CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

B&W 04-02 - Bijl.1 - Water en rioleringsprogramma Schiermonnikoog 2026 - 2035

Raadsvergadering 20 januari 2026, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Ingekomen Stukken33.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Bundeling van krachten en capaciteit is belangrijk. Vooral voor meer generieke aspecten, communicatie en nieuwe ontwikkelingen (innovatie, wetswijzigingen) werkt Schiermonnikoog samen met andere Friese gemeenten en eilanden. Tijdens de bijeenkomsten in het kader van participatie wordt ook aandacht besteed aan het beperken van overlast tijdens de uitvoering, bereikbaarheid en tijdelijke maatregelen.

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Periodiek over communiceren (terug laten komen)

Niet zelf het wiel uitvinden maar op eenduidige wijze communiceren binnen de regio over bijvoorbeeld DPRA en particuliere afkoppeling.

Zie ook aspect 5

Open

Bijlage 3-2 Grondwatermeetnet

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Grondwatermeetnet gemeente Schiermonnikoog

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

HB01

HB02

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

HB03

HB04

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

HB05

Maaiveld RHG RHG RLG RLG [m+NAP] [m+NAP] [m-MV] [m+NAP] [m-MV] HB01 4,54 3,69 0,85 2,72 1,82 HB02 3,59 2,95 0,64 2,29 1,3 HB03 2,79 2,03 0,76 1,49 1,3 HB04 4,06 3,35 0,71 2,62 1,44 HB05 3,45 2,89 0,56 2,3 1,15 NB metingen vanaf 2024; één (extreem) jaar is niet representatief met name de winterperiode was extreem nat Peilbuis

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Bijlage 3-3 Landelijke Maatlat Zie voor meer informatie over de Landelijke Maatlat ook: Landelijke maatlat (overheid.nl)

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Bijlage 4-1 Mogelijke waterregels in het omgevingsplan

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Aanzet Juridische regels gemeentelijke watertaken in het omgevingsplan. Aansluiten op de riolering In het nieuwe stelsel blijven de eisen aan de inpandige rioolleidingen op rijksniveau geregeld, in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat besluit verwijst nog steeds naar de NEN 3215. De regels over de terreinriolering komen echter niet terug, en zijn daarom opgenomen in de bruidsschat voor het omgevingsplan. Net als in het Bouwbesluit 2012, is in de bruidsschat geregeld dat de gemeente voor ieder individueel bouwwerk dat wordt aangesloten op de riolering een aansluitvoorschrift stelt (in de termen van de Omgevingswet: een maatwerkvoorschrift). Als de gemeente in de praktijk een standaard aansluitvoorschrift hanteert, kan die standaard als algemene regel worden opgenomen in het omgevingsplan. Ook is het mogelijk om in het omgevingsplan algemene regels te stellen die per gebied of per type riolering verschillen. Het stellen van algemene regels in het omgevingsplan zorgt ervoor dat maatwerkvoorschriften alleen hoeven te worden gebruikt voor de uitzonderingen op die algemene regels. Zo is het instrument maatwerkvoorschrift ook bedoeld. Om het functioneren van de openbare riolering te waarborgen, zijn regels nodig over de aansluitingen op deze riolering. Deze bouwsteen bevat regels over het aansluiten van de perceelleidingen voor afvalwater op de openbare riolering.

Deze regels komen in de plaats van artikel 2.2.3.5 uit de bruidsschat, dat is overgenomen uit het Bouwbesluit 2012. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat er van rechtswege een omgevingsplan, waarin ook de bruidsschat is opgenomen (de voormalige rijksregels die in het nieuwe stelsel niet terugkeren op rijksniveau). Als de gemeente deze bouwsteen overneemt, moet zij daarom artikel 2.2.3.5 van het omgevingsplan laten vervallen. Artikel 6.1 (technische eisen afvoerleidingen) 1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor afvoer van afvalwater door een uitwendige scheidingconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie. 2. De gebouwaansluiting van de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft. 3. Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; en d. heeft een voldoende inwendige diameter. Artikel 6.2 (ligging afvoerleidingen op de perceelgrens) 1. Als huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater op een openbaar vuilwaterriool kan worden geloosd, ligt de perceelaansluitleiding: a.

op de perceelgrens aan de zijde van het perceel waar het openbaar vuilwaterriool is gelegen; en b. met ter plaatse van het aansluitpunt een dekking van ten hoogste 1,00 m onder maaiveld. 2. Een perceelaansluitleiding voor huishoudelijk afvalwater heeft een inwendige diameter van ten minste 110 mm (bij voorkeur minimaal 125 mm indien het een gemengde aansluiting betreft). 3. Als hemelwater of grondwater op een openbaar hemelwaterstelsel of openbaar vuilwaterriool kan worden geloosd, ligt de perceelaansluitleiding: a. op de perceelgrens aan de zijde van het perceel waar het openbaar hemelwaterstelsel of openbaar vuilwaterriool is gelegen; en b. met ter plaatse van het aansluitpunt een dekking van ten hoogste 1,00 m onder maaiveld.

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

4. Bij maatwerkvoorschrift kan een andere ligging of inwendige diameter worden bepaald en kunnen aanvullende voorzieningen worden voorgeschreven ter bescherming van de doelmatige werking van de perceelaansluitleiding, naburige aansluitingen of de voorzieningen voor het beheer van afvalwater. Toelichting op de artikelen Artikel 6.1 (technische eisen afvoerleidingen) De eisen aan de voorzieningen voor de afvoer van afvalwater in dit artikel zijn ontleend aan het voormalige Bouwbesluit 2012. Ten opzichte van dat besluit zijn de eisen verbreed naar alle typen afvoerleidingen, dus ook die voor grondwater en bedrijfsafvalwater. Een ander verschil met de regels van het Bouwbesluit 2012 is dat het verbod op beer- en rottingsputten is geschrapt. Deze komen nauwelijks meer voor. Mocht er in een bijzonder geval wel een beer- of rottingsput aanwezig zijn, dan wordt bezien of hierdoor schadelijke gevolgen kunnen ontstaan voor de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater (zoals het openbare vuilwaterriool of het zuiveringtechnische werk). Dergelijke schade is in strijd met de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten. Het bevoegd gezag kan zo nodig op grond van die specifieke zorgplicht optreden. De eisen in dit artikel sluiten aan op de regels van paragraaf 3.7.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Die paragaaf bevat regels over de afvoerleidingen voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater die onderdeel uitmaken van een bouwwerk. De eisen in dit artikel gaan over de afvoerleidingen buiten het bouwwerk. Artikel 6.2 (ligging afvoerleidingen op perceelgrens) Dit artikel bevat de algemene regels voor de ligging van perceelaansluitleidingen ter plaatse van de perceelgrens. Deze regels gelden alleen als het is toegestaan om huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater op de openbare riolering te lozen. Of dat het geval is blijkt uit de regels over lozingen van afvalwater in afdeling PM (verwijzing) van dit omgevingsplan. De aansluitleidingen moeten aan de zijde van het perceel worden aangelegd waar de openbare riolering ligt. In het algemeen is dat aan de voorzijde van het perceel. Bij hoekpanden of in bijzondere gevallen is het aan te raden om contact op te nemen met de gemeente om de exacte ligging van de openbare riolering na te gaan. Voorbeeld: De diepteligging van perceelaansluitleidingen voor huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater is ten minste 0,70 m en maximaal 1,00 m onder maaiveld. De minimale diepteligging van hemelwaterleidingen is 0,80 m, omdat deze een grotere omvang kunnen hebben. De hoogte wordt gemeten vanaf de binnenonderkant van de perceelaansluitleiding. Een hogere ligging zou tot schade kunnen leiden bij strenge vorst.

De gemeente hanteert ter plaatse van het aansluitpunt op de openbare riolering een maximale dekking van 1,0 meter. Bij een diepere ligging is lozing van het afvalwater op de openbare riolering onder vrij verval niet goed meer mogelijk. Voor de afvoerleidingen van huishoudelijk afvalwater is een minimale inwendige diameter van 110 mm voorgeschreven. Deze diameter is nodig om verstoppingen te voorkomen. De gemeente adviseert minimaal 125 mm indien het een gemengde aansluiting betreft. Op grond van het vierde lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift aanvullende voorzieningen eisen of – al dan niet op verzoek – een ligging voorschrijven die afwijkt van de eisen in dit artikel. Een voorbeeld van een aanvullende voorziening is een pomp of terugslagklep, die nodig is om potentiële wateroverlast te voorkomen als lozingsvoorzieningen in het gebouw lager liggen dan 0,15 m boven het straatniveau. Voor aansluiting op de openbare riolering is ook een aansluitleiding in het openbare gebied nodig, vanaf de perceelgrens tot aan de openbare riolering. Deze aansluitleiding wordt veelal door de gemeente zelf aangelegd. Op grond van de Algemene plaatselijke verordening is het verboden om zonder vergunning te graven in de openbare weg en om verharding op te breken. Een perceeleigenaar kan dus niet zomaar zelf een aansluiting op de openbare riolering realiseren.

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Lozen van huishoudelijk afvalwater Deze paragraaf gaat over het lozen van huishoudelijk afvalwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor het inzamelen van stedelijk afvalwater (waar ook huishoudelijk afvalwater onder valt). In de gemeentelijke omgevingsvisie (en voorliggend Watertakenplan) is deze zorgplicht verder ingevuld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. De onderstaande artikelen voor het lozen van huishoudelijk afvalwater geven hier uitvoering aan. Als de gemeente deze artikelen overneemt, dienen de volgende artikelen in het omgevingsplan, afkomstig uit de bruidsschat, te worden geschrapt: • Artikel 2.3.7.3.2 (gegevens en bescheiden). • Artikel 2.3.7.3.4 (lozen van huishoudelijk afvalwater). • Artikel 2.3.7.3.5 (zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater). Artikel 6.3 (huishoudelijk afvalwater: lozingsroute) 1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt in het gerioleerde gebied huishoudelijk afvalwater geloosd in het vuilwaterriool. 2. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor een andere verwerking van huishoudelijk afvalwater dan lozing in het vuilwaterriool. 3.

Het bevoegd gezag verleent de vergunning alleen als het huishoudelijk afvalwater wordt gezuiverd met een techniek die ten minste hetzelfde zuiveringsrendement heeft als een zuiveringtechnisch werk als bedoeld in paragraaf 4.49 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 6.4 (lozen op of in de bodem: zuiveringsvoorziening) 1. Met het oog op doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater in het ongerioleerde gebied op of in de bodem worden geloosd. 2. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt het afvalwater via een zuiveringsvoorziening geleid. 3. Voor dat afvalwater gelden de in tabel 6.4 genoemde emissiegrenswaarden. Nader te bepalen emissiegrenswaarden Tabel 6.4 Emissiegrenswaarden 4. Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat, kan het, in afwijking van het derde lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank: a. met een nominale inhoud van ten minste 6 m3 (6.000 liter), volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van maximaal 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die voor 1 januari 2009 is geplaatst en op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd is afgestemd. Artikel 6.5 (gegevens en bescheiden) 1.

Ten minste vier weken voor de start van de activiteit, bedoeld in artikel 1.4, worden de volgende gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag. Toelichting Artikel 6.3 (huishoudelijk afvalwater: lozingsroute)

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

De zorgplicht die de gemeente heeft voor stedelijk afvalwater houdt in dat zij het vrijgekomen afvalwater inzamelt en transporteert naar het overnamepunt. Vanaf dit overnamepunt zorgt het waterschap voor verder transport en zuivering in een zuiveringtechnisch werk, de zogenaamde rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De zorgplicht wordt met name ingevuld door het aanleggen en beheren van een openbaar vuilwaterriool. Een dergelijk riool is expliciet bedoeld om huishoudelijk afvalwater mee in te zamelen en te transporteren naar een RWZI. Daarmee wordt het milieu op de best mogelijke manier beschermd. Om die reden is in dit artikel een verplichting opgenomen om in het gerioleerde gebied huishoudelijk afvalwater in het vuilwaterriool te lozen. Daarmee is het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater verboden. Artikel 6.4 (lozen op of in de bodem: zuiveringsvoorziening) Niet overal is het aanleggen van riolering doelmatig. Er zijn gebieden waar de kosten voor de aanleg van riolering niet opwegen tegen de milieuwinst die daarmee wordt behaald. Het Rijk had daarvoor een voorziening getroffen in de zin van afstandseisen tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk.

Als de afstand tot een dergelijk werk groter was dan 40 meter vanaf de perceelgrens, mocht in de bodem of op het oppervlaktewater worden geloosd, wel afhankelijk van het aantal te lozen inwonerequivalenten. Deze regel keert niet op rijksniveau terug en was daarom opgenomen in de bruidsschat (de verzameling voormalige rijksregels die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen). De hiervoor genoemde bruidsschatregel is niet meer nodig. Immers, de gemeente weet precies welke gebieden gerioleerd en ongerioleerd zijn. Bij het vaststellen van de regel om huishoudelijk afvalwater in het vuilwaterriool te lozen, heeft de gemeente al beoordeeld waar een vuilwaterriool aanwezig is waarop geloosd kan worden. Dit werkingsgebied is het “gerioleerde gebied” genoemd. Voor lozingen die plaatsvinden in het “ongerioleerde buitengebied” hoeft huishoudelijk afvalwater niet in het vuilwaterriool te worden geloosd. In dat gebied gelden de regels voor het lozen van huishoudelijk afvalwater in de bodem van dit artikel. De gemeente moet wel worden geïnformeerd over die lozing (zie artikel 4.5) Er kan overigens ook in het oppervlaktewater worden geloosd; de regels daarover staan in de waterschapsverordening. Als een locatie in het werkingsgebied “ongerioleerd buitengebied” ligt, is de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool te groot om lozing op het vuilwaterriool voor te schrijven.

De gemeente staat met dit artikel lozing in de bodem onder voorwaarden toe: er moet een zuiveringsvoorziening worden toegepast die voldoet aan bepaalde eisen. Het vierde lid voorziet voor kleinschalige lozingen in een afwijkingsmogelijkheid van de in tabel 6.4 genoemde emissiegrenswaarden. Het huishoudelijk afvalwater kan in die gevallen voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank. Het regelmatig legen van een dergelijke septictank valt onder de specifieke zorgplicht. Bedrijfsafvalwater in het buitengebied Deze paragraaf gaat over het stellen van beperkingen aan het lozen van bedrijfsafvalwater in het buitengebied. Het gerioleerde buitengebied bestaat per definitie uit drukrioleringen die in beginsel bedoeld zijn voor huishoudelijk afvalwater. Ander afvalwater, dat qua biologische afbreekbaarheid overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, kan ook worden geloosd op het vuilwaterriool. Bedrijfsafvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, moet volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) in veel gevallen ook op de vuilwaterriolering worden geloosd. De drukriolering kan dit afvalwater, zeker als het gaat om grote hoeveelheden, vaak niet adequaat verwerken. Het onderstaande artikel regelt de beperkingen die aan dergelijke lozingen moeten worden gesteld.

Voor bedrijven die onder het Bal vallen, is deze regel een maatwerkregel op het Bal. Betreft een denkrichting: hier wordt in een later stadium nog een besluit over genomen. De regels worden te zijner tijd in het omgevingsplan opgenomen:

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Artikel 6.14 (ander afvalwater: lozingsroute) 1. Met het oog op de bescherming van de doelmatige werking van het openbare vuilwaterriool en het zuiveringtechnische werk wordt bedrijfsafvalwater, dat qua biologische afbreekbaarheid niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, in het gerioleerde buitengebied alleen geloosd op dat vuilwaterriool: a. tussen 06.00 en 22.00 uur: met een maximaal debiet van < x > m3 per uur; en b. tussen 22.00 en 06.00 uur: met een maximaal debiet van < y > m3 per uur. 2. Met het oog op het beschermen van de doelmatige werking van het openbare vuilwaterriool kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat minder of geen bedrijfsafvalwater in het vuilwaterriool wordt geloosd. Toelichting Het heeft de voorkeur om bedrijfsafvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, in het vuilwaterriool te lozen. Het vuilwaterriool transporteert het afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van het waterschap. De RWZI is geschikt om dit soort afvalwater te verwerken. Het zuiveringsproces van de RWZI is echter minder effectief voor bedrijfsafvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater.

Koelwater bevat bijvoorbeeld vrijwel geen biologisch afbreekbare stoffen, zodat transport naar een zuivering in de RWZI eigenlijk overbodig is. Ander afvalwater is soms in het geheel niet biologisch afbreekbaar. Voor veel lozingen van bedrijfsafvalwater bepaalt het Besluit activiteiten leefomgeving dat dit, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, op de vuilwaterriolering moet worden geloosd. In het buitengebied is dat echter lang niet altijd mogelijk. De drukriolering in het buitengebied is met name bedoeld voor de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater. Grote hoeveelheden bedrijfsafvalwater kunnen niet worden verwerkt. Het eerste lid is een gebiedsgerichte maatwerkregel die het mogelijk maakt om beperkingen te stellen aan de hoeveelheid bedrijfsafvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, in het vuilwaterriool te lozen. Deze lozingen zijn alleen toegestaan als het overtollige afvalwater op eigen terrein wordt geborgen en wordt geloosd met een maximum debiet van <x> m3 per uur. In de nachtelijke uren wordt minder huishoudelijk afvalwater geloosd, en kan het vuilwaterriool daarom meer bedrijfsafvalwater verwerken. Tussen 22u en 6u mag daarom <y> m3 per uur worden geloosd. Op deze manier wordt de beschikbare afvoercapaciteit optimaal benut.

Voorbeelden van dit soort bedrijfsafvalwater zijn melkspoelwater of waswater van wasplaatsen bij agrarische bedrijven, of regenwater dat op bodembeschermende voorzieningen bij tankstations valt. Het tweede lid bevat een mogelijkheid om bij maatwerkvoorschrift de lozing van bedrijfsafvalwater geheel verder te beperken of zelfs geheel te verbieden. Het bevoegd gezag gaat alleen over tot het stellen van zo’n maatwerkvoorschrift als het aanbod van bedrijfsafvalwater in het buitengebied, ondanks de beperking in lozingsdebiet en de venstertijden, niet meer verwerkt kan worden. De initiatiefnemer kan de gemeente overigens ook verzoeken om de vuilwaterriolering uit te breiden of het systeem anderszins aan te passen. De kosten van die uitbreiding of aanpassing komen dan voor rekening van de initiatiefnemer en worden verhaald met toepassing van bijvoorbeeld de Verordening eenmalig aansluitrecht. Vloerpeil en maximaal percentage verharding Deze paragraaf gaat over de minimale hoogte van het bouwpeil van vloeren en over het maximale percentage verharding op een perceel. Steeds vaker worden percelen verhard en ligt het bouwpeil van vloeren op gelijke hoogte met verharding buiten het gebouw. Hierdoor stroomt hemelwater makkelijk het gebouw in met alle gevolgen van dien. Meer verharding op een perceel zorgt daarnaast voor minder mogelijkheden voor infiltratie in de bodem.

Hemelwater stroomt daardoor versneld af naar de riolering, die

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

daardoor overbelast raakt. Om deze ongewenste effecten te voorkomen, zijn artikelen opgenomen die zowel de hoogte van het bouwpeil als het maximale percentage verharding reguleren. Artikel 6.7 (vloerpeil) Met het oog op het beperken van wateroverlast is bij (ver)nieuwbouw het vloerpeil van de begane grond vloer van een gebouw ten minste 30 cm boven het straatpeil. Toevoegen aan begripsbepalingen: • straatpeil: hoogteligging van de bovenkant van de openbare weg; • vloerpeil: hoogteligging van de bovenkant van de niet-afgewerkte vloer. Betreft een denkrichting: hier wordt in een later stadium nog een besluit over genomen. De regels worden te zijner tijd in het omgevingsplan opgenomen: Artikel 6.8 (maximaal percentage verharding) 1. Met het oog op klimaatadaptatie bedraagt de oppervlakte van alle bouwwerken en verhardingen op percelen met de functie Wonen samen maximaal 50% van het totale perceeloppervlak. 2. Met het oog op klimaatadaptatie bedraagt de oppervlakte van alle bouwwerken en verhardingen op percelen met de functie Bedrijven samen maximaal 70% van het totale perceeloppervlak. Toevoegen aan overgangsrecht: Artikel 6.8 is niet van toepassing op de oppervlakte van bouwwerken en verhardingen die op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan aanwezig was en sindsdien niet is veranderd.

Toelichting Artikel 6.7 (vloerpeil) In het omgevingsplan kan worden vastgelegd dat de gemeente in bepaalde gevallen sturend wil optreden als het gaat om het nemen van maatregelen om waterschade aan gebouwen te voorkomen. Een van die maatregelen betreft regels over een minimaal vloerpeil. Het vloerpeil is van belang voor de waterhuishouding binnen de gemeente omdat het vloerpeil invloed heeft op de ontwateringsdiepte en op de gevoeligheid van gebouwen voor waterschade als er bij hevige neerslag water op straat komt te staan. Door het voorschrijven van een minimaal vloerpeil van de begane grond vloer ten opzichte van het straatpeil, kan de gemeente de gewenste ontwateringsdiepte realiseren en in stand houden en de kans op schade door water op straat beperken. Het minimale vloerpeil verschilt per locatie en is vastgelegd als waarde op de digitale verbeelding van het omgevingsplan. Artikel 6.8 (maximaal percentage verharding) In het omgevingsplan kan worden vastgelegd dat de gemeente in bepaalde gevallen sturend wil optreden als het gaat om het nemen van maatregelen om wateroverlast in de openbare ruimte te voorkomen. Een van die maatregelen betreft regels over een maximaal percentage aan verhard oppervlak. Neerslag die op verhard oppervlak valt, dringt niet of nauwelijks door in de bodem, maar stroomt direct af naar de riolering.

Bij forse neerslag leidt dit tot afvoerpieken in de riolering. Door beperkingen te stellen aan de hoeveelheid verharding op een perceel wordt de hoeveelheid neerslag die versneld tot afvoer komt, beperkt. Een percentage van maximaal 50 % verharding bij woningen en maximaal 70 % bij bedrijven zorgt ervoor dat de hoeveelheid neerslag die van een perceel afstroomt niet te groot is en dat er op het perceel zelf voldoende ruimte over blijft om water te bergen. Voor bestaand verhard oppervlak is voorzien in overgangsrecht. De bestaande verharde oppervlakten mogen worden gehandhaafd. De regel wordt van toepassing zodra er wijzigingen aan de bouwwerken of verhardingen worden aangebracht. Waterberging Deze paragraaf gaat over het lozen van afvloeiend hemelwater vanaf particuliere percelen. Particulieren zijn hiervoor zelf verantwoordelijk, tenzij het niet redelijk is om te verlangen het hemelwater zelf af te voeren.

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Door klimaatverandering is steeds vaker sprake van extreme neerslag. Om belasting op de openbare riolering terug te brengen, is het belangrijk dat particulieren het hemelwater langer op eigen terrein vasthouden en vertraagd afvoeren. In het onderstaande artikel is daarom geregeld in welke gevallen particulieren een waterberging moeten aanleggen en waar deze aan moet voldoen. Betreft een denkrichting: hier wordt in een later stadium nog een besluit over genomen. De regels worden te zijner tijd in het omgevingsplan opgenomen. Vooralsnog gelden de uitgangspunten zoals in hoofdstuk 6 van dit plan opgenomen. Artikel 6.9 (compenserende waterberging) 1. Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt bij nieuwbouw of vernieuwbouw van een gebouw op locaties met de functie 'Wonen' een hemelwaterberging met een minimale capaciteit van 55 l per m2 nieuw verhard oppervlak aangebracht en in stand gehouden. 2. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze: a. het opgevangen hemelwater ten minste 48 uur vasthoudt; en b. binnen vijf dagen weer volledig beschikbaar is. 3. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid als: a. het realiseren van de waterbergingscapaciteit redelijkerwijs niet mogelijk is; en b. de kans op wateroverlast niet toeneemt. 4.

De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd op het openbare riool of de openbare weg. Toelichting Artikel 6.9 (compenserende waterberging) Door klimaatverandering neemt de kans op stortbuien en langdurige neerslag toe. Neerslag (hemelwater) stroomt vanaf het dakoppervlak van gebouwen en bestrating via een regenpijp of bovengronds naar de openbare riolering. De openbare riolering moet het afstromende hemelwater van veel gebouwen verwerken. De capaciteit van het riool is bij zo'n forse regenbui niet altijd toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen of infrastructuur. De gemeente wil dit soort situaties zo veel mogelijk voorkomen. De gemeente heeft haar visie op de verwerking van hemelwater voor de komende jaren opgenomen in de omgevingsvisie. Daar staat onder meer in dat het uitgangspunt bij nieuwbouwlocaties is dat deze ‘waterrobuust’ en ‘klimaatbestendig’ worden ontwikkeld. De gemeente zamelt bij nieuwbouwsituaties geen regenwater is. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd. De gemeente stimuleert perceeleigenaren om zelf in actie te komen, onder andere door voorlichting en technisch advies.

Deze regel moet als sluitstuk van het proces worden beschouwd. De gemeente zorgt voor een voorziening waarmee regenwater bij hevige buien kan worden verwerkt. Voor echt hevige buien is daarom altijd een openbare voorziening aanwezig waarmee de kans op wateroverlast wordt beperkt. Via de regel om bij (ver)nieuwbouw een minimale waterbergingscapaciteit van 55 liter per vierkante meter verhard oppervlak aan te leggen en in stand te houden, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein. Op die manier wordt de belasting op de openbare riolering geleidelijk aan teruggebracht. Een capaciteit van 55 l per m2 betekent dat voor een perceel met een totaal verhard oppervlak (de bebouwing en eventuele bestrating) van 100 m2 moet worden voorzien in een vorm van waterberging met een totale capaciteit van 5.500 liter. De benodigde waterbergingscapaciteit kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. Voorbeelden zijn het ingraven van infiltratiekratten of een grindbed, het aanleggen van een verdiept gedeelte in de tuin, het aanleggen van een groen dak of het plaatsen van een of meer

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

regentonnen. Een combinatie van waterbergende voorzieningen is ook mogelijk. Bij het berekenen van het bergende volume van een grindbed moet rekening worden gehouden met het volume dat het grind zelf inneemt. De verplichting om te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit van hemelwater van 55 l per m2 geldt alleen voor (ver)nieuwbouw. Nieuwbouw betreft bijvoorbeeld een volledig nieuw gebouw, maar ook de uitbreiding van een bestaand gebouw met een aanbouw. De bergingseis heeft dan betrekking op het oppervlak van de aanbouw. Met vernieuwbouw wordt hier bedoeld het slopen en opnieuw bouwen van een gebouw. Bij verbouwingen zoals een dakkapel aan een bestaand gebouw is deze regel niet van toepassing, omdat dan de omvang van het verharde oppervlak niet toeneemt. Voor het beperken van wateroverlast is het essentieel dat de hemelwaterberging binnen afzienbare tijd na een bui weer beschikbaar is voor het opvangen van de volgende bui. Daarom is in het tweede lid bepaald dat de hemelwaterberging binnen een termijn van vijf dagen weer beschikbaar moet zijn. Dit kan bijvoorbeeld door de hemelwaterberging als infiltratievoorziening in te richten, zodat het opgevangen water langzaam in de bodem zakt. Er kunnen voor infiltreren van regenwater in een grondwaterbeschermingsgebied overigens wel regels gelden in de provinciale omgevingsverordening ter bescherming van drinkwaterwinningen.

Het is niet zo dat het omgevingsplan bouwplannen voor (ver)nieuwbouw die niet voldoen aan de waterbergingseis uit het eerste lid zonder meer verbiedt. Er zijn situaties denkbaar waarin het realiseren van de voorgeschreven hoeveelheid waterberging erg lastig is, of zelfs onmogelijk. Bijvoorbeeld als de doorlatendheid van de bodem slecht is of de grondwaterstand erg hoog is op de (enige) plaats waar een initiatiefnemer waterberging kan realiseren. Een initiatiefnemer kan, in dit soort gevallen, in overleg met de gemeente kijken of er een andere geschikte manier is om te zorgen dat wateroverlast niet toeneemt. De alternatieve maatregelen worden vastgelegd in een omgevingsvergunning op grond van het derde lid. Bij extreme neerslag die de hoeveelheid van 55 liter per vierkante meter te boven gaat, kan gebruik worden gemaakt van de voorziening die de gemeente specifiek voor dit doel heeft aangelegd. Het vierde lid maakt daarmee duidelijk dat de waterberging niet bedoeld is om alle mogelijke regenbuien op te vangen. Dit artikellid geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor het verwerken van hemelwater, als dat redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden gevergd. Afkoppelen en infiltreren Deze paragraaf gaat over een eventueel nader te bepalen verbod om hemelwater of grondwater te lozen op het vuilwaterriool.

Het verbod geldt alleen in het zogenaamde afkoppelgebied. Perceeleigenaren worden met de onderstaande bepaling verplicht om in het betreffende gebied af te koppelen. Daarmee wordt de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater veiliggesteld. Verder is een artikel opgenomen over het verplicht infiltreren van hemelwater op eigen terrein in de zogenaamde infiltratiegebieden. Achterliggende reden hiervan is de wens om hemelwater lokaal vast te houden in de betreffende gebieden, zodat dit water beschikbaar blijft voor perioden van droogte. Artikel 6.11 (afkoppelen) 1. Met het oog op de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater wordt in het afkoppelgebied afvloeiend hemelwater en grondwater niet geloosd in het openbare vuilwaterriool. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op lozingen vanaf verhard oppervlak aan de achterzijde van een perceel. 3. Het bevoegd gezag kan in het afkoppelgebied een omgevingsvergunning verlenen voor het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in het openbare vuilwaterriool.

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

4. Het bevoegd gezag verleent de vergunning alleen als van de perceeleigenaar redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Artikel 6.12 (infiltratie op eigen terrein) 1. Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt op percelen in het infiltratiegebied een voorziening aangebracht en in stand gehouden waarmee tijdens een bui ten minste 55 mm neerslag, gerekend over het totale verharde oppervlak van het perceel, wordt opgevangen en in de bodem wordt geïnfiltreerd. 2. Na het opvangen van 55 mm neerslag, wordt het overige hemelwater geloosd op het openbare hemelwaterstelsel of, voor zover de waterschapsverordening dit toestaat, op een oppervlaktewaterlichaam. 3. Het overige hemelwater wordt alleen geloosd op het openbare vuilwaterriool als lozen op het openbare hemelwaterstelsel of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. Toelichting Artikel 6.11 (afkoppelen) Het eerste lid bevat het verbod om in een afkoppelgebied afvloeiend hemelwater of grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool. Dit verbod geldt zowel voor bestaande als voor nieuwe lozingen. Het lozingsverbod geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen in het afkoppelgebied.

In het tweede lid is een uitzondering opgenomen op de afkoppelplicht voor verhard oppervlak aan de achterzijde van percelen, omdat dit vaak moeilijk af te koppelen is. Onder de achterzijde wordt verstaan het dakvlak dat afwatert via regenpijpen aan de achterzijde van gebouwen, en de verharding in het achtererf. Binnen het afkoppelgebied (het werkingsgebied van deze regel) is het in het algemeen gezien redelijk om de perceeleigenaren dit lozingsverbod op te leggen. Perceeleigenaren kunnen het hemelwater zelf verwerken door het te infiltreren in de bodem of door het te lozen op oppervlaktewater. Bij lozen in het oppervlaktewater moet wel aan de regels in de waterschapsverordening worden voldaan. Het laten voortbestaan van de lozingen van hemelwater en grondwater op de drukriolering of het vuilwaterriool is onwenselijk. Dat zou leiden tot blijvende problemen in de drukriolering, onnodige emissies vanuit de afvalwaterketen en aantasting van de doelmatigheid van investeringen van de gemeente in afkoppelprojecten. Vandaar dat perceeleigenaren met deze regel worden gedwongen om af te koppelen. Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen een omgevingsvergunning verlenen, als de afkoppelverplichting in een concreet geval onredelijk uitwerkt.

Een voorbeeld is de situatie waarin de afvoerleidingen door de fundering lopen of in geval van inpandige afvoerleidingen van regenwater, waarbij het vuilwater en regenwater al gemengd is in het gebouw. Afkoppelen en ontvlechten van deze leidingen in het gebouw is ingrijpend en brengt hoge kosten met zich mee. Dat is een reden om een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijken van het eerste lid. Afkoppelen kan afstuiten op problemen met de waterkwaliteit. Op bedrijventerreinen waar zwaar vrachtverkeer plaatsvindt, kan het afstromende regenwater bijvoorbeeld sterk verontreinigd raken. In die gevallen wijst de gemeente de locatie in principe niet als afkoppelgebied aan.

Artikel 6.12 (infiltratie op eigen terrein) Momenteel wordt hemelwater dat afstroomt vanaf particulier terrein voor een groot deel op het openbare vuilwaterriool geloosd. Maar het vuilwaterriool is er niet op gemaakt om dit relatief schone afvalwater te verwerken. Hemelwaterlozingen in het vuilwaterriool vergroten de kans op falen van het rioolstelsel (overstortingen en water op straat) en het kost bovendien onnodig veel geld en energie om dit schone afvalwater te verpompen naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. De gemeente wil schade door wateroverlast zo veel mogelijk beperken, nu en in de toekomst. Dit kan door meer ruimte te maken voor water, door het langer vast te houden en door het (tijdelijk) te bergen. Om dit te

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

bereiken is betrokkenheid van onder meer perceeleigenaren binnen de gemeente essentieel. Met deze regel krijgen perceeleigenaren de actieve rol opgelegd om een flink deel van het (afstromend) hemelwater zelf te bergen op het perceel en vervolgens in de bodem te infiltreren. Deze regel staat los van artikel 6.11 over afkoppelen; beide regels hebben hun eigen werkingsgebied. Om regenwater te infiltreren, moet een perceeleigenaar een infiltratievoorziening aanleggen en in stand houden. De vereiste inhoud van de infiltratievoorziening verschilt per locatie en is opgenomen op de verbeelding van het omgevingsplan. De eigenaar heeft hierbij de keuze uit verschillende infiltratievoorzieningen. Zo kan gekozen worden voor de aanleg van een wadi (bovengrondse voorziening) of voor het ingraven van infiltratiekratten (ondergrondse voorziening). Dit zijn slechts voorbeelden: de gemeente stelt geen beperkingen aan het soort infiltratievoorziening. Zolang de voorziening de capaciteit heeft om tijdens regenval ten minste <x> mm neerslag te bergen en infiltreren, voldoet de perceeleigenaar aan de regel. Het overtollige deel van het hemelwater wordt geloosd in overeenstemming met de voorkeursvolgorde voor omgaan met afvalwater (artikel 10.29a Wet milieubeheer). Dat betekent dat het overige hemelwater bij voorkeur in een openbaar hemelwaterstelsel of in het oppervlaktewater wordt geloosd.

Het overig hemelwater mag alleen worden geloosd op het openbare vuilwaterriool als lozen in een openbaar hemelwaterstelsel of het oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is. Bouwsteen voor het delegatiebesluit omgevingsplan Deze regel landt niet in het omgevingsplan zelf, maar in een afzonderlijk delegatiebesluit. Artikel A Burgemeester en wethouders kunnen het afkoppelgebied en het infiltratiegebied, bedoeld in artikel 6.11 en 6.12 van het omgevingsplan, wijzigen. Toelichting Binnen een afkoppelgebied is het verboden om hemelwater of grondwater te lozen op het vuilwaterriool. In het infiltratiegebied moeten perceeleigenaren een deel van het opgevangen hemelwater infiltreren in de bodem. Het is wenselijk om burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven om de begrenzing van het afkoppelgebied en het infiltratiegebied in het omgevingsplan (oftewel het werkingsgebied van de betreffende artikelen) te wijzigen. Het toepassen van beide artikelen op bestaande situaties vraagt vanzelfsprekend zorgvuldig handelen. Het inzetten van regelgeving zal altijd in combinatie worden gedaan met o.a.: • voorlichting over nut & noodzaak; • voorlichting over handelingsperspectief (praktische voorbeelden); • eventueel subsidies; • eventueel bijdragen door de gemeenten in natura (o.a. materiaal en aannemer).

Met andere woorden: lokale regelgeving is het sluitstuk van een set van instrumenten die de gemeenten kan inzetten om het doel (meer regenwater vasthouden op eigen terrein in bestaande situaties) te realiseren. De inwerkingtredingstermijn van het besluit van burgemeester en wethouders tot wijziging van het omgevingsplan moet voldoende ruimte laten voor de eventuele beroepsfase tegen het wijzigingsbesluit en voor de eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen om de werkzaamheden te kunnen (laten) verrichten. Een richtwaarde is drie maanden bij gebieden met drukriolering of bestaande gescheiden stelsels. Bij afkoppelprojecten die de gemeente zelf uitvoert (zoals het ombouwen van een gemengd naar een gescheiden rioolstelsel) is de richtwaarde zes maanden tot maximaal een jaar. Burgemeester en wethouders kunnen gemotiveerd van deze termijnen afwijken.

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Bijlage 5-1 Maatregelen en investeringsplan

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Vrijverval riolering - resultaten rioolinspectieronde 2024-2025 Alle vrijverval riolen in Schiermonnikoog worden eens in de 10 jaar gereinigd en geïnspecteerd. Hiermee wordt geborgd dat er inzicht blijft in de kwaliteit van de riolering en vroegtijdig geanticipeerd kan worden op noodzakelijke ingrepen, zoals reparaties of vervangingen. Uit de recent uitgevoerde inspecties blijkt dat de riolering overall bezien in goede staat verkeert, ondanks dat de ouderdom van sommige riolen aanzienlijk is. Een van de redenen is dat de riolen stabiel op een zandige ondergrond liggen, waardoor zakkingen beperkt zijn. Daarnaast is er geen sprake van industriële lozingen waardoor aantasting van de riolen beperkt is. Als gevolg van de goede en stabiele kwaliteit van de riolering is de verwachte gemiddelde technische levensduur van de vrijverval riolering verlengd van 70 naar 80 jaar. Met andere woorden: verwacht wordt dat zowel bestaande als nieuwe riolen op Schiermonnikoog 80 jaar blijven functioneren voordat deze vervangen moeten worden. Ook de economische afschrijvingstermijn voor nieuwe investeringen is dientengevolge aangepast; deze is verlengd van 60 naar 70 jaar. De economische levensduur (de periode waarover de boekwaarde van de investering afgeschreven wordt) dient korter of maximaal gelijk te zijn aan de technische levensduur.

Aangezien het gemiddelden betreffen én riolen vroegtijdig vervangen kunnen worden wanneer meegelift wordt bij integrale ingrepen, wordt zekerheidshalve uitgegaan van een economische afschrijvingstermijn van 70 jaar. Voor de periode 2026 tot en met 2035 is in kaart gebracht welke investeringen (rioolvervangingen) plaats zullen vinden. 2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Vervanging en afkoppeling (krediet) Vervangen dwa Vervangen door gescheiden stelsel * Aanleg infiltratiekolken 40x Afkoppelen particulier verhard oppervlak *

134.000 67.000 40.000

536.000

402.000

20.000 50.000

20.000 45.000

20.000 45.000

20.000 45.000

20.000 45.000

20.000 45.000

20.000 45.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Subtotaal

241.000

586.000

402.000

80.000

75.000

75.000

75.000

75.000

75.000

75.000

50.000

*

= Torenstreek 136 meter rond 250 mm) en Voorstreek (106 meter rond 200 mm) = Paaslandweg 131 meter rond 300 mm en Nieuw Dokkum Noordoost 615 meter rond 300 mm = potentiële subsidie regiodeal

Voor de jaren na 2036 (tot 2075) is berekend wat de theoretische vervangingsinvestering per jaar is op basis van een verwachte levensduur van 80 jaar en eenheidsprijzen die geïndexeerd zijn naar prijspeil 2025. Met het oog op de middellange en lange termijn (werk met werk maken en anticiperen op eventuele investeringspieken) wordt gebruik gemaakt van de inspectiegegevens in combinatie met de ouderdom. Verwacht dat na de planperiode de volgende investeringsbedragen voor rioolvervanging benodigd zijn voor de middellange en lange termijn: - De gemiddelde vervangingskosten van de periode 2029-2035 à € 65.000 worden gecontinueerd tot 2040. - Vanaf 2041 zal er een vervangingspiek komen, aangezien de technische levensduur (80 jaar) van een groot deel van het stelsel dan verstreken is. In de periode 2041-2050 wordt rekening gehouden met een theoretische vervangingsinvestering van € 611.000 per jaar. Bij de actualisatie van het plan in 2030 zal de gedetailleerde raming ook 5 jaar opschuiven om zodoende vroegtijdig te (kunnen) anticiperen op eventuele stijgende investeringskosten.

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

De investeringsbedragen zijn gebaseerd op geactualiseerde eenheidsprijzen, prijspeil januari 2025, exclusief eilandtoeslag. Voor de lange termijn wordt uitgegaan van vervanging van het gemengde stelsel. De reden is dat op dat moment het voornaamste deel van de riolering waar een gescheiden stelsel doelmatig is al gescheiden gerioleerd is. Voor de overige delen kan naar verwachting directe infiltratie of infiltratie via kolken plaatsvinden.

Drukriolering De drukriolering wordt in 2029 geïnspecteerd. Op basis van de technische levensduur is voorzien op een vervangingsronde in de periode 2042-2046. We houden er in het kostendekkingsplan rekening mee dat in die periode jaarlijks 1/5e deel van de drukriolering vervangen wordt à € 65.000 per jaar (prijspeil 2025). De gemeente heeft een eigen drukrioolreiniger (Rior). Deze wordt periodiek vervangen. Eens in de 15 jaar is hiermee een investering gemoeid van € 45.000 (prijspeil 2025). De huidige drukrioolreiniger is in 2018 aangeschaft, waardoor deze in 2033 vervangen dient te worden. Naast de drukriolering (leidingen) beschikt de gemeente ook over pompen en gemalen ten behoeve van de druk- en mechanische riolering en randvoorzieningen. Onderstaande tabel toont de voorziene investeringen op de lange termijn. Omschrijving

4 december 2025

Termijn

BIJLAGE

Investering

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Bijlage 5-2 Kostendekkingsplan

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

Open

Gemeente Schiermonnikoog Kostendekkingsplan rioleringszorg versie 0.3, 4 september 2025 BASISSCENARIO

Rioolheffing 2025 (gem. totaal vast en variabel per woning)

€ 192

Uiteindelijke Rioolheffing (2060): Saldo voorziening 1-1-2025: Saldo voorziening 1-1-2060:

€ 382

€ 700.000

€ 368.135 € 28.929 € 600.000

lopende kap.lst (2025)

€ 71.837 32%

kapitaallasten in 2060

€ 291.918 62%

Uitgangspunten financiering: - Lineaire afschrijving op nieuwe investeringen (vanaf 2017) - Afschrijving start in jaar volgend op jaar ingebruikname

€ 400.000

40 jaar

Pompinstallaties (m/e gemalen) (boven de 10.000) Riooldrukreiniger, rioolinspectieset, grondwatermeetnet

15 jaar 15 jaar

Onderzoeken (exploitatie) - Rentepercentage (interne rekenrente)

1 jaar 1,68 %

- BTW (vanaf 1 oktober 2012) - alle lasten exclusief BTW

21%

- Technische levensduur kan afwijken van de economische levensduur

€ 300.000

€ 200.000

€ 100.000

€0

2026

70 jaar

Bouwkundige onderdelen, persleidingen en infiltratiekolken

2025

- Economische afschrijvingstermijn: Rioleringsbuizen vrijverval- en drukriolering + bouwk.

- 100% kostendekkend tarief - Voorziening mag niet negatief staan

€ 500.000

- Berekeningen exclusief indexatie

4 december 2025

BIJLAGE

BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=bad6d3fe-2675-4b97-b4f6-06c1bf617dd4