CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

8-bijlage 3 Programmabegroting 2022 gemeente Schiermonnikoog.pdf

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Begroting 202226.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onderwijs

-

Secretariaat bezwarencommissie

Samenwerking Noardeast-Fryslân De gemeente Schiermonnikoog heeft een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de gemeente NoardeastFryslân. Deze DVO’s hebben betrekking op het sociaal domein (WMO en sociale zaken) en (beleids-) ondersteuning op het gebied van financiën, belastingen, salarisadministratie en handhaving. De dienstverleningsovereenkomsten zijn ook meegenomen in de nieuwe werkorganisatie van Noardeast-Fryslân.

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Op het terrein van de vergunningsverlening, toezicht en handhaving speelt een aantal ontwikkelingen. Ten eerste de implementatie van het Besluit VTH en de effecten hiervan voor onze gemeente. Ten tweede de ontwikkeling van de FUMO komende jaren. Beide ontwikkelingen zijn van invloed op de wijze waarop we onze organisatie ten aanzien van deze taken in de nabije toekomst gaan vormgeven. Op basis van de nota handhaving ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ wordt er sinds 2020 actief en gestructureerd gehandhaafd.

- 29 -

Dienstverlening aan onze inwoners, bedrijven en gasten In een continu proces met elkaar in de gemeentelijke organisatie werken aan een nog betere dienstverlening aan onze inwoners, bedrijven en gasten is ons uitgangspunt

Communicatie De communicatie is het afgelopen jaar pro-actiever geworden. Er wordt vaker via de nieuwsbrief en website gecommuniceerd over voorgenomen ontwikkelingen en de inhoud daarvan. Bij elk voorstel nemen we de communicatie-afweging expliciet mee. Hiermee creëren we nog meer bewustwording binnen de organisatie ten aanzien van de actieve communicatie naar onze inwoners. Op deze manier zijn onze inwoners eerder hierover geïnformeerd en dat draagt bij aan nog meer transparantie. En met de in 2020 geïntroduceerde groene brief blijven we onze inwoners informeren over ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid.

Ontwikkeling van de organisatie als geheel en individueel Werken aan de kwaliteit en continuïteit van onze kleine organisatie is een continu aandachtspunt. We zijn kwetsbaar in onze continuïteit, mocht iemand ziek zijn of anderszins afwezig, dan kunnen sommige werkzaamheden niet worden overgenomen door collega’s. Op ongeveer elk inhoudelijk terrein hebben we namelijk maar één of een ‘halve’ kennis-of uitvoeringspersoon. Dankzij samenwerking met de eerder genoemde partners, proberen we dat zoveel mogelijk op te vangen. En als op deze manier iedereen operationeel is, kunnen we onze taken goed uitvoeren. Voor de toekomst zien we echter nog steeds een toename van wettelijk opgedragen taken die meer uitvoering gaan vragen. Het betreft hier taken die voortkomen uit nieuwe wetgeving, bijvoorbeeld de privacywet. Daarnaast wordt er op steeds meer terreinen gevraagd om verantwoordingsdocumenten en het voldoen aan steeds strengere eisen. Dat legt een groter beslag op onze bedrijfsvoeringscapaciteit. Samenwerken en zoeken naar slimme oplossingen blijft voor onze organisatie dus cruciaal.

Bedrijfsvoeringskosten Hieronder wordt inzicht gegeven in de volgende bedrijfsvoeringsonderdelen: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d. de automatiseringskosten; e. de kosten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant.

a.

Omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten

Onderstaande tabel geeft de personeelslasten weer alsmede de ontwikkeling van de formatie: afdeling

kosten in €

formatie

2022

2022

2021

5.500.10.0 Kostenplaats publiekszaken

730.332

10,58

10,86

5.600.10.1 Kostenplaats personeel beleidsteam

786.865

8,56

8,06

5.600.10.3 Kostenplaats personeel buitendienst

387.309

6,49

6,49

6.001.15.0 Burgemeester en wethouders

261.105

2,30

2,30

5.500

n.v.t.

n.v.t.

2.171.111

27,93

27,71

6.003.10.8 Burgerlijke stand Totaal

- 30 -

De formatie groeit in 2022 t.o.v. 2021 met 0,2 fte. Dit komt door uitbreiding oudererenwerker Koningshuis met 0,2 FTE.

b. kosten van externe inhuur; Soort inhuur 5.600.10.1 Kostenplaats personeel

2022

2021

24.159

0

0

18.185

77.086

81.570

101.245

99.755

beleidsteam project duurzaamheid (t/m 2021) Bouw- en woningtoezicht (deels op 6.822.20.9 en deels op kpl. 5.500.100) Totale inhuurkosten

De totale kosten inhuur stijgen licht. Verder worden de verschillen veroorzaakt door verschuivingen tussen de budgetten. Externe inhuur wordt gedefinieerd als: “het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen de organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.”

c.

huisvestingskosten

Product

2022

2021

5.200.15.3 Werkplaats

108.261

121.944

6.000.20.0 Overhead gemeentehuis

147.466

136.862

Totale huisvestingskosten

255.727

258.806

2022

2021

25.400

20.210

6.000.10.0 Overhead ICT

311.829

301.155

Totale automatiseringskosten

337.229

321.365

Dit zijn de lasten inclusief toegerekende uren. d.

Automatiseringskosten

Product 6.001.10.6 Gemeenteraad (raadsapparatuur incl. rente en afschrijving)

De ICT-kosten stijgen in 2022 ten opzichte van 2021, door opnemen budget voor abonoment streaming raad en stijging kosten Samenwerkingsverband SSL.

- 31 -

Kosten raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant. Product

2022

2021

6.001.10.6 Gemeenteraad

161.808

163.703

6.001.10.6 Raadsgriffier

65.822

49.440

(rekenkamer/commissies/accountant)

12.850

39.300

6.001.15.0 Burgemeester en wethouders

18.350

18.350

Totale kosten raad, griffie, rekenkamer

258.830

252.443

6.06.15.6 Raadsondersteuning

en accountant. De totale kosten stijgen ligt. Verder worden de verschillen veroorzaakt door verschuivingen tussen de budgetten. Dit zijn technische aanpassingen.

- 32 -

SOCIAAL DOMEIN Inleiding Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning van hun inwoners die zelf onvoldoende zelfredzaam zijn of niet voldoende in staat zijn tot participatie. Hiertoe zijn de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet van kracht. Gemeenten hebben vanuit die landelijke wetten de opdracht om een samenhangend beleid te voeren voor het Sociaal Domein, gericht op het vergroten van de deelname aan de samenleving van mensen in een kwetsbare positie. Bij deze omvangrijke overdracht werken vier gemeenten in Noordoost-Fryslân samen. Het gaat om de gemeente Ameland, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Schiermonnikoog.

Gezamenlijk zorgen de gemeenten ervoor dat onze inwoners in een kwetsbare positie de zorg en ondersteuning blijven krijgen die nodig is. Zorg en ondersteuning die hen weer in staat stelt volwaardig aan de samenleving deel te nemen. Zodat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien, mensen kunnen meedoen naar vermogen en zelfredzaam zijn. We willen dit voor elkaar krijgen door de sociale ondersteuningsstructuur voor mensen simpeler, overzichtelijker en doeltreffender te maken.

Vier principes De volgende vier principes staan centraal in het Sociaal Domein: 1.

ontzorgen, ondersteunen en eigen kracht versterken; De zelfredzaamheid van de burger wordt leidend. Doel is dat iedere burger mee blijft doen;

2.

in de buurt; Een gebiedsgerichte aanpak staat centraal, waarbij uit wordt gegaan van het vertrouwen in de professionals die in de wijk direct met de burgers werken. Doel is dat vragen van volwassenen en jongeren zoveel mogelijk op gebiedsniveau worden beantwoord. Naast informatie, advies, zorg en ondersteuning wordt preventie een belangrijk doel van deze werkwijze;

3.

één plan, één regisseur; Voor zowel de zorg en ondersteuning in de wijk als voor de gespecialiseerde zorg en ondersteuning geldt dat er integraal gewerkt wordt volgens het principe één plan, één regisseur die (eind)verantwoordelijk is;

4.

budgetten per gebied en traject. De focus wordt in de toekomst verlegd naar het sturen op resultaat. Uitgangspunt daarbij is het vertrouwen dat de burger en professionals verantwoordelijkheid nemen en zich inzetten voor de meest doelmatige oplossingen.

Vervolgens zijn in aansluiting op deze principes zeven speerpunten benoemd voor de concrete aanpak van de transitie en transformatie van het sociaal domein. Hieronder geven we deze speerpunten nog even kort weer: 1.

alle inwoners staan centraal;

2.

iedereen kan meedoen;

3.

preventie aan de voorkant en dicht bij de burger;

4.

eigen kracht is de basis;

5.

we zorgen voor mensen in kwetsbare situaties.;

6.

integrale benadering: Eén gezin/cliënt, Eén aanpak, Eén regisseur en (waar mogelijk), één budget;

7.

gemeente voert regie en stuurt op resultaten.

- 33 -

1/ Participatiewet (IOAW en IOAZ) De Participatiewet voegt de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een deel van Wet Jonggehandicapten (WAJONG) samen. Door het Kabinet wordt beoogd dat hiermee een regeling komt voor iedereen die in staat is om te werken, waarbij een groot deel van de uitvoeringstaken wordt gedelegeerd aan de gemeente.

De doelstelling van de Participatiewet is om iedereen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden, bij voorkeur regulier werk. De Participatiewet draagt zo bij aan de ambitie om zoveel mogelijk mensen mee te laten doen aan de maatschappij. Voor mensen die niet kunnen werken, blijft er een sociaal vangnet in de vorm van een (bijstand)uitkering. De Participatiewet geeft daarmee aan gemeenten de volgende opdracht: •

Vergroten arbeidsparticipatie/inzet werkdienstverlening

•

Uitkeringsverstrekking en handhaving

Centraal begrip bij al deze wijzigingen is ‘meedoen’. Het belang van de gemeenten vanuit al deze veranderingen is gelijk. Namelijk het zodanig inzetten van middelen dat de mensen die het betreft uiteindelijk maximaal zelfredzaam zijn en maatschappelijk kunnen participeren en tegen zo laag mogelijke kosten.

In onderstaande grafiek en tabel staan het aantal uitkeringen IOAW en Participatie wet: Aantal

Jan

Dec

Jan

Febr

Maart

April

Mei

Juni

Juli

2020

2020

2021

2021

2021

2021

2021

2021

2021

Participatiewet

8

8

8

8

8

8

8

8

8

IOAW

1

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

9

8

8

8

8

8

8

8

8

Onder de Participatiewet vallen de volgende producten. Uitvoeringskosten worden hierbij niet meegerekend: Product

budget in 2022 €

6.610.10.4 Bijstandsverlening (netto)

139.250

6.610.10.4 IOAW

21.000

6.623.30.4 Re-integratie (nieuwe doelgroepen)

14.500

Totaal

174.750

- 34 -

2/ Voorzieningen WMO De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geeft gemeenten de opdracht maatschappelijke ondersteuning te bieden aan mensen die onvoldoende zelfredzaam zijn om te kunnen participeren in de samenleving.

Deze maatschappelijke ondersteuning bestaat uit (zie www.invoeringwmo.nl): •

Ondersteuning in het dagelijks leven: denk aan ondersteuning om zelfstandig te kunnen blijven wonen (bijvoorbeeld een woningaanpassing);

•

Ondersteuning van mensen die zich inzetten voor hun medemens of buurt, zoals mantelzorgers en vrijwilligers;

•

Stimuleren van activiteiten die de onderlinge betrokkenheid in buurten en wijken vergroten;

•

Voorkomen dat mensen later zwaardere vormen van hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld met opvoedingsondersteuning (inmiddels onderdeel van de nieuwe Jeugdwet) en activiteiten tegen eenzaamheid.

Met de Wmo 2015 zijn daar taken bij gekomen. Er werden namelijk zogeheten functies van de AWBZ gedecentraliseerd naar de Wmo. De AWBZ was een volksverzekering bedoeld voor mensen die langdurige en complexe zorg nodig hebben vanwege een ziekte of een beperking. Het gaat om de functies individuele begeleiding, groepsbegeleiding (dagbesteding) inclusief vervoer en kortdurend verblijf voor cliënten die niet in instellingen verblijven, de extramurale zorg. Verder worden het begeleid/beschermd wonen (RIBW’en) gericht op participatie overgeheveld naar het gemeentelijk domein. De verantwoordelijkheid hiervoor is belegd bij de centrumgemeente Leeuwarden.

De Wmo 2015 heeft als doel het mogelijk maken voor mensen om langer thuis te kunnen blijven wonen en te participeren en draagt gemeenten op daartoe te zorgen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen. De Wmo 2015 benoemt de volgende taken: A.

de sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking bevorderen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente bevorderen, alsmede huiselijk geweld voorkomen en bestrijden;

B.

mantelzorgers en andere vrijwilligers ondersteunen;

C.

vroegtijdig vaststellen of ingezetenen maatschappelijke ondersteuning behoeven;

D.

voorkomen dat ingezetenen op maatschappelijke ondersteuning aangewezen zullen zijn;

E.

algemene voorzieningen bieden aan ingezetenen die maatschappelijke ondersteuning behoeven;

F.

maatwerkvoorzieningen bieden ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn;

G. maatwerkvoorzieningen bieden aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.

- 35 -

In onderstaande grafiek en tabel staan het aantal lopende WMO-voorzieningen: Aantal

Jan

Dec

Jan

Febr

Maart

April

Mei

Juni

2020

2020

2021

2021

2021

2021

2021

2021

Begeleiding

6

5

3

6

6

6

5

5

Huishoudelijke hulp

22

23

23

21

20

20

22

23

Rolstoelen

13

12

14

15

12

12

11

11

Vervoersvoorzieningen

39

35

35

33

33

35

33

32

Woonvoorzieningen

19

19

20

20

18

19

19

19

Totaal

99

94

95

95

89

92

90

90

Onder de WMO vallen de volgende producten en zorgbudgetten. Uitvoeringskosten worden hierbij niet meegerekend. De WMO is een zogenaamde “open-einde regeling”. budget in 2022 in €

Product 6.661.00.0 Maatwerkvoorzieningen (hulpmiddelen)

23.300

6.661.00.1 Woonvoorzieningen

32.700

6.662.00.3 Maatwerkvoorzieningen (collectief vervoer)

27.550

6.662.008 Zorg in natura

20.000

6.662.10.4 Huishoudelijke verzorging

63.270

6.663.00.1 Opvang en beschermd wonen 18+

9.100

6.670.02.5 Thuis- en mantelzorgondersteuning

1.500

6.670.02.6 Innovatie, transformatie & zorg

2537

6.671.00.1 Gebiedsteam, informatie & advies

10.760

Totaal

190.717

3/ Jeugdzorg De Jeugdwet heeft tot doel het jeugdstelsel te vereenvoudigen en efficiënter en effectiever te maken. Met de decentralisatie worden financieringsstromen rondom jeugd samengevoegd. De nieuwe wet omvat de jeugdzorg die de verantwoordelijkheid van de provincie was, de gesloten jeugdzorg onder regie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, de jeugd-GGZ onder de Zvw, de zorg voor lichtverstandelijk gehandicapten jongeren op basis van de AWBZ en de jeugdbescherming en jeugdreclassering van Veiligheid en Justitie.

De wettelijke taken vanuit de Jeugdwet zijn, het bieden van: A.

Preventie;

B.

Jeugdhulp;

C.

Kinderbeschermingsmaatregelen;

D.

Jeugdreclassering.

De wet geeft verder aan dat deze taken gericht zijn op: •

het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen;

•

het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, gebieden, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen;

•

het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen;

- 36 -

•

het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij voor zover mogelijk wordt uitgegaan van hun eigen inbreng;

•

het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit, en integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multi problematiek;

•

het tot stand brengen en uitvoer van gezinsplannen2 en het verlenen van hulp op basis van gezinsplannen.

Onder de jeugdzorg vallen de volgende producten en budgetten. Uitvoeringskosten worden hierbij niet meegerekend. De Jeugdzorg is een zogenaamde “open-einde regeling”: budget in 2022 in €

Product 6.671.00.1 Gebiedsteam, informatie & advies

10.640

6.672.02.0 Pgb - Jeugdzorg

64.000

6.682.020 Individuele voorziening jeugd in natura

148.000

Totaal

222.640

In onderstaande grafiek en tabel staan het aantal lopende Jeugdzorg-voorzieningen: Aantal

Totaal

Jan

Dec

Jan

Febr

Maart

April

Mei

Juni

2020

2020

2021

2021

2021

2021

2021

2021

10

12

13

12

12

13

12

12

Daarnaast lopen er Pgb’s die direct zijn verstrekt door het college aan de scholen. Hier is het gemeentelijk budget 2022 ook op gebaseerd.

- 37 -

GRONDBELEID In 2021 staat de woningmarkt nog altijd onder druk. Er is een tekort aan betaalbare woningen in de gemeente Schiermonnikoog.

Grondbeleid Onder gemeentelijk grondbeleid wordt verstaan “De door het bevoegd gezag te maken keuzen met betrekking tot de toepassing van het instrumentarium ten aanzien van grondverwerving, kostenverhaal en gronduitgifte”. In feite gaat het hierbij om aankoop, bouwrijp maken en verkopen van grond.

In het verleden heeft de gemeente deze taken altijd zelf uitgevoerd. Dat lag ook wel voor de hand omdat de gemeente zelf een woningbedrijf exploiteerde. De taken waren doorgaans beperkt tot gronduitgifte voor woningbouw en bedrijventerrein. Dit zal in de toekomst ook zo blijven. In het verleden zijn gronden aangekocht rondom het dorp. Dit zijn potentiële locaties voor woningbouw. Voor het overige voert de gemeente geen actief beleid.

In specifieke gevallen kan het voorkomen dat particulieren de medewerking van de gemeente vragen om infrastructuur aan te passen als gevolg van hun projecten. In die gevallen zal tussen de initiatiefnemer en de gemeente worden vastgelegd onder welke voorwaarden de kosten zullen worden verrekend.

Totaaloverzicht complexen In 2021 in er één complex in exploitatie. Dit is woningbouwlocatie Oost, Schiermonnikoog. Er worden in totaal tussen de 25-30 woningen gerealiseerd. Het bestemmingsplan is op 18 mei 2021 vastgesteld. De grondexploitatie is in 2020 vastgesteld.

Bouwgronden in exploitatie (BIE)

Afsluiting

BW 1/1/22

BW 31/12/22

Woningbouwlocatie Oost, Schiermonnikoog

31-12-2023

407.491

-457.484

407.491

-457.484

Totaal

Het verwachte resultaat van het complexen Woningbouwlocatie Oost, Schiermonnikoog bedraagt € 213.867 op basis van de eindwaarde. Dit verwachte totaalresultaat hebben we niet meegenomen in de begroting 2022. Dit resultaat nemen we mee op moment van realisatie.

Onderbouwing verliesvoorzieningen Er zijn geen verliesvoorzieningen.

Onderbouwing winstnemingen Met ingang van 2017 moeten gemeenten volgens het BBV tussentijds winst nemen bij grondexploitatiecomplexen volgens de Poc-methode, de Percentage of completion. Maatgevend is de realisatie tot en met het lopende jaar ten opzichte van het totaal van de kosten en opbrengsten van de grondexploitatie. In formule: % kostenrealisatie maal % opbrengstrealisatie is % poc.

- 38 -

Bouwgronden in exploitatie (BIE)

% poc

Totale

Reeds genomen

winstneming

Geprognotiseerde winstneming 2022

Woningbouwlocatie Oost, Schiermonnikoog

33,1%

Totaal

119.568

12.930

106.638

119.568

12.930

106.638

Bij het complex Woningbouw Oost, Schiermonnikoog is het poc-percentage toegepast, op basis waarvan in 2022 een totale winstneming van € 119.568 geprognotiseerd wordt. In 2021 is er een winst van 12.930 geprognotiseerd, zodat er in 2022 € 106.638 winst moet worden genomen. Het poc-percentage is gebaseerd op de reeds gemaakte kosten en opbrengsten. Indien er op een later tijdstip bouwrijp wordt gemaakt of gronden worden verkocht, schuift het moment van winstneming naar achteren.

De geprognosticeerde winstneming 2022 hebben we niet meegenomen in de begroting 2022. Dit resultaat nemen we mee op moment van realisatie.

Risicoberekening en vorming reserves Er is geen vaste bestemmingsreserve gevormd voor eventuele risico’s binnen het grondbedrijf. Risico’s worden jaarlijks bepaald. Er kan bijvoorbeeld worden weergegeven wat het risico is van kostenstijging, rentestijging en uitblijven van de verkopen. Ook kan het zijn dat er in een bepaald complex een specifiek risico toe wordt gevoegd. Indien er risico’s in de grondexploitatie van toepassing zijn, worden deze beschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen.

Overige gronden Overige gronden zijn veelal agrarische gronden die de gemeente in eigendom heeft. De boekwaarde van deze gronden is lager dan de marktwaarde. De gronden worden veelal verhuurd of verpacht.

Warme gronden Sinds 2019 bestaat er naast BIE (Bouwgrond in Exploitatie) en overige gronden (landbouwgronden) een nieuwe categorie gronden, namelijk ‘warme gronden’. Deze gronden mogen tegen toekomstige waarde worden gewaardeerd, mits deze voldoen aan alle volgende criteria:

1.

de gronden moeten deel uitmaken van een door de gemeenteraad vastgestelde visie of masterplan voor (een) concrete en binnen afzienbare tijd te starten grondexploitatie(s), waarin de gebiedsontwikkeling van totaalplan naar deelgrondexploitaties is vastgelegd;

2.

de gebiedsontwikkeling mag niet zodanig conflicteren met de uitkomst van de inventarisatie van bedreigingen die de ontwikkeling in de weg kunnen staan, bijvoorbeeld op het gebied van milieu of bereikbaarheid;

3.

de visie / het masterplan mag niet strijdig zijn met beleid van de provincie en/of rijk;

4.

er is een betrokkenheid bij de gebiedsontwikkeling van provincie of rijksoverheid;

5.

het mag alleen gaan om gebiedsontwikkeling voor de bouw van woningen en niet voor bedrijfsterreinen;

6.

periodiek (minimaal eens in de 2 jaar) worden de gronden getaxeerd tegen de waarde volgens de toekomstige woningbouwbestemming, met inachtneming van de inherente onzekerheden van de ontwikkelmogelijkheden.

- 39 -

Voldoen de gronden niet aan al deze punten dan moet er een (tijdelijke) afwaardering plaatsvinden naar de huidige waarde, die grotendeels kan worden teruggedraaid zodra tot bouwgrond wordt besloten. Dit is een zogenaamde tijdelijke voorziening. Momenteel zijn er geen warme gronden in de gemeente Schiermonnikoog.

- 40 -

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING In deze paragraaf zijn een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s, het beleid hierop en financiële kengetallen opgenomen. Tevens is een beoordeling van de verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie opgenomen. Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstandsvermogen te beoordelen. Het doel is om zichtbaar te hebben dat we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. Het afdekken van de risico’s gebeurt deels via afgesloten verzekeringen en deels via het treffen van voorzieningen. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Per risico benoemen we de kans van optreden, de impact en duur. Hiermee ontstaat een gefundeerd beeld op de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit tegenvallers bekostigd worden, zonder dat de begroting en het beleid (direct) aangepast moeten worden. Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. Een exact sluitende begroting - waarbij het weerstandsvermogen nihil is - leidt tot een situatie waarbij iedere financiële tegenvaller een probleem vormt.

Om die reden is het wenselijk dat een gemeente beschikt over een adequaat weerstandsvermogen, waarbij een gezonde verhouding is tussen risico’s en weerstandscapaciteit. Het is een optelsom van alle elementen uit de gemeentefinanciën die daadwerkelijk kunnen worden ingezet om niet- begrote kosten te kunnen dekken.

De beschikbare weerstandscapaciteit kan volgens het BBV bestaan uit: -

de reserves (voor zover vrij besteedbaar);

-

de stille reserves (voor zover binnen één jaar verkoopbaar en voor zover verkoop de continuïteit van de uitvoering niet aantast);

-

de onbenutte belastingcapaciteit (tenzij wettelijk beperkingen zijn opgelegd of in het collegeprogramma anders is afgesproken);

-

nog niet ingevulde begrotingsruimte / nieuwe beleidsgelden;

-

de post onvoorzien.

Het uitgangspunt voor het weerstandsvermogen is dat de incidentele weerstandscapaciteit voldoende moet zijn om de incidentele financiële risico’s te bekostigen en dat de structurele weerstandscapaciteit op een zodanig niveau moet zijn dat daarmee structurele financiële tegenvallers kunnen worden gedekt.

Bij het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit rekent de gemeente Schiermonnikoog alleen met de vrij besteedbare reserves. Redenen zijn dat de overige mogelijke onderdelen niet goed objectief zijn te meten of niet worden onderscheiden. Stille reserves worden per definitie niet gemeten. Wat de onbenutte belastingcapaciteit is hangt mede af van wat politiek haalbaar is. En de begroting bevat geen posten voor niet ingevulde begrotingsruimte of nieuwe beleidsgelden. De structurele weerstandscapaciteit bedraagt € 12.500. Dit bedrag betreft de post onvoorzien. De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bedraagt € 1.809.067 (t/m 31-12-2025). Dit is het gecorrigeerde bedrag van de algemene reserve waar geen verplichtingen op rusten + overige vrij besteedbare reserves. Zie ook het onderdeel “Weerstandsvermogen” verderop in deze paragraaf.

- 41 -

Uitgangspunt voor het weerstandsvermogen is dat: -

de incidentele weerstandscapaciteit voldoende moet zijn om de incidentele financiële risico’s te bekostigen en

-

de structurele weerstandscapaciteit op een zodanig niveau moet zijn dat daarmee structurele financiële tegenvallers worden gedekt.

Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico’s De begroting en de Algemene reserve De Programmabegroting is het kader voor onze jaarlijkse activiteiten. In deze begroting bepaalt de raad het budget voor de uitvoering van de programma’s. Als een risico zich voordoet, dan vangen we de effecten eerst in de lopende begroting op, alvorens een beroep te doen op de Algemene reserve. Is er sprake van structurele effecten, dan stellen we in de volgende Notitie Financieel Kader maatregelen voor om deze effecten op te vangen.

Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schadepreventief, onder andere door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van bestaande procedures en het goed gemotiveerd afhandelen van bezwaarschriften. Risico’s van achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen. Er zijn beheerplannen met daarbij horende budgetten voor wegen, groen, openbare verlichting, riolering en gebouwen. Alleen voor de veerdam ontbreekt nog een onderhoudsplan.

Voorzieningen Er zijn voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen waarvan bekend is dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Er zijn voorzieningen getroffen voor verplichtingen (wachtgeld), onderhoud van gebouwen, riolering en dubieuze debiteuren.

Risico-inventarisatie Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen is de risico‐inventarisatie geactualiseerd. De risico‐ inventarisatie heeft een aantal geïdentificeerde risico’s opgeleverd, die voldoen aan de volgende criteria: -

risico’s met grote financiële gevolgen,

-

waarvoor de kans redelijk groot is dat deze zich ook daadwerkelijk manifesteren en

-

waarvan de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente nog niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen om de kans of het gevolg van het risico terug te dringen.

Risico’s die al zijn afgedekt door verzekeringen en voorzieningen blijven buiten beschouwing. Uit de risico-inventarisatie zijn de hierna volgende risico’s in kaart gebracht. Daarbij is per risico aangegeven wat de maximale impact is als het risico zich voordoet en de daarbij behorende kans. De bandbreedte geeft het bedrag aan dat we per jaar aan risico lopen. De factor het aantal jaren dat dit risico zich voordoet .

- 42 -

Onderwerpen

Risico

(bedragen in €)

Band-

Factor

Impact

Kans

Kans x

breedte

Impact

1.

Coronacrisis

0

400.000

1

400.000

10%

40.000

2.

Sociaal Domein > jeugdzorg

0

100.000

3

300.000

10%

30.000

3.

Sociaal Domein > woningaanpassingen

0

13.000

1

13.000

10%

1.300

4.

Pensioenvoorziening wethouders

0

20.000

3

60.000

40%

24.000

5.

Langdurige ziekte

0

65.000

2

130.000

20%

26.000

6.

Overig (waaronder leningen,

39.963

garantstelling) Balans in personele formatie/DVO

7

pm

Noardeast Fryslân Totaal risico

1.

181.263

Corona-crisis

In september 2021 lijkt het er op dat de coronacrisis voor het grootste deel achter ons ligt. Landelijk is circa 77% van alle inwoners volledig gevaccineerd en 85% gedeeltelijk (1 prik). Schiermonnikoog heeft zelfs het hoogste percentage volledig gevaccineerden van Nederland: 94%. Het kabinet neemt besluiten, die er op neerkomen dat de coronamaatregelen gefaseerd terug geschroefd worden en we langzamerhand weer naar het “oude normaal” gaan. Corona is daarmee nog niet volledig uitgedoofd, het anatal coronagevallen blijft vooralsnog stabiel. De kans op een nieuwe grote uitbraak en alle gevolgen van dien achten wij echter behoorlijk kleiner (10%) dan vorig jaar (50%). De financiële impact houden we wel op hetzelfde bedrag als in de jaarrekening (€ 400.000), gebaseerd op de ervaring die we hiermee in de afgelopen anderhalf jaar hebben opgedaan.

2.

en 3. Sociaal Domein

In het sociaal domein is er een tweetal onderwerpen, dat met name een risico vormt voor Schiermonnikoog. Het betreft dure woningaanpassingen en jeugdzorg. Voor beide zijn budgetten beschikbaar in 2022. Overschrijdingen en onderschrijdingen worden verrekend met de reserve Sociaal Domein. Er is een risico dat de overschrijdingen niet kunnen worden gedekt uit die reserve. We achten die kans echter niet groot (10%), waarbij we de financiële impact en de onderbouwing daarvan op hetzelfde niveau inschatten als het vorige jaar: € 300.000 voor jeugdzorg en € 13.000 voor woningaanpassingen. De reserve sociaal domein bedraagt overigens € 230.867 per 31-122020.

4.

Pensioenvoorziening wethouders

Door de lage rentestand kan het voorkomen dat er niet voldoende rendement wordt gehaald om de pensioenvoorziening van de (oud)-wethouders op peil te houden. De rente blijft naar verwachting voorlopig laag, waarmee er een aanmerkelijke kans bestaat dat er in de komende jaren opnieuw stortingen nodig zijn. De kans daarop wordt ingeschat op 40%. We gaan daarbij uit van een financiële impact van € 60.000. De actuariële bedragen voor de pensioenvoorzieningen worden afgedragen aan APG, die deze gelden belegd bij ASR. ASR heeft het APPA-contract voor wethouders per 1 januari 2022 opgezegd. Vanaf dat moment gaan wij de pensioenvoorziening zelf beheren. Dit heeft geen verdere financiële consequenties.

- 43 -

5.

Vervanging bij ziekte of langdurige afwezigheid

In geval van ziekte van gemeentepersoneel geldt een doorbetalingsverplichting van het salaris. Gedurende de eerste 6 maanden van ziekte worden het volledige salaris en de salaristoelagen doorbetaald. Na 6 maanden wordt het salaris en de salaristoelagen voor 90% uitbetaald. Na 12 maanden wordt het salaris en de salaristoelagen voor 75% uitbetaald. Na 24 maanden wordt het salaris en de salaristoelagen voor 70% uitbetaald. De kosten van vervanging als gevolg van ziekte komen voor rekening van de gemeente boven de reguliere loonkosten. Het ziekteverzuim is schommelt tussen de 3% en 4,5%. Uiteraard wordt in geval van ziekte een adequate begeleiding geboden en de wetgeving conform de Wet verbetering Poortwachter uitgevoerd.

Langdurige ziekte zoals hiervoor beschreven komt voor. Als de inhuur voor ziekte voor bv. een jaar nodig is, dan kunnen de kosten van vervanging oplopen tot wel € 65.000 (gemiddelde loonkosten per formatieplek). We hebben geen apart budget voor ziektevervanging. We zetten dit risico op 20% en 2 jaar lang, dus dat er een kans van 20% is dat we gedurende 2 jaar een langdurig zieke werknemer kunnen krijgen. We gaan hierbij uit van de gemiddelde loonkosten van € 65.000 van een gemeentelijke werknemer.

6.

Overig

Naast de hiervoor genoemde risico’s zijn er nog minder concrete risico’s te benoemen. We noemen hieronder alleen de garanties en leningen, maar ook bijv. schades vallen hieronder.

7.

Balans in personele formatie/DVO Noardeast Fryslân

Op dit moment zijn nog niet alle personele en financiële effecten bekend en wordt er nog gewerkt aan een actualisering van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Noardeast Fryslân.

Garanties: 1. Yn’e mande De gemeenteraad heeft op 15 mei 2018 besloten garant te staan voor het financiële effect van een leerlingendaling tot een bedrag van € 45.000.

Verstrekte leningen: Verstrekte leningen

Jaar

Stand 31-12-

verstrekt

2020 (€)

Verstrekt (€)

Aflossing (€)

Stand 31-122021 (€)

1

Stichting Veldsporten

2005

57.787

10.643

47.142

2

Dorpshuis Ons Centrum

2016

31.193

7.220

23.973

3

Energiecoöperatie De

2018

33.475

2.402

31.076

2018

184.524

6.843

177.680

4.933

45.067

Sintrale 4

Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland (SVN)

5

Dorpshuis Ons Centrum

2020

50.000

6

Energiecoöperatie De

2021

0

31.912

2.222

29.690

356.979

31.912

34.263

354.628

Sintrale Totaal

- 44 -

Het maximaal risico dat de gemeente loopt op de garanties is € 45.000 en op de leningen € 354.628. Er zijn geen actuele signalen van de stichtingen/verenigingen, dat zij niet aan hun aflossingsverplichtingen zouden kunnen voldoen, of dat de gemeente zal worden aangesproken op haar garantstellingen. Het risico wordt daardoor laag ingeschat.

Voor de post overige, waar de leningen en garantstellingen ook onder vallen, wordt het risicobedrag vooralsnog ingeschat op 10% van het restantbedrag van de leningen en garanties per 31-12-2021, t.w. € 39.963.

Weerstandsvermogen Het saldo van de algemene reserve op transactiebasis is € 408.130 inclusief verwachte resultaten (eind 2025). Daarnaast zijn van de bestemmingsreserves vrij besteedbaar € 1.405.867. Dit telt ook mee voor de incidentele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit komt daarmee begin 2022 uit op € 1.813.997. De incidentele weerstandscapaciteit is daarmee gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2020 (toen € 1.928.887 ) en voldoet ruimschoots aan ons financieel risico van € 181.263, zoals berekend in de risicoparagraaf. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende reserves: € Algemene Reserve (eind 2025)

408.130

Reserve Eneco

1.000.000

Reserve sociaal domein

230.867

Reserve Toerisme

150.000

Reserve co-financiering

25.000

Totaal

1.813.997

De bestemmingsreserves waaronder verplichtingen liggen (reserves lichtmasten, decentrale arbeidsvoorwaarden, reserve resultaat riolering, reserve veerdam, reserve duurzame energie) mogen we niet mee nemen bij de bestemmingsreserves die vrij besteedbaar zijn.

Hoe beoordelen we ons weerstandsvermogen? Het weerstandsvermogen geeft weer in hoeverre de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om de geïnventariseerde risico’s (= benodigde weerstandscapaciteit) te kunnen afdekken, oftewel de mate waarin de gemeente Schiermonnikoog in staat is om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen.

Weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Er bestaan geen wettelijke normen voor de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen. Gemeente Schiermonnikoog hanteert onderstaande waarderingstabel. Ratiowaarde

Waardering

> 2,0

Uitstekend

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

1,0 – 1,4

Voldoende

0,8 – 1,0

Matig

< 0,8

Onvoldoende

- 45 -

Uitgaande van deze waarderingstabel betekent dit voor de gemeente Schiermonnikoog bij de stand van een incidentele weerstandscapaciteit van € 1.813.997 een ratiowaarde van ruim 10. Hiermee is het weerstandsvermogen “uitstekend”. Wel moet daarbij worden bedacht dat een aantal zaken nog niet op geld is gezet, zie de aanbiedingsbrief bij deze begroting. Deze zaken kunnen van invloed zijn op het weerstandsvermogen.

Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van gemeenten. Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeente. De kengetallen zijn gebaseerd op de primaire begroting 2022. Het gaat om de volgende kengetallen:

-

Netto schuldquote;

-

Solvabiliteitsratio;

-

Grondexploitatie;

-

Structurele exploitatieruimte;

-

Belastingcapaciteit.

1A: Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Hoe lager het getal, hoe beter.

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

42%

69%

44%

46%

48%

41%

Netto schuldquote

De netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten (inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren. In 2022 zijn de totale baten exclusief reserves gestegen t.o.v. de primaire begroting 2021, o.a. doordat de aanbieidngsbrief hier niet in verwerkt was en de opname van Grex Oost. Hierdoor daalt het percentage netto schuld quote 2022 t.o.v. 2021.

- 46 -

1B: Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is, en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldenquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Hoe lager het getal, hoe beter.

Netto schuldquote

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

38%

66%

40%

43%

45%

38%

gecorrigeerd voor leningen

2: De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio (= Eigen Vermogen / Totaal Vermogen) geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe weerbaarder de gemeente is.

Solvabiliteit

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

35%

24%

33%

35%

36%

37%

Harde normen voor de waarde die de solvabiliteit zou moeten hebben, zijn er niet. Zeker niet voor gemeenten. Veel van de activa van de gemeente zijn immers niet verhandelbaar.

3: Kengetal grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen actuele waarde op de balans zijn opgenomen.

Grondexploitatie

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2%

0%

0%

0%

0%

0%

4. Structurele begrotingsruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan structurele lasten is meer flexibel dan waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

- 47 -

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger het getal, hoe beter het is.

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1,3%

-1,7%

0,9%

3,0%

2,1%

1,7%

Structurele begrotingsruimte

In 2021 is een negatieve stucturele begrotingsruimte onstaan doordat de lasten hoger waren dan de baten. In 2022 zijn de baten hoger dan de lasten waardoor er een positief percentage structurele begrotingsruimte ontstaat.

5: Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de woonlasten Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale lasten woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijke gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage. Hoe lager het getal hoe beter.

Woonlasten t.o.v.

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

107%

109%

102%

102%

102%

102%

landelijke gemiddelde jaar t-1

De belastingcapaciteit in 2021 van 109% is gedaald naar 102% in 2022. Dit komt omdat in het getal van 2021 nog niet de verlaging afvalstoffenheffing verwerk was. Door deze verlaging is het % in 2022 lager.

- 48 -

FINANCIERING Inleiding Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in de begroting in afzonderlijke paragrafen beleidsrichtlijnen vastgelegd over relevante beheersmatige aspecten. In de beheersverordening naar artikel 212 van de Gemeentewet geeft de raad het kader aan.

Algemeen In het Treasurystatuut gemeente Schiermonnikoog, staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De geplande uitvoering van het treasurybeleid is weergegeven in de paragraaf financiering.

Renteontwikkeling Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het verwachte verloop van de rente. Onze rentevisie wordt aan de hand van een aantal financiële instellingen opgesteld. In het eerste half jaar van 2021 zijn de rentes kortgeld nagenoeg gelijk gebleven en de rente van langlopend geld licht gestegen.

Kasbeheer Al het betalingsverkeer heeft de gemeente gecentraliseerd bij twee banken. De N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Rabobank. Hoofdbankier is de BNG, de Rabobank wordt vooral aangehouden als service naar de klanten en vanuit regionaal economische motieven. Het saldo op deze rekening wordt periodiek afgeroomd ten gunste van de BNG-rekening. De gemeente Schiermonnikoog kent vanaf een kredietlimiet van € 750.000, hiervoor wordt dan een bereidstellingsprovisie van 0,04% gerekend. De bijbehorende rente wordt op basis van 1 maands Euribor berekend. Bij een positief saldo zal geen rente worden betaald. Bij een negatief saldo zal wel rente worden uitbetaald, maar het met een afslag van 0,15%. Bij overschrijding van de kredietlimiet wordt de intradaglimiet van € 750.000 gebruikt, waarna het aan de gemeente is, om de overschrijding van de kredietlimiet om te buigen naar een kasgeldlening of een langlopende lening. De financieringsovereenkomst is afgesloten voor één jaar en wordt telkens per 1 januari, stilzwijgend met één jaar verlengd. In de financieringsovereenkomst met de BNG is geen sprake meer van gehoudenheid. Dit houdt in, dat de gemeente Schiermonnikoog vrij is in haar keuze bij welke partij zij haar geld aantrekt.

Bij de Rabobank zijn geen kredietfaciliteiten.

Uiteraard staat het de gemeente Schiermonnikoog vrij, om tot de kasgeldlimiet (8,5% van het begrotingsbedrag ) voor een bepaalde periode kort geld aan te trekken.

Schatkistbankieren Het Schatkistbankieren voor decentrale overheden heeft een wettelijke basis in de wet FIDO en moet ervoor zorgen, dat er een lagere EMU-schuld van de collectieve sector ontstaat.

- 49 -

Omdat het Schatkistbankieren verplicht is gesteld, moeten decentrale overheden alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist onder brengen. Wel is er sprake van een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang van een decentrale overheid. De drempel is vastgesteld op 0,75% van het jaarlijks begrotingstotaal (begrotingstotaal = totale lasten van de primaire begroting, excl. reserves), met een minimum van € 250.000 en een maximum van € 2.500.000. Uitgaande van onze begrotingsomvang van ruim €8,1 miljoen, dan zal de minimumgrens € 250.000 zijn (want 0,75% van 8,1 miljoen is lager dan de minimumgrens van € 250.000).

Voor de gemeente Schiermonnikoog, heeft het schatkistbankieren niet al te veel verstrekkende gevolgen, omdat wij overwegend een zogenaamde leengemeente zijn en weinig “positief” staan op de Rekening Courant. Het schatkistbankieren geldt alleen voor overtollige financiële middelen. Er is geen leenfaciliteit aanwezig. De rentevergoeding op de Rekening courant bij de Schatkist is 0%. . Renterisicobeheer De gemeente loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om dit renterisico te beheersen wordt er in de wet FIDO een renterisiconorm bepaald. Voor gemeenten bedraagt de renterisiconorm maximaal 20% van het begrotingsbedrag bij aanvang van het begrotingsjaar. Berekening renterisico 2022-2025 en renterisiconorm 2022; (bedragen x € 1.000) (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

0

0

0

0

Aflossingen

473

476

480

528

Renterisico

473

476

480

528

Renteherzieningen

Berekening renterisiconorm 2022 (bedragen x € 1.000)

€

Begrotingstotaal

8.111

Renterisico percentage

20%

Renterisiconorm

1.622

Uit bovenstaande berekening blijkt, dat de gemeente Schiermonnikoog de renterisiconorm onderschrijdt. De totale schuld van de gemeente per 1 januari 2022 bedraagt naar verwachting € 5,8 miljoen.

De kasgeldlimiet (het bedrag waarvoor op basis van kortgeld financiering mag worden aangetrokken) bedraagt 8,5% van het gemeentelijke budget bij aanvang van het begrotingsjaar 2022. De kasgeldlimiet over het jaar 2022 is, 8,5% van € 8,1 miljoen is afgerond € 690.000. De actuele stand in rekening courant bedraagt € 760.000 positief 20 september 2021.

Hoe verdelen we de rente? De rentekosten worden verdeeld aan de taakvelden op basis van een omslagrente. Hierbij worden de totale rentekosten eerst gecorrigeerd met de doorgeleende geldleningen.

- 50 -

Het totaal toe te rekenen rente aan de taakvelden bedraagt € 65.660, wat neerkomt op 0,81% rente. Werkelijk wordt 0,85% aan rente toegerekend aan de taakvelden. Op het taakveld treasury ontstaat daardoor een positief renteresultaat van € 12.020 ontstaat.

In de volgende tabel wordt de renteverdeling schematisch weergegeven. Renteschema

2022

a.

Externe rentelasten over de korte en de lange financiering

b.

Externe rentebaten:

c.

77.005

- overige geldleningen

6.637

Totaal door te rekenen externe rente (1)

70.368

Aan grondexploitatie door te belasten rente

4.707

-/-

0

-/-

Rente van projectfinanciering door te belasten aan taakvelden Saldo door te rekenen rente (2)

-/-

-/-

4.707

d1.

Rente over eigen vermogen (3)

0

d2.

Rente over voorzieningen (4)

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3+4)

65.660

e.

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (=rente-omslag)

77.680

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

12.020

Hoe staat het met de leningpositie? De totale schuld van de gemeente per 31 december 2021 bedraagt € 5,84 miljoen, waarvan € 354.000 is doorgeleend aan de Stichting Veldsporten, de stichting Dorpshuis, SVn Stimuleringsfonds en de duurzame energiecoöperatie Schiermonnikoog.

Naast het zo optimaal mogelijk gebruik maken van de kasgeldlimiet, zullen er bij overschrijding van deze kasgeldlimiet, langlopende leningen moeten worden aangetrokken.

De ontwikkeling van de langlopende lening portefeuille in de afgelopen 5 jaar is in onderstaand schema weergegeven. Lening portefeuille

2017

2018

2019

2020

2021

Schuld per 1-1

5.210.000

6.545.000

6.733.000

5.897.000

5.060.700

Aflossingen

1.165.000

1.062.000

836.300

836.300

466.000

Nieuwe leningen

2.500.000

1.250.000

0

0

1.250.000

Schuld per 31-12

6.545.000

6.733.000

5.897.000

5.060.700

5.844.400

Wet HOF In de wet HOF (Houdbare OverheidsFinanciën) worden de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland.

- 51 -

Elke gemeente heeft een individuele EMU-referentiewaarde. Deze is afgeleid van het plafond voor het EMU-saldo van de gezamenlijke gemeenten. De VNG adviseert gemeenten om niet te sturen op deze EMUreferentiewaarde. Dat verhindert een uitruil van plussen en minnen tussen gemeenten ten opzichte van de individuele EMU-referentiewaarde en leidt mogelijk tot een onnodig uitstel van investeringen door gemeenten. In plaats daarvan kunnen gemeenten beter sturen op de ontwikkeling van de hoogte van de schuld. Als gemeente Schiermonnikoog hebben wij aandacht voor de schuldpositie van onze gemeente via de jaarstukken en begroting en de daarin verplicht opgenomen paragraaf Financiering. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de gemeente Schiermonnikoog geen specifiek schuldenbeleid heeft.

Wat is ons EMU-saldo? Het Rijk en medeoverheden hebben afgesproken dat het EMU-tekort van medeoverheden maximaal -0,5% BBP mag bedragen. Deze beperking vloeit voort uit de Europese saldogrens van 0,3% BBP die geldt voor de volledige Nederlandse collectieve sector. Wanneer het saldo positief is, is er sprake van een vorderingenoverschot, als het saldo negatief is, spreekt men over een vorderingentekort. Het EMU-saldo van de gemeente Schiermonnikoog voor begroting 2022 komt uit op € 373.000, wat betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 373.000 lager zijn dan de inkomsten. Omschrijving

Jaarrek.

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

(primair) x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

887

-357

134

80

77

64

2 Afschrijvingen

437

471

447

449

440

427

3 Mutaties voorzieningen

-24

-52

-88

-33

52

109

4 Mutaties (im)materiële

-366

-178

-120

-132

-143

-123

167

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

767

-116

373

364

426

477

1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

vaste activa 5 Mutatie voorraden 6 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen Berekend EMU-saldo

- 52 -

VERBONDEN PARTIJEN Inleiding De gemeente heeft een breed pakket aan beleidsdoelstellingen. Niet al deze doelstellingen kunnen en worden door de gemeente zelf uitgevoerd. Daarom participeert de gemeente in samenwerkingsverbanden (met bijv. andere gemeenten), of subsidieert de gemeente andere partijen om deze doelstellingen te realiseren. Wanneer de gemeente samenwerkt met andere partijen en hierbij sprake is van een beleidsmatig en financieel belang, wordt gesproken over een verbonden partij.

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de verbonden partijen van de gemeente Schiermonnikoog. In de volgende paragraaf zal een risicoanalyse worden gegeven van de gemeentelijke belangen met de betrokken partij. Deze wordt gevolgd door een detailoverzicht van de verbonden partijen.

Risicoanalyse De verbonden partijen waarmee de gemeente Schiermonnikoog een relatie onderhoudt, verschillen in mate van belang. Bij dit belang is onderscheid te maken in beleidsmatig en financieel belang. Door het in kaart brengen en categoriseren van de verbonden partijen is het beter mogelijk om prioriteiten te stellen op het gebied van monitoren van de verbonden partijen. Hierbij is gekozen voor de volgende vier categorieën: -

Hoog beleidsmatig belang, hoog financieel belang bijdrage/inkomst > € 10.000)

-

Hoog beleidsmatig belang, laag financieel belang (bijdrage/inkomst < € 10.000)

-

Laag beleidsmatig belang, hoog financieel belang (bijdrage/inkomst > € 10.000)

-

Laag beleidsmatig belang, laag financieel belang (bijdrage/inkomst < € 10.000).

In onderstaande matrix zijn de verschillende partijen weergegeven naar beleidsmatig en financieel belang.

Financieel belang

Hoog (bijdrage/inkomst > € 10.000)

Laag (bijdrage/inkomst < € 10.000)

Veiligheidsregio Fryslân

Kabeltelevisie NOF

De Waddeneilanden

Sociaal Domein Fryslân

NV Stedin Groep

Welstandzorg Hûs en Hiem

FUMO

Gemeensch. Kredietbank Friesland

Afvalsturing Friesland

Ver. Nederlandse Gemeenten

Bank Nederlandse Gemeenten

Ver. van Friese Gemeenten

Beleidsmatig belang

Hoog

Laag

- 53 -

Detailoverzicht Onderstaand is de detailinformatie van de verbonden partijen weergegeven. Per verbonden partij is detailinformatie gegeven en zijn de belangen en relaties met de gemeente weergegeven. Voor wat betreft het financieel belang is aangegeven wat de jaarlijkse bijdrage van de gemeente is, of hoe groot het aandelenkapitaal van de gemeente bij de betreffende partij is. Daarnaast is ook aangegeven of de gemeente rechtmatigheidsrisico loopt over de eventuele niet-rechtmatige handelingen van de verbonden partij. Hierbij wordt verwezen naar de notitie “Verbonden partijen en aanbesteding” van de commissie BBV.

Om de verschillen in belang tussen de verbonden partijen inzichtelijk te krijgen, is het ook belangrijk om inzicht te hebben in de mate van informatievoorziening tussen de verbonden partij en de Gemeente Dongeradeel. Per verbonden partij is aangegeven hoe vaak de gemeente geïnformeerd wordt door de betreffende partij.

Ten slotte is ook aangegeven of een financieel risico bestaat met betrekking tot de financiële bijdrage of het aandelenkapitaal en welke beheersmaatregelen hiertoe zijn genomen.

Vanwege het lage beleidsmatige en financiële belang van de laatste categorie is gekozen om bij deze partijen te volstaan met een beknopte toelichting waarin de doelstelling van de verbonden partij is weergegeven.

- 54 -

Hoog beleidsmatig belang – Hoog financieel belang

Veiligheidsregio Fryslân Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam

Belang

Openbaar belang: De Publieke Gezondheids- en Veiligheidsregio Fryslân is een gemeenschappelijke regeling per 1-1-2014 van alle Friese gemeenten en verzorgt de wettelijke taken op het gebied van veiligheid en gezondheid voor de inwoners van de provincie Fryslân. Activiteiten betreffen o.a. collectieve preventie ziekten, brandweer zorg, geneeskundige hulpverlening en het beheer van een gemeenschappelijke meldkamer.

Wijze van belang: > Bestuurlijk belang: Het algemeen bestuur van de regio bestaat overeenkomstig art. 11, lid 1 van de wet, uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten; Het dagelijks bestuur bestaat uit: a. de voorzitter van het algemeen bestuur b. de voorzitter van de agendacommissie Gezondheid en een lid aan te wijzen uit en door de agendacommissie Gezondheid c. de voorzitter van de agendacommissie Veiligheid en een lid aan te wijzen uit en door de agendacommissie Veiligheid

De agendacommissie is een bestuurscommissie volgens art 25 Wgr.

> Financieel belang: Voor de verdeling van de kosten wordt als verdeelsleutel gehanteerd het aantal inwoners van de gemeenten volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de regio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.

In 2022 zijn onze bijdragen als volgt: -bijdrage brandweer

€

273.198

-bijdrage gezondheid

€

39.259

-bijdrage crisisbeheer

€

3.806

Totaal

€

316.263

Risico’s

-

Programma

1.1 Volksgezondheid, zorg en welzijn en 2.6 Openbare orde en veiligheid

Resultaat 2022

-/- € 0

Financiële omvang EV en VV

Begroting Eigen vermogen Vreemd vermogen

€ €

01-01-2022 3.874.000 81.065.000

- 55 -

Toelichting

De Gemeenschappelijke regeling voldoet aan de nieuwe Wet veiligheidsregio en biedt voordelen aan de kwaliteit en snelheid van de brandbestrijding en hulpverlening. De doelstellingen op het gebied van veiligheid en bescherming kunnen daardoor op een effectievere en efficiëntere wijze gerealiseerd worden. De participatie is, gelet op deze voordelen, van duurzame aard.

De Waddeneilanden Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling

Belang

Openbaar belang: Het versterken van de bestuurskracht van de afzonderlijke gemeenten door onomkeerbare, niet vrijblijvende en doelgerichte samenwerking met behoud van bestuurlijke zelfstandigheid.

Wijze van belang: > Bestuurlijk belang: Het algemeen bestuur bestaat uit de colleges van B&W van de vijf Waddeneilanden en het dagelijks bestuur wordt gevormd door de vijf burgemeesters.

> Financieel belang: Jaarlijkse bijdrage op grond van de begroting van De Waddeneilanden. Conform vaste verdeelsleutels wordt de bijdrage van alle vier de deelnemende gemeenten bepaald. Onze bijdrage 2021 aan de GR bedraagt € 80.713 (excl. compensabele btw). Risico’s

-

Programma

4.2 Bestuur

Resultaat 2019

€ 167.254 positief. Het rekening resultaat 2020 is verrekend met de gemeenten.

Financiële omvang EV en VV

Toelichting

Jaarrekening Eigen vermogen Vreemd vermogen

€ €

2020 226.950 281.479

-/- € €

2019 60.380 427.246

De Waddeneilanden bestaat uit Vlieland, Ameland, Schiermonnikoog en Terschelling en Texel.

- 56 -

Hoog beleidsmatig belang – Laag financieel belang

Kabeltelevisie NOF Rechtsvorm

Naamloze Vennootschap

Belang

Openbaar belang: De beschikbaarheid van een betrouwbaar kabelnetwerk met een hoge aansluitdichtheid en moderne mogelijkheden.

Wijze van belang: >Bestuurlijk belang: De RvC bestaat sinds medio 2015 uit drie externe leden, waarvan één is voorgedragen door de aandeelhoudende gemeenten. Het college is vertegenwoordigd in de AVA.

>Financieel belang; Gemeente bezit 4,25% van de aandelen Kabel Noord. Over het jaar 2020 is geen dividend uitgekeerd. Risico’s

Het risico voor de gemeente beperkt zich tot (de waarde van) het aandelenbezit. Er is geen dividendopbrengst opgenomen in de begroting. De investering in de verglazing van het netwerk brengt met zich mee dat naar verwachting de komende jaren geen dividend wordt uitgekeerd. Begroting en jaarrekening worden vastgesteld in de AVA.

Programma

5.2 Financiering

Resultaat 2019

€ 602.000 positief.

Financiële omvang EV en VV

Toelichting

Jaarrekening Eigen vermogen Vreemd vermogen

€ €

2019 11.444.500 46.793.400

€ €

2020 12.046.000 80.330.000

De Kabeltelevisie NOF heeft tot taak de aanleg, het beheer, het onderhoud, de instandhouding en de exploitatie van centrale antenne-inrichtingen met bijbehorende kabelnetten in de deelnemende gemeenten, alsmede het verrichten van werkzaamheden t.b.v. uitzendingen.

- 57 -

Sociaal Domein Fryslân Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling met centrumgemeente

Belang

Openbaar belang: Alle 24 Friese gemeenten zijn een centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2018 aangegaan met als centrumgemeente de gemeente Leeuwarden (Staatscourant 2017 nr. 61128, d.d. 24 okt 2017). Het doel is de beleidsvoorbereiding ten behoeve van de wettelijke taken op terrein van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en participatie en de inkoop ten behoeve van wettelijke taken op het terrein van jeugdzorg en maatschappelijke ontwikkeling doelmatig en kwalitatief hoogwaardig te organiseren met de Friese gemeenten.

Wijze van belang: > Bestuurlijk belang: De centrumgemeente wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de taken op het terrein van het sociaal domein, waaronder o.a. WMO, Jeugdwet, Participatiewet, namens de deelnemende gemeenten uit te voeren, conform de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling

> Financieel belang: De kosten voor de dienstverlening bestaan uit kosten voor instandhouding en kosten voor taakuitvoering. De kosten voor instandhouding worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. De kosten voor uitvoering van taken worden verdeeld onder gemeenten op basis van het percentuele aandeel dat een gemeente toekomt in het totaal van aantallen cliënten op basis van de Jeugdwet, zoals meest recentelijk vastgesteld door het Centraal Bureau voor Statistiek, op peildatum 1 januari van jaar t-1. Dit geldt voor zowel de uitvoering van taken in het kader van de verplichte wettelijke samenwerking als voor de vrijwillige samenwerking voor de Jeugdwet. De totale kosten worden na gecalculeerd en volledig doorberekend aan de deelnemende gemeenten. Voor de paragraaf zijn geen gegevens ontvangen. Het aandeel van de gemeente is: € 2.820. Risico’s

-

Programma

1 Sociaal

Resultaat 2022

€ p.m. positief

Financiële omvang EV en VV

Niet van toepassing, want ieder jaar wordt het rekeningsaldo verrekend met de gemeenten.

Toelichting

-

- 58 -

Laag beleidsmatig belang – Hoog financieel belang

NV Stedin Groep Rechtsvorm

Naamloze Vennootschap

Belang

Openbaar belang: Stedin is een netbeheerder die elektriciteits- en gasnetten aanlegt, beheert en toekomstbestendig maakt. Stedin faciliteert de energiemarkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=db862dd6-bc19-4f43-88d6-78493fd6b2b2