Bijlage 4 Het Integraal Huisvesting Plan onderwijs 2021 – 2036
Tekst van het document
Verduurzamen Het gebouw is technisch van voldoende kwaliteit en voldoet aan de functionele en ruimtelijke eisen, maar kan in de huidige conditie op basis van de materiële bekostiging op de langetermijn niet in stand worden gehouden. Voor de verduurzaming van het gebouw wordt een plan opgesteld waarbij de bouwkundige maatregelen zijn gericht op de optimalisatie van energiegebruik, milieu, gezondheid en exploitatie. Dit leidt tot een situatie waarbij het gebouw op basis van de rijksbekostiging kostendekkend kan worden onderhouden en geëxploiteerd. Dit IHP ziet verduurzaming als een investering waardoor een gebouw een levensduur krijgt van minimaal twintig jaar. Ad 4. Doorexploiteren Het gebouw is technisch van voldoende kwaliteit, voldoet aan de functionele en ruimtelijke eisen en kan op basis van de bestaande materiële bekostiging in stand worden gehouden. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk om de huidige gebouwkwaliteit in stand te houden of te verbeteren. De instandhouding van het gebouw vindt daarom in principe plaats binnen de eigen onderhoudscyclus en exploitatiebegroting van de school. Ad 5. Uitbreiden Het gebouw blijkt structureel te klein voor het aantal huidige of verwachte leerlingen. De gemeente bekostigt een aanvraag voor uitbreiding als een school op basis van de leerlingenprognose recht heeft op permanente uitbreiding.
4.3.2 Urgentie De urgentie van een maatregel wordt vastgesteld aan de hand van: • Leerlingenprognose; • Meerjaren onderhoudsplan; • Materiële bekostiging versus uitgaven voor exploitatie en onderhoud. Daarnaast bepalen de uitkomsten van de online enquête onder de dagelijkse gebruikers van het pand en de Excel-invulvragenlijst de kwaliteit van een schoolgebouw. Dit kwaliteitsonderzoek richt zicht op de aspecten:
26
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
• • • • • • • •
Exterieur; Interieur; Omgeving; Gebruikersgroepen/doelgroepen; Functionaliteiten/functies; Gezondheid; Duurzaamheid; Onderhoud.
4.3.3 Urgentieweging maatregelen: drie niveaus •
•
•
1e orde van urgentie: de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Deze heeft betrekking op (de bekostiging van) uitbreiding van de capaciteit indien er sprake is van structureel ruimtetekort en het verhelpen van constructieve gebreken (waaronder het verwijderen van asbest); De 2e orde van urgentie: de kwaliteit en het functioneren/presteren van een gebouw. Het gaat hierbij vooral om de kwaliteitsbeleving van de gebruikers en bestuur/directie, inzichtelijk gemaakt aan de hand van een vragenlijst op basis van het Landelijk Kwaliteitskader voor Onderwijshuisvesting; De 3e orde van urgentie: gebaseerd op de exploitatie van een gebouw en bepaald aan de hand van afschriften van (jaarlijkse) uitgaven aan: - Onderhoudskosten conform de MOP - Jaarlijkse kosten energie (gas/warmteverbruik, elektra en water) - Jaarlijkse schoonmaakkosten - Jaarlijkse kosten niet planmatig onderhoud (onder andere storingen). Hieruit blijkt of de huisvesting op termijn in stand te houden is.
4.4 Visie, strategie en aanpak Schoolbesturen en gemeente hebben, in verschillende sessies onder leiding van een onafhankelijk voorzitter, een gemeenschappelijke visie ontwikkeld. Gebaseerd op gegevens verkregen tijdens de analysefase en gebaseerd op de volgende uitgangspunten en doelstellingen: • Elke school ontwikkelt zich tot een IKC; • Ouders/kinderen kiezen zelf hun school; • Vergroten diversiteit onderwijsaanbod (Jena, Dalton, Montessori, christelijk, islamitisch, enz.); • Waar mogelijk kunnen kinderen in hun eigen wijk passend onderwijs volgen; • Tegengaan segregatie: geen elitescholen of scheiding van kansrijk en kansarm; • Scholen mogen groeien tot de gebouwcapaciteit is bereikt, daarna doorverwijzing. Bovengenoemde uitgangspunten/doelstellingen zijn telkens gehanteerd als criterium of de keuze voor een specifieke strategie en bijbehorende maatregel per school bijdraagt aan het verbeteren van elk van de uitgangspunten. Ook is er gekeken naar de effectiviteit van de maatregel op de knelpunten die worden ervaren op de school. De visie vormt de basis voor een gedeelde strategie en aanpak voor de onderwijshuisvesting per wijk. Voor de strategie is berekend welke investering nodig is zodat elk schoolgebouw: • Ten minste een voldoende (6) scoort op de kwaliteitsmeting; • Zichzelf op basis van de bekostiging in stand kan houden.
27
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
4.4.1 Spreiding onderwijsaanbod (VO/PO/SO) Schiedam heeft bijna 78.000 inwoners (2018) en is de afgelopen vijf jaar circa 2% gegroeid. Gemeente en schoolbesturen zijn samen verantwoordelijk voor de huisvesting van zo’n 11.500 leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Tabel 2: Aantal besturen en scholen per 1 oktober 2018 4
•
• •
Scholen
Aantal besturen
Aantal scholen
Aantal locaties
Aantal leerlingen
(S)BO
4
22
30
6.860
VO
3
7
8
4.393
(V)SO
2
2
2
191
CON Wereldschool 5
-
1
1
80
Totaal
9
32
41
11.524
De leerlingenontwikkeling op de Schiedamse scholen hangt nauw samen met de groei van de basisgeneratie (= het aantal vier- tot elfjarigen en 30% van het aantal twaalfjarigen). Deze basisgeneratie vormt de bron voor de leerlingenprognoses voor het basisonderwijs; De uitstroom van de basisscholen bepaalt vervolgens de instroom (en dus de leerlingenprognoses per onderwijssoort) in het voortgezet onderwijs; Voor het SBO en (V)SO is het lastig om prognoses te maken, doordat de ontwikkeling op deze scholen niet gekoppeld is aan de bevolkingsontwikkeling, maar afhankelijk is van de verwijzing door de basisscholen.
Basisonderwijs Na een jarenlange daling, is de prognose dat de basisgeneratie in Schiedam de komende negen jaar licht zal toenemen en dus ook het aantal leerlingen in het basisonderwijs 6. Vanaf 2025/27 volgt een lichte daling van het aantal basisschoolleerlingen, mede als gevolg van de onzekerheid over de woningbouwplanning in de stad. Van het aantal leerlingen dat op 1-10-2018 stond ingeschreven op een Schiedamse basisschool (circa 6.725) kwamen er 857 van buiten Schiedam (stijgende trend): • 474 uit Rotterdam; • 248 uit Vlaardingen; • 135 uit overige gemeenten. In totaal gingen 383 Schiedamse leerlingen naar een basisschool buiten Schiedam, waarvan 279 naar Rotterdam en 69 naar Vlaardingen 7.
4
Bron:Jan Schraven Advies na input van schoolbesturen en DUO. CON Wereldschool: school voor nieuwkomers in Nederland van 4 tot 13 jaar die het Nederlands nog onvoldoende beheersen om binnen het reguliere onderwijs mee te kunnen 6 Kenniscentrum MVS: Trends en prognoses in het basisonderwijs, Mei 2018, Gemeente Schiedam 7 Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 5
28
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Grafiek 1: Leerlingenprognose in het basisonderwijs 8 7.200 7.000 6.800 6.600 6.400 6.200 6.000
Voortgezet onderwijs Als gevolg van de eerdere afname van de basisgeneratie, wordt de groep twaalf- tot achttienjarigen de komende jaren ook kleiner. Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs zal dan ook de komende jaren een lichte daling laten zien, met een herstel vanaf het jaar 2024 t/m 2037. Van het aantal leerlingen dat op 1-10-2018 stond ingeschreven op een Schiedamse school voor voortgezet onderwijs (circa 4.393) kwamen er 2.179 van buiten Schiedam 9: • 961 uit Vlaardingen; • 909 uit Rotterdam; • 111 uit Maassluis; • 198 uit overige gemeenten. Er gingen 1.724 Schiedamse leerlingen naar een school voor voortgezet onderwijs buiten Schiedam 10, waarvan: • 1.258 naar Vlaardingen; • 395 naar Rotterdam; • 28 naar Midden-Delfland; • 43 naar overige gemeenten. Grafiek 2: Leerlingenprognose in het voortgezet onderwijs 11
8
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 10 Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 11 Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 9
29
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
4.4.2 Primair onderwijs Uitvoering van dit IHP leidt bij het primair onderwijs tot een reductie van de leegstand van 9.865 m2 BVO (= bruto vloeroppervlak) naar 6.351 m2 BVO (zie ook bijlage VIIa+b). Deze vierkante meters zijn bovendien veelal (slechte) tijdelijke huisvesting of objecten die eenvoudig kunnen worden verkocht (schoolwoningen) en levert dus een direct kwalitatief en financieel voordeel op. De voordelen uit die verkoop zijn in dit IHP nog niet doorgerekend. Tabel 3: Overzicht leegstandsreductie als gevolg van gekozen strategie binnen IHP 12
12
Wijk
Ruimte behoefte (1-10-2018)
m2 BVO Huidig
Verschil
m2 BVO Strategie
Verschil
Oost
7.056
9.324
+ 2.268
8.543
+ 1.487
West
7.805
9.382
+ 1.577
7.879
+ 74
Zuid
1.538
1.958
+ 420
1.958
+ 420
Nieuwland
8.058
10.388
+ 2.330
10.388
+ 2.330
Groenoord
3.187
3.722
+ 535
3.722
+ 535
Kethel
4.789
5.432
+ 643
5.470
+ 681
Woudhoek
3.880
4.248
+ 368
4.248
+ 368
Spaland/ Sveaparken
3.901
5.627
+1.726
4.359
+458
Totaal
40.214
50.079
+ 9.865
46.565
+ 6.351
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
30
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Nieuwland Beschrijving van de wijk Nieuwland is de eerste naoorlogse wijk van Schiedam en is gefaseerd aangelegd. Het oudste gedeelde ligt in het westen van de stad. In Nieuwland staan zes schoolgebouwen. Dit is inclusief een dependance (Ababil) en een school voor nieuwkomers (Wereldschool). De scholen liggen vrij geconcentreerd in het midden van de wijk.
Basisgeneratie 69% Van de basisgeneratie van Nieuwland zit ook op een school in deze wijk. Hiervan gaat 26% naar Het Startblok, 19% naar Ababil, 13% naar de Taaltuin en 11% naar Blink IKC (zie ook bijlage XI). 35% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk/stad (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 4: Herkomst leerlingen per school 13 School
Nieuwland
West
1.Taaltuin
84,1%
2.Ababil (3=dep) 4.Blink IKC
Oost
Groenoord
R’dam
Vld
7,0%
2,5%
2,5%
44,9%
11,9%
16,6%
9,7%
89,6%
4,5%
1,9%
73,2%
3,1%
6,5%
1,9%
5.Wereldschool
13 14
Prognose basisgeneratie Prognose leerlingenaantal
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
31
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
1600 1500 1400 1300 2020
Het leerlingenaantal voor het basisonderwijs laat dezelfde trend zien, maar daalt minder fors. De basisgeneratie ligt de eerste zes jaar boven het leerlingenaantal, maar vanaf 2024 lopen beiden qua aantallen met elkaar gelijk. 14
4,1%
NIEUWLAND
2019
In 2018-2020 groeit de basisgeneratie enigszins, waarna deze een dalende trend laat zien.
2018
6.Startblok
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 5: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 15
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO welzijn 16
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
School Taaltuin
PRIMO
2014
2.653
1.622
506
201
Ababil
SIC
2014
3.046
2.378
161
332
Ababil dep.
SIC
1960
3.452
2.301
321
205
Blink IKC
SIKO
2013
1.397
1.220
177
154
Startblok
PRIMO
1959
3.050
2.866
183
459
Wereldschool
-
1994
2.387
1.881
-
80
Analyse van de scholen in de wijk Taaltuin:
Zit samen met de Ababil in een gebouw. Er wordt momenteel geïnvesteerd in de verbetering van het binnenklimaat. Uit nieuw belevingsonderzoek moet blijken dat gebouw voldoet aan nieuwbouwniveau; Ababil: Zit samen met de Taaltuin in een gebouw. Er wordt momenteel geïnvesteerd in de verbetering van het binnenklimaat. Uit nieuw belevingsonderzoek/overleg met bestuur en school moet blijken dat gebouw voldoet aan nieuwbouwniveau; Ababil dependance: Exploitatie is kwetsbaar en het gebouw is lastig om in stand te houden. Het is functioneel te groot en - als voormalige school voor voortgezet onderwijs - niet effectief ingedeeld voor huisvesting van een basisschool. In het Huisvestingsprogramma Onderwijs 2020 heeft de gemeente een uitbreiding van het aantal m2 BVO toegekend. Optimalisatie door een upgrade en een efficiëntere indeling kan leiden tot toekomstige uitbreidingsmogelijkheden. Daarnaast zijn duurzaamheidsmaatregelen vanuit het reguliere onderhoud en upgrade nodig voor meerjarig toekomstig gebruik; IKC Blink: Het gebouw kent - door het samengaan van de voormalige basisscholen Wieken en Meesterwerk - functioneel onvoldoende werk-, berging- en pauzevoorzieningen Een efficiëntere indeling is mogelijk. Er worden binnenklimaatprobleem ervaren; Startblok: De aandacht moet zich richten op de verkeerssituatie rond de school, het matige binnenklimaat en verduurzaming.
Bij onderhoud en service is aandacht nodig voor het optimaal inregelen van de bestaande installaties. Onderhoud aan de kozijnen kan gecombineerd worden met de verbetering van het binnenklimaat en noodzakelijke verduurzaming. Door optimalisering van de ruimte in het
15 16
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen)
32
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Wereldschool:
hoofdgebouw kunnen de aanwezige noodlokalen worden afgestoten; dit is gunstig voor de exploitatie Is als bovenschoolse voorziening geen onderdeel van het IHP.
Resultaten overleg scholen De schoolbesturen geven ruimte voor een (beperkte) uitbreiding voor Islamitisch basisonderwijs. Dit heeft in eerste instantie weinig gevolgen voor het aantal leerlingen op andere scholen als: • De nieuwe inschrijvingen zich beperken tot broers/zusjes van reeds ingeschreven leerlingen; • Het om nieuwe 2,5–4-jarigen gaat die nog niet op andere scholen staan ingeschreven; • Voor de nieuwbouw van De Taaltuin en Ababil hoofdvestiging worden activiteiten rond de verbetering van het binnenklimaat geëffectueerd. Daarna kunnen beide gebouwen doorexploiteren en komen beide scholen in dezelfde uitvoeringsperiode voor het gekozen vervolgscenario; • Voor Ababil dependance (Nieuwe Damlaan) is gesproken over optimaliseren zodat hier het aantal leerlingen kan groeien. Er is een indelingstekening gemaakt. Deze resulteert volgens een eerste studie in zes extra lokalen. Of de inpandige verbouwing (upgrade en verduurzaming) nodig is voor het kunnen opnemen van extra leerlingen, hangt af van de toekomstige leerlingen toestroom en hierover gemaakte afspraken met de andere schoolbesturen; • Voor Blink IKC is gekozen voor upgrade en functioneel verbeteren conform noodzakelijke onderwijskundige vernieuwingen (OKV).
En voor het verbeteren van de zonwering en het functioneel aanpassen/inregelen van de installatie voor een beter binnenklimaat; • Voor Het Startblok is een scenario voorzien van upgrade met het verbeteren van het binnenklimaat, verduurzaming en optimalisering van een inpandige inbreiding ten gunste van de afstoot van de huidige noodlokalen. Tabel 6: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen Nieuwland 17
Kosten
2014
Doorexploiteren (met aanpak binnenklimaat)
Ababil
2014
Doorexploiteren (met aanpak binnenklimaat)
Ababil dep.
1960
Upgraden en verduurzamen
‘25-‘28
2.588.700
Blink IKC
2013
Upgraden
’25-‘28
1.571.963
Startblok
1959
Upgraden
’29-‘32
3.430.800
Investering
17
Realisatie
Scenario
Bouwjaar
School Taaltuin
7.591.463
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
33
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
West Beschrijving van de wijk West kent een duidelijke (stedenbouwkundige) scheiding door de Burgemeester Knappertlaan. De buurten noordelijk van deze laan hebben een compacter woningbouwtype en een fijnmaziger stratenplan in combinatie met dichtere bebouwing. In West staan zeven schoolgebouwen. Dit is inclusief de dependances van Kleurrijk en St. Jozef. De meeste liggen ten noorden van de Burgemeester Knappertlaan. St. Jozef ligt op de scheiding met de wijk Zuid.
Basisgeneratie 76% Van de basisgeneratie van West zit ook op een school in deze wijk. Hiervan gaat 29% naar St. Jozef, 21% naar St. Bernardus, 14% naar Kleurrijk, 10% naar Montessori Schiedam en 9% naar De Wieken (zie ook bijlage XI). 34% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk (vooral Nieuwland en Zuid) (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 7: Herkomst leerlingen per school 18 School
West
Nieuwland
Centrum
Zuid
1.St. Bernardus
74%
11,8%
4,7%
3,5%
2.Kleurrijk (4=dep)
64,9%
24,7%
3,6%
3.De Wieken
56,8%
23%
5.Montessori Schiedam
44,6%
13,8%
12,8%
7.St. Jozef (6 = dep)
46,2%
10,5%
15,6%
14,7%
1000
Prognose basisgeneratie Prognose leerlingenaantal
34
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
0 2021
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
6,7%
2000
2020
19
4,3%
WEST
2019
18
Oost
2,6%
10,1%
2018
De basisgeneratie blijft de komende jaren nagenoeg stabiel. Het leerlingenaantal voor het basisonderwijs laat dezelfde stabiele trend zien en ligt circa 350 leerlingen boven de basisgeneratie. 19
Groenoord
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 8: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 20
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO welzijn 21
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
school St. Bernardus
SIKO
1931
1.711
1.552
108
254
Kleurrijk
PRIMO
1992
1.247
1.184
28
145
Kleurrijk dep.
PRIMO
1978
596
499
97
49
Wieken
SIKO
1928
1.607
1.363
244
139
Montessori Schiedam
PRIMO
1991
1.399
1.217
183
195
St. Jozef
SIKO
1921
2.174
2.101
73
258
St. Jozef dep.
SIKO
2003
1.517
1.466
51
314
Analyse van de scholen in de wijk St. Bernardus:
De school kent problemen op het gebied van functionaliteit, flexibiliteit en temperatuur. Het onderhoud aan dit oudere gebouw is kostbaar. Optimalisatie is mogelijk door het gebouw energiezuiniger te maken en de ventilatievoorzieningen te verbeteren. De zonwering op de begane grond moet worden vernieuwd. Wanneer een werkelijke kwaliteitsverbetering moet worden gerealiseerd op basis van huidige maatstaven betekent dit eigenlijk vervangende nieuwbouw. Een uitbreiding van het gebouw met twee lokalen/groepen zou ervoor kunnen zorgen dat de inwoning van twee groepen in basisschool Kleurrijk kan worden beëindigd. Er is echter weinig ruimte op het plot van de school; Kleurrijk: In de basis is het gebouw kwalitatief voldoende, maar er is echter wel aandacht nodig voor de problemen met het binnenklimaat en duurzaamheid. Ook is het gebouw onvoldoende flexibel. Het gebouw is wel goed in stand te houden, maar kent leegstand wat de exploitatie onder druk kan zetten. Momenteel wordt de leegstand deels opgevangen door de inhuizen van twee groepen van St. Bernardus. Optimalisatie is mogelijk door inpandige aanpassing zodat er ruimte ontstaat voor de leerlingen die nu nog in de dependance zitten. Wel moeten de installaties en functionaliteit dan aangepast worden; Kleurrijk dependance: Dit gebouw heeft geen goede uitstraling.
Ook zijn er problemen met het binnenklimaat en het gebouw is niet duurzaam. Optimalisatie dient vooral gezien te worden in relatie tot het hoofdgebouw, waarbij de dependance kan worden
20 21
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen)
35
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
opgeheven en leerlingen kunnen worden ondergebracht in het hoofdgebouw (na vertrek leerlingen van St. Bernardus); De Wieken: Dit verouderde schoolgebouw kent leegstand en er zijn problemen met de exploitatie en het noodzakelijke onderhoud. Alleen de akoestiek en eerste indruk van het gebouw scoren voldoende. Optimalisatie is mogelijk door verhuizing naar het kleine gebouw van de Montessorischool en het gebouw van De Wieken slopen om ruimte te maken voor nieuwbouw voor de Montessorischool; Montessori: Het gebouw is over het algemeen in een goede staat. Flexibiliteit in (onderwijskundig) gebruik kan geoptimaliseerd worden. Een lichte groei van het leerlingaantal is op te vangen. Optimalisatie is mogelijk als op de locatie van De Wieken een nieuw gebouw met twaalf klassen komt; St. Jozef: Kwalitatief scoort dit gebouw ondermaats. Vanwege het karakteristieke gebouw, scoren alleen de uitstraling en exterieur voldoende. De gymzaal is ver weg en het schoolplein is te klein. Het gebouw kent veel niet functionele ruimte, waardoor een hoge bezetting wordt ervaren. Exploitatie en onderhoud zijn goed; St. Jozef dependance: Dit gebouw kent veel tekortkomingen op het gebied van functionaliteit, Verkeersveiligheid en het binnenklimaat. Ook zijn er te weinig toiletruimten.
Optimalisatie ligt vooral op het vlak van een efficiëntere indeling in combinatie met herziening van de leerlingenverdeling in relatie tot de maatregelen bij de hoofdlocatie. Verbetering van de installaties en zonwering nodig.
Resultaten overleg scholen •
•
•
• • • •
Voor St. Bernardus is een uitbreiding voor de onderbouw voorzien, zodat de twee groepen uit basisschool Het Kleurrijk kunnen vertrekken. Verder wordt een upgrade uitgevoerd aan het gebouw; Voor de gewenste kinderopvang is aparte financiering nodig. De hoogte van het bedrag zal blijken uit de businesscase en wordt niet gedekt uit onderwijsgelden. De gemeente zal de noodzakelijke investering voorfinancieren op voorwaarde dat er een meerjarige overeenkomst ligt tussen de IKC-partners (opvangorganisatie en schoolbestuur) (zie p. 7 IHP); Het Kleurrijk wordt inpandig aangepast voor het huisvesten van de leerlingen die nu in de dependance zitten. De Kleurrijk dependance wordt dan afgestoten. De aanpassing wordt mogelijk doordat er ruimte ontstaat door vertrek van de leerlingen van St. Bernardus uit het pand. De installaties en functionaliteit worden op deze veranderingen aangepast; Voor De Wieken is het scenario dat ze verhuizen naar het kleinere gebouw van de Montessorischool.
Hierdoor kan De Wieken doorgroeien tot negen groepen; De Montessorischool kan gehuisvest worden in nieuwbouw op de locatie van de huidige basisschool De Wieken en kan dan uitbreiden naar twaalf klassen; Sint-Jozef krijgt een grootschalige renovatie (transformatie) waarbij ook aandacht is voor het optimaliseren van de functioneel te kunnen inzetten oppervlakte voor onderwijs; Sint-Jozef dependance krijgt een upgrade met duurzamer materiaalgebruik. De installaties worden verbeterd en functionele aanpassingen worden uitgevoerd in het kader van onderwijskwaliteitsvernieuwing.
36
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 9: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen West 22
Kosten
1931
Uitbreiden met 310 m2 en upgraden
Kleurrijk
1992
Doorexploiteren
Kleurrijk dep.
1978
Opheffen
’25-‘28
Wieken
1928
Verhuizen naar Montessori
’21-‘24
Montessori Schiedam
1991
Nieuwbouw op slooplocatie Wieken
’21-‘24
6.073.249
St. Jozef
1921
Transformeren
’25-‘28
3.424.523
St. Jozef dep.
2003
Upgraden
’29-‘32
1.706.738
Investering
22
Realisatie
Scenario
Bouwjaar
School
St. Bernardus
’21-‘24
3.391.695
14.596.205
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
37
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Zuid Beschrijving van de wijk De vooroorlogse wijk Zuid is gelegen tussen het Centrum en de Nieuwe Maas. Zuid bestaat uit drie buurten met elk hun eigen karakter: Nassaubuurt (westelijk deel), De Plantage (noordelijke deel) met daarin gelegen het oudste stadspark van Nederland, en de volksbuurt De Gorzen (centrale deel) dat zich kenmerkt door een veelal compacte woningbouw. In Zuid staat één schoolgebouw, Willibrordus, gelegen in De Gorzen. Precies op de grens met de wijk West, ligt de school St. Jozef (hoofdvestiging alsook de dependance).
Basisgeneratie 56% Van de basisgeneratie van Zuid zit ook op St. Willibrordus, 21% gaat naar St. Jozef in Zuid/West (zie ook bijlage XI). 14% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 10: Herkomst leerlingen per school 23 School
Zuid
West
Rotterdam
Centrum
1.St. Willibrordus
86,1%
5,4%
3,1%
1,9%
De basisgeneratie stijgt de komende jaren en vlakt op het einde af.
Prognose basisgeneratie Prognose leerlingenaantal
23 24
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
38
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
Het leerlingenaantal ligt tussen de 200300 leerlingen onder het niveau van de basisgeneratie. Dit is wel exclusief de leerlingen van de St. Jozef; deze school ligt precies op de grens van West en zijn in die paragraaf ‘meegeteld’. 24
700 600 500 400 300 200 100 0 2018
Het leerlingenaantal voor het basisonderwijs laat dezelfde trend zien, maat stijgt minder snel.
ZUID
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 11: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 25
396
Aantal leerlingen 2018
1.958
m2 BVO welzijn 26
2.354
m2 BVO onderwijs
1965
m2 BVO
SIKO
Bouwjaar
Bestuur
School St. Willibrordus
259
Analyse van de school in de wijk St. Willibrordus: Binnen deze school zijn veel problemen met de temperatuur in zowel de zomer als in de winter. Ook de duurzaamheid van het gebouw laat te wensen over.
Resultaten overleg school Het gekozen scenario voor St. Willibrordus richt zich op het verduurzamen van het gebouw, met specifiek aandacht voor thermisch comfort. Tabel 12: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen Zuid 27
Investering
’29-‘32
Kosten
Verduurzamen
Realisatie
1965
Scenario
Bouwjaar
School St. Willibrordus
1.765.650 1.765.650
25
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen) 27 Bron: Jan Schraven Advies, 2019 26
39
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Oost Beschrijving van de wijk Oost ligt het dichtst tegen Rotterdam aan. De wijk is gebouwd in de jaren ‘20/’30 en ‘50/’60 van de vorige eeuw. De wijk is in de jaren ’80 en ’90 gerenoveerd. De afgelopen jaren is gewerkt aan het verbeteren van de leefbaarheid in deze wijk door het opknappen van woningen en straten en herinrichting van pleinen. Oost heeft vijf schoolgebouwen. Dit is inclusief de twee dependances van De Singel. De scholen liggen allemaal boven de Rotterdamsedijk.
Basisgeneratie 81% van de basisgeneratie van Oost zit ook op een school in deze wijk. Hiervan gaat 38% naar De Singel, 26% naar De Peperklip en 18% naar Kaleidoscoop (zie ook bijlage XI). 49% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk (vooral Rotterdam, Nieuwland en binnenstad) (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 13: Herkomst leerlingen per school 28 School
Oost
R’dam
Nieuwland
Centrum
1.De Singel (3=dep Galilei 4=dep Buijs Ballot)
45,6%
18,4%
14,2%
8,7%
2.Kaleidoscoop
57,7%
16,2%
9,1%
9,5%
5. De Peperklip
55,4%
33,1%
4,2%
1500 1000 500
Prognose basisgeneratie
28
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 29 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
Prognose leerlingenaantal
40
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
0 2019
Het leerlingenaantal kent een lichte daling, met herstel vanaf 2024. Het leerlingenaantal lig met circa 250300 leerlingen boven de basisgeneratie. 29
1,9%
OOST
2018
De basisgeneratie laat over de gehele prognose een lichte daling zien, met een kleine toename aan het begin en eind.
Overig
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 14: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 30
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO welzijn 31
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
School De Singel
PRIMO
2017
2.523
2.218
305
265
De Singel dep. (Galilei)
PRIMO
1999
1.407
1.270
137
221
De Singel dep. (Buijs Ballot)
PRIMO
2003
2.084
1.207
876
155
Kaleidoscoop
SIKO
1987
1.990
1.816
174
241
De Peperklip
PRIMO
1956
2.852
2.813
39
359
Analyse van de scholen in de wijk De Singel: Dit is een nieuw gebouw. Er zijn geen ingrepen nodig; De Singel dependance Buijs Ballot: Het gebouw kent over het algemeen een goede kwaliteit. Er is wel sprake van leegstand, wat een risico vormt voor een gezonde bedrijfsvoering. Bij verdere afname van het aantal leerlingen is optimalisatie wellicht mogelijk door één van de twee dependances af te stoten; De Singel dependance Galilei: Het gebouw kent onvoldoende ruimten voor onderwijs en pauze. Ook vragen de verkeerssituatie en het speelterrein aandacht. Daarnaast worden er veel binnenklimaatproblemen ervaren. Het gebouw kent geen leegstand en de exploitatie is gezond. Optimalisatie kan plaatsvinden door middelen gericht te investeren in een integrale, duurzame aanpak. Waarbij ook het afstoten van één van de twee dependances een optie is; Kaleidoscoop: Kwalitatief scoort dit gebouw ruim voldoende. Er zijn enkel problemen met het thermisch comfort en de toegankelijkheid van het gebouw. Maatregelen worden in het regulier onderhoud meegenomen. De kwaliteit is niet dusdanig dat een upgrade nodig is. Bij doorexploiteren kan verbetering van het thermisch comfort in het onderhoudsplan aandacht krijgen. Wel is aandacht nodig voor toekomstige leegstand als gevolg van afname van het aantal leerlingen.
De optimalisatie moet zich hierop richten; De Peperklip: Het gebouw scoort op alle kwaliteitsaspecten (functioneel, technisch en uitstraling) ondermaats. Daarnaast is er sprake van veel leegstand. Het gebouw vraagt hoge onderhoudskosten en kent hoge energiekosten, wat een gezonde bedrijfsvoering onder druk zet. Optimalisatie kan gevonden worden door grootschalige aanpak van het gebouw, waarbij ook de leegstand te reduceren is door het opheffen van het semipermanente gebouw of de beschikbare ruimte in te vullen met kinderopvang.
30 31
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen)
41
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Resultaten overleg scholen • •
•
Voor zowel De Singel als Kaleidoscoop geldt dat er geen verandering is in het onderwijsaanbod en de schoolbesturen de gebouwen kunnen doorexploiteren; Voor vervangende nieuwbouw van De Peperklip heeft de gemeenteraad in 2019 een krediet beschikbaar gesteld. Deze maatregel krijgt een plek in de gebiedsontwikkeling van de nieuwe wijk Schieveste; Toekomstige ontwikkeling van de Merwehaven resulteert in een zoekopdracht van de gemeente Rotterdam voor een basisschool in dat gebied. De (mogelijke) opvang van leerlingen door deze ontwikkeling wordt nu niet ingepland in Oost.
Tabel 15: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen Oost 32
Doorexploiteren
De Singel dep. (Galilei)
1999
Verduurzamen
De Singel dep. (Buijs Ballot)
2003
Doorexploiteren
Kaleidoscoop
1987
Doorexploiteren
De Peperklip 33
1956
Nieuwbouw
Investering
32 33
Kosten
2017
Realisatie
Scenario
Bouwjaar
School
De Singel
’29-‘32
1.055.025
’21-‘24
5.487.250 6.542.275
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 Voor Peperklip is reeds dekking
42
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Kethel Beschrijving van de wijk Kethel is samen met de wijken Groenoord, Woudhoek en Spaland/Sveaparken gelegen in Schiedam-Noord en ingesloten door de snelwegen A4 en A20 (knooppunt Kethelplein). De wijk heeft een dorpse uitstraling en bestaat uit het voormalige Kethel-dorp, Tuindorp en enkele buurten. Deze zijn in verschillende perioden gebouwd. Kethel heeft drie schoolgebouwen (= inclusief dependance Windas). De scholen liggen aan de westelijke kant; daar is voornamelijk de woningbouw geconcentreerd.
Basisgeneratie 71% Van de basisgeneratie van Kethel zit ook op een school in deze wijk. Hiervan gaat 20% naar IKC Kethel en 47% naar de Windas (zie ook bijlage XI). 66% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk (vooral uit Groenoord, Spaland/Sveaparken en Woudhoek) (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 17: Herkomst leerlingen per school 34 School
Kethel
Groenoord
Spaland/ Sveaparken
Woudhoek
1.IKC Kethel
20,2%
39,4%
17,5%
10,4%
3.Windas (2=dep)
47,1%
28,3%
9,8%
4,9%
34 35
500
Prognose basisgeneratie Prognose leerlingenaantal
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
43
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
0 2020
Het leerlingenaantal ligt met circa 200-300 leerlingen boven de basisgeneratie. 35
1000
2019
Het leerlingenaantal kent dezelfde trend, al is de stijging minder fors.
KETHEL
2018
De basisgeneratie stijgt de komende jaren, waarna zich vanaf 2026 een dalende trend inzet.
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 18: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 36
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO welzijn 37
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
School IKC Kethel
UN1EK
1951
2.430
1877
109
297
Windas
PRIMO
1951
1.468
1.286
182
235
Windas dep.
PRIMO
1906
334
334
0
90
Analyse van de scholen in de wijk IKC Kethel:
Het gebouw kent onvoldoende ruimte voor leren en opvang. Er zijn onvoldoende vierkante meters die functioneel ingezet kunnen worden (als gevolg van de schuine dakconstructie). Verder is aandacht nodig voor het binnenklimaat en geluidsoverlast van het speelplein. Tot slot is de exploitatie een aandachtspunt; dit kan door groei van het aantal leerlingen verbeteren. Hiertoe zijn optimalisaties nodig, vooral gericht op een fysieke uitbreiding omdat een efficiencyslag binnen het bestaande gebouw niet mogelijk is; Windas: Het gebouw kent een slechte uitstraling en presteert functioneel onvoldoende. Ook is er ruimtetekort en zijn er problemen met de flexibiliteit en het thermisch comfort. Optimalisaties liggen in het fysiek uitbreiden en het maken van een substantiële kwaliteitssprong. Dit kan via een upgrade met uitbreiding of nieuwbouw voor dit sterk verouderd gebouw; Windas dependance: Het gebouw is inefficiënt en duur door de beperkte omvang en inflexibele indeling. Afstoten is de meest voor de hand liggende optimalisatie, een en ander in relatie tot de maatregelen bij het hoofdgebouw.
Resultaten overleg scholen •
•
36 37
IKC Kethel wordt uitgebreid tot een omvang die aansluit bij de actuele prognose. Het gebouw krijgt tevens een upgrade, waarbij ook duurzaamheidsmaatregelen worden doorgevoerd om het gebouw toekomstbestendig te maken. Tijdens de verbouwing kan IKC Kethel gebruikmaken van de schoolwoningen van de Vlinder, zodat dure tijdelijke huisvesting niet nodig is; Er komt vervangende nieuwbouw voor Het Windas, waarbij de dependance zal worden afgestoten. Groei kan eventueel tijdelijk een plek krijgen in de schoolwoningen van De Vlinder. De exacte omvang voor deze vervangende nieuwbouw hangt af van de gekozen strategie: Strategie 1: Nieuwbouw voor de hoofdlocatie, inclusief leerlingen van de dependance die vervolgens wordt afgestoten. De exacte omvang is afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de wijk Harga Strategie 2: De Gelinckschool stopt per 1 augustus 2020. Met de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden vindt overleg plaats over de opvang van leerlingen in de huidige huisvesting en gecombineerd met SBO De Poldervaart. De kosten hiervoor staan weliswaar Bron:Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen)
44
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
in de IHP-begroting, maar er bestaat op dit moment nog onduidelijkheid van de uitkomsten van dit overleg en hiermee voor de opvang van de leerlingen van de Gelinckschool. Tabel 19: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen Kethel 38
Kosten
1951
Uitbreiding met circa 290 m2 en upgraden
‘21-‘24
4.480.223
Windas
1951
Nieuwbouw
’25-‘28
5.393.250
Windas dep.
1906
Opheffen
’25-‘28
Investering
38
Realisatie
Scenario
Bouwjaar
School IKC Kethel
9.873.473
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
45
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Groenoord Beschrijving van de wijk Groenoord, vernoemd naar de voormalige boerderij, is gebouwd in de jaren ’60 van de vorige eeuw. De wijk kent vooral veel flatgebouwen (vier t/m acht verdiepingen) en ook relatief veel groen. Groenoord richt zich vooral op kinderen met gezinnen. In deze wijk staan twee schoolgebouwen. Bij liggen centraal in de buurt van de Laan van Bol’es.
Basisgeneratie 37% Van de basisgeneratie van Groenoord zit ook op een school in deze wijk. Hiervan gaat 18% naar El Furkan en IKC Kethel, 19% naar Loep en 15% naar IKC Kethel (zie ook bijlage XI). 41% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk/stad (vooral uit Vlaardingen, overige gemeenten en Rotterdam) (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 20: Herkomst leerlingen per school 39
School
Groenoord
Kethel
Vld
Nieuwland
1.Loep
90,1%
2,5%
2,5%
1,9%
2.El Furkan
40,5%
27%
De basisgeneratie kent de komende jaren een lichte daling.
14,1%
6,9%
Prognose basisgeneratie Prognose leerlingenaantal
39 40
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
46
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
1000 800 600 400 200 0 2019
Het leerlingenaantal ligt circa 320-400 leerlingen onder de basisgeneratie. 40
R’dam
GROENOORD
2018
Het leerlingenaantal is vrij stabiel rond de 500 leerlingen.
Andere gemeenten
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 21: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 41
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO welzijn 42
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
School
Loep
PRIMO
1967*
1.767
1.644
123
161
El Furkan
SIC
1967*
2.317
2.078
240
348
Analyse van de scholen in de wijk LOEP en El Furkan: Krijgen allebei nieuwbouw. Na een mislukte aanbesteding voor vervangende nieuwbouw en een niet gestarte aanbesteding voor vernieuwbouw, worden momenteel een aantal mogelijke scenario’s uitgewerkt. Deze worden in het eerste kwartaal van 2020 aan de gemeenteraad gepresenteerd.
Resultaten overleg scholen •
•
Loep krijgt vervangende nieuwbouw. Hierdoor kunnen kinderen uit Groenoord die nu op basisscholen in de aangrenzende wijk Kethel zitten (IKC Kethel en basisschool Windas) gewoon in hun eigen wijk naar school; El Furkan krijgt vervangende nieuwbouw. Er zijn (al eerder) afspraken gemaakt met het schoolbestuur over de maximale omvang van deze school in relatie tot deze nieuwbouw. In de toekomst zal het schoolbestuur geen aanvullende uitbreidingsverzoeken voor deze school doen.
Tabel 22: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen Groenoord 43
Kosten
Realisatie
Scenario
Bouwjaar
School
Loep
1967
Nieuwbouw
’21-‘24
4.709.463
El Furkan
1967
Nieuwbouw
’21-‘24
4.796.250
Investering 44
9.505.713
41
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen) 43 Bron: Jan Schraven Advies, 2019 44 Voor beide projecten is reeds dekking, alleen nog onvoldoende als gevolg van de huidige marktomstandigheden 42
47
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Woudhoek Beschrijving van de wijk Woudhoek is ontwikkeld in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. De wijk bestaat uit gevarieerde woningbouw: gestapelde bouw en eengezinswoningen (veelal bewoond door gezinnen met oudere kinderen). In deze wijk staan drie schoolgebouwen (= inclusief de dependance van de Regenboog). De scholen liggen dicht bij elkaar en centraal in de wijk.
Basisgeneratie 72% Van de basisgeneratie van Woudhoek zit ook op een school in deze wijk. Hiervan gaat 39% naar De Regenboog en 33% naar De Klinker (zie ook bijlage XI). 45% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk (vooral uit Groenoord en Spaland/Sveaparken) (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 23: Herkomst leerlingen per school 45 School
Woudhoek
Groenoord
Spaland/ Sveaparken
Vld
1.De Klinker
50,9%
28,2%
10,5%
2,3%
2.De Regenboog (3=dep)
58,6%
19,8%
13,2%
4,6%
De basisgeneratie is de komende jaren stabiel, met een toename vanaf 2024.
500
Prognose basisgeneratie Prognose leerlingenaantal
45 46
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
48
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
0 2019
Het leerlingenaantal ligt circa 90-150 leerlingen boven de basisgeneratie. 46
1000
2018
Het leerlingenaantal kent dezelfde trend, maar de stijging is minder sterk.
WOUDHOEK
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 24: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 47
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO welzijn 48
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
School De Klinker
PRIMO
1985
2.798
2.553
245
344
De Regenboog
SIKO
2003
1.873
1.694
179
234
De Regenboog dep.
SIKO
1999
900
460
0
114
Analyse van de scholen in de wijk De Klinker:
Dit gebouw scoort over het algemeen goed, afgezien van klachten over het thermisch comfort. Er is wel veel leegstand, waardoor er sprake is van een negatieve exploitatie en op termijn onhoudbare onderhoudskosten. De optimalisatie moet vooral gezocht worden in verduurzaming van dit gebouw. En het beter benutten van de ruimte door gebouwdelen af te stoten of in te zetten als dependance voor De Regenboog; De Regenboog: Het gebouw kent een inefficiënte indeling, met ruimtetekort voor ondersteunende taken. Ook zijn er problemen met het binnenklimaat, de verkeersveiligheid en de speelplaats. In combinatie met de schoolwoningen (dependance), is er sprake van leegstand. Optimalisaties zijn te vinden in het upgraden van het gebouw naar een efficiëntere indeling (combi PSZ, BSO en combi speellokaal en aula) en een verbeterd binnenklimaat. Optioneel is verdere optimalisatie mogelijk in relatie met maatregelen bij de dependance; De Regenboog dependance: Op alle fronten is er sprake van onvoldoende kwaliteit bij deze schoolwoningen. Er zijn functionele problemen en problemen met het binnenklimaat. Gelet op het bouwjaar (1999) en de beperkte omvang, ligt grootschalige renovatie niet voor de hand.
Optimalisatie is mogelijk door deze locatie af te stoten en de leerlingen onder te brengen op een andere locatie in de wijk: bij de hoofdlocatie in combinatie met een uitbreiding of inhuizen bij De Klinker.
Resultaten overleg scholen •
•
47 48
Verder onderzoek naar het koppelen van de gebouwen van De Regenboog en De Klinker, waardoor eenvoudiger dubbelgebruik en uitwisselen van lokalen mogelijk is. Zo kan wellicht voldoende ruimte ontstaan om leerlingen van De Regenboog dependance op te nemen, waardoor daar geen fysieke uitbreiding meer nodig is; Voor De Regenboog ligt het scenario om de dependance (schoolwoningen) af te stoten en de leerlingen te gaan inhuizen op de hoofdlocatie. Of dit past moet worden onderzocht. Bijkomend voordeel: extra opbrengsten door de verkoop van de schoolwoningen.
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen)
49
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 25: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen Woudhoek 49
Kosten
1985
Verduurzamen
‘25-‘28
2.098.125
De Regenboog
2003
Uitbreiding (circa 300 m2) en upgrade
’25-‘28
3.624.188
De Regenboog dep.
1999
Opheffen
‘29-‘32
Investering
49
Realisatie
Scenario
Bouwjaar
School De Klinker
5.722.313
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
50
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Spaland/Sveaparken Beschrijving van de wijk Spaland/Sveaparken is ontwikkeld vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw. Sveaparken is daarvan de meest recente uitbreiding en wordt gekenmerkt door een Zweedse bouwstijl. De wijk bestaat voornamelijk uit koopwoningen waarin veel jonge gezinnen wonen. In deze wijk staan drie schoolgebouwen (= inclusief dependance van De Vlinder). De scholen liggen dicht bij elkaar en centraal in de wijk.
Basisgeneratie 73% Van de basisgeneratie van Spaland/Sveaparken zit ook op een school in deze wijk. Hiervan gaat 37% naar De Vlinder en 36% naar De Violier (zie ook bijlage XI). 31% Van de leerlingen die in deze wijk naar school gaan, is afkomstig uit een andere wijk (vooral uit Woudhoek en Groenoord) (zie bijlage X voor meer informatie over ‘marktaandelen’ van de scholen). Tabel 26: Herkomst leerlingen per school 50 School
Spaland/ Svea parken
Woudhoek
Groenoord
Nieuwland
1.De Violier
73,3%
8,9%
4,9%
4,3%
2.De Vlinder (3=dep)
65,4%
13,8%
5,1%
De basisgeneratie vertoont een dalende trend, welke afvlakt in de loop der tijd.
50 51
1000 500
Prognose basisgeneratie Prognose leerlingenaantal
Bron: Kenniscentrum MVS, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoeften per school voor de komende jaren
51
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
0 2019
Het leerlingenaantal ligt in het begin met circa 100 leerlingen onder de basisgeneratie, maar vanaf 2025 nagenoeg gelijk. 51
7,3%
SPALAND/SVEAPARKEN
2018
Het leerlingenaantal kent dezelfde trend; de daling is echter minder sterk.
Kethel
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 27: Basisoverzicht van schoolgebouwen in de wijk 52
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO welzijn 53
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
School De Violier
PRIMO
1995
2.744
2.369
376
326
De Vlinder
SIKO
2001
1.423
1.423
0
222
De Vlinder dep.
SIKO
2002
1.890
1.835
55
148
Analyse van de scholen in de wijk De Violier:
Het gebouw presteert kwalitatief voldoende, afgezien van het binnenklimaat. Door de huidige leegstand zijn de exploitatie- en onderhoudskosten problematisch. Optimalisaties dienen zich te richten op verduurzaming in relatie tot de huidige onderhoudscycli en het oplossen van de huidige leegstand; De Vlinder: Het gebouw kent onvoldoende functionaliteit (onvoldoende werk- en overblijfruimten). Verder zijn er verkeersproblemen en veel problemen met het binnenklimaat. Ook is er sprake van hoge exploitatie- en onderhoudskosten die een gezonde bedrijfsvoering onder druk zetten. Optimalisaties zijn mogelijk door een combinatie van een upgrade en het opheffen van de dependance; De Vlinder dislocatie (schoolwoningen): Deze schoolwoningen presteren kwalitatief ondermaats op veel aspecten. Gelet op de leerlingendaling, zit de optimalisatie vooral in het (gedeeltelijk) afstoten van deze locatie. De schoolwoningen zijn, tot de verkoop, inzetbaar als tijdelijke huisvesting voor zowel De Windas als IKC Kethel.
Resultaten overleg scholen •
•
52 53
Schoolwoningen Vlinder worden op termijn afgestoten. Tot die tijd worden ze ingezet als tijdelijke huisvesting voor IKC Kethel en Windas (NB: Aandacht voor het zoeken van vervangende ruimte voor het WOT dat hierin gevestigd is); De Vlinder/De Violier worden gezamenlijk ingezet om het ontstane ruimtetekort intern op te vangen. Hierbij komt ook aanvullend onderzoek naar de mogelijkheid om beide gebouwen te koppelen; dit vereenvoudigt dubbelgebruik van ruimten en uitwisseling van lokalen.
Bron:Jan Schraven Advies, 2019 m2 BVO Welzijn: Buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek. Exclusief eventuele inpandige gymzaal en overige voorzieningen (zie ook tabel paragraaf 3.3.1 IKC-ontwikkelingen)
52
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 28: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen Spaland/Sveaparken 54
Kosten
Realisatie
1995
Verduurzamen
‘21-‘24
2.058.225
De Vlinder
2001
Upgraden
’21-‘24
1.600.988
De Vlinder dep.
2002
Opheffen
’25-‘28
Investering
54
Scenario
Bouwjaar
School
De Violier
3.659.213
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
53
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
4.4.3 Voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs Omwille van hun regiofunctie, zijn scholen voor het voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs niet wijkgebonden. De Schiedamse scholen trekken veel leerlingen uit de omgeving (2017: 1.724). Onder andere uit Vlaardingen (1.258), Rotterdam (395) en Midden-Delfland (28).
Ongeveer 40% van de leerlingen op een Schiedamse school voor voortgezet (speciaal) onderwijs komt van buiten Schiedam.
Tabel 30: Herkomst leerlingen per school voortgezet onderwijs (2017) 55
55
School
SDAM
VLD
MSL
RDAM
OV
TOT
Internationale VOS
78
61
22
9
9
179
Stedelijk Gymnasium
294
184
40
37
39
594
Lyceum Schravenlant
305
44
5
299
8
661
Spieringshoek
741
478
16
53
111
1.399
Mavo Schravenlant XL
300
25
0
210
11
546
ProNova College
157
133
22
31
5
348
Lentiz LIFE College
339
36
6
270
15
666
Totaal aantal leerlingen
2.214
961
111
909
198
4.393
Bron: Kenniscentrum MVS 2019
54
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 31: Basisoverzicht van schoolgebouwen voortgezet onderwijs in de stad 56 57
Aantal leerlingen 2018
m2 BVO onderwijs
m2 BVO
Bouwjaar
Bestuur
Type
School
1.
Internationale VOS
VO
OSVS
1970
979
979
179
2.
Stedelijk Gymnasium
VO
OSVS
1974
4.909
4.909
594
3.
Gelinckschool
SO
Horizon
1966
1.893
1.321
66
4.
Poldervaart
SBO
PRIMO
1966
1.957
1.935
135
5.
Lyceum Schravenlant
VO
OSVS
2013
6.332
5.492
661
6.
Spieringshoek
VO
Sint Liduina
1970
13.366
9.825
1.399
7.
Mavo Schravenlant XL DEP
VO
OSVS
1964
3.137
2.475
96
8.
Ilex College
VSO
Yulius
1958
1.404
1.404
125
9.
ProNova College
VO
OSVS
1955
4.414
4.414
348
10. Lentiz LIFE College
VO
Lentiz
2011
13.472
9.348
666
11. Mavo Schravenlant XL NIEUWBOUW
VO
OSVS
2018
4.400
450
Analyse van de scholen voor speciaal onderwijs Ilex College:
Gelinckschool:
56 57
Heeft behoefte aan een uitbreiding van circa 1.000 m2 en aan een functionele upgrade, zodat het gebouw beter aansluit op de gehuisveste doelgroep (VSO). Daarbij bestaat de wens om in de uitbreiding een zorgcomponent toe te voegen. Dit is echter op dit moment financieel niet haalbaar. Daarnaast ontbreekt het op de locatie aan een gymzaal, wat geen ideale situatie is voor de doelgroep; Hier is sprake van veel leegstand en het gebouw scoort onder de maat. Totale renovatie en het gebouw passend maken is de meest logische aanpak. Echter: de school stopt per 1 augustus 2020. Met de schoolbesturen en het samenwerkingsverband is overleg over de opvang van de leerlingen in de huidige huisvesting, gecombineerd met SBO Poldervaart. Omdat hierover nog onduidelijkheid bestaat, wordt de maatregel voor transformatie opgenomen in het
Bron: Jan Schraven Advies, 2019 Zie bijlage VI voor leerlingenprognoses en ruimtebehoefte per school voor de komende jaren
55
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Poldervaart:
IHP om leerlingen op te kunnen nemen in dit gebouw. Dit in samenhang met de inpandig naastgelegen Poldervaart; Het gebouwdeel waar Poldervaart in zit, is kwalitatief op orde. Wel worden maatregelen voorgesteld voor verduurzaming om te komen tot een gezonde exploitatie. Daarbij dient integraal ook de relatie gelegd te worden met de ontwikkelingen rondom de inpandig naastgelegen Gelinckschool en eventueel ook met De Windas.
Tabel 32: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen scholen speciaal onderwijs 58
Kosten
Realisatie
Scenario
Bouwjaar
School
Ilex College
1958
Uitbreiden met circa 1000 m2 en upgraden
’21-‘24
4.460.828
Gelinckschool
1966
Transformeren
’25-‘28
2.980.845
Poldervaart
1966
Verduurzamen
’25-‘28
1.467.900
Investering
8.909.573
Analyse van de scholen voor voortgezet onderwijs Internationale VOS: Upgrade met aandacht voor functionele problemen, binnenklimaat en hygiëne; Stedelijk Gymnasium: Het gebouw is kwalitatief voldoende op orde en behoeft voorlopig geen maatregelen; Mavo Schravenlant XL: Na realisering van de nieuwbouw (2018) is er inmiddels door aantrekkende inschrijvingen ruimtetekort ontstaan. Daarom is de huisvesting aan de Van der Leeuwlaan nog niet afgestoten. Dit gebouw is echter slecht onderhouden vanwege de eerdere plannen om dit gebouw af te stoten. Achterstallig onderhoud moet op korte termijn worden opgepakt en er moet planontwikkeling voor de middellange termijn worden opgesteld. Als maatregel wordt algehele transformatie voorgesteld; Lyceum Schravenlant: Het gebouw is kwalitatief voldoende op orde en behoeft geen maatregelen; Spieringshoek: Het gebouw (uit 1970) vraagt om aandacht. De gemeente heeft in de afgelopen jaren enkele deelprojecten gefinancierd en ook het schoolbestuur zelf heeft geïnvesteerd in 1/3 gedeelte van het gebouw. In een breed overleg hebben zowel alle schoolbesturen VO als de gemeente aangegeven dat Spieringshoek binnen het IHP als eerste VO school aan de beurt zou moeten komen voor maatregelen.
Om niet verder achterop te komen bij de andere scholen voor voortgezet onderwijs heeft het schoolbestuur in 2018 mogelijkheden verkend en besproken om ingrepen op de kortst mogelijke termijn te realiseren. Op basis hiervan en na de overleggen over het IHP is de concessie gedaan niet te kiezen voor nieuwbouw (kosten 27 miljoen) maar juist voor een combinatie van upgrade/gedeeltelijke nieuwbouw 58
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
56
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
(kosten 22 miljoen). Dit betekent dat een nieuw gebouwdeel B aangebouwd wordt dat aansluit op gebouwdeel A ter vervanging van het huidige gebouwdeel B (inclusief gymzalen). Bovendien ziet het schoolbestuur mogelijkheden om het project te splitsen in de upgrade/vervangende nieuwbouw (gebouwdeel B) en de vervangende nieuwbouw van de gymzalen. In de businesscase wordt e.e.a. in een zo vroeg mogelijk stadium nader uitgewerkt. Lentiz LIFE College: Er is aandacht nodig voor de parkeerproblematiek, hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door de MBO-studenten. Het gebouw wordt intensief gebruikt wat leidt tot extra onderhoud als gevolg van slijtage; ProNova College: Er is ruimtetekort wat zich uit in functionele problemen. Het ruimtetekort is nu nog intern op te vangen. Op termijn is fysieke uitbreiding mogelijk noodzakelijk, maar dit is nog onzeker (de leerlingentelling van 2019 bleek lager dan geprognotiseerd). Daarom is hiervoor nog geen bedrag opgenomen in het IHP. Tabel 33: Totaaloverzicht en gewenste maatregelen scholen voortgezet onderwijs 59
Stedelijk gymnasium
1974
Door exploiteren
Mavo Schravenlant XL dep.
1964
Transformeren ivm noodzaak uitbreiding
Lyceum Schravenlant
2013
Doorexploiteren
Spieringshoek
1970
Spieringshoek
Kosten
Upgraden
Realisatie
1970
’29-‘32
1.100.925
’29-‘32
4.940.775
Upgraden/ gedeeltelijke nieuwbouw (Gebouwdeel B)
’25-‘28
17.000.000
1970
Upgraden/ gedeeltelijke nieuwbouw (Gymzalen)
’29-‘32
5.000.000
ProNova College
1955
Doorexploiteren
Lentiz LIFE College
2011
Doorexploiteren
Investering
59
Scenario
Bouwjaar
School Internationale VOS
28.041.700
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
57
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
4.5 Maatregelen/scenario’s De wijkanalyse, de kwaliteitsbeoordeling en urgentieweging hebben geleid tot een reeks van maatregelen per locatie per gebouw (zie voorgaande paragraaf). In bijlage III staat een compleet overzicht van maatregelen per locatie. Deze wijkanalyses, scenario’s alsmede de prioritering (wanneer) en de gekozen maatregelen (wat en hoe) kunnen bij de ontwikkeling van de achtereenvolgende vier uitvoeringsplannen (2021-2024, 2025-2028, 2029-2032 en 2033-2036) op basis van actuele gegevens en aanvullende onderzoeksmethodiek (op basis van zorgplicht, gebouwconditie (NEN 2767), technische, onderwijsinhoudelijke en financiële uitgangspunten) worden aangepast. De wijze waarop wordt opgenomen in de nieuwe huisvestingsverordening.
58
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
5
Financiële randvoorwaarden Het uitvoeren van alle in dit IHP genoemde maatregelen vergt een grote investering. De gemeente ontvangt voor deze wettelijke taak een rijksbijdrage in het gemeentefonds, maar deze is ontoereikend voor het volledig realiseren van de geformuleerde ambities. Ook de schoolbesturen ontvangen rijksmiddelen voor de materiële instandhouding van hun gebouwen. Voor de uitvoering van het IHP is het belangrijk om de financiële randvoorwaarden goed in beeld te brengen. Gemeente en besturen moeten de benodigde investeringen in samenhang en binnen de eigen begrotingssystematiek kunnen vormgeven. Een meerjarenplanning en een gedeelde langetermijnvisie op de instandhouding van bestaande onderwijshuisvesting, helpt gemeente en schoolbesturen bepalen hoe ze hun beschikbare middelen kunnen inzetten. Door belangen en wensen transparant te maken ontstaat helderheid over investeringen, haalbaarheid en beperkingen. Investeringsbehoefte onderwijshuisvesting De mogelijke investeringsbehoefte voor onderwijshuisvesting is gebaseerd op: • Leerlingenprognoses; • Huidige cpaciteit, kwaliteit en onderhoudsstaat schoolgebouwen; • Gezonde bedrijfsvoering schoolbesturen.
5.1 Uitkering gemeentefonds Via een algemene uitkering uit het Gemeentefonds ontvangt een gemeente financiële middelen om onder meer te kunnen voldoen aan de zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Een gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en investeringen in onderwijshuisvesting af te wegen tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden. De PO-raad heeft een rekenmodel ontwikkeld om inzicht te krijgen in de bedragen die gemeenten ontvangen voor hun huisvestingsplicht 60.
5.2 Gemeentebegroting In de gemeentebegroting zijn de beschikbare gegevens geanalyseerd om een beeld te krijgen van de jaarlijkse uitgaven aan onderwijshuisvesting (bijlage V).
5.3 Materiële bekostiging Bij de berekening van de bekostiging van scholen wordt naar twee componenten gekeken: personeel en materieel. De bekostiging is hoofdzakelijk gebaseerd op het aantal leerlingen, maar voor het primair en het voortgezet onderwijs gelden verschillende parameters die de hoogte van de 60
Zie: www.poraad.nl/ledenondersteuning/ toolboxen/huisvesting/besteding-onderwijshuisvesting
59
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
rijksbijdrage bepalen. De bedragen voor de materiële bekostiging staan in de ‘Regeling vaststelling bedragen programma's van eisen basisonderwijs’ en de ‘Regeling bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs’.
5.4 Bekostiging schoolbesturen Dit IHP gaat ervan uit dat de materiële component van de lumpsum voor primair- en voortgezet onderwijs toereikend is voor het in standhouden van een in normale toestand verkerend schoolgebouw. Onderzoeken uitgevoerd door Berenschot en de Onderwijsraad naar respectievelijk de programma’s van eisen voor materiële instandhouding (MI) en de lump sum-bekostiging doen hierover geen uitspraken. Indien blijkt dat het materiële deel van de lump sum onvoldoende is, behoort het tot de taak van de rijksoverheid om de vergoeding aan te passen. De Onderwijsraad beveelt daarom gemeenten om aan te evalueren of de bekostiging toereikend is.
5.5 Vaststellen van kosten en vergoedingen Raad bepaalt normbedragen huisvesting De onderwijswetten schrijven voor dat de gemeenteraad de normbedragen bepaalt voor de toegekende voorzieningen in de huisvesting. De normbedragen voor (permanente) nieuwbouw en (permanente) uitbreiding gaan uit van een sober, maar doelmatig gebouw dat voldoet aan de eisen in het Bouwbesluit. Deze normbedragen zijn voor de schoolbesturen taakstellend. Ze staan in de gemeentelijke verordening en worden jaarlijks geïndexeerd op basis van VNG-advies.
5.5.1 Opbouw normbedragen In 2018 heeft de VNG de normvergoeding voor huisvestingsvoorzieningen verhoogd met 40%. Maar de bijdrage vanuit het Gemeentefonds is niet verhoogd. De gemeenten zijn door het VNG geadviseerd hun normbedragen te verhogen en daarmee de dekking uit eigen middelen. Dit is een eerste stap om te berekenen wat het verschil is tussen de normbedragen en de werkelijke kosten voor een - volgens de wettelijke normen - sober en doelmatige huisvesting. Voor het vaststellen van de investeringskosten voor dit IHP is dus een andere berekening nodig dan die de VNG voorschrijft. De berekening van de normbedragen neemt de recente stevige prijsstijgingen gedeeltelijk mee, omdat dit een tijdelijke prijscorrectie is. Bij het opstellen van businesscases wordt ook gekeken naar de eigen bijdrage van schoolbesturen. Bij het maken van investeringsplannen en de individuele businesscases zal ook prijscorrectie conform de marktomstandigheden worden meegenomen. Omdat dit IHP uitgaat van een middellange termijn, is in dit IHP nog een meerjarige gemiddelde prijsstijging gehanteerd. Uit de onderbouwing door BDB 61 van het Kwaliteitskader volgt onderstaand normbedragenopbouw.
61
Stichting Bureau Documentatie Bouwwezen is een onafhankelijk kennisinstituut op het gebied van bouw(kosten)data. BDB levert voor de bouw de meest gangbare index
60
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Tabel 34: Vergelijking normbudgetten versus referentieniveaus en voorstel rekennorm 62
Referentie BENG (financiële analyse) pp 2019
BDB Basisreferentie niveau (Kwaliteits kader) pp 2018
Verschil tov VNG
€ 1.775
BDB Wettelijk referentie niveau (bouwbesluit 2015) pp 2017
VNG norm pp 2018
€/m2
€ 1.900
€ 2.282
€ 2.250
107%
128%
132%
Extra investering nodig De gemeente Schiedam hanteert nu de VNG-normvergoeding. Deze sluit niet aan bij de huidige wettelijke eisen. Bij de aanpak conform het Kwaliteitskader en de ambitie om duurzame kwaliteitsinvesteringen te doen, is bovenop het Bouwbesluitniveau een extra investering nodig. Het Bouwbesluit 2015 is bijvoorbeeld minder ambitieus qua binnenklimaat dan wat gebruikelijk is voor nieuwbouwprojecten. Daarbij komt de eis voor nieuwbouw om vanaf 2020 BENG als norm te hanteren. Dit betekent dus een forse aanpassing van de te hanteren normbedragen. Wettelijk gezien is de gemeente momenteel alleen verantwoordelijk voor (de bekostiging van) nieuwbouw en uitbreiding. Vanuit een kwaliteitsoogpunt is het niet wenselijk om geen regeling te hebben voor renovatie, of dat nu transformatie of upgrade betreft. Dit omdat deze maatregelen anders worden uitgesteld totdat er nieuwbouw gerealiseerd mag worden. Dat betekent dat medewerkers en kinderen meerdere jaren - soms decennia - in ondermaatse gebouwen werken zonder zicht op verbetering. Dit is zeer nadelig voor de kwaliteit van onderwijs. De huidige regelgeving geeft hier nog geen aanknopingspunten voor en laat dit over aan de gemeente.