Bijlage 4 Jaarstukken 2024 SOW
Tekst van het document
Dit jaar zijn de werkgeversproposities opgesteld, die in 2025 worden uitgevoerd. Maar ook parttime werk krijgt meer aandacht. Zoals in de Strategische Visie Werk en Inkomen is gesteld: ‘iedereen doet mee naar vermogen’ en als parttime werk het maximaal haalbare is, dan doet iemand ‘mee naar vermogen’. Samen met de gemeente Schiedam is de pilot Werkbonus uitgevoerd. Cliënten, die parttime zijn gaan werken, kunnen een gedeelte van hun inkomsten, bovenop de uitkering, behouden. Dit bedrag wordt 2 keer in het jaar uitbetaald. Deze pilot wordt op het moment van schrijven van deze jaarrekening opgesteld, dus de uitkomsten zijn niet worden mee genomen.
De jeugdwerkeloosheid in de MVS-regio is relatief gezien (aanzienlijk) lager dan bij de overige gemeenten uit onze arbeidsmarktregio. De inzet van ons speciale jongerengilde is al jaren succesvol. Het project Jeugdwerkgelegenheid, welke in 2023 is gestart en vanuit de arbeidsmarktregio is gefinancierd, is ook in 2024 voortgezet. In dit project streven wij ernaar om jongeren te activeren en, waar mogelijk, terug naar school of naar werk te begeleiden. Vanwege de successen (bereiken van de jongeren en hen begeleiden naar school of werk) wordt dit project ook in 2025 voortgezet. De samenwerking met het doorstroompunt Leerrecht is een van redenen van het succes van onze jongerenaanpak. Vooruitlopend op de nieuwe wet Van School naar Duurzaam Werk wordt nu ook de samenwerking met het onderwijs verder uitgebreid. ESF Stroomopwaarts spant zich in om de reguliere activiteiten mede te dekken door het verwerven van externe inkomsten. Daarmee kan de bijdrage van de gemeenten worden gematigd. Dit doen wij onder andere door het aanvragen van ESF (Europese subsidie). Om aan de subsidievoorwaarden te voldoen worden scherpe eisen gesteld, ten aanzien van verantwoording. Stand van zaken: • ESF 2022 - 2023 Op dit moment wordt deze subsidie verantwoord. De verwachting is dat dit in Q2 is afgerond. Het gaat om een bedrag van totaal € 639.000.
SROI In de basis is Social Return on Investment (SROI) een aanpak om meer werkgelegenheid te creëren voor mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Via het inzetten van inkoopkracht worden mogelijkheden gerealiseerd voor deze doelgroep. Een SROI-verplichting kan vervolgens op verschillende manieren worden ingevuld. Bijvoorbeeld via: werken (een inwoner in dienst nemen), leren (een inwoner een opleiding bieden), sociaal inkopen (bijvoorbeeld opdrachten afnemen bij een werkleerbedrijf), maatschappelijke activiteiten en sociaal
Programma Werk
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
29
investeren. Waarbij de voorkeur van de invulling in eerste instantie ligt bij werken en leren. Stroomopwaarts ondersteunt de MVS-gemeenten bij de uitvoering van de SROI. Dit betekent dat na het aangaan van een nieuwe overeenkomst (waarop SROI van toepassing is) de accountmanager van Stroomopwaarts namens de inkopende partij in contact komt met de opdrachtnemer. Hierbij wordt besproken op welke wijze de opdrachtnemer invulling kan gaan geven aan de SROI-verplichtingen totaal is er in 2024, MVS-breed, een SR-verplichting van € 4.888.000 opgevoerd in het systeem. Ondernemers hebben voor € 4.945.000 invulling gegeven aan de SR-verplichting. MVS-breed een realisatie-percentage van 101%! SR Maassluis
Realisatie
Realisatie
%
Arbeids
Participatie
Inkopen
Sociaal
5.169.267
91.963
114.002
124%
55.109
460
28.321
30.112
MVS
678.981
379.762
663.410
175%
603.847
-
59.563
-
ROG+
32.398.259
1.467.670
615.203
42%
323.906
74.130
211.667
5.500
Schiedam
144.928.646
1.728.537
2.616.980
151%
2.543.609
35.700
37.670
-
Stroomopwaarts
4.193.914
210.365
136.136
65%
99.247
6.053
18.272
12.564
Vlaardingen
22.797.413
1.009.424
799.567
79%
408.309
232.572
107.815
50.872
Totaal 210.166.481
4.887.721
4.945.299
101%
4.034.028
348.915
463.308
99.048
Programma Werk
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
30
Wat heeft het programma Werk gekost? Programma 2,
Originele Begroting 2024
Begroting na 2e wijziging
Werk
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
0
-2.642
-2.642
260
-3.202
-2.942
586
-3.559
-2.973
326
-357
-31
3.461
-13.274
-9.813
2.076
-9.872
-7.796
2.020
-9.792
-7.772
-56
80
24
0
-1.154
-1.154
0
-774
-774
0
-731
-731
0
43
43
Ontwikkeling Werkgeverdienstverlening Accountmanagement Mobiliteitsnetwerken
Realisatie 2024
Verschil met BW2
0
-87
-87
0
0
0
0
-2
-2
0
-2
-2
3.461
-12.033
-8.572
2.076
-9.098
-7.021
2.020
-9.059
-7.039
-56
39
-17
Totaal Baten & Lasten
3.461
-15.916
-12.455
2.336
-13.074
-10.738
2.606
-13.351
-10.745
270
-276
-7
Reservemutaties
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat:
3.461
-15.916
-12.455
2.336
-13.074
-10.738
2.606
-13.351
-10.745
270
-276
-7
Externe arbeidsparticipatie
* Betreft openeinderegelingen die op basis van realisatie met de gemeente wordt verrekend.
Analyse afwijkingen begroting na wijziging en realisatie Ontwikkeling Er zijn € 326.000 meer baten ontvangen dan begroot, aan subsidie is € 245.000 ontvangen dan begroot tevens heeft nog een intern verrekening plaatsgevonden van inzet voor trainers van € 81.000 De lasten zijn € 357.000 meer dan begroting dit is € 245.000 voor de extra inzet van de beroepentuin om onze cliënten verder te ontwikkelen en er is voor € 112.000 aan extra personeel ingezet.
Werkgeverdienstverlening Er zijn minder baten van begroot € 56.000 dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lager aantal ID-banen (impact € 33.000 bij baten en lasten). De totale lasten zijn € 39.000 lager dan begroot. De interne detachering van enkele Wsw-medewerkers wordt voor € 240.000 aan andere afdelingen doorbelast. Dit wordt in mindering gebracht bij de lasten van de externe arbeidsparticipatie.
Programma Werk
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
31
Programma Werkleerbedrijf
Baten €
7.212
Lasten -€ 28.761
Wat is er bereikt?
Saldo -€ 21.550
Ambitie 2024 De arbeidsontwikkeling van alle doelgroepen kan alleen optimaal worden vormgegeven dankzij de intensieve samenwerking met ondernemers en andere ketenpartners. Deze samenwerking moet enerzijds leiden tot concrete productie opdrachten voor het Werkleerbedrijf en anderzijds tot arbeidsplaatsen/ vacatures voor onze cliënten bij deze partners. Hierbij wordt altijd uitgegaan van iemands kansen en mogelijkheden in plaats van zijn beperkingen. Stroomopwaarts is daarin een betrouwbare partner, heeft een uitgebreid instrumentarium op dit gebied en vervult zo de rol van de spil tussen publiek en privaat. Stroomopwaarts streeft naar duurzame doorstroom naar reguliere werkgevers. In de eerste plaats door het realiseren van meer detacheringen van WSW-medewerkers. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten. In de eerste plaats is detachering economisch aantrekkelijker voor Stroomopwaarts, daarnaast is het de hoogst haalbare vorm van maatschappelijke participatie voor een medewerker. Omzet is hierbij niet leidend, een gezonde mix tussen omzet en arbeidsontwikkeling van werknemers en cliënten met een arbeidsbeperking wel.
Programma Werkleerbedrijf
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
32
In onderstaande tabel zijn de beoogde prestatiedoelstellingen van het programma opgenomen en de mate waarin de doelstellingen zijn bereikt. Prestatie-indicator
Indicator
In 2023 hebben door de nauwe samenwerking met de praktijkscholen meer inwoners een aanstelling in het kader van beschut werk gekregen. Hierdoor blijft het aantal medewerkers ook in 2024 ver boven de taakstelling.
Stand van Voortgang
WSW-populatie
zaken Ziekteverzuim WSW
< 14%
13%
Ziekteverzuim Nieuw Beschut
< 14%
10%
33%
32%
WSW en Beschut: Gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten
Wat is hiervoor gedaan?
De medewerkers die in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening bij Stroomopwaarts in dienst zijn, worden zowel intern ingezet (productie en dienstverlening) als extern (detachering). Deze medewerkers hebben (meer) behoefte aan een veilige werkomgeving. Het is dan moeilijk om de WSW medewerkers, die intern werken (weer) extern te (gaan) detacheren. Zij zijn gewend aan de huidige (veilige) werkplek en vindt het lastig om te moeten veranderen. Omvang Wsw
Gemiddeld aantbal banen per doelgroep
Jaarrekening 2024
Begroting 2024
Jaarschijf 2024
(In Fte’s)
Gemiddelde
(gemiddelde geheel jaar)
Kaderbrief 2025
Totaal
Jaarschijf 2024
Stroomopwaarts
Kaderbrief 2025
Diensten
228
226
223
Gemiddeld aantal banen wsw
691
653
Productie
252
237
247
Gemiddeld aantal banen nieuw beschut
202
200
Detachering
118,2
168
157
Gemiddeld aantal banen LKS (banenafspraak
47
598,2
631
627
Gemiddeld aantal reintegratie banen
18 Totaal
958
Totaal
853
Beschut Inwoners met een beperkte loonwaarde, die meer begeleiding en faciliteiten nodig hebben dan van een reguliere werkgever mag worden verwacht, kunnen een indicatie Beschut Werk aanvragen. Na toekenning door het UWV komen zij in aanmerking voor beschut werk binnen Stroomopwaarts.
Het Werkleerbedrijf blijft investeren in productielijnen, maar ook in de begeleiding van werkgevers en cliënten. Bij deze laatste staat optimale ontwikkeling en sociale activering van mensen voorop. Het Werkleerbedrijf blijft een stabiele vangnetfunctie voor de meest kwetsbaren vervullen. We bieden tijdelijke dienstbetrekkingen aan de doelgroepen uit de banenafspraak aan. Duurzame dienstbetrekkingen zijn beschikbaar voor de doelgroepen WSW (Wet sociale werkvoorziening) en Beschut werk met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een hoge begeleidingsbehoefte. Zoals verwacht zijn er dit jaar vanuit de WSW 20 mensen uitgestroomd vanwege onder andere leeftijd (pensioen) en verhuizingen.
Programma Werkleerbedrijf
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
33
De controles in het werkleerbedrijf bij de productielijnen food voor het FSSC22000-certificering7 zijn beiden goed verlopen. De Food productielijnen voldoen aan de voorwaarden om deze voort te kunnen blijven zetten. Hier zijn we heel trots op. Het werkleerbedrijf is afhankelijk van opdrachtgevers die werkzaamheden door Stroomopwaarts laten uitvoeren. Dit brengt uitdagingen met zich mee, waar goed en flexibel op moet worden ingespeeld. Vanwege een (net niet) faillissement van een relatief grote opdrachtgever is gezocht naar nieuwe opdrachten. Dit is gelukt, waardoor er nu doosjes gevuld worden met zakjes rozijnen. De opdrachtgever die net niet failliet is gegaan, blijft nog steeds samenwerken met Stroomopwaarts, maar alleen in kleinere aantallen. Hierdoor kan een kleine groep nog steeds voor deze opdrachtgever blijven werken. Bij het zoeken naar nieuwe opdrachten, blijven we ons vasthouden aan het principe ‘eerlijke prijzen voor eerlijk werk’. Het zoeken naar nieuwe opdrachten is dan ook een continue proces.
Maar er worden ook trajecten gestart voor specifieke doelgroep, zoals het project Anderstaligen in Maassluis. Dit traject heeft een jaar geduurd en is dit jaar afgerond. De productie die de deelnemers aan dit traject hebben laten zien (en nu niet meer aanwezig is), heeft ook zijn invloed op de resultaten van de werkleerbedrijven. Het is dan ook een grote uitdaging om flexibel om te gaan met de opdrachten die binnenkomen en om in te spelen op het niveau van de medewerkers, die op dat moment werkzaam zijn binnen het Werkleerbedrijf. Deze uitdaging gaan wij met zijn allen aan en zijn dan ook trots dat wij dit steeds weer goed voor elkaar krijgen.
Het werkleerbedrijf is steeds meer een werkontwikkelbedrijf geworden. Niet alleen SW-medewerkers en medewerkers Beschut Werk zijn hier werkzaam, maar ook cliënten vanuit de bijstand doen hier de eerste ervaringen op om zich verder te kunnen ontwikkelen naar een zelfstandig inkomen. Dit kan gebeuren door werkervaringsplaatsen (kennis maken met de verschillende werkzaamheden), het volgen van leerlijnen (opleiding en werkervaring opdoen) tot een interne (of externe) detachering met een arbeidsovereenkomst en inkomsten (waardoor zij uitstromen uit de uitkering). Hierdoor zijn een heleboel verschillende inwoners werkzaam in het Werkleerbedrijf. Het is dan ook belangrijk om verschillende opdrachten te hebben om iedereen een uitdaging te kunnen bieden om zich te blijven ontwikkelen.
De FSSC 22000 is ontwikkeld door de Stichting Certificatie
door veel partijen in de toeleveringsketen van voedingsmiddelen
Voedselveiligheid (SCV) en is de eerste wereldwijde standaard
geaccepteerd.
7
voor de gehele voedingsmiddelenindustrie. Het certificaat wordt
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma Werkleerbedrijf Programma
34
Wat heeft het programma Werkleerbedrijf gekost? Programma 3,
Originele Begroting 2024
Begroting na 2e wijziging
Werkleerbedrijf
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Werkleerbedrijf
9.124
-28.908
-19.783
6.651
-29.240
-22.589
7.212
-28.761
-21.550
561
479
1.039
Bedrijfsbureau
Realisatie 2024
Verschil met BW2
39
-748
-709
639
-608
31
655
-568
87
16
39
55
Productie & Diensten Maassluis
1.153
-3.241
-2.088
919
-3.769
-2.850
908
-3.994
-3.086
-11
-225
-235
Productie & Diensten Vlaardingen
1.542
-5.277
-3.734
1.024
-5.647
-4.623
1.104
-5.779
-4.675
80
-132
-52
Productie & Diensten Schiedam
3.374
-9.747
-6.372
1.323
-8.666
-7.343
1.344
-8.569
-7.225
21
98
119
Groen & Grijs
1.793
-5.786
-3.993
1.757
-6.688
-4.931
2.025
-6.695
-4.670
268
-7
261
Schoonmaak & Catering
1.223
-4.109
-2.886
989
-3.861
-2.872
1.176
-3.156
-1.981
187
705
892
Totaal Baten & Lasten
9.124
-28.908
-19.783
6.651
-29.240
-22.589
7.212
-28.761
-21.550
561
479
1.039
Reservemutaties
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat:
9.124
-28.908
-19.783
6.651
-29.240
-22.589
7.212
-28.761
-21.550
561
479
1.039
Analyse afwijkingen begroting na wijziging en realisatie De baten zijn 561.000 hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de extra omzet van € 333.000 (bij Groen& Grijs en Schoonmaak & Cartering) en extra belastingbaten voor Lage Inkomen Voordeel (LIV) van € 234.000.
gerealiseerd: 0,2 miljoen lager dan de 2e begrotingswijziging en 2,2 miljoen lager dan 2023. Er is wel sprake van een sterke toename van de loonkostensubsidie van 1,1 miljoen in 2023 naar 2,8 miljoen in 2024. De lasten van schoonmaak en catering zijn lager dan begroot doordat deze voor interne dienstverlening via een kostenallocatie worden verrekend niet via de baten (impact € 685.000) .
De loonkosten van de doelgroepen zijn met € 22 miljoen en € 2,8 miljoen loonkostensubsidie de grootste kostenposten. Er zijn 81 mensen gestart met een nieuw beschut baan. Deze kosten zijn € 145.000 hoger dan begroot. Een incidentele meevaller van € 835.000 lagere payrollkosten 2023 heeft geleid dat de kosten voor de doelgroepen relatief dicht bij begrote bedragen zijn
Programma Werkleerbedrijf
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
35
Programma Inburgering
Ambitie 2024
Inburgering
De instroom van het aantal statushouders die gestart zijn met een inburgeringstraject heeft in 2024 een piek van 325. Het gemiddeld aantal statushouders dat in 2024 een traject volgt is 585. Voor het aantal gezinsmigranten is dit een gemiddelde van 374. Dit vraagt om een toenemende ambtelijke inzet en inkoop van trajecten. Gezien onzekerheid over de feitelijke ontwikkeling van de aantallen, vullen wij dat zo veel mogelijk op een flexibele manier in. In eerste instantie is uitgegaan van de bekende gegevens ten tijde van de opstelling van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen Stroomopwaarts en de MVSgemeenten. Op basis van nieuwe taakstelling over omhooggaan gezien de landelijke vluchtelingenproblematiek.
Gemiddeld aantal trajecten
Stroomopwaarts startte in 2022 met deze taak. Stroomopwaarts neemt ten aanzien van dit programma alleen de uitvoering voor haar rekening. De beleidsinvulling en -coördinatie berust bij de MVS-gemeenten.
2024 Realisatie
Statushouders Maassluis
113
Vlaardingen
231
Schiedam
241
Totaal Statushouders
585
Gezinsmigranten Maassluis
48
Vlaardingen
141
Schiedam
185
Totaal Gezinsmiranten
374
Totaal Inburgering
959
Programma Inburgering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
36
In onderstaande tabel zijn de beoogde prestatiedoelstellingen van het programma opgenomen en de mate waarin de doelstellingen zijn bereikt.
inzicht op de prestaties zoals afgesproken in de kpi’s. Er zijn dit jaar twee kpi’s toegevoegd om een beeld te geven van de uitvoering.
Effectindicator
De wachttijden bij DUO zijn ondertussen opgelost. Bij aanvraag is er nu binnen 2 weken een examen (waar in de 2e Berap nog sprake was van 3 maanden) De uitslag van het examen is er nu ook binnen 2 weken in plaats van eerder 2 maanden. Dit houdt in dat binnen een maand bekend is of een inburgeraar is geslaagd of dat er een herexamen moet worden ingepland of niet. Hierdoor is eerder bekend of een inburgeringstraject kan worden afgesloten.
Indicator
Het percentage inburgeraars dat voldoet aan
Realisatie Voortgang
80%
NNB
90%
NNB
60%
NNB
de inburgeringsverplichtingen binnen de inburgeringstermijn die hiervoor is afgesproken De gemiddelde trede zelfredzaamheid van de inburgeraar bij einde inburgering Het taalniveau bij het einde van de inburgeringsplicht
Prestatie-indicator
Indicator
Het percentage statushouders dat een opleiding volgt
Realisatie Voortgang
80%
NNB
95%
100%
80%
74%8
of werk heeft, 3 jaren na de start van de uitkering Percentage Plan Inburgering en Participatie (PIP) dat binnen tien weken na huisvesting gereed is Percentage inburgeraars op B1 route, Z route of onderwijsroute
Wat is er voor gedaan? 2024 is het derde jaar dat Stroomopwaarts de wet Inburgering 2021 uitvoert. Op dit moment kunnen 2 kpi’s gevuld worden, omdat nog niet alle informatie voorhanden is. Een inburgeringstraject heeft namelijk een doorlooptijd van maximaal 3 jaar. Tegen het einde van dit jaar zijn de eerste inburgeraars 3 jaar bezig met hun inburgeringstraject. Vanaf dat moment ontstaat er
Gezinsmigranten zijn niet verplicht om een opleiding te volgen
8
De instroom van gezinsmigranten is nog steeds hoger dan is begroot. Hierdoor is een wachtlijst ontstaan. Om deze wachtlijst weg te werken, zetten alle consulenten zich in om de brede intake te versnellen en een PIP9 op te stellen, zodat de inburgeraars zo snel mogelijk kunnen starten met inburgeren. De kwaliteit van de PIP’s staat hierbij bovenaan, omdat de PIP de basis voor het inburgeringstraject vormt. Er is een goede samenwerking met de teams Ontwikkeling en Werkgeversdienstverlening en team Inburgering. De trajecten zijn laagdrempelig met activiteiten in de wijk of vrijwilligerswerk. Zodra een kandidaat klaar is voor een traject naar werk, sluit de ontwikkelcoach en de matchmaker aan. De Beroepentuin is onder andere een traject waar statushouders kunnen aansluiten. Van de doelgroep statushouders die aan het inburgeren is, is inmiddels 20% aan het werk (zowel parttime als fulltime). Dit is een grote stijging ten aanzien van de 7% in de laatste bestuursrapportage. Van de doelgroep gezinsmigranten is dit niet bijgehouden, omdat zij geen bijstand ontvangen vanwege een werkende partner.
9
Plan Inburgering en Participatie
en kiezen vaak voor zelfstudie. Als we de gezinsmigranten buiten beschouwing laten, komt de prestatie indicator uit op 74%.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma Inburgering Programma
37
Wat heeft het programma Inburgering gekost? Programma 4,
Originele Begroting 2024
Begroting na 2e wijziging
Inburgering
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Realisatie 2024 Lasten
Saldo
Baten
Verschil met BW2 Lasten
Saldo
Inburgering
0
-4.955
-4.955
0
-3.491
-3.491
0
-1.330
-1.330
0
2.161
2.161
Inburgering
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Trajecten wet inburgering 2024***
0
-3.218
-3.218
0
-2.143
-2.143
0
-2.134
-2.134
0
9
9
Vrijval trajecten 2022-2023***
0
0
0
0
0
0
0
2.181
2.181
0
2.181
2.181
Inburgering uitvoeringskosten
0
-1.737
-1.737
0
-1.348
-1.348
0
-1.377
-1.377
0
-29
-29
Totaal Baten & Lasten
0
-4.955
-4.955
0
-3.491
-3.491
0
-1.330
-1.330
0
2.161
2.161
Reservemutaties
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat
0
-4.955
-4.955
0
-3.491
-3.491
0
-1.330
-1.330
0
2.161
2.161
Analyse afwijkingen begroting na wijziging en realisatie In 2023 is er een bedrag van € 2.181.000 minder uitgegeven aan inburgering dan is doorbelast in de bevoorschotting. Wegens de onzekerheid over toekomstige totale kosten en de duur van de inburgeringstrajecten is dat bedrag niet in 2023 verrekend. Op basis van het positieve saldo op de reguliere uitvoering in 2024 is pas na de tweede begrotingswijzing 2024 is besloten om dit bedrag te aan gemeenten terug te geven. Hiermee verschuift het risico van hogere kosten inburgering voor mensen die langer in trajecten zitten naar gemeenten. Dit bedrag is in 2024 direct verrekend met de gemeenten en vormt dus geen onderdeel van het positieve resultaat van Stroomopwaarts, maar heeft direct tot lagere dekkingsmiddelen geleid.
Programma Inburgering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Programma
38
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Wat hebben de Overhead en Onvoorzien gekost? Overige onderwerpen
Originele Begroting 2024
Begroting na 2e wijziging
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Overhead
20
-20.714
-20.694
0
-20.039
-20.039
378
-20.453
-20.075
378
-414
-36
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
-200
-200
0
-155
-155
0
0
0
0
155
155
20
-20.914
-20.894
0
-20.194
-20.194
378
-20.453
-20.075
378
-259
119
0
40
0
40
24
0
24
-16
0
-16
-20.894
40
-20.194
-20.154
402
-20.453
-20.052
362
-259
103
Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
20
-20.914
Analyse afwijkingen begroting na wijziging en realisatie Baten Er is in 2024 € 293.000 aan rente baten geboekt, welke in de begroting als negatieve lasten opgenomen zijn. De extra subsidie voor Jeugdwerkgelegenheid van € 79.000. Lasten Er is vacatureruimte binnen overhead, welke niet ingevuld is 2024 voor een bedrag van € 92.000. De verhogen van de reserve van het spaarverlof voor de SW alsmede de ambtenaren bedraagt € 435.000.
Realisatie 2024
Verschil met BW2
Een bedrag van € 61.000 is als lasten opgenomen voor de nabetaling de van de UFO-premie voor 2019 t/m 2022. Eveneens is er een bedrag opgenomen van € 24.000 voor de nog te betalen lasten van de WW-premie voor de RVUregeling van 2022. Reserves Er zijn € 16.00 minder lasten gemaakt met betrekking tot de thuiswerkvoorziening.
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
39
Algemene dekkingsmiddelen en gemeentelijke bijdrage Programma Dekkingsmiddelen
Bijdragen gemeenten
Originele Begroting 2024
Begroting na 2e wijziging
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Realisatie 2024
Lasten
Saldo
Baten
Verschil met BW2
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
166.875
0
166.875
174.653
0
174.653
172.907
0
172.907
-1.746
0
-1.746
Bijdrage armoedevoorziening *
7.646
0
7.646
7.329
0
7.329
7.218
0
7.218
-111
0
-111
Bijdrage inkomensvoorziening *
90.736
0
90.736
94.773
0
94.773
94.448
0
94.448
-324
0
-324
0
0
0
3.702
0
3.702
4.582
0
4.582
880
0
880
3.218
0
3.218
2.143
0
2.143
2.134
0
0
0
0
0
0
0
-2.181
Bijdrage dienstverlening
26.330
0
26.330
26.087
0
26.087
26.087
Bijdrage werkleerbedrijf
18.350
0
18.350
20.066
0
20.066
20.066
Bijdrage overhead
20.594
0
20.594
20.554
0
20.554
300
0
300
0
0
167.175
0
167.175
174.653
0
0
0
167.175
0
167.175
Bijdrage loonkostensubsidie * Bijdrage inburgering * Afrekening Inburgering 2022-2023*
Overige dekkingsmiddelen Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat:
2.134
-9
0
-9
-2.181
-2.181
0
-2.181
0
26.087
0
0
0
0
20.066
0
0
0
20.554
0
20.554
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
174.653
172.907
0
172.907
-1.746
0
-1.746
0
0
0
0
0
0
0
0
0
174.653
0
174.653
172.907
0
172.907
-1.746
0
-1.746
Het overzicht van dekkingsmiddelen laat voornamelijk de belangrijkste bijdragen van de gemeenten zien. Deze bestaan uit de compensatie voor individuele verstrekkingen op basis van gerealiseerde lasten (weergegeven met een *) en de dekkingsbijdrage aan uitvoeringskosten op basis van de begroting. Daarnaast is er maatwerk (niet in deze tabel). De lasten voor Armoedevoorziening, Inkomensvoorziening, Loonkostensubsidie en Inburgeringstrajecten worden jaarlijkse afgerekend met de gemeenten op basis van realisatie.
De lagere dekkingsbijdrage van gemeenten wordt voornamelijk veroorzaakt door de verrekening van niet gerealiseerde kosten voor inburgering voor de jaren 2022 en 2023. De kosten voor loonkostensubsidie zijn hoger door het wegwerken van achterstanden in de administratie. De tabellen op de volgende pagina’s geven inzicht in de deelnemersbijdragen per gemeente en de uitsplitsing van de inkomens- en armoedevoorzieningen over de verschillende onderdelen binnen de regelingen.
Algemene dekkingsmiddelen
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
40
Gemeentelijke bijdrage
Dekkingsmiddelen
Begroting na
Realisatie
De gemeenten betalen maandelijks een voorschot, gebaseerd op de vastgestelde begroting. De onderdelen van de uitvoeringslasten worden verdeeld volgens een jaarlijks door de gemeenten vastgestelde verdeelsleutel. Jaarlijks rekent Stroomopwaarts het verschil af tussen de individuele verstrekkingen en de realisatie.
(bedragen x 1.000)
2e wijziging
2024
De definitieve verdeelsleutel zoals deze in de 1e begrotingswijziging 2024 is vastgesteld, is als volgt:
Baten
Baten
Vlaardingen
74.266
73.670
-596
Totaal verstrekkingen (basis realisatie)
46.917
46.322
-595
Armoedevoorziening
3.135
3.050
-85
Inkomensvoorziening
41.564
41.718
154
Loonkostensubsidie
1.365
1.557
192
Inburgering 2024
853
858
5
0
-861
-861
Totaal uitvoeringskosten (verdeelsleutel)
27.350
27.349
-1
Dienstverlening
10.696
10.695
-1
Werkleerbedrijf
8.227
8.227
0
Overhead
8.427
8.427
0
Schiedam
73.077
72.140
-936
Totaal verstrekkingen (basis realisatie)
44.726
43.790
-936
Armoedevoorziening
3.075
3.016
-59
Inkomensvoorziening
39.121
38.768
-354
Loonkostensubsidie
1.654
2.158
504
Inburgering 2024
876
835
-41
0
-987
-987
Afrekening Inburgering 2022-2023
Verdeelsleutel
2024
Saldo uitvoeringskosten
Definitief
Maassluis
16,5%
Vlaardingen
41,0%
Schiedam
42,5% Totaal
100,0%
Dekkingsmiddelen
Begroting na
Realisatie
(bedragen x 1.000)
2e wijziging
2024
Verschil
Verschil
Afrekening Inburgering 2022-2023
Baten
Baten
Totaal uitvoeringskosten (verdeelsleutel)
28.350
28.350
0
Maassluis
27.310
27.096
-214
Dienstverlening
11.087
11.087
0
Totaal verstrekkingen (basis realisatie)
16.303
16.089
-215
Werkleerbedrijf
8.528
8.528
0
Armoedevoorziening
1.119
1.151
32
Overhead
8.735
8.735
0
Inkomensvoorziening
14.087
13.963
-124
Loonkostensubsidie
683
867
184
Totaal Dekkingsmiddelen
174.653
172.907
-1.746
Inburgering 2024
414
440
27
Waarvan verstrekkingen
107.946
106.200
-1.746
0
-333
-333
Totaal uitvoeringskosten (verdeelsleutel)
11.007
11.007
1
Algemene dienstverlening
4.304
4.305
1
Werkleerbedrijf
3.311
3.311
0
Overhead
3.391
3.391
0
Afrekening inburgering 2022-2023
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
41
Gemeentelijke bijdrage Verstrekkingen
Individuele verstrekkingen
In dit overzicht worden de lasten uit de programma’s uitgesplitst per gemeente. Het netto saldo van Lasten en baten (vaak inhoudingen) wordt jaarlijks verrekend met gemeenten.
per gemeente (bedragen x 1.000)
De bijdrage voor uitkeringen Armoedevoorziening is gesplitst in Armoedevoorziening, Bewind voering, Maatschappelijke participatie kinderen en Inkomensvoorziening De verstrekkingen voor armoedevoorziening wordt voor € 155.000 gecompenseerd uit de bestemmingsreserve Middelen Decembercirculaire 2020. De loonkostensubsidie en trajecten inburgering worden niet direct aan de inwoners verstrekt.
Realisatie 2024 Baten
Lasten
Saldo
Maassluis
480
-16.569
-16.089
Armoedevoorziening*
178
-1.329
-1.151
Armoedevoorziening
160
-811
-651
Participatie kinderen
0
-274
-274
Bewindvoering
0
-244
-244
Middelen Decembercirculaire 2020
17
17
Inkomensvoorziening
302
-14.265
-13.963
Loonkostensubsidie
0
-867
-867
Inburgering
0
-107
-107
Vlaardingen
1.234
-47.556
-46.322
Armoedevoorziening*
384
-3.434
-3.050
Armoedevoorziening
314
-1.688
-1.374
Participatie kinderen
0
-758
-758
Bewindvoering
0
-989
-989
Middelen Decembercirculaire 2020
71
71
Inkomensvoorziening
849
-42.567
-41.718
Loonkostensubsidie
0
-1.557
-1.557
Inburgering
0
3
3
Schiedam
1.306
-45.096
-43.790
Armoedevoorziening*
336
-3.352
-3.016
Armoedevoorziening
269
-1.729
-1.460
Participatie kinderen
0
-688
-688
Bewindvoering
0
-936
-936
Middelen Decembercirculaire 2020
67
67
Inkomensvoorziening
970
-39.738
-38.768
Loonkostensubsidie
0
-2.158
-2.158
Inburgering
0
152
152
3.020
-109.220
-106.200
Totaal Baten & Lasten
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
42
Maatwerk
Maatwerk
Begroting na
Realisatie
Naast de algemene dekkingsmiddelen wordt er ook maatwerk geleverd. De gemeentelijke bijdragen voor maatwerk worden hiernaast per onderwerp inzichtelijk gemaakt.
(bedragen x 1.000)
2e wijziging
2024
Saldo
Baten
Baten
Maassluis
98
1.002
-904
Garantievoorwaarden
64
29
35
Sociale kredieten
10
-2
13
Per balansdatum stelt Stroomopwaarts saldoafstemmingen op worden gedeeld met de deelnemende gemeenten. Dit betreft alle openstaande facturen en nog te verrekenen bedragen op basis van de realisatie 2024. Dit betreft zowel de reguliere dekkingsmiddelen als het maatwerk.
Meldpunt Kinderopvang Toeslag
0
925
-925
Uitvoeringskosten leefgeld
0
10
-10
Oekraïnse vluchtelingen
0
80
-80
TOZO
0
-63
63
Energietoeslag
24
24
0
Vorderingen en schulden deelnemende gemeenten Saldo per 31 december 2024
Vlaardingen
-89
2.987
-3.076
Garantievoorwaarden
267
282
-15
Sociale kredieten
53
10
43
Meldpunt Kinderopvang Toeslag
0
1.867
-1.867
Uitvoeringskosten leefgeld
0
146
-146
Oekraïnse vluchtelingen
0
1.215
-1.215
TOZO
0
-136
136
Energietoeslag
-863
-863
0
JPF
155
106
49
Vertrouwensexperiment
300
300
0
0
60
-60
-316
1.222
-1.539
34
55
-21
Balanspositie
Gemeente
Vorderingen
Schulden
Saldo
Maassluis
1.815
91
1.724
Vlaardingen
8.258
511
7.747
Schiedam
1.260
377
883
11.332
979
10.353
Totaal
Pilot Westwijk Schiedam Garantievoorwaarden Sociale kredieten
27
15
12
Externe arbeidsparticipatie
332
300
32
Extra inzet armoedebeleid
45
45
0
Meldpunt Kinderopvang Toeslag
0
1.718
-1.718
Uitvoeringskosten leefgeld
0
16
-16
Oekraïnse vluchtelingen
0
136
-136
TOZO
0
-309
309
-755
-755
0
-307
5.211
-5.519
Energietoeslag Totaal Maatwerk
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
43
Paragrafen De begroting en de jaarstukken bestaan uit programma’s en paragrafen. De programma’s betreffen het beleid en de uitvoering van dit programma. Paragrafen zijn dwarsdoorsneden van de begroting over bepaalde organisatie brede onderwerpen als bedrijfsvoering en financiering. Deze zijn bedoeld om onderwerpen die verspreid in de begroting staan, als een geheel weer te geven. Hierbij gaat het vooral om de aspecten die van belang zijn voor het realiseren van de beleidsvoornemens of de financiën.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Onderhoud kapitaalgoederen
In de financiële verordening Stroomopwaarts MVS is aangegeven dat de volgende paragrafen in ieder geval moeten worden opgenomen: - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Openbaarheid.
Financiering
Bedrijfsvoering
Openbaarheid
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
44
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste risico’s voor het primaire proces van Stroomopwaarts. Per risico worden de beheersmaatregelen benoemd. Door de beheersmaatregelen toe te passen - zo is het streven - wordt de impactscore van risico’s lager. Vervolgens wordt het weerstandsvermogen van Stroomopwaarts behandeld in relatie tot de genoemde risico’s. Tenslotte volgt een korte samenvatting van de financiële positie. Risico’s van materieel belang In de volgende tabel zijn de risico’s geïnventariseerd en benoemd. De risico’s zijn beoordeeld aan de hand van een risicotabel. Daarbij is een score 1 tot en met maximaal 10 toegekend voor de kans dat een risico zich voordoet en voor de impact van het risico. Het totaal aan risico’s wordt gecalculeerd op € 3,1 miljoen voor de algemene dienstverlening (A) en € 4,0 miljoen voor de individuele dienstverlening(B). Dit was in 2023 respectievelijk € 2,1 miljoen en € 1,3 miljoen. Dit laatste risico wordt, door de jaarlijkse afrekening op basis van realisatie, gedragen door de MVS-gemeenten. In de eerste begrotingswijziging 2025 zullen een deel van het risico worden verlaagd door aangepaste begroting voor individuele verstrekkingen.
De toename in het risicoprofiel komt door de implementatiekosten van de aangekondigde bezuinigingen in de Kaderbrief 2026 die op het moment van het vaststellen van de jaarrekening nog niet zijn gedekt door extra incidentele inkomsten (zie laatste risico in onderstaande tabel deel A).
Op basis van de gehanteerde normen is een vrije algemene reserve voor risico van de algemene dienstverlening van circa € 4,3 mln noodzakelijk (€ 3,1 mln x 1,4).
Risicomanagement Een belangrijk punt is het risicobewustzijn in de organisatie van Stroomopwaarts. Het managen van risico’s is een integrale verantwoordelijkheid van het management. Om de vinger goed aan de pols te houden, maken de benoemde risico’s onderdeel uit van de interne en externe rapportages. Zo wordt verzekerd dat er continu aandacht voor is. Ook wordt het mogelijk om het tijdig te melden wanneer zich risico’s voordoen, zodat er bijgestuurd kan worden.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
45
Risico’s bij Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (bedrag x € 1.000) Deze analyse is geactualiseerd in het licht van de laatste Cao ontwikkelingen en impact Ravijnjaar voor Stroomopwaarts.
A. Algemene dienstverlening Risico Realiseren van de toegevoegde
Kans
Impact
Score
Bedrag
Toelichting
Beheersmaatregelen
4
3
12
€ 490
In de begroting wordt uitgegaan van een gemiddelde
• Intensieve werkgeversbenadering en acquisitie
waarde die gebaseerd is op de
loonwaarde (WSW, Beschut, loonkostensubsidies).
• Tijdige loonwaardemeting
loonwaarde
Daadwerkelijke realisatie hangt mede af van niveau van
• Begeleiding
de instroom, afspraken met klanten en beschikbaarheid
• Ontwikkelen PMC's die aansluiten op ontwikkeling
Beschikbare capaciteit voor
3
3
9
doelgroep en arbeidsmarkt
achterblijven verwachte opbrengsten PMC's participatie,
• Juiste, volledige en tijdige inrichting en registratie in
beschut en WSW met 10%.
drie systemen: Civision, Navision en HR
Het ambtelijke ziekteverzuim over 2024 was gemiddeld
• Professionaliseren managementinformatie verzuim, verlof
kwalitatieve dienstverlening
circa 7,9%. Om de kwaliteit van de dienstverlening te
en analyse
(ziekteverzuim, werkdruk)
kunnen verbeteren (doorontwikkeling) en te voorkomen,
• Aanpak ziekteverzuim
dat er een te hoge werkdruk ontstaat, is er voldoende
• Samenwerking met arbodienst
capaciteit nodig. Zo nodig moet er worden ingehuurd.
• Procesmanagement
Hier is uitgegaan van 1,5% extra inhuur.
• Flexibele schil
Vanaf 1 april 2025 is er nog geen nieuwe CAO SGO
•Tijdige actualisatie begroting, aanpassing indexatie door
voor de ambtelijke dienstverbanden. Er is ook nog
de gemeenten voor 2024
Ontwikkeling gemiddelde
4
3
10
€ 143
van werk en diensten. Genoemd bedrag is gebaseerd op
€ 696
salarissen en sociale premies
geen CAO Aan de Slag en nog geen CAO Wsw bekend. Voor de ambtelijke dienstverbanden hebben de MVSgemeenten ambtelijk aangegeven geen automatische begrotingswijziging voor te stellen als CAO stijgingen hoger zijn dan de begroting. Mogelijke impact 2,5% over ambtelijke loonsom gedurende 2 jaar, loonsom doelgroepen 2,5% gedurende 1 jaar).
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
46
Risico Overdracht bedrijfsvoering,
Kans
Impact
Score
Bedrag
Toelichting
Beheersmaatregelen
3
4
10
€ 320
Per 2022 is de bedrijfsvoering overgebracht naar
• Evaluatie overdracht bedrijfsvoering door BMC • Opstellen
Stroomopwaarts. Een echt inzicht in de feitelijke kosten
ontwikkelagenda ICT
van deze bedrijfsvoeringstaken ontbrak, deze werden bij
• Optimale inrichting Procesmanagement
de gemeenten vaak niet geregistreerd en er heeft in de
• Optimale inrichting Informatiemanagement
afgelopen jaren geen nacalculatie plaatsgevonden. Het
• Tijdelijke middelen beschikbaar stellen (gemeente) voor
externe advies gaf aan, dat de overgedragen budgetten
de uitvoering, doordat de ICT-maatregelen vertragen
naar verwachting circa € 0,8 mln te laag zijn om de
• Regeling aanpassen, waardoor Stroomopwaarts meer
taken op een voldoende niveau te kunnen uitvoeren.
mogelijkheden heeft om koppelingen (DKD) te realiseren
Evaluatie door BMC volgt in het 1 halfjaar 2025.
• Voldoende middelen (tijd en geld) voor de
inclusief ICT, aan Stroomopwaarts
e
ontwikkelopgave Cyber aanval
1
5
5
€ 50
Steeds vaker worden organisatie geconfronteerd met
• Voldoen aan door overheid gestelde normen ICT-
cyber aanvallen (ransomware, DDoS-aanvallen). Dat
veiligheid (Baseline Informatiebeveiliging Overheid).
leidt tot uitval van de systemen en het stilvallen van de
• Uitvoeren jaarlijkse IT-audits en testen
dienstverlening. Er zijn dan maatregelen nodig om deze
• Up-to-date houden software
weer te herstellen. Achterstalling onderhoud panden
3
3
9
€ 350
Werkleerbedrijf
Bij het Werkleerbedrijf zijn in alle drie de
• Inventarisatie onderhoudstoestand panden
gemeenten panden in gebruik ten behoeve van
• Beschikbaar stellen voldoende middelen voor planmatig
productiewerkzaamheden en het opzetten van
en groot onderhoud
leerlijnen voor werkzoekenden. Het onderhoud van
• Op sterkte brengen capaciteit gebouwenbeheer
de betreffende panden is een punt van zorg. Het risico bestaat, dat door de onvoldoende staat van onderhoud productieverlies plaatsvindt of leerlijnen en re-integratie activiteiten (tijdelijk) dienen te worden stilgelegd. Implementatie voorgestelde
3
4
10
€ 1.024
ombuigingen
Om de besparingen in de uitvoeringskosten ter
• Duidelijk implementatieplan
realiseren van 2,7 miljoen vanaf 2026 zijn er incidentele
• Tijdige maatregelen
lasten te verwachten, deze kosten kunnen worden
• Inzet flexibele schil
gerealiseerd in verschillende vormen waaronder ook een iets aangepast tijdspad. Totaal Algemene dienstverlening
€ 3.072
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
47
B. Individuele dienstverlening Risico Armoede-voorzieningen
Kans
Impact
Score
Bedrag
2
2
4
€ 61
Toelichting
Beheersmaatregelen
Begin 2025 hebben de gemeenten nieuw beleid
• Monitoren gebruik voorzieningen
vastgesteld. Het karakter van een openeinde-regeling
• Aanpassen proces op verschillende regelgeving per
levert een financieel risico op budgetoverschrijding
gemeente
(5%). Met name op de onderdelen bewindvoering. Inkomensvoorziening
3
4
12
€ 3.800
(uitkeringen)
In de begroting 2025 wordt uitgegaan van een
• Actieve werkgeversbenadering voor het creëren en/of
gemiddeld aantal bijstandsuitkeringen van 5.288.
faciliteren van nieuwe plaatsingen
Het feitelijke standcijfer eind 2024 ligt daar licht
• Vernieuwende/innovatieve training voor ontwikkeling
boven (5.353), er zou dus een daling moeten worden
doelgroep
gerealiseerd in 2025 om het begrote gemiddelde te
• Handhaving/maatregelen
realiseren. De verwachting (BUIG) voor 2025 is dat
• Experimenten vanuit middelen gemeentefonds 2020
het aantal uitkeringen stijgt met 3,2% naar gemiddeld
• Sluitende aanpak, in samenwerking met onderwijs
5.469. De gemeenten ontvangen overigens een
• Aanpak statushouders gericht op werk
ruimschoots toereikende BUIG uitkering ter dekking
• Inzet voorliggende voorzieningen
hiervan (blijkens de voorlopige beschikkingen in
• Flexibiliteit in bemiddeling naar werk (parttime inkomsten
september 2024). Daarnaast ligt het verwachte prijspeil
die verrekend worden met de uitkering)
van eeen gemiddeld uitkering 4,85% hoger dan
• Leerlijnen
voorzien in de begroting 2025. Inkomensvoorziening (dubieuze
3
3
9
€ 91
uitkeringsdebiteuren)
In de afgelopen jaren zijn er maatregelen genomen
• Inrichten sturingsproces op het incassoproces, mijlpaal
om de incassoquote te verbeteren. Het openstaande
inbouwen om de methodiek te herzien
saldo is verlaagd van 12,4 miljoen eind 2023 naar
• Beoordelen impact van de gewijzigde BBZ-regelgeving op
11,2 miljoen. De verwachte incassoquote is verhoogd
de voorziening
21,5% naar 26%. De voorziening is hierdoor verlaagd
• Verminderen terugvorderingen door tijdige signalering
naar 8,3 miljoen. Het risico op aanpassing van de
• Inzet op handhaving
debiteurenvoorziening naar het oude niveau blijft aanwezig.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
48
Risico Loonkostensubsidie
Kans
Impact
Score
Bedrag
1
1
2
€ 34
Toelichting
Beheersmaatregelen
Het aantal plaatsingen met loonkostensubsidie wordt
• Overschrijding valt zeer waarschijnlijk binnen beschikbare
sterk gestimuleerd. Mogelijk is de begrotingsruimte
rijksmiddelen of wordt anders aangevuld in jaar T+1
onvoldoende. Deze kans is op basis van begroting 2025 erg laag. SPUK inburgering
2
2
4
€ 45
Het is nog onzeker of de middelen die het Rijk hiervoor
• Monitoren gebruik voorzieningen, tijdig bijsturen
ter beschikking stelt voldoende zijn (zeker voor trajecten die langer dan 3 jaar lopen. Berekening gaat uit van een tekort van 10% op de specifieke uitkering (SPUK). Totaal Individuele dienstverlening
€ 4.032
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
49
Het financieel weerstandsvermogen van Stroomopwaarts is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen, zonder dat het uitvoeren van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s. Dit zijn risico’s waarvoor niet afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. In de begroting is als beheersmaatregel ruimte opgenomen voor onvoorziene ontwikkelingen. Als zich risico’s voordoen, kan dit gevolgen hebben voor de financiën van Stroomopwaarts wanneer de post ‘onvoorzien’ al is benut. Hiervoor zijn er reserves opgebouwd om de kosten voor risico’s te dekken. Voor het risico op dubieuze handels- en inkomensdebiteuren is een voorziening opgenomen. In de voorziening voor inkomensdebiteuren is een storting en een realisatie geraamd. Voor de handelsdebiteuren wordt de hoogte van de betreffende voorziening geraamd op basis van de uitkomsten van het incassobeleid. De stand van de algemene reserve is als volgt: Algemene Reserve (bedragen x € 1.000)
Vorderingen
Stand per 1 januari
2.145
Resultaat voorgaand boekjaar
110
Afrekening resultaat voorgaand boekjaar met gemeenten Vorming bestemmingsreserves
-116
Begrote storting
-
Begrote onttrekking
Stand per 31 december
2.138
De algemene reserve bedraagt eind 2024 € 2,1 miljoen. Zonder aanvulling van het eigen vermogen of toevoeging van bestemmingsreserves voor specifieke risico’s blijft SOW tijdelijk onder de vastgestelde norm van de financiële regeling. Volgens deze norm is op basis van het bovengenoemde risicoprofiel € 3,1 -4,3 miljoen. In de 1e concept begrotingswijziging met zienswijze
wordt een bestemmingsreserve implementatie ombuigingen voorgesteld van € 1,6 miljoen om het risicoprofiel te verlagen.
Financiële positie en kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat een aantal kengetallen wordt gepresenteerd in de jaarstukken. Deze kengetallen geven, samen met de duiding die eraan gegeven wordt, inzicht in de financiële positie. De kengetallen zijn niet bij uitstek geschikt om Stroomopwaarts als opstartende gemeenschappelijke regeling mee te beoordelen. Ze zijn meer geschikt om iets te zeggen over een organisatie met een historie van bezittingen en schulden. Hiervan is bij Stroomopwaarts nog geen sprake. Dit betekent dat scores grillig kunnen verlopen en met enige voorzichtigheid beschouwd moeten worden. Kengetal
Realisatie
Begroting
Realisatie
2023
na 2e
2024
wijziging Netto schuldquote
2,58%
6,68%
6,63%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
-2,58%
-2,08%
-2,06%
Solvabiliteitsratio
27,99%
31,64%
31,64%
Grondexploitatie
-
-
-
199,64%
-0,42%
-0,47%
-
-
-
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Met ingang van 2020 is er een overschot op de begroting. De financiële positie is eind 2024 verbeterd ten opzichte van eind 2023. Er zijn weinig bezittingen. Er is een positief eigen vermogen en er is sprake van korte schulden. In de begroting zijn meerjarige maatwerken financieringsafspraken en subsidiebaten niet als incidenteel aangemerkt. Bij het opstellen van de jaarstukken was de notitie ‘structurele en incidentele baten en lasten’ van de Commissie BBV leidend. Deze schrijft voor dat dergelijke afspraken als incidenteel worden beschouwd. De gemeenten hebben zich gecommitteerd aan de continuïteit van Stroomopwaarts en dienen indien nodig als vangnet.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
50
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ is kort, omdat er slechts op beperkte schaal sprake is van vaste activa. De vaste activa bestaan naast bedrijfswagens en machines voornamelijk uit laptops, beeldschermen en accessoires. De vaste activa zijn opgenomen en toegelicht op de balans. Daarnaast zijn de afschrijvingslasten in de jaarrekening verwerkt. Het afschrijvingsbeleid is vastgelegd in de bijlage bij artikel 8 van de Financiële verordening Stroomopwaarts 2023.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
51
Paragraaf Financiering De paragraaf ‘Financiering’ bevat de verantwoording van activiteiten die vanwege de financierings- of treasury-functie zijn uitgevoerd. Dit is het geheel van activiteiten dat zich richt op het sturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen, posities en de hieraan verbonden risico’s. Samengevat In 2024 voerde de treasury geen geldmarkttransacties uit. Bij het uitoefenen van de treasury-functie bleef Stroomopwaarts binnen de wettelijke kaders van renterisico en kasgeldlimiet.
Ontwikkelingen en rentevisie In 2024 is er een positief renteresultaat van € 293.000 gerealiseerd. Met een beperkt eigen vermogen en maandelijkse voorfinanciering van de maandelijkse lasten door gemeenten is de verwachte renteopbrengsten voor 2025 lager. Alle beschikbare liquide middelen worden via de BNG bij op een schatkistrekening aangehouden.
Liquiditeitsrisico Door de geldstromen bij te houden en te werken met prognoses, is in 2023 tijdig voorzien in de liquiditeitsbehoefte van Stroomopwaarts. De liquiditeitsprognose op maandbasis wordt aan de daadwerkelijke geldstromen getoetst. De meerjarige liquiditeitenplanning vormt de basis voor de begroting.
Renterisico en kasgeldlimiet Door de geldstromen bij te houden en te werken met geactualiseerde prognoses, is in 2024 tijdig voorzien in de liquiditeitsbehoefte van Stroomopwaarts. De
liquiditeitsprognose op maandbasis wordt aan de daadwerkelijke geldstromen getoetst. De meerjarige liquiditeitenplanning vormt de basis voor de begroting.
Kasgeldnorm De kasgeldnorm bepaalt hoeveel kasgeld (dat is kort geleend geld) Stroomopwaarts gemiddeld mag hebben geleend in een kwartaal, zoals vastgelegd in de wet. De norm is 8,2 procent van het begrotingstotaal. In het volgende schema zijn de normen opgenomen.
Renterisico De Renterisiconorm bepaalt hoeveel Stroomopwaarts maximaal in een jaar aan aflossingen op langlopende leningen mag hebben. Deze norm is gesteld op 20 procent van de begrotingsomvang. Er zijn in 2024 geen langlopende leningen aangegaan of afgelost. Limiet
Doellimiet
Bijzonderheden
Norm in % van
Bedrag in
begrotingstotaal € miljoen Kasgeld limiet
Maximalisering financiering met kortlopende leningen (tot één jaar)
Overschrijding is toegestaan (maximaal twee achtereenvolgende kwartalen)
8,2%
13,6
Renterisico norm
Beheersing renterisico bij (her)financieringen (vanaf één jaar) door
Geen
20,0%
33,1
spreiding van de financieringsmomenten
Stroomopwaarts bleef in 2024 binnen deze wettelijke kaders.
Paragraaf Financiering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
52
Paragraaf Bedrijfsvoering Wat is er bereikt? Ambitie 2024 Binnen de unit bedrijfsvoering worden voorwaarden gecreëerd om de uitvoering van de diverse wetten, die Stroomopwaarts uitvoert, zo optimaal mogelijk te kunnen uitvoeren. Dit heeft niet alleen invloed op het werkcomfort van medewerkers van Stroomopwaarts, maar (indirect) ook een positieve invloed op de dienstverlening aan cliënten. Effectindicator
Indicator
Het ziekteverzuim van het ambtelijk personeel Absoluut aantal bezwaarschriften Het % bezwaarschriften dat gegrond wordt verklaard
Realisatie Voortgang
< 7,5%
7,9%
970
401
< 25%
25,8%
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
53
Wat is hiervoor gedaan? In 2024 heeft Stroomopwaarts de tijd gehad om de overname van de hosting een plek te geven in de staande Stroomopwaarts organisatie. Begin 2025 wordt er conform de afspraken tussen de betrokken gemeenten en Stroomopwaarts een formele evaluatie gedaan ten aanzien van de vraag of Stroomopwaarts over voldoende middelen beschikt om de bedrijfsvoeringsfunctie goed en doelmatig in te richten. De aanbesteding om de evaluatie uit te voeren is in 2024 afgerond. Dit jaar is Stroomopwaarts overgegaan op een nieuw financieel systeem. Dit heeft grote inzet gevraagd van bij collega’s bij ICT en Financiën. De implementatie van het systeem is afgerond en werkt naar wens. In het tweede kwartaal is de ontvlechting van het ICT landschap met Vlaardingen uitgerold. Vanaf 1 juli zijn de meeste systemen en servers volledig overgezet naar Stroomopwaarts. Een paar restpunten zijn in kwartaal 3 afgerond. Nu is Stroomopwaarts zelfstandig in staat om ICT besluiten te nemen en investeringen te doen om zo de dienstverlening naar de medewerkers van Stroomopwaarts en haar klanten verder te gaan optimaliseren. De vacatureruimte is gedurende het jaar gebruikt voor inhuur. Daarnaast is er extra ingehuurd voor extra maatwerk en tijdelijke opdrachten. Het gaat hier om een totaal van 66 fte in 2024. Formatie 31 december 2024
Het persoonlijk benaderen van cliënten om een beslissing toe te lichten, resulteert nog steeds in positief beeld bij het aantal bezwaarschriften wat wordt ingediend. Dit blijkt wel uit het steeds verder dalend aantal ingediende bezwaarschriften. Het aantal gegrond verklaarde bezwaarschriften wordt nagenoeg gerealiseerd. Met name de boetebesluiten en besluiten terug vordering bijstand worden vaker gegrond verklaard. Dit kan deels verklaard worden door gewijzigde jurisprudentie (menselijke maat, evenredigheidsbeginsel), terwijl de aangekondigde wijzigingen in wettelijk kader (zoals het wetsvoorstel PW in balans, versterken waarborgfunctie Awb) maar niet loskomen. Daar gaan we aandacht aan besteden in 2025. Bij het ziekteverzuim onder het ambtelijk personeel blijft de dalende trend duidelijk te zien. In 2024 is het ziekteverzuim 7,9% hetgeen gelijk is aan het landelijk gemiddelde van 7,9%. HRM heeft het naar beneden krijgen van het percentage ziekteverzuim hoog op de agenda staan. Ook vanuit het bestuur is hier aandacht voor. Door de uitvoering van een Europese aanbesteding voor Arbo dienstverlening (bedrijfsarts) is voldoende capaciteit beschikbaar voor preventieve maatregelen en de begeleiding van zieke medewerkers.
Tabel Bezetting SW
Tabel ambtelijk (in FTE) Formatie Bezetting Vacatureruimte
(in FTE)
2024
2023
Directie
7,0
6,0
1,0
Detachering
115,9
120,3
Bedrijfsvoering
106,4
94,9
11,4
Productie
222,8
268,7
Inkomen
166,6
155,5
11,2
Diensten
241,6
236,2
Werk
63,6
59,3
4,3
Stroomopwaarts
580,3
625,1
Werkleerbedrijf
38,2
35,6
2,6
Inburgering
22,7
17,9
4,8
404,4
369,1
35,3
Totaal
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
54
Rechtmatigheidsverantwoording Ingaande het boekjaar 2023 is de rechtmatigheid niet langer een onderdeel van het accountantsoordeel, maar dienen organisaties zich daar zelf over te verantwoorden. Bij gemeenten aan de gemeenteraad, in het geval van Stroomopwaarts (via het Dagelijks Bestuur) aan het Algemeen Bestuur. De accountant richt nog vooral op het getrouwheidsonderzoek (zijn de cijfers in de jaarstukken correct en volledig?), waarbij de eigen verantwoording van de organisatie over rechtmatigheid overigens wel betrokken wordt. Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. Rechtmatig handelen is essentieel voor een overheidsorganisatie, een overheid hoort te voldoen aan wet- en regelgeving. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken is echter een minder omvattend begrip. Er bestaat in dit geval een duidelijke beperking tot het financiële beheer.
Drie specifieke rechtmatigheidscriteria komen tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording: 1. De financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting (begrotingscriterium); 2. Voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden (voorwaardencriterium); 3. De toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen (M&O criterium). Ten aanzien van het M&O criterium is het handhavingsbeleid en het uitvoeringsplan handhaving (vastgesteld in dagelijks bestuur 12 december 2024) van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Overschrijdingen van lasten en investeringsbudgetten zijn o.b.v. de Gemeentewet altijd onrechtmatig. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die niet door het algemeen bestuur zijn geautoriseerd zijn ook onrechtmatig. Voor onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten geldt dat deze onrechtmatig zijn als deze niet tijdig zijn gemeld aan het algemeen bestuur. Voor stroomopwaarts geldt dat indien deze binnen 8 weken na afloop van het verslagjaar zijn gecommuniceerd voldaan wordt aan de tijdigheid zoals bedoeld in de kadernota rechtmatigheid. Een begrotingsonrechtmatigheid kan geduid worden als “acceptabel”, indien - Er sprake is van direct gerelateerde inkomsten; - Er sprake is van een open einde regeling; - De afwijking tijdig is gemeld via een tussentijdse rapportage en besproken in het Algemeen Bestuur (bij voorkeur ook met begrotingswijziging). Maar wat wel of niet acceptabel is, is uiteindelijk onderwerp van gesprek met het Algemeen Bestuur bij de behandeling van de jaarstukken. Dat was uiteindelijk het diepere doel van de veranderde rechtmatigheidsverantwoording: het stimuleren van het inhoudelijke gesprek. De rechtmatigheidsverantwoording behoeft formeel alleen te worden gevuld als de geconstateerde fouten de drempel van 1% overschrijden (of bij meer dan 3% onduidelijkheid). Die grens overschrijdt Stroomopwaarts inderdaad.
Voor het grootste deel betreft het formele fouten in het kader van de aanbesteding van inhuur. In onderstaande wordt dat nader toegelicht. Stroomopwaarts heeft in de afgelopen periode veel meer moeten inhuren. In onderstaande worden de geconstateerde rechtmatigheidsfouten gespecificeerd en nader toegelicht.
In overleg met de gemeenten is ervoor gekozen om de rapportagegrens voor de afwijkingen op begrotingsniveau te stellen op € 50.000. Dat is betrekkelijk laag. Maar hierbij wordt voorkomen, dat voor drie gemeenten drie verschillende normen worden gehanteerd en het draagt bij aan de transparantie.
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
55
Rechtmatigheid Begrotingscriterium 1A. Overschrijding
Baten Lasten Totaal
2e begrotings- Verschil%
lasten programma’s
wijziging
Er is sprake van direct gerelateerde inkomsten: Programma Werk: Extra lasten voor re-integratie activiteiten worden gefinancierd door extra subsidies. Deze zijn in 2024 al afgerond en worden niet, zoals verwacht in de begroting, doorgeschoven naar 2025.
Bedragen x € 1.000.000 Programma Inkomen
0,2
0,2
125,2
0,1%
Programma Werk
0,3
0,3
13,1
2,1%
Programma Werkleerbedrijf
0,2
0,2
29,2
0,0%
-
-
3,5
0,0%
0,4
0,4
20
2,1%
0,8
0,8
191,1
0,4%
n.v.t.
0
n.v.t.
0
Programma Inburgering Programma Bedrijfsvoering Totaal 1A 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties
De overschrijding van de lasten van programma’s zijn per definitie onrechtmatig. Het betreft hier 0,8 miljoen (0,4% van de totale lasten van de begroting). Deze uitgaven zijn echter als acceptabel te classificeren op basis van de volgende onderbouwing:
De afwijking tijdig is gemeld via deze tussentijdse rapportage: Bij het Programma Bedrijfsvoering heeft de verplichte voorziening voor spaarverlof geleid tot een begrotingsoverschrijding van € 435.000. Dit wordt wel gecompenseerd door € 293.000 extra rente inkomsten en een deel wordt gedekt door de post onvoorzien € 155.000. De begrotingsafwijkingen zijn beoordeeld op rechtmatigheid en opgenomen in onderstaande tabel. Er is geen sprake van administratieve onrechtmatigheid van de geconstateerde kostenoverschrijdingen. Het AB is begin maart ingelicht over de verschillen in de realisatie met begroting. Dit betreft de extra begrotingsruimte van 5,2 miljoen (2,7%) door extra baten en onderschrijding van lasten. Deze is gedeeltelijk gebruikt voor extra uitgaven. Hiermee zijn de onderstaande overschrijdingen niet meer onrechtmatig. 3. Overschrijding van baten
Baten Lasten Totaal
2e begrotings- Verschil%
en.of onderschrijding van lasten
Er is sprake van een open einde regeling en er is sprake van direct gerelateerde inkomsten:
wijziging
Bedragen x € 1.000.000
Bij het Programma Inkomen wordt de overschrijding van de lasten veroorzaakt door hogere lasten van de kindertoeslag van € 617.000 hier staan baten tegenover van de gemeente die hier 1op1 gecompenseerd worden door het rijk na het invullen van de SiSa van de kindertoeslagaffaire. Tevens € 450.000 lagere uitvoeringkosten inkomensvoorziening (incl. TOZO).
Inkomen (overschrijding baten)
1,1
Werk (overschrijding baten)
0,3
Werkleerbedrijf (overschrijding baten)
0,6
Inburgering (onderschrijding lasten Bedrijfsvoering (overschrijding baten)
Totaal over/onderschrijdingen
3,3
125,2
0,9%
0,3
13,1
2,1%
0,5
1,0
29,2
1,9%
2,2
2,2
3,5
0,0%
0,4
20,0
1,9%
0,2
0,2
0,2
0,0%
2,8
5,2
191,2
2,7%
0,4
Onvoorzien (onderschrijding lasten
1,1
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
56
De toelichting kan worden opgesplitst in twee delen. Er is sprake van een open einde regeling: dit zijn de direct gerelateerde inkomsten: • Inkomen heeft 1,2 miljoen extra baten als dekking voor de hogere verstrekkingen van steunpunt Kinderopvangtoeslag affaire welke gemeenten via SPUKS van het Rijk ontvangen. De afwijking tijdig is gemeld via deze tussentijdse rapportage: • Werk: extra subsidie-inkomsten voor beroepentuin etc. die reeds in 2024 zijn bevestigd (verwachting was 2025). • Werkleerbedrijf hogere baten: belastingbaten LIV, en hogere omzet Groen en Schoonmaak; lagere lasten door incidentele afrekening payroll 2023. • Inburgering: Vrijval niet gerealiseerde kosten 2023 (terugbetaald aan gemeenten via dekkingsbijdrage 2024) • Bedrijfsvoering: 293.000 renteopbrengsten. • De onvoorziene lasten zijn gerealiseerd in de programma's zodat deze kosten daar zichtbaar blijven. Een klein deel van beide type overschrijdingen had door reeds in de 2e begrotingswijziging opgenomen kunnen worden. Het voornaamste deel is pas tijdens de jaarafsluiting naar voren gekomen.
Nadere toelichting voorwaardencriterium De afdeling Verbijzonderde Interne Controle heeft onderzoek gedaan naar het voorwaardencriterium. Hierbij zijn de volgende rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Energietoeslag € 118.000 (geëxtrapoleerde fout) In één dossier ontbreekt informatie om het recht de energietoeslag vast te stellen. Daarnaast is bij de afhandeling van de schriftelijke aanvragen geen rekening gehouden met de eerdere screening van dit dossier door het IB-bureau. Extrapolatie veroorzaakt een financiële onrechtmatigheid van € 117.593.
Aankoop ICT Hardware € 84.000 Contractwaarde van de raamovereenkomsten voor de inkoop van ICT Hardware is overschreden. Uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie blijkt dat de raamovereenkomst bij het bereiken van de maximumwaarde geen effect meer sorteert. Met andere woorden: de raamovereenkomst is uitgewerkt en bestaat daarom niet meer. Er kan geen beroep gedaan worden op de uitzonderingsgrond van een wijziging op basis van onvoorziene omstandigheden. Inkoop voorkeursleveranciers van externe inhuur € 2.900.000 De geraamde contractwaarde voor inhuur van sociaal domein – Inkomen (perceel 1) is in 2023 overschreden. De raamovereenkomst voor inhuur van het perceel is uitgewerkt en bestaat daarom niet meer. Een nieuwe Europese aanbesteding voor externe inhuur is in 2024 gedaan (ingangsdatum 10 december 2024.) Deze bevinding betreft een doorloopfout vanuit 2023. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Inkoop broker € 2.400.000 De geraamde contractwaarde voor de brokerdienstverlening is in 2022 al overschreden ten gevolge van een onrealistische raming. Brokerdienstverlening betreft een tussenpersoon bij inhuur van externe medewerkers, waarbij de voorkeursleveranciers geen kandidaten beschikbaar hebben. De raamovereenkomst voor de brokerdienstverlening is uitgewerkt en bestaat daarom niet meer.
Een nieuwe Europese aanbesteding voor externe inhuur is in 2024 gedaan (ingangsdatum 10 december 2024.) Deze bevinding betreft een doorloopfout vanuit 2023. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening.
Nadere toelichting Misbruik & oneigenlijk gebruik criterium In de organisatie is binnen het proces van de uitkeringen sprake van geconstateerd misbruik, welke binnen het proces correct is teruggevorderd en indien noodzakelijk het boetebeleid is gevolgd. Uit de interne beheersing en de verbijzonderde interne controle blijkt dat het M&O beleid juist is uitgevoerd en dit misbruik ook verwerkt is in de jaarrekening. De financiële impact van dit geconstateerde misbruik is € 328.817.