B&W 04-02 - Bijl.1 - Water en rioleringsprogramma Schiermonnikoog 2026 - 2035
Tekst van het document
Ontwateringsdiepte RHG-waarden Streefwaarde, gewenste diepte in m-mv
Kabels en leidingen
0,6 m
Primaire wegen
1,0 m
Secundaire wegen
0,7 m
Tuinen, plantsoenen, parken en sportvelden
0,5 m
Woningen met kruipruimte
0,7 m beneden maaiveld = 0,9 m onder vloerpeil*
Woningen zonder kruipruimte
0,3 m beneden maaiveld = 0,5 m onder vloerpeil*
* Het vloerpeil van bebouwing (woningen en overige panden) dient minimaal 20 cm boven maaiveld (straatniveau) te liggen/ gerealiseerd te worden.
Indien niet aan de ontwateringsdiepte wordt voldaan heeft de gemeente de volgende voorkeursvolgorde voor maatregelen: 1. ophogen bouwgrond, 2. aanbrengen extra open water, 3. drainage met nieuw te graven open waterlopen. 2. Beperken van grondwateroverlast In het bestaande bebouwde gebied zijn dezelfde streefwaarden voor de hoogst gewenste grondwaterstand van toepassing als bij nieuwbouw (zie tabel). Indien alle criteria voor structurele nadelige gevolgen van toepassing zijn gaat de gemeente een onderzoek uitvoeren naar de oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen. Dit geldt ook als de structurele problemen zich op particulier terrein voordoen, maar deze met doelmatige maatregelen op openbaar gemeentelijk gebied verholpen kunnen worden. Maatregelen kunnen
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
24
Open
inhouden dat de gemeente in sommige gebieden zorgt voor het inzamelen en verwerken van grondwater dat door particulieren wordt aangeboden, zoals het afvoeren van drainagewater. Maar in alle gevallen blijven perceeleigenaren verantwoordelijk voor het grondwater en maatregelen op het eigen perceel. Daarnaast geldt dat de gemeente geen maatregelen uitvoert die de zoetwaterbel onder het eiland negatief kunnen beïnvloeden. Bij het beperken van grondwateroverlast neemt de gemeente een reactieve houding aan. Indien grondwateroverlast voorkomt omdat bij een nieuwbouwsituatie (na 1992, inwerkingtreding van het Bouwbesluit) niet met de streefwaarden voor ontwateringsdiepten is gewerkt, is de gemeente zeer terughoudend in haar betrokkenheid bij de grondwateroverlast. In principe wordt drainagewater dat geloosd wordt door particulieren/ bedrijven, dan wel afkomstig is van het gemeentelijk drainagestelsel, aangesloten op het regenwaterriool, of geloosd op oppervlaktewater. Aansluiting van drainage op het gemengde/ afvalwaterriool riool is enkel toegestaan indien er geen andere doelmatige manier van lozing mogelijk is. Aansluiting van drainage op drukriolering is nooit toegestaan. Particulieren en bedrijven dienen dit aan te tonen en vooraf toestemming te verkrijgen van de gemeente (zie hiervoor de Aansluitverordening eenmalig aansluitrecht). 3.
Informeren en betrekken van inwoners en bedrijven De gemeente informeert haar inwoners over de watertaken en particuliere verantwoordelijkheden. Informatieverstrekking vindt plaats via de website van de gemeente. 4. Kennisontwikkeling De gemeente heeft in 2022 een netwerk van 5 peilbuizen in de bebouwde kom aangelegd. Uit de metingen die sinds 2024 uitgevoerd worden, is een overzicht ontstaan van de variatie van de grondwaterstanden in de tijd en in de hoogst voorkomende grondwaterstanden. De gemeente heeft de grondwaterstandmetingen digitaal ontsloten: Veldoffice GWMP - publiek. Meldingen Schiermonnikoog heeft voor het stedelijk gebied een grondwatermeetnet. De meetreeks (van één jaar) is vooralsnog nog te beperkt om gedegen uitspraak te kunnen doen over de (langjarige) Representatieve Hoge Grondwaterstanden (RHG) binnen de bebouwde kom. Uit de metingen die in het (niet representatieve) jaar 2024 uitgevoerd zijn blijkt dat de RHG in een extreem jaar nog relatief laag is, zie onderstaande tabel en bijlage 3-2 voor meer informatie over het grondwatermeetnet en de locatie van onderstaande meetpunten.
Maaiveld RHG RHG RLG RLG [m+NAP] [m+NAP] [m-MV] [m+NAP] [m-MV] HB01 4,54 3,69 0,85 2,72 1,82 HB02 3,59 2,95 0,64 2,29 1,3 HB03 2,79 2,03 0,76 1,49 1,3 HB04 4,06 3,35 0,71 2,62 1,44 HB05 3,45 2,89 0,56 2,3 1,15 NB metingen vanaf 2024; één (extreem) jaar is niet representatief met name de winterperiode was extreem nat Peilbuis
Schiermonnikoog kent nauwelijks meldingen over structurele grondwateroverlast in bebouwd gebied. De afgelopen jaren was er sprake van individuele meldingen op perceelniveau, met name gedurende het natte najaar van 2023 en winter/ voorjaar van 2024. Het betrof veelal water in kelders als gevolg van lekke vloeren en muren en in kruipruimtes.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
25
Open
Regierol De gemeente neemt voor het ondiepe grondwater een regiefunctie op zich en is aanspreekpunt voor bewoners en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. Bij meldingen onderzoekt de gemeente de situatie, achterhaalt de (vermoedelijke) oorzaak en bekijkt of er doelmatige maatregelen mogelijk zijn. Maatregelen bepaalt de gemeente zo veel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen. Bij meldingen over grondwater doorloopt de gemeente het stappenplan zoals in onderstaande tabel weergegeven: Stap
Actie Ontvangst klachten/meldingen 1e beoordeling van klacht: mogelijk grondwater gerelateerd of niet? 3 a. Beoordelen of er werkelijke schade/overlast optreedt b. Toetsen grondwaterstanden aan gewenste grondwaterstand = mv - gewenste ontwateringsdiepte (zie tabel) Indien op basis van 3a en b de melding als overlast wordt beoordeeld: 4 Beoordelen of gewenste grondwaterstand structureel wordt overschreden 1 2
5
Beoordelen of, en zo ja, welke maatregelen er op de korte en lange termijn genomen moeten worden.
Toelichting Vastleggen in systeem Indien nodig melding laten afhandelen door waterschap of provincie Bezoek ter plaatse
Onderzoeken lokale situatie in beeld brengen door verzamelen gegevens en eventuele aanvullende metingen. Maken doelmatigheidsafweging en plannen van eventuele maatregelen.
De gemeente Schiermonnikoog geeft op de volgende wijze invulling aan haar regierol op het gebied van water: 1. De gemeente is het aanspreekpunt wat betreft riolering en (grond)water in het dorp; er moet een mogelijkheid zijn om vragen of klachten over dit onderwerp te melden. Meestal heeft een gemeente hier een meldlijn voor ingericht in de vorm van een telefoonnummer en/of emailadres. ➢ De bewoners van Schiermonnikoog weten elkaar en de gemeente goed te vinden (zowel onder als na werktijd via het calamiteitennummer). Het is om deze reden niet nodig om los van bovenstaande vermelding, aparte loketten of telefoonnummers in het leven te roepen. De gemeente is goed bereikbaar voor haar inwoners. Zij kunnen ook met vragen of klachten over grondwater, hemelwater en afvalwater bij de gemeente terecht. Er wordt zorg voor gedragen dat de melding doorgezet wordt naar de juiste persoon binnen de organisatie en dat deze snel opgepakt wordt. Daarmee wordt aan de wettelijke functie ten aanzien van het aanspreekpunt voldaan. 2. De gemeente vervult de frontoffice voor de aanvraag van een Omgevingsvergunning water. De aanvrager kan bij de gemeente terecht, ongeacht of de gemeente bevoegd gezag is voor deze vergunning. De gemeente draagt zorg voor het doorsturen van de aanvraag of melding naar het desbetreffende bevoegd gezag (Rijkswaterstaat, provincie of waterschap).
➢ De bewoner kan hiervoor bij de gemeente terecht, maar de watervergunning kan ook rechtstreeks bij het bevoegd gezag worden aangevraagd. Als ook een omgevingsvergunning nodig is, kan die samen met de watervergunning bij de gemeente worden aangevraagd. De gemeente zorgt vervolgens voor de doorzending naar de juiste bevoegde instantie. Uit doelmatigheidsoogpunt heeft de gemeente niet alle expertise zelf in huis. Er wordt veel samengewerkt en uitgewisseld met de overige Waddeneilanden (en op financieel vlak worden de experts van de gemeente Noardeast-Fryslân ingeschakeld). 3. Indien zich overlast voordoet met grond- en of hemelwater dient de gemeente aan te kunnen tonen (door middel van metingen c.q. modelberekeningen) wat en hoe groot de overlast is.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
26
Open
➢
3.3.2
De gemeente heeft in 2022 een vijftal peilbuizen geplaatst die sinds 2024 gemonitord worden. Het contract loopt tot 2027. De gemeente is voornemens dit te verlengen.
Verdroging
De nadelige gevolgen van droogte op Schiermonnikoog betreffen verdrogingsschade aan bomen en groen. Deze droogteschade treedt op in zeer droge jaren. De gemeente kan in droge tijden het grondwaterpeil niet verhogen. Er is dan immers geen regenwater beschikbaar. De aanpak om verdroging tegen te gaan verschilt daarom wezenlijk van de aanpak van grondwateroverlast. In het bebouwde gebied is sprake van verhard oppervlak. Hierdoor kan in het bebouwde gebied meer verdroging optreden omdat het regenwater deels via de riolering wordt afgevoerd in plaats van dat het infiltreert in de bodem. De grondwateraanvulling door infiltrerend regenwater is dan ook minder dan in het buitengebied. De gemeente zet daarom in op: ▪ het afkoppelen van het verhard oppervlak van de riolering en het infiltreren van hemelwater in de bodem (onder andere door waterberging Reeweg en plaatsing van 40 infiltratiekolken in 2026); ▪ het vervangen van verharding door groen. Hierdoor wordt de sponswerking van de bodem vergroot en verdrogingsproblemen verminderd. Door meer te infiltreren en te vergroenen gaan de grondwaterstanden in de winter wel omhoog. Dit mag natuurlijk niet leiden tot grondwateroverlast. Bij de voorbereiding van deze projecten wordt dit gecontroleerd.
De gemeente werkt in het buitengebied samen met partijen die de grondwaterstand (kunnen) beïnvloeden, zoals provincie, waterschap en Vitens, om een integrale aanpak te waarborgen en de gevolgen van verdroging te minimaliseren.
3.4
Oppervlaktewater en drinkwater
3.4.1
Oppervlaktewater
We streven naar een gezonde én aantrekkelijke leefomgeving, daar hoort een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem bij. Om dit te bereiken beheren we de afvalwaterketen doelmatig en beperken we de emissie vanuit de afvalwaterketen op het oppervlaktewater zoveel als mogelijk. We staan open voor het koppelen van onze riool gerelateerde ingrepen aan waterkwaliteitsdoelen, het vergroten van de sponswerking van de bodem en andere gebiedsfuncties, zoals landbouw, natuur en recreatie. Als voorbeeld: de realisatie van een gescheiden rioolstelsel met afkoppeling van verhard oppervlak en infiltratie van hemelwater in het kader van tegengaan van wateroverlast, draagt als positief bijeffect bij aan een verbetering van de waterkwaliteit en aan vermindering van verdroging. Bij meldingen over een slechte waterkwaliteit, onderzoeken wij het aandeel van de riolering daaraan, voordat eventueel maatregelen getroffen worden. Wij sturen niet enkel op emissie, maar op kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
27
Open
Relatie droogte en oppervlaktewater Als gevolg van klimaatverandering zullen er naar verwachting vaker langere perioden van droogte voorkomen in Nederland. In stedelijk gebied heeft dit een dalende grondwaterstand tot gevolg. Het peilbeheer van het oppervlaktewater is in handen van het waterschap. De grondwaterstand kan beïnvloed worden door de oppervlaktewaterstand. Maar ook wij als gemeente en inwoners ons steentje bijdragen aan het tegengaan van verdroging door zo min mogelijk oppervlak te verharden (ook ontharden en de aanleg van groen) en het hemelwater zo veel mogelijk lokaal vast te houden en te infiltreren. Genoemde maatregelen worden al getroffen met het oog op het reduceren van het risico op wateroverlast tijdens extreme neerslag. Het tegengaan van verdroging is een neveneffect dat in het kader van de toenemende droogteproblematiek steeds belangrijker wordt. Een van de mogelijke gevolgen van dalende grondwaterstanden is zettingen van het maaiveld, waardoor (ongelijke) verzakkingen en scheuren kunnen ontstaan.
De kwaliteit van het oppervlaktewater in de bebouwde omgeving en het onderhoud van watergangen is geen specifieke watertaak van gemeenten. Als eigenaar van gronden langs watergangen in de openbare ruimte kan een gemeente wél onderhoudsplichtig zijn. Ook raakt waterkwaliteit aan de kwaliteit en het gebruik van de fysieke leefomgeving, waar de gemeente verschillende taken in heeft. Gebruik van oppervlaktewater als recreatiewater (o.a. zwemmen en varen) stelt eisen aan de waterkwaliteit. Daarover zal een gemeente met de waterkwaliteitsbeheerder afspraken moeten maken: welke waterkwaliteit streven we na en wat is daarvoor nodig? In de gemeente Schiermonnikoog is, naast het badstrand, de Berkenplas officieel (zoet) zwemwater. Om de goede waterkwaliteit stabiel te houden is door Natuurmonumentenbij de Berkenplas een helofytenfilter aangelegd.
3.4.2
Drinkwater
Schiermonnikoog is zelfvoorzienend als het gaat om drinkwater. Onder het eiland ligt een zoetwaterbel. Al het regenwater dat infiltreert, wordt via het duinzand natuurlijk gezuiverd waarna het in een periode van ongeveer 25 jaar naar de zoetwaterbel sijpelt. Drinkwaterbedrijf Vitens produceert en distribueert het ater en is verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking (bron: Omringd door water | Gemeente Schiermonnikoog). De gemeente heeft, net als alle overheden, een drinkwaterzorgplicht. Ten behoeve van de gezondheid van de inwoners streven gemeenten, waterschappen, provincies, Rijk en Vitens naar een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dat betekent dat functies binnen drinkwaterbeschermingsgebieden geen negatieve invloed hebben op de drinkwaterkwaliteit. De provincie is leidend in de bescherming van grondwater bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening. De gemeente volgt het beleid dat hiervoor in de provinciale omgevingsvisie en -verordening wordt opgenomen en neemt de ruimtelijke beschermingsregels van de provincie over die gelden voor de gebieden aangewezen als: waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, koude- warmteopslagvrije zone, boringsvrije zone en intrekgebied.
Onder de zorgplicht valt ook het beschermen van de infrastructuur en de productiemiddelen (zoals pompen) die nodig zijn voor de levering van drinkwater aan inwoners (bron: Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog – Dorp (link)).
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
28
Open
In opdracht van de provincie zijn gebiedsdossiers grondwater opgesteld. Schiermonnikoog houdt op de volgende wijze rekening met de risico’s voor drinkwaterwinning: - Indien daar aanleiding voor is doet de gemeente onderzoek naar foutaansluitingen binnen kwetsbare gebieden. - Bij potentiële afkoppeling van verharde oppervlakken in een grondwaterbeschermingsgebied worden de provincie en Vitens betrokken in de afweging. Hemelwater wordt bij voorkeur bovengronds afgevoerd om foutaansluitingen te voorkomen. Gemeente zet in op het voorkomen/ reduceren van de toepassing van uitlogende bouwmaterialen door voorlichting (communicatie) en conformeert zich aan Duurzaam Bouwen. - De gemeente consulteert de provincie en Vitens bij de aanleg/vervanging van riolering in grondwaterbeschermingsgebied; - Bij rioolinspecties wordt (conform de reguliere en relatief hoge frequentie) in grondwaterbeschermingsgebieden extra aandacht besteed aan voor grondwaterbescherming relevante aspecten als lekkage, openstaande voegen, hoekverdraaiingen, etc.; - Bij calamiteiten worden de waterkwaliteitsbeheerder en Vitens geïnformeerd en betrokken. Waterbeschikbaarheid De waterbeschikbaarheid staat onder druk.
Enerzijds doordat de vraag toeneemt, onder andere vanuit het toerisme, en anderzijds doordat als gevolg van klimaatverandering de temperatuur en derhalve de zeespiegel stijgt, waardoor de druk van het zoute zeewater op het zoetwaterbel steeds groter wordt. Schiermonnikoog zet naast de trits van vasthouden, bergen en afvoeren ook in op waterbesparing en benutting. Dit doet zij door communicatie en voorlichting, zoals de ‘Walters Waterkaart’ en ‘Schiermonnikoog omringd door Water’. De gemeente wil onder andere het gebruik van (tijdelijke) zwembaden ontmoedigen. Daarnaast geeft de gemeente hier invulling aan door hergebruik van (regen)water te stimuleren; onder andere door bij te dragen aan de kosten voor de aanschaf van een regenton. Ook dient bronneringswater dat vrijkomt bij ruimtelijke ontwikkelingen geloosd te worden op oppervlaktewater, greppel of het hemelwaterriool indien de kwaliteit van het water dat toelaat, conform de Waterschapsverordening. Hiermee blijft het water in het gebied. Om de waterreserves niet onnodig uit te putten wordt ook aan aanvulling bijgedragen door verhard oppervlak af te koppelen (zelf en door particulieren) en het water lokaal te infiltreren:
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
29
Open
We werken aan een klimaatbestendig en waterrobuust eiland door neerslag vast te houden waar het valt en de sponswerking van de bodem te vergroten. Daarbij hanteren we binnen de bebouwde kom de volgende principes: Inzetten op het scheiden (bij de bron) van hemelwater en vuil water en daar waar mogelijk benutting en hergebruik van hemelwater; Maximaal inzetten op infiltratie van hemelwater naar grondwater via openbaar groen; Particulieren dragen zo veel mogelijk bij aan opvang van hemelwater en infiltratie van hemelwater naar grondwater; Ontharden van oppervlakken (verharding vervangen door groen); Vergroten van de berging. In het landelijk gebied zijn samenwerkingspartners als waterschap, Vitens, natuur- en landbouworganisaties van groot belang. We kunnen de opgave alleen samen aanpakken. Door het water in de haarvaten van het systeem beter vast te houden én door de sponswerking van de bodem te verbeteren worden we weerbaarder tegen watertekorten (zoetwaterbeschikbaarheid) en kan de schade door droogte worden beperkt.
Daarnaast geven Wetterskip Fryslân, Vitens en de gemeente samen uitvoering aan de maatregelen die opgenomen zijn in het Integraal Waterplan Schiermonnikoog (zie hoofdstuk 2.1.5) met als doel het waarborgen van voldoende (zoet) water voor drinkwater, landbouw, natuur, bewoning, recreatie en toerisme.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
30
Open
4
Van ambitie naar doelen: programma water en riolering
4.1
Ambitie
De visie voor het Water- en Rioleringsprogramma luidt: “Schiermonnikoog wil samen met haar inwoners en andere belanghebbenden werken aan een veilige, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving en een toekomstbestendige waterketen.” Uit bovenstaande visie zijn vier ambities voor dit Wrp gedestilleerd. De gemeente: 1. zorgt door afvoeren van (huishoudelijk) afvalwater voor een veilige en gezonde leefomgeving. Door inzicht in de kwaliteit van het rioolstelsel (basis op orde) te hebben, toekomstgericht te werken, en rekening te houden met een veranderend klimaat, wordt voorkomen dat de volksgezondheid en veiligheid nu en in de toekomst in gevaar komt. 2. beperkt maatschappelijke ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden. Wij willen dat onze inwoners en bezoekers niet alleen nu, maar ook in de toekomst leven en recreëren in een fijne, veilige en gezonde straat en omgeving; Wij richten de openbare ruimte daarom klimaatbestendig in. In plannen voor de leefomgeving 8 nemen we waar mogelijk aspecten mee als: verdroging van groen/bomen/natuur, benutten en besparen van water, het vasthouden en infiltreren en bergen van water en het verkoelende effect van stromend water (hittestress). We maken ons daarmee weerbaar(der) tegen watertekorten.
Bij het klimaatbestendig inrichten wordt de volgende voorkeursvolgorde (trits) voor het omgaan met hemelwater gehanteerd: ‘(Benutten en besparen,) vasthouden (en infiltreren), bergen (en dan pas) afvoeren’. 3. zorgt voor een (water)robuust en duurzaam systeem, zowel in bebouwd als landelijk gebied. Waar mogelijk worden aanpassingen in de leefomgeving gecombineerd met werkzaamheden die nodig zijn vanuit andere disciplines. Het einde van de economische afschrijvingstermijn is niet per definitie een reden om te vervangen; wanneer mogelijk en veilig wordt de levensduur verlengd. Doelmatigheid is een belangrijk criterium bij investeringsbeslissingen. 4. betrekt haar inwoners en andere belanghebbenden bij (de uitvoering van) het beleid van de gemeentelijke watertaken. We willen dat onze inwoners, bezoekers en ondernemers/ het bedrijfsleven betrokken zijn en actief participeren. We zetten daarvoor in op communicatie en participatie om bewustwording rondom het thema (afval)water (en waterbesparing) te creëren en te vergroten. Dit resulteert in de volgende vier doelen: - Doelmatig beheer van de waterketen (hoofdstuk 4.2) - Klimaatadaptatief in 2050 (hoofdstuk 4.3) - Waterrobuust en duurzaam systeem (hoofdstuk 4.4) - Betrokken en actieve mensen (hoofdstuk 4.5) In dit hoofdstuk komen de gemeentelijke ambitie en het beleid ten aanzien van de watertaken (hoofdstuk 3) samen.
De onderzoeken, maatregelen en investeringen die nodig zijn om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen en de ambities en doelen te bereiken, zijn opgenomen in dit Wrp.
8
Waarbij opgemerkt wordt dat financiering vanuit de rioolheffing alleen toegestaan is indien deze één of meerdere gemeentelijke watertaken (zorgplichten) dienen
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
31
Open
4.2
Doel: Doelmatig beheer van de waterketen
4.2.1
Beschermen van de volksgezondheid
In het belang van de volksgezondheid en het milieu dienen alle percelen binnen het gemeentelijk gebied van waaruit afvalwater vrijkomt voorzien te zijn van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd in situaties waarbij lokale behandeling doelmatiger is. Het primaire doel van de riolering is het beschermen van de volksgezondheid (beperken infectieziekten); de kans dat mensen in aanraking komen met afvalwater moet tot een minimum beperkt worden. Dit wordt mede bereikt door panden aan te sluiten op de riolering, het rioleringsstelsel gedegen te beheren en onderhouden, adequate vervangingen uit te voeren en de gebruikers voor te lichten over risico’s en potentiële gevaren. Alle panden van waaruit afvalwater geloosd wordt, zijn aangesloten op de (druk)riolering. Voor nieuwbouw geldt dat het afvalwater in principe geloosd wordt op een rioleringssysteem, tenzij de initiatiefnemer aantoont dat er bij het alternatieve systemen sprake is van ‘eenzelfde graad van bescherming van het milieu’ (zie hoofdstuk 3.1). Hiermee staat de gemeente toe dat er onder voorwaarden alternatieve sanitatie systemen toegepast worden. Uitgangspunt blijft daarbij de bescherming van de volksgezondheid en het milieu (ook in relatie tot de drinkwaterwinningen van Vitens). Voor een nieuwe aansluiting op het gemengd en gescheiden rioleringsstelsel worden door de gemeente kosten in rekening gebracht.
Hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen bedrijven en particulieren. Een rioolaansluiting kan aangevraagd worden bij de gemeente. De regels en werkwijze zijn vastgelegd in de Aansluitverordening eenmalig aansluitrecht.
4.2.2
Kwaliteit waarborgen - effectief beheer
Omwille van de volksgezondheid en het milieu dienen de aanwezige rioleringsvoorzieningen in goede staat te verkeren. De gemeentelijke voorzieningen, zoals rioleringsbuizen, pompen en gemalen, worden periodiek gereinigd en geïnspecteerd. De onderhoudsfrequenties zijn afgestemd op de lokale situatie. Ingrijpmaatstaven worden beoordeeld en verholpen (indien doelmatig), rekening houdend met de aanwezigheid van grondwaterbeschermingsgebieden voor de productie van drinkwater door Vitens. • • • • •
De gemeente heeft een eigen storingsdienst. Gemalen worden 1x per jaar onderhouden door een externe partij; zij voeren ook de NEN 3140 keuringen uit. De kosten worden uit de exploitatie betaald. Het dagelijks onderhoud wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. De gemeente beschikt over een drukrioolreiniger (2018) die in een cyclus van 10 jaar vervangen wordt. De gemalen zijn mechanisch/elektrisch in goede staat; recent zijn de periodieke elektromechanische en bouwkundige vervanging uitgevoerd. Het gehele rioolstelsel is begin 2025 gereinigd en geïnspecteerd, mede met het oog op het investeringsprogramma voor dit Wrp. Reiniging en inspectie wordt eens per 10 jaar uitgevoerd. In het kader van dit plan houden we financieel rekening met een nieuwe ronde in 2035.
We streven naar het zoveel mogelijk beperken van gezondheidsrisico’s. In het geval van de waterketen, betekent dit het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater. We willen dat ons rioleringssysteem, met alle bijbehorende voorzieningen, werkt en in goede staat verkeert. We voorkomen daarmee dat er afvalwater in het milieu terechtkomt als gevolg van lekkages. Zo worden risico’s op oppervlaktewatervervuiling, bodemverontreiniging en grondwatervervuiling verkleind. Inwoners en bezoekers van onze gemeente mogen niet in contact komen met ongezuiverd afvalwater als gevolg van disfunctioneren van het systeem. Wij voeren het afvalwater daarom af naar het overnamepunt van Wetterskip Fryslân. 4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
32
Open
Vrijvervalriolering Om binnen de bebouwde kom het risico op waterhinder en -overlast te reduceren, dient de instroming in riolen van hemelwater afkomstig van straten en wegen via (infiltratie)kolken en goten ongehinderd plaats te vinden. Hiertoe wordt periodiek onderhoud uitgevoerd aan de kolken (kolkenzuigen) en straten en goten (vegen, borstelen). Voor het zuigen van kolken (gemiddeld 2x per jaar) wordt gebruik gemaakt van een kolkenzuiger van de gemeente Noardeast-Fryslân. De kosten zijn opgenomen in de exploitatie. Het vegen van de straten wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. De kosten worden in zijn geheel toegerekend aan groen/wegen. Het kan voorkomen dat het riool incidenteel verstopt raakt, dat kan zowel op particuliere percelen als in de openbare ruimte zijn. De gemeente heeft haar beleid ten aanzien van verstoppingen op de gemeentesite geplaatst: Rioolverstopping | Gemeente Schiermonnikoog 9 In slechte staat verkerende riolen en andere onderdelen van het stelsel worden gerepareerd of vervangen. Met het oog op het besparen van kosten c.q. doelmatigheid vervangen we riolen op basis van kwaliteit in plaats van de strategie ‘vervangen op basis van leeftijd’. Het gehele vrijvervalstelsel is in BrutIS verwerkt, inclusief alle huisaansluitingen. De totale vervangingswaarde van de vrijvervalriolering in de gemeente bedraagt € 9 miljoen.
Uit de rioolinspecties blijkt dat het stelsel kwalitatief goed is, ondanks dat de gemiddelde leeftijd van het stelsel toeneemt. Vanwege de stabiele ondergrond ligt het stelsel stabiel (relatief weinig verzakkingen). Op basis van bovenstaande wordt verwacht dat de gemiddelde theoretische technische levensduur van de riolering minimaal 80 jaar bedraagt. Uitgaande van deze technische levensduur, zullen de investeringsbedragen vanaf 2040 (aanzienlijk) toenemen. De kwaliteit van de riolering is in beeld gebracht middels camera inspectie. Gebreken in de riolering zijn bekend en maatregelen worden getroffen. Een beperkt deel van de riolen moet op korte termijn vervangen of gerepareerd te worden. De gemeente kiest er uit doelmatigheidsoogpunt voor om riolering alleen autonoom te vervangen wanneer de volksgezondheid, drinkwaterkwaliteit of verkeersveiligheid in het geding komen. Minder urgente rioolvervangingen vinden plaats in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte (wegreconstructie, renovatie, energietransitie en/ of klimaatadaptieve wijkgerichte aanpak, waaronder de aanleg van gescheiden rioolstelsels). Uit de rioolinspecties is een maatregelprogramma opgesteld voor de komende jaren.
Op basis van de kwaliteit bedraagt de werkelijke investering de komende 10 jaar voor rioolvervanging € 274.000 (vervanging dwa) en € 1.325.000 voor vervanging door een gescheiden riool 10 . Het Maatregelen en investeringsplan is als bijlage 5-1 opgenomen. Op de korte termijn (planperiode) wordt autonome rioolvervanging uitgevoerd in de Torenstreek (136 meter) en Voorstreek (106 meter). Daarnaast wordt de gemengde riolering vervangen door een gescheiden riool in de Paaslandweg (131 meter) en Nieuw Dokkum Noordoost (815 meter).
Figuur 8 Vervangingsinvesteringen vrijverval riolering (prijspeil 2025)
9
https://www.schiermonnikoog.nl/rioolverstopping Hierbij is nog geen rekening gehouden met een eventuele subsidie vanuit de Regiodeal.
10
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
33
Open
Met het oog op de middellange en lange termijn (werk met werk maken en anticiperen op eventuele investeringspieken) wordt gebruik gemaakt van de inspectiegegevens in combinatie met de ouderdom. Verwacht wordt dat na de planperiode, op middellange en lange termijn, voor rioolvervanging de volgende investeringsbedragen benodigd zijn: • De gemiddelde vervangingskosten van de periode 2029-2035 à € 65.000 worden gecontinueerd tot 2040. • Vanaf 2041 zal er een vervangingspiek komen, aangezien de technische levensduur (80 jaar) van een groot deel van het stelsel dan verstreken is. In de periode 2041-2050 wordt rekening gehouden met een theoretische vervangingsinvestering van € 611.000 per jaar. Bij de actualisatie van het plan in 2030 zal de gedetailleerde raming ook 5 jaar opschuiven om zodoende vroegtijdig te (kunnen) anticiperen op eventuele stijgende investeringskosten.
Figuur 9 Theoretische vervangingsinvestering vrijvervalriolering op basis van leeftijd en een theoretische levensduur van 80 jaar (prijspeil 2025). In evenredige blokken van 5 à 10 jaar)
De investeringsbedragen zijn gebaseerd op geactualiseerde eenheidsprijzen, prijspeil januari 2025, exclusief eilandtoeslag. Mechanische riolering Pomp- en gemaalstoringen dienen adequaat verholpen te worden om verontreiniging van oppervlaktewater, grondwater en/of bodem te voorkomen. De gemeente heeft het gehele rioolstelsel, inclusief drukriolering, middels Flowtrackers in beeld gebracht (in 2024) en in het beheersysteem BrutIS opgenomen. Jaarlijks worden de gemalen geïnspecteerd en worden de daaruit voortkomende maatregelen uitgevoerd. Deze strategie werkt naar tevredenheid en wordt gecontinueerd. Om de werking en storingen adequaat inzichtelijk te krijgen is de gemeente voornemens om 4 gemalen te voorzien van telemetrie en debietmeting. De investering en exploitatiekosten worden in dit plan meegenomen voor zover deze doelmatig worden geacht. Daarnaast zijn de investeringen voor alle pompen, gemalen, leidingen en overige onderdelen van de mechanische riolering op kosten gezet voor de planperiode en de lange termijn. Dit is opgenomen als bijlage 5-1.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
34
Open
Op basis van leeftijd en kwaliteit is het komende decennium geen vervanging voorzien van leidingen behorende tot de drukriolering en mechanische riolering (pas vanaf 2042). Op de lange termijn zal de aanwezige 5,7 km drukriolering vervangen worden. Voor de langjarige berekening is uitgegaan van een gemiddelde eenheidsprijs van € 62 per m1 en een technische levensduur van 50 jaar11.
4.2.3
Voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater
Doelmatig transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt Het ingezamelde rioolwater dient naar een geschikt lozingspunt getransporteerd te worden. Bij een gemengd en afvalwaterrioolstelsel (vrijverval en drukriool) betreft dat het overnamepunt van het waterschap, veelal het hoofdgemaal. De afstroming moet gewaarborgd zijn en de verblijftijd van het afvalwater in het riool moet beperkt blijven om aanrotting, vervuiling, schade en stankoverlast te voorkomen. Periodiek worden rioolinspecties uitgevoerd om eventuele knelpunten op te sporen en te verhelpen. Voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater Om grondwater- en oppervlaktewater- en bodemverontreiniging te voorkomen dienen riolen in voldoende mate waterdicht te zijn. De waterdichtheid wordt onderzocht tijdens rioolinspecties. Eventuele maatregelen om de waterdichtheid te waarborgen of te herstellen volgen uit de beoordeling van de inspecties. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de eventuele ligging van riolering in grondwaterbeschermingsgebieden. De vuiluitworp van de rioolstelsels via overstorten op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. Het rioolstelsel van Schiermonnikoog voldoet, mede door de aanleg van randvoorzieningen, aan de milieutechnische eisen. De twee riooloverstorten treden incidenteel in werking.
Als gevolg van de verdergaande afkoppeling op Schiermonnikoog zullen overstortingen in de toekomst nog minder frequent voorkomen; dit heeft derhalve een gunstig effect op het milieu. Daarnaast is het doel om zoveel mogelijk te voorkomen dat schoon hemelwater onnodig naar de RWZI afgevoerd wordt. Door het hemelwater terug in het milieu te brengen wordt onnodige zuivering voorkomen en verdroging tegengegaan. Hemelwater is in principe schoon genoeg om direct op stedelijk oppervlaktewater of in de bodem te lozen. Het verwerken van overtollig regenwater door particulieren op het eigen perceel wordt door de gemeente gestimuleerd middels subsidiëring, communicatie en burgerparticipatie. Bij nieuwbouw geldt een verplichting, zie hoofdstuk 3.2. Om het inzicht te vergroten heeft de gemeente overwogen om debietmeters te plaatsen en telemetrie aan te brengen. Uit de doelmatigheidsafweging is echter gebleken dat dit zonder externe financiering niet haalbaar is. Bij iedere rioolvervangingsopgave weegt de gemeente af of het, onder andere gezien de ligging, kwaliteit en huidige stelsel, doelmatig is om de gemengde riolering te vervangen door een gescheiden stelsel. Hiervoor geldt het afkoppelplan uit 2022 als leidraad. Voor een grafische weergave van het rioolstelsel en de kenmerken van de riooloverstorten en randvoorzieningen wordt verwezen naar bijlage 2-1.
11
Vervanging drukriolering voorzien in de periode 2042-2046 à € 65.000 per jaar en in 2060 à € 31.000
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
35
Open
4.3
Doel: Klimaatadaptatief Schiermonnikoog in 2050
Om de effecten van klimaatverandering in beeld te krijgen heeft het KNMI scenario’s ontwikkeld. Deze klimaatscenario’s geven een beeld van hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, hevigere buien en drogere zomers in 2050. Deze weersveranderingen hebben ook voor Schiermonnikoog effect op de robuustheid van functies. Kenmerken van het landschap, zoals bodemtype, hoogteligging, watersysteem en landgebruik bepalen de mate waarin we overlast (kunnen) ondervinden van extremer weer. Denk aan de lage plekken waar het water blijft staan na een hevige bui en versteende gebieden die sterker opwarmen bij hitte. In die landschappelijke kenmerken hebben we als mensen sterk de hand gehad. We kunnen de buitenruimte zo inrichten dat het robuust is voor klimaatverandering, maar we kunnen ook ons gedrag aanpassen. Beide onderdelen vallen onder klimaatadaptatie (aanpassen en anticiperen).12 Schiermonnikoog maakt werk van klimaatadaptatie Een aantal maatregelen is al uitgevoerd, een deel is in voorbereiding Dit doet de gemeente, met en voor de inwoners, organisaties en bedrijven. In het DPRA is de ambitie vastgelegd om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Daarmee is een overgang ingezet die in 2050 voltooid moet zijn. Dit sluit aan bij de Omgevingsvisie, de Global Goals en het Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat (zie hoofdstuk 2.1).
Invulling wordt gegeven aan de landelijke maatlat (bijlage 3-3): In 2023 is de landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving aan de Tweede Kamer gepresenteerd. De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen, waaraan voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. De maatlat definieert eenduidig voor nieuwbouw wat er onder klimaatadaptief bouwen en inrichten wordt verstaan en bestaat uit kwalitatieve doelen, kwantitatieve prestatie-eisen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Met deze maatlat wordt het voor gemeenten, vastgoedeigenaren en de bouwsector duidelijk wat nodig is voor klimaatbestendige nieuwbouwontwikkelingen. De maatlat zal juridisch geborgd worden via een instructieregel in het [landelijke] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) of de meer specifieke regelgeving in het [landelijke] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Gezien de (omvang van de) bouwopgave, de urgentie van extremer weer door klimaatverandering en de wens om daarin geen kansen te missen, zal de gemeente niet afwachten tot de maatlat juridisch is geborgd maar actief aan de slag gaan om de maatlat in de praktijk toe passen en te borgen. In bestaand gebied geldt dat de maatlat als inspanningsverplichting geldt, en geen resultaatverplichting.
Meer informatie over de Maatlat: Landelijke maatlat (overheid.nl).
In de volgende paragrafen worden de voor de gemeentelijke watertaken relevante aspecten uit het DPRA en de landelijke maatlat benoemd, te weten wateroverlast en droogte. Daarnaast wordt kort ingegaan op hitte(stress). Ten aanzien van het aspect ‘overstromingen’ (waterveiligheid) ligt de verantwoordelijkheid en het initiatief bij de Rijksoverheid.
4.3.1
Wateroverlast
Om gevoelige locaties in beeld te brengen is in het kader van het afkoppelplan (en aanvullend op de regionale stresstest) een hemelwaterstresstest uitgevoerd. Met de klimaatstresstest is onder andere het effect van een extreme bui in beeld gebracht en wordt duidelijk wat in gemeente wordt verwacht wanneer een bui van 60 millimeter in één uur tijd valt. Deze bui heeft een herhalingstijd van eens in de circa 100 jaar.
12
Adaptatie is wezenlijk anders dan mitigatie: In de context van klimaatverandering verwijst mitigatie naar acties die worden ondernomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zo de opwarming van de aarde te beperken. 4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
36
Open
Onderstaande figuur geeft een overzicht waar in de huidige situatie water op maaiveld komt te staan bij een klimaatbui van 60 mm in 1 uur. Het betreft 6 locaties die theoretisch wateroverlast ervaren, te weten: (A) Willemshof, (B) Langestreek, (C) Langestreek om de Noord, (D) Van Starkenborghstraat, (E) Nieuwestreek en (F) Frederik Hendrik Gasaustraat.
Figuur 10 Overzicht van water-op-straat tijdens een klimaatbui van 60 mm in 1 uur (huidige situatie).
In het afkoppelplan zijn doelmatige maatregelen uitgewerkt en op kosten gezet: het afkoppelen op eigen terrein en via hemelwaterriool is een effectieve manier gebleken om het plangebied klimaatbestendig te richten. Vanuit de impulsregeling klimaatadaptatie heeft Schiermonnikoog subsidie toegezegd gekregen voor de uitvoering van een aantal maatregelen. Onder andere is de natuuroever aan de Reeweg gerealiseerd, vindt een bijdrage plaats aan het project Nieuw Dokkum Noordoost (afkoppelen) en de realisatie van 40 infiltratiekolken.
Figuur 11 Maatregelen Afkoppelplan
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
37
Open
We continueren derhalve de ingeslagen weg ten aanzien van afkoppeling van verhard oppervlak. Afkoppeling en ontharden van terreinen leidt naast het reduceren van de kans op wateroverlast ook tot meer groen in de leefomgeving. De gemeente hanteert het beleid om duurzame rioleringssystemen aan te leggen door schoon water en vuilwater te scheiden of gescheiden te houden. Door minder gemengd water kan het afvalwater (op termijn) eenvoudiger benut worden als grondstof of energiebron, vraagt het transport minder capaciteit en minder energie en uiteindelijk minder voorzieningen, vinden minder (vuile) overstortingen op oppervlaktewater plaats en kan schoon water lokaal worden benut hetgeen verdroging tegengaat. Tevens draagt, zoals beschreven, dit niet-aankoppelen en afkoppelen van het schone water bij aan het verminderen van de kans op wateroverlast. Bij nieuwbouw worden schone en vuilwater stromen bij de bron gescheiden en wordt geen hemelwater op het vuilwater geloosd. Daarbij is er aandacht voor het principe “niet afwentelen” (Water en bodem sturend) en de trits “(Benutten en besparen) vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren”. Daarnaast gelden er (bergings)eisen voor (sporadische) nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Om het watersysteem klimaatbestendig te maken is veel berging nodig.
Bij nieuwbouw wordt geen of slechts in beperkte mate hemelwater geaccepteerd door de gemeente, hiervoor is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Dit wordt op termijn nader gespecificeerd en vastgelegd in het omgevingsplan (zie bijlage 4-1). Gemeenten hebben tot 2032 om het ‘tijdelijke omgevingsplan van rechtswege’ om te zetten in een ‘definitief omgevingsplan’.
4.3.2
Droogte
Langdurige droogte heeft verschillende mogelijke negatieve gevolgen, zowel in bebouwde als in landelijke omgeving. Het feit dat er op het eiland drinkwaterwingebieden liggen is belangrijk in deze context, omdat de droogteproblematiek een versterkend effect kan hebben op de drinkwaterwinning in de gemeente en vice versa. In een droge (zomer) situatie zakt de grondwaterstand in het bebouwde gebied tot 1,15 à 1,4 meter onder maaiveld (meetpunten HB02 – HB05, bijlage 3-2). In het oostelijke deel van de kern ligt het grondwater dichtst bij het oppervlak. Gedurende langdurig droge periodes in de zomer is het mogelijk dat de grondwaterstanden verder uitzakken en droogteschade kan ontstaan aan natuur en begroeiing, zowel in landelijk als in bebouwd gebied. Daarnaast kan door de droogte ook de opbrengst van de landbouw afnemen. Bovenstaande is een van de redenen dat de gemeente hemelwater daar waar mogelijk vasthoudt en infiltreert daar waar het valt (zie ook hoofdstuk 4.1). Aan de andere kant kan er in natte perioden sprake zijn van grondwateroverlast. Indien daar aanleiding toe is kan de gemeente er voor kiezen om bij rioolvervangingswerkzaamheden drainage mee te leggen.
Een reden kan zijn dat de ontwateringsdiepte (structureel) minder bedraagt dan de streefwaarden zoals aangegeven in hoofdstuk 3.3 en/ of dat er sprake is van structurele grondwateroverlast of het risico aanwezig is dat dit zal ontstaan als gevolg van de rioolvervanging.
4.3.3
Hittestress
Het aantal tropische dagen met een temperatuur van ten minste 30 graden en het aantal tropische nachten met een temperatuur van minimaal 20 graden zullen naar verwachting toenemen. Ondanks de gunstige ligging van het eiland, kan dit zich ook manifesteren op Schiermonnikoog. In de bebouwde omgeving wordt hitte vastgehouden, waardoor het gedurende een hittegolf nauwelijks afkoelt. Dit kan leiden tot hittestress en nadelige gevolgen voor de gezondheid. Hogere luchttemperaturen leiden tot hogere watertemperaturen. En dat kan negatieve gevolgen hebben voor de waterkwaliteit.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
38
Open
Autonome maatregelen om hittestress te voorkomen worden niet uit het Wrp gefinancierd. Indien meegelift kan worden op reeds geplande maatregelen in de openbare ruimte, dan is financiering vanuit de rioolheffing onder voorwaarden wel mogelijk, denk aan de aanleg van meer groen.
4.4
Doel: Waterrobuust en duurzaam systeem
In de in hoofdstuk 4.2 en 4.3 ligt de nadruk op bebouwd gebied en het bereiken (borgen) van een waterrobuuste leefomgeving. Ondanks dat de rol van de gemeente beperkter is in het landelijk gebied, is het realiseren van een adaptief, waterrobuust landelijk gebied een belangrijk doel voor Schiermonnikoog. Een toekomstbestendig landelijk gebied is van groot belang voor leefbaarheid, recreatie en toerisme en (daarmee) economie. De effecten van klimaatverandering kunnen groot zijn, waardoor een adaptief landelijk gebied cruciaal is. Samen met andere belanghebbenden streven we er naar dat schade aan landbouwgewassen en natuur beperkt blijven bij wateroverlast en droogte. Het water, zowel oppervlaktewater als grondwater, dient van voldoende kwaliteit te blijven bij droogte en hitte, zowel voor gebruik in de agrarische sector als met het oog op het houden voldoende schoon drinkwater voor onze inwoners en bezoekers (drinkwaterbeschikbaarheid). We gaan ons voor 2050 weerbaar(der) maken voor watertekorten, zowel oppervlaktewater als drinkwater. We willen overlast door overtollig water en langere periodes van droogte door het veranderende klimaat voorkomen. Daarom willen we gebieden in het buitengebied gebruiken om water te bergen en hier langer vast te houden.
Door voldoende water beschikbaar te houden willen we ook tijdens droge periodes het waterpeil op orde houden, waardoor de waterkwaliteit niet verslechtert. Onze gemeente speelt een belangrijke rol in de drinkwaterwinning. Daarom, en om het landschap beter te maken voor boeren en de natuur, moeten we water langer vasthouden. Samen met o.a. het wetterskip, Vitens en grondeigenaren gaan we zoeken naar plekken waar we dit kunnen doen, zodat het water niet meteen wordt afgevoerd. Hiervoor treffen we in het buitengebied maatregelen met als doel om water beter vast te houden, slimmer te verdelen en om zuiniger te zijn met water.
4.5
Doel: Betrokken en actieve mensen
Zoals meerdere keren beschreven in dit plan is het anticiperen op klimaatverandering een gezamenlijke opgave waarin iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Dat gaat niet vanzelf; de gemeente ziet voor haarzelf een taak weggelegd om haar inwoners en het bedrijfsleven daarover te informeren, te enthousiasmeren en stimuleren. Dat doet de gemeente middels communicatie, participeren in acties en de subsidieregeling. Doel is: betrokken en actieve mensen in de gemeente die zich bewust zijn van de effecten van wateroverlast, hitte en droogte op hun leefomgeving en die kennis hebben van welke maatregelen zij zelf kunnen treffen om de risico’s te beperken (steentje bijdragen), zoals het klimaatbestendig inrichten van hun eigen perceel. Het meest sprekende voorbeeld is de flyer en campagne Omringd door water, waarbij ook ingezet wordt op het nut en mogelijkheden van waterbesparing. De op dit moment lopende subsidieregeling betreft die voor de aanschaf van een regenton (meer informatie, onder andere over de hoogte van de vergoeding is te verkrijgen via: link). De hieraan gerelateerde kosten worden niet vanuit de rioolheffing betaald. Ten aanzien van inzicht in en betrokkenheid bij de grondwaterstand (te hoog en te laag), heeft de gemeente de grondwaterstandmetingen digitaal ontsloten en beschikbaar gesteld voor haar inwoners en andere
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
39
Open
gebruikers, zie: Veldoffice GWMP - publiek. Daartoe zijn de peilbuizen voorzien van divers 13 die semicontinue metingen verrichten.
4.5.1
Informeren en betrekken van inwoners en bedrijven bij werkzaamheden
Om overlast van werkzaamheden voor de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen en in ieder geval tot een minimum te beperken, besteedt de gemeente veel aandacht aan goede communicatie richting belanghebbenden. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte worden de belanghebbenden vroegtijdig en goed geïnformeerd over de gevolgen hiervan ten aanzien van bereikbaarheid en bedrijfsvoering. Afhankelijk van het project gebeurt dat door de gemeente of door de aannemer die het werk uit gaat voeren. Rioolvervanging vindt zoveel mogelijk integraal plaats. Hiermee wordt de overlast (frequentie) voor omwonenden beperkt. Middels burgerparticipatie wordt ingezet op meer betrokkenheid ten aanzien van de bovengrondse inrichting en het vergroten van het bewustzijn ten aanzien van (hemel)water. Tijdens de bijeenkomsten in het kader van participatie wordt ook aandacht besteed aan het beperken van overlast tijdens de uitvoering, planning, bereikbaarheid en tijdelijke maatregelen. Een ander aspect is dat overlast gereduceerd wordt wanneer riolering gerelined wordt in plaats van vervangen. De gemeente maakt bij ieder project de doelmatigheidsafweging of de riolering vervangen of gerelined wordt.
Naast kosten, spelen aspecten als de aanleg van gescheiden riolering (afkoppeling), de staat van de verharding, bovengrondse inrichting (toegankelijkheid, wenselijkheid van wegafsluitingen), ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) en uiteraard het type ingrijpmaatstaf (verzakkingen, breuk/instorting) een rol. De gemeente kiest voor relining indien dat doelmatig wordt geacht.
4.5.2
Minimale overlast voor de omgeving
De gemeente probeert niet alleen om haar inwoners zo goed mogelijk voor te lichten, ook wordt er dagelijks hard gewerkt om de ‘bedrijfszekerheid’ van de riolering te waarborgen en overlast voor de omgeving tot een minimum te beperken. Om dit te bewerkstelligen dienen storingen snel opgemerkt en adequaat verholpen te worden. De gemalen zijn voorzien van een roodlichtmelding. Eventuele storingen worden door omwonenden of passanten gemeld, waarna actie ondernomen wordt. Dit systeem werkt naar tevredenheid van de gemeente. Vier gemalen worden de komende planperiode voorzien van telemetrie, het betreft 2 BBL’s en de gemalen in de Reeweg en Veerweg. De jaarlijkse abonnementskosten worden vanuit de exploitatielasten betaald. De stabiliteit van de riolering dient eveneens gewaarborgd te zijn. De ingrijpmaatstaven met betrekking tot stabiliteit en waterdichtheid zijn aanleiding om met prioriteit maatregelen aan de riolering te treffen. Stankoverlast moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Hier wordt in de ontwerpfase reeds rekening mee gehouden (denk aan inprikpunten van drukriolering in het vrijvervalriool). Mochten er stankklachten binnenkomen (bijvoorbeeld na een illegale lozing of bij een lange droge periode), dan wordt dat adequaat onderzocht en krijgt de melder een terugkoppeling.
Werkzaamheden aan de riolering kunnen leiden tot overlast, zowel bij onderhoudswerkzaamheden als rioolreiniging en inspecties, als bij vervangingswerkzaamheden. Tijdelijke wegafsluitingen zijn daarbij niet te voorkomen. De gemeente streeft ernaar om geplande werkzaamheden zoveel mogelijk af te stemmen en gelijktijdig uit te voeren om de duur en frequentie van de overlast voor de inwoners te beperken. Daarnaast informeert de gemeente haar inwoners over uit te voeren werkzaamheden en de consequenties daarvan.
13
Datalogger om (in dit geval) grondwaterstanden te meten en op te slaan
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
40
Open
4.6
Maatregelenprogramma water en riolering
4.6.1
Exploitatielasten
Onderzoeken en maatregelen: algemeen en per watertaak Kosten en opbrengsten riolering excl btw
2026
Dagelijks beheer (budget) Reparatie riool en straatkolken Aanleg huisaansluiting 2x Kolkenzuigen 2x Stroom gemalen (380013/-20) Telemetrie en debietmeters exploitatie Onderhoud en inspectie gemalen Actualisatie Water- en Rioleringsprogramma Opstellen systeemoverzicht stedelijk water Overig Opstellen verordening Subtotaal
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
15.000 2.000 3.000
5.000
2.000 5.000
2.000 5.000
2.000 5.000
2.000 5.000 15.000
2.000 5.000
2.000 5.000
2.000 5.000
2.000 5.000
2.000 5.000 20.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
20.000 10.000
10.000
37.000
37.000
37.000
52.000
37.000
37.000
37.000
57.000
57.000
10.000 15.000 50.000
Groot onderhoud (budget) Relinen Hoedliners Deelliners Inspectie vrijverval riool (eens per 10 jaar) Inspectie drukriool Waterjet obstakels Subtotaal
50.000 250.000 25.000 -
50.000
-
25.000
-
-
-
-
-
30.000 280.000
Figuur 12 Dagelijks beheer en groot onderhoudskosten volgend uit dit programma (kostensoort 380990, zie figuur 13) Kosten soort 210000 380013 380020 380503 380821 380990
433000 999111 999141
Omschrijving
2026
Belastingen Transportkosten Electriciteitsverbruik Klein en dagelijks onderhoud uitbestede werkzaamheden Noardeast Fryslân financ aankopen overige goederen en diensten aanvullende exploitatielasten WTP 2026 baten realisatie huisaansluitingen Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regeling Apparaatskosten Beleidsteam Apparaatskosten Personeel buitendienst Overhead (extracomptabel toegerekend)
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
10 7.500 4.500 15.196
50.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
87.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
37.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
62.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
52.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
37.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
37.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
37.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
57.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
337.000 5.3001.580 3.837 22.263 19.400
118.986
155.986
105.986
130.986
120.986
105.986
105.986
105.986
125.986
405.986
Totale kosten exclusief BTW, kapitaallasten en dotatie
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Figuur 13 Exploitatielasten exclusief kapitaallasten en dotatie aan/ onttrekking uit voorziening en exclusief BTW (prijspeil 2025)
4.6.2
Investeringen
Onderstaande tabel toont alle investeringen (en reserveringen) voor de periode 2026-2035:
Vervanging en afkoppeling (krediet) Vervangen dwa Vervangen door gescheiden stelsel * Aanleg infiltratiekolken 40x Afkoppelen particulier verhard oppervlak * Investeringen overig Drukrioolreiniger (Rior) Vervangingen pompen en gemalen (mech/elec) Vervangingen pompen randvoorzieningen (mech/elec) Subtotaal
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
134.000 67.000 40.000
536.000
402.000
20.000 50.000
20.000 45.000
20.000 45.000
20.000 45.000
20.000 45.000
20.000 45.000
20.000 45.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
50.000
45.000 17.000
8.000 112.000
241.000
*
586.000
402.000
80.000
75.000
92.000
187.000
120.000
75.000
= Torenstreek 136 meter rond 250 mm) en Voorstreek (106 meter rond 200 mm) = Paaslandweg 131 meter rond 300 mm en Nieuw Dokkum Noordoost 615 meter rond 300 mm = potentiële subsidie regiodeal
Figuur 14 Investeringen 2026-2035 (prijspeil 2025)
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
41
83.000
Open
5
Wat is daarvoor nodig?
In dit hoofdstuk worden de kosten en baten (inning van de rioolheffing) van de rioleringszorg behandeld. De Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt dat de rioolheffing maximaal 100% kostendekkend mag zijn14. Aan de uitgavenzijde wordt onderscheid gemaakt in lopende kapitaallasten, nieuwe investeringen (vervanging en afkoppeling), exploitatielasten (personele inzet, beheer en onderhoud stelsel, onderzoek en plannen waaronder niet-structurele posten volgend uit dit plan) en btw. Deze aspecten worden onderstaand behandeld. De inkomstenkant is de exponent van de uitgavenzijde. In hoofdstuk 5.2 wordt de heffing berekend die nodig is om een kostendekkend geheel te hebben en in de toekomst te houden. Om deze reden wordt een langere periode dan de planperiode van dit Wrp in ogenschouw genomen. Er kan geanticipeerd worden op een toekomstige stijging of daling van de lasten. We kijken vooruit tot en met 2070, waarmee eventuele vervangingspieken meegenomen worden. Naast de financiën, moet ook de personele kant niet uit het oog verloren worden. We starten dit hoofdstuk met de theoretisch benodigde en daadwerkelijk aanwezige formatie voor water en riolering binnen de gemeente.
5.1
Personele middelen
Er bestaan bij de gemeente momenteel geen knelpunten ten aanzien van de personele bezetting, ondanks de beperkte capaciteit van de binnendienstformatie. Bij de buitendienst is de benodigde arbeidsinspanning voor uitvoering van de taken in evenwicht met de beschikbare bezetting. Wel is de totale capaciteit kwetsbaar als gevolg van een kleine bezetting. De gemeente laat om deze reden een aantal maatregelen en onderzoeken door externe partijen (commercieel of niet-commercieel) uitvoeren. Te denken valt aan het bijwerken van revisies en planontwikkeling (commercieel) en ambtelijke samenwerking met de GR DDFK-gemeenten en de andere Waddeneilanden (niet-commercieel). Ook participeert Schiermonnikoog (financieel) in de samenwerking tussen de Friese gemeenten en Wetterskip Fryslân in de waterketen (Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat). Door deze verschillende vormen van samenwerking kan de gemeente haar wettelijke taken zelfstandig blijven uitvoeren, wordt zij minder kwetsbaar en worden kennis, ervaring en innovaties beter en sneller uitgewisseld.
14
de gemeente mag besluiten om een deel van de kosten uit andere middelen te financieren.
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
42
Open
5.2
Financiële middelen
5.2.1
Algemeen
Investeringen in de riolering moeten op grond van de gemeentelijke financiële voorschriften worden geactiveerd. Activeren leidt tot kapitaallasten, bestaande uit rente- en afschrijvingslasten. Basisregel: investeringen in het riool activeren en afschrijven Onder het BBV is de basisregel dat investeringen met economisch nut geactiveerd moeten worden (artikel 59, eerste lid BBV). Alle investeringen in het riool -ook de vervangings- en verbeteringsinvesteringen- vallen onder de investeringen met een economisch nut. Immers, een gemeente kan middelen genereren via het riooltarief (artikel 59, tweede lid BBV). De geactiveerde investeringen leiden voor de duur van de afschrijfperiode tot kapitaallasten en deze lasten kunnen op grond van artikel 228a Gemeentewet in het tarief worden meegenomen [Notitie Riolering, Commissie BBV].
Onderzoeken worden veelal niet geactiveerd: Activeren immateriële activa De mogelijkheid om immateriële activa te activeren is door het BBV aanzienlijk beperkt. Alleen kosten van onderzoek en ontwikkeling kunnen nog worden geactiveerd. Daarbij geldt ook nog de voorwaarde dat er reëel zicht moet zijn op de verwezenlijking van de plannen (bovendien moet het gaan om de verwezenlijking van tastbare zaken). De maximale afschrijvingstermijn is in de BBV gesteld op 5 jaar.
In Schiermonnikoog worden de kosten ten behoeve van plannen en onderzoeken niet geactiveerd. Deze kosten worden gedekt vanuit de exploitatie. Schiermonnikoog beschikt over een egalisatievoorziening om de jaarresultaten van het rioleringsplan te egaliseren en fluctuerende jaarlasten op te vangen zonder de rioolheffing daarop aan te passen. Het saldo van de egalisatievoorziening bedraagt momenteel (januari 2025) € 368.000. Dit saldo wordt aangewend om schommelingen in de heffing te voorkomen (dotatie aan en onttrekking uit de voorziening op begrotingsbasis) en eventuele tegenvallers in de exploitatie op te kunnen vangen zonder dat er direct een begrotingstekort optreedt. Positieve resultaten (of uitgestelde kosten) worden op rekeningbasis aan de egalisatievoorziening toegevoegd. Daarnaast beschikt de gemeente over een reserve riolering. Voorgesteld is dit saldo à € 32.500 per 2026 toe te voegen aan de egalisatievoorziening. Dit leidt tot een eenvoudigere en eenduidigere werkwijze waarmee administratieve lasten worden beperkt. Iedere 4 à 5 jaar, wanneer er ook een nieuw programma of actualisatie daarvan plaatsvindt, wordt het kostendekkingsplan en de doorkijk herzien. Tussentijds wordt het kostendekkingsplan geactualiseerd indien daar aanleiding toe is (substantiële afwijkingen ten opzichte van de prognoses).
Bij een actualisatie wordt berekend of de geprognosticeerde ontwikkeling van de rioolheffing nog volstaat. De incidentele kosten hiervan worden gedekt uit de structurele post exploitatiepost overig à € 15.000 per jaar. Voor de actualisatie/ herziening van het programma in 2030 en 2035 is een budget gereserveerd van respectievelijk € 15.000 en € 20.000.
5.2.2
Lasten
Rioolvervanging De uitgaven voor rioolvervangingen zijn op de korte termijn (komende 10 jaar) gebaseerd op de resultaten van de rioolinspectieronde 2025. Voor de lange termijn zijn deze gebaseerd op een technische levensduur
4 december 2025
WRP 2026-2035
BK2468-HAS-XX-ZZ-RP-Z-0001
43
Open
van 70 jaar15. De berekening van de vervangingskosten volgt uit het rioolbeheersysteem BrutIS. De kosten zijn exclusief BTW en gebaseerd op prijspeil 2025. Er is geen eiland-opslag toegepast aangezien de budgetten zonder opslag volstaan (opgaaf gemeente). In hoofdstuk 4.2.2 zijn de vervangingsinvesteringen voor de korte en lange termijn weergegeven (voor de lange termijn op basis van een technische levensduur van 80 jaar). Een vervangingspiek wordt verwacht in de periode 2041-2050. Bij de actualisatie van dit plan over 5 jaar zal de lange termijn doorkijk geactualiseerd worden. De investeringen voor de vervanging van riolering en afkoppeling worden geactiveerd en economisch in 70 jaar afgeschreven (lineaire afschrijving, tegen 1,68% rente). Projectmatige, grootschalige relining wordt gelijkgesteld aan vervanging. Vervanging drukriolering, pompen en gemalen en randvoorzieningen In de beschouwde periode voor het kostendekkingsplan 2026 – 2060 dient rekening te worden gehouden met de vervanging van pompen en gemalen, drukriolering en randvoorzieningen. De kosten hiervoor zijn meegenomen in de kostendekkingsberekening. Deze investeringen worden geactiveerd en langjarig afgeschreven.