Bijlage 4 Het Integraal Huisvesting Plan onderwijs 2021 – 2036
Tekst van het document
Mocht de gemeente de ambitie voor versneld verduurzamen en verbeteren van het binnenmilieu en functionaliteit extra ondersteunen, dan vergt dit ook nog een aanvullende bijdrage bovenop de in dit IHP gehanteerde normbedragen. Extra ambities kosten extra geld Mocht de gemeente de ambitie voor versneld verduurzamen en verbeteren van het binnenmilieu en functionaliteit ondersteunen, dan vergt dit ook nog een aanvullende bijdrage bovenop de in dit IHP gehanteerde normbedragen. De kosten bedragen per vierkante meter bovenop de in dit IHP gehanteerde normbedragen voor nieuwbouw/transformatie: + € 150 Van BENG naar ENG + € 300 Van Frisse scholen klasse B/C naar A/B Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Ruimte-OK/PO-VO-raad: + € 500 Extra technische kwaliteit (e-zuinig, klasse A/B, ICT, materiaal) + € 40 Extra functionele kwaliteit + € 20 Extra esthetische kwaliteit 62
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
61
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Deze maatregelen zijn niet te bekostigen uit een surplus van de exploitatie. Enerzijds omdat de energiekosten niet hoog genoeg zijn, anderzijds omdat de bekostiging van de exploitatie onvoldoende is en investeringen dan ten koste gaan van de primaire onderwijstaak. Daarom rekent de meerjarenbegroting met de onderstaande normbedragen (= exclusief de hogere ambities). Tabel 35: Normbedrag per vierkante meter naar maatregel 63 Normbedrag per m2 BVO
Referentie
Nieuwbouw/uitbreiding € 2.250,-
BDB normgegevens, nieuwbouw conform (B)ENG
Transformatie € 1.575,-
70% van nieuwbouw, levensduurverlenging 40 jaar
Upgrade € 1.125,-
50% van nieuwbouw, levensduurverlenging 20 jaar
Verduurzamen € 750,-
Maatschappelijk Vastgoedscan BNG / Beslisboom Verduurzaming Scholen
Om deze extra investeringen haalbaar te maken gaat dit IHP uit van een eigen bijdrage van het schoolbestuur. Bouwmarkt overspannen, bouwprijzen overstijgen normbedragen Buiten deze normbedragenbepaling, is ook de markt momenteel dusdanig overspannen dat aanbestedingen, wanneer er al inschrijvers zijn, mislukken omdat de bouwprijzen de normbedragen overstijgen. De normbedragen gaan niet uit van tijdelijke huisvestingskosten. Daarom zijn deze in de doorrekening van de investeringsbegroting niet meegenomen, behalve bij de projecten van El Furkan, Loep en De Peperklip omdat die al in uitvoering zijn. In verdere maatwerk investeringsbegrotingen moet gekeken worden naar de noodzaak van tijdelijke huisvestingskosten bij vervangende nieuwbouw en transformatie.
5.5.2 Controle begroting schoolbestuur De gemeente controleert op basis van de verordening de projectbegroting van het schoolbestuur. Wanneer deze begroting het beschikbaar gestelde krediet overschrijdt onderzoekt de gemeente of: • In de bouwplannen van het schoolbestuur zaken staan die niet strikt noodzakelijk zijn; • Bezuinigingen op voorzieningen mogelijk zijn; • Redelijke prijzen zijn gehanteerd (zoals bijvoorbeeld de prijs per vierkante meter te realiseren bruto vloeroppervlakte). Het kan echter zijn dat de gemeente in de voorbereidingsfase aan het gebouw strengere eisen heeft gesteld dan wettelijk vereist. Bijvoorbeeld extra maatregelen in het kader van extra duurzaam bouwen. Met dit soort extra eisen is in de normbedragen geen rekening gehouden. Het is dan redelijk om de normbedragen in de verordening hierop aan te passen. Als de normbedragen in de toekomst onvoldoende blijken te zijn, kan de gemeente ervoor kiezen om
63
Bron: Jan Schraven Advies, 2019
62
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
de verordening aan te passen om deze meer in overeenstemming te brengen met de lokale praktijk. Dat kan op twee manieren: • Werken met feitelijke kosten: Er zijn drie opties mogelijk: De genormeerde lijn: er is precies aangegeven welk bedrag voor welke voorziening staat; De offertelijn: op basis van vooraf vastgestelde uitgangspunten vraagt het schoolbestuur een aantal offertes op. Op basis van die offertes stelt de gemeente het vergoedingsbedrag vast; Een combinatie van beide lijnen. • Aanpassen van normbedragen: Door de normbedragen in het algemeen op te hogen met een bepaald percentage of door voor bepaalde kostenverhogende lokale omstandigheden aparte toeslagen op te nemen in de verordening. De gemeente kan deze ze toeslagen opnemen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs of in de Verordening materiele financiële gelijkstelling onderwijs.
5.5.3 Kostenontwikkelingen Normbedragen rekenen met: • Structurele kostenontwikkelingen: de prijsontwikkelingen van de productiekosten bij een onveranderde vraag (= kostprijsontwikkeling); • Conjuncturele kostenontwikkelingen: de prijsontwikkelingen die ontstaan door vraag en aanbod op de aanbestedingsmarkt (= marktwerking). Als gevolg van de huidige overspannen bouwmarkt bepalen de conjuncturele kostenontwikkelingen nu voor een groot deel de prijsontwikkeling zoals te zien is in onderstaand figuur (Cobouw, 2018). Hierdoor stijgen de bouwprijzen dermate snel dat normbedragen tussentijds moeten worden bijgesteld (index). Figuur 1: Verloop ontwikkeling normvergoeding versus bouwkosten 1998-2019 64
5.6 Scenario’s De gemeente kan kiezen voor het realiseren van een goede kwaliteit als basisvoorziening op alle schoolgebouwen. Hiermee stapt de gemeente af van de wettelijke verplichting en de gemeentelijke methodiek van de verordening om nieuwbouw te financieren wanneer een schoolgebouw onder het technische instandhoudingsniveau zakt (= veiligheids- en gezondheidssituatie zijn in het geding). 64
Bron: Cobouw 2018
63
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Er zijn vier hoofdscenario’s: • Scenario 0: (vervangende) nieuwbouw − Maatregelen: Geen; − Toelichting: Gemeente investeert niet in kwaliteitsverbetering en/of levensduurverlenging. Schoolgebouwen worden vervangen door nieuwbouw op het moment dat zij de technische, kwalitatieve en financiële afschrijvingstermijn hebben doorlopen. Investeringen voor instandhouding zijn dan niet rendabel meer en de achterstand is technisch, kwalitatief en functioneel te groot voor alternatieve maatregelen (bijvoorbeeld renovatie). Ook is onderhoud en exploitatie niet meer te betalen uit de materiële bekostiging en dat levert een onhoudbare situatie op; − Uitvoering: Conform de gemeentelijke verordening komt een aanvraag voor vervangende nieuwbouw in een dergelijke situatie voor bekostiging door de gemeente in aanmerking. Voor wat betreft de maatregelen waartoe zij wettelijk verplicht is. •
Scenario 1: nieuwbouw, uitbreiding en transformatie − Maatregelen: Hierbij investeert het schoolbestuur om schoolgebouwen tijdig aan te passen aan omvang, technische en functionele kwaliteit. Dit betreft haar minimale zorgplicht, waarbij efficiënt gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van renovatie. De scope van deze investeringen is veertig jaar; − Toelichting: Op basis van een programma van eisen wordt het schoolbestuur in staat gesteld om de beoogde kwaliteit te bereiken en te handhaven. De investeringen leiden tot een gezonde exploitatie van een kwalitatief goed gebouw voor een periode van veertig jaar; − Uitvoering: Op basis van de methodiek voor eigen bijdrage, bekostigt het schoolbestuur zelf de noodzakelijke maatregelen. De gemeente kan hierbij de mogelijkheid van een gemeentegarantie aanbieden. De maatregelen die noodzakelijk zijn om de levensduur van het schoolgebouw te verlengen (technisch en functioneel) en waarbij het niet mogelijk is om deze uit de eigen bijdrage te bekostigen, komen voor rekening van de gemeente.
•
Scenario 2: upgrade − Maatregelen: Hierbij wordt de school in staat gesteld om verbeteringen aan het pand te doen die de beleving, functionaliteit, binnenklimaat en eventueel in combinatie met scenario 3 ook de duurzaamheid verbetert. Deze upgrade verbetert de kwaliteit voor een periode van tenminste twintig jaar; − Toelichting: De investeringen leiden tot een gezonde exploitatie van een kwalitatief goed gebouw. Er wordt een tussentijdse kwaliteitsverbetering gerealiseerd waarmee er wordt voorkomen dat er langdurig klachten en functionele problemen blijven bestaan, die pas bij een transformatie of nieuwbouw worden opgelost. Hiervoor geschikte gebouwen hebben een toekomstwaarde die deze investering rendabel maakt; − Uitvoering: Het schoolbestuur onderbouwt in een businesscase de te realiseren kwaliteitsaspecten. Voor dekking wordt gekeken naar de mogelijkheden van een eigen bijdrage en kan de gemeente een gemeentegarantie afgeven of eventueel de dekking van de onrendabele top overwegen. Scenario 3: verduurzamen − Maatregelen: Op basis van resterende levensduur en te realiseren exploitatievoordelen worden verduurzamingsmaatregelen uitgevoerd.
Gedeeltelijk bekostigd door de gemeente om zo te stimuleren dat er voortijdig goede gebouwkwaliteit wordt gerealiseerd; − Toelichting: De gemeente stelt het schoolbestuur in staat om verduurzamingsmaatregelen toe te passen bij gebouwen met voldoende kwaliteit en toekomstwaarde. Het schoolbestuur
•
64
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
−
maakt een businesscase die voor de dekking primair kijkt naar het besparingspotentieel op de exploitatie (stook- en elektrakosten) en het onderhoud (onderhoudsarme materialen). Het doel is te komen tot een sluitende gebouwexploitatie. Bij een niet sluitende businesscasus bespreken schoolbestuur en gemeente de haalbaarheid van het plan; Uitvoering: Voor de investering geeft de gemeente een gemeentegarantie af. De beste manier om aan een scherpe lening te komen, is door mee te doen aan een collectieve leenfaciliteit of een ESCO-contract waarbij een derde partij de investering en onderhoud regelt. Dit wordt door overdracht van het exploitatieverschil betaald. De Beslisboom Verduurzaming Scholen geeft inzicht in verschillende ingrepen en levensduurverlenging met bijbehorend budget.
In het begrotingsoverzicht en de meerjarenbegroting (zie bijlage VIII) zijn alle maatregelen verwerkt. Zo ontstaat een totaalbeeld van de kwalitatieve ingrepen en de benodigde investering bij hantering van de huidige systematiek (scenario 0). Bij alle scenario’s wordt eenzelfde kwaliteit behaald. Bij de prioritering is er dus vanuit gegaan dat er niet gekozen wordt voor scenario o maar dat de overige scenario’s in samenhang zorgen voor de verschillende voorgestelde maatregelen per project/businesscase.
5.7 Investering Wanneer we uitgaan van Scenario 0 dan zijn de kosten voor de komende vijftien jaar, mede door een achterstand in investeringen in nieuwbouw, begroot op € 42,8 miljoen
(zie begroting in bijlage VIII). Deze loopt de komende veertig jaar op tot € 173,6 miljoen. Scenario 1 betreft alleen de wettelijke zorgplicht en bedraagt € 53,7 miljoen. Bij Scenario 2 is de investering opgehoogd ten opzichte van scenario 1 met € 31,4 miljoen. Dit is zeer efficiënt; wanneer deze investering niet wordt gedaan, kunnen de kosten voor extra transformatie- of vervangende nieuwbouwprojecten oplopen tot € 47,7 miljoen voor de betreffende gebouwen. Het is dus van belang om tijdig de garantie- en investeringsmogelijkheid voor upgradeprojecten te regelen. Zo komen de gebouwen op de meest kostenefficiënte manier op het minimale kwaliteitsniveau. Voor het uitvoeren van Scenario 3 is er een budget nodig van € 11 miljoen. Geadviseerd wordt een gezamenlijke inventarisatie te maken, inclusief de verduurzaming die bij andere maatregelen wordt toegepast en zo de financiering en de inkoop zoveel mogelijk collectief op te pakken. Het totaal aan maatregelen kost € 96,2 mln. In bijlage VIII staan de investeringen voor de verschillende scenario’s weergegeven. De bedragen van scenario 1 (alleen zorgplicht) worden aangevraagd na veertig jaar van het bouwjaar of twintig jaar na de laatste renovatie. Dit kan worden vermeden door tijdig te investeren en het in staat stellen om het gebouw met voldoende kwaliteit in stand te houden.
65
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
5.8 Kostenverdeling • •
•
•
De besturen onderschrijven het principe dat het onderwijs een eigen bijdrage levert aan de uitvoering van maatregelen; De mogelijkheid voor een eigen bijdrage wordt per project onderzocht in een businesscase voor de projecten tot vier jaar vooruit. Hierin staat een specificatie uitgewerkt van de exact te nemen maatregel (haalbaarheidsstudie), alsmede een projectspecifieke financiële onderbouwing voor de bekostiging door gemeente, schoolbestuur en andere partners. Ter voorbereiding op de eerste periode van vier jaar wordt ervaring opgedaan met het ontwikkelen van deze businesscase door de bouwheer (in principe het schoolbestuur) en gemeente. Op basis van de ervaringen wordt een standaard format ontwikkeld, om zo te komen tot een eenduidige opzet en uitwerking. Hiermee kan voor de toekomstige projecten geëxperimenteerd worden (pilot); De wettelijke uitgangspunten en mogelijkheden binnen het primair en voortgezet onderwijs zijn leidend. De bijdrage moet rechtmatig (primair onderwijs) en doelmatig (voortgezet onderwijs) zijn. In verband met de specifieke planning en control-cycli moeten de businesscases telkens een jaar voorafgaand aan een nieuwe periode zijn afgerond; De hoogte van de eigen bijdrage zal afhangen van de projectspecifieke meerjarige terugverdieneffecten op de daadwerkelijke vrijvallende/verminderde onderhoudskosten en energiebesparingen.
Er is daarbij geen limiet op de tijdsduur van deze lagere kosten; het voordeel loopt oneindig door. Op basis van de meerjarenbegroting van het gebouw worden de besparingen bepaald. De uitgaven worden hierbij tot het minimum verlaagd en het restbudget van de rijksvergoeding materiële instandhouding kan dan worden gereserveerd. Bij het vaststellen van de hoogte wordt tevens rekening gehouden met eerder door het bestuur én de gemeente gedane investeringen in het gebouw. Hierbij moet ook aandacht zijn voor de nog openstaande boekwaarde en voor het gevaar van kapitaalvernietiging.
5.9 Financiering 5.9.1 Financiering van investeringen Voorkeursoptie financiering investeringen Voor de financiering van investeringen in de onderwijshuisvesting zijn meerdere opties mogelijk. In overleg met de schoolbesturen is als voorkeursoptie gekozen: De gemeente investeert zelf in de huisvesting en verzorgt de financiering daarvan. De gemeente sluit daartoe een onderhandse lening af met de BNG. De aflossing is afhankelijk van de afschrijvingstermijn. De afschrijvingslasten zijn onderdeel van de exploitatierekening van de gemeente. Investeren door de gemeente leidt tot een hogere balanswaarde en een hogere schuldpositie. Afhankelijk van specifieke situaties en projecten is het mogelijk op dat moment ook alternatieve financieringsvormen te onderzoeken, zoals bijvoorbeeld: 1. Het schoolbestuur investeert in huisvesting en verzorgt de financiering. De gemeente stelt hiervoor een jaarlijkse vergoeding beschikbaar In het algemeen zal de gemeente borg moeten staan voor een lening. Dit is aan de orde bij schatkistbankieren. Hierbij kan een schoolbestuur een lening (maximale looptijd dertig jaar) sluiten bij het Ministerie van Financiën. Voorwaarde is dat er sprake is van een volledige
66
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
doordecentralisatie. Dit houdt onder meer in dat de gemeente haar economisch claimrecht op de onderwijshuisvesting overdraagt aan het schoolbestuur. Het schoolbestuur kan ook zelf bij de BNG een lening afsluiten. Het tarief zal afhankelijk zijn van de businesscase, zekerheden, enzovoort en kan op voorhand niet worden afgegeven. De aflossing van de lening is afhankelijk van de afschrijvingstermijn. Deze is onderdeel van de afspraken die gemeente en schoolbestuur maken. De aflossing op de lening loopt gelijk op met de looptijd van de lening. De afschrijvingskosten zijn onderdeel van de exploitatierekening van het schoolbestuur, waar een vergoeding van de gemeente tegenover staat. Betaling van de aflossing is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Investeren en financieren door het schoolbestuur heeft geen effect voor de balanswaarde en schuldpositie van de gemeente. De gemeente zal de langlopende afspraak met het schoolbestuur wel moeten opnemen onder ‘Niet uit balans blijkende verplichtingen’. 2.
De gemeente gaat een overeenkomst aan met een derde partij die de uit te voeren maatregel realiseert. Dit is mogelijk voor zowel nieuwbouw als renovatie en verduurzaming Bij nieuwbouw zal er na de realisatie sprake zijn van huur voor een overeengekomen periode. Voor het dekken van de huurverplichtingen moet de gemeenteraad meerjarige budgettaire afspraken per raadsbesluit vastleggen. De gemeente gaat een convenant aan met het schoolbestuur gekoppeld aan een bruikleenovereenkomst waarbij de huisvestingsverordening buiten werking wordt gesteld. Bij renovatie of verduurzaming koopt de derde partij het vastgoed van de gemeente en brengt het onder in een stichting. De gemeente pacht de gebouwen vervolgens voor een periode van dertig jaar. Uit de zogenoemde canon die de gemeente betaalt, worden de gebouwen grondig gerenoveerd en duurzamer gemaakt en wordt rente en aflossing betaald. Na dertig jaar krijgt de gemeente het gebouw terug. Investeren en financieren door de derde partij heeft geen effect voor de balanswaarde en schuldpositie van de gemeente. De gemeente zal de langlopende afspraak met de derde partij wel moeten opnemen onder ‘Niet uit balans blijkende verplichtingen’.
3.
Het schoolbestuur gaat een overeenkomst aan met een derde partij die de uit te voeren maatregel realiseert De gemeente stelt hiervoor een jaarlijkse vergoeding beschikbaar. In het algemeen zal de gemeente bij een dergelijke overeenkomst borg moeten staan. Voor het overige is deze optie grotendeels gelijk aan optie 2.
67
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlagen
68
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage I: Weegfactoren Mate van belang ten opzichte van Excel:
FACTOR 2
Minimaal acceptatieniveau/ambitiescore:
FACTOR 6
Weegfactoren tussen kwaliteitscriteria:
EXTERIEUR: Uitstraling (herkenbaarheid) EXTERIEUR: Entree(s) (benaderbaarheid) INTERIEUR: Zichtlijnen (ruimtelijkheid) INTERIEUR: Kleur/materiaal (representativiteit) INTERIEUR: Trappen (verticale verbindingen) INTERIEUR: Routing (horizontale looplijnen) INTERIEUR: Schaal (geborgenheid) OMGEVING: Ligging (locatie) OMGEVING: Verkeersveiligheid (aanrijroutes) OMGEVING: Buitenruimte (terreininrichting) OMGEVING: Openbaarheid GEBRUIKERSGROEPEN: Toegankelijkheid GEBRUIKERSGROEPEN: Multifunctionaliteit FUNCTIONALITEITEN: Leren FUNCTIONALITEITEN: Opvang FUNCTIONALITEITEN: Sport FUNCTIONALITEITEN: Cultuur FUNCTIONALITEITEN: Overblijven FUNCTIONALITEITEN: Werken FUNCTIONALITEITEN: Overig GEZONDHEID: Daglicht GEZONDHEID: Kunstlicht GEZONDHEID: Luchtverversing GEZONDHEID: Luchtkwaliteit GEZONDHEID: Ruimteakoestiek GEZONDHEID: Geluidsniveau GEZONDHEID: Wintertemperatuur GEZONDHEID: Zomertemperatuur GEZONDHEID: Groenkwaliteit DUURZAAMHEID: Energieprestatie DUURZAAMHEID: Flexibiliteit DUURZAAMHEID: Milieuprestaties ONDERHOUD: Materialisatie ONDERHOUD: Hygiëne ONDERHOUD: ICT
69
0,5 0,5 1 1 1 1 1 0,5 0,5 0,5 0,5 1 1 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1 1 1 1 1 1
Kaleidoscoop
Loep
Regenboog
Regenboog (dependance)
10798 18VX
22725 08SP
OSVS
SIKO
Peperklip
Adres
70
41568 19KM Schravenlant XL Mavo
Nevenvestiging Schravenlant XL Mavo (nevenvestiging) Tijdelijk: Piersonstraat 33
OSVS
Dependance
22725 12RM Sint Bernardus
22725 11ZQ
PRIMO
SIKO
SIKO
Singel
Startblok
Stedelijk Gymnasium Schiedam
23155 00JR
41567 14EC
SINT LIDUINA
PRIMO
Sint Jozef (dependance)
Violier
41567 14XU
Dependance
14ec01
dependance
PRIMO
PRIMO
PRIMO
SIC
Ababil dependance
Wereldschool
Windas (dependance)
Windas
Vlinder (dependance)
Dependance
22725 09JB-01 Wieken
SIKO
Vlinder
SIKO
41567 15HT
22725 08UO
PRIMO
SIKO
10798 20DC
41567 14GW Taaltuin
OSVS
PRIMO
Spieringshoek
Sint Willibrordus
Dependance
22725 11BQ
SIKO
SIKO
Sint Jozef
Singel (dependance Galilei)
Singel (dependance Buijs Ballot)
41567 13LM
Dependance
PRIMO
PRIMO
Warmoezenierpad 2
Nieuwe Damlaan 762
De Meesterstraat 40
Schiedamseweg 65
Nachtegaallaan 2
Westfrankelandsestraat 152
Stockholm 8
Stockholm 3
Stockholm 1
Thorbeckesingel 4
Valeriusstraat 31
Burg. Van Haarenlaan 871
Van der Brugghenlaan 2
Dwarsstraat 2
Warande 113
Nassaulaan 42
Bosboomlaan 5
Galileistraat 86
Buijs Ballotsingel 108a
Singel 5
Van der Leeuwlaan 3
Hugo de Grootstraat 4
OSVS
Schravenlant Lyceum
Dependance
41568 16EI
SIKO
Warmoezenierstraat 36
Burg. Honnerlage Gretelaan 494
Prinses Beatrixlaan 20
Fahrenheitstraat 2-4
Anthonie Muysstraat 2
Peter van Anrooylaan 1
Parallelweg 401
Bernardus IJzerdraatsingel 1
Westfrankelandsestraat 124
Frans Halsplein 33
Lindeijerstraat 14
Van Swindensingel 66
Bachplein 578
Burg. Van Haarenlaan 1155
Prinses Beatrixlaan 20
Eduard van Beinumlaan 61
De Wildestraat 38
dr. Kuyperlaan 12
OSVS
ProNova College
Poldervaart
41567 13GL
10798 19VE
PRIMO
Montessori Schiedam
PRIMO
41567 15EJ
41567 13XQ
PRIMO
PRIMO
Klinker
41567 15KN
50532 17WQ Lentiz | LIFE College
PRIMO
Kleurrijk (dependance)
Kleurrijk
Kethel IKC
Ilex College (locatie Schiedam)
LENTIZ
41567 14AZ
Dependance
PRIMO
PRIMO
22725 11OJ
46983 07OQ
SIKO
UN1EK
Internationale Vos
01UC15
41568 20CJ
YULIUS
OSVS
El Furkan
Gelinckschool (locatie Schiedam)
31080 23UY
01AI04
SIC
Schoolnaam
HORIZON
Blink IKC
22725 09ST
Ababil
SIKO
Brinnr.
31080 29UG
Schoolbestuur
SIC
0,00 0,00 200,00 0,00 100,00 0,00 0,00 100,00 0,00 0,00 0,00 0,00 200,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 100,00 0,00 0,00 0,00
SCORE 1e orde: zorgplicht 7,8 6,0 2,8 3,1 5,8 5,6 8,2 8,3 7,1 3,8 7,1 7,5 3,3 5,4 2,9 8,3 6,2 6,3 4,5 6,8 4,2 6,0 8,6 5,9 6,7 8,1 6,8 6,5 7,1 6,2 7,5 7,0 6,0 7,0 7,2 5,8 5,3 6,2 6,5 7,1 6,3
8,0 6,4 3,8 5,0 6,2 7,0 6,8 6,7 6,8 8,4 7,9 8,4 4,8 7,0 4,6 8,0 6,6 6,5 5,3 7,1 5,2 6,0 8,5 6,3 6,6 6,3 6,5 6,0 6,3 5,4 6,5 6,9 5,9 6,1 7,2 5,2 5,5 4,7 4,9 7,8 6,6
7,6 6,3 5,5 5,4 6,6 7,7 6,4 6,8 7,4 8,3 7,4 6,8 5,8 6,7 4,4 7,1 7,1 5,4 5,1 7,9 6,4 6,0 7,8 6,7 6,1 6,7 4,3 4,5 6,7 6,0 6,3 7,3 4,6 6,4 6,0 5,5 5,6 6,0 5,7 7,5 7,6
8,0 6,4 4,8 4,3 6,2 5,3 5,2 6,6 5,5 7,5 7,6 7,8 4,5 5,4 5,5 8,1 6,2 6,3 3,9 7,8 6,5 6,0 8,3 6,8 6,0 4,9 4,9 4,5 6,3 6,0 5,7 6,7 5,3 6,6 6,5 5,0 4,7 5,8 4,3 6,6 6,0
7,9 5,1 4,7 4,4 5,4 5,7 6,5 5,2 6,3 6,6 7,3 7,5 5,2 5,7 5,5 6,6 5,3 5,8 4,4 6,6 5,5 6,0 8,7 7,1 6,2 5,0 3,8 4,9 7,6 4,9 7,0 6,6 6,1 6,7 6,1 5,6 5,3 3,4 3,7 7,9 7,1
7,7 5,2 5,2 4,8 6,5 6,0 6,9 6,6 5,8 7,2 6,7 7,3 5,0 6,9 4,2 8,1 6,4 5,5 4,4 7,8 5,2 6,0 8,0 7,3 5,8 6,7 3,4 5,1 6,1 5,6 5,9 7,0 4,1 5,7 4,2 4,2 5,2 5,8 5,3 5,5 6,8
7,2 5,9 5,2 4,4 5,6 4,1 5,9 4,7 4,4 2,4 5,8 7,0 3,9 4,6 4,7 5,3 5,7 4,5 3,6 7,9 3,8 6,0 7,8 6,0 5,4 4,6 2,7 5,3 4,8 4,4 5,2 6,2 5,9 5,4 5,9 4,8 3,8 3,4 3,2 6,3 6,7
7,4 5,6 5,4 3,3 6,4 5,0 6,3 6,0 6,2 5,0 6,2 6,9 4,1 5,7 3,3 6,7 6,3 5,7 4,1 5,8 4,4 6,0 8,2 6,9 6,6 6,2 5,0 6,7 7,1 5,5 5,9 6,3 5,7 4,9 5,6 5,3 3,8 6,0 4,7 6,1 7,8
7,5 4,6 3,4 3,8 5,6 3,3 7,3 4,0 6,4 9,3 8,2 7,4 4,2 7,1 4,2 6,0 6,5 6,6 2,9 4,8 6,0 6,0 7,0 7,0 4,7 5,9 4,9 4,5 7,6 4,6 7,2 6,4 4,6 5,7 5,1 2,8 5,5 3,9 5,2 8,3 6,3 5,5 6,0 7,5 5,5 4,0 4,8 4,3 3,7 6,0 4,4 5,4 6,3 4,6 5,8 5,1 3,3 5,0 4,3 5,2 7,9 7,0
5,8 4,3 3,8 4,0 5,7 3,6 6,0 4,0 5,8 6,3 8,0 6,3 4,6 6,1 5,3 6,0 6,1 7,0 4,0
0,00 32,05 48,84 59,05 10,07 25,13 9,46 22,18 21,71 33,23 6,13 0,63 50,13 13,52 57,59 7,20 12,24 29,13 66,21 1,60 39,68 0,00 0,00 4,01 18,38 28,90 77,00 42,91 14,93 29,22 14,29 0,77 37,72 14,99 34,75 48,11 44,63 53,23 59,58 17,70 6,88
SCORE 2e SCORE: SCORE: SCORE: SCORE SCORE: orde: DUURZAAMONDERWIJS- PASSEND SCORE: SCORE: SCORE: GEBRUIKERS- FUNCTIONASCORE: SCORE: LITEITEN GEZONDHEID HEID EXTERIEUR INTERIEUR OMGEVING GROEPEN ONDERHOUD CONCEPT ONDERWIJS kwaliteit 0,00 30,00 10,00 20,00 20,00 0,00 30,00 0,00 40,00 60,00 50,00 0,00 50,00 0,00 70,00 50,00 0,00 30,00 0,00 0,00 0,00 0,00 20,00 50,00 10,00 10,00 30,00 0,00 10,00 0,00 10,00 0,00 20,00 50,00 70,00 50,00 70,00 0,00 70,00 40,00 50,00
SCORE 3e orde: bedrijfsvoering 0,00 62,05 258,84 79,05 130,07 25,13 39,46 122,18 61,71 93,23 56,13 0,63 300,13 13,52 127,59 57,20 12,24 59,13 66,21 1,60 39,68 0,00 20,00 54,01 28,38 38,90 107,00 42,91 24,93 29,22 24,29 0,77 57,72 64,99 104,75 98,11 114,63 153,23 129,58 57,70 56,88
TOTAALSCORE
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage II: Resultaten onderzoeksmethodiek
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage III: Strategie en maatregelen
71
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
72
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage IV: Investeringsbegroting
73
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage V: Uitgaven onderwijshuisvesting in gemeentebegroting
74
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage VI: Leerlingenprognoses en ruimtebehoeften
75
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
76
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
77
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
78
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
79
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage VIIa+b: Overzicht gebouwen, capaciteit nu en na maatregelen voor leegstandsreductie
80
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
81
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage VIII: Scenario’s
82
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage IX: Gymnastiekaccommodaties Overzicht gymnastiekaccommodaties primair onderwijs, aangeleverd door PRIMO (2019) dat de gymzalen beheert. Momenteel is er alleen sprake van capaciteitstekort bij de gymzaal aan het Warmoezenierpad1.
83
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage X: Herkomst leerlingen per school naar wijk Leesvoorbeeld: Van alle leerlingen op Kaleidscoop is het grootste deel (57,7%) afkomstig uit de wijk Oost, gevolgd door Rotterdam (16,2%), het Centrum (9,5%), enzovoort
84
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Bijlage XI: Oriëntatie basisgeneratie per wijk naar school Leesvoorbeeld: In de wijk West kiest het grootste deel van de kinderen (28,9%) voor de Sint Jozef, gevolgd door de Sint Bernardus (20,6%) en Het Kleurrijk (13,8%), enzovoort
85
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021-2036
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
86