Notulen raadsvergadering 15 juli 2025
Tekst van het document
Inderdaad kun je tegen de getaxeerde waarde bezwaar maken, die straks bepalend zal zijn voor de inkomstenbelasting, de onroerendezaakbelasting en de erfpachtcanon. Spreker neemt aan dat het aantal bezwaren tegen de WOZ met het oog daarop behoorlijk zal stijgen. Hij zou dat ook doen. De heer Kondu wijst erop dat veel Schiedammers hun woning niet kunnen verkopen. Met het onderhavige stuk wordt een groot deel van de problemen verholpen en daarom is hij ervoor dat het wordt aangenomen. Hij ziet niet zo gauw hoe een werkgroep in drie of vier maanden tijd tot een oplossing kan komen en daarom is hij er niet voor, haar in het leven te roepen. Hij ziet dat er betrokken raadsleden zijn maar dat wil niet zeggen dat de werkgroep tot een oplossing komt die voor alle Schiedammers gaat werken. In de werkgroep zullen de meningen ook verschillen. De heer Siljee betoogt dat de werkgroep diverse scenario’s kan voorstellen. Hij vindt overigens nog steeds dat DENK een amendement moet indienen als de fractie tegen de WOZ is. De steun van Groen Links heeft zij. De heer Maris hoort de heer Kondu zeggen dat er vaart moet worden gemaakt omdat veel Schiedammers in de problemen zitten, waardoor zij niet kunnen verkopen, terwijl starters moeten kunnen kopen. De WOZ-waarde heeft daar echter niets mee van doen.
De heer Kondu heeft aangegeven dat met dit stuk een stapje vooruit wordt gedaan omdat een grote groep Schiedammers wordt geholpen. Je kunt ook uitgaan van de residuele grondwaarde maar hij vraagt zich af of je daarmee de mensen die in financiële nood verkeren helpt. Daarvoor ontbreekt hem de financiële expertise. De wethouder en de ambtenaren hebben die zijns inziens wel. Ondanks het voorstel dat het college heeft gedaan, blijft het lastig om maar even een werkgroep te starten die naar de WOZ-waarde moet kijken. De werkgroep moet ook kijken naar de grondwaarde en ook dat levert vertraging op. Geen van de sprekers heeft erop gewezen dat de Schiedammers die nu in de problemen zitten nog langer moeten wachten op een oplossing. De heer Van Belle stelt vast dat de heer Kondu tegen het instellen van een werkgroep is maar er wel zitting in neemt als zij er komt. De heer Kondu is ook tegen het hanteren van de WOZ-waarde, steunt desniettegenstaande het voorstel maar niet de motie die de WOZwaarde uit het voorstel haalt.
17
De heer Kondu vindt dat een prima samenvatting. De heer Van Belle concludeert dat de heer Kondu een pleidooi houdt voor de motie, gezien zijn pleidooi voor het verbeteren van de betaalbaarheid van de Schiedamse erfpacht en zijn twijfels over de WOZ-waardebepaling. De heer Kondu memoreert dat de heer Van Belle onder verwijzing naar de klankbordgroep RTH en de werkgroep omgevingsvisie voorstander is van een werkgroep erfpacht. Hij vindt laatstgenoemde werkgroep geheel anders, gezien de verschillen in opvatting van links tot rechts en van lokaal tot landelijk. Erfpacht is een zeer complex onderwerp waarover een werkgroep niet binnen drie of vier maanden een gedegen advies kan uitbrengen en nieuwe inzichten naar voren kan brengen. Daarom is hij er geen voorstander dat de raad weer het voortouw gaat nemen en verkiest hij af te wachten waar de wethouder mee komt. Volgens de heer Van Belle lagen bij de omgevingsvisie en RTH de belangen veel verder uiteen doordat die onderwerpen minder technisch waren. De heer Kondu is van oordeel dat in het onderhavige geval de belangen veel verder uiteenlopen. Erfpacht is een heel technisch onderwerp waarover al heel lang discussie plaatsvindt, zoals blijkt uit het feit dat wordt gerefereerd aan de jaren ’70, de jaren ’90 en de vorige raadsperiode. Het speelt al jaren en toch stemmen de opvattingen van de partijen niet overeen.
En dan zou de raad binnen drie of vier maanden advies moeten verstrekken aan het college! Mevrouw Biekman vindt het begrijpelijk dat over dit onderwerp evenals op de politieke avond ook vanavond weer een stevige discussie plaatsvindt, aangezien de erfpacht na 20 jaar wordt herzien, wat leidt tot nieuwe inzichten en vragen. Zij heeft op de politieke avond de zorgen van de raad gehoord over betaalbaarheid van de canon en de erfpacht. Zij heeft toen ook toezeggingen gedaan, onder meer dat het college zal kijken naar scenario’s op financieel en juridisch gebied om voor de toekomst een beter erfpachtstelsel voor de Schiedammers te realiseren. Wat nu op tafel ligt is een voorstel dat een concrete en praktische oplossing biedt voor de 450 erfpachters die nu in de problemen zitten of in de toekomst te maken zullen krijgen met problemen wegens het verlopen van hun erfpacht. Naar spreekster opmerkt zijn kenbaarheid, voorspelbaarheid en transparantie de uitgangspunten. Een aantal malen heeft zij gehoord dat het uitgaan van de WOZ-waarde niet de meest transparante methodiek, ja zelfs een oneerlijke methodiek is. Bij onderzoek is gebleken dat in gemeenten waar de WOZwaarde wordt gebruikt het de meest transparante, snelle en gelijkwaardige manier is om de erfpachtcanon te berekenen. Er zit nog een stukje beweegruimte in.
Zoals spreekster op de politieke avond heeft aangegeven moet de gemeente zich houden aan de wettelijke kaders. Dat betekent dat de gemeente geen korting kan geven op erfpacht; zij kan grond niet onder de marktwaarde verkopen. De inwoners moet dan ook niet worden voorgespiegeld dat met kortingen kan worden gewerkt. De heer Van Belle wijst erop dat het verkopen van grond geen onderdeel is van de motie. Die handelt over de betaalbaarheid van de canon. De heer Volkman vraagt of de heer Van Belle zich ervan bewust is dat de grondwaarde wel het uitgangspunt is voor de berekening van de canonprijs. Mevrouw Biekman zegt dat de gemeente ook wat de canon betreft niet onder de marktwaarde kan gaan zitten. In de motie wordt verwezen naar de Amsterdamse regeling Tegemoetkoming Canonstijging maar wordt er niet bij gezegd dat het daar om een subsidieregeling gaat en niet om het verlagen van de canonprijs. Ook Amsterdam moet zich aan de wet houden. Zij acht het noodzakelijk voor de Schiedammers een helder beeld te schetsen. Zij vindt het ook totaal onverantwoord Schiedammers nog langer te laten wachten
18
op nieuw erfpachtbeleid, wat het geval zal zijn als de raad een werkgroep instelt die moet gaan kijken wat in een complex dossier de beste oplossing is. Zij doet dan ook een klemmend beroep om voor het voorstel te stemmen en de Schiedammers niet langer in de kou te laten staan. De heer Maris vraagt waarom het instellen van een werkgroep vertragend zou moeten werken als de raad instemt met het voorstel. Mevrouw Biekman wijst erop dat de werkgroep op grond van punt b. van het dictum van de motie expliciet advies moet uitbrengen, wat betekent dat moet worden gewacht met de vaststelling van de grondwaarde op basis van de WOZ-waarde. Aan de ene kant zegt de heer Maris dat het erfpachtbeleid wordt vastgesteld maar zegt aan de andere kant met zijn steun voor de motie dat met de grondwaardebepaling moet worden gewacht tot de werkgroep met een advies komt. Het college vindt dit tegenstrijdig en onverantwoord. Zoals zij op de politieke avond heeft aangegeven wordt het college evenals de heer De Leeuw overspoeld met mailtjes van verontruste Schiedammers en zij vindt het onverantwoord tegen hen te zeggen dat zij moeten wachten tot de werkgroep oplossingen heeft voorgesteld. De heer Trouborst deelt deze zorg en het dilemma tussen de korte termijn en de lange termijn.
Hij vraagt de indieners van de motie in hoeverre het de motie zou schaden als 2b van het dictum, met name het gestelde tussen de haakjes, eruit zou worden gehaald. Motie en voorstel kunnen dan prima naast elkaar functioneren: een oplossing voor de korte termijn wordt geboden door het raadsvoorstel, terwijl tegelijkertijd kan worden nagegaan hoe op de lange termijn de canonstijgingen betaalbaar kunnen worden gehouden. Volgens de heer Maris lopen twee discussies door elkaar heen. Hij heeft de heer Volkman en het college meermaals horen zeggen dat 450 Schiedammers moeten worden geholpen en hij vraagt hoevelen van hen afhankelijk zijn van hertaxatie via de WOZ-waarde. Volgens hem zitten zij helemaal niet in die groep. Voor de heer Volkman maakt het niet uit hoeveel het er zijn. Iedere Schiedammer die niet verder kan met zijn of haar plannen – een van hen overweegt zelfs te emigreren – omdat de raad druk vergadert over de vraag welke berekeningsmethode het beste is, is er voor hem een te veel. De heer Maris zegt dat bij de groep waarop de heer Volkman doelt de erfpacht over een tijdje afloopt. Die moet inderdaad tijdig worden verlengd. Dat staat naar zijn mening echter helemaal los van de WOZ. De heer Reuderink is van oordeel dat als een grote groep een voordeel heeft en één Schiedammer een nadeel dat hartstikke vervelend is voor die ene.
Hij vindt de interruptie van de heer Volkman SP-terminologie. Mevrouw Biekman zegt dat al een aantal erfpachtcontracten is verlopen en dat al een aantal aanbiedingen heeft plaatsgevonden. Op de politieke avond heeft zij toegezegd dat als het voorstel zou worden aangenomen de volgende dag al een en ander in gang zou worden gezet via de internetdesk. Ook heeft zij gezegd dat degenen die na 1 januari 2024 een voorstel hebben gekregen gebruik kunnen maken van het nieuwe erfpachtbeleid. De motie vraagt erom te wachten met het vaststellen van het beleid en met de bepaling van de WOZ-waarde en zoals zij heeft aangegeven vindt zij dat onverantwoord. De WOZ-waarde maakt geen onderdeel uit van het huidige erfpachtbeleid. Het college wenst snelheid en transparantie voor de Schiedammers, die op elk gewenst moment op hun computerscherm moeten kunnen zien wat zij moeten betalen. Naar aanleiding van de zorgen over de betaalbaarheid heeft spreekster de toezegging gedaan ernaar te kijken, met inachtneming van de wettelijke kaders en de ruimte die de
19
gemeente heeft wat betreft de financiële consequenties. Volgens spreekster zijn het raadsvoorstel en de motie strijdig met elkaar. De heer Van Belle vindt dat een beetje wordt valsgespeeld. In het voorstel staan veel goede dingen waarmee veel Schiedammers die in een noodsituatie verkeren worden geholpen. Het onderdeeltje van de WOZ is niet het funeste onderdeel waarop de Schiedammers zitten te wachten. De wethouder en andere raadsleden spelen vals door de indruk te wekken dat de indieners van de motie het hele raadsvoorstel de deur uit willen schoppen en er nog een paar maanden democratisch over willen soebatten. Dat is volstrekt niet wat zij willen. De heer Trouborst is het grotendeels eens met de heer Van Belle maar vraagt hem te reageren op het voorstel dat hij zojuist heeft gedaan. Hij zoekt een pragmatische oplossing. Is de heer Van Belle bereid het stukje onder dictum b eruit te halen, waarbij de werkgroep zich buigt over de vraag wat de beste manier van berekening is maar deze tot die tijd wordt aangehouden. De heer Van Belle zegt dat de indieners van de motie erover hebben gesoebat of dit erin moet blijven en zij zullen er tijdens de schorsing ook nog over discussiëren. Hij begrijpt het punt van de heer Trouborst volledig.
Blijkt in de werkgroep dat er betere mogelijkheden zijn dan de WOZ-waardebepaling, dan wordt vanaf nu een aantal maanden gejojood van beleid naar beleid. Volgens hem is dit onderdeel niet zo erg belangrijk maar zijn de andere punten dat wel. De heer Trouborst beaamt dat het jojoën niet ideaal is maar wijst erop dat het in de tussentijd wel de problemen oplost van de mensen die hun huis willen verkopen. Zij krijgen duidelijkheid en een prijs. De heer Siljee vraagt hoe de waardebepaling op basis van de WOZ, die nu overigens nog niet geldt, de problemen oplost van de mensen die hun woning willen verkopen. Hij wijst er ook nog op dat men vergeet dat grond bij de WOZ-bepaling niet wordt gezien als grond in erfpacht maar grond in eigendom, wat de waarde van de woning vergroot. De heer Trouborst zegt dat het niet de waardebepaling is die het gemakkelijker maakt om het huis te verkopen maar de duidelijkheid over verlenging van de erfpacht. Volgens de heer Siljee kan AvS ook voor dit voorstel zijn omdat de WOZ daarop geen invloed heeft. Die invloed hebben andere zaken, zoals eeuwigdurende erfpacht. De heer Trouborst zegt dat dit niet helemaal klopt. Door het zinnetje over het wachten wordt de motie een contradictie. Wordt de zin er uitgehaald, dan is dat niet het geval. Volgens de heer Siljee moet de wethouder dan nog even duidelijk maken waarom het zo is.
Hij ziet het niet en hij begrijpt het niet. Misschien kan de wethouder het uitleggen. Mevrouw Biekman heeft al aangegeven dat in het nieuwe erfpachtbeleid wordt uitgegaan van de WOZ-waarde en de grondquote. Zij is dus wel degelijk bepalend. Gezegd wordt dat een daadkrachtige werkgroep snel met een voorstel kan komen maar spreekster vraagt zich af over welke expertise zij daarvoor beschikt. Zij wil voor de Schiedammers ordentelijkheid en zorgvuldigheid. Door het instellen van een klankbordgroep borg je haars inziens zorgvuldigheid voor de Schiedammers in de toekomst. Zoals zij op de politieke avond heeft gezegd, kun je door middel van de klankbordgroep de raad de verschillende scenario’s voorhouden. Dan heeft men wat meer tijd en kan men ook spreken over de toekomst van het erfpachtstelsel. Daarmee wordt de Schiedammers en het erfpachtverhaal recht gedaan. Spreekster geeft de raad in overweging in de schorsing na te denken over een klankbordgroep en niet met stoom en kokend water het wiel opnieuw uit te
20
vinden maar een klankbordgroep in het leven te roepen die toekomstbestendig is en in de volgende raadsperiode kan worden voortgezet in het belang van de toekomst van het erfpachtbeleid. De heer Siljee heeft nog steeds geen antwoord gehoord op zijn vraag in hoeverre de WOZwaardebepaling de oplossing is voor het probleem dat de heer Trouborst heeft geschetst. Er werd geroepen dat zij wel degelijk invloed heeft. Hij ziet dat niet maar mogelijk is hij niet deskundig genoeg, zoals de wethouder ook over de raadsleden opmerkte. Mevrouw Biekman heeft al een aantal keren gezegd wat het belang van de WOZ-waarde is voor de grondwaardebepaling en het is de methodiek waarvoor het college nu heeft gekozen. Zij weet dat de heer Siljee een andere methodiek verkiest en zij heeft toegezegd in de toekomst te kijken naar andere methodieken. Het lijkt haar het beste dat de heer Siljee en zij agree to disagree, want hier komen zij er niet uit. De heer Siljee zegt dat het gaat om de verkoopbaarheid van de woning. De WOZwaardebepaling heeft daarop geen invloed. Er zijn andere zaken die er invloed op hebben. Misschien zijn de wethouder en hij het daarover ook niet met elkaar eens. Hij heeft de indruk dat zij de zorgen van de heer Trouborst niet wegneemt. Hij herhaalt dat hij het niet begrijpt. De heer Maris vraagt voor welke Schiedammers en op welk moment de WOZ-bepaling van belang wordt.
De heer Van Belle zegt dat als de motie wordt aangenomen om de betaalbaarheid van de Schiedamse erfpacht te verbeteren en het raadsvoorstel ook wordt aangenomen de heer Trouborst kan instemmen met het raadsvoorstel, behalve met het onderdeel dat handelt over de taxatie en de WOZ-waarde. Met alle andere onderdelen, waaronder de eeuwigdurende erfpacht, kan hij vanaf morgen doorgaan. De heer Reuderink heeft de wethouder horen zeggen dat het college voor de grondwaardebepaling heeft gekozen voor de WOZ-waarde. Naar hij vertrouwt is zij het met hem eens dat het een dunne redenering is. De heer Trouborst deelt de laatste opmerking zeker. Hij is heel blij dat een aantal fracties het nodig achten namens hem verduidelijkende vragen te stellen. Anders dan voor anderen is het voor hem wel duidelijk en zit de contradictie in het feit dat het voorstel niet kan worden uitgevoerd als tegelijkertijd wordt gevraagd de manier van waardebepaling te veranderen. Dat zei de wethouder ook. Wordt dat kleine stukje “wachten” er uitgehaald dan kan wat AvS betreft zowel het voorstel als de motie worden uitgevoerd. Hij is het helemaal eens met de heer Van Belle dat het niet ideaal is om te jojoën maar hij is wel degelijk van mening dat de mensen die in de tussentijd graag hun woning verkopen daarmee geholpen zijn doordat zij niet behoeven te wachten.
De heer Van Belle vraagt of het voorstel kan worden uitgevoerd als de motie, die slechts over een klein onderdeeltje van het raadsvoorstel spreekt, wordt aangenomen. Zijns inziens behoeft niet met het hele raadsvoorstel te worden gestopt. De heer Reuderink wijst erop dat als er een amendement wordt ingediend dat ertoe strekt WOZ te vervangen door residuele grondwaarde het huidige beleid kan worden voortgezet. Wordt het ook uit de motie weggehaald, dan kan de heer Trouborst ervoor stemmen. Dan is er geen WOZ-waardebepaling en is er ruimte voor onderzoek. De heer Trouborst denkt dat het correcte tool is om het voorstel aan te passen als men dat wil.
21
De heer Volkman bestrijdt het beeld dat wordt geschetst als zou het voorstel gewoon kunnen worden aangenomen. De WOZ-waarde is de basis voor de berekening van de waarde van de grond en daarmee ook van de canonherzieningen. Volgens hem kun je het niet aannemen. Je kunt natuurlijk de residuele grondwaarde als uitgangspunt nemen maar het voorstel is nu juist de waardebepaling eerlijker, transparanter en duidelijker te maken voor de Schiedammers. Dan wordt niet de gewenste stap vooruit gezet. De heer Kondu wijst erop dat voorheen gebruik werd gemaakt van onafhankelijke taxateurs. Wordt teruggekeerd naar de residuele grondwaarde, dan gelden weer de lange wachttijden. De uitleg van de wethouder is volgens hem duidelijk. Hij begrijpt dan ook niet waarom nu weer wordt geschermd met een amendement om het mogelijk te maken dat de werkgroep van start gaat. De heer Reuderink zegt dat het ervoor zorgt dat je door kunt. Als de heer Kondu tegen de WOZ-waarde is, is het voorlopig doorgaan met de residuele grondwaarde voor hem volgens spreker de ideale oplossing. De heer Kondu heeft niet gezegd dat hij per se tegen de WOZ-waarde is, wel dat DENK er moeite mee heeft maar op dit moment ziet dat zij transparanter en eerlijker is. Schiedammers hebben behoefte aan tempo. Het college stelt voor de WOZ-waarde te gebruiken en hij vindt dat op dit moment acceptabel.
Daarom stemt DENK in met het voorstel. De heer Reuderink concludeert dat bij de heer Kondu duidelijkheid en snelheid voor het belang van de Schiedammers gaan. Die keuze deelt hij niet. Mevrouw Biekman stelt nogmaals dat de WOZ een belangrijke basis is voor het nieuwe erfpachtbeleid, maar ze hoopt dat de fracties de Schiedammers niet nog langer in de kou laten staan. De heer Van Belle had het over vals spel dat zou worden gespeeld, maar het college speelt nooit vals spel. Het college is er om de problemen van Schiedammers op te lossen. Er ligt nu een voorstel dat een groot deel van de problemen oplost. Het klopt dat er nog een slag te winnen is en dat er binnen de wettelijke kaders naar de betaalbaarheid moet worden gekeken, maar voor Schiedammers die het moeilijk hebben om de canon of de erfpacht te betalen, is er in ieder geval de klimcanon. Ook kan er worden gekomen tot maatwerkafspraken. Daar kan mee worden doorgegaan. In het kader van de zorgvuldigheid en ordentelijkheid adviseert spreekster de raad om over een aantal issues in dit kader verder te spreken in een klankbordgroep. Daarbij kan de toekomst van het erfpachtstelsel ook aan de orde komen. De heer Maris heeft een vraag gesteld, waarna er een heleboel interrupties kwamen, zonder dat zijn vraag is beantwoord door de wethouder.
Voor welke Schiedammers in welke situatie is de WOZ-waardeberekening op dit moment van belang? Wat heeft dat van doen met de eeuwigdurende erfpacht? Volgens mevrouw Biekman wordt de WOZ-waarde van belang op het moment dat de canon wordt herzien. Op 1 januari 2024 zijn er canonherzieningen geweest. De mensen die daarmee te maken hebben gehad, kunnen nog geen gebruikmaken van de nieuwe berekening, want als de motie wordt aangenomen, wordt er nog even gewacht met het bepalen van de WOZ-waarde. De argumenten daarvoor van enkele fracties zijn ook van belang voor het college, want het wil transparant, slagvaardig en inzichtelijk zijn voor de Schiedammers. De heer Maris constateert dat de WOZ-waarde dus van belang is bij een canonherziening en niet bij de omzetting naar eeuwigdurende erfpacht. Volgens de heer Trouborst klopt dat, maar de wethouder heeft ook aangegeven dat van verschillende bewoners het erfpachtcontract is afgelopen. Die mensen wachten op een
22
herziening van de canon. Als deze motie wordt aangenomen, moeten die mensen wachten totdat de werkgroep met een advies is gekomen. De Voorzitter constateert dat hiermee de eerste termijn is afgerond. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De heer Van Belle deelt mee dat de motie is aangepast. In het dictum van de originele motie wordt na “verzoekt het college” tussen haakjes gesproken over: … (voorlopig de WOZwaardebepaling voor de canon aan te houden.) Dat is uit de gewijzigde motie gehaald. De motie gaat dus niet meer over de waardebepaling via de WOZ, want daarover komen andere fracties met een amendement. De motie gaat nu puur over het zo snel mogelijk onderzoeken van de betaalbaarheid van Schiedamse erfpacht, in samenspraak met de raad, in welke werkgroepsvorm dan ook.
De Voorzitter zegt dat door de leden Bruggeman, Van Belle, Siljee, Reuderink, en Maris de gewijzigde motie Betaalbaarheid Schiedamse erfpacht wordt voorgesteld: “De gemeenteraad van Schiedam, in vergadering bijeen op 15 juli 2025, constaterende dat: • de gemeente Schiedam eigenaar is van gronden waarop erfpacht rust; • er Schiedammers zijn die problemen ondervinden met het betalen van de erfpachtcanon sinds de recente herziening van de canonhoogte en dit voor sommige inwoners leidt tot financiële stress of op z'n minst verbazing; overwegende dat: - de gemeente Schiedam ruimte heeft om een ander beleid te voeren ten aanzien van erfpacht; - andere gemeenten, zoals Amsterdam (Regeling Tegemoetkoming Canonstijging), al instrumenten inzetten om inwoners tegemoet te komen bij problemen rond erfpachtbetalingen; - het wenselijk is dat inwoners niet onnodig in financiële problemen raken als gevolg van erfpachtverplichtingen; - abrupte stijgingen van en onduidelijkheden over erfpachtlasten sowieso ongewenst zijn; - er behoefte is aan integrale beleidsvorming rondom het toekomstig erfpachtbeleid, met aandacht voor betaalbaarheid, rechtvaardigheid en transparantie voor inwoners; verzoekt het college: • in de tweede helft van 2025 te ondersteunen bij een door de raad op te richten werkgroep, die de gemeenteraad zal informeren en adviseren over mogelijkheden om socialer en transparanter
beleid te ontwikkelen rondom erfpacht; • deze werkgroep zal expliciet advies uitbrengen over: a. mogelijkheden om de hoogte van de erfpachtcanon beheersbaar en betaalbaar te houden; b. welke methode(n) Schiedam zou kunnen hanteren voor het bepalen van de grondwaarde; juridische, financiële en praktische uitvoeringsaspecten van mogelijke beleidsopties helder in kaart te brengen, mede gebaseerd op bestaande regelingen in andere gemeenten; uiterlijk voor het einde van deze raadsperiode de aanbevelingen van deze werkgroep om te zetten in een raadsvoorstel waar in deze raadsperiode nog over gestemd kan worden, en gaat over tot de orde van de dag.” Deze gewijzigde motie krijgt het nummer M1.
23
De heer Reuderink dient dadelijk een amendement in over een kwestie die erg leeft in de raad. Een van de zaken waar zorg over bestaat, heeft te maken met de snelheid waarmee stappen kunnen worden gezet om de goede punten in het raadsvoorstel te realiseren. Het is niet de bedoeling dat proces te frustreren. De WOZ-waarde heeft naar de mening van veel fracties niet de voorkeur boven de residuele grondwaarde. Bij de residuele grondwaarde ga je uit van de marktwaarde en de herbouwwaarde. Als je zelf dingen hebt aangepast of verbeterd in je woning, heeft dat een prijsdrukkend effect. Herbouw, voorzien van alle verbeteringen en aanpassingen, kost meer. De herbouwwaarde ligt dus hoger. Maar als je met het systeem van de residuele grondwaarde blijft werken, is dat eerlijker. Als je zelf een aantal dingen hebt aangepast, lopen die je niet nog een keer voor de voeten bij de erfpachtcanon. Daarmee wordt ook het ongemakkelijke gevoel bij de fractie van AvS weggenomen, want anders gaan de goede dingen dadelijk ook niet door. Als dit amendement wordt aangenomen, zijn heel veel problemen in één keer opgelost.
De Voorzitter zegt dat door de leden Reuderink en Siljee het volgende amendement op het raadsvoorstel Beleidsnota Erfpacht 2025 wordt voorgesteld: “De gemeenteraad van Schiedam, in vergadering bijeen op 15 juli 2025 gelezen het raadsvoorstel "Beleidsnota Erfpacht 2025", stelt het volgende amendement voor: In het voorgestelde besluit: - Besluitpunt 1, onder e, "het overstappen bij de grondwaardebepaling naar een berekening op basis van een grondquote van de WOZ-waarde zoals bekend bij de RBG" te laten vervallen. Toelichting: Het koppelen van de grondwaarde aan de WOZ-waarde is onwenselijk. Dit kan bewoners ontmoedigen om te investeren in verduurzaming van hun woning, omdat dergelijke investeringen de WOZ-waarde verhogen en daarmee indirect ook de erfpachtlasten. Dit staat haaks op de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid.” Dit amendement krijgt het nummer A2. De heer Volkman gaat op het amendement in. De indieners vragen het college daarin om niet over te stappen op de nieuwe waardebepaling voor het erfpachtsysteem, maar het verwondert spreker dat in de motie -- de indieners ervan hebben ook het amendement mee ingediend -- wordt gevraagd om een eerlijker en transparanter erfpachtbeleid. De methode via de WOZ-waarde is nu net die duidelijke, transparante methode waarmee inwoners van Schiedam duidelijkheid wordt geboden.
Daarmee kunnen ze heel makkelijk zelf uitrekenen wat ze straks moeten betalen voor de grond die zij nu pachten. Maar bij de residuele grondwaardeberekening heb je te maken met taxaties en taxateurs die niet altijd objectief zijn. De ene taxateur is de andere niet, dus daarvoor moet je misschien ook iets inbouwen. Vanwege al die taxateurs die een rapport moeten uitbrengen, hebben een heleboel mensen in Schiedam aan de bel getrokken bij diverse partijen, want ze kunnen zich niet vinden in de manier waarop de grondprijs van hun huis wordt berekend. Spreker vindt dat een stap terug wordt gezet als daar niets aan gebeurt en als de raad denkt het beter te weten. Dat zou enorm jammer zijn. De heer Siljee vraagt de heer Volkman hoe de WOZ-waarde wordt bepaald. Volgens de heer Volkman gebeurt dat met een rekenmethode van de Regionale Belastingroep en een taxateur.
24
De heer Siljee constateert dat er dan dus ook een taxateur komt kijken. Voor het bepalen van de residuele grondwaarde is dat volgens de heer Volkman een probleem, maar geldt dat dan niet bij het bepalen van de WOZ-waarde? Dat begrijpt spreker niet helemaal, los van het feit dat de WOZ-waarde ook nog voor andere zaken van belang is, namelijk voor de OZBaanslag en de inkomstenbelasting, met het oog op het opgeven van de waarde van de woning. En wat zijn de gevolgen van het benutten van de WOZ-waarde als mensen bezwaar gaan maken tegen de taxatie? Die heeft dan al plaatsgevonden, want de mensen hebben hun belasting al betaald. Heeft dat dan met terugwerkende kracht ook nog gevolgen voor de OZBaanslag en de waardebepaling in het kader van de IB? De wethouder is daar ook nog niet op ingegaan. Volgens de Voorzitter is dit een vraag voor de wethouder. De heer Reuderink constateert dat de heer Volkman graag een simpel en eerlijk systeem wil. Wie niet? De residuele grondwaarde heeft echter een waardedempend effect op de grond. Het komt regelmatig voor dat mensen voor een uitbouw gaan. Is het dan eerlijk als mensen daar extra voor moeten betalen, omdat de opstal duurder wordt? De methode van de residuele grondwaarde in verband met de herbouw zorgt ervoor dat de grondprijs lager wordt.
Is dat niet veel eerlijker? Volgens de heer Volkman moet je niet doen alsof de verschillende rekenmethodes tot verschillende uitkomsten leiden. In de basis zou elke rekenmethode, met de eigen voor- en nadelen, toch moeten leiden tot dezelfde uitkomst? De heer Reuderink doet het voorkomen alsof de diverse methoden allemaal een andere uitkomst hebben, maar in de basis zouden alle methodes tot een gelijke waardering van de grond moeten leiden. Ook de wethouder heeft dat aangegeven. Het college gaat bij de bepaling van de grondquote nog kijken hoe die kwestie goed moet worden toegepast, maar daarmee geeft zij ook het signaal af dat ze dat heel serieus neemt, evenals de zorgen van de heer Reuderink over de aanbouw van een huis. Uiteindelijk moet dat leiden tot een systeem dat tot dezelfde uitkomst leidt, ongeacht de gebruikte rekenmethode. Maar nu moeten mensen eerst betalen om een rapport aan te vragen, waarna vervolgens blijkt dat de waarde van de grond toch hoger is dan ze denken, waardoor ze de grond niet kunnen kopen. Maar als je de WOZ-methode gebruikt, wordt heel duidelijk voor een transparant systeem gekozen dat op de website met voorbeeldberekeningen wordt uitgelegd. Dan weet iedereen waar hij of zij aan toe is. Daar is spreker voorstander van.
Eerlijker heeft wat dat betreft niets te maken met het bedrag dat je voor de grond betaalt, want ook de wethouder zegt dat er een marktconforme prijs moet worden betaald. Er worden dus niet allerlei kortingen gegeven. De heer Siljee stelt dat de waardebepaling ook wordt gebruikt om de erfpachtcanon vast te stellen en niet alleen voor de verkoopwaarde van de grond. Maar beide methodes maken gebruik van een taxatie, dus beide methodes hebben een nadeel als het gaat om transparantie. Bij de methode van de WOZ worden mensen die in hun woning hebben geïnvesteerd, met het oog op duurzaamheid of een vergroting van het woongemak, daarvoor gestraft. Dat gebeurt niet bij het systeem met de residuele grondwaarde, want dan ga je uit van de grond en niet van de opstal. Dat probeert de heer Reuderink telkens uit te leggen. Spreker begrijpt dus niet waarom juist de heer Volkman zo’n fervent voorstander is van het gebruik van de WOZ-waarde. Volgens de heer Hekman gaat het niet alleen om de WOZ-waarde, maar ook om de grondquote, want die is nog meer bepalend dan de WOZ-waarde. Over de grondquote is eigenlijk nog helemaal niet gesproken, maar die gaat worden bepaald door het college en uiteindelijk bepaalt dat de echte waarde. De WOZ-waarde is maar een onderdeel, want uiteindelijk gaat het over de hoogte van de grondquote.
25
De heer Siljee bevestigt dat. Dat is ook waar de Volkman op koerst. Spreker en zijn fractie staan ook niet te juichen over het raadsvoorstel. Dat heeft hij ook in eerste termijn aangegeven, want hij heeft de grondquote toen ook al genoemd. De heer Volkman merkt op dat, toen zijn fractie de vragen indiende die moesten leiden tot helderheid over de erfpachtsituatie, zij ook vragen heeft gesteld over de rekenmethodes, de rekenrente en alle opties die daarbij komen kijken. Ook andere fracties wilden daar meer over weten. Er is een informatieavond geweest. Daarna kreeg de raad de mogelijkheid om technische vragen te stellen, maar daar is weinig gebruik van gemaakt. Spreker roept de raad daarom op, vooral met het oog op al die technische zaken, de volgende keer daadwerkelijk gebruik te maken van het recht om dat soort vragen te stellen, zodat er geen verdere vertraging optreedt. Het gaat verder ook over de betaalbaarheid van de canon. Een aantal partijen is fervent voorstander van erfpacht, maar als de wettelijke kaders in dat opzicht leiden tot hoge canons, hebben ze begrip voor de lastenstijgingen en zeggen ze vervolgens tegen eigenaren dat ze dat hadden kunnen weten. Dat gaat er bij spreker niet in. De fractie wil de erfpacht beheersbaar maken, maar feit is ook dat de inkomsten al zijn ingeboekt in de financiën van de gemeente.
Dat vraagt om politieke keuzen en dat is de reden dat de fractie tegen de invoering van een werkgroep is, want dit is een onderwerp dat heel veel geld gaat kosten en dat gevolgen heeft voor de gemeentelijke financiën. Richting de verkiezingen zou elke fractie moeten nadenken over hoe dat in haar verkiezingsprogramma terecht moet komen, zodat na de verkiezingen kan worden bekeken welke richting er wordt opgegaan. Spreker vindt het nu nog te vroeg om aan te geven dat deze kwestie wordt opgelost. De fractie heeft de discussie gehoord. Alles bij elkaar gelooft spreker niet dat er in drie maanden een oplossing wordt gevonden, ook niet in zes maanden. De werkgroep is vanavond blijkbaar gestart, maar wat spreker betreft wordt die vanavond ook beëindigd, gelet op de politieke verschillen die ook vandaag duidelijk zijn geworden. De heer Hekman hoorde de wethouder in eerste termijn zeggen dat zij de motie onverantwoord vond. De PvdA had het over “vals spel”. Dat maakt het voor het CDA wel lastig. Met zo’n coalitie heb je geen oppositie meer nodig. Het CDA is nog steeds van mening dat, als er gebruik gaat worden gemaakt van de WOZ-methode, de grondquote eigenlijk door de raad moet worden vastgesteld, op voorstel van het college. De WOZ-methode zou wel eens goedkoper kunnen uitpakken voor Schiedammers dan het huidige systeem.
Voor het CDA is van belang dat, als een erfpachter het niet eens is met de berekening via de WOZ-waarde, altijd een taxatie mag worden gemaakt, waarna de goedkoopste berekening geldt. Spreker heeft dat tijdens de Politieke Avond gevraagd. Daar werd toen instemmend op gereageerd. Spreker verzoekt de wethouder om dat te bevestigen. De fractie stemt tegen de motie. De wijziging is prima, maar de fractie ziet niets in een werkgroep richting de verkiezingen. Het CDA heeft daar wel een eigen werkgroep voor. Spreker vindt het wel interessant dat zoveel partijen tegen het gebruik van de WOZwaarde zijn, maar niet als het gaat om het berekenen van de OZB. De heer Van Belle vindt het verrassend dat sommige raadsleden denken dat hun werk er al opzit, al gaan ze nog niet met reces. Volgens de heer Siljee heeft de heer Hekman een punt als het gaat om de grondquote, maar waar blijft zijn amendement? Of stemt de heer Hekman dadelijk in met het raadsvoorstel, inclusief het gestelde over de grondquote? Dan is zijn opmerking daarover niet zo steekhoudend. De heer Hekman heeft er vertrouwen in dat het college dadelijk gaat toezeggen dat het met een voorstel naar de raad komt over het vaststellen van de grondquote. Volgens de heer Van Baekel ontstond in eerste termijn de indruk dat het vooral ging om een bommetje dat de indieners van de motie onder het raadsvoorstel wilden leggen op het
26
punt van de waardering via de WOZ-waarde. Dat is nu veranderd in een amendement waarin staat dat er een gapend gat zou ontstaan in de werking van het voorstel. Maar het probleemoplossend vermogen van dit voorstel voor een grote groep Schiedammers wordt ermee uitgehold, de wachttijden blijven, en er blijft een gebrek aan transparantie. Spreker sluit zich daarom helemaal aan bij het gestelde door de Volkman dat het een onzalig amendement is, waarmee Schiedam alleen maar verder vastloopt. Ook werd de indruk gewekt dat de discussie over de manier waarop de raad betrokken wil worden bij het onderzoek naar de toekomst van de erfpacht een kwestie van terminologie is, van werk- en klankbordgroepen. Het is allemaal semantisch, waar je niet moeilijk over moet doen. Maar tussen jezelf laten informeren over een onderzoek en anderzijds actief meedoen aan het onderzoek en het formuleren van het resultaat zit een wereld van verschil.
Gehoord de discussie vanavond, kijkend naar de technische complexiteit van het onderwerp en gelet op het beperkte vermogen van deze en vorige raden en colleges om de erfpachtproblematiek sluitend aan te pakken, nog los van het vermogen van de voorstanders van erfpacht tot zelfreflectie, zelfs bij discussies over de problemen waarmee Schiedam nu zit opgescheept, lijkt het spreker beter om eerst buiten de politieke arena allerlei politiek relevante scenario’s te ontwikkelen. Daarover kan de raad zich dan laten informeren. Vervolgens kan de raad discussiëren op basis van feit en fictie en niet op basis van de kunsten van een werk- of stuurgroep aan wal. Pas dan neemt de raad zichzelf als het gaat om de aanpak, ieder vanuit de eigen politieke motieven, van de erfpachtproblematiek serieus. Volgens de heer Reuderink is het huidige voorstel, al vindt de heer Van Baekel dat een oude koe uit de sloot, een aanpassing van de wijzigingen die ooit door de partij van de heer Van Baekel zijn aangebracht. Zou de heer Van Baekel dan niet zelf enige zelfreflectie moeten tonen? De heer Van Baekel is blij dat de heer Reuderink daarmee onderstreept dat je oude koeien af en toe in de sloot moet laten en dat je het nu vooral moet hebben over het hier en nu. De heer Siljee wil graag weten hoe lang het college volgens de heer Van Baekel gaat doen over de inhoudelijke screening.
Volgens de heer Van Baekel gaat het college daar zo lang als nodig is over doen, want het moet een goed en gedegen onderzoek naar een aantal scenario’s worden, zodat iedereen vanuit zijn eigen politieke vertrekpunt de discussie kan voeren. Het specifieke antwoord op deze vraag laat spreker verder graag aan het college over. De heer Siljee had zo’n onderzoek liever gehad, voordat het college met dit stuk zou zijn gekomen. Er wordt nu gedaan alsof er ineens een probleem is, maar dat probleem was al jaren bekend. Dus waarom nu op het laatste moment nog even komen met dit voorstel? Spreker voorspelt in ieder geval dat het volgende college terug zal komen op dat grondige onderzoek. De heer Van Baekel is blij dat het vertrouwen in het college ook nog even aan de orde komt, specifiek als het gaat om het uitvoeren van een onderzoek en de tijdlijn daarvoor. Spreker herhaalt zijn vraag of het mogelijk is om onafhankelijke expertise van buiten aan te trekken, voor een soort second opinion over de uitkomsten van het onderzoek. De heer Trouborst blijft op zoek naar een oplossing voor mensen die op korte en op lange termijn een probleem hebben, maar spreker maakte zich ook zorgen over de motie, zoals die was ingediend. Inmiddels is die gelukkig aangepast. De fractie gaat sowieso voor het voorstel stemmen, of dat nu wel of niet wordt aangepast.
Het mag duidelijk zijn dat AvS geen voorstander is van het gebruik van de WOZ-waarde, maar zoals de heer Reuderink aangaf: de fractie zou het zonde vinden als de goede punten uit het voorstel verloren gaan. De
27
aangepaste motie biedt een oplossing voor de mensen die op lange termijn een probleem hebben, dus de fractie stemt nu wel voor de gewijzigde motie. De heer Volkman is benieuwd wat AvS met het amendement doet als dat leidt tot een flinke vertraging in de uitvoering van het voorstel zoals dat in eerste instantie voorlag. De heer Trouborst wijst erop dat er ook taxateurs nodig zijn voor de andere manier van waardebepaling. Dus wat dat betreft is er geen probleem. Dit lijkt de fractie de beste oplossing. Het is balanceren, maar de fractie kiest voor deze route. Volgens de heer Volkman gaat de taxatie van de WOZ-waarde heel anders dan de taxatie van het bepalen van de grondwaarde. Dat kan dus niet één op één met elkaar worden vergeleken. De heer Trouborst is daarvan op de hoogte. De heer Reuderink herinnert aan wat een raadslid in dit huis enige tijd geleden zei, namelijk dat hij als politicus geen als-dan-vragen beantwoordt, een verstandig standpunt. De heer Kondu refereert nog kort aan vorige week. De heer Siljee vroeg zich af, constaterend dat er vaak over betaalbaarheid werd gesproken, wat betaalbaarheid eigenlijk is, maar daar is nog geen antwoord op gekomen. Daarom is het moeilijk de werkgroep met die kwestie te belasten. De fractie zal de aangepaste motie dus niet steunen. Daar komt bij dat het amendement extra vragen oproept.
Je moet geen valse verwachtingen wekken bij Schiedammers, want de keus voor het teruggaan naar de residuele grondwaarde, zoals in het amendement wordt voorgesteld, betekent niet meteen dat de canonherzieningen dan goedkoper uitpakken. Sommige partijen doen echter alsof dat wel het geval is. De grondquote is veel belangrijker. Daarom sluit spreker zich grotendeels aan bij de heer Hekman. Hij is benieuwd naar de reactie van het college hieromtrent. In tegenstelling tot andere fracties heeft DENK wel vertrouwen in het college. Het college zal uiteindelijk met een goed afgewogen voorstel komen, dus stemt de fractie ook tegen het amendement. Volgens de heer Reuderink heeft de residuele grondwaarde het grote voordeel dat, als je iets hebt verbeterd aan je huis, het huis duurder wordt, waardoor dat een prijsdrukkend effect op de grond heeft. Is dat niet eerlijk? De heer Kondu heeft dat niet gezegd. Bij de residuele grondwaarde wordt overigens ook gekeken naar de locatie van de grond en de eventuele kosten van zonnepanelen en de aanbouw, maar er zijn ook erfpachters die dat allemaal niet hebben gedaan. Als een grote groep Schiedammers baat heeft bij een beleidsverandering op dit punt, en een of twee mensen niet, is het misschien toch verstandig om door te zetten. Spreker vraagt zich af hoeveel mensen daadwerkelijk een aanbouw of zonnepanelen hebben aangebracht.
De fractie is dus niet zo’n voorstander van de methode van de residuele grondwaarde. Daar komt bij dat het college heeft aangegeven dat in dit geval de wachttijden flink zullen oplopen. Maar de fractie wil Schiedammers snel helpen. Ben je het overigens niet eens met de WOZ-waarde, dan kun je bezwaar indienen en alsnog een taxatie aanvragen. Op die manier worden Schiedammers wel degelijk gecompenseerd. Spreker is ook heel benieuwd naar de resultaten van het onderzoek. Daarna kan de raad zich daar nog een keer over buigen. De heer Reuderink constateert dat DENK woningverbeteringen ontmoedigt. Dat is een keus. De heer Kondu heeft dat ook niet gezegd. De WOZ-waarde als grondslag voor de bepaling van de canonherziening geeft vooralsnog een sneller en transparanter beeld. Ga je terug naar het oorspronkelijke beleid, dat van de residuele grondwaarde, dan wordt het niet opeens
28
eerlijker en betaalbaarder. Het proces wordt ook nog eens vertraagd, maar de raad wil juist alles snel in gang zetten. Volgens de heer Reuderink is er al gesproken over de snelheid van een en ander. Misschien is het systeem van de WOZ-waarde inzichtelijker, maar het residuele systeem is eerlijker. De heer Kondu neemt daar kennis van. De heer Hekman is benieuwd of DENK het met het CDA eens is dat de grondquote zo’n belangrijk onderdeel is van de berekening dat het beter is als de raad daar uiteindelijk over gaat, op basis van een voorstel van het college. Volgens de heer Kondu leidt dat weer tot een vertraging van het proces. De heer Hekman vertrouwt het college in dezen, al doet hij dat voorzichtig, om met een degelijke grondquote te komen. Spreker stelt voor om dat even af te wachten. Als je snelheid wilt maken, wil je niet wachten op een raadsvoorstel over de grondquote. De heer Hekman vindt het lastig als de heer Kondu in één zin stelt dat het beter is om af te wachten, maar dat er ook moet worden versneld. Het moet niet zo moeilijk voor het college zijn om met een voorstel over de grondquote te komen. Wel moet het college daar zelf een besluit over nemen en dan doorsturen naar de raad. Het college zou volgens spreker daarom blij moeten zijn als de raad een besluit over de grondquote neemt. De heer Kondu ziet dat niet.
Hij herhaalt dat het college zich moet buigen over de grondquote en dat de raad dat moet afwachten. Er moet niet te veel tijd worden verspeeld. Als het college daarover nog met een voorstel moet komen, kan het zomaar oktober, november worden. Dan ben je weer vier maanden verder. Als het college er nu werk van maakt, als de raad het college die ruimte biedt, kan het snel gaan. Als de raad erover moet gaan, duurt het veel te lang. Mevrouw Biekman zegt tegen de heer van Baekel dat het mogelijk is expertise van buiten te halen. Dat is ook gebeurd bij de onderhavige beleidsnota, waarvoor het college te rade is gegaan bij andere gemeenten die met deze methodiek werken en bij marktpartijen. De vraag van de heer Hekman over de grondquote betreft een technische kwestie. Het college moet zich aansluiten bij hetgeen daadwerkelijk op de markt gebeurt. Het zal het voorstel voor de grondquote maal de WOZ-waarde aan de raad voorleggen. Het college zal met de huidige methodiek aan de slag gaan. Het is het eerste berekeningsmodel, waardoor het mogelijk is dat erfpachters het er niet mee eens zijn. Op grond van de WOZ kunnen zij bij de RBG bezwaar indienen en hertaxatie aanvragen. Spreekster ontraadt aanvaarding van het amendement omdat daarmee het erfpachtbeleid en de toekomstvisie van het college onderuit worden gehaald. Het zit dan ook met de berekening van de canon.
Zij waardeert het dat het CDA, D66 en DENK het college het vertrouwen hebben gegeven een en ander uit te zoeken. Een van de gesprekken die het college met de belastingdienst kan hebben betreft de wijze van berekenen van de WOZwaarde en de mogelijkheid correcties aan te brengen. Met dit amendement ontneemt de raad het college ook die mogelijkheid. Wat betreft de taxatiewaarde merkt spreekster op dat taxeren op dit moment niet snel, efficiënt, inzichtelijk of transparant is, waardoor de inwoners niet weten waaraan zij toe zijn. Met het raadsvoorstel kan het college snelheid, transparantie en inzichtelijkheid garanderen. De heer Kondu vraagt wanneer het voorstel met de grondquote komt. Hij kan zich voorstellen dat daarmee snel aan de slag moet worden gegaan.
29
Mevrouw Biekman zal met de afdeling bespreken hoe snel het op tafel kan liggen. Het zal in ieder geval zo snel mogelijk zijn omdat daarmee een groot deel van de problemen wordt opgelost voor de Schiedammers die met de herziening zitten. De heer Siljee begrijpt dat er weer vertraging zal optreden nu de grondquote moet worden vastgesteld. De grondquote moet zich verhouden tot de WOZ-waarde, waarvan hij zegt dat die nog even niet moet worden ingevoerd en dat het beter is het oude stelsel nog even te handhaven. Bij het laatste behoeft de grondquote niet te worden aangepast en treedt er geen vertraging op. Naar aanleiding van de opmerking van de wethouder dat mensen bij de RBG bezwaar kunnen maken tegen de WOZ-waarde vraagt hij wanneer die waarde is vastgesteld. Mevrouw Biekman is ervan overtuigd dat de heer Siljee een van de mensen in de raad is die kennis hebben over dit onderwerp en weet dat de RBG de WOZ-waarde vaststelt. Voor je je belastingaangifte gaat invullen, krijg je te horen wat de WOZ-waarde is. Daarbij kijk je een jaar terug. Op de politieke avond heeft spreekster aangegeven dat dit gezien de prijsstijgingen op de woningmarkt voordeliger kan zijn voor de Schiedammers. De heer Siljee zegt dat de wethouder voorbijgaat aan het al eerdergenoemde nadeel dat wat je in je woning investeert invloed heeft op de WOZ-waarde.
Hij vraagt hoe lang je bezwaar kunt maken tegen de WOZ-beschikking die aan het begin van het jaar door de gemeente is verstrekt. Mevrouw Biekman zegt dat dit een technische vraag is. De heer Siljee zegt dat je zes weken de tijd hebt om bij de RBG bezwaar te maken tegen de beschikking inzake de WOZ-waarde die je aan het begin van het jaar krijgt. Hoe kunnen de burgers straks de burgers bij wie de wethouder een voorstel bij neerlegt op basis van de WOZ nog bezwaar maken tegen de al lang vastgestelde WOZ-waarde, waartegen zij wettelijk ook geen bezwaar kunnen maken omdat dat binnen zes weken moet gebeuren. De heer Kondu vindt dit wel heel erg ver gaan. Inderdaad wordt de WOZ-waarde in het eerste kwartaal vastgesteld en kun je daar binnen zes weken bezwaar tegen maken. Als in juli nieuw beleid wordt vastgesteld, heb je een overbruggingsperiode van zes maanden tot volgend jaar. Vindt de heer Siljee dat je pas volgend jaar januari beleid moet vaststellen omdat je dan pas weer bezwaar kunt maken? Er bestaat behoefte aan snelheid maar de heer Siljee komt steeds weer met dingen die het proces vertragen. De heer Siljee is niet met het voorstel gekomen maar het college. Hij gaat ervan uit dat het heeft bedacht dat als er nu een aanbod wordt gedaan – het moet allemaal snel – er geen beroep tegen de WOZ-beschikking meer mogelijk is.
Dat geldt voor degenen die vanaf 1 januari 2025 een aanbod hebben gekregen. De aanbiedingen die vanaf heden worden gedaan zijn op basis van de WOZ-waarde, die niet kan worden betwist. Dat geldt wel voor de residuele waarde. Spreker heeft nog geen antwoord gekregen op de vraag wat de voordelen zijn van eeuwigdurende erfpacht voor de financiële positie van de gemeente. De heer Volkman vraagt of het beleid vanaf morgen actief kan zijn als het amendement wordt aangenomen. Mevrouw Biekman beantwoordt die vraag ontkennend. Eeuwigdurende erfpacht biedt de erfpachters meer zekerheid. Voor de gemeente geldt budgetneutraliteit. De gemeente geniet dus geen voordeel. Volgens spreekster moet zij dat ook niet willen. Het college wil met het voorstel problemen oplossen voor Schiedammers die deze nu ervaren.
30
Wat betreft het bezwaar van de heer Siljee dat geen bezwaar kan worden gemaakt tegen de WOZ-waarde attendeert spreekster erop dat die waarde begin 2025 een stuk hoger is dan die in 2024. Zij vraagt hem welke oplossing hij voorstelt voor de Schiedammers. Spreekster hoopt dat de meerderheid van de raad voor het voorstel stemt in het belang van de Schiedammers. De heer Siljee heeft een amendement ingediend om niet de WOZ-waarde te hanteren. Het hanteren van de WOZ-waarde is nu niet voor beroep mogelijk. Daarmee wordt de Schiedammers echt een loer gedraaid. De Voorzitter sluit de beraadslaging, brengt het amendement A2 in stemming en constateert dat de aanwezige leden van de fracties van het AOV, AvS, GroenLinks, de OPS, PS en de PvdA voor het amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het met 18 tegen 16 is verworpen. Spreker stelt de stemming over het raadsvoorstel aan de orde en geeft gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer Siljee zegt dat de fractie van GroenLinks tegen het voorstel zal stemmen omdat het amendement niet is aangenomen, de fractie op de meerdere malen gestelde vraag over de eeuwigdurende erfpacht geen antwoord heeft gekregen en zij problemen voorziet bij de uitvoering van dit beleid als de grondquote nog niet bekend is.
Tevens is het voorstel in haar ogen onuitvoerbaar als het gaat om het maken van bezwaar tegen de WOZ-waarde. De Voorzitter brengt het raadsvoorstel in stemming en constateert dat de leden van de fractie van GroenLinks tegen het voorstel hebben gestemd en de overige aanwezige leden ervoor, zodat het met 29 tegen 4 stemmen is aangenomen. Spreker brengt vervolgens de herziene motie M1 in stemming en stelt vast dat de aanwezige leden van de fracties van AOV, AvS, GroenLinks, de OPS, PS en de PvdA voor de herziene motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij met 18 tegen 16 stemmen is verworpen. 15
Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp MVS 2025 Mevrouw Schoondermark heeft tijdens de Politieke Avond twee weken geleden een aantal technische vragen over de verordening gesteld. Afgelopen vrijdag kreeg spreekster de antwoorden per mail. Op een tweetal punten komt zij liever schriftelijk terug, maar ze is blij met het opgepikte signaal door het college en de melding dat een knelpunt dat spreekster twee weken geleden benoemde inmiddels tot een aanpassing van een werkproces heeft geleid. Hopelijk gaan de huisartsen daar heel vlug iets van merken. Spreekster heeft het nog even gecheckt, maar helaas is dat tot nu toe niet of nauwelijks het geval. Het heeft spreekster bevreemd dat de antwoorden op vragen die zij in het openbaar heeft gesteld, alleen bij haar terechtkwamen. Wat de fractie van GroenLinks betreft worden deze raadsbreed gedeeld, net als de antwoorden op de reacties van de fracties. En dat geldt ruimer, namelijk ook voor de vragen die tijdens de Carrouselvergaderingen worden gesteld. Hierbij dus de oproep voor een raadsbrede terugkoppeling van iedere vraag die in een vergadering of raadsbijeenkomst niet wordt beantwoord. De fractie is blij met de toezegging van de wethouder tijdens de Politieke Avond dat er een publieksversie komt die toegankelijker, begrijpelijker en vriendelijker is. Eigenlijk zou spreekster daar niet om moeten hoeven vragen.
Eigenlijk zou de verordening zelf al toegankelijk, begrijpelijk en vriendelijk moeten zijn. Vanavond wordt er besloten over een verordening die alleen door techneuten volledig te doorgronden is. Veel liever zou de fractie even wachten op de vertaling, waarin bijvoorbeeld duidelijk wordt hoe je in verschillende situaties bezwaar kunt maken. Dat is heel erg belangrijk. Maar laat het een goed voornemen zijn om voortaan vanaf het begin in de juiste taal te schrijven. Dat is niet alleen beter voor Schiedammers die gebruikmaken van jeugdhulp, maar ook voor de jeugdprofessionals die ermee moeten werken. En ook voor ambtenaren die de verordening moeten schrijven, maar
31
de raad moet zichzelf ook niet vergeten. De raad weet beter waarover hij besluit als iedereen het allemaal begrijpt. Toegankelijker en begrijpelijker dus. Spreekster ziet ook graag dat er gemonitord wordt of de rechtsbescherming inderdaad verbetert en dat de raad daarvan op de hoogte wordt gehouden. Kan de wethouder garanderen dat professionals met de verordening uit de voeten kunnen, of dat ze, mocht dat nodig zijn, de juiste vertalingen en ondersteuning krijgen aangereikt? Maakt de wethouder de verordening ook niet veel liever toegankelijker en begrijpelijker, vriendelijker? De intentie er samen met ouders uit te komen, en samen op zoek te gaan naar oplossingen, had de fractie graag beter in de verordening verwerkt gezien. Op 1 juli werd de zin uitgesproken: “We moeten de jeugdhulp niet normaliseren”, maar die misstaat dan. Kinderen en jongeren die jeugdhulp ontvangen, zijn niet abnormaal. Ze hebben op een of meerdere vlakken hulp of handvatten nodig, omdat ouders, verzorgers en zijzelf het niet alleen opgelost krijgen. Woorden in een verordening of in een raadzaal mogen nooit bang maken om hetzij hulp te vragen, omdat dit geld en tijd kost, hetzij bezwaar te maken, omdat de weg richting een klacht niet duidelijk is. GroenLinks heeft zorgen over de stand van zaken bij de jeugdhulptransformatie. De intentie is goed en vanuit de gemeente en de netwerken worden stappen gezet.
Echter, de zorgen die spreekster op 6 december 2022 al uitte, zijn er nog steeds. Minder indicering naar gespecialiseerde jeugdhulp lukt alleen mits de teams qua capaciteit op orde zijn, qua competenties en expertise! Juist nu de scheiding tussen 18- en 18+ een feit is, dossiers vanuit gescheiden systemen niet zomaar kunnen worden ingezien en er zoveel is veranderd met nieuwe functies als JOS’ers, JIP’ers en zorgmatchers zou er meer ruimte moeten zijn voor samenkomst en overleg tussen de verschillende professionals opdat zij antwoord hebben op de meest wezenlijke vragen. Welke plek heeft de professional in de keten en weet men dat van elkaar? Wie is waarvan? Zijn de afspraken bij eenieder duidelijk? En wie heeft er grip op het geheel? Dat verwoordde mevrouw Wilton heel raak. Gezinsbreed kijken is niet te onderschatten. Volgens de heer Kahramanoğlu is de verordening nodig om de rechtszekerheid van jeugdigen en ouderen te verstevigen. Mevrouw Schoondermark en mevrouw Wilton hebben een aantal technische vragen gesteld tijdens de Politieke Avond. De antwoorden zijn naar beide raadsleden teruggekoppeld. Fijn dat mevrouw Schoondermark daarover tevreden is. Dat geldt ook voor de beantwoording van de vragen. De oproep om de beantwoording breder te delen, is geen probleem. Spreker zegt toe dat de antwoorden op technische vragen voortaan raadsbreed worden gedeeld.
Mevrouw Schoondermark heeft zorgen over het zorglandschap, vooral als het gaat om de jeugd in Schiedam. Die zorg geldt eigenlijk voor het gehele land. Schiedam is wat dat betreft niet uniek. Er wordt inmiddels gewerkt aan de transformatie-opdracht. JOS’ers, JIP’ers, maar ook zorgmatchers zijn in samenwerking met de gemeente continu aan het kijken hoe ze de transformatie kunnen vormgeven. Daar kan het onderwijs bij nodig zijn, maar ook het verenigingsleven. En vanuit de veiligheid wordt er ook meegekeken. Er wordt in den brede dus aan gewerkt om de transformatie vorm te geven. De netwerkregisseurs die de gemeente erop heeft gezet, vanuit het MVS Jeugdteam, zorgen ervoor dat de juiste mensen aan de juiste tafel het gesprek voeren. Maar dat is niet altijd even makkelijk. Bij de jeugdproblematiek komen veel actoren om de hoek kijken en dat kan best ingewikkeld zijn. Toch wordt er wel degelijk hard aan getrokken. Er wordt in ieder geval zoveel mogelijk voor gezorgd dat de juiste mensen elkaar weten te vinden en op die manier kan de transformatie vormkrijgen. Spreker herhaalt de toezegging die hij tijdens de Politieke Avond heeft gedaan over een publieksvriendelijke verordening, maar in essentie is de verordening een juridisch document waar jeugdhulpprofessionals, ouders en kinderen op basis van de afspraken die de raad vaststelt, rechten aan kunnen ontlenen.
Maar dat is niet altijd even makkelijk, want de juridische wereld en de wereld waarin je leeft, gaan niet altijd hand in hand. Spreker heeft daarom ook in de richting van zijn collega’s in Vlaardingen en Maassluis aangegeven dat er in Schiedam gaat worden gewerkt aan een publieksvriendelijke versie die rechtdoet aan de rechtszekerheid die ouders en kinderen nodig hebben.
32
Spreker heeft inderdaad gezegd dat jeugdhulp niet moet worden genormaliseerd, maar met de kanttekening dat de gemeente daar is waar jeugdhulp nodig is en dat de gemeente daar altijd voor zal staan. Maar wat spreker heeft bedoeld, is dat hij het elk kind gunt om een jeugdhulpvrij leven te hebben. Kinderen zouden zonder hulp het leven door moeten kunnen komen, maar in de praktijk is soms hulp nodig. Waar nodig, moet de gemeente dan zorgen voor de juiste kwalitatieve zorg. Daar staat de gemeente voor. Mevrouw Schoondermark onderschrijft het gestelde dat alles juridisch goed moet worden vastgelegd, maar de professionals moeten de tekst wel goed kunnen begrijpen. Met de huidige verordening kunnen zij niet goed uit de voeten. Er staan soms dingen in die minder duidelijk zijn, waardoor het mogelijk is dat betrokkenen op een andere manier over een passage oordelen, bijvoorbeeld als het gaat over eigen kracht. Spreekster vraagt zich af of het gestelde daarover duidelijk is verwoord. Is er een plek waar de professionals zich kunnen melden met vragen? Kunnen zij ook hulp krijgen als ze iets niet goed begrijpen? De heer Kahramanoğlu deelt mee dat Maevis van de gemeente de opdracht heeft gekregen om daar gericht mee aan de slag te gaan. In dat kader zet Maevis wijkteams op, bestaande uit JOS’ers, JIP’ers en wijkteamprofessionals.
De jeugdhulpprofessionals kunnen met vragen over de verordening dus terecht bij hun leidinggevenden. Maar spreker verstaat het signaal van mevrouw Schoondermark. Als er wordt gewerkt aan de publieksvriendelijke versie is het zaak om daarover te overleggen met de professionals uit de wijkteams, want het is altijd handig als je weet hoe zij bepaalde zaken interpreteren. Dan kan dat vervolgens in vriendelijker taal worden meegenomen in de publieksvriendelijke versie. Mevrouw Schoondermark herhaalt haar vraag naar het monitoren van de rechtsbeschermingsverbetering. Wordt de raad daarvan op de hoogte gehouden? Volgens de heer Kahramanoğlu begint het verbeteren van de rechtsbescherming bij het maken van de juiste afspraken. Die moeten vervolgens ook onder de aandacht worden gebracht van de mensen die ermee te maken hebben, zoals ouders en kinderen. Een publieksvriendelijke versie kan daarbij helpen. De raad wordt daar uiteraard over geïnformeerd. Een verordening is overigens niet in beton gegoten, wel als die wordt vastgesteld door de raad, maar er gebeurt momenteel heel veel in het land. Wellicht moet er te zijner tijd een verbeterslag worden gemaakt, zodat de rechtsbescherming nog beter kan worden gegarandeerd. Het is dus een continu proces, ook als het gaat om de reikwijdte ervan. Spreker wil daar nog verder over in gesprek met de raad of een werkgroep uit de raad.