijn de eerste gesprekken om te komen tot een minnelijke verwerving van het gehele perceel ZRZ N268 al gestart. Ad 3d: Samen met de vertegenwoordiger van reclamant zijn in lijn met dit verzoek de eerste gesprekken om te komen tot een minnelijke verwerving van het gehele perceel ZRZ N268 al gestart.

5

Nummer 9.

Samenvatting inhoud Er wordt in het bestemmingsplan geen aandacht besteed aan schaduwwerking, onkruiddruk, waterafvoerproblematiek van het hoogspanningsstation en onderhoud van de leidingstroken als agrarisch gebruik niet meer mogelijk is.

Beantwoording Schaduwwerking: Gelet op de ligging van de percelen van reclamant ten opzichte van de ligging van het hoogspanningsstation en de wijze waarop de zon opkomt en ondergaat, zal geen tot zeer beperkt sprake zijn van schaduwwerking. De geplande bomen staan ca. 2 m hoger dan maaiveld en zullen daardoor een iets langere schaduw werpen bij lage zonnestanden dan wanneer de bomenrij op maaiveld had gestaan. Wij vinden echter dat een goede landschappelijke van het hoogspanningsstation zwaarder weegt dan de mogelijke beperkte extra schaduw. Waterafvoer: In het plan is ervan uitgegaan dat bestaande sloten behouden worden. Wel is het zo dat door toevoeging van het hoogspanningsstation, dijklichamen en een waterbergingslocatie de waterhuishouding lokaal kan veranderen. Door het waterschap zijn eisen gesteld hoe hiermee moet worden omgegaan en deze eisen zijn verwerkt in het plan. In de schetsontwerp-fase is aan de orde gekomen tijdens een van de bewonersbijeenkomsten dat ook de overgang tussen het landschapsplan en de omliggende percelen in het kader van water, drainage e.d. nader aandacht krijgt in een volgende planfase. Dit vergt te gedetailleerde kennis die niet past bij de schetsontwerp-fase. Hier is toegezegd dat in een volgende planfase de hydrologische situatie in overleg met betrokkenen nader zal worden uitgewerkt.

Initiatiefnemers zorgen ervoor dat naastliggende percelen naar behoren kunnen blijven functioneren. Noodzakelijke aanpassingen aan drainage en/of watergangen zullen worden uitgewerkt in overleg met belanghebbenden. Initiatiefnemer draagt zorg voor aanleg hiervan. Realisatie vindt plaats tegelijk met de landschappelijke inpassing van het initiatief. Onkruiddruk: Onkruiddruk is een aspect van de agrarische bedrijfsvoering die mogelijkerwijs kan veranderen als gevolg van het initiatief. In de fase van schetsontwerp en bestemmingsplan van het hoogspanningsstation is het niet aan de orde gekomen omdat het voor deze functie geen issue is en omdat het schaalniveau niet past bij deze planfase. Tijdens een bewonersbijeenkomst is het onderwerp wel ter sprake gekomen. Een nadere afweging moet in een volgende planfase gemaakt worden ten aanzien van het ervaren spanningsveld tussen door de ene partij gewenst lage onkruiddruk en door andere partijen gewenste hoge biodiversiteit.

6

Nummer

Samenvatting inhoud

Beantwoording Agrarisch grondgebruik: Naar aanleiding van deze zienswijze zal het aanlegvergunningstelsel, zoals opgenomen binnen de dubbelbestemming LeidingLeidingstrook versoepeld worden, zodat enkel grondroerwerkzaamheden 'anders dan normaal spit- en ploegwerk' hieronder zullen vallen.

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan op de volgende onderdelen: - Hoofdstuk 6.1 economische uitvoerbaarheid van de toelichting is aangevuld. - De planregels (artikel 7.4.1 en 8.1.4. onder d.) zijn aangepast. Er geldt geen vergunningplicht voor grondroeractiviteiten ten behoeve van normaal spit- en ploegwerk die op basis van de geldende enkelbestemmingen zijn toegestaan.

7

2.2 Zienswijze 2 (zaaknummer 1014291) Nummer 10.

Samenvatting inhoud Reclamant is niet betrokken geweest bij het participatietraject. Daarnaast vindt reclamant het bestemmingsplan dusdanig complex dat ze er niet uit kan opmaken wat de gevolgen zijn voor haar perceel.

Beantwoording Wij vinden het jammer dat initiatiefnemers u – als eigenaar (verpachter) - niet hebben betrokken in het voortraject. Dit signaal hebben wij doorgegeven aan de initiatiefnemers. Initiatiefnemers en gemeente hebben de contacten – met uitzondering van de Wvg - laten lopen via uw pachter. Wij kunnen ons voorstellen dat het lastig is om een bestemmingsplan met al zijn regels en bijlagen te lezen en door te nemen. U kunt altijd contact met ons opnemen en uw vragen stellen. Wij staan u graag te woord en helpen u graag met het lezen van dit plan.

11.

Door dit bestemmingsplan is op het perceel N 273 geen agrarische activiteit meer mogelijk omdat de teeltlengte wordt verkort, er niet meer gedraineerd kan worden, bloemrijke dijk wordt aangelegd waardoor onkruiddruk ontstaat en recreatiepaden kunnen leiden tot het dumpen van afval.

Het hoogspanningsstation zelf is niet gesitueerd op het perceel. Op een deel van perceel N 273 ligt wel een onderdeel van de landschappelijke inpassing ten behoeve van het hoogspanningsstation, ook komen er diverse ondergrondse leidingen (met bijbehorende beschermingsstrook). Bij deze dubbelbestemming blijft de onderliggende agrarische bestemming van het huidige bestemmingsplan nog steeds van toepassing. Wel zal in het aanlegvergunningenstelsel, zoals opgenomen binnen de dubbelbestemming 'LeidingLeidingenstrook' het normaal spit- en ploegwerk worden uitgezonderd. In het plan is ervan uitgegaan dat bestaande sloten behouden worden. Wel is het zo dat door toevoeging van een dijklichaam de (kop van de) kavel niet meer via het huidige drainagesysteem kan blijven afwateren richting het westen. Drainage onder een grondlichaam is immers niet te onderhouden en is mogelijk onderhevig aan verzakking. In de schetsontwerp-fase is dit aan de orden gekomen tijdens een van de bewonersbijeenkomsten. Hier is toegezegd dat in een volgende planfase de hydrologische situatie in overleg met betrokkenen nader zal worden uitgewerkt. Dit detailniveau gaat immers het schaalniveau van schetsontwerp te boven. Initiatiefnemers zorgen ervoor dat naastliggende percelen naar behoren kunnen blijven functioneren.

Noodzakelijke aanpassingen aan drainage en/of watergangen zullen worden uitgewerkt in overleg met belanghebbenden. Initiatiefnemer draagt zorg voor aanleg hiervan. Realisatie tegelijk met de landschappelijke inpassing van het initiatief. Onkruiddruk is een aspect van de agrarische bedrijfsvoering die mogelijkerwijze kan

8

veranderen als gevolg van het initiatief. In de fase van schetsontwerp en bestemmingsplan van het hoogspanningsstation is het niet aan de orde gekomen omdat het voor deze functie geen issue is en omdat het schaalniveau niet past bij deze planfase. Tijdens een bewonersbijeenkomst is het onderwerp wel ter sprake gekomen. Een nadere afweging moet in een volgende planfasegemaakt worden ten aanzien van het ervaren spanningsveld tussen door de ene partij gewenst lage onkruiddruk en door andere partijen gewenste hoge biodiversiteit. Helaas is het dumpen van afval een vorm van menselijk gedrag dat niet gereguleerd kan worden in een bestemmingsplan. Dat dit een mogelijkheid is van wat zou kunnen gebeuren is voor ons geen reden om dan af te zien van recreatiepaden. De gemeente zal te zijner tijd maatregelen treffen (bijvoorbeeld plaatsen van prullenbakken) om het dumpen van afval te voorkomen.

12.

Totaal betekent het aanleggen van het hoogspanningsstation een volledige belemmering van het agrarisch gebruik op 02.10.00 hectare van het perceel, wat onderdeel uitmaakt van een totaalperceel. Hiermee wordt met het ontwerpbestemmingsplan beslag gelegd op 10% van dit totaalperceel. Hierdoor gaan de schaalvoordelen verloren wat financiële consequenties heeft, ook voor latere verkoop van de grond aan de erfpachter.

Voor wat betreft de financiële consequenties geldt dat indien deze specifieke ontwikkeling (de realisatie van het hoogspanningsstation) leidt tot waardedaling van het onroerend goed wat reclamant in eigendom heeft die redelijkerwijs niet voor zijn/haar rekening kan komen dan zijn er mogelijkheden om een planschadeverzoek in te dienen. Planschade kan pas worden toegekend nadat dit bestemmingsplan voor het hoogspanningsstation onherroepelijk is.

13.

Het feit dat de leidingstroken publiekrechtelijk zijn vastgelegd en er geen grondroerende werkzaamheden mogelijk zijn ter plaatse van de leidingstroken vindt reclamant disproportioneel en ondoelmatig. Ook zou de ligging van de leidingen heroverwogen moeten worden.

Helaas is het met het bepalen van de meest logische ligging van kabels en leidingen altijd dat er belangen van grondeigenaren getroffen zullen worden. Bij het bepalen van de ligging van leidingen spelen vele aspecten een rol, waarbij initiatiefnemers zoveel als mogelijk rekening proberen te houden met de nadelen voor eigenaren. Echter wij begrijpen dat het aanlegvergunningstelsel zoals in het ontwerp is opgenomen ter plaatse van de leidingenstrook wat beperkend is om percelen nog normaal agrarisch te gebruiken. Het aanlegvergunningstelsel zal op dit punt dan ook worden versoepeld.

9

14.

Het blijkt nergens uit hoe het college voornemens is om de grond te verwerven. Nog behoudens de reeds gevolgde procedure is het ontbreken van een financiële paragraaf, anterieure overeenkomst of een publieke borging van de kosten, reden voor het niet uitvoerbaar kunnen zijn van het plan.

Naar aanleiding van deze zienswijze zal het aanlegvergunningstelsel, zoals opgenomen binnen de dubbelbestemming LeidingLeidingstrook versoepeld worden, zodat enkel grondroerwerkzaamheden 'anders dan normaal spit- en ploegwerk' hieronder zullen vallen. Het hoogspanningsstation en landschappelijke inpassing worden gerealiseerd op een deel van het perceel van de reclamant. Samen met vertegenwoordiger van reclamant zijn de eerste gesprekken om te komen tot een minnelijke verwerving gestart. De kosten van de aanleg en instandhouding van de voorgenomen ontwikkeling en het risico, komen voor rekening van initiatiefnemers. De gemeente SchouwenDuiveland heeft overeenstemming bereikt met de initiatiefnemer over de te verhalen kosten. Het plan is economisch uitvoerbaar.

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan op de volgende onderdelen: - Hoofdstuk 6.1 economische uitvoerbaarheid van de toelichting is aangevuld. - De planregels (artikel 7.4.1 en 8.1.4. onder d.) zijn aangepast. Er geldt geen vergunningplicht voor grondroeractiviteiten ten behoeve van normaal spit- en ploegwerk die op basis van de geldende enkelbestemmingen zijn toegestaan.

10

2.3 Zienswijze 3 (zaaknummer 1013014) Nummer 15.

Samenvatting inhoud Reclamant vindt het ondoelmatig dat de bestaande leidingstrook door hun eigendom planologisch wordt verankerd. De verankering is daarbij ook onrechtmatig gezien de planologische beperkingen die hieruit voorvloeien. Deze beperkingen zijn volgens reclamant disproportioneel omdat de leidingen al privaatrechtelijk beschermd zijn middels het gevestigde opstalrecht.

Beantwoording Voor het perceel ZRZ N 270 is de dubbelbestemming alleen opgenomen vanwege de bestaande 50kV kabel. Deze strook is niet per definitie bedoeld voor kabels die vanaf het nieuwe station komen. Bij nader inzien is een ruimtelijke reservering in de vorm van de dubbelbestemming niet nodig en kan bij vaststelling van het bestemmingsplan komen te vervallen. Dit omdat de huidige 50 kV-kabel wordt verplaatst en er, door deze bestemming te blijven handhaven onnodige regeldruk ontstaat en bescherming na verlegging niet noodzakelijk is (en daarmee ook niet meer planologisch relevant). Indien en voor zover toch op enig moment mocht blijken dat er kabelaanleg in het perceel dient plaats te vinden, dan worden hiervoor aparte privaatrechtelijke afspraken gemaakt. Dit geldt hetzelfde voor alle percelen ten zuiden van het station waarop enkel t.b.v. de bestaande 50kV kabel de dubbelbestemming is gelegd; dubbelbestemming kan dus komen te vervallen op de percelen 270, 513, 272, 276, 265, en 261.

16.

Reclamant stelt dat uit de door gemeente gehanteerde afbeelding blijkt dat de verkapte zakelijk recht strook vanaf de kadastrale grens gemeten, 15 meter bedraagt, wat breder is dan de huidige strook. Dit is volgens reclamant onevenredig gegeven dat er geen vergoeding tegenover staat.

Zie beantwoording onder 15.

17.

Naastgelegen perceel aan de noordzijde van het eigendom van reclamant gaat nadelen ondervinden door landschappelijke inpassing. Verstening leidt tot verminderde infiltratie in de bodem, wat mogelijk negatieve gevolgen heeft voor naastgelegen perceel.

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling hebben de initiatiefnemers een watertoets uitgevoerd. Hiermee is onderzocht of het omliggende gebied in bepaalde mate hinder ondervindt van de ontwikkeling. Uit dit onderzoek is gebleken dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving. Hiervoor wordt ook een waterretentie aangelegd waar al het regenwater dat op de verharding valt zal worden afgewaterd en waar mogelijk vertraagd kan infiltreren in de bodem. Tevens blijft de bestaande structuur van watergangen rondom het perceel van de ontwikkeling intact. Er is daarmee voldoende onderbouwing om de beoogde ontwikkeling door te laten gaan.

18.

Door inpassing van de industriefunctie in het landschap zal op het perceel een ongewenste schaduwwerking ontstaan welke in

De ontwikkeling ligt ten noorden van het perceel van reclamant. Hierdoor is schaduwwerking op dit perceel door bomen danwel een dijk niet te verwachten.

11

de huidige situatie niet aanwezig is. Een ander negatief gevolg is dat deze bomen vocht onttrekken aan het perceel via lange wortels.

19.

Reclamanten wensen aanpassing van het dijktalud zodat maaien wel mogelijk is, omdat schapen selectieve grazers zijn en verwaaiing van zaden van akkerkruiden niet ondenkbaar is.

Er is geborgd hoe de landschappelijk inpassing moet worden aangelegd, middels het landschapsplan. Hierin is opgenomen dat beplanting gerealiseerd wordt aan de (wind)luwe noordzijde van de dijk. Bomen en struiken staan hierdoor minimaal 9,5m verwijderd van perceelgrens en tevens 4,5m hoger. Hoe verder verwijderd (tot 27,5m van perceelgrens) hoe minder hoog (tot maaiveld) de beplanting komt te staan. Als stelregel wordt aangehouden dat het wortelgestel van een boom ongeveer even breed vanaf de stam uitloopt als de boomkroon. Uiteraard is dit afhankelijk van de te kiezen boomsoort, diens groeisnelheid op deze locatie en het moment van waarneming in de komende jaren. Een kroonprojectie van ca. 10m doorsnede is een gemiddelde maat. Dit betekent dat wortels rondom tot 5m uit de stam reiken. Gezien de geplande afstand tussen bomen en perceelgrens, achten wij het zeer onwaarschijnlijk of zelfs onmogelijk dat wortels daadwerkelijk het perceel zullen bereiken. Vochtonttrekking door wortels van deze bomen zal dan ook niet aan de orde zijn. Overigens is het landschapsplan een schetsontwerp, dat nog verder moet worden gedetailleerd, inclusief definitieve soort-keuze. Bij die detaillering komt ook de nadere profilering van de overgang tussen het geplande grondlichaam en buurperceel aan de orde. Het is de verwachting dat er tenminste een zaksloot gewenst is.

Deze zorgt voor een verdere scheiding van waterhuishouding tussen het grondlichaam en belendend perceel. Het talud wordt niet aangepast. Er liggen integrale overwegingen en keuzes aan ten grondslag, zoals te bereiken hoogte, uitstraling en aansluiting op de omgeving. Met gemeentelijk groenbeheerder is besproken dat maaien van een 1:1,5 talud niet standaard is en daarom in principe ongewenst. Door middel van maatwerk is het echter wel mogelijk, doch vergt hogere kosten. Aangezien nog geen afspraken zijn gemaakt over beheer en de kosten daarvan, was het in dit stadium van planvorming het beste om hogere kosten te vermijden. Daarom is schapenbegrazing als optie genoemd. Vanuit de bijenvereniging en andere natuurminnende belangengroepen is verzocht om een zo biodivers mogelijke invulling van de vegetatie op de dijktaluds. Of extensief maaibeheer of begrazingsbeheer (of een combinatie ven beide) op deze plek hogere natuurwaarde oplevert moet nader worden onderzocht. Er is dus sprake van tegenstrijdige wensen. Hierover moet in een volgende planfase besloten worden.

12

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan op het volgende onderdeel: - De verbeelding is aangepast. De dubbelbestemming (Leiding – Leidingstrook) ter plaatse van de bestaande 50 kV-kabel is verwijderd.

13

2.4 Zienswijze 4 (zaaknummer 1014185) Nummer 20.

Samenvatting inhoud Woon-werkgenot van reclamant zal erg worden beschadigd door de komst van het Hoogspanningsstation.

Beantwoording De gemeente snapt de zorgen. Echter juist door de aanleg van de landschappelijke inpassing wordt de visuele impact van het station zoveel als mogelijk voorkomen. Voor alle milieuaspecten (denk daarbij aan geluid, magneetvelden en dergelijke) voldoet het station aan alle geldende wettelijke normen en richtlijnen.

21.

De komst van het hoogspanningsstation zal het landschap ontsieren. Daarnaast zal er extra milieubelasting op N-2000 gebieden zijn en te veel CO2 worden uitgestoten.

De gemeente snapt de zorgen wat betreft het ontsieren van het landschap. Echter er wordt rekening gehouden met landschappelijke kwaliteit van het gebied bij de totstandkoming van de ontwikkeling en ook het inpassingsplan houdt rekening met de gebiedseigen kenmerken. Verder is er een Stikstofdepositie-onderzoek en een Voortoets Stikstof (respectievelijk Bijlage 16 en 17 bij de Toelichting van het OBP) uitgevoerd om mogelijke milieubelasting op Natura 2000gebieden inzichtelijk te maken. Uit deze onderzoeken kan geconcludeerd worden dat significante gevolgen op enig Natura 2000-gebied bij voorbaat met zekerheid uitgesloten kunnen worden. Bureau Waardenburg heeft een notitie CO2compensatie geschreven. Daarin is de vastlegging van CO2 door het landschapsplan (globaal) berekend. In deze notitie is het volgende geconcludeerd: Het initiatief hoogspanningsstation Zierikzee met bijbehorende landschappelijke inpassing, en uitgaande van een waarborg tot langdurige instandhouding van het groen en moeras, levert een toename van de CO2-opname ten opzichte van het huidige akkerland van 229,1 ton. NB: Dit getal is een benadering vanwege alle onzekerheden. Hoewel het voorkómen van CO2 uitstoot bij de aanleg sterk wordt aanbevolen, kan deze toename worden gezien als (gedeeltelijke) compensatie voor eventuele uitstoot door bouwactiviteiten.

De mate waarin uitstoot tijdens de bouw en deze compensatie tegen elkaar kunnen worden weggestreept, kan worden bepaald wanneer de aanleg- en uitvoeringswijze bekend zijn. Indien de verwachte compensatie door het landschapsplan niet toereikend blijkt, zijn er in de nabijheid van Zierikzee bewezen effectieve maatregelen te nemen voor adequate vastlegging van CO2 door stimuleren van kwelder-aangroei. Met deze notitie wordt dan ook aangetoond hoe er wordt omgegaan met de CO2 uitstoot door het plan en hoe dit wordt gecompenseerd.

14

22.

Reclamant voelt zich onvoldoende gehoord. Met name omdat met hun input weinig tot niks is gedaan.

TenneT heeft in oktober 2021 via een brief de grondeigenaren geïnformeerd over een mogelijke nieuwe kabel of een hoogspanningsstation op de grond van desbetreffende eigenaren. Daarnaast is via een webinar op 18 januari 2022 verder toegelicht hoe deze procedure zal verlopen en waar de betreffende ontwikkelingen zullen plaatsvinden en op welke manier. TenneT heeft daarnaast nog op 15 december 2021 telefonisch contact gehad met de eigenaar van de grond waarvoor de voorkeur werd uitgesproken (SD-1, Langs de Straalweg). Daarna is er nog op 12 en 17 januari 2022 telefonisch contact geweest met de grondeigenaar en is er op 1 februari 2022 een keukentafelgesprek geweest. Na de overleggen is afgesproken dat TenneT zal overleggen met grondeigenaren langs het kabeltracé. Een nulmeting van de bodemkwaliteit zal worden uitgevoerd en gesprekken zullen plaatsvinden over de manier waarop TenneT het perceel zal doorkruisen. Er zullen onderhandelingen zijn over vergoedingen voor het tijdelijk niet bebouwen van de grond. Ook worden afspraken gemaakt voor het herstel van de grond. Agrariërs kunnen deskundigen inschakelen om hun belangen te vertegenwoordigen, waarvoor zij een financiële tegemoetkoming ontvangen van TenneT.

Tevens zijn in juli 2022 en juni 2023 rondes van werkateliers voor de landschappelijke Inpassing van het hoogspanningsstation georganiseerd waar ook grondeigenaren en omwonenden bij betrokken waren. Voor zover mogelijk is de input verwerkt in het schetsontwerp van de inpassing, zoals nu in het bestemmingsplan is opgenomen. De inhoudelijke input die nu gegeven wordt in deze zienswijze met betrekking tot het landschapsplan zal bij de nadere gedetailleerde uitwerking van dit plan (nu nog een schetsontwerp) worden meegenomen. Voor zover deze inhoudelijke input ook betrekking heeft op de Gebiedsvisie, zullen wij eventuele input van reclamant die daarop betrekking heeft meenemen bij de verdere uitwerking(en) van het bedrijventerrein.

15

23.

Volgens reclamant de onderstaande amendementen en moties niet goed uitgevoerd: Motie 23 dec 2021: 1. “Er goede communicatie nodig is met omwonenden en grondeigenaren van de mogelijke locatie waar het 150kV station moet komen.” Amendement 23 dec 2021: 2. “Het te realiseren 150kV/20kV station moet op een zorgvuldige manier landschappelijk worden ingepast.” 3. “Geborgd moet worden dat er zo min mogelijk hinder is van (laagfrequent) geluid, indien nodig worden daartoe geluidsbeperkende maatregelen genomen.” 4. “De compensatie voor het CO2verbruik van de bouw van het aan te leggen hoogspanningsstation wordt bij voorkeur lokaal geregeld."

Motie onder 1: Er is afgesproken dat de gemeente het voortouw zou nemen in de communicatie richting omgeving en grondeigenaren over de gewijzigde locatie van het hoogspanningsstation als onderdeel van de gebiedsvisie. De gemeente kan dit dus het beste zelf verwoorden, maar samengevat komt het erop neer dat de grondeigenaren van de nieuwe locatie persoonlijk telefonisch zijn geïnformeerd door TenneT over de gewijzigde locatie en de direct omwonenden in een persoonlijk gesprek met gemeente en TenneT zijn geïnformeerd over de gebiedsvisie met de gewijzigde locatie van het hoogspanningsstation. Aansluitend is er een openbare raadsinformatiebijeenkomst geweest, waarin de gebiedsvisie en de gewijzigde locatie van het hoogspanningsstation is toegelicht. Motie onder 2. en 3: Naar onze mening is met het opstellen van het bij het bestemmingsplan gevoegde landschapsplan ruim voldoende aan de moties tegemoetgekomen om te komen tot een robuuste landschappelijke inpassing. Uit het geluidsonderzoek is gebleken dat er voldaan wordt aan de wettelijke vereisten rondom geluidhinder en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de nabijgelegen woningen. Motie onder 4: In de brief van TenneT met aanvullende informatie in het kader van besluitvorming over de voorkeurslocatie voor hoogspanningsstation is door TenneT onderbouwd dat zij zich bewust is van de CO2 voetafdruk.

TenneT stelt hierin dat het haar CO2 uitstoot bedrijfsbreed compenseert. Daarnaast nemen zij een veelheid aan maatregelen ter beperking of compensatie van de effecten van de activiteiten c.q. projecten. De CO2 compensatie is daarmee geborgd door de initiatiefnemer van het hoogspanningsstation. Zie ook de notitie CO2 compensatie behorende bij het landschapsplan hoogspanningsstation Zierikzee geschreven door Bureau Waardenburg. Daarin is de vastlegging van CO2 door het landschapsplan (globaal) berekend en daaruit is geconcludeerd dat het initiatief hoogspanningsstation Zierikzee met bijbehorende landschappelijke inpassing, en uitgaande van een waarborg tot langdurige instandhouding van het groen en moeras, een toename levert van de CO2-opname ten opzichte van het huidige akkerland van 229,1 ton. NB: Dit getal is een benadering vanwege alle onzekerheden; indien meer zekerheid nodig is moet dit te zijner tijd blijken uit monitoring.

16

24.

25.

Locatie SD1-a is zonder bewoners er bij te betrekken akkoord bevonden en uitgewerkt. Sinds raadsvergadering van 23 december 2021 heeft reclamant het gevoel dat communicatie met de gemeente voornamelijk eenrichtingsverkeer is en er niet naar input van bewoners op het inpassingsplan wordt geluisterd (en verwerkt).

Volgens reclamant voldoet de landschappelijke inpassing van het plan niet (aan de regels van de gemeente zelf) en is er te weinig aan gedaan.

De nadere uitwerking voor het kV-station op zoeklocatie SD1 heeft ertoe geleid – met de aanwezige beperkingen én de andere ruimtelijke opgaven binnen en net buiten dat gebied - dat het kV-station is verschoven naar locatie SD1a. Deze locatie is in de wijziging op de structuurvisie Zierikzee opgenomen. De uitwerking van het plan heeft plaatsgevonden volgens de gebruikelijke weg. Eerst inventarisatie van de opgaven, dan in kaart brengen van belemmeringen, ideevorming, afstemming, inspraak, visievorming, ter inzagelegging en vervolgens de definitieve besluitvorming over de gebiedsvisie/ wijziging Structuurvisie Zierikzee 2030. Tevens zijn in juli 2022 en juni 2023 rondes van werkateliers voor de Landschappelijke Inpassing georganiseerd waar ook grondeigenaren en omwonenden bij betrokken waren. Hieruit blijkt invloed van de omgeving op het uiteindelijke inpassingsontwerp. Helaas is het, gelet op het feit dat rekening gehouden moet worden met meerdere belangen bij de invulling van de landschappelijke inpassing, niet mogelijk geweest om álle input en wensen te verwerken in het schetsontwerp. Wij vinden het jammer dat omwonenden ervaren dat er niet geluisterd zou worden.

Het landschapsplan zoals bij het ontwerpbestemmingsplan is bijgevoegd voldoet naar onze mening aan de door ons opgestelde eis dat het station op een zorgvuldige manier landschappelijk moet worden ingepast (amendement d.d. 23 december 2021). Zoals ook bij de verschillende doorsneden in het landschapsplan is aangegeven is elke inpassingszijde zeker meer dan 10 meter breed. Deze zones rondom het hoogspanningsstation hebben in het bestemmingsplan ook de bestemming Groen-Landschappelijk gekregen. Daarmee wordt er wel degelijk méér inpassing en beplanting aangelegd, conform wij hebben verlangd. Het landschapsplan houdt daarnaast rekening met de lokale omstandigheden. Helaas is de hoogte van het hoogspanningsstation dusdanig dat er geen boomsoorten zijn die het zicht compleet zullen wegnemen. En als er dan een aarden wal gerealiseerd zou worden die het zicht wel weg zou nemen, zal dit ook als een storend element in het uitzicht worden ervaren en daarnaast heel veel extra ruimte in beslag nemen, wat daardoor dan ook geen reële optie is.

17

26.

27.

Volgens reclamanten ontstaat bij het toepassen van een bredere overgangszone ruimte om met de dichtheid van beplanting te variëren. Uitkijken op groen is bewezen beter voor de gezondheid dan uitkijken op bedrijven, stelt reclamant. Ze wil graag meedenken over de manier waarop er beter invulling gegeven kan worden aan de landschappelijk inpassing en doet een aantal voorstellen. Volgens reclamant worden in de nieuwe geluidberekeningen minder strenge criteria gehanteerd voor geluidbelasting (locatie SD1 vs. SD1-a). De nieuwe berekeningen laten “ineens” veel minder hinder zien. Moesten eerdere berekeningen vooral dienen om de gemeenteraad ervan te overtuigen het station “ietsje” op te schuiven van de stad en de bedrijven af?

De initiatiefnemers stellen dat meedenken met de invulling van landschappelijke inpassing wordt gewaardeerd. De voorstellen worden meegenomen in de afwegingen over de dichtheid van de beplanting. Reclamant wordt betrokken in de uitwerking van het beplantingsplan, overeenkomstig een eerdere toezegging van initiatiefnemers.

De geluidsberekeningen zijn opgenomen in bijlage 8 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Eerdere berekeningen zijn uitgevoerd ten behoeve van een locatiestudie waarbij nog niet uitputtend de mogelijkheid en het effect van geluid reducerende maatregelen is onderzocht. In het nu voorliggende geluidonderzoek is dat wel gedaan. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidcontouren niet kritisch dicht bij de woningen komen te liggen en dat bij alle woningen (inclusief tuinen) ruimschoots voldaan zal worden aan de strengste richtwaarden (te weten: 40 dB(A) etmaalwaarde inclusief toeslag van 5 dB. Dit komt overeen met geluidniveaus exclusief toeslag van ten hoogste 35 dB(A) in de dag, 30 dB(A) in de avond en 25 dB(A) in nacht). Vanwege deze lage geluidniveaus is het effect op de cumulatieve geluidbelasting (optelling bij met name het wegverkeer over de N256) verwaarloosbaar. Hierbij kan worden verwezen naar tabel 4.2 van het in bijlage 8 van de toelichting opgenomen geluidsonderzoek. Tevens wordt opgemerkt dat de positionering van het kV-station en bijbehorende transformatoren en geluidsrichting beter zijn te richten bij locatie SD1-A dan bij locatie SD1.

18

28.

29.

Er wordt volgens reclamant voorbij gegaan aan het feit dat er mensen zijn die met ramen open slapen en dat er een camping en een koeienstal in de nabijheid zijn, waardoor er gezondheidsrisico's zijn vanwege laagfrequent geluid.

Er is tot verbazing van reclamant niks genoemd in de stukken over CO2 compensatie in de aanlegfase beschreven.

Het wettelijk kader zoals is vastgelegd in de Wet geluidhinder is aangehouden en op basis van de wettelijke vereisten is geluid (en de gevolgen ervan naar aanleiding van de ontwikkeling van een hoogspanningsstation) onderzocht. In het geluidonderzoek (bijlage 8 van de toelichting van het bestemmingsplan) is aandacht besteed aan laagfrequent geluid waarbij ook berekeningen zijn uitgevoerd voor de camping (hoewel een camping niet als geluidgevoelig wordt aangemerkt). Uit de berekeningen blijkt dat ruim voldaan wordt aan het Vercammencriterium. Voor de camping is daarbij ook nog eens geen rekening gehouden met enig geluidsisolerende werking van tent of caravan. Voor woningen geldt dat de laagfrequente geluidniveaus worden beoordeeld binnen de woningen. Uit het rapport blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan het Vercammencriterium. Ook indien de ramen geopend zijn zal hieraan ruim voldaan worden. Hoewel vee ongetwijfeld het geluid kan ervaren wordt dit niet onderzocht op basis van de wettelijke geluidcriteria. Alleen bij beschermde diersoorten wordt geluid onderzocht. In de brief van TenneT (d.d. 16 november 2021) met aanvullende informatie in het kader van besluitvorming voorkeurlocatie hoogspanningsstation is door TenneT onderbouwd dat zij zich bewust is van de CO2 voetafdruk. TenneT stelt hierin dat het haar CO2 uitstoot bedrijfsbreed compenseert.

Daarnaast nemen zij een veelheid aan maatregelen ter beperking of compensatie van de effecten van de activiteiten c.q. projecten. De CO2 compensatie is daarmee geborgd door de initiatiefnemer van het hoogspanningsstation. Tevens is door Bureau Waardenburg een notitie CO2 compensatie geschreven. Daarin is de vastlegging van CO2 door het landschapsplan (globaal) berekend. In deze notitie is het volgende geconcludeerd: Het initiatief hoogspanningsstation Zierikzee met bijbehorende landschappelijke inpassing, en uitgaande van een waarborg tot langdurige instandhouding van het groen en moeras, levert een toename van de CO2-opname ten opzichte van het huidige akkerland van 229,1 ton. NB: Dit getal is een benadering vanwege alle onzekerheden; indien meer zekerheid nodig is moet dit te zijner tijd blijken uit monitoring. Hoewel het voorkómen van CO2 uitstoot bij de aanleg sterk wordt aanbevolen, kan deze toename worden gezien als (gedeeltelijke) compensatie voor eventuele uitstoot door bouwactiviteiten.

19

De mate waarin uitstoot tijdens de bouw en deze compensatie tegen elkaar kunnen worden weggestreept, kan worden bepaald wanneer de aanleg- en uitvoeringswijze bekend zijn. Indien de verwachte compensatie door het landschapsplan niet toereikend blijkt, zijn er in de nabijheid van Zierikzee bewezen effectieve maatregelen te nemen voor adequate vastlegging van CO2 door stimuleren van kwelder-aangroei. 30.

Reclamant kan uit de stukken niet opmaken op welk peil het perceel en de bebouwing maximaal aangelegd mogen worden. Het kan volgens reclamant niet zo zijn dat het station alsnog hoger wordt geplaatst.

Het peil is als volgt gedefinieerd in het bestemmingsplan: “1.25 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de kruinstrook van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.” Het hoogspanningsstation inclusief de landschappelijke inpassing vormen ‘de Startfase’ en maken samen met ‘de Tussen- en Eindfase’ onderdeel uit van de integrale gebiedsontwikkeling Zuidoostflank Zierikzee. Voor dit gehele ontwikkelingsgebied worden nieuwe peilenmaten bepaald voor de uitgeefbare gebieden, alsmede de hoogten van de rijbanen, gebouwen, terrein en groen t.o.v. het NAP. Dit bestemmingsplan, ‘de Startfase van de gebiedsontwikkeling’, gaat op basis van het onderzoek naar waterveiligheid en overstromingsrisico’s, uit van een maximale ophoging van 0,25 meter t.o.v. van het maaiveld.

31.

In het ontwerpbestemmingsplan zijn zeer ruime eisen opgenomen voor de hoogten van gebouwen en installaties, veel hoger dan in de impressies aangegeven. Met bovenstaande ophoging wordt het station al 0,25 meter hoger dan in het landschapsplan is getekend, nog hoger is voor reclamant echt onacceptabel.

Na bekendheid van de resultaten van de veld en bodemonderzoeken worden de definitieve peilmaten in het vervolg van deze ontwikkeling zorgvuldig afgestemd tussen de gemeente Schouwen-Duiveland en initiatiefnemers, in samenspraak met het Waterschap, Provincie en VRZ. De initiatiefnemer begrijpt de zorgen van de reclamant wat betreft de hoogte van gebouwen. De landschappelijke inpassing met de Aarden / Geluidswallen maken onderdeel uit van de totale gebiedsontwikkeling Zuidoostflank. Zie antwoord onder 30). Terzijde wordt wel aangegeven dat impressies bedoeld zijn om een indruk te geven van hoe de toekomstige situatie eruit kan komen te zien, en dus geen exacte maatvoering uitdrukken.

20

32.

Reclamant vraagt zich af waarom de nieuw uitgewerkte plannen voor het fietspad langs de Straalweg niet zijn meegenomen in het OBP.

33.

Volgens reclamant zouden de berekeningen en onderzoeken inzake milieubelasting (stikstof, m.e.r.) integraal/cumulatief berekend moeten worden met de uitbreiding van het bedrijventerrein.

34.

Volgens reclamant daalt de waarde van woningen en bedrijven in de omgeving. Reclamant houdt TenneT en de gemeente aansprakelijk.

De reconstructie van de Straalweg ligt buiten het plangebied van het bestemmingsplan en buiten het ontwikkelingsgebied dat behoort bij de Start t/m Eindfase van de Gebiedsontwikkeling. Het ligt ertegenaan en is dienstbaar aan de bestaande bedrijvigheid Straalweg I en II en de nieuwe ontwikkeling. Het wordt als apart deelproject opgepakt en uitgevoerd. In het ontwerp wordt rekening gehouden met een vrijliggend fietspad los van de Straalweg ingepast in een groenzone van circa 30m breed. De omgeving van de Straalweg, bedrijven en bewoners worden in de ontwerp- en uitvoeringsfase tijdig meegenomen. Het hoogspanningsstation maakt onderdeel uit van de Gebiedsontwikkeling Zuidoostflank, maar is niet afhankelijk van de ontwikkeling van het bedrijventerrein en vice versa. Het hoogspanningsstation is een op zichzelf staande ontwikkeling (waarvoor alle noodzakelijke onderzoeken zijn uitgevoerd). Het hoogspanningsstation zal, of het bedrijventerrein er nu in de toekomst (eventueel gefaseerd of niet) wel of niet zal komen, altijd worden gerealiseerd. Het hoogspanningsstation kan niet (meer) wachten tot het moment dat er meer concreet zicht is op nadere uitwerking van het bedrijventerrein. Het hoogspanningsstation kan ook geen rekening houden met cumulatie van dit bedrijventerrein, omdat nu nog niet zeker is wanneer het bedrijventerrein nader zal worden uitgewerkt.

Dit houdt in dat, op het moment dat hier wel meer zicht op is en er een wijziging van het omgevingsplan zal worden voorbereid voor de uitbreiding van het bedrijventerrein er bij die ontwikkeling wel rekening gehouden moet worden met het hoogspanningsstation. Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van bijvoorbeeld hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van het hoogspanningsstation, dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Of er daadwerkelijk sprake is van een waardedaling en hoe groot dat deze daling is zal moeten blijken uit een planschadeprocedure. Deze procedure is een aparte procedure en staat los van een bestemmingsplanprocedure. Het feit dat er mogelijk planschade geclaimd kan worden zegt echter niet dat het nieuwe hoogspanningsstation binnen het betreffende plangebied onaanvaardbaar is. Er is getracht om zoveel als mogelijk met allerlei belangen rekening te houden. Gelet op alle uitgevoerde onderzoeken en hetgeen verwoord is ter onderbouwing in de toelichting, zijn wij van mening dat het

21

hoogspanningsstation binnen het plangebied vanuit ruimtelijk-planologisch oogpunt aanvaardbaar is. Een eventuele planschadeprocedure staat de vaststelling van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

35.

Reclamant stelt dat sommige bewoners onevenredig worden benadeeld met het huidige planvoornemen. Volgens de reclamant zorgt het nieuwe kV-station voor waardeverlies van de bezittingen.

Bij een ontwikkeling als deze zijn er veel belangen die afgewogen moeten worden. Helaas is het niet mogelijk om met ál die belangen rekening te houden. Daarbij hebben wij wel onderzocht of er sprake is van een onevenredige benadeling en of er (nog steeds) voldaan wordt aan een 'goed woon- en leefklimaat'. Bijvoorbeeld voor geluid hebben wij de effecten onderzocht. Met de landschappelijke inpassing heeft TenneT getracht om de visuele hinder zoveel als mogelijk te voorkomen. Met al die uitkomsten van alle onderzoeken en het inpassingsplan gaat het maatschappelijke belang van de realisatie van dit hoogspanningsstation uiteindelijk voor. Indien deze specifieke ontwikkeling (de realisatie van het hoogspanningsstation) leidt tot waardedaling van het onroerend goed wat (de ouders van) reclamant (of van andere omwonenden) in eigendom heeft die redelijkerwijs niet voor zijn/haar rekening kan komen dan zijn er mogelijkheden om een planschadeverzoek in te dienen. Planschade kan pas worden vergoed nadat dit bestemmingsplan voor het hoogspanningsstation onherroepelijk is.

36.

Reclamant stelt dat er geluids- en stralingsbelasting is op de minicamping. Met name is er zorg voor de gezondheidsrisico's door laagfrequent geluid. De reclamant vraagt om rekening te houden met toekomstige normering van laagfrequent geluid.

Geluid/laagfrequent geluid: In het geluidonderzoek (bijlage 8 van de toelichting van het bestemmingsplan) is aandacht besteed aan laagfrequent geluid waarbij ook berekeningen zijn uitgevoerd voor de camping (hoewel een camping niet als geluidgevoelig wordt aangemerkt). Uit de berekeningen blijkt dat ruim voldaan wordt aan het Vercammencriterium (hetgeen een volgens de RvS geaccepteerd criterium is). Voor de camping is daarbij ook nog eens geen rekening gehouden met enige

22

geluidsisolerende werking van tent of caravan. Voor woningen geldt dat de laagfrequente geluidniveaus worden beoordeeld binnen de woningen. Uit het rapport blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan het Vercammencriterium. Het laagfrequent geluid is dan ook wel degelijk onderzocht. Straling/magneetvelden: Wij hebben begrip voor de zorgen van reclamant. De camping ligt op ongeveer 300 meter afstand van zowel de dichtstbijzijnde hoogspanningslijn áls het hoogspanningsstation. Ten aanzien van stralingsbelasting is eerder op verzoek van de gemeenteraad door Tennet aandacht besteed aan de magneetvelden. Daarbij is bij bovengrondse hoogspanningslijnen met name de 0,4 microteslacontour van belang. Het advies vanuit het Rijk is om te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij verblijf in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen het jaargemiddelde magneetveld van 0,4 microtesla overschrijdt. Dit is geen wetgeving en dit geldt alleen voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Omdat er in de maatschappij zorgen ontstaan over blootstelling aan magneetvelden algemeen zijn door TenneT diverse berekeningen uitgevoerd naar de ligging van de 0,4 microtesla-contour rondom hoogspanningsverbindingen. Daaruit blijkt dat deze contour niet verder reikt dan 40 meter buiten het hekwerk. Voor ondergrondse kabelverbindingen betreft dit een afstand van 25 meter aan weerszijden van de kabel.

Met deze minimale afstanden is rekening gehouden bij de inrichting, zodat wat dat betreft sprake is van een veilige situatie. Voor het hoogspanningsstation worden bronmaatregelen toegepast en de transformatoren worden zo ver mogelijk van de bestaande woningen gebouwd. Hiermee wordt voldaan aan het voorzorgbeleid. Voor de rest wordt voldaan aan de aanbevelingen op Europees en nationaal niveau voor wat betreft magneetvelden.

23

37.

38.

Reclamant wil een visie voor de gehele polder. En hier moet rekening worden gehouden met het gebied tussen Zeelandbrug en Gemeentegrens. En het stadsgezicht van Zierikzee

Reclamant geeft aan dat rekening gehouden moet worden met een veiligere aanrijroute van en naar de brug.

Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De gemeente Schouwen-Duiveland heeft er destijds voor gekozen om een gebiedsvisie te maken met de inpassing van enkele ruimtelijke opgaven, waaronder de maximale groei van de stad, specifiek bedrijvigheid, de inpassing van het kV-station en de reservering voor enkele mogelijke infrastructurele inpassingen. Deze gebiedsvisie is als wijziging van de Structuurvisie Zierikzee 2030 (onderdeel bedrijven) aan de gemeenteraad voorgelegd. De ontwikkeling van het kV-station loopt voor op de totale ontwikkeling van dit gebied. De positionering van het kV-station is zo goed mogelijk afgestemd op de directe omgeving, ruimte voor groei van bedrijvigheid, zodat de ontwikkeling van het kV station zo veel als mogelijk aan kan sluiten bij de verdere ontwikkeling van het gebied. In het ontwerpbestemmingsplan heeft voldoende landschappelijke inpassing plaatsgevonden voor de ontwikkeling van het kV-station, en deze sluit zoveel mogelijk aan op de inpassing van het totale toekomstige plan zoals beschreven in de visie. De visie gaat echter alleen over het (toekomstige) bebouwde gedeelte van de stad Zierikzee en doet geen uitspraken over het omliggende landelijk gebied.

Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Het verkeer dat na realisatie van het hoogspanningsstation van en naar het station zal rijden is zeer beperkt. De zienswijze heeft meer betrekking op de gehele ontwikkeling zoals in de Structuurvisie/gebiedsvisie is opgenomen. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Er was op het moment van het opstellen van de gebiedsvisie (nog) geen concrete opgave op dit vlak, waardoor het niet mogelijk was deze in te passen in de visie. Een dergelijke opgave ligt in beginsel bij de provincie Zeeland. De provincie heeft in het kader van de gebiedsvisie hier geen opmerkingen over gemaakt.

24

39.

40.

Volgens de reclamant kunnen de braakliggende gronden beter gebruikt worden. Voor het Zonnepark is in het buitengebied van Schouwen-Duiveland nog plaats. Ook wordt aangeraden om te kijken naar zoekgebied SD1.

De reclamant vraagt zich af of de gebiedsvisie realistisch is. En maakt zich zorgen over zijn leefomgeving m.b.t. uitzicht en gezondheid.

De gebiedsvisie richt zich daarnaast met name op het uitbreiden van de capaciteit voor (energie)bedrijven, het kV-station, een (calamiteiten)ontsluiting van het bedrijventerrein en de bijbehorende landschappelijke inpassing. Vanuit een andere opgave ‘Betere Bereikbare Centrumstad Zierikzee’ wordt rekening gehouden met ruimte voor een mogelijke regionale ontsluitingsweg. Echter alleen het onderdeel ‘Bedrijven’ uit de Structuurvisie is aangepast. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: Zoals ook beschreven in de gebiedsvisie zijn de beschikbare gronden op het huidige terrein beperkt en onvoldoende om op langere termijn in de behoefte te kunnen voorzien. Op lange termijn is inderdaad een zonnepark in beeld als locatie voor bedrijfsvestiging, echter er gelden daar langdurige contractuele verplichtingen, waardoor dit momenteel nog niet mogelijk is. Zie ook paragraaf 4.2 van de gebiedsvisie over fasering. Het proces van opgave, aanpak, idee, van 6 zoeklocaties naar 1 zoeklocatie is toegelicht tijdens gesprekken op 23 mei en in november/december 2022.

De nadere uitwerking voor het kV-station op zoeklocatie SD1 heeft ertoe geleid – met de aanwezige beperkingen én de andere ruimtelijke opgaven binnen en net buiten dat gebied - dat het kV station is verschoven naar locatie SD1a. Deze locatie is in de wijziging op de Structuurvisie Zierikzee opgenomen. De uitwerking van het plan heeft plaatsgevonden volgens de gebruikelijke weg. Eerst inventarisatie van de opgaven, dan in kaart brengen van belemmeringen, ideevorming, afstemming, inspraak, visievorming, ter inzagelegging en vervolgens de definitieve besluitvorming over de gebiedsvisie/ wijziging Structuurvisie Zierikzee 2030. Op dit moment wordt ook een volledige planologische procedure voor de realisatie van het kV-station doorlopen, met de mogelijkheid van het indienen van een zienswijze en/of beroep tot aan de Raad van State. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Voor zover de reactie m.b.t uitzicht en gezondheid wel specifiek betrekking heeft op het hoogspanningsstation geldt dat er voor wat betreft het uitzicht zoveel als mogelijk is getracht deze weg te nemen.

25

Het inpassingsplan is ook juridisch geborgd in het bestemmingsplan. Voor wat betreft gezondheid zie ook beantwoording zienswijze 4, nummer 36, betreffende geluid en straling. 41.

42.

Beschouw de Zuidhoekpolder voor het planproces als een onlosmakelijk geheel en stel dus een visie op voor de gehele polder inclusief het bestaande bedrijventerrein.

Gebruik de abiotische kenmerken van het gebied als uitgangspunt voor planvorming.

Deze zienswijze heeft geen betrekking op dit ontwerpbestemmingsplan. Op dit moment ligt de Structuurvisie/gebiedsvisie niet meer ter inzage. Toch willen wij hierbij wel een korte reactie op deze zienswijze geven: De gemeente Schouwen-Duiveland heeft er destijds voor gekozen om een gebiedsvisie te maken met de inpassing van enkele ruimtelijke opgaven, waaronder de maximale groei van de stad, specifiek bedrijvigheid, de inpassing van het kV-station en de reservering voor enkele mogelijke infrastructurele inpassingen. Deze gebiedsvisie is als wijziging van de Structuurvisie Zierikzee 2030 (onderdeel bedrijven) aan de gemeenteraad voorgelegd. De ontwikkeling van het kV-station liep wat voor op de totale ontwikkeling van dit gebied. De positionering van het kV-station is zo goed mogelijk afgestemd op de directe omgeving, ruimte voor groei van bedrijvigheid, zodat de ontwikkeling van het kV station zo veel als mogelijk aan kan sluiten bij de verdere ontwikkeling van het gebied. In het ontwerpbestemmingsplan heeft voldoende landschappelijke inpassing plaatsgevonden voor de ontwikkeling van het kV-station, en deze sluit zoveel mogelijk aan op de inpassing van het totale toekomstige plan zoals beschreven in de visie. De visie gaat echter alleen over het (toekomstige) bebouwde gedeelte van de stad Zierikzee en doet geen uitspraken over het omliggende landelijk gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14177779/1