CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Sportplaza Harga wijzigingen t.o.v. eerder vastgestelde versie

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Herbevestigen vaststelling bestemmingsplan ‘Sportplaza Harga’23.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor de Burgemeester Heusdenlaan in westelijke richting vanaf de aansluiting met de A20 en de Nieuwe Damlaan geldt dat de geluidsbelasting met maximaal 0,5 dB(A) zal toenemen. Op de overige onderzochte wegvakken in de omliggende woongebieden zullen ten opzichte van de autonome ontwikkeling geen effecten optreden. De toename van de geluidsbelasting is dusdanig beperkt dat geen sprake is van een relevante verslechtering van de geluidsbelasting. Aanvullende geluidsmaatregelen zijn derhalve niet vereist. In het akoestisch onderzoek is aanvullend onderzocht of de toename van het verkeer op de Hargalaan de beoogde ontwikkeling van een woonwijk aan de zuidzijde van de Hargalaan niet in de weg staat. Geconcludeerd wordt dat hoewel de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) voor het overgrote deel van het plangebied wordt overschreden, de maximale waarde waarvoor hogere waarden (geluid) kunnen worden verleend niet worden overschreden. Het wegverkeerslawaai op de Hargalaan staat de beoogde ontwikkeling van een woonwijk aan de zuidzijde van de Hargalaan daarmee niet in de weg.

4.6 Luchtkwaliteit De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer). De wet bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Voor NO2 en PM10 geldt een grenswaarde van maximaal 40 µg/m² als jaargemiddelde concentratie. Vanaf 2015 geldt aanvullend dat eveneens voldaan moet worden aan de grenswaarde voor PM2,5 van maximaal 25,0 µg/m².

Centraal staat een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Deze programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen, zodat de luchtkwaliteit verbetert en gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening door kunnen gaan. In de NSL zijn de meeste projecten opgenomen die "in betekende mate" (ibm) bijdragen. Het NSL is er op gericht om overal de Europese grenswaarden te halen. Daartoe is een pakket aan maatregelen opgenomen in het NSL, zowel (generieke) rijksmaatregelen als locatiespecifieke maatregelen van gemeenten en provincies. Dit pakket aan maatregelen zorgt er voor dat alle negatieve effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen ruim worden gecompenseerd. De uitvoeringsregels behorende bij de wet zijn vastgelegd in AMvB's en ministeriële regelingen. Op grond van artikel 5.16, eerste lid, sub c van de Wet milieubeheer dient bij het vaststellen van een bestemmingsplan aannemelijk te worden gemaakt dat een ruimtelijke ontwikkeling 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Dit betekent dat indien een project minder dan 3% van de grenswaarde voor stikstof (NO 2) en fijnstof (PM10) bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, het project doorgang kan vinden.

Een luchtkwaliteitsonderzoek is uitgevoerd naar de blootstelling in het plangebied en het indirecte gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het plan op de wegen rond het plangebied (Luchtkwaliteitsonderzoek Decathlon, Arcadis, d.d. 3 november 2014). In het onderzoek zijn een drietal situatie in kaart gebracht: autonome ontwikkeling, plansituatie Sportplaza Schiedam en plansituatie Sportplaza Schiedam inclusief de ontwikkeling van een woonwijk met 500 woningen aan de zuidzijde van de Hargalaan. De hoogste concentraties aan NO2 treden in de autonome situatie op direct op en langs de rijksweg A4 en A20. Nabij het plangebied bedraagt de maximale concentratie NO2, op de wettelijke toetsafstand van maximaal 10 meter van de wegrand, circa 33,0 µg/m 3. De grenswaarde van 40,0 µg/m3 wordt in de autonome situatie niet overschreden. Uit het onderzoek blijkt dat de maximale bijdrage in de plansituatie met Sportplaza Schiedam ten opzichte van de autonome situatie 0,4 µg/m 3 bedraagt. Deze maximale bijdrage wordt berekend op de Hargalaan, nabij de toe- en afrit A20 Schiedam-Noord. Een bijdrage van 0,3 µg/m3 wordt berekend voor de plansituatie Sportplaza Schiedam inclusief de ontwikkeling van een woonwijk. De maximale concentratie NO 2 op de beoogde locatie voor de woonwijk bedraagt 31,0 µg/m3.

Voor fijnstof geldt eveneens dat de hoogste concentraties PM 10 op en direct langs de rijkswegen plaatsvinden. De maximale concentratie PM10 bedraagt in de autonome situatie 24,0 µg/m3 nabij het plangebied. De maximale bijdrage in de plansituatie met Sportplaza Schiedam bedraagt 0,2 µg/m 3 ten opzichte van de autonome ontwikkeling en wordt eveneens berekend op de Hargalaan, nabij de toe- en afrit A20 Schiedam-Noord. Eenzelfde bijdrage wordt berekend voor de plansituatie Sportplaza Schiedam inclusief de ontwikkeling van een woonwijk. De maximale concentratie PM 10 op de beoogde locatie voor de woonwijk bedraagt 23,0 µg/m3. De maximale concentratie PM2,5 bedraagt 15,0 µg/m3. De maximale bijdrage in de plansituatie Sportplaza Schiedam en Sportplaza Schiedam inclusief de ontwikkeling van een woonwijk bedraagt 0,1 µg/m3. De toename van het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkelingen in het plangebied zorgt voor een beperkte bijdrage aan NO2, PM10 en PM2,5. De grens voor 'niet in betekende mate' bijdragen van 3% van de grenswaarde wordt niet overschreden, waarmee geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planvorming ten behoeve van het sportplaza en de voorziene woningbouw aan de zuidzijde van de Hargalaan.

4.7 Verkeer

De ontwikkeling van het plangebied zal, samen met de andere ontwikkelingen op Harga, leiden tot een aanzienlijke toename van het verkeer op het omliggende wegennet. Om te bepalen of het onderliggende wegennet deze toename kan verwerken is een onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkeling van de verkeersbelasting en -capaciteit in 2020 (Verkeersonderzoek gebiedsontwikkeling Harga, Arcadis, d.d. 10 augustus 2015). Hierbij is, naast het realiseren van detailhandel in het plangebied, rekening gehouden met de ontwikkeling van een woonwijk met 650 woningen aan de zuidzijde van de Hargalaan. Rekening is gehouden met infrastructurele wijzigingen, zoals de A4 Delft-Schiedam, de aanpassing van knooppunt Kethelplein en de realisatie van de Blankenburgtunnel. Verkeersstromen De ontwikkeling van de verkeersstromen is onderzocht op de Hargalaan, de aansluitende toevoerroutes via de Nieuwe Damlaan en de Burgemeester Heusdenslaan en enkele daarop aantakkende wegen in Schiedam en Vlaardingen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling van Sportplaza Harga en de geplande woningbouw op Harga zullen leiden tot een toename van het verkeer binnen het plangebied en op de aansluitende toevoerroutes. De toename van het verkeer bedraagt op een weekdag in de ochtendspits gemiddeld 39% en in de avondspits 41% Op het drukste uur van de zaterdagmiddag is sprake van een gemiddelde verkeersgroei van 74%.

Het verkeer op de gehele Hargalaan zal op dat moment soms zelfs verdubbeld tot verdrievoudigd zijn (groei tussen +53% en +234%). De verkeerseffecten van de ontwikkeling van Harga op het hoofdwegennet (A4 en A20) zijn, met een maximale toename in intensiteit van 2,5%, beperkt. Wel zal dit leiden tot een beperkte verzwaring van de, al erg hoge, verkeerdrukte op deze rijkswegen in de ochtend- en avondspits. De toename van het verkeer zegt op zichzelf niets over de verkeersafwikkeling en de doorstroming van verkeer. De doorstroming wordt beoordeeld op grond van de I/C-ratio; de verhouding tussen de intensiteit en capaciteit van het wegvak. Grondregel daarbij is dat bij een I/C-ratio hoger dan 0,8 stagnatie van het verkeer of filevorming zal optreden. Hoewel de verkeersdrukte met name op zaterdagmiddag behoorlijk toeneemt, is er op geen enkel wegvak sprake van een dusdanige intensiteit van verkeer dat dit voor capaciteitsproblemen zorgt. De hoogste I/C-ratio's op zaterdagmiddag zijn 0,57 en 0,61 (op de Hargalaan tussen de afrit A20 Schiedam-Noord en Nieuwe Damlaan in oostelijke richting). Ook tijdens de ochtend- en avondspits is er geen enkel wegvak die een intensiteit kent die voor problemen zorgt. In de ochtendspits is hoogste I/C-ratio te vinden op de toerit A20 SchiedamNoord aan de noordzijde (0,62) en op de Hargalaan-westzijde vanuit Vlaardingen (0,54).

Tijdens de avondspits zijn de hoogste I/C-ratio's te vinden op de afrit A20 Schiedam-Noord aan de zuidzijde (0,72) en op de Hargalaan-westzijde richting Vlaardingen (0,54). Het onderzoek laat een marginale groei van de I/C-ratio's op het hoofdwegennet zien. Kruispunten Belangrijke problemen met de verkeersafwikkeling en de doorstroming van verkeer kunnen ontstaan op de kruispunten van verschillende verkeersstromen. Om dit inzichtelijk te maken is de verkeersafwikkeling op de kruispunten op de Hargalaan en op de kruising van de Kethelweg met de Burgemeester Heusdenslaan in Vlaardingen onderzocht. Het kruispunt van de Hargalaan en de Olympiaweg (bij de locatie van het sportplaza) zal in de uiteindelijke situatie worden vormgegeven als een dubbelstrooksrotonde met vier takken. De hoogste I/C-ratio is te vinden op zaterdagmiddag op de aansluiting van Sportplaza Schiedam met de rotonde (0,74). Hoewel de waarde van deze aansluiting net onder de grens van 0,8 blijft, waarboven normaal gesproken problemen met de verkeersafwikkeling plaatsvinden, betreft dit geen doorgaande weg. Dit zal dan ook niet leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling op de Hargalaan, waar de I/C-ratio tussen de 0,35 en 0,49 ligt. Wel kan er een wachtrij ontstaan op het parkeerterrein richting de rotonde, maar hiervan ondervindt het doorgaande verkeer geen hinder.

Voor het kruispunt van de Hargalaan met de toe- en afrit van de A20 Schiedam-Noord geldt dat door de ontwikkelingen op Harga problemen ontstaan met de verkeersafwikkeling tijdens de avondspits en op de zaterdagmiddag. Voor dit kruispunt zullen aanvullende maatregelen nodig zijn om de verkeersafwikkeling op deze momenten zonder problemen te laten verlopen. Afhankelijk van de daadwerkelijke verkeersintensiteiten wordt gekeken naar het aanpassen van de rijstrookconfiguratie of de aanleg van extra opstelstroken. Indien deze maatregelen onvoldoende zijn bestaat de mogelijkheid het kruispunt uit te rusten met verkeerslichten of deze aan te passen naar een rotonde.

Afbeelding 6 - Kruispunten omgeving Sportplaza Harga De ontwikkelingen op Harga leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op de dubbelstrooksrotonde op de kruising van de Hargalaan met de Sportlaan. De I/C-ratio op deze kruising blijft ruim onder de grens van 0,8. De rotonde kan (met de huidige belijning) de verkeersstromen op alle maatgevende momenten verwerken. Het kruispunt van de Hargalaan met de Nieuwe Damlaan wordt geregeld met een verkeersregelinstallatie (VRI). In de avondspits is op deze kruising sprake van een beperkte negatieve restcapaciteit (-8%), wat betekent dat de verkeersintensiteit te hoog is voor een goede afwikkeling van het verkeer. In de ochtendspits en op zaterdagmiddag is de restcapaciteit van de VRI voldoende. Om de verkeersafwikkeling in met name de avondspits te bevorderen wordt gekeken naar het optimaliseren van de regeling. Indien deze maatregel onvoldoende is, is er ook ruimte voor infrastructurele aanpassingen aan het kruispunt. Het kruispunt van de Kethelweg met de Burgemeester Heusedenslaan (in Vlaardingen) is vormgegeven als een T-kruising. Voor dit kruispunt geldt dat, gelet op het toegenomen verkeer op zaterdag, het nemen van verkeerskundige maatregelen noodzakelijk lijkt.

Conclusie Uit de verkeersstromenanalyse volgt dat, hoewel het verkeer in 2020 behoorlijk toeneemt, er op geen enkel wegvak een capaciteitsprobleem ontstaat door de ontwikkeling van Sportplaza Harga en de woonwijk. Alle wegen hebben op alle maatgevende momenten I/C-ratio's die ruim onder de grenswaarde van 0,8 liggen. Uit de kruispuntenanalyse blijkt wel dat de huidige vormgeving van enkele kruispunten onvoldoende is om het verkeer goed af te kunnen wikkelen. Een nader onderzoek zal worden uitgevoerd naar de verkeerskundige maatregelen die moeten worden getroffen om een goede verkeersafwikkeling te garanderen en wachtrijvorming te voorkomen.

4.8 Milieuhinder bedrijvigheid

De Wet milieubeheer heeft onder andere tot doel milieuhinder in woonsituaties zoveel mogelijk te voorkomen. Bedrijven en instellingen die hinder veroorzaken moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of vallen onder één van de AMvB´s op grond van deze wet. In aanvulling hierop worden ook afstanden vastgelegd tussen bedrijven en milieugevoelige functies. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, ter plaatse van woningen een goed woon- en leefmilieu gegarandeerd kan worden en rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies met betrekking tot milieu mee te nemen, wordt in dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van milieuzonering. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies, zoals woningen. Door het aanbrengen van een zonering tussen beiden wordt de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. De milieuzonering vindt plaats aan de hand van een Staat van Milieubelastende activiteiten, gebaseerd op de Staat van Milieubelastende activiteiten uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009).

De staat wordt toegepast voor bedrijventerreinen en gaat uit van het aanhouden van richtafstanden tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies. Ten opzichte van het omgevingstype “rustige woonwijk” gelden de volgende richtafstanden (in meters): Milieucategorie Richtafstand

1 10

2 30

3.1 50

3.2 100

4.1 200

4.2 300

5.1 500

5.2 700

5.3 6 1.000 1.500

Bij het bepalen van toegelaten bedrijfsactiviteiten is in de eerste plaats gekeken naar de afstand van het plangebied tot in de omgeving aanwezige gevoelige functies. Dit betreft zowel het Vlietlandziekenhuis als de beoogde woningbouw aan de zuidzijde van de Hargalaan. Aanvullend geldt dat de ontwikkeling van Harga naar een gemengd stedelijk gebied geen ruimte biedt voor zwaardere bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 4 en hoger). Om deze reden zijn uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.2 toegelaten.

4.9 Milieueffectrapportage Op grond van de Wet milieubeheer worden activiteiten aangewezen welke belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of waarvoor beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige invloed hebben. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planMER-plichtig, projectMER-plichtig of MERbeoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de genoemde activiteiten welke niet aan de drempelwaarden voldoen, te beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (gelet op kenmerken, locatie en potentiële effecten). Het plangebied maakt onderdeel uit van een groter gebied welke de komende jaren getransformeerd zal worden van een sportpark naar een gemengd stedelijk gebied. In het gebied is ruimte voor wonen (19 hectare), sport (14 hectare) en commerciële functies (4 hectare). Gelet op de ruimtelijke samenhang tussen deze ontwikkelingen, is beoordeeld of voor deze ontwikkelingen samen het opstellen van een milieueffectrapport vereist is.

Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein (onderdeel D 11.2 Besluit m.e.r.) geldt dat beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige effecten voor het milieu kunnen hebben. Deze beoordelingsvereiste geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². Deze beoordelings vereist geldt eveneens voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein met oppervlakte van 75 hectare of meer (onderdeel D 11.3 Besluit m.e.r.). Het totale projectgebied heeft een oppervlakte van 37 hectare, betreft maximaal 550 woningen en ziet op maximaal 15.000 m² aan bedrijfsvloeroppervlakte. Omdat de drempelwaarden niet worden overschreden is het project niet direct MER-beoordelingsplichtig. Op grond van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 15 oktober 2009 geldt dat niet alleen de vraag of een MER-beoordelingsplicht geldt niet alleen afhankelijk is van de omvang van het project, maar dat ook beoordeeld moet worden of het project gelet op de andere selectiecriteria van bijlage III van de Europese M.e.r.-richtlijn door de aard en ligging aanzienlijke milieugevolgen tot gevolg zou kunnen hebben.

Beoordeeld is of sprake is van dusdanige milieugevolgen dat een MER(beoordelings)procedure vereist is (Vergewisplicht MER-beoordeling, Arcadis, d.d. 31 oktober 2012). Gelet op de schaal van het project, de situering binnen bebouwd stedelijk gebied op een goed ontsloten locatie en de kenmerken van de potentiële effecten van een dergelijk project zullen geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten, zoals deze eerder in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Geconcludeerd wordt dat voor het bestemmingsplan geen MER-(beoordelings)procedure conform het Besluit m.e.r. vereist is.

Het plangebied biedt aanvullend geen plaats aan zware bedrijvigheid. Daarbij is de vestiging van bedrijven die in het kader van de omgevingsvergunning (milieu) MER-(beoordelings)plichtig zijn uitgesloten. Het bestemmingsplan vormt hiermee niet het kader voor MER-(beoordelings)plichtige activiteiten, waardoor voor dit bestemmingsplan evenmin sprake is van een planMER-plicht.

4.10

Niet gesprongen explosieven

Een vooronderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven in het plangebied (Vooronderzoek Conventionele Explosieven Harga Schiedam, Saricon B.V., nr. 12S053VO-01, d.d. 9 juli 2012). Geconcludeerd wordt dat er onvoldoende indicaties zijn om te spreken van de mogelijke aanwezigheid van explosieven. Het onderzoeksgebied is op 4 maart 1943 getroffen door een bombardement. Op een luchtfoto van 7 maart 1943 is één bomkrater te zien binnen het onderzoeksgebied. Bekend is dat na het bombardement het gebied is afgezocht en dat er geen blindgangers, brand- of tijdbommen zijn aangetroffen. Het is derhalve niet aannemelijk dat er in het onderzoeksgebied nog blindgangers van vliegtuigbommen worden verwacht. Het plangebied is niet verdacht van explosieven. Een nadere opsporing van explosieven is daarom niet vereist.

4.11

Archeologie

4.11.1

Beleidskader

De gemeente Schiedam heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waaronder de beleidsnota 'Archeologische Monumentenzorg gemeente Schiedam' en de 'Archeologische Waardenkaart Schiedam' (januari 2008). Hiermee is een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen gewaarborgd. Het beleid sluit aan op en komt mede voort uit het Rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Ook worden bestemmingsplannen voorzien van een 'archeologieparagraaf'. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem, voor documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is en dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

4.11.2

Bewoningsgeschiedenis

Het plangebied maakt deel uit van een veengebied waarop in verschillende periodes klei is afgezet (Afzettingen van Duinkerke I en III). Diverse stroomgordels in (de omgeving van) het plangebied dateren in aanleg uit de late Prehistorie, en vinden hun oorsprong mogelijk in veenwatertjes. Op het veen werd vanaf de Ijzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling) gewoond. De bekende vindplaatsen uit de Ijzertijd en de Romeinse tijd in en nabij het plangebied zijn meestal gerelateerd aan de later met klei opgevulde geultjes en de oevers ervan. Lokaal vond in de Vroege Middeleeuwen mogelijk hernieuwde veengroei plaats.

In de 10e-11e eeuw werd het (klei-op)veengebied ontgonnen. Daarbij ontstond het verkavelingspatroon dat nog goed te zien is op de topografische kaart van circa 1850. Door de moderne herinrichting in het plangebied, is de middeleeuwse verkavelingstructuur verloren gegaan. Het riviertje de Harg bepaalde de structuur van deze ontginningen. De oevers van de voormalige waterloop de Harg, die het plangebied doorkruist, zijn kansrijk voor het aantreffen van bewoningssporen uit de Middeleeuwen tot circa 1200. De maaivelddaling ten gevolge van de ontwatering maakte het gebied kwetsbaar voor overstromingen. De aanleg van rivier- en polderdijken werd noodzakelijk. De Oude Dijk, die de loop van de Harg volgt, werd aan het einde van de 12e eeuw aangelegd, naar aanleiding van overstromingen in het gebied rond 1170. In het bestemmingsplangebied zijn zowel grote landschappelijke fenomenen (slootstructuren, akkercomplexen) te verwachten, als kleinere structuren die in een booronderzoek traceerbaar zijn, zoals huisplaatsen uit de prehistorie of de Romeinse tijd.

Afbeelding 7 - Archeologische kenmerken

4.11.3

Archeologische verwachting

In het gehele plangebied zijn vindplaatsen uit de Ijzertijd, de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen A (1000-1250) en B (1250-1500) te verwachten. De bewoningsresten uit de verschillende periodes kunnen op behoorlijk wisselende dieptes voorkomen. Voor de Ijzertijd en de Romeinse tijd lijkt de ligging van de vindplaatsen bepaald te zijn door de Duinkerke I-geul en oeverafzettingen. Voor de Middeleeuwen zijn de oude lijnen van de Harg en dijken waarschijnlijk bepalend voor de locatie van de vindplaatsen. Dit resulteert er in dat een bouwregeling geldt en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden vereist is voor activiteiten die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte van meer dan 200 vierkante meter beslaan.

Hoofdstuk 5

Planbeschrijving

Met de aanleg van de rijksweg A4 wordt Schiedam de ruimte geboden te bewegen binnen de bestaande stad. De aanleg biedt de mogelijkheid de ambities uit de Stadsvisie te realiseren en nieuwe woninglocaties te ontwikkelen in overeenstemming met de regionale woningmarktafspraken. Het voorliggende bestemmingsplan ziet op de transformatie van het noordelijke deel van sportpark Harga ten behoeve van commerciële functies (Sportplaza Harga). Voor de overige ontwikkelingen, zoals het realiseren van woningbouw op sportpark Kethel en de aanleg van een nieuw sportpark op het tunneldak van de A4, worden separate bestemmingsplannen voorbereid.

5.1 Schiedam in Beweging Sinds de jaren '70 van de vorige eeuw wordt gesproken over de aanleg van het ontbrekende gedeelte van de rijksweg A4 tussen Delft en Schiedam. Hoewel er al lang werd gesproken over de aanleg van deze weg, is hiervoor pas in 2010 een besluit genomen. De eisen met betrekking tot geluid, luchtkwaliteit en een goede woon- en leefomgeving hebben er toe geleid dat de weg tussen de woonbebouwing van Vlaardingen en Schiedam zal worden uitgevoerd in de vorm van een landtunnel. De keuze om de weg in de vorm van een landtunnel uit te voeren biedt de mogelijkheid het tunneldak te gebruiken ten behoeve van andere functies, zoals sport en recreatie. Het dubbelgebruik van het dak van de landtunnel is vastgelegd in de bestuurlijke overeenkomst 'Integrale Ontwikkelvisie Delft-Schiedam'. In deze overeenkomst is onder andere bepaald dat op en aansluitend aan de landtunnel een sportpark kan worden gerealiseerd. Het realiseren van een nieuw sportpark biedt mogelijkheden de sportfaciliteiten in Schiedam te moderniseren. Het verplaatsen van sportverenigingen naar het nieuwe sportpark biedt daarnaast de ruimte de voormalige sportvelden op sportpark Kethel en Harga (gedeeltelijk) te transformeren tot nieuwe woongebieden.

Woongebieden waar, gelet op de regionale woningmarktafspraken, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin behoefte aan is en welke op deze wijze binnen het bestaand stedelijk gebied kunnen worden gerealiseerd. In navolging van de bestuurlijke overeenkomst is in 2012 de ontwikkelvisie 'Schiedam in Beweging' vastgesteld. De visie vormt een integrale aanpak op grond waarvan een drietal moderne, optimaal gebruikte, multifunctionele en goed over de stad verspreide en bereikbare sportparken worden gerealiseerd, de vrijgespeelde locaties worden hergebruikt voor het realiseren van nieuwe woonmilieus en een kwaliteitsimpuls kan worden gegeven aan de 'Groene Long'. In 2013 heeft de gemeenteraad besloten over de eerste fase van het project 'Schiedam in Beweging'.

De eerste fase van het project betreft de volgende onderdelen:  de verplaatsing van de hondensportverenigingen naar een nieuwe locatie aan de zuidwestelijke zijde van sportpark Harga;  het realiseren van een nieuwe hockey-accommodatie aan de westzijde van sportpark Harga;  het realiseren van een nieuw sportpark op het noordelijke deel van het tunneldak van de rijksweg A4 en de daarmee gepaard gaande verplaatsing van sportverenigingen;  de transformatie van sportpark Kethel naar een groen, suburbaan woongebied;  de voorbereiding van de plannen voor herontwikkeling van de SVDPW- en Ventura-locaties op sportpark Harga;  de ontwikkeling van het noordelijke deel van sportpark Harga ten behoeve van commerciële functies.

Afbeelding 8 - Deelprojecten Schiedam in Beweging, fase 1

5.2 Transformatie sportpark Harga Harga is sinds de jaren '50 van de vorige eeuw ontwikkeld en in gebruik als sportpark. Hoewel het sportpark oorspronkelijk aan de rand van de stad was gelegen is deze, met de stedelijke ontwikkeling van Schiedam en Vlaardingen, steeds centraler komen te liggen binnen de Rotterdamse agglomeratie. De centrale ligging binnen de 'Rotterdamse ruit' maakt deze locatie zeer geschikt voor transformatie naar meer stedelijke functies als wonen en werken.

Het project 'Schiedam in Beweging' zet in op de transformatie van Harga naar een gebied waar ruimte is voor wonen, sport en commerciële functies. Harga blijft daarbij één van de drie sportlocaties in Schiedam. De sportvoorzieningen worden stapsgewijs geïntensiveerd zodat een compact, volwaardig, multifunctioneel en optimaal gebruikt sportpark ontstaat. Het nieuwe sportpark Harga is 14 hectare groot en is langs de A4 gesitueerd, zodat de woningen op afstand blijven van de snelwegen. Tussen de Hargalaan en de A20 is 4 hectare aan ruimte gereserveerd voor commerciële functies rond de thema's sport, gezondheid en ontspanning, onder de noemer Sportplaza Harga. Met het verplaatsen van sport komt centraal op Harga ongeveer 19 hectare vrij welke zal worden herontwikkeld tot een nieuw woongebied met bijbehorende voorzieningen als scholen en zorg. In dit woongebied is ruimte voor een compacte suburbane grondgebonden woonwijk met circa 500 woningen in het bereikbare en middendure segment. Met deze mix aan functies kan Harga langzaam en in kleine stappen uitgroeien tot een betekenisvol gebied voor heel Schiedam met wonen, sport en voorzieningen. De groenstructuur krijgt tegelijkertijd met de woningbouwontwikkeling een kwaliteitsverbetering, waarbij de Poldervaart en het bestaande groene raamwerk het toekomstige beeld van het gebied zullen bepalen.

Afbeelding 9 - Ontwikkelvisie Harga

5.3 Sportplaza Harga

Het noordelijke gedeelte van sportpark Harga, gelegen tussen de Hargalaan en de rijksweg A20, zal worden herontwikkeld tot 'Sportplaza Harga'. Het sportplaza biedt een combinatie van functies op het gebied van sport, ontspanning en gezondheid aansluitend en aanvullend op het bestaande sportpark, het Vlietland-ziekenhuis en het 'wellness'-cluster aan de noordzijde van de A20. De locatie is centraal gelegen binnen de regio Rijnmond en binnen het bestaand stedelijk gebied van Schiedam. De ligging in de oksel van twee snelwegen (A4 en A20) en in de nabijheid van station Nieuwland (trein en tram) maakt dat deze locatie multimodaal bereikbaar is en goede verbindingen heeft met de hele Rijnmondregio.

Afbeelding 10 - Impressie mogelijk ontwerp Sportplaza Harga De ontwikkeling van Sportplaza Harga ziet op een combinatie van functies rond het thema 'sport, ontspanning en gezondheid'. Het gebied biedt ruimte aan een evenementenplein van 6.500 m² waar samen met de sportverenigingen en andere participanten van het sportplaza ruimte is voor een veelheid aan evenementen en activiteiten samenhangend met de thema's 'sport, ontspanning en gezondheid'. Daarop aansluitend wordt ruimte geboden voor fysiotherapie, fitness en andere sport(-medische) voorzieningen (3.000 m²) aanvullend op de reeds in de omgeving aanwezige sport- en gezondheidsfuncties, alsmede een sporthotel met horeca. Een derde pijler onder de ontwikkeling van het sportplaza betreft de vestiging van een sportretailer (Decathlon) waarbij de nadruk niet alleen ligt op de verkoop van producten, maar ook het uitproberen daarvan ('try & buy'). Het flexibele concept biedt aanvullend de ruimte om, afhankelijk van de marktbehoefte, in plaats van een sportretailer te kiezen voor hoogwaardige bedrijfsmatige activiteiten of volumineuze detailhandel. Ten behoeve van de verschillende functies is ruimte voor minimaal 600 parkeerplaatsen.

Tabel 1 - Functioneel programma Sportplaza Harga (incl. detailhandel)

Binnen het concept Sportplaza Harga wordt onder andere ruimte geboden voor de vestiging van grootschalige sportdetailhandel. Hoewel het detailhandelsbeleid restrictief is en gericht op het concentreren van detailhandel binnen de bestaande winkelcentra, laat deze ruimte voor bijzondere concepten en thema's. De ontwikkeling van het plangebied tot het Sportplaza Harga, aansluitend en aanvullend op de in de direct omgeving aanwezig sport-, gezondheid-, en wellnessvoorzieningen, maakt dat sprake is van een dergelijk bijzonder concept. Een concept welke gelet op de aansluiting die wordt gezocht met reeds aanwezige functies, de grote ruimtebehoefte en het extensieve gebruik niet kan worden ingepast binnen de bestaande kleinschalige detailhandelsstructuur van Schiedam en de regio.

Afbeelding 11 - Ruimtelijke weergave functioneel programma Sportplaza Harga

5.4 Decathlon De vestiging van een sportretailer als Decathlon vormt één van de mogelijke pijlers van Sportplaza Harga. Gelet op de (ruimtelijke) effecten samenhangend met de vestiging van een dergelijk bedrijf wordt in deze en de volgende paragraaf nader ingegaan op het concept 'Decathlon' en de ruimtelijke effecten van een dergelijke ontwikkeling op de detailhandelsstructuur. Concept De missie van Decathlon is: ‘Sport toegankelijk maken voor zo veel mogelijk mensen’. Iedereen dient een kans te krijgen om te sporten. De basis en het bestaansrecht van Decathlon is gefundeerd op het principe dat de klanten van Decathlon overal en altijd alle sporten moeten kunnen uitproberen, testen en beleven voordat ze tot koop overgaan. Door een groot deel van de totale winkelruimte, zowel binnen als buiten, optimaal in te zetten als test- en beleefgebied, kunnen klanten op een eenvoudige en laagdrempelige manier sport direct ervaren.

Het concept van Decathlon biedt een totaalaanbod aan sportartikelen voor ruim 70 sporten. Dit ruime aanbod betekent dat naast sportkleding ook in ruime mate volumineuze artikelen zoals tafeltennistafels, kajaks, kano's, surfplanken, fitnessapparatuur, ski's, hengels, tenten en kampeerartikelen zullen worden verkocht. Decathlon biedt in haar winkelformule daarbij de ruimte om sporten te ontdekken en uit te proberen door een groot deel van de winkelruimte in te richten als 'try & buy'-zone, zoals bijvoorbeeld een basketbalterrein, klimmuur of inline-skatebaan. De sportproducten die Decathlon aanbiedt, worden ontwikkeld binnen de eigen R&D afdelingen in Frankrijk. De eigen sportmerken en componentmerken (stoffen, technologie, materialen etc.) maken het mogelijk dat Decathlon jaarlijks honderden nieuwe producten en innovaties kan lanceren. Focus ligt hier op de sport en de bijbehorende techniek. Het modeonderdeel is ondergeschikt. Doordat de producten van ontwerp tot verkoop in eigen beheer zijn kan scherp gestuurd worden op prijs en kwaliteit, waarbij het streefdoel is om beide onderdelen ieder jaar te verbeteren in het voordeel van de klant. Om de kennis en ervaring van sporters optimaal te integreren binnen alle facetten van het bedrijf ligt de focus wat betreft de werving van personeel op sportliefhebbers.

Afbeelding 12 - Voorbeelden inrichting Decathlon Het winkelconcept van Decathlon bevat de volgende onderdelen: d. Groot sportaanbod: Decathlon biedt het grootste sportaanbod mogelijk. In tegenstelling tot andere sportwinkels biedt Decathlon ruim 70 verschillende sporten aan. De focus ligt op technische sportproducten waarbij de sporter ondersteund wordt in het beoefenen van zijn of haar sport. De producten in de winkel zijn ontwikkeld vanuit de technische behoefte van de sporters, niet vanwege het modieuze karakter. d. Volumineuze artikelen: Een volledig sportaanbod betekent dat Decathlon ook een groot assortiment volumineuze zaken voert, zoals tafeltennistafels, kajaks, kano’s, surfplanken, fitnessapparaten, ski’s, hengels, tenten en kampeerartikelen. Decathlon biedt niet alleen de ruimte voor deze artikelen, maar zorgt er ook voor dat deze op voorraad zijn in de winkel eenvoudig vervoerd kunnen worden. Praktisch gezien wordt de totale oppervlakte van de winkel als winkelruimte ingedeeld en is er slechts een zeer klein oppervlakte aanwezig voor het laden en lossen. Er ligt nooit voorraad opgeslagen 'achter' in de winkel. Op deze wijze kan de klant in een oogopslag en op iedere vierkante meter alle sporten bekijken, ervaren en uitproberen.

a.

a.

a.

'Try & buy'-zones: Een van de belangrijkste onderdelen van Decathlon en welke haar concept onderscheidend maakt ten opzicht van andere sportretailers, zijn de uitgebreide mogelijkheden om sport te beoefenen in en buiten de winkel. Een groot gedeelte van de oppervlakte van de winkel wordt in beslag genomen door ruimtes waar de klant de gelegenheid heeft het sportmateriaal voor de aankoop te testen. Deze 'try & buy'- zones, zoals bijvoorbeeld een basketbalterrein, klimmuur of inline-skatebaan, zijn een fundamenteel onderdeel van het Decathlon concept en bieden naast het direct uitproberen van de artikelen tevens mogelijkheden voor het organiseren van evenementen. Ontmoeten: De Decahtlonvestigingen en hun directe omgeving zijn ontworpen om sporten te ontdekken en uit te proberen. Dit biedt ruimte en mogelijkheden de winkels te gebruiken als ontmoetingsplaats en vertrekpunt voor allerlei sportactiviteiten (hardloopwedstrijden, fietstochten etc.) om sport en spel te promoten. De activiteiten worden georganiseerd door het personeel van de Decathlon-winkels in samenwerking met scholen en lokale (sport)verenigingen 1. De activiteiten zullen vrij toegankelijk zijn voor iedereen en vragen een actieve deelname om samen sportplezier te beleven.

Trocathlon: Een Trocathlon, een tweedehandsbeurs voor sportmateriaal, maakt tevens deel uit van de sportpromotie die Decathlon voor ogen heeft in Nederland. Hierbij wordt de mogelijkheid gegeven aan sporters om zich uit te rusten naar hun budget. Gevorderden kunnen op een eenvoudige wijze het materiaal dat niet meer voldoet aan hun eisen van de hand doen om te kunnen investeren in nieuwe uitrustingen. Personen met kleinere budgetten vinden hier sportmateriaal tegen een zeer lage prijs dat hen toestaat een favoriete sport uit te oefenen of een nieuwe sport te testen. Voor deze beurs wordt een gedeelte van de parkeerplaatsen bij de winkel gebruikt. Door de positieve ervaringen van de Trocathlon evenementen in het buitenland is het voornemen om, zodra het aantal winkels landelijk is gestegen, ook in Nederland deze tweedehandsbeurzen te organiseren.

Ruimtebehoefte Het concept van Decathlon met een zeer ruim aanbod aan verschillende sporten, een groot assortiment aan volumineuze artikelen, de aanwezigheid van 'try & buy'-zones om deze uit te proberen, showroomachtige ruimtes om de produkten te presenteren en een werkplaats voor aftersales, reparatie en onderhoud maakt dat Decathlon een grote ruimtebehoefte kent. De 'conceptstores' waarin dit totale aanbod wordt geleverd kennen een zeer grote behoefte, variërend van 5.000 m² tot 10.000 m². De plannen voor Sportplaza Harga voorzien in een Decathlon met een bruto vloeroppervlakte van 7.000 m², waarvan 85% wordt gebruik als winkelvloeroppervlakte (5.950 m²). Van de totale winkelvloeroppervlakte zal circa 60% worden ingericht ten behoeve van showroomachtige functies en 'try & buy'-zones. Deze oppervlakte is exclusief de in de buitenlucht gelegen 'try & buy'-zones, welke flexibel worden ingericht en een oppervlakte hebben van maximaal 5.500 m². Het grote ruimtebeslag, met name veroorzaakt door, veelal buiten de winkel gelegen, aanvullende functies en faciliteiten, maakt het onmogelijk dit concept in te passen in de bestaande winkelstructuren. Een concept als Decathlon kan daardoor alleen op een perifere locatie worden gerealiseerd (zie aanvullend paragraaf 5.5).

Afbeelding 13 - Voorbeelden try & buy-zones

Aanvullend op de 'conceptstore' in Harga zal in de binnenstad van Rotterdam, ter ondersteuning van de perifere lokatie, een binnenstadswinkel worden gevestigd. De binnenstadswinkel zal een kleiner assortiment aanbieden en zal ondersteunend zijn aan de perifere 'conceptstore'. Het kleinere assortiment en het beperkt, of in het geheel niet, aanwezig zijn van 'try & buy'-zones en showrooms maken deze winkels beter inpasbaar in de bestaande centra. De binnenstadsvestiging is ondersteunend aan de perifere locatie en zal dienen als kennismaking met Decathlon als winkel, waarbij de klant de mogelijkheid heeft om het volledige concept en de Decathlon beleving in de perifere winkels te ervaren. Maatschappelijke betrokkenheid Een Decathlon-vestiging zal tussen de 100 en 150 arbeidsplaatsen creëren. Om de kennis en ervaring van sporters optimaal te integreren binnen alle facetten van het bedrijf ligt de focus wat betreft de werving van personeel op sportliefhebbers. Het enthousiasme van sport kan het beste worden overgebracht door personeel met een passie voor sport. Een lage scholingsgraad vormt dan ook geen belemmering bij de werving en selectie van nieuw personeel. Elke medewerker krijgt de kans zich te ontwikkelen binnen de afdeling die het beste bij hem of haar past.

De lokale werving en selectie van over het algemeen lager geschoold personeel zal in samenwerking gaan met de scholen uit de directe omgeving. Daarnaast ontstaat de mogelijkheid dat de bij activiteiten betrokken sportverenigingen onder de aandacht komen van de klanten van Decathlon, hetgeen voor een positieve impuls van de ledenaantallen kan zorgen.

5.5 Ruimtelijke effectenstudie detailhandel Om inzicht te krijgen in de marktruimte en de ruimtelijke effecten van de vestiging van een Decathlon is een ruimtelijke effectstudie uitgevoerd (Ruimtelijke effectstudie vestigingsplan Decathlon, BRO, d.d. 24 juni 2014). Uitgangspunt van de studie vormt de toekomstvisie van Decathlon voor de provincie Zuid-Holland. De toekomstvisie zet in op 2 perifere conceptstores (Forepark in Den Haag en Sportplaza Harga in Schiedam) en 2 winkels in de binnensteden van Den Haag en Rotterdam. In de studie is een drietal groeiscenario's onderzocht: geen groei (0,0%), koopkrachtontwikkeling lange termijn (0,25%) en koopkrachtontwikkeling plus stimulerende werking overheidsbeleid inzake sport en bewegen (2,0%). In de studie is gekeken naar de marktruimte in zowel de sport- als de rijwielbranche binnen ZuidHolland. In het minimale scenario zal in 2025 sprake zijn van een teveel aan winkelruimte van 15.200 m² in de sportbranche en 6.800 m² in de rijwielbranche. Het koopkracht-scenario toont een overschot van 9.500 m² in de sportbranche en een tekort van 5.600 m² in de rijwielbranche, terwijl het 'koopkracht plus'-scenario een ruim tekort laat zien in beide branches. In het algemeen wordt geconcludeerd dat de tekorten in het stadsgewest Haaglanden iets groter zijn dan in de stadsregio Rotterdam.

Tabel 2 - Marktruimte per regio in m² na realisatie Decathlon (+ is een overschot, - een tekort)

De marktruimte is sterk afhankelijk van de groei tot 2025. Indien wordt uitgegaan van een behoudende groei, welke gelijk opgaat met de langtijdige koopkrachtontwikkeling, zal er een overschot zijn op de marktruimte voor de sport- en rijwielbranche van 3.800 m² voor de gehele provincie en 2.100 m² in de Stadsregio Rotterdam. Een grotere groei van de bestedingen in lijn met het overheidsbeleid inzake sport en bewegen zal er toe leiden dat in 2025 sprake is van een aanzienlijk tekort van 26.400 m² voor de provincie en 11.800 m² voor de stadsregio. Geconcludeerd kan worden dat er in de provincie voldoende marktruimte is voor de vestiging van Decathlon in Schiedam en de andere voorgestelde locaties binnen de provincie Zuid-Holland. Naast de marktruimte is aanvullend gekeken naar de effecten van de vestiging van Decathlon op de maximaal te verwachten leegstand in de provincie. Het minimale scenario laat, ten opzichte van de autonome ontwikkeling, een extra toename van de leegstand zien van 2,7%. De toename is in het koopkracht-scenario nagenoeg nihil, terwijl in het 'koopkracht plus'-scenario in het geheel geen toename van de leegstand plaats zal vinden. Hoewel in twee scenario's een toename van de leegstand wordt voorzien is deze niet geheel toe te schrijven aan de vestiging van Decathlon in de provincie.

De verwachting is dat in de komende jaren, los van ontwikkelingen aan de aanbodzijde, circa 30% van de MKB-ondernemers hun winkel zal sluiten. De vestiging van Decathlon in Zuid-Holland heeft nauwelijks invloed op deze trend, al zou de vestiging van Decathlon het proces van bedrijfssluitingen wel kunnen versnellen. Uitgaande van het groeiend aantal winkelsluitingen wordt de toename van de leegstand voor een veel groter deel veroorzaakt door algemene marktontwikkelingen dan door de realisatie van Decathlon. Geconcludeerd moet worden dat de vestiging van Decathlon, uitgaande van een behoudende groei, niet leidt tot een structurele toename van de leegstand in Zuid-Holland of de stadsregio.

Tabel 3 - Ontwikkeling leegstand per regio in m² na realisatie Decathlon in het minimale scenario De cijfers uit tabel 3 gaan uit van de maximaal te verwachten leegstand, waarbij wordt verondersteld dat elke sport- en/of rijwielwinkel die ophoudt te bestaan daadwerkelijk leeg komt te staan. De kans dat de vrijkomende locaties worden heringevuld met andere detailhandel is in de bestaande binnensteden en hoofdwinkelgebieden aanzienlijk. Dit heeft dan ook tot gevolg dat de uiteindelijke leegstandeffecten beperkter zijn dan de berekende maxima. Voor de gehele provincie zijn de leegstandeffecten berekend op 1.500 tot 2.000 m² wvo, waarvan circa éénderde in de binnensteden en hoofdwinkelgebieden. De effecten van de komst van Decathlon op de totale leegstand in de provincie zijn daarmee beperkt; een toename van de totale leegstand van slechts 0,3%.

Tabel 4 - Leegstand per winkelcentrumtype in m² wvo na realisatie Decathlon in het minimale scenario Het aanbod van sport- en rijwielwinkels in het centrum van Schiedam bestaat in totaal uit 6 winkels met een totale oppervlakte van circa 900 m² wvo. Indien de gehele extra leegstand in binnensteden en hoofdwinkelgebieden (475 m² wvo) zich zou concentreren in het centrum van Schiedam, dan zou er in het centrum nog altijd ruim 400 m² wvo sport- en rijwielaanbod overblijven. In werkelijkheid zal de leegstand zich over meerdere binnensteden en hoofdwinkelgebieden spreiden, waardoor het uiteindelijke effect van de uitval van sport- en rijwielwinkels en de gevolgen daarvan voor de leegstand in het centrum van Schiedam beperkt zullen blijven. Van een duurzame verstoring van het functioneren van de binnenstad van Schiedam of een onacceptabele verstoring van het woon-, werk- en ondernemersklimaat is dan ook geen sprake. In aanvulling op de markteffecten is gekeken naar de mogelijkheden voor de vestiging van de perifere conceptstores in bestaande leegstaande winkelpanden. Binnen de provincie bevinden zich thans zes leegstaande winkelpanden met een oppervlakte groter dan 4.000 m² (Capelle aan den IJssel, Gouda, Katwijk, Leiderdorp, Rotterdam en Waddinxveen).

Geen van deze locaties biedt voldoende ruimte om het totale Decathlon-concept te realiseren, inclusief de gewenste 'try & buy'-voorzieningen. Daarbij is de ligging van deze locaties veelal niet optimaal. Binnen de provincie Zuid-Holland is er daarmee geen bestaande locatie die geschikt is voor het Decathlon-concept.

5.6 Duurzame verstedelijking De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte gaat uit van het vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking. Om dit te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking per 1 oktober 2012 als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De uitgangspunten van duurzame verstedelijking zijn ook onderdeel van het provinciaal beleid. Voor de toepassing hiervan heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de 'Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking' opgesteld. De ladder voor duurzame verstedelijking kent een drietal treden: behoefte, bestaand stedelijk gebied en bereikbaarheid. Een duurzame stedelijke ontwikkeling dient in de eerste plaats te voorzien in een actuele regionale behoefte, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Een ontwikkeling dient vervolgens te worden gerealiseerd binnen het bestaande stedelijke gebied. Indien een ontwikkeling niet gerealiseerd kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied dient gezocht te worden naar een locatie welke multimodaal is of kan worden ontsloten.

Uit de Ruimtelijke effectstudie vestigingsplan Decathlon blijkt dat Decathlon een groot onderscheidend vermogen heeft ten opzichte van het bestaande aanbod van sport- en rijwielwinkels dat momenteel aanwezig is. Dit wordt met name gevormd door het brede en diepe assortiment, de gunstige prijs/kwaliteitsverhouding en het hebben van een eigen merk . Hiermee wordt voorzien in een grote kwalitatieve regionale consumentenbehoefte, welke kan bijdragen aan een actieve sportbeoefening door bredere lagen van de bevolking. De markt biedt daarmee ruimte voor een dergelijk concept. Het concept zal, ten opzichte van autonome ontwikkelingen, niet leiden tot een significante toename van de winkelleegstand. Van een duurzame verstoring van het functioneren van de provinciale, regionale of lokale detailhandelsstructuur of een onacceptabele verstoring van het woon-, werk- en ondernemersklimaat is dan ook geen sprake. Dit geldt eveneens voor de lokale en regionale hotelmarkt geletGelet op de bevindingen met betrekking tot de lokale en regionale marktruimte voor hotels (Hotelbeleid Schiedam). De Stadsregio Rotterdam heeft op 2 april 2014 positief geadviseerd ten aanzien van het Sportplaza Schiedam, inclusief de vestiging van een Decathlon (zie Bijlage 14).

Geoordeeld is dat hoewel het beleid terughoudend is ten aanzien van het ontwikkelen van detailhandel in de periferie, deze ruimte laat voor bijzondere thema's die nog niet in de regio aanwezig zijn en die niet op een reguliere locatie zijn in te passen. De combinatie van grootschalige detailhandel, 'try & buy'-faciliteiten, evenementen, sport en een hotel is een dergelijk thema. Decathlon bevindt zich daarbij in het ontbrekende grootschalige budget sportsegment en vestiging hiervan in de bestaande winkelgebieden is, met name gelet op de ruimtebehoefte van de 'try & buy'-zones, praktisch niet haalbaar. Binnen de bestaande structuur zijn ook geen voor de hand liggende alternatieven aanwezig (zie paragraaf 5.5). Tot slot is overwogen dat een groot deel van de gevoerde artikelen een apart marktsegement vormt en een groot voorzieningengebied kent, waardoor een ontwrichtende werking op de regionale detailhandelsstructuur niet aannemelijk is. ) wordt ruimte gezien voor de vestiging van een hotel op deze locatie. De ontwikkeling vindt geheel plaats binnen bestaand stedelijk gebied, op een locatie welke zich gelet op de ligging in de directe nabijheid van twee rijkswegen, moeilijk leent voor andere stedelijke functies. De locatie is goed ontsloten vanaf de snelweg en bevindt zich op korte afstand van haltes voor openbaar vervoer (tram en trein1).

Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van het bredere project 'Schiedam in beweging'. De aanleg van de A4 Delft-Schiedam in de vorm van een landtunnel biedt de mogelijkheid om, door middel van dubbelgrondgebruik, het tunneldak te gebruiken ten behoeve van sport. De vrijgespeelde sportlocaties kunnen daardoor worden hergebruikt voor het realiseren van nieuwe woonmilieus. Het project 'Schiedam in Beweging' als geheel wordt eveneens gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied van Schiedam. De ontwikkeling voorziet in een regionale behoefte welke niet kan worden gerealiseerd binnen de bestaande regionale en provinciale detailhandelsstructuur. Het plangebied betreft een perifere locatie ten opzichte van de bestaande lokale detailhandelsstructuur, maar is centraal gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Schiedam en de Rotterdamse agglomeratie op een multimodaal ontsloten locatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de vereiste van een duurzame verstedelijking. Aanvullend wordt verwezen naar hoofdstuk 12 van de 'Ruimtelijke effectstudie vestigingsplan Decathlon'.

5.75

Stedenbouwkundig programma

Bouwprogramma Het plangebied biedt ruimte voor diverse functies rond het thema 'sport, ontspanning en gezondheid'. De sturingsfilosofie voor de locatie is zodanig dat een ontwikkelaar of ondernemer een hoge mate van vrijheid krijgt om het perceel in te vullen met diverse commerciële functies. De beperkende factoren die worden gesteld zijn een maximale hoogte van 15,0 meter (uitgezonderd een hotel met een bouwhoogte van 65,0 meter) en een bebouwingspercentage van 80%.

Groene en openbare ruimte Het bestemmingsplan voorziet in het realiseren van commerciële functies. Dergelijke functies kenmerken zich doorgaans door een hoge mate van verstening en verharding. Gelet op de voorziene woningbouw aan de zuidzijde van de Hargalaan is een zorgvuldige inpassing van de commerciële functies in de toekomstige structuur vereist. Het toepassen van afscheidende groenelementen, zoals bomen en haagbeplantingen, en waterpartijen dragen hieraan bij en zorgen voor een geleidelijke overgang tussen beide functies. Verkeer De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Hargalaan. Deze ontsluiting biedt een direct aansluiting op de hoofdwegenstructuur in Schiedam (Nieuwe Damlaan, Churchillweg) en Vlaardingen (Burgemeester Heusdenslaan) en de op- en afrit van de A20. De toename van het verkeer ten gevolge van het sportplaza en de verdere transformatie van het Harga-gebied leidt tot een toename van de verkeersintensiteit op de Hargalaan. Het uitgangspunt is dat dit niet mag leiden tot een beperking van de bereikbaarheid (voor hulpdiensten), opstoppingen en andere vormen van overlast. Door het omvormen van de kruising van de Hargalaan met de Olympiaweg naar een dubbelstrooks rotonde en de verkeerskundige maatregelen bij de toe- en afrit van de A20 (zie paragraaf Verkeer) wordt hier aan voldaan.

De centrale ligging van het sportplaza in het stedelijk gebied van Schiedam en Vlaardingen maakt dat deze zeer goed bereikbaar is met het openbaar vervoer en per fiets. Grote delen van beide steden, waaronder de beide centra, zijn binnen 10 á 15 minuten per fiets bereikbaar. Comfortabele fietspaden langs de Hargalaan, de Poldervaartroute en de Churchillweg sluiten aan op het regionale fietsnetwerk en geven een goede rechtstreekse ontsluiting van het gebied. Station Schiedam Nieuwland, met de bijbehorende bus- en tramhalte, bevindt zich op 5 tot 10 minuten lopen. De Hoekse Lijn wordt daarbij in 2017 omgebouwd naar een lightrailverbinding; een hoogfrequente verbinding met een directe aansluiting op de metro van Rotterdam en de Rotterdamse binnenstad. Via de overstap op station Schiedam Centrum is de locatie vanuit de hele zuidvleugel van de Randstad uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer. De voetgangersverbinding tussen het plangebied en het station zal verder worden versterkt. In het kader van het platform Beter Benutten Vervolg zijn voorstellen ingediend om het plangebied nog directer met station Schiedam Nieuwland te verbinden. De toe- en afvoer van goederen dient op het terrein plaats te vinden via een afzonderlijke route.

Deze route dient fysiek gescheiden te zijn van de routes voor bezoekersverkeer en -parkeren om onveilige en onoverzichtelijke situatie te voorkomen.

Parkeren De parkeerbehoefte ten gevolge van het project dient volledig te worden gerealiseerd binnen het plangebied, al dan niet in een gebouwde voorziening. Daarbij dient te worden voldaan aan de minimale parkeernormen welke gelden op grond van het gemeentelijk parkeerbeleid. Indien bij de uitwerking van het plan wordt gekozen voor het parkeren op maaiveld, dient de inrichting van het parkeerterrein zodanig te zijn dat er ruimte is voor groene afscheidende elementen tussen de parkeerstroken. Duurzaamheid Gestreefd wordt naar een duurzame ontwikkeling. De duurzaamheidsambities zijn breed, betreffen zowel de te bouwen gebouwen als de inrichting van het gebied en reiken verder dan wat wettelijk wordt voorgeschreven. De ambitie is te komen tot een energieneutrale ontwikkeling, waarmee vooruitgelopen wordt op Europese wetgeving welke voorschrijft dat vanaf 2020 energieneutraal gebouwd wordt. Het streven is een energieneutrale ontwikkeling, waarbij voor de gebouwen een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) geldt van 0,0. De nagestreefde EPC is lager dan de maximale EPC van 0,4 welke geldt op grond van het Bouwbesluit. Er zijn geen wettelijke mogelijkheden een EPC lager dan het Bouwbesluit verplicht te stellen. Daarom zal gekeken worden naar de mogelijkheden om in samenspraak met de ontwikkelaar deze EPC te realiseren.

Bijzondere aandacht heeft het onderzoeken van mogelijkheden voor warmte- en energievoorziening door middel van warmte-koudeopslag (WKO), HR-warmtekrachtkoppeling, zonneboilers en zonnestroom. Bouwmaterialen welke worden toegepast dienen een lange of bij de functie passende levensduur te hebben en zoveel mogelijk herbruikbaar of recyclebaar (cradle-to-cradle) te zijn, zoals bijvoorbeeld 'groene daken'. Uit de toegepaste bouwmaterialen mogen geen uitloogbare stoffen vrijkomen welke schadelijk zijn voor de mens en flora en fauna. Bij de inrichting van het gebied wordt gekeken naar de mogelijkheden het gebruik van (verhardings)materialen te beperken. Dit heeft enerzijds tot doel het groene karakter van het plangebied te behouden. Anderzijds draagt dit bij aan een goed functionerend watersysteem en het voorkomen van wateroverlast. De eisen met betrekking tot duurzaam bouwen hebben veelal geen ruimtelijke component, wat betekent dat deze duurzaamheidsaspecten niet via het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning (bouwen) kunnen worden afgedwongen. Het niet kunnen afdwingen van deze eisen maakt dat bij de ontwikkeling van het gebied in samenspraak met de ontwikkelaar gekeken dient te worden in hoeverre de gemeentelijke ambities kunnen worden gerealiseerd.

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten

6.1 Algemene juridische opzet In voorliggend bestemmingsplan wordt de planologisch-juridische basis gelegd voor de realisatie van Sportplaza Harga op het noordelijke deel van sportpark Harga. Het bestemmingsplan heeft een belangrijke functie als toetsingskader voor bouwaanvragen en het toekomstige gebruik van de gronden en gebouwen. Het plan is opgesteld op basis van de SVBP2012 en het IMRO 2012. Op de bijbehorende verbeelding (plankaart) is te zien waar en welke bestemmingen van toepassing zijn. Eveneens is op de verbeelding de exacte omvang en ligging van het plangebied vastgelegd. De regels behorende bij onderhavig bestemmingsplan zijn gebaseerd op standaardregels van de gemeente Schiedam. De standaardregels van de gemeente vormen de basis voor keuzes met betrekking tot gebruik van bestemmingen en aanduidingen in voorliggend bestemmingsplan. Wijzigingen ten opzichte van deze standaardregels vloeien voort uit bepaalde situaties die zich in het plangebied voordoen. Opbouw regels De regels zijn als volgt gestructureerd:  Hoofdstuk 1 van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de begripsbepalingen (artikel 1) waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd. In artikel 2 (wijze van meten) wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering (zoals goothoogte, bouwhoogte, inhoud en oppervlakte) in het plan gemeten moet worden.

 In hoofdstuk 2 zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Uitgangspunt is om ten minste de bestaande planologische situatie te bestemmen (zie paragraaf 6.2 en 6.3).  In hoofdstuk 3 staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, voor het hele plangebied gelden. Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken;  Hoofdstuk 4 van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling.

6.2 Bestemmingen 6.2.1 Gemengd De ontwikkelingslocatie Sportplaza Harga heeft de bestemming "Gemengd" gekregen. Binnen deze bestemming zijn volumineuze detailhandel, grootschalige detailhandel in sportartikelen Binnen deze bestemming zijn Daarnaast zijn binnen deze bestemming functies toegelaten samenhangend met de thema's sport, ontspanning en gezondheid (hotel, fysiotherapie, sportscholen e.d.) en bedrijfsmatige activiteiten tot en met milieucategorie 3.2 toegelaten..). De bestemming laat daarbij de ruimte het omliggende terrein in te richten ten behoeve ontsluitingswegen, bevoorradingsroutes, parkeervoorzieningen, groen en water.

6.2.2 Verkeer De bestemming "Verkeer" ziet op de hoofdverkeersstructuur (Hargalaan) en de aanliggende parkeervoorzieningen, wegen en paden. Voor de verkeersbestemming geldt dat binnen deze bestemming tevens groen en watervoorzieningen zijn toegelaten.

6.3 Dubbelbestemmingen 6.3.1 Leiding De dubbelbestemming "Leiding - Riool" is bedoeld om de aan de noordzijde van de Hargalaan gelegen rioolpersleiding te beschermen. Met de dubbelbestemming "Leiding - Water" wordt de aan de zuidzijde gelegen warmwaterleiding beschermd. De dubbelbestemmingen kennen beiden een bouwverbod voor het bouwen binnen 4,0 meter van de leidingen. Van dit verbod kan worden afgeweken indien de leidingbeheerder toestemming verleent. Voor het aanleggen van werken en werkzaamheden binnen deze dubbelbestemmingen is een omgevingsvergunning vereist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10494793/2