B&W 04-02 - Bijl.1 - Water en rioleringsprogramma Schiermonnikoog 2026 - 2035
Tekst van het document
Onderscheid wordt gemaakt in elektrisch/mechanische onderdelen (economisch afschrijven in 15 jaar) en bouwkundige onderdelen (economisch afschrijven in 40 jaar), zie bijlage 5-1 voor de langjarige investeringen. Lopende kapitaallasten In het kostendekkingsplan wordt rekening gehouden met lopende kapitaallasten (en de daarbij horende btwcomponent). De kapitaallasten zijn lager dan voorzien in het vorige GRP als gevolg van een substantieel lagere rekenrente (momenteel 1,68%, in het vorige GRP was dat nog 4,5%) en als gevolg van lagere investeringen. Exploitatielasten In dit Wrp wordt rekening gehouden met een gemiddelde jaarlijkse exploitatie van € 119 duizend (exclusief BTW en met uitzondering van de 10 jaarlijkse inspectieronde). Dit is de exploitatie met uitzondering van lopende kapitaallasten en dotatie aan of onttrekking uit de voorziening. Het bedrag is samengesteld op basis van de gemeentebegroting voor 2025, en de aanvullende kosten uit dit programma. Ook de BTWcomponent van deze bedragen is meegenomen in de berekening. In 2030 vindt een tussenevaluatie van het Wrp plaats, niet alleen beleidsmatig maar ook financieel. Tijdens de evaluatie kunnen de (financiële en beleidsmatige) wijzigingen doorgerekend en de consequenties vastgelegd worden. Ook wordt dan gekeken naar het verankeren van de watergerelateerde regels in het definitieve gemeentelijke omgevingsplan.
5.2.3
Baten
In de opgestelde kostendekkingsberekening is de periode 2026 t/m 2060 beschouwd. Voor de vervangingsinvesteringen zijn de toekomstige kapitaallasten voor riolen en de rioolgemalen berekend op basis van lineaire afschrijving van leningen met een looptijd van 70 jaar (uitzondering is mechanisch/elektrische onderdelen van pompen en gemalen en de riooldrukreiniger, deze zijn op 15 jaar gezet en de bouwkundige onderdelen van gemalen alsmede druk- en persleidingen: 40 jaar). Als rentepercentage is voor zowel de lopende kapitaallasten als voor nieuwe investeringen 1,68% gehanteerd. De rente- en afschrijvingskosten gaan lopen vanaf het jaar nadat de investering heeft plaatsgevonden (dan wel: het jaar nadat de werkzaamheden zijn gestart). 15
Op de lange termijn is het jaar van vervangen het jaar van aanleg plus de technische levensduur
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
44
Open
De gemeente beschikt over een (egalisatie) voorziening, BBV artikel 44 lid 2, en een resultaatsreserve. De voorziening heeft een saldo van € 368.000. In deze reserve komen positieve onvoorziene resultaten uit (enkel) de exploitatie terecht. Eventuele financiële tegenvallers worden hieruit onttrokken. Het saldo van de egalisatiereserve is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, mede als gevolg van lagere rentelasten. De voorziening dient voor het opvangen van schommelingen in en een toename van kapitaallasten als gevolg van een toename van het investeringsniveau en toekomstige vervangingspieken. Het saldo komt tot stand door (geraamde) dotaties. Er mogen ook onttrekkingen plaatsvinden om de rioolheffing niet te veel te laten schommelen. Huidige rioolheffing Het aantal eigendommen waarvoor door gebruikers in 2025 rioolheffing wordt betaald bedraagt 1.171 stuks (gebaseerd op de door COELO berekende gemiddelde rioolheffing in combinatie met de werkelijke baten). Er wordt een gedifferentieerde rioolheffing geheven op basis van het drinkwaterverbruik, waarbij onderscheid is aangebracht in een vast en een variabel deel. In de periode 2027 tot en met 2030 wordt uitgegaan van een stijging van 70 woningen (respectievelijk 10 en 3 keer 20 stuks). De baten uit de rioolheffing 2025 zijn geraamd op € 224.308.
Totale lasten, ontwikkeling rioolheffing 2025-2030 In de periode 2025 tot en met 2030 ontwikkelen de totale kosten zich als in onderstaande grafiek weergegeven. Gemiddeld blijven de kosten schommelen rond de € 248 duizend16.
Figuur 15 Lasten taakveld water en riolering in de periode 2025-2030 (prijspeil 2025)
In de periode 2026 tot 2035 is een jaarlijkse stijging van de rioolheffing nodig van 2,5% per jaar (behoudens jaarlijkse indexatie). Dit dient plaats te vinden om enerzijds de komende periode kostendekkend te blijven en anderzijds een dusdanige hoogte van de heffing (en saldo in de voorziening) te houden om stijgende lasten als gevolg van toenemende vervangingsinvesteringen in de toekomst op te kunnen vangen, zonder al te grote stijgingen door te hoeven voeren. Ook na 2035 is een stijging van afgerond 2,5% per jaar 16
Exclusief een dotatie aan of onttrekking uit de voorziening
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
45
Open
(exclusief indexatie) benodigd om de hogere kapitaallasten als gevolg van de vervangingspiek te kunnen dragen en derhalve kostendekkend te blijven. Jaar / periode 2025
Stijging tarief
Gemiddelde heffing € 191,57
2025 > 2026
0%
2026 t/m 2035
2,5% per jaar (exclusief indexatie)
2036 t/m 2054
2,5% per jaar (exclusief indexatie)
vanaf 2055
0 (exclusief indexatie)
Onderstaande grafiek toont de geprognotiseerde ontwikkeling van de rioolheffing op de korte en lange termijn (exclusief jaarlijkse indexatie). Let op: het betreft een gemiddelde (totale baten uit de rioolheffing gedeeld door aantal objecten).
Figuur 16 Ontwikkeling rioolheffing gemiddelde woning in de periode 2025-2060 (prijspeil 2025)
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
46
Open
BIJLAGEN
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
47
Open
Bijlage Begrippenlijst
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
48
Open
Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. Door het activiteitenbesluit is de regulering van afvalwaterlozingen drastisch gestroomlijnd. Lozingen vanuit een inrichting worden in beginsel met het Activiteitenbesluit geregeld. In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit. Afkoppelen Het hemelwater, afkomstig van verhard oppervlak, niet langer lozen op de riolering, maar op een andere wijze verwerken (hergebruik, infiltratie, lozing op oppervlaktewater). Afvalwaterwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) Zie Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Afvalwatertransportgemaal (AWTG) Het door de gemeente ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen getransporteerd naar het overnamepunt van het waterschap. Vanaf het overnamepunt is het waterschap verantwoordelijk voor het verpompen middels het afvalwatertransportgemaal, het transport en uiteindelijk de zuivering van het stedelijk afvalwater bij de RWZI. Basisrioleringsplan (BRP) – vervangen door SSW Een BRP geeft inzicht in het hydraulische en milieutechnische functioneren van het rioolstelsel. Hierin worden alle gegevens van het rioolstelsel van het betreffende gebied of van de betreffende stad opgenomen en doorgerekend.
Het gaat om de opbouw van het rioolstelsel in lengtes, diameters, jaar van aanleg, verhard oppervlak, etc. Op basis van deze gegevens worden in het BRP voorstellen gedaan hoe het stelsel te laten voldoen aan de gestelde eisen. De in het BRP aangegeven noodzakelijke veranderingen worden in het GRP opgenomen en (financieel) verwerkt. Bergbezinkbassin Een bergbezinkbassin, vaak afgekort als BBB, is een bak achter een overstort van een rioolstelsel. Bij een overstorting stroomt het BBB vol met water. Pas als het BBB vol is stort het water over vanuit het BBB op het oppervlaktewater. Na een overstorting wordt het water uit het BBB teruggebracht in het rioolstelsel, zodat het naar de RWZI kan stromen. Het BBB is bedoeld om vuilemissie via overstortingen te reduceren. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Besluit bouwwerken leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet en is te zien als de ‘vervanger’ van het Bouwbesluit 2012. In het Bbl staan de algemene rijksregels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur (amvb) onder de Omgevingswet. Deze amvb bevat inhoudelijke regels voor bestuurshandelen.
Het gaat daarbij onder meer over de omgevingswaarden, de instructieregels, de beoordelingsregels voor toestemmingsbesluiten (zoals de omgevingsvergunning en het projectbesluit), de programma’s en de programmatische aanpak, de monitoring en informatieverplichtingen en de bijzondere beheerbevoegdheden.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
49
Open
Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen in werking getreden. In dit besluit zijn regels opgenomen voor categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit en het lozen vanuit huishoudens is geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) Het Besluit lozing afvalwater huishoudens regelt alle lozingen vanuit particuliere huishoudens. De Wet milieubeheer, de Wet Bodembescherming en de Waterwet vormen de grondslag voor het besluit. Het Blah regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied. BTW compensatiefonds Als gemeenten en provincies diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover btw. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij die btw niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies met het BTW compensatiefonds toch de btw terugvragen (onder voorwaarden) die ze hebben betaald over uitbesteed werk. Droogweerafvoer (dwa) Dwa is de afvoer van afvalwater van huishoudens en bedrijven.
In tegenstelling tot rwa (regenwaterafvoer) is er altijd sprake van dwa, ongeacht de weersomstandigheden. Dwa bestaat vrijwel volledig uit vuil water, doordat in droge perioden geen neerslag wordt afgevoerd. In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens droog weer zeer gering ten opzichte van de maximale afvoercapaciteit. Drukriolering Drukriolering bestaat uit leidingen met een kleine diameter waardoor het afvalwater onder druk wordt afgevoerd. Elke aansluiting is voorzien van een pompunit die het afvalwater in het drukriool pompt. Om grotere afstanden en/of hoogteverschillen te overbruggen worden tussengemalen toegepast. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de RWZI of naar het gemengd rioolstelsel, van waar het water onder vrij verval naar de RWZI stroomt. Drukriolering wordt voornamelijk toegepast in het buitengebied, waar percelen op relatief grote afstand van elkaar liggen. Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) Het GRP beschrijft de beleidsvoornemens en bijbehorende maatregelen voor inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater voor een periode van 4 à 5 jaar. Vanaf 2008 zijn de hemelwater- en grondwaterzorgplicht aan de afvalwaterzorgplicht toegevoegd. Het GRP vertaalt de maatregelen in een kostendekkingsplan en geeft aan welke gevolgen dit heeft voor de rioolheffing.
De planverplichting is per 1 januari 2024 vervallen als gevolg van de Omgevingswet. Het Water- en rioleringsprogramma is door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. De financiële gevolgen worden in de P&C cyclus aan de gemeenteraad voorgelegd. Gemengd (riool)stelsel In een gemengd rioolstelsel wordt overtollig hemelwater en afvalwater van huishoudens en bedrijven door hetzelfde buizenstelsel afgevoerd. Bij droog weer is er alleen afvalwater van huishoudens en bedrijven (dwa). Tijdens neerslag mengt het regenwater (rwa) zich met het vuile water. Dit heeft twee grote nadelen. Ten eerste wordt het relatief schone regenwater gemengd met vuil water en dan naar de RWZI afgevoerd om te worden gezuiverd. Ten tweede wordt de riolering overbelast bij extreme neerslag. Het met vuil water vermengde regenwater komt dan via overstorten ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Dit zorgt voor vervuiling van het oppervlaktewater en de waterbodem.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
50
Open
Gescheiden (riool)stelsel In een gescheiden rioolstelsel zijn aparte buizenstelsels aangelegd voor vuil water (dwa) en regenwater (rwa). De dwa wordt naar de RWZI getransporteerd. De rwa wordt veelal afgevoerd naar nabijgelegen oppervlaktewater. Het nadeel van gescheiden stelsels is dat het regenwater soms tot vervuiling van het oppervlaktewater leidt. Dit is met name het geval als na droge perioden het vuil van wegen en andere oppervlakken met het regenwater in de riolering spoelt. Dit nadeel wordt grotendeels ondervangen in verbeterd gescheiden stelsels (vgs). Groot onderhoud Onderhoud van ingrijpende aard dat op een groot deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere gebruiksperiode moet worden verricht, ook wel lang-cyclisch onderhoud genoemd. Individuele behandeling afvalwater (IBA) Een IBA systeem is een installatie om huishoudelijk afvalwater te zuiveren. Deze systemen worden vaak toegepast in situaties waar geen aansluiting op riolering kan worden gemaakt. In Nederland moeten IBA’s voldoen aan emissie-eisen. Er zijn verschillende IBA-systemen; het meest bekend is de septic tank. Een ander voorbeeld is het helofytenfilter (rietveld). Kaderichtlijn Water (KRW) De KRW is een Europese richtlijn die sinds 2000 van kracht is met als doel om het water in de Europese Unie te beschermen en duurzaam gebruik te bevorderen.
De KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering, waarbij chemische en ecologische kwaliteitsdoelen worden gesteld. EUlidstaten moeten deze goede toestand uiterlijk in 2027 bereiken. Openbare hemelwaterstelsels Openbare (gemeentelijk) hemelwaterstelsels zijn voorzieningen voor de inzameling, transport en verdere verwerking van uitsluitend afvloeiend hemelwater. Daaronder vallen de rwa-riolen (regenwaterafvoer) van (verbeterd) gescheiden stelsels, infiltratievoorzieningen, doorlatende verharding en retentievijvers. Openbare ontwateringsvoorzieningen Ontwateringstelsels (voor grondwater) zijn voorzieningen waarmee structurele grondwateroverlast wordt voorkomen. Onder openbare ontwateringsvoorzieningen vallen onder andere: oppervlaktewateren (zoals greppels, sloten, kanalen en vijvers), drainagenetwerken en IT-riolen (infiltratie en transport) waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer. Ontwateringsvoorzieningen kunnen ook omgekeerd werken en in droge tijden water aanvoeren om grondwaterstanden op peil te houden. Openbare vuilwaterstelsels Een openbaar vuilwaterriool is een voorziening in beheer bij de gemeente voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; dat wil zeggen het afvalwater geproduceerd door huishoudens en al het water dat hier mee gemengd is zoals bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater en/of grondwater.
Onder het openbare vuilwaterstelsel vallen gemengde riolen, dwa-riolen (droogweerafvoer), drukriolering en (vrijwel) alle transportleidingen. Overstort Een overstort eis een (nood)uitlaat van een rioolstelsel. Overstorten treden in werking als de capaciteit van het gemengde rioolstelsel onvoldoende is om alle neerslag te verwerken. Randvoorziening
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
51
Open
Om de omvang en schade van riooloverstortingen te verminderen zijn diverse randvoorzieningen aangelegd bij de riooloverstorten. De randvoorzieningen zijn uitgevoerd als bergbezinkbassin of bergbezinkleiding. Dit is een grote betonnen bak of leiding waarin afvalwater tijdelijk wordt geborgen. Als de bui is overgetrokken en het riool niet meer vol is, stroomt het hemelwater en het vervuilde slib terug het rioolstelsel in naar de zuivering. Door deze extra inhoud aan het rioolstelsel toe te voegen, daalt het aantal riooloverstortingen. Daarnaast is de voorziening zo ontworpen dat het verontreinigde slib zo veel mogelijk bezinkt. Het water dat alsnog overstort vanuit de randvoorziening op oppervlaktewater is relatief schoon. Relinen Het renoveren van een riool middels (bijvoorbeeld) een met kunsthars geïmpregneerde kous. Na reiniging wordt de kous in de te repareren rioolstreng aangebracht. Door of lucht of water in te pompen wordt het doek tegen de leidingwand gedrukt, waarna het doek aan de wand hecht. Bij deze methode behoeft de straat niet te worden opgebroken, wat een (kosten)voordeel oplevert ten opzichte van traditionele vervanging. De restlevensduur van het op deze wijze gerepareerde riool is hoog. Regenwaterafvoer (rwa) Rwa is de afvoer van overtollig hemelwater. In tegenstelling tot dwa is er alleen sprake van rwa tijdens en na regenbuien.
In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens rwa-omstandigheden zeer groot t.o.v. de droogweerafvoer. Hierdoor kan het rioolstelsel overbelast worden, hetgeen leidt tot overstortingen op oppervlaktewater en in extreme situaties tot waterhinder of zelfs -overlast. Rioolwaterwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Het ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen via afvalwatertransportgemalen (AWTG) afgevoerd richting de rioolwaterzuiveringsinstallaties (AWZI). De RWZI’s en AWTG’s zijn eigendom van het Waterschap die verantwoordelijk is voor het bij het overnamepunt inzamelen, verder transporteren en zuiveren van het afvalwater. Stichting RIONED Stichting RIONED is de koepelorganisatie voor de riolering en het stedelijk waterbeheer in Nederland. In RIONED participeren alle partijen die bij de rioleringszorg betrokken zijn: overheden (gemeenten, waterschappen, rijk en provincies), bedrijven (leveranciers, adviesbureaus, inspectiebedrijven en aannemers) en onderwijsinstellingen. Zij zijn de begunstigers van RIONED. De belangrijkste taak van Stichting RIONED is het beschikbaar stellen van kennis aan de vakwereld. Dit doet RIONED door onderzoek, het bundelen van bestaande kennis en het op vele manieren informeren en bij elkaar brengen van professionals.
RIONED signaleert problemen in de dagelijkse praktijk van de rioleringsbeheerder en kaart deze aan bij bestuurders en beleidsmakers. Ook informeert Stichting RIONED het brede publiek. Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) Het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) is sinds 2020 de opvolger van het (verbrede) Basisrioleringsplan (BRP) voor alle gemeentelijke watertaken, met daarin een beschrijving van de stedelijke watersystemen en het functioneren daarvan en een evaluatie van de gemeentelijke watertaken. Verbeterd gescheiden (riool)stelsel (vgs) Een verbeterd gescheiden stelsel is een gescheiden rioolstelsel waarbij het vuilwaterstelsel is gekoppeld met het regenwaterstelsel. Bij gescheiden stelsels komt meegespoeld vuil van wegen en andere oppervlakken in het oppervlaktewater terecht; met name aan het begin van een regenbui, na een droge periode. Dit wordt de “first flush” genoemd. In verbeterd gescheiden stelsels stroomt de first flush door de koppeling naar het vuilwaterriool en vandaar naar de RWZI. De koppeling is zo gemaakt dat alleen water van het regenwaterstelsel naar het vuilwaterstelsel kan stromen en niet andersom. Nadeel van verbeterd
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
52
Open
gescheiden stelsels is dat (op jaarbasis) relatief veel schoon regenwater wordt vermengd met vuil water en naar de RWZI wordt getransporteerd om te worden gezuiverd. Vrijvervalrioolstelsel In de meeste rioolstelsels wordt water onder vrij verval afgevoerd. Dit betekent dat het water door de zwaartekracht van hoog naar laag stroomt. De term vrijvervalrioolstelsel wordt vaak gebruikt in tegenstelling tot drukrioolstelsels, waarbij het water wordt afgevoerd door pompen. Water- en rioleringsprogramma (Wrp) Een Water- en rioleringsprogramma is de opvolger van het GRP (zie: gemeentelijk rioleringsplan) Omdat de inhoud van het plan veel breder is dan de naam ‘gemeentelijk rioleringsplan’ doet vermoeden is gekozen voor de term Wrp; het plan beschrijft en verankert de strategie per watertaak: a) Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater 17), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen; b) Hemelwater. De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (trits opvangen, bergen, afvoeren); c) Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken.
Tevens wordt ingegaan op klimaatadaptatie (met name wateroverlast en droogte). Als gevolg van een integrale benadering neemt daarnaast de wederzijdse relatie met ruimtelijke ordening toe. Daarnaast komen drinkwater en oppervlaktewater(kwaliteit) aan de orde in een Wrp.
17
Menging met grondwater is alleen toegestaan indien dat doelmatig is. Denk aan het lozen van drainagewater afkomstig van particuliere percelen met structurele grondwateroverlast. Aansluiting hiervan op het vuilwater riool is enkel doelmatig indien er geen andere lozingsmogelijkheden zijn. 4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
53
Open
Bijlage 1-1 Toelichting op het waterbeleid
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
54
Open
Europees beleid De Kaderrichtlijn Water (KRW) harmoniseert het waterbeleid binnen de EU-lidstaten. Het stelt doelen voor een goede ecologische en chemische toestand van het oppervlaktewater en het grondwater in 2027. Alle lidstaten zijn verplicht de richtlijn in hun nationale wetgeving op te nemen, plannen op te stellen en maatregelen uit te voeren om de waterkwaliteit te verbeteren en te beschermen. Directe consequentie voor de gemeente kan zijn de aanleg van extra waterberging ter plaatse van riooloverstorten op kwetsbare en zeer kwetsbare wateren. Rijksbeleid Het wettelijk kader werd gevormd door de Wet milieubeheer, 4.22 en 4.23. De Wet milieubeheer is door de Invoeringswet Omgevingswet aangepast, omdat delen zijn overgegaan naar de Omgevingswet. Deze wijzigingen zijn op 1 januari 2024 in werking getreden. Hiermee is de verplichting komen te vervallen om periodiek een gemeentelijk rioleringsplan vast te stellen. Dit is vervangen door een integrale omgevingsvisie, een programma en een omgevingsplan. Artikel 3.14 van de Omgevingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om een gemeentelijk rioleringsprogramma op te stellen. Dit programma is echter vrijwillig. Rijksregels ‘verhuizen’ naar het gemeentelijk omgevingsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 2024 is een aantal regels op rijksniveau vervallen.
Deze regels zijn overgeheveld naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Ook wel de 'bruidsschat' genoemd. De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: • begrippen • voorrangsbepalingen en overgangsrecht • regels over bouwwerken, open erven en terreinen • regels over milieubelastende activiteiten • regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond • regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen De gemeente kan het omgevingsplan wijzigen indien daar aanleiding toe is, dat geldt ook voor de bruidsschatregels. In deze bijlage is een aantal aspecten benoemd dat in het omgevingsplan verankerd kan worden. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om de bruidsschatregels om te zetten in het dan definitieve omgevingsplan. De Waterwet kent drie zorgplichten voor gemeenten namelijk afvoer van afvalwater, hemelwater en grondwater. Er bestaat een voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater en het geeft gemeenten de mogelijkheid om bij verordening (thans in het omgevingsplan) regels te stellen voor het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater. De gemeentewet geeft gemeenten mogelijkheden om de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. Gemeenten hebben een loketfunctie voor de burger voor problemen met water(overlast).
Dat betekent concreet dat de gemeente verantwoordelijk is voor de ontvangst van vragen en klachten en het organiseren van een vervolgtraject. Ook aan de burger is een eigen verantwoordelijkheid toegekend. Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Hemelwater De wetgeving geeft gemeenten een zorgplicht voor duurzame en doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. Het gaat hierbij om hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf op eigen terrein kunnen verwerken. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor hemelwater op eigen terrein. De zorgplicht 4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
55
Open
legt de nadruk op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. De wetgeving en zorgplichtformulering geven aan dat de uitwerking uit twee stappen bestaat: • Gemeente moet beoordelen in welke situaties zij redelijkerwijs van de particulier kan vragen om zelf het hemelwater aan de bron te verwerken, hiervoor kunnen hulpmiddelen worden ontwikkeld zoals regels en maatwerkvoorschriften. • Indien verwerking van het hemelwater aan de bron redelijkerwijs niet mogelijk is moet de gemeente voorzieningen treffen om het overtollige hemelwater af te voeren via een gemeentelijk systeem. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is voor de perceeleigenaar om het hemelwater zelf te verwerken, treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Hierbij gaat het dus om het aanbieden van een voorziening die op basis van lokale afwegingen bekostigd kan worden vanuit de rioolheffing. De gemeente kan haar zorgplicht zowel invullen via een gemengd systeem als via een gescheiden systeem. De wetgeving en het rijksbeleid verplichten de gemeente niet tot gescheiden inzameling. Doelmatigheid is het centrale criterium bij de gemeentelijke keuzes (beleidsvrijheid).
Grondwater Gemeenten hebben een zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De wetgeving geeft aan dat de burger met grondwateroverlast bij de gemeente met zijn probleem terecht moet kunnen. De gemeente is het eerste aanspreekpunt ((water)loket) voor de burger. Besluit lozing Afvalwater huishoudens Het Besluit regelt dat een vergunning of ontheffing voor het direct lozen van afvloeiend hemelwater vanuit huishoudens in oppervlaktewater of bodem wordt vervangen door een stelsel van algemene regels. In beginsel mag afvloeiend hemelwater van daken van huishoudens zonder verdere restricties in het oppervlaktewater, op of in de bodem of op een hemelwaterstelsel worden geloosd, behoudens een aantal uitzonderingen (op grond van nadere eisen of bij verordening). Het is toegestaan om het water afkomstig van zinken dakgoten rechtstreeks te lozen op oppervlaktewater of in de bodem. In gevallen waar dat voor de bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater of de bodem noodzakelijk is, kunnen door middel van het stellen van een nadere eis maatregelen worden geëist, die voorafgaand aan het lozen moeten worden genomen.
Dat is bijvoorbeeld het geval indien de gevel of het dak in zijn geheel van uitloogbaar materiaal is vervaardigd, waardoor de lozing van de uit de materialen uitgeloogde stoffen beduidend hoger is. De inwerkingtreding van het Besluit heeft in samenhang met de inwerkingtreding van de WGW plaatsgevonden. Besluit lozing buiten inrichtingen en Besluit lozing afvalwater huishoudens Het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) is een belangrijk onderdeel van de regelgeving onder de Omgevingswet. Dit besluit bevat regels voor lozingen die plaatsvinden buiten inrichtingen, zoals gedefinieerd in de Wet milieubeheer. Onder de Omgevingswet zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd: - Vergunningplicht: Voorheen was er een vergunningplicht voor directe lozingen op oppervlaktewater of rioolwaterzuiveringsinstallaties, tenzij een algemene maatregel van bestuur uitzonderingen maakte. Nu wijst het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) de vergunningplicht expliciet aan. - Geen algemeen verbod: Het principe ‘verboden te lozen, tenzij’ is vervangen door ‘je mag lozen, tenzij’. Dit betekent dat lozingen zijn toegestaan, tenzij specifieke voorschriften anders bepalen.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
56
Open
Het overgangsrecht voor het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) is ook van toepassing onder de Omgevingswet. Dit overgangsrecht regelt onder andere meldingen, gelijkwaardige maatregelen en maatwerkvoorschriften. Activiteitenbesluit Zoals het Besluit lozing afvalwater huishoudens een stelsel van algemene regels omvat voor lozingen van afvalwater en hemelwater vanuit huishoudens, regelt het Activiteitenbesluit de lozingen vanuit bedrijven en inrichtingen, behoudens agrarische bedrijven. Daarnaast is er nog het Besluit lozing afvalwater buiten inrichtingen, waarin algemene regels worden gesteld voor lozingen vanuit gemeentelijke riolering op oppervlaktewater en overige lozingen vanuit de openbare ruimte. Wet informatie-uitwisseling bovengrondse netten (Wibon) Deze wet regelt de informatie-uitwisseling tussen netbeheerders en grondroerders om graafschade aan ondergrondse netten te voorkomen. De Wibon speelt een cruciale rol in het beheer van bovengrondse en ondergrondse infrastructuur. De wet verplicht netbeheerders om informatie over de ligging van hun netten beschikbaar te stellen via het Kadaster. Grondroerders moeten deze informatie opvragen voordat ze graafwerkzaamheden uitvoeren om schade te voorkomen. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water (2011) is een overeenkomst tussen het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven.
Doelmatigheid van het waterbeheer vergroten door middel van samenwerking en het verminderen van bestuurlijke drukte staat centraal. Doel van het Bestuursakkoord Water is te blijven zorgen voor: - veiligheid tegen overstromingen - een goede kwaliteit water - voldoende zoet water. In 2018 zijn er aanvullende afspraken gemaakt om in te spelen op nieuwe uitdagingen, zoals digitalisering en cybersecurity. Deze afspraken richten zich op: - Kansen van de informatiesamenleving: Gebruik van data en technologieën om samenwerking te verbeteren. - Risico’s van digitale dreigingen: Gezamenlijke aanpak van cybersecurity-bedreigingen. - Regionale samenwerking: Gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven werken samen aan regionaal waterbeheer1. Met de invoering van de Omgevingswet biedt het Bestuursakkoord Water kansen voor meer regionaal maatwerk en versterkte samenwerking. Regionaal waterprogramma 2022-2027 (RWP) Het RWP is een Omgevingsprogramma met beleidskaders en uitwerkingen voor het provinciale waterbeheer en klimaatadaptatie. Het is een wettelijk verplicht programma dat een uitwerking is van de Friese Omgevingsvisie ‘De Romte Diele’ en de uitgangspunten genoemd in de Startnotitie RWP die oktober 2020 door Provinciale Staten (PS) zijn vastgesteld. Tot het moment van vaststelling van het RWP was het waterbeleid beschreven in het Vierde Waterhuishoudingsplan 2016 – 2021.
Dit plan vervalt met de vaststelling van dit RWP. De Omgevingswet verplicht provincies tot het opstellen van een Regionaal Waterprogramma. Dat programma wordt in het verlengde van de provinciale Omgevingsvisie opgesteld, waarbij deze visie op hoofdlijnen wordt aangevuld met een detaillering van het beleid in dit waterprogramma. De visie en het RWP vormen samen ‘het beleid’.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
57
Open
Het RWP is kaderstellend. Waterschappen werken de Omgevingsvisie uit in een wettelijk verplicht waterbeheerprogramma. Gemeenten kunnen een niet-verplicht en autonome watervisie opstellen, waarbij zij rekening houden met de provinciale visie. In de provincie Fryslân wordt het water beheerd door drie waterschappen: Wetterskip Fryslân, Noorderzijlvest en Zuiderzeeland. Eerstgenoemde beheert verreweg het grootste oppervlak in de provincie. Het drinkwater wordt in de gehele provincie geleverd door Vitens. Regionaal waterprogramma Fryslân 2022-2027: link Waterschapsbeleid Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is vastgesteld door het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân. De kerntaken van het waterschap Wetterskip Fryslân zorgt voor veiligheid achter de dijken, voor voldoende water en voor schoon water. Bij het uitvoeren van deze drie kerntaken werkt het wetterskip nauw samen met collega-overheden, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven. Elke zes jaar maakt zij een waterbeheerprogramma (WBP) waarin de doelen zijn aangegeven. Maar ook hoe zij die doelen wil bereiken en wat zij daarvoor gaat doen. De planstructuur De Omgevingswet verplicht Rijk, provincies en gemeenten om omgevingsvisies te ontwikkelen die onderling zijn afgestemd. Die verplichting heeft Wetterskip Fryslân niet.
Toch maakt het wetterskip een omgevingsvisie die is gericht op water: de blauwe omgevingsvisie (BOVi). Zo kan ze samen met haar gebiedspartners aan de toekomst van onze (gezamenlijke) omgeving werken. Waterschapsverordening Tot 2024 stonden in de keur de regels voor de bescherming van bijvoorbeeld dijken, kades, gemalen, sluizen en stuwen. Ook regelde de keur de bescherming van bepaalde sloten, kanalen, meren en de zee. En ook grondwater, bergingsgebieden en het waterpeil. Sinds de Omgevingswet staan deze regels in de Waterschapsverordening. De onderhoudsplichten staan in de Onderhoudsverordening. Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân: link
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
58
Open
Bijlage 2-1 Rioolstelsel en externe overstorten
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
59
Open
Kenmerk/put nr.Overstortkenmerk I+II */3013
Adres en Drempel- Stelseltype Loost op: Knelpuntscore XY- coördinaat kadastrale hoogte / WRWcoördinaat aanduiding breedte methodiek Reeweg 1.50 m+/ Verbeterd Poldersloot 4 206.422 609.900 (B2635) 3.50m Gemengd-bbl III/3005 M.Grietjespad 1.50 m+/ Verbeterd Polder5 205.956 609.945 (B2636) 2.00m Gemengd-bbl bermsloot * overstort I en II zijn samengevoegd tot één overstort en loost via randvoorziening (bbl 186m3); lokaal kenmerk 3013
Zie voor nadere (technische) gegevens en kenmerken BRP Schiermonnikoog 2017 (kenmerk WATBE8363R001D01) en Afkoppelplan Schiermonnikoog 2022 (kenmerk BI6090-RHD-ZZ-XX-RP-Z0001)
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
60
Open
Bijlage 2-2 Wat hebben we gedaan
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
61
Open
De ontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing is in onderstaande figuur weergegeven. Wanneer we de hoogte van de gemiddelde heffing in 2025 vergelijken met die van 2018 (eerste jaar van de vorige planperiode) valt op dat deze slechts met 3,8% gestegen is. Dit ondanks de hoge inflatie van de afgelopen jaren en de in het GRP geprognotiseerde stijging van 1,0% per jaar exclusief indexatie.
De tabel op de volgende pagina’s toont de status van de geplande onderzoeken, maatregelen en investeringen uit het vorige plan (GRP 2018-2027).
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
62
Open
Maatregelen, respectievelijk investeringen uit GRP
Doel 2 3/4/5
Maatregel Registratie afgekoppelde oppervlakken Rioolinspectie frequentie continueren
1-7 1-7 1-7 1/2/4
Actualiseren BRP (SSW) Tussenevaluatie GRP (ook financieel) Opstellen GRP 5 Huisaansluitingen op gemeentesite ontsluiten
3/4/5 6/7 8 1-7
Verrichten van reparatiewerkzaamheden Vergunningverlening/controle/handhaving Bijdrage in Friese samenwerking BRP maatregelen - Sturen ledigingsgemalen BBL’s - Aanpassen drempels BBL Reeweg - Meten en monitoren: inmeten drempels nameten x,y,z, selectie b.o.b.’s en periodieke controle debieten Klimaatstresstest hemelwater (in samenwerkingsverband)
5 2/3/4/5 7 Doel 3/4/5 2/4/5 3/4 3/4 6 6 7
4 december 2025
Telemetrie 4 gemalen: abonnementskosten Exploitatie van het nieuwe grondwatermeetnet Investering Rioolvervanging Afkoppeling, inclusief afkoppelplan (2018) Pompen en gemalen: elektromechanisch Pompen en gemalen: bouwkundig Drukrioolreiniger 2018 Rioolinspectieset (eenmalig) Aanleg van een grondwatermeetnet (ca. 10 peilbuizen)
BIJLAGE
Stand van zaken / uitgevoerd? (+beschrijving) Niet uitgevoerd, geen urgentie. We inspecteren 1x in de 10 jaar. In het voorjaar van 2025 heeft een extern rioolreinigings- en inspectiebedrijf de werkzaamheden uitgevoerd. Hieruit is een rioolvervangingsprogramma voor de komende 10 jaar opgesteld. Is vervangen door het afkoppelplan dat in de planperiode opgesteld is. Niet nodig gebleken om tussentijds bij te sturen Vervangen door voorliggend Water- en rioleringsprogramma Huisaansluitingen zijn ingevoerd in BrutIS en doorgegeven aan Kadaster. Ontsluiting via de website wordt als ondoelmatig gezien. Jaarlijks uitgevoerd; veelal verstopping door wortelingroei Jaarlijks uitgevoerd Jaarlijkse bijdrage Hele rioolstelsel in BrutIS opgenomen (vrij verval en drukriool). Jaarlijkse inspectie van gemalen uitgevoerd en daaruit voortkomende maatregelen uitgevoerd. Wens om telemetrie en debietmeting bij 4 gemalen aan te leggen (2026)
Afkoppelplan opgesteld. Maatregelen worden komende jaren uitgevoerd met subsidie impulsregeling klimaatadaptatie: waterberging Reeweg, 40 infiltratiekolken en aanleg regenwaterriool. Nog niet uitgevoerd, maar is wel gewenst. Voorbereiding in 2025, uitvoering 2026 Grondwatermeetnet aangelegd in 2022. Monitoring loopt tot 2027. Stand van zaken / uitgevoerd? (+beschrijving) Voorbereiding in 2026 en uitvoering in 2027 Voorbereiding in 2026 en uitvoering in 2027 Uitgevoerd in 2024 Uitgevoerd in 2024 Rioolwagen is in 2018 vervangen vervangingswaarde € 45.000 Ingekocht in 2018 Meetnet van 5 peilbuizen aangelegd in 2022. Monitoring loopt tot 2027. Daarna verlengen.
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Open
Bijlage 3-1 DoFeMaMe Doelen Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden
4 december 2025
BIJLAGE
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Open
Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Kennisbank Stedelijk Water besteedt aandacht aan doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. Inleidend is daarin het volgende opgenomen: Het Water en rioleringsprogramma beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan haar wettelijke waterzorgplichten. Om dit eenduidig vast te leggen, is de systematiek van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden ontwikkeld. Deze aanpak is in Nederland al bijna vijftien jaar gemeengoed en heeft inmiddels een breed draagvlak verworven. Ook de Europese norm Buitenriolering NEN-EN752 houdt deze methodiek aan. Met de beschrijving van doelen en functionele eisen legt u de gewenste situatie van de toestand en het functioneren van afval-, regen- en grondwatervoorzieningen in uw gemeente vast. Door vervolgens maatstaven en de daarbij behorende meetmethoden te formuleren, maakt u de invulling van de gemeentelijke watertaken concreet en toetsbaar. Behalve eisen aan de voorzieningen stelt u ook voorwaarden aan het beheer ervan door de gemeente. Zo kunt u het gewenste functioneren van de voorzieningen realiseren en waarborgen. Ook deze voorwaarden kunt u toetsbaar maken door ze te specificeren in concrete maatstaven en meetmethoden.
Wijziging Door de verbreding van de rioleringszorg naar de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater en de komst van de Waterwet is de focus verbreed en meer gericht op de dienstverlening (de maatschappelijke prestaties) van de infrastructuur. Daarbij is de 'oude' DoFeMaMe-systematiek onverminderd goed bruikbaar om de zorgplichten te vertalen naar concreet meetbare effecten. Namelijk door de doelen niet langer te beperken tot een beschrijving van het gewenste systeemgedrag, maar van de beoogde effecten.
Ook de gemeente Schiermonnikoog werkt volgens deze methodiek, waarbij de volgende kernwaarden worden gehanteerd: 1. doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater 2. doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater 3. doelmatig transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt 4. voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater 5. minimale overlast voor de omgeving 6. effectief rioleringsbeheer 7. invulling geven aan de grondwaterzorgplicht 8. informeren en betrekken van inwoners en bedrijven De kernwaarden onderverdeeld naar de watertaken: Zorgplicht
Kernwaarde
Afvalwater
1, 3, 4, 5 (deels), 6 en 8
Hemelwater
2, 4, 5, 6 en 8
Grondwater
7 en 8
4 december 2025
BIJLAGE
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Open
Doelen (kernwaarden) 2025 Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Kernwaarde 1: Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater 1.1
Alle percelen binnen het gemeentelijk gebied, waar afvalwater vrijkomt, moeten van een rioolaansluiting zijn voorzien, uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling doelmatiger is. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
Alle percelen voorzien van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling (centraal of decentraal) van het afvalwater doelmatiger is.
Controle van alle aansluitingen op riolering (en IBA’s).
1.2
Beperken van ongewenste lozingen op de riolering. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
Naleven lozingsvoorwaarden in de Wm.
Controle, handhaving, registratie (door milieu-inspectie).
1.3
De objecten moeten in goede staat zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid of stabiliteit worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is).
Inspectie van het rioolstelsel en classificatie volgens gangbare NENsystematiek en maatstaventabel
4 december 2025
BIJLAGE
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Huidige situatie: alle percelen zijn de aangesloten. Nieuwe ontwikkelingen: binnenstedelijk en uitleggebieden aansluiten op riolering (tenzij initiatiefnemer aantoont dat er bij alternatieve systemen sprake is van ‘eenzelfde graad van bescherming van het milieu’. Voor het buitengebied wordt een doelmatigheidsafweging gemaakt. Huidige situatie: er vindt momenteel geen controle en/of handhaving plaats. Nieuwe ontwikkelingen: nieuwe aanleg toetsen op ongewenste lozingen (huidige werkwijze). Huidige werkwijze voortzetten, rekening houdend met de aanwezigheid van grondwaterbeschermingsgebieden.
Open
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Kernwaarde 2: Doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater (dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding) 2.1
2.2
2.3 2.4
2.5
Nieuwe ontwikkelingen: alleen inzamelen van afstromend hemelwater voor zover dit redelijkerwijs niet op eigen perceel of op openbaar terrein te verwerken is. In het belang van: wateroverlast. Zoveel mogelijk voorkomen van het onnodig afvoeren van schoon hemelwater naar de RWZI. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu.
Daar waar hemelwater niet op het eigen perceel en delen van het openbaar gebied verwerkt kan worden, zijn voorzieningen aanwezig om het overtollige hemelwater in te zamelen.
Controle bij verlenen Omgevingsvergunning bouwen en door middel van toezicht en handhaving.
Huidig (hemelwater)beleid bij nieuwe ontwikkelingen / sloop en nieuwbouw voortzetten
Bij alle percelen en delen van de openbare ruimte waarvan het in te zamelen hemelwater geschikt is voor de lokale waterhuishouding wordt gebruik gemaakt van voorzieningen om het hemelwater terug te brengen naar bodem of oppervlaktewater (mede met het oog op tegengaan verdroging).
Huidige werkwijze voortzetten, inzetten op afkoppeling openbare verharding (inclusief daken) alsmede particuliere verharding op projectbasis en stimuleren initiatieven.
De instroming in riolen via kolken moet ongehinderd plaatsvinden. In het belang van: wateroverlast De objecten moeten in goede staat verkeren. In het belang van: volksgezondheid (veiligheid). Hemelwater mag alleen worden afgevoerd via een stelsel dat daarvoor ontworpen is, dus niet via voorzieningen die alleen voor DWA zijn ontworpen zoals vuilwaterriolering bij vrijverval stelsels, druk-, vacuüm- en luchtpersrioleringsstelsels. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu.
Problemen (overlast) als gevolg van disfunctioneren kolken minimaliseren
- Inventariseren afkoppelkansen. - Mogelijkheid van afkoppeling meenemen bij ingrepen in openbare ruimte. - Particulieren en bedrijfsleven stimuleren verhard oppervlak af te koppelen. Registreren en evalueren waarnemingen, klachten.
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid of stabiliteit worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is).
Inspectie van het rioolstelsel en classificatie volgens gangbare NENsystematiek en maatstaventabel
Verpompte hoeveelheden in stelsels voor DWA komen overeen met de afvalwaterproductie bij droogweer.
Controle en handhaving indien daar aanleiding voor is (vermoeden, disfunctioneren, toename storingen/ elektriciteitsverbruik).
Inspectiestrategie voortzetten. Inspectie van het hemelwaterstelsel vindt gelijktijdig met inspectie van het gemengde stelsel plaats. Controle op foutaansluitingen in buitengebied, eventueel in combinatie met inzicht in kwaliteit stelsel indien daar aanleiding toe is. Focus op stelsels gelegen in of in de nabijheid van grondwaterbeschermingsgebieden.
4 december 2025
BIJLAGE
In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in.
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Huidige werkwijze en frequentie voortzetten.
Open
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Kernwaarde 3: Doelmatig transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt Geen nadelige gevolgen als gevolg van een te beperkte afvalwaterafvoercapaciteit tijdens droogweer omstandigheden. In het belang van: volksgezondheid en milieu. De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om het aanbod van afvalwater bij hevige neerslag te kunnen verwerken, tenzij het extremen betreft (geen overlast bij bui08). In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu.
Bij nieuwbouw, nieuwe ontwikkelingen: ontwerp zodat overlast wordt voorkomen. Optimaal stelselontwerp conform “ontwerpgrondslagen” Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED).
Hydraulische berekening volgens module C2100. Toetsen van bestaand afvalwaterriool, drukriool indien debiet als gevolg van uitbreiding / ontwikkelingen toeneemt.
Toetsen of uitbreidingen geen negatief effect hebben op bestaande stelsel(s).
Gemiddeld (maximaal) 1 keer per 2 jaar in geringe mate water-op-straat (theoretisch, bui08) wordt geaccepteerd. Dit mag niet leiden tot overlast / schade. Hierbij rekening houden met klimaatverandering door effecten van extremere buien in beeld te brengen en maatregelen ‘zwaarder’ uit te voeren dan noodzakelijk voor de ‘norm’.
Hydraulische berekening volgens module C2100.
3.3
De afstroming dient gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu.
- Inspectie van het rioolstelsel en classificatie volgens gangbare NENsystematiek en maatstaventabel - Toetsen ontwerpen. - Waarnemingen tijdens beheer en onderhoud gemalen. - Extra aandacht voor gevoelige plekken voor vuilophoping, kans op verstoppingen.
3.4
Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de zuiveringsinrichting te bereiken. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
- Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid of stabiliteit worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is), zie 1.3 en 2.4. - Ingrijpmaatstaven voor zand/vuilophoping, obstakels en vuilafzetting worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is). - Inslagpeilen van gemalen moeten onder binnen onderkant (BOK) laagst aanvoerend riool liggen. - Nieuw te realiseren putten van DWA riolering dienen, indien nodig, voorzien te zijn van een stromingsprofiel. Persleidingen moeten in of zo dicht mogelijk bij de ontvangende gemalen uitkomen. Daarnaast moeten de ontvangende putten en riolen voorzieningen hebben om aantasting en stankoverlast te voorkomen.
Norm is geen overlast (en schade) bij bui08. Anticiperen op klimaatverandering middels het uitvoeren van adaptieve maatregelen. Streven naar geen overlast (en schade) bij bui09. Dit is een lange termijn doel, mede te bereiken door gerichte maatregelen te treffen (zoals afkoppeling) en oppervlakkige afstroming in beeld te brengen (stresstest). - Er vindt terugkoppeling plaats over bevindingen tijdens inspecties, beheer en onderhoud gemalen. - Gevoelige locaties zijn bekend, wordt op geanticipeerd door extra onderhoud. - Ontwerpen worden hierop getoetst; het stromingsprofiel wordt meegegeven als randvoorwaarde bij nieuwe aanleg/ vervanging.
3.1
3.2
4 december 2025
BIJLAGE
Hydraulische berekening, maximale verblijftijd van 24 uur. Situatie onderzoeken indien daar aanleiding toe is (klachten).
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Open
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Kernwaarde 4: voorkomen van ongewenste emissies naar bodem, grond- en oppervlaktewater 4.1
Riolen dienen in voldoende mate waterdicht te zijn, waardoor er geen negatieve effecten voor het milieu zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
Ingrijpmaatstaven voor lekkage, inhangende rubberring, verplaatsingen, beschadigingen en wortelingroei worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is).
Inspectie van het rioolstelsel en classificatie volgens gangbare NENsystematiek en maatstaventabel
Huidige werkwijze voortzetten, rekening houdend met de aanwezigheid van grondwaterbeschermingsgebieden.
4.2
De vuiluitworp door overstorten op bodem, grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu. De vuiluitworp door hemelwaterlozingen op bodem, grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
De vuiluitworp mag geen negatief effect hebben op de kwaliteit van het ontvangend oppervlaktewater of bodem/grondwater.
Indien in de praktijk blijkt dat kwaliteit oppervlaktewater (of bodem/grondwater) negatief beïnvloed wordt, wordt onderzoek verricht naar oorzaak.
Alleen relatief schoon hemelwater mag worden geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater.
Gemeente beoordeelt of verwachte kwaliteit het afstromende hemelwater van af te koppelen oppervlak voldoende is om direct of indirect te lozen op oppervlaktewater of in de bodem. Uitgangspunt daarbij is dat hemelwater in principe schoon is. Bij de keuze rekening houdend met de aanwezigheid van grondwaterbeschermingsgebieden. Daar waar nodig vindt afstemming met waterschap en Vitens plaats.
Stelsel voldoet aan eisen van de waterkwaliteitsbeheerder, alleen onderzoek indien de kwaliteit van ontvangend (oppervlakte)water daar aanleiding toe geeft. Tegengaan vervuiling afstromend hemelwater en beoordelen potentieel risico verontreiniging als gevolg van afstromend hemelwater alvorens besluit te nemen over al dan niet toepassen extra voorziening (bodempassage). E.e.a. in overleg met het waterschap en/of Vitens.
4.3
4 december 2025
BIJLAGE
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Open
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
- Storingen van hoofdrioolgemalen dienen binnen 24 uur verholpen te zijn (berging stelsel is 24 uur) of noodmaatregelen dienen getroffen te zijn. - Vuilwatergemalen in een gebied met externe overstorten dienen te zijn uitgerust met een reserve pomp. - Gemalen zijn voorzien van een automatische storingsmelding. Storingen van drukrioolgemalen (pompunits voorzien van rode lamp signalering) dienen binnen 24 uur na de melding verholpen te zijn of noodmaatregelen dienen getroffen te zijn.
Adequaat doorgeven storingen aan de buitendienst/aannemer. Periodiek beheer en onderhoud conform overeengekomen frequenties.
Binnen 24 uur moet er een zodanige (nood) oplossing gerealiseerd zijn dat de vuilwaterafvoer weer geborgd is.
Adequaat doorgeven storingen aan de buitendienst/onderhoudsmonteur. Periodiek beheer en onderhoud conform overeengekomen frequenties.
Is huidige werkwijze.
Kernwaarde 5: Minimale overlast voor de omgeving Zie ook kernwaarde 3: 3.2 met betrekking tot wateroverlast
5.1
De bedrijfszekerheid van hoofdgemalen en andere objecten dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu.
5.2
De bedrijfszekerheid van drukrioolgemalen dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
5.3
De stabiliteit van de riolen dient gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu.
Ingrijpmaatstaven voor aantasting, scheurvorming en deformatie worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is).
Inspectie van het rioolstelsel en classificatie volgens de gangbare NENsystematiek en normen, alsmede middels registraties bij weginspecties.
Is huidige werkwijze.
5.4
Voorkomen van stankoverlast bij gemalen en riool. In het belang van: overlast inwoners. Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. In het belang van: overlast inwoners.
Geen constatering van overlast door stank.
Adequaat reageren bij melding over overlast door stank en terugkoppelen aan de melder. Procedures voor afstemming
Is huidige werkwijze.
5.5
4 december 2025
BIJLAGE
Afstemming met andere werkzaamheden, bereikbaarheid handhaven, communicatie (informeren en betrekken) met bewoners.
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Reguliere werkwijze.
Open
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Overleg met betrokkenen over (proces en uitvoering) Wrp.
Conform huidige werkwijze.
Kernwaarde 6: Effectief rioleringsbeheer
6.1
Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden afgestemd met interne en externe overheidstaken en particuliere initiatieven. In het belang van: efficiency.
Goede communicatie bij inrichting van gebieden en beleidsplannen door gemeente, waterbeheerder, provincie, en overige betrokkenen.
6.2
Er dient voldoende inzicht te zijn in het functioneren van de riolering en de toestand van de objecten. In het belang van: efficiency.
- Herberekening van de vrijverval riolering iedere 15 jaar of eerder bij significante wijzigingen c.q. toename/afname van het wateraanbod. - Het rioolstelsel wordt eens per 5 jaar geïnspecteerd.
6.3
Er dient m.b.t. de verwijderingsplicht van vervallen riolen te worden voldaan aan het Bouwstoffenbesluit. In het belang van: wet- en regelgeving.
Vervallen riolen die zijn aangelegd na 1999 worden verwijderd (Bouwstoffenbesluit). Overige vervallen riolen worden zo veel mogelijk verwijderd, tenzij dit om technische of economische redenen niet kan. In dat geval worden de riolen gevuld, zodanig dat geen instortingsgevaar optreedt.
Verwerking op revisietekeningen.
Conform huidige werkwijze.
6.4
Er dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke materialen. In het belang van: milieu.
Daar waar mogelijk toepassen van duurzame en milieuvriendelijke materialen toepassen en afkoppelen indien dit geen negatieve gevolgen heeft.
Afkoppelplan, wel of niet afkoppelen.
Conform huidige werkwijze.
Rapportage aan bestuur (Berap, jaarrekening).
Conform huidige werkwijze.
6.5
6.6
Effectieve projectbeheersing. In het belang van: efficiency.
Er dient een klantgerichte benadering te worden nagestreefd. In het belang van: efficiency.
4 december 2025
BIJLAGE
Er dient jaarlijks een evaluatie plaats te vinden van de uitvoering van de rioleringszorg, zowel qua gepleegde investeringen, uitgevoerde werken als qua onderhouds- en beheer inspanningen. - Behandeling van klachten en/of meldingen en eerste reactie naar klager/ melder binnen 2 dagen. - Storingsdienst 24/7 bereikbaar voor acute storingen. - Diverse mogelijkheden voor indienen meldingen en/of klachten. - Evalueren en rapporteren van centraal gemelde klachten met betrekking tot disfunctioneren van de gemeentelijke riolering. - Gerichte voorlichting en adequate bewonersparticipatie.
Plannen in Wrp, wijzigingen waarnemen.
Conform huidige werkwijze.
Planmatig uitvoeren.
- Klachtenregistratie. - Meldingsmogelijkheden: schriftelijk, telefonisch, elektronisch en persoonlijk. - Voorlichting over afkoppeling en inlichten en betrekken inwoners in geval van ingrepen in openbare ruimte.
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Conform huidige werkwijze.
Open
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Kernwaarde 7: Invulling geven aan de grondwaterzorgplicht
7.1
Er is voldoende inzicht in de grondwaterhuishouding. In het belang van: (grond)wateroverlast.
De gemeente verzamelt gegevens van grondwaterstanden. Gevoelige locaties voor grondwateroverlast zijn bekend.
Registratie grondwaterstanden.
7.2
Grondwateroverlast in nieuwbouwsituaties voorkomen. In het belang van: (grond)wateroverlast.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn in overeenstemming met het Bouwbesluit 2012 (in een nieuwbouwwoning dient de begane grondvloer volgens het bouwbesluit dampdicht te worden gebouwd).
Bouwen conform Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) (voorheen Bouwbesluit) rekening houden met gemeentelijk grondwaterbeleid en ontwateringsdiepten.
Bij nieuwbouwplannen hiernaar refereren en aan toetsen.
Bewoners kunnen terecht voor vragen en/of klachten met betrekking tot grondwater. En zorgvuldig afhandelen meldingen door gemeente. In het belang van: wet- en regelgeving.
Bewoners kunnen bij gemeente terecht voor vragen en meldingen over het ondiepe grondwater in de gemeente. Gemeente hanteert een stappenplan voor het beoordelen en afhandelen van meldingen. Binnengekomen meldingen worden door de gemeente geregistreerd. De gemeente draagt zorg voor een goede samenwerking tussen de betrokken overheden indien de verantwoordelijkheid voor een melding geheel of gedeeltelijk ligt bij de waterbeheerder/ waterschap of grondwaterbeheerder/gemeente.
Klachtenregistratie via gemeentelijk systeem.
Inwoner kan terecht bij gemeente met vragen en/of klachten over (grond)water.
Zoveel mogelijk voorkomen en beperken van (aan de bestemming gebonden) structurele grondwateroverlast. In het belang van: (grond)wateroverlast.
De particulier is primair verantwoordelijk voor maatregelen op eigen terrein. Bij meldingen toetst de gemeente – naast de eigen verantwoordelijkheid van de particulier – aan de definitie van grondwateroverlast zoals vastgelegd in dit plan. Indien er na beoordeling door de gemeente sprake is van grondwateroverlast op particulier terrein in relatie tot de bestemming en deze zich redelijkerwijs niet op een andere wijze van het grondwater kan ontdoen, wordt in overleg een doelmatige oplossing gezocht.
Grondwaterbeleid is vastgelegd in het Wrp.
Voorkomen nieuwe overlast ook bijvoorbeeld door het meeleggen van drainage bij relining/vervanging van riolering indien daar aanleiding voor is (conform huidige werkwijze).
7.3
7.4
4 december 2025
BIJLAGE
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
Bijplaatsen van peilbuizen indien nader inzicht gewenst is (naar aanleiding van meldingen).
Open
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Kernwaarde 8: Informeren en betrekken van inwoners en bedrijven
8.1
Waterbewustzijn en milieubewust handelen vergroten In het belang van: milieu en overlast inwoners.
Doelstelling van het communicatieplan is een bijdrage leveren aan het creëren en/of versterken van waterbewustzijn van inwoners: 1. Communicatie moet leiden tot het vergroten van kennis en inzicht bij inwoners over het veranderende klimaat, ingestoken vanuit de consequenties en persoonlijke relevantie. 2. Communicatie moet leiden tot het bevorderen van een waterbewuste houding bij inwoners: realiseren van een reële houding en verwachting ten aanzien van de risico’s van klimaatverandering met begrip en draagvlak voor een eigen verantwoordelijkheid in preventie (waaronder op eigen initiatief duurzame maatregelen treffen, dan wel meewerken aan afkoppeling). 3. Communicatie moet aanzetten tot (water)bewust gedrag.
8.2
Eenduidig communiceren In het belang van: overlast inwoners.
Samenwerken binnen de regio (Friese gemeenten) en met de andere eilanden. Aansluiten bij regionale en landelijke campagnes om bewustwording te vergroten en goed rioolgebruik te stimuleren.
8.3
Burgerparticipatie In het belang van: overlast inwoners
Bij reconstructies/herinrichtingsprojecten maakt de gemeente gebruik van burgerparticipatie met betrekking tot de bovengrondse inrichting.
4 december 2025
BIJLAGE
Binnen de planperiode wordt aan de hand van bovengenoemde doelstellingen een passend pakket aan communicatiemiddelen ontwikkeld dat door de gemeente wordt ingezet om het (water)bewustzijn (en participatie) van inwoners te vergroten. Eén van de concrete voorbeelden is het opstellen van een folder voor de (nieuwe) bewoners van nieuwbouwwoningen ten aanzien van het omgaan met (hemel)water.