CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Sportplaza Harga wijzigingen t.o.v. eerder vastgestelde versie

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Herbevestigen vaststelling bestemmingsplan ‘Sportplaza Harga’23.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Sportplaza Harga

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding en uitgangspunten In 2010 werd met de vaststelling van het Tracébesluit A4 Delft-Schiedam duidelijk dat na jarenlange discussie de realisatie van de rijksweg A4 vanaf het Kethelplein in Schiedam naar Delft door zou gaan. De gemeente Schiedam heeft zich vanaf dat moment toegelegd op het streven naar een goede ruimtelijke inpassing van de weg op Schiedams grondgebied. De uitkomsten van het overleg over de ruimtelijke inpassing van de weg zijn opgenomen in de bestuurlijke overeenkomst 'Integrale ontwikkeling Delft Schiedam' (IODS). Het onderhandelingsresultaat behelst een pakket aan maatregelen en afspraken om de weg goed in te passen, extra voorzieningen te realiseren op het gebied van geluidswering, fietsverbindingen en sportfaciliteiten en ruimte in de stad te creëren voor nieuwe ontwikkelingen. Eén van de belangrijkste resultaten uit het IODS is de afspraak om door middel van dubbel grondgebruik het dak van de landtunnel en het gebied er omheen in te richten ten behoeve van sport en recreatie. De inrichting van het gebied ten behoeve van sport heeft tot gevolg dat, door verplaatsing van sportactiviteiten elders uit de stad naar het tunneltracé, grond binnen het bestaand stedelijke gebied van Schiedam vrijkomt voor andere ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze manier ontstaan ontwikkelingskansen waarvoor de ruimte tot voor kort leek te ontbreken.

Realisatie van de ambities uit de Stadsvisie Schiedam 2030, zoals de ontwikkeling van hoogwaardige sportvoorzieningen, het verder differentiëren in woonmilieus en het ondersteunen van de mogelijkheden voor sociale stijging binnen de stad komen daarmee binnen bereik. Ten behoeve van deze ontwikkelingen is in 2011 de nota 'Alles onder één dak' en in 2012 de ontwikkelvisie 'Schiedam in Beweging' vastgesteld. De ontwikkelvisie voorziet in het verplaatsen van verschillende sportverenigingen welke thans gebruik maken van sportpark Harga. De ruimte die vrijkomt zal worden herontwikkeld naar een gemengd gebied waar plaats is voor wonen, commerciële functies en sport. Dit bestemmingsplan voorziet in de transformatie van het noordelijke deel van sportpark Harga tot een sportplaza waar ruimte is voor commerciële functies rond het thema sport, gezondheid en ontspanning. De nadere uitgangspunten welke gelden voor deze locatie staan beschreven in hoofdstuk 5 van de toelichting.

1.21.2

Opnieuw vaststellen bestemmingsplan

Het bestemmingsplan Sportplaza Harga is op 26 januari 2016 reeds vastgesteld. Dit bestemmingsplan is slechts gedeeltelijk in werking getreden en is nog niet onherroepelijk. Reden hiervoor is de reactieve aanwijzing van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland en de navolgende gerechtelijke procedures bij de Raad van State. De reactieve aanwijzing had tot gevolg dat de bepalingen uit het bestemmingsplan die betrekking hadden op de vestiging van grootschalige detailhandel in sportartikelen (Decathlon) geen onderdeel meer uitmaakten van het bestemmingsplan. De Raad van State heeft op 28 oktober 2020 uitspraak gedaan inzake de ontwikkeling van grootschalige detailhandel in sportartikelen op Sportplaza Harga. Daarbij is geoordeeld dat de provincie, gelet op het provinciaal detailhandelsbeleid en de provinciale (omgevings)verordening medewerking heeft mogen weigeren aan de vestiging van grootschalige detailhandel in sportartikelen op Sportplaza Harga.

Hoewel het inhoudelijk oordeel van de Raad van State duidelijk is, zorgt de uitspraak in procedurele zin voor een bijzondere situatie. Deze bijzonderheid is gelegen in de eerdere, hiermee samenhangende, uitspraak van 27 maart 2019. In deze eerdere uitspraak heeft de Raad van State de reactieve aanwijzing van de provincie van 4 maart 2016 vernietigd omdat deze niet deugdelijk was gemotiveerd. De beide uitspraken in samenhang bekeken zouden tot gevolg hebben dat de bepalingen inzake de toelaatbaarheid van grootschalige detailhandel in sportartikelen alsnog onderdeel worden van het bestemmingsplan. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland zouden vervolgens beroep moeten instellen om de betreffende bepalingen alsnog te laten vernietigen. Gelet op het oordeel van de Raad van State van 28 oktober 2020, en het belang dat daarbij is gegeven aan het provinciaal detailhandelsbeleid, is er geen reden om te veronderstellen dat de Raad van State in een nieuwe beroepsprocedure anders zal oordelen. Om die reden is besloten het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen. In vergelijking tot de eerdere vaststelling van 26 januari 2016 zijn alle bepalingen en toelichtende teksten die betrekking hebben op de vestiging van grootschalige detailhandel in sportartikelen verwijderd uit het bestemmingsplan.

Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan daarmee in overeenstemming is gebracht met de versie van het bestemmingsplan zoals deze al sinds 2016, hoewel nog niet onherroepelijk, al in werking is getreden en op grond waarvan in 2018 een omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van een hotel op Sportplaza Harga.

1.3 Begrenzing plangebied Het plangebied is onderdeel van sportpark Harga en is gelegen aan de westzijde van Schiedam, ter hoogte van knooppunt Kethelplein (zie afbeelding 1). Het plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de aansluiting van de rijksweg A4 op de A20 en aan de oostzijde door de afrit SchiedamNoord. De watergang aan de zuidzijde van de Hargalaan vormt de zuidelijke begrenzing van het plangebied.

Afbeelding 1 - Begrenzing plangebied

1.34

Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied is momenteel één bestemmingsplan van kracht, welke met dit plan gedeeltelijk wordt herzien. Het betreft het bestemmingsplan Harga, met identificatienummer NL.IMRO.06060.BP0020, welke op 13 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Schiedam.

1.45

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan bestaat uit drie delen:  de toelichting: hierin worden de overwegingen beschreven die hebben geleid tot het geven van een bepaalde bestemming, evenals een uitleg van de gebruikte bestemmingen;  de regels: hierin wordt per bestemming een omschrijving gegeven van het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de in dit plan begrepen gronden, en;  een verbeelding, met daarop aangegeven de bestemmingen van alle gronden. De inhoud van de toelichting is als volgt opgebouwd:  Hoofdstuk 2 beschrijft de geschiedenis en de huidige situatie van het plangebied.  In hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies die relevant zijn voor het plangebied.  De gevolgen of effecten op de planologische en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 beschreven.  De uitgangspunten voor en de visie op het plangebied zijn beschreven in hoofdstuk 5. Op basis van verschillende aspecten wordt een beeld gevormd van herontwikkeling van het plangebied.  In hoofdstuk 6 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven.  Hoofdstuk 7 heeft betrekking op de economische uitvoerbaarheid van het plan.  Hoofdstuk 8 behandelt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.

Hoofdstuk 2 situatie

Beschrijving

bestaande

2.1 Ontstaansgeschiedenis De ontwikkeling van het plangebied wordt tot halverwege de twintigste eeuw bepaald door de polders rond de Poldervaart. Deze polders - Babberspolder en Hargpolder - behoorden tot de oude veenontginningen in dit gebied. Bestuurlijk kenden deze polders een zekere zelfstandigheid, maar zij waren ondergeschikt aan de zogenaamde ambachten, die zelf weer onderdeel vormden van het Hoogheemraadschap Delfland. De Babberspolder behoorde tot het Vlaardingerambacht, terwijl de Hargpolder tot het ambacht Kethel werd gerekend. De invloed van de stad op de polders bleef beperkt tot de uitoefening van rechten op basis van grondeigendom van burgers en stedelijke instellingen. Na 1795 werden de genoemde ambachten zelfstandige gemeenten. In 1941 werd het gehele grondgebied van de gemeente Kethel-Spaland door Schiedam geannexeerd. In dat jaar werd ook de Babberspolder verdeeld tussen de gemeenten Vlaardingen en Schiedam. Vanaf 1941 ligt het gehele plangebied binnen de grenzen van de gemeente Schiedam. De polders hadden een kenmerkend slagenlandschap van langgerekte wei- en hooilanden gescheiden door afwateringssloten. De boezems van de afzonderlijke polders waren van elkaar gescheiden door dijken, waarover de belangrijkste wegen en ontsluitingen van erven liepen. De spaarzame bebouwing in de polders lag aan deze dijken. Het waren voornamelijk boerderijen.

In de negentiende eeuw werden in de Hargpolder enkele nieuwe boerderijen gebouwd, zoal de buiten het plangebied gelegen boerderij Sportlaan 2. Na de Tweede Wereldoorlog vonden er grote wijzigingen plaats in het plangebied. De polders werden in het uitbreidingsplan van 1949 gereserveerd als groengebied rond de nieuw te ontwikkelen wijk in Nieuwland, waarbij de polders ten noorden van de spoorlijn werden gereserveerd voor een sportpark. Het sportpark werd sinds 1957 in fases aangelegd, naar plannen van de Dienst Gemeentewerken onder supervisie van de bekende tuinarchitect en landschapsontwerper J.J. Schipper en is sindsdien in gebruik genomen als verzamellocatie voor de verschillende Schiedamse sportverenigingen. In de loop der tijd is er een efficiënt verkaveld sportcomplex ontstaan, waarbij waterpartijen en bomenrijen de velden van de sportverenigingen van elkaar scheiden. Harga heeft het karakter van een bospark, waarbij sportvelden ingebed liggen tussen bosstroken en waterpartijen. De grootte van het aaneengesloten gebied maakt Harga bijzonder. Harga heeft een grote ecologische waarde; de bosplantsoenen zorgen voor een goede verbinding tussen de verschillende groengebieden.

Afbeelding 2 - Topografische kaart 1968 (bron: www.watwaswaar.nl)

2.2 Ruimtelijke en functionele beschrijving Het plangebied maakt onderdeel uit van een gebied welke sinds de jaren '50 van de vorige eeuw is ingericht en in gebruik is als sportpark. De gronden waarop het bestemmingsplan ziet werden als laatste in gebruik genomen voor sport. De gronden zijn thans in gebruik door hockeyvereniging 'Spirit' en korfbalvereniging 'SSC Harga'. Deze sportverenigingen zullen in het kader van het project 'Schiedam in Beweging' worden verplaatst naar de nieuwe sportlocaties. De openbare ruimte van Harga heeft een overwegend parkachtig karakter, met hier en daar doorzichten naar de sportvelden. De verkeersstructuur is grotendeels hiërarchisch, met een hoofdontsluitingsweg (Hargalaan) en een rondweg (Olympiaweg) met aan weerszijden parkeervoorzieningen. De sportvelden zijn omzoomd met hoge beplanting en grotendeels door water omsloten waardoor deze niet openbaar toegankelijk zijn. De architectonische ontwerpen van de sportaccommodaties zijn van een standaardniveau. De huidige sportvelden en gebouwde voorzieningen van Harga zijn voor een groot deel nog oorspronkelijk.

Afbeelding 3 - Luchtfoto Harga-Noord

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van het relevante ruimtelijk beleid voor het voorliggende bestemmingsplan op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Per beleidsstuk is aangegeven in hoeverre deze haar doorwerking heeft in het voorliggende bestemmingsplan.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie vervangt verschillende nota's, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit, en schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt is de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over te laten aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'), minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. De nationale belangen die worden benoemd betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Schiedam maakt onderdeel uit van de regio Zuidvleugel. De structuurvisie zet voor wat betreft deze regio, en voor zover van belang voor Schiedam, in op het verbeteren van het vestigingsklimaat door het optimaal benutten en verbeteren van de bereikbaarheid, mede door het ontwikkelen van een efficiënt multimodaal logistiek netwerk, het borgen van de waterveiligheid en het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk.

Voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren is het nodig om te beschikken over een voldoende voorraad (kwalitatief en kwantitatief) aan woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen. Ook natuur, hoogwaardige landschappen en recreatieve voorzieningen horen daarbij. De structuurvisie gaat uit van het vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen. Een dergelijke wijze van programmeren is vereist om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en om krimpregio’s leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beiden te bereiken is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening op grond waarvan bij ruimtelijke besluiten gemotiveerd moet worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik (zie paragraaf Duurzame verstedelijking).

3.1.2 AMvB Ruimte De nationale belangen uit de structuurvisie die juridisch borging vragen zijn opgenomen in de AMvB Ruimte; het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is laatst gewijzigd op 1 juli 2014. Een aantal rijksbelangen wordt met dit besluit geborgd in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen van overheden. Onderwerpen die aan bod komen zijn: rijksvaarwegen, de mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, defensie, hoofdwegen, landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen, primaire waterkeringen en de ecologische hoofdstructuur. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de rijksweg A20, ter hoogte van knooppunt Kethelplein. De locatie is niet aangewezen als een reserveringsgebied voor de verbreding van bestaande hoofdwegen. Geen van de andere rijksbelangen zijn van toepassing op deze locatie. Het bestemmingsplan is daardoor in overeenstemming met het bepaalde in het Barro.

3.1.3 Sport en Bewegen in Olympisch perspectief Het sport- en beweegbeleid van de Rijksoverheid is verwoord in de Beleidsbrief Sport: 'Sport en Bewegen in Olympisch perspectief' (2011). De rijksoverheid hecht veel waarde aan sport en bewegen als basis voor een gezonde en actieve leefstijl, waarbij de keuzevrijheid en veiligheid van mensen voorop staat. Het nationale sportbeleid heeft daarom een sportieve samenleving tot doel, waarbij iedereen, jong of oud, met of zonder beperking, veilig kan sporten en bewegen in de eigen buurt. Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en leidt tot diverse positieve gezondheidseffecten. Om te bereiken dat het lokale sport- en beweegaanbod aansluit op de vraag van bewoners is het belangrijk dat er lokaal slimme verbindingen gelegd worden tussen onder andere sport, school, zorg, welzijn en het bedrijfsleven en dat een beweegvriendelijke woon- en leefomgeving wordt gerealiseerd.

3.2 Provinciaal en Regionaal beleid 3.2.1 Provinciale structuurvisie 'Visie op Zuid-Holland' Op basis van de Wet ruimtelijke ordening moeten gemeenten, provincies en Rijk hun beleid neerleggen in één of meer structuurvisies. De provincie Zuid-Holland heeft op 9 juli 2014 voor de gehele provincie de structuurvisie 'Ruimte en Mobiliteit' vastgesteld. De structuurvisie gaat uit van structurele, maar ook onzekere, veranderingen in de samenleving, economie en het milieu. Veranderingen die er toe leiden dat de voorspelbaarheid van ontwikkelingen vermindert. Binnen dit dynamische speelveld zet de provincie in op het beter benutten en verder opwaarderen van bovenlokale netwerken, landschapsstructuren en verstedelijkingspatronen. De behoefte van de gebruikers staat daarbij centraal; het aanbod moet zijn afgestemd op hun vraag. Vier rode draden geven richting aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie: beter benutten en opwaarderen van wat er is, vergroten van de agglomeratiekracht, verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. Voor de bebouwde ruimte streeft de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied, met een inzet op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.

3.2.2 Notitie detailhandel Zuid-Holland In 2012 heeft de provincie Zuid-Holland de notitie 'Detailhandel in Zuid-Holland' vastgesteld, welke is opgenomen in de provinciale structuurvisie. Het provinciaal beleid is er op gericht om de hoofdstructuur (hoofd- en ondersteunende centra, aangevuld met de belangrijkste clusters van perifere detailhandel) zoveel mogelijk te versterken, zonder de dynamiek in de sector te willen verminderen. Het beleid ten aanzien van perifere detailhandel blijft restrictief en beperkt tot een aantal in de verordening aangewezen locaties. De sturing wordt wel losgelaten ten aanzien van de vestiging van detailhandel in auto’s, boten, caravans, motoren, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano’s, surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen en brand- en explosiegevaarlijke goederen, aangezien deze branches de detailhandelsstructuur niet versterken en zelden voorkomen op locaties voor de vestiging van perifere detailhandel. Voor themagerichte detailhandel wordt ruimte geboden.

3.2.3 Provinciale verordening Ruimte Samen met de structuurvisie is de verordening 'Ruimte' vastgesteld. In deze verordening vindt een juridische vertaling plaats van het beleid uit de structuurvisie. De verordening stelt daarbij regels met betrekking tot belangrijke ruimtelijke elementen die een doorwerking hebben in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet in de transformatie binnen de bebouwingscontour van een gedeelte van het stedelijk gebied van Schiedam. Het bestemmingsplan laat onder andere bedrijven en grootschalige detailhandel toe. De provinciale verordening is voor wat betreft de onderwerpen detailhandel enhet onderwerp bedrijven van toepassing op dit bestemmingsplan. Ten aanzien van de overige ontwikkelingen welke dit bestemmingsplan mogelijk maakt worden in de provinciale verordening geen regels gesteld.

Detailhandel Nieuwe detailhandel moet op grond van artikel 2.1.4, eerste lid van de verordening gevestigd worden binnen of direct aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken. Bij Kroonbesluit van 21 november 2015 (Staatsblad 2015/454, d.d. 2 december 2015) is de uitzonderingsregel in het derde lid van dit artikel geschorst. De Kroon heeft geoordeeld dat het limitatieve karakter van de uitzonderingsregel zich niet verdraagt met een goede ruimtelijke ordening en er twijfel is of de hieruit voortvloeiende vestigingsbeperkingen kunnen worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang en of, indien dit zo is, de beperkingen in concrete gevallen geschikt, evenredig en noodzakelijk zijn. In dat kader wordt ook verwezen naar de van toepassing zijnde Europese regelgeving. Naar aanleiding hiervan heeft de Kroon een voorziening getroffen, welke in de plaats treedt van de uitzonderingsregel.

Op grond hiervan is de het bepaalde met betrekking tot de vestiging van detailhandel in de centra is niet van toepassing op: detailhandel in auto’s, boten, caravans, motoren, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano’s surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen en brand- en explosiegevaarlijke goederen en detailhandel die zich uit oogpunt van ruimtelijke ordening niet onderscheidt van de hiervoor genoemde detailhandel. Met het bestemmingsplan wordt in de eerste plaats ruimte geboden aan de op grond van de provinciale verordening expliciet toegelaten vormen van volumineuze detailhandel (auto’s, boten, caravans, motoren, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano’s, surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen). Het bestemmingsplan is in zoverre in overeenstemming met de uitzonderingsregel in artikel 2.1.4, derde lid van de verordening. Aanvullend biedt het bestemmingsplan de ruimte voor de vestiging van één grootschalig sportdetailhandelsbedrijf (meer dan 5.000 m² bvo) op een perifere locatie, buiten de bestaande winkelgebieden of een locatie voor een nieuw regionaal winkelcentra.

De grote omvang van het detailhandelsbedrijf, in samenhang met de op grond van de planregels geldende vereiste tot het aanwezig hebben van (inpandige) try & buy-voorzieningen en de grote verkeersaantrekkende werking maakt dat dergelijke detailhandel een vergelijkbare ruimtelijke uitstraling heeft als de eerder in artikel 2..4, derde lid van de verordening genoemde vormen van detailhandel. Verwezen wordt naar de bijgevoegde rapportage 'Ruimtelijke effecten grootschalige detailhandel in sport'.Gelet op het feit dat sprake is van een vergelijkbare ruimtelijke uitstraling wordt voor wat betreft de toegelaten grootschalige detailhandel in sportartikelelen eveneens voldaan aan de provinciale verordening zoals deze luidt na het Kroonbesluit van 21 november 2015. Aanvullend wordt ook verwezen naar de overwegingen met betrekking tot de ruimtelijke effecten van vestiging van sportdetailhandel binnen het plangebied. Bedrijven Het plangebied biedt ruimte voor de vestiging van bedrijven. Op grond van artikel 2.1.3, eerste lid van de verordening moet een bestemmingsplan bedrijven toelaten uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving van het bedrijventerrein.

Bij het bepalen van de hoogst toegelaten milieucategorieën is in het bestemmingsplan rekening gehouden met de richtafstanden op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', de beoogde ontwikkeling van het plangebied en de voorziene woningbouw aan de zuidzijde. Op grond van deze uitgangspunten zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2 toegelaten. In overeenstemming met de uitzonderingsregel in artikel 2.1.2, tweede lid, onder d van de verordening zijn daarbij bedrijfsgebonden kantoren toegelaten tot 50% van de bruto vloeroppervlakte van een bedrijf.

3.2.4 Ruimtelijk Plan Regio Rotterdam 2020

Het Ruimtelijk Plan Regio Rotterdam 2020 (RR2020) is in oktober 2005 vastgesteld als streekplan door de provincie Zuid-Holland en als regionaal structuurplan voor de Stadsregio Rotterdam. De streekplanfunctie is vanwege de provinciale structuurvisie inmiddels vervallen, maar RR2020 geldt nog steeds als regionaal structuurplan. Het plan bestrijkt het grondgebied van alle bij de stadsregio Rotterdam aangesloten gemeenten en is bedoeld voor een periode van vijftien jaar (2005-2020). De kern van de RR2020 zit in de balans tussen verstedelijking en de kwaliteit van de leefomgeving. Het RR2020 benoemt een tiental ontwikkelingsopgaven voor de regio Rijnmond, zoals het versterken van de diversiteit op de binnenflank van de Randstad. De ontwikkelingsopgaven zijn uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. Deze betreft diverse projecten en programma's, zoals het Integraal Ontwikkelingsplan Delft-Schiedam (IODS) welke betrekking heeft op de aanleg van de A4 DelftSchiedam in relatie tot landschapsontwikkeling in Midden-Delfland en herstructurering van het omliggende stedelijk gebied van Vlaardingen en Schiedam. De ontwikkeling van het plangebied maakt onderdeel uit van het IODS. Het RR2020 zet voorts in op het situeren van voorzieningen welke te groot zijn voor de binnensteden nabij knooppunten of andere goed bereikbare plaatsen langs snelwegen.

De ontwikkeling van het plangebied voldoet, gelet op de ligging in de 'oksel' van twee snelwegen, aan deze voorwaarde.

3.2.5 Beleid Detailhandelsstructuur 2012 Het Algemeen Bestuur van de Stadsregio Rotterdam heeft op 4 juli 2012 het Beleid Detailhandelsstructuur 2012 vastgesteld. De stadsregio is gebaat bij het ontwikkelen van verschillende, elkaar aanvullende winkelgebieden met een eigen identiteit. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel mogen niet ten koste gaan van de bestaande perspectiefrijke winkelgebieden. Het is daarbij niet wenselijk dat nieuwe perifere detailhandelsconcentraties ontwikkeld worden. De vestiging van supergrootschalige, solitaire detailhandel (meer dan 10.000 m² bvo) met een bovenregionaal verzorgingsgebied is mogelijk op goed ontsloten locaties, mits dit niet leidt tot het ontstaan van een nieuw detailhandelscluster. Tevens kan een uitzondering worden gemaakt voor bijzondere thema’s en concepten die momenteel nog niet in de regio gevestigd zijn.

De Stadsregio Rotterdam heeft op 2 april 2014 positief geadviseerd ten aanzien van het Sportplaza Schiedam en de daar onderdeel van uit makende detailhandel. Geoordeeld is dat sprake is van een bijzonder concept dat nog niet aanwezig is in de regio. Daarbij is overwogen dat de detailhandel zich bevindt in het ontbrekende grootschalige budget sportsegment, vestiging binnen de bestaande winkelgebieden praktisch niet haalbaar is, er geen voor de hand liggende alternatieven zijn binnen de bestaande structuur en een ontwrichtende werking op de regionale detailhandelsstructuur niet aannemelijk is.

3.3 Gemeentelijk/lokaal beleid 3.3.1 Stadsvisie Op 28 september 2009 heeft de raad de “Stadsvisie Schiedam 2030” vastgesteld. Deze Stadsvisie geldt als een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De Stadsvisie is tot stand gekomen in samenspraak met veel partijen uit de stad. In dit kader is van december 2008 tot en met april 2009 een interactief traject uitgevoerd met een grote betrokkenheid van burgers, partners, ondernemers en raadsleden. De uitkomsten van dit traject zijn opgenomen in de Stadsvisie. De ontwikkeling van het plangebied, in samenhang met de herontwikkeling van de sportterreinen in Schiedam, is een realistisch scenario geworden na vaststelling van het tracébesluit A4 Delft-Schiedam. Dit besluit biedt de mogelijkheid de bestaande sportvelden te verschuiven naar het gebied boven en aansluitend op het tracé van de A4, waarna de vrijgevallen sportlocaties kunnen worden herontwikkeld ten behoeve van andere stedelijke functies. Het tracébesluit is genomen na vaststelling van de Stadsvisie, waardoor deze herontwikkeling niet specifiek wordt benoemd in de Stadsvisie. In de Stadsvisie wordt het Harga-gebied benoemd als ontwikkelingslocatie. Het sportpark dient te worden opgewaardeerd tot een moderne, multifunctionele voorziening, waarbij een meerwaarde wordt gezocht met andere functies.

De ontwikkelvisie voor Harga voorziet in het opwaarderen van de sportvoorzieningen, het realiseren van een commerciële functie welke qua assortiment daar op aansluit en de transformatie van het overige gebied naar wonen. Daarmee wordt aangesloten op de uitgangspunten uit de Stadsvisie inzake het differentiëren van het woonmilieu, versterken van de lokale economie en het moderniseren van de sportterreinen. In 2012 is de ontwikkelvisie 'Schiedam in Beweging' vastgesteld als aanvulling op de Stadsvisie.

3.3.2 Integrale Ontwikkeling Delft-Schiedam (IODS) Op 2 september 2010 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, een Tracébesluit genomen voor de aanleg van de rijksweg A4 van Schiedam naar Delft. Op dezelfde datum is door de verschillende betrokken besturen de bestuurlijke overeenkomst 'Integrale Ontwikkeling Delft - Schiedam' (IODS) ondertekend. In het IODS zijn de uitkomsten van het bestuurlijk overleg over de ruimtelijke inpassing van de rijksweg A4 opgenomen. Het onderhandelingsresultaat behelst een pakket aan maatregelen en afspraken om de weg goed in te passen, extra voorzieningen te realiseren op het gebied van geluidswering, fietsverbindingen en sportfaciliteiten en ruimte in de stad te creëren voor nieuwe ontwikkelingen. In het IODS is onder andere bepaald dat de minister zorg draagt voor de aanleg en financiering van aanvullende geluidsschermen langs de A4 en A20 ter plaatse van het Harga-gebied. Deze geluidsschermen bieden samen met het project Park A4 de basis voor de herontwikkeling van het Harga-gebied ten behoeve van het wonen en commerciële functies.

3.3.3 Schiedam in beweging

In 2012 is de ontwikkelvisie 'Schiedam in Beweging' vastgesteld. De visie vormt een integrale aanpak op grond waarvan een drietal moderne, optimaal gebruikte, multifunctionele en goed over de stad verspreide en bereikbare sportparken worden gerealiseerd, de vrijgespeelde locaties worden hergebruikt voor het realiseren van nieuwe woonmilieus en een kwaliteitsimpuls kan worden gegeven aan de 'Groene Long' (zie paragraaf 5.2). De ontwikkelvisie is verder uitgewerkt in de visie 'Schiedam in Beweging, fase 1'. De eerste fase van de ontwikkelvisie omvat de verplaatsing van de hondensport, het realiseren van een nieuwe hockeyaccommodatie op Harga-Noord, woningbouw op sportpark Kethel, een commerciële ontwikkeling op Harga-Noord en het realiseren van het Park A4.

3.3.4 Detailhandelsnota In 2009 is de 'Detailhandelsnota 2010-2020' vastgesteld. De nota tracht door middel van een onderlinge afstemming tussen de winkelgebieden en geplande ontwikkeling een sterk detailhandelsapparaat op te bouwen. Doel is te komen tot een evenwichtige en duurzame voorzieningenstructuur voor de consument waarin de markt met vertrouwen durft te investeren. Het beleid is er op gericht de verzorgingspositie van de binnenstad te verstevigen en te komen tot complementaire en sterke winkelgebieden. De wens tot een fijnmazige wijkwinkelstructuur dicht bij bewoners kan daarbij op gespannen voet staan met de noodzakelijke schaalvergroting van winkelvoorzieningen. Er dient daarom gezocht te worden naar een goede balans tussen de nabijheid en vitaliteit van winkelvoorzieningen. Het huidige aanbod in volumineuze detailhandel in de periferie bestaat uit enkele bouwmarkten en (kleine) woninginrichtingszaken. Dit aanbod is relatief beperkt en niet geclusterd en gaf geen aanleiding om dit aanbod substantieel uit te breiden. Het beleid biedt ruimte voor bijzondere thema’s en concepten die momenteel nog niet aanwezig zijn.

3.3.5 Nota Bedrijventerreinen In 2009 is de Nota Bedrijventerreinen vastgesteld. De nota heeft een focus tot 2020. Uitgangspunt van de nota is het optimaliseren van de werkgelegenheid, onder andere door het vinden van uitbreidingsruimte voor en nieuwvestiging van (hoogwaardige) bedrijven, welke uit het oogpunt van milieu in te passen zijn in de stedelijke omgeving. Een doel om dit uitgangspunt te bereiken is het intensiveren van het gebruik van de bestaande bedrijventerreinen door verdichting. De ambitie van de gemeente is in de markt een nadrukkelijk profiel te verwerven als goede vestigingsplaats voor hoogwaardige bedrijven ('hogergeschoolde ambachtelijke maakindustrie'). De nota is vastgesteld voor de besluitvorming over de aanleg van de rijksweg A4 Delft-Schiedam definitief was. Om deze reden is in de nota slechts de potentie van Harga benoemd; De potentie om zich te ontwikkelen tot een aantrekkelijke hoogwaardige vestigingsplaats, met ruimte voor hoog opgeleide arbeidsplaatsen op een multimodaal ontsloten locatie. Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de ontwikkelpotentie van deze locatie.

3.3.6 Schiedams horecabeleid In juli 2013 is de 'Nota Horecabeleid Schiedam 2013-2017' vastgesteld. Het uitgangspunt van deze nota is om horecaondernemers zoveel mogelijk ruimte te bieden om hun activiteiten te ontplooien. Zeker nu het economische klimaat minder goed is, wil de gemeente er alles aan doen om horecaondernemers te faciliteren. Waar het kan, zijn er ruimere mogelijkheden en minder regels. Dit draagt bij aan het algemeen streven om een boeiende en bloeiende horeca in Schiedam te hebben, die gericht is op zowel de inwoners van Schiedam als op bezoekers van de stad, en zowel overdag als 's avonds. Dit streven wordt gespecificeerd door in te zetten op diversiteit in soorten horeca, versteviging van het imago van Schiedam als horecastad van formaat en het bevorderen van de 'unique selling points' van Schiedam, zoals het historische centrum

De planlocatie Sportplaza Harga wordt specifiek benoemd in het Schiedams horecabeleid. Een nieuwe internationale noord-zuid verbindingsroute langs / door Schiedam ontstaat door de aanleg van de A4 Delft-Schiedam. Dit biedt ruimte voor nieuwe grootschalige stedelijke ontwikkelingen en heeft tot gevolg dat rondom de Schiedamse afritten van de A4 (Vijfsluizen en Harga-Noord) een aantrekkelijk vestigingsgebied voor horecabedrijven als wegrestaurants, fast foodrestaurants en hotels ontstaat. Daarnaast ontstaat ruimte voor ondersteunende horeca bij de commerciële invulling van Harga-Noord.

3.3.7 Hotelbeleid Schiedam In het Hotelbeleid Schiedam (juni 2008) zijn de beleidsdoelen met betrekking tot de hotelsector opgenomen. In de nota is op basis van een marktanalyse gekeken naar de vooruitzichten voor de hotelsector. Het gemeentelijk hotelbeleid is afgestemd op deze vooruitzichten. Bij de marktanalyse is niet alleen gekeken naar de lokale hotelsector, maar is op regionale schaal gekeken naar het aanbod en ontwikkelingen. Reden hiervoor is dat de lokale verblijfsmarkt niet los kan worden gezien van de regionale verblijfsmarkt. De hotelsector in Schiedam is beperkt (169 kamers in 3 hotelbedrijven) en de groei van het aanbod is achtergebleven bij de regionale en landelijke aanbodontwikkeling. Het totaal aantal overnachtingen bestaat, mede ten gevolge van de goede bereikbaarheid, hoofdzakelijk uit zakelijke overnachtingen. De toeristische markt is in Schiedam nog in opbouw en wordt voor het merendeel gerealiseerd door gasten van de Thermen Holiday sauna. Het aanbod aan hotelkamers is ten opzichte van de vaststelling van het beleid gedaald naar 134 kamers in één hotelbedrijf. De omliggende gemeenten (Rotterdam en Vlaardingen) vertoonden in deze periode een toename van het aantal hotelkamers en -bedrijven (Feiten & Cijfers, Kenniscentrum Horeca, 2014).

Kansen worden gezien voor hotels ten behoeve van overnachtingen ('weekendje Schiedam'), extended stay samenhangend met arbeiders in de haven en transit-overnachtingen in verband de goede ligging en bereikbaarheid van Schiedam. Gelet op de markt en de kansen bestaat ruimte voor een selectief uitbreidingsbeleid waarbij ruimte is voor 80 tot 100 extra hotelkamers, naast de harde plannen voor een hotel op Schieveste en de Monopole. Aanvullend zijn er mogelijkheden afhankelijk van de bovenlokale zakelijke markt.

3.3.8 Sportbeleid gemeente Schiedam In 2009 is het gemeentelijk sportbeleid 'Een leven lang sporten en bewegen!' vastgesteld. De missie van het Schiedamse sportbeleid luidt: 'In Schiedam is, door een intensieve samenwerking met alle partijen, voor elke Schiedammer een passend sportaanbod gecreëerd, zodat iedereen een leven lang kan sporten en bewegen!'. Doel van het beleid is een passend en bereikbaar sportaanbod voor elke levensfase.

Sport wordt steeds belangrijker voor de samenleving. Voor veel mensen vormt het een doel op zich, het is leuk, bezorgt plezier en geeft ontspanning. Daarnaast komt de aandacht meer te liggen bij de inzet van sport als middel voor het realiseren van doelen op sociaal-maatschappelijke terreinen, zoals het lokale gezondheids-, jeugd- en welzijnsbeleid. Zo draagt sporten en bewegen bij aan een betere fysieke gesteldheid, blijven oudere mensen langer vitaal en lopen kinderen die geregeld sporten en bewegen minder risico op overgewicht. Samen sporten en bewegen leidt tot ontmoeting en maatschappelijke participatie en faciliteert sociaal contact. Het sportbeleid is daarmee niet langer gericht op één doel, maar vormt een integraal beleid waarbij veel aandacht is voor sport als middel in het kader van een breder welzijnsbeleid. Daarnaast ontstaat, door het integrale karakter van sportbeleid, in toenemende mate de mogelijkheid dat private en andersoortige partijen een bijdrage leveren aan de implementatie en realisatie van sportbeleid. Het beleid zet, gelet hierop, sterk in op het bevorderen van de sportdeelname, onder andere door het verder uitbouwen van het aantal kennismakingsmomenten met sport op school en in de buurt, in samenwerking met sportverenigingen en andere partners die actief zijn op het terrein van sport en bewegen.

3.3.9 Groenblauwe Structuurvisie Op 27 januari 2015 is de Groenblauwe structuurvisie vastgesteld. Daarin wordt een visie gegeven op het toewerken van het toekomstige groenblauwe netwerk naar sfeer, gebruik, status en toekomstwaarde en de relaties tussen de verschillende onderdelen van het groenblauwe netwerk. De groenblauwe structuurvisie heeft de status van een structuurvisie conform de Wet ruimtelijke ordening. De visie beschrijft in hoofdlijnen een groenblauwe structuur die opgebouwd is uit drie grootheden. Twee sterke eigen identiteiten met hun eigen invloeden en sferen, namelijk de wereld rond de rivier en het landschap van Midden-Delfland. De verbindende factor tussen deze twee werelden is het landschap in de Poldervaartpolder, welke gekenmerkt wordt door een sterk centraal element, de naamdrager van de polder: de Poldervaart. Dit geeft een ultieme afwisseling van groenblauwe gebieden en sferen die in zijn totaal een perfecte basis vormt voor een grootschalige, robuuste groenblauwe structuur voor de stad. Hier ligt een fijnmaziger netwerk van groen- en blauwstructuren overheen welke deze grootheden verbindt met aanpalende wijken en de binnenstad. De visie is verder uitgebouwd op basis van ruimtelijke kenmerken. De verschillende lagen hebben een sterke overlap met elkaar en zorgen zo voor een integrale groenblauwe structuur.

Voor wat betreft het plangebied en de directe omgeving daarvan is het versterken van de groenstructuur een aandachtspunt. Het gaat dan met name om de aanwezige groenstructuur langs de Hargalaan.

3.3.10

Hoogbouwvisie

De Hoogbouwvisie is in 2008 opgesteld om de vraag naar hoogbouw te structureren. Er is een drietal opgaven te onderscheiden: de eigen identiteit van Schiedam versterken, Schiedam in een dynamisch evenwicht en groenblauwe slinger van Midden Delfland naar de Nieuwe Maas. In de hoogbouwvisie is een onderscheid gemaakt naar drie categorieën: samenhang (hier is de hoogte van de hoogbouw niet hoger dan 5/3 van de gemiddelde hoogte), onderscheid (de hoogte ligt tussen 5/3 en 8/3 van de gemiddelde hoogte) en overstijging (de hoogte is meer dan 8/3 van de gemiddelde hoogte). Schiedam is gelegen langs de A4 en de A20. Het is opvallend dat langs deze snelwegen niet of nauwelijks gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid Schiedam aan de buitenwereld te presenteren. Bijna de gehele route is omzoomd met bossages, die het zicht op de stad wegnemen. Met name rond de afslagen ligt een kans als stad om de goede bereikbaarheid en ontsluiting per auto te combineren met de opgave voor nieuwe locaties, op een schaal waar hoogbouw deze identiteit en imago voor de stad kan meegeven. Bewust is alleen voor de afslagen gekozen. Het volledig vol bouwen van terreinen langs de snelwegen ontneemt juist het zicht op de andere kwaliteiten van de stad.

3.3.11

Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan

Het Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan 2011-2020 "Schiedam duurzaam bereikbaar" (GVVP) is in 2011 vastgesteld. In het GVVP wordt beschreven op welke wijze de gemeente zich de komende jaren wil inzetten om haar strategische positie in de Zuidvleugel van de Randstad te behouden en te versterken en hoe het lokale bereikbaarheidsbeleid wordt vormgegeven om bij te dragen aan een vitale stad, waar het goed leven is. Gekozen is voor duurzame bereikbaarheid, goed voor mens, economie en milieu en voor langere tijd een oplossing biedend. Voor het gebied Harga Noord staat een goede bereikbaarheid over de weg centraal. Dit geldt niet alleen voor bereikbaarheid per auto maar ook per fiets en met het openbaar vervoer. Voorts wordt in het GVVP aangegeven dat bij een bedrijventerrein het parkeren op eigen terrein moet gebeuren zodat er geen belasting in het openbaar gebied is.

3.3.12

Milieubeleidsplan

Op basis van het gemeentelijk milieubeleid wordt gestreefd naar het beperken van de milieuhinder en het verkleinen van de 'milieuruimte' in de stad. De ambities is daarbij om:  de in gang gezette milieuverbeteringen minimaal vast te houden, maar liever nog te versterken;

een goede balans te vinden en vast te houden tussen verstedelijking en de kwaliteit van de leefomgeving, leefbaarheid en duurzaamheid.

Bij de uitwerking van het milieubeleid worden leefbaarheid (gericht op de directe leefomgeving, lokaal), duurzaamheid (gericht op de wereld, mondiaal) en cradle-to-cradle (alle gebruikte materialen kunnen na hun leven in het ene product nuttig worden ingezet in een ander product) als leidende principes gehanteerd. Deze principes worden toegepast bij de ontwikkeling van het plangebied.

Hoofdstuk 4 Planologische milieutechnische randvoorwaarden

en

Het al dan niet voldoen aan verschillende planologische en milieutechnische randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan getoetst op planologische en milieutechnische randvoorwaarden. Het bestemmingsplan biedt flexibiliteit bij de ontwikkeling van het gebied. Bij het bepalen van de ruimtelijke effecten (geluid, luchtkwaliteit en verkeer) is daarom uitgegaan van een maximale invulling van de planmogelijkheden. Gezien de verwachte bezoekersaantallen en verkeersstromen wordt de ontwikkeling van grootschalige detailhandel op deze locatie beschouwd als de maximale invulling (worst case) van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

4.1 Waterparagraaf Ten behoeve van de uitvoering van de wettelijk verplichte watertoets is voor dit bestemmingsplan een waterparagraaf opgesteld. De volledige waterparagraaf "Bestemmingsplan Harga Noord" is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. In deze waterparagraaf wordt stilgestaan bij de belangrijkste aspecten met betrekking tot de waterhuishouding. Het doel van de waterparagraaf is het vastleggen en behouden van de watergerelateerde functies in het bestemmingsplan. Daarnaast wordt stilgestaan bij randvoorwaarden die gelden voor toekomstige ontwikkelingen. Hierbij wordt onder andere aandacht geschonken aan de waterkwantiteit, waterkwaliteit, riolering en veiligheid. Voldaan wordt aan de vereisten met betrekking tot de waterhuishouding. Geconcludeerd is dat:  de Gemeente Schiedam voor de aanleg van Sportplaza Harga een regelbare stuw zal realiseren bij het uitstroompunt van het plangebied Harga.  bij de aanleg van Sportplaza Harga zal ten behoeve van deze ontwikkeling in totaal minimaal 1.764 m³ aan waterberging gerealiseerd worden binnen peilgebied I van de Poldervaartpolder.  de waterkwaliteit in het plangebied voldoende zal zijn en zal voldoen aan streefbeeld Stedelijk Nieuw en viswatertype snoek-blankvoorn.

 de riolering in het gebied als gescheiden stelsel zal worden aangebracht waarbij zal worden voldaan aan de doelstelling vanuit het beleid om deze zoveel mogelijk te scheiden door schoon verhard oppervlak af te koppelen van de riolering.  de veiligheid tegen overstromingen bij de ontwikkeling geen issue is.

4.2 Bodem Het plangebied Harga Noord maakt oorspronkelijk deel uit van de Babberspolder en de Hargpolder. Het plangebied is in de jaren vijftig voor het eerst ontwikkeld en bestaat sinds die tijd hoofdzakelijk uit sportvelden en volkstuintjes. Zowel de boven- als ondergrond bestaat hoofdzakelijk uit zandige grond. De bodem is niet of nauwelijks opgehoogd met grond of zand van elders. Mogelijk zijn wel een aantal watergangen gedempt.

Met het oog op de voorgenomen herontwikkeling van het gebied, is onderzoek gedaan naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het plangebied (Verkennend bodemonderzoek Sportpark Harga te Schiedam, Mos Grondmechanica B.V. kenmerk R1203357-RH_3, d.d. 27 november 2012). Uit het onderzoek blijkt dat de bodem licht verontreinigd is met kobalt, nikkel, zink, PAK en PCB's en niet is verontreinigd met de overige stoffen waarop is onderzocht. Deze mate van verontreiniging komt overeen met de verwachte kwaliteit van de bodem zoals vastgelegd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. Het grondwater is eveneens licht verontreinigd met een aantal stoffen (barium, nikkel, zink, xylenen, en kobalt). Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen verkregen van de aanwezigheid van een geval van bodemverontreiniging, bijvoorbeeld veroorzaakt door (voormalige) bodembedreigende activiteiten/verontreinigende bronnen. Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid en kwaliteit van het materiaal waarmee watergangen in het verleden zijn gedempt dient nog te worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag Wet bodembescherming heeft onder dit voorbehoud vooralsnog op basis van bovengenoemde rapportage en resultaten geoordeeld dat de mate van verontreiniging in grond en grondwater geen belemmering vormt voor het beoogde grondgebruik.

Slib in watergangen die verdwijnen of verhardingslagen in of op de bodem die hun functie verliezen of reeds verloren hebben dienen voorafgaand aan de herontwikkeling te worden verwijderd. Het uitgevoerde bodemonderzoek biedt op voorhand onvoldoende inzicht in de milieuhygiënisch kwaliteit van aanwezig slib of aanwezige verhardingslagen. Gebiedseigen grond die vrijkomt bij graafwerk, kan binnen het plangebied vrij worden hergebruikt. Mocht tijdens graafwerk toch onverwacht (zintuiglijk) verontreinigde grond worden aangetroffen dan dient dit te worden gemeld bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag bepaalt in dat geval of, en zo ja welke, maatregelen er dienen te worden genomen. Bij het voornemen om grond toe te passen van elders dient deze te voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse voor volkstuinen en kinderspeelplaatsen. Voor dit bodemgebruik zijn in de Nota bodembeheer lokale maximale waarden vastgesteld.

4.3 Flora en fauna Op 1 april 2002 is de Flora- en faunawet in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van plant- en diersoorten te bewerkstelligen. Tegelijkertijd vormt deze wet de implementatie van Europese en internationale verplichtingen (Habitat- en Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern). Uitgangspunt voor de Flora- en faunawet is het “nee-tenzij”-principe. De Flora- en faunawet bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dieren plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen, waaronder het bestemmingsplan, moet worden nagegaan of deze wet de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Door het Bureau Stadsnatuur Rotterdam is de "Flora- en faunaparagraaf bestemmingsplan HargaNoord" opgesteld voor het plangebied. De rapportage betreft een momentopname; met het verstrijken van de tijd kan het spontaan voorkomen of verdwijnen van beschermde planten en dieren nooit met volledige zekerheid worden voorzien of uitgesloten.

Geconcludeerd wordt dat:  het plangebied geen onderdeel is van en niet gelegen is in de nabijheid van natuur- of groengebieden met een wettelijk beschermde status of ecologische verbindingszones op het land (EHS, PEHS);  het plangebied vrijwel uitsluitend wordt gebruikt als leefgebied door algemeen voorkomende, opportunistische soorten, en niet van belang is voor kritische, (ernstig) bedreigde of zeer zeldzame flora of fauna.  de ontwikkelingen in het plangebied naar verwachting geen significant effect hebben op het voorkomen, de verspreiding of de duurzame instandhouding van enige beschermde soorten;  de Poldervaart een belangrijke ecologische functie heeft, vooral als verbindingszone, en deze gelet op de ligging binnen het invloedssfeer van het plangebied een belangrijk aandachtspunt vormt;

   

de aanwezige bebouwing nauwelijks tot geen potentieel biotoop biedt voor beschermde fauna (vogels en vleermuizen); de groene delen in enige mate geschikt zijn als biotoop voor beschermde flora en fauna (vaatplanten, vogels en vleermuizen); de watergangen in enige mate geschikt als biotoop voor beschermde fauna (vissen, vleermuizen en mogelijk de Platte schijfhoren). bij een vermoede aantasting van voornoemde biotoop kan hiervoor op grond van specifiek soortgericht onderzoek een ontheffing worden verkregen van de verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Algemeen Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd:  het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers;  het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Kwetsbare objecten, zoals detailhandel met een hoog aantal bezoekers en hotels groter dan 1.500 m², zijn niet toegestaan binnen de 10-6 contour van het PR:  rond inrichtingen waarin opslag / verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;  langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), in geval van inrichtingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), in geval van transportroutes voor gevaarlijke stoffen, en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), in geval van buisleidingen is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de oriëntatiewaarde veroorzaakt.

4.4.2 Risicobronnen Plaatsgebonden risico Het plangebied is gelegen op korte afstand van de rijksweg A4 en A20 (knooppunt Kethelplein), binnen het invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. De PR 10 -6-contour van de rijkswegen valt binnen de grenzen van de weg. Op grond van het Basisnet weg geldt voor de rijkswegen een veiligheidsafstand van 23 meter vanaf de as van de weg. Binnen deze afstand mogen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden gerealiseerd. Deze afstand reikt niet tot het plangebied. Daarnaast houdt het Basisnet rekening met een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter vanaf de rand van de weg. Binnen het PAG is de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten toegestaan, maar moet wel rekening worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Ook deze afstand reikt niet tot het plangebied.

Afbeelding 4 - Rijksweg A4: veiligheidszone (roze), PAG-zone (rood) en invloedsgebied (geel)

Het plangebied bevindt zich niet binnen PR 10-6 contour of het effectgebied behorende bij enige in de omgeving gelegen inrichtingen. Dit geldt eveneens voor enige transportroute voor gevaarlijke stoffen over het water, via het spoor of via buisleidingen. Het gebied ligt buiten het invloedsgebied behorende bij Rotterdam The Hague Airport. Risicovolle inrichtingen (Bevi-bedrijven) zijn niet toegelaten binnen het plangebied. Groepsrisico Voor wat betreft het groepsrisico wordt het invloedsgebied (355 meter) van de rijkswegen bepaald door een Bleve scenario (boiling liquid expanding vapour explosion) ten gevolge van een calamiteit bij het transport van stofcategorie GF3 (LPG). De ontwikkeling van het plangebied heeft tot gevolg dat het groepsrisico, bij een maximale ontwikkeling van het plangebied, toeneemt van 0,03 naar 0,04 maal de oriëntatiewaarde (Notitie externe veiligheid Sportplaza, DCMR, d.d. 12 mei 2014).

4.4.3 Visie Externe Veiligheid Op 10 juli 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders de Visie Externe Veiligheid 20122020 vastgesteld. In deze visie is invulling gegeven aan de beleidsvrijheid inzake de verantwoording van het GR. In de visie is aangegeven op welke wijze de gemeente plannen en/of projecten welke gevolgen hebben voor de externe veiligheidssituatie beoordeelt en verantwoordt. Onderdeel van de visie is het kwetsbaarheidszonemodel zoals deze door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is ontwikkeld. Met het model wordt de kwetsbaarheid van een object in relatie gebracht met de risicobron, om zo vroegtijdig te kunnen bepalen welke objecten en functies aanvaardbaar zijn op een bepaalde locatie.

Afbeelding 5 - Signaleringskaart nader onderzoek (A) en zones niet bouwen kwetsbare bestemmingen (B) De visie bevat een tweetal signaleringskaarten: 1. De eerste kaart (A) geeft de zones aan waar nader onderzoek naar de externe veiligheid vereist is. De kaart is gebaseerd op de invloedsgebieden van de diverse voor de externe veiligheid relevante risicobronnen. Het plangebied is hoofdzakelijk gelegen binnen het invloedsgebied van de rijkswegen A4 en A20. Voor ontwikkelingen binnen deze zone welke leiden tot een toename van het aantal personen, zoals een hotel, de realisatie van grootschalige detailhandel of een evenemententerrein, is een verantwoording van het groepsrisico vereist. 2. De tweede kaart beschrijft de zones waar vestiging of uitbreiding van kwetsbare functies ongewenst is. Het plangebied ligt deels binnen de A-zone. Voor deze zone geldt dat bepaalde (zeer) kwetsbare functies, zoals evenemententerreinen, ongewenst zijn. Andere functies, zoals hotels en detailhandeleen hotel, zijn in principe aanvaardbaar, maar onderzocht dient te worden of door het treffen van aanvullende maatregelen het aantal slachtoffers kan worden beperkt. Voor het plangebied geldt dat sprake is van één voor het groepsrisico relevante risicobron, het transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A4 en A20.

Het groepsrisico ten gevolge deze risicobron is laag en neemt ten gevolge van de ontwikkeling in geringe mate toe van 0,03 naar 0,04 maal de

oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Op grond van de Visie Externe Veiligheid is voor deze ontwikkeling een groepsrisicoverantwoording vereist.

4.4.4 Verantwoording groepsrisico Het treffen van bronmaatregelen in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen is niet mogelijk. Het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt gereguleerd via landelijke wetgeving, waarop met dit bestemmingsplan geen invloed kan worden uitgeoefend. Om de effecten van een ongeval te beperken, dienen op grond van de Visie Externe Veiligheid bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op grond van de visie aanvullend de volgende algemene maatregelen getroffen te worden:  uitschakelbare mechanische ventilatie;  (nood)uitgangen welke van de risicobron af zijn gericht;  twee volwaardige, onafhankelijke ontsluitingsroutes aan twee zijden van het plangebied;  optimale verkeerscirculatie binnen het plangebied;  onbelemmerde toegankelijkheid voor hulpverleningsvoertuigen. Het plan voldoet hieraan. Het plangebied is gelegen aan de Hargalaan en wordt via die weg tweezijdig ontsloten. Een goede bereikbaarheid van het plangebied voor hulpdiensten is hiermee gegarandeerd. De gebouwgebonden maatregelen zijn opgenomen in de planregels. Advies VRR De Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) heeft gelet op de met externe veiligheid samenhangende risico's geadviseerd inzake de mogelijkheden voor hulpverlening en zelfredzaamheid.. Geadviseerd wordt: 1.

de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen, in geval van een dreigende BLEVE, te verbeteren door ervoor te zorgen dat er in het gebouw geschuild kan worden. 2. de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen, in geval van een toxische wolk, te verbeteren door gebouwen geschikt te maken om enkele uren in te schuilen. Hiervoor dienen deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar te zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld te kunnen worden. 3. de luchttoevoer van het luchtverversingssysteem zo ver als mogelijk van de rijkswegen A4 en A20 af te realiseren, waardoor er meer tijd is om het systeem uit te schakelen. 4. zorg te dragen voor een goede voorlichting en instructie aan de medewerkers van de BHVorganisatie zodat zij weten hoe te handelen bij een dreigende BLEVE of een toxische wolk. Maatregelen ter verbetering zelfredzaamheid en hulpverlening Gelet op het advies van de VRR en de Visie Externe Veiligheid zijn de volgende maatregelen getroffen in het bestemmingsplan om de mogelijkheden van zelfredzaamheid en hulpverlening in het plangebied te verbeteren. Hiertoe worden de volgende maatregelen getroffen:  Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een kwetsbaar object (hotel groter dan 1.500 m²) en een beperkt kwetsbaar object (detailhandel met hoge bezoekersaantallen) binnen het invloedsgebied van de rijkswegen A4 en A20.

Voor dergelijke objecten geldt op grond van de gemeentelijke visie dat deze aanvaardbaar zijn, mits uit het oogpunt van externe veiligheid harde kwaliteitseisen worden gesteld. Het invloedsgebied behorende bij de weg is op de verbeelding aangeduid als 'Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen'. De door de VRR onder 1 t/m 3 genoemde aanbevelingen zijn onderdeel van de regeling inzake de 'Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen'.  Voor kwetsbare terreinen, zoals een evenemententerrein, geldt op grond van de gemeentelijke EVvisie dat deze niet gewenst zijn binnen 70 meter vanaf de rand van de weg. De planregels zijn zodanig ingericht dat het gebruik van deze zone als evenemententerrein niet is toegelaten.

Onderdeel 4 van het advies van de VRR, “Het zorgdragen van een goede voorlichting en instructie” leent zich niet voor verankering in het bestemmingsplan. De toekomstige gebruikers van het plangebied zullen hierover op andere wijze worden geïnformeerd. De VRR heeft op 18 juli 2014 aangegeven zich te kunnen vinden in de wijze waarop in het bestemmingsplan om wordt gegaan met het onderdeel externe veiligheid.

Conclusie Gezien het lage groepsrisico en de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt om op locaties met een verhoogd risico nadere eisen of voorwaarden te stellen, te weten goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten, ontsluiting van twee kanten van het gebied en het opnemen van maatregelen in de regels, is de gemeente Schiedam van mening dat uitvoering van het bestemmingsplan op een verantwoorde wijze plaats kan vinden.

4.5 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder zijn normen gesteld met betrekking tot de maximale geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Het bestemmingsplan maakt geen geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk, waardoor het bepaalde in de Wet geluidhinder niet direct van toepassing is. Dit neemt niet weg dat ten gevolge van de ontwikkeling een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Hargalaan en de Burgemeester Heusdenslaan (Vlaardingen) wordt verwacht (zie paragraaf 4.7). Een akoestisch onderzoek is uitgevoerd naar de effecten van de realisatie van Sportplaza Harga op de omliggende woongebieden in Schiedam en Vlaardingen (Geluidsonderzoek Harga, Arcadis, d.d. 25 september 2013). In het onderzoek zijn een drietal situaties in kaart gebracht: autonome ontwikkeling, plansituatie Sportplaza Schiedam en plansituatie Sportplaza Schiedam inclusief de ontwikkeling van een woonwijk met 500 woningen aan de zuidzijde van de Hargalaan. De toename in geluidsbelasting ten gevolge van Sportplaza Schiedam en de nieuwe woonwijk is, ten opzichte van de autonome ontwikkeling, het grootst op de Churchillweg en de Burgemeester Heusdenslaan in oostelijke richting vanaf de aansluiting met de A20. Het verschil in de geluidbelasting bedraagt hier maximaal 1,0 dB(A).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10494793/2