CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Begroting 2023

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit vaststelling Begroting 202337.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

§ Paragrafen € Programma Prestatie 3

Prestatie 4

Begroting 2023 Prestatie 5

Prestatie 6

Prestatie 7

73

Tabel Woonoverlast monitor Leefbaarheid & Veiligheid (Oud)

2009

2012

2015

2017

2019

Overlast van groepen jongeren

5,5

6,0

6,2

5,8

6,3

Geluidsoverlast door omwonenden

7,1

6,2

6,1

5,7

5,7

Lawaai op straat

6,3

6,3

6,3

5,8

5,9

Overige overlast door omwonenden

7,7

7,1

7,1

6,6

6,6

Andere vormen van geluidsoverlast

7,2

7,2

7,2

6,6

7,0

Overlast van zwervers / daklozen

9,1

9,2

9,2

9,1

8,8

Totale score Woonoverlast

7,2

7,0

7,0

6,6

6,7

Tabel Woonoverlast monitor Leefbaarheid & Veiligheid (Nieuw)

2021 Opvallende wijkscores Geluidsoverlast door omwonenden

57% Oost (65%) en Zuid (61%)

Andere vormen van geluidsoverlast

39% Centrum (46%), Oost (45%) en Groenoord (45%)

Overlast door vervuiling of stank in een woning/tuin

32% Nieuwland (43%), Groenoord (39%), Oost en Zuid (38%)

Overlast door overbewoning of kamerverhuur

22% Oost, West en Zuid (35%)

Overige overlast door omwonenden

27% Oost en Zuid (36%)

Overlast door verwarde personen

16% Centrum (29%), Oost en Nieuwland (22%)

In bovenstaande tabel is te zien dat Schiedammers relatief vaak geluidsoverlast door omwonenden ervaren. Maar liefst 57% van de inwoners geeft aan hiervan soms tot vaak last te hebben. Andere vormen van geluidsoverlast en overlast door vervuiling of stank in een woning/tuin wordt door ongeveer een derde van de respondenten ervaren.

Programma Overheid in balans Prestatie 1

Prestatie 2

Opvallend is dat de wijk Oost bij alle deelaspecten ongunstiger scoort dan gemiddeld in Schiedam. Het verschil met het gemiddelde is vooral groot als het gaat om overlast door overbewoning of kamerverhuur. Van de inwoners uit Oost, West en Zuid geeft 35% aan soms tot vaak overlast hiervan te ervaren. Centrum komt eveneens bij enkele deelaspecten negatief naar voren. Dat zal ook deels te maken

§ Paragrafen € Programma Prestatie 3

Prestatie 4

Begroting 2023 Prestatie 5

Prestatie 6

Prestatie 7

74

hebben met de functie en bijbehorende voorzieningen die het centrum van een stad nu eenmaal heeft. In Nieuwland en Groenoord komt overlast door vervuiling of stank in een woning/tuin vaker voor dan gemiddeld.2

Verbonden Partijen Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, ambulances en brandweerzorg, gemeenschappelijke regeling.

BBV-indicatoren: - Verwijzingen Halt - Harde kern jongeren - Winkeldiefstallen - Geweldsmisdrijven - Diefstallen uit woning - Vernieling en beschadiging in de openbare ruimte - Jongeren met delict voor de rechter - Jongeren met jeugdreclassering

Wat doen we om dit te bereiken (activiteiten globaal en verwijzingen naar uitvoeringsprogramma’s) Preventief en repressief beleid op het gebied van persoonsgerichte aanpak, woonoverlast, aanpak criminaliteit, openbare orde en handhaving, aanpak jeugd, bedrijvigheid, fysieke veiligheid, ondermijning en radicalisering en polarisatie. De aanpak van ondermijning (zowel door criminaliteit als door ondemocratische gedragingen) en woonoverlast zijn belangrijke onderdelen van het veiligheidsbeleid en moeten bijdragen aan verbetering en leefbaarheid en veiligheidsbeleving van de Schiedammers. De concrete maatregelen zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid, het uitvoeringsprogramma Woonoverlast en het uitvoeringsprogramma Ondermijning.

Kaderstellende beleidsnota’s

2

Programma Overheid in balans Prestatie 1

Prestatie 2

• Kadernota Integrale Veiligheid 2021 • Beleidsplan VRR 2023-2027 (2022) • Strategische thema’s veiligheid 2023-2026 politie-eenheid Rotterdam (2022) • Actualisatie Horecabeleid (2017) • Nota Schiedams Prostitutiebeleid (2016) • Coffeeshopbeleid (2021) • Damoclesbeleid gemeente Schiedam 2014

Rapportage Leefbaarheids- en veiligheidsmonitor

§ Paragrafen € Programma Prestatie 3

Prestatie 4

Begroting 2023 Prestatie 5

Prestatie 6

Prestatie 7

75

Algemene dekkingsmiddelen

14% van de totale begroting is bestemd voor programma Algemene dekkingsmiddelen

Totaal lasten € 51,2 miljoen

Totaal baten € 222,4 miljoen

Algemene dekkingsmiddelen Overhead

Treasury

Overige baten en lasten

De wijze waarop de gemeente in financiële zin omgaat met overhead is bepaald via “notitie overhead” van de Commissie BBV. Hierin is vastgelegd welke organisatiekosten direct dan wel indirect (dus overhead) zijn. Tot de overhead behoren de loonkosten van medewerkers die niet direct aan het primaire proces bijdragen, zoals: directie, management, concernstaf, bestuursadviseurs, secretariaten en alle bedrijfsvoeringfunctionarissen (personeel en organisatie, interne opleidingen, ICT, informatiemanagement, financiën, control, communicatie, juridische zaken, facilitaire zaken). Ook andere indirecte kosten en ook de opbrengsten van huisvesting, ICT en detachering van personeel behoren tot de overhead. De kosten van personeel dat direct werkt aan gemeentelijke producten (zoals bijvoorbeeld reisdocumenten, vergunningen, belastingen, beheer van de openbare ruimte en stadstoezicht) zijn op het betreffende taakveld begroot. De hoogte van de organisatiekosten wordt bepaald door lokale keuzes. De organisatiecultuur, het dienstverleningspakket, de verwachte kwaliteit en de daarvoor benodigde middelen zijn bepalend. In Schiedam bedraagt de netto-overhead, berekend volgens de voorgeschreven BBV-definitie, € 26,7 miljoen.

Voor een toelichting op de treasury wordt verwezen naar de paragraaf financiering.

Onder de overige baten en lasten is voor de post onvoorzien een bedrag van € 0,5 miljoen opgenomen.

OZB en overige belastingen

Mutaties reserves

Voor een toelichting op de belastingopbrengsten wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

Voor wat betreft de mutaties in de reserves wordt verwezen naar het overzicht ‘reserves: beginstanden en mutaties 20232026’ wat verderop in deze begroting is opgenomen.

Algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds en de uitkering uit het deelfonds sociaal domein zijn geraamd op basis van de meicirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Vennootschapsbelasting Wij gaan ervan uit dat onze activiteiten vallen onder de noemer van “normaal vermogensbeheer”. Dit is niet onderworpen aan de vennootschapsbelastingplicht. In die lijn is voor de vennootschapsbelasting geen raming opgenomen.

Kaderstellende beleidsnota’s • Kadernota Financieel Beleid (2016) • Financiële Verordening (2017) • Nota investeren, waarderen en afschrijven (2014)

Algemene dekkingsmiddelen

§ Paragrafen € Programma

Begroting 2023 77

Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bedragen x 1.000

Bedrag werkelijk 2021

Bedrag begroot 2022

Bedrag begroot 2023

Taakveld

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Overhead

2.189

-29.822

-27.633

890

-29.193

-28.304

840

-27.518

-26.678

Treasury

1.917

6.809

8.725

4.357

3.334

7.691

5.477

1.435

6.911

OZB Woningen

7.863

-838

7.025

7.826

-814

7.012

7.870

-814

7.056

OZB Niet woningen

8.507

-213

8.294

7.859

-189

7.670

7.841

-189

7.651

Belastingen overig

411

-9

402

332

-134

197

289

-186

103

165.679

184.458

184.458

185.099

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

165.679

Overige baten en lasten

-455

-455

Vennootschapsbelasting (VPB)

-210

-210

Totale baten en lasten Mutaties reserves

Resultaat

186.566 32.028

218.594

-3.732

-24.738 161.827 205.722 -36.061

-4.032

14.502

-60.799 157.795 220.224

Algemene dekkingsmiddelen

185.099

-26.997 178.725 207.416 -8.773

5.729

9.284

-35.770 184.454 216.699

§ Paragrafen € Programma

-3.732

-31.005 176.410 -1.923

7.360

-32.929 183.771

Begroting 2023 78

Paragrafen Bedrijfsvoering

Onderhoud kapitaalgoederen

Financiering

Grondbeleid

Lokale heffingen

Verbonden partijen

Weerstandsvermogen, risicobeheersing en financiële positie

Verstrekken van subsidies

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Begroting 2023

79 79

Paragraaf Bedrijfsvoering Anders werken en nieuw kantoorconcept Na de verruiming van de coronamaatregelen werken er weer steeds meer medewerkers op kantoor. Vanuit huis of elders kunnen werken lijkt een blijvende zaak geworden. Gemeente Schiedam heeft hiervoor kaders opgesteld. Daarin staan centraal de verbinding houden met de inwoners en bedrijven in Schiedam, en het goed en plezierig kunnen werken. Dit leidt tot een hybride vorm van werken: voor een deel thuis, voor een deel op kantoor. Binnen de huidige kantooromgeving zijn faciliteiten beschikbaar gesteld die deze manier van werken ondersteunen, maar optimaal is het zeker niet. Hiervoor is een modernisering van de werkomgeving nodig. Het doel is een nieuw kantoorconcept te realiseren binnen een grootschalige aanpassing van de “toren”. Het uitgangspunt is dat het een functionele en plezierige werkomgeving moet worden binnen de kaders van een doelmatige projectbegroting. De raad is door het vorige college geïnformeerd over de actuele status. Daarmee heeft het vorige college de besluitvorming klaar gezet voor de nieuwe raad en het nieuwe college. Intussen is de benodigde investering voor het nieuwe kantoorconcept volgens afspraak opnieuw doorgerekend. Een voorstel wordt, parallel aan de totstandkoming van het collegeprogramma, ter besluitvorming aan het raad voorgelegd.

Goed, inclusief en toekomstbestendig werkgeverschap In 2023 is het belangrijkste thema de doorontwikkeling van goed, inclusief en toekomstbestendig werkgeverschap. Goed werkgeverschap is belangrijker dan ooit, gezien de maatschappelijke ontwikkelingen zoals de krappe arbeidsmarkt, energiecrisis en klimaat. We hebben hierbij in

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

het bijzonder aandacht voor medewerkers die (tijdelijk) een steun in de rug nodig hebben. We werken aan een inclusieve werkomgeving waarin iedereen zich welkom voelt en actief meedoet. Vanzelfsprekend is er in onze organisatie geen ruimte voor grensoverschrijdend gedrag en we werken aan uitsluiting van systematische en onbewuste vooroordelen, zoals bij de werving van nieuwe medewerkers. Ook hebben we nadrukkelijk aandacht voor integere omgang met elkaar en de mensen om ons heen, zowel binnen als buiten onze organisatie. De krapte op de arbeidsmarkt vraagt om gerichte arbeidsmarktstrategie en werkgeversprofilering. Schiedam wil zich goed kunnen onderscheiden. We streven naar een organisatie waarin de Schiedammer zich herkent en zo goed mogelijk is toegerust om de opgaven voor en ín de stad te realiseren. Met behulp van een adviseur werving en selectie zetten we in op werving van zo divers mogelijk talent door middel van een actieve arbeidsmarktbenadering en profilering. Kansengelijkheid en diversiteit maken hier integraal deel van uit. Actief richten we ons op het scheppen van stageplekken en het binnenhalen van jonge talenten. Net zo belangrijk vinden wij het om het al in de organisatie aanwezige talent optimaal in te zetten.

Gericht talentmanagement, de stimulering van (persoonlijk) leiderschap, het blijven investeren in professionalisering van medewerkers en de doorontwikkeling van het management zijn daarbij onze prioriteiten. De afgelopen jaren hebben we geëxperimenteerd met Anders werken, waardoor we een beeld hebben gekregen van de behoeftes van onze medewerkers. In 2023 willen we dit aanscherpen. Naast een aangepast werkplekconcept, schenken we nadrukkelijk aandacht aan de stimulering van

sociale cohesie, hybride samenwerken en leidinggeven aan hybride teams. Tot slot gaan we verder aan de ontwikkeling van het vitaliteit- en gezondheidsbeleid, met hierbij aandacht voor duurzame inzetbaarheid en voor een eigentijdse regeling op het gebied van thuiswerken en reizen.

ICT De nadruk in 2023 zal liggen op informatiebeveiliging en bescherming van persoonsgegevens. In de afgelopen twee jaar zijn de medewerkers voorzien van betere thuiswerkfaciliteiten, zoals een telefoon en een laptop. De ontwikkeling waardoor meer en meer applicaties via het internet beschikbaar komen zal verder doorgezet worden. Er zijn hiervoor al eerste grote stappen gezet, onder andere op het gebied van kantoorautomatisering. Meer en meer softwareleveranciers maken deze stap en die zullen we volgen. We initiëren niet zelf grote innovaties, maar gebruiken de oplossingen die elders hun nut bewezen hebben om stappen vooruit te zetten. We zullen geen koploper zijn in de gemeentelijke overheid maar wel een belangrijke digitale partner zijn voor onze inwoners en bedrijven.

Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens (IB&BP) Computerinbraken, onveilige websites of datalekken, gemeenten worden hier vaker mee geconfronteerd. De eisen gesteld aan informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens (IB&BP) nemen steeds verder toe, en deze verdienen een belangrijke plaats op de gemeentelijke agenda. De adequate inrichting van verantwoordingsprocessen en

Begroting 2023

80 80

verbeterprocessen is daarbij essentieel. Het college van burgemeester en wethouders heeft via de organisatieregeling de rol van Chief Information Officer (CIO) toegewezen aan de adjunct-directeur bedrijfsvoering met als doel op directieniveau passende aandacht te kunnen besteden aan dit belangrijke en actuele thema. De uitvoering van IB&BP binnen Schiedam is aan versterking toe wil de gemeente Schiedam blijven voldoen aan de wettelijke eisen, die onder meer getoetst worden in de ENSIA-audit. Voor 2023 en verder gaat dit vooral om incidentele investeringen in apparatuur en structurele investeringen in programmatuur, maar ook om structurele kosten voor extra personele inzet. De budgetten ten behoeve van IB&BP 2023 en daarna dienen herkenbaar te zijn in de begroting om beter overzicht en toezicht te houden op de noodzakelijke incidentele en structurele uitgaven. In het derde kwartaal 2022 zal aan het college een voorstel worden gedaan, met daarin een concrete onderbouwing van de herinrichting en incidentele en structurele financiering van IB&BP.

en de klachtenafhandeling. Ook gaan we in 2023 verder met het interne juridisch trainingsprogramma om de juridische bewustwording binnen de organisatie verder te vergroten en de juridische kwaliteit van het werk verder te verhogen, met trainingen in algemeen privaatrecht, contractenrecht, staats- en bestuursrecht, Woo, klachtenrecht etc. Sinds 2021 heeft Schiedam een advocaat in loondienst. Met diens aanwezigheid in huis kunnen collega’s eenvoudig en snel de advocaat raadplegen, die hen helpt rechtszaken te voorkomen of die eventuele rechtszaken zelf kan doen. In 2023 evalueren we de werking van dit nieuwe ‘instituut’ en er zal besluitvorming plaatsvinden over continuering en mogelijke uitbreiding.

De komende periode wordt gewerkt aan de verbetering van het risicomanagement binnen de gemeente Schiedam. Onze doelstelling is risicomanagement, meer dan nu het geval is, onderdeel te laten zijn van de dagelijkse processen. De kaders, rollen en verantwoordelijkheden bij het onderkennen, volgen en anticiperen op risico’s zullen daarbij nadrukkelijker worden uitgewerkt in de te actualiseren Kadernota Financieel Beleid 2016.

Op het gebied van Inkoop zijn de afgelopen jaren flinke stappen gezet om de rechtmatigheid van inkopen verder te verbeteren. De huidige stand van zaken van het verbeterplan inkoop uit 2021 wordt geëvalueerd en vervolgstappen worden in beeld gebracht. In ieder geval staan de herziening van het gemeentelijke inkoopbeleid en de verdere doorvoering van het nieuwe inkoopproces binnen de gemeentelijke organisatie op het programma voor 2023. Ook het thema ‘Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen’ krijgt verdere uitwerking, zodat de gemeente de juiste, duurzame keuzes kan maken als opdrachtgever en inkoper. Begin 2022 is begonnen met de invoering van centraal contractbeheer door Inkoop. Hiermee gaan we in 2023 verder, zodat van een verdere verbetering van de rechtmatigheid sprake zal zijn.

Juridische zaken en Inkoop

Rechtmatigheidsverantwoording

De verbetering van de juridische kwaliteit binnen de gemeentelijke organisatie krijgt continu aandacht. In 2023 staat de verdere inrichting van de juridische kwaliteitszorg op de rol. Hiervoor zal een verbeterplan worden opgesteld en zal een aantal verbeteracties in gang gezet. De nadruk ligt op het bezwaarschriftenproces, de invoering van de Wet open overheid (Woo) en de behandeling van Woo-verzoeken,

2023 is het eerste jaar waarin het college van burgemeester en wethouders een rechtmatigheidsverantwoording afleggen via de jaarstukken. Een eerdere geplande invoering in 2021 en 2022 is uitgesteld door vertraging in de behandeling van het wetsvoorstel. Schiedam is voldoende op de invoering van de verantwoording voorbereid: al jaren vindt door de verbijzonderde interne controlefunctionarissen gerichte

Risicomanagement

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

controles plaats op de werking van de processen die de financiële rechtmatigheid borgen. Momenteel wordt gewerkt om de bijbehorende kaders in de financiële verordening aan te passen.

Begroting 2023

81 81

Paragraaf Financiering Inleiding

Kaders 2023

Deze paragraaf bevat de inrichting van de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) van de gemeente. Tevens worden in deze paragraaf de risico’s rond het liquiditeitsbeheer (beheer van het geld op de bankrekeningen) genoemd. Risico’s op het gebied van budgetbeheersing zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Tenslotte wordt inzichtelijk gemaakt wat de verwachte rentelasten zijn en hoe deze aan de taakvelden worden toegerekend (zoals in het BBV is aangegeven).

Treasury is aan diverse regels gebonden. Deze zijn vastgelegd in verschillende wetten (bijvoorbeeld de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) en de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Schatkistbankieren). Schiedam heeft ook verdere regels vastgelegd in het recent vastgestelde Treasurystatuut 2022.De kaders voor 2023 zijn als volgt: • rentepercentage van 2,5% voor nieuw aan te trekken langlopende leningen; • rentepercentage van 2,5% voor de omslagrente; • rentepercentage van 2,5% voor de bespaarde rente op eigen vermogen en vooruitontvangen erfpachtsommen; • rentepercentage van 1, % toe te rekenen aan grondexploitaties; • er wordt een maximale lange financieringsbehoefte verwacht van € 44,5 miljoen; • de financieringsactiviteiten zijn gebaseerd op actuele liquiditeitsprognoses en rentevisie; • de ontwikkelingen op de markten en van de economie worden elk kwartaal gevolgd in het treasuryberaad en de rentevisie wordt zo nodig hierop geactualiseerd; • de gemeente voert een risicomijdend beleid; • een tussentijdse overschrijding van de kasgeldlimiet is toegestaan gedurende maximaal twee achtereenvolgende kwartalen.

Na deze periode moet de financieringsbehoefte ingevuld worden met langlopende financieringsmiddelen; • bij het aantrekken van langlopende leningen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van leningen zonder tussentijdse optie tot renteherziening; • aantrekken van langlopende leningen vindt plaats met inachtneming van het meerjarige aflossingsschema.

Financieringsfunctie De financieringsfunctie (ofwel treasury) van de gemeente zorgt ervoor dat de gemeente altijd aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De gemeentelijke uitgaven en inkomsten (‘geldstromen’) lopen niet synchroon in de tijd. Hierdoor is doorlopend sprake van een tijdelijk tekort of tijdelijk overschot op de bankrekeningen. Een project kan eerder of later van start gaan, een grondexploitatie kan een ontwikkeling laten zien doordat gronden worden verkocht of belastingopbrengsten kunnen ineens of verspreid over een aantal maanden worden ontvangen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De doelstelling van treasury is het tijdig opheffen van het tekort of het overschot door te lenen of het uitzetten van middelen. Dit gebeurt tegen zo laag mogelijke kosten en zo hoog mogelijke opbrengsten. Uitgangspunt hierbij is altijd dat geen onaanvaardbare risico’s worden gelopen en de gemeente zich aan de relevante wet- en regelgeving houdt. Waar rendement en risico’s knellen, wordt altijd voor de behoudende optie gekozen.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

• eventuele tijdelijke overschotten worden, met inachtneming van het risicobeheer, uitgezet binnen de kaders die het Schatkistbankieren hier aan stelt.

Rentevisie en liquiditeitsprognose De gemeente werkt met een Meerjarenliquiditeitsprognose (MJLP). Deze prognose bevat alle geldstromen van de gemeente, de reguliere exploitatie, investeringen, grexen en financiering (rente en aflossingen). Op basis hiervan is het volgende meerjarige beeld ontstaan:

Tabel meerjarenliquiditeitsprognose: Bedragen x € 1 miljoen

2023 2024 2025 2026

Saldo inkomsten en uitgaven (operatie)*

12,9

19,9

21,2

9,2

Investeringen en grexen**

-20,7

-22,7

-33,0

-9,5

Financiering (aflossing + rente van bestaande leningen)

-36,8

-37,0

-30,0

-32,7

Financieringsbehoefte einde jaar

-44,6 -39,8 -41,8 -33,0

* Fluctuaties worden veroorzaakt door de Algemene uitkering van het Rijk (meicirculaire). ** De verwachte hogere grondopbrengsten in 2026 leiden tot een lager investeringsniveau, echter dit is nog zeer onzeker.

Begroting 2023

82 82

Rentevisie De afgelopen jaren zijn de rentes op de geld- en kapitaalmarkt gedaald. Dit is in het dagelijks leven te merken aan lagere tarieven voor hypotheken en bedrijfskredieten. Ook voor de overheid zijn de rentetarieven lager geworden. We zien dat deze tijden voorbij zijn. Onder druk van een economische recessie heeft de ECB (Europese Centrale Bank) de rente in juli verhoogd en zal dit naar verwachting ook in het najaar gebeuren. Met deze rentestappen wil de ECB voorkomen dat de huidige hoge inflatie de economie verder ontwricht. De Nederlandse staat en de Nederlandse gemeenten zijn betrouwbare schuldenaren. Het grote aanbod van geld, gecombineerd met het feit dat het voorzien in de Schiedamse leningen een veilige belegging is, zorgt ervoor dat de rente die de gemeente op dit moment op nieuwe leningen moet betalen nog steeds historisch laag is. Het is op dit moment moeilijk te voorspellen hoe de rente zich ontwikkelt door het coronavirus, de economische vooruitzichten, de oorlog in Oekraïne en de inflatie. Dat zijn op dit moment onzekere factoren. De in de hierbovengenoemde tabel meerjarenliquiditeitenprognose geeft de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen weer. Het rentepercentage waarmee gerekend wordt voor het aantrekken van deze leningen wordt gesteld op circa 2,5%.

Dit is gebaseerd op de nu geldende rentepercentages op de geld- en kapitaalmarkt en is conform het economisch beeld van de BNG waarbij de rente op dit moment voor een 10-jarige lening 2,03% bedraagt. Vorig jaar is er

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

maar één langlopende lening aangetrokken tegen een rentepercentage van 0,55%. In het eerste halfjaar van 2022 zijn er twee langlopende leningen aangetrokken tegen een rentepercentage van resp. 0,86% en 1,8%. Om rentestijgingen op te kunnen vangen in de komende periode is een marge aangehouden van 0,5%. Dit leidt tot een begroot rentepercentage voor nieuw aan te trekken leningen van 2,5%. Deze marge houden we aan, in verband met de verwachting in de geldmarkt dat de rente op de langere termijn zal oplopen. Vertaald naar de meerjarenbegroting levert dit het volgende financieel effect op:

Tabel verwachte meerjarige rentekosten: Bedragen x € 1 miljoen

2023 2024 2025 2026

Verwachte kosten bestaande leningportefeuille

6,4

5,4

4,6

4,3

Verwachte kosten nieuw aan te trekken financiering

1,5

2,6

3,5

4,4

Totale rentekosten externe financiering

7,9

8,0

8,1

8,7

Hoewel de totale financieringsbehoefte in de loop van de tijd daalt, is deze nog steeds groter dan de totale aflossingen. Hierdoor is geen dalende trend waarneembaar in de totale rentekosten van de externe financiering.

Risicobeheer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en Provincies (BBV) dient in de paragraaf Financiering aandacht te worden geschonken aan het risicobeheer omtrent de financiering. Doel is om maatregelen te treffen om de risico’s van de financieringsactiviteiten voor de gemeente zo klein mogelijk te maken en te houden. Er wordt een aantal risico’s onderscheiden.

1. Liquiditeitsrisico Om te voorkomen dat de gemeente te weinig liquide middelen heeft om aan directe verplichtingen te voldoen (ook wel het liquiditeitsrisico genoemd), wordt een liquiditeitsprognose opgesteld. De prognose wordt minimaal 1 maal per kwartaal besproken in het treasuryberaad. Al naar gelang de liquiditeitsbehoefte, rentevisie en aflossingsschema wordt kort of lang geld aangetrokken, worden leningen afgelost en tot herfinanciering overgegaan.

2. Renterisico Als de rentevaste periode van een hypotheek afloopt en de rente in de tussentijd is gestegen, kan dit tot problemen leiden in het huishoudboekje. Voor gemeenten is dit niet anders en de wetgever heeft via de wet Fido (Financiering decentrale overheden) bepaald wat de maximale omvang mag zijn van leningen die in een jaar moeten worden afgelost en geherfinancierd. Er wordt binnen de hiervoor genoemde bepalingen gewerkt. De bepalingen zijn opgenomen in volgende tabel.

Begroting 2023

83 83

Tabel limieten wet Fido

3. Debiteurenrisico

Limiet

Doel limiet

Bijzonderheden

Norm in % van begrotingstotaal

Norm in miljoenen €

Kasgeldlimiet

Maximalisering financiering met kortlopende leningen (tot één jaar)

Overschrijding norm is toegestaan (max. twee achtereenvolgende kwartalen)

8,5%

30,1

Renterisiconorm

Beheersing renterisico bij (her)financieringen (vanaf één jaar) door spreiding van de financieringsmomenten

Geen

20%

70,7

Tabel renterisico korte schuld 2023

Debiteurenrisico is het risico dat een debiteur niet aan zijn verplichtingen kan of wil voldoen. Periodiek worden de uitstaande vorderingen beoordeeld op hun risico. De gemeente heeft een voorziening voor het debiteurenrisico. Binnen de debiteurenportefeuille is elk jaar sprake van mutaties. Deze zullen indien nodig bij de jaarrekening leiden tot een aanpassing van de voorziening dubieuze debiteuren.

Renterisico op de lange schuld

Bedragen x € 1 miljoen

2023

2024

2025

2026

Bedragen x € 1 miljoen

Vlottende schuld

80,1

80,1

80,1

80,1

Rente herzieningen

Vlottende middelen

81,4

81,6

70,8

84,3

Netto schuld (+) overschot (-)

-1,3

-1,5

9,3

-4,2

Kasgeldlimiet

30,1

28,4

30,2

28,3

Ruimte (-) overschrijding (+)

31,4

29,9

39,5

32,5

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

2023

2024

2025

2026

0

0

0

0

Aflossingen

30,4

31,6

26,0

28,4

Renterisico

30,4

31,6

26,0

28,4

Renterisiconorm

70,7

66,9

71,0

66,5

Ruimte onder de norm

40,3

35,3

45,0

38,1

Renterisiconorm in % (t.o.v. wettelijke 20%)

8,6

9,4

7,3

8,5

Begroting 2023

84 84

Renteresultaat en taakvelden Om transparantie te kunnen bieden staat in het BBV dat het renteschema, op basis waarvan de omslagrente is berekend, in de begroting wordt opgenomen. Het schema volgt hieronder.

* Hoewel er door de commissie BBV geen aparte uitspraak is gedaan over de behandeling van erfpachtinkomsten, ligt het in de rede om hier hetzelfde mee om te gaan als met rente over het ‘eigen’ vermogen. Het is immers ook een intern financieringsmiddel.

Renteschema:

Toelichting resultaat treasury

a.

b.

2023

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

8,1

Overige rentekosten

0,1

De externe rentebaten

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten

8,2

De rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend

0,6 -/-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

7,6

d1

Rente over eigen vermogen

2,9 +/+

d2

Rente over voorzieningen

1,0 +/+

d3

Rente over vooruitontvangen erfpachtinkomsten*

3,0 +/+

c1

Totaal aan taakvelden toe te rekenen (in én externe rente)

14,5

De aan taakvelden toegerekende rente via renteomslag

16,9 -/-

Resultaat op treasury

-2,4

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Het positief resultaat ad € 2,4 mln. wordt veroorzaakt door conjuncturele (markt)ontwikkelingen. De externe rentevoet (op begrotingsbasis 2,5%) is dit begrotingsjaar voor het eerst gelijk aan de interne rente omslag (2,5%), maar was de afgelopen jaren aanzienlijk lager.

Toelichting renteschema: Onder a zijn de rentekosten die de gemeente dient te betalen aan de bank begroot. Onder b staan de rente-ontvangsten van de gemeente Onder c staan de rentekosten die niet verdeeld worden op basis van de omslagrente (de rente grondexploitaties). Onder d staan de ‘interne’ rentekosten die de gemeente aan de eigen exploitatie/voorzieningen uitkeert.

Begroting 2023

85 85

Paragraaf Grondbeleid 1. Inleiding In de paragraaf Grondbeleid komt elk jaar op hoofdlijnen aan bod hoe de gemeente het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. In de Kadernota Grond wordt uitgebreider op het grondbeleid ingegaan. De toelichting van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt een aantal onderdelen verplicht. Onderstaand wordt weergegeven welke onderdelen dat zijn en waar dit is uitgewerkt in de paragraaf grondbeleid. Verplichte onderdelen: - Visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen (zie kopje: Visie op het grondbeleid. Zie voor verdere uitwerking de Kadernota Grond); - een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert (zie kopje: Uitvoering Grondbeleid. Zie voor verdere uitwerking de Kadernota Grond); - de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s (zie kopje: Uitvoering Grondbeleid); - een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie (zie kopje: Grondexploitaties); - een onderbouwing van de geraamde winstneming (zie kopje: Grondexploitaties); - effecten op de te verwachten resultaten (zie kopje: Grondexploitaties, en; vooruitblik 2023).

2. Visie op het grondbeleid De programmatische opgave van Schiedam bestaat voornamelijk uit ontwikkelingen in bestaand gebied, zoals De Buurttuin (ook bekend als Parkweg-Midden),

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

het Stationsgebied, Woonontwikkeling Schieveste en de herstructurering van de bedrijventerreinen in de A20 zone. De woonvisie maakt duidelijk dat er behoefte is aan grondgebonden woningen en bijzondere woonmilieus. Het vergroten van het eigen woningbezit en kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad zijn nog steeds het uitgangspunt. De ontwikkelingsvisie voor de binnenstad stelt als doelstelling om meer mensen naar de binnenstad te trekken. Daarvoor zijn bijzondere woonmilieus nodig, net als een goede bereikbaarheid en voldoende parkeermogelijkheden. Het coalitieakkoord “Verder, voor een kleurrijke stad” geeft onder meer aan dat elke Schiedammer zich thuis moet voelen in Schiedam. De ontwikkelingen in de bestaande stad zijn doorgaans complex vanwege bijvoorbeeld het versplinterde grondeigendom, de bodemkwaliteit en de diversiteit aan belanghebbenden. Dit vraagt om een vorm van grondbeleid die past bij de complexiteit en de kenmerken van de projecten.

3. Uitvoering Grondbeleid Faciliterend of actief grondbeleid? De gemeente voert een faciliterend grondbeleid, tenzij de ruimtelijke doelstellingen vragen om actief beleid. De gemeente tracht vooral particuliere ontwikkelingen te faciliteren die in lijn zijn met de woonvisie. De gemeente streeft er daarbij naar om ten minste kostenneutraal te werken en de kosten op ontwikkelende partijen te verhalen. Als de gemeente op inhoud meer regie wil uitoefenen, dan wordt vaak gekozen voor het openen van een grondexploitatie. Een grondexploitatie is een vorm van actief gemeentelijk grondbeleid.

Residuele grondwaardebepaling Een ander belangrijk uitgangspunt is dat grondprijzen voor de meeste functies residueel worden bepaald. Daarmee wordt de marktconformiteit van de grondprijzen gewaarborgd en wordt onder andere staatsteun voorkomen. Residuele grondprijzen zijn echter gevoelig voor marktontwikkelingen omdat verschillende elementen (marktwaarde van het vastgoed, bouwkosten etc.) van invloed zijn op de uitkomst van een residuele berekening. Daarom worden verschillende ontwikkelingen zoals prijsontwikkelingen in de woning-, kantoren-, en bedrijvenmarkt gemonitord en wordt hierover in de jaarlijkse Grondprijzenbrief gerapporteerd. Prijsontwikkelingen zijn actueler dan ooit. Daar waar nodig worden aanpassingen doorgevoerd bij de actieve grondexploitaties. Nieuwe grondexploitaties worden direct voorzien van de meest actuele informatie.

Uitgifte grond in eigendom met uitzondering van bedrijventerreinen Gronduitgifte vindt plaats in eigendom. Uitzondering hierop vormen de bedrijventerreinen, die –als beleidsregel– uitgegeven worden in erfpacht. Nieuwe grondexploitaties en tussentijdse herzieningen worden ter goedkeuring en vaststelling voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. Tekorten op de grondexploitaties worden direct afgedekt met een voorziening. Hiermee worden de gemeentelijke investeringen van negatief sluitende grondexploitaties financieel verzekerd zodat de onderliggende gebiedsontwikkelingen uitgevoerd kunnen worden. Jaarlijks worden de grondexploitaties herzien, voorafgaand

Begroting 2023

86 86

aan de vaststelling van de jaarrekening. De herzieningen maken deel uit van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG), waarin ook wordt gerapporteerd over de programma’s (Wonen, Economie en Binnenstad), de grondexploitaties in ontwikkeling en de overige ontwikkelingen. Een grondexploitatie moet tussentijds worden herzien als het saldo op contante waarde exclusief rente en inflatie-effecten meer afwijkt dan € 250.000. Naast de monitoring van het plansaldo per grondexploitatie wordt elke kwartaal een rapportage opgesteld waarin het cumulatieve effect van de actieve grondexploitaties wordt weergegeven. Indien de cumulatie van negatieve effecten de € 750.000 overschrijdt, zullen er maatregelen worden voorgesteld.

Risicomanagement De gemeente voert op alle grondexploitaties risicomanagement volgens een gestandaardiseerde methode. De begroting van een grondexploitatie in combinatie met een risicoanalyse geeft een compleet beeld van het te verwachten financiële resultaat. Het waarderen van een risico of kans gaat als volgt: Kans van optreden x financieel effect = risico/kans. Als de kans van optreden bij risico’s hoger is dan 50% wordt deze in de begroting van de grondexploitatie opgenomen. Kansen worden pas in de begroting opgenomen als deze zijn gerealiseerd. In het kader van het MPG wordt het totaal van de risico’s voor alle grondexploitaties gesaldeerd en afgedekt door de gemeentebrede risicoreserve. Met de bestuursrapportage of bij tussentijdse herzieningen wordt het saldo van de risico’s geactualiseerd.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Vennootschapsbelasting (Vpb) en de egalisatiereserve grondbedrijf

Actuele prognose van de te verwachten resultaten voor de grondexploitaties

Bij grondexploitaties met een voordelig saldo wordt winst genomen. Als de winstgevende grondexploitaties als een afzonderlijke activiteit zouden worden beschouwd, dan zou over de winst 25% vennootschapsbelasting moeten worden afgedragen, terwijl andere grondexploitaties afgesloten worden met een verlies. Bij verliezen hoeft de gemeente geen Vpb te betalen. In het kader van de invoering van de Vpb is het daarom van belang om alle grondexploitaties geclusterd te beschouwen als één activiteit. Om de financiële verwevenheid van de grondexploitaties te borgen in het kader van de Vpb is er een ‘egalisatiereserve grondbedrijf’. Behaalde winsten binnen het grondbedrijf worden in de egalisatiereserve gestort ter afdekking van nieuwe verlieslatende grondexploitaties en ter aanvulling van de voorziening dekking tekorten bouwgrondexploitaties.

Het tekort op de verlieslatende bouwgrondexploitaties bedraagt, per 1-1-2022, naar verwachting € 19,8 miljoen. Dit wordt voor een bedrag van € 15,8 miljoen afgedekt via de voorziening ‘Dekking tekorten bouwgrondexploitaties’. Het restant van het tekort á € 4,0 miljoen wordt afgedekt middels de voorziening ‘Surplus per grex’. Het saldo op de winstgevende exploitaties bedraagt per 1-1-2022 € 9,2 miljoen.

4. Grondexploitaties Momenteel zijn er tien grondexploitaties actief. Vier grondexploitaties vallen onder Programma Economie (’s-Graveland Zuid/Midden/Noord en Spaanse Polder) en zes grondexploitaties vallen onder programma Ruimtelijke inrichting (Woonontwikkeling Schieveste, Schieveste fase 5, Lange Achterweg, Wetenschappersbuurt, Toernooiveld en Parkweg-Midden). Als nieuwe grondexploitaties wordt er gewerkt aan de Deventerdriehoek Noord (in Nieuw Mathenesse), Wilhelminahaven Zuid, Bachplein en Staatsliedenbuurt /Nieuwe Parels aan de Schie (aanvraag Volkshuisvestingsfonds € 11,1 mln. is hiervoor toegekend). De gemeente is momenteel niet actief in deelnemingen. In een deelneming ontwikkelt de gemeente gezamenlijk met een andere partij risicodragend een gebied.

Verloop investeringen, opbrengsten en boekwaarde Op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad het MPG 2022 vastgesteld. Hierin zijn prognoses verwerkt voor de grondexploitaties. Alle grondexploitaties zijn doorgerekend op basis van prognoses voor zowel de investeringen als de opbrengsten die over meerdere jaarschijven verdeeld zijn. Van iedere grondexploitatie dient de jaarschijf 2023 als uitgangspunt voor de primaire begroting 2023. Momenteel is in 2023 aan investeringen een bedrag voorzien van € 25,7 miljoen (inclusief ca. € 0,8 miljoen aan verwachte prijsstijgingen en rente) en aan baten € 37,6 miljoen. Per 31-12-2022 wordt voor de huidige lopende grondexploitaties een totale boekwaarde voorzien van € 36,6 miljoen en per 31-12-2023 € 24,7 mln. Onderstaande tabel laat zien dat vanaf 2023 de baten naar verwachting hoger zullen zijn dan de investeringen. De boekwaarde van de grondexploitaties zal als gevolg hiervan zal dalen. Hierop is 2026 een uitzondering voortkomend uit de investeringen in Schieveste woonontwikkeling.

Begroting 2023

87 87

Grafiek 1: Verloop boekwaarde grondexploitaties € 40,00 € 35,00 € 30,00 € 25,00 € 20,00 € 15,00 € 10,00 € 5,00 € 0,00

2022

2023

2024

2025

2026

2027 e.v.

Nota Bene: Het verloop van de boekwaarde is vanaf 2022 indicatief en gebaseerd op de begrotingen zoals die ook in kwartaalrapportage 2 zijn gepresenteerd. De opening van Lange Achterweg en de herzieningen van Schieveste (woningbouwlocatie) en Spaanse Polder zorgen voor verschuivingen in boekwaarden. Deze komen in de technische aanpassing op de begroting per grondexploitatie in beeld en worden verwerkt in het Meerjarenperspectief 2022.

Een onderbouwing van de geraamde winstneming Winstneming wordt uitgevoerd volgens de daartoe voorgeschreven methode uit het BBV, de zogenoemde ‘percentage of completion’ methode. Voor 2021 wordt een winstneming verwacht voor de grondexploitaties Schieveste fase 5, ’s Gravenland Zuid en Spaanse Polder.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Begroting 2023

88 88

Paragraaf Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de lokale heffingen, de onderbouwing daarvan en het bijbehorend beleid. Algemene uitgangspunten voor Schiedam voor 2023 zijn: De algemene beleidsuitgangspunten voor de lokale lastenheffing zijn vastgelegd in de Kadernota financieel beleid. Een trendmatige verhoging is opgenomen (correctie voor loon- en prijsontwikkeling) conform het door het Centraal Plan Bureau afgegeven prijsindexcijfer in maart 2022 van 3% voor 2023. Het merendeel van de tarieven volgt de trendmatige verhoging. Voor diverse legestarieven geldt echter dat het Rijk deze tarieven bepaalt of maximeert, zodat verhoging met afwijkende percentages plaatsvindt. Naast de hierboven genoemde algemene uitgangspunten zijn er voor 2023 nog specifieke uitgangspunten: 1. Voor de afvalstoffenheffing worden overeenkomstig het bepaalde in de Kadernota financieel beleid inzake kostendekkende tarieven de kosten van beheer (o.a. inzameling, vervoer en verwerking) van huishoudelijke afvalstoffen omgeslagen over de burgers. Ook wordt rekening gehouden met opgave van de Regionale Belasting Groep voor aantallen huishoudens en leegstand. De kosten voor kwijtschelding worden zoals gebruikelijk niet doorberekend in de tarieven maar worden betaald uit het Armoedebeleid.

De tarieven zijn berekend op € 386,81 voor een huishouden bestaande uit meerdere personen en op € 327,51 voor een huishouden bestaande uit één persoon. Dit betekent een tariefstijging met 3% en leidt tot een kostendekkendheid van 88,9%.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

2. De tarieven voor het Woonwagenrecht worden (overeenkomstig het beleidsplan Woonwagenzaken) bepaald op het niveau van de maximaal redelijke huurprijs van het Woningwaarderingssysteem (WWS) (volgens het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De tarieven stijgen met 4%. Voor de heffingen waarvan de kosten mogen worden doorberekend in de tarieven wordt in deze paragraaf inzichtelijk gemaakt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De directe kosten (loonkosten, materiaalkosten, perceptiekosten enz.) en indirecte kosten (overheadkosten) worden doorberekend. Het in de tarieven toegepaste percentage voor overhead is 8,36% (2022: 9,59%). Dit percentage is conform de formule van de VNG berekend door het saldo van de overhead te delen door de totale lasten van de programma’s (exclusief mutaties reserves en overhead). Het percentage is lager doordat de totale lasten van de programma’s (exclusief reserves en overhead) sterker is toegenomen dan de lasten van de overhead.

Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen In dit hoofdstuk wordt naar onderscheid van de belastingen en de retributies een toelichting gegeven.

Belastingen De opbrengst van de belastingen is in beginsel niet gerelateerd aan de kosten, maar dat geldt niet voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De opbrengsten hiervan mogen alleen ingezet worden om de kosten te dekken die de gemeente voor het rioolstelsel of het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen maakt.

De totale belastingopbrengst van de gemeente Schiedam zoals opgenomen in de primaire begroting 2023 bedraagt € 47,5 miljoen (Primaire begroting 2022: € 46,6 miljoen). Hiervan is € 19,9 miljoen bestemd voor de algemene dekking. De overige belastingopbrengsten van € 27,6 miljoen betreffen rechten en leges die in rekening worden gebracht voor door de gemeente verstrekte diensten.

Begroting 2023

89 89

Overzicht tarieven en opbrengsten 2022-2023 Bedragen x € 1.000

Tarief 2022

Tarief 2023 Raming Verwachte Opbrengst 2022 Opbrengst 2023

OZB Eigenaren woningen

0,0860%

0,0754%

€

7.800

€

7.870

Eigenaren niet-woningen

0,3100%

0,3240%

€

4.787

€

4.917

Gebruikers niet woningen

0,2340%

0,2130%

€

3.068

€

2.924

€

15.498

€

15.711

Totaal OZB Rioolheffing

€

263,22

€ 263,22

€

10.416

€

10.629

1-persoonshuishouden

€

317,97

€ 327,51

€

4.229

€

4.552

Meerpersoonshuishouden

€

375,55

€ 386,81

€

8.638

€

9.013

€

12.867

€

13.565

39,20

€

196

€

131

diverse

€

134

€

159

Afvalstoffenheffing

Totaal Afvalstoffenheffing Overige belastingen Hondenbelasting

€

Precariobelasting

56,25

€

diverse

Logiesbelasting

€

2,78

€

2,86

€

175

€

350

BIZ Vijfsluizen

€

0,54

€

0,54

€

60

€

60

€

565

€

700

diverse

€

797

€

617

67,20

€

574

€

592

Totaal overige belastingen Parkeerbelastingen Parkeervergunningen Naheffingsaanslagen

diverse €

65,20

€

Straatparkeren

diverse

diverse

€

2.070

€

2.260

Parkeer-app

diverse

diverse

€

51

€

51

€

3.492

€

3.520

Totaal parkeerbelastingen

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Begroting 2023

90 90

Voor de gemiddelde woonlasten (volgens CBS/COELO 2022) betekent dit het volgende:

Meerpersoonshuishouden/Eigen woning

Tarief 2022

Tarief 2023

OZB (eigendom)

€

211,53

€

207,72

Afvalstoffenheffing

€

375,55

€

Rioolheffing

€

263,22

€

Totaal lokale lasten

€ 850,30

Een nadere toelichting is opgenomen onder het hoofdstuk ‘Lokale lastendruk’.

Belastingen Toelichting per belasting op uitgangspunten en tarieven:

Onroerendezaakbelastingen (OZB) De volgende zaken spelen een rol bij de berekening van de OZB: 1. De inflatiecorrectie van 3% wordt voor de OZB (in afwijking van de andere heffingen) toegepast op de totale opbrengst van de OZB en niet op het tarief. Reden hiervoor is dat bij de berekening van de tarieven ook met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken rekening moet worden gehouden. Dit is landelijk de gebruikelijke werkwijze. 2. Bij het bepalen van de opbrengst is ook rekening gehouden met de eenmalige verrekening van het resultaat 2020, een extra opbrengst als gevolg van nieuwbouw en met een verrekening van het resultaat 2021. Gebruikelijk is dat verrekening plaatsvindt vanuit de reserve Meeropbrengst OZB, overeenkomstig de bij de tariefberekening OZB van 2014 vastgestelde systematiek. (Zie raadsvoorstel VR 5/2014).

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Verschil

Stijgings%

€

-3,81

-1,8%

386,81

€

11,26

3,0%

263,22

€

-

0,0%

€ 857,75

€

7,45

0,9%

3. Bij de berekening van de tarieven OZB wordt tevens rekening gehouden met de verwachte waardeontwikkeling, dus de waardestijging of -daling van onroerende zaken ten opzichte van 2022. 4. De OZB wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer, die op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt vastgesteld. Op grond van de Wet WOZ moeten alle onroerende zaken voor het jaar 2023 opnieuw getaxeerd worden naar het waardeniveau op 1 januari 2022 (de zogenoemde waardepeildatum). De ontwikkelingen op de vastgoedmarkt laten, ten opzichte van de vorige waardepeildatum 1 januari 2021, een stijging zien met ongeveer 12% voor woningen en 0,6% voor niet-woningen. 5. Bij de berekening van de tarieven wordt ook rekening gehouden met de door de Regionale Belasting Groep begrote effecten van nieuwbouw/sloop, verminderingen op bezwaar en de oninbare aanslagen. Per saldo is het effect dat het gemiddeld te betalen bedrag OZB voor een eigenaar/bewoner van een woning daalt met 1,8%. Het te betalen bedrag OZB voor een eigenaargebruiker van een niet woning daalt gemiddeld met 1%.

Ter toelichting op het vorenstaande: Een hogere WOZ-waarde betekent bij gelijkblijvende opbrengst een lager belastingtarief. De reden hiervoor is dat de OZB-tarieven worden bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de belastinggrondslag. Als de gewenste opbrengst gelijk blijft en de WOZ-waarde stijgt dan daalt het tarief. Voor alle duidelijkheid, als de WOZ-waarde stijgt dan blijft in principe de te betalen OZB gelijk door een lager tarief. Wel wordt dit gecorrigeerd voor inflatie.

Hondenbelasting De hondenbelasting wordt verlaagd met 25% in verband met de definitieve afbouw van de hondenbelasting tot € 0,00 in 2025. Het tarief bedraagt voor de hondenbelasting € 39,20 in 2023 (2022: € 56,25).

Rioolheffing Met de rioolheffing kunnen de kosten worden verhaald die de gemeente maakt voor de uitvoering van de zorgplichttaken voor afval-, hemel- en grondwater. Ook klimaatadaptieve maatregelen volgens uitvoeringsplan behorende bij vGRP 2019-2023 worden hierin meegenomen. Bijkomende kosten zijn verder een deel van de veegkosten, kosten voor btw, overhead en perceptiekosten die aan de rioolheffing worden toegerekend. Bij toepassing van het huidige tarief van € 263,22 (2022) is voor 2023 reeds sprake is van een kostendekkendheid van bijna 100%. In afwijking van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Schiedam 2019-2023 blijven de tarieven daarom gehandhaafd. De rioolheffing is hiermee bijna 100% kostendekkend.

Begroting 2023

91 91

Berekening kostendekkendheid van de rioolheffing

Berekening kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

Bedragen x € 1.000

Bedragen x € 1.000

Kosten taakvelden inclusief (omslag)rente

8.342

Kosten taakvelden inclusief (omslag)rente

daling Nedvang-inkomsten). In het kader van de genoemde versnelling Schone Stad zijn extra lasten opgenomen voor intensiveren schoonmaak en legen afvalbakken/containers (met name in het weekend), verbeteren grofvuilinzameling en vervanging/uitbreiding afvalbakjes (vogelproof). 12.322

Inkomsten taakveld(en)

-

Inkomsten taakveld(en)

-420

Netto kosten taakveld

8.342

Netto kosten taakveld

11.902

Toe te rekenen kosten:

Toe te rekenen kosten:

Overhead BTW

697 1.617

Overhead BTW

995 2.357

Totale kosten

10.656

Totale kosten

15.254

Opbrengst heffingen

10.629

Opbrengst heffingen

13.565

Dekkingspercentage

99,7%

Dekkingspercentage

88,9%

In de kosten is ook de te betalen BTW van in totaal € 1,6 miljoen opgenomen. De BTW wordt niet begroot, maar mag wel als gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds meegenomen worden als kostenpost. Ook is een bedrag van € 0,7 miljoen aan overhead meegenomen.

Afvalstoffenheffing De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Bij de afvalstoffenheffing worden de kosten van afvalbeheer (o.a. inzameling, vervoer, verwerking en handhaving) van huishoudelijke afvalstoffen, een deel van de kosten voor straatreiniging (kosten als gevolg van het verkeerd aanbieden van afvalstoffen), de toerekenbare omzetbelasting en een deel van de gemeentelijke overhead doorberekend aan de burgers van Schiedam. Niet doorberekend worden de kosten van de kwijtschelding van afvalstoffenheffing, deze worden gedekt via het armoedebeleid. De afvalbeheerskosten zijn gedaald maar in het kader van de versnelling Schone Stad zijn ook weer extra lasten opgenomen voor € 600.000. De daling van de afvalbeheerskosten komt voort uit de normalisering van de afvalhoeveelheden nadat deze tijdens de in de coronapandemie fors toegenomen waren. Daarnaast geeft de keuze om de PMD-inzameling bij de hoogbouw af te bouwen per saldo een kostendaling (hogere daling Irado-kosten dan

De tariefstijging van 3% leidt tot een kostendekkingspercentage van 88,9% (2022: 90,9%). De kostendekkendheid van het tarief neemt weliswaar af, maar een volledig kostendekkend tarief zou een tariefstijging betekenen van ruim 15%. Om op hetzelfde kostendekkendheidspercentage als 2022 te blijven, zou een stijging van ruim 5% nodig. Een dergelijke stijging is in deze tijden niet verantwoord. Het bovenstaande resulteert in de volgende tarieven voor 2023: - Tarief éénpersoonshuishouden: € 327,51 (2022: € 317,97) - Tarief meerpersoonshuishouden: € 386,81 (2022: € 375,55) De begroting van de afvalbeheerskosten 2023 is gebaseerd op de meest recente afvalhoeveelheden, namelijk die van het jaar 2021.

Parkeerbelastingen Conform de kadernota Financieel Beleid wordt een prijscompensatie toegepast op de budgetten. Hiervoor wordt het prijsindexcijfer van het CPB gebruikt. Om een gat in de begroting te voorkomen, worden de belastingopbrengsten ook verhoogd met deze inflatiecorrectie. Dit geldt dus ook voor de parkeeropbrengsten. Dit betekent dat de parkeertarieven jaarlijks met het prijsindexcijfer worden verhoogd. Het tarief voor parkeren op straat per uur wordt niet jaarlijks met de indexatie verhoogd, omdat de parkeerbelastingverordening bepaalt dat bij de parkeerautomaten in veelvouden van 10 eurocent moet worden betaald. Daarom wordt ervoor gekozen

Begroting 2023

92 92

de straattarieven niet te verhogen totdat de cumulatieve jaarlijkse indexering leidt tot een verhoging van de tarieven van (een veelvoud van) € 0,10. De straattarieven zijn per 2022 verhoogd en aangezien de inflatie nog niet leidt tot een verhoging van € 0,10 zullen deze daarom per 2023 gehandhaafd blijven. De naheffingsaanslag wordt verhoogd met de jaarlijkse indexatie. Het tarief voor de naheffingsaanslag van € 67,20 (2022: € 65,20) blijft hiermee binnen het voor 2023 ministerieel vastgestelde maximum tarief van € 72,90 (€ 66,50). De tarieven voor parkeervergunningen zijn verlaagd. De verlaging volgt uit een besluit genomen in het kader van de draagvlakmetingen betaald en vergunninghoudersparkeren. Dit naar aanleiding van de toezegging van deze verlaging bij de communicatie over de (destijds voorgenomen) uitbreiding van betaald parkeren in het stadsdeel ten zuiden van de A20. De tarieven voor de tweede, respectievelijk derde parkeervergunning staan in verhouding tot de eerste parkeervergunning als 2,5 tot 1, respectievelijk 4 tot 1. Nieuw opgenomen wordt de derde parkeervergunning. Het betreft een overgangsregeling bij invoeren van betaald parkeren. Dat wil zeggen dat deze verstrekt kan worden bij de start van het betaald parkeren en nadat de vergunninghouder deze heeft opgezegd, of is verhuisd, de vergunning niet opnieuw wordt verstrekt. De aanpassing van de tarieven

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

voor parkeervergunningen betekent ook een daling van het tarief voor de visiteparkeervergunning voor bewoners en mantelzorgers. Nieuw zijn een visiteparkeervergunning voor zorginstellingen, maatschappelijke instellingen en onderwijsinstellingen met een tarief gelijk gesteld aan het tarief voor bewoners en voor bedrijven met een tarief van 50% van het straatparkeren.

Retributies Retributies zijn leges, gelden of rechten voor door de gemeente verrichte diensten of voor het gebruik van gemeentelijke bezittingen. Met retributies kan de gemeente de kosten, die gemaakt worden voor de dienstverlening of het gebruik van bezit, verhalen op degene die om de dienstverlening of het gebruik vraagt. Onder de retributies is de legesverordening de meest algemene verordening. Hieronder vallen onder meer de aanvragen voor paspoorten en rijbewijzen en het sluiten van een huwelijk. Met bijvoorbeeld de retributie marktgelden vraagt de gemeente een vergoeding voor het mogelijk maken van de markt in de stad. De gemeentewet vereist dat de begrote opbrengsten de begrote kosten van retributies niet overstijgen. Deze opbrengstlimiet geldt voor de verordening als geheel (en voor titel III van de tarieventabel per hoofdstuk). Dat houdt in dat binnen een verordening sommige tarieven meer dan 100% kostendekkend mogen zijn, terwijl andere minder dan 100% kostendekkend zijn. Dit wordt kruissubsidiëring genoemd. Kruissubsidiëring is voor titel III van de tarieventabel niet toegestaan.

Begroting 2023

93 93

Leges

Kostenonderbouwing t.b.v. legesverordening Titel Hfdst I

Soort leges Bedragen x € 1.000

Kostendekkings % (1)

€

84

€

82

98%

2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart (3)

€

615

€

632

103%

3 Rijbewijzen

€

230

€

222

97%

4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens

€

89

€

68

77%

6 Vastgoedinformatie

€

13

€

10

77%

7 Overige publiekszaken

€

11

€

11

97%

8 Gemeentelijk archief

€

11

€

8

75%

10 Leegstandswet

€

2

€

2

77%

13 Kansspelen

€

3

€

2

82%

14 Telecommunicatie en kabels en leidingen overig

€

144

€

137

95%

15 Verkeer en vervoer

€

55

€

37

67%

17 Wet open overheid (Woo)

€

0

€

0

0%

18 Diversen

€

0

€

0

0%

€

1.258

€ 1.212

96%

€

1.842

€ 1.615

88%

1 Horeca

€

41

€

17

43%

2 Organiseren evenementen of markten

€

46

€

9

19%

3 Seksbedrijven

€

0

€

0

0%

4 Huisvestingswet

€

49

€

48

98%

6 Ventvergunning

€

1

€

1

40%

7 Overig

€

1

€

0

10%

Totalen titel III Europese dienstenrichtlijn

€

138

€

74

54%

Totaal kostendekkendheid:

€

3.238

€ 2.901

90%

Omgevingsvergunning (4)

Totalen titel II Omgevingswet III

Opbrengst

1 Burgerlijke stand (2)

Totalen titel I Algemene dienstverlening II

Kosten heffing incl. overhead

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

(1) In verband met afronding kunnen genoemde percentages afwijken van het rekenkundig resultaat. (2) In de leges burgerlijke stand zijn de kosten voor gratis huwelijken en van aktes burgerlijke stand (dit zijn geen leges meer) niet meegenomen. (3) Hoofdstuk 2 blijft binnen het gestelde maximum van de totale legesverordening (4) Er is uitgegaan van het inwerking treden van de Omgevingswet. In de situatie dat de Omgevingswet niet in werking treedt per 1 januari 2023 dan betekent dit € 161.900 extra legesbaten en een kostendekkingspercentage van 96%. Onder de Omgevingswet worden meer activiteiten vergunningvrij en dat betekent lagere legesbaten en een lager kostendekkingspercentage. Voor het toezicht zijn alleen het eerste vergunning gerichte toezicht toerekenbaar en meegenomen in de kosten. In de situatie dat de Omgevingswet niet in werking treedt is er naast de wijziging voor de Omgevingswet nog een afwijking op bovenvermelde tabel. In die situatie blijft Geluidhinder deel uitmaken van 1 Algemene Dienstverlening, Hoofdstuk 16, met als opbrengst € 4.754 en lasten € 11.087. Het kostendekkingspercentage van 1 Algemene Dienstverlening wordt dan 96%. De totale kostendekkendheid van de legesverordening wordt dan 93%.

Begroting 2023

94 94

Overige retributiestabel Overige retributies Bedragen x € 1.000

Kosten

Opbrengsten

Kostendekkings % (1)

Marktgelden

€

134

€

60

45%

Woonschepenrecht

€

24

€

24

100%

Reinigingsrecht

€

348

€

326

94%

Woonwagenrecht

€

40

€

30

74%

(1) In verband met afronding kunnen genoemde percentages afwijken van het rekenkundig resultaat.

Lokale lastendruk Het COELO gaat per 2022 uit van de gemiddelde waarde van koopwoningen in plaats van de gemiddelde waarde van huur- en koopwoningen tezamen, De ozb voor woningen wordt alleen betaald door eigenaren van woningen. Als je wilt berekenen wat een huishouden met een eigen woning betaalt dan moet je dus eigenlijk uitgaan van de gemiddelde waarde van koopwoningen. Per 2022 is dit mogelijk omdat het CBS inmiddels meer gegevens publiceert over de gemiddelde woz-waarde per gemeente. Naast de gemiddelde woz-waarde van huur- en koopwoningen tezamen wordt nu ook weergegeven wat de gemiddelde woz-waarde is van alleen koopwoningen. De gemiddelde woz-waarde van koopwoningen ligt in de meeste gemeenten hoger dan die van huur- en koopwoningen tezamen. Om de verandering van de woonlasten goed te berekenen heeft COELO daarom de gemiddeld betaalde ozb in 2021 herberekend, nu uitgaande van de gemiddelde waarde van koopwoningen in 2021. In Schiedam was dat 278.000 euro. De gemiddeld betaalde ozb in 2021 wordt dan 261,32 euro. Voor de volledigheid: de gemiddelde waardestijging van 2021 op 2022 bedroeg

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

volgens de Waarderingskamer 11,3 procent. In 2022 is dan ook uitgegaan van een woz-waarde van € 309.400. De ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten laat het volgende beeld zien voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 346.500 (12% waardeontwikkeling ten opzichte van de gemiddelde waarde in 2022 ad € 309.400 (Coelo/CBS).

Meerpersoonshuishouden/Eigen woning

Tarief 2022

Tarief 2023

Verschil

Stijgings%

OZB (eigendom)

€

266,08

€

261,28

€

-4,80

-1,8%

Afvalstoffenheffing

€

375,55

€

386,81

€

11,26

3,0%

Rioolheffing

€

263,22

€

263,22

€

-

0,0%

Totaal lokale lasten

€

904,85

€

911,31

€

6,46

0,7%

Begroting 2023

95 95

Voor de woonlasten berekend over de waarde van koop- en huurwoningen tezamen € 275.500 (COELO 2022: € 245.970 + 12% waarde-ontwikkeling) is het overzicht als volgt. De tarieven zijn overeenkomstig de genoemde uitgangspunten aangepast. In individuele gevallen kan het te betalen aanslagbedrag OZB afwijken van dit percentage, aangezien dit afhankelijk is van de WOZ-waarde. Bij meer of minder dan gemiddelde waardewijzigingen wijkt het percentage af.

Meerpersoonshuishouden/Eigen woning

In de tabel hiernaast staat een vergelijking van de woonlasten 2022 met omliggende gemeenten. De cijfers zijn overgenomen uit de Atlas lokale lasten 2022 van het Coelo. De gemiddelde woonlasten voor eigenaar-bewoners in Nederland bedragen in 2022 € 904. In Schiedam bedragen de woonlasten in 2022 afgerond € 905. Schiedam staat hiermee op de 163e plaats en in het midden van de Coelo-lijst. Positie 349 in de COELO-lijst heeft de hoogste woonlasten voor eigenaar bewoners . Het gaat om de (bruto) woonlasten voor een meerpersoonshuishouden: onroerende-zaakbelasting, rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Gemeente

§ Paragrafen € Financiële begroting 2023

Tarief 2022

Tarief 2023

Verschil

Stijgings%

OZB (eigendom)

€

211,53

€

207,72

€

-3,81

-1,8%

Afvalstoffenheffing

€

375,55

€

386,81

€

11,26

3,0%

Rioolheffing

€

263,22

€

263,22

€

-

0,0%

Totaal lokale lasten

€

850,30

€

857,75

€

7,45

0,9%

Bruto woonlasten meerpersoonshuishouden

COELO-positie 2021

COELO-positie 2022

Capelle aan de Ijssel

€

720

22

9

Nissewaard

€

831

85

79

Rotterdam

€

880

134

137

Schiedam

€

905

195

163

Vlaardingen

€

938

200

210

Maassluis

€

992

294

269

Gouda

€

1.140

357

328

Begroting 2023

96 96

Kwijtscheldingsbeleid Het tot nu gevoerde kwijtscheldingsbeleid wordt in 2023 voortgezet. Schiedammers, waaronder ook kleine zelfstandigen, met een inkomen op bijstandsniveau, kunnen kwijtschelding aanvragen voor gemeentelijke belastingen. De gemeente Schiedam verleent kwijtschelding voor afvalstoffenheffing (maximaal 90% van het aanslagbedrag) en onroerende-zaakbelasting (maximaal 100%). Kwijtschelding van de onroerende-zaakbelasting komt bijna niet meer voor. Een eigen woning staat als vermogen kwijtschelding meestal in de weg.

Tabel raming kwijtscheldingen Heffing Bedragen in €

Raming kwijtschelding 2022

Raming kwijtschelding 2023

Afvalstoffenheffing

984.450

1.013.984

Onroerendezaakbelastingen

10.000

10.000

Bij het verlenen van kwijtschelding is de gemeente gebonden aan de, door de Rijksoverheid, vastgestelde regels en voorwaarden. Hierbinnen staat het de gemeente vrij om zelf te bepalen in welke mate de kosten van bestaan in aanmerking genomen worden. Gemeenten hebben de mogelijkheid om de kwijtscheldingsnormen hoger vast te stellen dan de door het Rijk gehanteerde norm (90% van de bijstandsnorm). In Schiedam zijn de kwijtscheldingsnormen gelijk aan (100% van) de van toepassing zijnde bijstandsnormen. Daarmee biedt de gemeente Schiedam maximale ruimte voor kwijtschelding. Dit betekent dat 100% van het inkomen op bijstandsniveau wordt vrijgelaten bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Hierdoor krijgen mensen met een bijstandsuitkering en nagenoeg geen vermogen de maximaal mogelijke kwijtschelding. In de volgende tabel is het totaal aan kwijtschelding begroot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11916553/1