CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Het Integraal Huisvesting Plan onderwijs 2021 – 2036

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Bespreekstuk: Raadsvoorstel haalbaarheidsonderzoek IKC Kethel22.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036 Goed onderwijs in duurzame schoolgebouwen Kaders, uitgangspunten en ambities

Maart 2020

1

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

Versiebeheer Datum 12 maart 2020 Versie 12.0

2

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

Inhoudsopgave 1 Samenvatting en leeswijzer

5

Leeswijzer

10

2 Een nieuw IHP

11

2.1 2.2 2.3

Kwaliteit van onderwijs Kwaliteit van onderwijshuisvesting Integrale benadering

11 11 12

3 Kaders, uitgangspunten, afspraken

13

3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.4

13 16 17 17 19 19 20 21 21 21

Uitdijend wettelijk kader Regionale aspecten: veel ‘buitenleerlingen’ Gemeentelijk beleid: ontwikkelingen en ambities Onderwijsbeleid Onderwijshuisvestingsbeleid Duurzaamheid Verkeer en bereikbaarheid Speelruimtebeleid Sport- en gymnastiekaccommodaties Afspraken met partners

4 Analyse, visie, strategie en aanpak

24

4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2

24 25 25 25 26 27 27 28 30 31 34 38 40 43 46 48 51 54 58

4.4.3 4.5

Methodiek: overleg schoolbesturen Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Bepalen maatregelen en urgentie Mogelijke maatregelen Urgentie Urgentieweging maatregelen: drie niveaus Visie, strategie en aanpak Spreiding onderwijsaanbod (VO/PO/SO) Primair onderwijs Nieuwland West Zuid Oost Kethel Groenoord Woudhoek Spaland/Sveaparken Voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs Maatregelen/scenario’s

3

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

5 Financiële randvoorwaarden

59

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6 5.7 5.8 5.9 5.9.1

59 59 59 60 60 60 62 63 63 65 66 66 66

Uitkering gemeentefonds Gemeentebegroting Materiële bekostiging Bekostiging schoolbesturen Vaststellen van kosten en vergoedingen Opbouw normbedragen Controle begroting schoolbestuur Kostenontwikkelingen Scenario’s Investering Kostenverdeling Financiering Financiering van investeringen

Bijlagen

68

Bijlage I: Weegfactoren Bijlage II: Resultaten onderzoeksmethodiek Bijlage III: Strategie en maatregelen Bijlage IV: Investeringsbegroting Bijlage V: Uitgaven onderwijshuisvesting in gemeentebegroting Bijlage VI: Leerlingenprognoses en ruimtebehoeften Bijlage VIIa+b: Overzicht gebouwen, capaciteit nu en na maatregelen voor leegstandsreductie Bijlage VIII: Scenario’s Bijlage IX: Gymnastiekaccommodaties Bijlage X: Herkomst leerlingen per school naar wijk Bijlage XI: Oriëntatie basisgeneratie per wijk naar school

69 70 71 73 74 75 80 82 83 84 85

4

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

1

Samenvatting en leeswijzer Gelijke kansen en sociale stijging voor jongeren en een goede onderwijskwaliteit van scholen staan centraal in het gemeentelijk onderwijsbeleid. Dit vraagt om een evenwichtig onderwijsaanbod met een goede stedelijke spreiding van sterk en kwalitatief goed onderwijs, gehuisvest in kwalitatief goede gebouwen. Aldus verwoord in de Strategische Agenda Onderwijs 2020–2024. Het nieuwe Integraal Huisvestingsplan 2021-2036 (IHP) maakt deel uit van deze Agenda.

Het IHP is een samenhangend langetermijnplan voor de huisvesting van de 31 scholen (en in een aantal gevallen hun dependances) voor primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs in Schiedam. Het is gemaakt in nauw overleg met schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs. Ook de vertegenwoordigers van kinderopvangorganisaties zijn in het traject enkele keren aangesloten maar hebben geen directe invloed gehad op keuze van maatregelen en scenario keuzes. Het IHP wordt door de gemeenteraad vastgesteld in 2020 maar kijkt vooruit tot in 2036 en maakt stappen - ook financieel - concreet in vier perioden van telkens vier jaar. Het vervangt het lopende IHP 2012-2027 en heeft een veel ruimere focus. Want naast de wettelijke gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting, is in dit IHP de relatie tussen goede en duurzame onderwijshuisvesting en de verbetering van de kwaliteit van onderwijs een belangrijk uitgangspunt. Toekomstvisie op Schiedams scholenlandschap Gemeente en gezamenlijke besturen voor onderwijs en kinderopvang hebben in dit IHP hun gedeelde visie op het scholenlandschap van de toekomst vastgelegd. Ze willen binnen afzienbare tijd een hoogwaardig en veelkleurig palet van onderwijs- en opvangvoorzieningen realiseren. Zodat alle kinderen en jongeren in de buurt van hun huis naar school of een Integraal kindcentrum kunnen.

In eigentijdse, frisse, goed toegeruste gebouwen.

Uitgangspunten IHP 1.

Gedeelde visie van gemeente en onderwijspartners Dit IHP is een gedeelde visie van gemeente, scholen en kinderopvangorganisaties op het onderwijs en het scholenlandschap van de toekomst. In het IHP staan uitgangspunten om te komen tot een goede spreiding van het onderwijsaanbod in de stad. Het IHP geeft daarnaast mogelijke scenario's voor de uitvoering van een aantal huisvestingsmaatregelen, inclusief fasering, gebaseerd op een duidelijke methodiek.

2.

De gemeenteraad is kaderstellend De gemeenteraad stelt het IHP als richtinggevende document vast. De vertaling van het IHP vindt plaats in vier achtereenvolgende uitvoeringsplannen (2021-2024, 2025-2028, 2029-2032 en 2033-2036) die de raad elk vier jaar, na overleg met de partners in het Op Overeenstemming Gericht Overleg, voor de komende periode vaststelt. Het eerste uitvoeringsplan (2021-2024) wordt in 2020 door de gemeenteraad vastgesteld.

5

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

3.

Dynamisch document Omstandigheden kunnen wijzigen. Het onderwijs is dynamisch. De manier van leren verandert en dus veranderen de eisen aan onderwijsgebouwen. Het gaat dan om groei, krimp, nieuwe onderwijsconcepten en duurzaamheid. Daarom is dit IHP richtinggevend, maar niet in beton gegoten. Het is een ‘dynamisch document’. Bij elke nieuwe periode van vier jaar overleggen gemeente en partners tijdig om te komen tot een nieuw uitvoeringsplan. Gebaseerd op afzonderlijke business cases per huisvestingsproject. Bij het vaststellen van een uitvoeringsplan kan de gemeenteraad dus afwijken van in dit IHP beschreven scenario’s, maatregelen en prioritering.

4.

Strategische keuzes, wettelijke kaders en een onderbouwd investeringsprogramma Door alle partners nauw te betrekken bij het tot stand komen van dit IHP maken zij samen strategische keuzes en afspraken die aansluiten op de wettelijke kaders. Het zorgt voor een duidelijk en onderbouwd inzicht in de benodigde bekostiging en de gevolgen op de meerjarenbegroting van gemeente, onderwijs- en opvangpartners. Een meerjarige planning en een gedeelde langetermijnvisie op de instandhouding van bestaande onderwijshuisvesting helpt gemeente en besturen bij het bepalen hoe ze hun beschikbare middelen kunnen inzetten. Door belangen en wensen transparant te maken ontstaat helderheid over investeringen, haalbaarheid en beperkingen.

5.

Samenhangende en integrale afweging Dit IHP geeft op stedelijk en wijkniveau een meerjarige kijk op de ontwikkeling van het onderwijs. Bij de samenhangende afspraken kunnen ook verbindingen worden gelegd met andere beleidsuitgangspunten en ontwikkelingen. Zowel bij de gemeente (aansluiting bij andere belangrijke stedelijke veranderingen om de integraliteit van de uit te voeren maatregelen te waarborgen) als bij schoolbesturen (afweging van investeringen in onderwijs en (huisvestings)onderhoud). Schoolbesturen maken onderling afspraken over leerlingontwikkeling en gevolgen hiervan voor de huisvesting. Gemeente, onderwijs- en kinderopvangpartners maken afspraken over de financiering van de in dit IHP genoemde huisvestingsmaatregelen.

6.

Vereenvoudigde en gestructureerde aanvraagprocedure Eenmaal vastgesteld is de uitvoering van alle maatregelen bekend en hoeft de gemeente niet te 'wachten' op (onverwachte) jaarlijkse huisvestingsvragen van schoolbesturen. De gelijktijdig met het IHP vast te stellen nieuwe verordening is leidend, maar zal gebaseerd zijn op de in dit IHP gemaakte afspraken tussen de partners.

Kaders IHP 1.

Status IHP Het IHP en de uitwerking daarvan worden verankerd in een nieuwe lokale verordening die hiermee de juridische basis vormen voor de uitwerking van de uitvoeringsplannen.

2.

Kwaliteitseisen Binnen het IHP is het Landelijk Kwaliteitskader voor Onderwijshuisvesting het beoordelingsinstrument voor de huidige gebouwkwaliteit van de Schiedamse scholen.

3.

Duurzaamheid Het IHP beschouwt verduurzaming als een investering, waardoor een gebouw een levensduur

6

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

krijgt van minimaal 25 jaar. Voor alle maatregelen geldt het uitgangspunt: ten minste Bijna Energieneutraal/BENG (conform vigerend bouwbesluit per 01-01-2021), (voorbereiding op ) gasloos en frisse scholen klasse C/B. Hogere ambities (van BENG naar ENG en Frisse scholen B/A) vergen extra investering. 4.

Onderwijshuisvestingsbeleid Gemeenten zijn verantwoordelijk voor investeringen in de huisvesting van primair en voortgezet onderwijs. In de uitwerking van de scenario's, de voorkeursmaatregelen en prioritering is in het IHP bepaald hoe er met investeringen wordt omgegaan. In het IHP leggen gemeenten en schoolbesturen hun gedeelde visie op het scholenlandschap van de toekomst vast. Er is zowel stedelijk als per wijk aandacht voor de ambities: • Evenwichtig onderwijsaanbod; • Goede spreiding; • Afspiegeling school en wijk; • Solide schoolomvang; • Capaciteit; • (Bouwtechnische) Kwaliteit; • Duurzaam en fris.

5.

Ontwikkeling Integrale kindcentra (IKC) • De gemeente wil de verdere uitwerking van deze school bestuurlijke verantwoordelijkheid ondersteunen door in het IHP eventuele belemmeringen weg te nemen. Het nieuwe IHP houdt bij de berekening van de benodigde vierkante meters bruto vloeroppervlak (bvo) rekening met het gebruik van ruimten door IKC-partners (zoals organisaties voor kinderopvang en peuteropvang met voorschoolse educatie); • Voor elk schoolgebouw is bepaald hoeveel vierkante meters IKC-partners gebruiken. Dit aantal is afgetrokken van het totaal aantal vierkante meters met als resultaat de nettocapaciteit voor onderwijsgebruik. Dit is bepalend voor het berekenen van leegstand en ruimtegebruik van het betreffende gebouw; • De verdere ontwikkeling van IKC's in bestaande schoolgebouwen is hiermee geborgd. Bij renovatie en nieuwbouw kan al in de ontwerpfase rekening gehouden worden met de IKContwikkeling en worden IKC-partners uitgenodigd voor een bijdrage aan de realisatie van het ontwerp, de inrichting en financiering binnen de te ontwikkelen businesscase; • De gemeente betaalt de noodzakelijke investering voor de huisvesting van de (kinder)opvangvoorziening op voorwaarde dat er een meerjarige overeenkomst ligt tussen de IKC-partners (opvangorganisatie en schoolbestuur).

6.

Passend onderwijs • De gemeente sluit wat betreft regels voor investeringen in huisvestingsvoorziening aan bij landelijke regelgeving rond Passend onderwijs; • In afwachting van deze regels maken gemeente en schoolbesturen in voorkomende situaties afspraken over bekostiging van investeringen in het kader van Passend onderwijs.

7.

Afspraken met partners • Er wordt niet gebouwd voor leegstand, de schoolgebouwen moeten goed gevuld zijn en blijven. Over dit uitgangspunt bestaat overeenstemming. Schoolbesturen komen op basis van een collectieve verantwoordelijkheid zelf met een plan hoe zij op wijkniveau (voor primair onderwijs) en stedelijk/regionaal niveau (voor voortgezet onderwijs) willen omgaan met groei, krimp, ontwikkeling van leerling stromen, onderwijsontwikkelingen en

7

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

ontwikkelingen in buurgemeenten. Rekening houdend met de individuele scholen. Hun plan is gebaseerd op de meest actuele data en prognoses; • Indien de schoolbesturen niet tot afspraken kunnen komen over bovenstaande, geldt de gemeentelijke verordening. De gevolgen van deze afspraken zijn: Bij realisatie van de per school bijbehorende huisvestingscapaciteit, maken schoolbesturen geen aanspraak op uitbreiding; Voor het primair onderwijs geldt dat leerlingen uit de wijk van de school voorrang hebben op leerlingen uit andere wijken of andere gemeenten; Scholen in het primair onderwijs werken niet met wachtlijsten en nemen alleen kinderen van elkaar over als dit noodzakelijk is in het belang van het kind; Bij het primair onderwijs is de prognose per wijk leidend voor het aantal vierkante meters per wijk. Dit uitgangspunt van het IHP leidt tot goede school/IKC-gebouwen zonder leegstand. Vierkante meters kunnen alleen toenemen als ook de prognose op wijkniveau groei laat zien; In de wijken/de stad worden scholen voor primair en voortgezet onderwijs niet uitgebreid als elders in de wijk/de stad voldoende ruimte beschikbaar is; In principe zijn de wettelijke uitvoeringstaken voor de gemeente gericht op de huisvesting van Schiedamse leerlingen.

Voor het voortgezet onderwijs ligt dit wat genuanceerder dan voor het primair onderwijs omdat meer leerlingen uit omliggende gemeenten naar Schiedamse scholen voor voortgezet onderwijs gaan en omdat Schiedamse leerlingen naar scholen voor voortgezet onderwijs in omliggende gemeenten gaan. De gemeente ontvangt van het rijk wél bekostiging voor leerlingen die naar Schiedamse scholen voor voortgezet onderwijs gaan en niet voor leerlingen die van buiten de gemeente naar Schiedamse scholen voor primair onderwijs gaan (‘buitenleerlingen’); Besturen zijn bereid om verdergaande samenwerking aan te gaan om eventuele problemen (bijvoorbeeld over plaatsing van leerlingen, de positie van buitenleerlingen, omgaan met leegstand) op te lossen. Hierdoor is maximale regie op de huisvesting mogelijk; Besturen geven elkaar heldere informatie over mogelijke knelpunten. Als doorverwijzen niet lukt, dan bespreken zij onderling hoe ze dat samen oplossen. Schoolbesturen en gemeente maken afspraken hoe ze dit borgen; Bestuurders spreken elkaar aan als iemand afwijkt van de gemaakte afspraken. Dit betekent dat de 'gezamenlijke besturen' gesprekspartner van de gemeente zijn als het gaat om onderwijshuisvesting.

Er worden geen bilaterale afspraken meer gemaakt tussen individuele scholen en de gemeente; Bovenschoolse projecten in Schiedam, die een regionale voorziening zijn (bijvoorbeeld project Inzicht), vallen niet onder de wettelijke huisvestingstaken van de gemeente. Ze zouden mede bekostigd moeten worden door grensgemeenten wiens leerlingen gebruik maken van deze voorzieningen. Hierover lopen gesprekken in het Regionaal wethouder overleg Onderwijs MVS. 8.

Maatregelen • Mogelijke maatregelen zijn: Doorexploiteren; Verduurzamen; Renovatie: Upgrade; Renovatie: Transformatie; Uitbreiding; Nieuwbouw.

8

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

•

9.

Vaststellen maatregel: Op basis van de kwantitatieve gegevens zoals de leerlingenprognoses, exploitatiegegevens, omvang van de huidige gebouwen en de kwalitatieve gegevens uit het (online) kwaliteitsonderzoek, krijgt elk schoolgebouw een totaalscore toegekend; Voor elk gebouw is een maatregel bepaald die noodzakelijk is om op efficiënte wijze het verschil op te heffen tussen het huidige en minimaal gewenste kwaliteitsniveau; Het IHP is dynamisch. De uitvoeringsplannen kunnen op basis van actualiteit en businesscases aangepast worden bij de ontwikkeling van de uitvoeringsplannen.

Scenario's en prioritering • In dit IHP staat, op basis van criteria en afwegingskader, per schoolgebouw aangegeven wanneer deze in aanmerking komt voor het uitvoeren van een maatregel met bijbehorende strategie. Voor het eerste uitvoeringsplan 2021–2024 is deze prioritering en het soort maatregelen leidend. Toch kan hierbinnen gefundeerd worden afgeweken. Verandering van randvoorwaarden vereist een nieuwe businesscase op basis waarvan gemeente en betrokken partners besluiten over scenario en prioritering; • Voor besluitvorming over de daaropvolgende drie uitvoeringsplannen zal de in het IHP gehanteerde methodiek en prioritering geëvalueerd worden. Op basis hiervan kan op verzoek van de partners een aanvullende methodiek gekozen worden. Gebaseerd op zorgplicht, gebouwconditie (NEN2767), technische, onderwijsinhoudelijke en financiële uitgangspunten. Dit kan binnen de achtereenvolgende drie uitvoeringsplannen leiden tot een aangepaste prioritering, gekozen maatregel of financiering. De uitwerking hiervan vindt plaats ruim voor de inwerkingtreding van het tweede uitvoeringsplan (2025–2028).

10. Wijkanalyses • Schoolbesturen van het primair onderwijs hebben op basis van een aantal criteria en uitgangspunten per wijk een analyse gemaakt van knelpunten per onderwijslocatie in relatie tot de wijk en gewenste oplossingen en maatregelen. Ze hebben op basis hiervan een uitvoeringsstrategie opgesteld. Met het definitief vaststellen van de wijkstrategieën (zoals beschreven in dit IHP) worden deze leidend voor de verdere uitvoering. Ook hiervan kan voor de achtereenvolgende uitvoeringsplannen gefundeerd worden afgeweken op basis van de meest actuele cijfers en ontwikkelingen (businesscases); • Met de schoolbesturen van het voortgezet onderwijs zijn soortgelijke gesprekken gevoerd, gericht op stedelijk niveau en de eigen specifieke situatie van elke school. 11. Investering en fasering • In zowel de wijkstrategieën als de prioriteitenlijst staan investeringen benoemd. De mogelijkheid tot het leveren van een eigen bijdrage wordt per project onderzocht in een uitgewerkte businesscase voor de projecten tot vier jaar vooruit.

Hierin staat een verdere specificering van de exact te nemen maatregel (haalbaarheidsstudie), alsmede een project specifieke financiële onderbouwing over de bekostiging door gemeente, schoolbestuur en andere partners; • Het IHP wordt vastgesteld voor zestien jaar met vier afzonderlijke uitvoeringstrajecten: 2021-2024, 2025-2028, 2029-2032 en 2033-2036; • De doorlooptijd van de financiering is gebaseerd op deze zestien jaar en vier uitvoeringstrajecten, waarbij de laatste periode van vier jaar vooral een uitloopjaar is voor op dat moment nog niet afgeronde projecten; • Voor de schoolbesturen gelden de wettelijke kaders wat betreft rechtmatigheid en doelmatigheid van beschikbare middelen.

9

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

Niet ad hoc en ieder voor zich, maar structureel en samen Werken met dit nieuwe IHP is een heel andere uitwerking van de gemeentelijke huisvestingstaken. Niet langer via een verordening ‘wachten’ op (onverwachte, jaarlijkse) huisvestingsaanvragen van schoolbesturen, maar uitgaan van een breed inzoomen op gezamenlijke verantwoordelijkheid, meerjarige onderhoudsplanning en het combineren van beschikbare middelen bij gemeente en schoolbesturen. Door goed onderhoud en tussentijdse aanpassingen zal (dure) nieuwbouw minder noodzakelijk zijn en ondersteunen de gebouwen het onderwijs.

IHP loopt vooruit op wetgeving •

In de huidige wetgeving is geregeld dat het onderhoud (binnen en buiten) een verantwoordelijkheid is van de schoolbesturen en dat de gemeente verantwoordelijk is voor (vervangende) nieuwbouw. Het is in deze wetgeving onduidelijk wie verantwoordelijk is voor renovatie. In nieuwe wetgeving rond de (verplichte) vaststelling van een gemeentelijk IHP is de verantwoordelijkheidsverdeling voor renovatie van gebouwen een belangrijk onderdeel. Ons nieuwe IHP loopt dus vooruit op deze wetgeving. Het geeft ook inzicht in de verscherpte kwaliteitseisen voor schoolgebouwen als het gaat om de verduurzaming van het gebouwenbestand.

•

In de loop van 2020 kan het, door nieuwe wetgeving, eenvoudiger worden om nieuwe scholen op te richten. De rol van de gemeente wordt daarmee beperkt tot het verzorgen van huisvesting na (landelijke) goedkeuring van aanvragen. De in het IHP vastgelegde meerjarige afspraken met en door de Schiedamse schoolbesturen maakt een evenwichtige spreiding en aanbod van onderwijs in de stad mogelijk. Het IHP: • Geeft een breed gedragen inzicht in de behoefte en kwaliteit van de onderwijshuisvesting 2021-2036; • Is kaderstellend voor het overleg met de schoolbesturen over aanvraag en uitvoering van huisvestingsprojecten; • Fungeert als onderlegger voor de gemeentelijke meerjarenbegroting.

Leeswijzer Dit IHP schetst eerst kort het wettelijke kader en de relevante landelijke ontwikkelingen, in samenhang met en als integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid (hoofdstuk 2). De kaders en uitgangspunten staan beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 presenteert de resultaten van de kwaliteitsanalyse en de uitkomsten van het overleg over de spreiding van het onderwijsaanbod. Dit leidt tot een overzicht van maatregelen per locatie/gebouw. Hoofdstuk 5 beschrijft de financiële consequenties hiervan en het overzicht van maatregelen is vertaald in een meerjareninvesteringsprogramma met begroting. Daarbij gaat het IHP tevens in op de mogelijkheden om tot een sleutelverdeling van kosten te komen tussen gemeente en partners door het gezamenlijk ontwikkelen van businesscases per project. Dit IHP eindigt met een set bijlagen ter onderbouwing.

10

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

2

Een nieuw IHP De samenleving, Schiedam en het onderwijs veranderen snel. Daarom is het belangrijk om een samenhangend langetermijnplan te maken voor de huisvesting van Schiedamse scholen. Dit IHP gaat over de onderwijshuisvesting van in totaal 31 scholen en hun dependances voor primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs in Schiedam. Het kijkt vooruit tot 2036 en maakt stappen concreet in vier perioden van telkens vier jaar.

2.1 Kwaliteit van onderwijs Schoolbesturen zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. De gemeente Schiedam kan en wil hierbij een belangrijke rol spelen. De gemeente vindt het belangrijk dat elk kind zijn of haar talenten volledig kan ontwikkelen en subsidieert scholen, instellingen en organisaties die dit mogelijk maken. De gemeente en schoolbesturen hebben de afgelopen jaren intensief overlegd. Vertegenwoordigers vanuit de kinderopvang waren bij de gesprekken aanwezig in verband met de ontwikkeling van Integrale kindcentra (IKC). Gezamenlijke ambities De gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties hebben een aantal ambities op het gebied van onderwijs, zorg, sociale veiligheid en (talent)ontwikkeling geformuleerd. Naast de ontwikkeling van de Strategische Agenda Onderwijs 2020-2024 heeft dit tevens geleid tot een gezamenlijke visie op evenwichtig onderwijsaanbod in Schiedam.

2.2 Kwaliteit van onderwijshuisvesting De gemeente Schiedam heeft in het verleden vaker gebruik gemaakt van een integraal of strategisch huisvestingsplan om haar beleid ten aanzien van haar wettelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting te structureren. Het plan geeft inzicht in de behoefte en kwaliteit van de schoolgebouwen, en is kaderstellend voor het overleg met de schoolbesturen. Tevens fungeert het plan als onderlegger voor de gemeentelijke meerjarenbegroting. De gemeenteraad heeft 15 december 2011 het lopende IHP 2012-2027 vastgesteld. Veel van de in dit plan genoemde projecten zijn inmiddels gerealiseerd. Ontwikkelingen in de afgelopen jaren maken dat er behoefte is aan een nieuw geactualiseerd huisvestingsplan voor de periode 2020 en verder: • In de afgelopen jaren hebben schoolbesturen proactief ingespeeld op actualiteiten door het uitwisselen van bestaande onderwijslocaties (in Zuid en Groenoord) en het overnemen van scholen (door een dreigend faillissement van één van de schoolbesturen); • De gemeente heeft veel geïnvesteerd in onderwijshuisvesting. Toch staan gemeente, schoolbesturen en kinderopvangpartners de komende jaren voor een grote opgave: een toekomstbestendige huisvesting van scholen die aansluit bij de behoefte in de stad;

11

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

•

Bij de totstandkoming van dit nieuwe IHP is ook rekening gehouden met de op handen zijnde wetgeving rond de verplichte vaststelling van een gemeentelijk huisvestingsplan en de aangepaste verantwoordelijkheidsverdeling voor renovatie van gebouwen. Het plan geeft bovendien inzicht in de verscherpte kwaliteitseisen voor schoolgebouwen als het gaat om de verduurzaming van het gebouwenbestand.

2.3 Integrale benadering Kwalitatief goede onderwijshuisvesting is geen doel op zich; het hangt samen met demografische en economische (arbeidsmarkt voor onderwijzend personeel!) ontwikkelingen, de kwaliteit van onderwijs en met actuele Schiedamse ontwikkelingen zoals: • De ontwikkeling van de nieuwe Stadsvisie; • Een aantal ingrijpende stedelijke projecten: De ontwikkeling van de A20-zone met aansluitend de ontwikkeling van de wijk Oost rondom basisschool De Peperklip; Het energieneutraal maken van de wijk Groenoord; Ontwikkelingen in het westelijk havengebied Merwehaven.

12

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

3

Kaders, uitgangspunten, afspraken Er zijn heel wat wettelijke kaders, afspraken en beleidsuitgangspunten relevant voor het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente Schiedam. Een overzicht.

3.1 Uitdijend wettelijk kader Zorgplicht De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting op haar grondgebied. Dit staat in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de Expertise Centra (WEC) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). De gemeente heeft deze wet vertaald in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Jaarlijkse aanvragen Schoolbesturen kunnen jaarlijks aanvragen bij de gemeente indienen voor: • (Vervangende) nieuwbouw; • Uitbreiding; • Eerste inrichting (inventaris en leermiddelen); • Schade als gevolg van constructiefouten; • Schade als gevolg van bijzondere omstandigheden.

Eigendom De onderwijswetgeving gaat er van uit dat het (juridisch) eigendom van schoolgebouwen bij het schoolbestuur ligt, tenzij het schoolbestuur en gemeente anders zijn overeengekomen. Op schoolgebouwen die zijn bekostigd met overheidsmiddelen rust een economisch claimrecht ten gunste van de gemeente. Dit houdt in dat een schoolbestuur zijn gebouwen niet mag bezwaren of verkopen en dat het schoolbestuur bij beëindiging van het onderwijsgebruik het onderwijsgebouw en -terrein om niet overdraagt aan de gemeente. Gebouwonderhoud De verantwoordelijkheid voor het volledige gebouwonderhoud, als ook aanpassingen aan een schoolgebouw, ligt volledig bij de schoolbesturen (voortgezet onderwijs sinds 2005, primair onderwijs sinds 2015). De schoolbesturen ontvangen voor deze verantwoordelijkheid rechtstreeks bekostiging van het rijk. Kwaliteitseisen onderwijshuisvesting Er zijn verschillende wettelijke eisen en richtlijnen waaraan schoolgebouwen moeten voldoen: • Beschikbaarheid vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling (zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO 1); • Bouwbesluit; • Wet Milieubeheer; • Frisse scholen; • Onderwijswetgeving: schoolbesturen moeten hun gebouwen behoorlijk onderhouden. 1

https://wetten.overheid.nl/BWBR0008562/2014-01-01

13

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

Omdat de kwaliteitseisen voor onderwijsgebouwen zijn vastgelegd in allerlei verschillende wetten, regels en richtlijnen hebben VNG, PO- en VO-Raad samen met het Kenniscentrum Onderwijshuisvesting (Ruimte-OK) een Landelijk Kwaliteitskader voor Onderwijshuisvesting vastgesteld. Dit is bedoeld als praktische handreiking voor het lokaal overleg tussen gemeente en schoolbesturen, bijvoorbeeld voor het uitwerken van nieuwbouw- of renovatieplannen. Instrument beoordelen gebouwkwaliteit Dit IHP gebruikt het Landelijk Kwaliteitskader voor Onderwijshuisvesting als instrument bij het beoordelen van de huidige gebouwkwaliteit van de Schiedamse scholen.

Bouwbesluit Alle nieuwbouw moet voldoen aan het Bouwbesluit. Voor bestaande bouw geldt dat bij een verbouwing moet worden voldaan aan het prestatieniveau ‘rechtens verkregen niveau’. Hierbij gelden de voorschriften voor bestaande bouw als ondergrens en de voorschriften voor nieuwbouw als bovengrens. Praktisch gezien betekent dit dat de situatie na de bouwkundige ingreep niet slechter mag zijn dan voor de verbouw. Voor een aantal aspecten (bijvoorbeeld isolatie) geeft het Bouwbesluit specifieke prestatie-eisen voor verbouw. In 2015 is het Bouwbesluit voor kantoor- en schoolgebouwen aangescherpt op de energieprestatie-eisen en de isolatiewaarde voor gevels en daken. Duurzaamheid, BENG & Aardgasvrij Duurzaamheid is een centraal thema in de samenleving. Duurzame ontwikkeling sluit aan op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Het streeft naar evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Voor alle nieuwbouw geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie-neutrale gebouwen (BENG). Er komt een nieuwe beoordelingsrichtlijn (NTA 8800) voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw. BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit Europese richtlijnen.

De BENG-eisen vervangen en verscherpen de huidige energieprestatie coëfficiënt (EPC) uit de omgevingsvergunning. Als resultaat van het Klimaatakkoord zet Nederland in op een energiezuinige samenleving, met in 2050 een reductie van 80% CO2 ten opzichte van het referentiejaar 1990. Vanuit de Energieagenda krijgen gemeenten de regierol in deze transitie van de warmtevoorziening, om te komen tot lokale (onder andere wijkgerichte) en regionale energietransitie plannen. Elke gemeente dient daarvoor uiterlijk 2021 een plan in te dienen voor een transitie naar aardgasvrije verwarming van de gebouwde omgeving - dus ook scholen. Nieuwe energie-eisen, hogere normbedragen In dit nieuwe IHP leiden de nieuwe, aangescherpte energie-eisen tot hogere normbedragen voor de financiële doorrekening van de maatregelen per gebouw.

Omgevingswet In 2021 treedt de Omgevingswet in werking; deze wet bundelt een groot aantal bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur evenals een aantal Algemene Maatregelen van Bestuur. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving vervangt in de nieuwe wet het

14

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

huidige Bouwbesluit. De belangrijkste wijzigingen: naast de regels uit het huidige Bouwbesluit zijn ook regels uit het Besluit energieprestatie gebouwen, het Asbestverwijderingsbesluit en het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval opgenomen. Ontwikkelingen; akkoord PO/VO-Raad en VNG De PO-raad, VO-raad en VNG hebben samen voorstellen uitgewerkt en aangeboden aan het kabinet. Zij stellen voor om drie, onderling met elkaar samenhangende wetswijzigingen door te voeren: 1. Neem in de wet de voorziening ‘renovatie’ op als alternatief voor vervangende nieuwbouw (upgrade/renovatie is een ingreep die de levensduur van een schoolgebouw met minimaal twintig jaar verlengt en het gebouw weer laat voldoen aan de geldende eisen van het Bouwbesluit). De voorziening renovatie krijgt een juridische status; uitgangspunt is dat schoolbesturen en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn en bijdragen in de financiering. Gemeente en schoolbestuur kunnen hierdoor, als een gebouw aan het einde van de levensduur is, het schoolgebouw renoveren in plaats van slopen en herbouwen. Dit is duurzamer en maakt betere afstemming van de onderhoudsplanning van schoolbesturen en een efficiënte exploitatie mogelijk; 2. Hef het verbod op voor schoolbesturen in het primair onderwijs om te investeren in huisvesting (zoals al eerder is gedaan voor het voortgezet onderwijs); 3.

Neem in de wet op dat gemeenten een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) vaststellen, waarvan de eerste vier jaar juridisch verplichtend zijn. Zo krijgen schoolbesturen en gemeenten meerjarig inzicht krijgen in de benodigde investeringen. Het kabinet bestudeert momenteel deze voorstellen; het is nog onduidelijk wanneer de gewenste wetgeving tot stand komt. Intussen kunnen de gemeenten wel met schoolbesturen afspraken maken over de status van een IHP, renovatie van schoolgebouwen en de verdeelsleutel van kosten. Status nieuwe IHP De onderwijswetgeving gaat uit van een jaarcyclus en voorziet niet in de mogelijkheid van een financiële meerjarenplanning. In de praktijk blijkt echter dat zowel gemeente als schoolbesturen hieraan juist wel behoefte hebben. Ondanks dat een IHP dus geen juridische status heeft, is het op verschillende manieren wel mogelijk om aan een door de gemeenteraad vastgesteld IHP consequenties te verbinden voor de fasering van de uitvoering en de investeringskosten. In overleg met de schoolbesturen is ervoor gekozen om het IHP juridisch te verankeren in de gemeentelijke verordening. Een voorstel daartoe is in voorbereiding en wordt separaat met de behandeling van dit nieuwe IHP gepresenteerd.

Passend onderwijs In het schooljaar 2014-2015 is Passend onderwijs ingevoerd. Passend onderwijs is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het is een stelselwijziging in het onderwijs met als doel dat leerlingen met een extra zorgbehoefte een ‘passende’ plek krijgen binnen het onderwijs. Passend onderwijs stelt eisen aan schoolgebouwen. Zo kan het noodzakelijk zijn om voorzieningen te treffen om kinderen met lichamelijke- en/of gedragsproblemen onderwijs te kunnen bieden. Over de bekostiging van de huisvesting van Passend onderwijs bestaat nog veel onduidelijkheid. Het ministerie heeft geen richtlijn opgesteld voor huisvestingskosten en de VNG heeft nog geen voorstel gedaan voor de aanpassing van de verordening onderwijshuisvesting.

15

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

3.2 Regionale aspecten: veel ‘buitenleerlingen’ Er is op het gebied van onderwijshuisvesting geen intensieve samenwerking en afstemming tussen de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Ondanks dat diverse schoolbesturen de gemeentegrenzen overstijgen en veel (ouders/verzorgers van) kinderen en jongeren zich bij hun schoolkeuze ook niet aan de gemeentegrenzen houden. Na een verkenning bleek echter dat bij zowel gemeenten als schoolbesturen nog onvoldoende draagvlak is voor verdere uitwerking van de doordecentralisatie (= volledig overdragen van de - ook financiële - verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting - ook nieuwbouw - van gemeente naar schoolbesturen). De drie gemeenten zijn vervolgens onafhankelijk van elkaar een proces gestart om te komen tot een eigen IHP. Bij de totstandkoming van het Schiedamse IHP is in Maassluis alsnog het gesprek met de schoolbesturen gestart om te komen tot doordecentralisatie. In Vlaardingen is een IHP ontwikkeld maar nog niet door de Vlaardingse gemeenteraad vastgesteld. Regionale onderwijsbehoeften en ‘buitenleerlingen’ Zowel voor het primair- als voortgezet onderwijs in Schiedam geldt dat een aantal scholen veel leerlingen opvangen van buiten de stad: 1.

In het primair onderwijs gaat het om de basisscholen in wijk Oost (ruime opvang van Rotterdamse leerlingen) en de beide basisscholen voor Islamitisch onderwijs (ruime inschrijving van leerlingen uit Vlaardingen, Maassluis en Delft); 2. In het voortgezet onderwijs gaat het met name om Life College, Mavo Schravenlant XL, Lyceum Schravenlant en Sg Spieringshoek en voor scholen voor praktijk- en voortgezet speciaal onderwijs en bovenschoolse voorzieningen, te weten: • ProNova College, school voor praktijkonderwijs; • De Internationale Schakelklas: bovenschoolse voorziening met een administratieve positionering bij Vlaardings Openbare Scholengroep (VOS); • Inzicht: bovenschoolse voorziening, samenwerkingsproject van de regionale VOschoolbesturen en het Samenwerkingsverband VO NWN; • Ilex college: een regionale VSO-school van de Yulius groep. Dat Schiedam zich mag verheugen in de aanwezigheid van relatief veel buitenleerlingen, is in het verleden wel benoemd als een positieve ontwikkeling. Blijkbaar is de kwaliteit van Schiedamse scholen en voorzieningen aantrekkelijk voor ouders en verzorgers die op zoek zijn naar goed onderwijs voor hun kinderen. Deze situatie is ook ontstaan door andere factoren. Vooral voor huisvesting van bovenschoolse voorzieningen bleek in de MVS-regio geen goede ruimte beschikbaar.

Aanvragen voor Islamitisch basisonderwijs in omliggende gemeenten, zoals Vlaardingen, strandden meerdere malen. ‘Buitenleerlingen’ en financiering Zowel voor het primair- als voortgezet onderwijs in Schiedam geldt dat een aantal scholen veel leerlingen opvangen van buiten de stad. In het primair onderwijs tellen zij niet mee voor de huisvestingsbekostiging door het rijk. Voor het voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs is de rijksvergoeding aan de gemeente wel gekoppeld aan het in de gemeente ingeschreven aantal leerlingen.

16

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

De gemeente Schiedam heeft in het regionale portefeuillehouders overleg Onderwijs aandacht gevraagd voor twee zaken: de problematiek die ontstaat door leerlingen uit buurgemeenten en het belang van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het bieden van goede huisvestingsvoorzieningen voor specifieke groepen leerlingen. De uitwerking en strategie per wijk en school (zie paragraaf 4.4 e.v.) geeft inzicht in deze leerlingenstromen en eventuele afspraken die hieromtrent worden gemaakt.

3.3 Gemeentelijk beleid: ontwikkelingen en ambities Achtereenvolgende Schiedamse colleges hebben veel geïnvesteerd in onderwijs. Dit heeft zijn vruchten afgeworpen. De schoolprestaties van leerlingen zijn verbeterd en de scholen ontvangen van de Onderwijsinspectie goede rapporten.

3.3.1 Onderwijsbeleid In Schiedam is veel aandacht voor het creëren van meer mogelijkheden voor sociale stijging en maatschappelijke carrière. Schiedammers moeten goed worden opgeleid, zodat zij in staat zijn in hun eigen onderhoud te voorzien. Kwalitatief goed onderwijs draagt hier in belangrijke mate aan bij. • Een leven lang leren is een voorwaarde voor innovatie; • (Meer en gerichter) experimenteren met nieuwe onderwijsvormen; • Jongere generatie voorbereiden op de toekomst; • Betere aansluiting onderwijs op de arbeidsmarkt; • Betere afstemming tussen onderwijs en de aanbieders en gebruikers van (jeugd)zorg. Schoolgebouwen kunnen hoogwaardig en kwalitatief goed onderwijs ondersteunen en versterken.

Strategische Agenda Onderwijs 2020–2024 In 2019 hebben gemeente, onderwijs en maatschappelijke (opvang en zorg) partners de Strategische Agenda Onderwijs 2020–2024 ontwikkeld met aandacht voor de thema’s: • Kwaliteiten en opbrengsten; • Sociale veiligheid; • Aansluiting onderwijs en (jeugd)zorg; • Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt; • Brede vorming; • Onderwijshuisvesting. Op basis van gedeelde ambities en beschrijving van een gewenste situatie maken gemeente en haar partners (onderwijs, kinderopvang en zorg) uitvoeringsplannen die kunnen dienen als onderlegger voor subsidieverstrekking vanaf 2021. Dit IHP mag gezien worden als een uitvoeringsplan van het thema Onderwijshuisvesting. Passend onderwijs De gemeente wil voor regels voor investeringen in huisvestingsvoorziening, aansluiten bij landelijke regelgeving rond Passend onderwijs. In afwachting op deze regels maken gemeente en schoolbesturen in voorkomende gevallen afspraken over bekostiging van investeringen in het kader van Passend onderwijs.

17

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

Ontwikkelingen Integrale kindcentra (IKC) In het verleden maakte de ontwikkeling van IKC’s meerdere malen deel uit van collegeprogramma’s en gemeentebegrotingen. IKC’s kunnen de pedagogische en educatieve infrastructuur binnen scholen verbeteren. Een IKC kan gezien worden als een vervolg op de brede school-ontwikkeling. Bij een brede school hoeft echter, ondanks gemeenschappelijke voorzieningen, geen sprake te zijn van een krachtige pedagogische omgeving. Gescheiden organisatorische regels, belangen en verantwoordingsmechanismen houden de organisatorische verdeling tussen instellingen in stand. De gemeente wil de verdere uitwerking van deze bestuurlijke verantwoordelijkheid van scholen ondersteunen door in dit IHP eventuele belemmeringen weg te nemen. Het houdt daarom bij de berekening van de benodigde vierkante meters BVO rekening met ruimten die IKC-partners (organisaties voor kinderopvang en peuteropvang met voorschoolse educatie) gebruiken. Tabel 1: Maatschappelijke voorzieningen in Schiedamse schoolgebouwen, bestaande uit kinderopvang, peuteropvang en bibliotheekvoorzieningen (exclusief gymzaal) 2

2

Schoolnaam

m2 welzijn

Schoolnaam

m2 welzijn

Ababil

161

Regenboog

179

Ababil dependance

321

Singel

305

Blink IKC

177

Singel (dependance B.B.)

876

El Furkan

240

Singel (dependance Gal.)

137

Kaleidoscoop

174

Sint Bernardus

108

IKC Kethel

109

Sint Jozef

73

Kleurrijk

28

Sint Jozef (dependance)

51

Kleurrijk (dependance)

97

Sint Willibrordus

396

Klinker

245

Startblok

183

Lentiz | LIFE College

231

Taaltuin

506

Loep

123

Violier

376

Montessori Schiedam

183

Vlinder (dependance)

55

Peperklip

39

Wieken

244

Poldervaart

22

Windas

182

Bron: Kontek, 2018

18

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

Voor elk schoolgebouw is bepaald wat de noodzakelijke bruto capaciteit is (m2 totale oppervlakte – m2 gebruikt door IKC-partners). De uitkomst is dan de netto capaciteit voor onderwijsgebruik. Deze netto capaciteit is bepalend voor het berekenen van leegstand en ruimtegebruik. De verdere ontwikkeling van IKC’s in bestaande schoolgebouwen is hiermee geborgd. Bij renovatie en nieuwbouw kan in de ontwerpfase al rekening gehouden worden met de IKC-ontwikkeling en worden IKC-partners uitgenodigd om bij te dragen aan de realisatie. Hierbij doet de gemeente de noodzakelijke investering voor de huisvesting op voorwaarde dat er een meerjarige overeenkomst ligt tussen de IKC-partners (opvangorganisatie en schoolbestuur).

In een IKC staat niet het voorzieningenstelsel, maar het kind centraal.

3.3.2 Onderwijshuisvestingsbeleid De kwaliteit van de onderwijshuisvesting is over het algemeen in orde. In de afgelopen jaren is een aantal scholen gehuisvest in een nieuw en modern onderwijsgebouw en zijn bij andere scholen ingrijpende, noodzakelijke aanpassingen gerealiseerd. Om hier gericht aan te blijven werken is een meerjarige planning van de instandhouding van de onderwijshuisvesting noodzakelijk. Een gedeelde langetermijnvisie, vastgelegd in een IHP, helpt de gemeente én de schoolbesturen. Door belangen en wensen transparant te maken krijgen de gemeente en schoolbesturen inzicht in investeringen, haalbaarheid en beperkingen. Het geeft richting en rust in de uitvoering van de wettelijke huisvestingstaken van de gemeente en biedt de mogelijkheid van langjarige investeringsafspraken. En het biedt de mogelijkheid om verbinding te leggen met andere beleidsuitgangspunten van zowel het onderwijs als de gemeente. Niet ad hoc en ieder voor zich, maar structureel en samen Werken met dit nieuwe IHP is een heel andere uitwerking van de gemeentelijke huisvestingstaken. Niet langer via een verordening ‘wachten’ op (onverwachte, jaarlijkse) huisvestingsaanvragen van schoolbesturen, maar uitgaan van een breed inzoomen op gezamenlijke verantwoordelijkheid, meerjarige onderhoudsplanning en het combineren van beschikbare middelen bij gemeente en schoolbesturen.

Door goed onderhoud en tussentijdse aanpassingen zal (dure) nieuwbouw minder noodzakelijk zijn en ondersteunen of versterken de gebouwen de kwaliteit van het onderwijs.

3.3.3 Duurzaamheid De gemeente Schiedam omarmt de duurzame ontwikkelingsvoorstellen van de VN en heeft daartoe een Klimaatbeleidsplan 2016-2020 vastgesteld (inclusief een uitvoeringsplan). Hierin staan concrete maatregelen voor een verdere CO2-reductie. De gemeente wil in 2040 energieneutraal zijn. De eerste stappen zijn gezet:

19

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

• • • • •

Nieuwbouwprojecten worden aardgasvrij opgeleverd; Er zijn plannen voor de eerste twee wijken (Groenoord en Nieuwland) die de overstap maken van aardgas naar een duurzame warmtevoorziening; Een warmte-transitievisie is in ontwikkeling; Een andere ambitie is dat op minimaal 15% van de Schiedamse daken zonnepanelen moeten komen te liggen aan het eind van deze collegeperiode; Er is ruimte voor het ondersteunen van duurzame initiatieven uit de stad.

Om de stad aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering is in 2019 het Klimaatadaptatieplan vastgesteld. Met als thema’s wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Zo is er inmiddels gestart met onderzoek naar de mogelijkheden van schoolpleinen voor waterberging (‘groenblauwe schoolpleinen’). Maatschappelijk vastgoed, waaronder scholen Met het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed 3 - waar scholen onder vallen - wil de gemeente jaarlijks 4% gas en elektriciteit besparen. In 2030 betekent dit een besparing van 64% (ten opzichte van 1990). Het uitvoeringsprogramma kijkt gericht naar kansrijke maatregelen (bijvoorbeeld zonnepanelen, zonneboilers en elektrische - aardgasvrije - warmtepompen) en gemeentelijke ondersteuning bij het vinden van financieringsconstructies. Inmiddels zijn al wat stappen gezet: • Het Lyceum Schravenlant is de meest duurzame en energieneutrale school van Nederland door het gebouw volledig te ontwikkelen vanuit de filosofie van Cradle-to-Cradle; • In oktober 2019 hebben gemeente en het schoolbestuur van PRIMO een ‘green deal’ gesloten om daken van hun scholen en gymzalen te voorzien van zonnepanelen. Investeringen in duurzaamheid scholen De Schiedamse scholen zijn gemiddeld 42 jaar oud. Hun energiekosten komen overeen met het landelijk gemiddelde (ca € 11/m2).

Dit bedrag ligt ca €2,50/m2 hoger dan wat zij van het rijk ontvangen vanuit hun jaarlijkse instandhoudingsvergoeding. Schiedamse scholen dragen weliswaar marginaal (<1%: 1,9 kton CO2 voor gas en 1,3 kton CO2 voor elektriciteit) bij aan de uitstoot van CO2 in Schiedam (2014: 438 kton), maar maatschappelijk vastgoedobjecten - en scholen in het bijzonder - hebben een belangrijke voorbeeldfunctie. Goede basiskwaliteit duurzaamheid In dit IHP is bij het vaststellen van de normbedragen per maatregelpakket rekening gehouden met een goede basiskwaliteit. Hogere ambities leiden tot substantieel hogere investeringskosten, die zich niet altijd terugverdienen in de exploitatie. De mogelijkheden en (technische en financiële) haalbaarheid moeten door middel van een gedegen businesscase per afzonderlijk project inzichtelijk gemaakt worden.

3.3.4 Verkeer en bereikbaarheid De gemeente heeft een Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid en overlegt met scholen over infrastructurele en/of knelpunten op het gebied van gedrag, educatie en handhaving. In dit laatste geval is ook het team Toezicht en Handhaving (team Veiligheid) betrokken. De deelnemers aan het overleg zoeken samen naar mogelijke oplossingen voor problemen.

3

Speerpunt A3 in het Uitvoeringsprogramma behorend bij Klimaatbeleidsplan Schiedam

20

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

3.3.5 Speelruimtebeleid Het gemeentelijk speelruimtebeleid wordt in 2020 geactualiseerd. De schoolpleinen maken alleen deel uit van dit beleid voor zover het om openbare voorzieningen gaat.

3.3.6 Sport- en gymnastiekaccommodaties In 2019 is gestart met het vernieuwen van het gemeentelijke beleid voor sportaccommodaties. De gemeenteraad heeft in december 2019 een startnotitie vastgesteld. De kaders moeten richting geven aan de toekomstige ontwikkeling van de sportaccommodaties en aan de besluiten daarover in de komende jaren. Dit geldt nadrukkelijk in samenhang tussen de verschillende type sportaccommodaties (buitensport, binnensport, zwembaden en sportieve openbare ruimte) en in relatie tot wijk- of stedelijke ontwikkelingen. De kaders geven richting op de volgende thema’s: • De functie van de sportaccommodaties voor onderwijs, verenigingen, recreanten en het sociale domein, voor Schiedam als geheel en verbijzonderd naar de verschillende wijken; • Het wenselijke aanbod van accommodaties om deze functies goed te kunnen huisvesten in termen van capaciteit, kwaliteit, functionaliteit, multifunctionaliteit, samenhang met andere domeinen en spreiding; • De meest wenselijke opzet van beheer en exploitatie in termen van de beheeropdracht, de sturingsmogelijkheden van de gemeente (onder andere tarieven), de schaal waarop wordt beheerd en geëxploiteerd; • De rol van de gemeente bij totstandkoming en instandhouding van accommodaties. De bekostiging van gymzalen loopt via rijks- en gemeentelijke bijdragen.

De bekostiging van de andere accommodaties loopt via een contract met een extern beheerder. Onderhoud maakt deel uit van dit contract; • Daar waar er sprake is van een fysiek gekoppelde gymzaal die voorzieningen deelt met het schoolgebouw (denk aan het dak, installaties en dergelijke) wordt het gymzaaldeel ook integraal meegenomen in de te ontwikkelen businesscases voor de investering van het schooldeel. Met inachtneming van de beschikbaarheid van de hiervoor genoemde bestuursmiddelen. De kaders worden in samenhang met alle betrokkenen gerealiseerd en schenken aandacht aan accommodaties voor bewegingsonderwijs (zie bijlage IX voor de huidige gymnastiekaccommodaties voor primair onderwijs). De raad behandelt de kadernota in voorjaar 2020.

3.4 Afspraken met partners Niet bouwen voor leegstand Er wordt niet gebouwd voor leegstand, de schoolgebouwen moeten goed gevuld zijn en blijven. Over dit uitgangspunt bestaat overeenstemming. Schoolbesturen komen op basis van een collectieve verantwoordelijkheid zelf met een plan hoe zij op wijkniveau (voor primair onderwijs) en stedelijk/regionaal niveau (voor voortgezet onderwijs) willen omgaan met groei, krimp, ontwikkeling van leerlingstromen, onderwijsontwikkelingen en ontwikkelingen in buurgemeenten. Rekening houdend met de individuele scholen. Hun plan is gebaseerd op de meest actuele data en prognoses: • Primair onderwijs: Indien nodig maken schoolbesturen onderling per wijk nadere afspraken; • Voortgezet onderwijs: Schoolbesturen geven inzicht in de regionale afspraken en het effect hiervan op de huisvesting. Indien nodig maken de schoolbesturen op stadsniveau onderling afspraken zodat er niet gebouwd wordt voor leegstand.

21

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

De gemeente toetst vervolgens de impact van de afspraken op de leegstandsontwikkeling. Indien de schoolbesturen niet tot afspraken kunnen komen, wordt teruggevallen op de regelingen zoals standaard opgenomen in de gemeentelijke verordening. Planvorming per vier jaar Planvorming geschiedt telkens voor periode van vier jaar (2021-2024, 2025-2028, 2029-2032 en 2033-2036). Het overleg hierover start een jaar voor start van een nieuwe periode. Het plan wordt besproken tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg, vastgesteld door de gemeenteraad en gehecht aan de verordening. Gevolgen van gemaakte afspraken • Bij realisatie van de per school bijbehorende huisvestingscapaciteit, maken schoolbesturen geen aanspraak op uitbreiding; • Voor het primair onderwijs geldt dat leerlingen uit de wijk van de school voorrang hebben op leerlingen uit andere wijken of andere gemeenten; • Scholen in het primair onderwijs werken niet met wachtlijsten en nemen alleen kinderen van elkaar over als dit noodzakelijk is in het belang van het kind; • Bij het primair onderwijs is de prognose per wijk leidend voor het aantal vierkante meters per wijk. Dit uitgangspunt van het IHP leidt tot goede school/IKC-gebouwen zonder leegstand.

Vierkante meters kunnen alleen toenemen als ook de prognose op wijkniveau groei laat zien; • In de wijken/de stad worden scholen voor primair en voortgezet onderwijs niet uitgebreid als elders in de wijk/de stad voldoende ruimte beschikbaar is; • Besturen zijn bereid om verdergaande samenwerking aan te gaan om eventuele problemen (bijvoorbeeld over plaatsing van leerlingen, de positie van buitenleerlingen, omgaan met leegstand) op te lossen. Hierdoor is maximale regie op de huisvesting mogelijk; • Besturen geven elkaar heldere informatie over mogelijke knelpunten. Als doorverwijzen niet lukt, dan bespreken zij onderling hoe ze dat samen oplossen; • Bestuurders spreken elkaar aan als iemand afwijkt van de gemaakte afspraken. Dit betekent dat de 'gezamenlijke besturen' gesprekspartner van de gemeente zijn als het gaat om onderwijshuisvesting. Er worden geen bilaterale afspraken meer gemaakt tussen individuele scholen en de gemeente. Aanvullende uitgangspunten • In principe zijn de wettelijke uitvoeringstaken van de gemeente gericht op de huisvesting van Schiedamse leerlingen. Voor het voortgezet onderwijs ligt dit wat genuanceerder dan voor het primair onderwijs omdat meer leerlingen uit omliggende gemeenten naar Schiedamse scholen voor voortgezet onderwijs gaan en omdat Schiedamse leerlingen naar scholen voor voortgezet onderwijs in omliggende gemeenten gaan.

De gemeente ontvangt van het rijk wél bekostiging voor leerlingen die naar Schiedamse scholen voor voortgezet onderwijs gaan en niet voor leerlingen die van buiten de gemeente naar Schiedamse scholen voor primair onderwijs gaan (‘buitenleerlingen’); • Bovenschoolse projecten in Schiedam, die een regionale voorziening zijn (bijvoorbeeld project Inzicht), vallen niet onder de wettelijke huisvestingstaken van de gemeente. Ze zouden mede bekostigd moeten worden door grensgemeenten wiens leerlingen gebruik maken van deze voorzieningen. Hierover lopen gesprekken in het Regionaal wethouder overleg Onderwijs MVS.

22

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

De positie van het Islamitisch basisonderwijs • Bij de ontwikkeling en uitwerking van de vier uitvoeringsplannen zal bij het actualiseren van leerlingontwikkeling (groei, krimp) voor het Islamitisch basisonderwijs niet naar wijkontwikkeling maar naar stedelijke ontwikkeling worden gekeken. In die zin neemt het Islamitisch basisonderwijs een aparte positie in en zal bij het ontstaan van een behoefte met het SIC in overleg worden getreden. • Wanneer op basis van werkelijk ingeschreven leerlingen die behoefte wordt aangetoond zal deze worden gehoord en onderdeel kunnen zijn van een aanvraagprocedure. Dit geldt ook voor een aanvraag op basis van nieuwe wetgeving

23

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

4

Analyse, visie, strategie en aanpak Om te komen tot dit IHP hebben gemeente en schoolbesturen veel onderzoek uitgevoerd en geanalyseerd, gebruikmakend van bestaande methodieken en kaders. De resultaten van deze methodiek zijn in beeld gebracht (bijlage II) en op basis hiervan zijn prioriteiten gesteld. Met behulp van wegingsfactoren (bijlage I) is een overzicht gemaakt van gewogen prioritering en is per schoolgebouw aangegeven wanneer het in aanmerking komt voor het uitvoeren van een maatregel met bijbehorende strategie (bijlage III). Voor het eerste uitvoeringsplan (2021-2024) is dit in principe leidend, maar bij de voorbereiding kan hierbinnen nog afgeweken worden. Bij de voorbereiding van de daaropvolgende drie uitvoeringsplannen, vindt evaluatie plaats van zowel de prioritering als gekozen maatregel/voorkeurscenario. Hierin kunnen vervolgens, op basis van een aanvullende methodiek, aanpassingen plaatsvinden. De gezamenlijke besturen voor onderwijs en opvang in Schiedam willen binnen afzienbare tijd een hoogwaardig en veelkleurig palet van onderwijs- en opvangvoorzieningen realiseren. Zodat alle kinderen en jongeren in de buurt van hun huis naar school of een IKC kunnen. In eigentijdse, frisse, goed toegeruste gebouwen. Leerlingen uit de wijk van de school hebben voorrang op plaatsing op leerlingen uit andere wijken of andere gemeenten.

4.1 Methodiek: overleg schoolbesturen De methodiek om te komen tot dit IHP: 1. De kwaliteit van de bestaande schoolgebouwen is aan de hand van het Landelijk Kwaliteitskader voor Onderwijshuisvesting geanalyseerd (zie paragraaf 4.2). Er is gebruik gemaakt van een systematische Excel-invulvragenlijst en een online enquête voor de gebruikers van de gebouwen. Deze enquête is in de basis ontwikkeld in samenwerking met de TU Eindhoven en gebaseerd op de NEN 8021:2014. De uitkomsten hiervan zijn voorgelegd aan de schoolbesturen. Dit onderzoek is gecombineerd met informatie over huisvestingsbehoefte, leerlingenprognoses en exploitatiekosten (onder andere energie en onderhoud); 2. Hierna bepaalden gemeente en schoolbesturen wat voor hen de minimale acceptabele basiskwaliteit van de huidige gebouwen is en welke aspecten deze kwaliteit bepalen. Het ambitieniveau is gesteld op een 6: het gebouw vormt in ieder geval géén belemmering voor het kunnen geven en volgen van dagelijks goed onderwijs. Maar het biedt ook niets extra; 3. Vervolgens is bepaald welk schoolgebouw op welke aspecten het meest afwijkt van deze basiskwaliteit. Deze aspecten zijn gewogen (zie bijlage I). Zo is bepaald welk gebouw de hoogste prioriteit of urgentie heeft (zie bijlage II); 4.

Met de opgehaalde inzichten is vervolgens per gebouw bepaald welke maatregelen nodig zijn om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen (zie bijlage III). Dit heeft geleid tot een investeringsplan (bijlage IV) In dit plan bepaalt het beschikbare budget hoe snel alle gebouwen op het gewenste kwaliteitsniveau komen, waarbij de volgorde van aanpak hoofdzakelijk wordt bepaald door de prioriteitenlijst; 5. Het IHP bestrijkt zestien jaar, verdeeld over vier afzonderlijke uitvoeringstrajecten van telkens vier jaar (2021-2024, 2025-2028, 2029-2032 en 2033-2036). Het IHP is een dynamisch

24

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

6.

7.

8.

document, want omstandigheden kunnen tussentijds veranderen. In een uitvoeringsplan kan daarom worden afgeweken van prioritering en/of maatregel zoals staat beschreven in dit IHP. Voor het uitvoeringsplan van de eerste periode van vier jaar (2021-2024) wordt uitgegaan van de in dit IHP beschreven methodiek en prioritering. Indien noodzakelijk kan echter ook in deze eerste periode de prioritering wijzigen; De nu gehanteerde methodiek wordt ter voorbereiding van de volgende drie uitvoeringsplannen (2025–2036) door gemeente en besturen geëvalueerd en geoptimaliseerd. In aanvulling hierop wordt een aanvullende methodiek uitgewerkt op basis van zorgplicht, gebouwconditie (NEN 2767), technische, onderwijsinhoudelijke en financiële uitgangspunten. In de nieuwe huisvestingsverordening staat beschreven hoe de aanvullende methodiek wordt ingezet (tijdpad en stappen); De uitkomsten van deze aanvullende methodiek en/of veranderde omstandigheden kunnen leiden tot een aanpassing van de prioritering. Die nieuwe uitkomst is bindend als gemeente en schoolbesturen ermee instemmen; Deze aanvullende methodiek kost circa € 1.750 (prijspeil 2020) per gemeten locatie. Gemeente en schoolbesturen maken aanvullende afspraken over de verdeling van deze kosten, omdat de meting ook input vormt voor het meerjaren onderhoudsplan van de scholen.

Gemeente en schoolbesturen bepalen samen welk bureau het onderzoek gaat uitvoeren.

4.2 Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Het Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting is een instrument om de basiskwaliteit van schoolgebouwen vast te stellen bij nieuwbouw en bestaande bouw. Het laat daarmee ook zien waar deze basiskwaliteit uitstijgt boven de wettelijke minimumeisen uit het Bouwbesluit.

4.3 Bepalen maatregelen en urgentie 4.3.1 Mogelijke maatregelen Voor elk gebouw is een maatregel bepaald die noodzakelijk is om het kwaliteitsverschil tussen het huidige en het gewenste kwaliteitsniveau op een efficiënte wijze op te heffen (zie bijlage III). Mogelijke maatregelen zijn: 1. Nieuwbouw; 2. Renoveren; 3. Verduurzamen; 4. Doorexploiteren; 5. Uitbreiden. Ad 1. Nieuwbouw Het gebouw voldoet op de meeste aspecten niet aan de huidige eisen. De kosten om het gebouw te laten voldoen aan de huidige eisen door middel van een transformatie zijn dermate hoog en technisch complex, dat vervangende nieuwbouw de meest logische optie is. Op basis van de verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs is niet duidelijk aan te geven op welk moment een schoolgebouw op basis van de bouwkundige kwaliteit toe is aan vervangende nieuwbouw. Theoretisch beschouwd komt een schoolgebouw pas in aanmerking voor nieuwbouw als het gebouw bouwtechnisch in dermate slechte staat is, dat regulier onderhoud het verouderingsproces niet meer kan tegengaan. Over het algemeen onderhouden schoolbesturen hun

25

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036

gebouw(en) in voldoende mate en komt een schoolgebouw dan ook bijna nooit in aanmerking voor nieuwbouw. In de praktijk wordt de kwaliteit van een gebouw namelijk alleen beoordeeld op de technische/bouwkundige levensduur en wordt er nauwelijks gekeken naar de economische aspecten en of het gebouw nog wel functioneel goed presteert. Dit IHP maakt juist wel een dergelijke integrale afweging tussen de bouwkundige, economische en functionele prestaties. Ad 2. Renoveren Het gebouw is technisch van voldoende kwaliteit, voldoet niet aan de functionele en ruimtelijke eisen en kan mogelijk ook niet in de huidige conditie en op basis van de materiële bekostiging op de langetermijn in stand worden gehouden. Bij een renovatie worden - naast het uitvoeren van groot onderhoud - investeringen gedaan voor het verbeteren van de functionaliteit (onderwijskundig concept), (verkeers-) veiligheid, duurzaamheid, flexibiliteit, gezondheid, exploitatie en uitstraling. Er bestaat onderscheid tussen: • Upgrade: levensduurverlenging van minimaal twintig jaar; • Transformatie: wanneer de renovatie eenzelfde levensduurverlenging en kwaliteitsniveau krijgt als nieuwbouw. Deze ingreep betreft alle onderdelen van verbetering en geeft een levensduurverlenging van minimaal veertig jaar. Ad 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16226813/1