CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept begroting 2026

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsvoorstel Concept-begroting 202638.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Na deze periode moet de financieringsbehoefte ingevuld worden met langlopende financieringsmiddelen; • bij het aantrekken van langlopende leningen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van leningen zonder tussentijdse optie tot renteherziening; • aantrekken van langlopende leningen vindt plaats met inachtneming van het meerjarige aflossingsschema. • eventuele tijdelijke overschotten worden, met

Financieringsfunctie De financieringsfunctie (ofwel treasury) van de gemeente zorgt ervoor dat de gemeente altijd aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De gemeentelijke uitgaven en inkomsten (‘geldstromen’) lopen niet synchroon in de tijd. Hierdoor is doorlopend sprake van een tijdelijk tekort of tijdelijk overschot op de bankrekeningen. Een project kan eerder of later van start gaan, een grondexploitatie kan een ontwikkeling laten zien doordat gronden worden verkocht of belastingopbrengsten kunnen ineens of verspreid over een aantal maanden worden ontvangen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De doelstelling van treasury is het tijdig opheffen van het tekort of het overschot door te lenen of het uitzetten van middelen. Dit gebeurt tegen zo laag mogelijke kosten en zo hoog mogelijke opbrengsten. Uitgangspunt hierbij is altijd dat geen onaanvaardbare risico’s worden gelopen en de gemeente zich aan de relevante wet- en regelgeving houdt. Waar rendement en risico’s knellen, wordt altijd voor de behoudende optie gekozen.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

inachtneming van het risicobeheer, uitgezet binnen de kaders die het Schatkistbankieren hier aan stelt.

Rentevisie en liquiditeitsprognose De gemeente werkt met een Meerjarenliquiditeitsprognose (MJLP). Deze prognose bevat alle geldstromen van de gemeente, de reguliere exploitatie, investeringen, grexen en financiering (rente en aflossingen). Op basis hiervan is het volgende meerjarige beeld ontstaan:

Tabel meerjarenliquiditeitsprognose: Bedragen x € 1 miljoen

2026 2027 2028 2029

Saldo inkomsten en uitgaven (operatie)*

10,1

14,9

18,3

17,7

Investeringen en grexen**

-64,7

-19,6

-22,1

-21,8

Financiering (aflossing + rente van bestaande leningen)

-33,5

-29,7

-24,3

-26,5

Financieringsbehoefte einde jaar

-88,1 -34,3 -28,1 -30,6

Noot: negatief bedrag betekent dat er gefinancierd moet worden. * Fluctuaties worden veroorzaakt door de Algemene uitkering van het Rijk. ** De verwachte hogere grondexploitatiekosten in het kader van Woonontwikkeling Schieveste leiden tot een hoger investeringsniveau 2026 ten opzichte van de verdere jaren.

Begroting 2026

75 75

Rentevisie De afgelopen maanden schommelt de rente op de gelden kapitaalmarkt voor de overheid tussen de 3,0 en 3,5%. De ECB heeft aangegeven dat toekomstige renteontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn in verband met de economische onzekerheid. Een belangrijke factor hierbij is de inflatie die weer afhankelijk is van de ontwikkelingen op het gebied van de wereldeconomie en geopolitiek die moeilijk te voorspellen zijn. De in de hierbovengenoemde tabel meerjarenliquiditeitenprognose geeft de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen weer. Het rentepercentage waarmee gerekend wordt voor het aantrekken van deze leningen wordt gesteld op 3,5%. Dit is gebaseerd op de nu geldende rentepercentages op de gelden kapitaalmarkt waarbij de rente op dit moment voor een 10-jarige lening 3,2% bedraagt. In het eerste halfjaar van 2025 zijn er vanwege de positieve liquiditeitspositie geen langlopende leningen aangetrokken. Voor nieuw aan te trekken leningen wordt voorgesteld om een rentepercentage van 3,5% aan te houden. Er wordt een marge aangehouden in verband met de verwachting op de geldmarkt dat de rente op de langere termijn zal oplopen. Er wordt een kleine marge aangehouden van 0,3% omdat de verwachting is dat de rente niet meer zo snel zal gaan stijgen. Dit leidt tot een begroot rentepercentage voor nieuw aan te trekken leningen van 3,5%.

Vertaald naar de meerjarenbegroting levert dit het volgende financieel beeld op:

Hoewel de totale financieringsbehoefte in de loop van de tijd daalt, is deze nog steeds groter dan de totale aflossingen. Hierdoor is geen dalende trend waarneembaar in de totale rentekosten van de externe financiering.

Risicobeheer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en Provincies (BBV) dient in de paragraaf Financiering aandacht te worden geschonken aan het risicobeheer omtrent de financiering. Doel is om maatregelen te treffen om de risico’s van de financieringsactiviteiten voor de gemeente zo klein mogelijk te maken en te houden. Er wordt een aantal risico’s onderscheiden.

1. Liquiditeitsrisico Om te voorkomen dat de gemeente te weinig liquide middelen heeft om aan directe verplichtingen te voldoen

2026 2027 2028 2029

Verwachte kosten bestaande leningportefeuille

8,02

9,96

11,15

12,50

Verwachte kosten nieuw aan te trekken financiering

7,93

9,60

10,57

11,64

Totale rentekosten externe financiering

0,09

0,36

0,58

0,86

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

2. Renterisico Als de rentevaste periode van een hypotheek afloopt en de rente in de tussentijd is gestegen, kan dit tot problemen leiden in het huishoudboekje. Voor gemeenten is dit niet anders en de wetgever heeft via de wet Fido (Financiering decentrale overheden) bepaald wat de maximale omvang mag zijn van leningen die in een jaar moeten worden afgelost en geherfinancierd. Er wordt binnen de hiervoor genoemde bepalingen gewerkt. De bepalingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Tabel limieten wet Fido Limiet

Doel limiet

Bijzonderheden

Kasgeldlimiet

Maximalisering financiering met kortlopende leningen (tot één jaar)

Renterisiconorm

Beheersing renterisico bij (her)financieringen (vanaf één jaar) door spreiding van de financieringsmomenten

Tabel verwachte meerjarige rentekosten Bedragen x € 1 miljoen

(ook wel het liquiditeitsrisico genoemd), wordt een liquiditeitsprognose opgesteld. De prognose wordt minimaal 1 maal per kwartaal besproken in het treasuryberaad. Al naar gelang de liquiditeitsbehoefte, rentevisie en aflossingsschema wordt kort of lang geld aangetrokken, worden leningen afgelost en tot herfinanciering overgegaan.

Norm in % van begrotingstotaal

Norm in miljoenen €

Overschrijding norm is toegestaan (max. twee achtereenvolgende kwartalen)

8,5%

37,2

Geen

20%

88,4

Begroting 2026

76 76

Tabel renterisico korte schuld 2026

De gemeente heeft een voorziening voor het debiteurenrisico. Binnen de debiteurenportefeuille is elk jaar sprake van mutaties. Deze zullen indien nodig bij de jaarrekening leiden tot een aanpassing van de voorziening dubieuze debiteuren.

Bedragen x € 1 miljoen

2026

2027

2028

2029

Vlottende schuld

109,0

109,0

109,0

109,0

Vlottende middelen

141,3

129,0

98,3

111,6

Netto schuld (+) overschot (-)

-32,3

-20,0

10,7

-2,6

Kasgeldlimiet

37,6

36,4

34,4

34,5

Om transparantie te kunnen bieden staat in het BBV dat het renteschema, op basis waarvan de omslagrente is berekend, in de begroting wordt opgenomen. Het schema volgt hieronder.

Ruimte (-) overschrijding (+)

69,8

56,4

23,7

37,1

Renteschema:

Renteresultaat en taakvelden

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

8,1

Overige rentekosten

0,1

De externe rentebaten

0,1 -/-

Saldo rentelasten en rentebaten

8,1

De rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend

0,9 -/-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

7,2

d1

Rente over eigen vermogen

5,0 +/+

d2

Rente over voorzieningen

1,3 +/+

d3

Rente over vooruitontvangen erfpachtinkomsten

2,4 +/+

Renterisico op de lange schuld 2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

Aflossingen

29,0

25,6

20,6

24,1

Renterisico

29,0

25,6

20,6

24,1

Renterisiconorm

88,4

85,6

81,0

81,2

Ruimte onder de norm

59,4

60,0

60,4

57,1

Renterisiconorm in % (t.o.v. wettelijke 20%)

6,6

6,0

5,1

5,9

Bedragen x € 1 miljoen Rente herzieningen

3. Debiteurenrisico Debiteurenrisico is het risico dat een debiteur niet aan zijn verplichtingen kan of wil voldoen. Periodiek worden de uitstaande vorderingen beoordeeld op hun risico.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

2026

b.

c1

Totaal aan taakvelden toe te rekenen (in én externe rente) De aan taakvelden toegerekende rente via renteomslag

Resultaat op treasury

Toelichting resultaat treasury Het positief resultaat ad € 0,1 mln. wordt veroorzaakt door conjuncturele (markt)ontwikkelingen. De externe rentevoet (op begrotingsbasis 3,5%) is dit begrotingsjaar hoger dan de interne rente omslag (2,5%), maar was de afgelopen jaren aanzienlijk lager.

Toelichting renteschema: Onder a zijn de rentekosten die de gemeente dient te betalen aan de bank begroot. Onder b staan de rente-ontvangsten van de gemeente Onder c staan de rentekosten die niet verdeeld worden op basis van de omslagrente (de rente grondexploitaties). Onder d staan de ‘interne’ rentekosten die de gemeente aan de eigen exploitatie/voorzieningen uitkeert.

15,9 16 -/-

-0,1

Begroting 2026

77 77

Paragraaf Grondbeleid 1. Inleiding In de paragraaf Grondbeleid komt elk jaar op hoofdlijnen aan bod hoe de gemeente het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. In de Kadernota Grond wordt uitgebreider op het grondbeleid ingegaan.

De programmatische opgave van Schiedam bestaat voornamelijk uit ontwikkelingen in bestaand gebied, zoals Glasbuurt Oost, het Stationsgebied, Woonontwikkeling Schieveste en de herstructurering van de bedrijventerreinen in het SchieDistrict.

De toelichting van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt een aantal onderdelen verplicht. Onderstaand wordt weergegeven welke onderdelen dat zijn en waar dit is uitgewerkt in de paragraaf grondbeleid.

3. Uitvoering Grondbeleid

Verplichte onderdelen: - Visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen (zie kopje: Visie op het grondbeleid. Zie voor verdere uitwerking de Kadernota Grond); - een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert (zie kopje: Uitvoering Grondbeleid. Zie voor verdere uitwerking de Kadernota Grond); - de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s (zie kopje: Uitvoering Grondbeleid); - een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie (zie kopje: Grondexploitaties); - een onderbouwing van de geraamde winstneming (zie kopje: Grondexploitaties); - effecten op de te verwachten resultaten (zie kopje: Grondexploitaties).

Als de gemeente op de grondmarkt opereert kan zij dat doen vanuit verschillende rollen: in de rol van ‘overheid’ of in de rol van ‘ondernemer’. Afhankelijk van haar rol heeft de gemeente te maken met verschillende wetten en regelgeving die invloed hebben op haar handelen. De gemeente als overheid: Bij gebiedsontwikkeling heeft de gemeente de mogelijkheid om de bepaalde wettelijke instrumenten in te zetten die haar ondersteunen in het bereiken van doelen met een maatschappelijk belang. De mogelijkheden hiervoor worden weergegeven in de Kadernota Grond 2025.

2. Visie op het grondbeleid Recent is de Kadernota Grond 2025 vastgesteld, deze Kadernota Grond is de onderlegger voor de paragraaf grondbeleid.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Welke ruimtelijke kaders en welke wet- en regelgeving invloed hebben op het handelen van de gemeente op de grondmarkt?

De gemeente als ondernemer en opdrachtgever : De Europese Unie stuurt aan op een gelijk speelveld voor bedrijven. Het handelen van gemeenten mag dit speelveld niet verstoren. Alle activiteiten binnen de grondexploitatie, zoals de aanbesteding van werken en ook de prijsvorming van gronden moeten op de Europese regelgeving worden getoetst. Voor gemeente zijn daarvoor bepaalde mogelijkheden welke worden weergegeven in de Kadernota Grond 2025.

Grondwaardebepaling Een ander belangrijk uitgangspunt is dat grondprijzen worden bepaald. Daarmee wordt de marktconformiteit van de grondprijzen gewaarborgd en wordt onder andere staatsteun voorkomen. Grondprijzen zijn gevoelig voor marktontwikkelingen omdat verschillende elementen (marktwaarde van het vastgoed, bouwkosten etc.) van invloed zijn op de uitkomst van een berekening. Daarom worden verschillende ontwikkelingen zoals prijsontwikkelingen in de woning-, kantoren-, en bedrijvenmarkt gemonitord en wordt hierover in de jaarlijkse Grondprijzenbrief gerapporteerd. Daar waar nodig worden aanpassingen doorgevoerd bij de actieve grondexploitaties. Nieuwe grondexploitaties worden direct voorzien van de meest actuele informatie. Er zijn vijf manieren om een grondprijs te bepalen: 1. De residuele methode 2. De vergelijkende (comparatieve) methode 3. De grondquote methode 4. De kostprijs methode 5. Aanbesteden of tenderen In de Kadernota Grond wordt uitgebreider ingegaan op bovenstaande methodieken. Gronduitgifte vindt in de regel plaats in eigendom. Uitzondering hierop vormen bedrijven, maatschappelijke functies en functies waarbij sprake is van een gematigde grondprijs.

Begroting 2026

78 78

Nieuwe grondexploitaties en herzieningen worden ter goedkeuring en vaststelling voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. Tekorten op de grondexploitaties worden direct afgedekt met een voorziening. Hiermee worden de gemeentelijke investeringen van negatief sluitende grondexploitaties financieel verzekerd zodat de onderliggende gebiedsontwikkelingen uitgevoerd kunnen worden. Regelgeving vanuit het BBV stelt dat de grondexploitaties minimaal één maal per jaar dienen te worden herzien. Dit kan tussentijds, maar ook integraal (alle grondexploitaties tegelijkertijd). Met de vaststelling van de voorgaande nota’s Grondbeleid is ervoor gekozen om het MPG (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) als rapportagevorm te kiezen. In de Kadernota Grond 2025 versterken we het MPG en geven hem meer betekenis door het los te koppelen van de jaarrekening en vast te stellen in het najaar. Relevante financiële wijzigingen worden via het MPG meegenomen, in lijn met de afspraken uit de Kadernota Grond 2025. Bij de herziening van de grondexploitaties in het MPG kunnen nu dus ook belangrijke wijzigingen zitten. Inhoudelijk wijzigingen zullen dan ook per grondexploitatie besloten worden.

Voor de jaarrekening is het wel van belang dat de grondexploitaties herzien worden zodat de boekwaardes per 1-1 weer aansluiten op de jaarrekening en ook de saldo’s van de grondexploitaties per 1-1 actueel zijn zodat ook de voorziening bouwgrondexploitaties bepaald kan worden. In deze jaarrekening herziening grondexploitaties (JHG) zal de jaarovergang verwerkt worden zodat de boekwaardes weer actueel zijn. Daarbij kan ook de fasering geactualiseerd worden.

Grondexploitaties Bij het opstellen van deze paragraaf grondbeleid zijn er tien grondexploitaties actief. Drie grondexploitaties vallen onder Programma Economie (Wilhelminahaven Zuid, Bedrijventerrein SD en Schieveste Fase 5) en

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

zeven grondexploitaties vallen onder programma Ruimtelijke inrichting (Woonontwikkeling Schieveste, Stationsomgeving, Lange Achterweg, Toernooiveld, Glasbuurt-Oost, Staatsliedenbuurt en Van Swindensingel). Grondexploitaties in ontwikkeling zijn er voor de Joppelaan en in Schiedam-Oost. De gemeente is momenteel niet actief in deelnemingen. In een deelneming ontwikkelt de gemeente gezamenlijk met een andere partij risicodragend een gebied.

Vpb te betalen. In het kader van de invoering van de Vpb is het daarom van belang om alle grondexploitaties geclusterd te beschouwen als één activiteit. Om de financiële verwevenheid van de grondexploitaties te borgen in het kader van de Vpb is er een ‘egalisatiereserve grondbedrijf’. Behaalde winsten binnen het grondbedrijf worden in de egalisatiereserve gestort ter afdekking van nieuwe verlieslatende grondexploitaties en ter aanvulling van de voorziening dekking tekorten bouwgrondexploitaties.

Risicomanagement

Een onderbouwing van de geraamde winstneming

De gemeente voert op alle grondexploitaties risicomanagement volgens een gestandaardiseerde methode. De begroting van een grondexploitatie in combinatie met een risicoanalyse geeft een compleet beeld van het te verwachten financiële resultaat. Het waarderen van een risico of kans gaat als volgt:

Winstneming wordt uitgevoerd volgens de daartoe voorgeschreven methode uit het BBV, de zogenoemde ‘percentage of completion’ methode. Waarbij met de vordering van het project winst wordt genomen. Winstneming wordt verwacht voor de grondexploitaties met een geprognosticeerd positief resultaat (de grondexploitaties: Schieveste fase 5; Bedrijventerreinen SD, Wilhelminahaven Zuid en Lange Achterweg en Glasbuurt Oost).

Kans van optreden x financieel effect = risico/kans. Als de kans van optreden bij risico’s hoger is dan 50% wordt deze in de begroting van de grondexploitatie opgenomen. Kansen worden pas in de begroting opgenomen als deze zijn gerealiseerd. In het kader van het JHG wordt het totaal van de risico’s voor alle grondexploitaties gesommeerd en afgedekt door de gemeentebrede risicoreserve. Met de bestuursrapportage of bij tussentijdse herzieningen worden de risico’s geactualiseerd.

Peildatum 1-8-2025

Vennootschapsbelasting (Vpb) en de egalisatiereserve grondbedrijf

Het tekort op de verlieslatende bouwgrondexploitaties bedraagt, per 1-1-2025, € 10,4 miljoen. Dit wordt voor een bedrag van € 5,4 miljoen afgedekt via de voorziening ‘Dekking tekorten bouwgrondexploitaties’. Het restant van het tekort á € 5,0 miljoen wordt afgedekt middels de voorziening ‘Surplus per grex’. Het saldo op de winstgevende exploitaties bedraagt per 1-1-2025 € 26,3 miljoen.

Bij grondexploitaties met een voordelig saldo wordt winst genomen. Als de winstgevende grondexploitaties als een afzonderlijke activiteit zouden worden beschouwd, dan zou over de winst 25% vennootschapsbelasting moeten worden afgedragen, terwijl andere grondexploitaties afgesloten worden met een verlies. Bij verliezen hoeft de gemeente geen

De cijfers betreffen de vastgestelde grondexploitaties per 1-8-2025. Dat betekent dat de herzieningen die eind 2025 besloten zullen worden (Staatsliedenbuurt, Bedrijventerreinen SD, Stationsomgeving) in deze paragraaf niet verwerkt zijn. De cijfers zijn dus gelijk aan het MPG 2025.

Actuele prognose van de te verwachten resultaten voor de grondexploitaties

Begroting 2026

79 79

Verloop investeringen, opbrengsten en boekwaarde Begin juli 2025 heeft de gemeenteraad het MPG 2025 vastgesteld. Hierin zijn prognoses verwerkt voor de grondexploitaties. Alle grondexploitaties zijn doorgerekend op basis van prognoses voor zowel de investeringen als de opbrengsten die over meerdere jaarschijven verdeeld zijn. Van iedere grondexploitatie dient de jaarschijf 2026 als uitgangspunt voor de primaire begroting 2026. Momenteel is in 2026 aan investeringen een bedrag voorzien van € 51,0 miljoen en voor de baten is dat een bedrag van € 27,8 miljoen.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Begroting 2026

80 80

Paragraaf Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de lokale heffingen, de onderbouwing daarvan en het bijbehorend beleid. Lokale heffingen kunnen onderverdeeld worden in welen niet gebonden bestedingen. Lokale heffingen die niet gebonden zijn, vormen algemene dekkingsmiddelen en hebben geen vooraf aangewezen bestemming. Voorbeelden hiervan zijn de onroerende-zaakbelastingen (OZB) en de precariobelasting. Lokale heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn heffingen waarbij sprake is van een duidelijke relatie tussen de gemeentelijke dienstverlening en de belasting. Hiertoe behoren onder andere de rioolheffing, afvalstoffenheffing en leges. Voor deze categorie worden de tarieven dusdanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten maximaal gelijk zijn aan de geraamde toerekenbare lasten (kostendekkend). De totale belastingopbrengst van de gemeente Schiedam zoals opgenomen in de primaire begroting 2026 bedraagt € 55,7 miljoen (primaire begroting 2025: € 53,6 miljoen). Hiervan is € 25,5 miljoen bestemd voor de algemene dekking. De overige belastingopbrengsten van € 30,2 miljoen betreffen rechten en leges die in rekening worden gebracht voor door de gemeente verstrekte diensten.

Algemene uitgangspunten voor 2026 De algemene beleidsuitgangspunten voor de lokale lastenheffing zijn vastgelegd in de Kadernota financieel beleid.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

De trendmatige verhoging conform het door het Centraal Plan Bureau afgegeven prijsindexcijfer, medio maart 2025 is vastgesteld op 3,7% voor 2026. De tarieven afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, logiesbelasting, precariobelasting, rechten havengeld pleziervaartuigen, marktgelden, parkeerbelastingen met uitzondering van het tarief voor de kosten van de naheffingsaanslag en woonschepenrecht zijn met dit percentage geïndexeerd. Voor de overige heffingen is van de trendmatige verhoging afgeweken vanwege bijvoorbeeld beleid, kostendekkendheid of in het kader van de bezuinigingsopgave. Als wordt afgeweken van het percentage volgens de Zomernota 2026 worden deze keuzes onderbouwd in deze paragraaf of de betreffende verordening.

Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Belastingen De opbrengst van de belastingen is in beginsel niet gerelateerd aan de kosten, met uitzondering van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De opbrengsten hiervan mogen alleen ingezet worden om de kosten te dekken die de gemeente voor het rioolstelsel of het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen maakt.

Kostendekkendheid Voor de heffingen waarvan de kosten mogen worden doorberekend in de tarieven, wordt in deze paragraaf inzichtelijk gemaakt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De directe kosten (loonkosten, materiaalkosten, perceptiekosten enz.) en indirecte kosten (overheadkosten) worden doorberekend. Het in de tarieven toegepaste percentage voor overhead is 7,32% (2025: 7,7%). Dit percentage is conform de formule van de VNG berekend door het saldo van de overhead te delen door de totale lasten van de programma’s (exclusief mutaties reserves en overhead). Het percentage is lager doordat meer kosten direct zijn toegerekend.

Begroting 2026

81 81

Overzicht tarieven en opbrengsten 2025-2026 Bedragen x € 1.000

Tarief 2025

Tarief 2026 Raming Verwachte Opbrengst 2025 Opbrengst 2026

OZB Eigenaren woningen

0,0763%

0,0757%

€

9.122

€

9.903

Eigenaren niet-woningen

0,3560%

0,3680%

€

5.533

€

6.036

Gebruikers niet woningen

0,2490%

0,2740%

€

3.602

€

3.931

€

18.257

€

19.870

Totaal OZB Rioolheffing

€

271,44

€ 258,32

€

11.102

€

10.604

1-persoonshuishouden

€

356,23

€ 369,41

€

4.987

€

5.024

Meerpersoonshuishouden

€

420,71

€ 436,27

€

9.887

€

10.165

€

13.810

€

15.189

diverse

€

168

€

174

Afvalstoffenheffing

Totaal Afvalstoffenheffing Overige belastingen Precariobelasting

diverse

Logiesbelasting

€

3,91

€

4,05

€

467

€

535

BIZ Vijfsluizen

€

0,54

€

0,54

€

60

€

60

€

695

€

770

diverse

€

723

€

749

82,00

€

926

€

1.066

Totaal overige belastingen Parkeerbelastingen Parkeervergunningen Naheffingsaanslagen

diverse €

71,20

€

Straatparkeren

diverse

diverse

€

2.783

€

3.033

Parkeer-app

diverse

diverse

€

56

€

56

€

4.487

€

4.904

Totaal parkeerbelastingen

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Begroting 2026

82 82

Woonlasten Voor de gemiddelde woonlasten betekent dit voor 2026 het volgende:

Meerpersoonshuishouden/ Eigen woning

Tarief 2025

Tarief 2026

Verschil

OZB (eigendom)

€

295,85 €

324,36

€

28,51

Afvalstoffenheffing

€

420,71 €

436,27

€

15,56

Rioolheffing

€

271,44 €

258,32

€ -13,12

Totaal lokale lasten

€ 988,00 € 1.018,95

€ 30,95

Een nadere toelichting is opgenomen onder het hoofdstuk ‘Lokale lastendruk’.

Belastingen Toelichting per belasting op uitgangspunten en tarieven:

Onroerendezaakbelastingen (OZB) De hoogte van de OZB is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld op grond van de Wet WOZ. Conform de landelijk gebruikelijke werkwijze wordt de verhoging voor de OZB (in afwijking van de andere heffingen) toegepast op de totale opbrengst van de OZB en niet op het tarief. Reden hiervoor is dat bij de berekening van de tarieven ook met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken rekening moet worden gehouden. De OZB-opbrengst stijgt met de indexatie en het nieuwe areaal (nieuwbouw minus sloop). Er is besloten tot een verhoging van 8% - in afwijking van de 3,7% inflatiecorrectie volgens de vastgestelde

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Zomernota 2026 - om meer inkomsten te genereren in het kader van de bezuinigingsopgave. De OZB wordt geheven naar de waarde van de onroerende zaken in het economische verkeer in de gemeente, die op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt vastgesteld. Voor 2026, waardepeildatum 1 januari 2025, laten de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt ten opzichte van de vorige waardepeildatum 1 januari 2024, een stijging zien met ongeveer 10,5% voor woningen en 2,5% voor niet-woningen. Hogere WOZ-waardes betekenen bij een gelijkblijvende opbrengst een lager belastingtarief. De opbrengst is wel verhoogd met de eerdergenoemde 8%.

Toepassing van de inflatiecorrectie van 3,7% op huidige tarief van € 271,44 (2025) betekent voor 2026 een kostendekkendheid van meer dan 100%. In afwijking van PWR 2024-2027 worden de tarieven daarom verlaagd met 4,8% naar € 258,32. De rioolheffing is hiermee bijna 100% kostendekkend.

Berekening kostendekkendheid van de rioolheffing Bedragen x € 1.000 Kosten taakvelden inclusief (omslag)rente

8.549

Inkomsten taakveld(en)

Bij de berekening van de tarieven wordt ook rekening gehouden met de door de Regionale Belasting Groep begrote effecten van verminderingen op bezwaar, leegstand en oninbare aanslagen.

-

Netto kosten taakveld

8.549

Toe te rekenen kosten: Overhead

688

Rioolheffing

BTW

1.474

Met de rioolheffing kunnen de kosten worden verhaald die de gemeente maakt voor de uitvoering van de zorgplichttaken voor afval-, hemel- en grondwater. Ook klimaatadaptieve maatregelen volgens het rioolbeheerplan behorende bij het Programma Water en Riolering 2024-2027 (PWR 2024-2027)1 worden hierin meegenomen. Daarnaast zijn er bijkomende kosten zoals veegkosten, kosten voor btw, overhead en perceptiekosten die aan de rioolheffing worden toegerekend. Voor de tariefberekening wordt volgens PWR 2024-2027 uitgegaan van toepassing van inflatiecorrectie en maximale kostendekkendheid. Met het vaststellen van het PWR 2024-2027 is het besluit genomen te stoppen met sparen en worden de investeringen gedeeltelijk gefinancierd uit het opgebouwde spaarsaldo. Dit besluit resulteert in een daling van de kapitaallasten. Daarbij loopt het investeringstempo achter op de prognoses, waardoor er investeringen naar achter schuiven.

Totale kosten

10.711

Opbrengst heffingen

10.604

Dekkingspercentage

99,0%

Afvalstoffenheffing De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn.

1

Raadsbesluit d.d. 12 december 2023 – 23VR069

Begroting 2026

83 83

Berekening kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

restafvalcontainers ad € 70.000. Deze uitgangspunten leiden tot een kostendekkingspercentage van 90% (2025: 89,3%) bij een tariefstijging met 3,7%.

Bedragen x € 1.000 Kosten taakvelden inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en)

Netto kosten taakveld

13.740 -400

13.340

Toe te rekenen kosten: Overhead BTW

977 2.554

Totale kosten

16.871

Opbrengst heffingen

15.189

Dekkingspercentage

90,0%

Bij de afvalstoffenheffing worden overeenkomstig het bepaalde in de Kadernota financieel beleid inzake kostendekkende tarieven de kosten van afvalbeheer (o.a. inzameling, vervoer, verwerking en handhaving) van huishoudelijke afvalstoffen, een deel van de kosten voor straatreiniging (kosten als gevolg van het verkeerd aanbieden van afvalstoffen), de toerekenbare omzetbelasting en een deel van de gemeentelijke overhead doorberekend aan de burgers van Schiedam. Ook wordt rekening gehouden met de opgave van de Regionale Belasting Groep voor aantallen huishoudens en leegstand. De kosten voor kwijtschelding worden zoals gebruikelijk niet doorberekend in de tarieven, maar worden betaald uit het armoedebeleid. In de afvalbeheerskosten zijn de tariefstijging voor de uitvoerende werkzaamheden door Irado van 3,31%. De tarieven voor de verwerkingskosten zijn gebaseerd op actuele aannames voor afvalhoeveelheden en verwerkingstarieven en de kostenverlaging vanwege het beëindigen van de toegangscontrole op de ondergrondse

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Het bovenstaande resulteert in de volgende tarieven voor 2026: - Tarief éénpersoonshuishouden: € 369,41 (2025: € 356,23) - Tarief meerpersoonshuishouden: € 436,27 (2025: € 420,71)

Parkeerbelastingen De tarieven worden verhoogd met de 3,7% met uitzondering van het tarief van de naheffingsaanslag. Dit tarief wordt vastgesteld op het maximale tarief voor de naheffingsaanslag voor 2026 van € 82,00. De kostendekkendheid van de naheffingsaanslag komt hiermee op 82%.

Retributies

dat de meeste leges gefaseerd worden verhoogd tot een kostendekkendtarief is bereikt, met een maximum van 5 jaar. De leges seksbedrijven, telecommunicatie en kabels en leidingen worden in 2026 direct verhoogd, zonder fasering. Wettelijk gemaximeerde tarieven zijn uitgezonderd van deze verhogingen.

Kruissubsidiëring en leges De gemeentewet vereist dat de begrote opbrengsten de begrote kosten van retributies niet overstijgen. Deze opbrengstlimiet geldt voor de verordening als geheel. Dat houdt in dat binnen een verordening sommige tarieven meer dan 100% kostendekkend mogen zijn, terwijl andere minder dan 100% kostendekkend zijn. Dit wordt kruissubsidiëring genoemd. Kruissubsidiëring is voor leges, hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijn, van de tarieventabel, niet toegestaan. Geen enkele paragraaf is meer dan 100% kostendekkend zodat geen kruissubsidie nodig is. De legesverordening in zijn geheel is 91% (2025: 88%) kostendekkend.

Retributies zijn leges, gelden of rechten voor door de gemeente verrichte diensten of voor het gebruik van gemeentelijke bezittingen. Met retributies kan de gemeente de kosten, die gemaakt worden voor de dienstverlening of het gebruik van bezit, verhalen op degene die om de dienstverlening of het gebruik vraagt. Onder de retributies is de legesverordening de meest algemene verordening. Hieronder vallen onder meer de aanvragen voor paspoorten en rijbewijzen en het sluiten van een huwelijk Voor diverse legestarieven geldt dat het Rijk deze tarieven bepaalt of maximeert, zodat verhoging om deze reden met afwijkende percentages plaatsvindt. Besloten is om toe te werken naar optimale kostendekkendheid van de gemeentelijke leges. Dit betekent

Begroting 2026

84 84

Leges

Kostenonderbouwing t.b.v. legesverordening Titel Hfdst

Soort leges Bedragen x 1.000

Kosten heffing incl. overhead

Opbrengst

Kostendekkings %1

1 Algemene dienstverlening 1 Burgerlijke stand (2)

€

119

€

102

86%

2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

€

1.340

€

1.222

91%

3 Rijbewijzen

€

307

€

293

95%

4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens

€

240

€

143

60%

6 Vastgoedinformatie

€

2

€

1

83%

7 Overige publiekszaken

€

15

€

10

70%

8 Gemeentelijk archief

€

17

€

14

83%

10 Leegstandwet

€

4

€

3

78%

13 Kansspelen

€

2

€

2

99%

14 Telecommunicatie en kabels en leidingen overig

€

285

€

269

94%

15 Verkeer en vervoer

€

85

€

53

62%

17 Wet open overheid (Woo) (3)

€

0

€

0

0%

18 Diversen

€

0

€

0

0%

€

2.415

€ 2.114

88%

€

1.632

€ 1.590

97%

1 Horeca

€

13

€

7

54%

2 Organiseren evenementen of markten

€

52

€

12

23%

3 Seksbedrijven

€

0

€

0

0%

4 Huisvestingswet

€

60

€

58

97%

6 Ventvergunningen

€

2

€

1

45%

7 Overig

€

3

€

3

89%

Totalen titel III Europese dienstenrichtlijn

€

130

€

81

62%

Totaal kostendekkendheid:

€

4.177

€ 3.784

91%

Totalen titel I Algemene dienstverlening 2 Omgevingswet (4) Totalen titel II Omgevingswet 3 Europese dienstenrichtlijn

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

(1) In verband met afronding kunnen genoemde percentages afwijken van het rekenkundig resultaat. (2) In de leges burgerlijke stand zijn de kosten voor gratis huwelijken en de kosten en baten van aktes burgerlijke stand (dit zijn geen leges meer) niet meegenomen. (3) Voor het indienen van een Woo-verzoek (Wet open overheid) worden geen leges in rekening gebracht, omdat het verzoek zelf gratis is. Er kunnen echter wel kosten verbonden zijn aan het uitprinten of verzenden van documenten per post. (4) Voor het toezicht in het in het kader van de Omgevingswet zijn alleen het eerste vergunning gerichte toezicht toerekenbaar en meegenomen in de kosten.

Begroting 2026

85 85

Overige retributies Reinigingsrecht nog aan te passen

Overige retributies Bedragen x 1.000

Kosten Opbrengsten Kostendekkings % (1)

Marktgelden

€ 153

€

66

43%

Woonschepenrecht

€

27

€

26

96%

Reinigingsrecht

€ 430

€

402

94%

Woonwagenrecht

€

€

35

69%

50

Toelichting: • In verband met afronding kunnen genoemde percentages afwijken van het rekenkundig resultaat. • De tarieven voor het woonwagenrecht worden (overeenkomstig het beleidsplan Woonwagenzaken) bepaald op het niveau van de maximaal redelijke huurprijs van het Woningwaarderingssysteem (WWS). De tarieven voor het Woonwagenrecht stijgen met 2,3%.

In de tabel hieronder staat een vergelijking van de woonlasten 2025 met omliggende gemeenten. De cijfers zijn overgenomen uit de Atlas lokale lasten 2025 van het Coelo. Schiedam staat op de 117e plaats en boven het midden van de Coelo-lijst. Positie 346 in de COELO-lijst heeft de hoogste woonlasten voor eigenaar bewoners. In Schiedam liggen de woonlasten in 2025 dus beneden het gemiddelde. Het gaat om de (bruto) woonlasten voor een meerpersoonshuishouden: onroerende-zaakbelasting, rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Kwijtschelding van de onroerende-zaakbelasting komt incidenteel voor. Een eigen woning staat als vermogen kwijtschelding meestal in de weg.

Gemeente

Bruto woonlasten COELO- COELOmeerpersoonspositie positie huishouden 2024 2025

Capelle aan den IJssel

€

793

4

6

Nissewaard

€

978

105

109

Schiedam

€

988

127

117

Vlaardingen

€ 1.066

222

207

Lokale lastendruk

Rotterdam

€ 1.080

216

221

De ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten laat het volgende beeld zien voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 428.460 (10,5% waardeontwikkeling ten opzichte van de gemiddelde waarde van een koopwoning in 2025 ad € 387.745 volgens CBS).

Maassluis

€ 1.099

256

239

Gouda

€ 1.380

329

331

Meerpersoons- Tarief 2025 huishouden/ Eigen woning

Tarief 2026

Verschil

OZB (eigendom)

€

295,85

€

324,36

€

28,51

Afvalstoffenheffing €

420,71

€

436,27

€

15,56

Rioolheffing

€

271,44

€

258,32

€

-13,12

Totaal lokale lasten

€

988,00

€ 1.018,95

€ 30,95

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

In de onderstaande tabel is het totaal aan kwijtschelding begroot.

Heffing Bedragen in €

Raming kwijtschelding 2025

Raming kwijtschelding 2026

Afvalstoffenheffing

1.213.450

1.213.450

Onroerendezaakbelastingen

10.000

10.000

Begroting 2026

86 86

Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding is bedoeld voor mensen met een laag inkomen met geen of weinig eigen vermogen of waardevolle bezittingen. Bij het bepalen of kwijtschelding verleend kan worden wordt rekening gehouden met het vermogen en met de betalingscapaciteit. Het tot nu gevoerde kwijtscheldingsbeleid wordt in 2026 voortgezet. De gemeentelijke regels voor kwijtschelding zijn opgenomen in de Kwijtscheldingsverordening gemeente Schiedam 2024. In Schiedam kan kwijtschelding worden aangevraagd voor afvalstoffenheffing en onroerende-zaakbelasting (eigenarenbelasting woningen).

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Als eigenaar heeft de gemeente Schiedam diverse kapitaalgoederen. Dit zijn assets in de fysieke leefomgeving zoals riolering, wegen en bruggen, maar ook vastgoed. De gemeente is vanuit wet en regelgeving verantwoordelijk voor het financieel en doelmatig in stand houden van het gemeentelijk areaal. Hierover leggen we periodiek financieel verantwoording af. Wat we doen voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen in 2026 is beschreven in deze paragraaf. Hierin zijn de verplichte onderdelen volgens de (toelichting op de) BBV verwerkt.

Openbare ruimte De gemeenteraad heeft in december 2023 de kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027 (Kadernota BOR) vastgesteld. Hierin staan de raadskaders voor het kwaliteitsniveau van het dagelijks beheer en onderhoud en het ambitieniveau voor het Integraal UitvoeringsProgramma Buitenruimte (IUPB) beschreven. Het Programma Water en Riolering 2024-2027 (PWR) is tegelijk vastgesteld. Dit bevat een verdere specificering voor de riolering en het watersysteem in de stad. De meegegeven raadskaders zijn uitgewerkt in het integrale Beheerplan Openbare Ruimte. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte wordt zo integraal mogelijk opgepakt. Dit geldt voor het reguliere en dagelijkse onderhoud en in de uitvoeringsprogramma’s en grootschalige buitenruimteprojecten in het IUPB.

1. Overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2026 Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vigerende beheerplannen. Binnen het Beheerplan Openbare Ruimte worden alle gemeentelijke assets in de openbare ruimte behandeld. Het beheerplan gebouwen gaat over de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Dit overzicht van de geldigheid van de beheerplannen is belangrijk in verband met het toezicht door de provincie.

Beheerplannen

Door het college vastgesteld

Looptijd t/m

Financiële vertaling in de begroting

Achterstallig onderhoud

2024

2027

Ja

Nee

Ja

Ja

Integraal beheerplan openbare ruimte Schiedam Gebouwen

Straatmeubilair De eerste nieuwe vogelproof afvalbakken zijn geleverd en geplaatst op de Hoogstraat en in het Beatrixpark. De komende periode wordt de effectiviteit beoordeeld.

Speelvoorzieningen Speeltoestellen worden drie keer per jaar geïnspecteerd. Indien de toestellen onveilig blijken, worden ze direct verwijderd. Op basis van de inspectieresultaten is er een planning gemaakt voor het vervangen van enkele speelplekken. Veel speelplekken worden vernieuwd, waardoor het areaal een flinke impuls krijgt.

ledverlichting. Dit zal de komende jaren doorgezet worden binnen het IUPB.

Riolering en stedelijk water Het Programma Water en Riolering (PWR) beschrijft hoe de gemeente in deze planperiode invulling geeft aan haar gemeentelijke taken en zorgplichten op het gebied van stedelijk water. Het PWR beschrijft de wijze waarop hemelwater, grondwater en afvalwater binnen de gemeente wordt verwerkt, waarbij voor hemelwater en grondwater geldt dat er belangrijke duurzaamheidsvraagstukken spelen. De uitgangspunten waaronder dit programma tot stand is gekomen zijn:

Openbare Verlichting In voorliggende begroting worden de benodigde beheer- en onderhoudsbudgetten aangevraagd.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

In 2025 is verder gegaan met het versneld vervangen van de conventionele verlichting voor nieuwe duurzame

• Ongewijzigd beleid ten aanzien van de invulling van de wettelijke zorgplichten;

Begroting 2026

87 87

• Doorontwikkeling ingezette route naar risico gestuurd beheer door de inzet van assetmanagement; • Voortzetting beleid ten aanzien van klimaat adaptatie en mitigatie; • Voortzetting en intensivering stimuleringsregeling Klimaatadaptatie.

Reiniging

Wegen

De beleving van de openbare ruimte wordt sterk beïnvloed door de hoeveelheid zwerfvuil en bijgeplaatst afval in het straatbeeld. Een schone stad draagt bij aan de leefbaarheid. De gemeente heeft een schone stad aangemerkt als een van de prioriteiten en hiervoor extra middelen vrijgemaakt.

Welk ambitieniveau de gemeente m.b.t. klimaat heeft staat nader uitgewerkt binnen het klimaatadaptatieplan. Het ambitieniveau uit het vorige vGRP was gesteld op basis en is met het PWR verhoogd naar ambitieus. Dit ambitieniveau volgt de landelijke trend en urgentie m.b.t. de opgaven die spelen binnen het waterbeheer. In het omgevingsprogramma klimaatadaptatie wordt het ambitieniveau vertaald naar een concrete strategie met maatregelen die aansluiten op de integrale projectprogrammering (IUPB). De doelstellingen waarnaar de gemeente streeft worden samen met de visie hierdoor optimaal toepasbaar binnen de komende planperiode. Zowel de financiële als de ruimtelijke opgaaf wordt inzichtelijk gemaakt, waardoor implementatie van de doelen transparant en tastbaar wordt. De ruimtelijke wateropgave is reeds geprognotiseerd binnen het PWR.

In 2023 is het uitvoeringsprogramma ‘Schiedam Schoon: samen pakken we ’t op!’ vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma bevat een pakket aan maatregelen om Schiedam schoner te krijgen. De maatregelen betreffen extra reinigingsinzet in het weekend en voorlichting/handhaving gericht op het bevorderen van correct afvalgedrag. De extra inzet in 2023 en 2024 is geëvalueerd. Met de extra inzet van Irado in het weekend lukt het om de hoeveelheid zwerfvuil, de vulgraad van de afvalcontainers en de afvalbakken op niveau te houden. Voor wat betreft de bijplaatsingen en de dumpingen is dat niet zo. De ernst van die problematiek fluctueert maar neemt niet of in onvoldoende mate af. Uit een pilot is gebleken dat het openstellen van de restafvalcontainers een positief effect heeft op het aantal bijplaatsingen. Op grond van de uitkomsten van deze pilot wordt de toegangscontrole op de ondergrondse containers beëindigd. In 2026 wordt de intensivering van de uitvoerende werkzaamheden en de communicatie voortgezet.

In het najaar van 2025 worden opnieuw de weg inspecties uitgevoerd. Qua uitvoering staan een aantal singuliere projecten in het IUPB. De meest in het oog springende zijn het vervangen van de padenstructuur in de Plantage en het combineren van het asfalt onderhoud met de verbeteringen vanuit de revitalisatie van het Schiedistrict van de ‘s Gravelandseweg.

De komende planperiode wordt datagestuurd beheer en assetmanagement geïmplementeerd binnen de organisatie. Voor water en klimaat zal er nader invulling worden gegeven aan de beheerplannen en de onderhoudsstrategie. Evenals in voorgaande jaren staan er grootschalige onderhoudsinvesteringen en renovaties op de planning. Zo is de gemeente voornemens het hoofdgemaal Marconi zowel elektrisch als deels mechanisch te renoveren. Daarnaast worden renovaties van leidingen in o.a. aan de Burgermeester Knappertlaan samen met andere ruimtelijke opgaven integraal uitgevoerd. Om in de toekomst een prettig en kwalitatief goed watersysteem te kunnen garanderen, gaan er maatregelen plaatsvinden in het Prinses Beatrixpark, die zowel de doorstroming als de waterkwaliteit ten goede komen.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Afvalbeheer In 2024 en 2025 zijn voorbereidingen getroffen voor de aanleg van een ondergronds afvalsysteem. Met dit OAS wordt het afval van de nieuwbouwgebieden Schieveste en Stationsomgeving via een ondergronds buizensysteem afgevoerd naar een verzamelstation. Naar verwachting worden in 2026 investeringskosten gemaakt.

Openbaar groen Het onderhoud van het openbaar groen wordt verzorgd door Irado. Dit onderhoud kan plaatsvinden op basis van beeldkwaliteit of frequentie. Maandelijks controleert een onafhankelijke externe partij de kwaliteit van het onderhoud. In 2025 is het Uitvoeringsprogramma Groen voortgezet. Dit programma loopt af in 2026 In 2026 blijft het groenonderhoud een belangrijke prioriteit. Er worden extra bomen aangeplant en er zal meer focus komen op ecologisch onderhoud.

Bruggen en sluizen In 2024 en 2025 zijn de vaste bruggen geïnspecteerd en is op een deel van het areaal een deformatiemeting uitgevoerd. De meeste bruggen verkeren in goede staat. Voor enkele bruggen zijn direct maatregelen ingepland en uitgevoerd. In de aankomende jaren dienen er nog een aantal vaste bruggen vervangen te worden. De inspectie van de beweegbare bruggen start in 2025 en loopt door in 2026.

Kades In de periode 2024 - 2025 zijn deformatiemetingen uitgevoerd op de kades. Over het algemeen verkeren de kades in goede staat. De kade aan de Noordvest en de glooiing bij de Buitenhaven vereisen de komende jaren onderhoud. Deze werkzaamheden worden geprogrammeerd binnen het IUPB.

Begroting 2026

88 88

Markeringen, Verkeersregelinstallaties, parkeersystemen en verwijsborden

hierbij is dat er geen blijvende kwaliteitsvermindering of achterstand in het onderhoud mag ontstaan.

Binnen het IUPB worden de een drietal verkeersregelinstallaties vervangen. De overige arealen worden onderhouden conform de raadskaders.

Kapitaalgoederen Exploitatie Investering Totaal Bedragen x € 1.000 GO uitgaven

Beleidsnota’s Openbare ruimte: Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2024-2027 met bijbehorend beheerplan, Speelruimteplan, Groenvisie 2021 met bijbehorend uitvoeringsprogramma, Bomennota Schiedam, Programma Water en Riolering 20242027, Visie openbare ruimte Schiedam –structuur op stadsniveau- september 2009 + uitwerkingen, Groen Blauwe structuurvisie, Handboek Openbare Ruimte, Uitvoeringsprogramma Schiedam Schoon.

Gebouwen:

Wegen

960

6.978

7.938

Bruggen

104

989

1.093

Kades / Binnenhavens

123

319

442

Zeehavens

143

50

193

1.111

1.111

495

789

5.372

5.372

Openbare verlichting Watergangen en Beheer

294

Riolering Klimaatadaptieve maatregelen Verkeersregelinstallaties

0 118

Nota Vastgoedbeheer en –ontwikkeling Schiedam (VR46-2011), Verbeterplan Vastgoed (VR 121-2011).

Parkeersystemen Openbaar groen

1.503

Sportaccommodaties:

Speelvoorziening

155

Straatmeubilair

59

Maatschappelijk geaccepteerde sportnormen van NOC*NSF en de VNG, Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz), het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvdz), Waterleidingbesluit (beheersing van onder andere legionella), Meerjaren Onderhoudsplan (MOP).

2. Financieel overzicht begrotingsjaar 2026 (exclusief kapitaalslasten) Binnen het IUPB wordt jaarlijks circa € 20,8 miljoen besteed aan multidisciplinaire projecten. Het merendeel hiervan betreft investeringskredieten. Dit bedrag wordt elk jaar verdeeld over de verschillende begrotingsproducten en arealen. De onderstaande tabel laat zien hoe deze verdeling is vastgelegd in de Kadernota BOR. Belangrijk uitgangspunt

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Doel en omvang van de gebouwen

Totaal beheer openbare ruimte

3.459

1.010

1.128

66

66 1.503

1.000

1.155 59

17.390

20.849

Vastgoed Inleiding Met de gebouwen van de gemeente stellen we inwoners in staat om te sporten, elkaar te ontmoeten en andere beleidsdoelen te realiseren. Daarnaast worden gebouwen gebruikt voor de huisvesting van de gemeentelijke organisatie. In dit onderdeel van de paragraaf kapitaalgoederen wordt inzicht gegeven in de relevante beleidskaders van deze gebouwen en objecten, de uit deze beleidskaders voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting.

De gemeente gaat strategisch om met vastgoed en streeft daarbij naar een vastgoedportefeuille, die afgestemd is op de ambities van de beleidsafdelingen, zodat de gemeente Schiedam ook op lange termijn kan beschikken over voldoende gemeentelijk vastgoed, dat gemeentelijke (beleids) ambities en –doelstellingen ondersteunt en versterkt. De vastgoedportefeuille bestaat uit Kernvastgoed en Strategisch vastgoed. Kernvastgoed dient behouden te blijven en heeft over het algemeen een meer structureel karakter. Voor geen van deze objecten is er directe aanleiding om het bezit anders te beschouwen zonder een voorafgaande analyse en besluitvorming. Strategisch vastgoed onderscheidt zich door een meer tijdelijk karakter en fungeert als ware het een winkelvoorraad die wordt ingezet voor sturing, waardecreatie en mogelijk risicobeheer. Het is vaak gekoppeld aan planvorming en gebiedsontwikkeling binnen de gemeente. De vastgoedorganisatie van de gemeente verzorgt daarom, op verzoek of in opdracht van de beleidsafdelingen, alle facetten van de levenscyclus van het vastgoed (van ontwikkeling/nieuwbouw, via in stand houden tot sloop), in zowel technische als administratieve zin. De kennis en kunde op gebied van vastgoed, bouwkunde en bouwkosten worden ook ingezet voor advisering. De vastgoedorganisatie is dus zuiver ondersteunend ten aanzien van de overige beleidsafdelingen van de gemeente.

Per peildatum 1 augustus 2025 heeft het team Vastgoed & Grondzaken van de gemeente Schiedam 139 panden in beheer met een oppervlakte van circa 132.000 m² BVO. De maatschappelijke doelen zijn verwoord in verschillende beleidsprogramma’s.

Begroting 2026

89 89

Oppervlakte Oppervlakte (m² BVO)

14

23.397

Onderwijs

15

8.711

Ambtelijk

5

24.250

Cultuur/historisch

9

16.917

Mobiliteit

4

376

Infrastructuur

16

1.849

Commercieel

7

2.044

Strategisch vastgoed

55

49.189

Welzijn

11

9.250

Onderwijs

5

12.660

Ambtelijk

2

8.498

Infrastructuur

1

120

Commercieel

36

18.661

139

131.898

Totaal

Strategisch vastgoed; 49.189

Cu

ltu

ur/ his

Kernvastgoed; 82.709

tor isc h; 1 6

.91 7 Sport/recreatie; 23.397

Am

bt

e

; lijk

. 24

25

0

11

Sport/recreatie

Mobiliteit; 376

8.7

5.166

ijs;

82.709

14

rw de

84

Welzijn

On

Kernvastgoed

Kernvastgoed: Oppervlakte (m² BVO)

.16 6

(m² BVO)

We lzijn ;5

Aantal objecten

49 Infrastructuurl; 1.8 Commercieel; 2.044

Categorie/Domein

Figuur 1: Oppervlakte objecten per categorie

Figuur 2: Oppervlakte Kernvastgoed per domein

Tabel 1: Panden/objecten aantal en oppervlakte per categorie/domein

Het gemeentelijke vastgoed bestaat uit een relatief groot deel uit erfgoed, namelijk 16% van het aantal objecten. Van het totaal aantal panden staat 22% (29 stuks) leeg. Het betreft met name Strategisch vastgoed hetgeen te maken heeft met de te ontwikkelen gebieden in Schiedam. Van de 29 panden worden 16 panden bezet met leegstandsbeheer. Dit is een flexibele vorm van verhuur, die niet alleen tot doel heeft om te fungeren als anti-kraak, maar ook om de levendigheid in de omgeving in stand te houden. De overige lege panden worden actief bewaakt om vandalisme en kraken te voorkomen.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Kwaliteit van de gebouwen Als indicator voor de kwaliteit van de gebouwen wordt in onderstaande tabel inzicht gebruik gemaakt van de zogenaamde Werkelijke Energie intensiteit indicator (WEii). De WEii is een initiatief van TVVL en de Dutch Green Building Council (DGBC) om het werkelijk energiegebruik (gebouw + gebruikers) per gebouw te bepalen. Elke vorm van gebruikte energie (elektra, aardgas, biomassa, etc.) wordt omgezet in energie per kWh en gedeeld door het gebruiksoppervlak. Hiermee wordt een Werkelijke Energie intensiteit indicator berekend in kWh/m². Deze WEii kan

worden vergeleken met de verschillende streefwaarden per gebouwklasse tot en met de Paris Proof-doelen. Het gebruik van deze gegevens op basis van het werkelijke energiegebruik vanuit de data van de energiemeters sluit aan op de rapportage van de CO2-prestatieladder. In de eerste kolom zijn de Paris Prof streefwaarden per gebouwsoort uitgewerkt en vergeleken met de huidige en werkelijke energie intensiteit. In de derde kolom is aangegeven in welke mate de gemeente beschikt over de informatie over het energiegebruik.

Begroting 2026

90 90

Soort vastgoed

Streefwaarden Huidig gebruik Info WEii (gemiddeld) (% van (kWh/m²/jaar)

(kWh/m²/jaar)

m²)

Bijeenkomstfunctie

110

58

Kantoorfunctie

110

70

Industriefunctie

70

52

Totaal

Kantoren moeten minimaal label C zijn. De gemeentelijke kantoren binnen het Kernvastgoed voldoen voor 100% aan deze eis en zijn voorzien van betere energielabels. De technische kwaliteit wordt, conform het vigerende vastgoedbeleid, op niveau 3 of hoger gehouden conform de NEN 2767.

Verkoop en mutaties aantal panden 50%

Tabel 2: Kwaliteit per gebouwfunctie (WEii gebaseerd op energiegebruik 2024) Bovenstaande tabel is gebaseerd op het energiegebruik van 50% van de vastgoedportefeuille in het jaar 2024. In 2025 is de Energiebeheerder gestart met het aansluiten van meer energiemeters op het gemeentelijke monitoringsysteem. Verwacht wordt dat over het jaar 2025 gerapporteerd kan worden met circa 80% van het Kernvastgoed en 50% van het Strategisch vastgoed. Hiermee is circa 100% gedekt van de relevante panden met significant energiegebruik. Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente gaat verder dan het energiegebruik en is verwoord in de nota ‘Klimaatbeleid gemeente Schiedam - Een wereld te winnen’ d.d. 2020. Van alle panden/objecten beschikken 34 gebouwen over een energielabel. Alle gebouwen binnen het Kernvastgoed, welke ambtelijk in gebruik zijn dan wel worden verhuurd zijn voorzien van een label waarmee aan de wettelijke verplichting wordt voldaan. Kanttekening hierbij is dat de recent verworven gymzalen momenteel van een energielabel worden voorzien vanwege de verhuur aan het Sportbedrijf Schiedam BV.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Er zijn afgelopen jaren meerdere verkoopprocessen opgestart en ook is voor sommige panden een verkoopakkoord bereikt. Dit jaar heeft tot aan 1 augustus 2025 (peildatum deze notitie) voor één pand notarieel transport plaatsgevonden. Het pand aan de Pieter van den Hoogenbandstraat 50 (Hargahoeve) is op 15 juli 2025 overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Het transport van de verkochte panden, de verwijdering van ontwikkelgrond uit de lijst met te beheren vastgoedobjecten en de toevoeging van nieuw verworven Strategisch vastgoed voor ontwikkeling heeft effect op de dynamiek van het beheer van het gemeentelijk vastgoed. De wijzigingen in de aantallen van de vastgoedportefeuille kunnen als volgt worden verklaard. Er zijn 8 objecten niet meer in vastgoedportefeuille: • Er zijn 4 panden gesloopt in het kader van de ontwikkeling van bedrijventerreinen (Kommiezenlaan 10, 12 en 14 en Adm. De Ruyterstraat 33) • Er zijn 2 panden gesloopt aangezien het gebruiksdoel hiervan is geëindigd (Puccinistraat 49 en 51, stalletje kinderboerderij) • Van 1 pand is de huur opgezegd (Stadserf 32) • Er is 1 pand verkocht (Pieter van den Hoogenbandstraat 50 (Hargahoeve)

Daarnaast is in juli 2025 een koopovereenkomst getekend voor de drie objecten op de locatie Sweelincksingel 3, 5 en 7. De verkoop heeft plaatsgevonden in een pilotvorm, waarbij de verkoop als openbare verkoop bij inschrijving met minder voorwaarden voor de koper in de markt is gezet. Vanwege het ontbreken van kopervoorwaarden, zoals bijvoorbeeld wijziging van bestemmingsplan en/of aanvraag omgevingsvergunningen, worden maanden zo niet jaren aan tijd bespaart. Hierom is het proces om over te gaan tot overdracht via de notaris al ingezet. Van de volgende objecten is de verkoopprocedure in een gevorderd stadium. Het gaat om de panden op de adressen Hoogstraat 85, Jan Evertsenweg 18-20, Mgr Nolenslaan 99b en 99c, Oostsingel 9 en Singel 8. Verwacht wordt dat de panden aan Mgr Nolenslaan 99b/c en Oostsingel 9 nagenoeg zeker dit jaar worden getransporteerd. Er zijn 3 objecten toegevoegd als Strategisch vastgoed aan de vastgoedportefeuille. Deze bestaan uit een woning in de Heinsiusstraat 59 in het kader van de ontwikkeling in de Staatsliedenbuurt en twee bedrijfspanden in het kader van de ontwikkelingen van de bedrijfsterreinen (NieuwMathenesserstraat 5 en De Brauwweg 3).

Begroting 2026

91 91

Vastgoedportefeuille Per Tot 1-8-2025 Mutaties naar categorie 1-1-2025 2025 Kernvastgoed

85

84

-1

Eigen huisvesting

6

5

-1

Maatschappelijk

72

72

0

Commercieel

7

7

0

Strategisch vastgoed

59

55

-4

Eigen huisvesting

1

0

-1

Maatschappelijk

5

5

0

Commercieel

0

1

+1

Herontwikkeling/grex

29

26

-3

Verkoop/afstoten

24

23

-1

144

139

-5

Totaal

Onderhoud en ontwikkeling Het team Gebouwbeheer heeft de verantwoordelijkheid voor het organiseren en uitvoeren van planmatig onderhoud, achterstallig onderhoud, (dagelijks) contractonderhoud, incidentenbestrijding en onderhoud van terreinen rondom de gebouwen rondom het gemeentelijk vastgoed. De gemeente voert planmatig onderhoud uit om de panden op een kwalitatief en veilig niveau te houden conform het vastgoedbeleid. Hiertoe behoort het planmatig onderhoud conform de daartoe opgestelde MeerJaren OnderhoudsPlannen (MJOP’s). Ook is vastgesteld dat een aantal panden achterstallig onderhoud heeft. Hiervoor is een voorziening in de begroting opgenomen, welke wordt ingezet om deze achterstand in te halen.

Tabel 3: Verkoop en mutaties

Achterstallig onderhoud Specifieke beleidskaders Het vigerende en huidige vastgoedbeleid is vastgelegd en gebaseerd op: - Nota Vastgoedbeheer en -ontwikkeling Schiedam (2011) - Verbeterplan vastgoed (2011) - Collegebesluit Integraal kostprijs dekkende huur model gemeentelijk vastgoed (adviesnota 13INT00525, 2013) - Toetsingskader Huisvesting in Gemeentelijk Vastgoed (2016) Regelmatig wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van het vastgoedbeheer en worden besluiten gevraagd over aanpassing van de begroting op basis van de benodigde budgetten en goedkeuring gevraagd voor investeringen. Hiervoor wordt een Meerjarenperspectief Vastgoed (MPV) opgesteld. Voor het eerst is een MPV voor drie jaar opgesteld en in april 2025 is het MPV voor de jaren 2025 tot en met 2027 vastgesteld.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Met de Jaarrekening 2020 is een voorziening ‘achterstallig onderhoud gemeentelijk vastgoed’ gevormd voor de uitvoering van het achterstallig onderhoud. Het resterende budget wordt de komende jaren (2025-2028) gebruikt om het achterstallig onderhoud verder in te halen.

De voorziening achterstallig onderhoud is voor 40% in 2025 weggewerkt. Het achterstallig onderhoud aan de Leliestraat 10 is in afrondende fase. De verbetering van de klimaatinstallaties van de archiefbewaarplaats in Stadserf 1 is eveneens afgerond. Vanwege de sluiting van Zwembad Zuid kunnen de gereserveerde bedragen vrijvallen. Hetzelfde geldt ook voor Sporthal Oost (Celsiusstraat 2) vanwege de verhuizing naar de nieuw te bouwen sporthal in de nieuwe Peperklip. Tot aan de verhuizing wordt de huidige sportzaal onderhouden op een manier dat alleen de veiligheid en functionaliteit gewaarborgd blijft. Het achterstallig onderhoud aan de locatie Van Berckenrodestraat is afgerond in 2024. Het bedrag in de tabel heeft betrekking op een financiële correctie in de afronding van het jaar 2024. De Westmolenstraat 25 is aanvankelijk niet meegenomen in de voorziening als gevolg van voorgenomen verkoop. Omdat dat geen doorgang vindt en het hier wel om een gemeentelijk monument gaat is hiervoor nu wel een bedrag opgenomen in de voorziening achterstallig onderhoud.

Conform het BBV worden via een voorziening middelen beschikbaar gesteld voor het inhalen van achterstallig onderhoud. In onderstaande tabel is per vastgoedcategorie het resterende budget achterstallig onderhoud 2025 inzichtelijk gemaakt. Het resterende budget wordt jaarlijks doorgeschoven op basis van actualisatie van het achterstallig onderhoud.

Begroting 2026

92 92

Achterstallig onderhoud Bedragen in €

Voorziening

Realisatie

Verplichtingen

Aanvang 2025

Peil 1-8-2025

Peil 1-8-2025

Excl. BTW

Excl. BTW

Vrijval

Voorziening Eind 2025 (verwachting)

Excl. BTW

Incl. BTW

Nieuwe Damlaan 5

115.582

139.854

-

-

-

115.582

139.854

Prinses Beatrixlaan 2

93.310

112.905

-

-

-

93.310

112.905

Westfrankelandsedijk 3

28.057

33.949

28.057

-

-

-

-

V. Berckenrodestraat 6 (financiële correctie 2024)

-4.649

-5.626

-

-

-4.649

-

-

Leliestraat 10

463.545

560.889

129.039

30.250

-

4.255

5.149

Zalmstraat 27

206.389

249.731

-

-

-

206.389

249.731

Vlaardingerdijk 50

245.000

296.450

-

-

-

245.000

296.450

Westmolenstraat 25

105.000

127.050

-

-

-

105.000

127.050

Archiefbewaarplaats

150.844

182.521

80.231

49.638

-

20.975

25.379

Overige panden

152.287

184.267

-

-

45.538

106.749

129.166

1.555.363 1.881.990

537.327

-

40.888

897.259

1.085.684

Totaal

Tabel 4: Resterend budget achterstallig onderhoud In geval van de Zalmstraat 27 en de Vlaardingerdijk 50 is een bedrag voor achterstallig onderhoud in de voorziening opgenomen. Het pand aan de Zalmstraat 27 wordt naar verwachting verkocht in de huidige staat. Daarmee valt de reservering in de voorziening (mogelijk geheel) vrij. Het voornemen is om het achterstallig onderhoud aan de Vlaardingerdijk 50 door koper te doen uitvoeren waardoor de reservering wordt meegegeven of in mindering gebracht op de koopprijs.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2026

Excl. BTW

Excl. BTW

Incl. BTW

van eigendom van de gymzalen komen ook de middelen uit de reservering en voorziening gymzalen van Primo over naar de gemeente. Met deze middelen kunnen eventuele tegenvallers voor de komende periode worden opgevangen. Aan het einde van het jaar wordt de afrekening opgemaakt op basis van de uitgaven en gerealiseerde projecten.

Budget planmatig onderhoud Voor de uitvoering van het planmatig onderhoud voor de periode 2025-2027, op basis van de MJOP’s, is een beheerbudget planmatig onderhoud gemeentelijk vastgoed begroot en goedgekeurd via het Meerjaren Perspectief Vastgoed (MPV) 2025-2027. Dit geldt ook voor de andere onderhoudsbudgetten, zoals correctief onderhoud, contractonderhoud, onderhoud terreinen rondom vastgoed, het schoonmaken van de daken en het wettelijk onderhoud.

Begroting onderhoud

2025

2026

2027

Planmatig Onderhoud

2.872.138

3.039.535

3.693.990

Correctief onderhoud

263.283

276.447

290.269

Contractonderhoud

45.358

47.625

50.007

Irado (groenonderhoud)

208.589

219.019

229.970

Irado (bestrijding exoten)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16078008/3