09 - Rapport Rekenkamer Financien - 3 maart 2026_- AVG
Tekst van het document
5.5
Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Schiermonnikoog rekent in de Programmabegroting 2026 (p.92-93) tot de kapitaalgoederen wegen, lichtmasten, openbaar groen, jachthaven, riolering en gebouwen. Dit is conform de verplichte onderdelen, maar wel eiland specifiek ingevuld. De Provincie Fryslân houdt toezicht op het duurzaam in stand houden van kapitaalgoederen, met name het voorkomen van achterstallig onderhoud. Een onderhoudsplan mag maximaal 5 jaar oud zijn en daarom werkt de gemeente volgens de begroting 2025 waar nodig aan de vernieuwing van de onderhoudsplannen. In onderstaande tabel uit de begroting 2026-2029 staat het overzicht van de door het college of de 253 254
Kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn de zaken die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; het gaat vaak om zaken met een hoge waarde die meerdere jaren meegaan. In de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' van de gemeentelijke begroting moeten ten minste de volgende kapitaalgoederen staan: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Van deze kapitaalgoederen moeten het beleidskader, de financiële consequenties die uit het beleidskader voortvloeien en een vertaling van de financiële consequenties in de begroting zijn opgenomen.
P.140-141. P.140-141.
87
raad vastgestelde beheer- en onderhoudsplannen. Daarvan zijn die voor de gemeentelijke gebouwen, haven, water en riolering, veerdam, verlichting zoals aangekondigd recent geactualiseerd en met die voor openbaar groen is men nog bezig. Al met al beschikt de gemeente Schiermonnikoog over actuele beheer- en onderhoudsplannen voor haar kapitaalgoederen die nu bijna voldoen aan de normen van de provincie. Alleen het Groenbeheerplan moet nog geactualiseerd worden en in 2026 het Onderhoudsplan veerdam. Tabel 5.8: Kaptaalgoederen Jaren MOP gemeentelijke gebouwen Beheerplan Waddenhaven Schiermonnikoog Onderhoudsplan veerdam Water- en rioleringsprogramma Beheerplan Openbare Verlichting en Elektrische Installaties Beheerplan wegen en paden Groenbeheerplan
2025 - 2035 2026 - 2035 2017 - 2026 2026 - 2035 2026 - 2035 2023 - 2032 2008
In totaal zijn in de Programmabegroting 2026 in de staat van reserves en voorzieningen voor onderhoud van de kapitaal goederen gemeentelijke gebouwen, riolering, wegen en jachthaven eind 2025 voorzieningen beschikbaar van ca. 1,5 miljoen euro en daarnaast 1 miljoen euro aan bestemmingsreserves voor lichtmasten, veerdam riolering, jachthaven. Voor de jachthaven en de riolering zijn zowel een voorziening als een bestemmingsreserve is opgenomen. Voor riolering is de reserve om tariefstijging van de rioolheffing af te vlakken, en de voorziening is er om sterke fluctuaties bij de uitvoering van het gemeentelijk rioleringsplan op te vangen. Voor de jachthaven heeft de reserve betrekking op het baggeren, de voorziening is voor het opvangen van sterke fluctuaties in onderhoud.
5.6
Mee- en tegenvallers (DoeMee onderzoek) In een analyse door Radboud Universiteit Nijmegen naar mee- en tegenvallers (in het kader van het zogenoemde DoeMee onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers) zijn voor de gemeente Schiermonnikoog de volgende bevindingen gedaan. Het gaat om mee- en tegenvallers bij zowel lasten als baten van de gemeente over de jaren 2017-2024. 255 • In 2019 en 2022 zijn er onverwacht hoge positieve saldo van baten en lasten en die worden toegevoegd aan de reserves. In 2019 was dat voor de helft door een hogere algemene uitkering en een 20 tal kleinere meevallers. In 2022 waren er ruim 40 kleine meevallers. • De afwijkingen in 2020 zijn voor het overgrote deel corona gerelateerde mee- en tegenvallers. Maar de meevallers domineren door bijna 300.000 euro compensatie van het Rijk voor gemiste toeristenbelasting en 150.000euro minder onttrekking aan de reserve toeristenbelasting omdat de opbrengsten uiteindelijk meevielen. Voor opruimwerkzaamheden van de MS Zoë zijn in 2020 geen tegenvallers te vinden. De 255
DoeMee-onderzoek 2025, Onderzoek onderbesteding, Radboud Universiteit Nijmegen/Vereniging van Rekenkamers.
88
• •
•
•
•
5.7
gemeente heeft in 2019 ca. 90.000 euro ontvangen voor gemaakte kosten van het Min. I&W die dit weer verhaald op de rederij. De afwijkingen in 2023/2024 bij onderwijs hangen samen met de overdracht van de Samenwerkingsschool Yn de Mande aan de gemeente. In een kleine gemeente zijn schommelingen in het sociaal domein vooral groot als bij WMO-individueel er een geval meer of minder is. Dit risico wordt onderkend en daarom is er een bestemmingsreserve Sociaal Domein ingevoerd. De afwijking overig bezit in 2020 van ca. 1 miljoen euro komt door de verkoop van de aandelen Eneco. De opbrengst is ondergebracht in de Reserve Eneco. Die is in principe vrij besteedbaar, maar wordt vooral ingezet voor duurzaamheidsprojecten, in het bijzonder voor gemeentelijk vastgoed. Uitgaven in deze reserve worden in beginsel weer aangevuld (een soort revolving fund). De tegenvallers bij personeel en inhuur zijn een gevolg van een inhaalslag in de uitvoering. Vanwege de krappe arbeidsmarkt zijn de tegenvallers groter bij inhuur, o.a. van RO projectleiders en handhavers. De meevaller in de rente in 2024 komt door dat de gemeente in dat jaar meer rente heeft ontvangen dan betaald en dan komt dat bij taakveld treasury terecht en niet bij de andere taakvelden.
Bevindingen •
•
•
•
•
De gemeente hanteert als beleidskader de jaarlijks door de raad als opmaat naar de begroting van het volgende kalenderjaar vast te stellen Nota Financieel Kader (NFK). Daarin staan uitgangspunten voor de Programmabegroting en staan ook maatregelen hoe om te gaan met structurele effecten van risico´s en de aanwending van reserves. Daarnaast heeft de raad op 16 december 2025 de Financiële verordening gemeente Schiermonnikoog 2025 vastgesteld. In deze stukken wordt ook gerefereerd aan een Nota Reserves en Voorzieningen en het Treasurystatuut. De laatste versies hiervan zijn van resp. 2017 en 2015 maar nergens te vinden en niet meer actueel en zullen door de nieuwe gemeenteraad in 2026.worden geactualiseerd. De gemeente kent structureel een overschot, vooral vanaf 2020, dat grotendeels wordt gebruikt voor het vergroten van de algemene reserve en bij grote overschotten ook voor het vergroten van bestemmingsreserves. De Algemene reserve is over de periode 2017-2024 met 40% afgenomen en de bestemmingsreserves zijn meer dan verdubbeld, maar er ontbreken doelen of richtlijnen voor de omvang. Uit de Programmabegroting 2026 blijkt dat verwacht wordt dat de algemene reserve weer gaat toenemen met ca. 3 ton en de bestemmingsreserves met een miljoen gaan afnemen. Het is niet erg duidelijk waarom hiervoor is gekozen.
Een ‘top-10’ van financiële riscio’s is beschreven en per risico beoordeeld op kans en mogelijke financiële impact en duur. Opvallend is dat de inschatting van de risico´s identiek is in de Programmabegrotingen voor 2025 en 2026, maar er zijn grote verschillen in de toelichting. Het grootste risico met een hoge kans is volgens de begroting van 2025 dat van prijssstijging voor de bouw van het LOC en dat staat ook nog in de begroting van 2026, maar zonder enige toelichting. Omdat de bouw klaar is, is de vraag of dit risico nog steeds bestaat. Iets dergelijks doet zich ook voor bij het risico Aardgasvrije wijken en het Sociaal Domein.
89
•
•
•
•
Het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit zijn gekwantificeerd en weergegeven in een ratio, welke 2 bedraagt en dat wordt beoordeeld als ´uitstekend´ volgens de normen die de gemeenten hanteert en conform die van de VNG zijn. Er zijn opvallende verschillen tussen de begrotingen 2025 en 2026 m.b.t. de berekening van de omvang van de weerstandscapaciteit en welke reserves daartoe gerekend worden en de mate waarin deze vrij besteedbaar zijn. Alle kengetallen conform de BBV zijn kwantitatief weergegeven met een beknopte toelichting, maar voor dezelfde jaren verschillen de cijfers in de jaarrekeningen en de programmabegrotingen. Door de investeringen in het LOC naderen de schuldquote en de solvabiliteit kritische waarden. De gehanteerde belastingcapaciteitsindicator gebaseerd op de woonlasten biedt nauwelijks ruimte. Mogelijke extra inkomsten kunnen worden verkregen uit de toeristenbelasting, want met name die belasting brengt veel meer op dan de andere lokale heffingen en daar lijkt nog ruimte te zijn door de grondslag te verruimen. Maar de raad heeft besloten dit niet te doen.. De incidentele kosten en baten bedragen volgens de Programmabegroting 2025 ca. 3 miljoen, maar dit komt voor 2,5 miljoen door het Programma Aardgasvrije Wijken. Voor de jaren daarna is de omvang van deze bedragen maar een kwart en dat blijkt ook uit de Programmabegroting 2026.
De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen omvat de verplichte onderdelen. De mate van onderhoud en dus de hoogte van de onderhoudsuitgaven zijn gebaseerd op door de raad recente vastgestelde herziene beheer- en onderhoudsplannen. Al met al beschikt de gemeente Schiermonnikoog over actuele beheer- en onderhoudsplannen voor haar kapitaalgoederen die bijna voldoen aan de actualiteitsnormen van de provincie. Niet duidelijk is waarom voor de jachthaven en de riolering zowel een voorziening als een bestemmingsreserve is opgenomen.
90
BIJLAGEN
91
Bijlage I – Paragrafen BBV
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Geraadpleegd op 07-07-2025. Geldend van 17-04-2025 t/m heden Titel 2.3. De paragrafen Artikel 9 1. In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. 2. De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is: a. b. c. d. e. f. g. h.
lokale heffingen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; onderhoud kapitaalgoederen; financiering; bedrijfsvoering; verbonden partijen; grondbeleid; openbaarheid.
Artikel 10 De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste: a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Artikel 11 1. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 2. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste:
92
a. b. c. d.
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: 1a°. netto schuldquote; 1b°. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2°. solvabiliteitsratio; 3°. grondexploitatie; 4°. structurele exploitatieruimte; en 5°. belastingcapaciteit. e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, door provincies en gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het jaarverslag worden opgenomen. Artikel 12 1. De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen: a. b. c. d. e.
wegen; riolering; water; groen; gebouwen.
2. Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Artikel 13 De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Artikel 14 De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering bevat: a. b. c. d.
de stand van zaken van de bedrijfsvoering; de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering; informatie over de financiële rechtmatigheid; de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.
Artikel 15 1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1°. gemeenschappelijke regelingen; 2°. vennootschappen en coöperaties; 3°. stichtingen en verenigingen, en, 4°. overige verbonden partijen;
93
c. de lijst van verbonden partijen. 2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e. de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente. Artikel 16 De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste: a. een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting; b. een aanduiding van de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk gemeente het grondbeleid uitvoert; c. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie; d. een onderbouwing van de geraamde winstneming; e.
de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken. Artikel 16a De paragraaf betreffende openbaarheid, bedoeld in artikel 3.5 van de Wet open overheid, geeft ten minste inzicht in de beleidsvoornemens inzake de toepassing van de artikelen 3.1, 3.3, 3.3a en hoofdstuk 4 van de Wet open overheid en de wijze waarop toepassing is gegeven aan deze beleidsvoornemens.
94
Bijlage II – Financieel toezicht provincie
Bron: overgenomen van provincie Fryslân
95
Bijlage III – Bestuurlijke reacties
96
Bestuurlijke reactie Texel
97
.
98
99
100