CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP HavenVeste - Toelichting

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Bestemmingsplan HavenVeste29.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestem m in g spla n Ha v en V este

aangewezen waarmee in dit bestemmingsplan rekening moet worden gehouden. T oekom stige situatie Waterkwantiteit: v oorkomen v an waterov erlast Bij de beschrijv ing v an het standstill-beginsel zijn de effecten v an de ontwikkeling die met het onderhav ige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, inzichtelijk gemaakt. Ontwikkelingen waarbij het v erhard opperv lak toeneemt, zorgen v oor een snellere afstroming v an hemelwater naar het opperv laktewater. Dit kan leiden tot waterov erlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel. Tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. In dit gev al gaat het om een plangebied dat zowel in de 'oude' situatie als in de 'nieuwe' situatie geheel bebouwd is. Voor alle ontwikkelingen geldt echter dat afstromend hemelwater moet worden opgev angen en v astgehouden. De gemeente is in ov erleg met het hoogheemraadschap ov er afstemming met betrekking tot de watersleutel en klimaatadaptatie. De hoogste opgav e is tot nog toe leidend en zo is dat ook hier afgesproken. Het Klimaatadaptatieplan Schiedam heeft als uitgangspunt dat 60 mm neerslag in een uur tijd kan worden v erwerkt, zonder dat ov erlast ontstaat. In het v erbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (v GRP 2019-2023) is een werkwijze uitgewerkt v oor de v erdeling daarv an tussen openbaar en priv égebied.

Ook wordt in de werkwijze onderscheid gemaakt tussen bestaand gebied en nieuwe ontwikkelingen. Voor bestaand gebied wordt v an de totale bui v an 60 mm/uur in het openbare gebied 40 mm/uur opgev angen (onder- en bov engronds). Op priv é gebied wordt 20 mm/uur opgev angen. Dat betekent dat de huidige tuinen/percelen v an particulieren 20 millimeter neerslag per uur moeten kunnen opv angen (bergen) en daarna v ertraagd afv oeren. Dat kan met bijv oorbeeld een extra regenton en door extra v ergroenen. Het bergen v an 20 mm/uur op priv égebied is een 'minimale norm'; bij v oorkeur wordt op priv éterrein een groter deel v an de totale bui opgev angen en geborgen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt geen onderscheid gemaakt tussen openbaar en priv é terrein en dient 60 mm/uur te worden geborgen en daarna v ertraagd afgev oerd. Elk project is maatwerk, wat betekent dat per project in ov erleg met de initiatiefnemer wordt gekeken wat er haalbaar is. In het gev al v an Hav env este is sprake v an sloop en nieuwbouw. Het gaat om een nieuwe ontwikkeling in een bestaande context. Omdat de omgev ing dicht bebouwd is en de groene ruimte beperkt, lijkt een opgav e om 60 mm/uur te bergen in dit gev al hoog gegrepen v oor de initiatiefnemer.

Afgesproken is dat de initiatiefnemer de intentie heeft om op eigen terrein 25 mm hemelwater per m² v erhard opperv lak (6,55 m3) aan waterberging te realiseren, bov enop de opgav e v anuit de watertoets v an het hoogheemraadschap (46,8 m3). Op 13 januari 2021 heeft de Stichting Frankeland ov erlegd met het HHD ov er de v oorgestelde v oorzieningen. Verder is afgesproken dat een nadere v erantwoording zal worden gegev en v an de toe te passen maatregelen in relatie tot de Richtlijn toepassen v asthoudmaatregelen v an het HHD. Het HHD heeft op 2 februari 2021 per mail laten weten met deze nadere toelichting akkoord te kunnen gaan. Er is duidelijk geworden dat het haalbaar is om in de naastgelegen tuinen, op de hoek v an de Lange Hav en en de St. Liduinastraat en desgewenst elders op het terrein v an Frankeland, v oldoende bergingsv oorzieningen aan te leggen in de v orm v an lav ablokken. Daarmee wordt het plan op dit punt uitv oerbaar geacht. De opgav e wordt ook juridisch geborgd in de regels. De precieze maatregel is v oor het bestemmingsplan v erder niet v an belang. Een technische toets v indt nog plaats bij de omgev ingsv ergunning. Als aandachtspunt wordt meegegev en dat het niet toegestaan is om ov ertollig hemelwater af te wateren naar de straat. Als dit tot ov erlast leidt kan particulier hier aansprakelijk v oor worden gesteld.

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

31

bestem m in g spla n Ha v en V este

Grondwater en v oorkomen v an zoetwatertekort Het plan gaat v oorzien in een parkeerkelder. Het v loerpeil v an de parkeerkelder zal op 3,30 meter beneden het peil v an de begane grondv loer worden aangebracht. Bij de aanv raag om omgev ingsv ergunning v ormt de geschiktheid v an de bodem een aandachtspunt. Hierbij zal aandacht worden besteed aan de zettingsrisico's en de effecten v oor grondwater(stromingen). Indien nodig worden maatregelen v oorgesteld om negatiev e effecten te v oorkomen. Indien bemaling moet worden toegepast, zal tijdig een melding of v ergunning worden gedaan of aangev raagd. Indien v oor het gebouw v itale functies (generatoren, serv ers, etc.) noodzakelijk zijn, dan zal plaatsing daarv an in de kelder alleen na ov erleg met het Hoogheemraadschap plaatsv inden. Onderhoud en bagger Het plan heeft geen consequenties v oor dit thema, aangezien geen water in het plangebied ligt. Schoon water: watersy steemkwaliteit en ecologie Het plangebied wordt wederom v olledig bebouwd. Er is geen sprake v an een relev ante wijziging die ten opzichte v an de geldende situatie consequenties heeft v oor de watersy steemkwaliteit en de ecologie. Er zullen geen uitlogende of v erv uilende bouwmaterialen worden toegepast om v erslechtering v an de (grond)waterkwaliteit te v oorkomen.

Gezuiv erd water: afv alwaterketen Bij realisatie v an het woonzorgcomplex wordt aangesloten op het gescheiden rioolstelsel. In de weg ligt nu alleen nog v uilwaterriolering. Binnen afzienbare termijn komt hier een gescheiden stelsel. Vanaf het perceel Frankeland wordt het afv alwater gescheiden aangeboden. Hierdoor kunnen in de toekomst afv alwater en hemelwater gescheiden opgev angen en afgev oerd, waarbij het hemelwater wordt opgev angen en v astgehouden in het plangebied en wordt geïnfiltreerd in de bodem. Alleen het ov ertollige hemelwater wordt v ertraagd afgev oerd naar het (hemelwater)riool. Dit is in de anterieure ov ereenkomst geborgd. Klimaatadaptatie Ter v oldoening aan het gemeentelijke beleid wordt v oldaan aan div erse aspecten v an klimaatadaptatie. Vooruitlopend op de nieuwe ontwikkeling is op bestaand terrein reeds v oorzien in een v ergroting v an het waterbergend v ermogen en een buffering v an opperv laktewater. Wij v erwijzen hier naar hetgeen hierv oor onder “waterkwantiteit” is v ermeld. Bij de uitwerking v an deze wateropgav e wordt de richtlijn v asthoudmaatregelen v an het Hoogheemraadschap v an Delfland gev olgd. Dit betreft een onderwerp v an uitwerking v an dit bestemmingsplan en krijgt gestalte bij de aanv raag om omgev ingsv ergunning.

Waterv eiligheid Bij raadpleging v an de legger blijkt dat er geen bijzondere beschermingszone ter plaatse is aangewezen waarmee in dit bestemmingsplan rekening moet worden gehouden. Het plangebied is niet gelegen binnen of in de nabijheid v an een waterkering. Er hoeft daarom in de regels geen beschermende dubbelbestemming te worden opgenomen. Conclusie Uit de watertoets Delfland blijkt dat er ten behoev e v an de nieuwbouw Frankeland in ieder gev al een waterberging v an 46,8 m3 benodigd is. De aanleg v an deze waterberging is geborgd in de regels v an het bestemmingsplan. Daarnaast heeft Frankeland tev ens de intentie om in het kader v an gemeentelijke beleid ten aanzien v an klimaatadaptatie op v rijwillige basis minimaal 25 mm/m2 extra waterberging (6,55 m3) te realiseren in aanv ulling op hetgeen v anuit de watertoets door het Hoogheemraadschap Delfland wordt geëist.

32

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

De beoogde ontwikkeling v oldoet aan de regelgev ing en aan het beleid v an het Hoogheemraadschap en de gemeente Schiedam. De ontwikkeling draagt ook bij aan de doelstellingen v an het rioleringsplan en het klimaatadaptatieplan. Het bestemmingsplan is daarmee niet in strijd. In de anterieure ov ereenkomst zijn afspraken gemaakt ov er duurzaamheidsmaatregelen, zoals ook in paragraaf 4.2.1 is v ermeld.

4.2 Duurzaamheid en Klimaat 4.2.1 Klimaatmitigatie (energie- en materiaalgebruik) In de anterieure ov ereenkomst die is gesloten ten behoev e v an dit bestemmingsplan is het v olgende opgenomen: “Frankeland zal duurzaamheidsmaatregelen nemen, welke een bijdrage lev eren aan de doelstellingen v an de gemeente. Er wordt onder andere gestreefd naar een zo energieneutraal mogelijk gebouw in ov ereenstemming met de eisen v oor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG), waarbij wordt v oorzien in duurzame koudeopwekking middels warmte/koude opslag in combinatie met lucht- en v loerkoeling. Voor zov er nodig i.v .m. de BENG-eisen zullen PV-panelen op het dak worden aangebracht. Aandacht wordt besteed aan duurzaam materiaalgebruik en klimaatadaptief bouwen (toepassing v an zonwering, goede isolatie, gasloos bouwen)." Frankeland heeft tev ens de intentie om: In het kader v an klimaatadaptatie op v rijwillige basis minimaal 25 mm waterberging (6,55 m³) te realiseren in aanv ulling op hetgeen v anuit de watertoets door het Hoogheemraadschap Delfland wordt geëist. De mogelijkheden te v erkennen om ook het bestaande Frankeland-complex te v erduurzamen, en hierv oor het de Gemeente in gesprek te gaan. In het ontwerp is gestreefd naar het zov eel mogelijk gebruik maken v an daglicht.

Op die manier kan de toepassing v an kunstlicht worden v erminderd, hetgeen ook bijdraagt aan de v ermindering v an de CO2-uitstoot. In het ontwerp wordt v erder gekeken naar een creatief lichtplan v an spaarlampen en LED-lampen, ev eneens om zo de uitstoot v an CO2 zov eel mogelijk te beperken. Er wordt in het ontwerp v eel aandacht besteed aan de dak-, gev el-, v loer- en bodemisolatie v an de geplande zorgappartementen en de toepassing v an daarv oor geschikt en duurzaam isolatiemateriaal. Maar wel met behoud v an goede v entilatiemogelijkheden om een gezond binnenklimaat te handhav en. Door het lev eren v an koeling in de appartementen met een sy steem v an luchtwarmtepompen, wordt v oor de gebruikers v an het complex een comfortdienst gelev erd die tev ens v ermijdt dat gebruikers losse airco-apparaten aanschaffen en gebruiken. Juist deze apparaten zijn grote energiev erbruikers met een grote CO2-footprint. Hiermee wordt een aanzienlijk CO2-besparing bereikt. De luchtwater warmtepomp zorgt niet alleen v oor koeling, maar i.c.m. de zonnepanelen ook v oor v erwarming en de warmwaterv oorziening. De v entilatie geschiedt middels een luchtbehandelingskast v oorzien v an warmteterugwinning en wordt in de kamers gestuurd op basis v an aanwezigheid. Daarnaast is sprake v an een gebouw dat niet is aangesloten op het gasnet.

Daarmee draagt het bij aan de doelstelling om het gasv erbruik in Nederland aanzienlijk terug te brengen en zorgt het v oor een v ermindering v an de v erbranding v an fossiele brandstoffen. Verder wordt externe zonwering toegepast op de zuid-, west- en oostgev el.

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

33

bestem m in g spla n Ha v en V este

4.2.2 Klimaatadaptatie (water, droogte en hitte) In de toekomst komen korte, zeer hev ige buien v aker v oor, afgewisseld met langere periodes v an extreme droogte. Om waterov erlast te v oorkomen, is uitgangspunt dat het gebied een extreme bui kan v erwerken, waarbij 60 mm neerslag v alt in een uur tijd. Om daling v an grondwaterstanden in tijden v an droogte tegen te gaan, wordt zov eel mogelijk water opgev angen en v astgehouden en bij v oorkeur geïnfiltreerd in de bodem. Het plangebied ligt in de binnenstad. Het gaat om zogeheten boezemgebied, de hogere gronden aan de Schie. Het waterpeil in de omliggende wateren (Korte Hav en, Lange Hav en, Nieuwe Hav en) wordt op een peil v an 0,43 m-NAP gehouden. Het maaiv eld ligt daar bov en (ca. 0,5-1,5 m+NAP). De klimaatatlas biedt inzicht in de gev oeligheden v an het gebied v oor waterov erlast, zettingen/ v erzakkingen en hitte. Uit de kaartbeelden blijkt dat plangebied licht gev oelig is v oor waterov erlast; het maaiv eld ligt iets lager dan de directe omgev ing. Dit is op te v angen door het gebied iets op het hogen. De panden in de omgev ing v erzakken niet/nauwelijks, ev enmin als de straten. Het plangebied is gev oelig v oor opwarming in tijden v an hitte, als gev olg v an aanwezige bebouwing en v erharding. Om gaan m et hev ige neerslag en droogte Uit de watertoets Delfland blijkt dat er t.b.v .

de nieuwbouw Frankeland in ieder gev al een waterberging v an 46,8 m3 benodigd is. De aanleg v an de waterberging is geborgd in de regels v an het bestemmingsplan. Het gemeentelijk beleid gaat uit v an 25 mm/m2 extra v erhard opperv lak, dat wil zeggen 6,55 m3. Frankeland heeft de intentie om op v rijwillige basis minimaal 25 mm/m2 extra waterberging (6,55 m3) te realiseren in aanv ulling op hetgeen v anuit de watertoets door het Hoogheemraadschap Delfland wordt geëist. De waterberging zal in principe plaatsv inden in het plangebied. Er is een afwijkingsbev oegdheid opgenomen om ook waterberging buiten het plangebied te kunnen realiseren, maar dan wel daarop aansluitend op gronden in eigendom v an Frankeland. Mogelijkheden daarv oor zijn: groene/waterbergende daken en gev els, bergingskelders, infiltratiekratten of combinaties daarv an en in de buitenruimte waterdoorlatende v erharding en groen. Op dit moment zijn er onv oldoende aanwijzingen dat het grondwater in het gebied in tijden v an extreme droogte erg uitzakt en daarom is het niet noodzakelijk het neerslagwater te infiltreren in de ondergrond. Het ov ertollige neerslagwater kan (v ertraagd) worden afgev oerd naar de boezem/de omliggende hav ens. Aansluiting op het rioolstelsel In het gebied ligt een gemengd rioolstelsel. Uitgangspunt is dat het hemelwater en het v uilwater gescheiden worden.

Het v uilwaterriool wordt aangesloten op het gemengde rioolstelsel. Het hemelwater wordt bij v oorkeur (v ertraagd) afgev oerd naar de omliggende wateren, maar als dat niet mogelijk is, kan het ov ertollige hemelwater bij extreme buien ev eneens v ertraagd worden afgev oerd naar het gemengde rioolstelsel. Om de rioolwaterzuiv eringsinstallatie niet ov ermatig te belasten met het relatief schone hemelwater, wordt bij v oorkeur zo min mogelijk hemelwater naar het gemengde riool afgev oerd. Hitte Als gev olg v an de klimaatv erandering neemt het risico op hittegolv en toe. Uit de hittekaart blijkt dat het plangebied sterk opwarmt in tijden v an extreme hitte. Dit kan nog toenemen wanneer het gebied wordt bebouwd.

34

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

Bouwtechnische v oorzieningen kunnen opwarming v an het gebouw beperken. Denk aan: isolatie, luifels en zonwering, mogelijkheden om ramen open te kunnen zetten/te v entileren, beperken v an grote glasopperv lakken, gebruik v an reflecterende in plaats v an absorberende bouwmaterialen. (NB: het gebruik v an airconditioning wordt afgeraden, gezien het energiev erbruik, dat weer andere klimaatdoelen betreft). Dakv lakken, ev entuele balkons en het binnenterrein krijgen bij v oorkeur een inrichting met v eel waterberging en groen. Op dit moment wordt in den lande erv aring opgedaan met polderdaken (waterbergende groene daken). Dit lijkt een zeer effectief middel. (NB: Polderdaken/v egetatiedaken zijn goed te combineren met zonnepanelen. Wanneer de daken ook v ocht v asthouden, hebben zij zelfs een koelend effect op de zonnepanelen, wat het rendement v an de panelen v erhoogt en het risico op brand v erkleind). In de buitenruimte zijn schaduwplekken belangrijk en speelt groen een belangrijke rol. Bomen met grote boomkruinen zorgen v oor schaduw en v oor v erkoeling (bomen v erdampen water). Het is dan wel zaak dat de bomen v oldoende water kunnen blijv en opnemen uit de ondergrond en dat er v oldoende ruimte is om bomen in te kunnen passen.

Het aanleggen v an groen op het binnenterrein is een goede oplossing, die kan bijdragen aan het v asthouden v an water, het tegengaan v an v erdrogen v an de ondergrond en het tegengaan v an hittestress. Ov erstrom ingen Het plangebied ligt in zogeheten boezemgebied, langs de Schie. Het gebied wordt tegen ov erstromingen beschermd door de Delflandsedijk en de kades v an de hav ens (Schie). Het risico op ov erstromingen v anuit de riv ier en de hav ens is uiterst beperkt. Bij de toepassing v an de parkeerkelder zal deze zo v eel mogelijk waterbestand worden gemaakt.

Afbeelding 17 - Uitgangspunten klimaatadaptatie plangebied

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

35

bestem m in g spla n Ha v en V este

Maatregelen Bij de uitv oering v an dit bestemmingsplan wordt een waterberging gerealiseerd die v oldoet aan de eis v an het Hoogheemraadschap plus bestaat de intentie om extra waterberging te realiseren, zoals hierv oor is aangegev en. Daarnaast wordt minimaal 500 m2 groen dak aangelegd. Om hittestress te v oorkomen wordt op zonbelaste gev els c.q. glazen daken zonwering aangebracht, ev entueel in combinatie met zonwerend glas. In de zorgunits worden te openen ramen aangebracht, zodat de woning kan worden gespuid. De installatie v erzorgt ook koudeafgifte middels mechanische balansv entilatie in combinatie met v loerkoeling en luchtkoeling. Er wordt deel witte dakbedekking toegepast in v erband met reflectie warmte en de toe te passen groene daken werken deels ook als v entilatie. PV-panelen worden aanv ullend aangebracht als dat v ereist is op basis v an de BENG-eisen. Ov erwogen is om hier nog v erder in te gaan dan de BENG. Vanwege de budgettaire consequenties is dat echter niet mogelijk.

4.2.3 Natuurinclusief bouwen Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die v oor alle gebruikers een prettige leefomgev ing zijn. Inv esteren in groene kwaliteit lev ert immers v eel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Goed stedelijk groen zorgt v oor v erkoeling in de zomerhitte, zuiv ert de lucht en biedt v olop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergv leermuis. Juist dankzij deze bev olkingsgroepen komen steden en dorpen pas écht tot lev en. Maatregelen Om waterov erlast en v erdroging v an de ondergrond zov eel mogelijk te beperken en om inv ulling te gev en aan de doelstellingen v oor inclusief bouwen wordt een aantal extra maatregelen genomen. Zo wordt minimaal 500 m2 groen dak aangebracht, zoals reeds in de v orige paragraaf is aangegev en. Ov erwogen is om het groene dak ook een waterbergende functie te gev en. Daarv an is echter afgezien omdat dit constructief v oor de nodige problemen zou zorgen en daarv oor te v eel extra kosten zouden moeten worden gemaakt. Er worden nestkasten v oor v ogels en v leermuizen in het ontwerp toegepast. De muren worden v oor een deel bedekt met klimplanten, de afscheidingen worden als haag uitgev oerd met minimaal drie v erschillende soorten heesters.

Om te borgen dat deze heesters ook wezenlijk bijdragen aan de biodiv ersiteit, zal minimaal 7 0 % daarv an als drachtplanten v oor bijen en v linders. Voor de beplanting wordt gekozen v oor v erschillende hoogten om gelaagdheid te creëren. Sedumsoorten op het dak zullen ev eneens bijdragen aan de v ereiste biodiv ersiteit. Alle opperv lakken op het terrein zijn waterdoorlaatbaar behoudens het parkeerterrein. Dat laatste v anwege de noodzaak v an een goed beheer. Het hemelwater wordt gescheiden v an het v uilwater en wordt afgekoppeld, waarbij het regenwater zov eel mogelijk wordt v astgehouden en geborgen in bergingsv oorzieningen (op het dak en in het parkje). Alleen ov ertollig water wordt aangelev erd aan het schoonwaterriool.

4.3 Bodem 4.3.1 Algemeen Op grond v an het Besluit ruimtelijke ordening dient een bodemanaly se te worden v erricht met het oog op de beoordeling v an de realiseerbaarheid v an bepaalde bestemmingen of bestemmingswijziging. In het kader v an dit bestemmingsplan is een milieuhy giënisch bodemadv ies opgesteld. De uitkomsten v an het bodemadv ies staan in de v olgende alinea's beschrev en.

36

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

4.3.2 Bodemkwaliteit Door de grote mate v an v erstedelijking is in de gemeente Schiedam weinig terug te v inden v an de oorspronkelijke bodemopbouw. Het bestemmingsplangebied 'West' is in de jaren '20 en '30 aangelegd in de v oormalige polder West Frankenland en is ten behoev e v an bouwrijp maken opgespoten met zandig materiaal. De dikte v an de ophooglaag reikt plaatselijk tot een diepte v an 3 meter beneden het maaiv eld. Uit div erse bodemonderzoeken in de wijk blijkt dat in deze zandige ophooglaag regelmatig sprake is v an bijmengingen met (bouw)puin, v erbrandingsresten of ander huishoudelijk afv al. Mede hierdoor is de bodem in de wijk gemiddeld licht v erontreinigd met koper, lood, zink, PAK en minerale olie, al is wel sprake v an heterogeniteit, wat betekent dat plaatselijk hogere waarden v an deze stoffen worden aangetroffen.

4.3.3 Bodemonderzoek en sanering Voor een omgev ingsv ergunning, v oor afwijking v an het bestemmingsplan, bij herinrichting waarbij sprake is v an een functiewijziging, bij uitgifte of beëindiging v an erfpacht, bij aan- en v erkoop v an percelen door de gemeente of bij (andere) v oornemens tot grondv erzet, is bodemonderzoek noodzakelijk. Bodemonderzoek wordt uitgeoefend conform de NEN 57 40 en, indien v an toepassing, de NTA 57 55 v oor nader onderzoek. Tijdens dit onderzoek dient tev ens een uitspraak te worden gedaan in hoev erre de bodem v erdacht is op het v oorkomen v an asbest. Indien daarv an sprake is, dient tev ens conform de NEN 57 07 te worden v astgesteld in hoev erre de bodem v erontreinigd is met asbest. Indien de interv entiewaarden worden ov erschreden kunnen sanerende maatregelen worden afgedwongen (bij een gev al v an ernstige bodemv erontreiniging is dit wettelijk v erplicht). Op grond v an het huidige saneringsbeleid dienen bouwplannen (en de daarbij te v oeren dieptematen) en saneringsplannen zodanig op elkaar te worden afgestemd dat: a. het saneren v an mobiele v erontreinigingen (met bijv oorbeeld olie en oplosmiddelen) gericht is op het zov eel mogelijk wegnemen v an bron en v erontreiniging tot een kleine stabiele restv erontreiniging, en; b.

het saneren v an immobiele v erontreinigingen (bijv oorbeeld zware metalen en PAK) gericht is op het v oorkomen v an contactmogelijkheden, wat kan worden gerealiseerd door het aanbrengen v an een leeflaag v an geschikte kwaliteit of een gesloten v erharding (zoals een betonv loer). Bij afv oer v an grond moet rekening gehouden worden met relatief hoge kosten v oor v erwerking (stort en/of reinigen). Indien het alleen v erontreinigingen v an immobiele aard betreft, is het aan te bev elen om binnen de saneringslocatie zov eel mogelijk te herschikken op basis v an een door het bev oegd gezag goedgekeurd saneringsplan. Hierbij geldt het 'standstill'-principe dat de algehele bodemkwaliteit niet v erslechtert. Op 2 april 2019 heeft het bureau Inv enterra een v erkennend bodemonderzoek uitgev oerd naar het plangebied. In dit onderzoek wordt geconstateerd dat de panden die binnen het plangebied aanwezig zijn dateren uit 1850, 1905 en 197 5. Binnen het plangebied is thans een tankstation en een v oormalige garagewerkplaats aanwezig. In het v erleden zijn div erse ondergrondse brandstoftanks gesaneerd. Tev ens zijn 2 bov engrondse brandstoftanks v erwijderd. In 1996 is een bodemsanering uitgev oerd ter plaatse v an het tankstation. Hierbij is circa 400 ton v erontreinigde grond afgev oerd. Verder is een grondwatersanering uitgev oerd, waarbij ruim 300 m3 is geloosd op het riool.

Uit de controlemonsters v an zowel de grond als het grondwater blijkt dat het merendeel schoon is en dat plaatselijk nog lichte restv erontreiniging is achtergeblev en. Thans zijn nog 4 ondergrondse tanks aanwezig.

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

37

bestem m in g spla n Ha v en V este

Bij de uitv oering v an het eerste v ooronderzoek zijn v erhoogde gehalten v an enkele stoffen aangetroffen. Daarom zijn aanv ullend de indiv iduele grondmonsters uit de mengmonsters geanaly seerd. Tev ens zijn enkele extra grondmonsters onderzocht. Er zijn 28 boringen v erricht tot een diepte v an 0,5 tot 4,0 meter beneden maaiv eld. Tev ens zijn enkele peilbuizen geplaatst. Uit de resultaten v an het v erkennend bodemonderzoek is het v olgende geconcludeerd: Uit het onderzoek blijkt dat de v oormalige inpandige olietank niet ondergronds kan hebben gelegen, aangezien op ca. 1,2 m-mv een ondoordringbare laag aanwezig is bij de boringen 101 en 102. Vermoedelijk betreft het één v an de v erwijderde bov engrondse tanks. De grond ter plaatse is niet v erontreinigd met minerale olie. Bij de oliewaterscheider (OWAS) is aan de grond (boring 103, 1,4 – 1,6 m-mv ) een zwakke oliegeur waargenomen. De betreffende grond is niet v erontreinigd met minerale olie of v luchtige aromaten. Er is alleen een lichte v erontreiniging met kobalt en nikkel aangetoond. Het grondwater ter plaatse is licht v erontreinigd met moly bdeen en barium. In de grond bij het tankstation (v ulpunten, ontluchtingen, tanks en tankplaats) zijn in enkele grondmonsters (zeer) lichte v erontreinigingen met minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn geen v erontreinigingen met olieproducten v astgesteld.

In enkele grondwatermonsters zijn concentraties aan MTBE/ETBE gemeten die licht v erhoogd zijn ten opzichte v an de detectielimiet. Daarnaast zijn lichte v erontreinigingen met zware metalen gemeten. In de grond ter plaatse v an de olieopslag in de werkplaats is in 1 v an de onderzochte grondmonsters (116-5, 0,30 – 0,50 m-mv ) een lichte v erontreiniging met minerale olie v astgesteld. In het mengmonster v an het zand onder de betonv loer (MM02) zijn geen v erontreinigingen aangetoond. De kleiige ondergrond blijkt (na separate analy ses) plaatselijk matig v erontreinigd met koper en/of lood. Voor het ov erige zijn lichte v erontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn een matig v erhoogde concentratie barium en licht v erhoogde concentraties zink en moly bdeen v astgesteld. Alcoholen en gly colen zijn niet in v erhoogde mate aangetoond in het grondwater. Bij het onderzoek v an de algemene bodemkwaliteit zijn in de grond ov er het algemeen lichte v erontreinigingen aangetoond met zware metalen, PAK en plaatselijk minerale olie. In enkele indiv iduele grondmonsters zijn matige v erontreinigingen aangetoond. De in een mengmonster gemeten sterke v erontreiniging met PAK is na separate analy ses niet meer aangetoond. In de onderzochte puinhoudende grond is geen asbest aangetoond.

Op basis v an het uitgev oerde bodemonderzoek is de hy pothese 'v erdacht v oor v erontreiniging' bev estigd v anwege de aangetoonde licht tot matig v erhoogde gehalten in de grond en/of in het grondwater. Bij geen v an de v erontreinigingen in de grond is een duidelijke relatie te leggen met de (v oormalige) bedrijfsactiv iteiten. Vermoedelijk betreft het historische binnenstedelijke v erontreinigingen. Ook v oor de licht v erhoogde gehalten aan minerale is (op basis v an de oliechromatogrammen) geen eenduidige relatie met de bedrijfsactiv iteiten aan te gev en, echter deze is ook niet geheel uit te sluiten. De aangetoonde v erhoogde gehalten zijn echter zodanig licht v erhoogd dat aanv ullend onderzoek (ev entueel op basis v an een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Plaatselijk zijn matige v erontreinigingen met zware metalen en PAK in de grond aangetoond. Formeel v ormt dit aanleiding tot het uitv oeren v an nader onderzoek. Op grond v an het totaal aan onderzoeksresultaten, inclusief het reeds uitgev oerde aanv ullend laboratoriumonderzoek, kan echter reeds met v oldoende zekerheid worden v astgesteld dat op de locatie geen sprake zal zijn v an sterke v erontreinigingen in een hoev eelheid v an meer dan 25 m3.

Daarmee is er in de grond geen sprake v an een zogenaamd gev al v an ernstige bodemv erontreinigingen en dus ook niet v an

38

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

een saneringsnoodzaak in de zin v an de Wet bodembescherming. Opgemerkt wordt dat de eindbeslissing hierov er bij het bev oegd gezag (gemeente Schiedam) ligt. De licht tot matig v erhoogde concentraties v an enkele zware metalen in het grondwater kunnen worden toegeschrev en aan natuurlijk v erhoogde achtergrondconcentraties in combinatie met een nog niet v olledig hersteld bodemev enwicht. De lichte v erhoogde concentraties MTBE/ETBE in het grondwater zouden kunnen duiden op een zogenaamd “nieuw gev al v an bodemv erontreiniging”, op grond waarv an de zorgplicht v an toepassing zou zijn, aangezien deze stoffen pas v anaf eind jaren '80 aan benzine zijn toegev oegd. De concentraties zijn echter dusdanig laag dat deze praktisch niet door middel v an v erwijdering te saneren zijn. Ook in 2012 zijn bij het uitgev oerde grondwatermonitoringsonderzoek al licht v erhoogde concentraties gemeten. Aanv ullend is aan het bureau Inv enterra opdracht v erleend om de bouwlocatie nader te onderzoeken op PFAS. Dat begint met onderzoeken rondom de bouwlocatie v oordat deze gesloopt is. Uit het nadere onderzoek is gebleken dat geen PFAS is aangetroffen. Verwezen wordt naar het desbetreffende bodemonderzoek. Na sloop zal een nader onderzoek plaatsv inden naar de aanwezigheid v an PFAS.

Nadat de grond is uitgegrav en ten behoev e v an de aanleg v an een parkeergarage zal een in situ keuring plaatsv inden v oordat deze grond wordt afgev oerd.

4.3.4 Gebruiksbeperkingen Op bepaalde percelen waar een besluit is genomen op grond v an de Wet bodembescherming kan tev ens v an rechtswege, v anwege dat besluit, sprake zijn v an een beperking v an het bodemgebruik. Deze beperkingen zijn geregistreerd in het kader v an de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen. Veelal betekenen deze beperkingen (het in stand houden v an de aangebrachte duurzame afdeklaag of leeflaag) dat herinrichting of grondv erzet gepaard dient te gaan met een bodemsanering. Tev ens kan de beperking bestaan uit het feit dat de eigenaar bepaalde (na)zorgmaatregelen dient te treffen dan wel nazorgv oorzieningen in stand dient te houden. Dergelijke gebruiksbeperkingen zijn v oor de onderhav ige locatie niet aan de orde.

4.3.5 Bodembeheer Het v eroorzaken v an bodemv erontreiniging dient terstond te worden gemeld bij het bev oegd gezag Wet bodembescherming (buiten inrichtingen) of het Activ iteitenbesluit (binnen inrichtingen). In beginsel dient de v eroorzaker in het kader v an zijn/haar zorgplicht de oorspronkelijke bodemkwaliteit v olledig te herstellen. Voor hergebruik v an grond of terugsaneerwaarden geldt gebiedsspecifiek bodembeleid. Deze is v astgelegd in de Nota bodembeheer Schiedam 2010. In deze Nota is v astgelegd dat bij de uitv oering v an een bodemsanering moet worden teruggesaneerd tot bepaalde stofgehaltes en dat in toe te passen grond en bagger bepaalde stofgehaltes niet mogen worden ov erschreden. Deze stofgehaltes zijn gebaseerd op het bodemgebruik in relatie tot risico's bij blootstelling (contact, digestie, etc.) en aan de gemeten achtergrondgehaltes v an die stoffen in een gebied. Toepassingen v an grond of bagger die op basis v an het generieke beleid uit het Besluit bodemkwaliteit door mogen gaan v oor 'grootschalig', om zodoende grond te mogen toepassen v an slechtere kwaliteit dan die v an de ontv angende bodem, zijn op grond v an de Nota bodembeheer niet toegestaan. Als door het bev oegd gezag wordt v astgesteld dat bij het huidige dan wel het v oorgenomen gebruik sprake is v an risico's v oor milieu, mens, plant of dier, dienen,

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

39

bestem m in g spla n Ha v en V este

ongeacht een v oornemen tot bouw of herinrichting, spoedige sanerende maatregelen te worden getroffen. Het bev oegd gezag legt in een beschikking het tijdstip v an saneren v ast en/of bepaald welke (tijdelijke) bev eiligingsmaatregelen tot het moment v an saneren getroffen dienen te worden.

4.3.6 Conclusie Op grond v an het totaal aan onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er v oor de onderzochte locatie geen aanleiding is tot het uitv oeren v an nader onderzoek of het nemen v an sanerende maatregelen. Voorafgaand aan de sloop is de grond reeds onderzocht op PFAS. Er is geen PFAS aangetroffen. Na sloop zal de grond nader worden onderzocht inclusief de aanwezigheid v an PFAS. Vanuit milieuhy giënisch oogpunt is het terrein geschikt v oor de huidige en de toekomstige bestemming. Wel dient er rekening mee te worden gehouden dat de ondergrondse tanks, leidingen etc. v erwijderd dienen te worden. Bij afv oer v an grond of v erhardingsmaterialen v an de locatie kan er sprake zijn v an beperkingen in de hergebruiksmogelijkheden en/of v an v erwerkingskosten. Ook kan door derden, ongeacht de resultaten v an dit bodemonderzoek, een keuring v an de af te v oeren partij v erlangd worden. Bij graafwerkzaamheden in de grond dient rekening gehouden te worden met ev entueel te treffen v eiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400.

4.4 Natuurbescherming en Groen De Wet natuurbescherming v ormt het v oornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied v an de ecologische soortenbescherming en ecologische gebiedsbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en v erv angt de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. In de toelichting v an een bestemmingsplan moeten de gev olgen v an het bestemmingsplan v oor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling v oldoet aan de op grond v an de Wet natuurbescherming gestelde regels.

4.4.1 Soortenbescherming Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis v an een drietal v erschillende beschermingsregimes, namelijk v oor v ogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en ov erige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het v erboden is ze opzettelijk te doden, te v angen of te v erstoren, om ev entuele eieren opzettelijk te v ernielen, om de v aste v oortplantingsof rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te v ernielen. Hierv an kan onder andere sprake zijn bij het kappen v an bomen, het slopen v an gebouwen of het storten en afgrav en v an gronden. Aan de hand v an een literatuuronderzoek en globaal v eldonderzoek is een flora- en faunaparagraaf opgesteld v oor het plangebied. De v olledige flora- en faunaparagraaf 'Ecodat B.V.' (E.W.A. Michiels, 9 december 2019, nummer 2019_130140-05_01) is als bijlage bij het bestemmingsplan gev oegd. Opgemerkt wordt dat het onderzoek een momentopname betreft. Met het v erstrijken v an de tijd kan het spontaan v oorkomen of v erdwijnen v an beschermde planten en dieren nooit met v olledige zekerheid worden v oorzien of uitgesloten.

Op grond v an deze rapportage en het bijbehorend onderzoek worden de v olgende conclusies getrokken: De potenties v oor beschermde soorten beperken zich tot zoogdieren en broedv ogels Te v erwachten v alt dat er negatiev e effecten zullen ontstaan v oor gebouwbewonende v leermuizen. Het slopen v an het pand heeft (mogelijk) een direct negatief effect op mogelijk aanwezige v erblijfplaatsen. Daarnaast v alt niet uit te sluiten dat de steenmarter gebruik

40

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

maakt v an de panden. Een tweetal panden kent dakpannen die mogelijkheden bieden tot het herbergen v an nesten v an huismus en gierzwaluw. Aanv ullend onderzoek dient te worden ingesteld om te bepalen of het gebied daadwerkelijk dienst doet als leefgebied v oor v leermuizen, steenmarter, huismus en gierzwaluw, wat de effecten zullen zijn en de ev entuele compenserende en mitigerende maatregelen die getroffen kunnen worden. Aanv ullend op het onderzoek v an Ecodat is opdracht v erstrekt tot het uitv oeren v an een nader onderzoek naar de aanwezigheid v an v leermuizen, de gierzwaluw en de huismus met inachtneming v an het v leermuisprotocol. Tev ens zijn inmiddels mitigerende maatregelen getroffen door het ophangen v an een aantal nestkasten in de omgev ing zodat een gewenning kan plaatsv inden indien dat noodzakelijk mocht blijken te zijn na afronding v an het nadere onderzoek naar v leermuizen. Uit het nadere onderzoek dat is uitgev oerd door Ecodat d.d. 30 september 2020 blijkt het v olgende: Aannemelijk is dat het onderzoek een redelijke tot goede indruk geeft v an het belang v an het plangebied v oor huismussen, gierzwaluwen, steenmarters en v leermuizen. Het plangebied is geen onderdeel v an het leefgebied v an huismussen, gierzwaluwen en/of steenmarters. Het plangebied fungeert als marginaal foerageergebied v oor gewone en ruige dwergv leermuizen en laatv liegers.

Gelet op dit kleine aantal foeragerende dieren en het ruime aanbod aan v ergelijkbaar foerageergebied in de omgev ing is het plangebied geen essentieel foerageergebied. Gedurende het onderzoek werd naast het projectgebied een v liegroute waargenomen. De ingreep zal geen inv loed hebben op de v liegroutes en/of hun (lijnv ormige) elementen. Er zijn geen v erblijfplaatsen v an v leermuizen aangetroffen. De regels v an de Wet natuurbescherming zullen worden nageleefd. Indien noodzakelijk zal een ontheffing op grond v an de Wet natuurbescherming worden gev raagd. Op dit moment is in het kader v an het v oorliggende bestemmingsplan geen aanleiding om te v eronderstellen dat dit aspect de uitv oerbaarheid v an het bestemmingsplan onev enredig zou belemmeren.

4.4.2 Gebiedsbescherming Ter inv ulling v an de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan de Minister v an Economische Zaken gebieden als Natura 2000-gebied of als bijzonder nationaal natuurgebied aanwijzen. Voor deze gebieden geldt op basis v an de Wet natuurbescherming een zorgplicht, en v oor Natura 2000-gebieden geldt bov endien een v ergunningsplicht v oor het uitv oeren v an projecten en andere handelingen die de kwaliteit v an de natuurlijke habitats en de habitats v an soorten kunnen v erslechteren, of een significant v erstorend effect kunnen hebben op de soorten waarv oor het gebied is aangewezen. Dit wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot v erlies aan kwaliteit in het beschermd gebied. In de ruime omgev ing (25 kilometer) v an Schiedam bev inden zich de v olgende Natura 2000-gebieden: Oude Maas, Kinderdijk Boezems, Oudeland v an Strijen, Sollev eld & Kapittelduinen en Voornes Duin. De Wet Natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op om te zorgen v oor de instandhouding v an het binnen de eigen prov incie gelegen deel v an een landelijk ecologisch netwerk; het Natuurnetwerk Nederland. Het noordelijke deel v an het in Schiedam gelegen gedeelte v an het v eenweidelandschap v an Midden-Delfland behoort ingev olge de prov inciale v erordening tot het Natuurnetwerk Nederland.

Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij'-principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsv inden.

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

41

bestem m in g spla n Ha v en V este

Het plangebied v ormt geen onderdeel v an een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Op v ergunningsniv eau is er een rechtstreekse relatie. Indien een omgev ingsv ergunning wordt aangev raagd v oor de activ iteit bouwen, en v aststaat dat sprake is v an een significant op een Natura 2000 gebied dan kan de omgev ingsv ergunning niet worden v erleend zonder een v erklaring v an geen bedenkingen v an Gedeputeerde Staten v an de prov incie. Als eerder al een v ergunning is v erleend op grond v an de Wet natuurbescherming v oor de desbetreffende activ iteit is v erleend, dan is een dergelijke v erklaring niet nodig. Als gelijktijdig of na de aanv raag om omgev ingsv ergunning tev ens een v ergunning op grond v an de Wet natuurbescherming v oor dezelfde activ iteit is aangev raagd, dan kan de omgev ingsv ergunning niet worden v erleend, v oordat de v ergunning op grond v an de Wet natuurbescherming is v erleend. De v ergunning op grond v an de Wet natuurbescherming haakt dan zogenaamd aan op de v ergunning op grond v an de Wet algemene bepalingen omgev ingsrecht (Wabo). De wet zegt niet wanneer sprake is v an een significant effect. Door middel v an een aerius-berekening kan worden aangetoond of sprake is v an een depositiebijdrage v an stikstof en ammoniak.

Als uit een dergelijke berekening naar v oren komt dat er geen depositiebijdrage bijdrage is op een of meer Natura 2000-gebieden in de directe omgev ing, dan kan worden aangenomen dat er geen significant effect is als gev olg v an de ontwikkeling op de instandhoudingsdoelstelling v an het desbetreffende Natura 2000- gebied. Voor de v oorliggende ontwikkeling is een aerius-berekening opgesteld zowel v oor de gebruiksfase als v oor de aanlegfase. Voor de gebruiksfase is uitgegaan v an de v erkeersgeneratiegegev ens zoals deze in de CROW-brochure nummer 381 zijn opgenomen en v oor de aanlegfase is een aanname gedaan v an de mobiele werktuigen die zullen worden gebruikt en het bouwv erkeer. Deze aannames zijn gebaseerd op erv aringen bij v ergelijkbare projecten. Uit de aerius-berekeningen v oor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase blijkt dat er geen sprake is v an een depositiebijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie moet dan ook zijn dat de ontwikkeling niet leidt tot een significant effect op de instandhoudingsdoelstelling v an relev ante Natura 2000 gebieden.

Afbeelding 18 - Afstand ten opzichte van Natura 2000-locatie Oude Maas, circa 5 km

42

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

Het plangebied maakt ook geen deel uit v an het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ten zuiden v an het plangebied is de Nieuwe Maas wel aangewezen als NNN. Binnen het plangebied liggen geen groenstructuren welke onderdeel uitmaken v an de stedelijke ecologische structuur. De ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt zijn niet v an inv loed op het functioneren v an deze natte ecologische structuur. De afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden is aanzienlijk, waardoor geen sprake is v an een directe werking en alleen sprake is v an een mogelijke externe werking (licht, geluid of stikstofdepositie). Tussen het plangebied en deze gebieden bev inden zich div erse lichten geluidbronnen v an wegen, woon- en werkgebieden. Enige significante effecten v an het plangebied op deze gebieden als gev olg v an licht en geluid zijn daardoor uitgesloten. Dit geldt ev eneens v oor enige significante inv loed ten gev olge v an stikstofdepositie gelet op deze afstanden, alsmede het feit dat het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Met betrekking tot stikstofdeposities in deze gebieden geldt aanv ullend: a. Het gebied Boezems Kinderdijk is v an belang v anwege de aanwezigheid v an de noordse woelmuis, broedv ogels (purperreiger, porseleinhoen, zwarte stern en snor) en niet-broedv ogels (smient, krakeend en slobeend).

Het gebied is niet aangewezen v oor habitatty pen. Negatiev e effecten door externe werking op stikstofgev oelige habitatty pen zijn daarom v oor dit gebied niet aan de orde. b. Negatiev e effecten zijn er ev enmin op het gebied Oudeland v an Strijen omdat daar geen stikstofgev oelige leefgebieden v oorkomen v an v ogelsoorten met een instandhoudingsdoelstelling. c. In het gebied Oude Maas zijn geen stikstofgev oelige habitatty pen of soorten met een instandhoudingsdoelstelling aanwezig. De actuele stikstofdepositie ligt daarbij v er beneden de kritische depositiewaarde v an 2410 mol N/ha/jaar. d. De gebieden Sollev eld & Kapittelduinen en Voornes Duin liggen op grote afstand v an het plangebied en tegen de heersende windrichting in. De activ iteiten in het plangebied hebben gelet hierop, alsmede het beperkte aandeel v an industrie op de totale depositie in deze gebieden (1%), geen significant effect op de stikstofdepositie in deze gebieden. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk welke significante gev olgen kunnen hebben v oor enige in de ruimte omgev ing gelegen Natura 2000-gebieden. Als bijlage bij deze toelichting is een aerius berekening gev oegd. Daarmee is aangetoond dat het plan geen negatief effect heeft op een natuurgebied v anwege stilstofdepositie.

De Wet natuurbescherming en het beleid v an de prov incie staan de uitv oering v an het plan dan ook niet in de weg.

4.4.3 Groen Binnen het plangebied staan meerdere bomen welke v allen onder de kapv ergunningsplicht zoals omschrev en in de Kapv erordening Schiedam. Ten behoev e v an de realisering v an dit bestemmingsplan is het noodzakelijk dat deze bomen worden gekapt. Voor de bomen die blijv en staan, wordt een bomeneffectanaly se uitgev oerd. De consequenties v an de uit te v oeren werkzaamheden zijn meegenomen in de quick scan. Te zijner tijd zal v oor de noodzakelijke v erwijdering v an de bomen een kapv ergunning worden aangev raagd.

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

43

bestem m in g spla n Ha v en V este

4.5 Externe veiligheid 4.5.1 Algemeen Bij het aspect externe v eiligheid gaat het om het mogelijk maken v an risicobronnen (zoals inrichtingen, v liegv elden en transport v an gev aarlijke stoffen) en aan de andere kant bestemmingen die bescherming nodig hebben.1 Er wordt gekeken naar de risico's v an de activ iteiten v oor onder andere omwonenden. Het risico wordt getoetst aan de normen v an plaatsgebonden risico en groepsrisico. Plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon op een bepaalde locatie ov erlijdt als direct gev olg v an een ongev al met gev aarlijke stoffen (als hij onafgebroken en onbeschermd op die locatie zou v erblijv en). De omv ang v an het risico is hierbij afhankelijk v an de afstand (hoe groter de afstand, hoe kleiner het risico). De norm die hierbij gesteld is, is één op één miljoen per jaar. Deze norm geldt als grenswaarde v oor kwetsbare objecten (woningen, gebouwen met opv ang v oor minderjarigen, ouderen, zieken en gebouwen waar een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte v an de dag aanwezig zijn) en als richtlijn v oor beperkt kwetsbare objecten (o.a. v erspreid liggende woningen, kleinere winkel- en kantoorpanden en sportaccommodaties). Het groepsrisico is de kans dat een groep v an 10 of meer personen tegelijk ov erlijden als direct gev olg v an een ongev al met gev aarlijke stoffen.

Hierbij is geen norm gesteld, maar een oriëntatiewaarde. Als het groepsrisico toeneemt kan de oriëntatiewaarde ov erschreden worden. Dit is alleen mogelijk als dit wordt gemotiv eerd door de gemeente middels een v erantwoordingsplicht. Er zijn niet alleen v eiligheidsnormen v oor inrichtingen zoals tankstations of opslagplaatsen v oor gev aarlijke stoffen, maar ook v oor het v erv oer v an gev aarlijke stoffen. De externe v eiligheid focust zich op de beheersing v an de risico's v an: Gebruik, opslag en productie v an gev aarlijke stoffen; BEVI, Besluit externe v eiligheid inrichtingen; Transport v an gev aarlijke stoffen (buisleidingen, ov er water, wegen en spoorwegen); RNVGS, Nota Risico Normering Verv oer Gev aarlijke Stoffen; Bev b, Besluit externe v eiligheid buisleidingen; Gebruik v an luchthav ens.

4.5.2 Visie Externe Veiligheid Op 10 juli 2012 heeft het college v an burgemeester en wethouders de 'Visie Externe Veiligheid 2012- 2020' v astgesteld. In deze v isie is inv ulling gegev en aan de beleidsv rijheid inzake de v erantwoording v an het GR. In de v isie is aangegev en op welke wijze de gemeente plannen en/of projecten welke gev olgen hebben v oor de externe v eiligheidssituatie beoordeelt en v erantwoordt. Onderdeel v an de v isie is het kwetsbaarheidszonemodel zoals deze door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is ontwikkeld. Met het model wordt de kwetsbaarheid v an een object in relatie gebracht met de risicobron, om zo v roegtijdig te kunnen bepalen welke objecten en functies aanv aardbaar zijn op een bepaalde locatie. De v isie bev at een tweetal signaleringskaarten: 1. De eerste kaart geeft de zones aan waar nader onderzoek naar de externe v eiligheid v ereist is. De kaart is gebaseerd op de inv loedsgebieden v an de div erse v oor de externe v eiligheid relev ante risicobronnen. Het plangebied is hoofdzakelijk gelegen binnen het inv loedsgebied v an de rijkswegen A4 en A20. Voor ontwikkelingen binnen deze zone welke leiden tot een toename v an het aantal personen is een v erantwoording v an het groepsrisico v ereist.

44

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

2. De tweede kaart beschrijft de zones waar v estiging of uitbreiding v an kwetsbare functies ongewenst is. Het plangebied ligt deels binnen de A-zone. Voor deze zone geldt dat bepaalde (zeer) kwetsbare functies ongewenst zijn. Andere functies zijn in principe aanv aardbaar, maar onderzocht dient te worden of door het treffen v an aanv ullende maatregelen het aantal slachtoffers kan worden beperkt. Doordat de locatie niet aangegev en is op 1 v an de kaarten uit de beleidsv isie is geen groepsrisico v erantwoording v ereist. Dit betekent dat kan worden v olstaan met onderstaande maatregelen die v oor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling relev ant zijn: uitschakelbare mechanische v entilatie; twee v olwaardige onafhankelijke ontsluitingsroutes aan twee zijden v an het plangebied; optimale v erkeerscirculatie binnen het plangebied; onbelemmerde toegankelijkheid hulpv erleningsv oertuigen

4.5.3 Beoordeling Om de risico's ten aanzien v an v eiligheid in kaart te brengen is gebruik gemaakt v an de risicokaart. Op de kaart zal het aangegev en brandstofpunt in het plangebied door deze ontwikkeling v erdwijnen. Verder blijkt dat de destilleerderij v an HJB Bev erages het dichtste bij het plangebied gelegen is. De afstand is echter ruim 350 meter. Andere risicobronnen liggen nog v erder weg zodat er op het v lak v an externe v eiligheid geen probleem is. Het bestemmingsplan is in het kader v an het v oorov erleg v oorgelegd aan de Veiligheidsregio Rijnmond (VRR). De VRR constateert in de v oorov erlegreactie dat geen relev ante v eiligheidsaspecten zijn geconstateerd. Wel adv iseert de VRR zorg te dragen v oor toereikende bereikbaarheid en bluswaterv oorzieningen, zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal v astgestelde 'Handleiding adv ies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt hierv oor mogelijkheden om daar in v ulling aan te gev en. Voor het bestemmingsplan heeft het adv ies v an de VRR geen gev olgen.

Afbeelding 19 - Uitsnede risicokaart; planlocatie met blauwe pijl aangegeven

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

45

bestem m in g spla n Ha v en V este

4.6 Geluid Op grond v an de Wet geluidhinder zijn normen gesteld met betrekking tot de maximale geluidsbelasting op de gev el v an geluidgev oelige bestemmingen, zoals woningen. Op grond v an de Wet geluidhinder moet aan deze normen worden v oldaan indien een woning binnen een wettelijke geluidszone is gelegen. Het plangebied is gelegen binnen de v olgende wettelijke geluidszones v an binnenstedelijke wegen en gezoneerde industrieterreinen. Voor dit bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgev oerd d.d. februari 2020 door het bureau MoBius consult. De rapportage is als bijlage bij deze toelichting gev oegd. Wegv erkeerslawaai Op basis v an de aangelev erde v erkeersgegev ens v an het prognosejaar 2030, die door de milieudienst DCMR zijn aangelev erd, is een SRMII-geluidsmodel opgesteld. Met dit model is de geluidsbelasting berekend op de gev els v an het project ten gev olge v an wegv erkeer op de relev ante wegen. Uit de berekeningen blijkt in hoofdlijnen het v olgende: De geluidsbelasting ten gev olge v an wegv erkeer op de Nieuwe Hav en is maatgev end ten opzichte v an de andere wegen. Op de v oorgev el (noordoost) v an het project wordt een geluidsbelasting berekend ten gev olge v an wegv erkeer op de Nieuwe Hav en v an maximaal 59 dB (Lden met aftrek).

Dit is hoger dan de v oorkeursgrenswaarde v an 48 dB uit de Wet geluidhinder, maar lager dan de maximale grenswaarde v an 63 dB. De gecumuleerde geluidsbelasting v an alle wegen gezamenlijk bedraagt op de v oorgev el ca. 63 dB (Lden met aftrek). Industrielawaai Het plangebied is gelegen net binnen/net buiten het gezoneerde industrieterrein Vlaardingen (Vulcaanhav en-Vettenoord) en het industrieterrein Schiedam-Zuid. De gemeente Schiedam maakt onderdeel uit v an het Afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkelingen dat gaat ov er geluid v anwege de hav enterreinen. Met de Milieudienst DCMR is de geluidsbelasting afgestemd t.g.v . de gezoneerde industrieterreinen. Per e-mail is aangegev en dat, hoewel de locatie misschien net binnen de geluidszones ligt, inmiddels een latere sanering heeft plaatsgev onden, waardoor de stelling gerechtv aardigd is dat de geluidsbelasting t.g.v . deze zones minder dan 50 dB(A) bedraagt. De geluidsbelasting behoeft daarom niet meer te worden getoetst aan de eisen uit de Wet geluidhinder en het afsprakenkader. Hogere waarden (geluid) Op grond v an het bepaalde in artikel 83 en 110a v an de Wet geluidhinder kunnen hogere waarden (geluid) worden v astgesteld indien de v oorkeursgrenswaarde v oor wegv erkeerslawaai wordt ov erschreden.

Hogere waarden (geluid) kunnen worden v astgesteld tot maximaal 63 dB v oor binnenstedelijke wegen en tot maximaal 53 dB v oor het wegv erkeerslawaai ten gev olge v an rijkswegen. Bezien is in hoev erre bron- of ov erdrachtsmaatregelen v oldoende soelaas kunnen bieden om erv oor te zorgen dat de geluidsbelasting v anwege het wegv erkeer v oldoet aan de v oorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder. Bronmaatregelen In het akoestisch onderzoek is onderbouwd dat de toepassing v an een bronmaatregelen in de v orm v an stil asfalt als onhaalbaar wordt beoordeeld. De kosten daarv an zijn te hoog ten opzichte v an de omv ang v an het project. Ook worden aanzienlijk hogere onderhoudskosten v erwacht door wringing v an het v erkeer (optrekken en remmen). De Nieuwe Hav en heeft een ontsluitende functie v oor de stad Schiedam. Het wijzigen v an de v erkeersintensiteiten en/of samenstelling v an

46

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

bestem m in g spla n Ha v en V este

het v erkeer wordt daarom als onhaalbaar geoordeeld. Het is mogelijk dat in het kader v an het op te stellen nieuwe v erkeerscirculatieplan v erkeersmaatregelen aan de Nieuwe Hav en worden doorgev oerd, waardoor ter plaatse minder v erkeer zal komen. Het is nog te v roeg om thans daarop v ooruit te lopen. Overdrachtsmaatregelen Geluidsschermen tussen het project en de Nieuwe Hav en worden in de bestaande stedelijke context als onwenselijk gezien. Daarbij moeten de schermen relatief hoog uitgev oerd worden, door de hoogte v an de bebouwing en de korte afstand v an de gev els tot de weg. Verder wordt benoemd dat sprake is v an een project in een dicht bebouwde stedelijke omgev ing, met weinig ruimte. Dit geeft aanzienlijke beperkingen in de inv ulling v an het project, zoals het v ergroten v an de afstand v an het gebouw tot de weg Nieuwe Hav en. Het is dan ook noodzakelijk te bezien of een v erzoek om hogere waarden mogelijk is. Daarv oor biedt de Wet geluidhinder mogelijkheden. De gemeente Schiedam heeft hierv oor een lokaal geluidsbeleid v astgesteld. Hierin is aangegev en dat een hogere waarde kan worden v astgesteld indien sprake is v an een geluidluwe gev el. Het beleid is erop gericht om bij een ontheffing t.b.v . hogere waarden erv oor te zorgen dat er minimaal aan één zijde een geluidluwe gev el is.

Dat is een gev el waarbij de geluidsbelasting, ook cumulatief niet bov en de v an 53 dB v oor het aspect wegv erkeer komt. Bij redenen v an ev ident maatschappelijk belang kan hierv an worden afgeweken. In de v oorliggende situatie is het niet mogelijk aan de v oorgev el en de zijgev els aan de eis v an een geluidluwe gev el te v oldoen. De gecumuleerde geluidsbelasting is op alle waarneempunten en v rijwel alle bouwlagen hoger dan 53 dB. Op alle waarneempunten die zijn gelegen aan de achtergev el (zuidwest) en de achter het gebouw gelegen zijgev el (noordwest) is de geluidsbelasting op alle bouwlagen wel lager of gelijk aan 53 dB (zonder aftrek). Deze gev els v oldoen aan de geluidluwe eisen, waarmee het gebouw ov er een geluidluwe gev el beschikt. De zorgeenheden zelf grenzen aan de achterzijde aan een atrium. In het atrium wordt aandacht besteed aan een goede ruimte-akoestiek, zodat er bij elke wooneenheid ook de belev ing ontstaat v an een geluidluwe gev el. Aan de zuidoostelijke zijde v an het middendeel wordt op de bov enste bouwlaag (op het dak v an de v ijfde bouwlaag) een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte gerealiseerd. Zowel ter plaatse v an de gev els die grenzen aan de gemeenschappelijke buitenruimte als ter plaatse v an de v rije rekenpunten in het midden v an de gemeenschappelijke buitenruimte is sprake v an een geluidluwe situatie.

Bij de berekeningen is uitgegaan v an de gesloten uitv oering v an een v albescherming op de rand v an het dak, met een minimale hoogte v an 1,2 meter ten opzichte v an het v loerniv eau v an de buitenruimte. Met de ligging v an een deel v an de zorgunits aan het atrium en de gemeenschappelijke buitenruimte zijn compenserende factoren aangebracht als bedoeld in paragraaf 3.5 v an het lokale geluidbeleid. Deze leiden tot een lagere hinderbelev ing. Ov ereenkomstig het bepaalde in artikel 59, 83 en 110a v an de Wet geluidhinder zijn ten behoev e v an deze ontwikkeling hogere waarden (geluid) v astgesteld. De genoemde (compenserende) maatregelen zullen als v oorwaarden worden opgenomen in het besluit hogere waarde Wet geluidhinder.

bestem m in g spla n Ha v en V este (v a stg esteld)

47

bestem m in g spla n Ha v en V este

4.7 Luchtkwaliteit De Europese richtlijnen v oor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5, titel 5.2 v an de Wet milieubeheer). De wet bev at grenswaarden v oor zwav eldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen v ooral de grenswaarden v oor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) v an belang. Voor NO2 en PM10 geldt een grenswaarde v an maximaal 40 µg/m² als jaargemiddelde concentratie. Voor PM2,5 geldt een maximale grenswaarde v an 25,0 µg/m². Centraal staat een gebiedsgerichte aanpak v an de luchtkwaliteit v ia het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Deze programma-aanpak zorgt v oor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activ iteiten en milieugev olgen, zodat de luchtkwaliteit v erbetert en gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening door kunnen gaan. In de NSL zijn de meeste projecten opgenomen die "in betekende mate" (ibm) bijdragen. Het NSL is er op gericht om ov eral de Europese grenswaarden te halen. Daartoe is een pakket aan maatregelen opgenomen in het NSL, zowel (generieke) rijksmaatregelen als locatiespecifieke maatregelen v an gemeenten en prov incies.

Dit pakket aan maatregelen zorgt er v oor dat alle negatiev e effecten v an de geplande ruimtelijke ontwikkelingen ruim worden gecompenseerd. De uitv oeringsregels behorende bij de wet zijn v astgelegd in AMv B's en ministeriële regelingen. Op grond v an artikel 5.16 v an de Wet luchtkwaliteit kunnen bestuursorganen bev oegdheden die gev olgen kunnen hebben v oor de luchtkwaliteit, zoals de v aststelling v an een bestemmingsplan, uitoefenen indien: a. de bev oegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een ov erschrijding v an de grenswaarden; b. de concentratie in de buitenlucht v an de desbetreffende stof als gev olg v an de uitoefening v an die bev oegdheden per saldo v erbetert of ten minste gelijk blijft; c. bij een beperkte toename v an de concentratie v an de desbetreffende stof, door een met de uitoefening v an de betreffende bev oegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo v erbetert; d. de bev oegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht; e. het v oorgenomen besluit is genoemd of past binnen het NSL of een v ergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken v an de grenswaarden. In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gev allen een project v anwege de gev olgen v oor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10494742/1