CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl.1- Regioplan bestuursakkoord regiopakket PAWOZ Eemshaven

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Regioplan gebiedsinvesteringen tranche 2+17.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze maatregel is tot stand gekomen door middel van brede participatie bij de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma landbouw en wordt gedragen door de gemeenschap. Bevaarbaarmaken opvaart de Peazens - € 300.000 De opvaart Peazens was vanouds de vaarverbinding was tussen de Dokkumer binnenstad naar de opvaart van het terpgehucht Ealsum en de Peazensslenk en eindigt nabij het dorp Peazens. De sluis Noorderverlaat aan de noordzijde van Dokkum verbindt de opvaart met de Parkstergracht. De monumentale sluis is in verval geraakt. Door restauratie kan de sluis weer werkzaam worden en de Peazens weer bevaarbaar worden gemaakt. Daardoor wordt het slenkengebied tussen Dokkum en de Waddenkust weer bevaarbaar en voor een sloep e.d. ontsloten. De restauratie van de sluis zelf zal grotendeels met gemeentelijke gelden worden gerestaureerd. Daarnaast zijn aanvullende waterstaatkundige ingrepen noodzakelijk om het noordelijke opvaartengebied daadwerkelijk toegankelijk te maken voor klein vaarverkeer. Dit door zelfbediening van de sluis en het verhogen van enkele duikers ten noorden van de sluis. Betrokken partijen zijn onder andere: de Werkgroep ‘Skip yn’e feart’, het Dokkumer Museum, het Museum It Fiskershúske in Moddergat en plaatselijke recreatieondernemers. Ondergrondse zoetwateropslag - € 250.000 Binnen de gemeente wordt een pilot uitgevoerd met ondergrondse zoetwateropslag.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de (water)glasdamwandtechnologie op landbouwpercelen. Concreet wordt drainagewater van landbouwgronden afgekoppeld van het oppervlaktewatersysteem, lokaal afgevangen, gezuiverd, geïnfiltreerd en opgeslagen in een afgesloten ondergronds reservoir. Het water wordt in natte perioden opgeslagen en in droge perioden teruggewonnen voor irrigatie (bijv. aardappelen en groente). Het water uit de ondergrondse bron kan ook ingezet worden voor bijvoorbeeld brandweer en het voorzien van water voor de natuur. Doel van de maatregel is: 26

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Waterbergingsverlies door bodemdaling te compenseren; Oppervlaktewatersysteem te ontlasten bij piekneerslag; Beschikbaarheid van zoetwater voor landbouw te garanderen; Verzilting en verdroging tegen te gaan; Werken aan een klimaatadaptief en toekomstbestendig watersysteem.

De pilot wordt uitgevoerd in nauw overleg met de agrariërs in het gebied en met het Wetterskip. Leefbaarheid openbare ruimte - € 1.000.000 In de dorpen leeft de wens dat wordt ingezet op het toekomstbestendig maken van verschillende voorzieningen in de openbare ruimte, waarmee rekening wordt gehouden met de veranderende behoeften en wensen van bewoners, bijvoorbeeld op het gebied van verbetering van: toegankelijkheid, bereikbaarheid, veiligheid, beleving en welzijn. Concrete voorstellen zijn het realiseren van een parkeerterrein, verharden wandelpaden, het ontwikkelen van kleinschalige infrastructurele voorzieningen langs en op de Waddenzeedijk en het verbeteren van de openbare ruimte in de omgeving van de dorpen met een kleine haven. Op deze wijze wordt een bijdrage geleverd aan concrete lokale initiatieven en wensen. Projectvoorbeelden zijn: ▪ Ontwikkeling van parkeervoorzieningen aan de rand van Moddergat; ▪ Aantrekkelijk maken omgeving van de historische sluis (uit 1729) bij het buurtschap Dokkumer Nije Silen; ▪ Beleving van monumentale sluis met voormalige waterstaatsfunctie (uit 1741) bij Munnekezijl aantrekkelijker maken; ▪ Het aantrekkelijker maken van de haven in Dokkumer Nije Silen.

Gebiedsontwikkelingsplan aanlandingsgebied - € 1.200.000 Samen met inwoners, (agrarische) ondernemers, verenigingen in het gebied wordt een integraal gebiedsontwikkelingsplan opgesteld met als doel bij te dragen een toekomstbestendige, leefbare en duurzame regio binnen de gemeente en een kwaliteitsimpuls aan het gebied gaan geven. De projecten moeten in de periode 2027 – 2035 tot uitvoering komen. Op voorhand wordt gedacht aan projecten zoals het verduurzamen van maatschappelijke gebouwen in het gebied en het toekomstbestendig maken van lokale sport- en recreatievoorzieningen. Energiehubs - € 750.000 Binnen de gemeente Noardeast-Fryslân vervullen de bedrijventerreinen Betterwird in Dokkum en Hallum een belangrijke sociaaleconomische functie doordat ze voorzien in meer dan 3000 lokale en regionale arbeidsplaatsen. De bedrijven op deze terreinen moeten hun productieprocessen elektrificeren om competitief te blijven en verder te verduurzamen. Hierdoor stijgt hun elektriciteitsbehoefte. Deze elektrificatie is een strategische keuze: door regie te nemen over de energievoorziening worden de bedrijven minder afhankelijk van de onzekere gasprijzen en economische schommelingen. Hierbij is netcongestie een urgent probleem. Een energiehub kan een bijdrage leveren aan de oplossing van het probleem.

27

Eén energiehub is voorzien voor het bedrijventerrein in het dorp Hallum. In dit dorp is sinds 1861 een grote internationaal, in 90 landen opererende koekjesfabrikant gevestigd. Naast de fabriek is op hetzelfde bedrijfsterrein een groot internationaal transportbedrijf gevestigd die de producten van de koekjesfabriek door Nederland en Europa transport. De tweede energiehub is voorzien in Dokkum. Als gevolg van netcongestie grote, nationaal en internationaal opererende bedrijven voor wat betreft de langdurige, toekomstige energiebehoefte op slot. Met de realisatie van energiehubs wil de gemeente voorkomen dat grote bedrijven vertrekken naar andere locaties elders in de provincie of in het land en zo kostbare arbeidsplaatsen in een economisch kwetsbare regio behouden blijven.

28

4.5

Gemeente Schiermonnikoog: toekomstbestendige waterhuishouding

4.5.1 Lokale investeringsbehoeften en -doelstellingen Schiermonnikoog is voor het overgrote deel een Nationaal Park en daardoor vooral gericht op het beschermen van de unieke landschappelijke- en natuurwaarden. Belangrijk is dat landschap, menselijke activiteiten en cultuurhistorie zich kunnen blijven ontwikkelen met als kernwaarden: rust, ruimte, natuur en authenticiteit. Daarnaast wil Schiermonnikoog toekomstbestendig zijn: duurzaam, veerkrachtig en zelfvoorzienend. De leefkwaliteit op het eiland is een van de opgaven waar de gebiedsinvesteringen een impuls aan kunnen geven. Om die leefkwaliteit en de natuurlijke kwaliteit van het eiland te behouden en te verbeteren, wil Schiermonnikoog zich concentreren op water. Er ligt een actuele opgave bij het zelfvoorzienend houden van Schiermonnikoog wat betreft zoet (drink)water. Water is essentieel voor ons welzijn. Schiermonnikoog ligt midden in een uniek ecosysteem omringd door het zoute water van de Noordzee en de Waddenzee. Het drinkwater wordt uit het grondwater op het eiland zelf onttrokken en niet vanaf de vaste wal aangevoerd zoals bij drie andere Waddeneilanden. De beschikbaarheid van zoet water is op dit moment een van de grootste bedreigingen voor de leefkwaliteit op het eiland. De stijgende zeespiegel als gevolg van klimaatverandering speelt hierin een belangrijke rol.

Ook andere klimaateffecten zoals hitte, droogte en wateroverlast in de winter beïnvloeden het eiland. Veranderingen in het grondwatersysteem verlopen traag, dus nu handelen is cruciaal om het eiland toekomstbestendig te maken. Schiermonnikoog wil de zoetwaterbel op het eiland behouden, aanvullen en duurzaam benutten, zodat er voldoende drinkwater is voor eilanders en toeristen en water voor de natuur en landbouw. Schiermonnikoog wil daarbij een inspirerend voorbeeld zijn voor anderen op het gebied van innovatief en duurzaam waterbeheer. Schiermonnikoog is daarbij een proeftuin voor waterinnovatie: van regenwateropvang tot circulair watergebruik. Schiermonnikoog wil haar unieke karakter behouden: een kleinschalige gemeenschap waar mens en natuur in harmonie leven. Schiermonnikoog is er daarom alles aan gelegen dat de impact van de aanleg van kabels en leidingen op het natuurgebied en de bijbehorende kustzones tot een minimum beperkt blijft en zal zich daar uiteraard maximaal voor inspannen. Op het eiland waar rust en ruimte de norm zijn, zullen de plaatselijke bevolking en de toeristen de aanleg van de leidingen daarmee per definitie als een (tijdelijke) verstoring van de leefbaarheid ervaren.

De indirecte impact van de aanlanding ligt daarmee voornamelijk op het niveau van leefbaarheid, de economie door de (tijdelijke) aantasting van het toeristisch product, en instandhouding van de hechte eilander gemeenschap. Naast de directe invloed op de natuur. De beschikbare middelen ten behoeve van gebiedsinvesteringen worden ingezet voor een impuls in de leefkwaliteit: op de thema's natuur, leefbaarheid, regionale economie en energietransitie, waarbij we de nadruk leggen op water. Schiermonnikoog kiest voor projecten die integraal bijdragen aan een toekomstbestendig, leefbaar en duurzaam eiland waar mens en natuur in harmonie naast en samen met elkaar leven.

29

Participatie De keuze van projecten voor een lokale impuls in de leefkwaliteit is gebaseerd op eerder door de inwoners gestelde prioriteiten in het proces voor de 1e tranche gebiedsinvesteringen. In december 2024 is een digitale consultatieronde gehouden waarin inwoners hun prioriteiten konden aangeven op een voorgestelde lijst met projecten. Ze konden aangeven wat zij het belangrijkste vonden voor de leefkwaliteit op Schiermonnikoog. Deze prioritering is gebruikt bij de eerdere keuze voor de projecten voor de besteding van de middelen uit de 1e tranche gebiedsinvesteringen en is nog steeds actueel. Deze prioritering is daarom ook gebruikt bij de keuze van projecten voor de middelen uit de 2e tranche gebiedsinvesteringen. Bij de uitvoering van de projecten worden inwoners en belanghebbenden betrokken. De keuze voor de waterkoesterprojecten is gebaseerd op het Integraal Waterplan Schiermonnikoog dat in nauwe samenwerking met alle direct betrokkenen is opgesteld. 4.5.2 Beleids-/uitvoeringskader Het Integraal Waterplan Schiermonnikoog 2025 (waterkoesterplan) biedt een samenhangend kader voor een toekomstbestendig, veerkrachtig en zelfvoorzienend watersysteem voor de periode 2025– 2031, met doorkijk naar 2050 en 2100. Het plan richt zich primair op het behoud en duurzaam benutten van de zoetwaterbel, met oog voor alle functies op het eiland.

Het plan bevat een uitvoeringsprogramma met maatregelen voor 2025–2030. De stuurgroep 1Eilaun bewaakt voortgang, samenhang en integraliteit. De ambitie beschreven in het Integraal Waterplan is om Schiermonnikoog toekomstbestendig te maken: een duurzaam, veerkrachtig en zelfvoorzienend eiland, ook op het gebied van drinkwater en zoetwaterbeschikbaarheid. De uitdaging zit in het combineren van verschillende functies binnen de beperkte ruimte van het eiland. De grootste bedreiging is de beschikbaarheid van zoetwater. Daarom wordt er extra aandacht besteed aan het vasthouden van zoet water voor zowel landbouw als natuur, en het benutten van de zoetwaterbel onder het eiland. Het Integraal Waterplan biedt inzicht in maatregelen die nodig zijn om de zoetwaterbel op het eiland te behouden en duurzaam te benutten. Het Integraal Waterplan is opgesteld door de provincie Fryslân, in nauwe samenwerking met Wetterskip Fryslân, Vitens, gemeente Schiermonnikoog, Nationaal Park Schiermonnikoog, inwoners en andere belanghebbenden. Samenhang met de Agenda voor het Waddengebied en uitvoeringsagenda De Agenda voor het Waddengebied 2050 bepaalt de strategische koers: natuur als fundament, water en bodem sturend en adaptief omgaan met klimaatverandering.

Het Integraal Waterplan Schiermonnikoog laat zien hoe deze koers concreet kan worden gemaakt op eilandniveau: met keuzes, investeringen en acceptatie van verandering. Het Integraal Waterplan sluit aan bij de volgende programma initiatieven van het Uitvoeringsprogramma: Natuurbeheer, -herstel en -ontwikkeling (UP2), onderzoek ecologische effecten klimaatverandering (UP7), de brede welvaart op het eiland (UP13) en de ontwikkeling van een zoetwaterstrategie voor de landbouw (UP19).

30

Naast de voornoemde van toepassing zijnde programma initiatieven sluit Schiermonnikoog met haar projecten ook aan bij de energietransitie in het Waddengebied (UP12). 4.5.3 Projecten en activiteiten Meer water voor Schiermonnikoog: waterkoesterprojecten - € 3.000.000 De focus ligt bij waterbesparing en circulair watergebruik. Op dit moment wordt er in samenwerking met de provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân, en andere direct betrokkenen onderzocht welke maatregelen in samenhang het meest effectief zijn. Er vindt een onderzoek plaats naar hergebruik van het effluent (gezuiverd afvalwater) uit de rioolwaterzuivering waardoor er minder lozing plaatsvindt op de Waddenzee en we het zoete water voor het eiland kunnen behouden. De vraag is waar het her te gebruiken water het beste naartoe gebracht kan worden op het eiland: naar de duinen of naar de polder, of elders. Er wordt samen gekeken naar de meeste effectieve samenhangende maatregelen om het water te koesteren op het eiland. De gebiedsinvesteringen kunnen bijvoorbeeld ingezet worden voor het versneld afkoppelen van het regenwater van het gemengd riool in het dorp. Dit door aparte infrastructuur aan te leggen of bijvoorbeeld de regenpijpen bij huizen af te koppelen en het regenwater te infiltreren in de tuin. Of voor waterbesparing en hergebruik bij de grootste verbruikers van water in het dorp en hergebruik bij huishoudens.

Deze gebiedsinvestering draagt vooral bij aan het thema behoud en versterken van de natuur, en het verbeteren van de fysieke leefomgeving. Openbare ruimte Maritiem Kwartier - € 1.000.000 Het Maritiem Kwartier is het gebied rond de Zuidertoren, de Oude Centrale, het dorpshuis en de voormalige redschuur. Dit is een rafelrand van het dorp Schiermonnikoog en heeft een kwaliteitsimpuls nodig. Door te investeren in een duurzame en uitnodigende openbare ruimte worden de verschillende initiatieven aan elkaar gekoppeld. Zoals de realisatie van een Maritiem Centrum in de oude redschuur, de realisatie van sociale woningbouw op het terrein van de Oude Centrale en het toekomstbestendig maken van het dorpshuis. De Zuidertoren, één van de eilander bakens, kan een prachtig decor vormen voor kleinschalige culturele evenementen. Deze gebiedsinvestering zou naast een impuls aan de openbare ruimte ook moeten zorgen voor een goede verbinding van het dorpshuis hierop en het verder ontwikkelen van haar multifunctionele karakter. Het dorpshuis vervult een belangrijke maatschappelijke functie op Schiermonnikoog. Deze gebiedsinvestering draagt vooral bij aan het thema verbeteren van de fysieke leefomgeving, versterking van de regionale economie, en versnellen van de (duurzame) energietransitie. Verduurzaming - € 750.000 Verduurzaming is een opgave in de energietransitie en verduurzamingsambitie.

Het verduurzamen van de vaak al wat oudere woningen en andere gebouwen in het beschermd dorpsgezicht brengt technische uitdagingen met zich mee, waardoor verduurzamen vaak duurder is. Subsidie aan huiseigenaren en ondernemers kan hierbij helpen. Zo blijft het dorpsgezicht aantrekkelijk voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Een andere mogelijke besteding van deze middelen is het mogelijk maken van de stap van aardgas ready naar aardgasvrij maken van de maatschappelijke gebouwen op Schiermonnikoog en ook hier het hergebruik van water.

31

Inwoners aan zet: leefbare mienskip - € 250.000 Inwoners weten zelf goed wat een bijdrage kan leveren aan de sociale cohesie op het eiland. Daarom zal deze gebiedsinvestering in de vorm van een subsidieregeling ingezet worden voor door de inwoners zelf bedachte kleinere projecten die ze ook zelf uitvoeren. Deze gebiedsinvestering draagt vooral bij aan een impuls voor de leefkwaliteit: voor de leefbaarheid. De aangedragen projecten dragen bij aan een of meerdere van de vier eerdergenoemde thema’s.

32

4.6

Gemeente Westerkwartier: energie en leefkwaliteit

4.6.1 Lokale investeringsbehoeften en -doelstellingen De gemeente Westerkwartier geeft invulling aan de besteding van de gebiedsinvesteringen in overeenstemming met het gezamenlijke bestuursakkoord van eind 2025 en de thema’s die zijn benoemd: de energietransitie, behoud/versterken natuur, verbeteren fysieke leefomgeving, regionale economie. De gemeente legt daarbij de koppeling met een aantal grotere projecten waarin flink moet worden geïnvesteerd, waarbinnen we grote uitdagingen kennen (o.a. warmtenet Marum) en die de komende jaren tot realisatie moeten komen. Voor gebiedsinvesteringen in het kader 380 kV-verbinding zet de gemeente in op een apart gebiedsfonds. De gemeente heeft aan de energietransitie een stevige opgave qua klimaatdoelstellingen en terugdringen van de CO2-uitstoot. Denk ook aan vergroten van het aandeel hernieuwbare elektriciteit in combinatie met andere opgaven. De gemeente werkt daarnaast aan een aantal grotere integrale en multidisciplinaire projecten met partners (o.a. ook provincie Groningen en buurgemeenten) over de verschillende programma’s heen om meerdere opgaven in ruimtelijke zin te combineren.

Een kenmerk van deze projecten is dat er een link ligt met ondernemerschap, systeemversterkende maatregelen voor het energienetwerk van de toekomst, de doorontwikkeling van de vrijetijdseconomie, met als onderdeel daarvan onze natuurnetwerken en recreatieve infrastructuur. Participatie In het kader van de vastgestelde beleidsvisies en programma’s zijn participatietrajecten doorlopen. Daarnaast hebben we in het kader van de woonplannen de afgelopen periode voor alle dorpen behoeften voor wat betreft wonen, energiekansen, voorzieningen en leefbaarheid samen met in beeld gebracht. Voor de genoemde projecten en de verdere uitwerkingen, waaronder bijvoorbeeld de ontwikkeling van energiegemeenschappen samen met onze energiecoöperaties, gaan we op maat gesneden communicatie en participatie organiseren. 4.6.2 Beleids-/uitvoeringskader De gemeente Westerkwartier valt buiten de werkingssfeer van de Agenda voor het Waddengebied 2050. Voor de projecten binnen Westerkwartier wordt aangesloten bij de volgende beleids- en uitvoeringskaders: ▪ Omgevingsvisie 2040 ▪ Duurzaamheidsbeleid 2025-2030 & programma Duurzaamheid ▪ Economische visie & Bedrijventerreinenvisie ▪ Ontwikkelprogramma voor vrije tijd (i.s.m.

provincie Groningen) 4.6.3 Projecten en activiteiten Realisatie warmteprogramma/warmtebedrijf Westerkwartier - € 1.000.000 De gemeente heeft een omvangrijk warmteprogramma met het doel en de transitiepaden om de gemeente aardgasvrij te maken. Daarnaast heeft de gemeente Westerkwartier als een van de weinige noordelijke gemeenten al een warmtebedrijf dat collectieve warmtevoorziening regelt. Een concreet project is de uitbreiding van het warmtenet Marum. Als eerste stap heeft de gemeente Westerkwartier een gemeentelijk warmtebedrijf opgericht. 33

Hernieuwbare Elektriciteit Westerkwartier - € 500.000 Op basis van de RES Groningen 1.0 is een aantal projecten aangewezen in het Westerkwartier voor zon-op-land. Het gaat daarbij onder andere om slibdepots, vuilstorten, RWZI-locaties en ook gebiedstransformaties, waaronder het hergebruiken van oude NAM-locaties. Daarbij ligt de nadruk op de koppeling met meerdere opgaven en het creëren van zoveel mogelijk lokale meerwaarde. Een concreet voorbeeld is de gebiedstransformatie in Zuidelijk Westerkwartier waar we inzetten op een zon-pv ontwikkeling in combinatie met andere landschappelijke en ruimtelijke opgaves. Energiegemeenschappen Westerkwartier - € 500.000 Op basis van de ontwikkelingen in de nieuwe Energiewet zijn er mogelijkheden voor coöperaties om zich door te ontwikkelen tot energiegemeenschappen. De gemeente Westerkwartier telt veel dorpen met een eigen energiecoöperatie. We gaan in een aantal dorpen coöperatief aan de slag met dynamisch energiedelen, snellaadpleinen, opslag en het slim uitwisselen van energie tussen verschillende functies. Dit houdt in dat we hiervoor nieuwe organisatorische instrumenten en slimme technieken in verschillende dorpen willen inzetten. Een voorbeeld is landgoed Nienoord (Leek/Midwolde) waar we dynamisch energie gaan delen tussen verschillende functies op het landgoed en grootverbruiker Zwemkasteel Nienoord.

Leefbare dorpen - € 500.000 Leefbaarheid is een multidisciplinair begrip. Op microniveau spelen veel van deze disciplines mee in diverse initiatieven die in het participatietraject voor onze woonplannen zijn aangedragen. Een concreet voorbeeld is Pieterzijl. Dit gaat om het realiseren van meer zorgwoningen en betaalbare starterswoningen, het behouden van het dorpshuis, meer speelplekken, meer openbaar groen en enkele gerichte verkeersmaatregelen. Realisatie toekomstbestendige bedrijventerreinen - € 1.000.000 Op basis van de bedrijventerreinenvisie hebben het doel om te investeren in toekomstbestendige bedrijventerreinen. Toekomstbestendig is een breed begrip, waarbij diverse thema’s – afhankelijk van het bedrijventerrein - een rol spelen, zoals bereikbaarheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, verduurzamen/energietransitie, beschikbaarheid stroom (netcongestie), duurzame mobiliteit, circulaire transitie, digitalisering, beschikbaarheid ICT-infra (glasvezel), vergroenen en klimaatadaptatie. Concrete voorbeelden zijn de bedrijventerreinen Leeksterveld en Leeksterhout. Deze bedrijventerreinen zijn gelegen in natuurgebied Groeningen, gescheiden door de A7. Samen huisvesten zij ongeveer 300 bedrijven. De terreinen kennen een hoge mobiliteitsdruk. In deze economische groeizone stimuleren we actief de samenwerking tussen de bedrijven om toekomstbestendige plannen te realiseren.

Ontwikkeling Energielandgoederen Westerkwartier € 500.000 Voortvloeiend uit de Omgevingsvisie en het Duurzaamheidsbeleid 2025-2030 werken we aan vormen van nieuwe, eigentijdse landgoedontwikkeling. Dit door middel van de ontwikkeling van (energie)landgoederen waarin verschillende elementen zoals energieopwekking, innovatieve landbouw, bosaanplant, wonen, voedselproductie, recreatie en toerisme en natuurontwikkeling kunnen worden gecombineerd. Een concreet voorbeeld is de landgoedontwikkeling bij Jonkersvaart en omgeving. 34

Bevorderen vrijetijdseconomie € 1.000.000 De vrijetijdseconomie is een sector die in het Westerkwartier een groeiende aandacht krijgt en een factor van belang is voor onze provincie. Het doel is om in te zetten op meerdere bestemmingsontwikkelingen om zo aantrekkelijke bestemmingen te creëren die meer publiek aantrekken. De gedachte hierachter is dat iedere inwoner ervan profiteert en dat het gebied zich verder ontwikkelt als duurzame bestemming met karakter en kwaliteit. Per publiekstrekkende bestemming gaan we inzetten op meervoudige projecten die moeten gaan bijdragen aan verhoging van het aantal verblijfsbezoekers, de lokale bestedingen en de verblijfsduur. Een concreet voorbeeld is de bestemming Lutjegast-Grootegast, met onder andere het Museumplein, het verhaal van Abel Tasman, het natuurgebied Grootegastermolenpolder en het Blotevoetenpad. Daarnaast zetten we in op vrijetijdseconomieprojecten die onze groen-blauwe netwerken versterken en ze tegelijkertijd beter beleefbaar te maken vanuit een recreatief oogpunt. Concrete voorbeelden zijn het project ‘elektrische sloepenroute De Lauwers’ en het project ‘Meanderen door het Rietdiepgebied’. De beleving van de natuur en cultuurhistorie wordt in deze project optimaal versterkt.

35

5

GEBIEDSINVESTERINGEN – REGIONALE IMPULS

5.1

Lauwersmeergebied

Het Lauwersmeergebied is gelegen in de gemeenten Noardeast-Fryslân en Het Hogeland en heeft met Lauwersoog een belangrijke verbinding met Schiermonnikoog. Het is gebied met zeer hoge natuurwaarden (Natura 2000 en Nationaal Park), maar staat tegelijkertijd voor complexe opgaven rond waterveiligheid, klimaatverandering, zoet zoutovergangen, landbouw, visserij, recreatie en regionale economie. Het Lauwersmeergebied is voor de regio van grote betekenis. Het Lauwersmeer is ontstaan in 1969, toen de Lauwerszee werd afgesloten van de Waddenzee met een dijk. Door deze afsluiting veranderde de zoute zee geleidelijk in een zoetwatermeer. Hoewel het Lauwersmeer en de Waddenzee samen onderdeel zijn van een groter ecosysteem is door de afsluiting de onderlinge samenhang verzwakt: vismigratie is moeilijker en het natuurlijke overgangsgebied (brak water) is verdwenen. De regio wil het Lauwersmeer en omgeving ontwikkelen tot een klimaatrobuust gebied met een geleidelijk zoet- zoutovergang dat goed om kan gaan met water, zowel bij droogte als bij wateroverlast. Tegelijk wil men een balans bereiken tussen natuur, landbouw, recreatie en economie, zodat het gebied duurzaam en leefbaar blijft voor de toekomst. Binnen dit regioplan wordt het Lauwersmeergebied onderverdeeld in het Lauwersmeer en Lauwersoog.

5.1.1 Beleids-/uitvoeringskader De Toekomstagenda Lauwersmeer (2024) is een gezamenlijk en integraal kader voor de ontwikkeling van het Lauwersmeergebied voor de komende 10–20 jaar. Het document is bedoeld als richtinggevend en samenbindend instrument, niet als uitvoeringsprogramma. De Toekomstagenda benoemt 24 samenhangende opgaven, geordend in zes thema’s: 1. Waterveiligheid en waterkwantiteit 2. Waterkwaliteit en natuur 3. Duurzame landbouw en visserij 4. Ruimtelijke kwaliteit 5. Kennis delen en ontwikkelen 6. Duurzame economie, recreatie en toerisme Een nadere uitwerking van de Toekomstagenda heeft plaatsgevonden in het Uitvoeringsprogramma Lauwersmeer, welke is vastgesteld door de Stuurgroep Lauwersmeergebied in november 2025. Het Uitvoeringsprogramma is gericht op 2026 en 2027. Het Masterplan Lauweroog, moet nog verder vorm en inhoud krijgen. Participatie De agenda is opgesteld met input van omwonenden, agrariërs, natuurbeheerders, vissers en andere belanghebbenden. De agenda is het resultaat van een participatief gebiedsproces. 36

Samenhang met de Agenda voor het Waddengebied en het Uitvoeringsprogramma De Agenda voor het Waddengebied 2050 geeft de strategische koers voor een veilig, vitaal en veerkrachtig Waddengebied, met natuur als fundament. De Toekomstagenda Lauwersmeer is daarvan een concrete regionale uitwerking en laat zien hoe deze koers in de praktijk kan worden gebracht. Samen vormen zij één consistent verhaal van richting én doen, waarin integrale keuzes noodzakelijk zijn om natuurwaarden, leefbaarheid en economische ontwikkeling te combineren. De Toekomstagenda Lauwersmeer sluit aan bij meerdere programma initiatieven van het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026: ▪ Natuurbeheer, -herstel en ontwikkeling (UP2) ▪ Onderzoek ecologische effecten klimaatverandering (UP7) ▪ Integrale aanpak kustzone: versterken Lauwersmeergebied (UP9) ▪ Mogelijkheden energietransitie Lauwersoog (UP12) ▪ Programma versterking recreatie en toerisme Waddenkust (UP14) ▪ Maritieme ontwikkeling Lauwersoog (UP15) ▪ Verduurzaming haven Lauwersoog (UP16) ▪ Ontwikkelen zoetwaterstrategie landbouw (UP19)

5.2

Lauwersmeer

Voor de projecten en activiteiten in het Lauwersmeer en directe omgeving is in totaal 14,1 M€ beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor de volgende projecten. Zoet-zoutovergang Waddenzee – Lauwersmeer De realisatie van een robuuste zoet-zoutovergang Waddenzee – Lauwersmeer is een enorme opgave die honderden miljoenen Euro’s gaat kosten. Met de inzet van de middelen van de Gebiedsinvesteringen Net op Zee kunnen de eerste stappen worden gezet voor een meer geleidelijke overgang tussen Waddenzee en Lauwersmeer ten behoeve van de vismigratie, versterken ecologische waterkwaliteit. Voor de realisatie zijn veel middelen noodzakelijk. Deze geleidelijke overgang is belangrijk omdat het: • de biodiversiteit vergroot; • vismigratie mogelijk maakt; • het watersysteem gezonder en natuurlijker maakt; • helpt bij aanpassing aan klimaatverandering; • en een balans creëert tussen natuur en landbouw. Natuurherstel Dit project zet een plus op de projecten die in het kader van de Natura2000 status worden uitgevoerd. Het gaat hierbij onder andere om projecten met betrekking tot het verbeteren van de waterkwaliteit, het behoud en de versterking van de bestaande natuur, het versterken van de habitats van vogels en andere soorten en de natuurvriendelijke inrichting van overgangszones.

37

Ruimtelijke Kwaliteit In 2026/2027 wordt een landschapsontwikkelingsplan opgesteld, waarbij de ruimtelijke kwaliteit in de randzones van het Nationaal Park wordt versterkt. Hierbij wordt ook ingegaan op de versterking of uitbreiding van routestructuren in de schil van het Nationaal Park en het versterken cultuurhistorische elementen en landschapselementen. Voorbeeldprojecten kunnen zijn: betere inrichting Hoek van de Bant (gemeente Noardeast-Fryslân), verbeteren ruimtelijke kwaliteit stranden Lauwersoog (het Hogeland). Versterken routestructuren zowel in Noardeast-Fryslân als het Hogeland en het sterker inzetten op verleiden en begeleiden van bezoekers (kansrijke en passende locaties in de schil voor unieke belevingsconcepten). Duurzame Landbouw en visserij De focus van het project Duurzame Landbouw zal komen te liggen op het beter vasthouden van water en het beschermen van de zoetwaterlens voor toekomstbestendige landbouw in het Lauwersmeergebied (gronden aansluitend aan het N2000 gebied). Daarnaast wordt ingezet op het vergroten van de biodiversiteit en de robuustheid van het landschap in de schil van het Lauwersmeergebied door agrarisch natuur en landschapsbeheer (natuurinclusieve landbouw).

Ten slotte wordt ingezet op het versterken van de historische visserijcultuur langs de haven en het verbinden van de historische visserijcultuur van Zoutkamp met de nieuwe visserijcultuur op Lauwersoog.

5.3

Lauwersoog

Voor de projecten op Lauwersoog is 5 M€ beschikbaar. Het gebied van en rondom de haven van Lauwersoog staat voor een duidelijke maar complexe ontwikkelopgave. Natuur, economie en het dagelijks gebruik van de haven komen hier direct samen. Als scharnierpunt tussen de Waddenzee en het Lauwersmeer is het gebied van groot belang voor de bereikbaarheid van Schiermonnikoog, de visserij, recreatie en maritieme activiteiten. Tegelijkertijd vragen veranderingen in de visserij, de groei van het toerisme en nieuwe functies zoals het Werelderfgoedcentrum Waddenzee (WEC) om een andere inrichting en betere verbindingen. Ook zijn er concrete knelpunten, zoals bereikbaarheid, parkeren en de behoefte aan duurzame energievoorzieningen, zoals elektrisch laden. Deze gebiedsinvestering draagt vooral bij aan het thema regionale economische ontwikkeling. Daarom willen de gemeenten Het Hogeland, Noardeast-Fryslân en Schiermonnikoog en de provincies Groningen en Fryslân werken aan een samenhangende koers voor Lauwersoog. Daarbij is aandacht voor brede welvaart en de unieke kernkwaliteiten van het Lauwersmeer en de Waddenzee. Juist de combinatie van natuur, visserij, recreatie en havenfuncties maakt dit gebied uniek binnen Nederland. De inzet richt zich met name op: 1.

duurzame economische ontwikkeling, met een beleefbare en toekomstgerichte visserijketen (balans tussen behoud en vernieuwing), een kwalitatief sterke recreatieve en toeristische sector en versterking van maritieme en offshore activiteiten; 2. een beleefbaar en toegankelijk havengebied aan zowel de noord- als zuidzijde, met betere verbindingen tussen haven, Lauwersmeer en omliggende voorzieningen, en met balans tussen levendigheid, natuurbeleving en rust. Daarbij is aandacht voor de samenhang tussen haven, 38

visserij, recreatie, WEC, Zoutkamp en het Lauwersmeergebied, inclusief versterking van de maritieme identiteit en visserijcultuur van het gebied; 3. duurzame en passende bereikbaarheid van de haven en de verbinding met Schiermonnikoog, inclusief slimme duurzame mobiliteits- en parkeeroplossingen passend bij de veelzijdigheid van het gebied. Aan deze gezamenlijke koers wordt een uitvoeringsprogramma gekoppeld, met daarin concrete projecten. Zo ontstaat een solide basis om middelen uit onder andere de gebiedsinvesteringen zorgvuldig en doelgericht in te zetten, in samenhang met andere investeringen en met zichtbaar en duurzaam effect voor het gebied. Het geld vanuit de gebiedsinvesteringen (5 M€ en een deel van ondersteuningskosten) wordt ingezet voor het opstellen van de gezamenlijke koers, het uitvoeringsprogramma en het realiseren van de daarin opgenomen concrete projecten. Participatie Bij het opstellen van een gezamenlijke koers en het uitvoeringsprogramma doen en denken de visserijsector, Exploitatiemaatschappij Haven Lauwersoog (EHL), ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokken partijen van alle drie gemeenten actief mee. Iedere partij draagt bij vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. Hiervoor wordt een participatieplan opgesteld.

Op die manier ontstaat er gedeeld eigenaarschap, en wordt het uitvoeren van het uitvoeringsplan een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

39

6

EXTRA MIDDELEN VERSTERKING NATUUR

6.1

Natuur op Schiermonnikoog

Het grootste deel van Schiermonnikoog is Nationaal Park. Het bestaat uit stranden, duinen, bossen, kwelders en polders en staat bekend om zijn rust, ruimte en rijke natuur, met veel vogels en andere dieren. Het biedt een uniek landschap waar natuurlijke processen zoals wind, water en zand vrij spel hebben. Net als bij de inzet van de middelen voor de Gebiedsinvesteringen op Schiermonnikoog geldt ook voor de aanvullende middelen voor natuur dat het hoofdthema water is. Participatie De keuze voor de projecten voor natuur zijn gebaseerd op het Ambitieplan voor het Nationaal Park. De ambities zijn in samen met inwoners van het eiland en direct betrokkenen natuurorganisaties tot stand gekomen. Zij hebben actief meegedacht en input geleverd. De partners in het overlegorgaan blijven in gesprek met elkaar én hun achterban, en met de inwoners bij de uitvoering van de projecten.

6.2

Beleids-/uitvoeringskader

Het Ambitieplan Nationaal Park Schiermonnikoog 2024 beschrijft de gezamenlijke koers voor Nationaal Park Schiermonnikoog voor de komende tien jaar en vormt de basis voor de ontwikkeling naar Nationaal Park Nieuwe Stijl. Het plan verbindt bescherming en herstel van unieke natuur met leefbaarheid, economie en sterke betrokkenheid van eilanders. Het plan kent de volgende kernambities: 1. Natuurherstel en bescherming; 2. Meer zelfvoorzienend zijn (water en energie); 3. Natuurinclusieve landbouw met duurzame inkomenszekerheid; 4. Recreatie en toerisme – Behoud van balans tussen natuur en bezoekers; 5. Cultuurhistorie – Inventariseren, behouden en doorgeven van cultuurhistorische waarden; 6. Samen zorgdragen voor het eiland; 7. Vergroten van zichtbaarheid, bewustwording en betrokkenheid; 8. Onderzoek – Verstevigen van samenwerkingen met kennisinstellingen. Met dit ambitieplan kiest Nationaal Park Schiermonnikoog voor een integrale aanpak waarin topnatuur, veiligheid, zelfvoorzienendheid en gemeenschap hand in hand gaan. Samenhang met de Agenda en Uitvoeringsprogramma De Agenda Waddengebied 2050 is het strategisch en integraal kompas voor het hele Waddengebied. Het Ambitieplan Nationaal Park Schiermonnikoog is daarvan een concrete vertaling op eilandniveau.

Samen vormen zij één beleidslijn: van langetermijnvisie (2050) naar concrete, gebiedsgerichte actie voor de komende 10 jaar, met de natuur als basis en de eilandgemeenschap als mede-drager van de toekomst. 40

De ambities uit het plan voor het Nationaal Park sluiten aan bij programma initiatieven natuurbeheer, - herstel en ontwikkeling (UP2), onderzoek ecologische effecten Klimaatverandering (UP7) en ontwikkeling zoetwaterstrategie voor de landbouw (UP19) van het Uitvoeringsprogramma.

6.3

Projecten en activiteiten

Waterkoesterprojecten - € 1.000.000 Het water koesteren ofwel vasthouden voor de natuur is een belangrijke opgave voor een robuust watersysteem. Afhankelijk van het hiervoor bij de lokale impuls aan de leefkwaliteit op Schiermonnikoog genoemde onderzoek naar het hergebruik van het effluent wordt gekeken wat de slimste combinatie aan maatregelen is om dit budget te besteden. Een voorbeeld kan zijn een maatregel voor zoetwaterberging bij de Westerplas of het behouden en creëren van plasdrasgebieden in de polder voor weidevogels. Deze gebiedsinvestering draagt vooral bij aan het thema behoud en versterken van de natuur. Faunabeheer - € 500.000 Het behalen van natuurdoelen komt onder druk te staan. Om de natuur te beschermen en te versterken is faunabeheer nodig. Op Schiermonnikoog komen veel zeldzame en kwetsbare planten en dieren voor die gevoelig zijn voor overlast. Bijvoorbeeld de predatie door verwilderde katten is vooral een probleem voor vogels en konijnen. De ambitie is om Schiermonnikoog zoveel mogelijk verwilderde-katten-vrij te maken. Deze gebiedsinvestering draagt vooral bij aan het thema behoud en versterken van de natuur.

Fietspaden Nationaal Park - € 500.000 In het kader van klimaatadaptatie en de wens om waterstanden te verhogen is het van belang een aantal fietspaden op te hogen of te verplaatsen die in natte periodes onder water komen te staan, zodat water in het gebied vrij spel heeft. Daarnaast is het niet meer wenselijk schelpen uit de Noordzee te gebruiken voor de verharding. Er wordt gezocht naar een alternatief duurzaam materiaal. Deze gebiedsinvestering draagt vooral bij aan het thema behoud en versterken van de natuur, en aan het versterken van de regionale economie.

41

7

EXTRA MIDDELEN AANPAK VERZILTING

7.1

Kustsstrook Het Hogeland

Het landbouwgebied achter de Waddendijk in Het Hogeland is een hoogwaardig maar kwetsbaar akkerbouwgebied, gevormd door eeuwen waterbeheer en landbouwgebruik. Het gebied is onderdeel van de identiteit van het Waddengebied en behoort bovendien tot de beste landbouwgebieden van Europa. Het gebied is gevoelig voor verzilting, bodemdaling en klimaatverandering. Daarom wordt ervoor gekozen de verziltingsmiddelen in te zetten voor dit gebied. De mogelijke aanleg van de kabels in de dijkzone biedt kansen op opgaven in het gebied zoals de waterveiligheidsopgave, zoet-waterbeschikbaarheid, versterken van de natuurwaarden en het verbeteren van de recreatieve kwaliteit van de kustzone integraal op te pakken. Participatie De inzet van de middelen voor de aanpak van verzilting en de keuze voor de maatregelen vindt plaats in nauw overleg met agrariërs in het gebied en de landbouworganisaties LTO Noord en Boerennatuur. Daarnaast worden ook kennisinstellingen (SALTA), natuurorganisaties, inwoners en andere maatschappelijke partijen actief betrokken, zodat de maatregelen goed aansluiten bij het waterbeheer, de bodemgesteldheid, landschap en de (be)leefbaarheid van het gebied.

7.2

Beleids-/uitvoeringskader

Verzilting valt binnen de Omgevingswet onder de zorg voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Gemeenten hebben hierin een regisserende en afwegende rol, maar het operationele waterbeheer ligt primair bij de waterschappen. In de Omgevingsvisie Het Hogeland is verzilting geen los beleidsprogramma, maar een onderdeel van klimaatadaptatie en waterrobuustheid. Het is vooral relevant voor het kustgebied en de polders, de landbouw en bodemkwaliteit, de drinkwaterbeschikbaarheid en voor de samenhang met bodemdaling en zeespiegelstijging. De gemeente benoemt verzilting als een structurele langetermijnopgave, waarbij geldt dat niet alles overal zoet kan blijven, dat er keuzes nodig zijn per gebied en functie en dat samenwerking met andere overheden essentieel is. Het Hogeland voert geen eigen actief verziltingsbeheer, maar borgt randvoorwaarden in het ruimtelijk beleid. Voor de kuststrook in Het Hogeland is Waterschap Noorderzijlvest verantwoordelijk voor het waterbeheer. Haar beleidskaders zijn: • Waterbeheerprogramma’s (KRW); • regionale zoetwaterstrategieën; • peilbeheer, doorspoelen en aanvoer van zoet water. Verzilting wordt hier actief gemonitord en bestreden waar mogelijk, maar soms ook geaccepteerd als structureel effect van klimaatverandering

42

De provincie Groningen stelt kaderrichtlijnen voor bodem en water, ondersteunt kennisontwikkeling en werkt aan systeemoplossingen in het kustgebied. Voor het kustgebied van Het Hogeland is daarbij met name de aanpak van verzilting in combinatie met bodemdaling en landbouwtransitie van belang. Op nationaal en Europees niveau zijn de Kaderrichtlijn Water en het Deltaprogramma Zoetwater van belang. In de Kaderrichtlijn raakt verzilting direct aan de chemische waterkwaliteit, de doelstellingen voor oppervlakte- en grondwater en het verbod op achteruitgang van waterkwaliteit. Vanuit het Deltaprogramma van het gebied van Het Hogeland binnen het nationale kader waarin verzilting wordt erkend als onvermijdelijk in delen van laag-Nederland, er keuzes worden gemaakt in wie wanneer zoet water krijgt en wordt gewerkt met principes als vasthouden – bergen – verdelen – aanpassen. Samenhang met de Agenda voor het Waddengebied en het Uitvoeringsprogramma De Agenda voor het Waddengebied 2050 biedt het integrale kader waarbinnen verzilting aan de Waddenkust wordt aangepakt als klimaat- en systeemvraagstuk.

In de uitvoering is dat geconcretiseerd via het deelprogramma Klimaatverandering (één van de elf deelprogramma’s binnen het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021–2026), met expliciete doelen om de kustzone klimaatadaptief te versterken en zoet water langs de kust beter vast te houden—exact de beleidsmatige kern van “verzilting voorkomen/beperken”. Met de verziltingsmaatregelen langs de kuststrook van Het Hogeland wordt aangesloten bij de programma initiatieven onderzoek ecologische effecten klimaatverandering (UP7) en ontwikkeling zoetwaterstrategie voor de landbouw (UP19) van het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 20212026

7.3

Projecten en activiteiten

Omdat het nog onduidelijk is hoe de kabel wordt aangelegd (in of naast de dijk), is het op dit nog niet mogelijk om concrete projecten te benoemen. Als deze duidelijkheid er wel is, zal de definitieve projectkeuze worden gemaakt door waterschap Noorderzijlvest en gemeente Het Hogeland. Wel heeft SALTA in opdracht van de regio een eerste inventarisatie uit laten voeren van mogelijke maatregelen ter voorkoming of mitigatie van verzilting als gevolg van autonomen ontwikkelingen. De notitie van SALTA is als Bijlage 2 bij dit regioplan gevoegd.

43

8

UITVOERINGSKADERS REGIONALE PARTNERS

8.1

Algemeen

Zoals beschreven beschouwen de regionale partners integraliteit, systeemversterking en gezamenlijke belangen als primair uitgangspunten voor de inzet van de middelen uit het regiopakket. Tegelijkertijd hebben de verschillende onderdelen uit het regiopakket (gebiedsinvesteringen tranche 2, extra middelen ‘natuur’, extra middelen ‘verzilting’) een uiteenlopende scope en randvoorwaarden. Dat vraagt om een heldere uitvoerings- en governancestructuur die enerzijds recht doet aan de rol en verantwoordelijkheid van iedere partner, maar anderzijds niet zorgt voor onnodige extra ambtelijke en/of bestuurlijke bureaucratie. In de basis wordt ervoor gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande kaders en regionale organisatie- en overlegstructuren. In dit hoofdstuk worden de financiële en juridische kaders alsmede de governancestructuur beschreven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de regiokassier en de overige regiopartners. Vervolgens worden de belangrijkste aandachtspunten met betrekking tot monitoring, verantwoording en communicatie kort beschreven.

8.2

Uitvoeringskaders regiokassier

8.2.1 Financiële en juridische afspraken Net als voor gebiedsinvesteringen - tranche 1 treedt de provincie Groningen op als regiokassier en penvoerder van het project. De provincie Groningen ontvangt de middelen van het Rijk via een SPUK. De provincie Groningen is daarmee de primair verantwoordelijk voor de verantwoordingen op grond van het Klimaatfonds, HVP en de financiële verantwoording met behulp van de SISA. De provincie is het eerste aanspreekpunt voor het ministerie. Naast het feit dat de provincie(s), gemeenten en waterschappen partners zijn binnen het bestuursakkoord wordt de relatie tussen de provincie Groningen en de uitvoerende regiopartners geregeld in een koepelsubsidie. Via de koepelsubsidie ontvangen de uitvoerende regiopartners middelen uit de SPUK voor zowel de uitvoering van de projecten als voor de organisatiekosten. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende koepelsubsidies: Regiopartner Gemeente Ameland Gemeente Het Hogeland Gemeente Noardeast-Fryslân Gemeente Schiermonnikoog Gemeente Westerkwartier Provincie Fryslân Waterschap Noorderzijlvest

Toelichting Koepelsubsidie voor Gebiedsinvesteringen – Lokale impuls Koepelsubsidie voor Gebiedsinvesteringen – Lokale impuls en voor Gebiedsinvesteringen – Regionale impuls Lauwersoog Koepelsubsidie voor Gebiedsinvesteringen – Lokale impuls Koepelsubsidie voor Gebiedsinvesteringen – Lokale impuls en voor extra middelen voor natuur Nationaal Park Schiermonnikoog Koepelsubsidie voor Gebiedsinvesteringen – Lokale impuls Koepelsubsidie voor Gebiedsinvesteringen – Regionale impuls Lauwersmeer Koepelsubsidie voor extra middelen aanpak verzilting

44

Juridisch kader Koepelsubsidie: ▪ Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; ▪ Artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017; ▪ De Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018; ▪ Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee. Aanvullend hierop geldt voor de middelen voor de aanpak van verzilting tevens: ▪ EU Verordening Nr. 2021/241 van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, PB L 57/17 van 18 februari 2021. 8.2.2 Governance De partijen die het bestuursakkoord hebben ondertekend zijn vertegenwoordigd in het bestuurlijk overleg PAWOZ, dat wordt voorgezeten door de provincie Groningen. In dit overleg wordt periodiek de voortgang van de gebiedsinvesteringen met alle regiopartners besproken en geëvalueerd.

8.3

Uitvoeringskaders overige regiopartners

8.3.1 Algemeen Zoals genoemd ontvangen de regiopartners verschillende geldstromen behorend bij de verschillende onderdelen van het regiopakket. Algemeen geldende uitvoeringskaders worden hieronder toegelicht. Daarna volgt een korte uitwerking per onderdeel van het regiopakket. 8.3.2 Verstrekking van middelen De middelen die de verschillende regiopartners van de provincie Groningen ontvangen worden doorgezet aan derden die belast zijn met de uitvoering van de projecten. In hoofdzaak zal het hierbij gaan om het verstrekken van een opdracht of het verstrekken van een subsidie. Bij de inzet van de middelen wordt onderscheid gemaakt tussen projecten in de openbare ruimte en projecten van organisaties en/of particulieren. Projecten in de openbare ruimte Veel van de middelen zijn bestemd voor projecten die worden gerealiseerd in de openbare ruimte. Het betreffen projecten die in beginsel vallen binnen het taakveld van de gemeente en/of waterschap, maar additioneel zijn en niet tot de reguliere taken en werkzaamheden van de gemeente/waterschap behoren. Voor de inkoop en inhuur van diensten en werken wordt gewerkt met overeenkomsten van opdracht. Juridisch kader overeenkomst van opdracht: ▪ Aanbestedingsbeleid van respectievelijk gemeente, provincie of waterschap ▪ Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee ▪ (Voor midden voor aanpak verzilting) EU Verordening Nr.

2021/241 van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, PB L 57/17 van 18 februari 2021.

45

Projecten van organisaties Bij organisaties valt te denken aan onder andere stichtingen, verenigingen, coöperaties en bedrijven. Voor projecten van deze organisaties wordt per gemeente (en of de provincie Fryslân) een subsidieregeling opgesteld of een incidentele subsidie verstrekt. Juridisch kader (incidentele) subsidie: ▪ Algemene subsidieverordening van de betreffende gemeente; ▪ Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; ▪ Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee ▪ De Algemene Groepsvrijstellingsverordening; ▪ De De-minimisverordening. Projecten van particulieren Voor de projecten van particulieren zal in veel gevallen worden gewerkt met een overeenkomst van opdracht vanuit de gemeente. Het project wordt in een dergelijk geval door of in opdracht van de gemeente uitgevoerd ten behoeve van de particulieren. Veelal zal het gaan om een geclusterd project dat gelijktijdig voor meerdere particulieren wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld geluidsisolatie voor meerdere woningen). Het juridisch kader voor deze aanpak is gelijk aan het kader voor projecten in de openbare ruimte. Voor een aantal projecten zal gewerkt worden met een subsidie. Hiertoe zijn particulieren opgenomen als doelgroep in de voornoemde subsidieregeling die ook geldt voor de organisaties.

Met uitzondering van het staatssteunkader is het juridisch kader voor de subsidie aan particulieren gelijk aan die van de subsidie aan organisaties. 8.3.3 Gebiedsinvesteringen – tranche 2 - lokale impuls Management De provincie Groningen verstrekt een koepelsubsidie aan de gemeenten Het Hogeland, Westerkwartier, Noardeast-Fryslân, Ameland en Schiermonnikoog. Projecten worden enerzijds uitgevoerd door de gemeenten zelf en anderzijds door organisaties of particulieren. Per gemeente wordt er een gebiedsregisseur aangesteld. De gebiedsregisseur is verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van de gebiedsinvesteringen in de betreffende gemeente. Afhankelijk van het aantal projecten in de gemeente en de omvang daarvan zijn in de gemeenten ook (deel)projectleiders actief. Iedere gemeente zorgt zelf voor een eigen structuur om subsidies of opdrachten te verstrekken aan lokale projecten, beheert de afwikkeling en zorgt voor rapportage in overeenstemming met SPUK-voorwaarden. Governance De selectie van projecten en de toekenning van de middelen ligt primair bij de betreffende gemeente. Zij zorgt daarbij dat eventuele stakeholders (zoals bijv. waterschap) worden betrokken.

46

8.3.4 Gebiedsinvesteringen – tranche 2 – regionale impuls Management Voor de projecten in het Lauwersmeer alsmede het beheer van de middelen wordt aangesloten bij de bestaande structuur met stuurgroep Lauwersmeer. Voor elke opgave is aangegeven welke organisatie verantwoordelijk is. Er is dus geen aparte uitvoeringsorganisatie. De uitvoering ligt bij de betrokken overheden (water, natuur, economie, ruimtelijke ontwikkeling). Het financieel beheer ligt bij de provincie Fryslân die vanuit de provincie Groningen een koepelsubsidie ontvangt. Hiermee wordt aangesloten bij de bestaande financiële structuur voor de Toekomstagenda Lauwersmeer waarbij de provincie Fryslân de middelen beheert namens de Stuurgroep Lauwersmeer. Voor de projecten in en rond Lauwersoog ligt de projectleiding en het financieel beheer bij gemeente Het Hogeland. De middelen voor Lauwersoog worden toegevoegd aan de eerdergenoemde koepelsubsidie voor Het Hogeland. Het Hogeland werkt samen met de gemeenten Noardeast-Fryslân en Schiermonnikoog aan de gezamenlijke koers en uitvoeringsprogramma voor het gebied. Een gezamenlijk projectbureau zorgt voor samenhang en voortgang. Governance De Stuurgroep Lauwersmeer vormt het centrale bestuurlijke orgaan (de “governance‑top”) voor de projecten in het Lauwersmeer gebied.

In deze stuurgroep zitten de belangrijkste overheden en terreinbeheerders (Provincie Groningen, Provincie Fryslân, Gemeenten Het Hogeland en Noardeast‑Fryslân, Waterschap Noorderzijlvest, Wetterskip Fryslân, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer). Zij zijn gezamenlijke verantwoordelijkheid voor koers en keuzes. Daarnaast participeren: natuurorganisaties, landbouwsector, visserij, recreatie en bewoners. Voor de ontwikkelopgave Lauwersoog wordt een bestuurlijk overleg Lauwersoog-havengebied geformeerd waarin bestuurders van de gemeenten Het Hogeland, Noardeast-Fryslân en Schiermonnikoog zijn vertegenwoordigd. Besluiten die binnen het samenwerkingsverband worden genomen, worden vervolgens gelegitimeerd in de eigen volksvertegenwoordigende organen. De deelnemende overheden blijven zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de afspraken binnen hun eigen kaders en voor de vertaling ervan in hun eigen (omgevings-)beleid. Het bestuurlijk overleg Lauwersoog-havengebied bepaald gezamenlijk waaraan het geld van de gebiedsinvesteringen wordt besteed. De wethouder van Het Hogeland doet hiervan terugkoppeling in de Stuurgroep Lauwersmeer.

8.3.5 Extra middelen versterking natuur Management Omdat deze middelen bestemd zijn voor natuurprojecten op Schiermonnikoog is besloten om deze 2 M€ toe te voegen aan de eerder beschreven koepelsubsidie voor de gemeente Schiermonnikoog, dat optreedt als beheerder van de middelen. Schiermonnikoog draagt zorg voor een eigen structuur om subsidies en of opdrachten te verstrekken aan geselecteerde projecten, beheert de afwikkeling en zorgt voor rapportage in overeenstemming met SPUK-voorwaarden.

47

Governance Selectie van projecten en toekenning van de middelen voor natuur op Schiermonnikoog, dat grotendeels Nationaal Park is, vindt plaats op basis van een zwaarwegend advies van het Overlegorgaan Nationaal Park Schiermonnikoog. Hierin hebben de gemeente Schiermonnikoog, Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat, Vitens en lokale belanghebbende (natuur)organisaties op Schiermonnikoog zitting. 8.3.6 Extra middelen aanpak verzilting Management De provincie verstrekt een koepelsubsidie aan Waterschap Noorderzijlvest, dat optreedt als beheerder van de middelen. Noorderzijlvest draagt zorg voor een eigen structuur om subsidies of opdrachten te verstrekken aan geselecteerde projecten, beheert de afwikkeling en zorgt voor rapportage in overeenstemming met SPUK-voorwaarden. Governance Beoordeling/selectie van projecten en de verdeling van de middelen vindt plaats door gezamenlijke besluitvorming door Waterschap Noorderzijlvest en Gemeente Het Hogeland.

8.4

Monitoring en verantwoording

Als regiokassier krijgt de provincie Groningen de specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk. De provincie draagt er zorg voor dat de SPUK uitsluitend aan uitvoeringsactiviteiten wordt besteed en niet aan de (directe) kosten voor realisatie en (wettelijk) vereiste compensatie, die van toepassing zijn op de realisatie van de aanlandingen. De voorwaarden uit de SPUK legt de provincie in de koepelsubsidies door naar de betreffende regiopartners gemeenten. Hierin worden ook voorwaarden opgenomen met betrekking tot periodiek rapportages over de voortgang en de besteding van middelen. Naast de genoemde rapportages met betrekking tot de geleverde/te leveren prestaties en de geldstromen, leggen de provincie en de regiopartners jaarlijks verantwoording af over de besteding van de SPUK op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. Deze verantwoording over de besteding van specifieke uitkeringen verloopt op een landelijk uniforme wijze via de zogeheten SiSa-bijlage (Single information, single audit). Het gaat hier om een bijlage bij de jaarrekening van een betreffende gemeente of provincie. Aangezien de SiSa-bijlage onderdeel uitmaakt van de jaarrekening, heeft de accountantsverklaring van de jaarrekening ook betrekking op de specifieke uitkeringen.

Met betrekking tot de middelen voor aanpak van verzilting zal ook voldaan worden aan de eisen voor monitoring en verantwoording die voortvloeien uit de HVP.

48

8.5

Communicatie en zichtbaarheid

Ten behoeve van de communicatie zal het bestaande communicatieplan van de gebiedsinvesteringen tranche 1 worden geüpdatet voor de scope en activiteiten die samenhangen met tranche 2, inclusief de inzet van middelen voor de aanpak van verzilting en met de inzet van middelen voor natuur. Hierbij wordt de zichtbaarheid en erkenning van de oorsprong van de middelen geborgd en een duidelijke koppeling gemaakt tussen de aanlanding en de middelen.

49

9

FINANCIËN

9.1

Begroting

In de SPUK gebiedsinvesteringen - tranche 2 tussen het ministerie van KGG en de provincie Groningen staan de volgende uitkeringsbedragen opgenomen: Uitkering gebiedsinvesteringen - tranche 2: Extra middelen versterking natuur Extra middelen aanpak verzilting Bruto uitkering:

€ 49.000.000 € 2.000.000 € 5.000.000 € 56.000.000

Met de regionale partners is de volgende verdeling overeengekomen:

* De uitkering wordt verminderd met de BTW die aanmerking komt voor compensatie uit het BTWcompensatiefonds. Hiertoe zal in overleg met de regiopartners een nadere inschatting worden gemaakt. ** De uitvoeringskosten gelden als een maximum: ▪ In het geval dat de uitvoeringskosten van de provincies lager uitvallen, dan wordt het overschot naar rato verdeeld over de gemeenten en de waterschappen. ▪ In het geval dat de uitvoeringskosten in een specifieke gemeente of waterschap lager uitvallen, dan wordt het overschot ingezet als extra projectbudget in de betreffende organisatie. Zowel de projectbudgetten als de uitvoeringskosten kunnen betrekking hebben op al gemaakte kosten. Hierbij wordt maximaal teruggegaan tot 10 december 2025 (datum ondertekening bestuursakkoord).

50

9.2

Bevoorschotting

De provincie Groningen sluit zich voor de uitkering van de voorschotten aan de partners aan bij het kasritme zoals deze door het ministerie van KGG wordt gehanteerd in de SPUK. Nb: in onderstaande tabel zijn de nettobedragen opgenomen die de partners op grond van de SPUK ontvangen. Het deel dat door het rijk wordt afgedragen aan het BCF is al in mindering gebracht. Tabel toevoegen in latere versie

9.3

Projecten op basis van huidige inzichten

De in dit regioplan opgenomen projecten en projectbudgetten zijn vermeld op basis van de huidige inzichten. Gedurende de uitvoeringsperiode van de SPUK kunnen deze nog wijzigen. De wijzigingen worden afgestemd met het ministerie en jaarlijks verantwoord in de septemberrapportage (Bijlage 2 Regeling SPUK).

51

BIJLAGEN

52

BIJLAGE 1: FYSIEKE IMPLICATIES AANLANDING Aanleg van elektriciteitskabels Voor PAWOZ-Eemshaven worden zowel een wisselstroom (AC)-verbinding als gelijkstroom (DC)verbindingen onderzocht. De stroom loopt via zeekabels naar het vasteland en wordt met landkabels getransporteerd tot aan een transformator, al dan niet voorafgegaan door een converterstation (in geval van een DC-verbinding) en vervolgens wordt aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet van TenneT. De zeekabel wordt met de landkabel verbonden via een overgangsmof. De ruimtelijke impact hiervan is beperkt. De aanleg van de landkabels vindt in de basis plaats via open ontgraving. Hiervoor is een strook van 40-45 meter nodig. Daar waar open ontgraving niet mogelijk is (bijvoorbeeld bij het kruizen van een waterweg of snelweg, wordt een horizontale boring (HDD) toegepast. Schematische weergave DC-verbinding

Schematische weergave AC-verbinding

Bron: Witteveen en Bos / Royal HaskoningDHV Aanleg van waterstofleidingen Waterstofleidingen worden bij voorkeur afgezonken op de zeebodem en nadien begraven. Daar waar dit niet mogelijk, bijvoorbeeld bij het doorkruizen van een eiland wanneer er sprake is van bewegende zandplaten, wordt gebruik gemaakt van een horizontale boring. De leiding vanaf zee wordt aangesloten op een waterstof aanlandingsstation met een omvang van ongeveer 2 ha. Om de ruimtelijke en visuele impact hiervan te beperken wordt geprobeerd deze op een bestaande industriële locatie te realiseren. In het leidingtracé worden voor en na het aanlandingsstation afsluiterlocaties (20x20m) ingevoegd. 53

Bron: Witteveen en Bos / Royal HaskoningDHV

54

BIJLAGE 2: NOTITIE ANTI-VERZILTINGSMAATREGELEN

55

Overzicht maatregelen om de impact van verzilting in de Noordelijke kustzone te voorkomen of te mitigeren

1.

Inleiding en aanleiding

De Noordelijke kustzone van Groningen en Friesland wordt in toenemende mate geconfronteerd met verzilting. Autonome ontwikkelingen zoals zeespiegelstijging, bodemdaling, verminderde aanvoer van zoet rivierwater en zoute kwel vanuit diepere bodemlagen leiden tot een toenemende zoutbelasting van bodem en water. Dit kan resulteren in opbrengstderving, verslechtering van bodemkwaliteit en een afnemende beschikbaarheid van zoetwater voor beregening en teelt. Aanleiding voor deze notitie is de voorgenomen aanleg van ondergrondse hoogspanningskabels vanuit windparken op de Waddenzee (Doordewind-project). Agrariërs langs aanlandingspunten en kabeltracés maken zich zorgen dat bij de aanleg afdichtende bodemlagen (zoals klei- en veenlagen) worden doorsneden. Hierdoor kan een blijvende verbinding ontstaan tussen zouter grondwater en bovenliggende zoetere lagen, met als mogelijk gevolg extra zoute kwel, versnelde verzilting van de wortelzone en aantasting van zoetwatervoorraden in bodem en oppervlaktewater. Binnen het Doordewind-project zijn daarom vanwege deze verziltingsrisico’s extra middelen beschikbaar gesteld als extra impuls voor de regio. Dit staat los van de reguliere structurele kosten of wettelijk vereiste compensatie en mitigatie die direct samenhangen met de realisatie van de ondergrondse hoogspanningskabels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=6a675af4-5909-42b3-af65-ef15b57985d7