09 - Rapport Rekenkamer Financien - 3 maart 2026_- AVG
Tekst van het document
Dit komt deels door verschillen inj systematiek (zie Deel I, paragraaf 1.1) en vooral ook door investeringsprojecten die vertraging hebben in de uitvoering en waarvan de lasten over meerdere jaren worden uitgesmeerd. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen omvat de verplichte onderdelen. De mate van onderhoud en dus de hoogte van de onderhoudsuitgaven zijn gebaseerd op door de raad vastgestelde beheerplannen. De gemeente maakt duidelijk dat de uitvoering van deze beheerplannen gepaard zal gaan met flinke uitgaven. Verder geeft de gemeente aan dat voor de uitvoering niet veel vrije beleidsruimte in de begroting meer aanwezig is. De laatste jaren is personeel werven en vasthouden moeilijk gebleken voor de gemeente Terschelling. Daardoor wordt er relatief veel ingehuurd. Er zijn meevallers in het fysieke domein, door vertragingen in de uitvoering vanwege een te kort aan personeel en een optimistische planning.
66
II.4
Ameland
Inleiding en leeswijzer In dit hoofdstuk worden de bevindingen gegeven van Ameland. De gegevens zijn gebaseerd op de jaarrekeningen (2017-2014) en de programmabegroting 2025 en 2026, en aanvullende informatie van de gemeente. De paragraaf over mee- en tegenvallers is gebaseerd op de resultaten van het DoeMee-onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers waaraan de rekenkamer de Waddeneilanden heeft mee gedaan. In elke paragraaf zijn financiële cijfers en kengetallen en achtergrondinformatie daarbij gegeven. Financiële begrippen worden kort uitgelegd in kaders. Hierna komen de volgende onderwerpen aan de orde: • Beleidskader(s) – paragraaf 4.1 • Overzicht ontwikkeling financiën – paragraaf 4.2 • Weerstandsvermogen en risicobeheersing – paragraaf 4.3 • BBV-Kengetallen – paragraaf 4.4 • Onderhoud kapitaalgoederen – paragraaf 4.5 • Mee- en tegenvallers (DoeMee-onderzoek) – paragraaf 4.6 • Bevindingen – paragraaf 4.7
4.1
Beleidskader(s) In het voorjaar van 2025 heeft de gemeenteraad van Ameland een nieuwe Financiële verordening 2025 vastgesteld en die van 2020 ingetrokken. In de verordening worden richtlijnen vastgesteld voor de inrichting van de begroting met inachtneming van in ieder geval de voorschriften van de BBV, het jaarlijks aanbieden van een Kadernota, het periodiek aanbieden van een Nota reserves en voorzieningen, het jaarlijks aanbieden van voorstellen over de gemeentelijke tarieven en het periodiek aanbieden van ounderhoudsplannen voor minimaal de kapitaalgoederen die zijn genoemd in de BBV. Verder moet het college in ieder geval tweemaal per jaar de raad informeren over de realisatie van de begroting in het lopende boekjaar. De opgaven, ambities en kansen op Ameland zijn door de gemeenteraad in april 2022 vastgesteld in de Raadsagenda 2022-2025. Hoewel de raadsperiode eindigt in maart 2026 en er een nieuwe Raadsagenda zal (kunnen) komen, wordt in de Programmabegroting 20262029 verwezen naar de uitgangspunten in Raadsagenda 2022-2025. De Programmabegroting 2026-2029 volgt de uitgangspunten van de vastgestelde Kadernota 2025 en volgt de voorschriften van de BBV. Aan het eind van elk programma staat een overzicht van de voor dat programma relevante beleidsnotities en verordeningen.
Specifieke bepalingen over in welke mate de gemeente Ameland in staat is om de financiële gevolgen van risico's op te kunnen vangen zijn opgenomen in de Nota Reserves en Voorzieningen 2021. Bij het vormen van een nieuwe bestemmingsreserve of voorziening dienen volgens de Nota Reserves en Voorzieningen van 2021 altijd doel en looptijd aangegeven te worden. De doelen staan inderdaad wel in de Programmabegroting 2025, maar de looptijd niet.
67
4.2
Overzicht ontwikkeling financiën De gemeente Ameland kent over de afgelopen jaren tot 2023 een steeds groter positief saldo van baten en lasten. In 2023 en 2024 is het saldo groter of gelijk aan de gewenste algemene reserve van 2,5 miljoen reserve. Het positieve resultaat wordt in belangrijke mate veroorzaakt door meevallers in de algemene uitkering – in de loop van het jaar blijkt dat de gemeente meer geld krijgt uit het Gemeentefonds dan bekend was bij het vaststellen van de begroting. Vanaf 2020 gaat het om bedragen van rond de 1 miljoen euro per jaar; dat is rond de 4% van de totale baten.221 Uit de Programmabegroting 2026-2029 blijkt dat ook voor 2026 een positief resultaat wordt verwacht van ruim een half miljoen, maar daarna loopt dat fors terug tot 64.000 in 2028. Door de voorgenomen beleidsmaatregelen blijft het saldo wel positief. De sterke voorgenomen korting op de algemene uitkering die nu voor 2028 (Ravijnjaar) en daarna wordt verwacht, lijkt op Ameland dus goed onder controle. Tabel 4.1: Ontwikkeling (saldo) baten lasten 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Baten (realisatie Lasten (realisatie)
21.802 21.414
23.007 22.327
23.252 22.353
31.090 30.035
30.758 28.558
33.447 31.598
31.481 28.194
32.207 29.688
Saldo (realisatie)*
388
680
899
1.056
2.200
1.849
3.287
2.520
x 1.000 euro Resultaten
* Het saldo van baten en lasten geeft aan of de begroting en rekening in evenwicht is of dat er een positief of negatief verschil is. Bij het saldo van baten en lasten wordt de inzet van middelen vanuit de reserves (of het toevoegen van middelen daaraan) niet meegerekend. Een negatief saldo betekent daardoor dat de gemeente meer kosten heeft gemaakt dan er opbrengsten waren en leidt tot het interen op het eigen vermogen (en omgekeerd bij een positief saldo). Bron: Jaarrekeningen 2017-2024
De algemene reserve is door de gemeenteraad (Minimum)eisen Algemene reserve vastgesteld en in de Nota reserves en De algemene reserve moet volgens de voorzieningen 2021 onderbouwd op een bedrag ‘Handleiding Artikel 12 Financiële-verhoudingsvan 2,5 miljoen euro tot in ieder geval 2025. Hier is wet’ positief zijn en de omvang moet groter zijn dan de zogenoemde ‘artikel-12 norm’..In geval alleen eenmalig van afgeweken in 2020. In van artikel 12 moet een gemeente in de meerverband met corona is toen een extra buffer jarige begroting een buffer hebben van 2% van gevormd door zowel het exploitatiesaldo van 2019, de uitkering gemeentefonds, algemene uitkering als de rijksmiddelen ter compensatie van kosten plus decentralisatie-uitkeringen en de ozbrond corona toe te voegen aan de algemene capaciteit. Een minimale omvang is echter niet reserve. In de Programmabegroting 2026-2029 wettelijk vastgelegd. wordt geconstateerd dat 2,5 miljoen nog steeds voldoende is. Overigens is de gehanteerde norm niet gecorrigeerd voor de inflatie, en dus feitelijk in waarde gedaald. Vanwege het vaste bedrag van de algemene reserve is – op basis van een eerder raadsbesluit uit 2016 – in de Nota Reserves en Voorzieningen 2021 vastgelegd dat het 221
Variërend van 0,9 miljoen euro in 2022 tot 1,25 miljoen in 2024; in 2021 was het lager: 0,4 miljoen. Bron: Radboud onderzoek.
68
positieve saldo wordt toegevoegd aan de Bestemmingsreserve Projecten, die net als de algemene reserve geldt als vrij besteedbaar. De Bestemmingsreserve Projecten is destijds ontstaan door de vervallen bestemmingsreserves toe te voegen aan deze reserve. Hierdoor ontstond een fonds dat ingezet kan worden op basis van keuzes die de raad kan maken. Dit zou kunnen zijn op het gebied van fysieke infrastructuur, zoals reconstructies dorpen, aanpak havens, of iets dergelijks, maar even zo op het gebied van mens en maatschappij, door bijvoorbeeld eenmalige bijdragen aan relevant geachte activiteiten te doen. De reserve kan worden gezien als een fonds waaruit verschillende uitgaven bekostigd kunnen worden. De middelen zijn vrij besteedbaar, maar wel ingekaderd in het raadsbrede beleidskader Raadsagenda(-akkoord) 2022-2025. Dat geeft ook nog voor de Programmabegroting 20262029 richting aan uitvoering door het college van verschillende projecten en maatregelen. De (voorjaars) Kadernota is daarbij het instrument waarin de concrete bestedingsvoorstellen worden gedaan. Het is dus een dynamische reserve met systematische inkomsten (het jaarlijkse exploitatiesaldo) en jaarlijkse uitgaven. De Bestemmmingsreserve Projecten bedraagt eind 2024 ca. 11 miljoen euro.
In de Nota Reserves en Voorzieningen zijn overigens geen duidelijke afspraken opgenomen over de gewenste hoogte van de Bestemmingsreserve Projecten. Tabel 4.2: Ontwikkeling reserves* x 1.000 euro
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Algemene reserve
2.500
2.500
2.500
4.166
2.500
2.500
2.500
2.500
Bestemmingsreserves
9.070
9.769
10.572
14.137
15.969
17.176
19.221
23.748
Resultaatbestemming***
388
680
899
1.056
2.200
1.849
3.287
2.520
11.958
12.949
13.972
19.359
20.668
21.525
25.009
28.768
Reserves**
Totaal reserves
* Ultimo (einde jaar). ** Reserves zijn gespaarde middelen en vormen het eigen vermogen van een gemeente (op de balans). Reserves hebben verschillende doelen, zoals een buffer om toekomstige tegenvallers en/of verliezen op te vangen - de algemene reserve. Een hogere algemene reserve betekent een grotere financiële buffer en dus een grotere weerbaarheid tegen financiële tegenvallers. Tegelijkertijd is een te hoge algemene reserve mogelijk niet optimaal want dat geld wordt niet ingezet voor andere gemeentelijke doeleinden. Het rijk gaat er van uit dat iedere gemeente zelf in staat is de minimale omvang van de algemene reserve te bepalen. Daarnaast zijn er bestemmingsreserves. Deze gereserveerde middelen worden in de toekomst uitgegeven voor een specifiek doel. Het instellen, opheffen, vrijvallen, toevoegen, onttrekken en aanhouden van reserves raakt het budgetrecht van de gemeenteraad. *** Resultaat bestemming = toevoeging van het saldo van baten en lasten aan de Bestemmingreserve Projecten. Bron: Jaarrekeningen 2017-2024
Naast de Bestemmingsreserve Projecten zijn er andere bestemmingsreserves van ca. 10 miljoen euro, die duidelijk het karakter van een echte bestemmingsreserve hebben omdat ze (wel) gekoppeld zijn aan een specifiek doel. Er zijn in totaal 10 bestemmingsreserves voor onderhoud, middelbaar onderwijs en co-financiering Regiodeal Waddeneilanden. Opvallend is dat de totale bestemmingsreserves zoals die in de jaarstukken staan over de periode 2017-2024 meer dan verdubbeld zijn van 9 miljoen euro tot bijna 24 miljoen. De
69
bestemmingsreserves van de gemeente Ameland zijn, ook rekening houdend met inflatie, sterk toegenomen. Reserves programmabegroting 2025 en 2026 In de programmabegroting 2026 blijft de algemene reserve, conform de afspraken, constant op 2,5 miljoen euro. Bij de bestemmingsreserves is er in 2025 een afname van 5 miljoen in de Bestemmingsreserve Projecten; daarna blijven ze redelijk constant op ruim 20 miljoen. De onttrekking heeft te maken met investeringen van het eigen woningbedrijf van de gemeenten Ameland. Tabel 4.3: Ontwikkeling reserves 2024-2029* x 1.000 euro
Realisatie 2024
Prognose 2025
Begroting 2026
Reserves
Jaarrekening
Programmabegroting
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Algemene reserve
2.500
2.500
2.500
2.500
2.500
2.500
Bestemmingsreserves(i ncl. resultaat)
26.277
19.312
19.384
19.381
19.442
20.450
Totaal reserves (eigen vermogen)
28.768
21.812
21.884
21.881
21.942
22.950
* Ultimo (einde jaar). Bron: Programmabegroting 2026, p.133.
4.3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s en weerstandscapaciteit In de programmabegroting zijn de risco´s geïnventariseerd. 222 De twee risico’s die genoemd worden zijn een grote terugloop van toerisme door een externe oorzaak (natuurramp, covid-pandemie) en rijksbeleid zoals een herijking van de algemene uitkering waardoor de gemeente fors lagere rijksbijdragen ontvangt. Van deze risico´s is de mogelijke financiële impact aangegeven in onderstaande tabel. De gemeente Ameland maakt onderscheid tussen incidentele en structurele effecten van risico´s, maar het verschil wordt niet uitgelegd in de programmabegroting. Dezelfde risico´s staan al sinds 2017 in de jaarrekening met dezelfde tekst en
222
Risico’s en weerstandscapaciteit Bij risico's (risicoprofiel) gaat het om de kans dat de gemeente geconfronteerd wordt met financiële tegenvallers. Gemeenten zijn verplicht om door middel van een systematische analyse de blootstelling aan risico's zo goed mogelijk in beeld te brengen vanuit de beschikbare weerstandscapaciteit.. Het kengetal weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente onvoorziene financiële tegenvallers kan opvangen zonder het uitvoeren van de begroting of bestaand beleid in gevaar te brengen. De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel geld en mogelijkheden een gemeente heeft oftewel de onbenutte belastingcapaciteit en reserves. Daarnaast wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend: dat is het weerstandsvermogen dat nodig is gegeven de analyse van financiële risico’s.
Programmabegroting 2026-2029, p. 80-82).
70
vergelijkbare bedragen. In eerdere jaren staan verder alleen kleine risico´s van meestal minder dan 100.000 euro voor aansprakelijkheid voor schades, exploitatietekorten bij gesubsidieerde partijen, achterstallig onderhoud en fiscale risico´s door invoering belasting of onjuist toepassing van belastingwetgeving. Tabel 4.4: in de Programmabegroting 2025 genoemde risico´s (euro) Risico
Financiële impact
Kans
Terugloop in toerisme als gevolg externe oorzaak Nadelige effecten rijksbeleid
1.500.000
10%
Netto effect (structureel) 150.000
1.500.000
30%
450.000
Overige risico's Totaal
Netto effect (incidenteel) 1.500.000
pm 600.000
600.000
Bron: Programmabegroting 2025, p.80-81
Een natuurramp, milieuramp of ander soort crisis kan grote en langdurige gevolgen hebben voor het toerisme en dat kan voor de gemeente Ameland een forse daling van de opbrengsten toeristenbelasting betekenen. De kans op een dergelijke gebeurtenis wordt niet als groot ingeschat en bovendien zullen provinciale en rijksoverheden vanuit hun verantwoordelijkheid altijd enige mate van ondersteuning bieden, waardoor financiële gevolgen fors kunnen zijn, maar niet onoverkomelijk. De covid-pandemie leidde tot een forse terugloop van toeristische overnachtingen (in 2020), maar door compenserende maatregelen van het Rijk bleken de financiële effecten uiteindelijk vrij gering. In het licht van herijkingsoperaties van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds wordt op landelijk niveau al enige jaren gesproken over een herziening van het belastingstelsel die ook tot verschuivingen en aanpassingen van gemeentelijke belastingen kunnen leiden. Recent is er – in het kader van de herziening van de verdeelsleutel van het Gemeentefonds – enige discussie geweest over landelijke verevening van de opbrengsten van de toeristenbelasting. Ook kunnen kleine belastingen waartoe onder meer de forensenbelasting wordt gerekend worden afgeschaft.
Voor de gemeente Ameland zou dit tot bijzonder nadelige effecten kunnen leiden, want de opbrengst van de toeristenbelasting is jaarlijks ruim 4 miljoen en van de forensenbelasting 2 miljoen euro volgens de Programmabegroting 2026-2029. 223 Inmiddels is onder meer door een gerechtelijke uitspraak 224 duidelijk dat gemeenten de opbrengsten van de toeristen- en forensenbelasting zelf mogen blijven houden, omdat hier ook kosten tegenover staan. Uit de gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd met controllers en raadsleden bleek dat er in de nabije toekomst mogelijk andere risico’s spelen die wel (ook) relevant zijn voor de gemeente Ameland. In het bijzonder zijn genoemd: het eigen woningbouwbedrijf en het sociaal domein (jeugdzorg). In de Programmabegroting 20262029 is over aandacht voor deze risiso´s nog niets terug te vinden. Ook is de verduurzaming 223
P. 73. Zie: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1365&showbutton=true&keyword=toeristenbela sting&idx=5. 224
71
van gemeentelijke gebouwen (accommodatiebeleid) genoemd. Het accomadatiebeleid kan forse financiële consequenties hebben als de raad (uiteindelijk) besluit om gebouwen te verduurzamen, te slopen of op een andere locatie te clusteren, maar dit is een keuze van de raad en geen risico. Weerstandsvermogen als een ratio Het weerstandsvermogen wordt ook wel uitgedrukt als een ratio (verhoudingsgetal): de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit. De gemeente Ameland maakt onderscheid tussen incidentele en structurele effecten van risico´s, maar het verschil wordt niet uitgelegd in de programmabegroting. De algemene reserve van 2,5 miljoen euro is ruim hoger dan de 1,5 miljoen incidentele risico’s en ruim vier keer zo hoog als het structurele effect. Voor de verhouding van beschikbare capaciteit en noodzakelijke capaciteit in verband met risico’s wordt in de Programmabegroting 20262029 de waarde van 6 genoemd, wat wordt gekwalificeerd als “uitstekend”225, maar een berekening ontbreekt. Naast de algemene reserve beschikt de gemeente nog over ca. 11 miljoen euro die vrij besteedbaar is in de Bestemmingsreserve Projecten voor eenmalige uitgaven, maar formeel hoort dit niet tot de structurele weerstandscapaciteit.
4.4
BBV-kengetallen In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van de begroting en jaarrekening zijn alle (verplichte) kengetallen opgenomen, ook met een toelichting. Op basis van de gegevens uit de Jaarrekeningen 2017-2024, de Programmabegroting 2026-2029 en de specifieke bepaling hierover in de Nota Reserves en Voorzieningen 2021 ontstaat het volgende beeld. • De netto schuldquote varieert volgens de jaarrekeningen tussen 2017 en 2023 van 61% tot 85% en stijgt in 2024 tot 107%, en daarna tot 136% in 2028 en 134% in 2029 en valt daarmee in de categorie ´meest risicovol’. 226 Volgens de programmabegroting blijft de schuldquote tot 2029 boven de 130%. De toename is een gevolg van de aangetrokken geldleningen (totaal 18 miljoen euro), vooral voor de bouw van het nieuwe woonzorgcentrum Ambla. •
Voor de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, die pas sinds 2022 wordt bijgehouden, geldt het zelfde beeld, ook tot 2029.
•
De solvabiliteitsratio varieert in de jaarrekeningen tussen de 29% en 43% en bereikt volgens de Progrogrammabegroting 2026-2029 in 2025 het laagste niveau van 29% en stijgt daarna weer licht tot 33% in 2029. De solvabiliteit bevindt zich altijd binnen en meestal in het midden van de range 20-50% die als risico neutraal wordt gekwalificeerd. 227 De structurele exploitatieruimte wordt pas sinds 2020 bijgehouden en is steeds positief, en blijft volgens de Programmabegroting 2026 ook voor de periode 2026-2029 positief met 6% in 2029, ondanks de verwachte verlaging van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds vanaf 2028.
•
225
Programmabegroting 2026-2029, p .82. Programmabegroting 2026, p. 82. 227 Programmabegroting 2026-2029, p. 83. 226
72
•
De grondexploitatie is de hele periode positief en volgens de Programmabegroting 2026-2029 blijft die ook tot 2029 nog net positief en dat betekent nauwelijks risico, mede omdat in de afgelopen jaren al de nodige “verliezen zijn genomen”. Hoewel grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van de gemeente, is het niet de verwachting dat de gemeente Ameland met forse tegenvallers in de grondexploitatie zal worden geconfronteerd. 228
•
Het kengetal belastingscapaciteit wordt berekend voor de ozb, volgens de standaard BBV-berekening door het landelijk gemiddelde van de woonpasten te vergelijken met de door gemeente Ameland gehanteerde tarieven. 229 Uit de jaarrekeningen blijkt dat dit percentage is gedaald van 90% tot minder dan 70% en uit de Progammabegroting 2026-2029 blijkt dat het tot 2029 op het niveau blijft van ca. 63%. Daarmee zijn de woonlasten op Ameland ruim onder het landelijke gemiddelde. 230
Tabel 4.5: BBV-kengetallen Verplichte kengetallen BBV 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 1. Netto schuldquote 84% 76% 85% 61% 68% 66% 83% 107% 2. Netto schuldquote gecorrigeerd n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. 68% 82% 99% voor alle verstrekte leningen 3. Solvabiliteitsratio 34% 34% 34% 41% 43% 41% 34% 29% 4. Structurele exploitatieruimte n.b. n.b. n.b. 7% 9% 8% 12% 13% 5. Grondexploitatie 4% 2% 3% 12% 7% 4% 2% 1% 6. Belastingcapaciteit 90% 89% 88% 82% 80% 72% 70% 67% Netto schuldquote: de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen (baten); dit geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de gemeentefinanciën. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; als een hoge schuld komt door leningen, die vervolgens zijn doorgegeven (aan bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie) en ook weer worden afgelost, is dat niet zo’n probleem; deze indicator geeft dat aan. Solvabiliteitsratio: eigen vermogen als percentage van het totale vermogen; dit geeft een indicatie van het vermogen om langlopende schulden te kunnen terugbetalen.
Grondexploitatie: de grondpositie (de waarde van de grond) van de gemeente ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente; relevant is vooral de situatie dat gemeenten leningen hebben afgesloten voor de aanschaf van grond en dus een schuld hebben en wat de mogelijk opbrengst is bij verkoop van de grond bij (realisatie van) een bouwproject. Structurele exploitatieruimte; het saldo van de structurele baten en lasten, gecorrigeerd voor de incidentele posten en reserves, gedeeld door de totale baten; een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van de leningen) te dekken. Belastingcapaciteit: vergelijking van gemeentelijke woonlasten (ozb, rioolheffing en reinigingsheffing) met het landelijk gemiddelde; dit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen door hogere lokale belastingen en/of heffingen. Bron: Jaarrekeningen 2017-2024
Op basis van de gezamenlijke kengetallen wordt in de Programmabegroting 2026-2029 geconcludeerd dat de gemeente Ameland alleen voor de netto schuldquote in de jaren 2028 en 2029 net in de categorie ‘meest risicovol’ valt. Alle overige kengetallen vallen in de categorieën ‘minst risicovol’ of ‘neutraal’. Het belangrijkste uitgangspunt voor de gemeente Ameland is echter niet de wens om ‘mooie kengetallen’ te realiseren, maar artikel 189, lid 2 228
Programmabegroting 2026-2029, p.83. Ozb = onroerende-zaakbelasting. 230 Programmabegroting 2026-2029, p.84. 229
73
van de Gemeentewet, waarin is aangegeven dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is, dan wel op lange termijn in evenwicht dient te zijn. Bij de realisatie van jaarlijkse begrotingsdocumenten is daarvan tot dusver altijd sprake geweest. Tabel 4.6: BBV-kengetallen 2024-2029 Kengetallen
2024 Jaarrekening
Netto schuldquote Gecorrigeerde netto schuldquote
107% 99%
2025
2026
2027
2028
2029
129% 121%
136% 128%
134% 126%
Prognose Begroting 107% 99%
115% 106%
Solvabiliteit
29%
26%
27%
27%
28%
33%
Grondexploitatie
1,0%
2,1%
-0,1%
0,5%
0,1%
0,2%
Structurele exploitatieruimte
13%
6%
7%
6%
3%
6%
Belastingcapaciteit
66%
63%
64%
64%
64%
64%
Bron: Programmabegroting 2026-2029, p.82
Belastingcapaciteit en toeristen- en forensenbelasting In het BBV-kengetal Belastingcapaciteit wordt niet gekeken naar de toeristen- en forensenbelasting, hoewel die voor de eilandgemeenten een veel grotere bron van inkomsten vormen dan de ozb. Volgens de Programmabegroting 2026-2029 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de komende jaren ca. 35% bij de ozb.231 Dan is er nog geen rekening gehouden met mogelijke ruimte bij andere lokale heffingen zoals de toeristenbelasting en de forensenbelasting. 232 Uit de programmabegroting blijkt dat in 2025 van de opbrengst van bijna 8 miljoen aan lokale heffingen slechts 1,7 miljoen binnenkomt via de ozb, naast 4 miljoen via de toeristenbelasting en 2,2 miljoen via de forensenbelasting. 233 De toeristen- en forensenbelasting zijn gezamenlijk goed voor 19% van de totale baten in 2024. Het tariefbeleid van de gemeente Ameland is gericht op het indexeren van alle tarieven van lokale heffingen (met ca. 2% in 2026). Incidentele baten en lasten In de Programmabegroting 2026-2029 is het volgens de BBV voorgeschreven overzicht van incidentele baten en lasten opgenomen en per programma gespecificeerd. Over 2026 zijn de incidentele lasten ca. 1,4 miljoen euro hoger dan de baten en dat loopt in 2029 op tot bijna 1,7 miljoen euro.234 Het tekort wordt gedekt uit de reserves, met name uit de Reserve Projecten.
231
P. 73. De toeristenbelasting wordt op Ameland al langer geheven op basis van nachtregistratie. 233 Programmabegroting 2026-2029, p. 73. Zie ook de Box met een vergelijking van de Toeristenbelasting en de Forensenbelasting tussen de eilanden onderling en met het landelijk gemiddelde in Deel I, paragraaf 2.1. 234 Programmabegroting 2026-2029, p.135-138. 232
74
4.5
Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Ameland rekent in de programmabegroting tot de kapitaalgoederen wegen, havens, gebouwen, riolering, openbaar groen en verlichting. 235 Dit is conform de verplichte onderdelen, maar wel eiland specifiek ingevuld. In de programmabegroting zijn de volgende door het college of de raad vastgestelde beheer- en onderhoudsplannen verwerkt: • •
• •
Kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn de zaken die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; het gaat vaak om zaken met een hoge waarde die meerdere jaren meegaan. In de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' van de gemeentelijke begroting moeten ten minste de volgende kapitaalgoederen staan: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Van deze kapitaalgoederen moeten het beleidskader, de financiële consequenties die uit het beleidskader voortvloeien en een vertaling van de financiële consequenties in de begroting zijn opgenomen.
Groenbeleidsplan ‘Ruimte voor waardevol groen’ (2022); Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP Ameland, periode 2020 - 2025); het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) wordt met één jaar verlengd, omdat de actualisatie van het nieuwe GRP meer tijd vergt; Beheerplan Wegen (periode 2024 – 2033); Beheer- en onderhoudsplan Havens (periode 2024-2029).
Voor sportvelden, gemeentelijke gebouwen en het woningbedrijf zijn meerjarenonderhoudsplannen opgesteld en door het college vastgesteld. Doorrekeningen en financiële consequenties van de diverse onderhoudsplannen worden in de jaarlijkse begroting (en meerjarenraming) verwerkt. Jaarlijks worden de onderhoudsplannen geëvalueerd en geactualiseerd, zodat ook de voortgang kan worden gemonitord (zowel operationeel als financieel). Voor een aantal onderhoudstaken, zoals recreatieve voorzieningen (inclusief strandovergangen), groenvoorziening, bebording en verlichting, is geen meerjarenonderhoudsplan opgesteld. Wel zijn de vervangingsinvesteringen voor deze onderdelen in beeld gebracht en begroot, en worden de bijbehorende cyclische onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd door de buitendienst. Deze werkzaamheden maken deel uit van het vaste takenpakket van de buitendienst. Jaarlijks vindt een operationele evaluatie plaats om de onderhoudsstatus en de benodigde inzet goed in beeld te houden. Op basis van deze evaluatie worden vervangingsinvesteringen geactualiseerd. In de auditcommissie van 7 april 2025 is afgesproken om ‘effectgericht plannen en rapporteren’ in te zetten voor onderhoud kapitaalgoederen.
De nieuwe opzet met expliciete doelen, voortgang, begroting en normen voor kwaliteit wordt in de Programmabegroting 2026-2029 gehanteerd voor ieder van de hiervoor genoemde beheer- en onderhoudsplannen.
4.6
Mee- en tegenvallers (DoeMee onderzoek) In een analyse door Radboud Universiteit Nijmegen naar mee- en tegenvallers (in het kader van het zogenoemde DoeMee onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers) zijn voor de gemeente Ameland de volgende bevindingen gedaan. Het gaat 235
Programmabegroting 2026-2029, p. 89-95.
75
om mee- en tegenvallers bij zowel lasten als baten van de gemeente over de jaren 20172024. 236 • De geconstateerde bijzondere afwijkingen in het Fysiek Domein hangen samen met het feit dat de gemeente Ameland een eigen woningbedrijf heeft. • De afwijkingen in het Sociaal Domein en de meevallers bij Rente en Afschrijvingen hangen samen met de investeringen in nieuwbouw van het woonzorgcentrum “Ambla” als vervanging van de ‘oude Stelp’. • Er zijn tegenvallers in personeelslasten en externe inhuur van enkele tonnen per jaar, vooral vanaf 2022. Het gaat om ‘inhuur derden’ in het geval van het niet kunnen vervullen van vacatures. De gemeenteraad wil liever vast personeel dan inhuur, maar met de krappe arbeidsmarkt is dat niet altijd mogelijk. Verder wordt vaker specifieke kennis, bijvoorbeeld van juristen, ingehuurd. Dit verklaart de tegenvaller bij inhuur. De kosten van ‘reguliere’ inhuur van externe deskundigheid worden geboekt bij de betreffende programma’s.
4.7
Bevindingen •
•
•
De gemeente Ameland hanteert de Financiele verordening 2025 voor de inrichting van de begroting. Daarin worden ook richtlijnen gegeven voor het opstellen van jaarlijks en periodieke rapportages en beleidskaders zoals de jaarlijks door de raad als opmaat naar de begroting van het volgende kalenderjaar vast te stellen Kadernota en de Nota Reserves en Voorzieningen, maar ook over het opstellen van beheers- en onderhoudsplannen. De gemeente Ameland kent over de afgelopen jaren tot 2023 een steeds groter positief saldo van baten en lasten. Het saldo blijft ook de komende jaren positief ondanks het ravijnjaar o.a. door voorgenomen beleidsmaatregelen. Het lijkt erop dat de gemeente Ameland wat betreft de verhouding baten en lasten alles goed onder controle heeft. Een algemene reserve van 2,5 miljoen euro wordt voldoende geacht om tegenvallers op te vangen. Het positieve saldo wordt toegevoegd aan de Bestemmingsreserve Projecten, die net als de algemene reserve geldt als vrij besteedbaar. Opvallend is dat de Bestemmingsreserves over de periode 2017-2024 meer dan verdubbeld zijn van 9 miljoen tot bijna 24 miljoen euro. Vanwege het vaste bedrag van de algemene reserve is in de Nota reserves en voorzieningen 2021 vastgelegd dat de raad in 2016 heeft besloten dat het positieve saldo wordt toegevoegd aan de Bestemmingsreserve Projecten en die bedraagt eind 2024 ca. 11 miljoen.
In de Nota reserves en voorzieningen zijn geen duidelijke afspraken opgenomen over de gewenste hoogte van de Bestemmingsreserve Projecten. Die middelen zijn vrij besteedbaar, maar worden wel ingekaderd in het raadsbrede beleidskader Raadsagenda(-akkoord) 20222025. Dat geeft richting aan uitvoering door het college van verschillende projecten en maatregelen. De (voorjaars) Kadernota is daarbij het instrument waarin de concrete bestedingsvoorstellen worden gedaan. Het is dus een dynamische reserve met systematische inkomsten (het jaarlijkse exploitatiesaldo) en jaarlijkse uitgaven voor
236
DoeMee-onderzoek 2025, Onderzoek onderbesteding, Radboud Universiteit Nijmegen/Vereniging van Rekenkamers.
76
•
•
•
•
•
projecten. Uit de gesprekken met de controller en de raadsleden blijkt dat dit systeem goed werkt en men tevreden is met deze manier van omgaan met de reserves. In de programmabegroting worden maar twee grote risico´s genoemd: rijksbeleid voor gemeenten en een terugloop van toerisme door een calamiteit. Beide staan er in de onderzochte periode altijd in, maar lijken niet echt als een echt probleem gezien te worden, net als het mogelijk afschaffen van de forensenbelasting. In hoeverre de ‘dreiging’ van afschaffing forensenbelasting er nog is, is niet precies bekend, maar die afschaffing zou wel degelijk als een enorm probleem worden ervaren. Uit de gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd met controllers en raadsleden, bleek dat er in de nabije toekomst mogelijk andere zaken zijn die ook relevant zijn voor de financiële positie van de gemeente Ameland. In het bijzonder zijn genoemd: de kosten van verduurzaming van gemeentelijke gebouwen (accommodatiebeleid), het eigen woningbouwbedrijf, en het sociaal domein (jeugdzorg). In de Programmabegroting 2026-2029 is over aandacht voor deze risiso's nog niets terug te vinden. Alle kengetallen conform de BBV zijn kwantitatief weergegeven met een beknopte toelichting. Op basis van de kengetallen kan worden geconclusdeerd dat de financiele positie stevig is.
De raadsleden hechten niet zozeer aan het realiseren van ‘mooie’ BBV-kengetallen, maar meer aan dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is en daarvan is tot dusver altijd sprake geweest. Het BBV kengetal onbenutte belastingcapaciteit is vooral gebaseerd op de ozb en daardoor voor de eilanden beperkt relevant omdat die veel meer opbrengsten halen uit de toeristen- en forensenbelasting dan uit de ozb, en zijn daarmee ook potentiële bronnen van extra inkomsten. Het volgens de BBV voorgeschreven overzicht van incidentele baten en lasten is in de begrotingen opgenomen en per programma gespecificeerd. Over 2026 zijn de incidentele lasten ca. 1,4 miljoen euro hoger dan de baten en dat loopt in 2029 op tot bijna 1,7 miljoen euro. Het tekort wordt gedekt uit de reserves, met name uit de Bestemmingsreserve Projecten. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen omvat de verplichte onderdelen. De mate van onderhoud en dus de hoogte van de onderhoudsuitgaven zijn gebaseerd op door de raad vastgestelde beheer- en onderhoudsplannen. In de auditcommissie van 7 april 2025 is afgesproken om ‘effectgericht plannen en rapporteren’ in te zetten voor onderhoud kapitaalgoederen en dat wordt in de Programmabegroting 2026-2029 gehanteerd.
77
II.5
Schiermonnikoog
Inleiding en leeswijzer In dit hoofdstuk worden de bevindingen gegeven van Schiermonnikoog. De gegevens zijn gebaseerd op de jaarrekeningen (2017-2024) en de initiële programmabegrotingen 2025 en 2026, en aanvullende informatie van de gemeente. De paragraaf over mee- en tegenvallers is gebaseerd op de resultaten van het DoeMee-onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers waaraan de rekenkamer de Waddeneilanden heeft mee gedaan. In elke paragraaf zijn financiële cijfers en kengetallen en achtergrondinformatie daarbij gegeven. Financiële begrippen worden kort uitgelegd in kaders. Hierna komen de volgende onderwerpen aan de orde: • Beleidskader(s) – paragraaf 5.1 • Overzicht ontwikkeling financiën – paragraaf 5.2 • Weerstandsvermogen en risicobeheersing – paragraaf 5.3 • BBV-Kengetallen – paragraaf 5.4 • Onderhoud kapitaalgoederen – paragraaf 5.5 • Mee- en tegenvallers (DoeMee-onderzoek) – paragraaf 5.6 • Bevindingen – paragraaf 5.7
5.1
Beleidskader(s) In de jaarrekeningen en de programmabegrotingen wordt naar twee door de gemeenteraad vastgestelde financiële beleidskaders verwezen. De uitgangspunten voor de Programmabegroting 2026 staan in de Nota Financieel Kader (NFK) 2026 en daarin staan ook maatregelen hoe om te gaan met structurele effecten van risico´s en de aanwending van reserves. 237 De NFK wordt elk jaar vastgesteld als opmaat naar de begroting van het volgende kalenderjaar. Daarnaast heeft de raad op 16 december 2025 de Financiële verordening gemeente Schiermonnikoog 2025 vastgesteld. Daarin staat in artikel 13: het college biedt de raad eens in de vier jaar een Nota Reserves en Voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld: de toerekening en verwerking van rente over de reserves en voorzieningen. -
de vorming, besteding en opheffing van reserves en voorzieningen.
Uit de Jaarrekening 2017 blijkt dat er op 12 december 2017 een Nota Reserves en Voorzieningen is vastgesteld. In alle jaarrekeningen daarna wordt in ieder geval tot en met de Jaarrekening 2024 aangegeven dat een nadelig resultaat voor riolering volgens de vastgestelde Nota Reserves en Voorzieningen wordt onttrokken aan de Reserve resultaat riolering, maar er wordt niet verwezen naar het jaar van de nota, zodat onduidelijk is of er elke vier jaar een nieuwe nota is vastgesteld.238 In de B&W-vergadering van 14 oktober 2025 heeft het college ingestemd met het raadsvoorstel om de nota Reserves en Voorzieningen 2025 vast te stellen. Echter, de raad heeft dit raadsvoorstel niet 237 238
Programmabegroting 2026, p.4. Jaarrekening 2017, p. 117.
78
overgenomen met als reden dat deze vastgesteld dient te worden door de nieuwe gemeenteraad in 2026. Ook in de Programmabegrotingen 2025 en 2026 wordt niet verwezen naar de Nota Reserves en Voorzieningen en alleen in de Bijlage Incidentele baten en lasten staat dat deze posten conform de richtlijn in de Financiële verordening worden vermeld en toegelicht. In de Financiële verordening gemeente Schiermonnikoog 2025 staat in art.ikel 17 dat het college bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen volgt zoals opgenomen in het gemeentelijke treasurystatuut, en ook in de Programmabegroting 2026 wordt gerefereerd aan het treasurystatuut.239 Het huidige treasurystatuut is van 2015. Deze wordt in 2026 geactualiseerd. In de Programmabegroting 2026 staat dat op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in de begroting in afzonderlijke paragrafen beleidsrichtlijnen zijn vastgelegd over relevante beheersmatige aspecten.240
5.2 Overzicht ontwikkeling financiën De gemeente Schiermonnikoog kent over de afgelopen jaren steeds een positief saldo van baten en lasten. Het saldo varieert tussen 21.000 en 505.000 euro (tussen 0 en 6% van de lasten). Er is geen duidelijke stijgende of dalende trend. Tabel 5.1: Ontwikkeling (saldo) baten lasten 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Baten (realisatie Lasten (realisatie)
7.003 6.908
7.701 7.556
7.821 7.316
10.562 10.490
8.569 8.501
10.145 9.651
10.281 10.261
11.613 11.531
Saldo (realisatie)*
95
145
505
73
68
494
21
279
x 1.000 euro Resultaten
* Het saldo van baten en lasten geeft aan of de begroting en rekening in evenwicht is of dat er een positief of negatief verschil is. Bij het saldo van baten en lasten wordt de inzet van middelen vanuit de reserves (of het toevoegen van middelen daaraan) niet meegerekend. Een negatief saldo betekent daardoor dat de gemeente meer kosten heeft gemaakt dan er opbrengsten waren en leidt tot het interen op het eigen vermogen (en omgekeerd bij een positief saldo). Bron: Jaarrekeningen 2017-2024
Uit de – na toetsing door de provincie – aangepaste Programmabegroting 2026 blijkt dat een positief resultaat wordt verwacht voor 2026, maar sluiten 2027 en 2028 met een negatief saldo; het saldo wordt in 2029 weer positief. Het tekort wordt vooral veroorzaakt door een sterke korting op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en wordt opgevangen door bezuinigingen en hogere baten en via onttrekkingen uit de reserves.
239 240
Programmabegroting 2026, p. 108. Programmabegroting 2026, p. 108.
79
Het positieve saldo wordt in de meeste jaren toegevoegd aan de algemene reserve. De raad besluit hierover op basis van het in de NFK gedane voorstel als opmaat naar de begroting van het volgend kalenderjaar. Opvallend is dat de algemene reserve over de periode 2017-2024 met 40% is afgenomen en de Bestemmingsreserve meer dan verdubbeld is. De Totale reserve is met 70% toegenomen. In de jaren 2019 en 2022 zijn er onverwacht erg hoge positieve resultaten die dan grotendeels worden toegevoegd aan specifieke bestemmingsreserves.
(Minimum)eisen Algemene reserve De algemene reserve moet volgens de ‘Handleiding Artikel 12 Financiële-verhoudingswet’ positief zijn en de omvang moet groter zijn dan de zogenoemde ‘artikel-12 norm’..In geval van artikel 12 moet een gemeente in de meerjarige begroting een buffer hebben van 2% van de uitkering gemeentefonds, algemene uitkering plus decentralisatie-uitkeringen en de ozbcapaciteit. Een minimale omvang is echter niet wettelijk vastgelegd.
Tabel 5.2: Ontwikkeling reserves* x 1.000 euro
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Algemene reserve
1.064
960
958
615
462
766
685
647
Bestemmingsreserves
1.320
1.298
1.298
2.959
2.746
2.715
3.479
3.34`1
Resultaatbestemming***
95
145
501
72
68
494
21
279
2.479
2.403
2.760
3.647
3.276
3.976
4.185
4.266
Reserves**
Totaal reserves
* Ultimo (einde jaar). ** Reserves zijn gespaarde middelen en vormen het eigen vermogen van een gemeente (op de balans). Reserves hebben verschillende doelen, zoals een buffer om toekomstige tegenvallers en/of verliezen op te vangen - de algemene reserve. Een hogere algemene reserve betekent een grotere financiële buffer en dus een grotere weerbaarheid tegen financiële tegenvallers. Tegelijkertijd is een te hoge algemene reserve mogelijk niet optimaal want dat geld wordt niet ingezet voor andere gemeentelijke doeleinden. Het rijk gaat er van uit dat iedere gemeente zelf in staat is de minimale omvang van de algemene reserve te bepalen. Daarnaast zijn er bestemmingsreserves. Deze gereserveerde middelen worden in de toekomst uitgegeven voor een specifiek doel. Het instellen, opheffen, vrijvallen, toevoegen, onttrekken en aanhouden van reserves raakt het budgetrecht van de gemeenteraad. *** Resultaat bestemming = toevoeging van het saldo van baten en lasten aan de reserves. Bron: Jaarrekeningen 2017-2024
Reserves programmabegroting 2025 en 2026 Het onderwerp financiën krijgt zeker aandacht in de gemeenteraad. Uit het gesprek met de afdeling financiën en de raadsleden blijkt dat men niet zozeer kijkt naar de BBV-kengetallen, maar vooral naar het resultaat en de reserves. Het gevoel is dat Schiermonnikoog er financieel redelijk goed voor staat en dat dat ook de komende jaren het geval zal zijn, ondanks dat men een forse investering in de nieuwbouw van het Leer- en Ontwikkelcentrum (LOC) heeft gedaan. De algemene uitkering “valt altijd wel mee” vanwege de meevallers gedurende het jaar waardoor er in tegenstelling tot de begroting toch een positief resultaat is wat wordt toegevoegd aan de algemene Reserve. Verder zijn er extra reserves uit de verkoop van de Eneco-aandelen en uit gelden van de Regiodeal waardoor men zich de noodzakelijke investeringen heeft kunnen permitteren.
80
Uit de Programmabegroting 2026 blijkt dat de verwachting is dat de algemene reserve iets toeneemt met ca. 3 ton, maar de bestemmingsreserves met ca. 1 miljoen afnemen. In de Programmabegroting 2026 zijn 12 bestemmingsreserves opgenomen voor 2026 die variëren van drie kleinere reserves van ruim 50.000 tot drie grote reserves van 350.000580.000 euro voor duurzame energie, sociaal domein en de veerdam. Meest opvallend is dat de Reserve Sociaal Domein door jaarlijkse onttrekkingen van ca. anderhalve ton voor het aantrekken van extra formatie daalt van 440.000 begin 2025 tot een negatief bedrag kwam van 278.000 eind 2029. In de 1e begrotingswijziging die gelijktijdig met de begroting is vastgesteld wordt ten laste van de algemene reserve 278.000 euro bijgestort in de reserve Sociaal domein, waarmee het begrote saldo per 2029 uitkomt op afgerond 0. In de Programmabegroting 2025-2029 worden deze risico´s benoemd, maar niet zichtbaar zijn de onttrekkingen aan de Reserve Sociaal Domein zoals dat wel het geval is in de begroting voor 2026. Tabel 5.3: Ontwikkeling reserves 2024-2029* x 1.000 euro Reserves
Realisatie 2024
Prognose 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
jaarrekening begroting
Algemene reserve (incl. resultaat en Eneco)
1.912
2.081
2.078
2.088
2.152
2.340
Bestemmingsreserves
2 355
2 139
1.986
1.802
1.606
1.401
Totaal reserves (eigen vermogen)
4.266
4.221
4.064
3.890
3.759
3.741
* Ultimo (einde jaar) Bron: Programmabegroting 2026 en Jaarrekening 2024
5.3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s en weerstandscapaciteit In de Programmabegroting 2025 en 2026 worden de risco´s geïnventariseerd.241 Het afdekken van de risico’s gebeurt deels via afgesloten verzekeringen en deels via het treffen van voorzieningen. Voor de resterende risico’s wordt per risico de kans van optreden benoemd en de impact en duur ingeschat. Hiermee wordt onderbouwd wat de benodigde weerstandscapaciteit moet zijn. Opvallend is dat het totaalbedrag van de risico´s, berekend op 739.000 euro in de tabel waarin de risico´s staan, in de programmabegrotingen van 2025 en 2026 exact gelijk zijn, terwijl er wel grote verschillen zijn in de toelichting. Meest opvallend is het verschil in de beoordeling van het risico Sociaal Domein (jeugdzorg). In 2025 is er veel zorg over de onzekerheid in dit domein m.b.t. de taken en de gevolgen voor de financiën als er een gezin komt dat specifieke zorg nodig heeft of dure woonaanpassingen nodig zijn. De kans bestaat dat de reserves dan niet voldoende zijn, maar die kans wordt niet groot (10%) geacht, waardoor voor deze reserves geen onttrekkingen worden begroot tot eind 2029. Hoewel het risico in 2026 identiek is in de 241
Programmabegroting 2025, p. 94 e.v. en Programmabegroting 2026, p. 101 e.v.
81
risicotabel, worden nu wel onttrekkingen van jaarlijks ca. anderhalve ton in de begroting opgenomen voor het aantrekken van extra personeel. Maar in de begroting van 2026 wordt niks meer opgemerkt over de kans dat deze reserves onvoldoende zijn, terwijl de reserve wel daalt van 440.000 begin 2025 tot een negatief bedrag van 278.000 eind 2029 (zie hiervoor). In beide jaren is er een risico van 500.000 euro met een kans van 50% opgenomen voor de bouw van het LOC. In de begroting van 2025 wordt dit risico gerelateerd aan prijsstingen, maar in 2026 ontbreekt een toelichting. Het lijkt erop (ook gezien de nummering van de toelichting op de risico’s) dat het risico van LOC niet had moeten worden meegenomen in het totaal risico. De risico’s zullen bij de jaarrekening herijkt worden.
Risico’s en weerstandscapaciteit Bij risico's (risicoprofiel) gaat het om de kans dat de gemeente geconfronteerd wordt met financiële tegenvallers. Gemeenten zijn verplicht om door middel van een systematische analyse de blootstelling aan risico's zo goed mogelijk in beeld te brengen vanuit de beschikbare weerstandscapaciteit.. Het kengetal weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente onvoorziene financiële tegenvallers kan opvangen zonder het uitvoeren van de begroting of bestaand beleid in gevaar te brengen. De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel geld en mogelijkheden een gemeente heeft oftewel de onbenutte belastingcapaciteit en reserves. Daarnaast wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend: dat is het weerstandsvermogen dat nodig is gegeven de analyse van financiële risico’s.
Tabel 5.4. Risico´s In Programmabegroting 2025 genoemde risico´s (euro)
Bandbreedte Factor
Impact
Kans
Kans x impact
1
Sociaal Domein > jeugdzorg
100.000
4
400.000
10%
40.000
2
Langdurige ziekte
70.000
2
140.000
50%
70.000
3
Bouw LOC (Lee- en Ontwikkelcentrum)
500.000
1
500.000
50%
250.000
4
ICT de Wadden
120.000
1
120.000
50%
60.000
5
Omgevingswet
6
Project Aardgasvrije wijken
7
Meerjaren onderhoudsplannen
8
Beperkte arbeidsmarkt
9
Overig (waaronder leningen, garantstelling)
10
VVV
p.m. 3.700.000
1
3.700.000
5%
185.000 p.m.
200.000
50.000
1
200.000
1
Totaal risico
50.000
50%
100.000
10%
29.276
10%
5.000 739.276
Bron: Programmabegroting 2025, p. 95 en identiek in begroting 2026, p.101
Het absoluut grootste risico van 3,7 miljoen is voor het Project Aardgasvrije wijken, maar de kans dat dit zoch voordoet is slechts 5%. De toelichting is identiek in de begroting van 2025 en 2026, maar er wordt niet duidelijk uitgelegd waar het risico in zit en ook niet onderbouwd waarom het risicio (maar) 5% is. De tekst is ten tijde van de begroting 2026 nog niet aangepast aan het feit dat er nog niet is begonnen met het aanleggen van een warmtenet.
82
Er is namelijk besloten over te gaan naar individuele warmtepompen en daardoor is er niet langer sprake van een onrendabele top woningen waarvoor was begroot. Goedkeuring door het ministerie op deze wezenlijke wijziging was ten tijde van de begroting nog niet ontvangen. Wellicht is er daarom voor gekozen de tekst niet aan te passen. Wel blijkt uit het overzicht van de Incidentele baten en lasten dat de bedragen die aan dit project zijn gerelateerd in 2026 veel kleiner zijn dan in het overzicht van 2025, maar kennelijk heeft dit voor het risico geen gevolgen. In de Programmabegroting 2025 wordt een éénmalige tegenvaller op toeristenbelasting van 285.000 euro genoemd omdat door Wagenborg is aangekondigd dat het heffingssysteem niet eerder dan 2026 kan worden ingevoerd. 242 De tegenvaller wordt gedekt uit de algemene reserve. Dit wordt verder niet als een risico benoemd, maar uit de NFK 20262029 blijkt dat deze tegenvaller zich ook in 2026 zal voordoen en voor de helft zal worden gedekt uit de algemene reserve en de andere helft uit de exploitatie. De algemene Reserve kan, volgens de stukken, in de komende jaren weer worden aangevuld uit hogere inkomsten van de toeristenbelasting. In de Programmabegroting 2026 wordt hier niets over opgemerkt, terwijl het probleem met Wagenborg nog niet lijkt opgelost.
Met betrekking tot het weerstandsvermogen zijn er opvallende verschillen tussen de programmabegrotingen van 2025 en 2026. In de begroting voor 2025 bedraagt het saldo van de algemene reserve eind 2025 ca. 270.000 euro. Daarnaast zijn van de bestemmingsreserves 1,3 miljoen euro vrij besteedbaar, omdat daar geen verplichtingen onder liggen. Daarom tellen deze ook mee voor de incidentele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit komt daarmee eind 2025 uit op 1.585.944 euro en is daarmee ruim voldoende voor het berekende financiële risico van 739.000 euro.243 Tabel 5.5 Weerstandscapaciteit Realisatie 2024 (euro) Algemene Reserve Reserve Eneco Reserve Sociaal Domein Reserve Toerisme Totaal incidentele weerstandscapaciteit Bron: Programmabegroting 2025, p. 95
269.915 808.601 432.428 75.000 1.585.944
In de begroting voor 2026 staat de volgende tabel.
242 243
Programmabegroting 2025, p. 10. Programmabegroting 2025, p.99.
83
De incidentele weerstandscapaciteit komt eind 2026 uit op 2.078.000 euro en is daarmee ruim voldoende voor het financieel risico van 739.000 euro.
Weerstandsvermogen als een ratio Het weerstandsvermogen wordt ook wel uitgedrukt als een ratio (verhoudingsgetal): de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit. Er bestaan geen wettelijke normen voor de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen. De gemeente Schiermonnikoog hanteert een waarderingstabel waarbij een ratio > 2 geldt als úitstekend’, tussen 1,0-1,4 als ‘voldoende’ en <0,8 als ‘onvoldoende’. Bij een financieel risico van 739.000 euro (tabel 5.4) en een incidentele weerstandscapaciteit van 1.586.000 euro (tabel 5.5) is de waarde van deze ratio 2,1. Opvallend is wel dat in de tekst op dezelfde pagina een weerstandscapaciteit wordt genoemd van 1.681.000 en een ratiowaarde van 2,0. 244 Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het weerstandsvermogen nog net “uitstekend” is, maar wel lager dan bijvoorbeeld vermeld in de jaarrekening 2022 (4,8). Omdat het risico in de Programmabegroting 2026 exact gelijk is aan dat in 2025, maar de weerstandscapaciteit is gestegen tot ruim 2 miljoen stijgt de ratiowaarde naar 2,8 (“uitstekend”).
5.4
BBV-kengetallen In de paragraaf Weerstandsvermogen van de begroting en rekening zijn alle (verplichte) kengetallen opgenomen, ook met een toelichting. Op basis van de gegevens uit de Jaarrekeningen 2017-2024 en de Programmabegroting van 2025 en 2026 ontstaat het volgende beeld. • De netto schuldquote is tot 2024 gehalveerd tot 43% volgens de jaarrekeningen en zijn daarmee zeer veilig en veel lager dan de 110% opgenomen in de begroting 2024. Maar volgens de Programmabegroting 2026 was de schuldquote in de Jaarrekening 2024 al wel gestegen tot 110% en stijgt nog iets verder tot 2029. De oorzaak is een lening van 9 miljoen voor de nieuwbouw van het Leer- en Ontwikkelings Centrum. Daarmee komt de schuldquote dicht bij de norm van 130% waarbij de VNG adviseert de schuldenlast af te bouwen als die norm wordt overschreden. Door een nog niet verwerkte bijdrage van 1 miljoen euro uit de Regiodeal kan de netto schuldquote dalen. 245 • Voor de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geldt het zelfde beeld. • De solvabiliteitsratio stijgt langzaam van net onder de 25% naar 40% in 2024, maar volgens de Programmabegroting 2026 is de ratio in 2024 in de jaarrekening 2024 al gedaald tot 21% en daalt die verder tot 18%. Bij solvabiliteit van minder dan 20% wordt dat door de VNG norm gezien als erg risicovol.
De begroting stelt dat er geen harde normen voor de waarde die de solvabiliteit hefet, zijn – zeker niet voor gemeenten. Veel van de activa van de gemeente zijn immers niet verhandelbaar, zo wordt gesteld.246
244
Programmabegroting 2025, p.99. Programmabegroting 2026, p. 106. 246 Programmabegroting 2026, p. 106. 245
84
•
De structurele exploitatieruimte is steeds positief, maar daalt in 2024 tot nul. In de programmabegroting 2026 wordt verwacht dat die negatief wordt vanaf 2027.
Tabel 5.6: BBV-kengetallen Verplichte kengetallen BBV 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 1. Netto schuldquote 89% 82% 70% 42% 58% 66% 52% 43% 2. Netto schuldquote gecorrigeerd 85% 76% 65% 38% 52% 62% 47% 37% voor alle verstrekte leningen 3. Solvabiliteitsratio 24% 22% 26% 35% 29% 28% 26% 40% 4. Structurele exploitatieruimte 3% 2% 1% 1% 2% 7% 6% 0% 5. Grondexploitatie 0% 0% 0% 2% 6% 6% 5% 5% 6. Belastingcapaciteit 111% 114% 110% 107% 97% 96% 97% 98% Netto schuldquote: de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen (baten); dit geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de gemeentefinanciën. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; als een hoge schuld komt door leningen, die vervolgens zijn doorgegeven (aan bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie) en ook weer worden afgelost, is dat niet zo’n probleem; deze indicator geeft dat aan. Solvabiliteitsratio: eigen vermogen als percentage van het totale vermogen; dit geeft een indicatie van het vermogen om langlopende schulden te kunnen terugbetalen.
Grondexploitatie: de grondpositie (de waarde van de grond) van de gemeente ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente; relevant is vooral de situatie dat gemeenten leningen hebben afgesloten voor de aanschaf van grond en dus een schuld hebben en wat de mogelijk opbrengst is bij verkoop van de grond bij (realisatie van) een bouwproject. Structurele exploitatieruimte; het saldo van de structurele baten en lasten, gecorrigeerd voor de incidentele posten en reserves, gedeeld door de totale baten; een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van de leningen) te dekken. Belastingcapaciteit: vergelijking van gemeentelijke woonlasten (ozb, rioolheffing en reinigingsheffing) met het landelijk gemiddelde; dit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen door hogere lokale belastingen en/of heffingen. Bron: Jaarrekeningen 2017-2024
•
•
De grondexploitatie is de hele periode positief en blijft volgens de Programmabegroting 2026 tot 2029 constant op 5% net zoals in 2023 en 2024 en is daarmee positiever dan in de Programmabegroting van 2025, waarin na 2024 een negatief kengetal wordt verwacht, wat betekent dat er na 2024 meer inkomsten dan uitgaven zijn aan de grondexploitatie. Risico´s worden jaarlijke bepaald en kennelijk is dit risico in de loop van dit jaar afgenomen.247 Bij het BBV-kengetal belastingscapaciteit wordt een berekening gemaakt van de gemeentelijke woonlasten (ozb, rioolheffing en reinigingsheffing) en die wordt vergeleken met het landelijk gemiddelde. 248 Uit de tabel blijkt dat de woonlasten relatief hoog waren, maar langzaam zijn gedaald naar het landelijk gemiddelde. Schiermonnikoog heeft van alle Friese gemeenten de op twee na hoogste woonlasten. Uit de Programmabegroting 2026 blijkt dat het kengetal voor de belastingcapacitieit in 2029 weer stijgt naar 104% en dat er dus niet echt ruimte is een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar op te vangen door hogere lokale woonbelastingen. 249
247
Programmabegroting 2025, p. 93 en 101 en 2026, p.107. Ozb = onroerende-zaakbelasting. 249 Programmabegroting 2026, p. 107. 248
85
Tabel 5.7: BBV-kengetallen 2024-2029 Kengetallen
2025
2024 Jaarrekening
2026
2027
2028
2029
Prognose Begroting
Netto schuldquote Gecorrigeerde netto schuldquote
110% 120%
95% 93%
123% 121%
124% 124%
124% 123%
118% 117%
Solvabiliteit
21%
19%
19%
18%
18%
18%
Grondexploitatie
5%
5%
5%
5%
5%
5%
Structurele exploitatieruimte
0%
1,5%
0,9%
-1,6%
-1,8%
-0.8%
Belastingcapaciteit
98%
102%
103%
103%
104%
104%
Bron: Programmabegroting 2026-2029, p.106-107
In de Programmabegroting 2026 zijn alle verplichte BBV-kengetallen opgenomen en worden die kort toegelicht. Maar er wordt geen waarderingstabel gehanteerd voor de BBVkengetallen, alleen maar voor het weerstandsvermogen. Uit het interview met de raadsleden blijkt dat de raadsleden niet zozeer hechten aan het realiseren van ‘mooie’ BBVkengetallen, maar meer aan dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is en dat lukt volgens de aanbiedingsbrief bij de Programmabegroting 2026. 250 Daarin wordt gesteld dat de gemeente vanaf 2024 geld tekort zou komen door een lagere uitkering van het Rijk, maar dat in de NFK 2026 concrete ombuigingsmaatregelen en bedragen gespecificeerd voor in totaal 300-400.000 waarmee een sluitende meerjarenrbegroting kan worden gepresenteerd. 251 In de begroting wordt constateert dat door deze maatregelen de gemeente financieel gezond is, maar om dit te blijven er scherp op de ontwikkeling van de baten en lasten moet worden blijven gelet en daar waar nodig bijgestuurd. Belastingcapaciteit en toeristen- en forensenbelasting Het BBV-kengetal onbenutte belastingcapaciteit is voor Schiermonnikoog boven de 100% en dat suggereert dat er voor Schiermonnikoog nauwelijks ruimte is voor meer inkomsten door hogere lokale belastingen.
Maar het BBV-kengetal is gebaseerd op de woonlasten en is daardoor voor de eilanden beperkt relevant omdat die veel meer opbrengsten halen uit de toeristen- en forensenbelasting dan uit de ozb. Uit de Jaarrekening 2024 blijkt dat van de totale opbrengst van 3 miljoen aan lokale heffingen slechts 0,7 miljoen binnenkomt via de ozb, naast 1,8 miljoen via de toeristenbelasting en 0,4 miljoen via de forensenbelasting. 252 Gezamenlijk zijn toeristenbelasting en forensenbelasting goed voor 19% van de totale baten in 2024. De opbrengsten van de toeristenbelasting zouden vanaf 2024 naar verwachting met 3-4 ton extra gaan toenemen omdat de technische inningsproblemen via de bootkaartjes door Wagenborg zouden worden opgelost en het tarief per overnachting is verhoogd. Maar later bleek dat de technische problemen pas in 2026 opgelost zullen worden. Het tarief per overnachting is in dezelfde orde van grote als voor de andere Waddeneilanden, maar de 250
P. 4. NFK, p. 8. 252 Programmabegroting 2026, p.74. Zie ook de Box met een vergelijking van de Toeristenbelasting en de Forensenbelasting tussen de eilanden onderling en met het landelijk gemiddelde. 251
86
grondslag verschilt. Een hoger tarief kan de opbrengsten verder verhogen, maar mogelijk ook het aanpassen van de grondslag op basis van inning op basis van het werkelijke aantal overnachtingen. Uit de Verordening Toeristenbelasting 2026 blijkt dat de belasting wordt geheven op basis van het aantal overnachtingen, maar dat de werkelijk gehanteerde grondslag is gebaseerd op een gemiddeld benuttingspercentage van 75% van het werkelijk aantal slaapplaatsen en een gemiddeld bezettingspercentage van 75% van het maximale aantal overnachtingen van 365 per jaar. Dat betekent dat 0,75 x 0,75 = 0,56% aan belasting wordt geînd van het maximaal mogelijke als alle bedden het hele jaar allemaal bezet worden. Het is niet duidelijk hoeveel de opbrengst zou bedragen als belasting zou worden geïnd over het werkelijk aantal overnachtingen zoals op andere eilanden gebeurd op basis van het nachtregisten. Het systeem van Schiermonnikoog lijkt het ook mogelijk te maken dat bij hoge bezettingsgraden ondernemers toeristenbelasting bij gasten in rekening brengen die niet hoeft worden afgedragen. De forensenbelasting bedraagt in 2026 op Schiermonnikoog 0,2964% van de WOZ-waarde en dit wordt jaarlijks geïndexeerd. Schiermonnikoog hanteert een uniform tarief en geen staffel of een maximum per woning, een vast tarief per woning of per slaapplaats in een woning.
Incidentele baten en lasten In de Programmabegroting 2025 is op het volgens de BBV voorgeschreven overzicht van incidentele baten en lasten opgenomen. 253 De baten en lasten voor 2025 houden elkaar in evenwicht en bedragen beide ca. 3 miljoen euro, waarvan ruim 2 miljoen gerelateerd zijn aan het Project Aardgasvrij Eiland. Voor de jaren daarin zijn de incidentele baten en lasten veel lager ingeschat en dat blijkt ook uit de Programmabegroting 2026 want daar zijn de incidentele baten en lasten ook ongeveer in evenwicht, maar is de totale omvang van ca. 750.000 maar een kwart van die in 2025.254