Bijlage Jaarstukken en jaarrekening 2020 OSVS
Tekst van het document
Bestuur / Bestuursbureau 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Bestuur/ management 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 Personeel primair proces 0,0 0,4 0,7 0,7 0,7 0,7 Ondersteunend Personeel 10,9 11,5 11,5 11,5 11,5 11,5 Totaal 12,9 13,9 14,2 14,2 14,2 14,2
Totaal 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Bestuur/ management 9,8 9,8 9,8 9,8 9,8 9,8 Personeel primair proces 274,6 262,3 265,3 262,3 260,8 260,8 Ondersteunend Personeel 80,3 76,4 77,4 77,4 77,4 77,4 Totaal 364,7 348,5 352,5 349,5 348,0 348,0
OSVS totaal 2017-2018 2018-2019 2019-2020 2020-2021 2021-2022 2022-2023 2023-2024 2024-2025
3838 3793 3739 3672 3697 3721 3748 3738
27
Toelichting In de meerjarenprognose is een stabiel leerlingenaantal voor de stichting als geheel voorzien. De leerlingprognose is te typeren als ‘voorzichtig realistisch’. Daarmee is vanuit het voorzichtigheidsprincipe zichtbaar wat de financiële resultaten zijn als deze voorzichtige prognose wordt gerealiseerd. Dit is conform de demografische ontwikkeling die laat zien dat er een stabiel aantal leerlingen te verwachten is. A2 Balans Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa
Vorderingen Liquide middelen
31-12-2020 € 72.529 4.409.381 18.259 4.500.169
486.706 7.064.903
Totaal activa
Passiva Algemene reserve Overige reserves/fondsen Eigen vermogen
31-12-2021 € € 50.026 € 3.495.622 € 59.210
Langlopende schulden
3.604.858
700.000 7.816.218
31-12-2023 € 7.441 2.286.608 59.210 3.109.907
700.000 8.929.935
31-12-2024 € -8.938 2.583.950 59.210 2.353.258
700.000 10.363.969
31-12-2025 € -13.304 2.086.443 59.210 2.634.222
700.000 10.868.668
2.132.350
700.000 11.910.842
7.551.609
8.516.218
9.629.935
11.063.969
11.568.668
12.610.842
12.051.778
12.121.076
12.739.842
13.417.227
14.202.890
14.743.192
31-12-2020 € 5.788.981 -
Voorzieningen
31-12-2022 € 27.523 3.023.174 59.210
31-12-2021 € 6.301.686 -
31-12-2022 € 6.925.253 -
31-12-2023 € 7.606.920 -
31-12-2024 € 8.396.336 -
31-12-2025 € 8.939.848 -
5.788.981
6.301.686
6.925.253
7.606.920
8.396.336
8.939.848
1.720.084
1.819.391
1.814.589
1.810.307
1.806.555
1.803.344
-
-
-
-
-
-
Kortlopende schulden
4.542.713
4.000.000
4.000.000
4.000.000
4.000.000
4.000.000
Totaal passiva
12.051.778
12.121.076
12.739.842
13.417.227
14.202.890
14.743.192
Toelichting De algemene reserve stijgt met het resultaat van de jaarrekeningen. Het eigen vermogen is geheel publiek, er is geen sprake van privaat eigen vermogen. In 2020 hebben we de integrale risicoanalyse geactualiseerd. Op grond hiervan is opnieuw vastgesteld dat de hoogte van het gewenste eigen vermogen om mogelijke risico’s op te kunnen vangen 18% moet bedragen. Dit streefgetal hoort bij een laag risicoprofiel. Het weerstandsvermogen zal voor de komende jaren stijgen, zie onderstaande tabel. Ratio's Eigen vermogen Totale baten Weerstandsvermogen
31-12-2020 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 € € € € € € 5.788.981 6.301.686 6.925.253 7.606.920 8.396.336 8.939.848 38.561.413 37.899.638 37.879.070 38.146.233 38.369.087 38.118.507 15,01%
16,63%
18,28%
19,94%
21,88%
23,45%
Voor het meerjarenonderhoud heeft de OSVS in 2020 besloten de voorziening groot onderhoud af te schaffen en te gaan werken met de componenten methodiek. De jaarlijks een dotatie vervalt hiermee en de uitgave aan groot onderhoud worden als investering afgeschreven. In het kader van de continuïteit zal er extra aandacht zijn voor de ontwikkeling van de liquiditeit van de stichting. Om te voorkomen dat er kosten worden gemaakt die op termijn beschikbaar moeten blijven ten behoeve van huisvesting / groot onderhoud is gekozen om in de meerjaren begroting het bedrag aan afschrijvingen kunstmatig te vermeerderen tot het oorspronkelijke dotatie bedrag. Dit is zichtbaar in 28
de geprognosticeerde balans als een verlaging van de materiele vaste activa en een verhoging van de liquide middelen voor een totaal bedrag van maximaal 2 mln. euro. De OSVS heeft geen plannen om uit eigen middelen huisvesting te financieren waar de gemeente wettelijk de verantwoordelijkheid voor draagt. De meeste gebouwen van de OSVS zijn op orde. In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente Vlaardingen is renovatie van Het College Vos in 2025 opgenomen. Voor Mavo Schravenlant XL blijft het tweede gebouw aan de Van der Leeuwlaan in gebruik. In het IHP van de gemeente Schiedam dat is 2020 is vastgesteld, is de renovatie van dit gebouw opgenomen in 2028. De opleidingsschool RPO Rijnmond heeft voor onze stichting een strategisch belang. Vanuit de rijksoverheid wordt onze opleidingsschool middels subsidie gefinancierd, naast eigen investeringen in het opleiden en begeleiden van nieuwe docenten. In ons strategisch beleidsplan zijn op diverse terreinen ambities verwoord. Als gevolg daarvan zullen wij investeringen doen op de thema’s maatwerk en armoedebestrijding, waar mogelijk in samenwerking met maatschappelijke partners, zoals de gemeenten en het Fonds Schiedam Vlaardingen. De gevolgen van de corona pandemie zullen ook de komende jaren impact hebben op ons beleid.
De begeleiding van leerlingen zal investeringen vragen, waar ook beschikbare subsidies voor worden ingezet. Staat van baten en lasten
Baten
Realisatie 2020 €
Begroting 2021 €
Begroting 2022 €
Begroting 2023 €
Begroting 2024 €
Begroting 2025 €
Rijksbijdragen O.C. en W
37.330.862
36.167.379
36.263.488
36.518.749
36.745.765
36.484.698
185.402
598.814
598.814
598.814
580.094
580.094
Overige baten
1.045.149
1.133.444
1.016.768
1.028.670
1.043.228
1.053.714
Totaal Baten
38.561.413
37.899.638
37.879.070
38.146.233
38.369.087
38.118.507
€
€
€
€
€
€
Personelslasten
30.707.750
30.913.455
30.675.827
30.836.996
30.918.164
30.902.839
Afschrijvingen
792.038
1.188.987
1.169.169
1.118.219
1.060.687
1.027.762
Huisvestingslasten
1.784.946
1.877.194
1.933.412
1.968.914
2.005.576
2.043.911
Overige lasten
33.571.258
3.407.298
3.477.095
3.540.437
3.595.246
3.600.483
Totaal Lasten
66.855.992
37.386.933
37.255.502
37.464.565
37.579.672
37.574.995
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Saldo financiële bedrijfsvoering Saldo buitengewone baten en lasten
1.919.554 -7.221
508.705 4.000 0
619.567 4.000 0
677.667 4.000 0
785.415 4.000 0
539.512 4.000 0
Totaal resultaat
1.912.333
512.705
623.567
681.667
789.415
543.512
Overige overheidsbijdragen en subsidies
Lasten
29
Toelichting De verwachte resultaten van de jaarrekeningen worden toegevoegd aan de algemene reserve. De meerjarenbegroting 2022 – 2025 geeft het perspectief op groei naar de gewenste financiële positie van de OSVS. In 2023 zullen we naar verwachting het gewenste weerstandvermogen van 18% behalen. In de komende meerjaren begroting gaan we hier actief beleid op voeren om niet door te groeien naar een overmatig vermogen van de stichting. Deze meerjarenbegroting vormt een onderdeel van de planning- en controlcyclus van onze stichting. De meerjarenbegroting is goedgekeurd door de Raad van Toezicht op 10 februari 2021 waarbij ook is meegenomen: -
de procedure van de totstandkoming van de meerjarenbegroting;
-
de uitgangspunten van de meerjarenbegroting;
-
de aannames van de meerjarenbegroting;
-
de risico’s van de meerjarenbegroting.
Overige rapportages B1 Aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem. In 2020 is op de scholen van de OSVS de risicoanalyse geactualiseerd. Dit heeft niet geleid tot grote aanpassingen. Op het gebied van controle worden de volgende taken uitgevoerd: -
De borging van de onderwijskwaliteit op de scholen wordt ondersteund door de bestuurssecretaris met onderwijskwaliteit in haar portefeuille. Het stelsel van kwaliteitszorg zorgt voor een systematisch en cyclisch proces ter verbetering en borging van de onderwijskwaliteit.
-
De personele mutaties in aanloop naar het nieuwe schooljaar worden gecontroleerd aan de hand van de begroting. In het voorjaar voeren de bestuurder en de directeur bedrijfsvoering gesprekken met de schooldirecties over de financiële voortgang van de uitvoering van de begroting en de gevolgen van de inschrijvingen van nieuwe leerlingen. Voor de zomervakantie vinden de zogenaamde formatiegesprekken plaats van de schooldirecties met de afdelingen personeelszaken en financiën, waarbij eventuele afwijkingen van de gemaakte afspraken worden besproken met bestuurder en de directeur bedrijfsvoering.
-
Financiële en personele maandrapportages worden geanalyseerd en in een regulier overleg besproken met het bestuur en in het directieoverleg.
-
De afdeling financiën bereidt de begroting en de meerjarenbegroting voor en adviseert het bestuur over voorkomende financiële aangelegenheden.
30
-
De belangrijkste processen op het gebied van de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) zijn beschreven.
-
Besluiten worden aan de interne procuratieregeling getoetst.
-
Jaarlijks wordt de planning- en control-agenda opgesteld voor de bedrijfsvoeringsprocessen van de OSVS. Hierin zijn de deadlines opgenomen en de daaraan voorafgaande interne overleggen. Deze agenda geeft overzicht, structuur en bewustwording van de cyclus van planning en control.
-
Bij nieuwbouw of grootschalige verbouwingsplannen zal de aan te stellen projectleider ondersteuning krijgen van een financieel deskundige van het bestuursbureau die vanaf het begin bij het project betrokken is.
-
Als gevolg van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is een onafhankelijke externe Functionaris Gegevensbescherming gecontracteerd om periodiek onze organisatie te toetsen op de mate waarin wij voldoen aan deze wet.
B2 Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden Financiën De financiële situatie van de OSVS is in 2020 verbeterd. De begroting 2021 laat een overschot zien waarmee de groei naar de gewenste financiële positie verder vorm krijgt. De meerjarenbegroting geeft een positief beeld. De belangrijkste inschatting bij deze meerjarenbegroting is het aantal leerlingen op de scholen. We hebben gezien hoe groot de financiële impact is als leerlingenaantallen tegenvallen. Het is nodig daar goed op te letten en direct aanpassingen op formatief gebied uit te voeren als een daling plaatsvindt. Maatregel: Scholen die door de leerlingengroei nieuwe medewerkers aantrekken, moeten dus goed letten op het in voldoende mate benoemen ‘in tijdelijke dienst' en/of personeelsleden van de andere OSVSscholen overnemen. Financiën Er wordt een nieuwe bekostigingssystematiek gefaseerd ingevoerd. Maatregel: Deze is volledig doorgerekend en meegenomen in de huidige meerjaren begroting. Personeel Het ziekteverzuim ligt stichtingsbreed onder het landelijk gemiddelde. Aandacht voor de oorzaken van het ziekteverzuim, inclusief de frequentie van de verzuimmeldingen, is van belang. Continuïteit
31
van het onderwijs op de scholen is gediend met een laag ziekteverzuim. Op termijn bestaat het risico van onvervulbare vacatures bij enkele vakken waar een lerarentekort ontstaat. Maatregel: Actieve deelname in de Opleidingsschool Rijnmond en deelname aan de Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP) kunnen dit risico zoveel mogelijk beperken. Onderwijs Bijna alle afdelingen van onze scholen hebben een voldoende beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs. Twee scholen hebben in 2020 voldaan aan een herstelopdracht van de inspectie en daardoor ook weer een voldoende beoordeling ontvangen. Eén afdeling van een school heeft een onvoldoende beoordeling gekregen van de onderwijsinspectie. Maatregel: De school die een onvoldoende beoordeling heeft gekregen, werkt aan een herstelopdracht om weer een voldoende beoordeling te krijgen in het najaar van 2021. Huisvesting Huisvesting herbergt een risico in zich omdat er grote bedragen mee gemoeid zijn. In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente Vlaardingen is renovatie van Het College Vos in 2025 opgenomen. Dit IHP is in 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Maatregel: Indien voor de renovatie van Het College Vos budget beschikbaar gesteld wordt, zal een externe projectleider worden aangesteld die onder andere stuurt op het voorkomen van financiële risico’s en onderzoekt waar risico’s zich voordoen tijdens het bouwproces.
Daarnaast zal een financieel medewerker van de OSVS worden toegevoegd aan een stuurgroep. Klachten In 2020 heeft het bestuur van de OSVS drie klachten behandeld en afgerond. Maatregel: Hier hoeft geen maatregel ingezet te worden.
32
B3 Rapportage toezichthoudend orgaan Inleiding Het jaar 2020 is gekenmerkt door een wereldwijde corona epidemie, die zijn weerslag heeft op iedereen. Dat geldt dus ook voor alle betrokkenen bij de stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam (OSVS). Het gaat om een pandemie die veel heeft teweeg gebracht. Het was in veel opzichten een heel ander jaar, maar tegelijk een jaar waarin velen veerkracht en doorzettingsvermogen hebben getoond. Binnen de OSVS is niemand bij de pakken gaan neerzitten. Ook dit jaar is voortgang geboekt op strategisch en operationeel niveau en met inzet van allen is het mogelijk gebleken het onderwijs richting onze leerlingen te blijven vormgegeven. De Raad van Toezicht spreekt zijn waardering uit richting medewerkers, leidinggevenden, directeuren en bestuurder voor hun inzet en betrokkenheid. Tegelijk geldt dit ook voor leerlingen en ouders, want ook hun is veel flexibiliteit, inzet en doorzettingsvermogen gevraagd. Het was voor iedereen een moeilijke tijd die ook na dit verslagjaar voortduurt. Visie en taakopvatting De Raad van Toezicht is het intern toezichthoudende orgaan van de stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen en Schiedam. Deze verantwoording gaat over het negende jaar na oprichting van de scholengroep.
De Raad van Toezicht gaat bij haar werkzaamheden uit van waarde gericht toezicht en hanteert de actuele Code Goed Onderwijsbestuur VO. Onafhankelijkheid, deskundigheid, betrouwbaarheid en transparantie zijn leidend bij de taakvervulling. De relatie tussen Raad van Toezicht en College van Bestuur is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, waarbij uitgegaan wordt van verantwoordelijkheid, professionaliteit, integriteit en openheid. Bij de taakuitoefening is met het oog op meningsvorming ruimte voor discussie belangrijk, ook in het verkeer en overleg met het College van Bestuur. De Raad van Toezicht opereert als team en treedt op basis van gezamenlijke standpuntbepaling intern en extern eensgezind op. De Raad van Toezicht is alert en nieuwsgierig naar processen binnen en buiten de van scholen en op het niveau van het College van Bestuur en het bestuursbureau. Richting interne en externe stakeholders is sprake van een open houding. De contacten zijn bedoeld om informatie te vergaren om zo vanuit meerdere perspectieven een beeld van de organisatie te kunnen vormen. Tot de kerntaken van de Raad van Toezicht behoort het zijn van klankbord en sparringpartner van het College van Bestuur naast het houden van integraal toezicht op het functioneren van het bestuur, op de realisatie van de organisatiedoelstellingen en het optreden als werkgever van de bestuurder.
Klankborden en toezicht houden liggen in de praktijk vaak in elkaars verlengde. Het is om die reden dat het College van Bestuur over alle wezenlijke onderwerpen de Raad van Toezicht voorafgaand aan finale besluitvorming informeert en als sparringpartner betrekt.
33
Continuïteit en professionalisering Voor een goed functioneren van de Raad van Toezicht zijn continuïteit en voldoende professionaliteit belangrijke elementen. De samenstelling van de raad was in het verslagjaar als volgt. De heer drs. R.G. Beek MPA (1954), voorzitter Functie : adviseur management en bestuur overheid, voormalig gemeentesecretaris Nevenfuncties : lid Raad van Toezicht Protestants Christelijk Onderwijs Hillegersberg- Schiebroek lid Raad van Toezicht De Groeiling voor Katholiek en Interconfessioneel Primair Onderwijs te Gouda voorzitter Raad van Toezicht Thuis Op Straat penningmeester Speeltuin De Torteltuin voorzitter bewonersvereniging Het Schiereiland voorzitter onderafdeling Hillegersberg-Schiebroek PvdA Datum aftreden
: 1-1-2024 (eerste termijn)
Mevrouw drs. M.L. Kraak (1948), lid Functie : eigenaar organisatieadviesbureau Kraak Organisatie & Management Nevenfuncties : geen Datum aftreden
: 1-1-2021 (verlengde tweede termijn)
Mevrouw ir. A.F.W. van Delft MBA (1967), lid Functie : manager research & business innovation Breda University of Applied Sciences Hotel & Facility (tot 1-2-2021) directeur stichting PAO Techniek en Management (vanaf 1-2-2021) Nevenfuncties : vicevoorzitter Raad van Toezicht Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor PO en VO Datum aftreden : 1-1-2022 (eerste termijn)
Mevrouw drs. M.J. Adelmund-Hannewijk (1965), vicevoorzitter en secretaris Functie : HR-manager Stichting H3O te Dordrecht Nevenfuncties : geen 34
Datum aftreden
: 1-1-2022 (eerste termijn)
Mevrouw ir. I.M. Vos (1970), lid Functie : zelfstandig interim manager Nevenfuncties :
geen
Datum aftreden
:
1-1-2024 (eerste termijn)
Bij de leden van de Raad van Toezicht is geen sprake van conflicterende nevenfuncties. De jaarwisseling 2019-2020 markeerde het vertrek van IJsbrand van der Velden en Ad van Steensel, als voorzitter, respectievelijk vicevoorzitter-secretaris van de Raad van Toezicht. Van beide is op gepaste wijze onder grote dankbaarheid voor hun inzet en betrokkenheid bij de opbouw van de stichting OSVS afscheid genomen. Zij traden met de andere leden als eerste Raad van Toezicht aan en mogen met voldoening terugkijken op een periode waarin stapsgewijs de bedrijfsvoering in brede zin op orde is gebracht. In het verslagjaar is de procedure gevolgd om te voorzien in de opvolging van mevrouw Kraak, het laatste vertrekkende lid van deze eerste Raad van Toezicht. Aan het eind van het verslagjaar is tijdens de reflexieve bijeenkomst op gepaste wijze met aandacht voor het resultaat van haar inspanningen afscheid genomen. Om te voorzien in haar opvolging zijn in het voorjaar de profielschets en de procedure besproken met het College van Bestuur, om reactie toegezonden aan de GMR en voorgelegd aan de gemeenteraden van Schiedam en Vlaardingen. Allen hebben daarop positief gereageerd. Na de zomer is de openbare sollicitatieprocedure gestart. Deze is afgerond met de voordracht aan beide gemeenteraden om met ingang van 1 januari 2021 mevrouw A.M.B.
Coenen-Steenbergen MA (1958), onderwijsadviseur, te benoemen. Beide gemeenteraden hebben met deze voordracht ingestemd. Vanaf de oprichting van de stichting OSVS heeft de Raad van Toezicht bewust gekozen om alle taken, ook die in de statuten voorzien zijn voor commissies, in gezamenlijkheid uit te oefenen. Deze wijze van werken is onderwerp van heroverweging nu de organisatie een stevig fundament heeft en een nieuwe fase van ontwikkeling aan de orde is. Aan het einde van het verslagjaar heeft in het kader van de zelfevaluatie een reflexieve bijeenkomst plaatsgevonden. Met externe begeleiding is teruggekeken op de eerste acht jaar van de stichting OSVS en is vooruit gekeken. Daarbij is ingegaan op de rol en ontwikkeling van de Raad van Toezicht zelf, maar ook de relatie met het College van Bestuur en de ontwikkeling van de OSVS-organisatie. Het vertrekkende lid, mevrouw Kraak, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling en opstelling van het toezichtsdossier. Tijdens die bijeenkomst heeft zij een toelichting gegeven op de opzet, ontwikkeling en inhoud. Het toezichtsdossier kenmerkt zich door breedte en volledigheid. De leden van de Raad van Toezicht zijn de voorgangers daarvoor zeer erkentelijk. Tijdens de bespreking is vastgesteld dat op onderdelen actualisatie, nadere uitwerking en vertaalslag richting instrumentalisering gewenst is.
Dit wordt in het komend jaar ter hand genomen. Het strategisch
35
beleidsplan, reflectie op de inspectieonderzoeken en het ontwikkelde stelsel kwaliteitszorg worden daarbij betrokken. Met het oog op de ontwikkeling van de Raad van Toezicht in nieuwe samenstelling is besloten om komend jaar in vervolg op de reflexieve bijeenkomst twee workshops deskundigheidsbevordering te beleggen. Naast teamvorming wordt ingezet op verdere ontwikkeling van de Raad van Toezicht. Werkwijze en jaarprogrammering komen daarbij aan de orde. De workshops worden extern begeleid. Honorering In het kader van de Wet normering topinkomens (WNT) is het aantal complexiteitspunten vastgesteld op 13. Het salaris van het College van Bestuur is daarmee in overeenstemming. De bestuurder heeft verklaard geen nevenfuncties uit te oefenen die voor het voldoen aan de WNTnormering daarop van invloed zijn. De vergoeding van de Raad van Toezicht beweegt zich eveneens binnen de normering. Het honorarium van de voorzitter is € 8.070 bruto en € 5.380 voor de leden. Vergaderingen van de Raad van Toezicht De Raad van Toezicht kwam in het verslagjaar zesmaal bijeen in aanwezigheid van het College van Bestuur. Twee keer was overleg gepland met de GMR. In verband met de coronamaatregelen is het overleg in april niet doorgegaan. De bijeenkomst in oktober betekende tegelijk een kennismaking met de nieuw aangetreden voorzitter van de GMR.
De maandelijkse gesprekken over voortgang tussen het College van Bestuur en de voorzitter van de Raad van Toezicht konden het hele jaar doorgang vinden. Het bilaterale karakter daarvan werkte daaraan mee gelet op de geldende coronamaatregelen. Deze hebben er wel toe geleid dat het reguliere jaargesprek met het College van Bestuur is uitgesteld. Informatievoorziening Om zijn taken goed te kunnen vervullen is het voor de Raad van Toezicht een goede informatievoorziening nodig. Een heel belangrijke en actieve informatiebron is het College van Bestuur. Deze wordt met grote inzet en deskundigheid ondersteund door het bestuursbureau. Vooruitgeschoven posten daarbij zijn de directeur Bedrijfsvoering en de nieuw aangetreden bestuurssecretaris, tevens beleidsmedewerker Kwaliteitszorg. De periodieke werkbezoeken aan de scholen dragen bij aan concrete informatie over de stand van zaken, ontwikkelingen en aandachtspunten op de scholen. Naast deze informatievoorziening laat de Raad zich periodiek informeren door de GMR en krijgen de leden (schriftelijke) informatie afkomstig van de VTOI-NVK, de VO-raad, het ministerie, de inspectie. Ook het raadplegen van verschillende publieke media draagt bij aan meningsvorming en het op de hoogte zijn van actuele ontwikkelingen.
Doelmatigheid De Raad van Toezicht wordt met bestuurlijke en financiële maandrapportages, nota’s en notities van informatie voorzien over alle relevante onderwerpen. De cyclus van de jaarstukken met de 36
tussentijdse informatievoorziening over voortgang, uitvoering, oplet- en bespreekpunten geeft de mogelijkheid zicht te houden op de omvang en besteding van de middelen en de bedrijfsvoering in meer brede zin. Daaraan wordt toegevoegd de dit jaar ontwikkelde cyclus kwaliteitszorg met als doel meer stelselmatig zicht te hebben op de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit. In samenhang met feitelijke informatie over de resultaten levert dit informatie op over de besteding aan en van onderwijsmiddelen en zicht op de doelmatigheid daarvan. Ook de periodieke werkbezoeken aan de scholen dragen hieraan bij. De Raad van Toezicht toetst op deze wijze de relatie tussen de ingezette middelen en de (onderwijs)opbrengsten die daarmee worden behaald. Onderwijs is doelmatig als de doelen tegen zo laag mogelijke kosten worden gehaald en tot zo hoog mogelijke prestaties leidt. Een causale relatie tussen inspanningen en middelen aan de ene kant en onderwijskwaliteit en onderwijsopbrengsten aan de andere kant is niet eenvoudig aan te tonen. Voor zover beoordeeld kan worden vanuit een toezichthoudende rol worden de onderwijsmiddelen doelmatig ingezet. De verdere ontwikkeling van bovenvermelde cycli, ook in hun onderlinge relatie, zal de komende jaren daarbij verder ondersteunend zijn.
De coronamaatregelen De coronamaatregelen hebben grote betekenis voor het functioneren van de scholen en grijpen in op de persoonlijke levenssfeer van allen. Medewerkers en leerlingen ondervinden daar nadrukkelijk de gevolgen van. In alle bijeenkomsten waar de Raad van Toezicht bij betrokken was, is stelselmatig stil gestaan bij de ontwikkelingen en is besproken welke bijdragen vanuit de Raad van Toezicht mogelijk en gewenst zijn. De zorg en aandacht is gedeeld met de GMR. Het College van Bestuur heeft in elke vergadering, in het maandoverleg met de voorzitter, maar ook tussentijds per mail de Raad van Toezicht op de hoogte gehouden. De belangstelling en bereikbaarheid van de Raad van Toezicht is door het College van Bestuur gedeeld in het directeurenoverleg. Samen met het College van Bestuur is gericht aandacht besteed aan de leerlingen en hun ouders. Richting de medewerkers in de vorm van een welkom bij de start na de zomer. Ook daarna is op verschillende manieren richting medewerkers, leerlingen en ouders belangstelling getoond. Waar nodig is financiële ruimte geboden om gevolgen op te vangen. Specifiek is in het overleg met het College van Bestuur aandacht gegeven aan de klimatologische omstandigheden en te nemen maatregelen in de scholen. Het was goed te constateren dat overwegend sprake is van toereikende voorzieningen.
Tijdens de beide lockdown perioden voor de scholen is met thuisonderwijs ervaring opgedaan. Dit vond deels plaats in combinatie met aanwezigheid van de leerlingen in verband met de voorbereiding van examens, opvang van kwetsbare leerlingen en het geven van praktijkonderwijs. Deze ervaringen hebben naast negatieve, ook positieve effecten opgeleverd. Het is goed om daar tijdens, maar zeker ook na afloop van de pandemie daar gericht aandacht aan te geven. Wat zijn de effecten, waar zijn achterstanden opgelopen, waar bestaan die uit en welke maatregelen zijn daarbij denkbaar en aan de orde. Wat kan daarvan geleerd worden voor toekomstige ontwikkeling van het onderwijs. Het College van Bestuur is door de Raad van Toezicht uitgenodigd om daar met de directeuren bij stil te staan en te zijner tijd te komen met een rapportage.
37
De coronamaatregelen hebben ook gevolgen gehad voor de Raad van Toezicht zelf. Zo is daardoor het aantal werkbezoeken dit jaar beperkt gebleven tot twee scholen, De Mavo Vos in februari en het ProNova College in oktober. De vergaderingen van de Raad van Toezicht vonden niet plaats in het bestuursbureau, maar zijn verdeeld over digitaal overleg en bijeenkomsten in een grote zaal met voldoende afstand in een naburig etablissement. Governance In 2019 heeft de Raad van Toezicht een aantal formele besluiten genomen. Begin van het jaar is goedkeuring verleend aan de meerjarenbegroting 2021-2024 in vervolg op de eind 2019 goedgekeurde begroting 2020. In het voorjaar is het jaarverslag en de jaarrekening 2019 goedgekeurd en in het najaar de begroting 2021. De Raad van Toezicht heeft met het College van Bestuur en de accountant gesproken over de verwerking en de besteding van de convenantsmiddelen, de werkdrukmiddelen, zoals die zijn toegekend en uitgekeerd door het ministerie. De door het ministerie opgelegde systematiek heeft een meerjarig, maar op zich incidenteel effect op de jaarrekening en besteding van middelen doordat ontvangst en uitgaven in verschillende boekjaren plaatsvinden. De voorkeur voor een andere financiële verwerking met minder schommelingen is ondanks pleidooi door velen door het ministerie niet overgenomen.
Personeelszorg is een vast aandachtspunt op de agenda van de Raad van Toezicht. Een aandachtspunt in dit kader is geweest het insourcen van de arbodienstverlening. Een lastig, maar succesvol afgesloten traject dat zijn daadwerkelijke introductie heeft in 2021. In het verslagjaar is meermalen stil gestaan bij de huisvesting. De Raad van Toezicht is op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van het IHP-en (integraal huisvestingsplan onderwijs) in de gemeenten Schiedam en Vlaardingen en het overleg daarover met de schoolbesturen. Inmiddels zijn deze vastgesteld. De gevolgen om de huisvesting op het vereiste niveau te houden worden in het meerjarenperspectief voor onderhoud verwerkt. Los daarvan werd in het voorjaar duidelijk dat in het Meerjarenplan Onderhoudsprogramma huisvesting (het MOP) en de begroting niet alle noodzakelijk aan te pakken knelpunten met betrekking tot de schoolgebouwen zijn opgenomen. Deze constatering met als gevolg noodzakelijk gebleken niet geplande uitgaven heeft tot twee acties geleid. Allereerst wordt met behulp van een externe adviseur wordt een nieuw MOP opgesteld. Aanpassing van de systematiek is daarvan onderdeel is met als doel te komen tot een actuele en integrale benadering. De tweede actie betreft het volgende.
De Raad van Toezicht deelt met het College van Bestuur de geconstateerde onwenselijke situatie dat stevige incidentele uitgaven voor onderhoud onvermijdelijk bleken te zijn. Daarbij ging het bovendien om meerdere scholen. Bij elkaar betrof het een zodanig substantieel bedrag dat Raad van Toezicht en het College van Bestuur hebben besloten tot een tussentijdse aanpassing van de begroting. De aangepaste begroting 2020 is in de julivergadering van de Raad van Toezicht goedgekeurd.
38
In juli is uitvoerig stil gestaan bij twee wenselijke financiële maatregelen. Het gaat allereerst om een systeemwijziging met betrekking tot doteren en afschrijven. De tweede maatregel betreft het afboeken van de permanente vordering op het ministerie. Het heeft de voorkeur om beide maatregelen gelijktijdig te nemen, omdat deze deels leiden tot elkaar compenserende effecten. Beide maatregelen heeft de Raad van Toezicht ook besproken met de accountant, die zich daarover positief heeft uitgelaten. Definitieve besluitvorming over beide aanpassingen vond plaats in november. De stelselwijziging met betrekking tot het groot onderhoud heeft tot gevolg dat voor het opstellen van de jaarrekening deze wordt vergeleken met de oorspronkelijke begroting. Het verdere effect op de presentatie van de jaarcijfers wordt bij het opmaken daarvan bezien. De OSVS is financieel in control, wat bevestigd wordt door de accountant. De kengetallen zitten boven de signaleringswaarden van de onderwijsinspectie. De doorontwikkeling in de bedrijfsvoering heeft ook in coronatijd zijn voortgang gekend. Tijdens het overleg met de accountant over het jaarverslag en de jaarrekening 2019, alsmede zijn managementletter mochten het College van Bestuur en de directeur Bedrijfsvoering dan ook terecht de complimenten daarvoor in ontvangst nemen.
Onderzoek onderwijsinspectie In december 2019 was het vierjaarlijks onderzoek bestuur en scholen. Het onderzoek start met een bestuursgesprek van de onderwijsinspectie over de onderwijskwaliteit en het kwaliteitsbeleid op de scholen. In vervolg daarop hebben in januari verificatieonderzoeken plaatsgevonden op De Mavo Vos, Lyceum Schravenlant en ProNova College. Eind januari heeft is de onderwijsinspectie ook gesproken met de Raad van Toezicht. Het College van Bestuur, Het Lyceum Schravenlant en De Mavo Vos hebben een herstelopdracht gekregen. Eerder waren herstelopdrachten gegeven aan het Stedelijk Gymnasium, het College Vos en Het Lyceum Vos. De verschillende herstelopdrachten zijn door de scholen energiek opgepakt en tot een goed einde gebracht. Met betrekking tot Het Lyceum Vos wordt nog gewacht op het inspectierapport naar aanleiding van het bezoek in 2021. Los van dit vierjaarlijkse bestuurlijk inspectieonderzoek zaten twee scholen, Het Lyceum Vos en Mavo Schravenlant XL, in de steekproef van het inspectiethema Toetsen en Afsluiten. Beide scholen hebben in het kader van de daaraan verbonden bezoeken van de inspectie een herstelopdracht gekregen, die vervolgens energiek zijn opgepakt en met een voldoende beoordeling afgerond.
De Raad van Toezicht heeft in zijn vergaderingen nadrukkelijk aandacht besteed aan de inspectie bezoeken, de onderzoeken, de herstelopdrachten en de aangekondigde verificatieonderzoeken. Een intensieve uitwisseling met het College van Bestuur gedurende het jaar heeft daarover plaatsgevonden. Dat voor alle scholen geldt dat zij inmiddels een voldoende scoren is positief en stemt tot tevredenheid. In de loop van volgend jaar wordt het resultaat bekend voor Het Lyceum Vos. De Raad van Toezicht houdt de vinger aan de pols. Elders in dit jaarverslag wordt verder ingegaan op de inspectieonderzoeken. Ontwikkeling stelsel van kwaliteitszorg Meer specifiek wordt stilgestaan bij de herstelopdracht die het College van Bestuur heeft gekregen met betrekking tot het zicht hebben en sturen op de kwaliteit van het onderwijs op de scholen. 39
In de periode voorafgaand aan deze kritische analyse van de onderwijsinspectie is tussen Raad van Toezicht en het College van Bestuur gesproken over het meer aandacht schenken aan de verdere ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs in de scholen. In het Strategisch beleidsplan OSVS 2019-2023 dat vlak voor de aanvang van het verslagjaar is vastgesteld, wordt op diverse aspecten hiervan ingegaan en beleidsmaatregelen aangekondigd. De uitvoering van het Strategisch beleidsplan heeft op onderdelen vertraging opgelopen door de inspanningen die de coronamaatregelen hebben gevraagd. Dat geldt niet voor het thema kwaliteitszorg. Aandacht voor kwaliteitszorg is een logisch gevolg op de vaststelling dat de bedrijfsvoering, de huisvesting en meer in het bijzonder de financiën zodanig op orde zijn dat ruimte ontstaat en moet worden genomen om meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van het onderwijs op en de samenwerking tussen de scholen. De bestuursopdracht en de verschillende herstelopdrachten aan de scholen van de onderwijsinspectie onderstrepen de noodzaak. Dit alles heeft geleid tot de ontwikkeling van een systematiek om meer zicht te krijgen op de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit op de scholen.
Het College van Bestuur en directeuren hebben hier ondersteund door de nieuwe beleidsmedewerker kwaliteitszorg hun tanden ingezet met als resultaat een stelsel kwaliteitszorg. Een integraal en samenhangend systeem is ingericht waarin planmatig en cyclisch (volgens de PCDA-cyclus) wordt gewerkt aan doorlopende verbetering van ons onderwijs en borging van de resultaten. Het stelsel is richtinggevend en kaderstellend, gericht op het verder verbeteren van de onderwijskwaliteit. De vormgeving is een cyclisch proces dat aansluit bij de jaarcyclus bedrijfsvoering en financiën. Onderlinge visitatie tussen de scholen is onderdeel daarvan en is een belangrijk instrument om te komen tot inzicht, uitwisseling en ontwikkeling. De definitieve vaststelling van het stelsel van kwaliteitszorg heeft plaatsgevonden in februari 2021, waarna een eerste, in verband met de coronadruk in beperkte vorm, visitatieronde heeft plaatsgevonden. De rapportage daarover is gebruikt bij het digitale inspectieonderzoek in het kader van de bestuurlijke herstelopdracht in maart 2021. Hier wordt volstaan met de constatering dat alle betrokkenen positief zijn over het stelsel en de eerste resultaten. Wij zien het oordeel van de inspectie over de uitvoering van de herstelopdracht met gepast vertrouwen tegemoet.
Tot slot De Raad van Toezicht heeft al aangegeven dat zij veel waardering heeft voor het werk dat op de scholen, het bestuursbureau, kortom binnen de OSVS als geheel, is verricht onder wel heel bijzondere omstandigheden. Veel extra inzet was en is nodig om de coronamaatregelen op gepaste wijze uit te voeren en daarbij een ieder waar nodig ondersteuning te bieden. Desondanks is veel opgepakt, verder gebracht en gerealiseerd met volle aandacht voor het onderwijsaanbod en de uitvoering daarvan. De Raad van Toezicht complimenteert alle betrokkenen met hun inzet om in deze omstandigheden kwalitatief goed onderwijs te realiseren en heeft het volste vertrouwen dat dit ook komend jaar wordt voortgezet.
40
Jaarrekening (2020) Stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam (41568)
Lyceum Schravenlant ProNovaCollege Mavo Schravenlant XL Het College Vos Stedelijk Gymnasium Schiedam
Inhoudsopgave Grondslagen Model A: Balans Model B: Staat van baten en lasten Model C: Kasstroomoverzicht Model D: toelichting (inclusief model G: geoormerkte doelsubsidies) Kengetallen WNT (Wet Normering Topinkomens) Model E: Verbonden partijen Gebeurtenissen na balansdatum
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
2
Grondslagen voor de Jaarrekening
Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening Algemeen De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven is door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJ 660). De jaarrekening is verder gebaseerd op: • De jaarrekening is opgesteld op basis van de veronderstelling van continuïteit van de organisatie. Dit betekent dat waardering en grondslagen zijn gebaseerd op basis van voornoemde veronderstelling. • Het verslagjaar is gelijk aan het kalenderjaar. • Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke lasten die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Activiteiten De Stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam te Vlaardingen is statutair gevestigd te Vlaardingen (KvK 24387240), en kent geen winstoogmerk. De voornaamste activiteit van de Stichting is het aanbieden van voorgezet onderwijs. Continuïteit In 2020 is de liquiditeitspositie en het werkkapitaal toegenomen.
Het eigen vermogen is door het resultaat gestegen. De continuïteit van de stichting heeft nog steeds de hoogste prioriteit binnen onze stichting. Per 1 augustus 2013 neemt de OSVS deel aan het schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën. De strak ingezette controlefunctie, procuratieregeling en regelmatige rapportages geven de organisatiestructuur om de vastgestelde financiële doelen te realiseren. Het beleid is er op gericht om stichtingsbreed de begrotingsdoelstelling 2021 te realiseren ad € 512.705. Op grond van deze maatregelen en waarborgen wordt de continuïteit van onze organisatie gewaarborgd en is de jaarrekening op basis van deze uitgangspunten opgesteld. Om de continuïteit van de cijfers beter in beeld te brengen is er besloten de langlopende vordering op het Ministerie van OCW per 1 januari 2020 niet meer op te nemen in de financiële cijfers van de jaarrekening. Deze stelselwijziging heeft als gevolg dat deze langlopende vordering word onttrokken aan het eigen vermogen. Deze vordering was ultimo 2019 €1.986.245 en is voor dit volledige bedrag onttrokken aan het eigen vermogen. Deze langlopende vordering kan alleen worden geïnd bij discontinuïteit c.q. opheffing van de instelling en wordt om deze reden toegelicht onder de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen.
Het college van bestuur heeft ingeschat dat de corona pandemie niet zorgt voor financiële discontinuïteit van onze stichting. Rapporteringsvaluta De bedragen in de tabellen worden gepresenteerd in hele euro’s.
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
3
Financiële instrumenten De stichting heeft geen financiële instrumenten behoudens primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen en schulden. Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. OSVS maakt bij de uitvoering van haar activiteiten gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die OSVS blootstellen aan markt- en/of kredietrisico’s. Dit betreffen financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen zoals debiteuren, overige vorderingen, liquide middelen, crediteuren en overige schulden. OSVS heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico te beperken. OSVS handelt niet in aandelen, obligaties en derivaten. Kredietrisico De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn verspreid zonder dat daarbij sprake is van concentratie bij enkele grote debiteuren. Het kredietrisico is daarmee beperkt. Renterisico OSVS heeft geen leningen uitgegeven dan wel uitstaan en loopt op dat onderdeel geen risico. Marktwaarde De marktwaarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de marktwaarde ervan. De financiële instrumenten (zowel financieel actief als financieel passief) worden gewaardeerd volgens de historische kostprijs.
Kasstroom- en liquiditeitsrisico Kasstroomrisico is het risico dat toekomstige kasstromen verbonden aan een monetair financieel instrument in omvang fluctueren. OSVS wordt periodiek bevoorschot door het Ministerie van OCW. Het kasstroom- en liquiditeitsrisico worden beperkt door de spreiding van de betalingen in relatie tot de ontvangsten. Daarbij komt dat al de banktegoeden direct opeisbaar zijn. Vergelijking met voorgaand jaar Tot 1-1-2020 was er sprake van voorziening groot onderhoud. De voorziening voor groot onderhoud was gevormd ter egalisatie van de kosten van onderhoud van gebouwen en installaties. De onderhoudsverplichting werd bepaald op basis van actuele Meerjarenonderhoudsplannen (MOP), waarin alle onderhouds- en vervangingsaspecten werden meegenomen. Wij maken gebruik van de overgangsbepalingen “kosten van groot onderhoud” conform RJUiting 2019-14, welke het mogelijk maakt om een overgang van ‘kosten van groot onderhoud via een voorziening’ naar ‘kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief’ in afwijking van hoofdstuk 140 ‘Stelselwijzigingen’ te verwerken. Wij verwerken een wijziging waarbij wordt overgegaan van methode b naar methode a van alinea 212.445.
Verwerking vindt plaats conform methode 3 conform alinea 212.807, hetgeen een retrospectieve verwerkingswijze inhoudt vanaf het huidige boekjaar (2020) in afwijking van alinea 208 hoofdstuk 140 Stelselwijzigingen. Dit betekent dat de onderhoudsvoorziening aan het begin van het boekjaar waarin de stelselwijziging plaatsvindt (2020) vrijvalt ten gunste van het eigen vermogen. Deze voorziening was ultimo 2019 €1.397.853. Vanaf het huidige boekjaar (methode 3) wordt het verrichte groot onderhoud, dat aan de criteria voldoet van RJ 212.201, in de boekwaarde van het actief verwerkt en wordt de componentenbenadering toegepast.
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
4
De componentenbenadering hoeft bij methode 3 niet met terugwerkende kracht toegepast te worden voor reeds vóór de stelselwijziging verwerkte activa. De stelselwijziging over de langlopende vorderingen op het Ministerie van OCW staat al beschreven in de paragraaf die ging over continuïteit. In 2020 hebben we de stelselwijzigingen opgenomen om de voorzieningen te waarderen tegen contante waarde in plaats van nominale waarde in de voorgaande jaren. Deze stelselwijzigingen hebben invloed op onze vergelijkende cijfers van 2019. Deze invloed is hieronder schematisch inzichtelijk gemaakt:
Tabel 1: Stelselwijzigingen 2020 Stelselwijziging 1: opheffen langdurige vordering Stelselwijziging 2: Opheffen voorziening MOP
Financiële impact € -1.986.245 € 1.397.853
Tabel 2: Stelselwijzigingen 2020 1.1.3 Financiële vaste activa 2.1 Eigen vermogen 2.2 Voorzieningen
jaarrekening 2019 Mutatie stelselwijziging Aangepaste cijfers 2019 € 2.045.454 € -1.986.245 € 59.209 € 4.465.041 € -588.392 € 3.876.649 € 3.173.151 € -1.397.853 € 1.775.298
Tabel 3: Kengetallen Solvabiliteit Weerstandsvermogen Normatief Eigen Vermogen Normatieve Kapitalisatiefactor
jaarrekening 2019 Aangepaste cijfers 2019 62,58 55,30 11,70 10,16 € 4.766.314 € 3.828.458 32,78% 26,66%
Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het college van bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en passiva en van baten en lasten. De belangrijkste schattingen hebben betrekking op: - de waardering van materiële vaste activa, waaronder de gehanteerde afschrijvingstermijnen; - de bepaling van personele voorzieningen. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. In 2020 heeft er een schattingswijziging plaatsgevonden van onze activeringsgrens. Vanaf 1 januari 2020 hebben wij onze activeringsgrens opgehoogd van €1.000 naar €2.000.
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
5
Grondslagen voor waardering van activa en passiva Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde.
Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies.
In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord. De grondslagen voor de materiële vaste activa zijn: 1. Gebouwen en terreinen a. Vanaf 2020 worden de kosten van groot onderhoud verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat de kostprijs van een materieel vast actief bij de eerste verwerking wordt toegerekend aan de afzonderlijke componenten op basis van de verwachte gebruiksduur van deze componenten, waarna afzonderlijk wordt afgeschreven over het deel van de kostprijs dat is toegerekend aan de geïdentificeerde componenten. De afschrijvingstermijnen per component van OSVS zijn weergegeven in de tabel bij de toelichting van de post
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
6
gebouwen en terreinen. De activeringsgrens ligt onderhoudscomponent op € 2.000. b. Met betrekking tot de afschrijvingssystematiek worden binnen de gebouwen en terreinen verschillende groepen onderscheiden. De gebouwen en terreinen worden lineair afgeschreven gedurende de ingeschatte levensduur. In het jaar van investeren wordt naar tijdsgelang afgeschreven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen lopen uiteen van 5 jaar (20,0%) - 30 jaar (3,3%) De stichting is geen economisch eigenaar van de terreinen en gebouwen. Om die reden wordt de waarde daarvan niet in de balans opgenomen. 2. Inventaris en apparatuur a. De geactiveerde bedragen betreffen de aangeschafte inventaris en apparatuur tegen de verkrijgingsprijs. De afschrijvingstermijnen per component van OSVS zijn weergegeven in de tabel bij de toelichting van de post inventaris en apparatuur. De activeringsgrens ligt per component op € 2.000. b. Met betrekking tot de afschrijvingssystematiek worden binnen de inventaris en apparatuur verschillende groepen onderscheiden. De inventaris en apparatuur worden lineair afgeschreven gedurende de ingeschatte levensduur. In het jaar van investeren wordt naar tijdsgelang afgeschreven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen lopen uiteen van 4 jaar (25,0%) - 15 jaar (6,7%). 3. Overige vaste bedrijfsmiddelen a.
De geactiveerde bedragen betreffen de aangeschafte overige vaste bedrijfsmiddelen tegen verkrijgingsprijs. De afschrijvingstermijnen per component van OSVS zijn weergegeven in de tabel bij de toelichting van de post overige vaste bedrijfsmiddelen. De activeringsgrens ligt per component op € 2.000. b. Met betrekking tot de afschrijvingssystematiek worden binnen de overige vaste bedrijfsmiddelen verschillende groepen onderscheiden. De overige vaste bedrijfsmiddelen worden lineair afgeschreven gedurende de ingeschatte levensduur. In het jaar van investeren wordt naar tijdsgelang afgeschreven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen lopen uiteen van 7 jaar (14,3%) - 25 jaar (4%). De vooruit ontvangen investeringssubsidies die samenhangen met de daarbij horende geactiveerde investeringen vallen jaarlijks vrij ten gunste van de staat van baten en lasten in gelijke delen naar rato van de economische levensduur van de bijbehorende geactiveerde investering. De vooruit ontvangen investeringssubsidies worden in eerste instantie opgenomen onder de overlopende passiva. Vorderingen a. De vorderingen op debiteuren en overige vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waarvoor een financieel actief of financiële verplichting bij de eerste verwerking in de balans wordt opgenomen verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag en verminderd met eventuele afboekingen (direct, dan wel door het vormen van een voorziening) wegens bijzondere waardeverminderingen of oninbaarheid. b. De overlopende activa worden gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd op basis van de geamortiseerde kostprijs. De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waarvoor een financieel actief of financiële verplichting bij de eerste verwerking in de balans wordt opgenomen verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
7
bepaalde cumulatieve amortisatie van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag en verminderd met eventuele afboekingen (direct, dan wel door het vormen van een voorziening) wegens bijzondere waardeverminderingen of oninbaarheid. Indien noodzakelijk geacht is rekening gehouden met mogelijke oninbaarheid. De overlopende activa hebben een looptijd korter dan een jaar. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan een jaar. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van het bestuur en dienen ter dekking van de algemene reserve, de overige reserves en de voorzieningen. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat in 2020 uit : - een algemene reserve welke staat ter dekking van de door de stichting OSVS benoemde strategische, tactische en operationele risico’s. De bestemmingsreserves zijn in 2012 middels bestuurlijk besluit opgeheven en verwerkt in de algemene reserve. Het bestuur heeft een risico-inventarisatie uitgevoerd, waarin de risico’s van de organisatie zijn onderkend en gekwantificeerd. De algemene reserve staat ter dekking van benoemde risico’s.
Voorzieningen Pensioenen De stichting heeft één pensioenregeling. Dit betreft een Nederlandse regeling en wordt gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerder, te weten het bedrijfstakpensioenfonds ABP. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De stichting heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. De dekkingsgraad van het ABP is eind 2020 93,2%. Overige voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde, gebaseerd op een marktrente van 0%. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
8
verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. a. Voorziening spaarverlof Onder de voorziening spaarverlof zijn de gespaarde uren spaarverlof opgenomen. Het betreft medewerkers die deelnemen aan deze regeling. De waarde van de spaarsaldi wordt berekend op basis van een vast tarief per uur per functieschaal. De voorziening wordt gewaardeerd op contante waarde, gebaseerd op een marktrente van 0%. b. Voorziening jubilea De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband van de werknemers. De voorziening wordt gewaardeerd op contante waarde, gebaseerd op een marktrente van 0%. De voorziening is berekend op basis van het personeelsbestand d.d. 31-12-2020 en de ingeschatte blijfkans van de medewerkers die het betreft. Hierbij is de blijfkans hoger naarmate de werknemers ouder zijn en langer in dienst zijn van de Stichting OSVS en loopt op van 1,5 - 5,5 % voor medewerkers met een kortere diensttijd dan 6 jaar tot 76 % met een diensttijd van 34 – 39 jaar. In de berekeningsgrondslag van de voorziening wordt uitgegaan van het aantal onderwijsjaren. c.
Voorziening levensfase bewust personeelsbeleid De voorziening levensfase bewust personeelsbeleid wordt opgenomen voor gespaarde verlofuren als gevolg van de afspraken duurzame inzetbaarheid of de werktijdenvermindering voor senioren, voor zover de gespaarde rechten op doorbetaalde afwezigheid kunnen worden opgenomen of verzilverd. Deze uren van het schooljaar 2014-2015 zijn gewaardeerd op basis van een tarief per uur van de functieschaal en trede per 1 augustus 2018. De uren van het schooljaar 2015-2016 zijn gewaardeerd op basis van een tarief per uur van de functieschaal en trede per 1 augustus 2019. Voor de komende jaren geldt een zelfde systematiek over de kwantificering van het uurloon. De overige uren zijn gewaardeerd tegen het laatst vastgestelde tarief op basis van een vast tarief per uur van de functieschaal en trede. De voorziening wordt gewaardeerd op contante waarde, gebaseerd op een marktrente van 0%. d. Voorziening langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid De voorziening langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid wordt conform RJ 271.205 opgenomen voor de in de toekomst door te betalen bezoldiging aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid gedurende de ziekte periode.
De voorziening wordt gewaardeerd op contante waarde, gebaseerd op een marktrente van 0%. e. Voorziening werkeloze ex-werknemers De voorziening werkeloze ex-werknemers wordt opgenomen voor de in de toekomst te betalen verplichtingen van de WW-uitkeringen van ex-werknemers. De hoogte van deze te betalen verplichtingen worden gebaseerd op de overzichten van het UWV. De voorziening wordt gewaardeerd op contante waarde, gebaseerd op een marktrente van 0%. f. Voorziening transitievergoedingen Op 1 januari 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden ter vervanging van de Wet werk en zekerheid (WWZ). Dit houdt in dat bij tijdelijke contracten waarbij het bij het aangaan van het contract zeer waarschijnlijk is dat het contract niet zal worden verlengd, er een transitievergoeding dient te worden uitbetaald aan de medewerker. Omdat de opbouw plaatsvindt sinds de indiensttreding en de WAB definitief is geworden dient er een voorziening te worden gevormd. De voorziening
Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam
9
wordt gevormd middels de nieuwe berekening van de transitievergoeding op medewerkersniveau maal het kans percentage dat een medewerker geen verlenging krijgt. De voorziening wordt gewaardeerd op contante waarde, gebaseerd op een marktrente van 0%.
Langlopende schulden Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt samen met de verschuldigde rentevergoeding zodanig bepaald dat de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten wordt verwerkt. De resterende looptijd bedraagt meer dan een jaar. De op korte termijn (binnen één jaar) verschuldigde aflossingen worden opgenomen onder de kortlopende schulden. Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. De kortlopende schulden worden bij eerste waardering opgenomen tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd op basis van de geamortiseerde kostprijs. a. Kortlopende schulden betreffen schulden ten behoeven van crediteuren, schulden ter zake van belastingen en sociale premies en schulden ter zake van pensioenen. b.
De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten (subsidies en overige baten) en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. Rijksbijdragen Onder de rijksbijdragen worden de vergoedingen voor de personele en materiële exploitatie opgenomen verstrekt door het Ministerie OCW. De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft (in het jaar van toewijzing) volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Niet-geoormerkte OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. De niet bestede niet-geoormerkte OCW-subsidies worden op uitzondering verantwoord onder de vooruit ontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) indien er